B2. OER (Omgevingseffectrapport) SED
Tekst van het document
Hierdoor is het aannemelijk dat het knelpunt deels verholpen wordt, het kwaliteitsniveau blijft echter rood. Biodiversiteit Biodiversiteit is in de huidige situatie beoordeeld met kwaliteitsniveau rood met een autonome verbetering. Het beleid laat zowel kansen op positieve effecten als risico's op negatieve effecten zien, waarbij er meer kansen op positieve effecten zijn. Door de realisatie van woningen verdwijnt er potentieel leefgebied van beschermde soorten en in het buitengebied en door de aanleg van windturbines is er een kans op vogel- en vleermuisslachtoffers. De kansen op positieve effecten komen voort uit de uitbreiding van natuur en de toename van groen (‘ruimtelijke kwaliteit’ en ‘groen en water’). Ook ter hoogte van bestaande groenstructuren wordt de biodiversiteit versterkt. Met het beleid wordt het knelpunt naar verwachting verholpen. Door de te verwachten negatieve effecten blijft het kwaliteitsniveau rood.
De volgende aandachtspunten zijn in de ‘Foto van de leefomgeving’ benoemd: • Wonen Wonen is in de huidige situatie beoordeeld met kwaliteitsniveau oranje met een autonome verslechtering. Het beleid laat een kans op een positief effect zien door de toename van aanbod in woning type waar behoefte aan is, rond OV-knooppunten, in centra, op potentiële uitbreidingslocaties en d.m.v. maatwerk in kleine kernen. Naar verwachting wordt het aandachtspunt verholpen met het beleid, wat leidt tot een verbetering binnen oranje. • Werkgelegenheid Werkgelegenheid is in de huidige situatie beoordeeld met kwaliteitsniveau oranje met een autonome verslechtering. Het beleid van laat kansen op positieve effecten zien. Ook ter hoogte van de stationslocatie wordt ingezet op het versterken van de werkfunctie. Dit biedt kansen voor het versterken van de werkgelegenheid. Naar verwachting wordt het aandachtspunt verholpen met het beleid, wat leidt tot een verbetering binnen oranje. • Geluidhinder Geluidhinder is in de huidige situatie beoordeeld met kwaliteitsniveau oranje met een autonome verslechtering. Het beleid resulteert overwegend in risico's op negatieve effecten door de aanleg van windturbines en de toename van verkeersbewegingen als gevolg van woningbouw op de aangewezen zoeklocaties.
Er is ook een kans op een positief effect, voortkomend uit de stimulatie van elektrisch rijden, waardoor de geluidshinder afneemt. Daarmee is er sprake van een negatieve trend en wordt het aandachtspunt mogelijk een knelpunt (verdere verslechtering van kwaliteitsniveau ‘oranje’ richting ‘rood’).
9 oktober 2024
BJ1895
57
5.3.2
Nieuwe knel- en aandachtspunten
Zoals hierboven benoemd zijn er een aantal aspecten met aandachtspunten. Een verslechtering door het nieuwe beleid kan ervoor zorgen dat een aandachtspunt een knelpunt gaat vormen. Bij het volgende aspect kan dit het geval zijn: • Geluidhinder (zie omschrijving in vorige paragraaf) Naast mogelijke nieuwe knelpunten zijn er mogelijke nieuwe aandachtspunten. Het gaat hier om aspecten die in de referentiesituatie oranje scoren en waarbij het nieuwe beleid tot meer risico’s op negatieve effecten dan kansen op positieve effecten leidt. Bij de volgende aspecten kan dit het geval zijn: • Omgevingsveiligheid Omgevingsveiligheid is in de huidige situatie beoordeeld met kwaliteitsniveau oranje met een gelijkblijvende autonome trend. Er is een risico op een negatief effect door de aanleg van windturbines en de aanwezigheid van het spoor. Het spoor vormt een risico voor de omgevingsveiligheid van de bewoners die rondom het spoor (gaan) wonen. Met het beleid ontstaat hierdoor mogelijk een nieuw aandachtspunt voor het aspect omgevingsveiligheid. • Beschermde natuur Beschermde natuur is in de huidige situatie beoordeeld met kwaliteitsniveau oranje met een autonome verbetering.
Er is een risico op een negatief effect als gevolg van de aanleg en gebruik van woningen, de aanleg van windturbines en ook de aanleg van een strandje wat mogelijk kan leiden tot negatieve effecten op NNN en Natura2000 gebieden. Er zijn ook kansen op positieve effecten door de uitbreiding van het natuurgebied en de afname van het aantal verkeersbewegingen, als gevolg van de aanleg van (door)fietsroutes. Met het beleid ontstaat mogelijk een nieuw aandachtspunt voor het aspect beschermde natuur. • Landbouw Landbouw is in de huidige situatie beoordeeld met kwaliteitsniveau oranje met een gelijkblijvende autonome trend. Er zijn risico's op negatieve effecten door de uitbreidingslocaties voor woningbouw in gebied dat agrarisch gebruikt wordt. Ook kan landbouwkundig gebied in omvang afnemen door te ontwikkelen sport- en recreatielandschap, de aanleg van zonnevelden en windturbines en de uit te breiden natuurgebied. Er is een kans op een positief effect doordat er op enkele locaties wel degelijk nog mogelijkheden zijn tot uitbreiding van agrarische bedrijven. Met het beleid ontstaat mogelijk een nieuw aandachtspunt voor het aspect landbouw. • Landschap Landschappelijke kwaliteit is in de huidige situatie beoordeeld met kwaliteitsniveau groen met een gelijkblijvende trend.
Er zijn risico’s op negatieve effecten door het realiseren van woningen en duurzame energie in het landschap van het landelijk gebied. Dit kan zorgen voor afname van de bestaande openheid en mogelijke aantasting van landschappelijk waardevolle structuren en elementen. Er zijn kansen op positieve effecten door de versterking van het West-Friese lintenlandschap en het rechtlijnige landschap. Met het beleid ontstaat mogelijk een nieuw aandachtspunt voor het aspect landschap.
9 oktober 2024
BJ1895
58
5.4
Is het nieuwe beleid consistent?
De concept omgevingsvisie schetst een samenhangend, integraal beeld van de leefomgeving van de SEDgemeenten en wat de gemeente aan nieuw beleid voorneemt om die hoofdopgaven te behalen. Omdat het om een samenhangend, integraal beeld gaat, is het van belang dat het voorgenomen beleid voldoende consistent is en zo min mogelijk conflicteert. Hierbij is het van belang dat de ene uitspraak voor nieuw beleid geen afbreuk doet aan een andere uitspraak, maar dat uitspraken elkaar juist versterken. Want alleen dan kun je spreken van integraal beleid dat in samenhang bijdraagt aan het verbeteren van leefomgevingskwaliteiten en het behalen van ambities. Daarom zijn zogenaamde ‘botsproeven’ uitgevoerd, waarbij de onderlinge samenhang tussen beleidsuitspraken is beschouwd. Zowel inhoudelijk als in ruimtelijk zin, past het naast elkaar in de leefomgeving? De beleidsuitspraken zijn onderling met elkaar geconfronteerd en beoordeeld op potentiële onderlinge versterking en strijdigheid. In bijlage 3D en 3E zijn de botsproeven en de argumentatie hierachter opgenomen. Figuur 5-13 geeft een samenvatting van de resultaten van de botsproeven. Per beleidsuitspraak zijn de opgetelde aantallen kansen en risico’s opgenomen. Het gaat om een rekenkundige optelling, het geeft daarmee een algemeen beeld hoeveel kansen en risico’s er geconstateerd zijn.
In het algemeen is er sprake van meer kansen op synergie (versterking) dan risico’s op strijdigheid. De meeste beleidsuitspraken laten zowel kansen op synergie als risico’s op strijdigheden zien. Een aantal beleidsuitspraak laat enkel risico's op tegenstrijdigheid zien. Geen enkele beleidsuitspraak laat enkel kansen op synergie zien. Dit is hieronder verder toegelicht.
Figuur 5-13 Botsproeven met risico op strijdigheid en kans op synergie
9 oktober 2024
BJ1895
59
Per saldo meer kansen op synergie Bij de volgende uitspraken zijn er meer kansen op synergie dan risico’s op strijdigheid: groen en water, sport en bewegen, natuur, recreatie, ruimtelijke kwaliteit. De beleidsuitspraak groen en water heeft een kans op synergie met de beleidsuitspraken sport en bewegen, natuur, ruimtelijke kwaliteit, economie en wonen en samenleven. Door bij de inrichting van openbare ruimte aandacht te besteden aan extra opvangmogelijkheden voor water en waterberging en door groen- en boombeplanting waar de kans op hitte het grootst is, wordt de natuur en ruimtelijke kwaliteit versterkt. Verder kan het groen zo ingericht worden dat het uitnodigt om daar te sporten. Vice versa kunnen de sportterreinen groen ingericht worden. Ook het realiseren van de woningbouw vormt een kans op synergie. Daar woningen moeten komen, komt er volgens de visie namelijk ook groen. Naast synergie is er een risico op strijdigheid te zien met de beleidsuitspraken economie en wonen en samenleven. Dit zijn beide beleidsuitspraken die uitbreiding voorzien ten koste van groen en water. Daar waar huizen of kantoorpanden staan, is er immers geen ruimte voor groen en water. Dit kan daarom conflicteren in de ruimte. De beleidsuitspraak sport en bewegen heeft een kans op synergie met de beleidsuitspraken recreatie, wonen en samenleven en groen en water.
Het realiseren van een strandje nodigt uit tot bewegen, hetzelfde geldt voor de ontmoetingsplekken die samen met de bouw van huizen gecreëerd worden en het te realiseren groen en water. Beiden nodigen mogelijk uit tot bewegen. Naast synergie is er een risico op strijdigheid te zien met de beleidsuitspraak economie, dit wordt veroorzaakt doordat het ruimtebeslag conflicteert; de aanwezige landbouwgrond moet plaatsmaken voor het uit te breiden sportterrein. De beleidsuitspraak natuur heeft kans op synergie met de beleidsuitspraken ruimtelijke kwaliteit en sport en bewegen. De uitbreiding van de natuur versterkt de ruimtelijke kwaliteit. Voor de beleidsuitspraak recreatie is er zowel een kans op synergie als een risico op strijdigheid. Hiervoor geldt namelijk dat de uitbreiding natuur niet samengaat met de toename van recreatieve activiteiten zoals wandelaars, dit resulteert in verstoring van de natuurwaarden. Echter, dit risico is beperkt omdat het al is meegenomen in de visie. De beleidsuitspraak recreatie heeft een kans op synergie met de beleidsuitspraken ruimtelijke kwaliteit, sport en bewegen en natuur. Het verbeteren van de landschappelijke kwaliteit trekt namelijk meer toeristen en geeft dus een positief effect op de recreatiesector. Naast synergie is er een risico op strijdigheid te zien met de beleidsuitspraak natuur, zie bovenstaand.
De beleidsuitspraak ruimtelijke kwaliteit heeft een kans op synergie met de beleidsuitspraken groen en water, natuur en recreatie. Naast synergie is er een risico op strijdigheid te zien met de beleidsuitspraken wonen en samenleven en duurzaamheid. Wat betreft wonen en samenleven wordt de kans op strijdigheid gevormd door de te realiseren woningen die afdoen aan de ruimtelijke kwaliteit. Er is een landschappelijke inpassing nodig daar waar woningen gebouwd worden. Als het gaat om de beleidsuitspraak duurzaamheid geldt dat het plaatsen van zonneparken en windturbines de ruimtelijke kwaliteit verstoren. De andere synergiën en strijdigheden zijn reeds besproken onder bovenstaande beleidsthema's. Per saldo meer risico’s op strijdigheid Bij de volgende uitspraak is er meer risico’s op strijdigheid dan kansen op synergie: economie en wonen en samenleven. De beleidsuitspraak economie heeft een kans op strijdigheid met de beleidsuitspraken sport en bewegen en duurzaamheid. Met betrekking tot de beleidsuitspraak duurzaamheid vormt de kans op strijdigheid zich doordat de windturbines voorzien zijn op locaties die in gebruik zijn door agrariërs. Voor de beleidsuitspraken wonen en samenleven en groen en water geldt dat er zowel kansen op synergie als kansen op strijdigheid zijn. Voor de beleidsuitspraak wonen en samenleven is er sprake van een synergie
9 oktober 2024
BJ1895
60
door de combinatie van wonen en werken die wordt nagestreefd in de centra. Het risico wordt gevormd doordat de landbouw plaats zal, moeten maken voor de nieuw te realiseren woningen. De beleidsuitspraak wonen en samenleven heeft een kans op strijdigheid met ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid. De zoekgebieden voor zonnepanelen en windturbines grenzen namelijk direct aan beoogde uitbreidingslocaties voor woningbouw. Dit conflicteert aangezien zonnevelden aan bepaalde eisen moeten voldoen met betrekking tot woningbouw. Voor de beleidsuitspraken groen en water en economie is er zowel een kans op strijdigheid als een kans op synergie. Voor de beleidsuitspraak sport en bewegen is er een kans op synergie. Enkel kansen op strijdigheid Bij de volgende uitspraak is er enkel risico op strijdigheid. De beleidsuitspraak duurzaamheid heeft een kans op strijdigheid met de beleidsuitspraak economie, ruimtelijke kwaliteit en wonen en samenleven. Deze synergiën en strijdigheden zijn reeds besproken onder bovenstaande beleidsuitspraken. Geen kansen op synergie of strijdigheid De beleidsuitspraak mobiliteit en toegankelijkheid heeft geen kans op synergie of risico op strijdigheid.
5.5
Draagt het nieuwe beleid bij aan de ambities?
De gemeenten Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland hebben in hun omgevingsvisie een aantal ambities vastgesteld, deze ambities zijn verdeeld onder de thema’s: ‘wonen, voorzieningen, ontmoeten’, ‘gezondheid, welbevinden en milieu’, ‘duurzaamheid, natuur en recreatie’, ‘economie’, ‘mobiliteit en toegankelijkheid’ en ‘ruimtelijke kwaliteit’. Elke ambitie heeft een specifieke doelen (zie paragraaf 2.4). Idealiter draagt het nieuwe beleid uit de omgevingsvisie bij aan het behalen van de gestelde doelen. Om te beoordelen in welke mate de scenario’s bijdragen aan de doelen is vervolgens, per ambitie, aangegeven welke beoordelingsaspecten hieraan gerelateerd zijn. Vervolgens is op basis van de effectbeoordeling van de concept omgevingsvisie bepaald of er sprake is van (overwegend) kansen op positieve of risico’s op negatieve effecten voor de beoordelingsaspecten gerelateerd aan een ambitie. Dit is een optelling van de kansen en risico’s per aspect zoals opgenomen in bijlage 3A. Op basis daarvan is een doorkijk gegeven of het de verwachting is dat de ambitie wel of niet gehaald wordt. Dit is de optelling van alle aan de ambitie gerelateerde beoordelingsaspecten. De resultaten zijn opgenomen in bijlage 3F en gevisualiseerd in Figuur 5-14.
9 oktober 2024
BJ1895
61
Figuur 5-14 Doelbereik
In dit hoofdstuk is per ambitie aangegeven in hoeverre de ambitie behaald wordt door het nieuwe beleid. Dat is ook weer gedaan in termen van kansen en risico’s. Daarbij is gebruik gemaakt van het aangeven van smileys:
😊
Op grond van de effectbeoordeling is overwegend sprake van kansen op positieve effecten (er zijn meer kansen dan risico’s), en daarmee kans op bijdrage aan behalen ambitie.
😐
Op grond van de effectbeoordeling is overwegend geen sprake van kansen of risico’s of aantal kansen en risico’s zijn overwegend in evenwicht, en daarmee beperkt of geen kansen op bijdragen aan behalen ambitie.
☹
Op grond van de effectbeoordeling is overwegend sprake van risico’s op negatieve effecten (er zijn meer risico’s dan kansen), en daarmee risico’s op afbreuk aan de ambitie/
Aan het eind van de paragraaf is een korte samenvatting gegeven waarin staat voor welke ambities er extra aandacht nodig is richting verdere uitwerking van het beleid in programma’s en of het omgevingsplan. Ambitie 1: Wonen, voorzieningen en ontmoeten Zie 2.4.1 Wonen en Samenleven Beoordelingsaspect
Omgevingsvisie
Wonen en samenleven
😊
Voorzieningenniveau
😊
Ontmoetingsplekken
😊
Groene leefomgeving
😊
Conclusie: Uit Tabel 5-1 valt op te maken dat het doelbereik voor de ambitie ‘wonen, voorzieningen en ontmoeten’ overwegend kansen op positieve effecten laat zien en daarom is er een kans dat er positief wordt bijgedragen aan het halen van de ambitie. De kansen op een positief effect komt voort uit de relatie van deze ambitie met aspecten zoals voorzieningenniveau, ontmoetingsplekken en groene leefomgeving.
9 oktober 2024
BJ1895
62
Ambitie 2: Gezondheid, welbevinden en milieu Zie 2.4.2 Gezondheid, welbevinden en milieu Beoordelingsaspect
Omgevingsvisie
Beweegvriendelijke leefomgeving
😊
Groene leefomgeving
😊
Sociale veiligheid
😊
Omgevingsveiligheid
☹
Luchtkwaliteit
😐
Geluidhinder
☹
Trillinghinder
☹
Bodemkwaliteit
😐
Oppervlaktewater
😐
Hitte
😊
Droogte en grondwater
😊
Wateroverlast (door hemelwater)
😐
Conclusie: Voor de ambities die de gemeente gesteld heeft en gerelateerd zijn aan ‘gezondheid, welbevinden en milieu’ geldt dat er overwegend kansen op positieve effecten zijn. Echter, risico’s op negatieve effecten zijn op grond van de effectbeoordeling ook aanwezig. Voor luchtkwaliteit, bodemkwaliteit, oppervlaktewater en wateroverlast (door hemelwater) zijn het aantal kansen en risico’s overwegend in evenwicht. Voor omgevingsveiligheid, geluidhinder en trillinghinder zijn er overwegend risico’s geconstateerd. Het is daarmee niet zonder meer aannemelijk dat deze ambitie wordt gehaald.
Ambitie 3: Duurzaamheid, natuur en recreatie Zie 2.4.3 Duurzaamheid, natuur en recreatie Beoordelingsaspect
Omgevingsvisie
Voorzieningenniveau
😊
Groene leefomgeving
😊
Duurzame energieopwekking
😊
Duurzame gebouwen
😊
Circulariteit
😐
9 oktober 2024
BJ1895
63
Biodiversiteit
😊
Fiets- en wandelnetwerk
😊
Landschappelijke kwaliteit
☹
Conclusie: Voor de ambities op het vlak van duurzaamheid, natuur en recreatie geldt dat er meer kansen op positieve effecten zijn, dan risico’s op negatieve effecten. ‘Groene omgeving’ laat de meeste kansen op positieve effecten zien en is daarom in deze tabel geclassificeerd met een groene smiley. Voor het aspect landschappelijke kwaliteit geldt het omgekeerde, dit aspect laat op grond van de effectbeoordeling overwegen risico’s op negatieve effecten zien en doet daarmee afbreuk aan de ambitie. Het is daarmee niet zonder meer aannemelijk dat deze ambitie wordt gehaald.
Ambitie 4: Economie Zie 2.4.4 Economie Beoordelingsaspect
Omgevingsvisie
Sociale veiligheid
😊
Circulariteit
😐
Werkgelegenheid
😊
Werklocaties en bedrijvigheid
😊
Landbouw
☹
Vrijetijdseconomie
😐
Fiets- en wandelnetwerk
😊
Conclusie: Voor deze ambitie zijn er meer kansen op positieve effecten dan risico’s op negatieve effecten. Sociale veiligheid, werkgelegenheid, werklocaties en bedrijvigheid en fiets- en wandelnetwerk zijn de aspecten waar overwegend kansen op positieve effecten uit voort komen en dus bijdragen aan het behalen van de ambitie. Landbouw resulteert op grond van de effectbeoordeling overwegend in risico’s op negatieve effecten en daarmee in risico’s op afbreuk aan de ambitie. Voor circulariteit en vrijetijdseconomie geldt dat op grond van de effectbeoordeling een gelijk aantal kansen op positieve effecten als risico’s op negatieve effecten te zien zijn. Het is daarmee niet zonder meer aannemelijk dat deze ambitie wordt gehaald.
Ambitie 5: Mobiliteit en toegankelijkheid Zie 2.4.5 Mobiliteit en Toegankelijkheid Beoordelingsaspect
Omgevingsvisie
Verkeersveiligheid
😐
Sociale veiligheid
😊
Duurzame en slimme mobiliteit
😊
9 oktober 2024
BJ1895
64
Bereikbaarheid auto en OV
😐
Fiets- en wandelnetwerk
😊
Conclusie: Uit de effectbeoordeling komt naar voren dat er meer kansen op positieve effecten zijn, dan risico’s op negatieve effecten. Dit leidt tot een positieve verwachting met betrekking tot het halen van de ambitie. De aspecten sociale veiligheid, duurzame en slimme mobiliteit en fiets- en wandelnetwerk hebben overwegend een kans op positieve effecten en dragen daarmee bij aan het behalen van de ambitie. Bereikbaarheid auto en OV en verkeersveiligheid hebben zowel een kans op een positief effect als een risico op een negatief effect (= neutraal). Daarmee is er een kans dat er positief wordt bijgedragen aan het halen van de ambitie.
Ambitie 6: Ruimtelijke kwaliteit Zie 2.4.6 Ruimtelijke kwaliteit Beoordelingsaspect
Omgevingsvisie
Groene leefomgeving
😊
Landschappelijke kwaliteit
☹
Cultuurhistorische waarden
😐
Conclusie: Voor de ambitie op het gebied van ruimtelijke kwaliteit zijn de kansen op positieve effecten ongeveer gelijk aan de risico’s op negatieve effecten. Het beoordelingsaspect landschappelijke kwaliteit resulteert in overwegend risico’s op negatieve effecten en doet daarmee afbreuk aan het behalen van de ambitie. Groene leefomgeving draagt in positieve mate bij en het beoordelingsaspect cultuurhistorische waarden heeft een neutraal karakter in het behalen van deze ambitie. Het is daarmee niet zonder meer aannemelijk dat deze ambitie wordt gehaald.
Conclusie Voor twee ambities is er een kans dat met het nieuwe beleid positief wordt bijgedragen aan het halen van de ambitie, maar het verschilt per ambitie hoeveel kansen er zijn om deze ambitie te halen (zie Tabel 5-1). Voor de andere vier ambities is het niet zonder meer aannemelijk dat de ambitie wordt gehaald. Ambities die beïnvloed worden door meer beoordelingsaspecten hebben een grotere kans op het wel of niet behalen van de ambitie omdat er meer kansen of risico’s aan gerelateerd zijn. Of een ambitie daadwerkelijk behaald wordt, is afhankelijk van de verdere uitwerking van het nieuwe beleid in programma’s. Deze paragraaf geeft alleen aan of er meer kansen dan risico’s zijn voor het behalen van de ambitie. Disclaimer: Voor het doelbereik is op basis van de effectbeoordeling een inschatting gemaakt of het beleid positief bijdraagt aan het halen van de ambities. Het is niet met zekerheid te zeggen of de ambities daadwerkelijk behaald worden, er is alleen een richting te noemen. Uit monitoring moet de aankomende jaren blijken of het beleid zich daadwerkelijk ontwikkelt zoals ingeschat. Zo niet dan kan dat een teken zijn om tijdig bij te sturen om ambities te halen. In hoofdstuk 8.3 hebben de gemeenten beschreven hoe zij monitoring op gaan pakken.
9 oktober 2024
BJ1895
65
6
Wat zijn de gevolgen voor Natura 2000 gebieden?
In dit hoofdstuk is een korte samenvatting opgenomen van de bevindingen uit de Passende Beoordeling voor de omgevingsvisie voor de gemeenten Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland. De volledige Passende Beoordeling is opgenomen in bijlage 2.
6.1
Passende Beoordeling Natura 2000
Omdat het op voorhand niet is uitgesloten dat het nieuwe beleid in de omgevingsvisie een (significant) negatief effect veroorzaakt op de natuurlijke kenmerken van de omliggende Natura 2000-gebieden is een Passende Beoordeling opgesteld op grond van de Wet natuurbescherming. Binnen de gemeenten liggen de Natura 2000-gebieden Markermeer & IJmeer (gemeenten Enkhuizen en Drechterland) en IJsselmeer (gemeente Enkhuizen). Binnen een straal van 25 kilometer (vanaf de gemeentegrens) ligt het Nationaal Landschap Laag Holland met de Natura 2000-gebieden Ilperveld, Varkensland, Oostzanerveld & Twiske (IVOT), Polder Westzaan, Wormer- en Jisperveld & Kalverpolder en Eilandspolder. In deze Passende Beoordeling is het nieuwe beleid uit de omgevingsvisie beoordeeld aan de hand van beleidsuitspraken die in het OER zijn geselecteerd. Het gaat om uitspraken die voldoende concreet zijn en die een relatie hebben met de leefomgeving. De Passende Beoordeling beoordeeld per uitspraak of en zo ja hoe groot het risico is op significant negatieve effecten op Natura 2000-gebied in en in de omgeving van de gemeenten Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland. Daarbij is getoetst aan de belangrijkste instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied.
Bij de beoordeling is aangesloten bij het karakter van het strategische beleid in de omgevingsvisie, wat wil zeggen dat de beoordeling op hoofdlijnen is gedaan. Het doel van de passende beoordeling is het in beeld brengen: a) Van de risico’s op het optreden van (significant) negatieve effecten op Natura 2000-gebieden als gevolg van het nieuwe beleid van de omgevingsvisie, en; b) Met welke maatregelen geconstateerde risico’s voorkomen of beperkt kunnen worden. Geconstateerde risico’s zijn aandachtspunten waar bij de verdere uitwerking van het beleid rekening mee gehouden moet worden. Op deze manier kan voorkomen worden dat (significant) negatieve effecten op de natuurlijke kenmerken van de Natura 2000-gebieden daadwerkelijk optreden. In de Passende Beoordeling is naar verschillende storingsfactoren gekeken, zoals effecten van stikstofdepositie, ruimtebeslag, effecten als gevolg van hydrologische veranderingen (bijvoorbeeld verdroging of vernatting) of verstoring door geluid of optische verstoring. Het gaat hierbij om effecten in de gebruiksfase. Effecten als gevolg van de aanlegfase worden in deze Passende Beoordeling niet meegenomen, omdat op basis van het strategische karakter onvoldoende duidelijk is op welke wijze de beleidsuitspraken worden uitgewerkt. De Passende Beoordeling is opgenomen in bijlage 2.
In dit hoofdstuk zijn de hoofdlijnen van de resultaten en conclusies opgenomen.
6.2
Resultaten Passende Beoordeling
Meerdere beleidsuitspraken van de omgevingsvisie kunnen tot risico’s leiden op significant negatieve effecten binnen Natura 2000-gebieden. Deze zijn in Tabel 6-1 opgenomen. De risico’s hebben betrekking op: • Stikstofdepositie; • Verstoring door recreatie, en; 9 oktober 2024
BJ1895
66
•
Verstoring in aanvliegroute.
Aangezien stikstofdepositie (huidig, autonoom) een knelpunt is voor de Natura 2000-gebieden van Laag Holland en een kleine toename al een significant negatief effect kan veroorzaken, is cumulatie met betrekking tot stikstofdepositie een belangrijk aandachtspunt. De gemeenten Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland hebben in hun omgevingsvisie ook beleidsuitspraken die leiden tot een afname aan stikstofdepositie, zoals maatregelen die duurzame vormen van vervoer bevorderen. Bij de verdere uitwerking van het nieuwe beleid moet integraal aandacht zijn voor ontwikkelingen die kunnen leiden tot een verhoogde milieudruk binnen Natura 2000-gebieden. Door een integrale aanpak en de projectscope van een ontwikkeling zo in te steken dat ook maatregelen om stikstofdepositie te verminderen worden betrokken bij de ontwikkeling (interne saldering) kan een significant negatief effect voorkomen worden. De omgevingsvisie, de programma’s en het omgevingsplan zijn instrumenten om tot een goede integrale uitwerking van het beleid te komen. Er zijn mogelijkheden voorhanden om significant negatieve gevolgen binnen de omliggende Natura 2000-gebieden te voorkomen. Het nieuwe beleid waar de omgevingsvisie in voorziet, is daarmee in beginsel uitvoerbaar in het kader van de Wet natuurbescherming (onderdeel Natura 2000-gebieden).
Tabel 6-1: Beleidsuitspraken uit de omgevingsvisie met een risico op een significant negatief effect Beleidsuitspraak
1
Wonen & samenleving + autonome ruimtelijke ontwikkeling
Invloed op Natura 2000
IJsselmeer Markermeer & IJmeer Laag Holland
Risico’s op negatief effect
Aandachtspunten bij nadere uitwerking beleid (mitigatie) Recreatiedruk kan verminderd worden door het stimuleren van recreatie in andere natuurgebieden. Daarnaast naleven en eventueel handhaven gedragscode recreatie.
Stikstofdepositie Een toename in stikstofdepositie zo veel mogelijk voorkomen door het stimuleren van emissieloze mobiliteit. Indien nodig kan (intern of extern) gesaldeerd worden.
Eindbeoordeling
(Significant) negatief effect is te voorkomen
Stikstofdepositie
Een toename in stikstofdepositie zo veel mogelijk voorkomen door het stimuleren van emissieloze mobiliteit. Indien nodig kan (intern of extern) gesaldeerd worden.
(Significant) negatief effect is te voorkomen (Significant) negatief effect is te voorkomen
3
Sport & bewegen Laag Holland
4
Duurzaamheid
Markermeer & IJmeer
Verstoring in aanvliegroute
Nader onderzoek naar de aanvliegroutes is nodig zodat windturbines hierbuiten geplaatst kunnen worden en aanvaringsslachtoffers voorkomen kunnen worden.
Recreatie
Markermeer & IJmeer
Recreatieve verstoring
(Significant) Benutten en waar noodzakelijk uitbreiden van negatief effect bestaande badstrandjes in plaats van toevoegen van is te nieuwe verstoringslocaties. voorkomen
6
7
Economie
9 oktober 2024
Laag Holland Omliggende Natura 2000gebieden
Stikstofdepositie
Een toename in stikstofdepositie zo veel mogelijk voorkomen door het stimuleren van emissieloze mobiliteit. Indien nodig kan (intern of extern) gesaldeerd worden. Nader onderzoek is nodig naar de afname in milieudruk als gevolg van functieverandering van landbouw.
BJ1895
(Significant) negatief effect is te voorkomen
67
7
Conclusies, aandachtspunten en aanbevelingen
7.1
Conclusies
De ‘Foto van de leefomgeving’ beschrijft de huidige staat van de fysieke leefomgeving in de gemeenten Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland. Deze huidige staat laat een wisselend beeld zien. Vooral voor de aspecten ontmoetingsplekken, landschappelijke kwaliteit en cultuurhistorische waarden staat de fysieke leefomgeving er op dit moment over het algemeen goed voor (‘groen’). Leefomgevingsaspecten met een laag kwaliteitsniveau (‘rood’) zijn broeikasgassen, duurzame energieopwekking, circulariteit, duurzame en slimme mobiliteit en biodiversiteit. De omgevingsvisie kent op de meeste thema’s nieuw beleid gericht op het verbeteren en beschermen van de referentiesituatie. Dit uit zich in kansen op positieve effecten op verschillende beoordelingsaspecten. Daar waar in Figuur 7-1 de doorgetrokken lijn meer naar buiten staat ten opzichte van de stippellijn is sprake van kansen op positieve effecten (ten opzichte van de referentiesituatie) als gevolg van de omgevingsvisie. Voorbeelden zijn wonen, groene leefomgeving en werkgelegenheid. Aan de andere kant zijn er ook diverse risico’s geconstateerd. In Figuur 7-1 is zijn dit de criteria waarbij de doorgetrokken lijn meer naar binnen staat ten opzichte van de stippellijn. Er is echter sprake van meer kansen op positieve effecten dan risico’s op negatieve effecten.
De risico’s hangen voornamelijk samen met mogelijke negatieve effecten op landbouw, beschermde natuur, geluidshinder, landschappelijke kwaliteit, en omgevingsveiligheid. Hiervoor zijn diverse aandachtpunten en aanbevelingen geformuleerd die zijn ingebracht om de omgevingsvisie verder aan te scherpen, dan wel mee te nemen bij de uitwerking in Omgevingsprogramma’s. In onderstaande Tabel 7.1 zijn de aandachtspunten en aanbevelingen weergegeven, ook wel mitigerende maatregelen. Voor twee ambities (Wonen, voorzieningen en ontmoeten en Mobiliteit en toegankelijkheid) is er een kans dat met het nieuwe beleid positief wordt bijgedragen aan het halen van de ambitie, maar het verschilt per ambitie hoeveel kansen er zijn om deze ambitie te halen. Voor de andere vier ambities is het niet zonder meer aannemelijk dat de ambitie wordt gehaald. Met name de ambities rondom Gezondheid, welbevinden en milieu vragen nog aandacht. De meeste beleidsuitspraken laten zowel kansen op synergie als risico’s op strijdigheden zien. Duurzaamheid laat echter enkel risico's op tegenstrijdigheid zien. Dit betekent dat de realisatie van windturbines en zonnevelden niet goed samengaat met de voornemens op het gebied van wonen, werken, ruimtelijke kwaliteit en samenleven.
Enkele beleidsuitspraken van de omgevingsvisie kunnen daarnaast een risico hebben op significant negatieve effecten binnen Natura 2000-gebieden. Bij de verdere uitwerking van het nieuwe beleid moet integraal aandacht zijn voor ontwikkelingen die kunnen leiden tot een verhoogde milieudruk binnen Natura 2000-gebieden. Door een integrale aanpak en de projectscope van een ontwikkeling zo in te steken dat ook maatregelen om stikstofdepositie te verminderen worden betrokken bij de ontwikkeling (interne saldering) kan een significant negatief effect voorkomen worden. Daarmee zijn de getoetste beleidsuitspraken uit de omgevingsvisie in principe uitvoerbaar in het kader van de Wet natuurbescherming (onderdeel Natura 2000gebieden).
9 oktober 2024
BJ1895
68
Figuur 7-1 Rad van de leefomgeving van de SED gemeenten inclusief voorkeursalternatief
9 oktober 2024
BJ1895
69
7.2
Aandachtspunten en aanbevelingen
In Tabel 7.1 zijn diverse aandachtpunten en aanbevelingen geformuleerd die zijn ingebracht om de omgevingsvisie verder aan te scherpen, dan wel mee te nemen bij de uitwerking in omgevingsprogramma’s. Aspecten waarbij als gevolg van de omgevingsvisie een sterke verbetering te verwachten is (bijvoorbeeld ‘wonen’ door de woningbouwplannen) zijn niet uitgelicht. In de eerste kolom zijn de gesignaleerde kansen of risico’s per beoordelingsaspect benoemd. Of is benoemd dat er geen kansen dan wel risico’s zijn omdat er geen beleid is geformuleerd. Vervolgens zijn in de tweede kolom aanbevelingen gedaan om effecten te mitigeren, dan wel aanbevelingen gegeven om kansen te verzilveren. De derde kolom geeft aan hoe dit een plek heeft gekregen in de omgevingsvisie. De laatste kolom beschrijft op welke manier de aanbevelingen worden meegenomen in het vervolg, na de omgevingsvisie. Dus bijvoorbeeld in de uitwerking van een bepaald programma. Tabel 7.1 Overzicht aandachtspunten en aanbevelingen per aspect
Risico en/of kansen per aspect • Geluidshinder Geluidhinder is in de huidige situatie beoordeeld met kwaliteitsniveau oranje met een autonome verslechtering. Het beleid van de ontwerp visie resulteert overwegend in risico's op negatieve effecten. Dit komt door de aanleg van windturbines en de toename van verkeersbewegingen als gevolg de beoogde woningbouw.
Mitigerende maatregelen (Aandachtspunten en aanbevelingen)
Op welke manier meegenomen bij het aanscherpen van de visie?
Op welke manier meenemen in het vervolg?
Om geluidshinder te beperken wordt aanbevolen om bij de plaatsing van windturbines zo veel als mogelijk rekening te houden met voldoende afstand vanaf woningen (in Nederland geldt geen minimaal te houden afstand, wel moet rekening gehouden worden met geluidsnormen). Bij nieuwe uitbreidingsgebieden voor wonen en werken is het advies om te zorgen voor een goede ontsluiting op het OV en fietsroutes en daarnaast uit te gaan van een lage parkeernorm.
Als minimale eis voor woningbouwplannen is opgenomen in de visie: het plan doet geen afbreuk aan de leefbaarheid van dorpen, wijken of de stad.
De genoemde aanbevelingen zijn in lijn met de gemeentelijke werkwijze en wordt meegenomen bij het verder uitwerken van de RES gebieden en het programma wonen, Hoogkarspel, uitbreiding Venhuizen en Enkhuizen binnenstad e.o.
In de visie is opgenomen dat het plan een meerwaarde levert als: het plan een bijdrage levert aan duurzame mobiliteit. Bijv. door het gebruik van OV, deelvervoer, elektrisch vervoer en/of vervoer per fiets.
Bij uitwerking van de plannen voor windenergie en woningbouw dient akoestisch onderzoek plaats te vinden. Hierbij dient ook rekening gehouden te worden met de wettelijk verplichte brongegevens uit het geluidregister spoor. • Omgevingsveiligheid Omgevingsveiligheid is in de huidige situatie beoordeeld met kwaliteitsniveau oranje met een gelijkblijvende autonome trend. Er is een risico op een negatief effect door de aanleg van windturbines en de aanwezigheid van het spoor. Het spoor vormt een risico voor de omgevingsveiligheid van de bewoners die rondom het spoor (gaan) wonen. Met het beleid van de concept visie ontstaat hierdoor mogelijk een nieuw aandachtspunt voor het aspect omgevingsveiligheid.
9 oktober 2024
Aanbevolen wordt om bij de bouw van huizen voldoende rekening te houden met afstand van spoor waarover gevaarlijke stoffen vervoerd wordt en voldoende afstand te houden van windturbines. Er dient onderzoek omgevingsveiligheid uitgevoerd te worden bij het concreter uitwerken van de plannen.
Als minimale eis voor plannen is opgenomen in de visie: het plan voldoet aan de geldende wetten en regels voor veiligheid, gezondheid en beheer van water. Daarnaast is in de visie aangegeven dat er een programma externe veiligheid wordt opgesteld.
Een uitzondering hierop betreft het werken met een lagere parkeernorm bij uitbreidingen. Dit sluit niet aan bij de gemeentelijke ambities.
De genoemde aanbevelingen zijn in lijn met de gemeentelijke werkwijze en worden meegenomen in het programma Hoogkarspel, programma Enkhuizen binnenstad e.o., programma wonen en externe veiligheid.
BJ1895
70
Mitigerende maatregelen (Aandachtspunten en aanbevelingen)
Op welke manier meegenomen bij het aanscherpen van de visie?
Op welke manier meenemen in het vervolg?
• Beschermde natuur Beschermde natuur is in de huidige situatie beoordeeld met kwaliteitsniveau oranje met een autonome verbetering. Er is een risico op een negatief effect als gevolg van de aanleg en gebruik van woningen, de aanleg van windturbines alsmede de aanleg van een strandje wat mogelijk kan leiden tot negatieve effecten op NNN en Natura 2000-gebieden. Er zijn ook kansen op positieve effecten door de uitbreiding van het natuurgebied en de afname van het aantal verkeersbewegingen, als gevolg van de aanleg van (door)fietsroutes. Met het beleid van de concept visie ontstaat mogelijk een nieuw aandachtspunt voor het aspect beschermde natuur.
Aanbevolen wordt om bij woningbouw ter hoogte van Hoogkarspel rekening te houden met mogelijke verstoring NNN-gebied. Bij de plaatsing van windturbines moet voldoende afstand worden bewaard tot Natura 2000 Markermeer. Windturbines kunnen leiden tot verstoring van rustende en foeragerende watervogels in een straal van ca 200 m. Ook dient bij de aanleg van het strandje rekening gehouden te worden met mogelijke verstoring op Natura 2000-gebied.
Als minimale eis voor plannen is opgenomen in de visie: het plan draagt bij aan het behoud van de natuurwaarden.
De genoemde aanbevelingen zijn in lijn met de gemeentelijke werkwijze en wordt meegenomen bij het verder uitwerken van de RES gebieden en het programma wonen en programma Hoogkarspel.
• Landbouw Landbouw is in de huidige situatie beoordeeld met kwaliteitsniveau oranje met een gelijkblijvende autonome trend. Er zijn risico's op negatieve effecten doordat uitbereiding van woningbouw voorzien is in gebied dat agrarisch gebruikt wordt. Ook kan landbouwkundig gebied in omvang afnemen door te ontwikkelen sporten recreatielandschap, de aanleg van zonnevelden en windturbines en de uit te breiden natuurgebied. Er is een kans op een positief effect doordat er op enkele locaties wel degelijk nog mogelijkheden zijn tot uitbreiding van agrarische bedrijven. Met het beleid van de concept visie ontstaat mogelijk een nieuw aandachtspunt voor het aspect landbouw.
Aanbevolen wordt om ter hoogte van uit te breiden natuurgebieden te kijken naar mogelijkheden voor natuurinclusieve landbouw. Aanbevolen wordt om bij het zoekgebied duurzame energie opwek ten zuiden van Venhuizen te kijken naar de mogelijkheden in functie combinatie met innovatieve en hoogtechnologische landbouw gelet op het huidige agrarische gebruik en de agrarisch-gerelateerde bedrijvigheid.
• Landschap Landschappelijke kwaliteit is in de huidige situatie beoordeeld met kwaliteitsniveau groen met een gelijkblijvende trend. Er zijn risico’s op negatieve effecten door het realiseren van woningen en duurzame energie in het landschap van het landelijk gebied. Dit kan zorgen voor afname van de bestaande openheid en mogelijke aantasting van landschappelijk waardevolle structuren en elementen. Er zijn kansen op
Aanbevolen wordt om bij uitbreidingsgebieden van wonen en werken in het West-Friese lintenlandschap zo veel mogelijk aansluiting te zoeken bij bestaande waardevolle lijnstructuren en bomenlanen verder te versterken.
Risico en/of kansen per aspect
9 oktober 2024
In de visie is opgenomen dat het plan een meerwaarde levert als: het plan een positieve bijdrage levert aan de rijkdom aan planten en dieren en/of draagt aantoonbaar bij aan de ontwikkeling van natuur.
Bij uitwerking van de plannen dient vervolgonderzoek plaats te vinden naar effecten op beschermde flora en fauna, NNN en Natura 2000-gebieden (incl. stikstofanalyses).
Er is een voorstel gedaan aan het gemeentebestuur om (aanvullend op de eerder beoogde programma’s) een programma landelijk gebied op te zetten. In dit programma zal in dialoog met de sector onder meer gekeken worden naar het perspectief en de verdienmodellen voor de agrarische sector wetende dat het areaal zal verkleinen. Dit is opgenomen in de visie.
De genoemde aanbevelingen worden meegenomen in het programma landelijk gebied.
Als minimale eis voor plannen is opgenomen in de visie: het plan past, als het gelegen is in of aan de rand van het landelijk gebied, in aard en schaal bij de waarden van de verschillende landschappen.
De genoemde aanbevelingen zijn in lijn met de gemeentelijke werkwijze en worden meegenomen bij het uitwerken van de RES en in het programma Hoogkarspel, programma uitbreiding Venhuizen en programma wonen.
Aanbevolen wordt om het belang van de agrarische sector mee te wegen bij verdergaande plannen voor wonen, werken en energietransitie.
BJ1895
71
Mitigerende maatregelen (Aandachtspunten en aanbevelingen)
Op welke manier meegenomen bij het aanscherpen van de visie?
Op welke manier meenemen in het vervolg?
• Circulariteit Circulariteit is in de huidige situatie beoordeeld met kwaliteitsniveau rood met een gelijkblijvende autonome trend. Het beleid van de visie laat geen kansen op positieve effecten, noch risico's op negatieve effecten zien. Met het beleid van de visie wordt het knelpunt dus niet verholpen en blijft het kwaliteitsniveau rood.
Dit wordt met name veroorzaakt doordat het beleid nog weinig concreet is en daardoor effecten niet goed zijn in te schatten. Geadviseerd wordt om circulariteit concreter te maken in de visie.
Als minimale eis is opgenomen in de visie: het plan voldoet aan de wetten en regels die gelden voor besparing en gebruik van energie en uitstoot van CO2.
Er wordt onderzoek gedaan naar de vermindering van restafval en het betalen naar gewicht aan restafval. Wat de uitkomsten zijn van dit onderzoek is nog onduidelijk. Als hiervoor gekozen wordt kan het beleid scherper worden bij een actualisatie van de omgevingsvisie.
• Oppervlaktewater De huidige situatie is beoordeeld met kwaliteitsniveau ‘oranje’ met een verbeterende autonome trend. Als onderdeel van de visie wordt niet ingezet op het verbeteren van de waterkwaliteit.
Het verbeteren van de waterkwaliteit is primair een taak van het waterschap. Wel hebben de gemeentelijke riool overstorten mogelijk invloed. Het is alleen onduidelijk wat de waterkwaliteit is bij riooloverstorten in de gemeenten Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland. Er kunnen derhalve geen specifiek aanbevelingen worden meegegeven voor de visie.
Niet van toepassing.
Er wordt geadviseerd om te onderzoeken of de riool overstorten mogelijk van invloed zijn op de waterkwaliteit en of maatregelen genomen kunnen worden.
• Vrijetijdseconomie Voor het stimuleren van toerisme worden geen beleidskeuzes gemaakt die nieuw zijn er dermate concreet dat zicht is op ruimtelijke consequenties en leefomgevingseffecten. De omvang en kwaliteit van het culturele aanbod blijft gelijk.
Geadviseerd wordt om vrijetijdseconomie concreter te maken in de visie.
De visie is hier niet op aangescherpt, omdat deze taak grotendeels bij de markt ligt.
Vrijetijdseconomie is een belangrijk onderwerp binnen het programma Enkhuizen binnenstad e.o. en zal hier integraal onderdeel van uitmaken.
• Verkeersveiligheid Voor verkeersveiligheid zorgt een toename van het aantal woningen voor meer verkeersbewegingen, wat leidt tot risico’s voor de verkeersveiligheid. Het scheiden van fietspaden van de hoofdweg zorgt daarentegen voor kansen op positieve effecten.
Geadviseerd wordt om bij uitwerking van de uitbreidingsplannen, maar ook ter hoogte van te verdichten stations en centra locaties rekening te houden met verkeersveiligheid d.m.v. bijvoorbeeld het zorgen van veilige oversteekplaatsen of rotondes met verhoogde rijbanenscheiding.
De visie is hier niet op aangescherpt, omdat de voorgestelde maatregelen niet passen bij het detailniveau van een omgevingsvisie op hoofdlijnen.
De genoemde aanbevelingen zijn in lijn met de gemeentelijke werkwijze en worden meegenomen bij het uitwerken van de programma’s Hoogkarspel, uitbereiding Venhuizen, Enkhuizen binnenstad e.o. en programma wonen.
• Luchtkwaliteit Voor luchtkwaliteit zorgt een toename van het aantal woningen (en daarmee het aantal verkeersbewegingen) voor een afname van de luchtkwaliteit. Het stimuleren van elektrisch rijden zorgt
Geadviseerd wordt om bij nieuwe uitbreidingsgebieden voor wonen en werken is het advies om te zorgen voor een goede ontsluiting op het OV en fietsroutes en daarnaast uit te gaan van een lage parkeernorm.
Als minimale eis voor woningbouwplannen is opgenomen in de visie: het plan doet geen afbreuk aan de leefbaarheid van dorpen, wijken of de stad.
De genoemde aanbevelingen zijn in lijn met de gemeentelijke werkwijze en wordt meegenomen bij het verder uitwerken van de RES gebieden en het programma wonen, Hoogkarspel,
Risico en/of kansen per aspect positieve effecten door de versterking van het West-Friese lintenlandschap en het rechtlijnige landschap.
9 oktober 2024
In de visie is opgenomen dat een plan een meerwaarde levert als: het plan aandacht besteed aan een zorgvuldig gebruik van grondstoffen, hergebruik van grond- en reststoffen en beperken van afval.
BJ1895
72
Risico en/of kansen per aspect daarentegen voor kansen op positieve effecten.
Mitigerende maatregelen (Aandachtspunten en aanbevelingen)
Op welke manier meegenomen bij het aanscherpen van de visie?
Op welke manier meenemen in het vervolg?
Bij uitwerking van de plannen dient een luchtkwaliteitsonderzoek uitgevoerd te worden.
In de visie is opgenomen dat het plan een meerwaarde levert als: het plan een bijdrage levert aan duurzame mobiliteit. Bv door het gebruik van OV, deelvervoer, elektrisch vervoer en/of vervoer per fiets.
uitbreiding Venhuizen en Enkhuizen binnenstad e.o. Een uitzondering hierop betreft het werken met een lagere parkeernorm bij uitbreidingen. Dit sluit niet aan bij de gemeentelijke ambities.
• Bodemkwaliteit Er zijn er risico’s op negatieve effecten door het effect van zonnepanelen op de bodemkwaliteit. Doordat het zonlicht beperkt de bodem kan bereiken, is er een kans dat de kwaliteit van de bodem naar beneden gaat.
Geadviseerd wordt om bij de plaatsing van zonnepanelen rekening te houden met een dusdanige opzet dat de bodem niet geheel bedekt is.
De visie is hier niet op aangescherpt.
De aanbeveling moet meegenomen worden bij het verder uitwerken van de RES.
• Wateroverlast Door een toename van verharding als gevolg van het bouwen van huizen ontstaan er risico’s op negatieve effecten. Het realiseren van waterberging zorgt daarentegen voor kansen op positieve effecten.
Geadviseerd wordt om bij de bouw van woningen zorg te dragen voor de realisatie van voldoende groen en waterberging. Bv door de aanleg van groene daken en gevels of wadi’s.
Als minimale eis voor woningbouwplannen is opgenomen in de visie: het plan voldoet aan de geldende wetten en regels voor veiligheid, gezondheid en beheer van water.
De genoemde aanbevelingen zijn in lijn met de gemeentelijke werkwijze en worden meegenomen bij het uitwerken van de programma’s Hoogkarspel, uitbereiding Venhuizen, Enkhuizen binnenstad e.o. en programma wonen.
In de visie is opgenomen dat het plan een meerwaarde levert als: het plan extra maatregelen omvat, boven maatregelen die volgens de wet verplicht zijn, om hittestress, droogte en wateroverlast te voorkomen of verminderen. • Bereikbaarheid auto en OV Nieuwbouw zorgt in het buitengebied voor een vergroting van de afstand tot het OV. Woningbouw zorgt voor een toename van verkeersbewegingen. Daarnaast kan verdichten van woningen in Enkhuizen een knelpunt vormen m.b.t. parkeren. Hierdoor zijn er risico’s op negatieve effecten. Door verdichten van woningen rond de stationsomgeving wordt de afstand tussen woningen en OV afstand korter. Hierdoor zijn er kansen op positieve effecten.
Geadviseerd wordt om alternatieve oplossingen te zoeken voor parkeren in stedelijk gebied zoals Enkhuizen.
• Cultuurhistorische waarden Het verdichten in de centra in Enkhuizen zorgt voor risico’s op negatieve effecten op cultuurhistorische waarden. Het beschermen van de West-Friese
Geadviseerd wordt om bij versterking van de centra rekening te houden met bestaande beschermde cultuurhistorische waarden en deze zo veel mogelijk mee te nemen bij herontwikkeling van het gebied.
9 oktober 2024
Als minimale eis voor woningbouwplannen is opgenomen in de visie: het plan voorziet in voldoende mogelijkheden om te parkeren.
Er wordt uitgegaan van een meer autoluwe binnenstad. Dat wordt verder uitgewerkt in het programma Enkhuizen binnenstad.
In de visie is opgenomen dat het plan een meerwaarde levert als: het plan een bijdrage levert aan duurzame mobiliteit. Bijv. door het gebruik van OV, deelvervoer, elektrisch vervoer en/of vervoer per fiets.
Als minimale eis voor plannen is opgenomen in de visie: het plan draagt bij aan het in stand houden van belangrijke cultuurhistorische waarden waaronder archeologische en aardkundige waarden.
De genoemde aanbevelingen zijn in lijn met de gemeentelijke werkwijze en worden meegenomen bij het uitwerken van de programma’s Hoogkarspel, uitbereiding Venhuizen,
BJ1895
73
Risico en/of kansen per aspect
Mitigerende maatregelen (Aandachtspunten en aanbevelingen)
omringdijk zorgt voor kansen op positieve effecten.
Bij uitwerking van de plannen dient cultuurhistorisch bureauonderzoek plaats te vinden (eventueel in combinatie met archeologisch bureauonderzoek).
• Trillinghinder Nieuwbouw ter hoogte van de stationslocaties en het spoor zorgt voor een risico op trillinghinder.
Indien woningen binnen 100 meter van het spoor worden gebouwd is een onderzoek naar trillingen verplicht. Voor woningen tussen de 100 en 250 meter is dat enkel het geval wanneer de bodemopbouw en/of terreinbeeld daar aanleiding voor geeft.
9 oktober 2024
Op welke manier meegenomen bij het aanscherpen van de visie?
Op welke manier meenemen in het vervolg? Enkhuizen binnenstad e.o. en programma wonen.
Als minimale eis voor woningbouwplannen is opgenomen in de visie: het plan voldoet aan de geldende wetten en regels voor veiligheid, gezondheid en beheer van het water.
De genoemde aanbevelingen zijn in lijn met de gemeentelijke werkwijze en worden meegenomen bij het uitwerken van de programma’s Hoogkarspel, uitbereiding Venhuizen, Enkhuizen binnenstad e.o. en programma wonen.
BJ1895
74
8
Wat komt er na het OER?
8.1
Doorwerking in programma’s
De omgevingsvisie SED beschrijft het beleid op hoofdlijnen. Er is een toekomstbeeld in opgenomen dat is uitgewerkt voor zes thema’s (zie paragraaf 2.4). Ook zijn waarden en koers voor verschillende gebieden omschreven. Soms vraagt een thema of een gebied om nadere uitwerking. Voor dat doel worden programma’s gebruikt zoals de Omgevingswet die omschrijft. Ook zijn er al voordat de Omgevingswet ging gelden beleidsstukken gemaakt in lijn met de omgevingsvisie. Ze zijn meer in detail en meer gericht op uitvoering. Deze worden aangemerkt als bestaande programma’s onder de Omgevingswet die blijven gelden. Onderstaand is aangegeven welke nieuwe programma’s de gemeenten van plan zijn op te stellen. • Programma Hoogkarspel; • Programma uitbreiding Venhuizen; • Programma Enkhuizen binnenstad e.o.; • Programma wonen, en; • Programma externe veiligheid; • Programma landelijk gebied.
8.2
Afweging plannen
De visie geeft aan wat de gemeenten willen in de gemeente Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland. Als inwoners, ondernemers en organisaties een plan of idee hebben dat niet in het omgevingsplan past is de omgevingsvisie belangrijk. Zij moeten een 6-tal stappen volgen:
Een plan moet in ieder geval voldoen aan de minimale voorwaarden die per thema zijn genoemd in de omgevingsvisie. Bijvoorbeeld het bijdragen aan het in stand houden van belangrijke cultuurhistorische waarden waaronder archeologische en aardkundige waarden. Daarnaast moet een plan een bepaalde meerwaarde hebben zoals bijvoorbeeld een bijdrage leveren aan duurzame mobiliteit. Als het plan bijdraagt aan de doelen zoals beschreven in de omgevingsvisie, voldoet aan de minimale voorwaarden, een meerwaarde oplevert en voldoet aan wetten en regels heeft het plan meer kans op goedkeuring.
8.3
Monitoring van de beleidsambities uit de omgevingsvisie
Er zit geen einddatum op de omgevingsvisie. De gemeenten houden de omgevingsvisie actueel en compleet. Vanaf de vaststelling van de visie wordt op vaste momenten gekeken of er aanleiding is om de visie te verscherpen. En hoever is gekomen met de doelen die in de omgevingsvisie zijn beschreven. Dit doen de gemeente twee jaar na vaststelling en daarna vierjaarlijks. Zo wordt de vinger aan de pols
9 oktober 2024
BJ1895
75
gehouden. Dit sluit ook aan bij wat er in de Omgevingswet staat. De Omgevingswet stelt monitoring en evaluatie van het beleid verplicht om in beeld te krijgen of de uitwerking van het beleid daadwerkelijk bijdraagt aan het verbeteren van de kwaliteit van de leefomgeving. Als dit niet het geval is kunnen maatregelen worden genomen, zoals het starten van een programma of het bijstellen/actualiseren van strategische doelen en ambities in de omgevingsvisie. Om hier inzicht in te krijgen wil de gemeente een monitoringsprogramma opzetten, aansluitend op en overeenkomend met de beoordelingskaders zoals opgenomen in dit OER. De daarin opgenomen beoordelingsaspecten vormen samen met de ambities het vertrekpunt. Hiervoor wordt in elk geval gebruik gemaakt van dezelfde beoordelingsaspecten en bronnen zoals bijvoorbeeld CBS, RIVM, CROW, RVO, RDW, Omgevingsdienst, klimaatmonitor/klimaateffectatlas, Atlas van de leefomgeving en GGD. De ontwikkelingen rondom dataverzameling gaan heel snel. De gemeente volgt deze ontwikkelingen en beoordeelt welke data kan helpen om de beoordelingsaspecten te monitoren. Naast kwantitatieve indicatoren zal, waar mogelijk, ook ingezet worden op kwalitatieve beoordelingsmethodieken waarbij tevens inwoners/stakeholders betrokken worden als dat van toegevoegde waarde wordt geacht. Bijvoorbeeld via enquêtes.
De gemeenten gaan uitwerken hoe deze taak goed ingebed kan worden in de organisatie. Geadviseerd wordt om na te denken over de organisatie de volgende stappen te doorlopen voor het monitoringsprogramma ten behoeve van de beleidsevaluatie: • Stap 1: Welke ontwikkelingen hebben plaats gevonden sinds het vorige peil-/meetmoment? Dat kunnen vaststelling van programma’s zijn, autonome trends, wetenschappelijke inzichten en/of nieuwe wet- en regelgeving. • Stap 2: Vallen de gevolgen voor de leefomgeving van deze ontwikkelingen binnen de ambities van de omgevingsvisie en/of doen zich (nieuwe) knelpunten of problemen voor? Gemeente kijkt hierbij of de leefomgeving zich in ‘de goede richting’, of ‘niet de goede richting’ ontwikkeld. • Stap 3: Zijn er aanvullende maatregelen of ingrepen nodig om de gevolgen van de leefomgeving acceptabel te houden of te krijgen? • Stap 4: Zijn de ambities van de omgevingsvisie nog realistisch? Voldoen de gestelde kaders nog? Is er aanleiding voor bijstellen van de bestuurlijke aanpak? • Stap 5: Geven programma’s of het omgevingsplan aanleiding om de omgevingsvisie bij te stellen?
9 oktober 2024
BJ1895
76
Begrippenlijst Begrip
Betekenis
Autonome ontwikkeling
Op zichzelf staande ontwikkeling die plaatsvindt als de voorgenomen activiteit niet wordt uitgevoerd.
Beleidsuitspraak
Wijziging ten opzichte van het vigerend beleid zoals vastgelegd wordt in de omgevingsvisie.
Bevoegd gezag
Overheidsinstantie die bevoegd is over de voorgenomen activiteit een besluit te nemen.
Botsproeven
Beoordeling of het nieuwe beleid daadwerkelijk ruimtelijk bij elkaar past.
Doelbereik
Beoordeling of de doelen en ambities zoals die gesteld zijn in de omgevingsvisie ook daadwerkelijk gehaald worden.
Ecologische verbindingszone
Zone waarlangs dieren en planten zich van het ene natuurgebied naar het andere kunnen verplaatsen en verspreiden.
Effectbeoordeling
Beoordeling aan het nieuwe beleid uit de omgevingsvisie op positieve en negatieve effecten.
Emissie
Uitstoot van stoffen.
Habitat
Standplaats van een organisme. Het gaat hier om de soort specifieke levensruimte van een plant of dier.
Hittestress
Stress op het menselijk lichaam veroorzaakt door een periode van uitzonderlijk warm weer.
Huidige situatie
Omschrijving van hoe de gemeente er op dit moment voor staat.
Mer
(de) Milieueffectrapportage (de procedure).
MER
(het) Milieueffectrapport.
Mitigerende maatregelen
Maatregelen die genomen worden om effecten te beperken.
NNN
Het Natuurnetwerk Nederland (NNN), voorheen de Ecologische Hoofdstructuur (EHS), is een samenhangend netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden.
NOX
Stikstofoxide.
OER
(het) Omgevingseffectrapport.
Passende Beoordeling
Beoordeling van de gevolgen van het nieuwe beleid uit de omgevingsvisie op significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden.
PM2.5
Fijn stof, waarbij de stofdeeltjes kleiner zijn 2,5 µm.
PM10
Fijn stof, waarbij de stofdeeltjes kleiner zijn dan 10 µm.
PAS
Programmatische Aanpak Stikstof.
Referentiesituatie
Situatie die als uitgangspunt wordt genomen om het voorgenomen beleid mee te vergelijken.
Schaallat
Methode om het effect van maatregelen ten opzichte van de referentiesituatie (huidige situatie plus autonome ontwikkeling) te bepalen.
Thema(‘s)
Aspecten waaraan de verschillende alternatieven getoetst worden om een afweging tussen de alternatieven te maken.
9 oktober 2024
BJ1895
77
Bijlage 1 Foto van de Leefomgeving
9 oktober 2024
BJ1895
78
RAPPORT Foto van de leefomgeving Bij het OER bij de omgevingsvisie Klant:
Gemeenten Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland
Referentie: BJ1895-20230724-0001 Status:
Definitief/1
Datum:
30 mei 2024
Projectgerelateerd
HASKONINGDHV NEDERLAND B.V.
Amerikalaan 110 6199 AE Maastricht Airport Mobility & Infrastructure Trade register number: 56515154 +31 88 348 78 48 T info@rhdhv.com E royalhaskoningdhv.com W
Titel document: Foto van de leefomgeving Referentie: BJ1895-20230724-0001 Status: 1/Definitief Datum: 30 mei 2024 Projectnaam: OER bij omgevingsvisie SED Projectnummer: BJ1895
Classificatie Projectgerelateerd
Behoudens andersluidende afspraken met de Opdrachtgever, mag niets uit dit document worden verveelvoudigd of openbaar gemaakt of worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het document is vervaardigd. HaskoningDHV Nederland B.V. aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor dit document, anders dan jegens de Opdrachtgever. Let op: dit document bevat mogelijk persoonsgegevens van medewerkers van HaskoningDHV Nederland B.V.. Voordat publicatie plaatsvindt (of anderszins openbaarmaking), dient dit document te worden geanonimiseerd of dient toestemming te worden verkregen om dit document met persoonsgegevens te publiceren. Dit hoeft niet als wet- of regelgeving anonimiseren niet toestaat. 30 mei 2024
BJ1895-20230724-0001
1
Projectgerelateerd
Inhoudsopgave Inhoudsopgave
2
1
De ‘foto van de leefomgeving’
4
1.1
Waarom is er een ‘foto van de leefomgeving’?
4
1.2
Wat is een ‘foto van de leefomgeving’?
4
1.3
Wat wordt er gedaan met de informatie uit de ‘foto van de leefomgeving’?
5
1.4
Hoe is de ‘foto van de leefomgeving’ gemaakt?
5
1.5
Wetten, regels en beleid
9
2
Het ‘rad van de leefomgeving’
11
2.1
Wat blijkt er uit de ‘foto van de leefomgeving’?
12
2.2
Aandachtspunten voor verdere uitwerking van de omgevingsvisie
13
3
Wonen & samenleven
15
3.1
Wonen
16
3.2
Voorzieningen
22
3.3
Ontmoetingsplekken
26
4
Gezondheid, welbevinden & milieu
28
4.1
Beweegvriendelijke leefomgeving
29
4.2
Groene leefomgeving
33
4.3
Verkeersveiligheid
38
4.4
Sociale veiligheid
47
4.5
Omgevingsveiligheid
53
4.6
Luchtkwaliteit
61
4.7
Geluidhinder
65
4.8
Trillinghinder
73
4.9
Bodemkwaliteit
75
4.10
Oppervlaktewater
81
5
Duurzaamheid, natuur & recreatie
85
5.1
Broeikasgassen
86
5.2
Duurzame energieopwekking
91
5.3
Duurzame gebouwen
95
5.4
Circulariteit
100
5.5
Duurzame en slimme mobiliteit
104
30 mei 2024
BJ1895-20230724-0001
2
Projectgerelateerd
5.6
Hitte
108
5.7
Droogte en grondwater
115
5.8
Wateroverlast (door hemelwater)
129
5.9
Biodiversiteit
136
5.10
Beschermde natuur (Natura 2000 en NNN)
140
6
Economie
149
6.1
Werkgelegenheid
150
6.2
Werklocaties en bedrijvigheid
153
6.3
Landbouw
156
6.4
Vrijetijdseconomie (cultureel aanbod en detailhandel)
159
7
Mobiliteit
164
7.1
Bereikbaarheid auto en OV
165
7.2
Fiets- en wandelnetwerk
168
8
Ruimtelijke kwaliteit
173
8.1
Landschappelijke kwaliteit
174
8.2
Cultuurhistorische waarden
182
Referentielijst
30 mei 2024
188
BJ1895-20230724-0001
3
Projectgerelateerd
1
De ‘foto van de leefomgeving’
1.1
Waarom is er een ‘foto van de leefomgeving’?
Op 1 januari 2024 treedt de Omgevingswet in werking. De Omgevingswet is een bundeling van verschillende wetten die nu gelden voor ruimtelijke ontwikkelingen. Door minder regels en een samenhangende aanpak zijn ruimtelijke ontwikkelingen makkelijker mogelijk te maken. Als onderdeel van de Omgevingswet zijn lokale en regionale overheden en het Rijk verplicht om een omgevingsvisie op te stellen. Een omgevingsvisie is een langetermijnvisie waarin de maatschappelijke opgaven en de kernkwaliteiten van een gemeente, provincie of het Rijk staan beschreven. In de omgevingsvisie staan de ambities van een overheid en is beleid opgenomen om die ambities te halen. Dit beleid is op een hoog abstractieniveau en wordt verder uitgewerkt in omgevingsplannen of omgevingsprogramma’s. De gemeenten Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland (‘de gemeenten’) werken gezamenlijk aan één omgevingsvisie, welke naar verwachting eind 2024, uiterlijk Q1 2025, gereed is. Omdat de omgevingsvisie kaderstellend is voor (grote) ruimtelijke ontwikkelingen, wordt de procedure voor de milieueffectrapportage (m.e.r.) doorlopen. Daarmee worden de gevolgen van het nieuwe beleid uit de omgevingsvisie in beeld gebracht en samengevat in een milieueffectrapport (MER). Omdat het hier gaat om een omgevingsvisie wordt het MER een omgevingseffectrapport (OER) genoemd. Wat is m.e.r., wat is MER en wat is OER? m.e.r.