CConstaterende datDrechterland
Koppel je AI →
Document · PDF

B2. OER (Omgevingseffectrapport) SED

Gemeenteraad 26 januari 2026, gemeente DrechterlandBij agendapunt: Omgevingsvisie (2026-04)32.242 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

RAPPORT Omgevingseffectrapport (OER) Bij de omgevingsvisie Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland Klant:

Gemeente Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland

Referentie: BJ1895 Status:

Definitief/02

Datum:

9 oktober 2024

HASKONINGDHV NEDERLAND B.V.

Euvelgunnerweg 25A 9723 CV Groningen Netherlands Mobility & Infrastructure

Telefoon: +31 88 348 53 00 Email: info@rhdhv.com Website: royalhaskoningdhv.com

Titel document: Omgevingseffectrapport (OER) Sub titel: Bij de omgevingsvisie Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland Referentie: BJ1895 Status: Definitief/02 Datum: 9 oktober 2024 Projectnaam: OER omgevingsvisie SED Projectnummer: BJ1895 Auteur(s): -

Classificatie Projectgerelateerd

Behoudens andersluidende afspraken met de Opdrachtgever, mag niets uit dit document worden verveelvoudigd of openbaar gemaakt of worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het document is vervaardigd. HaskoningDHV Nederland B.V. aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor dit document, anders dan jegens de Opdrachtgever. Let op: dit document bevat mogelijk persoonsgegevens van medewerkers van HaskoningDHV Nederland B.V.. Voordat publicatie plaatsvindt (of anderszins openbaarmaking), dient dit document te worden geanonimiseerd of dient toestemming te worden verkregen om dit document met persoonsgegevens te publiceren. Dit hoeft niet als wet- of regelgeving anonimiseren niet toestaat. 9 oktober 2024

BJ1895

ii

Inhoud Publieksvriendelijke samenvatting

3

S.1

Waarom komt er een omgevingsvisie en een omgevingseffectrapport?

3

S.2

Wat staat er in de omgevingsvisie?

3

S.3

Wat staat er in het omgevingseffectrapport?

4

S.4

Hoe staat het er nu voor?

5

S.5

Wat staat er in de omgevingsvisie?

7

S.6

Wat blijkt uit de omgevingsvisie?

8

S.7

Hoe passen alle plannen uit de omgevingsvisie in de ruimte?

10

S.8

Halen de gemeenten Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland de ambities?

11

S.9

Wat zijn de gevolgen voor de natuur?

13

S.10

Wat kunnen de gemeenten Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland doen om de negatieve effecten tegen te gaan?

14

S.11

Wat komt er hierna?

15

1

Waarom een omgevingsvisie en OER?

16

1.1

Omgevingsvisie gemeente Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland

16

1.2

Een gecombineerd proces en product

16

1.3

Waarom een OER?

16

1.4

De mer-procedure

17

1.5

Leeswijzer

18

2

Waar gaat de omgevingsvisie over?

19

2.1

Totstandkoming van de omgevingsvisie

19

2.2

De inhoud van de omgevingsvisie

19

2.3

Bestaande waarden gemeenten Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland

20

2.4

Wat is het toekomstbeeld?

21

3

Hoe is het OER gemaakt?

26

3.1

Algemene aanpak

26

3.2

Proces en aanpak

26

3.3

Het beoordelingskader

28

3.4

De ‘Foto van de leefomgeving’

29

3.5

De effectbeoordeling

33

3.6

De botsproeven

35

3.7

Het doelbereik

35

3.8

De Passende Beoordeling

35

9 oktober 2024

BJ1895

1

4

Wat staat er in de ‘Foto van de leefomgeving’?

37

4.1

Algemeen beeld

37

4.2

Belangrijke aandachtspunten

39

5

Wat zijn de effecten van de omgevingsvisie?

41

5.1

Beoordeelde beleidsuitspraken

41

5.2

Wat zijn de effecten van het voorgenomen beleid?

47

5.3

Hoe ontwikkelen de knelpunten ten opzichte van de referentiesituatie?

55

5.4

Is het nieuwe beleid consistent?

58

5.5

Draagt het nieuwe beleid bij aan de ambities?

60

6

Wat zijn de gevolgen voor Natura 2000 gebieden?

65

6.1

Passende Beoordeling Natura 2000

65

6.2

Resultaten Passende Beoordeling

65

7

Conclusies, aandachtspunten en aanbevelingen

67

7.1

Conclusies

67

7.2

Aandachtspunten en aanbevelingen

69

8

Wat komt er na het OER?

74

8.1

Doorwerking in programma’s

74

8.2

Afweging plannen

74

8.3

Monitoring van de beleidsambities uit de omgevingsvisie

74

Begrippenlijst

76

Bijlage 1 Foto van de Leefomgeving

77

Bijlage 2 Passende beoordeling

78

Bijlage 3 Onderbouwing effectbeoordelingen

79

9 oktober 2024

BJ1895

2

Publieksvriendelijke samenvatting S.1

Waarom komt er een omgevingsvisie en een omgevingseffectrapport?

Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet ingegaan. Er waren veel verschillende wetten en regels over het milieu en de omgeving. De nieuwe Omgevingswet brengt deze wetten en regels samen tot één wet. De Omgevingswet verplicht het maken van een omgevingsvisie. De gemeenten Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland moeten daarom voor 2027 een omgevingsvisie maken. Deze omgevingsvisie beschrijft hoe de gemeenten Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland zich ontwikkelen voor een lange periode, tot 2040. In deze omgevingsvisie staan de grote onderwerpen uit de omgeving, zoals wonen, duurzaamheid, mobiliteit, natuur, recreatie, ruimtelijke kwaliteit, gezondheid en economie. Omdat deze onderwerpen samen bekeken worden, zijn er kansen voor verbindingen tussen de onderwerpen. Maar er moeten wel keuzes gemaakt worden. Niet alles kan namelijk zomaar overal. In de omgevingsvisie beschrijven de gemeenten hoe ze willen dat Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland er uit ziet in de toekomst. Dit heten ambities. Het laat zien wat de gemeenten Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland in 2040 willen zijn. Met deze ambities maken de gemeenten keuzes voor nieuw beleid. De omgevingsvisie heeft nog weinig details. Dit wordt uitgewerkt in omgevingsprogramma’s, het omgevingsplan of ander beleid. Deze programma’s en omgevingsplan maken met meer detail duidelijk wat er waar precies gaat gebeuren.

Het kan zijn dat het nieuwe beleid uit de omgevingsvisie tot belangrijke veranderingen leidt. In Nederland is het dan verplicht om dit te toetsen met een milieueffectrapport. Hierin staat wat de gevolgen voor het milieu zijn. Als de gemeenten een besluit moeten nemen, kunnen zij de informatie uit het milieueffectrapport meenemen in het besluit. De gemeenten nemen zo het milieu mee in hun beslissingen. Omdat de omgevingsvisie over de hele omgeving gaat, wordt in het milieueffectrapport ook gekeken naar de hele omgeving. Daarom heet het milieueffectrapport bij een omgevingsvisie een omgevingseffectrapport (OER).

S.2

Wat staat er in de omgevingsvisie?

De omgevingsvisie is gemaakt in vijf fases:

• • • • •

In fase 1 verzamelden de gemeenten al het beleid dat er nu is. Ook is voor elke gemeente bepaald wat belangrijk is. Het werk voor het OER begon ook in deze fase (zie hieronder). In fase 2 maakten de gemeenten de eerste versie van de omgevingsvisie. In fase 3 konden bewoners en organisaties hun mening geven over wat ze belangrijk vinden voor in de omgevingsvisie. In fase 4 zijn de meningen gebruikt om de omgevingsvisie beter te maken. Fase 5 komt nu. Nu kunnen bewoners en organisaties weer hun mening geven. Dit doen zij door een zienswijze op te sturen. Hierdoor kan de omgevingsvisie nog aangepast worden. Daarna is de omgevingsvisie definitief en wordt deze vastgesteld.

9 oktober 2024

BJ1895

3

De gemeenten willen nu en in de toekomst aantrekkelijk zijn om te wonen, te werken en om te bezoeken. Dit is het doel van de omgevingsvisie. De gemeenten hebben gekeken welke onderwerpen belangrijk zijn voor de toekomst. Dit zijn de thema’s in de omgevingsvisie. De zes thema’s zijn: • Wonen en samenleven; • Gezondheid, welbevinden en milieu; • Duurzaamheid, natuur en recreatie; • Economie; • Mobiliteit en toegankelijkheid, en; • Ruimtelijke kwaliteit. Voor elke thema is bepaald hoe dit er in de toekomst uit moet zien.

S.3

Wat staat er in het omgevingseffectrapport?

Het OER begint met een soort plan van aanpak. Dit heet de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) (zie figuur 0-1). Hierin staat wat in het OER beoordeeld wordt en hoe dat wordt gedaan. Daarna wordt een beoordelingskader gemaakt. In het beoordelingskader staan beoordelingsaspecten. Beoordelingsaspecten zijn de belangrijkste graadmeters van de kwaliteit van de gemeenten. De beoordelingsaspecten worden in de Foto van de leefomgeving en het OER gebruikt. Met het beoordelingskader wordt een Foto van de leefomgeving gemaakt. Deze gaat over: • Hoe het nu gaat in de gemeenten Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland (huidige situatie); • Hoe het in de toekomst gaat als er geen omgevingsvisie is (autonome ontwikkelingen). Dit wordt voor alle beoordelingsaspecten beoordeeld. Het verschil tussen nu en de toekomst heet een ontwikkeling of trend. Hoe het nu gaat en hoe het in de toekomst gaat krijgen een score: • Groen betekent: het gaat goed 😊 •

Oranje betekent: het kan beter

😐

Figuur 0-1 Stappen van de omgevingsvisie en het OER

• Rood betekent: het gaat slecht ☹ Gaat het in de toekomst beter (↗), dan is er een positieve ontwikkeling. Gaat het in de toekomst slechter (↘), dan is er een negatieve ontwikkeling. Blijft het in de toekomst gelijk (=), dan is er een neutrale ontwikkeling. De scores staan in een rad van de Leefomgeving. Zo is het makkelijk te zien wat goed gaat en wat slecht gaat, nu en in de toekomst. Ook de effecten van de omgevingsvisie komen in het rad. Het rad is ervoor om te laten zien hoe het gaat met de leefomgeving; nu, in de toekomst en wanneer er een omgevingsvisie is. Het doel is niet dat alles groen moet zijn door de omgevingsvisie. Het rad laat zien waar kansen en risico’s zitten. Hier kunnen de gemeenten rekening mee houden bij de uitwerking. 9 oktober 2024

BJ1895

4

De gemeenten beschreven in de omgevingsvisie wat ze in Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland gaan doen. Het is de invulling van de toekomst van Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland. Per thema (Bijvoorbeeld wonen en samenleven, economie, ruimtelijke kwaliteit) is dit uitgewerkt. In het OER is dit beleid beoordeeld op de beoordelingsaspecten uit het beoordelingskader. Dit laat zien of het door de omgevingsvisie met de beoordelingsaspecten beter (kansen) of slechter (risico’s) gaat in de toekomst. Er zijn aanbevelingen gedaan om de omgevingsvisie nog aan te scherpen. Sommige aanbevelingen worden nadat de omgevingsvisie is vastgesteld meegenomen bij het uitwerken van omgevingsprogramma’s. De beoordeling van de omgevingsvisie zegt wat beter gaat en wat slechter gaat in de gemeenten Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland in 2040. Er is gekeken of alle plannen passen in de ruimte door middel van botsproeven. Ook is gekeken of de ambities gehaald worden (het doelbereik). Ook is een Passende Beoordeling gemaakt. Dit beschrijft welk effect de plannen hebben op de natuur in Natura 2000-gebieden. Als het door de omgevingsvisie slechter gaat met de natuur in de Natura 2000gebieden, dan moeten de gemeenten hier maatregelen voor nemen om het te verbeteren. Als laatste maken de gemeenten een monitoringsprogramma. Dit houdt het werken van het nieuwe beleid in de gaten.

Het laat ook zien of de gemeenten de ambities ook echt halen. In het monitoringsprogramma leggen de gemeenten vast wat ze precies gaat doen om dit in beeld te brengen.

S.4

Hoe staat het er nu voor?

Hoe het ervoor staat in de gemeenten Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland is te zien in Figuur 0-2. Dit wordt het rad van de leefomgeving genoemd. Alle beoordelingsaspecten staan hier in. Het rad laat zien hoe het er nu voor staat (witte lijn) en hoe het er in de toekomst (zonder omgevingsvisie) voor staat (gestippelde lijn). In Figuur 0-2 is te zien dat het er op dit moment wisselend voor staat in de gemeenten Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland. Met sommige beoordelingsaspecten gaat het goed, met anderen gaat het slecht. In Tabel 0-1 is te zien hoe de beoordelingsaspecten ervoor staan in de gemeenten Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland op dit moment. Met een aantal beoordelingsaspecten gaat het goed en met aan aantal gaat het slecht. Met veel beoordelingsaspecten gaat het nog niet goed genoeg en kan het dus beter. Voor de beoordelingsaspecten die er slecht voor staan, moet nog extra aandacht komen in Figuur 0-2 Rad van de leefomgeving voor de gemeenten Stede Broec, de omgevingsvisie. Enkhuizen en Drechterland

9 oktober 2024

BJ1895

5

Tabel 0-1 Hoe gaat het nu in de gemeenten Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland?

Hoe gaat het nu met de gemeenten Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland? Het gaat goed 😊 • • •

Ontmoetingsplekken Landschappelijke kwaliteit Cultuurhistorische waarden

Het kan beter 😐 • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • •

Wonen Voorzieningenniveau Beweegvriendelijke leefomgeving Groene leefomgeving Verkeersveiligheid Sociale veiligheid Omgevingsveiligheid Luchtkwaliteit Geluidhinder Bodemkwaliteit Oppervlaktewater Duurzame gebouwen Hitte Droogte en grondwater Wateroverlast (door hemelwater) Beschermde natuur (Natura 2000 en NNN) Werkgelegenheid Werklocaties en bedrijvigheid Landbouw Vrijetijdseconomie Bereikbaarheid auto en OV Fiets- en wandelnetwerk

Het gaat slecht ☹ • • • • •

Broeikasgassen Duurzame energieopwekking Circulariteit Duurzame en slimme mobiliteit Biodiversiteit

De gemeenten Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland hebben op dit moment plannen die vastgesteld zijn en uitgevoerd worden, dit is het vastgestelde beleid. In de komende jaren wordt dit beleid uitgevoerd. Het kan zijn dat het door deze nieuwe plannen beter of slechter gaat met sommige beoordelingsaspecten. In Tabel 0-2 is te zien welke beoordelingsaspecten er door de nieuwe plannen goed of beter voor staan. Ook is te zien welke beoordelingsaspecten er, ondanks de nieuwe plannen, slecht voor blijven staan of slecht voor komen te staan. Hoe een beoordelingsaspect zich ontwikkelt, is te zien met de pijltjes achter de beoordelingsaspecten: het kan beter (↗) of slechter (↘) gaan of het kan gelijk blijven (=).

9 oktober 2024

BJ1895

6

Tabel 0-2 Hoe gaat het in de toekomst met de gemeenten Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland?

Hoe gaat het in de toekomst met gemeenten Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland? Het gaat goed 😊 • • •

Ontmoetingsplekken ↗ Landschappelijke kwaliteit ↗ Cultuurhistorische waarden ↗

Het kan beter 😐 • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • •

Wonen ↘ Voorzieningenniveau = Beweegvriendelijke leefomgeving = Groene leefomgeving = Verkeersveiligheid ↗ Sociale veiligheid = Omgevingsveiligheid = Luchtkwaliteit = Geluidhinder ↘ Bodemkwaliteit ↗ Oppervlaktewater ↗ Duurzame gebouwen ↗ Hitte ↗ Droogte en grondwater ↗ Wateroverlast (door hemelwater) ↗ Beschermde natuur (Natura 2000 en NNN) ↗ Werkgelegenheid ↘ Werklocaties en bedrijvigheid = Landbouw = Vrijetijdseconomie ↗ Bereikbaarheid auto en OV ↗ Fiets- en wandelnetwerk =

Het gaat slecht ☹ • • • • •

Broeikasgassen ↗ Duurzame energieopwekking ↗ Circulariteit = Duurzame en slimme mobiliteit ↗ Biodiversiteit ↗

Een beoordelingsaspect dat nu niet heel goed gaat en in de toekomst slechter wordt, is een knelpunt. In de omgevingsvisie moet hier iets aan gebeuren. De volgende beoordelingsaspecten zijn een knelpunt: • Broeikasgassen; • Duurzame energieopwekking; • Circulariteit; • Duurzame en slimme mobiliteit, en; • Biodiversiteit. Een beoordelingsaspect dat nu niet heel goed gaat en in de toekomst gelijk blijft, is een aandachtspunt. In de omgevingsvisie moet hier aandacht voor zijn. De volgende beoordelingsaspecten zijn een aandachtspunt: • Wonen; • Geluidhinder, en; • Werkgelegenheid.

S.5 Wat staat er in de omgevingsvisie? De gemeenten Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland hebben een omgevingsvisie gemaakt. De gemeenten beschreven voor elk thema wat ze gaan doen (zie Tabel 0-3). Ze dachten ook aan hoe ze willen dat de gemeenten in de toekomst zijn. Wat de gemeenten aan nieuw beleid in de visie hebben beschreven is beoordeeld in het OER.

9 oktober 2024

BJ1895

7

Tabel 0-3 De beoordeelde beleidsuitspraken uit de omgevingsvisie voor de gemeenten Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland

Thema

Beleidsuitspraken

Wonen en samenleven

De gemeenten bouwen woningen bij het openbaar vervoer of in het centrum. Dan zijn er genoeg winkels en andere voorzieningen bij de huizen. Woningen komen ook in winkels die leeg zijn. Aan de randen van Hoogkarspel en bij Venhuizen komen misschien ook nieuwe woningen.

Gezondheid, welbevinden en milieu

In de gemeenten komt meer ruimte om water op te vangen. Er komen meer bomen voor schaduw. Bij woningen moet groen in de buurt zijn. Er komen meer plekken voor sport. Er komt ook ruimte voor beweging voor mensen met een beperking. Er komt plek voor sporten ten zuiden van Lutjebroek.

Duurzaamheid, natuur en recreatie

De gemeenten zoeken naar plekken voor duurzame energie. Duurzame energie zijn bijvoorbeeld windturbines of zonnepanelen. De gemeente maakt gebouwen meer duurzaam. De gemeenten maken natuur groter. Dit kan bijvoorbeeld door meer bos. Paden en vaarten worden beter gemaakt. Zo kunnen bewoners meer bewegen. Er komen geen nieuwe plekken voor huisjes voor recreatie. Bij de Westfriese Omringdijk is ruimte voor kleine of tijdelijke dagrecreatie en horeca, zoals een strandje en strandtent.

Economie

De gemeenten maken de centra met winkels beter in de grote steden. Er komen meer parkeerplaatsen. Landbouw blijft zo veel mogelijk als het is. De gemeenten kijken of landbouw samengaat met duurzame energie.

Mobiliteit en toegankelijkheid

Er komen meer elektrische laadpalen. De gemeenten maken de fietspaden veiliger. Er komt een doorfietsroute.

Ruimtelijke kwaliteit

Het karakter van de gemeenten moet hetzelfde blijven. De gemeente wil dit samen laten gaan met ontwikkelingen. De Westfriese Omringdijk blijft gelijk. Er worden daar geen nieuwe dingen gebouwd.

S.6

Wat blijkt uit de omgevingsvisie?

De gemeenten Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland hebben invullingen voor nieuw beleid laten toetsen om te zien wat de gevolgen hiervan zijn. Dit is beoordeeld. Er is gekeken naar de beoordelingsaspecten en hoe die er op dit moment voor staan. De vraag is of de leefomgeving door de nieuwe plannen beter wordt (kansen) of slechter (risico). Door de omgevingsvisie gaat het met een aantal beoordelingsaspecten beter. Er komen meer woningen, dus het gaat beter met wonen. Ook is er meer ruimte om te bewegen en elkaar te ontmoeten (ontmoetingsplekken, beweegvriendelijke leefomgeving en fiets- en wandelnetwerk). Het gaat ook beter met de sociale veiligheid. Er zijn ook beoordelingsaspecten waar het slechter mee gaat. De ruimte voor landbouw wordt kleiner. Ook gaat het slechter met omgevingsveiligheid, doordat er woningen bij het spoor worden gebouwd. Voor veel beoordelingsaspecten gaat het beter en slechter. Dan heeft de omgevingsvisie weinig effect. Er zijn geen effecten voor vrijetijdseconomie. Zoals eerder beschreven zijn er op dit moment beoordelingsaspecten die er niet goed voor staan. Voor de visie is gekeken wat er met deze beoordelingsaspecten gebeurt door de nieuwe plannen. Dit is te zien in Tabel 0-4. In de tabel is te zien of het beter gaat ( ), slechter ( ) gaat of er niets verandert (=) door het VKA.

9 oktober 2024

BJ1895

8

Tabel 0-4 Effecten op de knelpunten

Knelpunten

Score

Omgevingsvisie

=

=

Broeikasgassen Duurzame energieopwekking Circulariteit Duurzame en slimme mobiliteit Biodiversiteit

Ook voor de beoordelingsaspecten die een verslechtering laten zien is gekeken wat er gebeurt door de nieuwe plannen (zie Tabel 0-5). Door de omgevingsvisie zijn er risico’s dat het slechter wordt voor geluidhinder. Dit heeft te maken met dat er meer auto’s komen door de nieuw te bouwen woningen. Ook kunnen windturbines zorgen voor geluidshinder. Voor de andere beoordelingsaspecten zijn er kansen dat het beter wordt. Tabel 0-5 Effecten op de aandachtspunten

Aandachtspunten

Score

Omgevingsvisie

Wonen Geluidhinder

*

Werkgelegenheid * Bij dit aspect is er een verslechtering naar de score ‘rood’. Het aandachtspunt kan een knelpunt worden.

Het kan ook zijn dat er zoveel risico’s zijn dat een beoordelingsaspect dat er eerder goed voor stond, nu slechter wordt. Voor welke beoordelingsaspecten dit geldt is te zien in Tabel 0-6. Voor de omgevingsvisie gaat het om omgevingsveiligheid, beschermde natuur, landbouw en landschap. Tabel 0-6 Nieuwe aandachtspunten

Nieuwe aandachtspunten Omgevingsveiligheid

Score

Omgevingsvisie

=

Beschermde natuur Landbouw

=

Landschap

=

Er is ook een beoordelingsaspect dat geen score heeft: trillinghinder. Er was geen informatie hoe het op dit moment gaat. Dit is daarom een kwalitatief beoordelingsaspect. In de Foto van de leefomgeving is het alleen beschreven (zie Tabel 0-7). De omgevingsvisie heeft ook een effect op dit beoordelingsaspect. Door de omgevingsvisie gaat het iets slechter met trillinghinder doordat er ook woningen nabij het spoor gebouwd worden. Tabel 0-7 Kwalitatieve beoordelingsaspecten

Kwalitatieve beoordelingsaspecten

VKA

Trillinghinder

9 oktober 2024

BJ1895

9

S.7

Hoe passen alle plannen uit de omgevingsvisie in de ruimte?

Er is maar weinig ruimte in een gemeente. Alle plannen voor de toekomst moeten wel in die ruimte passen. Plannen kunnen goed bij elkaar passen en elkaar helpen. Dit wordt kansen op synergie genoemd. Plannen kunnen elkaar ook in de weg zitten. Dit wordt risico’s op strijdigheid genoemd. In het OER is getoetst of alle plannen passen. Deze test heet een botsproef.

Figuur 0-3 Botsproeven voor de gemeenten Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland

Voor groen & water, sport & bewegen, natuur, recreatie en ruimtelijke kwaliteit zijn er meer kansen op synergie dan risico’s op strijdigheid. Vooral voor groen & water zijn er veel kansen op synergie, namelijk met sport en bewegen, natuur, ruimtelijke kwaliteit, economie en wonen en samenleven. Voor wonen & samenleven en economie zijn er meer risico’s op strijdigheid dan kansen op synergie. Woningen en bedrijven kosten ruimte. Voor wonen & samenleven is kans op strijdigheid met ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid. Voor economie is er kans op strijdigheid met sport & bewegen en duurzaamheid. Hier moeten de gemeenten dus goed op letten bij het uitwerken van de plannen. Voor duurzaamheid zijn er alleen risico’s op strijdigheid. Dit komt omdat deze plannen veel ruimte in nemen. Er zijn risico’s op strijdigheid met de beleidsuitspraak economie, ruimtelijke kwaliteit en wonen en samenleven. Hier moeten de gemeenten dus goed op letten bij het uitwerken van de plannen. Voor mobiliteit & toegankelijkheid zijn er geen kansen op synergie en risico’s op strijdigheden. Dit komt omdat dit weinig ruimte kost.

9 oktober 2024

BJ1895

10

S.8

Halen de gemeenten Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland de ambities?

In de omgevingsvisie van de gemeenten Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland staan thema’s. Voor elk thema is er een ambitie voor de toekomst (zie paragraaf 2.4). De nieuwe plannen uit de omgevingsvisie zouden moeten helpen om de ambities te halen. Dit is getoetst in het OER. Eerst is gekeken welke beoordelingsaspecten bij de ambitie passen. Op basis van de beoordeling op kansen en risico’s is vervolgens gekeken of het genoeg is om de ambities te halen. Dit is te zien in Tabel 0-8. De score is:

😊

Er is een kans dat het beoordelingsaspect helpt de ambitie te halen

😐

Er zijn kansen en risico’s, dus het is niet duidelijk of het beoordelingsaspect helpt de ambitie te halen

☹

Er is een risico dat het beoordelingsaspect ervoor zorgt dat de gemeente de ambitie niet haalt

Tabel 0-8 Ambities

Ambitie

1

2

3

Beoordelingsaspect

Omgevingsvisie

Wonen en samenleven

😊

Voorzieningenniveau

😊

Ontmoetingsplekken

😊

Groene leefomgeving

😊

Beweegvriendelijke leefomgeving

😊

Groene leefomgeving

😊

Sociale veiligheid

😊

Omgevingsveiligheid

☹

Luchtkwaliteit

😐

Geluidhinder

☹

Trillinghinder

☹

Bodemkwaliteit

😐

Oppervlaktewater

😐

Hitte

😊

Droogte en grondwater

😊

Wateroverlast (door hemelwater)

😐

Voorzieningenniveau

😊

Wonen, voorzieningen en ontmoeten

Gezondheid, welbevinden en milieu

Duurzaamheid, natuur en recreatie

9 oktober 2024

BJ1895

11

Ambitie

4

5

6

Economie

Mobiliteit en toegankelijkheid

Ruimtelijke kwaliteit

9 oktober 2024

Beoordelingsaspect

Omgevingsvisie

Groene leefomgeving

😊

Duurzame energieopwekking

😊

Duurzame gebouwen

😊

Circulariteit

😐

Biodiversiteit

😊

Fiets- en wandelnetwerk

😊

Landschappelijke kwaliteit

☹

Sociale veiligheid

😊

Circulariteit

😐

Werkgelegenheid

😊

Werklocaties en bedrijvigheid

😊

Landbouw

☹

Vrijetijdseconomie

😐

Fiets- en wandelnetwerk

😊

Verkeersveiligheid

😐

Sociale veiligheid

😊

Duurzame en slimme mobiliteit

😊

Bereikbaarheid auto en OV

😐

Fiets- en wandelnetwerk

😊

Groene leefomgeving

😊

Landschappelijke kwaliteit

☹

Cultuurhistorische waarden

😐

BJ1895

12

De omgevingsvisie laat kansen zien voor het halen van vrijwel alle ambities. Maar voor alle ambities zijn er ook risico’s dat deze niet gehaald worden. Voor alle ambities zijn meer kansen dan risico’s voor het halen van de ambities. Het is niet te zeggen of een ambitie gehaald wordt, dat moet blijken uit verdere uitwerking van de omgevingsvisie in plannen en programma’s.

Figuur 0-4 Het halen van de ambities voor de gemeenten Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland

S.9

Wat zijn de gevolgen voor de natuur?

De omgevingsvisie kan een negatief effect hebben op natuur. Daarom is een Passende Beoordeling Natura 2000 gemaakt. Deze gaat over de Natura 2000-gebieden IJsselmeer, Markermeer en IJmeer en het Nationaal Landschap Laag Holland met de Natura 2000-gebieden Ilperveld, Varkensland, Oostzanerveld & Twiske (IVOT), Polder Westzaan, Wormer- en Jisperveld & Kalverpolder en Eilandspolder. Er zijn drie soorten risico’s voor de natuur: • Stikstof die neerkomt; • Verstoring door mensen die ontspannen, en; • Dieren die sterven door de bladen van windturbines. Stikstof in de natuur is al hoog op veel plekken. Daarom mag dit niet meer toenemen. Sommige plannen van de gemeenten Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland zorgen voor minder stikstof. Andere plannen zorgen voor meer stikstof. Hier moet de gemeente goed op letten in de toekomst. Tabel 0-9 Uitkomsten Passende Beoordeling Beleidsuitspraak

Invloed op Natura 2000

Risico’s op negatief effect

Eindbeoordeling

1

Wonen & samenleving + autonome ruimtelijke ontwikkeling

IJsselmeer Markermeer & IJmeer Laag Holland

Stikstof die neerkomt

De gemeente kan een negatief effect voorkomen

3

Sport & bewegen

Laag Holland

Stikstof die neerkomt

De gemeente kan een negatief effect voorkomen

4

Duurzaamheid

Markermeer & IJmeer

Dieren die sterven door windenergie

De gemeente kan een negatief effect voorkomen

6

Recreatie

Markermeer & IJmeer

Verstoring door mensen die ontspannen

De gemeente kan een negatief effect voorkomen

9 oktober 2024

BJ1895

13

Beleidsuitspraak

Invloed op Natura 2000

Risico’s op negatief effect

Eindbeoordeling

7

Laag Holland Omliggende Natura 2000gebieden

Stikstof die neerkomt

De gemeente kan een negatief effect voorkomen

Economie

S.10 Wat kunnen de gemeenten Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland doen om de negatieve effecten tegen te gaan? Meerdere beoordelingsaspecten zorgen ervoor dat de gemeenten Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland de ambities misschien niet halen. Maatregelen kunnen ervoor zorgen dat een risico zo klein mogelijk is of een kans wordt. Dit heten mitigerende maatregelen. In Tabel 0-10 worden de mitigerende maatregelen genoemd per beoordelingsaspect. Tabel 0-10 Mitigerende maatregelen voor de gemeenten Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland

Beoordelingsaspect

Mitigerende maatregelen

Geluidhinder

Windturbines op voldoende afstand van woningen. Goede verbinding met openbaar vervoer en fietspaden voor nieuwe woningen. Lage parkeernorm. Bij uitwerking plannen een akoestisch onderzoek doen.

Omgevingsveiligheid

Rekening houden met afstand tot spoor en windturbines bij het bouwen van woningen. Bij uitwerking plannen een onderzoek omgevingsveiligheid doen.

Beschermde natuur

Rekening houden met verstoring in plannen. Bij uitwerking plannen natuuronderzoeken doen.

Landbouw

Natuurinclusieve landbouw overwegen. Zoek naar het combineren van landbouw en duurzame energie. Bij uitwerking plannen het belang van agrarische sector meenemen.

Landschap

Bij nieuwe woningen en bedrijven letten op bestaand landschap.

Circulariteit

Concreter maken in omgevingsvisie.

Oppervlaktewater

Geen specifieke aanbevelingen. Onderzoek wat de effecten zijn van riooloverstorten op de waterkwaliteit.

Vrijetijdseconomie

Concreter maken in omgevingsvisie.

Verkeersveiligheid

Rekening houden met verkeersveiligheid in plannen.

Luchtkwaliteit

Goede verbinding met openbaar vervoer en fietspaden voor nieuwe woningen. Lage parkeernorm. Bij uitwerking plannen een luchtkwaliteitsonderzoek doen.

Bodemkwaliteit

Ruimte tussen zonnepanelen op zonnevelden.

Wateroverlast

Voldoende groen en waterberging bij nieuwe woningen.

Bereikbaarheid auto en OV

Andere oplossingen voor parkeren zoeken.

Cultuurhistorische waarden

Rekening houden met cultuurhistorische waarden in de centra. Bij uitwerking plannen een cultuurhistorisch bureauonderzoek doen.

Trillinghinder

Onderzoek naar trillingen bij woningen naast het spoor (binnen 100 meter verplicht, tot 250 meter als het nodig is).

9 oktober 2024

BJ1895

14

S.11 Wat komt er hierna? De omgevingsvisie beschrijft het beleid op hoofdlijnen. Soms vraagt een thema of een gebied om nadere uitwerking. Dit wordt gedaan in nieuwe programma’s die de gemeente op stelt. De mitigerende maatregelen zoals hierboven beschreven, kunnen daar dan ook een plek krijgen. De nieuwe programma’s zijn: • Programma Hoogkarspel; • Programma uitbreiding Venhuizen; • Programma Enkhuizen binnenstad e.o.; • Programma wonen, en; • Programma externe veiligheid; • Programma landelijk gebied. Bij de Omgevingswet is de gemeente verplicht om de effecten van haar plannen te meten en te beoordelen. Dit heet monitoring en evaluatie. Met de informatie kan de gemeente een nieuwe omgevingsvisie beter maken. Ook kunnen de gemeenten zien of ze hun ambities halen. De eerste keer monitoring en evaluatie is twee jaar nadat de omgevingsvisie af is. Daarna gebeurt dat elke vier jaar. Als het niet goed gaat met de ambities, kunnen de gemeenten wat doen. Ze kunnen een programma maken of de ambities aanpassen. De gemeenten maken een monitoringsprogramma. De beoordelingsaspecten zijn hier ook belangrijk. De gemeenten kunnen gebruik maken van openbare bronnen of ze kunnen zelf meten. Ook kunnen ze inwoners vragen om te vertellen wat goed gaat en wat niet.

9 oktober 2024

BJ1895

15

1

Waarom een omgevingsvisie en OER?

1.1

Omgevingsvisie gemeente Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland

De gemeenten Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland werken als werkorganisatie SED samen aan het opstellen van één gezamenlijke omgevingsvisie voor 2040. Deze is verplicht onder de nieuwe omgevingswet die per 1 januari 2024 in werking is getreden. De omgevingsvisie beschrijft hoe de werkorganisatie SED de fysieke leefomgeving op de lange termijn wil ontwikkelen, hét instrument om samenhang in het beleid voor de fysieke leefomgeving aan te brengen. De omgevingsvisie is een strategische beleidsvisie waarin opgaven en ambities voor de leefomgeving zijn opgenomen. Ook zijn richtinggevende keuzes, op hoofdlijnen, opgenomen waarmee de gemeente invulling wil geven aan het behalen van de ambities. Verdere uitwerking van die keuzes vindt na vaststelling van de omgevingsvisie plaats in instrumenten zoals bijvoorbeeld het omgevingsplan en programma’s.

1.2

Een gecombineerd proces en product

Sinds 2015 werken de gemeenten Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland samen in één organisatie aan deze opgaven. Op die manier wordt de aanwezige kennis en capaciteit beter benut. De gemeenten Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland liggen in de provincie Noord-Holland, in de regio West-Friesland. De drie gemeenten samen hebben bijna 60.000 inwoners. De gemeenten hebben elk hun eigen kenmerken en kernkwaliteiten. Zo is Stede Broec vooral een woongemeente met een lint van kernen met regionale voorzieningen. Enkhuizen staat bekend als oude VOC-stad met een toeristisch en historisch centrum en passantenhavens. Drechterland bestaat uit meerdere kleine dorpskernen met agrarische bedrijven in het uitgestrekte buitengebied. Maar niet alle kenmerken en kernkwaliteiten zijn beperkt tot de gemeentegrenzen. Elke gemeente staat daarnaast voor opgaven die gemeentegrens overstijgend zijn. Door samen te werken worden de krachten benut. De omgevingsvisie vormt de ruimtelijke vertaling van deze samenwerking, waarin de fysieke leefomgeving van de toekomst integraal wordt beschreven voor alle drie de gemeenten. Er heeft nauwe samenwerking plaatsgevonden op zowel ambtelijk als bestuurlijk niveau.

1.3

Waarom een OER?

De gemeenten Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland willen de gevolgen van het nieuwe omgevingsbeleid uit de omgevingsvisie op de leefomgeving in beeld brengen. Daarom is er bij de omgevingsvisie een Omgevingseffectrapport (OER) opgesteld. Het OER levert de informatie die nodig is om een zorgvuldig besluit te nemen over de omgevingsvisie. Daarbij zijn alle relevante belangen meegewogen. Ook beschrijft en verantwoordt het OER de resultaten van dit proces. Voor bepaalde ontwikkelingen moet onder de Omgevingswet een milieueffectrapportage (mer) worden uitgevoerd. In het Omgevingsbesluit (hoofdstuk 11 en bijlage V) is opgenomen voor welke activiteiten en ontwikkelingen een mer-plicht geldt. Activiteiten en ontwikkelingen waar dit voor geldt zijn bijvoorbeeld: • De bouw van woningen en bedrijven (stedelijk ontwikkeling); • De bouw of aanpassing van een windturbinepark. De omgevingsvisie voor de gemeente Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland biedt een kader voor dit soort ontwikkelingen. Het kan ook zijn dat in de omgevingsvisie beleid staat wat mogelijk verstorend is voor de natuur in Natura 2000-gebieden. Dit zijn gebieden die op Europees niveau beschermd zijn. Als onduidelijk is hoe groot de mogelijke gevolgen zijn voor dit gebied, moet hier onderzoek naar gedaan worden. Dit onderzoek heet een passende beoordeling.

Voor de gemeenten Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland is een passende beoordeling uitgevoerd, deze is onderdeel van het OER en opgenomen in bijlage 2.

9 oktober 2024

BJ1895

16

Als een mer bij een omgevingsvisie verplicht is, dan moet de uitgebreide mer-procedure doorlopen worden. Er wordt dan een milieueffectrapport (MER) opgesteld, dat met de (ontwerp)-omgevingsvisie ter inzage gaat en waar de Commissie voor de milieueffectrapportage (Commissie mer) een advies over moet geven. Een MER bij de omgevingsvisie wordt OER genoemd, hoe dit zit is uitgelegd in onderstaand kader.

Wat is mer, wat is MER en wat is OER? Mer staat voor ‘milieueffectrapportage’ en is de procedure waarbinnen een MER wordt opgesteld. MER staat voor ‘milieueffectrapport’ en bevat de resultaten van het onderzoek naar de (milieu)effecten binnen een mer. De toevoeging ‘plan’ (planMER) wil zeggen dat het om een MER voor een plan gaat, zoals een omgevingsvisie. De omgevingsvisie bevat de menselijke leefomgeving als geheel, dus zowel fysiek, economisch als sociaal. Dit vraagt om een breder georiënteerd proces dan een traditioneel MER. OER staat voor ‘omgevingseffectrapport’, waarin naast de milieueffecten ook andere omgevingseffecten, zoals sociale en economische, in beeld worden gebracht. We spreken daarom hier niet over een planMER maar over een OER. Voor de juridische juistheid wordt nog wel gesproken van een mer-procedure De omgevingsvisie beschrijft de ambities van de gemeenten en wat zij op hoofdlijnen gaan doen om die ambities te halen (het nieuwe beleid). Het OER beschrijft: • De kwaliteiten van de leefomgeving (de huidige situatie en autonome ontwikkeling). • De gevolgen van het beleid op de leefomgeving. • Of het beleid bijdraagt aan het halen van de gestelde ambities. Bij de uitwerking van de omgevingsvisie heeft de gemeente ingezet op een proces met interactie tussen het uitwerken van de omgevingsvisie en het opstellen van het OER. Dit wordt een ontwerpend-OER genoemd.

De interactie tussen beide bestaat uit regelmatige wederzijdse terugkoppeling tussen de beleidsontwikkeling aan de ene kant (omgevingsvisie) en de gevolgen ervan voor de leefomgeving aan de andere kant (mer). Op deze manier is het OER gebruikt om het beleid aan te scherpen en om beleidskeuzes te maken en aan te scherpen. De gemeente wil het OER ook gebruiken als basis voor het monitoren en bijsturen van het beleid tijdens de uitvoering.

1.4

De mer-procedure

In het OER zijn op basis van de mer-procedure de gevolgen van de omgevingsvisie op de leefomgeving in beeld gebracht. Die informatie moet gebruikt worden bij de besluitvorming over de omgevingsvisie. De merprocedure is gebaseerd op Europese regelgeving. Het doel van mer is het bieden van voldoende informatie waarmee de gemeenten Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland het milieu- en leefomgevings-belang volwaardig en vroegtijdig in de plan- en besluitvorming over de omgevingsvisie kan betrekken. De merprocedure voor de omgevingsvisie is verlopen in lijn met de wettelijke vereisten, deze is als volgt:

9 oktober 2024

BJ1895

17

1. Openbare kennisgeving van het voornemen door bevoegd gezag De mer-procedure is gestart met een bekendmaking van het voornemen via een openbare kennisgeving en publicatie van de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD). Deze NRD heeft vanaf 18 oktober tot en met 29 november 2023 digitaal ter inzage gelegen en in een papieren versie op de gemeentehuizen van de drie gemeenten. Gedurende de zienswijzetermijn is iedereen in de mogelijkheid gesteld schriftelijk en/of mondeling te reageren op de NRD. 2. Raadplegen betrokken instanties over reikwijdte en detailniveau van het OER en vaststellen reikwijdte en detailniveau Iedereen heeft de mogelijkheid gehad schriftelijk te reageren op de ter inzage gelegde NRD. Gedurende de termijn van terinzagelegging zijn in totaal 4 zienswijzen op de NRD naar voren gebracht. In een nota van beantwoording zienswijzen zijn de onderwerpen uit die zienswijzen samengevat en beantwoord. Hierbij is aangegeven hoe de zienswijze zijn meegenomen bij het opstellen van het OER. Na de ter inzage termijn zijn nog 2 reacties binnengekomen met aandachtspunten voor het de OER. Ook deze 2 reacties zijn opgenomen in het overzicht met de zienswijzen. De zienswijzen hebben aanleiding gegeven om het beoordelingsaspect ‘’trillingen’ aanvullend nog mee te nemen in het OER. 3. Opstellen OER en Passende Beoordeling Vervolgens is het OER opgesteld.

Omdat significante effecten op Natura 2000-gebieden niet konden worden uitgesloten is er een Passende Beoordeling uitgevoerd (zie hoofdstuk 6 van dit OER). De Passende Beoordeling is een bijlage bij het OER (bijlage 2). 4. Ter inzage leggen OER en ontwerp-omgevingsvisie Het OER is eind 2024 samen met de ontwerp-omgevingsvisie zes weken ter inzage gelegd. Iedereen heeft in deze zes weken de gelegenheid zienswijzen in te dienen. De Commissie voor de milieueffectrapportage toetst in deze periode de kwaliteit van het OER en beoordeelt of de juiste (milieu)informatie aanwezig is om een besluit over de omgevingsvisie te kunnen nemen. 5. Besluit en vervolg De omgevingsvisie en het OER worden vastgesteld door het bevoegd gezag, de gemeenteraad van de gemeenten Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland.

1.5

Leeswijzer

Dit OER bestaat uit de volgende hoofdstukken: • • • • • • •

Hoofdstuk 2: Waar gaat de omgevingsvisie over en hoe is deze gemaakt? Hoofdstuk 3: Hoe is het OER gemaakt? Hoofdstuk 4: Wat staat er in de ‘Foto van de leefomgeving’? Hoofdstuk 5: Wat zijn de effecten van de omgevingsvisie? Hoofdstuk 6: Wat zijn de gevolgen voor Natura 2000-gebieden? Hoofdstuk 7: Conclusies, aandachtspunten en aanbevelingen Hoofdstuk 8: Wat komt er na het OER?

9 oktober 2024

BJ1895

18

2

Waar gaat de omgevingsvisie over?

2.1

Totstandkoming van de omgevingsvisie

Eind mei/begin juni 2023 is gestart met de omgevingsvisie. Omdat het een lang proces is, is de omgevingsvisie verdeeld in vijf verschillende fases.

Fase 1: Actualiseren en aanvullen Er is begonnen met het verzamelen van informatie, zoals beleid van de verschillende overheden. Ook is een analyse gedaan van de bouwstenen documenten voor de omgevingsvisie (van elke gemeente één) met daarin de ambities, kernkwaliteiten en actuele ontwikkelingen. De kernkwaliteiten vormen de basis voor de omgevingsvisie en zijn gevisualiseerd in een waardenkaart. In deze fase is ook de notitie reikwijdte en detailniveau opgesteld. Fase 2: Kwaliteiten en opgaven In 2023 zijn de kernkwaliteiten en opgaven uitgewerkt in een eerste 50% versie van de omgevingsvisie. Deze versie is gedeeld met de gemeenteraad. Ook is de Foto van de leefomgeving van het OER opgesteld, welke input heeft gegeven aan de omgevingsvisie. Voor de gemeenteraadsleden was het erg informatief om te weten voor welke onderwerpen er nog een grote opgave lag en waar de gemeenten al redelijk op orde zijn. Fase 3: Participatie samenleving In deze fase heeft participatie plaatsgevonden met bewoners en belangenbehartigers. Er heeft een reflectie plaatsgevonden van kernwaarden, opgaven en doelen aan de hand van stellingen en beelden. Van 12 tot en met 15 februari 2024 is de week van de omgevingsvisie gehouden. Een week waarin de gemeente in gesprek ging met verschillende doelgroepen.

Naast de inloopbijeenkomsten werd er met bijna 300 inwoners op drukbezochte plekken gesproken in de gemeenten. Ook werden op verschillende avonden met belangenbehartigers van verenigingen en (koepel)organisaties gesproken. In de vorm van twee minienquêtes bereikten de gemeente nog bijna 200 mensen. Zij gaven antwoord op 7 vragen over dorpen en wijken of het buitengebied. Fase 4: verwerken participatie De opbrengst van de participatie is vervolgens verwerkt in de 80% omgevingsvisie. De visie is verfijnd en uitgebreid met een visiekaart, de gebiedsgerichte koers en kansen, een afwegingskader voor initiatieven en de aankondiging van enkele voorgenomen programma’s. Op basis van de 80% omgevingsvisie heeft een tussentijdse reflectie plaatsgevonden van het OER. De resultaten van deze reflectie zijn gepresenteerd en zo veel als mogelijk verwerkt in de omgevingsvisie. Fase 5: Tervisielegging & vaststelling De laatste fase is het vaststellen van de omgevingsvisie. Tijdens deze fase kunnen inwoners nog één keer hun mening geven tijdens de officiële ter visie legging. Daarna stellen de gemeenteraden de omgevingsvisie vast. Hierna is geen beroep meer mogelijk. De omgevingsvisie is een visie voor de lange-termijn. Na de vaststelling vormt de omgevingsvisie de basis voor omgevingsprogramma’s.

2.2

De inhoud van de omgevingsvisie

In de omgevingsvisie staat hoe de gemeenten Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland zich gaan ontwikkelen tot 2040. Er worden beslissingen gemaakt over bijvoorbeeld de kwaliteiten, de groene 9 oktober 2024

BJ1895

19

omgeving en de leefbaarheid van de gemeenten. Omdat de ruimte beperkt is, maar de vraag groot, is het belangrijk om goed na te denken over wat waar kan en hoe functies gecombineerd kunnen worden. De omgevingsvisie helpt om de juiste balans te vinden tussen het benutten en beschermen van de leefomgeving: • • •

2.3

De visie geeft een integrale richting aan ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving, en de uitwerking van beleid in onder andere programma’s en het omgevingsplan; De visie geeft een uitnodigend en inspirerend toekomstbeeld dat is opgesteld met en voor inwoners, organisaties en (maatschappelijke) ondernemers; De visie geeft de werkwijze aan: wat doet de gemeente, wat doet de markt, waar is de samenleving aan zet, en welke voorwaarden worden hierbij gesteld?

Bestaande waarden gemeenten Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland

De drie gemeenten Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland hebben elk hun eigen kenmerken en kernkwaliteiten. Deze hebben zich door de eeuwen heen ontwikkeld en maken wat zij vandaag de dag als gemeente uitstralen en wie zij zijn. De kernkwaliteiten vormen het vertrekpunt voor het opstellen van de omgevingsvisie, vanuit daar wordt er gewerkt aan de toekomst. De kernkwaliteiten zijn visueel weergegeven op onderstaande waardenkaart (zie Figuur 2-1). Op die manier is te zien waar de kernkwaliteiten liggen.

Figuur 2-1 Waardenkaart SED-gemeenten 9 oktober 2024

BJ1895

20

De volgende kernkwaliteiten zijn er per gemeente: Kenmerkend voor Stede Broec is het dorps wonen met een hoog voorzieningenniveau. Een compacte gebouwde omgeving met alle voorzieningen binnen een paar kilometer van elkaar, zoals bedrijven, winkelcentrum Streekhof, en goede OV-verbindingen waaronder twee stations. De bebouwde kom wordt letterlijk omringd door groen en dooraderd door water. Natuur en recreatie liggen om de hoek, zoals het Streekbos en de Weelen. In verbinding met het Markermeer ligt de Broekerhaven. Ten (noord)oosten van Stede Broec ligt Enkhuizen. Kenmerkend voor Enkhuizen is de historische binnenstad en haar vele monumenten als toeristische trekpleister, de ligging aan het IJsselmeer en de bijzondere kustlijn ten noorden van het centrum. Daarnaast is Seed Valley een belangrijke economische sector in de regio en zijn er twee regionale bedrijventerreinen. Mede dankzij het Zuiderzee museum, Sprookjeswonderland en de vele havens is Enkhuizen nautisch, toeristisch en recreatief sterk. Voor Drechterland is het landelijk karakter van de omgeving met doorkijkjes en rust kenmerkend. De afwisseling tussen de weilanden, rietlanden, fruittuinen, en wegen en sloten, afgebakend door hagen en dijken. Uniek zijn de fruitboomgaarden tussen Wijdenes en Venhuizen. In het westen van de gemeente ligt een bijzonder cultuurhistorisch landschap met ruimte voor weidevogels.

Kenmerkend voor West-Friesland is de West-Friese Omringdijk, dit is een landschappelijk waardevol element.

2.4

Wat is het toekomstbeeld?

De gemeenten willen aantrekkelijk zijn om te wonen, te werken en om te bezoeken; nu en in de toekomst. Dat is de centrale ambitie. Ze hebben daarom veel aandacht voor de ontwikkelingen in de samenleving, zoals de vergrijzing, gezondheid en saamhorigheid. De drie gemeenten werken samen aan voldoende woningen, gezondheid, veiligheid, bereikbaarheid en duurzaamheid. Elke gemeente heeft de volgende specifiekere ambities: Stede Broec Stede Broec moet ook in de toekomst een sterke woongemeente blijven met eigen voorzieningen, en dorpse uitstraling, goede bereikbaarheid en ruimte voor groen en water. Enkhuizen Enkhuizen blijft ook in de toekomst een moderne, levendige stad met een zichtbare rijke geschiedenis. Ze hebben een historisch centrum dat aantrekkelijk is voor bewoners en bezoekers. Het is prettig wonen en leven. De stad is gastvrij en trekt het toerisme dat de unieke kwaliteiten waardeert. De stad verduurzaamt door ontwikkeling. Er wordt geprofiteerd onder meer van een vitale economie, verbonden aan het sterke toeristische profiel, de nautische sector en Seed Valley. Drechterland Drechterland bouwt samen met inwoners, maatschappelijke organisaties en ondernemers verder aan een vitale gemeente waar iedereen erbij hoort en de ruimte heeft zich te ontwikkelen. De identiteit wordt gevormd door de individuele kernen en ligging van de gemeente in West-Friesland.

Ze hebben oog voor elkaar. Drechterland wil samen al het mooie van de gemeente behouden en ruimte bieden voor kwalitatieve ontwikkelingen. De gemeente gaat aan de slag met de Visie op de Dijk: passende recreatie, natuurversterking en behoud van de cultuurhistorische waarde. Er zijn kansen voor recreatie en toerisme, vooral in het landschap en aan/op het water.

9 oktober 2024

BJ1895

21

In het toekomstbeeld zijn deze onderwerpen belangrijk: 1. Wonen & samenleven 2. Gezondheid, welbevinden & milieu 3. Duurzaamheid, natuur & recreatie 4. Economie 5. Mobiliteit & toegankelijkheid 6. Ruimtelijke kwaliteit Onderstaand wordt nader ingegaan op de concretere doelen per onderwerp. De visie kaart die hierbij hoort is zichtbaar in Figuur 2-2.

Figuur 2-2 Verbeelding van de omgevingsvisie

2.4.1

Wonen en samenleven

De doelen over wonen, voorzieningen en ontmoeten zijn: • De gemeenten werken naar een compleet, duurzaam en betaalbaar aanbod van verschillende soorten woningen. Ze doen dat om te voorzien in vraag naar woningen van iedereen voor nu en later. • Binnen buurten zorgen ze voor afwisseling van woningtypen en menging van doelgroepen. Er is ruimte voor allerlei soorten woningen. Voorbeelden zijn mengen van koop en huur, knarrenhoven en woningen voor bijzondere doelgroepen. • De gemeenten besteden bijzondere aandacht aan starters, ouderen en mensen met behoefte aan zorg of ondersteuning. Dit betekent onder meer dat ze woningen zo willen bouwen of verbouwen dat je er

9 oktober 2024

BJ1895

22

•

• • •

•

kan blijven wonen als je ouder wordt of meer zorg nodig hebt. Zo’n woning noemen ze levensloopbestendig. De gemeenten zorgen voor goede omstandigheden om de voorzieningen in kernen te behouden. Ze willen graag dat er voldoende voorzieningen zijn die passen bij de grootte van de kern. En dat voorzieningen zo goed mogelijk bereikbaar zijn. De gemeenten werken aan afwisselende, leefbare, groene en duurzame woonwijken, dorpen en stad. De gemeenten zorgen voor ontmoetingsmogelijkheden in binnenstad, dorpskernen en woonwijken, voor kinderen, jongeren en ouderen. De gemeenten vinden het belangrijk dat er zoveel mogelijk gelijke kansen zijn voor iedereen. Een goede toegankelijkheid van voorzieningen is een voorwaarde voor de inwoners om mee te kunnen doen en verbonden te zijn met anderen. Bijzondere aandacht gaat uit naar de leefbaarheid van de binnenstad, dorpen, wijken en het platteland.

2.4.2

Gezondheid, welbevinden en milieu

De doelen over veiligheid, bewegen/sporten en inspelen op veranderingen in het klimaat zijn: • Samen met de ketenpartners wordt gewaakt over de gezondheid en veiligheid van de leefomgeving. Van bodem en ondergrond tot gezonde buitenlucht. • De gemeenten werken samen met Rijk, provincie en hoogheemraadschap aan de veiligheid op het gebied van water. Ze zorgen dat we bestand zijn tegen droogte, hitte en zware regenval (klimaatadaptatie). • De gemeenten behouden het groene karakter van onze omgeving. • De gemeenten stimuleren bewegen, sport en recreatie.

2.4.3

Duurzaamheid, natuur en recreatie

De doelen over energie, natuur, rijkdom aan planten- en diersoorten (biodiversiteit) en recreatie zijn: • De gemeenten leveren onze bijdrage aan de doelen op het gebied van energiebesparing en het duurzaam opwekken van energie. Ze maakten daarover afspraken in onze regio West-Friesland. Dit krijgt vorm door: o De omslag naar duurzame energie in dorpen en wijken (energietransitie bebouwde omgeving). o De omslag naar duurzame energie bij bedrijven en in het verkeer (verduurzaming gebouwen, bedrijvigheid en verkeer). o Invulling van de Regionale Energie Strategie in het buitengebied. • De gemeenten werken aan een patroon van bomen, bermen en andere groenvoorzieningen dat stevig is en ruimte geeft aan veel planten- en diersoorten. Dat noemen ze biodiversiteit. • De gemeenten behouden patronen van vaarten, bermen en ander waardevol water en groen in het buitengebied. Ook behouden ze de biodiversiteit in de kernen en langs randen van onze kernen. • In de regio is een groot tekort aan mogelijkheden om te recreëren. Ze verbeteren daarom waar mogelijk de gelegenheid voor het wandelen, fietsen en varen. Ze ondersteunen initiatieven die een verrijking zijn op dit gebied. Ze zorgen voor voldoende voorzieningen en toegankelijkheid in en bij recreatiegebieden. Bijvoorbeeld in de vorm van voldoende parkeerplaatsen.

• De gemeenten zijn terughoudend in het toestaan van nieuwe recreatiewoningen. Permanent wonen gaat vanwege de grote woningbehoefte voor recreatief wonen. • De gemeenten stimuleren duurzame en vernieuwende bedrijven. Dat kan gaan om bedrijven waarin aandacht is voor grondstoffen en het voorkomen van afval (circulaire bedrijven). Ook kan het gaan om bedrijven die evenveel energie opwekken als gebruiken. Of om bedrijven die zich richten op het sterker maken van de natuur (natuurinclusieve bedrijven).

9 oktober 2024

BJ1895

23

2.4.4

Economie

De doelen over verschillende soorten bedrijven en ruimte voor bedrijven zijn: • De gemeenten ondersteunen de economie in onze gemeenten. Ze zien kansen voor het versterken van verschillende soorten bedrijvigheid die in onze gemeenten voorkomen: o Seed Valley. o Bedrijvigheid die samenhangt met de landbouw (Agribusiness). o Land- en tuinbouw. o Scheepsbouw, scheepsreparatie, verkoop van watersportproducten, de jachthaven en de stalling van schepen bij Enkhuizen. Dit noemen ze het nautische cluster. o Bedrijven die kunststof bewerken of verwerken. o Recreatie en toerisme met accent op kleinschalige verblijfsrecreatieve voorzieningen, fiets, wandel-, en vaarvoorzieningen en landschapsbeleving in Drechterland en Stede Broec en op de liefhebber van erfgoed van stad en haven in Enkhuizen. • De gemeenten zetten in op een toekomstbestendige detailhandelstructuur • De gemeenten gaan graag in gesprek met bedrijven over de mogelijkheden rond uitbreiding of vestiging. Als voorwaarde geldt dat er ruimte moet zijn en het bedrijf in de omgeving past voor wat betreft hinder en schaal. • De gemeenten stimuleren duurzame en vernieuwende ontwikkelingen. Dat kan gaan om ontwikkelingen waarin aandacht is voor: o Grondstoffen en het voorkomen van afval; o Het tot een minimum beperken van de vraag naar energie; o Het versterken van de natuur.

• De gemeenten zorgen voor veilige bedrijfsterreinen die gebruikt worden waarvoor ze bedoeld zijn

2.4.5

Mobiliteit en toegankelijkheid

De doelen over verkeer en vervoer en toegankelijkheid voor iedereen zijn: • Bereikbare gemeenten waar het verkeer veilig is. • Beter benutten van de stations en verbeteren van de mogelijkheden voor aanvullend vervoer naar de dorpen en het landelijke gebied. • Stimuleren van duurzame mobiliteit. Daarbij stimuleren we als eerste lopen, daarna fietsen en vervolgens gebruik van openbaar vervoer of deelvervoer. • Ondersteunen van elektrisch rijden. • Toegankelijkheid van openbare ruimte en voorzieningen voor iedereen. • Versterken van de digitale bereikbaarheid. • Verbeteren van de verkeersverbinding in Drechterland en Stede Broec tussen Polder het Grootslag en Polder de Drieban. Specifieke aandachtspunten: • Leefbaarheid in de binnenstad Enkhuizen. • Bezoekersstromen naar Zuiderzeemuseum en Sprookjeswonderland. • Het centrum van Bovenkarspel. • Historische linten, stationsgebieden en bedrijventerreinen. • Bereikbaarheid van dorpen en platteland. • Aansluiting van busvervoer op het treinverkeer. • Ontbreken van een OV verbinding met Lelystad en Medemblik. • Wandel- en fietsroutes en de sociale veiligheid en verkeersveiligheid op deze routes. • Verkeersveiligheid rond scholen.

9 oktober 2024

BJ1895

24

•

Uitbreiding van de drinkwaterfabriek van PWN nabij Oosterdijk (Andijk) en de verkeersstromen die dit met zich meebrengt.

2.4.6

Ruimtelijke kwaliteit

De doelen over het karakter van het landschap, dorpen en stad, stolpen, kerken en andere bijzondere gebouwen zijn: • Het behouden en versterken van het karakter van het landschap. • Het behouden en versterken van de West-Friese Omringdijk. • Het behouden en versterken van het karakter van de historische binnenstad van Enkhuizen, de vesting met schootveld en havens. • Het behouden en versterken van het karakter van de historische bebouwingslinten. • Het behouden en versterken van het groene en waterrijke karakter van het buitengebied en wijken. • Het behouden en versterken van aardkundige waarden in de vorm van kreekruggen. • Het behouden en versterken van het cultureel erfgoed (stolpen, kerken, molens, vuurtoren, watertoren en archeologische waarden). Wat we belangrijk vinden staat op de bestaande waardenkaart.

9 oktober 2024

BJ1895

25

3

Hoe is het OER gemaakt?

3.1

Algemene aanpak

Het OER bij de omgevingsvisie SED geeft inzicht in: 1. De kwaliteiten van de leefomgeving van de gemeenten Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland Hoe staat de leefomgeving in de gemeenten Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland er op dit moment voor? Dat is beschreven in de ‘Foto van de leefomgeving’ en vormt de referentiesituatie van dit OER. De referentiesituatie is zowel de huidige situatie als de autonome ontwikkeling (dit is bestaand beleid waarover al besluiten zijn genomen). De ‘Foto van de leefomgeving’ is opgenomen in bijlage 1 van dit OER. De huidige situatie laat zien hoe het er op dit moment voor staat in de gemeenten. De autonome ontwikkeling is de situatie in 2030 bij ongewijzigd voortzetten van het vastgestelde beleid. Daar waar mogelijk wordt een doorkijk gemaakt naar 2040. Uit de ‘Foto van de leefomgeving’ blijkt waar het de leefomgeving nu ‘op orde’ is en waar er nu en bij bestaand, ongewijzigd beleid knelpunten of problemen verwacht worden. In hoofdstuk 4 zijn de belangrijkste conclusies uit de ‘Foto van de leefomgeving’ beschreven. 2.

De gevolgen van het beleid op de leefomgeving Dit laat zien wat de verwachte gevolgen zijn van het nieuwe beleid wat onderdeel uitmaakt van de omgevingsvisie voor de ruimtelijke ontwikkelingen in de gemeente Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland en in hoeverre dat de autonome trends de kwaliteiten van de leefomgeving beïnvloeden. Om dit te kunnen beoordelen moet de omgevingsvisie voldoende concrete uitspraken bevatten van nieuw beleid en waar een relatie met de leefomgeving mee gelegd kan worden. 3. Of het beleid bijdraagt aan het halen van de gestelde ambities Dit laat zien in hoeverre verwacht wordt dat het nieuwe beleid bijdraagt aan het halen van de ambities die met de omgevingsvisie nagestreefd worden.

3.2

Proces en aanpak

Onderstaand Figuur 3-1 geeft het proces van dit OER schematisch weer, waarbij ook de interactie met de omgevingsvisie te zien is. In deze paragraaf worden de stappen op hoofdlijnen beschreven. In de overige paragrafen van dit hoofdstuk worden deze stappen uitgebreider beschreven. NRD De NRD beschrijft welke onderscheidende alternatieven in het OER onderzocht gaan worden (‘reikwijdte’). Daarnaast staat er in de NRD welke beoordelingsaspecten onderzocht gaan worden, de manier waarop en met welke diepgang (‘detailniveau’) dat gebeurt. Beoordelingskader In het beoordelingskader zijn beoordelingsaspecten opgenomen die in dit OER beoordeeld zijn. Het vormt daarmee het kader voor de beschrijving van de huidige situatie en de autonome ontwikkelingen en de effecten van de omgevingsvisie.

9 oktober 2024

BJ1895

26

Foto van de leefomgeving In de ‘Foto van de leefomgeving’ zijn de huidige situatie en autonome ontwikkeling tot 2030 beschreven voor de beoordelingsaspecten zoals opgenomen in het beoordelingskader. Autonome ontwikkelingen zijn trends, ontwikkelingen en vigerend beleid. Het is opgesteld op basis van de best beschikbare actuele informatie, data en toekomst-prognoses. Aanvullend is een doorkijk gemaakt naar 2040. Het resultaat is opgenomen in bijlage 1. Reflectie OER Vanuit het OER is een effectbeoordeling gedaan van de omgevingsvisie in wording. Aan de hand van het beoordelingskader zijn de effecten van de concept omgevingsvisie in beeld gebracht (par 5.2 en 5.3). Met zogenaamde ‘botsproeven’ (par 5.4) is beoordeeld in hoeverre het nieuwe beleid consistent is en of ze ruimtelijk gezien naast elkaar kunnen bestaan. Er is beoordeeld of de verschillende beleidsonderdelen elkaar versterken en/ of conflicteren. Ook is ingegaan op de mate van doelbereik (wordt er wel of niet bijgedragen aan de ambities? (par 5.5)) en zijn aanbevelingen en aandachtspunten meegegeven aan de visie. Figuur 3-1 Processchema omgevingsvisie en OER

OER met passende beoordeling De omgevingsvisie is mede op basis van de aanbevelingen uit de effectbeoordeling OER aangescherpt tot een 80% versie. De visie is één omvattend geheel van strategische, richtinggevende hoofdlijnen voor nieuw omgevingsbeleid. In het OER (in hoofdstuk 7.2) is gemotiveerd wat in de visie is gedaan met de aanbevelingen en aandachtspunten vanuit de reflectie. Omdat op voorhand niet uitgesloten kon worden dat het nieuwe beleid tot significante negatieve effecten in Natura 2000-gebieden leidt, is een Passende Beoordeling opgesteld. Daarin is beoordeeld of het nieuwe beleid tot significante negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden kan leiden en zo ja, op welke manier die effecten voorkomen kunnen worden (‘mitigerende maatregelen’). Dit is opgenomen in bijlage 2. Ter inzagelegging omgevingsvisie SED en OER De ontwerp omgevingsvisie wordt samen met het OER ter inzage gelegd. Als bijlage bij het OER zit de Foto van de leefomgeving en de passende beoordeling. Het OER wordt ook naar de Commissie mer gestuurd ter toetsing.

9 oktober 2024

BJ1895

27

100% omgevingsvisie Op basis van de zienswijzen op de visie en het OER wordt de omgevingsvisie definitief gemaakt. In een nota van antwoord wordt aangegeven wat gedaan is met de zienswijzen. Monitoring Monitoring is een belangrijk onderdeel van de omgevingsvisie volgens de Omgevingswet. Door middel van monitoring worden de effecten van het beleid uit de omgevingsvisie inzichtelijk en wordt de kans geboden om tijdig bij te sturen in de gewenste richting. Monitoring maakt geen onderdeel uit van dit OER, wel is er een aanzet gegeven. In paragraaf 8.3 wordt hier nader op ingegaan als onderdeel van het vervolg op dit OER.

3.3

Het beoordelingskader

De kwaliteiten van de leefomgeving en de effecten van de omgevingsvisie zijn in beeld gebracht aan de hand van het beoordelingskader (zie Tabel 3-1). Het beoordelingskader vormt de basis van het OER. Naast de beoordelingsaspecten binnen het domein van de Omgevingswet (de fysieke leefomgeving), bevat het beoordelingskader ook sociale en economische aspecten. Met een dergelijk breed beoordelingskader kan het OER daadwerkelijk bijdragen aan een goede en brede weging van alle relevante belangen in de omgevingsvisie van de gemeenten Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland. Het beoordelingskader is het resultaat van een analyse van opgaven in de fysieke leefomgeving en de ambities voor de omgevingsvisie. Bij het opstellen van te beschouwen beoordelingsaspecten is ook in ogenschouw genomen welke gegevens er beschikbaar waren. Het beoordelingskader is gaandeweg binnen de procesaanpak van het OER verder aangescherpt ten opzichte van de NRD, waarbij sommige beoordelingsaspecten zijn opgesplitst of samengenomen. De Foto van de leefomgeving en de effectbeoordeling worden in beeld gebracht aan de hand van het beoordelingskader. In Tabel 3-1 is het beoordelingskader voor het OER van de gemeenten Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland. Tabel 3-1 Beoordelingskader Laag

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16415863/1