CConstaterende datDrechterland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Verbeelding regels en bijlagen regels bestemmingsplan (2024-38)

Gemeenteraad 23 september 2024, gemeente DrechterlandBij agendapunt: Vaststelling Bestemmingsplan Havenweg 1 (Sportvelden Schellinkhout) (2024-38)21.571 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

beëindigen is aangegeven dat ontwikkeling op de sportvelden een

en de samenhang tussen de verschillende nieuwe deelplannen te

van de opties voor een dorpsuitbreiding kan worden verkend. Door

borgen. Dit document gaat in op de specifieke ligging, de bestuurlijke

het speel- en oefenveld voor woningbouw in te zetten kan het dorp

kaders en de vertaling naar ruimtelijke uitgangspunten van het plan

worden verrijkt met woningen voor woningzoekenden. In 2019 is

en uiteindelijk de richtlijnen voor de architectonische uitwerking.

door de raad besloten dat er een ontwikkelplan voor de sportvelden mag worden opgestart.

Het doel van dit document is tweeledig: enerzijds dient het voldoende samenhang van de nieuwe wijk onderling te borgen maar ook de

Tussen 2020 en 2023 is een proces opgezet om tot een stedenbouw-

samenhang naar de omliggende wijk. Anderzijds dient dit document

kundig plan te komen. De buurt is hierin meegenomen en heeft

voldoende ruimte te bieden voor eigen identiteit en diversiteit. Het

uitgangspunten opgesteld. In juli 2023 is een concept stedenbouw-

document kan gelezen worden als toetsingsdocument voor een

kundig plan afgerond. Dit plan vormt samen met een eerdere versie

welstandscommissie.

van een beeldkwaliteitsplan (maart 2020) de basis voor dit beeldkwaliteitsplan sportvelden Schellinkhout.

4

5

PARTICIPATIE Voordat tot het opstellen van dit beeldkwaliteitsplan is gekomen zijn

Vanaf 2017 zijn een aantal bijeenkomsten georganiseerd. Hieruit zijn

er een reeks van gesprekken met het dorp en andere belangheb-

de volgende hoofdpunten naar voren gekomen:

benden geweest. De indirecte start vond in 2016 plaats toen de visie

-

Behoud dorps karakter

Vitale Dorpen Drechterland is opgesteld. Met deze visie op tafel is

-

Geen hoogbouw

in de Drechterlandse dorpen nagedacht over het versterken van de

-

let op verkeersveiligheid

vitaliteit.

-

Inspraak in de bouwplannen

-

Gevarieerd woningaanbod

-

Doelgroep voor woningbouw is onder andere starters en

Woningbouwontwikkeling is daar een aspect van. Door woningen te ontwikkelen ontstaan er mogelijkheden voor met name jongeren en ouderen om in het dorp te blijven. Jongeren zijn op zoek naar een

senioren -

Diversiteit in typologieën

betaalbare (starters)woning. Ouderen zoeken een passende woning

-

rijwoningen

waar ze zo lang mogelijk zelfstandig oud kunnen worden. Als de

-

starterswoningen

jongeren en ouderen een plek in het dorp kan worden geboden zal

-

twee onder een kap

dat een bijdrage aan de sociaal-maatschappelijke structuur leveren.

-

vrijstaande woningen

-

bijzondere woningtypes

Voor een volledig overzicht wordt naar de bijlagen verwezen.

6

Inloopavond

7

HUIDIGE SITUATIE De kern van de ontwikkellocatie wordt gevormd door het voormalige sport- en oefenveld van de Omni Vereniging. De sportvelden worden omzoomd door een windsingel van bomen en struiken. De sportvelden zijn bereikbaar via Havenweg. Voor de vereniging was een parkeerplaats aan de noordzijde van Havenweg aanwezig. Deze parkeerplaats wordt momenteel deels als skateplek gebruik. Aan de zuidoostzijde ligt een pad dat geschikt is voor onderhoudsvoertuigen van de dijk en ijsbaan. Aan de noordzijde van de sportvelden ligt een bosje dat medio jaren 90 van de vorige eeuw is aangelegd. In het bosje kan worden gewandeld, er staan enkele bankjes en er is recent een avontuurlijke speelplek aan het water aangelegd. Het bosje bestaat uit diverse bomen en onderbegroeiing. Aan de oostzijde grenzen achtertuinen aan de sportvelden. Aan de westzijde ligt achter de groenwal een ijsbaan met verlichting en een agrarisch gebied. Vanaf de westzijde is zicht op de molen (Grote Molen) die als gemaal functioneert met daarachter werkgebied Hoorn 80. Aan de zuidzijde, vanuit de sportvelden gezien, ligt de Westfriese Omringdijk. Dit is een monumentale dijk met recreatieve waarde. Vanaf de dijk is zicht op het Markermeer en richting het noorden, op de polder Schellinkhout.

8

Recreatiebosje

Sportvelden Grote Molen

Schaatsbaan

Dorpsuitbreiding

Westfriese Omringdijk

Kerk

Markermeer

9

Geschiedenis van de plek

Lintbebouwing in Kleipolderlandschap

Voordat in de 13de eeuw de Westfriese Omringdijk werd aangelegd werd het landschap gekenmerkt door eilanden, meren en kreekruggen. Schellinkhout is op een van de hoger gelegen kreekruggen als lintdorp in een kleipolderlandschap ontstaan. Vanuit het lint is een oost-west verkaveling opgezet. Tot 1960 werd Westfriesland gekenmerkt voor linten met bebouwing en een weids en open agrarisch landschap. Vanaf 1960 zijn er langs enkele linten dorpsuitbreidingen ontstaan. Bij Schellinkhout heeft de eerste uitbreiding in de jaren 70 aan de westzijde van het lint, nabij

Dorpsuitbreiding 1970

de dijk, plaatsgevonden. Begin jaren 80 zijn de sportvelden aangelegd en medio jaren 90 is het recreatiebosje aan de noordzijde van de sportvelden aangeplant.

Huidige situatie met recreatiebosje en sportvelden

10

Fragment Leidraad Landschap en Cultuurhistorie (2018)

Karakteristiek Schellinkhout Het slingerende lint met de wisselende uitzichten is kenmerkend voor Schellinkhout. Op de Cultuurhistorische Waardenkaart staat het lint als een historisch stedenbouwkundige structuur met hoge waarde aangegeven. Aan het lint liggen enkele beeldbepalende stolpen en die deels als rijksmonument zijn bestempeld. De Westfriese Omringdijk is een provinciaal monument. Kenmerkend voor het oude lint is dat de bebouwing op dit lint is gericht. De nieuwbouw uit de jaren 70 en later heeft een eigen structuur. Een deel van de nieuwbouw is op de Westfriese Omringdijk gericht (en dus goed zichtbaar vanaf de dijk). Bebouwing aan het Dorpsuitbreiding direct achter de Westfriese Omringdijk

oude lint staat met de ‘achterkant’ naar het lint. De kavels worden veelal met bomen omringd wat het zicht op de bebouwing vanaf de Omringdijk beperkt. De bebouwing in Schellinkhout kan in twee categorieën worden verdeeld. Enerzijds wordt het oude lint gekenmerkt door agrarische bebouwing met enkele woongebouwen. De bebouwing verschilt in afmeting, bouwhoogte, kapvorm, materiaalgebruik en positie ten opzichte van de weg. De opbouw van merendeel van de bebouwing bestaat uit een bouwlaag met een (grote) kap. De bebouwing uit de jaren 70 wordt gekenmerkt door een hoge mate van repetitie, eenduidige materialisatie, hoge goten en horizontaliteit.

11

RELEVANTE BELEIDSDOCUMENTEN Voor het gebiedsontwikkeling van de voormalige sporten zijn

Provinciaal beleid: Provinciale Ruimtelijke Verordening (mei 2019)

uitgangspunten vastgelegd in beleidsdocumenten. Hieronder

In deze verordening is bepaald dat een bestemmingsplan uitsluitend

worden de belangrijkste weergegeven met een korte toelichting die

kan voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als deze ontwik-

betrekking heeft op de ontwikkeling in dit gebied.

keling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken. Deze regionale afspraken zijn gebaseerd op

Beleidsdocumenten

het Woonakkoord met de provincie.

Rijksbeleid: “Ladder Duurzame Verstedelijking’ Het Rijk heeft de Ladder ingevoerd als instrument voor efficiënt

Provinciale Leidraad voor Landschap en Cultuurhistorie (2018)

ruimtegebruik. Deze is van toepassing op woningbouwplannen (vanaf

De Leidraad is een provinciale handreiking voor het inpassen van

12 woningen) die worden aangemerkt als nieuwe stedelijke ontwik-

nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in het landschap, zoals bebouwing,

keling.

agrarische bedrijven, infrastructuur of vormen van energieopwekking. De provincie beoogt met deze Leidraad om samen met

Sinds 2018 wordt onderzocht waar in Schellinkhout mogelijkheden

bijvoorbeeld

zijn om op beperkte schaal nieuwe woningen te bouwen. Met het

gemeenten, ontwikkelaars en initiatiefnemers te werken aan het

beschikbaar komen van de huidige sportveldlocatie ontstaat er een

behouden en versterken van de kwaliteit van het landschap en de

nieuwe locatie om een woningbouwprogramma te realiseren.

cultuurhistorie.

De voorgestelde ontwikkeling op de sportveldlocatie in Schellinkhout

Strategie Klimaatadaptatie Westfriesland 2050

draagt bij aan het voorzien in de woningbouwbehoefte tot 2030. De

Omgevingsverordening PNH

toetsing aan de regionale kwantitatieve en kwalitatieve behoefte van

Alle zeven Westfriese gemeenteraden hebben in de periode februari/

het oude schetsplan, 46 woningen, heeft plaatsgevonden in 2019 en

maart 2021 een klimaatambitie met de bijbehorende strategie

het voldeed hier zonder meer aan. De aangewezen locatie valt onder

vastgesteld. De ambitie luidt: we zetten actief in op het meegroeien

bestaand stedelijk/dorps gebied. Het stedenbouwkundig plan bestaat

met klimaatverandering. Zo zijn we in 2050 evengoed beschermd

uit 61 woningen, waarvan minimaal 25% sociale huurwoningen, maar

als nu. De strategie om de ambitie te realiseren is, om tot 2050, bij

er worden ook goedkope koop-, middel- en duurkoop woningen

elke ingreep in de openbare ruimte, deze ruimte klimaatadapatief

gebouwd.

in te richten. We stellen dus geen apart programma op voor het organiseren van klimaatadaptatieve ingrepen, maar koppelen dit aan

12

geplande en toekomstige (ruimtelijke) opgaven en ingrepen. Inrichtingseisen/-toepassingen: -

Klimaatbestendige nieuwbouw: bestuurlijk in heel Noord-Holland Noord en Metropoolregio Amsterdam vastgesteld document met normen voor klimaatbestendige nieuwbouw

-

Inspiratieboek klimaatadaptatie en biodiversiteit West-Friesland: digitaal boek met voorbeelden van straatprofielen waar mogelijke maatregelen/toepassingen voor klimaatbestendige nieuwbouw zijn geprojecteerd, daarnaast 30 factsheets met het hoe, wat en waarom per maatregel.

Regionaal beleid: Afwegingskader wonen, regio Westfriesland Op grond van de Regionale Woonvisie heeft de regio onder andere een regionaal ‘afwegingskader wonen’ vastgesteld. Dit kader vormt de basis voor de kwalitatieve en kwantitatieve woningbouwprogrammering. Om een positieve regionale beoordeling te krijgen, moet het stedenbouwkundig plan sowieso voldoen aan de zogenaamde ‘Westfriese Basis’ en dient het stedenbouwkundig concept aan minimaal twee ambities van het ‘Westfries Vooruitdenken’ invulling te geven. Gemeentelijk beleid: lokale woonvisie In 2021 heeft de raad “Het Woonprogramma Drechterland” vastgesteld. Dit programma gaat over de periode 2021-2025. Uitgangspunten voor nieuwbouw in het woonprogramma zijn onder andere: bouwen voor effectieve vraag, bouwen voor eenpersoonshuishoudens (ouderen/starters), meer inbreiden en minder uitbreiden.

13

Rijksbeleid – Gemeentelijkbeleid: woondeal 2.0 Noord-Holland

Welstandsnota gemeente Drechterland (2011)

De Woondeal 2.0 Noord-Holland Noord is op 15-3-2023 getekend

Binnen de welstandsnota Drechterland 2011 zijn algemene criteria

door de wethouder Wonen namens het college van Drechterland.

aangegeven waar nieuwbouwplannen aan dienen te voldoen en

Op basis van deze woondeal heeft de regio en de gemeenten die

locatie specifieke eisen. De algemene criteria zijn ook voor deze

hier onderdeel van uitmaken o.a. een inspanningsverplichting om

locatie van toepassing en dit beeldkwaliteitsplan kan in die zin

tot een aandeel van 30% sociale huur in de totale voorraad en

gelezen worden als een uitwerking binnen die algemene criteria.

tot een aandeel van 65% betaalbaar in het nieuwbouwbouwprogramma te komen. Alleen in geval van een getekende intentieover-

Locatie specifiek valt de locatie onder Gebiedstype 9 – Sport- en

eenkomst, getekende anterieure overeenkomst of een vastgesteld

recreatiegebieden, wat geen maatgevende beeldkwaliteit levert voor

bestemmingsplan wordt er niet van gemeenten verwacht dat ze

dit specifieke plan.

bovenstaande inspanningsverplichtingen uit de woondeal meenemen in het betreffende project.

Bestemmingsplan In het bestemmingsplan ‘Drechterland Zuid’ heeft het perceel de

Omgevingsprogramma Bomen:

bestemming ‘Sport” en “Waarde-Archeologie 3”. Woningbouw is

In 2021 heeft de raad het Omgevingsprogramma Bomen vastgesteld.

hiermee in strijd.

Een van de uitgangspunten is meer ruimte bieden aan bomen, zowel qua groeiruimte als qua kroonbedekking 30% van de openbare

Om woningbouw mogelijk te maken is een wijziging van het

ruimte.

bestemmingsplan nodig. Hiervoor geldt de gebruikelijke ruimtelijke procedure. Het stedenbouwkundig plan laat de inrichting van de

Beheerparagraaf Biodiversiteit Drechterland: In de beheerparagraaf is de visie vastgesteld: “De groene buitenruimte is van belang voor het voortbestaan van flora en fauna. Ook in het openbaar groen is het nodig ruimte te bieden voor het versterken van de biodiversiteit. Met soortkeuze en beheermethoden gaan we bijdragen aan het versterken van de insectenpopulaties van bijvoorbeeld bijen, libellen en vlinders, want deze insecten zijn belangrijke indicatoren voor de kwaliteit van het gehele ecosysteem.” 14

openbare ruimte zien.

15

HET STEDENBOUWKUNDIG ONTWERP Legenda Plangebied Bestaand groen Nieuw groen Bestaand water Nieuw water Nieuwe weg (hoofdontsluiting) Erftoegangsweg Wandelpad naar dijk Wandel-fietspad naar Havenweg Pad naar agrarisch gebied

Havenweg

Parkeerplaatsen Uitgeefbaar gebied Nieuwbouw (schematisch) Bestaande bebouwing

IJsbaan

Westfriese Omringdijk Noord

16

10 meter

50 meter

Speelplek

Met de gebiedsontwikkeling wordt een hedendaagse dorpsuit-

Ruimtelijke structuur

breiding voorzien. In de ruimtelijke opzet wordt enerzijds aansluiting

De hoofdopzet volgt de rechtlijnigheid van het (voormalige) polder-

met de uitbreidingswijk uit de jaren 70 gezocht. Anderzijds wordt

landschap. Dit manifesteert zicht in drie oost-west straten. Vanuit

een relatie met de dijk en het westelijk gelegen open agrarisch

de midden en zuidelijke straat kan men de open polder inkijken.

landschap aangegaan. Qua bebouwing en architectuur wordt

Hiermee komt tevens de ijsbaan en de Grote Molen in beeld.

enerzijds aangesloten bij de kenmerken van de bebouwing langs het Een tweede belangrijke omgevingskwaliteit is de Westfriese

historische lint en anderzijds bij de bebouwing uit de jaren 70.

Omringdijk. Aan de voet van de dijk wordt een straat met voordeuren

Programma

voorgesteld.

Vanaf de eerste gesprekken over een ontwikkeling op de sportvelden is meegegeven uit te gaan van een divers woningaanbod waarmee

De dijk en de polder vormen belangrijke onderdelen voor de

een diversiteit aan doelgroepen kan worden bediend. In de proefver-

toekomstige adressering van de nieuwe bewoners.

kaveling is ruimte voor 61 woningen opgetekend. Deze zijn verdeeld in de volgende categorieën: -

15 sociale huur25%

-

13 goedkoop 21%

-

10 middel 16%

-

23 duur 38%

Ruimtelijke structuur

Polder Schellinkhout

Grote Molen

Westfriese Omringdijk

Martinuskerk

17

Gebiedsontsluiting

de Havenweg 19/19A. De centrale oost-westweg gaat over in een

Aan alle zijden van het ontwikkelgebied wordt aangesloten op

pad met halfopen bestrating die het mogelijk maakt om met een

wandelpaden. Hiermee wordt het gebied fijnmazig gekoppeld aan

landbouwvoertuig het agrarisch gebied in te rijden.

het dorp. Op allerlei manieren kan er een rondje worden gewandeld wat de interactie tussen de huidige en de toekomstige bewoners zal

Het parkeren vindt deels op eigen kavel plaats en deels langs de

stimuleren.

noord-zuidwegen. Hiermee zijn de geparkeerde auto’s nabij, maar domineren niet het beeld van de woonstraten.

Met de auto kan de toekomstige bewoner de Havenweg inrijden. In het nieuwe woongebied is er een structuur van drie parallelle

Het pad aan de zuidoostzijde van het gebied kan door calamiteiten-

wegen die worden gekoppeld door twee noord-zuidwegen. De

verkeer worden gebruikt.

westelijke noord-zuidweg sluit aan op de bestaande weg voorlangs

Wandelpaden in recreatiebosje

Havenweg

Havenweg Parkeren

Parkeren

Parkeren Bestaande wegen

Auto-ontsluiting in plangebied Wandelpad aan voet van de dijk

Wandelroute en calamiteiteningang

Westfriese Omringdijk

18

Wandelpad over de dijk

Voorbeeld wandelpad over dijk

Recreatiebosje met paden en plekken (op achtergrond bestaande tuinen en woningen)

19

Mogelijk profiel toekomstige dijk

Aanduiding doorsnede Profiel huidige dijk

Huidige dijksloot

Toekomstige dijksloot

5,00m Huidig profiel Westfriese Omringdijk

20

Ruimtereservering dijkverbreding

Straat

Uitgeefbaar gebied

6,00m Groenstrook

5,50m

2,50

Straat Trottoir

Uitgeefbaar gebied

5,00m

6,00-8,00

6,00-8,00m

Straat

Talud

Waterloop

21

Water en groen

In een luwe hoek bij de gebiedsentree wordt ruimte voor een

Omdat er verharding wordt toegevoegd moet er wateroppervlak

speelplek vrijgehouden. Vanuit deze plek kan direct naar de

worden toegevoegd. Dit volume wordt deels gerealiseerd door het

avontuurlijke speelplek in het noordelijke bosje worden gewandeld.

verbreden van bestaande waterlopen en deels door een groter

De speelplek is in eerste instantie bedoeld voor de jongste kinderen.

volume met overloopgebied aan de westzijde van het ontwikkel-

De plek zal worden ingericht in samenspraak met de toekomstige

gebied.

buurtbewoners.

De oevers langs de verbrede waterlopen worden onder een

Op de grens van voortuinen en straat worden hagen geplant. De

flauwe hoek aangelegd. Hiermee hoeven er geen beschoeiingen

parkeervakken worden door een haag omzoomd.

aangebracht te worden en is er meer ruimte voor een diversiteit aan flora en fauna. Langs de Havenweg en ten noorden van de weg, naast de huidige parkeerplaats, worden een aantal bomen weggehaald. Een deel van de -1,70NAP

-2,25NAP

bomen langs Havenweg hebben geen lange levensverwachting.

Recreatiebosje

Met de nieuwe ontwikkeling worden er veel bomen en struiken terug geplant. Het uitgangspunt daarbij is dat er een

Wateroverloopgebied Groene straat

grote diversiteit van inheemse soorten ontstaat waarmee een verbreding van de biodiversiteit kan ontstaan.

Haag rond parkeren Watervolume Haag op kavelgrens

-1,70NAP

22

Watergang met flauwe oevers

Inrichting openbare ruimte

gewandeld. Kabels en leidingen worden onder de straat gelegd (wat

Het uitgangspunt binnen de ontwikkeling is zo min mogelijk te

afwijkt van de gemeentelijke LIOR. Daarin wordt uitgegaan van ligging

hoeven verharden. Daarmee wordt maximaal ingezet op het

onder een trottoir). Bij de materiaalkeuze wordt ervanuit gegaan dat

‘vergroenen’. Een belangrijke basis wordt gevormd door de brede,

de rijloper in tweeën wordt gedeeld. Hiermee wordt het autoverkeer

flauwe oevers.

verleid om zo min mogelijk over de zone met de kabels en leidingen te rijden.

De straten in het gebied variëren in breedte. De noord- en zuidstraat worden 5 meter breed zonder trottoir. Dit is een erfachtige inrichting.

De rijloper in de middenstraat wordt 5,50 meter breed met aan

Het aantal verkeersbewegingen in deze straten is minimaal (alleen

de noordzijde een trottoir van 2,50 meter en aan de zuidzijde een

de direct aanwonenden) en daarom kan er op de straat worden

groenzone van 6,00 meter. De kabels en leidingen liggen hier onder het trottoir. Parkeren vindt in twee parkeerkoffers tussen de woningen en langs de noord-zuidstraten plaats. Op de kavels met vrijstaande en geschakelde woningen en kopwoningen van rijtjes wordt op de kavel geparkeerd. Voor het groen zal een specifiek groenplan worden gemaakt. Uitgangspunt bij het groenplan is het realiseren van een grote

Langs de buitenrand

diversiteit aan inheemse bomen, struiken en planten die bijdragen aan het verbreden van de biodiversiteit. Bij de keuze van bomen en struiken moet rekening worden gehouden met de hoogtes van de Groene binnenstraat

molenbiotoop zoals afgesproken met HHNK. Bij het materiaalgebruik wordt uitgegaan van klein bestratingsmateriaal. In de parkeervakken wordt de bestrating in een halfopen verband gelegd zodat hier ruimte ontstaat voor waterafvoer.

Flauwe oevers

23

Sociale huur 15 Goedkoop 13 Middel 10 Duur 23

Speelplek Havenweg Levensloopbestendig

Levensloopbestendig

IJsbaan

Westfriese Omringdijk Noord

24

10 meter

50 meter

Benedenbovenwoning

mix aan typologieën

REGELS VERKAVELING

REGELS BEBOUWING

Met de verkaveling wordt aangesloten op een dorpse sfeer. Dat

De toekomstige typologie sluit aan op drie gegevens uit de

houdt hier in dat er langs de straten een mix aan typologieën zal

omgeving. Ten eerste de historische bebouwing langs het lint.

staan. Dat is een ander beeld dan de oostelijk aansluitende jaren

Deze wordt gekenmerkt door een lage goot, groot dakvlak en

70 buurt. Daar zijn de straatbeelden meer eenduidig.

bakstenen. Een tweede aanknopingspunt is de nieuwbouw uit je jaren 70. Deze wordt gekenmerkt door het gebruik van

wisselende rooilijn

De gebouwen zullen ten

licht gekleurde bakstenen en een goot die varieert tussen de 3

opzichte van elkaar in een

en 5 meter (niet volledig over twee lagen). De derde richting-

wisselende rooilijn staan.

gevende factor is de molenbiotoop. Voor het borgen van een goed windvang is er aan de westzijde van het plan een maximale bouwhoogte van 6 meter.

Op de overgang tussen het openbaar en uitgeefbaar gebied haag en hekken

wordt een haag aangeplant. Deze haag heeft een maximale

In de nieuwbouw wordt aan bovengenoemde elementen

hoogte van 1 meter. Onderlinge erfscheidingen zullen bestaan

gerefereerd. Het levert daarmee een gevarieerd maar ook

uit natuurlijk materiaal en hebben een maximale hoogte van 2

samenhangend beeld op. Dit sluit in de basis aan bij een dorps

meter. De beplanting bestaat uit inheemse soorten en kent een

karakter.

mix om zo bij te dragen aan biodiversiteit. Eventuele hekken en

Impresie variatie gebouwtypen

gevarieerd en samenhangend beeld

poorten worden in donkere tinten uitgevoerd. De kaprichting in het westelijk

kaprichting

deel van het ontwikkelgebied ligt parallel aan de straat. Daarmee wordt de wind richting de Grote Molen minimaal gestremd. In het oostelijk deel kan her en der met de nokrichting worden afgeweken. 25

dak

rooilijn

REGELS VRIJSTAANDE WONING EN TWEE-ONDER-EEN-KAPWONING

REGELS KORT RIJTJE

-

Er is sprake van één eenduidig hoofdvolume.

krijgen een zadeldak of mansarde kap met een lage goot. In het

-

De dakhelling bedraagt minimaal 40 graden

dak kan met incidentele verhogingen van de goot, dakkapellen

-

Gebouwen hebben een schuin dak in de vorm van een zadel-

diversiteit worden gecreëerd. In de kopgevels worden ramen

dak /schilddak/mansarde of stolpdak.

aangebracht.

De woningen staan binnen de gegeven kaders op een wisse-

-

Er is sprake van één eenduidig hoofdvolume.

lende afstand van de weg.

-

De dakhelling bedraagt minimaal 40 graden

Onderlinge rooilijnen dienen minstens één meter te wisse-

-

Gebouwen hebben een schuin dak in de vorm van een zadel-

-

Afwisselend worden enkele korte rijtjes ontwikkeld. De woningen

len. voorgevel

-

dak /schilddak/mansarde of stolpdak.

De voorgevel is de voornaamste gevel, waarbij de entree in de voorgevel of zijgevel is gepositioneerd.

verbijzondering

-

Uitzonding hierop zijn de woningen bij de entree van de buurt (#). Hiervoor geldt dat zowel de gevel naar de straat als de gevel gericht op de entreeweg als een bijzondere gevel moet worden vormgegeven.

goothoogte

-

De goothoogte van de woning is maximaal 3,5 meter en de bouwhoogte maximaal 10 meter. #

26

dak

#

-

De goothoogte van de woning is maximaal 3,5 meter en de bouwhoogte maximaal 10 meter.

goothoogte

dak

goothoogte

REGELS LEVENSLOOPBESTENDIGE WONING

REGELS BIJGEBOUWEN

De levensloopbestendige woningen kenmerken zich door de

Bijgebouwen liggen zo veel mogelijk op het achtererf, zijn

grote footprint en beperkte opbouw.

mee-ontworpen in de architectuur en ondergeschikt aan het

-

Het gebouw wordt alzijdig vormgegeven.

hoofdgebouw.

-

Het dak kan worden vormgegeven als een (flauwe) kap of

-

een kubistische opbouw die duidelijk als losse opbouw kan

REGELS MATERIALISATIE

worden gelezen.

-

divers

eigentijds of modern.

De goothoogte van de woning is maximaal 3,5 meter en de bouwhoogte maximaal 6 meter.

De uitwerking van de architectuur van de woning is landelijk,

ondergeschikt

-

Kappen worden gedekt met antraciet pannen of leien.

kap antraciet

-

Zonnepanelen en installaties zijn geïntegreerd in de architec-

geïntegreerd

tuur. -

Gevels zijn opgetrokken in metselwerk in aarde tinten.

aarde tinten

-

Witte gevels in keim of stucwerk zijn incidenteel toegestaan.

incidenteel

-

De mix aan te gebruiken materialen is beperkt tot maximaal

max 3 materialen

drie soorten. -

Toepassing van betonpannen of kunststof gevelbekleding

niet toegestaan

zijn niet toegestaan. -

Hemelwaterafvoeren in zink.

hemelwaterafvoer

REGELS BENEDEN-BOVENWONING Dit zijn compacte woningen waarvan de woningen op begane grond direct worden ontsloten en de bovenwoningen via een goothoogte

trappenhuis zijn te bereiken. De goot ligt zo laag mogelijk, maar in ieder geval tussen de 3,50 en 5,50 meter. Maximale bouwhoogte 10 meter.

27

minimaal

REGELS OPENBARE RUIMTE

Bestrating

Een belangrijk vertrekpunt bij de uitwerking van het plan is het

De rijlopers worden van klein materiaal voorzien. De kleurstelling klein

zoeken naar natuurlijke oplossingen. Concreet is dat vertaald in

sluit aan bij de materialen die op de huidige Havenweg is

het minimaliseren van de openbare verharding en het aanleggen

gebruikt. Dit is een lichte, gemêleerde samenstelling.

kleur

van flauwe taluds. Hiermee ontstaat ruimte voor groen en water. De opsluitbanden krijgen een donkergrijze kleur. De band tussen grijs pilot

Het plangebied Schellinkhout is als pilot aangewezen om te

de rijloper en trottoir wordt 30 cm breed.

onderzoeken hoe optimaal aan het verbeteren van de biodiversiteit kan worden vormgegeven. In de uitwerking van het

Als overgang van de straat naar het flauwe talud wordt

groenplan (dat volgt op dit stedenbouwkundig plan) wordt

beplanting opgenomen om wildparkeerders te voorkoming.

beplanting

straten en op punten geen trottoir aanleggen wordt ruimte voor

Parkeervakken worden voorzien van waterdoorlatende

doorlatend

groen geborgd. Dit wijkt af van de gemeentelijke LIOR. Vanuit de

bestrating (halfopen bestratingspatroon). De parkeervakken

afdeling beheer is aangegeven dat met een ligging van kabels en

worden omzoomd door een haag van maximaal 1 meter hoog.

hieraan invulling gegeven. Met het aanleggen van smallere afwijken

leiding onder de rijloper (in plaats van het trottoir) er met extra kosten

beheerkosten rekening moet worden gehouden.

Verlichting De verlichtingsarmaturen sluiten aan bij de reeds gebruikte

zelfde

armaturen in de bestaande Havenstraat. Nabij het gemaal aan de zuidzijde van het plangebied wordt een energiekast voor openbare verlichting geplaatst. Deze wordt aangesloten op het circuit van de bestaande Havenweg. Bankjes en vuilnisbakken (bij het nieuwe speelplekje) worden samen met de buurtbewoners gekozen.

28

samen

Bruggen en duikers In het ontwikkelgebied worden vier nieuwe wandelbruggen typisch

aangelegd. Deze krijgen een typisch Noord-Hollands uiterlijk. De geprojecteerde brug nabij de bestaande avontuurlijke speelplek kan eventueel worden vervangen door een trek/vlotbrug. Onder de entreeweg worden twee duikers aangelegd.

29

Havenweg 1a-1b, Schellinkhout

Bijlage 3 Beeldkwalteitisplan Westfriese Omringdijk

37

Beeldkwaliteitsplan Westfriese Omringdijk CONCEPT

Colofon Status: concept Projectnummer 265126 Datum 07 mei 2009 Auteurs Berdie Olthof (Feddes/Olthof) Yoran van Boheemen (Feddes/Olthof) Helga Danner Maurits Hooiveld (Grontmij) Durk de Vries (Grontmij) Werkgroep provincie Noord-Holland Corine Meijer Gerke Veenboer Aafke van Nierop Hans van Helden Rianne Steggink

Contact Provincie Noord-Holland Directie Beleid, sector Cultuur & Cultuurhistorie Postbus 3007 | 2001 DA Haarlem T 023 - 514 53 75

Fotografie Provincie Noord-Holland

Grafische verzorging Thieme GrafiMedia Groep

2|

De Westfriese Omringdijk aan de oostzijde van Alkmaar.

Beeldkwaliteitsplan Westfriese Omringdijk Provincie Noord-Holland | 3

VOORWOORD P.M.

4|

INHOUD

6

| Inleiding

7

| 1

Een beeldkwaliteitsplan voor de Westfriese Omringdijk

7

| 1.1 Het doel van het beeldkwaliteitsplan

8

| 1.2 Status en doorwerking

8

| 1.3 Het beeldkwaliteitsplan in het beleid

8

| 1.4 Proces

8

| 1.5 Leeswijzer

9

| Analyse

10 | 2

De cultuurhistorische waarde van de Westfriese

Omringdijk

10 | 2.1 West-Friesland voor de dijk 11

| 2.2 De Westfriese Omringdijk wordt een ringdijk

12

| 2.3 De dynamiek van de Westfriese Omringdijk

15

| 2.4 Conclusies cultuurhistorische waarde

16

| 3

16

| 3.1 Onlosmakelijk met de omgeving verbonden

16

| 3.2 Concentrische vorm

16

| 3.3 Kralensnoer

18

| 3.4 Samengesteld karakter

18

| 3.5 Conclusies landschappelijke waarde

19

| 4

19

| 4.1 Ecologie

De landschappelijke waarde van de dijk

De functionele waarde van de dijk

20 | 4.2 Recreatie 21

| 4.3 Water

22

| 4.4 Mobiliteit

22

| 4.5 Wonen en werken

22

| 4.6 Conclusies functionele waarde

23

| 5

23

| 5.1 Ontwikkelingsbeeld Noord-Holland Noord

23

| 5.2 Structuurvisie Noord-Holland 2040

23

| 5.3 Beleidskader landschap en cultuurhistorie Noord-Holland

23

| 5.4 Monumentenverordening Noord-Holland 2005

23

| 5.5 Nota ‘Cultuur op de kaart 2009-2012’

24

| 5.6 Verordening Waterkering West-Nederland

24

| 5.7 Conclusies bestaand beleid

Het bestaande beleid voor de dijk

Beeldkwaliteitsplan Westfriese Omringdijk De provincie Noord-Holland | 5

26 | Visie 27

| 6

28 | 7

Vijf schaalniveaus Ontwerpprincipes per schaalniveau

29

| 7.1 Schaalniveau ‘eiland in Noord-Holland’

31

| 7.2 Schaalniveau ‘regionale schakel’

32

| 7.3 Schaalniveau van de dijk

34

| 7.4 Schaalnivau van de kralen

35

| 7.5 Schaalniveau van de materialen

36 | Uitwerking in deelgebieden 37

| 8

38 | 9 41

Trajecten Medemblik

| 10 IJsselmeerdijk

44 | 11 Enkhuizen 47 | 12 Markermeerdijk 50 | 13 Hoorn 53

| 14 Langs de boezem

56 | 15 Door de Schermer 59 | 16 Alkmaar 62 | 17 Langs het kanaal 65 | 18 Boven het landschap 68 | 19 Langs de Groetpolder 71

| 20 Wieringermeer

74

| 21 Aan de slag!

75 | Bijlagen: 76

| Bijlage 1: Ruimtelijke Ontwikkelingen

80 | Bijlage 2: Beleidskader

INHOUD

1 6|

INlEIDING

Tussen krabbendam en kolhorn is de Omringdijk een zeer herkenbaar element in het landschap.

Beeldkwaliteitsplan Westfriese Omringdijk Provincie Noord-Holland | 7

1 Een beeldkwaliteitsplan voor de Westfriese Omringdijk

De Westfriese Omringdijk is een tastbaar icoon van de Westfriese identiteit. Een identiteit die bepaald wordt door de verovering van het land op de zee, de pioniersmentaliteit van de bevolking, de Westfriese onafhankelijkheid in vroegere tijden en het kenmerkende landschap. Er bestaat een sterk ‘Wij’-gevoel binnen West-Friesland waar de Westfriese Omringdijk het symbool van is. De Westfriese Omringdijk is door de eeuwen heen opvallend goed in zijn oorspronkelijke profiel bewaard gebleven. Toch is de dijk altijd in beweging geweest. En er dienen zich nog altijd nieuwe ontwikkelingen aan die gevolgen kunnen hebben voor de dijk.

1.1 Het doel van het beeldkwaliteitsplan In de cultuurnota ‘Cultuur op de kaart 2009-2012’ is aangekondigd dat er de komende jaren integraal aandacht is voor de historische dijkstructuren van NoordHolland. In dat kader ontwikkelt de provincie voor de

Westfriese Omringdijk een integraal programma waarin de beleving van de dijk en het behoud door ontwikkeling centraal staan. Het beeldkwaliteitsplan voor de dijk is een belangrijk onderdeel van dit programma De Westfriese Omringdijk wordt door de provincie beschermd door zijn status als provinciaal monument. Hierbij wordt alleen het dijklichaam zelf beschermd. Het beleid van de provincie is om zijn monumenten te beschermen onder het motto ‘behoud door ontwikkeling’. Dit betekent dat nieuwe ontwikkelingen bijdragen aan het behoud en de versterking van de cultuurhistorische en landschappelijke waarde en het karakter van de Westfriese Omringdijk. In dit beeldkwaliteitsplan wordt de dijk benaderd als samenhangende structuur in relatie met zijn omgeving. De dijk wordt daarmee duidelijk in zijn context geplaatst. Het beeldkwaliteitsplan beschrijft de basisprincipes voor het behoud en de ontwikkeling van de ruimtelijke kwaliteit voor de 126 kilometer lange Westfriese Omringdijk. Daarin is voldoende ruimte gelaten voor

8|

gemeenten en andere overheden om daar een nader gewenste invulling aan te geven. Dit biedt de mogelijkheid om in overleg met de provincie tot maatwerk te komen voor ingrepen op, aan en rond de dijk, zowel als het gaat om concrete ontwerpopgaven als om de vertaling van dit beeldkwaliteitsplan naar de diverse (gemeentelijke) beleidsstukken. Hoewel dit beeldkwaliteitsplan is opgesteld vanuit de provincie is dit gebeurd in samenspraak met partijen, met name ook de gemeenten die verantwoordelijk zijn voor het lokale ruimtelijke beleid. Als provincie en gemeenten de uitgangspunten en doelstellingen van dit beeldkwaliteitsplan delen, is er een goede basis voor het gezamenlijk vormgeven aan ‘behoud door ontwikkeling’.

1.2 Status en doorwerking • Het beeldkwaliteitsplan dient voor de provincie op de eerste plaats als toetsingskader voor ontwikkelingen die het dijklichaam raken. Het beeldkwaliteitsplan vormt daarmee een uitgangspunt voor vergunningverlening op grond van de provinciale monumentenverordening en zal in deze verording worden doorvertaald. Daarnaast dient dit beeldkwaliteitsplan als kader voor de provincie om ruimtelijke ontwikkelingen op en rond de dijk te beoordelen. Richtlijnen die betrekking hebben op de ruimtelijke context van de dijk zullen worden opgenomen in de Structuurvisie Noord-Holland 2040. • Voor gemeenten vormt het input voor nieuwe inpassingsplannen, projectbesluiten, bestemmingsplannen en structuurvisies. Het moet dienen als inspiratie en stimulering om te sturen op ontwikkelingen en vooral ook om gemeenten en particulieren aan te moedigen om weloverwogen met plannen in de nabijheid van de dijk om te gaan en hieraan kwaliteit toe te voegen. • Het beeldkwaliteitsplan kan aanleiding zijn om aanvullend beleid op te stellen, zoals een beeldkwaliteitsplan op gemeentelijk niveau voor de Westfriese Omringdijk en zijn omgeving. Daarnaast dient het als inspiratie om naar aanleiding van de aanbevelingen en kansen vervolg-projecten op te stellen.

1.3 Het beeldkwaliteitsplan in het beleid Het beeldkwaliteitsplan is een instrument ten behoeve van de ruimtelijke kwaliteit. De provincie vraagt in het streekplan Ontwikkelingsbeeld Noord-Holland Noord een beeldkwali-teitsplan van gemeenten en andere partijen als een verplichte onderbouwing voor de ruimtelijke kwaliteit van nieuwe ontwikkelingen in het buitengebied. De inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening (per 1 juli 2008) brengt met zich mee dat het streekplan met de vaststelling van de structuur-visie zal

komen te vervallen. In de nieuwe structuurvisie zullen de inhoudelijke elementen van het beeldkwaliteitsplan worden voortgezet. Deze elementen zijn reeds benoemd in het Ontwikkelingsbeeld Noord-Holland Noord: • aandacht voor de ontwikkelingsgeschiedenis; • aansluiting bij de ordeningsprincipes van het landschap; • aansluiting bij de bebouwingskarakteristiek (architectuur, stedenbouw, openbare ruimte); • inpassing van het plangebied in de wijdere omgeving; • aandacht voor de bestaande kwaliteiten van het gebied en voor maatregelen om negatieve effecten op deze kwaliteiten op te heffen.

1.4 Proces Het beeldkwaliteitsplan voor de Westfriese Omringdijk is in verschillende fasen tot stand gekomen. Eerst is een landschappelijke en beleidsmatige studie naar de dijk gedaan die resulteerde in een eerste aanzet tot visievorming. Deze eerste resultaten zijn in een symposium op 18 maart 2009 aan een breed palet aan betrokkenen gepresenteerd. Ook is diezelfde dag in werkateliers input gevraagd om het plan de juiste inhoud en richting te geven. Vervolgens is verder gewerkt aan het completeren van het beeldkwaliteitsplan, door de visie verder uit te werken en door te vertalen in ontwerpprincipes en deeluitwerkingen. Met de betrokken gemeenten is op 12 mei 2009 in een beleidsbijeenkomst over de voorstellen gesproken. Daarnaast is het rapport op internet geplaatst zodat diverse betrokkenen eventuele opmerkingen kenbaar konden maken. De verwerking van al deze opmerkingen heeft geresulteerd in de uiteindelijke versie van het rapport.

1.5 Leeswijzer In dit hoofdstuk heeft u kunnen lezen wat het doel en de uitwerking van het beeldkwaliteitsplan is. In het volgende deel, de analyse, worden de cultuurhistorische waarde van de dijk, de landschappelijke waarde van de dijk, de functionele waarde van de dijk en het bestaande beleid voor de dijk besproken. De analyse levert een aantal conclusies op die bepalend is voor de visie op de beeldkwaliteit van de dijk. De visie is doorvertaald in ontwerpprincipes die een leidraad vormen hoe om te gaan met ontwikkelingen op, aan en rond de Westfriese Omringdijk. Tot slot is in het deel ’uitwerking in deelgebieden’ de visie op een twaalftal te onderscheiden dijktracés concreet gemaakt.

2

Beeldkwaliteitsplan Westfriese Omringdijk Provincie Noord-Holland | 9

ANAlYSE

De Omringdijk bij Oosterdijk aan het Ijsselmeer.

10 |

2 de cultuurhistorische waarde van de dijk De Westfriese Omringdijk is van grote cultuurhistorische waarde. Behoud en versterking van deze waarde is een belangrijk uitgangspunt van het beeldkwaliteitsplan. In dit hoofdstuk wordt aan de hand van de ontstaansgeschiedenis van de dijk en zijn relatie met de Westfriese cultuur de cultuurhistorische waarde beschreven.

0 tot 800 n. Chr. Aan het begin van de jaartelling vormen het huidige Noord-Holland en Friesland nog een aaneengesloten gebied. De Romeinen noemen de Germaanse stam die hier leeft Frisii. Deze stam werd berucht nadat ze in 28 n.Chr. het Romeinse fort Flevum (het huidige Velsen) aanvielen en de Romeinen gevoelige verliezen toebrachten. Na de val van het Romeinse rijk ontvolkte het gebied, mede door de grote volksverhuizing. In de vijfde eeuw ontwikkelde de nieuwe bevolking van deze gebieden zich tot een volk van zeevaarders. Zij vormden Frisia, een territorium dat zich op zijn hoogtepunt uitstrekt van Zeeland tot Denemarken. Door stormvloeden en het wegslaan van het veen ontstond rondom de 12de eeuw het Almere (de latere Zuiderzee) en werd West-Frisia gescheiden van de overige Friese gebieden.

800-1200 n. Chr. Door de bevolkingsgroei ontstond er behoefte aan meer land voor huisvesting en voedselteelt. Men begon het veen te ontwateren en te ontginnen, waardoor het maaiveld daalde. Daarnaast begon het land af te kalven door de toenemende invloed van de Zuiderzee. Veenrivieren groeiden uit tot grote meren. Een voorbeeld hiervan is het Alkmaardermeer, het enige grote meer boven het IJ dat is ontstaan in deze periode en niet is drooggelegd. West-Friesland in de middeleeuwen met daarin geprojecteerd de kreekrug.

2.1 West-Friesland voor de dijk 3000 v. Chr. tot 0 West-Friesland dankt zijn specifieke bodemgesteldheid en langgerekte vorm aan het zeegat van Bergen. Hier is de zee door de strandwallen geslagen en oefende invloed uit op het achterliggende getijdensysteem. Langs de smallere geulen zijn rond 3000 v. Chr. de eerste nederzettingen gesticht. Hierdoor zijn in het gebied veel unieke vindplaatsen en heeft het gebied een hoge archeologische waarde. Doordat de stroming van de zee zand aanvoerde, sloot het zeegat bij Bergen zich uiteindelijk rond 900 v. Chr. Het achterliggende krekensysteem verlandde door de slechte afwatering. De klei klonk in waardoor de voormalige kreken, die een zandige ondergrond hadden, de hoogste delen in het landschap werden. Deze hoge delen boden een goede basis voor bebouwing en zijn nog steeds waar te nemen in het landschap.

In het noorden werd al het veen weggeslagen, waardoor West-Friesland ook aan de noordzijde aan het open water van de Zuiderzee kwam te liggen. Omdat in dezelfde tijd de zeespiegel steeg en het aantal stormvloeden toenam, werd het na het jaar 1000 n. Chr. noodzakelijk dijken op te werpen tegen het water. De eerste bedijkingen werden met klei of veen opgeworpen. De kracht van het water werd gebroken door een breed voorland. Door de opkomst van de landbouw en het verlies van Friese gebieden aan de oprukkende Franken, nam de zeevaart van de Friese bevolking af. Hierdoor ging waarschijnlijk ook de binding tussen West-Friesland en de overige Friese gebieden verloren en ontstond een eigen Westfriese cultuur. Onder het Frankische bewind ontstond in het kustgebied rond de tiende eeuw de Hollandse cultuur. In het gebied van West-Friesland bleef echter de Westfriese cultuur in stand. Er ontstond een langdurig conflict tussen de Hollanders en de West-Friezen.

Beeldkwaliteitsplan Westfriese Omringdijk Provincie Noord-Holland | 11

2.2 De Westfriese Omringdijk wordt een ringdijk Rond 1200 was Noord-Holland door de invloed van wind en water een eilandenrijk geworden. Het huidige WestFriesland was aan bijna alle zijden omringd door het water van de Zuiderzee en de alsmaar groter wordende meren.

De Westfriese Omringdijk is de enige ringdijk uit deze tijd die nog nagenoeg intact is. De dijk had veel te verduren door de vele stormvloeden. Het voorland werd weggeslagen waardoor het kale dijklichaam beschermd moest worden. Men deed dit vanaf het einde van de dertiende eeuw met een zogenaamde wierriem; een dijkversterking van wierzoden. In eerste instantie werd het wier op zijn plaats gehouden met een rij zware palen vlak voor de wierriem. De ringdijk vormde één van de weinige goed begaanbare verbindingen in het gebied. In de loop der tijd ontstonden nederzettingen langs deze ‘ringweg’. Steden langs de dijk, zoals Hoorn, Enkhuizen en Medemblik zijn zo ontstaan. Van oorsprong was de dijk geheel berijdbaar. Op het grootste deel van de dijk ligt nog steeds een weg op de kruin, meestal voor al het verkeer, soms enkel voor fietsers of wandelaars. Slechts op enkele dijkvakken ligt geen weg, hier bestaat de kruin uit gras.

De ringdijk rondom West-Friesland in de tweede helft van de 13e eeuw.

De eilanden bestonden uit veenontginningen die men tegen het water moest beschermen met dijken. Rondom West-Friesland vormden deze dijken rondom de tweede helft van de 13e eeuw één geheel; de Westfriese Omringdijk.

12 |

2.3 De dynamiek van de Westfriese Omringdijk 1200 tot 1700 n.Chr. De vorm van de dijk is altijd in beweging geweest. Dat was al zo voordat de dijk een gesloten ringdijk was, maar ook erna. Er werd land opgegeven en teruggewonnen, waardoor de vorm van de dijk werd bepaald door de dijkdoorbraken, inlaagdijken en nieuwe dijktracés. De wielen en kleiputten langs de dijk zijn hier nog getuigen van. In het gebied liggen nog veel restanten van oude dijktrajecten.

Aan de dijk werden zes dwangburchten gebouwd door de Hollandse Graaf Floris V. Na zijn definitieve overwinning op het Westfriese volk moest de bouw van deze kastelen nieuwe opstanden voorkomen. Voorbeelden zijn kasteel Nuwendoorn bij Krabbendam en kasteel Radboud in Medemblik. Na de 13e eeuw vervangt het Hollands het Fries als taal in Noord-Holland. Vanaf het einde van de 16e eeuw werden de meeste meren binnen en buiten de Westfriese Omringdijk drooggelegd. Rondom het Zijpebekken werden de eerste delen van de Zuiderzee bedijkt. Dit gebeurde deels uit veiligheidsoverwegingen, maar hoofdzakelijk uit winstbejag. De dijk verloor hier zijn waterkerende functie en zijn omgeving veranderde. Verschillende aanliggende steden en ambachtsbesturen plaatsten hun galgen op de dijk. Dit mede om het stelen van dijkmateriaal te ontmoedigen. De galgenplaatsen en knekelputten langs de dijk getuigen hier nog van. De zeevaart richting Indonesië nam een grote vlucht met de oprichting van de VOC. Dit maakte de aan de Zuiderzee gelegen steden Medemblik, Enkhuizen en Hoorn tot belangrijke handelssteden met grote havens. De steden breidden zich zowel landinwaarts als buitendijks uit. De Westfriese Omringdijk, die oorspronkelijk vaak de begrenzing tussen de stad en het water vormde, werd steeds meer opgenomen in het stedelijke weefsel.

Inpolderingen en droogmakerijen rondom West-Friesland in de 17e eeuw.

In 1732 kwam de paalworm met de zeevaarders uit WestIndië mee en werd al het houtwerk van de dijk aangevreten. Het wier werd vervolgens op zijn plaats gehouden met zwerfkeien. Deze waren eerst afkomstig van de hunebedden uit Drenthe, later werden uit Duitsland en Scandinavië de zogenaamde ‘Noordse stenen’ geïmporteerd.

Inlaagdijk Inlaagdijken zijn dijken die achter de hoofddijk werden aangelegd wanneer deze zijn waterkerende functie niet meer kon vervullen. Wanneer de hoofddijk doorbrak en men geen kans zag deze te herstellen, werd een deel van het land opgegeven en werd de inlaagdijk de primaire waterkering. Hierdoor ontstonden er grote bochten en kenmerkende scherpe hoeken in het verloop van de dijk. Vanaf Kolhorn tot Alkmaar is de Omringdijk in principe een grote inlaagdijk.

Beeldkwaliteitsplan Westfriese Omringdijk Provincie Noord-Holland | 13

1800 n. Chr - heden Vanaf de tweede helft van de negentiende eeuw werd de wierriem vervangen door een dijkverdediging die duurzamer bleek: een glooiend buitentalud van aarde, belegd met zwerfkeien.

Het grotere Noord-Holland vroeg om een grootschaliger netwerk van infrastructuur. Tussen 1819 en 1824 werd het Noordhollandsch Kanaal aangelegd. Als onderdeel van dit kanaal werd de Koedijkervaart langs de Omringdijk uitgediept en verbreed. In de 19e eeuw werd de spoorlijn Alkmaar-Den Helder (1865) aangelegd en begin 20e eeuw het kanaal Omval-Kolhorn en het kanaal SchagenStolpen (1936). Daarnaast zijn diverse wegen aangelegd, waarvan de rijksweg A7 de grootste ruimtelijke gevolgen had. Op een aantal plaatsen heeft de oorspronkelijke dijkweg zich tot provinciale weg ontwikkeld. Nieuwe verbindingen worden dwars op de dijkstructuur aangelegd en doorsnijden hem op vele plaatsen. Daarnaast neemt de rol van de dijk als belangrijkste route in de regio af. Ondanks de vele ontwikkelingen in het oude en nieuwe land wordt tot ver in de 19e eeuw altijd een afstand van 200 meter tot de dijk aangehouden waarop niet gebouwd wordt. Dit in verband met de stabiliteit van het dijklichaam. Ook werd binnendijks deze afstand gereserveerd om aarde te halen voor eventueel dijkherstel. Hierdoor ligt de dijk op veel plaatsen nog vrij in het landschap.

Inpolderingen en droogmakerijen rondom West-Friesland in de 20e eeuw.

In de 19e en 20e eeuw werd de zee ten noorden van WestFriesland ingepolderd met de aandijkingen Groetpolder, Anna Paulownapolder en de Wieringermeer. Het oude land van West-Friesland is nu aan drie zijden omsloten door ‘nieuw land’.

Grootschalige infra kruist de dijk.

Door de aanleg van de Afsluitdijk ontstaat het IJsselmeer en door de aanleg van de Houtribdijk ontstaat het Markermeer. De invloed van de zee op West-Friesland is definitief over. Oorspronkelijk was het plan om de Markermeer in te polderen, als onderdeel van de Zuiderzeewerken. In 2003 wordt hier definitief van af gezien. De primaire waterkerende functie van de dijk zal hierdoor in de toekomst langs het IJsselmeer en de Markermeer gehandhaafd blijven.

14 |

Wielen

Wielen (ook wel bekend als braken) zijn het gevolg van een dijkdoorbraak. Het water heeft hier een rond gat geslagen. De dijk werd vervolgens op de meest goedkope manier

hersteld, namelijk door de nieuwe dijk om de wielen heen te leggen. Hierdoor is de dijk erg grillig geworden.

Kleiputten

Bij de inlaagdijken zijn bij dijkonderhoud en -herstel kleiputten ontstaan. Aangezien het vervoer van grond destijds problematisch en duur was, diende de grond voor

het dijkherstel “ter naaster plaatse en minster schade” gehaald te worden. De gegraven putten zijn rechthoekig van vorm.

Beeldkwaliteitsplan Westfriese Omringdijk Provincie Noord-Holland | 15

2.4 Conclusies cultuurhistorische waarde De Westfriese Omringdijk heeft een lange ontstaansgeschiedenis, maar heeft de tijd doorstaan en is nog steeds een herkenbaar element in West-Friesland. Grotendeels is dit te danken doordat de dijk altijd verschillende functies heeft vervuld en nog steeds vervult, zoals de waterkerende functie en de verbindende functie door de weg die van oudsher op de dijk ligt. Door zijn gaafheid is de cultuurhistorische waarde van de dijk hoog. Deze waarde kan aan de hand van de ontstaansgeschiedenis als volgt gedefinieerd worden:

Leesbaarheid De Westfriese Omringdijk is nog steeds herkenbaar als ringdijk in het landschap. Door de grote samenhang met de omgeving vertelt de dijk de ontstaansgeschiedenis van dit landschap; de strijd tegen het water is nog altijd voelbaar, zeker waar weidse ver-gezichten zijn over het open water van IJsselmeer en Markermeer. De dijk ligt op veel plaatsen nog vrij in het landschap, doordat er van oudsher 200 meter vrije ruimte binnendijks gereserveerd werd. De dijk vormt een verbindend element langs de verschillende fasen van ontginning en drooglegging van Noord-Holland vanuit het oude Westfriese land.

Ten slotte is de dijk ook een dynamisch element en dankt daaraan zijn vorm. Een rode draad in de ontstaansgeschiedenis is de permanente verbouwing: delen zijn versterkt en delen zijn verlegd. De dijk is als het ware een Westfriese variant van de Sagrada Familia. De onderdelen van deze geschiedenis zijn nog steeds herkenbaar in het landschap aanwezig.

Symboliek Bovendien heeft de dijk een belangrijke emotionele waarde. De dijk leeft in de harten van de West-Friezen. Binnen de omringdijk koesteren de West-Friezen hun eigen cultuur, hun dialect, hun tradities en geschiedenis. De dijk is daarom een belangrijk symbool voor de Westfriese identiteit.

Archeologie Het dijklichaam is een archeologische schatkamer. In het dijkprofiel zijn sporen aanwezig van de dynamiek van de dijk, zoals resten van aarden-, wieren steen-bekleding. Daarnaast verbergt de dijk nog andere sporen van het verleden, variërend van scheepsresten, opgeheven sluisjes tot dode dijkwerkers.

16 |

3 De landschappelijke waarde van de dijk

Bij Andijk aan het IJsselmeer.

In samenhang met de cultuurhistorische waarde heeft de Westfriese Omringdijk ook grote landschappelijke waarde. Deze waarde wordt in dit hoofdstuk aan de hand vier typeringen beschreven.

3.1 Onlosmakelijk met de omgeving verbonden De Westfriese Omringdijk is onlosmakelijk verbonden met de omgeving. Vanuit de cultuurhistorie, omdat het cultuurlandschap en het open water zijn ontstaansgeschiedenis vertellen, maar ook fysiek. Door zijn profiel is de dijk op veel plaatsen zeer aanwezig in het landschap. Vanaf de dijk is er vaak weids zicht op het landschap en vanuit de omgeving is de dijk vaak goed zichtbaar.

Voorland ten zuiden van Enkhuizen.

3.2 Concentrische vorm De Westfriese Omringdijk is een concentrisch element, doordat het van oorsprong het oude eiland omsloot. Lange zichtlijnen over de droogmakerijen en het contact met het water geven nog steeds dit eilandgevoel. Ondanks alle dijkaanpassingen is de ringvorm steeds intact gebleven. De dijk vormt daardoor een landschappelijke ring tussen verschillende landschapstypen en een schakel op regionaal niveau.

3.3 Kralensnoer De Westfriese Omringdijk is een ruimtelijk kralensnoer. De dijk is het snoer en de vele aan de dijk gerelateerde elementen zijn de kralen. Voorbeelden van kralen zijn kleiputten, wielen en inlaaglanden, maar ook beschermde stadsgezichten, kapelletjes en galgenplekken.

Beeldkwaliteitsplan Westfriese Omringdijk Provincie Noord-Holland | 17

18 |

3.4 Samengesteld karakter De Westfriese Omringdijk heeft een samengesteld karakter. Er zijn grote verschillen tussen delen van de dijk, zowel in het dwarsprofiel als in het lengteprofiel. Zo heeft de dijk in de omgeving van Schagen een sculpturale vorm met sterke bochten, steile hellingen en scherpe grenzen naar het aangrenzende land. Op andere delen heeft het lengteprofiel een hoekig verloop, door de aanleg van inlaagdijken en zijn de taluds veel flauwer. Ook liggen delen van de dijk in een stedelijke omgeving; soms opgenomen in een historisch stratenpatroon, soms als onderdeel van groenzones.

De verschillen in de dijk geven waarde en identiteit aan de verschillende dijktrajecten. Deze trajecten zijn gebaseerd op de verschijningsvorm van de dijk zelf en de karakteristieken van de aangrenzende landschappen. Naast de continuïteit van het dijkprofiel is ook de herkenbaarheid van deze verschillende dijktrajecten van belang. In de dijk zijn 12 trajecten te herkennen; 8 in het landelijke gebied en 4 in stedelijk gebied. In de uitwerking in deelgebieden worden deze trajecten verder toegelicht.

Trajecten 8 landelijke trajecten: IJsselmeerdijk, Markermeerdijk, Langs de boezem, Door de Schermer, Langs het kanaal, Boven het landschap, Langs de Groetpolder, Rand Wieringermeer. 4 stedelijke trajecten: Medemblik, Enkhuizen, Hoorn en Alkmaar. De trajecten worden verder toegelicht in de hoofdstukken 9 t/m 20 in de uitwerking in deelgebieden.

3.5 Conclusies landschappelijke waarde De beleving van de landschappelijke waarde wordt bepaald door een aantal ruimtelijke karakteristieken: • de openheid rondom de dijk; • zicht van en naar de dijk; • de continuïteit van het dijkprofiel; • de relatie tussen de dijk en zijn kralen; • de afwisseling van de kralen; • de herkenbaarheid van de verschillende dijktracés.

Beeldkwaliteitsplan Westfriese Omringdijk Provincie Noord-Holland | 19

4 De functionele waarde van de dijk

Rietzone gezien vanaf de Slingerdijk ten oosten van Alkmaar.

De verschillende functies die de dijk in de loop der tijd heeft gehad, zijn de reden dat de dijk nog steeds zo goed intact is. Vandaag de dag vervult de dijk nog steeds meerdere functies. Deze functies brengen echter ook nieuwe ontwikkelingen met zich mee, die gevolgen hebben voor het dijkprofiel. In dit hoofdstuk beschrijven we deze functies, hun (verwachte) ontwikkeling 1) en de impact daarvan op de dijk en zijn omgeving.

4.1 Ecologie De Westfriese Omringdijk is een verbindend element voor de ecologie. De dijk vormt een schakel voor verschillende natuurgebieden die binnen- en buitendijks zijn ontwikkeld. Deze natuurgebieden bestaan uit (nat) grasland of natte natuur, zoals riet en moerasvegetatie. Meestal zijn het integraal ontwikkelde gebieden met een functie voor recreatie of waterberging.

1) Voor een toelichting op de waterkerende functie van de dijk wordt verwezen naar de Legger en de Keur van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier.

De Omringdijk geprojecteerd op een kaart met de Ecologische Hoofdstructuur en Natura 2000 gebieden.

De geïsoleerde ligging van vele kleine gebieden maakt de natuur in West-Friesland kwetsbaar voor versnippering. Riet en nat schraalgrasland zijn daarom erg belangrijk. De dijk kan hier als regionale verbinding een rol in spelen.

20 |

4.2 Recreatie De bijzondere cultuurhistorische en landschappelijke waarde van de Westfriese Omringdijk maken de weg op de dijk tot een aantrekkelijk onderdeel van het recreatieve netwerk. Het vergroten van de recreatieve functie is van belang voor de beleving van de dijk en zijn omgeving. De toenemende recreatie vraagt om nieuwe infrastructuur en aansluitingen (fiets- en wandelpaden, parkeerplaatsen) en nieuwe recreatieve voorzieningen (vakantiewoningen, clubhuizen). Dit vergroot de toegankelijkheid

Buitendijks recreatiegebied bij Wervershoof.

van de dijk, maar kan zijn oorspronkelijke profiel aantasten. Daarnaast is er een toename van recreatieterreinen en verblijfsvoorzieningen die zich in de nabijheid van de dijk bevinden. Zij bieden kansen de functionele relatie met de dijk te vergroten. Wel kunnen zij de beleving van de dijk beïnvloeden. Een voorbeeld is de opgaande beplanting van recreatieterreinen op voorlanden in het IJssel- en Markermeer die het contact tussen water en dijk belemmeren.

Beeldkwaliteitsplan Westfriese Omringdijk Provincie Noord-Holland | 21

4.3 Water De Westfriese Omringdijk is van oorsprong aangelegd om West-Friesland tegen het water te beschermen. Aan de oostzijde is de dijk nog steeds een primaire waterkering en beschermt het land tegen het water van het IJssel- en Markermeer. Ook langs de Wieringermeer is de dijk een primaire waterkering en een tweede waterkering tegen het water van het IJsselmeer. Langs de zuidelijke trajecten is de dijk een tweede waterkering tegen het water van de Markermeer en een boezemwaterkering voor het water van de droogmakerijen. Door de waterkerende functie behoudt de dijk hier zijn sterke karakteristiek als begrenzing tussen water en land. Langs de trajecten Boven het landschap en Langs de Groetpolder heeft de dijk geen waterkerende functie meer. Langs het Markermeer en in de toekomst langs het IJsselmeer wordt de waterkerende functie versterkt door middel van dijkversterking. Dit kan effect hebben op het profiel van de dijk en de bestaande dijkbekleding van zwerfkeien.

Dijkversterking tussen Enkhuizen en Hoorn.

22 |

4.4 Mobiliteit De Westfriese Omringdijk maakt deel uit van de infrastructuur van West-Friesland. Dat de dijk de tand des tijds heeft doorstaan, komt mede doordat hij nog steeds functioneert als bewoningsas en onderdeel is van de infrastructuur van West-Friesland. Deze functie is dan ook belangrijk voor de toekomst van de dijk.

Bij ontwikkelingen binnen de verschillende stedelijke trajecten Medemblik, Enkhuizen, Hoorn en Alkmaar is ter plaatse van het oorspronkelijke dijktracé geen consequente aanpak voor de omgang met het oorspronkelijke tracé van de dijk.

Aan de andere kant vraagt de infrastructuur veel van de dijk. Het huidige netwerk van wegen, spoor en watergangen hebben de dijk op veel plaatsen al doorsneden. En nog steeds dienen zich nieuwe aanvragen aan voor aansluitingen en doorsnijdingen. Ook neemt de verkeersdruk in het gebied nog steeds toe, wat om een opwaardering van het wegennet vraagt. Om deze reden is het nodig de provinciale wegen langs de dijk te verbreden. Dit zal ten koste gaan van het dijkprofiel. Daarnaast heeft de toename van zwaar verkeer verzakking van het talud tot gevolg.

Doorsnijding van de dijk bij de Wieringermeer.

4.5 Wonen en werken De Omringdijk is altijd al een bewoningsas geweest en verschillende steden en woonkernen hebben zich dankzij de dijk ontwikkeld. Bebouwing vond hierbij, zeker in het buitengebied, vaak plaats aan de voet van de dijk.

De N242 doorsnijdt de dijk bij Winkel.

De huidige trends voor wonen en werken zijn vooral gericht op kleinschaligheid en spelen binnen bestaande stedelijke structuren. Bij de meer grootschalige rode ontwikkelingen die reeds in uitvoering zijn, blijkt de bebouwing op gepaste afstand van de dijk te liggen. Op een aantal plaatsen wordt bij nieuwbouw de grond opgehoogd tot aan de kruin van de dijk. Hierdoor verdwijnt het binnentalud en wordt de dijk als zodanig onherkenbaar. Opgehoogde kavel aan de dijk bij Oudendijk.

4.6 Conclusies functionele waarde De Westfriese Omringdijk verenigt vele functies. Mede dankzij deze functies is de dijk door de eeuwen heen zo goed intact gebleven. In eerste instantie heeft de dijk een waterhuishoudkundige functie, van oudsher gecombineerd met een ontsluitingsfunctie.

Tegenwoordig speelt de dijk ook een hoofdrol in het recreatieve netwerk en verbindt het een reeks van natte natuurterreinen langs de dijk. Het multifunctionele karakter van de dijk vraagt om een goede afstemming van de verschillende functies. Nieuwe ontwikkelingen vragen hun plaats op en rondom de dijk, maar mogen de cultuurhistorische waarde van de dijk niet aantasten.

Beeldkwaliteitsplan Westfriese Omringdijk Provincie Noord-Holland | 23

5 Het bestaande beleid voor de dijk Vanuit het bestaande beleid kan een concrete opgave voor de dijk worden geformuleerd waar het beeldkwaliteitsplan antwoord op moet geven. Dit hoofdstuk geeft een globaal beeld van dit beleidskader. Het beleid op het niveau van Europa en het Rijk beschrijft grotendeels de doelen die op provinciaal niveau concreter worden beschreven. Daarnaast is het ruimtelijke beleid van de gemeenten, maar zelden een meer concrete uitwerking. Dit hoofdstuk richt zich daarom op het provinciale beleid om de ruimtelijke opgaven voor de Westfriese Omringdijk te formuleren.

5.1 Ontwikkelingsbeeld Noord-Holland Noord De cultuurhistorische waarde van Westfriese Omringdijk wordt benoemd in het Streekplan Ontwikkelingsbeeld NoordHolland Noord. De dijk wordt hierin aangeduid als drager van de cultuurhistorische basisstructuur die moet worden behouden door ontwikkeling. In het stuk worden verder uitsluitingsgebieden aangegeven waarbinnen geen ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk zijn. Ook zijn zoekgebieden benoemd waarin voorwaarden aan ruimtelijke ontwikkelingen worden gesteld (bijvoorbeeld het opstellen van een beeldkwaliteitsplan). Langs de dijk liggen veel uitsluitingsgebieden.

5.2 Structuurvisie Noord-Holland 2040 In december 2009 zal de Structuurvisie Noord-Holland 2040 worden vastgesteld. In de structuurvisie, waarin de ruimtelijke ambities van de Provincie Noord-Holland tot 2040 zijn beschreven, is ruimtelijke kwaliteit als hoofdbelang benoemd. Hierbij staat het behouden en benutten van de verschillende Noord-Hollandse landschappen centraal. De Westfriese Omringdijk is één van de meest kenmerkende historische structuurlijnen van NoordHolland. De provincie vindt het belangrijk dat de landschappelijke en cultuurhistorische waarden de basis vormen voor ruimtelijke ontwikkelingen in het landelijk gebied, zodat deze waarden voor toekomstige generaties behouden blijven en als maat en inspiratie dienen. Dit beeldkwaliteitsplan is één van de manieren waarop de provincie deze manier van omgaan met de Westfriese Omringdijk stimuleert.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14426385/1