7.1 WerkSaam - Gewaarmerkte jaarstukken 2025
Tekst van het document
WERKSAAM WESTFRIESLAND
Jaarstukken 2025 Publieke Sector Accountants B.V. Voor identificatiedoeleinden Behorende bij de controleverklaring d.d. 9 april 2026 kenmerk 312018005.26.290
ValidSigned door A. Booij RA op 09-04-2026
werkt voor iedereen.
1
Inhoudsopgave
Inleiding ............................................................................................................................................... 3 Samenvatting ....................................................................................................................................... 4 Jaarverslag ......................................................................................................................................... 5 Programmaverantwoording ................................................................................................................ 6 Programma Arbeid .................................................................................................................... 6 Programma Inkomensregelingen ............................................................................................... 11 Programma Plus, extra en overige taken .................................................................................... 13 Programma Bedrijfsvoering ...................................................................................................... 16 De paragrafen................................................................................................................................... 18 Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien ................................................................................
18 Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing .................................................................... 18 Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen ...................................................................................... 22 Paragraaf financiering .............................................................................................................. 23 Paragraaf bedrijfsvoering ......................................................................................................... 24 Openbaarheidsparagraaf Wet open overheid (Woo) ..................................................................... 26 Paragraaf verbonden partijen ................................................................................................... 27 Jaarrekening .................................................................................................................................... 29 Balans per 31 december 2025 .................................................................................................. 30 Overzicht van baten en lasten................................................................................................... 31 Toelichting op het overzicht van baten en lasten .........................................................................
31 Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling ...................................................................... 34 Grondslagen voor de rechtmatigheidsverantwoording .................................................................. 35 Toelichting op de balans per 31 december 2025 .......................................................................... 36 Wet normering bezoldiging topinkomens publieke en semipublieke sector (WNT) ............................ 43 Rechtmatigheidsverantwoording ............................................................................................... 45 Verantwoordingsinformatie Sisa ................................................................................................ 46 Vaststelling algemeen bestuur .................................................................................................. 53 Overige gegevens ................................................................................................................... 54 Bijlagen ............................................................................................................................................ 56 Bijlage 1. Lijst van afkortingen en begrippen .............................................................................. 56 Bijlage 2.
Verdeelsleutels ......................................................................................................... 57 Bijlage 3. Overzicht per gemeente ............................................................................................. 58 Bijlage 4. KPI’s 2025 en bronbestanden ..................................................................................... 59 Bijlage 5. Specificatie per gemeente .......................................................................................... 61 2
Inleiding Geachte lezer, Voor u ligt het financieel jaarverslag over 2025. Ook dit jaar sluiten wij af met een positief resultaat, zowel op de BUIG (het budget voor uitkeringen en loonkostensubsidie) als op onze bedrijfsvoering. Daar zijn we trots op, zeker in een tijd waarin maatschappelijke en arbeidsmarktontwikkelingen grote invloed hebben op ons werk. De krappe arbeidsmarkt blijft ook in 2025 merkbaar, maar op een andere manier dan voorheen. Waar werkgevers volop vacatures hebben, blijkt het juist moeilijker om onze doelgroepen te plaatsen. We horen regelmatig dat werkgevers wel willen, maar dat de benodigde extra begeleiding en ondersteuning niet altijd geboden kan worden door een tekort aan medewerkers. Daardoor is het jaardoel voor de inzet van meer medewerkers met loonkostensubsidie (LKS) niet volledig gerealiseerd. Deze ontwikkeling vraagt van ons als organisatie nog meer samenwerking, maatwerk en flexibiliteit. 2025 was ook het jaar van de voorbereidingen op ons nieuwe beleidsplan ‘meedoen is het belangrijkste!’ en de inwerkingtreding van de Participatiewet in Balans per 1 januari 2026. Dit vraagt niet alleen om technische en procesmatige aanpassingen maar markeert ook een inhoudelijke verschuiving. De mens komt meer centraal te staan waarbij wordt uitgegaan van vertrouwen met meer ruimte voor maatwerk.
Echt anders ten opzichte van de oude wet is het vormgeven van maatschappelijke participatie, waarmee het accent verschuift van uitstroom naar werk naar het bredere uitgangspunt van meedoen naar vermogen. In de media verscheen in 2025 een artikel dat de indruk wekte dat WerkSaam geen sluitende begroting had en er financieel minder stevig voor stond. Dat beeld is onjuist. In eerdere jaren hebben wij bewust reserves opgebouwd omdat toegezegde rijksmiddelen nog uitbleven. In 2025 zijn die rijksmiddelen uiteindelijk toegekend om de infrastructuur van sociaal ontwikkelbedrijven te behouden en zo werk te kunnen blijven bieden aan mensen die niet zelfstandig een plek op de arbeidsmarkt kunnen krijgen. Hierdoor is onze financiële positie meerjarig robuust en gezond. Ook intern is er het nodige veranderd. Na het vertrek van een directielid in 2025 is er gekozen voor een éénhoofdige directiestructuur. Deze keuze heeft uiteindelijk geleid tot meer duidelijkheid in de aansturing en zorgt voor rust en vertrouwen in de organisatie. Terugkijkend op 2025 zien we een organisatie die midden in de samenleving staat en zich bewust is van haar maatschappelijke verantwoordelijkheid. We blijven bouwen aan een sterke basis, met aandacht voor cliënten, medewerkers, kwaliteit en continuïteit. Ondanks de uitdagingen blijven wij doen waar we goed in zijn: kansen creëren zodat iedereen mee kan doen.
Want WerkSaam werkt, voor iedereen.
Namens het dagelijks bestuur, Y.W. Nijsingh, voorzitter
3
Samenvatting Global Goal
Global Goal
KPI KPI
Bedrijfsvoering KPI
Global Goal KPI
Mensen van Werksaam
Financiën
4
Jaarverslag
5
Programmaverantwoording Programma Arbeid Het programma arbeid gaat over participatie, re-integratie, de uitvoering van de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) en Beschut werk. De talenten van mensen en de wensen van de werkgever staan centraal. WerkSaam gaat uit van de eigen kracht van onze cliënten en medewerkers. Het doel van WerkSaam is voor deze cliënt passend werk te vinden en te behouden. Regulier werk waar dat kan, en Beschut werk waar het nodig is.
Wat hebben we bereikt? De gemiddelde verblijfsduur van cliënten in de uitkering is 13% lager dan de landelijke benchmark WerkSaam heeft haar cliënten goed in beeld en zet re-integratiemiddelen in op het juiste moment. Wij benaderen de arbeidsmarkt op basis van kansen en zien dat dit werkt. Dit heeft een positief effect op de verblijfsduur in de uitkering waardoor de gemiddelde verblijfsduur 21% lager is dan de benchmark.
85% van de cliënten heeft een actuele voortgangsrapportage Hoewel de KPI niet volledig is behaald, zijn we toch tevreden met dit resultaat. Ten opzichte van de vorige rapportage is deze aanzienlijk verbeterd. Leidinggevenden hebben hierop strak gestuurd. WerkSaam blijft geloven dat ‘aandacht doet groeien’. De overtuiging dat hoe vaker er contact is met cliënten, hoe groter het succes op duurzame uitstroom is, blijkt ook uit wetenschappelijk onderzoek.
95% van de Plannen naar werk is binnen 7 werkdagen na intake opgesteld Deze KPI is opgenomen om de cliëntgerichtheid te vergroten, onder andere door de gezamenlijke intake. Naar nu blijkt is de KPI te ambitieus opgesteld en niet realistisch. In de praktijk blijkt dat deze gezamenlijke intake niet in alle gevallen efficiënt en cliëntgericht werkt. Om de cliëntgerichtheid te vergroten hebben we de aanvraagprocedure aangepast met als gevolg dat minder Plannen naar werk binnen 7 werkdagen zijn opgesteld. Daarom is deze KPI niet representatief voor de bedoelde cliëntgerichtheid. 6
Zo is bijvoorbeeld gebleken dat 1 intakegesprek regelmatig onvoldoende basis bood voor een effectief Plan naar werk. In deze gevallen is een tweede gesprek gepland, hierdoor is de termijn van 7 dagen vanzelfsprekend overschreden. In andere gevallen heeft de cliënt nog aanvullende informatie moeten verstrekken om tot een goed Plan naar werk te komen.
De uitstroom naar werk en scholing is 10% hoger dan de landelijke benchmark De uitstroom van cliënten naar werk en scholing ligt dit jaar 17% boven de landelijke benchmark. Ondanks dat de problematieken van cliënten steeds complexer worden, lukt het alsnog om een deel van de cliënten uiteindelijk richting werk of scholing te laten uitstromen. Het vergt wel meer van de begeleiding. Door de cliënt goed te leren kennen en de eigen motivatie centraal te stellen, blijken er toch stappen mogelijk.
Het aandeel duurzame uitstroom is minimaal gelijk aan het landelijk gemiddelde De doelgroep wordt steeds complexer. Door het regelmatig contact en door te vragen naar de vraag achter de vraag, wordt een goed beeld verkregen van onze cliënten en hun motivatie. Daardoor zijn wij in staat duurzame uitstroom te realiseren. Van de uitstroom is 96,1% duurzaam, dat wil zeggen dat maar 3,9% terugkeert. Dit ligt lager dan de landelijke benchmark die rond de 6,5% ligt.
Het aantal werkgevers in West-Friesland waar cliënten met loonkostensubsidie (LKS) zijn geplaatst is 10% hoger dan het voorgaande jaar Aan het begin van het jaar zijn meerdere contracten beëindigd. Dit effect hebben we in de loop van het jaar grotendeels weten te herstellen, waardoor we bijna weer op het niveau van eind 2024 zijn uitgekomen. Tegelijkertijd zien we dat er ook nieuwe werkgevers zijn die cliënten met LKS aannemen. Per saldo is het totaal aantal werkgevers echter licht gedaald. We hebben vooraf onderschat dat relatief veel werkgevers afscheid zouden nemen van medewerkers met LKS. We doen momenteel onderzoek naar de oorzaken hiervan. Een mogelijke verklaring is de onzekerheid over de economische vooruitzichten, waardoor werkgevers voorzichtiger zijn geworden in hun personeelsbeleid. Ook geven werkgevers aan dat de arbeidsmarktkrapte een keerzijde heeft; veel werkgevers hebben onvoldoende capaciteit om onze doelgroep goed te kunnen begeleiden. In onze werkgeversbenadering gaan we hier meer aandacht aan geven in de komende tijd.
7
Wat heeft het gekost?
* de Najaarsnota betreft de laatst vastgestelde gewijzigde begroting
Toelichting belangrijkste afwijkingen Wsw Medewerkers die vallen onder de cao Aan de slag of cao SW hebben een bruto bedrag ter compensatie van de nadelige belastingregels ontvangen. Het Rijk heeft hiervoor gecompenseerd doormiddel van een decentralisatie-uitkering. Deze is toegevoegd aan de Rijksbijdrage. De compensatie levert een voordeel op ten opzichte van de daadwerkelijke lasten. De gerealiseerde lasten voor Wsw-personeel zijn lager uitgevallen dan geraamd in de Najaarsnota. Dit verschil is het resultaat van een combinatie van factoren. Enerzijds is sprake van iets meer verloop dan waar rekening mee is gehouden in de berekening. Anderzijds is het effect van de caoontwikkeling per medewerker per saldo iets lager geweest.
8
Beschut werk Taakstelling In 2025 is 149 Fte Beschut werk gerealiseerd. De taakstelling Beschut werk 2025 is 157 Fte. Iedereen die een indicatie Beschut werk krijgt, Drechterland 7 Enkhuizen 14 wordt geplaatst. Dat vinden wij belangrijker dan het halen Hoorn 79 van de taakstelling. De taakstelling is voor ons geen doel op Koggenland 10 zich. In 2025 is een compensatie van 68% voor de Medemblik 26 loonkostensubsidie (LKS) verwerkt. Voor werknemers met Opmeer 6 een indicatie Beschut werk zal een forfaitaire LKS (vaste Stede Broec 15 vergoeding voor gemiste loonwaarde) worden ingevoerd. Totaal 157 Deze maatregel vergt een wetwijziging die naar verwachting in 2028 in werking zal treden. Vanaf dat moment wordt de forfaitaire LKS structureel ondergebracht in het BUIG-budget. Totdat dit is gerealiseerd worden de extra middelen toegevoegd aan de Rijksbijdrage. Het gaat hier in 2025 om een bedrag van € 410.128. Daarnaast blijven de middelen die het Rijk vanaf 2024 beschikbaar heeft gesteld voor het tekort op Beschut werk beschikbaar. Voor 2025 blijft dit bedrag € 330.000 conform Najaarsnota. De personeelskosten vallen lager uit dan geraamd in de Najaarsnota. Voor een deel is dit te verklaren doordat nieuwe beschut werkers in het laatste kwartaal later ingestroomd zijn dan in de prognose was meegenomen. Hierdoor zijn de salarislasten lager.
Deels komt dit doordat het effect van de cao-loonstijging lager is dan berekend, dit heeft er mee te maken dat de precieze verhoging in euro’s afhangt van in welke schaal/trede iemand zit. Deels heeft te maken met uitgekeerde bedrag van € 500 bruto, welke naar rato van het aantal contracturen werd uitbetaald. Dit bedrag is lager dan berekend. De loonkostensubsidie is gekoppeld aan de salarislasten en valt hierdoor ook lager uit dan geraamd. Overhead baten Toegevoegde waarde De toegevoegde waarde is het saldo van de omzet uit detachering en de leer-werkbedrijven minus de directe kosten van de omzet. De gemeenten zorgen voor een groot deel (52%) van de omzet. Het gaat om opdrachten die aansluiten op onze taakvelden en geschikt zijn voor de inzet van onze doelgroepen. Voorbeelden zijn de groenvoorziening, de schoonmaak en de post. De afspraken liggen vast in de bonus-malusregeling. Het normbedrag voor 2025 bedraagt € 3,8 miljoen. Het totale resultaat van € 901.000 is vanaf dit jaar berekend ten opzichte van de primitieve begroting en volgens de bonus-malusregeling uitgekeerd aan gemeenten naar rato van de realisatie tot en met het vierde kwartaal. Het voordeel betreft € 84.000 aan hogere baten en € 818.000 lagere lasten. 2024 Bonus Malus
Omvang normbedrag
2025
Realisatie t/m 4e kw.
Omvang normbedrag
Verschil
Realisatie t/m 4e kw.
Verschil
(bedragen × € 1.000,-)
Drechterland
338
644
306
352
601
Enkhuizen
313
328
15
324
293
-31
1.246
1.694
447
1.298
1.757
459
Hoorn
249
Koggenland
390
820
430
405
792
387
Medemblik
763
1.070
307
790
1.083
293
Opmeer
202
191
-11
209
228
19
Stede Broec
367
797
430
381
675
294
3.618
5.543
1.925
3.759
5.428
1.669
Totaal
Mutatie reserves De mutaties betreffen de toevoegingen en onttrekkingen aan de bestemmingsreserves reintegratiegelden, projectsubsidies en de nieuwgevormde reserve toekomstbestendige infrastructuur. Aan de reserve projectsubsidies is na ontvangst van de vaststellingsbeschikking de subsidie voor methodisch re-integreren van € 478.000 toegevoegd. De overige toevoegingen en onttrekkingen zijn gelijk aan de Najaarsnota.
9
10
Programma Inkomensregelingen Het programma inkomensregelingen bevat de inkomensvoorziening BUIG (Wet bundeling van uitkeringen inkomensvoorziening aan gemeenten), het Bbz (Besluit bijstandverlening zelfstandigen) en de activiteiten in het kader van de Tozo (Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers).
Wat heeft het gekost? Inkomensregelingen
Realisatie
Begroting
NJN *
Realisatie
t/m dec 2024 (bedragen × € 1.000,-)
Verschil
t/m dec 2025
(A)
(B)
(C)
(D)
Rijksbijdrage
58.149
55.528
60.598
60.598
0
Terugontvangsten
1.080
1.182
1.435
1.623
188
(E = D - C)
Baten
59.229
56.710
62.033
62.221
188
AB uitkeringslasten
-46.723
-44.240
-49.520
-49.280
241
IOAW uitkeringslasten
-1.419
-1.638
-1.245
-1.185
61
IOAZ uitkeringslasten
-221
-257
-302
-289
13
Loonkostensubsidie
-5.866
-5.782
-6.361
-6.631
-269 -23
Bbz levensonderhoud Lasten Resultaat BUIG BUIG
-738
-461
-717
-740
-54.967
-52.379
-58.146
-58.124
23
-4.262
-4.331
-3.887
-4.097
-211 -0
0
0
0
-0
Terugontvangsten
281
312
131
154
23
Baten
281
312
131
154
23
Kapitaalverstrekking
-134
-260
-128
-14
114
Onderzoekskosten
-23
-68
-30
-10
20
Lasten
-158
-327
-158
-24
134
Resultaat Bbz
-123
16
26
-130
-157
0
0
0
0
0
Terugontvangsten
356
280
372
339
-33
Baten
356
280
372
339
-33
Kapitaalverstrekking
-22
0
-20
-10
10
Bbz
Lasten
-22
0
-20
-10
10
Resultaat Tozo
-334
-280
-352
-329
23
0
0
0
0
0
5.123
5.323
5.323
5.323
-0 -0
Tozo Bijdrage gemeenten Baten
5.123
5.323
5.323
5.323
Directe kosten
-5.161
-5.323
-5.323
-5.323
0
Lasten
-5.161
-5.323
-5.323
-5.323
0
Overhead
-38
0
0
0
0
Onttrekking reserve
38
0
0
0
0
Toevoeging reserve
0
0
0
0
0
Mutaties reserve
38
0
0
0
0
Totaal Inkomensregelingen
0
0
-0
0
0
* de Najaarsnota betreft de laatst vastgestelde gewijzigde begroting
Toelichting belangrijkste afwijkingen BUIG baten Terugontvangsten De voorziening cliëntdebiteuren is opnieuw bepaald. De terugontvangsten zijn hoger dan bij de Najaarsnota ingeschat. Dit komt enerzijds doordat de werkelijke kasontvangsten hoger zijn dan geraamd (€ 353.000), mede doordat de terugontvangsten loonkostensubsidie ten onrechte niet als onderdeel van de BUIG waren meegenomen in de Najaarsnota, en doordat de mutatie in de voorziening groter is dan ingeschat in de Najaarsnota (€ 73.000). Dit wil zeggen dat het bedrag dat moet worden gereserveerd in de voorziening dus lager is dan bij de Najaarsnota werd ingeschat. Met name op de vorderingen boven de € 25.000 blijkt meer inbaar dan eerder werd ingeschat. 11
BUIG lasten Uitkeringslasten (Participatiewet, IOAW, IOAZ) en LKS De realisatie van uitkeringen algemene bijstand, IOAW, IOAZ en Bbz levensonderhoud kennen relatief kleine afwijkingen. Ze liggen in lijn met de prognoses van de Najaarsnota. Enkel bij de loonkostensubsidie zien we een stijging van de lasten ten opzichte van de Najaarsnota. In de laatste drie maanden van 2025 zien we ook een toename in de aantallen, welke de stijging verklaren. Resultaat BUIG Dit is het saldo van de totale baten BUIG en de totale lasten BUIG (dit zijn niet de uitvoeringslasten, maar de verstrekkingen bijstand). Gemeenten houden dit jaar 4,1 miljoen over op de Rijksbijdrage. Dit is in lijn met het beeld van de afgelopen drie jaar. Bbz Terugontvangsten Het verschil ten opzichte van de Najaarsnota komt door een vordering die na individuele beoordeling toch volledig inbaar blijkt. Hierdoor stijgen de terugontvangsten en daalt de voorziening. Kapitaalverstrekking Net als bij de Najaarsnota staat de teller op één definitief verstrekte bedrijfslening. Van de aanvragen die bij de Najaarsnota nog in het proces van beoordeling zaten, is er één aanvraag van ruim € 100.000 toegekend, maar nog niet uitgekeerd in 2025. Deze aanvraag is in afwachting van schuldenakkoord.
Tozo Terugontvangsten Het verschil ten opzichte van de Najaarsnota komt voor het grootste deel door een vordering die na individuele beoordeling toch volledig inbaar blijkt. Hierdoor stijgen de terugontvangsten en daalt de voorziening. De ontvangst op aflossingen en rente van verstrekte Tozo leningen is € 391.000. De baten op terugvorderingen van verleende steun Tozo levensonderhoud is € 67.000. In 2025 is meer aandacht besteed aan het versturen van aanmaningen. Hierdoor zien we een stijging van de terugontvangsten. De lasten Tozo zijn de opboekingen van verschuldigde rente.
12
Programma Plus, extra en overige taken In de gemeenschappelijke regeling staat wat WerkSaam doet voor de gemeenten. Naast basistaken kunnen gemeenten WerkSaam extra opdrachten geven. Dit kan door een bestaande taak te verstevigen of door het uitvoeren van een extra of een plustaak. Dit programma gaat over de extra opdrachten die WerkSaam op verzoek van en voor rekening van de (individuele) West-Friese gemeente(n) uitvoert.
Wat hebben we bereikt? Gemeenten kunnen WerkSaam extra opdrachten geven, dat staat in de gemeenschappelijke regeling. Over de invulling en verantwoording van een extra opdracht worden aparte afspraken gemaakt met de betreffende gemeente. Dit programma volstaat met een beschrijving van de in 2025 in uitvoering genomen extra opdrachten en de baten en lasten daarvan. Voor alle West-Friese gemeenten voerde WerkSaam de volgende extra opdrachten uit: • Debiteurenbeheer en terugvorderen van bijzondere bijstand. Als een gemeente het recht op bijzondere bijstand intrekt en er daarmee onterecht bijzondere bijstand is verstrekt, ontstaat er een terugvordering. WerkSaam voerde deze terugvordering uit. Vanaf 2025 is dit veranderd naar enkel de invordering. • Verstrekken van een aanvullende uitkering voor jongeren (bijzondere bijstand). Voor jongeren van 18, 19 of 20 jaar gelden lagere bijstandsnormen. Soms is een hogere uitkering nodig en kan er geen beroep worden gedaan op de ouders. Dan is het mogelijk om vanuit de bijzondere bijstand een toeslag te verstrekken. WerkSaam verstrekt deze. • Uitbetalen van de individuele studietoeslag. De gemeenten bepalen of inwoners recht hebben op deze studietoeslag. WerkSaam verzorgt uitsluitend de betaling (en eventueel de invordering). • Uitbetalen van de Tegemoetkoming alleenverdienersproblematiek.
De gemeenten bepalen of inwoners recht hebben op deze tegemoetkoming. WerkSaam verzorgt uitsluitend de betaling. • Uitvoering geven aan de Wet Inburgering 2021 in het Regionaal Inburgeringsteam (RIT). Met ingang van 1 januari 2022 is de Wet Inburgering 2021 ingegaan. Voor de uitvoering van deze wet werken gemeenten samen in het RIT. Nieuwkomers in West-Friesland krijgen een brede intake en vervolgens een passend scholingstraject binnen de gekozen leerroute. Dit wordt gecombineerd met maatschappelijke begeleiding en re-integratieactiviteiten zodat de nieuwkomers zo snel mogelijk hun weg vinden in Nederland. Voor individuele gemeenten voerde WerkSaam de volgende extra opdrachten uit: • Het opleggen en innen van boetes bijzondere bijstand (Koggenland, Opmeer, Medemblik, en vanaf 2025 ook voor gemeente Hoorn). • Het verstrekken van het maandelijkse leefgeld voor Ontheemde Oekraïners (SED-gemeenten, Medemblik) en het innen van de eigen bijdrage (Koggenland, Medemblik en Hoorn). WerkSaam betaalt het leefgeld uit dat de gemeente aan Oekraïners verstrekt vanuit de Regeling opvang ontheemden Oekraïners. Voor Oekraïners met een baan of eigen inkomsten innen we een bijdrage voor de kosten van hun opvang. • Het verzorgen van een inloopspreekuur (Enkhuizen).
13
Wat heeft het gekost? Programma Plus, extra en overige taken
Realisatie
Begroting
NJN *
Realisatie
t/m dec 2024 (bedragen × € 1.000,-)
Verschil
t/m dec 2025
(A)
(B)
(C)
(D)
Bijzondere bijstand i.h.k.v. Bbz
6
0
15
24
9
Ontvangsten bijzondere bijstand
250
248
220
247
28
Belaste bijzondere bijstand
481
371
528
440
-87
RooO
318
657
246
241
-5
Individuele studietoeslag
79
42
108
114
6
Boete bijzondere bijstand
1
2
1
0
-1
Tegemoetkoming alleenverdieners Baten
(E = D - C)
0
0
104
57
-47
1.136
1.320
1.221
1.123
-97
Bijzondere bijstand i.h.k.v. Bbz
-6
0
-15
-24
-9
Ontvangsten bijzondere bijstand
-250
-248
-220
-247
-28
Belaste bijzondere bijstand
-481
-371
-528
-440
87
RooO
-318
-657
-246
-241
5
Individuele studietoeslag
-79
-42
-108
-114
-6
Boete bijzondere bijstand
-1
-2
-1
-0
1
Tegemoetkoming alleenverdieners
0
0
-104
-57
47
-1.136
-1.320
-1.221
-1.123
97
0
0
0
0
0
582
842
783
764
-18 -18
Lasten Inkomensregelingen Wet inburgering uitvoeringskosten Baten
582
842
783
764
Wet inburgering uitvoeringskosten
-582
-842
-783
-764
18
Lasten
-582
-842
-783
-764
18
Wet inburgering
0
0
0
0
0
Bijdrage gemeente
53
50
68
64
-3 -3
Baten
53
50
68
64
Directe kosten
-53
-50
-68
-64
3
Lasten
-53
-50
-68
-64
3
Overhead
0
0
0
0
0
Totaal Plus, extra en overige taken
0
0
0
0
0
* de Najaarsnota betreft de laatst vastgestelde gewijzigde begroting
Toelichting belangrijkste afwijkingen Belaste bijzondere bijstand Vanuit de bijzondere bijstand wordt door WerkSaam een toeslag verstrekt aan jongeren van 18, 19 of 20 jaar die een hogere uitkering nodig hebben voor noodzakelijke uitwoning en geen beroep kunnen doen op de ouders. Een deel hiervan is loonheffing. In de laatste twee maanden van het jaar zien we hier een afname. Wet inburgering WerkSaam voert sinds 2022, in samenwerking met de West-Friese gemeenten, de Wet inburgering uit binnen het Regionaal Inburgeringsteam (RIT). De gemeenten zijn verantwoordelijk voor de wettelijke regie op de inburgering. WerkSaam verzorgt de brede intake en de begeleiding gedurende het inburgeringstraject. Gemeente Hoorn voert de brede intake en de begeleiding zelf uit. Het taalonderwijs en de participatieactiviteiten zijn regionaal aanbesteed bij externe aanbieders. WerkSaam vervult een regierol op de uitvoering en bewaakt de samenhang tussen taalontwikkeling, participatie en arbeidstoeleiding. De doelgroep Inburgeraars die vallen onder de Wet inburgering zijn asielstatushouders en gezins- en overige migranten. Het inburgeringstraject kent een duale aanpak, waarbij taalontwikkeling en participatie richting werk gelijktijdig wordt vormgegeven. De inburgeringscoach vervult daarbij ook de rol van arbeidscoach.
Hierdoor kan integraal worden gestuurd op voortgang, naleving van verplichtingen en perspectief op (duurzame) uitstroom naar werk. Waar directe uitstroom naar betaald werk nog niet mogelijk is, wordt ingezet op tussenstappen zoals vrijwilligerswerk, werkervaringsplekken of participatie. 14
Onderdeel van het inburgeringstraject is de Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP). WerkSaam verzorgt deze training gericht op arbeidsmarktoriëntatie, werknemersvaardigheden en kennis van de regionale arbeidsmarkt. Naast de trainingsbijeenkomsten (8 weken) dienen inburgeraars minimaal 40 uur praktijkervaring op te doen. Deze praktijkuren worden onder meer ingevuld binnen de leerwerkbedrijven van WerkSaam via een zogenoemde carrouselopzet, waarbij deelnemers kennismaken met verschillende werkvelden. In 2025 zijn 279 nieuwe inburgeraars ingestroomd. De instroom in 2025 laat een vergelijkbaar beeld zien als in 2024. Alle nieuw ingestroomde inburgeraars hebben een brede intake doorlopen, waarbij onder andere leerbaarheid, werkervaring en ontwikkelperspectief in kaart zijn gebracht. Op basis hiervan is een passende leerroute (B1-route, Z-route of Onderwijsroute) vastgesteld en vastgelegd in het Persoonlijk Plan Inburgering en Participatie (PIP). Instroom 2025 Gemeenten
Asielstatus Gezinshouder migrant
Drechterland
19
3
22
Enkhuizen
26
10
36
Koggenland
33
10
43
Medemblik
56
11
67
Opmeer
5
5
10
Stede Broec
20
10
30
159
49
208
Totaal Hoorn Totaal incl. Hoorn
Totaal
34
37
71
193
86
279
Daarnaast hebben de eerste inburgeraars hun inburgering behaald. In het afgelopen jaar hebben 78 inburgeraars hun inburgeringstraject succesvol afgerond. Verder zijn 49 inburgeringstrajecten voortijdig beëindigd, onder andere vanwege doorstroom naar regulier onderwijs of verhuizing buiten de regio van WerkSaam. In 2025 zijn 57 inburgeraars uitgestroomd uit de bijstandsuitkering. Deze uitstroom is het gevolg van uitstroom naar betaald werk of overgang naar een andere inkomensvoorziening, en draagt bij aan de financiële zelfredzaamheid van de doelgroep. De duale aanpak draagt bij aan een snellere oriëntatie op de arbeidsmarkt en een betere aansluiting tussen taalontwikkeling en werk. Inburgering 2025 DrechterlandEnkhuizen
Hoorn
Koggenland Medemblik
Opmeer
Stede Broec Totaal
RIT
66.128
92.061
113.349
102.084
187.669
40.173
82.572
684.036
MAP
3.567
6.178
13.342
7.249
10.988
1.865
5.260
48.449
Tolkkosten
3.616
5.122
-
5.484
10.486
2.591
4.580
31.879
73.311
103.362
114.817
209.142
44.629
92.412
764.364
Totaal
126.691
15
Programma Bedrijfsvoering Het hoofdstuk Bedrijfsvoering gaat over de kosten die samenhangen met de uitvoering van de programma’s Arbeid en Inkomen met inbegrip van de werkinfrastructuur die WerkSaam gebruikt voor de arbeidsontwikkeling van mensen.
Wat hebben we bereikt? Het ziekteverzuim is lager dan de benchmark voor zowel staf als SW en BW-medewerkers Het ziekteverzuim laat een licht dalende lijn zien. Daarmee is het ziekteverzuim nog steeds hoog: 9,3% (voorjaarsnota 9,7%) ten opzichte van het landelijke CBS-cijfer 6,3%. Het gaat veelal om verzuim met een oorzaak buiten het werk volgens onze bedrijfsarts en verzuimcoördinator. De griepgolf in januari en februari heeft niet geholpen om de cijfers te laten dalen en blijft invloed houden op het verzuimcijfer. De aanpak van het ziekteverzuim is dit jaar specifiek benoemd als één van onze jaardoelen. Het heeft dus onze constante aandacht. Er is in 2025 een begin gemaakt met de strategische Personeelsplanning. Wij verwachten dat dit in 2026 positief zal bijdragen aan het verlagen van het ziekteverzuim. De KPI voor het ziekteverzuim voor de Wsw en Beschut werk medewerkers is licht gestegen (voorjaarsnota 15,6%). Ook al doen we het nog steeds beter dan het landelijke beeld, het verzuim blijft hoog onder Wsw en Beschut werk medewerkers. Het ouder worden van de Wsw doelgroep met toenemende beperkingen is hier een belangrijke oorzaak van. Bij Beschut werk medewerkers speelt niet zo zeer leeftijd een rol, maar het is en blijft een kwetsbare groep door zowel lichamelijke als psychische belemmeringen.
De cliënttevredenheid is minimaal een 7,5 De KPI voor de cliënttevredenheid is helaas niet gehaald. Hoewel het gemiddelde cijfer nagenoeg gelijk is aan 2024 zien we toch verschuivingen bij de verschillende onderwerpen. Bij de analyse van de cliënttevredenheidsonderzoeken valt op dat met name de dienstverlening rondom de behandeling van de aanvraag hoger wordt gewaardeerd dan voorgaande jaren. Het indienen van de aanvraag is makkelijker geworden en dit wordt positief ervaren door de cliënt. Ook waarderen de cliënten de aanpak van coaches bij het opstellen van een plan naar werk. De werkzaamheden van de afdeling terugvordering worden laag gewaardeerd. Dit heeft te maken met ongelukkige communicatie rondom de aanpassing van het bankrekeningnummer. Naast dat cliënten wordt gevraagd om een cijfer te geven voor verschillende soorten dienstverlening is er ruimte voor toelichtende tekst. Deze toelichtingen worden gebruikt om onze dienstverlening verder te verbeteren.
16
Wat heeft het gekost? Bedrijfsvoering
Realisatie
Begroting
NJN *
Realisatie
t/m dec 2024 (bedragen × € 1.000,-)
Verschil
t/m dec 2025
(A)
(B)
(C)
(D)
(E = D - C)
2.964
3.319
3.319
3.319
0
LKS bij
14
0
0
6
6
Overige baten
52
0
183
65
-118 173
Netto bijdrage gemeenten
Ontvangen rente
314
50
0
173
Baten
3.344
3.369
3.502
3.563
61
Personeelskosten
-5.410
-5.979
-6.658
-5.720
938
Afschrijvingen
-880
-908
-884
-859
26
Vaste lasten en onderhoud activa
-929
-864
-745
-809
-63
Automatiseringslasten
-1.538
-1.504
-1.640
-1.757
-117
Overige bedrijfslasten
-1.154
-1.347
-1.269
-1.398
-128
Lasten
-9.911
-10.602
-11.197
-10.542
655
Totaal Bedrijfsvoering
-6.567
-7.233
-7.695
-6.979
716
Onttrekking reserve
791
170
170
170
0
Toevoeging reserve
0
0
0
0
0
Mutaties reserve
791
170
170
170
0
-5.776
-7.063
-7.525
-6.809
716
Totaal Bedrijfsvoering na mut. Res.
* de Najaarsnota betreft de laatst vastgestelde gewijzigde begroting
Toelichting belangrijkste afwijkingen Bedrijfsvoering baten Overige baten Richting het einde van het tweede kwartaal zagen we een daling van het rentepercentage. Deze is richting het einde van het jaar toch weer iets gestegen, waardoor de ontvangen rente hoger is dan begroot. Ook zijn er nog enkele voertuigen verkocht wat zorgt van een stijging van de overige baten. Bedrijfsvoering lasten Personeelskosten De personeelskosten bestaan uit salarissen en overige kosten voor personeel. Bij een aantal functies is iemand vertrokken en duurde het even voordat de functie opnieuw werd ingevuld. Daardoor zijn de kosten lager dan begroot. Ook geven we minder geld uit aan personeel dan verwacht. Dit komt vooral doordat er minder is uitgegeven aan studiekosten. Daarnaast is de ontvangen ziekengelduitkering van het UWV hoger dan vooraf was ingeschat. Hierdoor zijn de totale kosten lager. Tot slot hebben we subsidies ontvangen voor een deel van de salariskosten. Ook dit zorgt voor een financieel voordeel. Vaste lasten en onderhoud activa De stijging van de vaste lasten en onderhoud activa ten opzichte van de Najaarsnota is een optelling van veel kleine posten. De grootste stijging (€ 11.000) komt door hogere brandstofkosten dan begroot.
Automatiseringslasten De automatiseringslasten zijn toegenomen, onder andere door hogere kosten voor aanvullende en niet-standaard IT-diensten van SSC DeSom en stijging van externe consultancykosten in het laatste kwartaal. Overige bedrijfslasten De overige bedrijfslasten zijn bij de Najaarsnota teveel neerwaarts bijgesteld. De realisatie is dus iets hoger dan begroot, maar wel lager dan de Voorjaarsnota. Bij de Najaarsnota is het ontwikkelbudget niet gebruikt. Daardoor werden de kosten lager ingeschat. In werkelijkheid vallen de kosten toch iets hoger, dit komt vooral door hogere juridische kosten. Het andere verschil komt door veel kleine afwijkingen, bijvoorbeeld kosten voor klein materiaal. De overige bedrijfslasten bestaan namelijk uit veel verschillende kleine posten. 17
De paragrafen Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien In 2025 is € 173.000 aan rente ontvangen. Daarnaast werd € 3.000 dividend van Westfriese Hoveniers B.V. over 2024 ontvangen. Ook werd er € 58.000 aan boekresultaat over vaste activa ontvangen. Er is in 2025 geen bedrag voor onvoorzien uitgegeven.
Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing In deze paragraaf staat hoe WerkSaam financiële risico’s op kan vangen. Het gaat erom dat wij een buffer (= weerstandsvermogen) hebben, zodat wij onze plannen meerjarig zonder problemen kunnen uitvoeren. De algemene reserve wordt hiervoor als buffer gebruikt. De omvang van de buffer is afhankelijk van de risico’s die wij lopen. De algemene reserve mag maximaal 2,5% van de totale begroting bedragen (2,5% van € 108.272.000 = € 2.707.000). Dat staat in de Gemeenschappelijke regeling, artikel 31, lid 1. Een hoger weerstandsvermogen is mogelijk als dit uit de risicoanalyse blijkt. De maximale hoogte van de algemene reserve beweegt dus mee met de lasten. Een vrijval volgt als blijkt dat de algemene reserve structureel hoger is dan 2,5% van de lasten. Voorgesteld wordt om vanaf na de jaarrekening 2025 de algemene reserve enkel te berekenen over het deel waarover WerkSaam risico loopt. Dit betekent dat voor de berekening van de totale lasten de BUIG-lasten buiten beschouwing worden gelaten. Dit past binnen de bepalingen van de Gemeenschappelijke regeling en vraagt een besluit van het algemeen bestuur bij vaststelling van de jaarrekening 2025. Als we gaan kijken naar de realisatie dan mag de reserve 2,5% van € 106.345.000 = € 2.659.000 bedragen.
Dit bedrag is nog altijd hoger dan het saldo van de algemene reserve en dus hoeft er geen onttrekking gedaan te worden. Benodigd weerstandsvermogen Het benodigde weerstandsvermogen wordt uitgedrukt in een ratio. Deze ratio geeft de verhouding aan tussen de beschikbare en de benodigde weerstandscapaciteit. De benodigde weerstandscapaciteit is in onderstaande tabel opgenomen. De beschikbare weerstandscapaciteit is gelijk aan de stand van de algemene reserve plus een eventueel nog te bestemmen resultaat. Berekening t.b.v. het weerstandsvermogen Risico's (bedragen x € 1.000)
kans
impact
Benodigd weerstandsvermogen 2026
2027
2028
2029
Resultaat Leerwerk-bedrijven
40%
1.200
480
480
480
480
Wegvallen incidentele dekking
20%
1.496
299
299
299
299
Externe factoren
20%
1.000
200
200
200
200
Bijdrage GR en gemeentefonds
40%
527
211
211
211
211
Rijksuitkering Wsw
40%
235
94
94
94
94
1.284
1.284
1.284
1.284
Beschikbaar weerstandsvermogen Het beschikbare weerstandsvermogen eind 2025 en de ratio zien er als volgt uit: Weerstandscapaciteit ultimo 2025 (bedragen x € 1.000) Stand algemene reserve
2.244
Beschikbare weerstandscapaciteit
2.244
Benodigde weerstandcapaciteit
1.284
Ratio
1,75
18
De weerstandsratio voldoet aan de in de Nota reserves en voorzieningen vastgestelde minimale ratio van 1,0. De algemene reserve is ruim voldoende om het risicobedrag af te dekken. Risico’s WerkSaam Resultaat Leer-werkbedrijven Het resultaat van de leer-werkbedrijven staat onder druk door een combinatie van twee ontwikkelingen. In de eerste plaats nemen de hoogrenderende gemeentelijke opdrachten af, doordat gemeenten toewerken naar het verstrekken van opdrachten tot de maximale norm. Twee van de zeven gemeenten zitten inmiddels op deze norm en een derde gemeente streeft ernaar dit niveau te bereiken. Hierdoor neemt het risico toe dat in de toekomst minder opdrachten beschikbaar zijn, die aansluiten op onze taakvelden en moeilijk elders te vervangen zijn. Daarnaast verandert de samenstelling van het personeelsbestand. Het aantal SW-medewerkers neemt af, terwijl het aantal BW-medewerkers toeneemt. Deze verschuiving leidt ertoe dat relatief meer medewerkers worden ingezet binnen minder renderende leer-werkbedrijven, dat een drukkend effect heeft op het totale resultaat. Als gevolg van deze ontwikkelingen is de potentiële impact bepaald op € 1.200.000. In 2025 is dit bedrag nog ruim boven de norm aan gemeentelijke opdrachten gerealiseerd. Het risico wordt daarom als gemiddeld (40%) ingeschat.
Risico wegvallen incidentele dekking WerkSaam financiert een deel van de personeelskosten uit incidentele middelen, zoals detachering van medewerkers, plustaken of extra inzet van bestemmingsreserves. Het risico bestaat dat bij het wegvallen van deze middelen de loonkosten tijdelijk doorbetaald moeten worden. Dit risico wordt actief gemonitord en er is voldoende flexibiliteit in het personeelsbestand. Als risicobedrag wordt de totale incidentele dekking opgenomen. Een groot deel van de incidentele dekking betreft de plustaken, hiervan is de verwachting dat dit aantal de komende jaren redelijk stabiel blijft. Het risico dat de incidentele dekking wegvalt, schatten wij daarom laag in (20%).
Bijdrage GR sluit niet aan op de ontwikkeling van het gemeentefonds De bijdrage aan WerkSaam uit de participatiegelden van het gemeentefonds voor de dekking van de apparaatskosten is 90%. Gemeenten ontvangen via het gemeentefonds een bijdrage voor de begeleiding van mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. Het aantal mensen dat begeleid wordt neemt steeds verder toe. Naast de begeleiding op de werkvoer vinden diverse administratieve werkzaamheden plaats zoals het uitvoeren van de loonwaardemeting. Daar staat niet de volledige rijksvergoeding tegenover. De inschatting is gebaseerd op de 10% begeleidingsgelden, die niet worden doorbetaald aan WerkSaam (€ 527.000). De kans dat dit risico zich voor gaat doen schatten wij gemiddeld (40%). Aanpassing Rijksuitkering Wsw Er ontstaat een subsidievoordeel op de Wsw. De rijksvergoeding is hoger dan de personeelskosten. Dit is naar verwachting een tijdelijk voordeel omdat het Rijk mogelijk het macrobudget voor de Wsw naar beneden bij gaat stellen. Deze is nog gebaseerd op de verwachte uitstroom 10 jaar geleden. In werkelijkheid dalen de aantallen Wsw sneller dan verwacht. Het risico schatten wij gemiddeld (40%). Met een subsidieresultaat van € 235.000 is het risicobedrag € 94.000.
Externe factoren De COVID‑19-pandemie heeft laten zien dat externe factoren, zoals overheidsingrijpen of politieke instabiliteit, grote invloed kunnen hebben op de bedrijfsvoering. Ook de recente val van het kabinet in 2025 en de daaropvolgende Tweede Kamerverkiezingen kunnen gevolgen hebben voor beleidscontinuïteit, financiering en besluitvorming binnen het sociaal ontwikkelbedrijf. Dit kan bijvoorbeeld leiden tot vertraging van subsidies, uitstel van wet- en regelgeving of wijziging van prioriteiten bij opdrachtgevers, waardoor projecten niet tijdig kunnen worden uitgevoerd en planning, personeel en financiële continuïteit onder druk komen te staan.
19
Daarnaast neemt de dreiging van cyberaanvallen op gemeenten en gemeenschappelijke regelingen toe. Vooral gijzelsoftware en dataversleuteling vormen een substantieel risico. Indien een aanval plaatsvindt, kunnen aanzienlijke kosten ontstaan voor herstel en continuïteit. Het benodigd weerstandsvermogen wordt ingeschat op gemiddeld € 1.200.000, bij een kans van circa 20%. Aansprakelijkheid deelnemende gemeenten en continuïteit bedrijfsvoering De deelnemende gemeenten staan garant voor alle financiële verplichtingen van WerkSaam. Zij moeten zorgen voor voldoende financiële middelen. Dit staat in artikel 33 van de Gemeenschappelijke regeling WerkSaam Westfriesland. Dit houdt tegelijkertijd in dat er geen sprake is van een serieuze bedreiging van de continuïteit. De provincie Noord-Holland let er als financieel toezichthouder op dat er sprake is van een meerjarig sluitende begroting. Dit borgt op middellange termijn de continuïteit. Onze toezichthouder geeft aan dat in de begroting van 2026 het structureel evenwicht ontbreekt. In de kadernota 2027 is zichtbaar dat dit evenwicht zich vanaf begrotingsjaar 2029 herstelt. Kengetallen BBV Met de kengetallen geven we inzicht in de financiële positie van WerkSaam. Kengetallen BBV Netto schuldquote
2025
2024
Zonder correctie doorgeleende gelden
-3%
-2%
Met correctie doorgeleende gelden
-3%
-2%
Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte
45%
46%
2%
1%
De netto schuldquote geeft aan in hoeverre WerkSaam rentelasten en aflossingen kan betalen. Omdat WerkSaam geen rentelasten of aflossingen heeft, is het percentage negatief. De solvabiliteitsratio geeft inzicht in hoeverre WerkSaam in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe financieel gezonder de organisatie. De uitkomst van 45% geeft aan dat WerkSaam financieel gezond is. De structurele exploitatieruimte geeft aan dat deze nihil is.
20
Beleidsindicatoren Beleidsindicatoren Taakveld 0. Bestuur en ondersteuning 0. Bestuur en ondersteuning 0. Bestuur en ondersteuning 0. Bestuur en ondersteuning 0. Bestuur en ondersteuning
Naam indicator
Eenheid
Bron
Formatie
Fte per 1.000 inwoners
Eigen gegevens
1,16
Bezetting
Fte per 1.000 inwoners
Eigen gegevens
1,16
Apparaatskosten
Kosten per inwoner
Eigen begroting
112,46
Externe inhuur
Kosten als % van totale loonsom + totale kosten inhuur externen
Eigen begroting
1,4%
Overhead
% van totale lasten
Eigen begroting
9,9%
Aantal per 1.000 inwoners in de leeftijd 15 – 64 jaar
LISA
686,7
850,2
% kinderen tot 18 jaar
Verwey Jonker Instituut – Kinderen in Tel
4,1
6,0
6. Sociaal domein Netto arbeidsparticipatie
% van de werkzame beroepsbevolking ten opzichte van de beroepsbevolking
CBS
73,6
73,2
6. Sociaal domein Werkloze jongeren
% 16 t/m 22 jarigen
Verwey Jonker Instituut – Kinderen in Tel
1,4
2,0
Aantal per 10.000 inwoners
CBS
216,3
344,0
Aantal per 10.000 inwoners van 15 – 64 jaar
CBS
400,9
203,1
6. Sociaal domein Banen 6. Sociaal domein
Kinderen in uitkeringsgezin
Personen met een bijstandsuitkering Lopende re6. Sociaal domein integratievoorzieningen
6. Sociaal domein
WerkSaam
NL
21
Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen In deze paragraaf informeren wij u over ons bedrijfspand, Dampten 26 in Hoorn. Dit bedrijfspand is het enige onroerend goed in eigendom van WerkSaam. Het integraal huisvestingsplan is uitgevoerd in de periode van 2021 tot en met 2023. Daarin is al het onderhoud inclusief achterstallig onderhoud meegenomen. In 2025 is de noodverlichting vervangen volgens het meerjarenonderhoudsplan (MJOP). Er hebben verder geen aanpassingen meer plaatsgevonden aan ons bedrijfspand. WerkSaam reserveert middelen voor het onderhoud van het pand. De hoogte van de reservering is gebaseerd op een MJOP. Zo zorgen we ervoor dat er voldoende budget beschikbaar is voor groot onderhoud en dat deze kosten niet enkel ten laste komen van het jaar waarin het onderhoud wordt uitgevoerd. Eind 2023 is het MJOP geactualiseerd. Jaarlijks vindt een beoordeling plaats of er een aanpassing moet plaatsvinden van het MJOP. Een aanpassing is nodig als blijkt dat bijvoorbeeld de prijzen voor het onderhoud sneller stijgen dan de in het MJOP gehanteerde index of als onderhoud niet in het geplande jaar wordt uitgevoerd. Deze ontwikkelingen hebben zich in 2025 niet voorgedaan.
22
Paragraaf financiering Deze paragraaf gaat over de financiering van WerkSaam. We willen financieel geen risico’s lopen. Het gaat hierbij over vragen als: ‘Wordt er te veel geleend?’ en ‘Kan WerkSaam op korte en op lange termijn alle facturen, salarissen en uitkeringen blijven betalen?’. Kasgeld De kasgeldlimiet voor WerkSaam in 2025 was € 5,8 miljoen, verdeeld in een kredietlimiet van € 1 miljoen en een intradaglimiet van € 4,8 miljoen. Dit is al enkele jaren ongewijzigd. WerkSaam heeft geen kortlopende leningen afgesloten en genoeg eigen geld om aan verplichtingen te voldoen. WerkSaam hanteert geen renteomslag omdat wij geen rentekosten hebben. Vaste geldleningen WerkSaam heeft geen vaste geldleningen. Er is daarom geen risico. Financiering van de investeringsuitgaven In 2025 zijn alle investeringen met eigen middelen gefinancierd. Ontvangen rente In 2025 is er € 173.000 aan rentebaten gerealiseerd. Deze rente is verkregen over het saldo schatkistbankieren. Overzicht EMU-saldo De uitkomst betekent in EMU-termen dat de uitgaven € 3.220.000 lager zijn dan de inkomsten.
23
Paragraaf bedrijfsvoering In deze paragraaf geven wij inzicht in belangrijke bedrijfsvoering zaken. Kwaliteit dienstverlening Door een aantal ontwikkelingen zoals het sluiten van de toegang tot de Wsw en de groei van het aantal medewerkers Beschut werk, stijgen de kosten en dalen op termijn de inkomsten van de leer-werkbedrijven. Bij gelijkblijvende financiering vanuit het Rijk en ongewijzigd beleid vanuit WerkSaam kan hierdoor ongeveer vanaf 2028 een tekort ontstaan. WerkSaam is het project ‘WerkSaam 2028’ gestart om te kijken wat WerkSaam zelf kan doen om dit tekort te beperken. Een aantal oplossingen is al in 2023 geïmplementeerd. Daarnaast heeft het Rijk vanaf 2024 extra geld beschikbaar gesteld voor de tekorten van Beschut werk. Verder is bekend gemaakt dat in de meicirculaire 2025 een drietal geldstromen voor het behoud van de infrastructuur van sociaal ontwikkelbedrijven zijn opgenomen. Dit betreft het impulsbudget, een infrastructurele opslag en een compensatie voor het wegvallende lage inkomensvoordeel (LIV). De tekorten zullen zich daardoor naar verwachting later voordoen dan eerder verwacht.
Samen met het vormen van de reserve toekomstbestendige infrastructuur geeft dit ons de tijd om te werken aan inclusief werkgeverschap in de regio en de leer-werkbedrijven zo in te richten dat er ook in de toekomst een beschutte werkplek beschikbaar is voor iedereen, die dat nodig heeft. WerkSaam gaat het project WerkSaam 2028’’ evalueren met de tot op heden opgedane ervaringen. Personeel Wij hebben gesubsidieerde (Wsw-medewerkers en beschut werkers) en niet-gesubsidieerde medewerkers (staf: 254 Fte). In totaal is WerkSaam verantwoordelijk voor 263 Fte Wswmedewerkers en 142 Fte Beschut werkers. Een deel van de Wsw-medewerkers, begeleid werkers, (32 Fte) en beschut werkers (19 Fte) is in dienst bij externe werkgevers. WerkSaam blijft ook voor deze extern geplaatste medewerkers verantwoordelijk voor de begeleiding en eventueel herplaatsing als het werken bij de externe werkgever niet meer lukt. WerkSaam heeft 4 Fte werknemers zelf in dienst genomen met loonkostensubsidie.
Technologische innovaties en datagedreven werken WerkSaam heeft samen met haar leveranciers slimme apps ontwikkeld voor cliënten, arbeidscoaches, inburgeraars en binnenkort ook voor inkomensconsulenten. WerkSaam is hiermee op verzoek van onder andere de VNG het land doorgetrokken om presentaties te geven over de toepassing van AI in ons werkveld. In 2025 was deze toepassing nog 24
in de testfase. Nadat randvoorwaarden zijn vastgesteld zullen we vanaf 2026 gefaseerd AI gaan toepassen. Daarnaast heeft WerkSaam samen met de leverancier meegedaan aan een pilot om de software die wij gebruiken voor “Werk en Inkomen” naar een hoger plan te tillen. In 2025 is veel getest en begin 2026 wordt iSamenleving uitgerold. Dit zorgt voor betere toegang en overzichtelijke informatie voor de cliënt en coach. Dit wordt onder andere bereikt door het kunnen registreren van 17 leefgebieden. Hierbij kan worden gedacht aan: financiën, verslaving, lichamelijke aandachtspunten, psychosociale aandachtpunten en basisvaardigheden. Frauderisico, misbruik en oneigenlijk gebruik Binnen WerkSaam is een frauderisicoanalyse beschikbaar. Van deze frauderisicoanalyse wordt jaarlijks een update gemaakt. Ten opzichte van 2024 zijn geen nieuwe frauderisico’s geïdentificeerd. Per frauderisico is een inventarisatie gemaakt van de interne beheersingsmaatregelen, zowel van de bestaande beheersingsmaatregelen als van aanvullende maatregelen. Deze beheersingsmaatregelen worden getoetst door de interne controle. Uit de interne controle komen geen vermoedens van fraude. WerkSaam heeft nog geen overkoepelend beleid op het gebied van misbruik en oneigenlijk gebruik (M&O). Het M&O-beleid is geïntegreerd in afzonderlijke processen.
De frauderisicoanalyse maakt dit per proces inzichtelijk en toont welke beheersmaatregelen zijn getroffen. Er zijn in 2025 geen indicaties van misbruik of oneigenlijk gebruik. Wijziging organisatiestructuur In 2025 is verder invulling gegeven aan de nieuwe organisatiestructuur, die de cliënt en de kwaliteit van de dienstverlening centraal stelt. Een evaluatie heeft opgeleverd dat het tactisch overleg (TO) is uitgebreid van vier naar zes clustermanagers. Daarnaast is de directiefunctie in de loop van 2025 ingevuld door één directeur in plaats van door twee. Rechtmatigheidsverantwoording De rechtmatigheidsfouten en -onduidelijkheden zijn met € 18.114 ruim onder de geldende rapportagegrens van 0,2% van de totale lasten (€ 212.600). Er is daarom geen nadere toelichting opgenomen.
25
Openbaarheidsparagraaf Wet open overheid (Woo) De Woo is op 1 mei 2022 in werking getreden. Met de komst van de Woo vervalt de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). Het grote verschil met de Wob is dat de Woo overheden verplicht om een groot aantal documenten actief, dus uit eigen beweging, openbaar te maken. De eerste tranche van de Woo is ingegaan op 1 november 2024. WerkSaam maakt conform de Woo en het ambitieniveau 2 alle gegevens openbaar, die in deze tranche verplicht worden gesteld. We lopen daarin zelfs iets voor; er zijn ook al enkele acties uit de tweede en derde tranche opgepakt. De invoering van de tweede tranche is uitgesteld. Naar verwachting volgt hierover eind 2026 meer duidelijkheid. Tot en met 2025 is er onder andere het volgende gerealiseerd:
•
De anonimiseringstool (een applicatie die persoonsgegevens afschermt) binnen WerkSaam is bruikbaar en documenten worden hiermee privacybestendig gemaakt.
• •
Er is een nieuwe Woo-contactpersoon ingesteld.
• • • • • •
Bestaande convenanten zijn geïnventariseerd, geanonimiseerd en gepubliceerd.
Verplichte informatiecategorieën zijn opgenomen in de Woo-index (denk aan wet- en regelgeving). Interne informatiebijeenkomst is georganiseerd over informatiehuishouding conform de Woo. Proces Woo-verzoek onderhoudsplichtige (OHP) is vormgegeven. Procedure afhandeling Woo-verzoek OHP en concept verzoek betrokkene zijn gereed. Het Woo-formulier en de contactgegevens zijn op de nieuwe website geplaatst. In 2025 zijn geen Woo verzoeken ontvangen.
26
Paragraaf verbonden partijen Verbonden partijen zijn rechtspersonen waarin WerkSaam een bestuurlijk én een financieel belang heeft. Bijvoorbeeld door een plaats in het bestuur of het hebben van stemrecht. De verbonden partijen helpen WerkSaam om haar eigen doelen te realiseren. WerkSaam heeft nog één verbonden partij, de Westfriese Hoveniers B.V. Deze partij stelt WerkSaam in staat om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt bij een reguliere werkgever te plaatsen. Westfriese Hoveniers B.V. WerkSaam is voor 50% eigenaar van Westfriese Hoveniers B.V. Deze partij biedt groenvoorzieningswerkzaamheden aan en onderhoudt bedrijfsgroen voor diverse organisaties, bedrijven en gemeenten. Westfriese Hoveniers B.V. Vestigingsplaats: Waarland Financiële gegevens
Doel : Plaatsen van mensen in de arbeidsmarkt 31-12-2025
31-12-2024
Eigen vermogen
246
188
Vreemd vermogen
504
388
64
6
Resultaat
27
28
Jaarrekening
29
Balans per 31 december 2025 Balans - Activa (Bedragen x € 1.000)
Balans - Passiva (Bedragen x € 1.000)
31-12-2025 Vaste activa Materiële vaste activa -Investeringen met een economisch nut
31-12-2024 Vaste passiva Eigen vermogen -Algemene reserve -Bestemmingsreserves -Gerealiseerd resultaat
31-12-2025
31-12-2024
2.244 7.062 1.264 10.570
2.244 5.814 1.875 9.934
249 666 67 308 1.290
189 630 67 0 886
8.731
9.152
9 9
9 9
8.740
9.161
Totaal vaste passiva
11.861
10.820
7.017
5.362
Vlottende passiva Netto vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar. -Overige schulden
10.260
9.370
4.544 426 2.048 14.034
4.058 711 1.947 12.078
10.260
9.370
470
681
644
743
0 55 55
0 69 69
415
373
Totaal vlottende activa
14.504
12.520
Totaal activa
23.244
21.682
Financiële vaste activa Kapitaalverstrekkingen aan: -Deelnemingen
Totaal vaste activa
Vlottende activa Uitzettingen met rentetypische looptijd korter dan één jaar -Uitzettingen in Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar -Debiteuren clienten -Vorderingen op openbare lichamen -Overige vorderingen
Liquide middelen -Kassaldi -Bank- en girosaldi
Overlopende activa -Overige nog te ontvangen bedragen en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen
Voorzieningen -Onderhoudsegalisatie voorziening -Voorziening spaarverlof -Voorziening 3e WW jaar -Voorziening RVU
Overlopende passiva -Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen -De van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren - Overige Nederlandse overheidslichamen -Overige vooruitontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen
9
69
1.123
1.492
Totaal vlottende passiva
11.383
10.862
Totaal passiva
23.244
21.682
30
Overzicht van baten en lasten Financiële rapportage
Realisatie
Begroting
NJN *
Realisatie
t/m dec 2024
(bedragen × €1.000,-)
Verschil
t/m dec 2025
(A )
(B )
(C)
(D)
(E = D - C)
Baten
37.518
35.772
40.329
39.862
-467
Lasten Totaal Arbeid
-29.328
-28.400
-31.357
-30.371
986
8.190
7.372
8.972
9.491
519
Baten
60.269
58.029
63.647
63.480
-167
Lasten
-60.308
-58.029
-63.647
-63.480
167
-38
0
0
0
0
Baten
1.770
2.212
2.071
1.952
-119
Lasten
-1.770
-2.212
-2.071
-1.952
119
0
0
0
0
0
3.344
3.369
3.502
3.563
61
Lasten
-9.911
-10.602
-11.197
-10.542
655
Totaal Bedrijfsvoering
-6.567
-7.233
-7.695
-6.979
716
Totaal Inkomensregelingen
Totaal Plus extra en overige taken Baten
Gerealiseerd totaal van baten en lasten
1.585
139
1.277
2.512
1.234
Toevoeging Reserve Arbeid
-2.275
-904
-1.234
-1.713
-478
Onttrekking Reserve Arbeid
1.736
595
295
295
0
Toevoeging Reserve Inkomensregelingen
0
0
0
0
0
Onttrekking Reserve Inkomensregelingen
38
0
0
0
0
Toevoeging Reserves Bedrijfsvoering
0
0
0
0
0
Onttrekking Reserves Bedrijfsvoering
791
170
170
170
0
Totaal mutaties reserves
290
-139
-770
-1.248
-478
Gerealiseerd resulaat
1.875
0
507
1.264
756
Financiële rapportage
Realisatie
Begroting
NJN *
Realisatie
t/m dec 2024 (bedragen × €1.000,-)
Verschil
t/m dec 2025
(A )
(B )
(C)
(D)
Baten programma's
102.901
99.383
109.549
108.857
-692
Lasten programma's Gerealiseerd totaal van baten en lasten
-101.316 1.585
-99.244 139
-108.272 1.277
-106.345 2.512
1.927 1.234
Toevoeging Reserves
-2.275
-904
-1.234
-1.713
-478
Onttrekking Reserves
2.565
765
465
465
0
Totaal mutaties reserves
290 1.875
-139 -0
-770 507
-1.248 1.264
-478 756
Gerealiseerd resulaat
(E = D - C)
* de Najaarsnota betreft de laatst vastgestelde gewijzigde begroting.
Toelichting op het overzicht van baten en lasten Het gerealiseerde resultaat is € 1.264.000. Ten opzichte van de najaarsnota is het resultaat €757.000 hoger. De belangrijkste wijzigingen worden hieronder toegelicht. • De rijksbijdrage WSW en BW is met €349.000 hoger dan verwacht naar aanleiding van DU Ik Verdien Het Ook. • . De personeelslasten SGO zijn € 938.000 lager dan waar in de NJN rekening mee is gehouden als gevolg van vertraging in de invulling vacatures, lagere studiekosten, hogere ziekengelduitkeringen, nuanceringen in cao effecten. • Het effect van de cao ontwikkeling per medewerker is per saldo lager en door hoger verloop zijn de personeelslasten WSW lager met €204.000 • Personeelskosten BW zijn €109.000 lager ten opzichte van de NJN. • De toegevoegde waarde is €574.000 lager dan de NJN. In de NJN was namelijk nog geen rekening gehouden met korting achteraf in de vorm van de bonus-malus regeling van gemeenten. In de jaarrekening is het effect hiervan verwerkt in de baten. • Werksaam heeft €478.00 ontvangen voor de subsidie methodisch re-integreren. Deze subsidie is toegevoegd aan de reserve Arbeid. • Daarnaast zijn een aantal posten hoger uitgevallen zoals de automatiseringslasten met €117.000. Bij DeSom zijn extra diensten afgenomen. Aan overige lasten is er €211 meer besteed. 31
•
Er is €55.000 meer ontvangen aan rente en €6.000 meer uit de verkoop van voertuigen.
Er zijn wijzigingen geweest in bovenstaande tabel ten opzichte van de originele Najaarsnota. Voor de vergelijking met de jaarrekening zijn daarom de cijfers van de Najaarsnota aangepast op de volgende punten: • In de Najaarsnota zijn de baten en de lasten € 3.451.000 te laag opgenomen in de totaaltabel, doordat de toegevoegde waarde per saldo (netto) is verantwoord in plaats van bruto. In bovenstaande totaaltabel is de toegevoegde waarde alsnog bruto verantwoord. • In de Najaarsnota zijn de baten en de lasten in programma inkomensregelingen te hoog verantwoord voor een bedrag van € 4.212.000. De resultaten BUIG, Bbz en Tozo zijn in de Najaarsnota verantwoord onder de lasten. In bovenstaande tabel zijn de resultaten in mindering gebracht op de baten. De analyse van de afwijkingen tussen de Najaarsnota en realisatie is opgenomen in het jaarverslag. De analyse is opgenomen per programma in de programmaverantwoording en deze analyse maakt onderdeel uit van de jaarrekening.
32
Incidentele baten en lasten In onderstaande tabel geven we inzicht in de incidentele baten en lasten die zijn verwerkt in de jaarrekening 2025. Incidentele baten en lasten binnen de programma's Omschrijving Programma Arbeid
(Bedragen x € 1.000)
Lasten
DU Ik verdien het ook
Baten
Saldo
376
Mutatie best.reserve re-integratiegelden Mutatie best.reserve proj. Subsidies
376
0
208
-208
478
Mutatie best.reserves toekomstbest. Infrastructuur
87
1.234
391 1.234
Programma Bedrijfsvoering Onttrekking best.res.Verlofrisico Totaal IBL alle programma's
2.088
22
-22
693
1.395
In onderstaande tabel geven we inzicht in het structureel exploitatieresultaat 2025. Dat bestaat uit het resultaat na reservemutaties, gecorrigeerd voor het saldo van de incidentele baten en lasten uit bovenstaande tabel. Structureel exploitatie saldo (bedragen x € 1.000) Saldo baten en lasten
2025 2.512
Toevoegingen en onttrekkingen reserve
-1.248
Exploitatiesaldo na bestemming
1.264
Waarvan incidentele basten en lasten (saldo)
1.395
Structureel exploitatiesaldo
2.659
Structurele toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves (bedragen x € 1.000) Onttrekking aan reserve huisvesting (ter dekking van kapitaallasten)
2025 148
Structurele toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves
148
Indeling naar taakvelden Om informatie landelijk te kunnen vergelijken en samen te voegen zijn verplichte taakvelden voorgeschreven. De taakvelden zijn binnen WerkSaam gekoppeld aan de programma-indeling. Taakveld
Baten
Lasten
Saldo
0.4 Overhead
13.748
0.5 Treasury
173
-
0.10 Mutatie reserves
465
1.713
24.726
0.11 Resultaat van baten en lasten 6.1 Samenkracht en burgerparticipatie
-10.978 173 -1.248 -1.264
764
764