B03 Toelichting Lakemanweg 5-7 (2024-24)
Tekst van het document
Gemeente Drechterland ------------------------------------------------------------------------------
Vastgesteld Bestemmingsplan “Lakemanweg 5-7 en De Buurt 33” Venhuizen t.b.v. de realisering van een paardenfokkerij/stoeterij Lakemanweg 5-7 in samenhang met een woonbestemming op de locatie De Buurt 33
ir. H. van Brederode bi bnSP Tigris 12 1186 JA Amstelveen SBA-reg.nr. 1.950290.005
8 april 2024
TOELICHTING 1.
Inleiding
1.
2.
Beschrijving nieuwe ontwikkeling
2.
3.
Ruimtelijk beleidskader
8.
3.1 3.2
3.3 3.4
4.
Nationale Omgevingsvisie Duurzaam perspectief voor onze leefomgeving Provinciaal beleid 3.2.1 Relatie met de Wro 3,2.2 Omgevingsvisie NH 2050 3.2.3 Omgevingsverordening 2020 3.2.4 Beeldkwaliteit als onderdeel van provinciaal ruimtelijk beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid 3.4.1 Gemeentelijke beleidsnota’s 3.4.2 Bestemmingsplan 3.4.3 Gemeentelijke welstandsnota
8. 8. 8 9. 10. 11. 13. 14. 14. 15. 17.
Milieubeperkingen en omgevingsaspecten
18.
4.1
18. 18. 18. 20. 20. 22 22. 22. 23. 23. 24. 24. 25. 27.
4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8
Milieu 4.1.1 Bodem en grondwater 4.1.2 Water 4.1.3 Bedrijven en milieuzonering 4.1.4 Spuitzone 4.1.5 Stiltegebieden Noord-Holland 4.1.6 Wegverkeerslawaai Verkeersaspecten Luchtkwaliteit Externe veiligheid Leidingen Cultuurhistorie / Archeologie Natuurwaarden / Flora en Fauna Duurzaamheidaspecten
5.
Toelichting op de wijze van bestemmen
28.
6.
Uitvoerbaarheid
29.
BIJLAGEN Bijlage I Bedrijfsplan Bijlage II ‘Conclusie en aanbevelingen’ van het verkennende bodemonderzoek Lakemanweg Bijlage II-a ‘Samenvatting en conclusies’ van het verkennende bodemonderzoek De Buurt Bijlage II-b ‘Conclusies en aanbevelingen’ uit de nadere bodemonderzoeken Bijlage III Archeologische quick-scan Lakemanweg Bijlage III-a Archeologische quick-scan De Buurt 33 Bijlage IV Paragraaf 6 ‘Conclusies’ uit ‘Toetsing in het kader van de natuurwetgeving’ Bijlage V Het inrichtingsplan Lakemanweg Bijlage VI Het inrichtingsplan De Buurt 33 Bijlage VII Stikstofdepositie-onderzoeken en aeriusberekeningen Bijlage VIII Aanvullende conclusie nader onderzoek aanwezigheid vleermuizen e.a.
SEPARATE BIJLAGEN bij “Bestemmingsplan “Lakemanweg 5-7 en De Buurt 33”. (op te nemen in digitale pakket t.b.v. publicatie op ruimtelijke plannen.nl)
Bijlage A-1 Bijlage A-2 Bijlage B-1 Bijlage B-2 Bijlage C Bijlage D Bijlage E Bijlage F Bijlage G Bijlage H
Verkennend bodemonderzoek Lakemanweg Verkennend bodemonderzoek De Buurt 33a Rapport ‘Toetsing in het kader van de natuurwetgeving Lakemanweg Rapport ‘Toetsing in het kader van de natuurwetgeving De Buurt 33 Watervergunning Lakemanweg Aanvullend bodemonderzoek De Buurt 33a Aanvullend bodemonderzoek Lakemanweg Ingekomen reacties vooroverleg Onderzoeksrapport Peutz wegverkeerslawaai bedrijfswoning Lakemanweg Nota behandeling zienswijzen bestemmingsplan ‘Lakemanweg 5-7 en De Buurt 33’
1
1.
Inleiding
Initiatief M. en C.H. Verweij, Oosterwijzend 1a, 1616 LE Hoogkarspel hebben het voornemen om een paardenfokkerij/stoeterij te realiseren op het perceel Lakemanweg 5-7 te Venhuizen. De locatie is in de huidige situatie nog onderdeel van agrarisch productiegebied en onbebouwd. In feite is dit voornemen gekoppeld aan het realiseren van de woonbestemming op de locatie De Buurt 33, alwaar de hier bedoelde paardenfokkerij/stoeterij was gepland en vergund. De verleende omgevingsvergunning zal na vaststelling van het voorliggende bestemmingsplan worden ingetrokken. De gewenste ontwikkeling past niet binnen het geldende bestemmingsplan. Om beide ontwikkelingen mogelijk te maken is voor de betreffende locatie het onderhavige bestemmingsplan “Lakemanweg 5-7 en De Buurt 33” opgesteld. De planlocatie Lakemanweg is kadastraal bekend onder Drechterland, sectie G, nr. 5048 en 5049 en de locatie Buurt 33 onder Drechterland, sectie G, nr. 3663.
afb. 1 De ligging van de planlocaties De Buurt 33 en Lakemanweg 5-7 in groter verband (Google Earth) Voorgeschiedenis De initiatiefnemers hebben op 1 december 2016 een omgevingsvergunning verkregen voor het bouwen van een paardenfokkerij/stoeterij aan De Buurt 33 te Venhuizen (afb. 1). Dit plan was in overeenstemming met de vigerende bestemming en voorzien van een positieve beoordeling door de Agrarische Beoordelingscommissie (ABC). Naar aanleiding van ingekomen bezwaren hebben de initiatiefnemers zich bereid getoond uit te wijken naar een andere locatie. Vervolgens heeft de gemeenteraad naar aanleiding van een principeverzoek besloten om medewerking te verlenen aan het verplaatsen van het agrarische bouwvlak en het bedrijf naar de Lakemanweg 5-7 (afb. 1). Daaraan is gekoppeld het vervallen van het aan de weg gelegen deel van de agrarische bestemming van de gronden aan de Buurt 33 en de sloop van de agrarische bedrijfsgebouwen. Vervolgens is ter plaatse - conform lid 1 en 2 van artikel 6.10 van de Omgevingsverordening - de mogelijkheid aanwezig is voor het realiseren van een burgerwoning van ca. 900 m3. Planologische regeling De gemeente heeft aangegeven, dat voor het regelen de woonbestemming De Buurt 33 (vervallen bouwvlak) en het opnemen van een bouwvlak binnen de agrarische bestemming een ‘postzegel’bestemmingsplan gewenst is.
De bepalingen omtrent de procedure van wijziging of uitwerking van een bestemmingsplan zijn geregeld in art. 3.9 a van de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Het onderhavige document betreft de toelichting, planregels en verbeelding op het bestemmingsplan “Lakemanweg 5-7 en De Buurt 33”.
2
2.
Beschrijving nieuwe ontwikkeling
□
Bestaande situaties
▪
Lakemanweg 5-7
Deze planlocatie is gelegen aan de Lakemanweg in het landelijke gebied van Venhuizen ten zuiden van de Kolkweg. De gronden hebben een agrarische bestemming en zijn onbebouwd. Het perceel is eigendom van M. en C.H. Verweij, evenals de aansluitende 2,2 hectare ten westen daarvan.
afb. 2
afb. 3
De planlocatie Lakemanweg 5-7
De nieuwe locatie achter het bedrijfspand Kolkweg 7 aan de Lakemanweg 5-7
Het is duidelijk, dat de locatie aan de Lakemanweg - na de bezwaren van bewoners tegen de locatie De Buurt 33 - een logische keuze is voor de vestiging van een stoeterij, aangezien aldaar geen sprake is van nabij gelegen woningen en de locatie goed bereikbaar is, zonder de woonomgeving met komend en gaand verkeer extra te belasten. Op deze locatie is op basis van art. 6.33 lid 1 onder b van de Omgevingsverordening Noord-Hollaan 2020 een nieuw bouwperceel mogelijk. De aanleiding/motivering is de planologisch wenselijke verplaatsing van voorgenomen vestiging van de stoeterij van De Buurt naar de Lakemanweg, waarmee het bouwperceel aan De Buurt vervalt.
3 ▪
De Buurt 33
Deze planlocatie is gelegen in het lint, bekend als De Buurt. Dit betreft één van de karakteristieke linten binnen de gemeente Drechterland.
afb. 4 De planlocatie De Buurt 33 (a en b)
afb. 5 De oorspronkelijke situatie De Buurt 33
afb. 6 De reeds aanwezige woning De Buurt 33a - te handhaven als burgerwoning Om duidelijk in beeld te brengen wat de impact zou zijn met de vergunde situatie is in afb. 7 de destijds geplande stoeterij ingetekend op de locatie.
4
afb. 7 □
afb. 8
De vergunde stoeterij ingetekend op de locatie Buurt 33
De gewenste nieuwe situaties
De nieuwe situatie Lakemanweg 5-7
5
afb. 9 De nieuwe situatie De Buurt 33 (33a en 33b) en het vervallen bouwblok □
afb. 10
Het bouwplan Lakemanweg 5-7
Impressies van het bouwplan voor de Stoeterij
6
Afb. 10 a
□
Een referentiebeeld voor de bij de stoeterij gewenste bedrijfswoning
Ambitie initiatiefnemers / bedrijfsplan t.b.v de paardenhouderij / stoeterij
Om de ambitie en doelstellingen van de initiatiefnemers weer te geven en te onderbouwen is een bedrijfsplan opgesteld door mr. D. Grin RMT. De bevindingen zijn neergelegd in een nota van 1 december 2017, gecontroleerd op actuele uitgangspunten 11 mei 2022. Een samenvatting is hieronder weergegeven; het integrale bedrijfsplan is opgenomen in Bijlage I.
7
□
Afb. 11
\
Terreininrichting De Buurt 33b en voorlopige referentie-woning
De inrichting van het perceel met de bestaande woning 33 a en de nieuwe woning 33 b
afb. 11a
de ‘referentiewoning’
8
3.
Ruimtelijk beleidskader
3.1
Nationale Omgevingsvisie – Duurzaam perspectief voor onze leefomgeving
De Nationale Omgevingsvisie vervangt de “Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR)’. In de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Nederland staat voor een aantal urgente maatschappelijke opgaven, die zowel lokaal als regionaal, nationaal en internationaal spelen. Dit betreft met name de grote en complexe opgaven zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. De NOVI stelt een nieuwe aanpak voor: integraal, samen met andere overheden en maatschappelijke organisaties, en met meer regie vanuit het Rijk. Met steeds een zorgvuldige afweging van belangen zal worden gewerkt aan prioriteiten, zoals ▪ ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; ▪ een duurzaam en (circulair) economisch groeipotentieel; ▪ sterke en gezonde steden en regio’s; ▪ een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Zowel voor de lange als de korte termijn zijn voor bovengenoemde NOVI-prioriteiten maatregelen nodig, die in de praktijk voortdurend op elkaar inspelen. Het Rijk geeft de nationale belangen aan en maakt nationale keuzes. Vervolgens wordt richting gegeven aan decentrale afwegingen en zal gebiedsgericht worden gewerkt.
Centraal bij de afweging van belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving, zowel van de boven- als van de ondergrond. De Novi benoemt dit als ‘omgevingsinclusief’ beleid, waarbij drie afwegingsprincipes worden onderscheiden: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Het Rijk zal bij de uitvoering van de NOVI zichtbaar maken hoe de omgevingsinclusieve benadering vorm krijgt en de afwegingsprincipes benut worden. De NOVI gaat vergezeld van een Uitvoeringsagenda, waarin staat aangegeven hoe het Rijk invulling geeft aan zijn rol bij de uitvoering van de NOVI. In de Uitvoeringsagenda is een overzicht gegeven van instrumenten en (gebiedsgerichte) programma’s op de verschillende beleidsterreinen. De Uitvoeringsagenda zal, indien nodig, jaarlijks worden geactualiseerd. Samengevat kan worden gesteld, dat met de NOVI het Rijk een integrale, op samenwerking gerichte aanpak presenteert. Een gebiedsgericht afwegingskader en sturende visie in één, waarbinnen we gezamenlijk optimaal kan worden gewerkt aan het behoud van een gezond, leefbaar en economische sterk Nederland.
Conclusie De onderhavige ingreep is - gezien het feit dat de paardenfokkerij / stoeterij van de ene locatie (met verleende omgevingsvergunning) wordt uitgewisseld met een andere locatie - niet in strijd met Rijksbeleid. Het beoordelings- en afwegingsproces inzake initiatieven / projecten van de onderhavige aard en omvang overwegend behoort tot het beleidsniveau van de provincie en de gemeente.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
Relatie met de Wro
Sinds de inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) op 1 juli 2008 is de bevoegdheid voor de provincie inzake beleidsvorming en uitvoering in de huidige vorm geregeld. Dit houdt in dat de provincie haar visie op het ruimtelijke beleid neerlegt in een zelfbindend beleidsdocument (Omgevingsvisie – zie paragraaf 3.2.2) om vervolgens de beschreven provinciale intenties en belangen juridisch te borgen in een ruimtelijke verordening (Omgevingsverordening NH 2040 - zie paragraaf 3.2.3).
9 De ruimtelijke verordening richt zich op bestemmingsplannen, beheersverordening, wijzigings- en uitwerkingsplannen en omgevingsvergunningen waarbij wordt afgeweken van het bestemmingsplan(artikel 2.12 lid 1 onderdeel a onder 3 of lid 2 Wabo). Hierbij gaat het om algemene regels omtrent de inhoud. 3.2.2
Omgevingsvisie NH 2050
Op 19 november 2018 is door Provinciale Staten (PS) de Omgevingsvisie NH 2050 vastgesteld. De beleidsnota vervangt de Structuurvisie 2040 en loopt vooruit op de Omgevingswet, waarvan het voornemen is dat deze 1 januari 2023 in werking zal treden. Gedeputeerde Staten hebben de Omgevingsverordening op 16 november 2020 vastgesteld. Als hoofdambitie heeft de provincie in de Omgevingsvisie NH 2050 aangegeven te willen streven naar een evenwichtige ‘balans tussen economische groei en leefbaarheid’. De provincie draagt bij aan het welzijn én aan de economische vitaliteit, gericht op een gezonde en veilige leefomgeving voor mens, plant en dier en inde overtuiging dat dit tevens een goed economisch vestigingsklimaat bevorderd. Bij de concretisering van de ambities geldt het principe ‘lokaal wat kan, regionaal wat moet’ De samenhangende - ambities betreffen de volgende aspecten: gezonde en veilige leefomgeving in de hele provincie natuur- en biodiversiteit / natuurinclusief ontwikkelen duurzame en vernieuwende economie toekomstbestendige landbouw klimaat-adaptatie energietransitie ontwikkelen van stad en land metropoolregio Amsterdam ontwikkeling unieke kracht en kwaliteit Noord-Holland-Noord De ambities zijn uitgewerkt in samenhangende ‘bewegingen naar de toekomst’, waarin meerdere ontwikkelprincipes worden gehanteerd.
Voor heel Noord-Holland zijn de ontwikkelprincipes in kaart gebracht (afb. 12).
afb. 12 De omgevingsvisiekaart Noord-Holland 2050 met de planlocatie
10 In Noord-Holland-Noord worden vooral de kwalitatieve eigenschappen, zoals rust en ruimte, groen en natuur en bovenal de gezonde lucht als specifieke, behoudenswaardige kenmerken beschouwd. Om die reden wordt bij de noodzakelijke verdergaande verstedelijking vooral prioriteit gegeven aan ontwikkelingen in bestaand stedelijk gebied met de aanwezigheid van voorzieningen en een goede bereikbaarheid van openbaar vervoer. Aangezien het onderhavige plan het verplaatsen van een vergunde stoeterij betreft naar een locatie in het agrarische gebied in ruil met een locatie in de lintbebouwing, waar de agrarische bestemming gewijzigd wordt in een woonbestemming, is in principe geen sprake van ‘verdergaande verstedelijking’. 3.2.3
Omgevingsverordening NH 2020
De verordening gaat over de fysieke leefomgeving en de activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving. Met het oog op duurzame ontwikkeling, de bewoonbaarheid van de provincie en de bescherming en verbetering van het leefmilieu gericht op het bereiken en in standhouden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit in samenhang met het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften. In de Omgevingsverordening gaat het om de sturingsfilosofie van de Omgevingsvisie NH 2050: ‘lokaal wat kan, regionaal wat moet’ en ruimte bieden voor maatwerk, gelet op de diversiteit van de regio’s. Daarbij moeten enkele inhoudelijke ambities en ontwikkelingsprincipes uit de Omgevingsvisie NH2050 in concrete juridische regels worden omgezet. Zowel voor stedelijke als landelijke gebieden zijn een aantal algemene regels vastgesteld omtrent de inhoud van en de toelichting op gemeentelijke (bestemmings-) plannen over onderwerpen waar een provinciaal belang mee gemoeid is. Gemeenten zijn verplicht om voor het bestaand stedelijk gebied bestemmingsplannen vast te stellen, maar hebben bij de invulling daarvan een grote mate van beleidsvrijheid. Voor de onderhavige ontwikkeling is van belang hetgeen is verwoord in Afdeling 6 ‘Instructieregels’.
In artikel 6.33, sub 3 onder c.:
Het voorliggende initiatief betreft de verplaatsing van een vergunde paardenfokkerij / stoeterij in een bebouwingslint (bestaand stedelijk gebied) naar een locatie in het landelijke gebied. Daarnaast is van belang hetgeen in Afdeling 6.5 ‘Ruimtelijke inpassing in landelijk gebied’ is verwoord in lid 2::
Door ‘Natuurlijke Zaken’, de zakelijke dienstverlening van Landschap Noord-Holland te Heiloo is een Erfinrichtingsplan Lakemanweg opgesteld. De bevindingen zijn beschreven in de notitie met kenmerk M-OA-19-50500.81 ( zie afb.12 en Bijlage V) Conclusie: Aan de voorwaarden uit de Omgevingsverordening wordt met het voorliggende plan voor een stoeterij aan de Lakemanweg 5-7 voldaan. De voorgestelde ontwikkeling vertoont geen strijdigheden met het ruimtelijke beleid van de provincie.
11 3.2.4
Beeldkwaliteit als onderdeel van provinciaal ruimtelijk beleid
In de Structuurvisie 2040 is het maken van een 'beeldkwaliteitsplan' verplicht gesteld voor nieuwe ontwikkelingen. De intentie van de provincie daarbij is samengevat in het credo "behoud door ontwikkeling", waarbij een sterke nadruk wordt gelegd op 'regionale identiteit' en 'ruimtelijke kwaliteit'. Voor de onderhavige ontwikkeling, waarbij sprake is van de realisering van een paardenfokkerij / stoeterij, wordt een beknopte beschrijving van de beeldkwaliteit geacht voldoende inzicht te geven in de gevolgen van de ingreep voor de bestaande beeldkwaliteit. De volgende vijf elementen worden van belang geacht voor een beeldkwaliteitsplan: aandacht voor de ontwikkelingsgeschiedenis; aansluiting bij de ordeningsprincipes van het landschap (omgeving); aansluiting bij de bebouwingskarakteristiek (architectuur, stedenbouw, openbare ruimte); inpassing van het plangebied in de wijdere omgeving (grotere landschapseenheid); aandacht voor de bestaande kwaliteiten van het gebied en voor de maatregelen om negatieve effecten op deze kwaliteiten op te heffen. □
De planlocatie Lakemanweg 5-7
De planlocatie voor de paardenfokkerij / stoeterij ligt in het buitengebied van de kern Venhuizen behorende bij de gemeente Drechterland en bevindt zich aan de Lakemanweg 5-7, omringd door agrarische gronden en fruitboomgaarden. Het landschap in de gemeente Drechterland is ontstaan door een samenspel van natuur en cultuur. In het begin was de natuur bepalend voor het ontstaan van het landschap; op dit moment is vooral sprake van een cultuurlandschap. Het gebied rond de kern Venhuizen is onderhevig geweest aan ruiverkaveling met rechte ontsluitingswegen en rechthoekige en qua omvang efficiënte kavels. In tegenstelling tot het open landschap, dat overwegend aanwezig is in de gemeente Drechterland, is in het ruilverkavelingsgebied sprake van een meer besloten landschap. In de structuurvisie van de gemeente is het beleid voor dit gebied gericht op het stap-voor-stap veranderen van de landschappelijke waarden. De structuur van het landschap, bestaande uit de wegen en het groen langs de wegen en vaarten, biedt goede mogelijkheden, maar de hier aanwezige gebouwen en bouwwerken sluiten hier niet goed op aan. Grote gebouwen en bouwwerken staan “kaal” in het landschap en er is geen sprake van een goede overgang en connectie met het landelijk gebied. ▪
Het Erfinrichtingsplan Lakemanweg
Door ‘Natuurlijke Zaken’, de zakelijke dienstverlening van Landschap Noord-Holland te Heiloo is een Erfinrichtingsplan Lakemanweg opgesteld. De bevindingen zijn beschreven in de notitie met kenmerk M-OA-19-50500.81 ( zie afb. 13 en Bijlage V) De inrichting van de planlocatie respecteert de aanwezige kavelstructuur en sluit aan op de reeds aanwezige bebouwing aan de Kolkweg. De stoeterij komt achterop het perceel, parallel aan het bestaande gebouw op Kolkweg 7. De woning komt aan de Lakemanweg en presenteert zich met een diepe voortuin. Aan de weg en vóór de stoeterij komt een grasweide met een reeks streekeigen bomen op de noordelijke erfgrens. De sloot op de noordgrens wordt verbreed ten behoeve van de te compenseren m2 water, evenals de sloot aan de Lakemanweg. Een en ander is onderwerp geweest van overleg met het Hoogheemraadschap, met als resultaat dat op 27 juni 2018 een ‘watervergunning’ is verleend.
12
afb. 13
De inrichting van de planlocatie nader uitgewerkt
Voor een gedetailleerde beschrijving van inrichting en beplantingsplan zie Bijlage V □
Planlocatie Buurt 33 (a en b)
Door het verplaatsen van de vergunde stoeterij op de locatie De Buurt 33 wordt van de mogelijkheid gebruik gemaakt om - na sloop van de bestaande bedrijfsgebouwen - een extra woning te realiseren. De omvang van het erf wordt aangepast aan de in het bebouwingslint van De Buurt niet ongebruikelijke omvang en een diepte van 60 tot 70 meter, waarbij het perceel wordt gesplitst. Er wordt gebruik gemaakt van de bestaande dam en op het erf is voldoende ruimte om aan de parkeernorm voor vrijstaande woningen te voldoen. Voorbij de achter-erfgrens blijft de agrarische bestemming gehandhaafd. ▪
Het erfinrichtingsplan locatie De Buurt 33
Door ‘Natuurlijke Zaken’, de zakelijke dienstverlening van Landschap Noord-Holland te Heiloo is een Erfinrichtingsplan De Buurt 33 opgesteld. (zie afb. 14 en Bijlage VI)
13
afb. 14
De inrichting van de planlocatie nader uitgewerkt
Voor een gedetailleerde beschrijving van inrichting en beplantingsplan zie Bijlage VI Conclusie Vastgesteld kan worden dat de bestaande kwaliteiten van zowel de landschappelijke omgeving van de locatie Lakemanweg, als van de stedenbouwkundige samenhang en bebouwingskarakteristiek van de omgeving van De Buurt 33 door de voorliggende ontwikkeling niet worden aangetast. In feite wordt daarmee voldaan aan de eisen, welke gesteld worden in het kader van het provinciale uitgangspunt "behoud door ontwikkeling".
3.3
Regionaal beleid
□
Structuurschets Westfriesland `Een dijk van een regio`
De zeven gemeenten van Westfriesland gaan zelf aan de slag en maken onderling afspraken over regionale samenwerking. Zij hebben daarbij aangegeven,dat ze binnen vijf jaar tot de top 10 van meest aantrekkelijke regio’s van Nederland willen horen. Om deze ambitie te bereiken hebbende colleges van Burgemeester en Wethouders de Structuurschets Westfriesland ´Een dijk van een regio´ ( februari 2017) opgesteld. De structuurschets is daarnaast vooral een uitnodiging aan initiatiefnemers, ondernemers en bewoners. Gezamenlijk wordt vorm gegeven aan de toekomst van Westfriesland. De gemeenten willen ruimte bieden aan initiatieven die Westfriesland versterken.
14 Vanuit dit perspectief zijn vijf arrangementen voor Westfriesland geschetst. 1. Kustland 2. Experimenteerlandschap 3. Agribusiness-landschap 4. Het Westfriese Leven 5. Transformatielandschap Deze arrangementen moeten gezien worden als ‘verbeelde kansen’. Het is dus geen letterlijke vertaling van beleid en moet ook niet als zodanig worden geïnterpreteerd. Ze bevatten een samenhangende serie kansen en potenties, soms ruimtelijk, soms niet-ruimtelijk. Hoewel voor de onderhavige ontwikkeling geen concrete aanwijzingen in de structuurschets zijn opgenomen, kunnen met name in arrangement 3 ´Agribusiness-landschap’ enige aanknopingspunten gevonden. Agribusiness-Landschap Agribusiness is één van de troefkaarten van de regio. Westfriesland is onderdeel van de Greenport Noord-Holland Noord. Het landschap is gevormd door de landbouw en is door de jaren heen mee ontwikkeld met deze sector. Ook in de toekomst zal dit zo zijn. Westfriesland biedt ruimte aan de sector. Schaalvergroting, verbreding, innovatie, duurzame ontwikkeling en ruimte bieden aan meer activiteiten uit de keten, worden geaccommodeerd. Dit alles uiteraard in balans met de leefbaarheid, de landschappelijke kwaliteit en het watersysteem. Het zorgt voor economische vitaliteit van het landschap en de kernen.
Binnen Het ‘Agribusiness-landschap worden ‘experimenteer landschap’, ’Romantische landschap’ en ‘Origineel Westfries landschap’ onderscheiden. De Agribusiness krijgt alle ruimte om te experimenteren en te innoveren in het ‘experimenteerlandschap. Het zogenaamde ‘Romantische landschap’ (omgeving Wijdenes, Schellinkhout, Venhuizen) biedt ook andere perspectieven. Een relatief kleinschalig gebied, met veel fruitteelt, hoge landschappelijke kwaliteit Het voorliggende bestemmingsplan ‘Lakemanweg 5-7 en De Buurt 33” is bedoeld om te regelen, dat een vergunde vestiging van een paardenfokkerij / stoeterij in het bebouwingslint van De Buurt verplaatst kan worden naar een meer geëigende locatie in het landelijke gebied, met een aanvaardbare landschappelijke inpassing en zonder aantasting van de aldaar aanwezige landschappelijke waarden. Het voorliggende initiatief is derhalve voldoende in overeenstemming met de uitgangspunten / doelstellingen van de Structuurschets Westfriesland.
3.4.
Gemeentelijk beleid
3.4.1. Gemeentelijke beleidsnota’s □
Visie op Drechterland en haar kernen
Op 31 mei 2021 heeft de gemeenteraad de nota ‘Visie op Drechterland en haar kernen’ vastgesteld. Hierin wordt de gemeentelijke visie beschreven omtrent de wijze waarop het geheel van de gemeente, inclusief de afzonderlijke kernen, op lange termijn meer leefbaar en vitaal worden gemaakt en behouden. In dit visiedocument wordt Drechterland anno 2021 beschreven. Naast feiten en cijfers wordt weergegeven wat in Drechterland belangrijk wordt gevonden. Op grond van deze uitgangspunten en de (toekomstige) trends en ontwikkelingen, kan de centrale visie op Drechterland richting 2030 als volgt worden omschreven: “Drechterland, een vitale, aantrekkelijke en duurzame gemeente om in te leven, te wonen en te werken.” Om vorm te geven aan deze visie worden met een scope op 2030, per thema een aantal doelstellingen geformuleerd. Het betreft de thema’s: wonen en huisvesten, voorzieningen en mens, werk en ondernemen, landschap, water en recreatie, duurzaamheid, participatie en rollen. Voor de onderhavige realisering van de stoeterij aan de Lakemanweg 5-7, in samenhang met de realisering van een burgerwoning op de locatie De Buurt, zijn in de ‘Visie op Drechterland en haar kernen’ weinig concrete richtinggevende of belemmerende uitgangspunten te vinden.
15 Wel kan worden vastgesteld, dat de initiatiefnemer, gehoord de bewoners van De Buurt, bereid is geweest om de vestiging van de paardenfokkerij / stoeterij te verplaatsen naar de Lakemanweg. Daarmee is een oplossing verkregen, die leidt tot een kwaliteitsverbetering van de stedenbouwkundige structuur en de beeldkwaliteit voor wat De Buurt betreft, alsmede tot een verantwoorde landschappelijk inpassing aan de Lakemanweg. Dit is in overeenstemming met het gemeentelijke ruimtelijke beleid. □
Structuurvisie Landschap
De gemeenteraad van Drechterland heeft op 23 mei 2011 de ‘Structuurvisie Landschap’ vastgesteld. De visie dient als kapstok voor uitwerkingen van bestemmingsplannen en als basis voor de afweging van initiatieven uit de markt.
afb. 15 Kaart bij de Structuurvisie Landschap gemeente Drechterland De visie is drieledig: ▪ Behouden en versterken voor de meest waardevolle delen van de gemeente; ▪ Vernieuwen voor dat deel van de gemeente waar dit door (ingrijpende) nieuwe ontwikkelingen gewenst is; ▪ Geleidelijk transformeren voor dat deel van de gemeente waar waardevolle structuren aanwezig zijn, maar waar wel een noodzaak tot opwaardering aanwezig is. De planlocatie ligt in het gebied dat is in aangewezen als gebied (geel) wat geleidelijk te transformeren is. Beoogd wordt om in deze zone meer verwantschap te bereiken met de rest van het buitengebied aangezien er veel grootschalige bebouwing is terug te vinden dat ‘kaal’ in het landschap ligt.
3.4.2
Bestemmingsplan
Voor de planlocaties is het bestemmingsplan "Drechterland-Zuid” van toepassing, vastgesteld 24 juni 2013, alsmede de ‘Eerste herziening bestemmingsplan Drechterland-Zuid’, vastgesteld 26 oktober 2015. De betreffende gronden aan zowel de Lakemanweg 5-7, als aan De Buurt 33, hebben de enkelbestemming “Agrarisch” (art. 3, resp. art. 2) en de dubbelbestemming “Waarde - Archeologie 3” (art. 45, resp. art. 44). Op de planlocatie Lakemanweg 5-7 is geen bouwvlak aanwezig, zodat de realisering van een paardenfokkerij / stoeterij met bebouwing en een dienstwoning aldaar in strijd is met de vigerende bestemmingsregeling. Op de planlocatie De Buurt 33 ligt geen woonbestemming, zodat ook hier sprake is van strijdigheid.
16 De initiatiefnemers hebben een omgevingsvergunning voor het realiseren van een paardenhouderij / stoeterij op de locatie De Buurt 33a, maar hebben - gezien bezwaren uit de buurt - aangegeven bereid te zijn het bedrijf te verplaatsen naar Lakemanweg 5-7 en hebben daartoe een principeverzoek ingediend bij het College van Burgemeester en Wethouders.
afb. 16 De planlocaties op de verbeelding van het bestemmingsplan ‘Drechterland-Zuid’, met aangeduid de uitwisseling van het bouwvlak De Buurt 33 naar Lakemanweg 5-7 De gemeenteraad heeft vervolgens ingestemd met het initiatief-voorstel om een planologische procedure te starten om met een nieuwe bestemmingsregeling het perceel Lakemanweg 5-7 te voorzien van een bouwvlak ten behoeve van de realisering aldaar van de paardenfokkerij / stoeterij en een woonbestemming met 2 woonhuizen op het perceel De Buurt 33. Hoewel sprake is van vestiging van een bouwvlak aan een ‘noord-zuid verbinding’, daar waar het ruimtelijk beleid van de gemeente tot en met de vaststelling van het geldende bestemmingsplan alleen mogelijkheden bood voor het vestigen van nieuwe agrarische bouwvlakken aan de ‘oost-west verbindingen’, is dit beleid losgelaten ten gunste van een locatiegebonden maatwerkbeoordeling.
afb. 16 a
De planlocatie De Buurt 33 en directe omgeving
17 3.4.3
Gemeentelijke welstandsnota
De gemeentelijke welstandsnota is gebaseerd op artikel 12a van de Woningwet en art. 9.1 tweede lid van de bouwverordening. Van toepassing is de herziening van 28 april 2011. De planlocatie Lakemanweg 5-7 ligt in gebiedstype 2 - ‘De ruilverkavelingen’. Het gebied ontleent zijn waarde aan de structuur met agrarische complexen aan de ontsluitingswegen met ruime profielen, gecombineerd met de bijbehorende open, gecultiveerde productiepercelen. De verschijningsvorm van woon- en bedrijfsbebouwing is eenvoudig en met gedekte kleurstellingen. Het ruimtelijk/planologisch beleid is gericht op het optimaal functioneren als agro-industrieel gebied. Voor dit gebied geldt qua welstand een aanduiding als regulier welstandsgebied, waarbij de nadruk zal liggen op het respecteren en geleidelijk transformeren van de aanwezige ruimtelijke kwaliteiten. Een en ander is leidraad geweest bij het ontwerpen van de gebouwen en inrichting van de kavel; het plan in door de welstand geaccordeerd op 20 oktober 2016. De planlocatie De Buurt 33 ligt in gebiedstype 3 - ‘Karakteristieke linten’. De linten kenmerken zich door aaneengesloten, meer open reeksen individuele hoofdgebouwen. Er is sprake van een zeer afwisselend bebouwingsbeeld met individuele gebouwen. Naast zeer fraaie, historische panden komen ook indifferente en zelfs beeld-verstorende panden voor.
De bebouwing heeft een duidelijke relatie met de weg en is gesitueerd in wisselende rooilijnen. Het (welstands-)beleid is gericht op behoud en versterking van de karakteristieke onderdelen van de lintbebouwing, behoud van de stedenbouwkundige structuur met ruimte voor vernieuwing voor de overige delen en behoud van de nu nog aanwezige open zicht relaties met het achterliggende agrarische gebied. De bestaande - te handhaven - woning past qua hoofdvorm, vormentaal, detaillering en materiaaltoepassing geheel binnen de hiervoor beschreven bebouwingskarakteristiek. De nieuwe burgerwoning past in het gevarieerde beeld; het betreft een vrijstaand woonhuis met een ruime tussenruimte en een bermsloot tussen het perceel en de weg. N.B.
Voor de nieuwe woningen zijn - in het kader van de planologische procedure - referentiebeelden getoond. De nieuw te bouwen woningen zullen conform de ‘gebiedsgerichte welstandscriteria’ worden ontworpen en bij de aanvraag van de omgevingsvergunning voor een definitief oordeel aan de welstandscommissie worden voorgelegd.
□
Versterking van de ruimtelijke kwaliteit
De belangrijkste winst aan ruimtelijke kwaliteit wordt behaald door het niet in het lint realiseren van de paardenhouderij / stoeterij, maar op een goed bereikbare vrije kavel in het agrarische open gebied. De Lakemanweg moet als een nieuwe ontsluitingsweg gezien worden ten gevolge van de ruilverkaveling van het gebied. Deze weg heeft een verbindende functie tussen de linten De Buurt, Burgemeester J. Zijpweg en de Koggeweg, waarmee enerzijds het verkeer door de kern van Venhuizen, maar anderzijds ook op de Zuiderdijk belangrijk wordt verminderd. Vanwege deze verbindende functie is deze noord-zuid-lopende weg zeer geschikt voor het ontsluiten van aanlichtende individuele percelen, zoals dat reeds is gerealiseerd voor de aangrenzende hoekpercelen ter weerszijden van de Kolkweg. Het is niet meer dan logisch dat ook het perceel Lakemanweg 5-7 vanaf deze weg wordt ontsloten, waarbij het tevens ruimtelijk de meest evenwichtige oplossing is voor een bebouwingsrichting in de lengterichting (diepte) van het perceel. Vervolgens is een inrichtingsplan voor het perceel opgesteld.(afb. 13 en Bijlage V). Voor het perceel De Buurt 33 is, zoals hiervoor reeds besproken, met de invulling met 2 burgerwoningen (één bestaand en één nieuw), geheel de bestaande bebouwingskarakteristiek gevolgd: individuele woonhuizen met een ambachtelijk/landelijke karakteristiek.
Voor de bebouwingsrichting zijn de kavelsloten bepalend geweest; de plaatselijk aanwezige slotenpatroon (tussen perceel en de weg is gerespecteerd, evenals de ruime zichtlijn naar het open agrarische gebied in het verlengde van de Meilag. (afb. 14 en Bijlage VI).
18
4.
Milieubeperkingen en omgevingsaspecten
4.1
Milieu
4.1.1
Bodem en grondwater
Met het oog op een goede ruimtelijke ordening dient in geval van ruimtelijke ontwikkelingen aan te worden getoond dat de bodem geschikt is voor het beoogde functiegebruik. Ter plaatse van locaties die verdacht worden van bodemverontreiniging moet verkennend bodemonderzoek uit worden gevoerd. Gegevens over bodemkwaliteit zijn overwegend beschikbaar voor het stedelijk gebied. Daar worden regelmatig verontreinigingen aangetroffen. In het buitengebied zijn op historische gronden geen aanwijzingen voor verontreinigde bodems. Verkennend bodemonderzoek □
Perceel Lakemanweg 5-7
Door Klijn Bodemonderzoek BV te Oostwold is een verkennend bodemonderzoek gedaan. De bevindingen zijn neergelegd in het rapport van 17 januari 2018, project 18KL004. In de bodem zijn uitsluitend lichte verhogingen aangetroffen. De aangetoonde lichte verhogingen vormen geen aanleiding tot het uitvoeren van een nader bodemonderzoek. Er zijn - vanuit milieu hygiënisch oogpunt gezien, geen belemmeringen voor de afgifte van een omgevingsvergunning voor het voorgenomen gebruik. Paragraaf 6.2: ‘Conclusies en aanbevelingen’ is weergegeven in bijlage II. Het integrale rapport zal bij de indiening van de aanvraag omgevingsvergunning aan de stukken worden toegevoegd en tevens als separate bijlage (A-1) opgenomen worden in het digitale pakket t.b.v. publicatie op ruimtelijke plannen.nl) □
Perceel De Buurt 33a
Door Klijn Bodemonderzoek BV te Oostwold is een verkennend bodemonderzoek gedaan voor de locatie De Buurt 33a. De bevindingen zijn neergelegd in het rapport met kenmerk 16KL353 d.d. 26 oktober 2016 Op basis van de onderzoeksresultaten bestaan er, vanuit milieu-hygiënisch oogpunt gezien, geen belemmeringen ten aanzien van het gebruik van het terrein en de geplande aanvraag van een omgevingsvergunning ten behoeve van de voorgenomen bouwactiviteiten. Paragraaf 6 ‘Samenvatting en Conclusies’ is weergegeven in Bijlage II a. Het integrale rapport zal bij de indiening van de aanvraag omgevingsvergunning aan de stukken worden toegevoegd en tevens als separate bijlage (A-2) opgenomen worden in het digitale pakket t.b.v. publicatie op ruimtelijke plannen.nl. NB. Op aanwijzing van de Omgevingsdienst zijn voor beide locaties nader onderzoek gedaan betreffende de gedempte sloten op de percelen. Voor beide locaties geldt, dat er vanuit milieu-hygiënisch oogpunt geen belemmeringen zijn voor het voorgestane gebruik. De conclusies en aanbevelingen van deze nadere onderzoeken zijn weergegeven in Bijlage II b.
4.1.2
Water
□
Algemeen
Europees beleid De Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) is op 22 december 2000 in werking getreden en is bedoeld om in alle Europese wateren de waterkwaliteit chemisch en ecologisch verder te verbeteren. De Kaderrichtlijn Water omvat regelgeving ter bescherming van het binnenlandse oppervlaktewater, overgangswateren (waaronder estuaria worden verstaan), kustwateren en grondwater. Voor het uitwerken van de doelstellingen worden er op (deel)stroomgebied plannen opgesteld. In deze (deel)stroomgebiedbeheersplannen staan de ambities en maatregelen beschreven voor de verschillende (deel)stroomgebieden. Met name de ecologische ambities worden op het niveau van de deelstroomgebieden bepaald.
19 Rijksbeleid Het Rijksbeleid op het gebied van waterbeheer is vastgelegd in het Nationaal Waterplan (NWP) 2022-2027. Het Nationaal Water Programma 2022-2027 is vastgesteld op 18 maart 2022. In het Nationaal Water Programma (NWP) 2022-2027 beschrijft de Rijksoverheid de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en de uitvoering ervan in de rijkswateren en vaarwegen. Het Nationaal Water Programma 2022–2027 geeft een overzicht van de ontwikkelingen binnen het waterdomein en legt nieuw ontwikkeld beleid vast. We werken aan schoon, veilig en voldoende water dat klimaatadaptief en toekomstbestendig is. Ook is er aandacht voor de raakvlakken van water met andere sectoren. Provinciaal beleid De Watervisie 2021 bevat het waterbeleid van de provincie Noord-Holland. In de Watervisie 2021 worden kaders gesteld voor wateropgaven in Noord-Holland. Dit is gedaan op basis van de thema's veilig en schoon & voldoende. In het waterveiligheidsbeleid wordt landelijk een overstap naar een risicobenadering, waarbij ook het effect van een overstroming op het achterland wordt meegewogen. Met de waterpartners zorgt de provincie voor veilige dijken en keringen en met het waterrobuust inrichten van de omgeving en goede evacuatiemogelijkheden wordt het effect van een eventuele overstroming beperkt.
Schoon en voldoende water is onmisbaar voor een gezonde, productieve en aangename leefomgeving en een soortenrijke natuur. De provincie zorgt ervoor dat het grond- en oppervlaktewater duurzaam kan worden gebruikt en dat voorraden zorgvuldig worden beheerd, zonder uitputting of verontreiniging. Diepe, watervoerende lagen kunnen worden gebruikt voor energieopslag. Hoogheemraadschap Noorderkwartier Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier heeft samen met haar partners haar waterbeleid op lange termijn (Deltavisie). De Deltavisie is vertaald in een Waterplan (WBP6) voor de middellange termijn. Hierin presenteert het hoogheemraadschap haar koers voor de periode 2022-2027 en de opgaven waar het hoogheemraadschap zelf en met anderen aan werken. Het hoogheemraadschap bouwt voort op de regionale Deltavisie (2012), het Waterprogramma 2016-2021 (WBP5) en het Collegeprogramma 2019-2023. Daarnaast beschikt het Hoogheemraadschap over een verordening: de Keur 2016. Hierin staan de geboden en verboden die betrekking hebben op watergangen en waterkeringen. Voor het uitvoeren van werkzaamheden kan een vergunning nodig zijn. De werkzaamheden in of nabij de watergangen en waterkeringen worden getoetst aan de beleidsregels die te vinden zijn op www.hhnk.nl/keur. □
Watersysteem Perceel Lakemanweg 5-7
Door het bebouwen van de locatie Lakemanweg 5-7 is sprake van een toename van het verhard en/of bebouwde oppervlak met 6135 m2 (inclusief de te dempen sloot aan de zuidzijde). Met het Hoogheemraadschap Noordhollands Noorderkwartier is overleg gevoerd over het te compenseren wateroppervlak. Er dient 10 % van de verhardingstoename worden gecompenseerd, zijnde 615 m2. De sloot op de noordgrens wordt hiervoor verbreed, evenals de sloot aan de Lakemanweg, terwijl de smalle sloot aan de zuidzijde wordt gedempt. Voor een en ander is een ‘watervergunning’ verleend d.d. 27 juni 2018. De vergunning zal worden opgenomen als separate bijlage C worden opgenomen in het digitale pakket t.b.v. publicatie op ruimtelijke plannen.nl. Bij de bouw van het bedrijfsgebouw en de bedrijfswoning zullen geen materialen worden toegepast, welke een verontreinigende werking hebben op hemelwater en/of grondwater. De afvoer van hemelwater vindt gescheiden plaats ten opzichte van het riool. □
Watersysteem Perceel De Buurt 33
Met het kiezen voor 2 woonhuizen op het perceel De Buurt 33 neemt de verhardingssituatie af, zowel in vergelijking met de oorspronkelijke situatie (afb. 4), als met de situatie met de vergunde paardenhouderij / stoeterij. Er hoeft voor de nieuwe ontwikkeling niet gezocht te worden naar compenserend oppervlak.
20 Bij de bouw van de nieuwe burgerwoning zullen geen materialen worden toegepast welke via de hwa uitlogen naar het grondwater. De afvoer van het hemelwater vindt gescheiden plaats ten opzichte van het riool. Voor de toegankelijkheid van de nieuwe woning wordt een nieuwe dam gerealiseerd naast de huidige dam. Uiteraard wordt ook de nieuwe dam van een duiker voorzien. 4.1.3
Bedrijven en milieuzonering
Gezien de aard van de vestiging en de afstand tot de dichtstbijzijnde woningen in het bebouwingslint De Buurt - Oostergouw is dit aspect voor de Lakemanweg 5-7 niet aan de orde. Voor De Buurt 33 zijn enigszins relevant de vestiging van een grootschalige detailhandel op het perceel De Buurt 44 ( boeken, elektronica, huis- en inrichting, kleding, meubels, muziek, speelgoed en gereedschappen) en de aanwezigheid van een transformator-station tegen over De Buurt 44.. Maar met een afstand van respectievelijk ca. 75 meter en 55 meter - vanaf de planlocatie - is geen sprake van (ernstige) hinder voor de nieuwe woning (zie afb. 15a). 4.1.4
Spuitzone
Voor de realisering van de tweede woning is relevant dat zowel direct ten oosten als ten zuiden de gronden de bestemming ´Agrarisch´ hebben, waarmee de planologische mogelijkheid aanwezig is voor het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. De ter plaatse vigerende bestemming ´Agrarisch´ laat ´agrarisch grondgebruik´ toe met uitzondering van houtteelt en bosbouw, maar ook is geen glastuinbouw of boomkwekerij mogelijk, aangezien ter plaatse de benodigde aanduiding ontbreekt. Tussen een woning van derden en een agrarische bestemming waar gewasbeschermingsmiddelen (mogen) worden gebruikt, dient de afstand zodanig te zijn, dat sprake is van goede ruimtelijke ordening. Dit is het geval indien wordt vastgesteld, dat ter plaatse van de woonfunctie (van derden) een goed woon- en leefklimaat aanwezig is. In uitspraken van de Raad van State werd uitgegaan van minimaal 50 meter als veilige afstand tussen een ‘gevoelig object’, i.c. een woonhuis en de precieze zone waar gewasbeschermingsmiddelen worden toegepast. De feitelijke situatie Oostzijde:
□
de woning bevindt zich op 25 meter van de grenssloot met de agrarische bestemming ;
□
genoemde de sloot wordt 3,00 m´ breed
□
wanneer bestrijdingsmiddelen worden toegepast voor bollenteelt, uienteelt en aardappelteelt, dient een afstand van tenminste 1,5 meter te worden aangehouden tot de sloot bij boomkwekerijgewassen is dit minimaal 5 meter.
□
het moment van gebruik van de gewasbeschermingsmiddelen is aan voorwaarden gebonden: zo mag gespoten worden, wanneer de wind een snelheid heeft van minder dan 5 meter per seconde (Activiteitenbesluit);
□
de overheersende windrichting is zuidwest; deze waait van het nieuwe woonhuis vandaan;
21
afb. 17
Zuidzijde:
De planlocatie met 50m-sfstsndslijn en toe te passen drift-reducerende windhaag □
Deze gronden zijn eigendom van de initiatiefnemer, waarbij aanvankelijk de intentie was om deze gronden tot aan de zuidelijke dwars-sloot als tuin in te richten met de woonbestemming. Op aanwijzing van de provincie hebben deze gronden een agrarische bestemming behouden, maar de initiatiefnemer/eigenaar is volstrekt niet van plan hier gebruik te maken van teelt, waarvoor bestrijdingsmiddelen nodig zijn. Hiervan kan desgewenst een verklaring worden verstrekt en/of een en ander middels voorwaarden te regelen in de omgevingsvergunning.
Te nemen maatregelen Gezien de aard en omvang van de voorliggende ontwikkeling en de feitelijke situatie wordt een nader locatie-specifiek onderzoek niet opportuun geacht. Daarenboven is de huidige berekeningsmethode door de Raad van state afgekeurd. Wel kan worden vastgesteld, dat tussen het potentiële spuitgebied en het nieuwe woonhuis een afstand van 50 meter niet mogelijk is, zodat ingezet moet worden op een deugdelijke afscherming op de erfgrens van de tuin aan de oostzijde van het perceel. Dit geschiedt in de vorm van een drift-reducerende windhaag, die minimaal 90 % dicht zal zijn. De haag en de afstand daarvan tot het woonhuis zullen leiden tot de vaststelling dat zeker nabij het woonhuis, maar ook in het betreffende gedeelte van de tuin, geen sprake zal zijn van een ontoelaatbare drift van gewas beschermende middelen. Conclusie Het is aan het bevoegd gezag (i.c. gemeente Drechterland) om te beoordelen of - gezien: a. de wel haalbare afstand (ca. 28 meter); b. . de afschermende ingreep; c. de speciale voorwaarden voor het tijdstip en de omstandigheden waaronder spuiten is toegestaan; d. én tenslotte rekening houdende met de heersende windrichting (van het woonhuis af), dat een en ander voldoende is om te spreken van een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van het nieuwe woonhuis en derhalve van een goede ruimtelijke ordening.
N.B.: In de planregels voor de bestemming ‘Tuin’ en ‘Wonen-Lint 1’ is een ‘voorwaardelijke verplichting’ voor het inplanten en in stand houden van een drift-reducerende haag opgenomen.
22 4.1.5
Stiltegebieden Noord-Holland
De planlocatie Lakemanweg 5-7 ligt in stiltegebied 17 “Weidegebied Venhuizen en Polder de Drieban.
afb. 18
Stiltegebied 17 “Weidegebied Venhuizen en Polder de Drieban.
In een stiltegebied is het volgens artikel 4.21, lid 1 van de Omgevingsverordening NH2020 verboden om een apparaat (toestel) te gebruiken, dat de natuurlijke geluiden kan verstoren. Bij de bedrijfsvoering van de paardenhouderij worden geen toestellen gebruikt, die natuurlijke geluiden verstoren. 4.1.6
Wegverkeerslawaai
De bedrijfsbestemming op de Lakemanweg 5-7 betreft geen geluidsgevoelige functie; een verkennend akoestisch onderzoek is daarvoor niet nodig. Wel is voor de bedrijfswoning door Peutz onderzoek gedaan naar de geluidsbelasting vanwege wegverkeer (rapportage d.d. 21-2-2023, ref.: TKe/NEv/H8714-2-NO, met als conclusie: “er bestaan vanuit akoestisch oogpunt geen belemmeringen inzake de realisatie van de beoogde woning”. Het rapport is opgenomen in separate Bijlage VIII. De nieuwe woning op het perceel De Buurt 33b is uiteraard ook een geluidgevoelige functie, maar aangezien ter plaatse sprake is van een 30 km-regime is een akoestisch onderzoek niet verplicht. Wel zal bij het indienen van de aanvraag voor de omgevingsvergunning aangetoond moeten worden dat de vereiste binnenwaarden worden gehaald. 4.2
Verkeersaspecten
Aangezien sprake is van uitwisseling van 2 locaties met hetzelfde bedrijf, welke niet echt ver van elkaar zijn gelegen, zijn de consequenties met betrekking tot toename van het aantal verkeersbewegingen op nabij aanwezige wegen nauwelijks aanwezig. Ook voor het parkeren geldt dat de bij de omgevingsvergunning afgesproken parkeervoorziening ook voor de Lakemanweg 5-7 van toepassing zal zijn. Berekend is de noodzaak van tenminste 13 plaatsen, maar de initiatiefnemer wil ruimte reserveren voor ruim 20 parkeerplaatsen. De nieuwe woning op het perceel De Buurt 33b leidt ter plaatse tot 7 à 9 verkeerbewegingen extra per dag, maar dat is in vergelijking met het huidige aantal verkeersbewegingen een marginale toename. 4.3
Luchtkwaliteit
Bij ontwikkelingen is in algemene zin onderzoek nodig naar de bestaande luchtkwaliteit en de effecten, die de realisatie van die ontwikkelingen daarop zal hebben. Op 15 november 2007 is de “Wet Luchtkwaliteit” (Stb.2007,434) in werking getreden en vervangt het “Besluit Luchtkwaliteit 2005”. Deze wet voorziet onder meer in een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). De programma-aanpak zorgt voor een flexibele koppeling tussen ruimtelijke activiteiten en milieugevolgen.
23 Van bepaalde projecten met getalsmatige grenzen is vastgesteld dat deze ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze mogen zonder toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Een project draagt ‘in niet betekenende mate’ bij aan de luchtverontreiniging als de 3%-grens niet wordt overschreden. De 3%-grens is gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van fijn stof (PM10) of stikstofdioxide (NO2). Dit komt overeen met 1,2 microgram/m3 voor zowel PM10 als NO2. Luchtkwaliteitseisen vormen onder de nieuwe ‘Wet Luchtkwaliteit’ geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkeling als: ▪ er geen sprake is van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; ▪ een project, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit leidt; ▪ een project ‘niet in betekenende mate’ bijdraagt aan de luchtkwaliteit; ▪ een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het NSL, dat in werking treedt nadat de EU derogatie heeft verleend. De paardenfokkerij / stoeterij aan De Buurt 33 is vergund. Daarbij is vastgesteld, dat voor deze vestiging geen belemmering bestaan met betrekking tot het aspect ´luchtkwaliteit´. Bij een verplaatsing van de vestiging naar een andere locatie in de directe omgeving is dezelfde conclusie van toepassing.
Met betrekking tot de realisering van één extra woning is eveneens sprake van project dat ´niet in betekende mate´ bijdraagt aan de luchtkwaliteit. Voor de stikstofdepositie zie paragraaf 4.7 Conclusie Er zijn in het kader van de Wet Luchtkwaliteit geen belemmeringen voor de realisering van het voorliggende bouwinitiatieven. 4.4
Externe veiligheid
Bij ruimtelijke ingrepen dient rekening gehouden te worden met het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi), het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en het “Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Dit betreft opslag, transport van gevaarlijke stoffen over de weg, over water en over het spoor. Voor het realiseren van een paardenfokkerij / stoeterij is externe veiligheid nauwelijks een item; overigens ligt de dichtstbijzijnde Bevi-inrichting - Gebr. de Jong beheer bv aan de Provincialeweg - op ruim 1200 meter noordoost van de planlocatie. Ook voor de extra woning op het perceel De Buurt 33b is dit - gezien de afstand - geen belemmering
afb. 18
De planlocaties op de risico-kaart Noord-Holland
Er vindt binnen grote afstand van de planlocaties geen transport van gevaarlijke stoffen plaats, noch op de weg, noch per spoor noch over het water.
24 4.5
Leidingen
Op de planlocatie Lakemanweg 5-7 zijn geen relevante leidingen aanwezig; op de locatie De Buurt 33 is slechts sprake van nutsleidingen voor het woonhuis op nummer 33a. Voor het nieuwe woonhuis op nummer 33b zullen deze moeten worden aangelegd. 4.6
Cultuurhistorie / Archeologie
Richtinggevend voor dit aspect is het ‘Europese verdrag van Valletta 1992’, dat de bescherming (behoud) regelt van archeologisch erfgoed in de bodem. De Wet op de Archeologische Monumentenzorg is de Nederlandse uitwerking van het Verdrag van Valletta. De wet is een Raamwet die regelt hoe rijk, provincie en gemeente bij hun ruimtelijke plannen rekening moeten houden met het erfgoed in de bodem. De Wet op de Archeologische Monumentenzorg beoogt het culturele erfgoed (en vooral het archeologische erfgoed) te beschermen. Archeologisch onderzoek □
Locatie Lakemanweg 5-7
Door Archeologie West-Friesland is een Archeologische Quick-scan uitgevoerd. De bevindingen zijn neergelegd in de rapportage van 30 november 2017, adviesnummer 17213, geactualiseerd 20 mei. 2021. Hieronder conclusie van het rapport: Conclusie “Het plangebied heeft een omvang van ca. 1,6 ha. Op basis van de aangeleverde gegevens kan gesteld worden dat de bouw van de stoeterij en de woning de eventueel aanwezig archeologische waarden zal aantasten. Het is nog niet duidelijk tot welke diepte de oppervlakteverharding zal worden aangelegd. De toename aan oppervlakteverharding zal gecompenseerd moeten worden. Hier zijn nog geen gegevens over aangeleverd. Op basis van de geologische, bodemkundige en archeologische gegevens geldt een hoge archeologische verwachting voor vindplaatsen uit het Laat-Neolithicum en de Bronstijd. Deze vindplaatsen bevinden zich binnen 1 meter –Mv. Ter bescherming van de eventueel aanwezige archeologische waarden wordt geadviseerd de concept-beleidskaart archeologie over ten nemen in het bestemmingsplan”.
afb, 19
Uitsnede uit de concept-beleidskaart Archeologie, gemeente Drechterland,
Het advies luidt, dat op basis van de geplande nieuwbouw, de naar verwachting goede conservering en de hoge archeologische verwachting, een archeologisch onderzoek in het kader van de AMZ-cyclus vereist is.
25 Dit archeologisch onderzoek dient te bestaan uit een beperkt bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek (IVO) in de vorm van proefsleuven, mogelijk gevolgd door een opgraving. Als leidraad voor het proefsleuven-onderzoek dient een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen te worden opgesteld. De integrale rapportage van de ‘Archeologische Quickscan’ is weergegeven in Bijlage III. □
Locatie De Buurt 33A
Door Archeologie West-Friesland is een Archeologische Quick-scan uitgevoerd. De bevindingen zijn neergelegd in de rapportage van 15 september 2022, adviesnummer 22187. Uit de ‘Conclusie’: Op de 17de-eeuwse kaart van Dou is bebouwing zichtbaar ter hoogte van het plangebied. Waar deze bebouwing exact heeft gestaan is onbekend. Mogelijk bevond het woonperceel zich iets ten oosten van het plangebied. Op de kadastrale minuutkaart uit 1826 is het gebouw verdwenen. De hoge archeologische waarde voor vindplaatsen uit de Middeleeuwen kan op basis van de bodemkaart en de hoogtekaart enigszins naar beneden worden bijgesteld. Het plangebied ligt buiten de hoger gelegen zone met oude cultuurgronden langs het dorpslint. Uit het ‘Advies’ Archeologie West-Friesland adviseert de voorgenomen ingrepen vrij te geven met betrekking tot het aspect archeologie. Ten behoeve van het doen van waarnemingen dient wel in de omgevingsvergunning te worden opgenomen dat Archeologie WestFriesland toekomstige graafwerkzaamheden wil monitoren. De integrale rapportage van de ‘Archeologische Quickscan’ is weergegeven in Bijlage III-a. 4.7
Natuurwaarden / Flora en Fauna
Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het Nationaal Natuurnetwerk werd vroeger de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) genoemd. Het Natuurnetwerk is een Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing en de ontwikkeling van dit natuurnetwerk. De planlocatie is niet gelegen in een Natuurgebied (Natuurnetwerk Nederland of Nationaal Landschap). De planlocatie en omgeving behoren niet tot een speciale beschermingszone op grond van de Habitatrichtlijn, noch op grond van de Vogelrichtlijn. Wet natuurbescherming Vanaf 1 januari 2017 vervangt de Wet natuurbescherming de Flora- en Faunawet, de Boswet en de Natuurbeschermingswet 1998. Deze nieuwe wet bestaat uit minder regels en is overzichtelijker dan de 3 huidige wetten. De uitvoering van de Wet natuurbescherming komt grotendeels in handen van de provincies. Volgens nationale en internationale regelgeving is de initiatiefnemer verplicht voor de ingrepen onderzoek te doen naar het (eventuele) voorkomen van beschermde flora en fauna. Dit om te toetsen of er (mogelijk) sprake is van overtreding van de Wet Natuurbescherming . □
afb. 20
locatie Lakemanweg 5-7
De huidige staat van de planlocatie Lakemanweg 5-7
26 Quick-scan - ‘Toetsing in het kader van natuurwetgeving’ Door Van der Goes en Groot, ecologisch onderzoeks- en adviesbureau te Alkmaar is een ‘Toetsing in het kader van de natuurwetgeving’ uitgevoerd. De bevindingen zijn neergelegd in een nota d.d. 28 december 2017, kenmerk: G&G-advies QS2017-140. De bevindingen zijn in 2021 geactualiseerd en neergelegd in de nota ‘Actualisatie Lakemanweg te Venhuizen’, d.d. 29 juni 2021, versie V1, kenmerk G&G-advies QS2021-201. □
Locatie De Buurt 33b
afb. 21
De planlocatie De Buurt 33b met rechts de bestaande woning De Buurt 33a
Gezien de aard van de bodem en het ontbreken van beplanting is de aanwezigheid van beschermde plantensoorten niet waarschijnlijk. Zowel in het verleden als tijdens het recente veldbezoek is geen beschermde flora waargenomen. Voor de overige beschermde soorten zijn in paragraaf 6 (zie Bijlage IV) conclusies en aanbevelingen gedaan. Wanneer de aanbevelingen worden opgevolgd, zijn er geen belemmeringen voor de realisering van het onderhavige project. Quick-scan - ‘Toetsing in het kader van natuurwetgeving’ Door Van der Goes en Groot, ecologisch onderzoeks- en adviesbureau te Alkmaar is een ‘Toetsing in het kader van de natuurwetgeving’ uitgevoerd. De bevindingen zijn neergelegd in een nota d.d. 30 juli 2021, kenmerk: G&G-advies QS2021-202. Conclusies Met betrekking tot beschermde soorten is te verwachten dat vogelsoorten met niet-jaarrond beschermde nesten en vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten potentieel aanwezig zijn binnen het plangebied. Het plangebied is eveneens geschikt als foerageergebied voor vleermuizen. Negatieve affecten van de beschermde soorten (indien aanwezig) zijn niet uit te sluiten, Het gaat dan oom huismus, kerkuil, gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis. Zo nodig is nader onderzoek noodzakelijk. De integrale quick-scan is te vinden in separate Bijlage B-2.
Met betrekking tot de huismus en de vleermuizen zijn de volgende nadere bevindingen van Vonk Ecologie van belang: Doordat het asbest plafond in het dichte gedeelte van de schuur reeds verwijderd is, is tegelijkertijd uit kunnen sluiten dat er vleermuizen aanwezig zijn in de schuur, er zijn geen dichte gedeelten meer waar zij kunnen verblijven. Ook is door het verwijderen van het plafond goed kunnen beoordelen of er nestmateriaal aanwezig is onder de golfplaten van bijvoorbeeld huismussen, dit is niet het geval. Hierdoor is daarmee uitgesloten dat er genesteld wordt door Huismussen in de schuur. Nader onderzoek naar vleermuizen en huismussen is niet nodig. De aanvullende conclusie betreffende het nadere onderzoek zijn weergegeven in Bijlage VIII. Een vervolgonderzoek naar de kerkuil is in april 2023 uitgevoerd. Uit het nader onderzoek blijkt dat er geen beschermde soorten in het plangebied aanwezig zijn. Zodoende worden er geen effecten verwacht voor de sloop van de open kapschuur
27 □
Stikstofdepositie
Gezien de aard van de plannen, de reikwijdte daarvan en de locatie van het plangebied ten opzichte van beschermde gebieden is, buiten eventuele indirecte gevolgen door toegenomen stikstofemissie, op voorhand uit te sluiten dat beschermde gebieden onder de Wnb of andere (provinciaal) beschermde of aangewezen gebieden, direct beïnvloed worden door de plannen. Om dit te bevestigen is door ‘Vonk Groenservice’ een stikstofdepositie-onderzoek gedaan, voor zowel de locatie Lakemanweg 5-7, als voor de locatie De Buurt 33b De bevindingen zijn neergelegd in rapporten van 9 september 2023, beide met projectnummer 22-216. Daarnaast zijn voor beide locaties projectberekeningen gemaakt met als resultaat dat er geen rekenresultaten zijn hoger dan 0,00 mol/ha/j. N.B.:
De Omgevingsdienst Noord-Holland Noord heeft naar aanleiding van de nieuwe Aerius Calculator van 5 oktober 2023 ambtshalve opnieuw doorgerekend, waarbij de uitkomsten van de berekeningen van ‘Vonk Groenservice’ zijn bevestigd.
De actuele aeriusberekeningen zijn weergegeven in Bijlage VII.
4.8
Duurzaamheidsaspecten
Algemeen Duurzaam bouwen vertaalt zich in de zorg voor het milieu, zoals het energiezuinig bouwen, het bevorderen van zonne-energie, duurzaam materiaal gebruik en gescheiden afvalverwerking. Het voorliggende bouwplan zal uitgevoerd worden conform de richtlijnen van het 'Nationaal Pakket Duurzaam Bouwen'. De Omgevingsdienst Noord-Holland Noord verwijst in dit kader naar het ‘Duurzaam Bouwloket’ naar het volgende “Nieuwbouw biedt kansen voor energiebesparing en –opwekking. Alle inwoners uit Noord-Holland-Noord kunnen voor vragen en onafhankelijk advies over duurzaam (ver)bouwen, energiebesparing of energie opwekken, maar ook over het nieuwe energielabel voor woningen, terecht bij het Duurzaam Bouwloket. De gemeenten zijn hiervoor een samenwerking aangegaan; zie www.duurzaambouwloket.nl”. Maatregelen initiatiefnemer De initiatiefnemer richt zich voor zowel de stoeterij als voor de nieuwe woning De Buurt 33 naar een energieverbruik ‘o’- op de meter’, beide projecten zullen aan de BENG-normering voldoen, door o.a. gasloos te bouwen). Op het dak van de stoeterij wordt voorzien van zonnepanelen, waarmee het gehele perceel Lakemanweg zelfvoorzienend is. Tenslotte zullen beide percelen een natuurinclusieve inrichting krijgen (zie erfinrichtingsplannen). Voor de verharding wordt derhalve gekozen voor waterdoorlatende grastegels.