B3 Toelichting Hemmerbuurt 19a (2024-23)
Tekst van het document
Hoofdstuk 6
Wateraspecten
6.1
Vigerend beleid
6.1.1
Europees beleid
De Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) is op 22 december 2000 in werking getreden en is bedoeld om in alle Europese wateren de waterkwaliteit chemisch en ecologisch verder te verbeteren. De Kaderrichtlijn Water omvat regelgeving ter bescherming van het binnenlandse oppervlaktewater, overgangswateren (waaronder estuaria worden verstaan), kustwateren en grondwater. Voor het uitwerken van de doelstellingen worden er op (deel)stroomgebied plannen opgesteld. In deze (deel)stroomgebiedbeheersplannen staan de ambities en maatregelen beschreven voor de verschillende (deel)stroomgebieden. Met name de ecologische ambities worden op het niveau van de deelstroomgebieden bepaald. 6.1.2
Rijksbeleid
Het Rijksbeleid op het gebied van het waterbeheer is vastgelegd in het Nationaal Water Programma 2022-2027 (vastgesteld 18 maart 2022). Dit document geeft een overzicht van de ontwikkelingen binnen het waterdomein en legt nieuw ontwikkeld beleid vast. Het belangrijkste uitgangspunt is het werken aan schoon, veilig en voldoende water dat klimaatadaptief en toekomstbestendig is. Ook is er aandacht voor de raakvlakken van water met andere sectoren. De doorwerking van de beleidsambities/uitgangspunten naar lagere overheden is geregeld in het Bestuursakkoord Water (2011) en de Waterwet (2009). In relatie tot de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) wordt de doorwerking geregeld in de Omgevingswet. 6.1.3
Provinciaal beleid
De Watervisie 2021 bevat het waterbeleid van de provincie Noord-Holland. In de Watervisie 2021 worden kaders gesteld voor wateropgaven in Noord-Holland. Dit is gedaan op basis van de thema's veilig en schoon & voldoende. In het waterveiligheidsbeleid wordt landelijk een overstap naar een risicobenadering, waarbij ook het effect van een overstroming op het achterland wordt meegewogen. Met de waterpartners zorgt de provincie voor veilige dijken en keringen en met het waterrobuust inrichten van de omgeving en goede evacuatiemogelijkheden wordt het effect van een eventuele overstroming beperkt. Schoon en voldoende water is onmisbaar voor een gezonde, productieve en aangename leefomgeving en een soortenrijke natuur. De provincie zorgt ervoor dat het grond- en oppervlaktewater duurzaam kan worden gebruikt en dat voorraden zorgvuldig worden beheerd, zonder uitputting of verontreiniging. Diepe, watervoerende lagen kunnen worden gebruikt voor energieopslag. 6.1.4
Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier
Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier heeft samen met haar partners haar waterbeleid op lange termijn (Deltavisie) en op middellange termijn (Waterprogramma 2016-2021) opgesteld. In het Waterprogramma 2016-2021 (voorheen waterbeheersplan) zijn de programma's en beheerstaken van het hoogheemraadschap opgenomen met de programmering en uitvoering van het waterbeheer. Het programma is nodig om het beheersgebied klimaatbestendig te maken, toegespitst op de thema's waterveiligheid, wateroverlast, watertekort, schoon en gezond water en crisisbeheersing. Door het veranderende klimaat wordt het waterbeheer steeds complexer. Alleen door slim samen te werken is integraal en doelmatig waterbeheer mogelijk. Bij de ontwikkeling van het Waterprogramma is hieraan invulling gegeven door middel van een partnerproces en de ontwikkeling van gezamenlijke bouwstenen. Daarnaast beschikt het Hoogheemraadschap over een verordening: de Keur 2016. Hierin staan de geboden en verboden die betrekking hebben op watergangen en waterkeringen
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
51
bestemmingsplan Hemmerbuurt 19a te Hem ontwerp
6.2
Waterparagraaf
6.2.1
Algemeen
Zoals in voorgaande paragrafen uiteen is gezet, wordt in het moderne waterbeheer (waterbeheer 21e eeuw) gestreefd naar duurzame, veerkrachtige watersystemen met minimale risico's op wateroverlast of watertekorten. Belangrijk instrument hierbij is de watertoets, die sinds 1 november 2003 in ruimtelijke plannen is verankerd. In de toelichting op ruimtelijke plannen dient een waterparagraaf te worden opgenomen. Hierin wordt verslag gedaan van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de water huishoudkundige situatie (watertoets). Het doel van de watertoets is te garanderen dat water huishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). 6.2.2
Watertoetsprocedure
Het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier is geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets. De beantwoording van de vragen heeft er toe geleid dat de normale procedure van de watertoets van toepassing is. Voor het volledige watertoetsresultaat wordt verwezen naar Bijlage 8 bij deze toelichting. Algemeen Het plangebied ligt in de bebouwde kom van Hem. De locatie bevindt zich niet binnen een grondwaterbeschermings-, intrek- of waterwingebied. Grondwater Binnen het plangebied zijn geen gevallen van grondwateroverlast bekend. Oppervlaktewater In de huidige situatie is geen oppervlaktewater aanwezig en het plan voorziet niet in de aanleg van nieuw oppervlaktewater. Afvalwater Het afvalwater wordt gescheiden afgevoerd, waarbij hemelwater zoveel mogelijk wordt geïnfiltreerd. Afvalwater via het gemeentelijk rioolstelsel afgevoerd. Hemelwater Het schone hemelwater wordt afgekoppeld en geïnfiltreerd. Er is geen sprake van een toename van verhard oppervlak. Compensatie is dan ook niet aan de orde. 6.2.3
Conclusie
Het aspect water vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
52
bestemmingsplan Hemmerbuurt 19a te Hem ontwerp
Hoofdstuk 7 7.1
Juridische aspecten en planverantwoording
Inleiding
In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op het plangebied, het relevante beleid en de milieu- en omgevingsaspecten. De informatie uit deze hoofdstukken is gebruikt om keuzes te maken bij het maken van het juridische deel van het bestemmingsplan: de verbeelding en de regels. In dit hoofdstuk wordt dieper ingegaan op de opzet van dit juridische deel. Daarnaast wordt een verantwoording gegeven van de gemaakte keuzes op de verbeelding en in de regels. Dat betekent dat er wordt aangegeven waarom een bepaalde functie ergens is toegestaan en waarom bepaalde bebouwing daar acceptabel is.
7.2
Opzet van de regels
7.2.1
Algemeen
In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) die op 1 juli 2008 in werking is getreden, is de verplichting opgenomen om ruimtelijke plannen en besluiten digitaal vast te stellen. De digitaliseringsverplichting geldt vanaf 1 januari 2010. In de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening is vastgelegd dat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) de norm is voor de vergelijkbaarheid van bestemmingsplannen. Naast de SVBP zijn ook het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening en de Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten normerend bij het vastleggen en beschikbaar stellen van bestemmingsplannen. De SVBP geeft normen voor de opbouw van de planregels en voor de digitale verbeelding van het bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan is opgesteld conform de normen van de SVBP2012. Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit planregels en bijbehorende verbeelding waarop de bestemmingen zijn aangegeven. De verbeelding en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: 1. 2. 3. 4.
Hoofdstuk 1 Inleidende regels; Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels; Hoofdstuk 3 Algemene regels; Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels.
7.2.2
Inleidende regels
Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied en bevatten: Begrippen (Artikel 1) In dit artikel zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen. Hiermee is een eenduidige interpretatie van deze begrippen vastgelegd. Wijze van meten (Artikel 2) Dit artikel geeft op een eenduidige manier aan op welke wijze afstanden, dakhellingen en oppervlakten moeten worden gemeten en hoe voorkomende eisen betreffende de maatvoering begrepen moeten worden. 7.2.3
Bestemmingsregels
Hoofdstuk 2 van de regels bevat de juridische vertaling van de in het plangebied voorkomende bestemmingen. De regels zijn onderverdeeld in o.a.: Bestemmingsomschrijving: omschrijving van de activiteiten die zijn toegestaan; Bouwregels: eisen waaraan de bebouwing moet voldoen (bouwhoogte, goothoogte etc.); Nadere eisen: onder welke voorwaarde(n) kunnen nadere eisen worden gesteld; Afwijken van de bouwregels: onder welke voorwaarde(n) mag afgeweken worden van de aangegeven bouwregels. In paragraaf 7.3 worden de bestemmingen nader toegelicht en wordt aangegeven waarom voor bepaalde gronden voor de desbetreffende bestemming is gekozen. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
53
bestemmingsplan Hemmerbuurt 19a te Hem ontwerp 7.2.4
Algemene regels
Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied. Dit hoofdstuk is opgebouwd uit: Artikel 8 Anti-dubbeltelregel Deze regel is opgenomen om een ongewenste verdichting van de bebouwing te voorkomen. Deze verdichting kan zich met name voordoen, indien een perceel of een gedeelte daarvan, meer dan één keer betrokken wordt bij de berekening van (bijvoorbeeld) een maximaal bebouwingspercentage. Artikel 9 Algemene bouwregels In dit artikel zijn regels opgenomen ten aanzien van ondergeschikte overschrijdingen van bouw- en/of bestemmingsgrenzen en bestaande afmetingen. Artikel 10 Algemene gebruiksregels In dit artikel zijn algemene regels ten aanzien van strijdig gebruik opgenomen. Artikel 11 Algemene afwijkingsregels In dit artikel worden de algemene afwijkingsregels beschreven. Deze regels maken het mogelijk om op ondergeschikte punten van de regels in het bestemmingsplan af te wijken. Artikel 12 Overige regels In dit artikel worden de regels ten aanzien van parkeren beschreven. Daarnaast worden onder meer regels gesteld ten aanzien welstand en nadere eisen. 7.2.5
Overgangs- en slotregels
In Hoofdstuk 4 van de regels staan de overgangs- en slotregels. In het overgangsrecht is aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met dit bestemmingsplan. In de slotregel wordt aangegeven hoe het bestemmingsplan wordt genoemd.
7.3
Verantwoording van de regels
Kenmerk van de Nederlandse ruimtelijke ordeningsregelgeving is dat er uitgegaan wordt van toelatingsplanologie. Een bestemmingsplan geeft aan welke functies waar zijn toegestaan en welke bebouwing mag worden opgericht. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan zijn keuzes gemaakt over welke functies waar worden mogelijk gemaakt en is gekeken welke bebouwing stedenbouwkundig toegestaan kan worden. Het is noodzakelijk dat het bestemmingsplan een compleet inzicht biedt in de bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen het betreffende plangebied. Het bestemmingsplan is het juridische toetsingskader dat bindend is voor de burger en overheid en geeft aan wat de gewenste planologische situatie voor het plangebied is. In deze paragraaf worden de gemaakte keuzes onderbouwd. Artikel 3 Groen De bestemming Groen is opgenomen ter plaatse van de centrale groene plek tegenover de rijwoningen. De gronden met deze bestemming zijn onder meer bestemd voor groenvoorzieningen, verhardingen zoals parkeervoorzieningen en sport- en speeltoestellen. Gebouwen en overkappingen zijn alleen toegestaan ten dienste van het verkeer en nutsvoorzieningen. Verder zijn alleen bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde toegestaan. Artikel 4 Verkeer - Verblijf De bestemming Verkeer - Verblijf is opgenomen ter plaatse van de ontsluiting, parkeervoorzieningen en wandelpaden.
De gronden zijn bestemd voor straten en paden met hoofdzakelijk een functie ten behoeve van een goede doorstroming van het verkeer en de ontsluiting van de buurten, voet- en fietspaden, parkeervoorzieningen en straatmeubilair. Gebouwen en overkappingen zijn uitsluitend toegestaan ten dienste van het verkeer. Verder zijn alleen bouwwerken, geen bouwen en geen overkappingen zijnde toegestaan.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
54
bestemmingsplan Hemmerbuurt 19a te Hem ontwerp Artikel 5 Wonen De bestemming Wonen is opgenomen ter plaatse van de te realiseren woningen. Gronden met deze bestemming zijn bestemd voor wonen, bijbehorende bouwwerken en daaraan ondergeschikte voorzieningen. De situering van de woningen is door middel van het opnemen van bouwvlakken bepaald. Het aantal woningen mag niet meer dan het op de verbeelding aangegeven aantal bedragen. De goot- en bouwhoogte is eveneens door middel van een maatvoering op de verbeelding aangegeven.Voor de gewenste vrijstaande en twee-onder-één-kap woningen bedragen de goot- en bouwhoogte maximaal respectievelijk 6,5 meter en 12 meter. Voor de rijwoningen geldt een maximale goot- en bouwhoogte van respectievelijk 3,5 en 8,5 meter. Hiermee wordt aangesloten bij de stedenbouwkundige uitgangspunten van het Marktplan Hem. Artikel 6 Wonen - Lint 2 De bestemming Wonen - Lint 2 is opgenomen ter plaatse van de bestaande woning aan de Hemmerbuurt 19a. Er is hierbij aansluiting gezocht bij de regels uit het geldende bestemmingsplan Drechterland Zuid. Gronden met deze bestemming zijn bestemd voor wonen, bijbehorende bouwwerken en daaraan ondergeschikte voorzieningen. Als hoofdgebouw zijn uitsluitende woonhuizen toegestaan. Een hoofdgebouw moet binnen een bouwvlak gebouwd worden. De maximum oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken bedraagt de bestaande oppervlake.
Artikel 7 Waarde - Archeologie 2 De bestemming Waarde - Archeologie 2 is uit het geldende bestemmingsplan Drechterland Zuid overgenomen ter bescherming van de archeologische waarden in het noordelijke deel van het plangebied.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
55
bestemmingsplan Hemmerbuurt 19a te Hem ontwerp
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
56
bestemmingsplan Hemmerbuurt 19a te Hem ontwerp
Hoofdstuk 8
Economische uitvoerbaarheid
Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. In het voorliggende geval is een anterieure overeenkomst gesloten tussen initiatiefnemer en de gemeente. Hierin is verzekerd dat het risico van planschade voor rekening van de initiatiefnemer komt. De gemeentelijke kosten worden verhaald middels de legesverordening, waardoor het kostenverhaal voor de gemeente volledig is verzekerd. Dit brengt met zich mee dat vaststelling van een exploitatieplan achterwege kan blijven.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
57
bestemmingsplan Hemmerbuurt 19a te Hem ontwerp
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
58
bestemmingsplan Hemmerbuurt 19a te Hem ontwerp
Hoofdstuk 9 9.1
Vooroverleg
Vooroverleg
Op grond van artikel 3.1.1 Bro is vooroverleg vereist met het waterschap en met de diensten van de provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. 9.1.1
Het Rijk
In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat dit bestemmingsplan geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk. 9.1.2
Provincie Noord-Holland
Voorliggend bestemmingsplan voorziet in het realiseren van woningbouw. Een dergelijke ontwikkeling dient voor vooroverleg aan de provincie te worden aangeboden. 9.1.3
Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier
Zoals in Hoofdstuk 6 aangegeven, is een watertoets uitgevoerd waaruit de korte procedure naar voren komt. Het hoogheemraadschap is akkoord met de planvorming.
9.2
Inspraak
Conform de gemeentelijke inspraakverordening kan het bestuursorgaan zelf besluiten of inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid. In het voorliggende geval wordt geen voorontwerp ter inzage gelegd.
9.3
Participatie
Op 17 februari 2023 is er een informatiebijeenkomst gehouden. Een verslag hiervan is als Bijlage 9 bijgevoegd. Er isook nen informatiebijeenkomst op 17 oktober 2023 gehouden. Een verslag hiervan is als Bijlage 10 opgenomen.
9.4
Zienswijzen
Deze paragraaf wordt na ter inzage legging van het bestemmingsplan ingevuld.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
59