CConstaterende datDrechterland
Koppel je AI →
Document · PDF

B3 Reactienota Beleidskader wind en zon in Westfriesland versie 4 april (2023-33)

Gemeenteraad 3 juli 2023, gemeente DrechterlandBij agendapunt: Beleidskaders duurzame opwek zon- en wind (2023-33)24.815 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Bladzijde 17, 19, 21 en 24 ‘Zonnevelden worden in combinatie ontwikkeld met een recreatieve voorziening voor mensen die in de buurt van het zonneveld wonen en werken.’ Hoe ziet u dit voor zich? Heeft u een goed voorbeeld? We kunnen ons niets voorstellen van recreëren tussen 35

zonnepanelen. En de eigenaren zullen bang zijn voor vandalisme en vernieling van de zonnepanelen. Zonnevelden zullen juist ten koste gaan van recreatie en toerisme. En de groei van toerisme verminderen. Bladzijde 24 ‘Vul restruimtes helemaal in.’ Wat is een restruimte? Kunt u dit nader omschrijven? ‘Sluit aan op de maat en schaal van de infrastructuur.’ Wat bedoelt u met deze zin? Welke infrastructuur bedoelt u? De wegen, de waterlopen, het netwerk van Liander? ‘Bij plaatsing van zonnepanelen dient aandacht gegeven te worden aan de relatie met erf en omgeving. Dit kan onder andere door het strategisch plaatsen van landschappelijk groen.’ Dit punt begrijpen we niet. Het historische Westfriese landschap kenmerkt zich juist door de grote openheid van het historische landschap en de aantrekkelijke doorkijkjes naar een open landschap. Het plaatsen van groen belemmert de openheid en doorkijkjes. ‘Zonnevelden sluiten aan op bedrijventerreinen/woonkernen. Zij zorgen voor een zachte overgang van het bedrijventerrein/woonkern naar het open landschap door onder andere het toepassen van beplanting en recreatieve routes tussen het buitengebied en bedrijventerrein/woonkern.’ Hoe zorgt een zonneveld voor een zachte overgang naar het open landschap? De tekening laat zien dat alle dorpen ingesloten worden door zonnevelden!

36

‘Zonnevelden worden ontwikkeld in combinatie met een recreatieve voorziening voor de mensen die in de buurt van het zonneveld wonen en werken.’ Waar denkt u dan aan? Een wipkip? Een schommel met uitzicht op een zonneveld? Of is dit slechts een escaperoute voor de eis van het Rijk voor multifunctioneel gebruik? ‘Bij plaatsing van zonnepanelen in een dorpslint dient rekening gehouden te worden met de schaal van het erf en doorzichten tussen gebouwen.’ Wat betekent dit concreet? Moeten zonnepanelen juist in de doorzichten geplaatst worden? Of niet? ‘Sluit nabij NNN-gebieden aan met blauwgroene structuren die de waarden behorend bij de NNN-kwalificatie versterken.’ Wat staat hier en wat wordt ermee bedoeld? ‘Zorg voor een toename van de biodiversiteit van het zonneveld als geheel.’ Graag verwijzen we naar dit onderzoek https://www.atlasnatuurlijkkapitaal.nl/nieuws/grotegrondgebonden-zonneparken-beinvloeden-bodem-enbodemleven Bladzijde 29 ‘De omvang van de opstelling voor zonne-energie.’ De omvang mag 5 of 10 ha zijn bij een dorpslint. Het lijkt niet de bedoeling dat meerdere percelen/perceeleigenaren ieder 5 of 10 ha zonnevelden plaatsen in 1 dorpslint, en daardoor toch een groot veld ontstaat. Graag deze mogelijkheid uitsluiten in het beleidskader. ‘Onverminderd artikel 6.3 kunnen GS …..’ 37

Wat bedoelt u met artikel 6.3? Graag duidelijker aangeven. ‘Locatie is niet aansluitend op een reeds bestaande opstelling’. Wat is de definitie van ‘niet aansluitend‘? Wat is niet aansluitend? 1 meter, 10 meter, 50 meter? ‘Het bepaalde in sub a, b en c is niet van toepassing op het oprichten van een of meer opstellingen voor zonne-energie op locaties die in gebruik zijn als nutsvoorziening, voor de waterhuishouding, het telecommunicatieverkeer, het openbaar vervoer of infrastructuur voor het weg-, spoorweg-, water- of luchtverkeer, niet zijnde leidingtracés voor gas of elektriciteit.’ Wat staat hier en wat wordt ermee bedoeld? Graag duidelijker taalgebruik.

Medemblik 24 Inwoner

’Stimuleringsgebieden zonne-energie, alleen geldend voor het landelijke gebied.’ Wat zijn Stimuleringsgebieden? Wat zegt dat over de status van zo’n gebied? Hierbij doe ik een aantal voorstellen inzake het "Beleidskader wind- en zonne-energie Westfriesland" Bij punt 3.2. Algemene uitgangspunten wind en zon ten behoeve van zelfvoorzienendheid ondernemers. Mijn voorstel: Microtubines en/of zonnepanelen kunnen ook worden geplaatst wanneer een groep deelnemers hierdoor zelfvoorzienend voor eigen gebruik kan worden. De opgewekte elektriciteit kan dus ook door anderen dan de betreffende ondernemer, b.v. in de vorm van een coöperatie, worden verbruikt. De voorwaarde: Er aantoonbaar geen of ontoereikend mogelijkheden (technisch, juridisch en/of financieel-economisch) zijn voor de realisatie van het benodigde vermogen op

Deze reactie vraagt geen aanpassing van het beleidskader. Het beleidskader staat een collectieve aanvraag van ondernemers niet in de weg, mits het verder voldoet aan de kaders en richtlijnen zoals genoemd. Met dit beleidskader willen we zon op dak stimuleren. Onderbouwd kan hiervan worden afgeweken zoals genoemd in het beleidskader. Verder staan we alleen duurzame opwek op het bouwvlak toe zoals genoemd in het beleidskader. En, volgen we het provinciale beleid dat 38

dakoppervlaktes. Deze vervalt bij de plaatsing van microturbines. Reden: Microturbines kunnen niet op het dak worden geplaatst. Daarnaast hebben microturbines het voordeel dat zij ook in de het donkere jaargetijde opbrengst genereren.

windmolens op het erf een maximalel ashoogte hebben van 15 meter.

Verdere voorstellen: Microturbines kunnen ook worden geplaatst buiten de begrenzing van het agrarische bouwblok, dit tot een afstand van 30 meter gerekend vanaf de grens van het bouwblok. Microturbines kunnen worden geplaatst op maximaal 50 meter vanaf de bebouwing. Reden: Ook microturbines hebben om zich heen vrije ruimte nodig en zij verstoren het landschap nauwelijks. En: Er mag maximaal 1 microturbine met een maximale ashoogte van 20 meter of 1 zonneveld per bouwvlak worden geplaatst. Dit in plaats van 15 meter ashoogte.

Medemblik 25 Zonnecoöperatie West-Friesland

Verdere toelichting: Het voordeel van kleinschalige opwekking van elektriciteit is dat de financiële opbrengsten bij een veel grotere groep mensen terecht komen dan wanneer er sprake is van grootschalige opwekking. Hoe kunnen de WF-gemeenten burgerinitiatieven w.o. energiecoöperaties betrekken bij het duurzame energiebeleid? - Erken burgerinitiatieven als een volwaardige partner in de realisatie van de gemeentelijke duurzaamheidsdoelstellingen. - Bevorder en faciliteer burgerinitiatieven rond duurzame energie. - Bevorder de samenwerking tussen deze initiatieven onderling en met het lokale bedrijfsleven, woningcorporaties en relevante maatschappelijke organisaties.

Het beleidskader wordt als volgt aangepast: We voegen een definitie van proces- en financiële participatie toe (pagina 30 en 31).Ook nemen we onder hoofdstuk 3, de tweede alinea de volgende documenten nog op: - Kwaliteitsimpuls Zonneparken (2019). - Regeling participatie provincie Noord-Holland. - Leidraad financiële participatie bij duurzame energie- projecten.

39

-

-

-

-

Omarm het principe van ‘ten minste 50% lokaal eigendom’ van grootschalige duurzame opwek. Actief beleid van de gemeente is noodzakelijk. Bied publieke grond in eerste instantie aan een of meer lokale energie coöperaties. • Bij grond in publieke handen, met name gemeentegrond, beschouwt de gemeente een coöperatie vaak als een private partij, terwijl een coöperatie eerder gezien kan worden als een “energiegemeenschap”. • Deze wordt in de energiewet genoemd. Daarmee wordt de coöperatie een partij die anders is dan een normale private partij. Geef grondeigenaren of projectontwikkelaars alleen zicht op een vergunning wanneer procesparticipatie en financiële participatie van omwonenden verzekerd is. Maak windinitiatieven mogelijk waar hier draagvlak voor is. Zorg ervoor dat publieke daken gebruikt worden voor energie-opwek. Bied deze zo nodig uit eigen beweging aan een lokale coöperatie.

Verder leidt deze zienswijze niet tot aanpassing van het beleidskader. Burgerinitiatieven vallen buiten de reikwijdte van dit beleidskader. In het beleidskader staat genoemd dat er een aantal partijen ervaring heeft met het organiseren van lokaal eigendom. We noemen onder andere de Zonnecoöperatie. Initiatiefnemers kunnen deze partijen vrijblijvend betrekken bij het initiatief. Daarmee stimuleren we om energiecoöperaties te betrekken, we willen dit niet verder verplichten. Ook benoemen we in het beleidskader al dat we 50% lokaal eigendom bij een initiatief belangrijk vinden en geeft het beleidskader kaders en richtlijnen voor proces en financiële participatie. Met dit beleidskader sturen we hier actief op.

Aandachtspunten en knelpunten in het beleid, verbetering mogelijk en nodig: - Het beleid wordt niet onderbouwd met een visie op West-Friesland in 2050. Hoe leven we dan? Hoe ziet onze economische bedrijvigheid eruit? Het beleid kiest de huidige invulling van het landschap als uitgangspunt. De status quo wordt bevroren. Een dynamisch beleid wordt zodoende onmogelijk gemaakt.

40

-

-

-

-

-

De verbinding tussen bewoners en ondernemers wordt niet gestimuleerd met het voorliggende beleid. Waar ruim baan wordt gemaakt voor ondernemers en projectontwikkelaars m.b.t. zon- en wind op land projecten, wordt betrokkenheid van bewoners overgelaten aan dezelfde ondernemers en projectontwikkelaars, i.c. de markt. Juist de verbinding tussen burger en ondernemer maakt de energietransitie een succes en haalbaar en juist in nieuw beleid moeten er vanuit openbaar bestuur waarborgen worden gecreëerd om evenwicht en gelijkwaardigheid tussen de betrokken partijen te bevorderen bij de ontwikkeling en exploitatie van duurzame energieprojecten. De sterke voorkeur voor zonne-energievelden vermindert de beleidsopties. Het evenwicht tussen zon en wind ontbreekt. Belangrijke spelbreker voor het bereiken van de doelstellingen is de huidige en de komende jaren voortdurende overbelasting van het stroom netwerk. Het beleid schetst geen “back-up scenario” om de gestelde doelen “in case off” te realiseren, waarmee de regie feitelijk wordt belegd bij de netbeheerder. De Provinciale regelgeving (Hoofdstuk 5) is nogal rigide terwijl de landschappelijke inpassing in combinatie met zichtlijnen, recreatievoorzieningen, vogelbroedplaatsen, biodiversiteit en lokaal draagvlak ook een rol moeten spelen in de gewenste/toegestane omvang van zon en wind op land. Voor heldere criteria voor m.b.t.

inrichting van zon op land bieden studies van Universiteit Wageningen goede handvaten.

41

Zienswijze per hoofdstuk “Beleidskader wind- en zonne-energie West-Friesland”. 3.1 Algemene uitgangspunten De algemene uitgangspunten zijn zeer algemeen geformuleerd. Herijking van RES is nodig en wordt binnenkort actueel, hoe anticipeert het beleid daarop? Voor wind op land is 1 zoekgebied aangegeven met de toevoeging “tijdelijk geen mogelijkheden”. Dat is een grote beperking in het beleid, terwijl juist de combinatie van zon en wind op land vele kansen biedt de energietransitie te versnellen en de congestie te verminderen, o.a. door “cable pooling” van bestaande opwekinstallaties. 3.1. Aanbevelingen. Alle genoemde aanbevelingen en inspanningsverplichtingen brengen tijd en kosten voor de initiatiefnemers met zich mee. Een op commerciële basis te ontwikkelen project -het domein van projectontwikkelaars- zal de aanbevelingen en de omvang van de inspanningen toetsen aan de economische wetmatigheid, respectievelijk het gewenste rendement. Dat pakt veelal negatief uit voor betrokkenheid en participatie van de omgeving en omwonenden. Zie verder onze zienswijze bij participatie. 3.2. Algemene uitgangspunten Dit hoofdstuk biedt veel algemene voorwaarden en vrijheidsgraden voor ondernemers. (In tegenstelling tot de overige hoofdstukken in het concept beleid). Uit hoofde van participatiemogelijkheden is dat ongewenst. Betekent bijv.

dat een kweker op een met elzenhagen omzoomde perenboomgaard van max. 2 hectare en naaste buren op meer dan 50 meter 42

afstand een zonneweide kan ontwikkelen zonder enige vorm van (proces) participatie. Voorwaarde is weliswaar dat aantoonbaar moet worden voorzien in het eigen (verwachte) energiegebruik, terwijl een goede toetsing daarvan complex is. Gewenste maatregel: - Procesparticipatie van de direct omwonenden en/of door de gemeente publicatie van de voorgenomen besluitvorming m.b.t. de omgevingsvergunning met de mogelijkheid voor het indienen van zienswijzen. - Toetsing door een burgerraad. (zie ook 6.1) 4 De zes landschappen van West-Friesland De zes landschapskenmerken hebben schijnbaar geen betekenis, respectievelijk zijn niet terug te vinden in het beleid. Geldt voor 4.1 en 4.2 nog een redelijke invulling van de uitgangspunten en inspanningen, voor de overige landschappen (4.3., 4.4. 4.5. en 4.6) zijn niets zeggende- en gelijke teksten opgenomen. Dat is jammer, omdat juist het verder uitwerken van deze kenmerken en de voorwaarden waaronder zon en wind op land kunnen worden ontwikkeld tot betere resultaten kunnen leiden voor bescherming van het West-Friese landschap. Juist bij 4.3. Experimenteel landschap -waar geen zoekgebied voor wind aanwezig is- verwacht je ruimte voor duurzame initiatieven in bijv. de combinatie zon, wind en opslag en nieuwe creatieve oplossingen voor de netcongestie.

5 Provinciale regelgeving De kans wordt gemist de dominante provinciale regelgeving te verbinden aan de zes kenmerken van het West-Friese landschap. Die regelgeving blokkeert de ontwikkeling van zon op land

43

projecten, waarvoor bij de lokale omgeving juist wel draagvlak bestaat. Die regelgeving ondermijnt ook het draagvlak van het Beleidskader West-Friesland. Wie bepaalt wat kan en wat is niet toegestaan. De gewenste urgente van de energietransitie is daarbij niet gebaat. 6 Participatie ZCWF staat voor procesparticipatie en lokaal eigendom/financiële participatie. Wij bevelen aan nadrukkelijk onderscheid te maken tussen procesparticipatie en financiële participatie en lokaal eigendom. Alle vormen van participatie kunnen los van elkaar worden toegepast. De “Leidraad financiële participatie bij duurzame energieprojecten” van de Energieregio Noord-Holland Noord november 2021 geeft goed weer hoe om te gaan met participatie. Waarom heeft het concept Beleid zon en wind op land daarvan geen gebruik gemaakt? Zonnecoöperatie West-Friesland onderschrijft de uitgangspunten van het Klimaatakkoord en ten minste 50% lokaal eigendom, tegelijkertijd is niet altijd en overal die 50% lokaal eigendom realiseerbaar. Als minimaal 50% lokaal eigendom niet kan worden behaald in een concreet project, is de gemeente aan zet om te beoordelen of de initiatiefnemers voldoende inspanning hebben geleverd. Een probate aanpak hiervoor is een door de gemeente in te stellen klankbordbijeenkomst waar alle betrokkenen gehoord kunnen worden.

Als het participatieplan relatief vormvrij is, is de geleverde inspanning lastig door de gemeente te toetsen. Om die reden pleit ZCWF voor Variant B (uit de bovengenoemde leidraad):

44

-

Minimaal 50% niet als plicht, wel een stevige inspanningsverplichting En werkt de gemeente in haar beleidskader daarvoor een uitgebreide inspanningsverplichting paragraaf uit. Deze variant laat een initiatiefnemer dus niet vormvrij hoe overleg met de omgeving wordt vormgegeven. De gemeente toetst het participatieplan nadrukkelijk aan de voorkant aan het beleidskader en zijn de gemaakte afspraken controleerbaar.

6.1 Procesparticipatie Definitie van procesparticipatie: - Meedenken en meebeslissen over de ruimtelijke inpassing van de zon en wind op land duurzame opwek projecten met o.a. vormgeving, beplanting, recreatief gebruik, ecologische meerwaarde, waterberging etc. - Participeren in het proces om moverende redenen niet altijd betekent ook financieel participeren. - Duidelijkheid van de procesparticipatie voordat er een principe verzoek kan worden ingediend. - De aanpak en afspraken m.b.t. procesparticipatie worden vastgelegd in een anterieure overeenkomst, pas dan kan een principe aanvraag worden ingediend.

Aanbeveling I: In een aantal gemeenten in West-Friesland is een door de raad samenstelde klankbordgroep ingesteld om voorafgaande aan het indieningproces te toetsen of aan de participatie voorwaarden is voldaan en daarover een advies uit te brengen.

45

Aanbeveling II: - Een burgerraad zou die functie ook kunnen uitvoeren. Die burgerraad biedt tevens een waarborg dat meepraten over participatie niet beperkt is tot de min of meer direct belanghebbenden met het gevaar van “Niet in mijn achtertuin” (NIMBY - Not In My Backyard. - Een burgerraad duurzaamheid West-Friesland, die veel meer naar het algemeen/grotere belang kan kijken, kan fors bijdragen dat het proces van participatie wordt geborgd, anders krijgen de projectontwikkelaars het voor het zeggen. 6.2 Financiële par1cipa1e/lokaal eigendom. Definitie van lokaal eigendom. - Lokaal eigendom gaat over eigenaarschap. Bij lokaal eigendom zijn lokale partijen (mede-) eigenaar van een energieproject en moet de lokale omgeving de mogelijkheid krijgen om mede-eigenaar te worden. - Lokaal eigendom geeft de lokale omgeving zeggenschap over de revenuen die voortkomen uit die projecten. - Om lokaal eigendom mogelijk te maken is de initiatienemer verplicht een gelijkwaardige samenwerking te zoeken met de lokale en/of regionale energiecoöperatie. - In het geval van eigen grond gunt de gemeente een projectlocatie aan de energiecoöperatie(s) waardoor die gelijkwaardige samenwerking beter kan worden gewaarborgd. Hoe minimaal 50% financiële participatie te realiseren? - Een initiatiefnemer verplichten om in drie stappen de omgeving financieel te laten participeren.

46

-

-

-

Ten eerste dient een initiatiefnemer de omgeving de mogelijkheid te bieden om risicovol te investeren en mede-eigenaar te worden. Ten tweede dient een initiatiefnemer de omgeving de mogelijkheid te bieden om tegen een lager rendement en lager risico geld in te leggen. Ten derde dient een initiatiefnemer een deel van zijn rendement aan de omgeving uit te keren. De hoogte van dit rendement hangt af van het project-rendement en het al gerealiseerde percentage lokale eigendom.

Aandachtspunt: De onderkende vormen van financiële participatie in het concept Beleid zon en wind op land, zoals beschreven in hoofdstuk 6.2, zijn niet elkaars equivalent en kunnen eenvoudig een vluchtroute vormen voor initiatiefnemers die geen lokaal eigendom wensen. Wanneer is het participatieproces geslaagd? Sociaal oogpunt - Er inspanningen zijn verricht om diverse omgevingspartijen te betrekken in het participatieproces; - Specifiek aandacht is besteed aan mensen met een kleine beurs; - Specifiek aandacht is besteed aan jongeren; - Communicatie begrijpelijk is voor eenieder; Technisch-economisch oogpunt: - Aangetoond is dat de businesscase voldoende interessant is voor de gezamenlijke initiatiefnemers (projectontwikkelaar en burgerinitiatief) om door te gaan; 47

Financieel oogpunt: - Afspraken over lokaal eigendom of overige vormen van financiële participatie zijn concreet en vastgelegd in een overeenkomst; - Risico’s eerlijk tussen initiatiefnemer en lokale omgeving belegd zijn en waar mogelijk gemitigeerd; Communicatief oogpunt: Aangetoond is dat de omgeving in de gelegenheid is gesteld mee te praten over de ruimtelijke inpassing en de afweging van vormen van financiële participatie.

48

Gemeenten binnen de SED-organisatie: Stedebroec, Enkhuizen, Drechterland.

Reactienummer, reactie van wie Reactie 1 Stede Broec inwoner

Reactie op beleidskader

Graag zouden wij als bewoner zien dat er meer wordt meegedacht over het opladen van auto’s. Diverse gemeenten bieden mogelijkheid tot plaatsen van kabelgoten jn de trottoirs om thuis opladen via de eigen zonnepanelen mogelijk te maken. Helaas is dat hier (Stedebroec) nog steeds niet mogelijk en rijdt ondergetekende nog steeds met een diesel terwijl ik anders elektrisch had gekozen.

Reactie 2 Stede Broec

Graag zouden wij als bewoner zien dat er meer wordt meegedacht over het opladen van auto’s. Diverse gemeenten bieden mogelijkheid tot plaatsen van kabelgoten jn de trottoirs om thuis opladen via de eigen zonnepanelen mogelijk te maken. Helaas is dat hier (Stedebroec) nog steeds niet mogelijk en rijdt ondergetekende nog steeds met een diesel terwijl ik anders elektrisch had gekozen.

Reactie vanuit gemeenten Deze reactie vraagt geen aanpassing van het beleidskader Het beleidskader is voor grootschalige duurzame opwek van zon- en windenergie op land. Het genoemde punt valt buiten de reikwijdte van dit beleidskader. In andere trajecten binnen de gemeente Stede Broec zullen wij deze suggestie in overweging nemen. Deze reactie vraagt geen aanpassing van het beleidskader Het beleidskader is voor grootschalige duurzame opwek van zon- en windenergie op land. Het genoemde punt valt buiten de

49

reikwijdte van dit beleidskader.

Reactie 1 Drechterland Inwoner

Beleidsuitgangspunten vaststellen voor het plaatsen van zonneparken en windturbines in de zoekgebieden zijn uiteraard zinvol maar het gepresenteerde voorstel is m.i. te beperkt. In de RES is vastgelegd dat bij het plaatsen van zonne-energie opwekking de voorkeursvolgorde van de zonneladder wordt gevolgd. Uit de zgn zonnebrief van minister Jetten aan de tweede kamer hierover onderstaande quote; “Bovenaan staat zon-pv op gebouwen en andere objecten en onbenutte terreinen in de gebouwde omgeving; daarna volgt zon-pv op restgronden buiten de bebouwde omgeving (zoals op geluidswallen en parkeerterreinen); als laatste volgt dan zon-pv op functionele gronden (landbouw en natuur). Dit betekent dat de voorkeursvolgorde leidend is bij het verkennen van de mogelijkheden voor zon-PV. Het is aan provincies en gemeenten om hierin 'regie te nemen', schrijft de minister. Hij constateert dat de RES-regio's 'daar soms moeite' mee hebben. Grondgebonden zonnesystemen zonder dubbelfunctie vindt het kabinet 'in principe ongewenst'. Het kabinet pleit voor 'slimme locatiekeuzes', zoals rijksgronden, waterzuiveringsinstallaties en spoorwegbermen. Daarnaast is zon-pv combineerbaar met landbouw, recreatie of opslag met batterijen. Een 'nationale instructieregel' geeft gemeenten en provincies bij vergunningverlening en omgevingsplannen de mogelijkheid te sturen op multifunctioneel.

Zonder multifunctioneel ruimtegebruik 'in de basis' geen vergunning, aldus de minister.” Deze uitgangspunten van het Rijk worden niet of maar heel zijdelings genoemd in de gepresenteerde beleidsuitgangspunten voor Westfriesland.

In andere trajecten binnen de gemeente Stede Broec zullen wij deze suggestie in overweging nemen. Het beleidskader wordt als volgt aangepast: in hoofdstuk 3 zullen we ook de volgende richtlijnen opnemen als voorbeeld waarop kan worden getoetst: - de Kwaliteitsimpuls zonneparken - de Richtlijnen van de Universiteit Wageningen (WUR) voor vergroten biodiversiteit zonneparken De suggesties die u opnoemt staan ook benoemd in deze richtlijn. De reden dat wij dit opnemen als inspanningsverplichting en niet als eis is dat we op deze manier meer maatwerk kunnen leveren per gebied. De opmerkingen over de zonneladder en de voorkeur voor zon gaan niet over de 50

Uit meerdere studies is naar voren gekomen dat het volzetten van landbouwgrond met panelen desastreuze gevolgen heeft voor de grondkwaliteit en CO2 opname. Recent is uit onderzoek van de Universiteit van Wageningen bij het Waterschap Scheldestromen gebleken dat onder een dek van zonnepanelen niets groeit en dat het na een aantal maanden een modderbende wordt waardoor vruchtbare grond wegspoelt. Alleen als de panelen voldoende hoog en met voldoende tussenruimte worden neergezet krijgt de beplanting nog voldoende licht krijgt om te groeien. In de algemene uitgangspunten voor zonneparken worden algemene landschappelijke kenmerken genoemd waar initiatieven rekening mee moeten houden. Verder volgen nog een aantal aanbevelingen waarvoor een inspanningsverplichting wordt gevraagd maar zonder resultaatgarantie. Een ontwikkelaar doet niet zoveel met een aanbeveling zoals; denk na over innovaties, kijk naar alternatieve vormen van, ontwikkel samen met ecologische en cultuurhistorische kansen zonder dat daar minimale verplichtingen aan vast zitten. Een ontwikkelaar heeft maar één doel en dat is maximaal rendement en zonder minimale resultaatverplichting worden alle genoemde aanbevelingen alleen gebruikt als windowdressing. Naast de algemene uitgangspunten en de aanbevelingen zijn dus m.i.

ook minimale verplichtingen (MET resultaatverplichting) noodzakelijk om op te nemen in de beleidsuitgangspunten voor behoud/verbetering biodiversiteit, grondkwaliteit en leefomgeving. Te denken valt aan; 1) Minimale vrije ruimte tussen panelen 2) Vrije ruimte per hectare voor natuur bv 30% (los van toevoerwegen en voorzieningen) 3) Plaatsen van voldoende heggen rondom en als afscheiding 4) Verwijderen alle aangebrachte (technische) voorzieningen na afloop contract. (geldreservering) 5) Voldoende waterberging om uitspoeling door de verharding te voorkomen. 6) Geen onderbreking groene scheg en/of ecologische verbindingsstructuur

inhoud van dit beleidskader, maar over de inhoud van de RES-NHN. De RES is in 2021 door de gemeenteraden vastgesteld en gaat over op welke manier en waar invulling gegeven kan worden aan grootschalige opwek. De RES gaat er vanuit dat 30% van de te realiseren duurzame opwek is te realiseren via zon op dak. Hierbij wordt uitgegaan van gebruik van 45% van het dakpotentieel aan grote daken in Westfriesland. Dit beleidskader vloeit voort uit de besluitvorming binnen de RES. De RES wordt in 2024 herijkt.

Het aanbrengen van zonnepanelen op daken is vergunningsvrij, en daarom geen onderwerp in dit beleidskader.

51

Reactie 2 Stedebroec Inwoner

In het kader lees ik dat er mbt windmolens als norm een minimum afstand van 600 meter ten opzichte van bebouwing wordt aangehouden. Waar is deze norm op gebasseerd? In Duitsland is de minimum afstand 1000 en in Frankrijk 1500 meter. Dit om oa gezondheid en woongenot te waarborgen. Kan de gemeente garanderen dat er bij een afstand van 600 meter geen geluidsoverlast is bijvoorbeeld? De verwachting is dat er in 2023, nieuwe landelijke regels komen ten aanzien van de minimale afstandsnormen. Gaat de gemeente aansluiten bij deze normen? Als ik de vakinhoudelijke discussies een beetje lees, behoorlijk meer worden als de 600 meter norm. Waarom hanteert de gemeente dat toch 600 meter. Ik vind dat de gemeente, met de gezondheid van haar inwoners in het achterhoofd, in dit geval het zekere voor het onzekere moet nemen en deze 600 meter norm moet oprekken naar ook minimaal 1000 meter of een x aantal keer de tiphoogte van de windmolen. In Nederland zijn de regels ten aanzien van de afstandsnorm op dit zo moment ongeveer het minst streng van heel Europa.

Reactie 3 Drechterland Inwoner

Wij vinden alles prima behalve die windmolens die het karakteristieke landschap en schoonheid van het Markermeer verpesten naast dat het dieronvriendelijk is en veel te weinig oplevert. Wij zijn hier dus grote tegenstanders van!

Deze reactie vraagt geen aanpassing van het beleidskader. De reactie gaat niet over de inhoud van dit beleidskader, maar over de inhoud van de RES-NHN. De RES is in 2021 door de gemeenteraden vastgesteld en gaat over op welke manier en waar invulling gegeven kan worden aan grootschalige opwek. Hier was de 600m grens een onderdeel van. Hier gaat dit beleidskader dus nu vanuit. De RES wordt in 2024 herijkt. Als er landelijke regels komen, zal dit in de besluitvorming bij de herijking RES in overweging worden meegenomen. Deze reactie vraagt geen aanpassing van het beleidskader. De reactie gaat niet over de inhoud van dit beleidskader, maar over de inhoud van de RES-NHN. De RES is in 2021 door de gemeenteraden vastgesteld en gaat over op welke manier en waar 52

Reactie 4 Drechterland Inwoner

Dit kader focust op landschappelijke mogelijkheden. Naar mijn idee is duurzaamheid vooral ook een manier van leven. Waarom geen paragraaf over maatschappelijke effecten vanuit individuele initiatieven? Oftewel wat kunnen we nu veranderen zonder kaders en nieuw beleid? Energie is soms vrijwel gratis als wind en zon volop heersen. Een signaal om juist dan te consumeren kan helpen in het afvlakken van een piek. En omgekeerd kan een signaal dat de natuur nu niet levert helpen op die momenten spaarzaam te zijn.

Reactie 5 SED Drechterland Inwoner

Naar mijn mening moet het landschap niet aangetast worden. Eerst alle daken met zonnepanelen, ook ondernemers die daar geen behoefte aan hebben maar toch verplichten om het dat beschikbaar te stellen. Windenergie als laatste optie inzetten.

invulling gegeven kan worden aan grootschalige opwek. Hier gaat dit beleidskader dus nu vanuit. De RES wordt in 2024 herijkt. Deze reactie vraagt geen aanpassing van het beleidskader Het beleidskader is voor grootschalige duurzame opwek van zon- en windenergie op land. Het genoemde punt valt buiten de reikwijdte van dit beleidskader. In andere trajecten binnen de gemeenten Drechterland zullen wij deze suggestie betreffende gedrag in overweging nemen. Deze reactie vraag geen aanpassing van het beleidskader. In 2021 is de RES door de gemeenteraden vastgesteld. Deze gaat over op welke manier en waar invulling gegeven kan worden aan grootschalige opwek. De RES gaat er vanuit dat 30% van de 53

te realiseren duurzame opwek is te realiseren via zon op dak. Hierbij wordt uitgegaan van gebruik van 45% van het dakpotentieel aan grote daken in Westfriesland. Het aanbrengen van zonnepanelen op daken is vergunningsvrij, en daarom geen onderwerp in dit beleidskader. Reactie 6 Stede Broec Inwoner

Reactie 7 Drechterland Inwoner

Graag zouden wij als bewoner zien dat er meer wordt meegedacht over het opladen van auto’s. Diverse gemeenten bieden mogelijkheid tot plaatsen van kabelgoten jn de trottoirs om thuis opladen via de eigen zonnepanelen mogelijk te maken. Helaas is dat hier (Stedebroec) nog steeds niet mogelijk en rijdt ondergetekende nog steeds met een diesel terwijl ik anders elektrisch had gekozen.

Zonneweides zijn zonde voor kostbare grond en heel erg lelijk in het landschap. Waarom niet eerst alle daken voorzien van zonnepanelen.....

Deze reactie vraagt geen aanpassing van het beleidskader Het beleidskader is voor grootschalige duurzame opwek van zon- en windenergie op land. Het genoemde punt valt buiten de reikwijdte van dit beleidskader. In andere trajecten binnen de gemeente Stede Broec zullen wij deze suggestie in overweging nemen. Deze reactie vraagt geen aanpassing van het beleidskader.

54

In 2021 is de RES door de gemeenteraden vastgesteld. Deze gaat over op welke manier en waar invulling gegeven kan worden aan grootschalige opwek. De RES gaat er vanuit dat 30% van de te realiseren duurzame opwek is te realiseren via zon op dak. Hierbij wordt uitgegaan van gebruik van 45% van het dakpotentieel aan grote daken in Westfriesland. Het aanbrengen van zonnepanelen op daken is vergunningsvrij, en daarom geen onderwerp in dit beleidskader. Reactie 8 Drechterland Inwoners

Is er de mogelijkheid om het zoekgebied wind bij Bovenkarspel wat uit te breiden langs de zuidzijde van de N307?

Deze reactie vraagt geen aanpassing van het beleidskader. In 2021 is de RES door de gemeenteraden vastgesteld. Deze gaat over op welke manier en waar invulling gegeven kan worden aan grootschalige opwek en hier zijn de zoekgebieden in vastgesteld. De RES wordt in 2024 herijkt.

55

Reactie 1 Enkhuizen Inwoner

Mooie plannen. Goed toegelicht tijdens de informatie avond. Aandachtspunt: hoe houden we de snelheid erin? Zodat we de klimaat doelen halen. En niet verzanden in oeverloze discussies? Grootste Knelpunt: capaciteit Liander. ( netwerk en arbeid), kunnen de gemeentes ( aandeelhouders) daar nog meer doen?

Reactie 2 Enkhuizen Ondernemer

Er is behoefte aan kleinschalige windmolens ( voorbeeld Schagen getoond tijdens informatie avond), voor eigen gebruik (boer/tuinders) deze nog wel opnemen in het plan? roto Hoop op veel positieve feedback in de gemeenteraad! Op dit moment heeft de gemeente Enkhuizen een beleidskader opgesteld wat de rotordiameter van een boerenerfmolen beperkt tot maximaal 15 meter. Wij van WES, als leverancier van boerenerfmolens, merken dat er veel vraag is naar duidelijkheid in de wording van dit beleid, in analogie met omliggende gemeenten. Ook ervaren wij een grote vraag vanuit agrariërs uit de gemeente Enkhuizen om een maximale rotordiameter van 20,4 meter toe te staan. We willen u daardoor verzoeken om in het beleidskader een maximale rotordiameter van boerenerfmolens van 20,4 meter toe te staan. In de bijlage vindt u een PowerPointpresentatie met de argumentatie waarom dit zo belangrijk is. Graag komen we deze argumenten eens persoonlijk toelichten in een gesprek en zouden we, indien mogelijk, mede als spreker voor diverse agrariërs in uw gemeente inspraak willen tijdens het opstellen van dit beleidskader. Voor vragen kunt u altijd bij me terecht. Ik hoor graag van u.

Als er concreet een initiatief zou komen met draagvlak van de buurt kan gekeken worden of (een uitbreiding van) het zoekgebied in de herijkte RES kan worden meegenomen. Deze reactie vraagt geen aanpassing van het beleidskader. Bedankt voor het compliment. Erfmolens zijn inderdaad onderdeel van dit beleidskader.

Deze reactie vraagt geen aanpassing van het beleidskader. We willen ondernemers ondersteunen om toe te werken naar een energieneutrale bedrijfsvoering. Kleine windmolens tot een ashoogte van 15 meter staan we toe. We geven daarbij geen extra bepalingen voor de maximale rotordiameter. 56

We sluiten aan op provinciale regelgeving. In het beleidskader geven we richtlijnen voor de landschappelijke inpassing, ook op de erven.

57

Gemeente Koggenland Reactienummer, reactie van wie Koggenland 1 Inwoner

Reactie op beleidskader Zonnepanelen worden het nieuwe asbest over 20 jaar.

Zomers is er nu al teveel energie. In de winter, als er het meeste nodig is, ik heb zelf zonnepanelen liggen, leveren ze bijna niks op.

Reactie vanuit gemeenten Deze reactie vraagt geen aanpassing van het beleidskader. Elektriciteit uit zon- en windenergie is schoner dan fossiele brandstof. Daarnaast zijn er geen bewijzen dat zonnepanelen net zo schadelijk zijn als asbest. Deze reactie vraagt geen aanpassing van het beleidskader Er wordt vooral ingezet op zonne-energie. Voor de langere termijn wordt er gekeken naar opslag, bijvoorbeeld door het produceren van waterstof op het moment dat er veel opwek van duurzame elektriciteit is. Dit vergt nog wel de nodige aandacht, om het hele jaar door voldoende duurzame energie opwek voorhanden is.

Lever geen kostbare landbouwgrond in voor lelijke zonnevelden.

58

Deze reactie vraagt geen aanpassing van het beleidskader. De reactie gaat niet over de inhoud van dit beleidskader, maar over de inhoud van de RES-NHN. De RES is in 2021 door de gemeenteraden vastgesteld en gaat over op welke manier en waar invulling gegeven kan worden aan grootschalige opwek. De RES gaat er vanuit dat 30% van de te realiseren duurzame opwek is te realiseren via zon op dak. Hierbij wordt uitgegaan van gebruik van 45% van het dakpotentieel aan grote daken in Westfriesland. Hier gaat dit beleidskader dus nu vanuit. De overig opwek moet dus op een andere manier worden gerealiseerd. De RES wordt in 2024 herijkt.

Misschien een alternatief de omringdijk, helling hoek goed en uit zicht.

Wij gaan daarbij zorgvuldig om met landbouwgrond. Deze reactie vraagt geen aanpassing van het beleidskader.

59

Koggenland 2 Inwoner

Mijn/ons verzoek; Laat de mogelijkheid van repouweren helemaal vervallen, conform het gestelde in RES 1.0. Hanteer ook bij repouweren van bestaande windturbines de minimale 600m grens.

De Westfriese Omringdijk is een cultuurhistorisch waardevolle dijk en aangewezen als provinciaal monument. Het plaatsen van zonnepanelen op de Omringdijk is daarom niet wenselijk. Het beleidskader wordt als volgt aangepast: Er wordt aangesloten bij de Omgevingsverordening NH2020 van de provincie Noord-Holland. Daarin is opgenomen dat bestaande windturbines ook buiten RESzoekgebieden vervangen mogen worden door exemplaren van een vergelijkbare afmeting. Vergelijkbaar is bestaand plus 10%.

Bij vervanging moet aan de huidige regelgeving getoetst worden. Zo is onder de huidige regelgeving slagschaduw op een woning beperkt tot 6 uur per jaar.

60

In het beleidskader wat ter inzage heeft gelegen, was het repoweren van windturbines alleen toegestaan binnen RESzoekgebied voor Wind en Zon/Wind. Er zijn in Westfriesland geen te repoweren windturbines gelegen binnen een dergelijk zoekgebied. Daarmee is het repoweren uitgesloten. Dat is niet de bedoeling van het beleidskader geweest.

Koggenland 3 Inwoner

Bewoners maken zich zorgen over de bestaande windturbines, die dicht bij hun woning staan. Momenteel wordt door de indieners van de zienswijze veel overlast ervaren van zowel geluid als ook slagschaduw en voelen zich niet gehoord.

NB: Lokaal stelt het college van de gemeente Koggenland aan de raad voor om bij de vaststelling van dit beleidskader af te wijken van dit Westfriese standpunt. In de plaats zal worden voorgesteld dat bestaande windturbines in Koggenland niet mogen worden gerepowerd. Ze mogen enkel binnen de kaders van het bestaande bestemmingsplan worden vervangen. Het beleidskader wordt t.a.v. repoweren aangepast, zie reactie bij ‘Koggenland 2’.

61

Indieners verzoeken de zienswijze serieus te nemen en de minimale afstand van 600 meter tussen woningen en windturbines in stand te laten. Ook als het om repoweren van bestaande windturbines gaat.

Koggenland 4 Inwoner

In de algemene uitgangspunten staat vermeld dat zowel voor nieuwe windinitiatieven (zowel repouwering als nieuwe windturbines) een minimale afstand van 600 meter tussen woningen en windturbines moet zijn. In de RES 1.0 welke in de gemeenteraad van Koggenland is besproken, is de mogelijkheid van repouweren van de windturbines bij Obdam nadrukkelijk NIET opgenomen. Wij zijn dan ook zeer verrast dat in dit Beleidskader deze mogelijkheid van repouweren wel is opgenomen. - Op dit moment is niet duidelijk (ook niet na navragen bij ambtenaar) of de 600m grens ook gaat gelden voor repouweren bestaande windturbines. Mijn/onze woning staat op slechts enkele honderden (266m en 324m) meters van deze windturbines. Uit geluidmetingen (augustus 2005) bij de huidige molens blijkt dat de maximale geluidsbelasting is bereikt of soms wordt overschreden. Wanneer de bestaande windturbines worden gerepouwerd, zal dit tot veel meer overlast leiden, geluidsoverlast en slagschaduwoverlast. Mijn/ons verzoek; - Laat de mogelijkheid van repouweren helemaal vervallen, volgens, in overeenstemming met het gestelde in RES 1.0. Maar minimaal; - Hanteer ook bij repouweren van bestaande windturbines de minimale 600m grens.

T.a.v. de 600m grens: De RES is in 2021 door de gemeenteraden vastgesteld en gaat over op welke manier en waar invulling gegeven kan worden aan grootschalige opwek. Hier was de 600m grens een onderdeel van. Hier gaat dit beleidskader dus nu vanuit. De RES wordt in 2024 herijkt. Het beleidskader wordt t.a.v. repoweren aangepast, zie reactie bij ‘Koggenland 2’

62

Koggenland 5 Inwoner

Koggenland 6 Inwoner

ik vind het overigens een schandaal dat dreigt dat onze belangen gewoon weer geschaad gaan worden. Zie onderstaande toelichting. De toenmalige gemeente Obdam heeft ons toen al te grazen genomen door de vergunningsaanvraag te publiceren in de zomervakantie waardoor het niet opgemerkt werd en er dus geen tijdige reactie gegeven kon worden. De molens werden zonder pardon gewoon geplaatst. De toenmalige gemeentesecretaris A. de Wit vond dat achteraf de grootste blunder van zijn carrière en waar hij achteraf heel veel spijt van heeft. Wij hebben nog voor de rechter gestaan met onze situatie en de rechter had alle begrip, verklaarde dat we grote pech hadden, maar wees ons op de juridisch dichtgetimmerde stukken waar ook hij niet omheen kon. Hij gaf ons wel een vaste procentuele korting op de WOZ belasting mee, als tegemoetkoming. Deze korting is 1 keer toegepast maar daarna door de gemeente vergeten. Wij leefden met de belofte dat de 2 windmolens achter ons huis zouden verdwijnen wanneer deze afgeschreven zouden zijn. De voorkeur was concentratie en op een plaats waar minder mensen er last van hebben 1) Er is teveel aandacht voor zonneweides en -parken. Waarom niet de aandacht naar het volplaatsen van bestaande daken en dan pas naar weilanden kijken? Liever huren van ruimte op daken voor zonnepanelen dan bestaande weiland vol gaan plaatsen met zonnepanelen.

Het beleidskader wordt t.a.v. repoweren aangepast, zie reactie bij ‘Koggenland 2’

Deze reactie vraagt geen aanpassing van het beleidskader. De reactie gaat niet over de inhoud van dit beleidskader, maar over de inhoud van de RES-NHN. De RES is in 2021 door de gemeenteraden vastgesteld en gaat over op welke manier en waar invulling gegeven kan worden aan grootschalige opwek. De RES gaat er vanuit dat 30% van de te realiseren duurzame 63

opwek is te realiseren via zon op dak. Hierbij wordt uitgegaan van gebruik van 45% van het dakpotentieel aan grote daken in Westfriesland. Hier gaat dit beleidskader dus nu vanuit. De overig opwek moet dus op een andere manier worden gerealiseerd. De RES wordt in 2024 herijkt. 2) Laat voor de landbouw ook dieren toe op zonneweides, waarom alleen aandacht voor de biodiversiteit, schapen kunnen bijvoorbeeld prima schuilen onder zonnepanelen voor regen e.d. Er is geen aandacht voor dieren in het plan, bijvoorbeeld gevaren bij zonnepanelen voor vogels.

Deze reactie vraagt geen aanpassing van het beleidskader. Bij het realiseren van zonneweiden is biodiversiteit een belangrijk uitgangspunt. Dat kan door planten zijn, maar ook door het gebruik van bijvoorbeeld schapen om gras kort te houden. Dit wordt niet uitgesloten in het beleidskader. Er zijn voor zover bekend geen gevaren voor vogels bij het realiseren van zonneweides. Wel kan de hiervoor genoemde gevarieerde landschappelijke

64

3) Er is geen aandacht voor de lokale aanpak van huurwoningen, woon zelf niet in een huurwoning, maar vindt dit een gemis. Waarom worden woningcorporaties niet gestimuleerd om meer zonnepanelen te plaatsen, maar daarmee een gunstige constructie voor de huurders. Met een soort van financiering van 15 jaar, waarbij de energielasten verdeeld worden tussen huurder en woningcorporatie. Zodoende dat de woningcorporatie zijn investering terug heeft verdiend en de huurder mogelijk financiële ruimte heeft voor een buffer voor nieuwe duurzaamheidsinvesteringen. Overigens de huurder dan na 15 jaar eigenaar maken van de volledige energieverdiensten van de zonnepanelen, aangezien die 25 jaar meegaan.

Koggenland 7, Inwoner

Is er onderzocht of er sprake is van schittering van het zonlicht naar de aangrenzende huizen?

Wat zijn de gevolgen van een eventuele brand in het zonnepark. Dan denk ik in het bijzonder aan de emissie van gevaarlijke rookgassen tijdens een brand ende verspreiding van glasdeeltjes in de omgeving.

inpassing ruimte bieden voor vogelsoorten. Deze reactie vraagt geen aanpassing van het beleidskader Het beleidskader is voor grootschalige duurzame opwek van zon- en windenergie op land. Het genoemde punt valt buiten de reikwijdte van dit beleidskader. In andere trajecten binnen de gemeente Koggenland wordt gewerkt aan de verduurzaming van (huur)woningen. Deze reactie vraagt geen aanpassing van het beleidskader Bij een aanvraag voor een zonneweide moet aan de relevante milieuregelgeving worden voldaan. Dit omvat onder andere schittering. Deze reactie vraagt geen aanpassing van het beleidskader

65

(Brand)veiligheid is belangrijk, maar valt buiten de reikwijdte van dit beleidskader. Blijven de vrije uitzichten vanuit bestaande bouw zoals die er nu zijn bestaan?

Is er gedegen onderzoek gedaan naar eventuele straling welke vrijkomt bij het opwekken en transporteren van de energie?

Deze reactie vraagt geen aanpassing van het beleidskader Het beleidskader heeft juist als doel om aanvragen voor zonneparken mee te kunnen beoordelen op een zorgvuldige landschappelijke inpassing, bijvoorbeeld met behoud van kenmerkende openheid en zichtlijnen. Deze reactie vraagt geen aanpassing van het beleidskader Veiligheid in deze is belangrijk, maar valt buiten de reikwijdte van dit beleidskader.

Koggenland 8 Inwoner

Langs deze weg maak ik gebruik van de gelegenheid een zienswijze en vragen op het voorliggende beleidskader win- en zonne-energie Westfriesland in te dienen. Complimenten voor het actief betrekken van geïnteresseerden in dit proces. Per hoofdstuk en/of paragraaf vindt u hieronder de uiteenzetting. 1.2 doel

Deze reactie vraagt geen aanpassing van het beleidskader. Over Zon/de zonneladder: In 2021 is de RES door de gemeenteraden vastgesteld. 66

Direct wordt gesproken over grondgebonden zonnepanelen. Ik wil u er vriendelijk doch dwingend nogmaals op wijzen dat er een motie is aangenomen betreft de zonneladder. De motie zonneladder is opgesteld door Carla Dik-Faber en is mede-ondertekend door Agnes Mulder (CDA), Rob Jetten (D66) en Dilan Ye$ilgöz-Zegerius (WD). De volgorde uit de zonneladder is als volgt: Voorkeur 1: zonnepanelen op daken en gevels van gebouwen; Voorkeur 2: zonnepanelen op onbenutte terreinen in bebouwd gebied; Voorkeur 3: zonnepanelen in het landelijk gebied. Ik begrijp dat er geen volgtijdelijkheid in zit, maar desondanks is het hoogst opmerkelijk dat er in dit beleidsstuk met geen enkel woord wordt gerept over voorkeur 1 en voorkeur 2. Wat is hier van de reden? In dit beleidskader zie ik graag opgenomen hoe gemeente Koggenland beleid opstelt om actief te stimuleren dat daken en restterreinen op bijvoorbeeld industrieterreinen en langs spoor-, en autowegen als eerste benut worden met zonnepanelen. 4.1 Zonnevelden sluiten op bedrijventerreinen/woonkernen. Op de kaarten zijn randen getekend rondom de dorpen, maar zeker niet rondom de bedrijfsterreinen. Dit sluit niet aan met hetgeen in de tekst wordt besproken. Nogmaals de verwijzing naar de zonneladder en het verzoek de industrieterreinen als potentieel gebied te beschouwen in plaats van het landelijke gebied achter de woonkernen/lintbebouwing.

De brug met het Toetsingskader zonne-energie Gemeente Koggeland mei 2020 en de inhoud hiervan wordt gemist in dit beleidskader. Er wordt in het toetsingskader gesproken over uitsluiten van gebieden (3.2 Gebieden uitsluiten voor het opwekken van zonne-energie). Wat is de reden dat deze link niet wordt gelegd

Deze gaat over op welke manier en waar invulling gegeven kan worden aan grootschalige opwek. De RES gaat er vanuit dat 30% van de te realiseren duurzame opwek is te realiseren via zon op dak. Hierbij wordt uitgegaan van gebruik van 45% van het dakpotentieel aan grote daken in Westfriesland. Het aanbrengen van zonnepanelen op daken is vergunningsvrij, en daarom geen onderwerp in dit beleidskader. Over de koppeling met het lokale toetsingskader: Dit nieuwe regionale beleidskader is een uitwerking van de RES en gaat over grootschalige opwek. Het toegestane gebied beperkt zich tot de RES zoekgebieden. Het lokale toetsingskader zonne-energie blijft, lokaal binnen Koggenland, van toepassing omdat dit gaat om

67

en dat kaarten niet lijken te corresponderen en/of gemist worden? En daarop volgend; wat is de status van het toetsingskader t.a.v. dit beleidskader? 6. Participatie Zeer prettig te lezen dat er uitvoering aandacht is gegeven aan het proces om tot een gedragen plan te komen en dit ook bij de initiatiefnemer te leggen. Ik hoop dat de gemeente hier ook scherp op toeziet dat dit nagekomen wordt en ook rekening gehouden wordt met de omgeving. In algemene zin wil ik nog aangeven dat het heel goed is dat er nagedacht wordt over landschappelijke inpassing gecombineerd met groen. Weliswaar is de uitgangspositie wat mij betreft dat de cultuurlandschappelijke ruimtelijkheid (lees weidse vergezichten) op de eerste plek staat. Daarnaast is vanuit ecologie de aanleg van bomen en hagen niet altijd gunstig voor bijvoorbeeld diverse weidevogelsoorten. Daar waar we in West-Friesland, gezien de enorme achteruitgang van weidevogels, wel rekening mee moeten houden. Deelt u deze mening? Ik zie de reactie en aanpassingen graag digitaal tegemoet

kleinschalige opwek, buiten de RES om. Over de weidevogels: In hoofdstuk 3 wordt aangegeven dat bestaande uitgangspunten vanuit bijvoorbeeld Rijks- of provinciale regelgeving en Natuur Netwerk Nederland in acht moeten worden genomen om tot een vergunbaar project te komen. Er is bestaande regelgeving voor bescherming van weidevogels waar dit dus ook voor geldt.

68

Gemeente Opmeer Reactienummer, reactie van wie Opmeer 1 Initiatiefnemer

Reactie op beleidskader Zoekgebieden zon RES • De zoekgebieden in het beleidskader zijn één op één overgenomen uit de geldende RES. Via de huidige GeoApps webviewer wordt deze kaart met enige regelmaat aangepast. Worden de zoekgebieden in dit beleidskader dan geactualiseerd zodra de RES/webviewer ook veranderd? In het licht van de komende RES v2.0 en mogelijke uitbreiding van extra zoekgebieden kan de kaart op bladzijde 10 snel “verouderd” zijn. • De zoekgebieden zijn enigszins vreemd ingetekend. Zo volgen ze niet de kavelstructuur of houden ze halverwege een perceel op. Dit sluit niet aan bij de provinciale regelgeving m.b.t. aansluiting tot een stedelijk gebied, dorpslint of infrastructuur. Advies om een kleine toevoeging te plaatsen dat de ingekleurde vakjes op de kaart ‘generiek’ zijn dan wel de zoekgebieden op de kaart scherper te definiëren. Aanbevelingen m.b.t. flora en fauna en zonneparken • Als initiatiefnemer denken wij graag mee met de ecologische inrichting van een zonnepark. Wij willen graag de bodem rust geven en het park zo inrichten dat het de biodiversiteit stimuleert. Onze voorkeur gaat uit naar zuid-opstellingen. Dit komt overeen met het beleidskader. Echter zijn deze aanbevelingen moeilijk te realiseren met provinciale verordening waarin staat dat panelen niet hoger mogen dan max. 1,5m boven het straatpeil. Dit belemmert de ecologische ontwikkelingen enorm.

Op verzoek van het college kunnen de GS toestemming geven om af te wijken van de hoogte-eis indien een hogere hoogte een substantiële meerwaarde voor de fysieke leefomgeving oplevert. Hieronder valt dus het stimuleren van natuur en de biodiversiteit. Afwijking is dus mogelijk, maar vergt ‘een lange route’. We

Reactie vanuit gemeenten Het beleidskader wordt als volgt aangepast: 1. In de tekst zal worden toegevoegd dat dit de kaarten zijn met de zoekgebieden RES 1.0 en dat deze in de toekomst nog kunnen worden aangepast. Er Ial een verwijzing worden toegevoegd naar de RES-viewer waar de actuele kaart met zoekgebieden is te vinden. 2. in hoofdstuk 3 zullen we ook de volgende richtlijnen opnemen als voorbeeld waarop kan worden getoetst: - de Kwaliteitsimpuls zonneparken - de Richtlijnen van de Universiteit Wageningen (WUR) voor vergroten biodiversiteit zonneparken (Zie ook reactie 1 SED) 69

attenderen gemeenten erop om hier een actieve rol in te nemen dan wel het bovenstaande explicieter te omschrijven. Het Ontwerp laat dit onderdeel te veel in het midden. Advies is om te benadrukken dat afwijking mogelijk is om de biodiversiteit te stimuleren. Financiële participatie • Blz. 31: Advies om op deze bladzijde bij de inspanningsverplichting toe te voegen dat het gaat om het streven naar 50% lokaal eigendom. • Advies is om te verduidelijken wat onder lokaal eigendom valt, of beter wat onder lokale partijen valt. Ons inziens vallen, naast de EC, onder lokaal eigendom ook lokale verenigingen, lokale bedrijven en de grondeigenaren. Indien grondeigenaren willen participeren in het project op hun grond zou dat onder lokaal eigendom moeten vallen. Definitie omgeving • Wij missen enig nuance in de definitie van de lokale omgeving en direct omwonenden. Kernen die zich binnen een straal van 3km bevinden zijn heel veel mensen. Advies is om per project te kijken naar wat wenselijk is. Per project kan het wenselijk zijn om een groter of kleiner gebied te betrekken. • Kijk daarbij ook naar ‘natuurlijke grenzen’. Een omwonende aan de andere kant van een snelweg of kanaal kan dichterbij wonen doch minder hinder ervaren dan een omwonende aan het eind van een dorpslint. • Ons inziens weegt het belang van een direct omwonenden vele maler zwaarder dan de lokale omgeving.

Omwonenden met (beperkt) zicht op het park of met een (beperkte) toename van bouwverkeer op de weg waaraan zij wonen tijdens de bouw hebben een groter belang. Hoe dichterbij het adres en/of hoe beter het zicht op de zonnepark, de meer zijn/haar belang wordt meegewogen. Zoals het nu in het kader is opgeschreven kan het zijn of haar

Het staat vrij een beter alternatief voor te stellen wat bijdraagt aan flora en fauna. We zullen om zichtbaarder te maken dat we dit belangrijk vinden in hoofdstuk 3 de kwaliteitsimpuls zonneparken en richtlijnen van de WUR toevoegen, zie ‘reactie 1 SED’.

70

belangen ondersneeuwen bij de (andere) wensen van een enorme groep omwonenden die verder dan 2km wonen. Participatieplan • We vragen om een verduidelijking rondom het participatieplan. De volgorde van stappen, het monitoren, en wanneer wat wordt ingeleverd is onduidelijk. • Bij 6.1. staat dat de omgeving de kans krijgt om mee te denken over de locatie. Bij het indienen van het participatieplan staat de locatie al vast. Hoe de locatie wordt ingevuld is open, maar de plek zelf niet. • Op blz. 31 2e alinea gaat het eerst over een participatieplan indienen bij een aanvraag van het initiatief. Welke aanvraag? • In de zin erop wordt het participatieplan toegevoegd aan de anterieure overeenkomst. Dat is dan al stap 4. Dus dan hebben we het over het geactualiseerde participatieplan? - Bij stap 3 beoordeelt de gemeente het actualiseerde participatieplan waarbij onder lid a de initiatiefnemer gehouden is het plan uit te voeren. Maar het plan wordt dan al uitgevoerd? Het is zelfs al geactualiseerd aan de hand van wat met de omgeving is besproken/overlegd. Wat wordt er bedoeld met stap 3 als het gebiedsproces al bezig is. • De initiatiefnemer legt vast wat de resultaten zijn in het gebiedsproces. Wij missen hier de rol van een gemeente in. De gemeente wordt bij alles betrokken in dit proces. Ze worden uitgenodigd op informatiebijeenkomsten.

Er vinden gesprekken plaats tussen de gemeente en initiatiefnemer. De gemeente loopt mee in de proces en dient ook zelf actief het proces vast te leggen. Voorkom dat er achteraf een ‘welles, nietes’ situatie is ontstaan tussen omwonenden en initiatiefnemers. Ook moet de gemeente haar verantwoordelijkheid pakken in het gedeelte waarom zonneen windenergieprojecten noodzakelijk zijn. Het uitleggen van waarom, waar en hoe is een gezamenlijk project.

Geef in de aanvraag helder aan hoe de inspanning wordt bereikt. We willen hier ruimte bieden in creativiteit.

Het is aan de initiatiefnemer om met oog voor de situatie aldaar te bekijken hoeveel en wie betrokken wordt in het initiatief.

Een eerste participatieplan wordt bij het principeverzoek 71

• Op bladzijde 33 gaat het over het organiseren van digitale bijeenkomsten. Hoezo alleen digitaal? Wij betrekken en enthousiasmeren de omwonenden middels fysieke informatiebijeenkomsten en individuele één op één gesprekken. Dit kan ook via de energiecoöperatie(s) lopen. Het apart organiseren van online bijeenkomsten t.a.v. financiële participatie lijkt wat ons betreft een mooi idee mocht daar gaandeweg in het proces behoefte aan zijn. • Wij vinden het goed dat er speciaal benadrukt wordt dat minder draagkrachtigen ook moeten kunnen profiteren (blz. 33.). Dit wordt vaak onderbelicht bij het streven naar 50% lokaal eigendom. Ons advies is om deze alinea zo te laten. Geef de initiatiefnemer de ruimte om hier een mooie invulling aan te geven. • Op blz. 36 gaat het bij 8.1 al over hoe de omgeving heeft gereageerd/betrokken is bij het initiatief en hoe zij hier tegenover staan. Dat is tegenstrijdig met het stappenplan uit 6.3 waarin staat dat de gemeente eerst moet goedkeuren hoe de omgeving wordt betrokken. Ons algehele advies is om het participatieplan in zijn geheel te concretiseren/verduidelijken. Haal de tegenstrijdigheden eruit en formuleer hoe de gemeente zelf betrokken is en blijft bij het proces.

ingediend. Wanneer de gemeente dit ziet zitten gaat initiatiefnemer in overleg met de omgeving. Met de afspraken met de omgeving wordt het participatieplan geactualiseerd. Deze komt bij de anterieure overeenkomst gevoegd wanneer deze wordt overeengekomen. Pas daarna volgt vergunningverlening.

Het doel van de beleidskaders is om initiatiefnemers en inwoners inzicht te geven in hoe initiatieven tot stand kunnen komen. De rol van de gemeente is voor de beleidskaders niet van belang.

Aanvullende voorwaarden • Advies om de termijn van het 25 jaar te specificeren, namelijk; de opstelling staat voor een exploitatieperiode van 25 jaar. De periode gaat lopen vanaf het moment dat het zonnepark is aangesloten op het net. Het verwijderen van het park vindt plaats na de 25 jaar. De gemeente kan hieraan een termijn verbinden (vb: initiatiefnemer herstelt het plangebied tot de oorspronkelijke situatie binnen de termijn van 6 maanden ná de periode van 25 jaar. Dit wordt ook zo opgenomen in de anterieure overeenkomst met de gemeente en de grondeigenaar bij pacht). 72

We wensen u veel succes bij het verdere vaststellingstraject.

Opmeer 2 Inwoner

Mee eens dat er meer gedaan moet worden in groene energie. Helaas is ons bezwaar tegen het bouwen van een dakkapel aan de voorzijde bij de buren afgekeurd. Dit is voor beide buren een opbrengstvermindering van de zonnepanelen. Volgens de gemeente voldoet de aanvraag van het dakkapel binnen het bouwbesluit van de gemeente Opmeer. Het zou verstandig zijn om het bouwbesluit te herzien wat betreft opwekken van energie bij de huiseigenaren. Ik ben voorstander om alle verbruikers te stimuleren om het eigen verbruik terug te leveren. Maar op deze manier gaat dat niet werken.

Opmeer 3 Inwoner

Tegen zonnepark in gemeente Opmeer • • •

behoud het bijzondere langschap van west-friesland biodiversiteit en zonneparken gaan niet samen We zien geen activiteiten vanuit gemeenten in Westfriesland om de opwekking van zonne-energie via daken (bedrijfsgebouwen, schuren, kassen, parkeerplaatsen) te stimuleren, bevorderen en faciliteren. Bovendien willen bedrijven graag aansluiten op het netwerk van Liander. Dat gaat niet lukken als er zonneparken worden aangesloten

De periode van 25 jaar is bepaald door de provincie en we verwijzen daar alleen naar. We willen geen regels en wetten herhalen in de beleidskaders.

Deze reactie vraagt geen aanpassing van het beleidskader Het beleidskader is voor grootschalige duurzame opwek van zon- en windenergie op land. Het genoemde punt valt buiten de reikwijdte van dit beleidskader. Deze reactie vraagt geen aanpassing van het beleidskader. In 2021 is de RES door de gemeenteraden vastgesteld. Deze gaat over op welke manier en waar invulling gegeven kan worden aan grootschalige opwek. De RES 73

gaat er vanuit dat 30% van de te realiseren duurzame opwek is te realiseren via zon op dak. Hierbij wordt uitgegaan van gebruik van 45% van het dakpotentieel aan grote daken in Westfriesland. Het aanbrengen van zonnepanelen op daken is vergunningsvrij, en daarom geen onderwerp in dit beleidskader. Opmeer 4 Inwoner

Alsjeblieft GEEN zonnevlekken. Laat de mooie natuur in Hoogwoud en Opmeer intact. De generaties die na ons komen moeten ook van de natuur en het landschap kunnen genieten. De zon kan het dak op.

Deze reactie vraagt geen aanpassing van het beleidskader. In 2021 is de RES door de gemeenteraden vastgesteld. Deze gaat over op welke manier en waar invulling gegeven kan worden aan grootschalige opwek. De RES gaat er vanuit dat 30% van de te realiseren duurzame opwek is te realiseren via zon op dak. Hierbij wordt uitgegaan van gebruik van 45% van het dakpotentieel aan grote daken in Westfriesland.

74

Het aanbrengen van zonnepanelen op daken is vergunningsvrij, en daarom geen onderwerp in dit beleidskader. Opmeer 5 Inwoner

In het beleidskader RES lees ik dat Opmeer alleen inzet op zonnepanelen. Dit vind ik niet echt verstandig. Wat doen zonnepanelen? 1. zijn leveren stroom als de zon schijnt 2. zij doen dit van zonsopgang tot zonsondergang Wat doen windmolens? 1. zij wekken stroom op als er wind is 2. zij kunnen 24 uur per dag stroom opwekken

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13645212/1