7.2 WerkSaam Jaarrekening 2020
Tekst van het document
1
Inhoudsopgave Inleiding ............................................................................................................................................... 3 Samenvatting........................................................................................................................................ 4 Jaarverslag ........................................................................................................................................... 5 Programma Arbeidsparticipatie ................................................................................................................ 5 Programma Begeleide Arbeidsparticipatie ................................................................................................. 7 Programma Inkomensregelingen ........................................................................................................... 10 Programma Plus, extra en overige taken ................................................................................................ 14 Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing................................................................................. 18 Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen...................................................................................................
21 Paragraaf financiering .......................................................................................................................... 21 Paragraaf bedrijfsvoering ...................................................................................................................... 23 Paragraaf verbonden partijen ................................................................................................................ 24 Jaarrekening ....................................................................................................................................... 26 Balans ................................................................................................................................................ 26 Lasten en baten per programma ............................................................................................... 27 Incidentele baten en lasten ...................................................................................................... 27 Mutatie reserves ..................................................................................................................... 28 Gerealiseerd resultaat..............................................................................................................
28 Vaste activa ........................................................................................................................... 31 Materiële vaste activa .............................................................................................................. 31 Investeringsoverzicht .............................................................................................................. 31 Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar .................................................... 32 Debiteuren cliënten ................................................................................................................. 33 Overige vorderingen ................................................................................................................ 33 Overlopende activa.................................................................................................................. 33 Eigen vermogen ...................................................................................................................... 34 Netto vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar .................................. 35 Overlopende passiva ...............................................................................................................
36 Niet in de balans opgenomen belangrijke financiële verplichtingen ................................................ 37 Analyse begrotingsrechtmatigheid ............................................................................................. 37 Wet normering bezoldiging topinkomens publieke en semipublieke sector (WNT) ............................ 38 Gebeurtenissen na balansdatum ............................................................................................... 39 Bijlagen .............................................................................................................................................. 48 Bijlage 1. Lijst van Afkortingen en begrippen .......................................................................................... 48 Bijlage 2. Verdeelsleutels...................................................................................................................... 49 Bijlage 3. Overzicht per gemeente ......................................................................................................... 50 Bijlage 4. KPI’s 2020 Definities en bronbestanden.................................................................................... 52 Bijlage 5. Specificatie per gemeente ...................................................................................................... 55
2
Inleiding Beste lezer, Als nieuwe en trotse voorzitter van het dagelijks en algemeen bestuur van WerkSaam Westfriesland neem ik u graag mee in de Jaarstukken 2020. Zoals we allemaal weten, was het een heel bijzonder jaar. Niemand had bij de start van het jaar een coronacrisis voorzien. En wat mogen wij ons als 7 Westfriese gemeenten gelukkig prijzen dat wij WerkSaam hebben! De uitvoering van de TOZO, die door het Rijk bij gemeenten werd belegd, is door WerkSaam zeer voortvarend en zorgvuldig opgepakt. Bijna 6000 aanvragen TOZO en bedrijfskredieten zijn verwerkt. Een topprestatie! Want al het andere werk ging gewoon door, ook al was dat met alle ongemakken van de Lockdown. Want al konden veel stafmedewerkers vanuit huis hun werk doen, dat gold natuurlijk niet voor alle kwetsbare medewerkers van de Sociale Werkvoorziening en Beschut Werk. Zij kunnen hun werk alleen op locatie uitvoeren. En dus moest WerkSaam bij aanvang van de crisis snel schakelen. Blijven we open? Of laten we alle mensen thuisblijven en verliezen we onze opdrachtgevers? De keuze was snel gemaakt. Structuur en arbeidsritme is zo enorm van belang voor deze doelgroep, dat thuiszitten meer schade oplevert. Ook wilde WerkSaam niet het risico lopen om opdrachtgevers te verliezen.
Ik vind het fantastisch en wil hier zeker niet onvermeld laten, dat alle 7 gemeenten ook gezorgd hebben voor voldoende opdrachten (zie ook de Bonus/Malus op blz 10). De leerwerkbedrijven van WerkSaam hebben goede resultaten behaald, mede dankzij de tegemoetkoming van het Rijk om de gemiste omzet ten gevolge van de coronamaatregelen te compenseren. 2020 “vierde” WerkSaam het eerste Lustrumjaar. Daartoe was een aantal feestelijke en informatieve bijeenkomsten gepland in de loop van het jaar en een slotfeest voor het personeel in december. Alleen de eerste bijeenkomst kon doorgang vinden. Weet u het nog? Het was een regionale raadsledenbijeenkomst op 22 Januari 2020 in het bedrijfsrestaurant van WerkSaam, compleet met Walking Dinner. Alle andere Lustrumvieringen zijn geannuleerd. Maar wat WerkSaam wel kon vieren is het feit dat zij de NHN Business award Grootbedrijf in de wacht heeft gesleept. En dat is echt een hele bijzondere prestatie voor een overheidsorganisatie. Heel bijzonder, dat WerkSaam door het bedrijfsleven gezien wordt als een ondernemende overheid, die meedenkt met het bedrijfsleven en in de huid van de ondernemer kan kruipen. En dat is heel hard nodig, om samen met het bedrijfsleven ervoor te zorgen dat steeds meer mensen vanuit een kwetsbare positie, toch aan het werk komen. Wat brengt 2021? Wie zal het zeggen? 2020 heeft ons allemaal verrast.
WerkSaam heeft razendsnel geschakeld en er een heel mooi jaar van gemaakt, dat met positieve resultaten wordt afgesloten. Ondanks sombere prognoses voor een forse groei van de bijstand in 2021, ben ik positief gestemd. SamenWerken Werkt, zoals u kunt concluderen uit deze jaarstukken. Ik wens u veel leesplezier!
Namens het dagelijks bestuur,
K. al Mobayed,
3
Samenvatting
4
Jaarverslag Programma Arbeidsparticipatie Het programma arbeidsparticipatie gaat over participatie- en re-integratievoorzieningen. WerkSaam maakt voor iedere cliënt een persoonlijk plan voor ontwikkeling en bemiddeling naar werk. We kennen onze cliënt en bepalen samen de kortste weg naar werk.
Wat hebben we bereikt – Indicatoren Het aantal uitstromers is gelijk aan 2019 Het aantal uitstromers in 2020 loopt iets achter ten opzichte van 2019 (1211). Ondanks dat een groot deel van de economie heeft stilgelegen dit jaar, zijn we trots op de resultaten. Het procentuele aandeel van uitstroom richting werk is gelijk aan 2019 gebleven. Een positieve ontwikkeling is dat het aandeel van de uitstroom jongeren tot 27 jaar ten opzichte van 2019 met 44% is gestegen. Dit is het gevolg van een intensievere jongerenaanpak en een betere samenwerking met het onderwijs en RMC. 80% van de cliënten vanaf trede 3 van de doelladder heeft een reintegratieplan Deze KPI is behaald, 81% van de cliënten heeft een re-integratieplan. We vinden dat iedereen met een uitkering ook recht heeft op een gedegen reintegratieplan. Vanwege de coronamaatregelen vinden veel afspraken digitaal of telefonisch plaats. Ondanks deze beperkingen is de KPI toch gehaald.
Bemiddelbare en ontwikkelbare cliënten stijgen gemiddeld 1 trede op de doelladder per jaar Deze KPI bleek niet meetbaar en heeft geen landelijke benchmark. De KPI is vastgesteld in 2018. De inspanningen om cliënten te ontwikkelen vertalen zich niet goed naar deze KPI. Vanaf de begroting 2021 wordt de ontwikkeling van cliënten daarom op een andere manier duidelijk gemaakt. De introductie van methodisch re-integreren in de loop van 2021 geeft ons daartoe de mogelijkheid. De uitstroom via werkstages is 10% hoger dan het voorgaande jaar Via een werkstage verrichten cliënten onbetaalde werkzaamheden met als doel werkervaring op te doen of leren functioneren in een arbeidsrelatie. Dit met het uiteindelijke doel om door te stromen naar betaald werk. Het aantal werkstages dat gerealiseerd werd, was door aanpassing van de leerwerkbedrijven naar de 1,5 meter maatregelen aanzienlijk minder. Daarnaast werden veel lopende externe werkstages beëindigd, omdat de externe werkgevers leden onder de coronamaatregelen. Om diezelfde reden moesten ook veel gedetacheerde Sw-medewerkers intern worden herplaatst.
5
Wat heeft het gekost? Arbeidsparticipatie (bedragen × € 1.000,-)
Begroting
VJN
NJN
Realisatie
Verschil
(A)
(B)
(C)
(D)
4.719
4.775
4.837
4.843
7
Couleur locale
93
94
96
34
-62
Terugontvangsten
0
0
0
4
4
Rijksbijdrage
(E = D - C)
Bijdrage gemeenten
2.552
2.193
2.193
2.193
-0
Baten
7.364
7.062
7.126
7.074
-52
-730
-1.291
-969
-887
82
Trajec tkosten extern Couleur locale Dekking WSW kosten Dekking BW kosten
-93
-94
-96
-34
62
-1.257
-1.052
-729
-779
-51
0
-137
-137
-137
-0
Directe kosten
-5.284
-5.052
-5.052
-5.052
-0
Lasten
-7.364
-7.626
-6.983
-6.889
94
0
-564
143
185
42
Totaal Arbeidsparticipatie
Toelichting belangrijkste afwijkingen Baten Rijksbijdrage In december heeft het Rijk extra geld aan het budget voor participatie toegevoegd in verband met de coronamaatregelen. Die extra gelden worden via het gemeentefonds ontvangen door gemeenten. WerkSaam doet voor 2020 geen beroep op deze gelden. Lasten Trajectkosten extern Door de coronamaatregelen loopt de realisatie in 2020 achter bij de begroting. De re-integratie activiteiten waren ook in het laatste kwartaal niet op het oude niveau waardoor er € 82.000 minder werd uitgegeven. Couleur locale De couleur locale gelden zijn door Medemblik voor een deel besteed. Drechterland heeft in december 2020 opdracht gegeven voor het couleur locale project ‘Zoek Werk’ in samenwerking met de bibliotheek. Dit project wordt in 2021 uitgevoerd. De niet bestede gelden worden terugbetaald aan de betreffende gemeenten. Dekking Wsw-kosten De hogere uitgaven voor de dekking van de Wsw kosten (€ 51.000) is het gevolg van iets hogere personeelskosten voor de Sw-medewerkers. Totaal arbeidsparticipatie Voor heel 2020 bedraagt het voordeel op arbeidsparticipatie € 185.000. In de VJN is het saldo dat vanuit 2019 niet was besteed (€ 564.000) aan de bestemmingsreserve re-integratie onttrokken. Aan het eind van het jaar is het totaal niet bestede bedrag in 2020 (€ 749.000) toegevoegd aan de reserve.
Met deze bestemmingsreserve kunnen we de re-integratie activiteiten in 2021 op het peil houden van voor de coronamaatregelen en de stijging van het aantal cliënten opvangen.
6
Programma Begeleide Arbeidsparticipatie Het programma begeleide arbeidsparticipatie gaat over de uitvoering van de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) en Beschut werk. ‘Beschut werk’ is een betaalde baan, waar een advies van het UWV voor nodig is. De werkplek kan bij een werkgever of bij WerkSaam zijn.
Wat hebben we bereikt - Indicatoren Realisatie Beschut werkplekken in overeenstemming met taakstelling 97 fte (voor zover mogelijk i.v.m. afhankelijkheid aantal geïndiceerde personen) De realisatie van het aantal Beschut werkplekken van 2020 is behaald. We zien dat mensen met een indicatie Beschut werk meestal terecht komen bij de interne leer-werkbedrijven zoals Verpakken. Dit drukt op de beschikbare plekken bij de interne leer-werkbedrijven.
De toegevoegde waarde blijft gelijk aan 2019 De doelstelling van de interne leer-werkbedrijven is behaald ondanks dat een groot aantal opdrachtgevers genoodzaakt was hun activiteiten tijdelijk te stoppen. De crisis bracht ook nieuwe kansen met zich mee, waardoor nieuwe opdrachten konden worden aangetrokken. De toegevoegde waarde is bij een aantal leer-werkbedrijven lager door de coronamaatregelen. Denk hierbij aan onder andere catering of schoonmaak. Veel gedetacheerde medewerkers konden niet meer naar hun eigen werkplek, bijvoorbeeld bij Action en Noppes. Deze medewerkers werd zoveel mogelijk binnen ons eigen leer-werkbedrijf een werkplek aangeboden. Hierdoor liep intern de productie door en hoefden we steeds minder een beroep te doen op inhuur van personeel. Het Rijk compenseert de negatieve gevolgen van de coronamaatregelen bij SW-bedrijven. Zonder deze compensatie was de toegevoegde waarde wel onder het niveau van 2019 uitgekomen.
7
Wat heeft het gekost? Begeleide Arbeidsparticipatie (bedragen × € 1.000,-)
Begroting
VJN
NJN
Realisatie
Verschil
(A)
(B)
(C)
(D)
(E = D - C)
Rijksbijdrage
12.574
12.546
13.868
12.868
-1.000
Dekking WSW kosten uit reintegratiebudget
1.257
1.051
729
779
51 -950
Baten
13.831
13.597
14.598
13.648
WSW personeelskosten
-13.832
-13.598
-13.598
-13.648
-50
Lasten
-13.832
-13.598
-13.598
-13.648
-50
-1
-1
1.000
0
-1.000
WSW Dekking BW kosten uit re-integratiebudget
0
137
137
137
0
Baten
0
137
137
137
0
Besc hut werk kosten
-0
-683
-705
-724
-19
Lasten
-0
-683
-705
-724
-19
Beschut Werk Toegevoegde waarde
-0
-546
-569
-587
-19
5.732
5.797
5.017
6.017
1.000
Bijdrage gemeenten
1.093
1.482
1.482
1.482
0
Baten
6.826
7.279
6.499
7.499
1.000
Direc te kosten
-1.093
-1.482
-1.482
-1.482
-0
Lasten
-1.093
-1.482
-1.482
-1.482
-0
Overhead
5.732
5.797
5.017
6.017
1.000
Totaal Begeleide Arbeidsparticipatie
5.731
5.250
5.448
5.429
-19
Toelichting belangrijkste afwijkingen Wsw - baten Rijksbijdrage In de Rijksbijdrage Wsw is in de najaarsnota de compensatie opgenomen van € 1.000.000. Deze compensatie is bestemd voor het wegvallen van omzet bij de leer-werkbedrijven als gevolg van de coronamaatregelen. De compensatie is in de realisatie verwerkt in de toegevoegde waarde. Wsw - lasten De personeelskosten wijken € 50.000 (0,4%) af van de begroting doordat de werkgeverslasten hoger bleken aan het eind van het jaar. Overhead - baten Toegevoegde waarde Het verlies aan omzet uit detachering is in 2020 groot. Onze gedetacheerde medewerkers die als gevolg van de lockdown (al dan niet tijdelijk) geen werk meer hadden bij bijvoorbeeld Action en Noppes zijn waar mogelijk intern bij WerkSaam aan de slag gegaan. Zij compenseerden de medewerkers die vanwege een kwetsbare gezondheid thuis moesten blijven. Bij Verpakken ging de omzet omhoog. Per saldo liep de toegevoegde waarde (omzet min directe kosten) toch flink terug. Dit omzetverlies is door het Rijk gecompenseerd. In totaal werd € 70.000 meer toegevoegde waarde gerealiseerd dan begroot. Omdat de gemeenten het normbedrag voor de opdrachtverstrekking hebben gehaald wordt dit bedrag volgens de bonus malus regeling verrekend met de gemeenten. Dit is al in de cijfers verwerkt.
8
De gemeenten zorgen voor een deel van onze omzet. De opdrachtverstrekking door gemeenten is hoger dan het overeengekomen normbedrag: Bonus Malus Drechterland Enkhuizen
2019 Omvang Realisatie norm t/m 4e kw. bedrag 285.305 412.916
Verschil 127.611
2020 Omvang Realisatie norm t/m 4e kw. bedrag 294.389 457.034
Verschil 162.645
272.598
394.616
122.018
278.015
357.386
79.371
1.072.626
1.093.511
20.885
1.096.677
1.260.160
163.483
Koggenland
332.451
447.443
114.992
341.574
490.738
149.164
Medemblik
649.275
803.634
154.359
673.128
845.797
172.669
Opmeer
168.488
261.451
92.963
176.946
267.216
90.270
Stede Broec
319.257
452.128
132.871
326.071
477.551
151.480
3.100.000
3.865.698
765.698
3.186.800
4.155.883
969.083
Hoorn
Totaal
9
Programma Inkomensregelingen Het programma inkomensregelingen bevat de inkomensvoorziening BUIG (Wet bundeling van uitkeringen inkomensvoorziening aan gemeenten), het Bbz (Besluit bijstandverlening zelfstandigen) en de activiteiten in het kader van de handhaving.
Wat hebben we bereikt - Indicatoren Rechtmatigheid verstrekkingen – een goedkeurende controleverklaring bij de jaarstukken 2020 De verwachting is dat bij de jaarstukken 2020 een goedkeurende controleverklaring wordt verstrekt, gelijk aan voorgaande jaren. WerkSaam legt via de jaarstukken 2020 ook verantwoording af over de uitvoering van de Tozo.
WerkSaam voldoet aan de procedurele voorwaarden voor de aanvraag van een vangnetuitkering waar WerkSaam verantwoordelijk voor is Als tekorten op de BUIG ontstaan wordt een analyse van het tekort door WerkSaam opgeleverd ten behoeve van de aanvraag van de vangnetuitkering. De gemeente kan een vangnetuitkering aanvragen bij het Rijk wanneer er een (aanhoudend) tekort is van minimaal 7,5% van het BUIG-budget. In 2020 blijven alle gemeenten onder dit tekort. Geen van de gemeenten dient dan ook een aanvraag voor de vangnetuitkering in.
10
Wat heeft het gekost? Inkomensregelingen (bedragen × € 1.000,-)
Begroting
VJN
NJN
Realisatie
Verschil
(A)
(B)
(C)
(D)
Rijksbijdrage
47.950
48.272
50.034
50.034
(E = D - C)
-0
Terugontvangsten
1.719
1.359
1.359
976
-383
Bijdrage gemeenten
-3.880
34.051
-5.617
-5.330
287
Baten
45.789
83.682
45.776
45.679
-96
AB uitkeringslasten
-40.000
-39.802
-39.571
-39.403
168
IOAW uitkeringslasten
-2.565
-2.468
-2.232
-2.185
47
IOAZ uitkeringslasten
-295
-224
-272
-257
16
Loonkostensubsidie
-2.378
-2.821
-2.778
-2.917
-139
-552
-662
-623
-609
14
0
-205
-300
-308
-8
-45.789
-46.182
-45.776
-45.679
96
0
37.500
-0
-0
0
BBZ starters BBZ levensonderhoud Lasten BUIG Rijksbijdrage
319
0
0
0
0
Terugontvangsten
396
130
250
144
-106
Bijdrage gemeenten
20
10.389
-0
68
68
Baten
735
10.519
250
213
-38
Levensonderhoud
-205
0
0
0
0
0
-37.500
0
0
0
-365
-10.365
-125
-140
-15
Levensonderhoud Tozo Kapitaalverstrekking Onderzoekskosten
-165
-154
-125
-72
53
Lasten
-735
-48.019
-250
-213
37
BBZ
0
-37.500
0
0
-0
Rijksbijdrage
0
0
23.079
21.077
-2.001
Terugontvangsten
0
0
0
272
272
Baten
0
0
23.079
21.349
-1.730 1.871
Levensonderhoud Tozo
0
0
-21.480
-19.608
Kapitaalverstrekking Tozo
0
0
-1.599
-1.741
-142
Lasten
0
0
-23.079
-21.349
1.730
Tozo
0
0
-0
0
0
3.888
4.483
4.483
4.483
-0
0
0
0
335
335
Bijdrage gemeenten Bijdrage gemeenten uitvoeringskosten Tozo Baten
3.888
4.483
4.483
4.818
335
Direc te kosten
-3.888
-4.483
-4.483
-4.818
-335
Lasten
-3.888
-4.483
-4.483
-4.818
-335
Overhead
0
0
0
0
-0
Totaal Inkomensregelingen
0
0
0
0
-0
Toelichting belangrijkste afwijkingen BUIG - baten Terugontvangsten De terugontvangsten zijn lager dan begroot. Dit is een jaarlijks terugkerend effect. Tussentijds worden de werkelijke ontvangsten geboekt. Aan het eind van het jaar wordt gekeken naar de in dat jaar opgelegde vorderingen en de mate van oninbaarheid van de vorderingen. Het saldo van opgelegde vorderingen en de inschatting van oninbaarheid wordt als baten terugontvangsten in de realisatie opgenomen. Bijdrage gemeenten Het saldo van de baten en lasten BUIG wordt verrekend met gemeenten. De totale lasten BUIG zijn € 45.679.000. Dit bedrag is lager dan de definitieve Rijksbijdrage BUIG en de terugontvangsten (samen € 51.010.000). Hierdoor ontstaat een negatieve bijdrage voor de gemeenten: gemeenten houden € 5.330.000 over op de BUIG. Dit voordeel is ten opzichte van de najaarsnota € 287.000 11
lager geworden. Bij de najaarsnota werd gerekend met het gemiddelde tussen het worst- en best case scenario. Zo ook de ontwikkeling van de lasten. De ontvangsten zijn aangepast na beoordeling van de mate van oninbaarheid. Die bleek hoger te zijn voor een aantal gemeenten waardoor de ontvangsten naar beneden zijn aangepast. BUIG-lasten Uitkeringslasten AB, IOAW en IOAZ De uitkeringslasten komen uit net onder het gemiddelde van de gehanteerde worst- en best case scenario. Dit betekent dat er minder uitkeringen zijn dan de prognose die gebaseerd was op het gemiddelde van de twee scenario’s. De afwijking is klein (0,6%). Loonkostensubsidie Door administratieve achterstanden zijn het laatste kwartaal veel loonkostensubsidies met terugwerkende kracht verstrekt. BBZ Terugontvangsten Voor de terugontvangsten geldt dezelfde toelichting als de BUIG-baten. Bijdrage gemeenten Met gemeenten wordt het verschil tussen de terugontvangsten (aflossingen op kapitaalverstrekkingen) en de verstrekkingen van kapitaal en de onderzoekskosten verrekend. Onderzoekskosten Op de onderzoekskosten was al een voordeel verwerkt in de najaarsnota. Kleine kredietaanvragen beoordelen we zelf en er zijn door de verlenging van de Tozo nog minder aanvragen geweest dan al eerder werd verwacht. Tozo Terugontvangsten Ten onrechte verstrekte Tozo wordt teruggevorderd.
We verwachten dat hiervan € 272.000 wordt ontvangen. Rijksbijdrage Tegenover de kosten en terugontvangsten staat de uitkering van het Rijk voor de verstrekkingen Tozo. Het Rijk vergoedt de (rechtmatig verstrekte) uitkeringen levensonderhoud en bedrijfskapitaal Tozo tegen de werkelijk gemaakte kosten. Dit in tegenstelling tot de uitkeringen BUIG waar de gemeente een vooraf vastgesteld budget ontvangt en de eventuele uitgaven boven dat budget voor eigen risico van de gemeente komt. Levensonderhoud Tozo De uitkeringen levensonderhoud Tozo zijn € 1.730.000 lager dan begroot. De invloed van de aangepaste voorwaarden bij Tozo 2 was vooraf moeilijk in te schatten. Uiteindelijk heeft slechts 25% van de Tozo 1-aanvragers ook een Tozo 2-uitkering aangevraagd. Vanaf de tweede lockdown half december liep het aantal aanvragen Tozo weer op maar dat heeft weinig effect meer gehad op de jaarrekening. Overhead Bijdrage gemeenten uitvoeringskosten Tozo De uitvoeringslasten Tozo zijn opgenomen onder de directe kosten. In 2020 waren deze € 335.000. Daarnaast zijn werkzaamheden (en daarmee samenhangende kosten) verschoven naar volgende jaren omdat veel eigen personeel heeft gewerkt aan de verwerking van Tozo aanvragen. De vergoeding betreft een vaste inclusieve vergoeding voor alle uitvoeringskosten. Dus bijvoorbeeld ook voor alle afhandelingen in de komende jaren t.a.v.
inkomstenverrekening (tot 1 juli 2021), terugvordering van bedrijfskredieten (tot 1 januari 2024), herstelacties in het kader van 12
misbruik en oneigenlijk gebruik (tot 1 januari 2022) en verantwoording (tot en met jaarrekening 2024). Het Rijk vergoedt de uitvoeringskosten Tozo op basis van het aantal genomen besluiten: 5.405 besluiten op aanvragen levensonderhoud; vergoeding € 450 per besluit 288 besluiten op aanvragen kapitaalverstrekking; vergoeding € 800 per besluit Dit komt voor 2020 neer op een totale vergoeding voor uitvoeringskosten: € 2.662.500. Tegenover de vergoeding staan dus voor een groot deel nog te maken kosten. De toekomstige kosten, het verschoven werk en de risicobuffer zijn verwerkt in de jaarrekening 2020. Bij de behandeling van de najaarsnota is besloten deze bedragen te reserveren voor de komende jaren. Er zijn nog veel onduidelijkheden over de ontwikkelingen als gevolg van de coronamaatregelen en daarmee voor de uitvoering van de steunmaatregelen. In 2021 (en verder) monitoren wij de gereserveerde posten en rapporteren hierover naar gemeenten. Vooruitontvangen bedragen - Tozo Ten gunste van kosten 2020
334.792
Balans VO voor toekomstige kosten
845.400
Balans VO voor werk dat is blijven liggen
667.870
Totaal kosten
1.848.062
Totaal vergoeding
2.662.650
Risicobuffer
814.588
De risicobuffer is hoog. De inschatting is dat WerkSaam de werkzaamheden ruim binnen de vergoeding voor de uitvoeringkosten kan uitvoeren. Dit komt doordat we een groot deel van de uitvoering hebben gedaan met mensen die daarvoor een bijstandsuitkering hadden. Wij hebben deze mensen opgeleid en in dienst genomen. Dit in tegenstelling tot andere gemeenten die vaak kostbare bureaus hebben ingehuurd.
13
Programma Plus, extra en overige taken In de gemeenschappelijke regeling staat wat WerkSaam doet voor de gemeenten. Naast basistaken kunnen gemeenten WerkSaam extra opdrachten geven. Dit kan door een bestaande taak te verstevigen of door een extra of een plustaak uit te laten voeren. Dit programma gaat over de extra opdrachten die WerkSaam op verzoek van en voor rekening van de (individuele) Westfriese gemeente(n) uitvoert.
Wat hebben we bereikt? De volgende extra opdrachten heeft WerkSaam in 2020 naast de basistaken uitgevoerd: Voortzetting inzet extra re-integratieactiviteiten voor de gemeente Koggenland. Debiteurenbeheer bijzondere bijstand voor alle gemeenten. Het verstrekken van een aanvullende uitkering voor jongeren (bijzondere bijstand) voor alle Westfriese gemeenten. Aanbieden lokale dienstverlening (het houden van intakes voor de bijstandsuitkering en het verzorgen van een inloopspreekuur) in Enkhuizen. Vanwege de coronamaatregelen is deze dienstverlening, in overleg met de gemeente, uitgevoerd tot half maart 2020. Inkoop extra trajecten Zowh@t voor de gemeente Hoorn. WerkSaam heeft in opdracht van de 7 gemeenten de pilot ‘brede intake Persoonlijk InburgeringsPlan’ (PIP) uitgevoerd in het kader van de nieuwe wet Inburgering. De kosten worden in 2021 aan de gemeenten doorbelast en staan daarom niet in onderstaande tabel. Wat heeft het gekost? Programma Plus, extra en overige taken Begroting (bedragen × € 1.000,-)
VJN
NJN
Realisatie
Verschil
(A)
(B)
(C)
(D)
Extra Re-integratie
0
50
115
115
(E = D - C)
0
Baten
0
50
115
115
0
Extra Re-integratie
0
-50
-115
-115
-0
Lasten
0
-50
-115
-115
-0
Arbeidsparticipatie
0
0
0
0
0
BB i.h.k.v. BBZ
40
16
16
15
-1
Ontvangsten BB
425
254
254
302
48
Verstrekking aanvullende norm jongeren
579
552
552
485
-67 -20
1.044
822
822
802
BB i.h.k.v. BBZ
Baten
-40
-16
-16
-15
1
Ontvangsten BB
-425
-254
-254
-302
-48
Verstrekking aanvullende norm jongeren
-579
-552
-552
-485
67
Lasten
-1.044
-822
-822
-802
20
Inkomensregelingen
0
0
0
0
0
Dienstverlening op loc atie
25
25
4
4
0
Baten
25
25
4
4
0
Dienstverlening op loc atie
-25
-25
-4
-4
0
Lasten
-25
-25
-4
-4
0
Dienstverlening op locatie
0
0
0
0
0
Totaal Plus, extra en overige taken
0
0
0
0
0
Toelichting belangrijkste afwijkingen Inkomensregelingen Ontvangsten bijzondere bijstand De voorziening voor oninbaarheid is in 2020 onder de loep genomen. Het blijkt dat er meer op de vorderingen wordt afgelost dan eerder ingeschat. Dit leidt tot een financieel voordeel dat in 2020 in de cijfers is verwerkt.
14
Verstrekkingen aanvullende norm jongeren Dit is een aanvullende bijstandsnorm voor jongeren die zelfstandig wonen. Hiervoor is de basisnorm voor jongeren onvoldoende. Het aantal jongeren dat gebruik maakt van de regeling is afgenomen. Dit komt omdat de nieuwe instroom jongeren, die vaak door de coronamaatregelen hun werk zijn kwijtgeraakt, minder vaak noodzakelijk uitwonend zijn. Hierdoor vallen de lasten lager uit.
15
Bedrijfsvoering Het hoofdstuk bedrijfsvoering gaat over de kosten die samenhangen met de uitvoering van de programma’s arbeidsparticipatie, begeleide arbeidsparticipatie en inkomen met inbegrip van de werkinfrastructuur die WerkSaam gebruikt voor de arbeidsontwikkeling van mensen.
Wat hebben we bereikt - Indicatoren Ziekteverzuim maximaal 4% staf en 10,6% Sw en Bw-medewerkers Zowel bij de Wsw en beschut werken als bij de niet-gesubsidieerde medewerkers zien we in de verzuimcijfers dat het kortdurend verzuim is afgenomen en het langdurig verzuim is toegenomen. De daling van het kort verzuim is toe te schrijven aan de aandacht die leidinggevenden hier aan geven. Het langdurig verzuim komt doordat een aantal medewerkers te maken hebben met lichamelijke en/of psychische klachten waarbij het meer tijd vraagt voordat zij weer (deels) aan het werk kunnen. De coronacrisis heeft hier zeker ook invloed op. Er zijn allerlei factoren bijgekomen die extra stress geven. Medewerkers van de leerwerkbedrijven geven aan dat ze angstiger zijn, ondanks alle maatregelen die WerkSaam heeft genomen. Ook zien we dat bepaalde behandelingen zijn uitgesteld, waardoor medewerkers langer ziek blijven dan anders. De samenwerking tussen de bedrijfsarts, de verzuimcoördinator en leidinggevenden wordt steeds beter en constructiever. De bedrijfsarts is zichtbaar op de werkvloer en aanspreekbaar voor medewerkers in de leerwerkbedrijven. De verzuimcoördinator houdt een speciaal coronaspreekuur om vragen van medewerkers te beantwoorden. Hoewel de verzuimcijfers hoger zijn dan gewenst, doet WerkSaam het niet slecht in vergelijking met de benchmarkcijfers.
Bij de Wsw is het verzuim landelijk 16,1%, bij beschut werken 11,7% en bij niet-gesubsidieerde medewerkers 6,7%. Cliënttevredenheid is minimaal een 7 De uitvraag naar cliënttevredenheid vindt digitaal plaats over de brede dienstverlening door WerkSaam, kort nadat een inwoner contact met WerkSaam heeft gehad. Ook vindt een opsplitsing naar onderwerpen en afdelingen plaats zodat signalen beter kunnen worden opgepakt. De cliënttevredenheid over heel 2020 is gemiddeld een 7,0. Daarmee is de KPI gehaald. Dit cijfer is een gemiddelde van 754 reacties van cliënten. Het rapportcijfer voor de medewerkerstevredenheid is gestegen met 0,2 punt WerkSaam voert tweejaarlijks een medewerkerstevredenheidsonderzoek uit. Stafmedewerkers geven WerkSaam gemiddeld een 7,4 (december 2020). Dit is hoger dan het cijfer in het vorige onderzoek: 7,2 (2018). De respons was zeer goed: 79% van de medewerkers heeft meegedaan aan het onderzoek. Bij de Sw-medewerkers is de medewerkerstevredenheid ten opzichte van 2018 ook gestegen, van een 7,4 naar een 7,5. Hoewel de KPI daarmee voor 16
de Sw-medewerkers niet is gehaald is een 7,5 nog steeds een rapportcijfer om trots op te zijn. De uitkomsten van het medewerkerstevredenheidsonderzoek gebruiken we om verdere verbeteringen aan te brengen. We zijn daarover met de medewerkers in gesprek.
De kosten voor bedrijfsvoering dalen met € 463.000 De kosten voor de bedrijfsvoering zijn met € 463.000 gedaald. Hierdoor hebben we geen gebruik hoeven te maken van de reserve vermindering bijdrage gemeenten. De stijging van het cliëntenbestand leidt wel tot meer uitvoeringskosten. Ondertussen werken we ook aan efficiency, onder andere door het gebruik van automatisering en bijvoorbeeld een verkorte aanvraagprocedure.
Wat heeft het gekost? Bedrijfsvoering (bedragen × € 1.000,-)
Netto bijdrage gemeenten uitvoeringskosten
Begroting
VJN
NJN
Realisatie
Verschil
(A)
(B)
(C)
(D)
(E = D - C)
2.475
1.850
1.850
1.850
0
Baten
2.475
1.850
1.850
1.850
0
Personeelskosten
-4.702
-4.159
-3.940
-3.818
122
Afschrijvingen
-962
-1.061
-951
-873
78
Vaste lasten en onderhoud activa
-939
-722
-687
-690
-3
Automatiseringslasten
-871
-945
-945
-934
12
Overige bedrijfslasten
-1.394
-1.119
-1.119
-1.167
-49
Lasten
-8.868
-8.006
-7.642
-7.482
160
Totaal Bedrijfsvoering
-6.392
-6.155
-5.792
-5.632
160
Toelichting belangrijkste afwijkingen Personeelskosten De personeelskosten zijn € 122.000 lager doordat vacatures niet direct zijn vervuld. Reden hiervoor is het vasthouden van vacatureruimte in afwachting van het onderzoeksrapport van Berenschot over de doorontwikkeling van WerkSaam. De ruimte wordt begin volgend jaar ingevuld. In 2020 is ook geanticipeerd op de structurele bezuiniging op bedrijfsvoering die we met ingang van 2022 gerealiseerd moeten hebben. Afschrijvingen De afschrijvingen zijn € 78.000 lager omdat voorgenomen investeringen zijn doorgeschoven naar 2021 of pas laat in het jaar zijn gedaan. Wij verwijzen hiervoor naar de toelichting op de balans. Overige bedrijfslasten De overige bedrijfslasten zijn hoger door de extra lasten die zijn gemaakt voor het project data gericht werken.
17
Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing In deze paragraaf staat hoe WerkSaam financiële risico’s op kan vangen. Het gaat er om dat wij een buffer (= weerstandsvermogen) hebben, zodat onze plannen meerjarig zonder problemen kunnen worden uitgevoerd. De algemene reserve wordt hiervoor als buffer gebruikt. De omvang van de buffer is afhankelijk van de risico’s die wij lopen. De algemene reserve mag maximaal 2,5% van de lasten bedragen (2,5% van € 103.205.000= €2.580.000). Dat staat in de Gemeenschappelijke Regeling. Een hoger weerstandsvermogen is mogelijk als dit uit de risicoanalyse naar voren komt. De maximale hoogte van de algemene reserve beweegt dus mee met de lasten. Een vrijval volgt als blijkt dat de algemene reserve structureel hoger is dan de 2,5% van de lasten. Benodigd weerstandsvermogen Het benodigde weerstandsvermogen wordt uitgedrukt in een ratio. Deze ratio geeft de verhouding aan tussen de beschikbare en de benodigde weerstandscapaciteit. De benodigde weerstandscapaciteit is in onderstaande tabel opgenomen. De beschikbare weerstandscapaciteit is gelijk aan de stand van de algemene reserve. Berekening t.b.v. het weerstandsvermogen Risico's
kans
Bedragen x €1000
impact
2020
2021
2022
2023
CAO Besc hut werk
60%
Loonwaarde * verwac hting CAO
65
72
80
88
Uitnutting re-integratiebudget
40%
685
154
154
154
154
60%
1.270
762
838
922
1.014
20%
6.016
1.203
1.250
1.300
1.352
40%
463
-
185
93
-
2.184
2.499
2.549
2.608
Ontwikkeling Toegevoegde Waarde Kosten beschut werk Ontwikkeling Toegevoegde Waarde Hogere direc te kosten (verloning) Kosten bedrijfsvoering Taakstelling Totaal:
Beschikbaar weerstandsvermogen Het beschikbare weerstandsvermogen eind 2020 en de ratio zien er als volgt uit: Weerstandscapaciteit ultimo 2020 Stand algemene reserve
Bedragen x €1.000,2.047
Nog te bestemmen resultaat 2020
349
Beschikbare weerstandsc apac iteit
2.396
Benodigde weerstandscapaciteit
2.184
Ratio
1,10
De weerstandsratio voldoet aan de in de nota reserves en voorzieningen vastgestelde minimale ratio van 1,0. De algemene reserve is voldoende om het risicobedrag af te dekken. Risico’s WerkSaam In 2020 zijn er geen risico’s geweest waarbij een beroep moest worden gedaan op het weerstandsvermogen. Het risico met betrekking tot de ontwikkeling van de toegevoegde waarde en de toenemende kosten Beschut werk heeft zich wel voorgedaan maar kon binnen de begroting worden opgevangen. We werden door het Rijk gecompenseerd voor omzetverlies en de kosten voor 18
de uitvoering van onze taken waren lager dan begroot. Beide zijn incidenteel van aard waardoor de risico’s naar de toekomst blijven bestaan. Risico de coronamaatregelen Een risico dat niet was ingecalculeerd en waar we wel gevolgen van hebben ondervonden zijn de coronamaatregelen. De lockdown en het invoeren van de 1,5 meter maatregel binnen de leerwerkbedrijven heeft geleid tot minder toegevoegde waarde. Ook dit risico komt in 2020 niet ten laste van de algemene reserve omdat we hiervoor zijn gecompenseerd vanuit het Rijk. Het financiële risico van de coronamaatregelen blijven in 2021 actueel. In de loop van 2020 is meer duidelijk geworden over de in de jaarrekening 2019 ingecalculeerde risico’s. Voor 2021 resteren de volgende risico’s: Uitkeringslasten De economische gevolgen van de coronamaatregelen zijn groot. Vanaf maart 2020 stijgt het aantal verstrekte bijstandsuitkeringen. Daarnaast ontvangt een groot aantal zelfstandigen een Tozouitkering. De Tozo wordt, zoals het er nu naar uitziet, na 1 juli 2021 niet meer verlengd. Wel kunnen zelfstandigen vanaf het voorjaar 2021 begeleiding ontvangen om óf hun onderneming levensvatbaar te maken óf een overstap te maken naar loondienst. De verwachting is dat door het beëindigen van de Tozo het aantal Bbz-uitkeringen zal gaan stijgen.
Terugloop toegevoegde waarde Naar aanleiding van de door het Rijk getroffen maatregelen zijn er, naast de beperkingen die de 1,5 meter maatregel biedt, ook in 2021 werkgevers die geen werk meer hebben voor gedetacheerde medewerkers, zoals bijvoorbeeld Action. De SW-bedrijven zijn hiervoor in 2020 gecompenseerd. Vooralsnog blijft een toezegging voor compensatie over 2021 uit. Aansprakelijkheid deelnemende gemeenten De deelnemende gemeenten staan garant voor alle financiële verplichtingen van WerkSaam. Zij moeten zorgen voor voldoende financiële middelen. Dit staat in artikel 33 van de Gemeenschappelijke Regeling. Kengetallen BBV Met de kengetallen geven we inzicht in de financiële positie van WerkSaam. Kengetallen BBV
2020
2019
Zonder c orrec tie doorgeleende gelden
-1%
0%
Met correctie doorgeleende gelden
-1%
0%
Solvabiliteitsratio
26%
32%
Structurele exploitatieruimte
-1%
-1%
Netto schuldquote
De netto schuldquote geeft aan in hoeverre WerkSaam rentelasten en aflossingen kan betalen. Omdat WerkSaam geen rentelasten of aflossingen heeft is het percentage negatief. De solvabiliteitsratio geeft inzicht in hoeverre WerkSaam in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe financieel gezonder de organisatie. De uitkomst van 26% geeft aan dat WerkSaam financieel gezond is. De structurele exploitatieruimte geeft aan welke ruimte WerkSaam heeft om de eigen lasten te dragen.
19
Beleidsindicatoren Beleidsindicatoren Taakveld
Naam indicator
Eenheid
Bron
0. Bestuur en ondersteuning
Formatie
Fte per 1.000 inwoners
Eigen gegevens
0,99
0. Bestuur en ondersteuning
Bezetting
Fte per 1.000 inwoners
Eigen gegevens
0,98
0. Bestuur en ondersteuning
Apparaatskosten
Kosten per inwoner
Eigen begroting
75,14
0. Bestuur en ondersteuning
Externe inhuur
Kosten als % van totale loonsom + totale kosten inhuur externen
Eigen begroting
1,3%
0. Bestuur en ondersteuning
Overhead
% van totale lasten
Eigen begroting
7,0%
Aantal per 1.000 inwoners in de leeftijd 15 – 64 jaar
LISA
706,9
792,1
Verwey Jonker Instituut – Kinderen in Tel
4,3
6,0
77,0%
68,8%
1,8
2,0
6. Sociaal domein Banen
6. Sociaal domein
Kinderen in uitkeringsgezin
% kinderen tot 18 jaar
6. Sociaal domein
Netto arbeidsparticipatie
% van de werkzame beroepsbevolking CBS ten opzichte van de beroepsbevolking
6. Sociaal domein Werkloze jongeren
WerkSaam NL
% 16 t/m 22 jarigen
Verwey Jonker Instituut – Kinderen in Tel
Aantal per 10.000 inwoners
CBS
327,5
459,7
CBS
341,5
202,0
6. Sociaal domein
Personen met een bijstandsuitkering
6. Sociaal domein
Lopende reAantal per 10.000 inwoners van 15 – integratievoorzieningen 64 jaar
20
Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen In deze paragraaf informeren wij u over ons bedrijfspand, Dampten 26 in Hoorn. Dit bedrijfspand is het enige kapitaalgoed in eigendom van WerkSaam. Het groot onderhoud wordt uitgevoerd volgens het meerjaren-onderhoudsprogramma. In 2019 is het resterende deel van het pand aangekocht. Het meerjaren-onderhoudsprogramma is hiervoor geactualiseerd. De werkelijke kosten voor groot onderhoud weken de afgelopen jaren af van het geplande onderhoud, bijvoorbeeld doordat onderhoud werd verschoven in de tijd of (gedeeltelijk) in eigen beheer werd uitgevoerd. Het meerjaren-onderhoudsprgramma is om die reden in 2020 nog eens grondig doorgenomen waarna aanpassingen in de uitgangspunten zijn doorgevoerd. Dit heeft geleid tot een aanpassing van de benodigde omvang van de voorziening voor groot onderhoud. De komende jaren wordt jaarlijks een lager bedrag (€ 47.000 i.p.v. € 61.000) aan de voorziening toegevoegd. In 2020 is voor € 19.000 aan groot onderhoud uitgevoerd dat ten laste van de voorziening is gebracht. Dit betrof voornamelijk werkzaamheden die verband hielden met de verbouwing van vleugel 1.
Paragraaf financiering Deze paragraaf gaat over de financiering van WerkSaam. We willen financieel geen risico’s lopen. Het gaat hierbij over vragen als: ‘Wordt er niet teveel geleend?’ en ‘Kan WerkSaam op korte en op lange termijn alle facturen, salarissen en uitkeringen blijven betalen?’. Kasgeld De kasgeldlimiet voor WerkSaam in 2020 was € 5,8 miljoen, verdeeld in een kredietlimiet van € 1 miljoen en een intradaglimiet van € 4,8 miljoen. Dit is al enkele jaren ongewijzigd. Wij hebben geen kortlopende leningen gesloten. We hebben genoeg eigen geld om aan onze verplichtingen te voldoen. Vaste geldleningen WerkSaam heeft geen vaste geldleningen. Er is daarom geen risico. Financiering van de investeringsuitgaven In 2020 zijn alle investeringen met eigen middelen gefinancierd. Overzicht EMU-saldo De uitkomst betekent in EMU-termen dat de uitgaven € 516.000 hoger zijn dan de inkomsten.
21
Onderdeel
EMU saldo
(Bedragen x € 1.000)
Bedrag
Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan en ontrekkking uit reserves
618
Afsc hrijvingen ten laste van de exploitatie
873
Bruto dotaties aan de post voorzieningen ten laste van de exploitatie
-19
Investeringen in (im)materiële vaste ac tiva die op de balans worden geac tiveerd
-956
Baten uit bedragen van andere overheden, de Europese Unie en -overige, die niet op de exploitatie zijn verantwoord en niet al in mindering zijn gebrac ht bij post 4 Desinvesteringen in (im)materiële vaste activa: Baten uit desinvesteringen in (im)materiële vaste ac tiva (tegen verkooppijrs), voor zover niet op exploitatie verantwoord Lasten op balanspost Voorzieningen voor zover deze transacties met derden betreffen Lasten i.v.m. transactie met derden, die niet via de onder post genoemde exploitaties lopen, maar rec htstreekes ten last van de reserves (inc lusief fondsen en dergelijke) worden gebrac ht
nvt
Verwac hte boekwinst op exploitatie bij verkoop aandleen Berekend EMU-saldo
0 516
22
Paragraaf bedrijfsvoering In deze paragraaf geven wij inzicht in een aantal belangrijke bedrijfsvoeringszaken. Dit zijn personeel, evaluatie leer-werkbedrijven, digitaal samenwerken, datagedreven werken en methodisch re-integreren. Personeel Wij hebben gesubsidieerde en niet-gesubsidieerde medewerkers (211 Fte). In totaal zijn er 451 Fte Wsw-indicaties waarvan 406 Fte in dienst bij WerkSaam. Bij beschut werk zijn van de in totaal 97 Fte, 82 Fte in dienst bij WerkSaam.
Evaluatie leer-werkbedrijven Berenschot heeft een onderzoek uitgevoerd naar de toekomstbestendigheid van de leerwerkbedrijven. Geconcludeerd is dat de leer-werkbedrijven de basis zijn voor de ontwikkeling van onze cliënten. De leer-werkbedrijven passen we aan aan wat onze cliënten nodig hebben voor hun ontwikkeling en leerdoelen, in aansluiting naar de arbeidsmarkt. Het vliegwiel voor re-integratie als basis wordt verstevigd en gaat een vast onderdeel vormen van het key-proces. Digitaal Samenwerken We kunnen nu vanaf elke plek digitaal samenwerken. Met Teams kunnen we elkaar vinden, beschikbaarheid tonen, chatten, video-vergaderen en gelijktijdig samenwerken in documenten. Dit kan ook met medewerkers van de Westfriese gemeenten en externe contacten. Alles gebeurt veilig via telefoons en laptops die op afstand beheerd kunnen worden. Datagedreven werken De basis is gelegd door data van diverse applicaties bij elkaar te brengen en te verbinden op het dataplatform (data-integratie). Dit platform kan ook door de Westfriese gemeenten gebruikt worden. Data is snel beschikbaar en wordt snel verwerkt met gebruiksvriendelijke analysesoftware. Er zijn vijf specialisten opgeleid en geoefende Excel-gebruikers kunnen geprepareerde datasets met MS Power BI analyseren. Overige medewerkers kunnen intuïtief met filterpagina’s informatie verkrijgen.
In het datalab werken de vijf specialisten met de organisatie aan datavraagstukken. Methodisch re-integreren WerkSaam re-integreert cliënten naar betaald werk. Elke client is uniek en heeft eigen talenten en beperkingen, daardoor is re-integratie altijd maatwerk. Ook heeft elke doelgroep eigen specifieke onderwerpen die spelen (denk aan de scholingsplicht bij jongeren en inburgering bij vluchtelingen). WerkSaam wil een kwaliteitsslag maken en is daarom in 2020 gestart met de uitwerking van Methodisch Re-integreren. Dit zijn een aantal basisstappen die we bij elke client nemen: 1. Diagnose 2. Opstellen plan naar werk 3. Uitvoeren van het plan 4. Evalueren/bijsturen. In 2020 is de eerste stap “Diagnose” uitgewerkt en geïmplementeerd. In 2021 volgen de overige stappen. Bij elke stap zijn een aantal uitgangspunten en praktische handvatten uitgewerkt. Waarbij maatwerk bij elke client uiteraard nog steeds het uitgangspunt is.
23
Paragraaf verbonden partijen Verbonden partijen zijn rechtspersonen waarin WerkSaam een bestuurlijk én een financieel belang heeft. Bijvoorbeeld door een plaats in het bestuur of stemrecht en het hebben van aandelenkapitaal of het verstrekken van budget. De verbonden partijen helpen WerkSaam om haar eigen doelen te realiseren. WerkSaam heeft twee verbonden partijen, WerkSaam Verloning B.V. en Westfriese Hoveniers B.V. Deze partijen stellen WerkSaam in staat om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt bij reguliere werkgevers te plaatsen. WerkSaam Verloning B.V. WerkSaam is volledig eigenaar van WerkSaam Verloning B.V. Deze partij biedt verloningsmogelijkheden aan. Werksaam verloning B.V. Vestigingsplaats: Hoorn Financiële gegevens
Doel : Verloning en re-integratiebedrijf 31-12-2020
31-12-2019
Eigen vermogen
274
240
Vreemd vermogen
1.133
938
34
30
Resultaat
Westfriese Hoveniers B.V. WerkSaam is voor 50% eigenaar van Westfriese Hoveniers B.V. Deze partij biedt groenvoorzieningswerkzaamheden aan en onderhoudt bedrijfsgroen voor diverse organisaties, bedrijven en gemeenten. Westfriese Hoveniers B.V. Vestigingsplaats: Waarland Financiële gegevens
Doel : Plaatsen van mensen in de arbeidsmarkt 31-12-2020
31-12-2019
Eigen vermogen
131
96
Vreemd vermogen
135
159
Resultaat
35
-63
24
25
Jaarrekening Balans
Balans per 31 december 2020
Balans - Activa (Bedragen x € 1.000)
Balans - Passiva (Bedragen x € 1.000)
31-12-2020 31-12-2019 Vaste activa Materiële vaste activa Investeringen met een ec onomisc h nut -Overige investeringen met een ec onomisc h nut Financiële vaste activa Kapitaalverstrekkingen aan: -Deelnemingen Leningen aan: -Overige verbonden partijen
Totaal vaste activa Vlottende activa Voorraden: Grond en hulpstoffen: -Grond en hulpstoffen Uitzettingen met rentetypische looptijd korter dan één jaar: -Uitzettingen in 's Rijks schatkist met een rentetypisc he looptijd korter dan één jaar -Debiteuren clienten -Vorderingen op openbare lic hamen -Overige vorderingen
Liquide middelen: -Kassaldi -Bank- en girosaldi
Overlopende activa -Overige nog te ontvangen bedragen en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen
31-12-2020 31-12-2019 Vaste passiva
8.779
8.697
27
27
27
27
8.806
8.724
0
13.166 5.456 472 863 19.957
0 83 83
766
1
Eigen vermogen -Algemene reserve -Bestemmingsreserves -Resultaat na bestemming Voorzieningen -Voorzieningen spaarverlof -Egalisatievoorzieningen
Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer Onderhandse lening van: -Binnenlandse banken en overige financiële instellingen Totaal vaste passiva
Vlottende passiva 6.306 Netto vlottende schulden met een rentetypische looptijd 4.364 -1 korter dan één jaar. 394 -Overige schulden 1.326 -1 12.390 Overlopende passiva -Verplic htingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen 1 -De van De Europese en Nederlandse overheidslic hamen 134 ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een spec ifiek 135 bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren -Overige vooruitontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen 1.096 -1
Totaal vlottende activa
20.806
13.621
Totaal vlottende passiva
Totaal activa
29.612
22.345 -1 Totaal passiva
2.047 5.366 349 7.762
2.047 5.096 1 7.144
509 1.404 1.913
477 1.376 1.853
0
0
9.676
8.997
16.506
12.112
598
382
2.750
558
82 3.431
296 1.236
19.937
13.348
29.612
22.345
26
Overzicht van baten en lasten Financiële rapportage (bedragen × € 1.000,-)
Begroting (A)
VJN
NJN
Realisatie
Verschil
(B)
(C)
(D)
(E = D - C)
-52
Baten
7.364
7.062
7.126
7.074
Lasten
-7.364
-7.626
-6.983
-6.889
94
0
-564
143
185
42
Totaal arbeidsparticipatie Baten
21.335
21.013
21.233
21.283
51
Lasten
-15.604
-15.763
-15.785
-15.854
-68
Totaal begeleide arbeidsparticipatie
5.731
5.250
5.448
5.429
-18
Baten
50.412
98.684
73.588
72.059
-1.528
Lasten
-50.412
-98.684
-73.588
-72.059
1.528
0
0
0
0
0
Baten
1.069
897
941
921
-20
Lasten
-1.069
-897
-941
-921
20
0
0
0
0
0
Baten
2.475
1.850
1.850
1.850
0
Lasten
-8.868
-8.006
-7.642
-7.482
160
Totaal bedrijfsvoering
Totaal inkomensregelingen
Totaal Plus extra en overige taken
-6.392
-6.155
-5.792
-5.632
160
Incidentele baten
0
0
574
822
247
Incidentele lasten
0
0
-95
-187
-91
Totaal Incidentele Baten en Lasten
0
0
479
635
156
-661
-1.469
278
618
340
Gerealiseerd totaal van baten en lasten Mutatie Reserves toevoegingen
0
0
0
-1.554
-1.554
Mutatie Reserves onttrekkingen
661
1.225
177
1.285
1.108
Totaal Exploitatie resultaat
661
1.225
177
-269
-446
0
-244
456
349
-107
Gerealiseerd resulaat
Financiële rapportage
Begroting
VJN
NJN
Realisatie
Verschil
(bedragen × € 1.000,-)
Baten programma's
82.655
129.506
104.737
103.187
-1.550
Lasten programma's
-83.316
-130.976
-104.939
-103.205
1.734
0
0
479
635
156
-661
-1.469
278
618
340
661
1.225
177
-269
-446
0
-244
456
349
-107
Incidentele baten en lasten Gerealiseerd totaal van baten en lasten Mutatie reserve Gerealiseerd resulaat
Toelichting op het overzicht van baten en lasten De resultaten worden toegelicht op het niveau van WerkSaam in totaal. De uitkomsten per programma zijn toegelicht in eerdere hoofdstukken. Lasten en baten per programma Het totaal van lasten is in 2020 flink hoger dan vorig jaar. Dit is voor het grootste deel het gevolg van de uitkering Tozo die met ingang van 2020 wordt verstrekt. De baten stijgen mee omdat de Tozo uitkering wordt vergoed door het Rijk. Incidentele baten en lasten Van het totale saldo (€ 635.000) zijn de belangrijkste posten: Uitgekeerde bonus beschut werk voor gerealiseerde taakstelling in 2019. Dit bedrag is al verwerkt in de jaarrekening 2019. Het verschil van 85.000 tussen uitkering en de raming in de jaarrekening 2019 is verwerkt onder de incidentele baten. Extra bonus beschut werk van € 342.000 voor de gerealiseerde taakstelling tot en met 2019. 27
Terug te vorderen BTW (€ 117.000) over re-integratie activiteiten die in het verleden plaatsvonden. Project Big Data (€ 112.000) bijdrage van deelnemers. De extra bonus zal worden ingezet voor de realisatie van additionele beschut werk plekken in 2021 voor mensen die een indicatie beschut werk hebben. Dit onder voorbehoud van besluitvorming door de gemeenteraden over structurele dekking voor de additionele plekken beschut werk vanaf 2022. Dat is nodig omdat het aantal mensen met een indicatie hoger is dan de taakstelling die geldt voor beschut werk. We voorkomen zo wachtlijsten waardoor mensen thuis moeten wachten op een werkplek. Mutatie reserves De mutatie reserves van in totaal € 269.000 bestaat uit de volgende posten: Programma arbeidsparticipatie: toevoeging van het overschot van re-integratiemiddelen 2020 (€ 185.000) aan de reserve re-integratie die daarmee op € 749.000 komt. Programma overhead: bestemmingsreserves ter dekking van kosten in de bedrijfsvoering (€ 168.000). Toevoeging van de bonus beschut werk (€ 342.000) aan de bestemmingsreserve vermindering gemeentelijke bijdrage. Onttrekking aan de bestemmingsreserve plan NHN van € 90.000 voor het Project Big Data. Gerealiseerd resultaat Het resultaat is € 349.000. Bij de behandeling van de jaarrekening 2020 in het algemeen bestuur zal besloten worden over de bestemming.
Het voorstel is het resultaat ten goede te laten komen aan de deelnemende gemeenten. Het bedrag per gemeente is terug te vinden in bijlage 3. Verklaring verschil ten opzichte van de najaarsnota Het geraamde resultaat van € 456.000 in de najaarsnota wordt nog iets lager met een resultaat van € 349.000. Het resultaat is als volgt opgebouwd: Exploitatieresultaat Resultaat najaarsnota
456
Re-integratie overschot
42
Toegevoegde waarde
-19
Lagere bedrijfsvoering
160
Incidentele B&Lasten
156
Mutatie reserve
-446
Totaal mutaties
-107
Resultaat jaarrekening
349
Bijdrage gemeenten Eigen bijdrage gemeente
Begroting
VJN
NJN
Realisatie
Verschil
(bedragen × €1.000,-)
Arbeidsparticipatie
2.552
2.193
2.193
2.193
0
Beg participatie
1.093
1.482
1.482
1.482
0
Inkomensregeling
3.888
4.483
4.483
4.483
0
2.475 10.009
1.850 10.009
1.850 10.009
1.850 10.009
0 0
Bedrijfsvoering Totaal Bedrijfsvoering
28
Indeling naar taakvelden Om informatie landelijk te kunnen vergelijken en samen te voegen zijn verplichte taakvelden voorgeschreven. De taakvelden zijn binnen WerkSaam gekoppeld aan de programma indeling. Programma / onderdeel Taakveld Arbeidsparticipatie 6.5 Arbeidsparticipatie Plus, extra en overige taken; onderdeel 6.5 Arbeidsparticipatie arbeidsparticipatie 6.4 Begeleide Begeleide arbeidsparticipatie arbeidsparticipatie Inkomensregelingen 6.3 Inkomensregelingen Plus, extra en overige taken; onderdeel 6.3 Inkomensregelingen inkomensregelingen 0.4 Overhead Bedrijfsvoering 6.2 Wijkteams Plus, extra en overige taken; onderdeel wijkteams
Grondslagen voor waardering en resultaat bepaling De jaarrekening is opgemaakt met inachtneming van de voorschriften die het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten daarvoor geeft. Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. De activa en passiva worden opgenomen tegen nominale waarden, tenzij anders vermeld. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts opgenomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn. Gedurende het jaar worden wijzigingen in de begroting aangebracht. In 2019 zijn wijzigingen aangebracht op de primitieve begroting door vaststelling van de voorjaarsnota en de najaarsnota Afrondingsverschillen zorgen voor kleine afwijkingen in de tabellen waarin cijfers zijn opgenomen. Materiële vaste activa De waardering van de materiële vaste activa is gebaseerd op de historische kostprijs of de aanschafprijs verminderd met de afschrijvingen. Afschrijving vindt plaats op basis van een vast percentage van de historische kostprijs zoals vastgelegd in de financiële verordening.
De methode van afschrijven is lineair. De restwaarde wordt op nihil gesteld. Op grond wordt niet afgeschreven.
29
Afschrijvingspercentages (volgens verordening artikel 212) %
Jaren
Grond en terreinen
0
0
Voorzieningen aan terreinen
10
10
Bedrijfsgebouwen
3
40
Renovatie, restauratie en aankoop bedrijfsgebouw
5
20
Tijdelijke bedrijfsgebouwen
5
20
Technische installaties in bedrijfsgebouwen
7
15
Installaties (kantoormeubulair, telefooninstall, BMI) Productiemachines : ( personenauto's, aanhangers, lichte motorvoertuigen, kleine productiemachines, zware transportmiddelen.) Automatiseringsapparatuur
10
10
20
5
25
4
Telefoons
33
3
Financiële vaste activa Uitgezette leningen zijn opgenomen tegen de nominale waarde. Participaties in het aandelenkapitaal van de B.V. zijn gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs van de aandelen. Indien de waarde van de aandelen daalt onder de verkrijgingsprijs zal afwaardering plaatsvinden. Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar De uitzettingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Indien nodig wordt voor dubieuze vorderingen een voorziening getroffen. De grondslag voor deze voorziening is een beoordeling van de openstaande vorderingen op oninbaarheid. Liquide middelen De liquide middelen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Onder de liquide middelen zijn de kassaldi en de tegoeden op de bankrekeningen opgenomen exclusief de gelden die bij 's Rijks schatkist zijn gestald. Voor zover de liquide middelen niet ter vrije beschikking staan, wordt dit toegelicht. Voorzieningen Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico's worden gewaardeerd op het nominale bedrag van de betrokken verplichting of het voorzienbaar verlies. De onderhoudsegalisatievoorziening is gebaseerd op een meerjarenraming van het uit te voeren groot onderhoud aan de kapitaalgoederen.
Netto vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar De kortlopende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar en overlopende passiva zijn gewaardeerd tegen nominale waarde.
30
Toelichting op de balans per 31 december 2020 Activa
Vaste activa Materiële vaste activa Investeringen met een economisch nut De investeringen met een economisch nut kunnen als volgt worden onderverdeeld: Boekwaarde per 31-12
2020
(Bedragen x € 1.000)
2019
Gronden en terreinen
1.203
1.209
Bedrijfsgebouwen
5.473
5.385
Vervoermiddelen
462
511
Mach. App. Install., mac hines, apparaten
301
329
Mach. App. Install., installaties
472
419
Overige MVA, inventaris
506
527
Overige MVA, automatisering
361
318
8.779
8.697
Boekwaarde per 31 december
Het onderstaand overzicht geeft het verloop van de boekwaarde van de investeringen met economisch nut weer: Investeringen
Vermeerder Verminderi ingen ngen (Investerin (Desinveste Bedragen Afschrijving gen) ringen) aan derden en
(Bedragen x € 1.000)
Boekwaard e 1-1
Gronden en terreinen
1.209
2
-
-
7
-
1.203
Bedrijfsgebouwen
5.385
289
-
-
201
-
5.473
Vervoermiddelen
511
158
-
-
206
-
462
Mac h. App. Install., mac hines, apparaten
329
88
-
-
115
-
301
Mac h. App. Install., installaties
419
115
-
-
61
-
472
Overige MVA, inventaris
527
57
-
-
78
-
506
318
247
-
204
-
361
8.697
956
873
-
8.779
Overige MVA, automatisering Totaal
-
-
Boek waarde 31-12
Waarde correcties
Investeringsoverzicht Bedrijf/Afdeling Staf & Management Facilitaire dienst BRS Verpakken Arbeidsbemiddeling Totaal investeringen
Omschrijving
Begroting 2020
Realisatie 2020
Diverse ICT
431
219
Diverse huisvesting en vervoer algemeen gebruik
742
548
Aanschaffingen/vervangen vervoersmiddelen en inventaris
98
5
Vervangen vervoersmiddelen
173
77
Magazijn verbeteringen en vervangen inventaris werkruimte
135
108
Diverse werk- en transportmiddelen
26
0
1604
956
Toelichting investeringen Diverse ICT De investering bestaat vooral uit het vervangen van de laptops. Deze investering was in 2019 gepland en is door problemen bij de leverancier doorgeschoven naar 2020. De vrije ruimte gaat nog besteed worden aan diverse hardware en de uitrol van office 365 (112k). Implementatiekosten die waren begroot voor werk en inkomen waren niet nodig omdat de aanbesteding is gewonnen door de softwareleverancier die wij al hadden (40k).Verder zijn er een 31
aantal investeringen niet uitgevoerd en zullen worden verschoven naar 2021. (E depot 10k, ontwikkeling website 20k, hardware 30k) Diverse huisvesting en vervoer algemeen gebruik De realisatie heeft voornamelijk betrekking op de verbouwing van vleugel 1. De geplande verbouwing van de volgende vleugel is verschoven naar 2021 en zal daar meer het karakter hebben van verduurzaming. Dit is al verwerkt in de voorjaarsnota 2021. In 2020 was de herinrichting van het terrein gepland (100k), maar is ook verschoven naar 2021. Diverse plannen zijn gemaakt maar definitieve besluitvorming moet nog plaatsvinden en is verschoven naar 2021. (onder anderen aanpassing toegangssysteem 50k) Vervangen vervoersmiddelen (Facilitair dienst / Buitenruimteservice / Verpakken) Diverse werk- en transportmiddelen. De voorgenomen vervanging van een aantal vervoersmiddelen is doorgeschoven naar 2021.
Vlottende activa Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Stand per 31 december
2020
(Bedragen x € 1.000)
Uitzettingen in 's Rijks sc hatkist met een rentetypisc he looptijd korter dan één jaar
2019
13.166
Vorderingen op openbare lichamen Debiteuren c liënten Overige vorderingen Totaal:
6.306
472
394
5.457
4.364
863
1.327
19.958
12.391
Drempelbedrag Schatkistbankieren Begrotingsomvang x 0,75% Jaar 2020
Bedrag 104.938.000 (NJN 2020)
% 0,75%
Drempelbedrag 787.035
De hoogte van het drempelbedrag hangt af van de omvang van de begroting; maatgevend voor de omvang van de begroting is het begrotingstotaal zoals dat ook gebruikt wordt voor bijvoorbeeld het berekenen van de kasgeldlimiet. De drempel is gelijk aan 0,75% van het begrotingstotaal indien het begrotingstotaal lager is dan € 500 miljoen. Indien het begrotingstotaal hoger is dan € 500 miljoen is de drempel gelijk aan € 3,75 miljoen plus 0,2% van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat. De drempel is nooit lager dan € 250.000. Vorderingen op openbare lichamen (Bedragen x € 1.000)