CConstaterende datDrechterland
Koppel je AI →
Document · PDF

2.b Concept Programmabegroting 2025 Recreatieschap

Gemeenteraad 1 juli 2024, gemeente DrechterlandBij agendapunt: Zienswijze jaarrekeningen en begrotingen GR’en (2024-32)9.945 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Recreatieschap Westfriesland Begroting 2025

Voor behandeling in de vergadering van het algemeen bestuur van 10 juli 2024

2

Inhoudsopgave

Inleiding .............................................................................................................................................................. 3 Uitgangspunten .................................................................................................................................................. 3 Leeswijzer ........................................................................................................................................................... 4 Beleidsbegroting .............................................................................................................................................. 5 Missie en visie en taken ...................................................................................................................................... 5 Algemeen ............................................................................................................................................................ 6 Programmaplan .................................................................................................................................................. 7 Programma 1 - Recreatieterreinen.................................................................................................................

7 Programma 2 - Recreatieve netwerken ......................................................................................................... 9 Programma 3 - Algemeen beheer en beleid ................................................................................................ 11 Programma 4 - Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien....................................................................... 13 Wat mag het kosten? ................................................................................................................................... 15 Paragrafen ........................................................................................................................................................ 17 Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing ................................................................................. 17 Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen ...................................................................................................... 21 Paragraaf Financiering .................................................................................................................................. 21 Paragraaf Bedrijfsvoering .............................................................................................................................

23 Financiële begroting ....................................................................................................................................... 24 Uitgangspunten bij de begroting ...................................................................................................................... 24 Overzicht van baten en lasten en de toelichting .............................................................................................. 25 Uiteenzetting financiële positie en de toelichting ............................................................................................ 26 Meerjarenraming .............................................................................................................................................. 29 Geprognosticeerde begin- en eindbalans 2025 ................................................................................................ 30

Bijlagen • Verwachte investeringen • Stand en verloop reserves en voorzieningen • Overzicht baten en lasten per taakveld • Meerjarig geprognosticeerde balans • Recreatieschap in cijfers en kaarten

2

3

Aan de leden van het algemeen bestuur van het Recreatieschap Westfriesland Bovenkarspel, 20 maart 2024 Onderwerp: Aanbieding Begroting 2025

Geachte leden van het algemeen bestuur,

Inleiding Met trots bieden wij u hierbij de Begroting 2025 en de Meerjarenraming 2026-2028 aan. In 2025 zal het Recreatieschap doen wat het al vijftig jaar doet: zich inzetten voor de recreatie in Westfriesland. Dat doen wij op twee manieren. De eerste is het beheren en onderhouden van de recreatieterreinen en voorzieningen. Binnen deze taak liggen de uitdagingen enerzijds in de beheeropgave zelf. In vijftig jaar is die fors veranderd; thema’s als biodiversiteit en klimaatadaptatie maar ook steeds meer wet- en regelgeving maken dat de wijze van beheer moet mee veranderen. Maar we zien ook een recreant die steeds meer wensen heeft en nieuwe vormen van recreatie ontdekt. En steeds meer mensen recreëren steeds vaker. Dit brengt ons bij de tweede taak: het opstellen én uitvoeren van het recreatiebeleid. In 2024 wordt hard gewerkt aan een nieuwe recreatievisie. Wij gaan ervan uit in 2025 een nieuwe visie te hebben. Deze visie moet een antwoord geven op de grote uitdaging die onze regio op zich af ziet komen op het gebied van natuur en recreatie. De natuur- en recreatiegebieden staan onder druk terwijl er meer dan ooit behoefte aan is. En die druk en behoefte zullen alleen maar toenemen door inwonersgroei. Tegelijkertijd zijn er tal van ander functies die aanspraak maken op de beperkte ruimte in de regio. Dit vraagt om slimme combinaties maar ook om het maken van keuzes.

De visie moet de vraag beantwoorden hoe er voor nu én voor de toekomst voldoende natuur en recreatie is voor de bewoners van en bezoekers aan de regio. Pas als er een visie is vastgesteld en er is besloten over de uitvoering kunnen de financiële gevolgen bepaald worden. Omdat wij beseffen dat er op dit punt grote uitdagingen liggen bij de gemeenten zullen de financiële gevolgen onderdeel zijn van het proces dat wij ingaan om tot een nieuwe visie te komen.

Uitgangspunten Naast de Kadernota 2025 is de Begroting 2025 opgesteld op basis van de algemene financiële uitgangspunten die door de Regietafel Gemeenschappelijke Regelingen Noord-Holland Noord zijn bepaald. Voor de gehanteerde uitgangspunten verwijzen wij u naar bladzijde 23. Aan de gemeenteraden is een Kadernota 2025 aangeboden waarin is uitgegaan van een stijging van de bijdrage conform de regionaal bepaalde index. Echter ná verzending van de Kadernota zijn de gevolgen van de nieuwe cao 2024-2025 ons duidelijk geworden. Het was al een enorme uitdaging om de Kadernota sluitend te maken. De gevolgen van de forse inflatie hebben vooral een groot effect op de bouw en infra, een tak waar het Recreatieschap veel gebruik van maakt. Deze stijging werd niet volledig gedekt door de indexering. De gevolgen van de cao 2024-2025, welke ook niet worden gedekt door dezelfde regionale index maakt dat het algemeen bestuur in de vergadering van 20 maart 2024 heeft besloten om voor de Begroting 2025 een extra verhoging van de gemeentelijke bijdrage van € 0,09 per inwoner door te voeren. Om de begroting structureel sluitend te maken is de post onvoorzien naar beneden bijgesteld. Extra lasten als gevolg van bijvoorbeeld een cao voor 2025 en 2026, stijgende rentelasten, calamiteiten als stormen of wateroverlast niet meer door een post onvoorzien gedragen worden.

Als deze zich voordoen moeten er mogelijk keuzes worden gemaakt om bepaalde taken of werkzaamheden niet uit toeren. Dat kan effect hebben op de kwaliteit van het beheer of voorzieningenniveau.

3

4 Voor 2026 zijn door verschillende gemeenten signalen afgegeven dat de gemeenschappelijke regelingen rekening moeten houden met een taakstelling. Vooralsnog is hier in de begroting 2025 nog geen rekening mee gehouden. Wel is duidelijk dat wanneer dit het geval wordt, ook dit direct effect zal hebben op de kwaliteit van het beheer of het voorzieningenniveau. Zoals reeds is benoemd wordt het recreatiebeleid van het Recreatieschap in 2024 herzien. Totdat deze nieuwe visie is herzien zijn de beleidsmatige uitgangspunten van het Recreatieschap te vinden in het in 2016 vastgestelde Natuur- en Recreatieplan Westfriesland. Dit plan bevat ook een Uitvoeringsprogramma. De incidentele kosten daarvan worden gedekt vanuit de hiervoor ingestelde bestemmingsreserve. Het Uitvoeringsprogramma is dynamisch van aard. Verschillende oorzaken kunnen ertoe leiden dat projecten anders of later worden uitgevoerd. Ook kunnen projecten worden afgevoerd of toegevoegd. Mutaties in het Uitvoeringsprogramma worden verwerkt via de Voor- of Eindejaarsrapportage. Structurele gevolgen of financiële gevolgen die buiten de bestemmingsreserve vallen, worden opgenomen in de begroting.

Zienswijzen Kadernota 2025 Op de Kadernota 2025 zijn alleen positieve zienswijzen ontvangen. Het overzicht van de zienswijzen en de besluitvorming is bijgevoegd bij het bestuursvoorstel voor het algemeen bestuur van 20 maart 2024.

Leeswijzer Na deze korte inleiding treft u de Beleidsbegroting aan. In het programmaplan is per programma aangegeven wat wij met dit programma willen bereiken, wat wij hiervoor doen en wat het mag kosten. Vervolgens is een viertal paragrafen opgenomen, te weten de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing, Onderhoud Kapitaalgoederen, Financiering en als laatste de paragraaf Bedrijfsvoering. Na de beleidsbegroting treft u de financiële begroting aan. Hierin is ook de meerjarenbegroting opgenomen. Afsluitend vindt u diverse bijlagen. Formeel autoriseert u het dagelijks bestuur uitgaven te doen overeenkomstig de bedragen opgenomen in de programmabegroting. De begroting wordt vastgesteld door vaststelling van de totale lasten en baten. Dagelijks bestuur Recreatieschap Westfriesland,

De secretaris, Karel Schoenaker

De voorzitter, Rosalien van Dolder

4

5

Beleidsbegroting Missie en visie en taken Al ruim vijftig jaar (sinds 1973) is het Recreatieschap dé partij in Westfriesland die voor de Westfriese gemeenten het beleid voor de (openlucht)recreatie ontwikkelt en uitvoert. Dit doet het voor zowel de eigen inwoners als bezoekers van buiten de regio. Missie Westfriesland heeft veel te bieden op het gebied van landschap, natuur en recreatie. Niet alleen voor de eigen bewoners maar ook voor recreanten van buiten de regio. De huidige en toekomstige recreant heeft andere wensen en verlangens dan die van vroeger. Door het behouden, benutten en verbeteren van de kernkwaliteiten van landschap, natuur en recreatie is het Recreatieschap in staat om in te spelen op de eisen, wensen en vragen vanuit een veranderende maatschappij. Dit kan het Recreatieschap niet alleen. Het zoekt daarom verbinding met andere partijen, zowel binnen als buiten Westfriesland. Visie In het Natuur- en Recreatieplan Westfriesland van het Recreatieschap krijgt de visie gestalte. Het Natuur- en Recreatieplan Westfriesland draagt daarbij ook bij aan de ambitie van de regio om tot de top tien van meest aantrekkelijke regio’s te behoren. Het Recreatieschap vervult een regierol voor de realisatie van de ambities uit het Natuur- en Recreatieplan Westfriesland. Voor de uitvoering van het plan is een Uitvoeringsprogramma opgesteld.

Het Recreatieschap voert dit plan samen met de zeven Westfriese gemeenten en andere partijen binnen en buiten de regio uit. Taak Het Recreatieschap geeft hier invulling aan door het beheer en onderhoud van de recreatieterreinen die verspreid door Westfriesland liggen. Deze zijn gevarieerd ingericht en bieden elk wat wils. Ook beheert het Recreatieschap de recreatieve netwerken voor varen, fietsen en wandelen. Naast beheer en instandhouding wordt er ook ingezet op vergroten van het recreatieve aanbod. Dit gebeurt middels de uitvoering van het Natuur- en Recreatieplan Westfriesland.

Wandelaars in De Hulk

5

6

Algemeen Ten tijde van het opstellen van de Begroting 2025 spelen er twee ontwikkelingen waarvan de impact op de taken en werkzaamheden van het Recreatieschap in 2025 zeer waarschijnlijk ook nog onduidelijk is. Dit zijn de gevolgen van de oorlog in Oekraïne en de steeds groter wordende druk op én vraag naar natuur- en recreatiegebieden. Gevolgen oorlog Oekraïne Sinds 2022 zijn de gevolgen van de oorlog in Oekraïne merkbaar. Voor het Recreatieschap leidt dit tot stijgende kosten voor brandstoffen, materialen, energie en aannemers. Kostensoorten die een groot onderdeel zijn van de begroting van het Recreatieschap en waar de effecten relatief groot voor zijn. Maar ook indirect zijn de gevolgen zichtbaar, vooral als gevolg voor de loonkosten en rentestijgingen. Ten tijde van het opstellen van de Begroting 2025 is er akkoord over een cao die loopt tot en met maart 2025. De gevolgen zijn zoveel mogelijk verwerkt in de Begroting 2025; echter verdere ontwikkelingen in de oorlog kunnen nadelige financiële effecten hebben op de begroting van het Recreatieschap. Druk op én vraag naar natuur- en recreatiegebieden De afgelopen jaren is het meer en meer duidelijk geworden: de druk op de natuur- en recreatiegebieden. Dat geldt ook voor onze regio. De natuur- en recreatiegebieden staan onder druk terwijl er meer dan ooit behoefte aan is. En die druk en behoefte zullen alleen maar toenemen.

Er worden getallen genoemd van 16.000 extra woningen in 2040. Al die mensen moeten ergens recreëren. Tegelijkertijd leggen ook onderwerpen als energie, klimaat en bedrijvigheid een steeds grotere claim op het landschap. Het bestuur maakt in 2024 een nieuwe recreatievisie die richting moet geven hoe voor nu én voor de toekomst gezorgd kan worden voor voldoende natuur en recreatie voor de bewoners van en bezoekers aan de regio. De nieuwe recreatievisie krijgt ook een uitvoeringsprogramma. Het lijkt onvermijdelijk dat dit ook financiële gevolgen heeft. Het is op dit moment prematuur om aan te geven hoe die eruit gaan zien. Dat is ook sterk afhankelijk van de ambitie van de regio op dit gebied. Zodoende is er ook nog geen bedrag opgenomen in deze Begroting. De financiële consequenties zullen onderdeel zijn van het proces dat wordt ingegaan om tot een nieuwe visie te komen. Eventuele gevolgen voor 2025 en verder zullen worden verwerkt in de rapportages.

6

7

Programmaplan De Begroting bevat vier programma’s. Het eerste programma betreft de recreatieterreinen. Het tweede bevat de verschillende recreatieve netwerken. Programma drie beslaat het algemeen beheer en beleid. In dit programma is ook de uitvoering van het Natuur- en Recreatieplan Westfriesland opgenomen. De uitvoering van het Natuur- en Recreatieplan Westfriesland kan indirect invloed hebben op programma’s één en twee omdat investeringen in terreinen en voorzieningen veelal gevolgen hebben voor het beheer en onderhoud ervan. Het laatste programma betreft de algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien. Programma 1 - Recreatieterreinen Wat willen wij bereiken? Het Recreatieschap zet zich in voor gevarieerde recreatieterreinen. Voor de eigen inwoners, dagjesmensen en verblijfsrecreanten. De terreinen bieden ruimte aan verschillende soorten gebruikers: zwemmers, (water)sporters, hondeneigenaren, fietsers en wandelaars, natuurliefhebbers en vele anderen. De inrichting en het beheer van de terreinen zijn primair hierop toegespitst. Ook wil het Recreatieschap daarbij een grotere bijdrage leveren aan de natuur en biodiversiteit. De terreinen zijn natuurinclusief waarbij beleefbaarheid van deze natuurwaarden een voorwaarde is. Tot slot is de link tussen natuur en recreatie en gezondheid de laatste jaren steeds nadrukkelijker zichtbaar geworden.

Bewegen in een groene omgeving draagt aantoonbaar positief bij aan een fysieke en mentale gezondheid. Het is voor veel mensen een recept tegen psychische en stress gerelateerde klachten. Ook hier kunnen de terreinen van het Recreatieschap een belangrijke bijdrage leveren. Wat doen wij ervoor? Het Recreatieschap beheert en onderhoudt circa 350 hectare aan recreatiegebieden. Dit betreft het onderhoud van de stranden, speel- en ligweiden, parken, speelmeubilair, het onderhoud aan wegen, paden en openbare parkeerterreinen, (toilet)gebouwen, bruggen en steigers, duikers en in- en uitlaatplaatsen voor boten en bagger- en schouwwerkzaamheden in en langs sloten. Ook het beheer van zwemwaterlocaties valt hieronder. De meeste recreatieterreinen van het Recreatieschap zijn in de jaren zeventig en tachtig ontwikkeld. De afgelopen jaren zijn verschillende recreatieterreinen opgewaardeerd of zijn er nieuwe functies toegevoegd. Toch heeft een aantal terreinen nog een typische jaren tachtig-uitstraling. De recreant van vandaag de dag vraagt om een andere inrichting, kwaliteitsniveau en voorzieningen. De terreinen moeten meegroeien en ontwikkelen met die vraag. Dit geldt in ieder geval voor De Leijen en de Vooroever Koopmanspolder/Andijk. Voor laatstgenoemde wordt in 2024 en 2025 gewerkt aan de planvorming.

Voor De Leijen en andere gebieden zal de planvorming om de terreinen aan de wens van de recreant te laten voldoen zeer waarschijnlijk onderdeel worden van de (uitvoering van de) nieuwe recreatievisie. Naast het versterken van de recreatieve waarden is ook het vergroten van de natuurwaarden en de biodiversiteit in de terreinen een opgave. Als deze functies goed worden ingepast in de terreinen kunnen natuur en recreatie hand in hand gaan. Het Recreatieschap doet dit door duidelijke keuzes te maken tussen intensief (recreatief) beheerde delen en delen met extensiever (natuurlijker) beheer. De verandering naar (nog meer) natuurinclusievere recreatieterreinen gebeurt enerzijds in een geleidelijk proces waarbij beheervormen en beplantingkeuze worden aangepast en anderzijds door hier bij terrein(her)inrichting rekening mee te houden. Hierbij wordt ook nadrukkelijk rekening gehouden met verschijnselen van klimaatverandering als droogte, wateroverlast en hitte. Het Recreatieschap zoekt daarbij de samenwerking met de partners om deze doelen te behalen. Een doel daarbij is dat geen afbreuk mag worden gedaan aan de kwaliteit en belevingswaarde van de terreinen maar deze zelfs vergroten. Wel moet er voor worden gewaakt dat toekomstige ontwikkelingen onmogelijk worden gemaakt. Specifiek aandachtspunt daarbij is dat een aantal

7

8 terreinen onderdeel is van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Door deze begrenzing kan het voorkomen dat er bij ontwikkelingen in die gebieden natuur gecompenseerd moet worden. Naast de eigen terreinen en voorzieningen beheert het Recreatieschap ook zwemwaterlocaties en (delen van/onderdelen van) recreatieterreinen in opdracht van derden. Zo wordt vanaf 2023 het recreatieve beheer van het stadsstrand Hoorn uitgevoerd.

Badgasten op Vooroever Andijk

8

9

Programma 2 - Recreatieve netwerken Wat willen wij bereiken? Ook in 2025 wil het Recreatieschap recreanten en toeristen kwalitatieve routenetwerken bieden waar ontspannen en actief veilig kan worden gewandeld, gevaren of gefietst. De netwerken moeten naadloos aansluiten op de netwerken in de aangrenzende regio’s zodat de recreant kan genieten van zijn fiets-, vaar- of wandeltocht zonder ‘last’ te hebben van regio- of gemeentegrenzen. Landelijke routes als de LAW- (Lange Afstand Wandelroutes) en Streekpaden voor wandelen en LF (Landelijke Fietsroutes)-icoonroutes voor fietsen en andere netwerken zijn geïntegreerd in de netwerken zodat deze elkaar aanvullen en versterken. Wat doen wij ervoor? Het Recreatieschap beheert en onderhoudt de bebording van ruim 1.000 kilometer recreatieve netwerken en zeven Toeristische Overstappunten (TOP’s). Het is blijvend bezig met het doorontwikkelen van deze verschillende netwerken om waar mogelijk uit te breiden en de kwaliteit op peil te houden. Het betreft de volgende netwerken: • +/- 535 kilometer wandelnetwerk; • +/- 150 kilometer vaarroutenetwerk; • +/- 350 kilometer fietsroutenetwerk; • 7 Toeristische Overstappunten (TOP’s). Wandelnetwerk Westfriesland beschikt over een gebiedsdekkend wandelnetwerk. In het netwerk zijn de LAW-paden Groot Frieslandpad, Zuiderzeepad en het Streekpad Westfriese Omringdijk geïntegreerd.

Ook sluit het netwerk naadloos aan op de wandelnetwerken van de aangrenzende regio’s. In 2025 zal de nadruk liggen op beheer en onderhoud van het netwerk. Dit moet ertoe leiden dat de kwaliteit op het gewenste niveau blijft. Kansen voor uitbreiding of kwaliteitsverbetering worden blijvend gezocht en zoveel mogelijk benut. Hierbij is de grootste uitdaging om meer on- of halfverharde paden en boerenlandpaden toe te voegen aan het netwerk.

Wandelaar op de Westfriese Omringdijk bij Schellinkhout

9

10 Fietsroutenetwerk Voor het fietsroutenetwerk ligt de focus op het op peil houden en waar mogelijk verhogen van de kwaliteit van het regionale knooppuntennetwerk in Westfriesland, de landelijke LF-icoonroutes en de Westfriese Omringdijkroute. Wanneer er verbeteringen op het gebied van de recreatieve kwaliteit of de veiligheid in de fietsinfrastructuur worden doorgevoerd zal het netwerk daar op worden aangepast. Een voorbeeld daarvan dat waarschijnlijk (ook) in 2025 speelt, zijn de aanpassingen van de infrastructuur op en nabij het stadsstrand in Hoorn en de dijkverzwaring in de gemeente Koggenland. Vaarroutenetwerk De vaarroutes in Westfriesland zijn onderdeel van het landelijke vaar- of sloepennetwerk. De opgave voor deze netwerken ligt bij instandhouding en kwaliteitsverbetering van de bestaande routes en het op projectbasis werken aan ontbrekende schakels om een regiodekkend vaarnetwerk te krijgen. De doorontwikkeling richt zich zowel op het netwerk binnen de regio maar anderzijds ook op (de aansluiting op) het landelijke toervaartnetwerk in met name de Kop van Noord-Holland. Daarnaast zet het Recreatieschap structureel in op het verbeteren van het nautisch en vaarbeheer van de vaarroutes. Toeristische Overstappunten (TOP’s) Bij een TOP komen fiets-, wandel- en soms ook vaarroutes samen, zijn er parkeervoorzieningen en is er horeca in de nabije omgeving.

Een aantal TOP’s heeft ook een drinkwatertappunt. Op een herkenbare zuil staat een kaart met de recreatiemogelijkheden en algemene informatie over bezienswaardigheden en horeca in de buurt. Er staan zeven TOP’s in Westfriesland. Provinciale en landelijke afstemming Recreanten houden geen rekening met een gemeente- of regiogrens. Daarom doen de netwerken dat ook niet. Alle netwerken sluiten naadloos aan op de netwerken in de aangrenzende regio’s. Naast de fysieke aansluiting is het ook van belang om beleidsmatige en praktische aansluiting te zoeken met de overige routebeheerders in de provincie en de provincie zelf. Hiervoor vindt structureel overleg plaats over verschillende onderwerpen gerelateerd aan de routenetwerken. Naast de samenwerking met de provincie is er ook een intensieve samenwerking met het routebureau van Recreatie Noord-Holland. Deze samenwerking gaat van praktische afspraken over beheer en onderhoud tot het ontwikkelen van de jaarlijkse factsheets en promotieactiviteiten. De netwerken zijn onderdeel van de provinciale en landelijke netwerken: Wandelen: www.wandelnetwerknoordholland.nl/ Fietsen: www.nederlandfietsland.nl/fietsrouteplanner Varen: www.sloepennetwerk.nl / www.vaarroutenetwerk.nl TOP’s: www.natuurwegwijzer.nl/tops Beleving en thematisering van routes De verschillende netwerken zijn in de basis op orde. Wensen voor uitbreiding zijn er wel.

Een andere opgave is om aan de verschillende netwerken een extra dimensie toe te voegen door in de netwerken themaroutes te ontwikkelen en een zogenaamde beleeflaag toe te voegen. Denk daarbij aan speciale hondenuitlaatroutes of routes met een historisch thema. Dit is voor het Streekpad Westfriese Omringdijk bijvoorbeeld gedaan in de routegids maar ook door filmpjes die langs de route via QR-codes bekeken kunnen worden, of het ontwikkelen van zogenaamde ‘LF-weekendtochten’. Het Recreatieschap zal in 2025 samen met de verschillende routepartners de mogelijkheden voor deze toevoegingen nader onderzoeken en waar mogelijk uitwerken.

10

11

Programma 3 - Algemeen beheer en beleid Wat willen wij bereiken? Het programma algemeen beheer en beleid bevat de algemene bedrijfsvoering. In dit programma valt ook het beleid dat het Recreatieschap opstelt en de daaruit voortkomende projecten. De uitvoering van deze projecten gebeurt in samenwerking en afstemming met de gemeenten en andere partners. Eerder in deze begroting is al genoemd dat er in 2024 wordt gewerkt aan een nieuwe recreatievisie en er vanuit wordt gegaan dat er in 2025 een nieuwe Recreatievisie is met een uitvoeringsprogramma. Tot die tijd is de basis voor het beleid het Natuuren Recreatieplan Westfriesland. In 2025 zal gewerkt worden aan het uitvoeren van deze visie(s) en de bijbehorende uitvoeringsprogramma’s. Nieuwe Recreatievisie Er komt een grote uitdaging op ons af op het gebied van natuur en recreatie. De natuur- en recreatiegebieden staan onder druk terwijl er meer dan ooit behoefte aan is. En die druk en behoefte zullen alleen maar toenemen. Er worden aantallen genoemd van 16.000 extra woningen in 2040. Al die mensen moeten ergens recreëren. Tegelijkertijd zijn er tal van andere functies die aanspraak maken op de beperkte ruimte in de regio; thema’s als energie, klimaat en bedrijvigheid leggen een steeds grotere claim op het landschap. Dit vraagt om slimme combinaties maar ook om het maken van keuzes.

Het Recreatieschap wil bijdragen aan toekomstbestendige natuur- en recreatie(gebieden) in Westfriesland. De Recreatievisie moet richting geven hoe deze uitdagingen aan te gaan en de vraag beantwoorden hoe er voor nu én voor de toekomst voldoende natuur en recreatie is voor de bewoners van en bezoekers aan de regio. Pact van Westfriesland Het Natuur- en Recreatieplan Westfriesland is afgestemd met en geïntegreerd in de Structuurschets Westfriesland. Daarnaast zijn verschillende opgaven en projecten uit het Natuur- en Recreatieplan Westfriesland en het Uitvoeringsprogramma opgenomen in het Pact van Westfriesland. Voor de nieuwe Recreatievisie wordt nauw afgestemd met het proces van de Ruimtelijke Agenda Westfriesland. Deze moet als regionale input dienen bij processen als het PPLG en het Ontwikkelingsperspectief Noord-Holland Noord waar momenteel aan wordt gewerkt. Hierin wordt door provincie en gemeenten nagedacht over de toekomstige ruimtelijke invulling van de provincie en de verschillende regio’s. Communicatie Binnen dit programma valt ook de communicatie. Deze richt zich onder andere op de informatievoorziening over het recreatieve aanbod van het Recreatieschap in de regio. Primair richt het zich daarbij op de eigen inwoners maar bereikt ook dagjesmensen of toeristen die langer in Westfriesland willen verblijven.

Ook richt de communicatie zich steeds meer op de politieke achterban met als doel deze te informeren over onze werkzaamheden, ontwikkelingen en actuele zaken. Maar ook om deze tijdig mee te nemen in de (besluitvormings)processen. Wat doen wij ervoor? Natuur en Recreatieplan Westfriesland / Nieuwe Recreatievisie Om het Natuur- en Recreatieplan Westfriesland uit te voeren is een Uitvoeringsprogramma opgesteld. Het Uitvoeringsprogramma bevat verschillende projecten op het gebied van routenetwerken, opwaardering of kwaliteitsverbetering van eigen terreinen en van derden, maar ook zaken als natuur en biodiversiteit. Bij de vaststelling van het Uitvoeringsprogramma is een bestemmingsreserve Natuur- en Recreatieplan Westfriesland ingesteld. Vanuit deze reserve worden de incidentele kosten en kapitaallasten van projecten uit het Uitvoeringsprogramma gedekt. Het Uitvoeringsprogramma is een dynamisch programma. Kansen die zich voordoen, (grote) projecten of processen waar kan worden aangehaakt of andere zaken kunnen invloed hebben op zowel de planning als de

11

12 kosten van de projecten. Wijzigingen kunnen ook ontstaan vanuit de projectpartners waarmee het Recreatieschap bij de uitvoering nadrukkelijk samenwerking zoekt. Ook doen er zich soms kansen voor waar op ingespeeld kan worden. Een voorbeeld daarbij zijn de plannen voor het buitendijkse deel van De Hulk bij Scharwoude. Daar is voor een plan een vanuit het dorp een bijdrage van € 100.000 toegezegd vanuit het Cultuurfonds. Het Recreatieschap actualiseert daarom samen met de gemeenten regelmatig het Uitvoeringsprogramma en stelt het waar nodig bij. Het bestuur wordt van de uitvoering op de hoogte gehouden en zal wijzigingen indien nodig vaststellen. De (financiële) mutaties worden verwerkt via de voor- en eindejaarsrapportage. Via onze website en onze nieuwsbrieven wordt de achterban op de hoogte gehouden. Om tot een nieuwe Recreatievisie te komen is het onderwerp in 2022 en 2023 door het bestuur geagendeerd. Bij het opstellen van de nieuwe Recreatievisie zullen gemeenten en andere partijen in de regio worden betrokken. Voor het uitvoeren van de visie is het van groot belang dat deze ook wordt vertaald in gemeentelijk en (mogelijk provinciaal) beleid. Om die reden wordt afgestemd met de Ruimtelijke Agenda Westfriesland en aansluiting gezocht bij het Pact van Westfriesland.

Hoe het uitvoeringsprogramma van de nieuwe Recreatievisie eruit komt te zien is ten tijde van het opstellen van deze Begroting nog niet duidelijk. Er lijkt op dit moment echter weinig aanleiding te zijn om aan te nemen dat de werkwijze rigoureus zal veranderen ten opzichte van het Natuur- en Recreatieplan Westfriesland. Wat wel zal spelen is dat de bestemmingsreserve uitgeput zal raken. Op dat moment zal financiering voor het uitvoeringsplan op een andere manier geregeld moeten worden. Wanneer dat zal gebeuren via de gemeentelijke bijdrage zal hiervoor het proces via de kadernota en begroting worden gevolgd, conform de P&C-cyclus. Uiteraard wordt er voor elk project onderzocht of er subsidie- of andere cofinancieringsmogelijkheden zijn. In 2025 en verder lijken de Regiodeal en Leader als mogelijkheden toegevoegd te kunnen worden. Pact van Westfriesland Het Pact van Westfriesland en de doelstellingen daaruit zijn belangrijk voor de regio. Het Recreatieschap draagt met al zijn werkzaamheden en activiteiten bij aan die doelstellingen. De terreinen en netwerken die het ontwikkelt en beheert dragen bij aan de thema’s ‘Wonen en Leefbaarheid’ en ‘Vrije tijd (Leisure)’ maar bieden ook kansen voor (toeristisch) ondernemers. Met name de netwerken dragen bij aan de regiopromotie.

Ook speelt het Recreatieschap een rol bij projecten die bijdragen aan andere doelen zoals de klimaatadaptatie. Dat doet het met de terreinen die als groene ‘buffers’ dienen in een steeds meer bebouwd Westfriesland. Maar ook zouden nieuwe functies als waterberging(sopgaven) in de terreinen van het Recreatieschap ingepast kunnen worden. Of kunnen recreatieve functies worden toegevoegd aan deze gebieden. In de nieuwe Recreatievisie zal ook de link worden gelegd met het Pact. Naast de uitvoering van het Natuur- en Recreatieplan Westfriesland houdt het Recreatieschap zich bezig met advisering van gemeenten en derden en belangenbehartiging voor zaken als kwaliteit en kwantiteit van de recreatie, (durf)watersport, landschap, biodiversiteit en natuur in Westfriesland. Daarvoor is het deelnemer in verschillende overleggen en gesprekspartner van partijen als provincie, hoogheemraadschap, overige terreinbeheerders en verschillende andere partijen. Communicatie De externe communicatie aan recreanten en toeristen verliep tot 2023 via de Destinatie Marketing Organisatie Holland boven Amsterdam. Het is op dit moment nog niet duidelijk hoe de externe communicatie in 2024 en 2025 opgepakt zal worden. Het Recreatieschap streeft naar samenwerking op (boven)regionale schaal zodat middelen efficiënt ingezet kunnen worden en er een groot bereik is.

Met het wegvallen van Holland boven Amsterdam is er momenteel niet zo’n partner.

12

13

Nieuws dat van belang is voor de Westfriese inwoners loopt via de regionale en lokale kranten en de website van het Recreatieschap. Op de website is toeristische, recreatieve en organisatorische informatie te vinden. Uiteraard worden ook sociale media ingezet. Eén van de PR-activiteiten is RecreActief Westfriesland, een dag waarop het Recreatieschap aan bestuurders, raadsleden en andere belanghebbenden laat zien wat het schap doet. De bestuurs- en raadsleden worden via nieuwsbrieven, het jaaroverzicht en de stukken uit de P&C-cyclus geïnformeerd. Ook zijn de regionale raadsledenbijeenkomsten momenten om met de raden af te stemmen. Dit gebeurt standaard voor de Kadernota, Jaarrekening en Begroting maar deze bijeenkomsten kunnen ook worden ingezet voor afstemming over beleidsstukken zoals de nieuwe Recreatievisie. In de onderstaande tabel staan de verplichte beleidsindicatoren binnen dit programma weergegeven. Taakveld 0 - Bestuur en ondersteuning Naam indicator

Eenheid

Bron

Indicator Begroting 2025

Formatie

Fte per 1.000 inwoners

Eigen gegevens

0,05

Bezetting

Fte per 1.000 inwoners

Eigen gegevens

0,05

Apparaatskosten

Kosten per inwoner

Eigen begroting

€ 2,61

Externe inhuur

Kosten als % van de totale loonsom Eigen begroting + totale kosten inhuur externen

5,17%

Overhead

% van totale lasten

30%

Eigen begroting

Toelichting Het Recreatieschap heeft geen eigen personeel. Al het personeel is in dienst bij de gemeente Stede Broec en wordt ingehuurd door het Recreatieschap. Programma 4 - Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien De belangrijkste inkomstenbron voor het Recreatieschap is de bijdrage per inwoner van de deelnemende gemeenten. Voor de doorberekening aan gemeenten wordt uitgegaan van het voorlopige aantal inwoners per 1 januari 2024: 219.043. De percentuele verdeling van de bijdrage (gelijk aan inwonersaantal) en de totale financiële bijdrage per gemeente is in onderstaande tabel weergegeven. De gemeentelijke bijdragen beslaan 84% van de structurele inkomsten. De overige inkomsten komen van huren en pachten (7%) en overige inkomsten (9%).

13

14 Bijdrage per deelnemer 2025 Deelnemers

Aantal inwoners 1-1-2024

Bijdrage per inwoner € 7,07

Gemeente Drechterland

20.498

Gemeente Enkhuizen

18.901

Gemeente Hoorn

75.621

Gemeente Koggenland

23.580

Gemeente Medemblik

46.005

Gemeente Opmeer

12.222

Gemeente Stede Broec

22.216

144.977 133.682 534.849 166.775 325.382 86.443 157.128

Totaal

219.043

1.549.237

Onvoorzien Binnen de begroting is een post onvoorzien opgenomen. Deze post is bedoeld als dekking voor (een schatting van) uitgaven die niet zijn voorzien in de begroting. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan kosten voor herstel van vandalisme of schade of kosten als gevolg van stormschade. Binnen het Recreatieschap is dit bedrag vastgesteld op € 25.000. In de begroting 2025 en meerjarenraming is hiervan afgeweken. Om de begroting sluitend te maken is de post onvoorzien naar benden bijgesteld tot € 23.000 in 2025, € 19.000 in 2026, € 0 in 2027 en € 5.000 in 2028. Overhead Gemeenschappelijke regelingen moeten de overhead centraal begroten en verantwoorden in de begroting en jaarstukken. Onder overhead wordt verstaan het geheel van functies gericht op sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Enkele voorbeelden van overhead zijn: leidinggevende primair proces, juridische zaken, communicatie, facilitaire zaken, ICT, huisvesting en financiën, toezicht en controle op de eigen organisatie. Deze werkzaamheden worden voor een gedeelte uitgevoerd door de SED-organisatie. Hiervoor is een dienstverleningsovereenkomst afgesloten. Het is verplicht een overzicht van kosten van overhead op te nemen. In onderstaand overzicht is weergegeven hoe het bedrag voor overhead is opgebouwd. Overhead Omschrijving

Bedrag

Bijdrage dienstverleningsovereenkomst SED

182.000

Leiding, administratieve ondersteuning en communicatie

390.000 Totaal

572.000

Vennootschapsbelasting (Vpb) Door de geringe omvang van de activiteiten en opbrengsten wordt verwacht dat er voor 2025 geen Vpb-last betaald hoeft te worden. Derhalve is er ook geen Vpb-last geraamd.

14

15

Wat mag het kosten?

Programma Lasten: Programma 1 - Recreatieterreinen Programma 2 - Recreatieve netwerken

Rekening 2023 Begroting 2024 Begroting 2025

1.061.143 40.364

1.110.000 40.000

1.206.000 36.000

56.309

63.000

76.000

10.258

27.000

60.000

467.722

533.000

572.000

0

0

0

1.635.796

1.773.000

1.950.000

241.519 8.000 0

262.000 0 0

301.000 0 0

1.360.961

1.468.000

1.587.000

6.455

0

0

0

0

0

1.616.935

1.730.000

1.888.000

-18.861

-43.000

-62.000

Toevoeging reserves

0

0

0

Onttrekking reserves

47.489

45.000

62.000

Saldo mutaties reserves

47.489

45.000

62.000

Gerealiseerde resultaat

28.628

2.000

0

Voordelig

Voordelig

Voordelig

Programma 3 - Algemeen beheer en beleid Programma 4 - Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien Overhead Vennootschapsbelasting Totaal lasten Baten: Programma 1 - Recreatieterreinen Programma 2 - Recreatieve netwerken Programma 3 - Algemeen beheer en beleid Programma 4 - Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien Overhead Vennootschapsbelasting Totaal baten Saldo van baten en lasten

Toelichting verschillen tussen Begroting 2025 en Begroting 2024/Rekening 2023 Een groot deel van het verschil tussen de Begroting en de Rekening komt door de projecten Natuur- en Recreatieplan Westfriesland. De kosten van de projecten worden niet begroot in de primitieve begroting, wel in de gewijzigde begroting. De projectkosten voor het Natuur- en Recreatieplan Westfriesland worden gedekt uit de Reserve Uitvoering Natuur- en Recreatieplan. Als er sprake is van een investering (meerjarig nut) dan worden afschrijvingslasten voor deze projecten gedekt vanuit de Reserve afschrijvingslasten projecten Natuur- en Recreatieplan. De middelen uit deze reserve komen uit de Reserve Uitvoering Natuur- en Recreatieplan. Dit houdt in dat deze mutaties budgetneutraal zijn en geen invloed hebben op het resultaat. In 2025 zullen de projectbudgetten worden vastgelegd middels de reguliere rapportages of via een apart voorstel.

15

16 Daarnaast ontstaat een aantal verschillen doordat per 2023 het beheer van het stadsstrand Hoorn door het Recreatieschap wordt uitgevoerd. Toelichting afwijkingen tussen de Rekening 2023 en de Begroting 2025 Lasten In 2025 hogere lasten door prijsindexatie In 2025 hogere kapitaallasten

-69.000 N -45.000 N

In 2025 meer personeel derden In 2025 hogere personeelskosten (inclusief indexatie) In 2025 een geraamde post Onvoorzien

-11.000 N -141.000 N -25.000 N

Baten In 2025 hogere baten door prijsindexatie In 2025 hogere bijdrage derden voor kosten In 2025 een hogere gemeentelijke bijdrage

68.000 W 51.000 W 141.000 W

Mutaties reserves Overige verschillen Totaal verschil resultaat

2.000 W -29.000 N

Toelichting afwijkingen tussen Begroting 2024 en Begroting 2025 Lasten In 2025 hogere lasten door toegepaste prijsindexatie

-69.000 N

In 2025 meer kapitaallasten In 2025 meer schoonmaakkosten

-14.000 N -11.000 N

In 2025 meer electrakosten paviljoen

-33.000 N

In 2025 hogere personeelslasten

-24.000 N

In 2025 lagere kosten onderhoud terreinen

25.000 W

Baten In 2025 hogere baten door toepassing prijsindexatie

10.000 W

In 2025 een hogere gemeentelijke bijdrage In 2025 meer bijdrage derden

82.000 W 30.000 W

Overige verschillen

2.000 W

Totaal verschil resultaat -2.000 N Toelichting: De N staat voor negatief en leidt tot meer lasten en/of lagere opbrengst. De W is positief en leidt tot minder lasten en/of een hogere opbrengst. De afwijkingen welke zijn weergegeven in de tabel betreffen de verschillen tussen het saldo van baten en lasten van de programma’s van de begroting na wijziging en de werkelijke kosten.

16

17

Paragrafen In het BBV wordt bij de begroting een aantal verplichte paragrafen voorgeschreven. Voor het Recreatieschap zijn de volgende paragrafen van belang: Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing, Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen, Paragraaf Financiering en Paragraaf Bedrijfsvoering. Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing Het weerstandsvermogen is de mate waarin het Recreatieschap in staat is substantiële tegenvallers op te vangen zonder dat de continuïteit van de bedrijfsvoering in gevaar komt. Het weerstandsvermogen is afhankelijk van de beschikbare weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit (hoeveel middelen zijn er nodig om alle risico’s te kunnen opvangen). Volgens artikel 3.4 van de Uitgangspunten Gemeenschappelijke Regelingen geldt als richtlijn voor de hoogte van de Algemene reserve 2,5% van de lasten. Bij zwaarwegende argumenten kan afgeweken worden van dit bedrag. Voor 2025 betekent dit uitgangspunt een hoogte van de Algemene reserve van € 49.000. Op 1 januari 2025 bedraagt de geraamde Algemene reserve € 43.000. Hierbij moet worden opgemerkt dat de lasten voor de projecten uit het Natuur- en Recreatieplan Westfriesland in de voor- en eindejaarsrapportage worden verwerkt. De werkelijke lasten in 2025 zullen dus hoger zijn waardoor de Algemene reserve binnen de norm blijft.

Beschikbare weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit de vrij aanwendbare middelen, onbenutte inkomstenbronnen en bezuinigingsmogelijkheden. De vrij aanwendbare middelen zijn de reserves en onvoorzien. De reserves maken deel uit van het eigen vermogen. Tot de vrij aanwendbare reserves worden de reserves gerekend waarvan het algemeen bestuur de bestemming nog kan wijzigen. De reserve Natuur- en Recreatieplan met een geprognotiseerd saldo per 1 januari 2025 van € 718.000 wordt hierin niet meegenomen. Overzicht vrij aanwendbare middelen Omschrijving

1-1-2023

1-1-2024

1-1-2025

Algemene reserve

40.000

40.000

43.000

Jaarresultaat

1.000

29.000

2.000

Onvoorzien

20.000

22.000

23.000

61.000

91.000

68.000

Totaal

Risico’s Het Recreatieschap heeft in 2017 de beleidsnota ‘Weerstandsvermogen: risicomanagement en weerstandscapaciteit’ vastgesteld. Conform deze beleidsnota is de inventarisatie van de risico’s ook voor 2025 geactualiseerd. In de volgende tabel zijn alle actuele risico’s nader uiteengezet. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in de beschrijving van het risico en de gewenste beheersmaatregel. De kolom daarnaast geeft het maximaal financieel gevolg in duizenden euro’s. Vervolgens de kans en het effect (impact). De laatste kolom geeft inzicht in het financiële gevolg van het risico (bedrag x kans).

17

18 Genomen beheersmaatregel(en)

Maximaal risico

Kans op optreden

Impact

Bedrag * kans

Langdurige afwezigheid van een werknemer door ziekte.

Binnen Bedrijfsvoering is voldoende aandacht voor ARBO en veilig werken en wordt onnodige/of te veel druk en werkbelasting vermeden. Ook wordt hiervoor gebruik gemaakt van de afdeling P&O van de SED organisatie.

€ 50.000

2=30%

3

€ 15.000

Beëindigen overeenkomst door verhuurders en/of verpachters

Goed overleg en contact houden met de grondeigenaren en de overeenkomsten duurzaam (in tijd) vastleggen.

€ 80.000

2=30%

3

€ 24.000

Het uittreden van één van de GR heeft hierin voorzien door gemeenten uit gemeenschappelijke hierover maatregelen op te nemen in regeling de GR tekst.

€ 200.000

1=10%

4

€ 20.000

€ 10.000

5=90%

1

€ 9.000

Door bij de inrichting hier rekening mee te houden wordt hierop geanticipeerd. Maar ook door (verplichte) maatregelen als de controle van de zwemwaterkwaliteit. En natuurlijk door voorlichting aan de gasten zodat zij hun eigen maatregelen kunnen nemen.

€ 25.000

3=50%

1

€ 12.500

Aansprakelijkheid openbare Er zijn vastgestelde beheerplannen buitenruimte door incidenten in de voor Groen, Kunstwerken, Water en buitenruimte Beschoeiing.

€ 20.000

3=50%

1

€ 10.000

Beschrijving van het risico

Preventief beleid - communicatie met raadsleden Zorg voor content nut/noodzaak in de krant

Imagoschade

Open en duidelijk communiceren. Tijdig informeren en bewoners/bezoekers/raadsleden betrekken. Persoonlijk contact zoeken i.p.v. online discussie voeren.

Gevolgen van klimaatverandering

€ 90.500

Benodigde weerstandscapaciteit Uit bovenstaand overzicht blijkt dat het totaalbedrag aan risico’s € 90.500 bedraagt. Dit is de benodigde weerstandscapaciteit. Wij willen opmerken dat de inventarisatie van risico’s een dynamisch proces is. De beschikbare weerstandscapaciteit bedraagt per 1 januari 2025 € 68.000. De benodigde weerstandscapaciteit is € 90.500. Daarmee beschikken wij over een ratio weerstandsvermogen van 0,75% (beschikbaar in relatie tot benodigd). Er zijn voldoende middelen om de risico’s af te dekken.

18

19

Om het weerstandsvermogen te kunnen beoordelen is er een normtabel ontwikkeld door het Nederlands Adviesbureau Risicomanagement (NAR) in samenwerking met de Universiteit Twente. Het biedt een waardering van de berekende ratio. Het weerstandsvermogen valt in de klasse “onvoldoende”. Gevolgen oorlog Oekraïne Door de ontwikkelingen in de wereld ontstaan er risico’s die van invloed kunnen zijn op de begroting van het Recreatieschap. Er kan gedacht worden aan: -

geplande investeringen en inkopen die door prijsstijgingen hoger kunnen uitvallen; toekomstige financieringen die wellicht niet meer tegen de gunstige rentes van de afgelopen jaren kunnen worden afgesloten.

In de Begroting is rekening gehouden met de door de Regietafel bepaalde prijs- en loonindexatie. Echter, de werkelijke inflatie lijkt zich op een hoger niveau te ontwikkelen. Wij kunnen niet voorspellen of deze trend doorzet of niet. Zodoende kunnen we nu niet beoordelen hoe groot de risico’s kunnen zijn.

Kengetallen en toelichting kengetallen Om de financiële positie inzichtelijk te maken schrijft het Rijk een verplichte basisset van vijf financiële kengetallen voor. De kengetallen Grondexploitatie en Belastingcapaciteit zijn niet van toepassing. De overige kengetallen worden hierna uitgewerkt. De opgenomen kengetallen maken inzichtelijk over hoeveel financiële ruimte de gemeenschappelijke regeling beschikt om structurele en incidentele lasten te kunnen dekken en opvangen. Ze geven inzicht in de financiële wend- en weerbaarheid. Onderstaande tabel geeft de berekende kengetallen van het Recreatieschap weer. Kengetallen Jaarstukken Begroot Begroot Begroot Begroot Begroot 2023 2024 2025 2026 2027 2028 1. a Netto schuldquote

79%

55%

98%

95%

90%

83%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

79%

55%

98%

95%

90%

83%

2.

Solvabiliteitsratio

52%

61%

48%

49%

50%

51%

3.

Structurele exploitatieruimte

3%

1%

0%

0%

0%

0%

b

Het ministerie van BZK heeft onderstaande signaleringswaarden opgesteld. Hierbij is A het minst risicovol, B gemiddeld en C het meest risicovol. Specificering kengetal naar categorie

Cat. A

Cat. B

Cat. C

a. zonder correctie doorgeleende gelden

< 90%

90 - 130 %

> 130 %

b. met correctie doorgeleende gelden

< 90%

90 - 130 %

> 130 %

2.

Solvabiliteitsratio

> 50%

20 - 50 %

< 20%

3.

Structurele exploitatieruimte

> 0%

0

<0%

1.

Netto schuldquote:

19

20 Toelichting kengetallen: 1. a. Netto schuldquote De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeenschappelijke regeling ten opzichte van de eigen middelen. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Hoe hoger de schuld is, hoe meer kapitaallasten er zijn (rente en aflossing) waardoor een begroting minder flexibel wordt. Het kengetal wordt berekend door het totaal van de geleende gelden weer te geven als percentage van de totale baten. Hoe lager het percentage des te gunstiger en minder risicovol. De indeling voor het Recreatieschap komt in categorie B voor 2025. In de meerjarenbegroting wordt dit vanaf 2027 weer categorie A. b. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Omdat bij leningen onzekerheid kan bestaan of ze allemaal worden terugbetaald, wordt dit kengetal zowel berekend inclusief als exclusief de doorgeleende gelden. Zo wordt duidelijk wat het aandeel van de verstrekte leningen in de exploitatie is en wat dit betekent voor de schuldenlast. Hoe lager dit percentage, hoe beter. De indeling voor het Recreatieschap komt in categorie B voor 2025. In de meerjarenbegroting wordt dit vanaf 2027 weer categorie A. 2.

Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeenschappelijke regeling in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal. Het eigen vermogen van een gemeenschappelijke regeling bestaat uit de reserves en het resultaat uit het overzicht van baten en lasten. De gemiddelde solvabiliteit voor alle gemeenten is circa 40% (bron: CBS). Hoe hoger dit percentage, hoe gunstiger dit is voor de financiële weerbaarheid van de gemeenschappelijke regeling. De indeling voor het Recreatieschap komt in categorie B voor 2025. In de meerjarenbegroting wordt dit vanaf 2027 weer categorie A.

3.

Structurele exploitatieruimte Dit kengetal is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte een gemeenschappelijke regeling heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt het onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves gedeeld door de totale baten en uitgedrukt in een percentage. Het percentage in 2025 bedraagt 0%. Hieruit blijkt dat de begroting 2025 materieel in evenwicht is.

20

21

Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen Het algemeen bestuur heeft in 2023 het beheerplan herzien en vastgesteld, inclusief de financiële impact. De voornaamste aanleiding daarvoor zijn prijsstijgingen als gevolg van de inflatie. Ter dekking van de lasten is een voorziening ingesteld. Jaarlijks wordt een bedrag van € 55.000 gestort.

Ontwikkeling Voorziening groot onderhoud kapitaalgoederen Omschrijving

Begroot 2025

Begroot 2026

Begroot 2027

Begroot 2028

Stand per 1 januari

143.000

125.000

114.000

97.000

Vermeerderingen (storting)

55.000

56.000

56.000

56.000

Verminderingen (aanwending)

73.000

67.000

73.000

70.000

Stand per 31 december

125.000

114.000

97.000

83.000

In 2025 staan de volgende investeringen gepland: Investeringen 2025 bedrag Brug de Leijen (nr. 1)

12.000

Beschoeiing (nr. 2 en 4)

18.000

Brug 2 Streekbos

115.000

Maaimachine

120.000

Maaiarm

15.000

Beschoeiing Egboetswater (nr. 10)

20.000

De Hulk Fietspad (nr. 2, 3 ,4)

200.000

Parkeerplaats De Hulk (nr. 3)

30.000 Totaal

530.000

Paragraaf Financiering Het Recreatieschap hanteert het treasurybeleid van de gemeente Stede Broec. Het Treasurystatuut is in 2017 geactualiseerd. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet stelt een grens aan de korte financiering. Hiermee kan het renterisico op de korte financiering beperkt worden. De kasgeldlimiet wordt berekend als een bepaald percentage van het totaal van de jaarbegroting bij aanvang van het jaar. De uitvoeringsregeling FIDO bepaalt het percentage voor de kasgeldlimiet. Deze limiet is vastgesteld op 8,2% met een minimum van € 300.000. Deze norm wordt in 2025 niet overschreden (8,2% x € 1.950.000 = € 160.000). Renterisiconorm De renterisiconorm heeft als doel om het renterisico bij herfinanciering te beheersen. Hoe meer de aflossing van de schuld in de tijd wordt gespreid, hoe minder gevoelig de begroting wordt voor renteschokken bij de herfinanciering. Het renterisico op het begrotingstotaal overschrijdt de renterisiconorm niet (artikel 6, lid 1 Wet FIDO). De renterisiconorm wordt berekend door een vastgesteld percentage te vermenigvuldigen met het begrotingstotaal bij aanvang van het jaar. Deze norm is vastgesteld op 20% met een minimum van € 2.500.000. Deze norm wordt in 2025 niet overschreden.

21

22 EMU-saldo Het EMU-saldo is het saldo van de inkomsten en uitgaven van de overheid. Decentrale overheden moeten inzicht geven in de berekening van hun aandeel in dit EMU-saldo. Deze informatie wordt middels enquêtes aangeleverd bij het CBS. Voor gemeenschappelijke regelingen vindt een steekproef plaats wanneer deze een exploitatie heeft van € 20 miljoen of meer. Het Recreatieschap valt hierbuiten en is dus niet verplicht deze gegevens te publiceren.

22

23

Paragraaf Bedrijfsvoering Organogram 2025

Personeelsformatie Op 1 januari 2025 werken er bij het Recreatieschap twaalf personen verdeeld over 10,26 fte. De toegestane formatie is 10,63 fte. Het Recreatieschap kan zelf geen personeel in dienst hebben. De personeelsleden worden daarom ingehuurd/gedetacheerd via de gemeente Stede Broec. Daarnaast is er een post van € 43.000 beschikbaar voor externe inhuur. Vanuit dit budget wordt er voor de afdeling Groen- en Recreatiebeheer ingehuurd om de pieken in het hoogseizoen op te vangen. Kosten personeel De geraamde kosten voor inhuur van het vaste personeel van het Recreatieschap bedragen in 2025 € 770.000. In dit bedrag zijn de gevolgen van de nieuwe cao 2024-2025 berekend. De cao loopt echter van 1 januari 2024 tot en met maart 2025. Wat de eventuele gevolgen van een cao voor de periode na maart 2025 zijn, is op dit moment niet te zeggen. Deze zullen dan verwerkt worden in de rapportages in 2025 of de Kadernota en Begroting 2026. Deze systematiek is gebruikelijk in elke begroting. Facilitaire organisatie De zogenaamde PIOFAH-taken (personeel, inkoop, organisatie, financiën, automatisering en huisvesting) van het Recreatieschap worden door de SED-organisatie verzorgd. Om die reden is het Recreatieschap gehuisvest in het gemeentehuis van Stede Broec. De kosten voor deze ondersteuning bedragen voor 2025 € 182.000.

Leeftijdsopbouw en ziekteverzuim De gemiddelde leeftijd van het eigen personeel bedraagt op 1 januari 2025 44 jaar. Er zijn vier medewerkers 50 jaar of ouder, waarvan twee 60 jaar of ouder. Het Recreatieschap streeft naar een ziekteverzuimpercentage lager dan 4%.

23

24

Financiële begroting Uitgangspunten bij de begroting De begroting is gebaseerd op de uitgangspunten uit de Kadernota 2025. De Kadernota is voor een zienswijze naar de deelnemende gemeenteraden gestuurd. Indexering Voor de Begroting 2025 worden de voorgestelde richtlijnen van de Regietafel Gemeenschappelijke Regelingen Noord-Holland Noord gehanteerd. Conform deze richtlijnen hanteren wij 3,91% voor loonontwikkeling en voor prijsontwikkeling. Conform deze ontwikkeling wordt de gemeentelijke bijdrage met 3,91% geïndexeerd. Bij de opstelling van de Begroting 2025 is verder rekening gehouden met de volgende uitgangspunten: • besluiten vergaderingen algemeen bestuur zijn tot en met december 2023 verwerkt; • door de indexatie is de bijdrage per inwoner verhoogd met € 0,26; • er is een extra bijdrage per inwoner berekend van € 0,09 op verzoek van het bestuur; • voor rente op nieuwe investeringen is 1,4% gehanteerd; • het afschrijvingsbeleid is conform het activabeleid; • de kapitaallasten zijn gebaseerd op de verwachte investeringen welke zijn opgenomen in deze begroting (zie bijlagen) en • de Algemene reserve mag niet groter zijn dan 2,5% van de lasten. De bijdrage per inwoner wordt € 7,07. Nieuw beleid Ten tijde van het opstellen van de Begroting is er (nog) geen sprake van nieuw beleid. In 2024 wordt er een nieuwe recreatievisie opgesteld.

Afhankelijk van de besluitvorming hierover kan er nieuw beleid worden vastgesteld. Bijstelling reguliere budgetten De budgetten voor personeel en beheer en onderhoud van recreatieterreinen zijn op basis van nieuwe informatie bijgesteld. Het betreft een totaal van € 20.000 ten opzichte van de Kadernota 2025. Dit is als extra in de bijdrage van de gemeenten verwerkt.

24

25

Overzicht van baten en lasten en de toelichting Programma

Rekening 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

1.061.143

1.110.000

1.206.000

Programma 2 - Recreatieve netwerken

40.364

40.000

36.000

Programma 3 - Algemeen beheer en beleid Programma 4 - Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien Overhead

56.309

63.000

76.000

10.258

27.000

60.000

467.722

533.000

572.000

0

0

0

1.635.796

1.773.000

1.950.000

241.519

262.000

301.000

8.000

0

0

0

0

0

1.360.961

1.468.000

1.587.000

6.455

0

0

0

0

0

1.616.935

1.730.000

1.888.000

-18.861

-43.000

-62.000

Toevoeging reserves

0

0

0

Onttrekking reserves

47.489

45.000

62.000

Saldo mutaties reserves

47.489

45.000

62.000

Gerealiseerde resultaat

28.628

2.000

0

Voordelig

Voordelig

Voordelig

Lasten: Programma 1 - Recreatieterreinen

Vennootschapsbelasting Totaal lasten Baten: Programma 1 - Recreatieterreinen Programma 2 - Recreatieve netwerken Programma 3 - Algemeen beheer en beleid Programma 4 - Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien Overhead Vennootschapsbelasting Totaal baten

Saldo van baten en lasten

Incidentele lasten en baten jaar Lasten Baten Reserves

2025

2026

2027

2028

0 0

0 0

0 0

0 0

0

0

0

0

25

26 Presentatie van het structureel begrotingssaldo Saldo baten en lasten

-62.000

Saldo toevoegingen en onttrekkingen aan reserves

62.000

Begrotingssaldo

0

Waarvan incidentele baten en lasten (saldo)

0

Structureel begrotingssaldo

0

Post Onvoorzien jaar

2025

Onvoorzien

2026 23.000

2027

19.000

2028 0

5.000

De kosten voor de projecten Natuur- en Recreatieplan Westfriesland zijn nog niet verwerkt in de begroting. Dit gebeurt via de tussenrapportages en/of een apart voorstel. Structurele toevoegingen en onttrekkingen reserves 2025

2026

2027

2028

Pr. 1 - reserve kapitaallasten Streekbos Paviljoen

1.000

1.000

1.000

0

Pr. 1 - reserve afschrijvingslasten Natuur- en Recreatieplan

62.000

60.000

60.000

59.000

63.000

61.000

61.000

59.000

Onttrekkingen

Totaal

Uiteenzetting financiële positie en de toelichting Jaarlijks terugkerende arbeidskostengerelateerde verplichtingen Onder arbeidsrechtelijke verplichtingen worden verstaan de aanspraken op toekomstige uitkeringen door het huidige dan wel voormalige personeel. Het personeel van het Recreatieschap is in dienst van de gemeente Stede Broec. Het BBV maakt een onderscheid in arbeidsgerelateerde verplichtingen met en zonder jaarlijks vergelijkbaar volume. Op grond van artikel 44, derde lid BBV, is het niet toegestaan om een voorziening te vormen voor jaarlijks terugkerende arbeidskostengerelateerde verplichtingen met vergelijkbaar volume. Dit is niet van toepassing voor het Recreatieschap.

Investeringen Voor 2025 staan de volgende investeringen gepland. Investeringen van € 10.000 en hoger worden geactiveerd. Voor de verwachte investeringen voor de komende jaren verwijzen wij u naar de bijlage.

26

27 Investeringen met maatschappelijk nut Afschrijvingstermijn

Investeringsbedrag

Brug de Leijen (nr. 1)

20 jaar

12.000

Beschoeiing (nr. 2 en 4)

10 jaar

18.000

Brug 2 Streekbos

40 jaar

115.000

Beschoeiing Egboetswater (nr. 10)

10 jaar

20.000

De Hulk Fietspad (nr. 2, 3 ,4)

30 jaar

200.000

Parkeerplaats De Hulk (nr. 3)

15 jaar

30.000

Totaal

395.000

Investeringen met economisch nut Afschrijvingstermijn

Investeringsbedrag

Maaimachine

7 jaar

120.000

Maaiarm

10 jaar

15.000

Totaal

135.000

27

28 Financiering In 2025 heeft het Recreatieschap twee langlopende leningen. Naar verwachting moet er voor de investeringen in 2025 nog een nieuwe financiering worden aangetrokken. Ontwikkeling reserves 2025 Boekwaarde 1-1-2025

Toevoeging

Onttrekking

Boekwaarde 31-12-2025

Algemene Reserve

43.000

2.000

0

45.000

Resultaat exploitatie boekjaar

2.000

-2.000

0

0

1.155.000

0

0

1.155.000

BR dekking kapitaallasten paviljoen Streekbos

17.000

0

1.000

16.000

BR dekking afschrijvingslasten Natuur- en recreatieplan

417.000

0

62.000

355.000

1.634.000

0

63.000

1.571.000

Bestemmingsreserves: Reserve Uitvoeringsprogramma Natuur- en recreatieplan Reserves ter dekking van kapitaallasten:

Totaal

Reserves Reserves zijn middelen die onder het eigen vermogen vallen. In onderstaande tabel zijn voor 2025 per reserve de stortingen en onttrekkingen weergegeven. Voor de meerjarige stand en verloop van de reserves verwijzen wij u naar de bijlage. Toelichting mutaties reserves: • De begrote boekwaarde van de algemene reserve is wellicht hoger dan de regionaal afgesproken norm van 2,5% van het totaal aan lasten. Als dit ook werkelijk wordt gerealiseerd zal het algemeen bestuur bij de bestemming van het jaarresultaat besluiten hoe hiermee om te gaan. Daarbij zullen de regionale afspraken gehanteerd worden. • BR dekking kapitaallasten Streekbos Paviljoen: onttrekking ter dekking afschrijvingslasten Paviljoen. • BR dekking afschrijvingslasten Natuur- en Recreatieplan Westfriesland: onttrekking ter dekking afschrijvingslasten voor investeringen voortkomende uit het Uitvoeringsplan Natuur- en Recreatieplan.

Voorzieningen Voorzieningen zijn onderdeel van het vreemd vermogen en worden gevormd voor verplichtingen, risico’s of verliezen waarvan de omvang nog onbekend is, maar wel redelijkerwijs te schatten is. Het Recreatieschap heeft een voorziening voor het groot onderhoud kapitaalgoederen. Voor de meerjarige stand en verloop van de voorziening verwijzen wij u naar de bijlage. Ontwikkeling voorziening 2025 Boekwaarde 1-1-2025 Voorziening groot onderhoud kapitaalgoederen

143.000

Toevoeging Onttrekking 55.000

73.000

Boekwaarde 31-12-2025 125.000

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14215378/1