CConstaterende datDrechterland
Koppel je AI →
Document · PDF

1.4 VRNHN Begroting 2022

Gemeenteraad 21 juni 2021, gemeente DrechterlandBij agendapunt: Zienswijze Jaarstukken 2020 en Begrotingen 2022 GR-en (2021-26)18.943 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Onwaarschijnlijk, kans 1 keer in de 10 jaar.

2.

25%

Klein

Niet waarschijnlijk, kans 1 keer in de 4 jaar.

3.

50%

Middel

Kan beide kanten op, kans 1 keer in de 2 jaar.

4.

75%

Groot

Waarschijnlijk, kan komend jaar voorkomen

5.

95%

Zeer Groot

Zeer waarschijnlijk, zal zich komend jaar voordoen.

De volgende risico’s worden onderkend. Hierbij maken wij de kanttekening dat de gegeven opsomming van risico’s niet limitatief is.

Risico 1. Brandweervrijwilligers van rechtswege overgaan in een arbeidsovereenkomst. 2. Langdurige uitval

Oorzaak Europese wet-en regelgeving

Gevolg Mogelijk verplichting tot betaling minimum loon, pensioen, betaling bij ziekte, etc. Hoger dan begrote inhuur nodig om weggevallen capaciteit op te vangen Hoger dan geraamde inhuur derden

Klasse / Financiële Weerstands% impact capaciteit 4 / 75% € 1.200.000 € 900.000

4 / 75%

€

200.000

€

150.000

Niet kunnen aantrekken van verpleegkundigen ambulancezorg 4. IT-dreigingen (bijv. IT-beveiliging is Dataverlies en virus, cyberaanval enz.) onvoldoende tegen alle datalekken IT-dreigingen

3 / 50%

€

200.000

€

100.000

3 / 50%

€

150.000

€

75.000

5. Materiële en personele Materiële en personele Ongedekte uitgaven (niet schade bij omvangrijke schade bij omvangrijke begroot) incidenten incidenten

2 / 25%

€

200.000

€

50.000

6. Aanbestedingsclaim

1 / 10%

€

200.000

€

20.000

Ziektie / ongeval

3. Tekort ambulanceverpleegkundigen

Niet rechtmatig uitvoeren van een aanbesteding

Totaal

Toewijzen van een aanbestedingsclaim

€ 1.295.000

Risico 1. Brandweervrijwilligers van rechtswege overgaan in een arbeidsovereenkomst Eind 2018 concludeert Pels Rijcken (kantoor landsadvocaat) dat er een reëel risico bestaat dat elementen in de rechtspositie van de brandweervrijwilligers in strijd zijn met de normen uit de Europese en internationale wet- en regelgeving. Onderzoek wijst uit dat er geen mogelijkheid is om binnen de bestaande juridische kaders de huidige vrijwilligheid bij de brandweer te behouden. Op 14 juni 2019 hebben het Veiligheidsberaad en de minister van J&V besloten tot de oprichting van een denktank. De denktank heeft een denkrichting uitgewerkt en voorgelegd aan het Veiligheidsberaad en minister van J&V op 9 december 2019. Het uitgangspunt van de denkrichting is een werkbaar en fundamenteel onderscheid (differentiatie van verplichte beschikbaarheid, werkinhoud/volume en opleiding) tussen vrijwilligers en beroepsmedewerkers, dat tegelijkertijd geen afbreuk doet aan het niveau en kwaliteit van de brandweerzorg. In februari 2021 is het definitieve rapport ‘Inzicht in consequenties denkrichting’ taakdifferentiatie in het Veiligheidsberaad behandeld en besproken met de minister van JenV. Omdat het kabinet demissionair is, worden op korte termijn geen beleidsmatige beslissingen verwacht. DOC P&C: Begroting 2022 / MJR 2023-2025

Pagina 29

Burgemeesters Kolff en Depla hebben hun rapport over taakdifferentiatie opgeleverd, waartoe zij in 2018 de opdracht kregen van het Veiligheidsberaad. In het rapport wordt een oplossing geboden om de rechtspositie van brandweervrijwilligers in lijn met Europese wetgeving te brengen, die stelt dat bij gelijk werk gelijke arbeidsvoorwaarden en gelijke betaling geldt, maar ook om het vrijwilligersstelsel te behouden. In het rapport wordt voorgesteld om aan de hand van vier bouwstenen een fundamenteel onderscheid te maken tussen brandweervrijwilligers en beroepsmedewerkers. Deze bouwstenen zijn verplichte beschikbaarheid (kazerneren/consigneren), aantal repressieve taken, type taken en vakbekwaam worden en blijven. Het Veiligheidsberaad heeft kennis genomen van het rapport en heeft uitgesproken de komende jaren aan de slag te willen gaan met de implementatie van bouwsteen 1, mits de benodigde financiële middelen vanuit het rijk komen en een aantal knelpunten opgelost wordt. Bouwsteen 1 betreft het opheffen van kazernering en consignatie en stelt dat wanneer er bij een inzet geen sprake is van vrije instroom, maar een medewerker móet opkomen, er gelijke arbeidsvoorwaarden en betaling zou moeten zijn. Dit zal betekenen dat vrijwillige brandweermensen straks niet meer geconsigneerd zijn, maar aangesteld kunnen worden met een deeltijd beroepsaanstelling.

Het Veiligheidsberaad is niet akkoord met alle bouwstenen, maar er is draagvlak om te starten met de implementatie van bouwsteen 1. De heren Kolff en Depla stellen een brief op voor het nieuwe kabinet, waaraan het rapport taakdifferentiatie wordt overgedragen. De snelheid van de implementatie van de bouwsteen en het vervolg hangt af van het nieuwe kabinet.

2.9.4 Benodigde weerstandscapaciteit Op basis van de risico-inventarisatie bedraagt de benodigde weerstandscapaciteit € 1.295.000. De ratio weerstandsvermogen versus weerstandscapaciteit bedraagt op basis van de aanwezige buffer € 1.912.000 / € 1.295.000 * 100% = 147%. Dit houdt in dat de Veiligheidsregio in staat is om de onderkende risico’s financieel te dragen. Hierbij maken wij de kanttekening dat de gegeven opsomming van risico’s niet limitatief is.

2.9.5 Verzekeringen en voorzieningen Het verzekeringspakket voorziet in het afdekken van de meest gangbare risico’s op personeel en materieel gebied. Daarnaast heeft de veiligheidsregio nog een aantal voorzieningen getroffen voor toekomstige verplichtingen (w.o. onderhoud gebouwen).

2.9.6 Kengetallen financiële positie Overzicht kengetallen Verloop van de kengetallen

Begroting jaar Kengetallen: Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte

2020 0,48

2021 0,55

2022 0,50

2023 0,53

2024 0,50

2025 0,41

0,48

0,55

0,50

0,53

0,50

0,41

0,09

0,08

0,09

0,08

0,08

0,09

4,31%

-0,26%

0,00%

0,00%

0,00%

0,00%

Toelichting kengetallen •

Netto schuldquote: netto schuld gedeeld door de inkomsten exploitatie (excl. mutaties reserves) Onder netto schuld wordt verstaan de langlopende en kortlopende schulden minus de langlopende en kortlopende vorderingen en uitzettingen.

DOC P&C: Begroting 2022 / MJR 2023-2025

Pagina 30

• •

Solvabiliteitsratio: verhouding eigen vermogen ten opzichte van het totale vermogen (eigen vermogen en vreemd vermogen). Structurele exploitatieruimte: saldo van de structurele baten en lasten en saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves gedeeld door de totale baten (excl. mutaties reserves), uitgedrukt als percentage.

Uitgangspunten Bij het weergeven van de kengetallen voor de financiële positie zijn een aantal uitgangspunten gehanteerd: • De gebruikte balansstanden zijn gebaseerd op ramingen per 1 januari 2020. • De kortlopende schulden worden gelijk gesteld aan de kortlopende vorderingen en uitzettingen, omdat hierover geen gegevens per 1 januari 2020 beschikbaar zijn.

Duiding kengetallen • •

•

Netto schuldquote: algemeen wordt ratio van 1 of lager gekwantificeerd als voldoende. Meerjarig voldoet VR NHN aan deze norm. Solvabiliteit: algemeen wordt een ratio van 1 of hoger gekwantificeerd als voldoende. Bij VR NHN is de ratio beduidend lager wat wordt veroorzaakt door: o een relatief laag eigen vermogen; als gevolg van een restrictie van maximaal 2,5% van de totale lasten; o een omvangrijke leningenportefeuille als gevolg van de overname van roerende en onroerende goederen van gemeenten in het kader van de regionalisering in 2014. Structurele exploitatieruimte: deze begroting is gebaseerd op structurele baten en lasten. De opgenomen incidentele baten en lasten zijn beperkt, waardoor de ratio laag is.

DOC P&C: Begroting 2022 / MJR 2023-2025

Pagina 31

2.10 Onderhoud kapitaalgoederen 2.10.1 Wat willen we bereiken 2.10.2 Wat willen we realiseren 2.10.3 Wat gaat het kosten

2.10.1 Wat willen we bereiken Doel Veiligheidsregio Noord-Holland Noord is een organisatie die sterk afhankelijk is van de inzet van haar materieel. Uitval kan niet worden gepermitteerd. Het is daarom noodzakelijk om het risico van deze uitval zoveel mogelijk te beperken door garanties en zekerheden te stellen. Eén van de zekerheden wordt ontleend aan het meerjarig in beeld brengen van de onderhoudskosten die gepaard gaan met het operationeel houden van de onderhoudsobjecten. Er mag geen sprake zijn van achterstallig onderhoud. Een andere zekerheid is het weten wanneer het materieel vervangen moet worden. Hiervoor beschikt de Veiligheidsregio over een actueel MJIP (Meerjareninvesteringsplan) waarin alle nu bekende toekomstige investeringen zijn opgenomen. De veiligheidsregio beschikt over diverse soorten kapitaalgoederen die jaarlijks moeten worden onderhouden om het voorzieningenniveau op peil te houden. Dit betreffen o.a. panden, voertuigen en kantoorautomatisering. VR NHN heeft in 2020 diverse panden in eigendom. Naast de panden die worden gebruikt ten behoeve van ambulancezorg, heeft de veiligheidsregio ook nog diverse brandweerkazernes. Deze kazernes zijn gekocht van de gemeenten in 2013 om btw heffing bij de gemeenten te voorkomen. Het pand voor de centrale huisvesting in Alkmaar (Hoofdkantoor) en het pand voor de ambulancedienst op Texel worden gehuurd.

De brandweerkazernes die niet in eigendom zijn, worden om niet gehuurd van de gemeenten.

2.10.2 Wat willen we realiseren Gebouwen ambulancedienst In 2019 heeft op basis van de in 2018 uitgevoerde (interne) analyse op de staat van de gebouwen een extern onderzoek plaatsgevonden. Daaruit is naar voren gekomen dat de ambulancevoorzieningen in Hoogkarspel en Den Helder niet langer geschikt zijn voor hun functie. Uit onderzoek naar meerdere oplossingsvarianten is de conclusie getrokken dat nieuwbouw voor beide locaties de voorkeur geniet boven een grootschalige renovatie. Het rapport is vertaald in een notitie voor het Lokaal Overleg van maart 2020 waarin de probleemstelling vertaald is naar een advies het beschikbare budget huisvesting te verhogen. In 2019 is tevens op initiatief van de gemeente Hollands Kroon gestart met de realisatie van het project Werf & Veiligheid te Wieringerwerf. Onderdeel van dit project is oplevering in 2020 van de nieuwe ambulancepost. In de onderhandelingen met de gemeente Hollands Kroon over de deelname aan dit project is tevens afgesproken dat de gemeente Hollands Kroon de huidige post Wieringerwerf tegen taxatiewaarde in eigendom verkrijgt als onderdeel van een brede gebiedsontwikkeling aldaar. In 2021 wordt ook gestart met verdere planontwikkeling van de vervanging van de ambulancepost Den Helder en het upgraden van posten daar waar dat noodzakelijk is.

De financiële middelen om dit te kunnen realiseren is door de zorgverzekeraars binnen het wettelijk budget Nza ter beschikking gesteld.

DOC P&C: Begroting 2022 / MJR 2023-2025

Pagina 32

Brandweerkazernes Voor de kazernes zijn in 2013 de volgende uitgangpunten afgesproken met de gemeenten en zijn/worden als zodanig uitgevoerd: 1. Vastgoedbeleid is een gemeentelijke verantwoordelijkheid; 2. Kazernes < 10 jaar zijn in eigendom overgedragen aan VR NHN (per 31-12-2013) in het kader van de btw problematiek. Gemeenten hebben recht van 1e koop na afloop van de btw compensatie termijn van 10 jaar; 3. De jaarlijkse exploitatielasten komen voor rekening van de gemeenten die zijn betrokken bij de overdracht; 4. Overige kazernes worden door de gemeenten om niet in bruikleen gegeven aan VR; 5. Huisvestingslasten maken geen onderdeel uit van de begroting van de VR; 6. Het beheer en onderhoud is een gemeentelijke taak en wordt geborgd in de overeenkomsten voor beheer en onderhoud tussen gemeenten en VR; 7. Gemeenten berekenen hun facilitaire kosten (schoonmaak, alarmopvolging, e.d.) door aan VR; 8. Roerende goederen zijn om niet of tegen de geldende boekwaarde door VR overgenomen. Onderhoud, reparatie en vervanging is voor rekening van VR. Het onderzoek, in meerdere jaren uitgevoerd in 2017-2018 naar de toekomstbestendigheid van de bestuurlijke afspraken omtrent de huisvesting van de brandweer heeft niet geleid tot aanpassing van de in 2013 gemaakte afspraken.

Het onderzoek heeft geleid tot een verbeterde attentie bij gemeenten dat de huisvesting van de brandweer een verantwoordelijkheid is van gemeenten en Veiligheidsregio samen. Binnen de bestuurlijke uitgangspunten kunnen de knelpunten worden opgelost hetgeen in de praktijk ook daadwerkelijk gebeurt. In meerdere kazernes zijn verbeteringen aangebracht met betrekking tot arbeidshygiëne en er vindt een betere afstemming plaats op de uitvoering van het meerjarenonderhoudsplan. Een aantal gemeenten zijn daadwerkelijk gestart met of er zijn de plannen in voorbereiding voor het vervangen van veelal verouderde brandweerkazernes. Zo vond in 2020 de oplevering plaats van de nieuwe kazerne Wieringerwerf en zijn plannen in voorbereiding voor de vervanging van nog eens vier sterk verouderde kazernes.

Centrale huisvesting de Hertog Het gebouw aan de Hertog Aalbrechtweg 22 te Alkmaar wordt samen met de GGD Hollands Noorden als hoofdlocatie gebruikt. VR NHN is huurder. Voor het medegebruik door de GGD HN is een overeenkomst voor gemene rekening opgesteld die is goedgekeurd door de Belastingdienst. Op basis hiervan worden de huisvestingskosten op basis van een verdeelsleutel verdeeld tussen de GGD HN en VR NHN zonder dat dit tot extra btw-druk leidt. Met de verhuurder van het pand is een SLA afgesproken waarin het beheer en onderhoud van het pand geregeld is.

Ambulancematerieel In de komende jaren worden de reguliere investeringen gedaan op basis van het MJIP, waaronder vervanging van ambulances en inbouw van elektrische brancards.

Brandweermaterieel De brandweer beschikt over up-to-date materieel en materiaal. Voertuigen en inventaris worden op basis van het MJIP vervangen. Bij iedere vervanging wordt gekeken of er een technische noodzaak is om te gaan vervangen. Voor reguliere brandweermaterialen zijn er inkoopovereenkomsten beschikbaar en waar nodig worden deze inkoopovereenkomsten rechtmatig verlengd. Op die manier wordt zo efficiënt mogelijk met de beschikbare middelen om gegaan.

Persoonlijke beschermingsmiddelen Brandweer Ook op het gebied van kleding, ademlucht en persoonlijke beschermingsmiddelen is de brandweer volledig up-to-date. Er zijn raamovereenkomsten gesloten voor bluslaarzen en blushandschoenen, waarbij DOC P&C: Begroting 2022 / MJR 2023-2025

Pagina 33

vervangen wordt indien noodzakelijk. Hiermee wordt verspilling voorkomen. De landelijke uitstraling voor bluskleding, die inmiddels is vastgesteld, gaat ons in de toekomst hierbij nog meer helpen. Het nieuwe operationele uniform, dat de huidige uniformen moet vervangen, is landelijk vertraagd door de coronacrisis. Wel hebben we deelgenomen aan de landelijke draagproef. Zodra er duidelijkheid is over de kosten van het nieuwe uniform kan het scenario voor vervanging definitief worden uitgewerkt. Omdat tot op heden het principe wordt gehanteerd dat we slechts vervangen als iets versleten is, is er alleen financiële dekking in de exploitatiebegroting en zijn er geen investeringen die hiervoor kunnen worden ingezet.

Kantoorautomatisering De VR beschikt over een visie op informatiegestuurd werken die op hoofdlijnen de richting voor de toekomst weergeeft. Met de acties in het jaarplan wordt verder invulling gegeven aan deze visie. Voor de VR is een architectuur opgesteld die gericht is op de huidige ontwikkelingen binnen de regio en op landelijk niveau. Het risicobewustzijn van werken bij de veiligheidsregio is toegenomen. Dit vertaalt zich in het veilige gebruik van ICT-voorzieningen, geen datalekken en grip op persoonsgegevens. Om toegang te krijgen tot de werkomgeving is de toegangscontrole uitgebreid met een authenticator-procedure. De benodigde investeringen zijn opgenomen in het MJIP en de kosten hiervan in de (meerjaren)begroting.

2.10.3 Wat gaat het kosten Alle noodzakelijke kosten met betrekking tot het in standhouden van de gebouwen, vervoersmiddelen, materialen en ICT-middelen zijn opgenomen in de begroting en meerjarenraming.

DOC P&C: Begroting 2022 / MJR 2023-2025

Pagina 34

2.11 Financiering 2.11.1 2.11.2 2.11.3 2.11.4

Inleiding Beleidskaders treasury activiteiten Toerekening (voorgenomen) rentelasten naar taakvelden EMU saldo

2.11.1 Inleiding De financieringsfunctie ondersteunt de uitvoering van de programma's en omvat de financiering van beleid en het uitzetten van geldmiddelen die niet direct nodig zijn. Op 27 november 2015 is door het algemeen bestuur het treasurystatuut 2015 vastgesteld. In dit statuut zijn de uitgangspunten, doelstellingen, richtlijnen en limieten van de treasuryfunctie vastgelegd. Het statuut is gebaseerd op de voorschriften zoals vastgelegd in de Wet Financiering Decentrale Overheden (Wet fido) inclusief de daarmee samenhangende wet- en regelgeving. De belangrijkste punten uit dit statuut zijn: • Aantrekken van langlopende geldleningen geschiedt door een offerte aan te vragen bij tenminste twee financiële instellingen; • Uitzetten van tijdelijke overtollige financiële middelen vindt uitsluitend plaats bij het Agentschap van het Ministerie van Financiën (schatkistbankieren). Uitgezonderd hierop zijn uitzettingen tot € 250.000. Deze middelen mogen worden uitgezet bij financiële ondernemingen die ten minste over een A-rating beschikken en gevestigd zijn in Nederland, of een andere EU lidstaat die beschikt over tenminste een AA rating; • De organisatie maakt geen gebruik van derivaten. In het treasurystatuut is opgenomen dat de beleidskaders van de belangrijkste treasury activiteiten worden opgenomen in de paragraaf ‘Financiering’.

2.11.2 Beleidskaders treasury activiteiten Kasgeldlimiet (kortlopende geldleningen) Ter beperking van het renterisico heeft de wetgever de hoogte van de netto vlottende schuld voor gemeenschappelijke regelingen op een maximum gezet van 8,2% van de begrote lasten, de kasgeldlimiet. Voor 2022 is deze berekend op € 5,9 miljoen1. Overschrijding kan leiden tot het aantrekken van geld met een looptijd langer dan één jaar. Voor 2022 is de verwachting dat de kasgeldlimiet niet wordt overschreden.

Schatkistlimiet Vanaf december 2013 is het schatkistbankieren van toepassing. Dit betekent dat overtollige geldmiddelen boven schatkistlimiet verplicht moeten worden aangehouden in de schatkist. Dit voorkomt dat decentrale overheden hun middelen kunnen uitzetten bij derden (zoals buitenlandse banken) en draagt bij aan het verlagen van het EMU saldo van de totale Nederlandse overheid. Voor 2022 is de schatkistlimiet2 berekend op € 542.000. Gelden boven deze limiet moeten worden aangehouden in de schatkist.

1 Op basis van begrotingstotaal lasten (primair) 2 De limiet wordt berekend als 0,75% van het begrotingstotaal lasten (primair) met een ondergrens van € 250.000.

DOC P&C: Begroting 2022 / MJR 2023-2025

Pagina 35

Renterisiconorm Ter beperking van het renterisico heeft de wetgever de renterisiconorm gemaximaliseerd op 20% van het begrotingstotaal. Dit betekent dat het totaal van herfinancieringen en renteherzieningen op de vaste schuld in enig jaar beperkt is tot 20% van het begrotingstotaal. Voor 2022 is de renterisiconorm berekend op €14,4 mln. In het begrotingsjaar vinden geen renteherzieningen plaats. De renterisiconorm wordt naar verwachting niet overschreden.

Financieringsbehoefte (kort-/langlopende geldleningen) In basis is de leningenportefeuille van Veiligheidsregio Noord-Holland Noord afgestemd op het kunnen uitvoeren van de haar gestelde taken. In het verleden zijn kortlopende geldleningen aangetrokken die zijn gebruik om tijdelijke tekorten in de liquide middelen op te vangen. Deze tekorten doen zich met name voor aan het einde van een kwartaal en worden geneutraliseerd door ontvangen kwartaalbijdragen vanuit de deelnemende gemeenten. Naar verwachting zal ook hiervoor in 2022 kortlopende geldleningen moeten worden aangetrokken. Op basis van de geplande investeringen 2022-2025 wordt meerjarig een financieringstekort verwacht. Om te kunnen investeren, zullen in de periode 2022-2025 (langlopende) geldleningen moeten worden aangetrokken. Het daadwerkelijke afsluitmoment van deze leningen wordt afgestemd op het leverings/betaalmoment van de betreffende investeringen. Voorzichtigheidshalve is in deze begroting reeds rekening gehouden met de toekomstige rentelasten die uit deze (voorgenomen) geldleningen voortvloeien. Deze zijn echter gering van omvang. In de jaren 2019 en 2020 zijn leningen aangetrokken die zelfs een “negatieve” rente kennen.

Ontwikkelingen leningenportefeuille In 2014 is de omvang van leningenportefeuille fors toegenomen. Er zijn leningen aangetrokken ter financiering van aangekocht materieel / kazernes van de gemeenten (aangekocht eind 2013) en de projectkosten regionalisering. In de periode 2019-2023 worden overgenomen kazernes weer (terug)verkocht aan de betreffende gemeente. De daarvoor aangetrokken geldleningen worden in deze periode afgebouwd. Daarnaast zal de portefeuilleomvang door het aantrekken van langlopende geldleningen ter financiering van voorgenomen investeringen weer toenemen.

2.11.3 Toerekening (voorgenomen) rentelasten naar taakvelden In onderstaand overzicht wordt inzicht gegeven in de verwachte rentelasten, het renteresultaat en de wijze waarop de rente wordt toegerekend aan investeringen, grondexploitaties en projecten. De rente van geldleningen die zijn aangetrokken voor de aankoop van materieel / kazernes wordt bij VR NHN gezien als projectfinanciering. Voor de volledigheid zijn ook de rentelasten van voorgenomen geldleningen (zie financieringsbehoefte) in het overzicht verwerkt.

DOC P&C: Begroting 2022 / MJR 2023-2025

Pagina 36

2022 Bedragen x €1

Omschrijving Externe financiering kort en lang Rentelasten (incl. voorgenomen) Rentebaten

153.674 -/-

Saldo rentelasten en rentebaten Doorberekening rente aan grondexploitatie

-/-

Toerekening rente van projectfinanciering aan het betreffende taakveld

-/-

Toerekening rentebaten van specifieke projectfinanciering aan het betreffende taakveld

+/+

Aan taakveld toe te rekenen externe rente

Rente over eigen vermogen Rente over voorzieningen

0 153.674

23.189 130.485

+/+

0

+/+

Totaal aan taakveld toe te rekenen rente

0 130.485

7.1 Volksgezondheid

-/-

15.451

1.1 Crisisbeheersing en Brandweer

-/-

110.129

0.4 Overhead

-/-

4.905

De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)

-/-

130.485

Renteresultaat op het taakveld Treasury

0

2.11.4 EMU saldo Onderstaand het berekende EMU saldo op basis van deze begroting en meerjarenraming (op basis van artikel 71 lid 3 BBV).

EMU-SALDO EMU-SALDO referentiewaarde Verschil EMU-saldo & referentiewaarde Kapitaalverstrekkingen en leningen Uitzettingen Activa Mutaties Uitzettingen (1 januari Vlottende activa Liquide middelen Overlopende activa tot 31 december) Vaste schuld Vaste Passiva Passiva Vlottende schuld Vlottende passiva Overlopende passiva Eventuele boekwinst bij verkoop effecten en (im)materiële vaste activa Financiële vaste activa

DOC P&C: Begroting 2022 / MJR 2023-2025

T-1 2021 -1.535

T 2022 2.897

T+1 2023 -2.680

T+2 2024 2.036

T+3 2025 5.828

-1.535

2.897

-2.680

2.036

5.828

0 0 0 0 0 -2.495 4.030 0

0 0 0 0 0 -1.298 -1.599 0

0 0 0 0 0 2.287 393 0

0 0 0 0 0 -773 -1.263 0

0 0 0 0 0 -3.777 -2.051 0

Pagina 37

2.12 Verbonden partijen 2.12.1 2.12.2 2.12.3 2.12.4 2.12.5 2.12.6 2.12.7

Inleiding Relevante ontwikkelingen Opbrengsten en kosten deelnemingen in relatie tot de begroting Invulling aandeelhouders- en commissarisrol Visie op verbonden partijen Beleidsvoornemens deelnemingen Eigen vermogen en resultaat RAV

2.12.1 Inleiding Een verbonden partij is een privaat- dan wel publiekrechtelijke organisatie waarin VR NHN een bestuurlijk én een financieel belang heeft. Een financieel belang is aanwezig wanneer een ter beschikking gesteld bedrag niet verhaalbaar is bij faillissement dan wel als financiële aansprakelijkheid bestaat indien de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt (artikel 1 BBV). Bestuurlijk belang is aanwezig indien er zeggenschap bestaat uit hoofde van stemrecht dan wel vertegenwoordiging in het bestuur van de organisatie. In deze paragraaf wordt ingegaan op de visie op verbonden partijen in relatie tot de realisatie van de doelstellingen van de veiligheidsregio. Ook wordt de realisatie van de beleidsvoornemens met betrekking tot de verbonden partijen beschreven. Tevens is opgenomen of en zo ja welke risico’s en problemen ten aanzien van de verbonden partijen zijn te onderkennen.

2.12.2 Relevante ontwikkelingen Vereniging Ambulancezorg Regio Noord-Holland Noord in coöperatief verband U.A. (RAV NHN) (vestigingsplaats Alkmaar) De RAV NHN is per 10 februari 2010 opgericht met als doel het hebben en exploiteren van een vergunning tot het uitvoeren van ambulancevervoer. Per 1 januari 2013 beschikt de RAV NHN over deze vergunning. RAV NHN kent twee leden: Ambulancezorg Noord-Holland Noord (= VR NHN) en Witte Kruis Ambulancezorg. De centrale administratie wordt uitgevoerd door VR NHN en de controlfunctie door WK. Het secretariaat van de RAV wordt door VR NHN gevoerd. Verder gebruiken beide partners één automatiseringspakket waarin de ambulanceritten worden geregistreerd. De ambulanceritten worden door VR NHN gefactureerd. De partners behouden afzonderlijk de verantwoordelijkheden over het debiteurenbeheer. Beide partners staan bij de zorgverzekeraars bekend als één wettelijk gemachtigde uitvoerende en verantwoordelijke zelfstandige organisatie (coöperatie) die beschikt over één gezamenlijke bankrekening en spaarrekening. De Meldkamer is via een SLA verbonden aan de RAV. Op 1 januari 2021 is de Wet ambulancevoorzieningen (Wav) in werking getreden. De nieuwe wet ambulancezorg geeft zekerheid aan de RAV over haar positie. Om de continuïteit te kunnen waarborgen wil de minister de huidige positie van de RAV’s intact houden.

In de nieuwe wet is opgenomen dat: “Er per veiligheidsregio een monopolist is, die niet alleen het alleenrecht heeft om spoedeisende ambulancezorg te leveren, maar ook de plicht heeft om deze zorg te leveren.” De Nederlandse Zorgautoriteit, de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) gaan gezamenlijk toezicht houden op de naleving van de Wav. De zorgverzekeraars maken met de RAV jaarlijks afspraken over het budget en de daarvoor te leveren kwaliteit en prestaties.

DOC P&C: Begroting 2022 / MJR 2023-2025

Pagina 38

Instituut Fysieke Veiligheid (vestigingsplaats Arnhem) Het IFV is een bij wet opgerichte zelfstandig bestuursorgaan (ZBO). De positie van het IFV is vastgelegd in de Wet veiligheidsregio’s. Het IFV ondersteunt de veiligheidsregio’s bij het versterken van de brandweerzorg en de aanpak op het terrein van de rampenbestrijding en crisisbeheersing. Coöperatie Brandweerschool Noord-Holland U.A. De regio’s Kennemerland, Noord-Holland Noord en Zaanstreek-Waterland hebben hun krachten op het gebied van vakbekwaam worden gebundeld. Sinds het formele ondertekeningmoment op 11 juli 2019 is er één gezamenlijk opleidingsinstituut: de Brandweerschool Noord-Holland (BWS NH). BWS NH zet in op kwalitatief goed onderwijs, het innoveren van brandweeronderwijs, het voldoen aan landelijk gestelde kwaliteitscriteria en het onderhouden en ontwikkelen van les- en leerstof. Voorlopig richt BWS NH zich in hoofdzaak op de opleidingen basisbrandweerzorg, aangevuld met de opleidingen brandweerchauffeur en instructeur. De landelijke (en verplichte) audit Kwaliteit Aanbieders Brandweeronderwijs (KAB) is uitgevoerd op 21 november 2019. De Brandweerschool heeft deze exercitie met goed gevolg doorlopen. Daarmee mag zij voor de komende drie jaar brandweeronderwijs verzorgen conform de landelijke standaarden.

In januari 2020 heeft met goed gevolg een audit plaats gevonden ten behoeve van een accreditatie voor het CrKBO (Centraal Register Kort Beroepsonderwijs). Inschrijving heeft in februari 2020 plaats gevonden.

2.12.3 Opbrengsten en kosten deelnemingen in relatie tot de begroting Vereniging Ambulancezorg Regio Noord-Holland Noord in coöperatief verband U.A. (RAV NHN) Het aandeel VR NHN in de kosten van de RAV NHN maakt onderdeel uit van het programma Ambulancezorg. Instituut Fysieke Veiligheid Alle veiligheidsregio’s dragen financieel bij aan het IFV. Deze bijdrage wordt rechtstreeks in mindering gebracht op de BDUR-gelden. Coöperatie Brandweerschool Noord-Holland U.A. De kosten van opleiden, en dus ook van de BWS NH, zijn opgenomen binnen het programma Brandweer.

2.12.4 Invulling aandeelhouders- en commissarisrol Vereniging Ambulancezorg Regio Noord-Holland Noord in coöperatief verband U.A. (RAV NHN) De bestuurdersrol is statutair vastgelegd. Twee bestuurders vormen het bestuur. Het voorzitterschap rouleert jaarlijks volgens een vast schema tussen beide bestuurders. Voor 2021 is de directeur ambulancezorg VRNHN de bestuursvoorzitter, voor 2022 wordt dit de directeur WK. De algemene directeuren van de beide zelfstandige organisaties en de twee bestuurders vormen samen de Algemene Ledenvergadering (ALV). Instituut Fysieke Veiligheid De voorzitters van de veiligheidsregio’s, verenigd in het Veiligheidsberaad, vormen het algemeen bestuur van het IFV. De bestuursvoorzitter van VR NHN is lid van het algemeen bestuur. Het algemeen bestuur benoemt uit zijn midden een voorzitter en een dagelijks bestuur. De voorzitter van het IFV is tevens voorzitter van het dagelijks bestuur. Het bestuur beslist bij meerderheid van stemmen.

DOC P&C: Begroting 2022 / MJR 2023-2025

Pagina 39

Coöperatie Brandweerschool Noord-Holland U.A. Het bestuur wordt gevormd door de directeuren van de veiligheidsregio’s. Daarnaast kent de coöperatie een algemene ledenvergadering.

2.12.5 Visie op verbonden partijen Een verbonden partij is voor de veiligheidsregio een instrument om de overgenomen maatschappelijke doelstellingen voor de aangesloten gemeenten te behalen. Bij het aansturen van een verbonden partij is het in ieder geval van belang dat: • Afspraken over taken, bevoegdheden, verantwoordelijkheden, financieel en juridisch beleid worden vastgelegd (bijvoorbeeld in overeenkomsten, statuten); • Afspraken worden gemaakt over de frequentie en inhoud van de verantwoordingsinformatie; • De veiligheidsregio zich realiseert dat andere partijen die betrokken zijn bij de verbonden partij andere belangen kunnen hebben naast het gezamenlijk belang.

2.12.6 Beleidsvoornemens deelnemingen Vereniging Ambulancezorg Regio Noord-Holland Noord in coöperatief verband U.A. (RAV NHN) Er zijn bij de RAV NHN geen grote beleidsvoornemens te onderkennen; het bestaande beleid wordt voortgezet. Instituut Fysieke Veiligheid De beleidsvoornemens voor de veiligheidsregio’s liggen op het terrein van: - beleids- en bestuursondersteuning van de ambtelijke en bestuurlijke top - kennis ontwikkelen, makelen en borgen voor de professional in het veld - opleidingen, trainingen en oefeningen voor vakbekwaam worden en blijven faciliteren en verzorgen - talent- en leiderschapsontwikkeling bevorderen - materieel voor de veiligheidsregio's verwerven, beheren en organisatorisch inbedden - projectmanagement en (organisatie)advies Coöperatie Brandweerschool Noord-Holland U.A. De coöperatie zet in de eerste jaren van haar bestaan in op het verder uitrollen van haar activiteiten en het verzorgen van kwalitatief goed onderwijs. Daarnaast wordt getracht schaalvoordelen te behalen door het bundelen van de opleidingsactiviteiten.

2.12.7 Eigen vermogen en resultaat RAV Uit de concept jaarstukken 2020 RAV blijkt dat het eigen vermogen per 31 december 2020 € 0 is. Het exploitatiesaldo 2020 is ook € 0. Dit wordt ook voor 2021 en 2022 voorzien.

DOC P&C: Begroting 2022 / MJR 2023-2025

Pagina 40

2.13 Vennootschapsbelasting 2.13.1 Inleiding 2.13.2 Wat gaan we doen

2.13.1 Inleiding Door gewijzigde landelijke wetgeving zijn overheidsondernemingen vanaf 1 januari 2016 in principe belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting (VpB). Hiermee is voor de Veiligheidsregio NoordHolland Noord (VRNHN) de noodzaak ontstaan om voor al haar activiteiten te beoordelen of zij daarbij een onderneming drijft.

2.13.2 Wat gaan we doen Voor de komende verslagjaren wordt jaarlijks een quickscan uitgevoerd. Daarnaast wordt per aangiftejaar een Vpb-dossier opgebouwd. In de begroting 2022 en de meerjarenraming wordt uitgegaan dat er jaarlijks een nihil aangifte zal worden gedaan. Voor de aangiftejaren 2019 ev. is intern besloten dat VRNHN zich laat ondersteunen bij de quickscans en het doen van de aangiften.

DOC P&C: Begroting 2022 / MJR 2023-2025

Pagina 41

2.14 Covid-19, de coronapandemie 2.14.1 Inleiding 2.14.2 Ontwikkelingen op de langere termijn

2.14.1 Inleiding De veiligheidsregio al sinds 12 maart 2020 in een GRIP4-situatie. Vele acties die nadien zijn ontplooid waren er op gericht om de verspreiding van het virus zoveel mogelijk te voorkomen. Vanuit de veiligheidsregio is sinds dat moment de coördinatie van alle acties, de juridische invulling van afgekondigde maatregelen (17 noodverordeningen) en de communicatie daarover (nieuwsbrieven, abriposters, filmpjes op social media) ter hand genomen. Ook is een noodopvanglocatie ingericht in Heiloo voor langer durende quarantaine-opvang. De daarmee samenhangende kosten zijn of worden gedeclareerd bij het ministerie VWS en de zorgverzekeraars. De verwachting is dat deze kosten grotendeels worden vergoed.

2.14.2 Ontwikkelingen op de langere termijn De coronapandemie had in 2020 verstrekkende gevolgen voor de organisatie zelf. Voor het kantoorpersoneel is thuiswerken de norm geworden. Ook zijn er strakke protocollen over hoe de medewerkers op de beste manier zichzelf en anderen kunnen beschermen. Dit is vooral van belang voor het ambulance- en brandweerpersoneel tijdens uitrukken. Opleiden en oefenen was beperkt mogelijk. Persoonlijke contacten zijn tot een minimum beperkt: alle teambuildingsactiviteiten en diverse recepties en bijeenkomsten zijn afgezegd. De pandemie duurt nog voort in 2021, zeker tot de zomer van dat jaar. De vraag die zich aandient, hoe nu verder als we de pandemie achter ons hebben gelaten. Inmiddels wordt beleid ontwikkeld op het voortzetten van een zekere mate van thuiswerken. Daarnaast staat ook het gezond en fit houden van de medewerkers in relatie tot het thuiswerken hoog op de lijst. Inmiddels zijn hier al diverse activiteiten voor ontplooid.

DOC P&C: Begroting 2022 / MJR 2023-2025

Pagina 42

3. Financiële begroting 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5

Overzicht van baten en lasten Uiteenzetting financiële positie en toelichting Meerjarenraming exploitatie Meerjarenraming balans Meerjarenraming investeringen

3.1

Overzicht van baten en lasten

Begroting 2022 Programma's / Overhead c.a. Programma Ambulancezorg Programma Brandweer Programma GHOR Programma Meldkamer Programma Risico- en crisisbeheersing Programma Veiligheidshuis Programma Dekkingsmiddelen taakvelden VR Saldi programma's Algemene dekkingsmiddelen Overhead Heffing VPB Onvoorzien Saldo van baten en lasten, resultaat voor bestemming Toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves per programma: Programma Ambulancezorg Programma Brandweer Programma Meldkamer Programma Risico- en crisisbeheersing Overhead Resultaat na bestemming

3.2

Bedragen x €1.000 Baten Lasten 16.755 15.212 2.360 33.097 12 1.333 1.723 2.775 2.447 760 1.286 50.471 72.081 56.150 125

15.734

72.206

350 72.234

115

101 4

12 6 72.339

72.339

Saldo 1.543 -30.737 -1.321 -1.052 -2.447 -526 50.471 15.931 -15.609 -350 -28 -101 115 -4 12 6 -

Uiteenzetting financiële positie en de toelichting

Uitgangspunten begroting De begroting 2022 is geïndexeerd met 1,3% (1,3% loonindexatie en 1,4% prijsindexatie). De loonprijsindexatie 2022 is conform de door gemeenten vastgestelde regeling Financiële Uitgangspunten Gemeenschappelijke Regelingen (FUGR) en geldend voor alle gemeenschappelijke regelingen. De verdeelsleutel 2022 per gemeente is medio februari 2021 bekend geworden. Verdeling vindt plaats naar de draagkracht per gemeente. Deze verdeling is gebaseerd op het aandeel van het ‘Oov-subcluster Brandweer en rampenbestrijding3 per gemeente en de belastingcapaciteit per gemeente. Voor 2022 is door het algemeen bestuur een taakstelling vastgesteld van 2 keer 1,5% in de jaren 2022 en 2023. Voor 2022 betekent dat een verlaging van de bijdrage met € 676.622. Hierdoor komt de bijdrage voor 2022 uit op een bedrag van € 44.531.499. De bijdrage per gemeente is opgenomen in bijlage 4.2.

3 subcluster binnen de algemene uitkering van het gemeentefonds

DOC P&C: Begroting 2022 / MJR 2023-2025

Pagina 43

Financiering Bij VRNHN is sprake van een totaalfinanciering. Rentelasten worden omgeslagen naar programma’s op basis van de boekwaarde (op 1 januari) van aangeschafte activa in deze programma’s. Begin 2020 is het (bestaande) meerjarig investeringsplan geactualiseerd voor de periode 2021-2024 (zie paragraaf 3.5). Gezien de investeringsvolumes wordt in de toekomst een financieringstekort verwacht. Om te kunnen investeren zullen in de periode 2021-2024 aanvullende geldleningen moeten worden aangetrokken. De toekomstige rentelasten die uit deze geldleningen voortvloeien, zijn reeds meegenomen in deze begroting en meerjarenraming. Voor meer informatie wordt hier verwezen naar de paragraaf Financiering.

Onvoorzien Met ingang van 2020 werd een post onvoorzien opgenomen ter grootte van 0,5% van de totale lasten. Met behulp van deze post worden onvoorziene (incidentele) uitgaven opgevangen. Voor de jaren 2022 en verder is deze post gefixeerd op € 350.000.

3.3

Meerjarenraming exploitatie

Een meerjarenraming is van belang om de consequenties van het beleid in beeld te brengen vanuit het verleden naar de onderhavige begroting en toekomstige planvorming. De meerjarenraming speelt een belangrijke rol bij de kader stellende functie van het algemeen bestuur, omdat de meerjarenraming de financiële richting aan geeft voor het opstellen van de begroting.

Meerjarenraming cijfermatig Hierna volgt een totaaloverzicht over de jaren 2022 tot en met 2025. In de meerjarenraming zijn de rubrieken met een variërend verloop afzonderlijk opgenomen. De cijfers vanaf 2023 zijn geïndexeerd. De overzichten per programma zijn opgenomen in de bijlage 4.4.

TOTAAL Baten

Totaal baten Lasten

Totaal lasten Saldo van baten en lasten Mutatie reserves

Wettelijk budget Nza Bijdrage gemeenten BDUR/Rijk/ministerie Overige baten Salarissen Afschrijvingen en rente Overige lasten

Toevoeging aan reserves Onttrekking aan reserves

Resultaat

Begroting 2022 17.476.000 44.531.499 5.939.821 4.257.900 72.205.220 47.141.116 6.500.714 18.591.006 72.232.836 -27.616 105.352 132.968 -

Bedragen x € 1 MJR MJR 2023 2024 17.721.000 17.970.000 44.477.616 45.100.303 5.940.615 5.940.615 4.152.618 4.177.888 72.291.849 73.188.806 47.665.412 48.390.075 6.446.812 6.689.714 18.200.718 18.127.108 72.312.942 73.206.897 -21.093 -18.091 106.933 108.537 128.026 126.628 -

MJR 2025 18.275.000 45.867.007 5.940.615 4.202.258 74.284.880 49.128.783 6.818.697 18.343.351 74.290.831 -5.951 110.491 116.442 -

Aansluiting op Kadernota Door het tijdsverloop tussen opstellen van de kadernota (december 2021) en de voorliggende begroting (maart 2022), zijn een aantal posten substantieel veranderd. • Het wettelijk budget Nza is bijgesteld naar de laatstelijke onderhandelingsresultaten met de zorgverzekeraars. De verhoging wordt veroorzaakt door compensatie (achteraf) van caoverhogingen, uitbreiding van diensten en verhoogde bijdrage huisvesting. • De bijdrage van de gemeenten is aangepast aan de besluitvorming van het algemeen bestuur (maart 2022), waarmee een taakstelling van 1,5% bezuiniging voor 2022 is opgelegd. • De post salarissen is aangepast aan de afgesproken uitbreiding van diensten van de ambulancezorg. DOC P&C: Begroting 2022 / MJR 2023-2025

Pagina 44

•

De afschrijvingen en rente zijn aangepast naar de laatste inzichten die bij het opstellen van de jaarrekening 2020 en de daarop volgende aanpassingen van het MJIP en het doorrekenen daarvan. De toename wordt weer goed gemaakt door aanpassingen in de overige lasten, die onder andere ontstaan door minder onderhoudskosten door vernieuwd materieel. De aanpassingen van baten en lasten blijven, met inachtneming van de verwerkte bezuinigingen, in evenwicht en hebben geen invloed op het verwachte resultaat.

Resultaten De resultaten laten, met inbegrip van de reservemutaties, over alle jaren een nihil resultaat zien op basis van going concern. Voor alle jaren is tevens een post onvoorzien opgenomen binnen de begroting die onder verantwoordelijk van de directie valt. Doelmatigheid en efficiënt gebruik van de budgetten blijft een hoge prioriteit houden om deze resultaten daadwerkelijk te behalen en de post onvoorzien niet aan te spreken.

Gemeentelijke bijdrage De gemeentelijke bijdrage 2022 is op basis van de door het algemeen bestuur vastgestelde kadernota geïndexeerd met 1,3%. De loonindexatie bedraagt 1,3% en de prijsindexatie 1,4%, welke in de verhouding 70%-30% meewegen. De indexatie van de gemeentelijke bijdrage voor de jaren 2023-2025 is gebaseerd op de CPB Middellange Termijn Verkenning en zijn respectievelijk 1,4%, 1,4% en 1,7% Voor 2022 is door het algemeen bestuur een taakstelling vastgesteld van 2 keer 1,5% in de jaren 2022 en 2023. Voor een verdere toelichting en (cijfermatige) uitwerking wordt verwezen naar bijlage 4.2.

Salarissen De binnen de cao’s CAR-UWO en ambulancezorg verwachte stijgingen in 2020 zijn in de ramingen meegenomen. Voor de jaren 2022-2025 is uitgegaan van de CPB raming Centraal Economisch Plan. De gehanteerde indexaties voor 2022 en 2023-2025 zijn respectievelijk 1,3%, 1,5%, 1,5% en 1,8%.

Afschrijvingen en rente In de begroting zijn de gevolgen van het MJIP (meerjareninvesteringsplan) opgenomen en de bijbehorende financiering. Hiermee is inzichtelijk wat het verloop van de afschrijvings- en rentelasten is. Deze stijgen jaarlijks. Alle opgenomen nieuwe investeringen zijn vooral vervangingsinvesteringen. Met name bij de brandweer neemt de afschrijvingslast toe. De groei in de afschrijvingslasten vindt zijn oorzaak vooral in een veranderd prijsniveau ten opzichte van de zero based begroting die in 2014 is opgesteld bij de regionalisering. Dit laat zich vooral gelden in hogere prijzen voor bijvoorbeeld de tankautospuiten, waar met name de technische uitrusting van een hoger (prijs)niveau is dan de voorgangers. Als gevolg van hogere aanschafprijzen neemt normaliter ook de financieringsrente toe als lastenpost. Op dit moment is financieren echter zo goedkoop dat de lasten hiervan gestaag afnemen. De leningen met hogere rentes worden steeds verder afgelost en de huidige leningen worden soms zelfs met een “negatieve” rente afgesloten. Bij stijgende rente kan er wel druk op de financiering (en dus de totale lasten) ontstaan.

Overige lasten Voor de indexaties is voor 2022 de kadernota gehanteerd en voor de jaren 2023 tot en met 2025 de indexaties van de CPB raming Centraal Economisch Plan. Daarnaast wordt nog specifieker ingezet op doelmatig en efficiënt gebruik van de budgetten. Te denken valt aan verscherpt inkopen en doelmatiger gebruik van materieel en materiaal. Dit wordt ook ingegeven door de taakstellingen/bezuinigingen.

DOC P&C: Begroting 2022 / MJR 2023-2025

Pagina 45

3.4

Meerjarenraming balans

Activa

31-12-2020

(im) Materiële vaste activa

31-12-2021

31-12-2022

31-12-2023

31-12-2024

31-12-2025

45.249

42.987

40.244

42.904

40.849

35.012

Financiële vaste activa: Kapitaalverstrekkingen

0

0

0

0

0

0

Financiële vaste activa: Leningen

0

0

0

0

0

0

Financiële vaste activa: Uitzettingen > 1 jaar

0

0

0

0

0

0

45.249

42.987

40.244

42.904

40.849

35.012

0

0

0

0

0

0

Totaal Vaste Activa Voorraden: Onderhanden werk & Overige grond- en hulpstoffen Voorraden: Gereed product en handelsgoederen & vooruitbetalingen Uitzettingen <1 jaar

0

0

0

0

0

0

5.867

5.867

5.867

5.867

5.867

5.867

Liquide middelen

225

225

225

225

225

225

Overlopende activa

4.867

4.867

4.867

4.867

4.867

4.867

Totaal Vlottende Activa

10.959

10.959

10.959

10.959

10.959

10.959

Totaal Activa

56.208

53.946

51.203

53.863

51.808

45.971

Passiva

31-12-2020

31-12-2021

31-12-2022

31-12-2023

31-12-2024

31-12-2025

Eigen vermogen

4.803

4.384

4.356

4.336

4.317

Exploitatiesaldo

3.255

-182

0

0

0

0

Voorzieningen

359

418

418

418

418

418

Vaste schuld

40.120

37.625

36.327

38.614

37.841

34.064

Totaal Vaste Passiva

48.537

42.245

41.101

43.368

42.576

38.790

Vlottende schuld

5.479

9.509

7.910

8.303

7.040

4.989

Overlopende passiva

2.192

2.192

2.192

2.192

2.192

2.192

Totaal Vlottende Passiva

7.671

11.701

10.102

10.495

9.232

7.181

Totaal Passiva

56.208

53.946

51.203

53.863

51.808

45.971

4.308

Eigen vermogen Het eigen vermogen bestaat uit een algemene reserve en de bestemmingsreserves. Ultimo 2022 bedraagt de verwachte omvang van de reserves € 4.356.000 wat als volgt verdeeld is over de: - algemene reserve veiligheidsregio € 1.459.000 - algemene reserve ambulancezorg € 283.000 - bestemmingsreserves € 2.614.000

Ontwikkeling algemene reserve Exploitatieoverschotten of -tekorten worden in eerste instantie verrekend met de algemene reserve binnen het eigen vermogen. Per 31 december 2021 bedraagt de algemene reserve veiligheidsregio € 1.459.000 en de algemene reserve ambulancezorg € 283.000 indien het AB positief besluit over het voorstel resultaatbestemming van het verslagjaar 2020. De omvang van de algemene reserves is vooralsnog toereikend.

Ontwikkeling bestemmingsreserves Het volgende overzicht laat de verwachte mutaties (voor zover nu in te schatten en onderbouwd) en eindstanden van de verschillende bestemmingsreserves zien. Bestemmingsreserves 31-12-20 mut.2021 31-12-21 mut.2022 31-12-22 mut.2023 31-12-23 mut.2024 31-12-24 mut.2025 31-12-25 Kwaliteitsverb. brandweerscholing 57 -57 Verslagleggingsverschillen BBV-RJZ 1.581 104 1.685 105 1.790 107 1.897 108 2.005 108 2.113 Pers.frictiekn./mobiliteitsbeleid 1.055 -98 957 -133 824 -127 697 -127 570 -117 453 LMO (landelijke meldkamer) Staat van de rampenbestrijding 145 -145 Automatisering&Informatiebeveiliging 55 -55 2.893 -251 2.642 -28 2.614 -20 2.594 -19 2.575 -9 2.566

DOC P&C: Begroting 2022 / MJR 2023-2025

Pagina 46

3.5

Meerjarenraming investeringen

Begin 2021 zijn alle investeringen geïnventariseerd voor de jaren 2022-2025. Dit leidt meerjarig tot het volgende beeld: Investeringen 2022-2025 PDC

bedragen x € 1.000 2023 2024

2022

2025

Ambulancezorg 2 - Diensten en middelen 3 - ICT 6 - Wagenpark Totaal

117 120 451 688

26 5 456 487

816 157 616 1.589

0 46 0 46

Brandweer 2 - Diensten en middelen 3 - ICT 6 - Wagenpark 7 - HRM Totaal

1.436 396 3.212 216 5.260

1.545 743 6.587 0 8.875

200 142 1.361 0 1.703

114 0 5.026 0 5.140

GHOR 3 - ICT 6 - Wagenpark Totaal

26 0 26

26 0 26

0 0 0

0 75 75

GMK 3 - ICT Totaal

0 0

0 0

0 0

35 35

R&CB 2 - Diensten en middelen 3 - ICT 6 - Wagenpark Totaal

59 0 0 59

0 16 0 16

0 0 97 97

0 0 0 0

Bedrijfsvoering 10 - Communicatie 3 - ICT 6 - Wagenpark Totaal

0 283 22 305

46 93 0 139

0 607 0 607

0 200 0 200

6.338

9.543

3.996

5.496

Totaal verwachte investeringen

DOC P&C: Begroting 2022 / MJR 2023-2025

Pagina 47

4. Bijlagen 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5

Kerngegevens Bijdrage per gemeente Financiële overzicht naar taakvelden Meerjarenraming exploitatie per programma Overzicht van incidentele baten en lasten

4.1

Kerngegevens Veiligheidsregio Noord-Holland Noord

Gemeenschappelijke regeling De volgende 17 gemeenten nemen deel aan de regeling: Alkmaar, Bergen, Castricum, Den Helder, Drechterland, Enkhuizen, Heerhugowaard, Heiloo, Hollands Kroon, Hoorn, Koggenland, Langedijk, Medemblik, Opmeer, Schagen, Stede Broec, Texel.

Doelstelling Het doel van de gemeenschappelijke regeling is het gezamenlijk behartigen van de belangen die de schaal van de individuele gemeenten te boven gaan, ten behoeve van de veiligheid van de bevolking in het samenwerkingsgebied. Tot de taken behoren het uitvoeren van werkzaamheden als bedoeld in de Wet Veiligheidsregio’s, en het instellen, in stand houden en beheren van de centrale post ambulancevervoer (gezamenlijk met Witte Kruis in de RAV Noord-Holland Noord). Tevens maakt het Zorg- en Veiligheidshuis onderdeel uit van de Veiligheidsregio.

Samenstelling bestuur VR NHN Het algemeen bestuur bestaat uit de burgemeesters van de deelnemende gemeenten. Het dagelijks bestuur bestaat per 31 december 2020 uit de volgende functionarissen: Naam E.G.M Roemer

Functie Voorzitter

J. Nieuwenburg

Plv. voorzitter

M.J.P. Van Kampen A.B. Blase

lid Lid

T.J. Romeyn M.D. Smeekes K. Taneja

Lid Secretaris/Adviseur Adviseur

S. Preenen S. van Griensven

Adviseur Adviseur

Organisatie Alkmaar

Samenstelling Burgemeester Alkmaar Burgemeester Hoorn / Voorzitter commissie Jeugd en Sociale Hoorn Veiligheid Burgemeester Schagen / Schagen Portefeuillehouder Bedrijfsvoering Heerhugowaard Burgemeester Heerhugowaard Burgemeester Heiloo / Voorzitter commissie Basisvoorzieningen Heiloo Fysieke Veiligheid Veiligheidsregio Directeur veiligheidsregio Veiligheidsregio Directeur veiligheidsregio Openbaar Ministerie Plv. Hoofdofficier van Justitie Politie Districtschef

De directie van de Veiligheidsregio bestaat per 31 december 2020 uit: Naam Portefeuille De heer M.D. Smeekes Directeur Veiligheidsregio De heer K. Taneja Directeur Veiligheidsregio

DOC P&C: Begroting 2022 / MJR 2023-2025

Pagina 48

4.2

Bijdrage per gemeente

Gemeentelijke bijdrage 2022 Op basis van de regeling Financiële uitgangspunten Gemeenschappelijke regelingen wordt de gemeentelijke bijdrage voor 2022 geïndexeerd met 1,3%. De loonindexatie bedraagt 1,30% en de prijsindexatie 1,40%, welke in de verhouding 70%-30% meewegen. Ten opzichte van 2021 nam de gemeentelijke bijdrage voor 2022 in de kadernota door deze indexatie toe met € 578.880. daarnaast wordt de bijdrage nog verhoogd met € 100.000 inzake versterking informatieveiligheid. Voor 2022 is door het algemeen bestuur een taakstelling vastgesteld van 2 keer 1,5% in de jaren 2022 en 2023. Voor 2022 betekent dat een verlaging van de bijdrage met € 676.622. Hierdoor komt de bijdrage voor 2022 uit op een bedrag van € 44.531.499. In onderstaande tabel is de uitsplitsing naar gemeente en taakveld opgenomen. Bedragen x €1

Gem eente

Verdeelsleutel

Bijdrage naar taakvelden 1.1 1.2 Openbare Crisisbeheersing orde en Brandw eer en veiligheid

OOV B&R en eigen inkom sten

Bijdrage 2022

Opmeer

669.015

1,5%

662.074

6.941

Texel

1.837.675

4,1%

1.818.610

19.066

Enkhuizen

1.215.650

2,7%

1.203.038

12.612

Drechterland

1.179.995

2,6%

1.167.753

12.242

Stede Broec

1.102.443

2,5%

1.091.006

11.438

Koggenland

1.580.283

3,5%

1.563.888

16.395

Heiloo

1.358.417

3,1%

1.344.323

14.093

Langedijk

1.500.031

3,4%

1.484.469

15.563

Bergen NH

2.406.037

5,4%

2.381.074

24.962

Castricum

2.138.607

4,8%

2.116.419

22.188

Medemblik

2.872.426

6,5%

2.842.625

29.801

Schagen

3.415.341

7,7%

3.379.908

35.433

Hollands Kroon

3.644.842

8,2%

3.607.028

37.815

Heerhugow aard

3.333.164

7,5%

3.298.583

34.581

Den Helder

3.913.087

8,8%

3.872.489

40.597

Hoorn

4.347.521

9,8%

4.302.417

45.105

Alkmaar

8.016.965

18,0%

7.933.790

83.174

BIJDRAGE 2021

44.531.499

100,0%

44.069.494

462.005

2023

2024

Meerjarige ontwikkeling gemeentelijke bijdrage Bedragen x €1.000 Beginstand Indexatie (loon-prijs) cfm primaire begroting

2021

2022 44.529

44.531

44.478

45.100

998

579

623

623

767

-

-

-

-

45.155

45.100

45.867

45.100

45.867

Bijdrage inzake Zorgcoördinator Mensenhandel Gem eentelijke bijdrage (basis, geindexeerd)

44.379

45.108

Bijdrage inzake versterking Informatieveiligheid

150

100 -677

-677

44.529

44.531

44.478

Taakstelling bezuiniging 1,5% Gem eentelijke Bijdrage TOTAAL

2025

43.381

Indexatie gemeentelijke bijdrage voor 2022 e.v.

DOC P&C: Begroting 2022 / MJR 2023-2025

Pagina 49

FLO Bijdrage Ambulancezorg De FLO bijdrage Ambulancezorg wordt conform afspraak niet geïndexeerd. In de onderstaande tabel is de uitsplitsing naar gemeente opgenomen. Bedragen x €1 FLO Bijdrage 2021 Am bu-zorg

Verdeelsleutel (Inw oners*)

Gemeente

Taakveld 7.1 Volksgezondheid

Opmeer

2.833

11.336

2.833

Enkhuizen

4.612

18.455

4.612

Drechterland

4.848

19.400

4.848

Stede Broec

5.372

21.493

5.372

Koggenland

5.616

22.471

5.616

Medemblik

10.928

43.725

10.928

Schagen**

2.896

11.589

2.896

Hollands Kroon***

8.793

35.184

8.793

Den Helder

14.064

56.275

14.064

Hoorn

18.037

72.172

18.037

FLO BIJDRAGE 2021

78.000

312.100

78.000

BIJDRAGE 2021

78.000

INDEX 2022

0,00%

Bijdrage per inw oner

€ 0,25

*

gebaseerd op inw onersaantal per 1-1-2016

** van de inw oners Schagen telt het aantal inw oners van de oude gemeente Zijpe mee voor de bijdrage ambulancezorg *** van de inw oners Hollands Kroon telt 74% mee voor de bijdrage ambulancezorg

DOC P&C: Begroting 2022 / MJR 2023-2025

Pagina 50

4.3

Financiële overzicht naar taakvelden

Begroting 2022 Taakvelden

Baten

Bedragen x €1.000 Lasten

Saldo

1.1 Crisisbeheersing en Brandweer Programma Brandweer Programma GHOR Programma Meldkamer Programma Risico- en crisisbeheersing Programma Dekkingsmiddelen taakvelden VR

54.104 2.360 12 1.723 50.009

39.652 33.097 1.333 2.775 2.447 -

14.452 -30.737 -1.321 -1.052 -2.447 50.009

1.2 Openbare orde en veiligheid Programma Veiligheidshuis Programma Dekkingsmiddelen taakvelden VR

1.222 760 462

1.286 1.286 -

-64 -526 462

7.1 Volksgezondheid Programma Ambulancezorg

16.755 16.755

15.212 15.212

1.543 1.543

Saldi programma's

72.081

56.150

15.931

125 -

15.734 350 -

-15.609 -350 -

72.206

72.234

-28

133 115 12 6

105 101 4 -

28 -101 115 -4 12 6

72.339

72.339

-

0.4 Overhead 0.5 Treasury 0.8 Overige baten en lasten 0.9 Vennootschapsbelasting (Vpb) Saldo van baten en lasten, resultaat voor bestemming 0.10 Mutaties reserves Programma Ambulancezorg Programma Brandweer Programma Meldkamer Programma Risico- en crisisbeheersing Overhead Resultaat na bestemming

DOC P&C: Begroting 2022 / MJR 2023-2025

Pagina 51

4.4

Meerjarenraming exploitatie per programma

Ambulancezorg Baten

Wettelijk budget Nza Overige baten

Totaal baten Lasten

Salarissen Afschrijvingen en rente Overige lasten

Totaal lasten Saldo van baten en lasten Mutatie reserves

Toevoeging aan reserves Onttrekking aan reserves

Resultaat Aandeel in overhead Resultaat inclusief overhead

MJR 2025 16.473.000 915.461 17.388.461 12.430.469 906.884 2.331.934 15.669.287 1.719.174 106.241

1.498.434 1.498.434 -

1.554.990 1.554.990 -

1.612.933 1.612.933 -

Begroting 2022 -30.736.957 -1.320.855 -1.051.597 -2.447.027 -525.758 50.471.320 -14.168.042 -350.000 -128.916 4.052 132.968 -

Bedragen x € 1 MJR MJR 2023 2024 -30.626.550 -31.344.726 -1.323.565 -1.347.453 -1.051.531 -1.066.643 -2.458.548 -2.493.299 -536.426 -551.960 50.418.231 51.040.918 -14.195.524 -14.009.290 -350.000 -350.000 -123.913 -122.453 4.113 4.175 128.026 126.628 -

MJR 2025 -31.852.107 -1.369.611 -1.085.303 -2.539.186 -570.643 51.807.622 -14.152.964 -350.000 -112.192 4.250 116.442 -

Begroting 2022 2.360.120 2.360.120 19.712.140 5.064.583 8.320.354 33.097.077 -30.736.957

Bedragen x € 1 MJR MJR 2023 2024 2.367.067 2.388.156 2.367.067 2.388.156 20.000.262 20.329.507 4.990.722 5.288.617 8.002.633 8.114.758 32.993.617 33.732.882 -30.626.550 -31.344.726

MJR 2025 2.393.445 2.393.445 20.702.215 5.306.256 8.237.081 34.245.552 -31.852.107

1.441.999 1.441.999 -

Resultaten programma's VR Programma Brandweer Programma GHOR Programma Meldkamer Programma Risico- en crisisbeheersing Programma Veiligheidshuis Programma Dekkingsmiddelen taakvelden VR Overhead Algemene dekkingsmiddelen/onvoorzien Resultaat programma's VR Mutatie reserves VR Toevoeging aan reserves Onttrekking aan reserves Resultaat programma's VR inclusief mutaties reserves

Brandweer Baten Totaal baten Lasten

Bedragen x € 1 MJR MJR 2023 2024 15.974.000 16.198.000 886.629 899.628 16.860.629 17.097.628 12.175.873 12.343.089 798.602 787.793 2.284.900 2.307.394 15.259.375 15.438.276 1.601.254 1.659.352 102.820 104.362

Begroting 2022 15.753.000 1.001.667 16.754.667 12.138.611 808.373 2.264.384 15.211.368 1.543.299 101.300

Overige baten Salarissen Afschrijvingen en rente Overige lasten

Totaal lasten Resultaat programma

DOC P&C: Begroting 2022 / MJR 2023-2025

Pagina 52

Totaal lasten Resultaat programma

Begroting 2022 12.000 12.000 916.775 35.253 380.827 1.332.855 -1.320.855

Bedragen x € 1 MJR MJR 2023 2024 12.000 12.000 12.000 12.000 930.526 944.484 36.325 41.445 368.714 373.524 1.335.565 1.359.453 -1.323.565 -1.347.453

MJR 2025 12.000 12.000 961.485 41.358 378.768 1.381.611 -1.369.611

Baten

Begroting 2022 1.723.000

Bedragen x € 1 MJR MJR 2023 2024 1.747.000 1.772.000

MJR 2025 1.802.000

1.723.000 2.526.902 9.624 238.071 2.774.597 -1.051.597

1.747.000 2.564.806 9.560 224.165 2.798.531 -1.051.531

1.802.000 2.650.136 9.514 227.653 2.887.303 -1.085.303

GHOR Baten Totaal baten Lasten

Overige baten Salarissen Afschrijvingen en rente Overige lasten

Meldkamer Wettelijk budget Nza Overige baten

Totaal baten Lasten

Salarissen Afschrijvingen en rente Overige lasten

Totaal lasten Resultaat programma

Risico- en crisisbeheersing Baten Totaal baten Lasten

Overige baten Salarissen Afschrijvingen en rente Overige lasten

Totaal lasten Resultaat programma

Zorg- en Veiligheidshuis Baten Totaal baten Lasten

Overige baten Salarissen Afschrijvingen en rente Overige lasten

Totaal lasten Resultaat programma

Dekkingsmiddelen taakvelden VR Baten Totaal baten Lasten

Bijdrage gemeenten BDUR/Rijk/ministerie

1.772.000 2.603.278 9.532 225.833 2.838.643 -1.066.643

1.580.293 61.133 805.601 2.447.027 -2.447.027

Bedragen x € 1 MJR MJR 2023 2024 1.604.002 1.628.065 72.179 72.161 782.367 793.073 2.458.548 2.493.299 -2.458.548 -2.493.299

1.653.080 81.352 804.754 2.539.186 -2.539.186

Begroting 2022 759.984 759.984 985.927 299.815 1.285.742 -525.758

Bedragen x € 1 MJR MJR 2023 2024 761.303 762.642 761.303 762.642 1.000.716 1.015.727 297.013 298.875 1.297.729 1.314.602 -536.426 -551.960

MJR 2025 764.273 764.273 1.034.010 300.906 1.334.916 -570.643

Begroting 2022 44.531.499 5.939.821 50.471.320

Bedragen x € 1 MJR MJR 2023 2024 44.477.616 45.100.303 5.940.615 5.940.615 50.418.231 51.040.918

MJR 2025 45.867.007 5.940.615 51.807.622

50.471.320

50.418.231

51.807.622

Begroting 2022

MJR 2025

Salarissen Afschrijvingen en rente Overige lasten

Totaal lasten Resultaat programma DOC P&C: Begroting 2022 / MJR 2023-2025

51.040.918

Pagina 53

Overhead Baten Totaal baten Lasten

Overige baten Salarissen Afschrijvingen en rente Overige lasten

Totaal lasten Resultaat programma Overhead t.l.v. ambulancezorg Resultaat inclusief overhead

Algemene dekkingsmiddelen/Onvoorzien Baten Totaal baten Lasten

Begroting 2022 124.129 124.129 9.280.468 521.748 5.931.954 15.734.170 -15.610.041 1.441.999 -14.168.042

Bedragen x € 1 MJR MJR 2023 2024 125.619 115.462 125.619 115.462 9.389.227 9.525.925 539.424 490.166 5.890.926 5.663.651 15.819.577 15.679.742 -15.693.958 -15.564.280 1.498.434 1.554.990 -14.195.524 -14.009.290

MJR 2025 117.079 117.079 9.697.388 473.333 5.712.255 15.882.976 -15.765.897 1.612.933 -14.152.964

Begroting 2022

Bedragen x € 1 MJR MJR 2023 2024

MJR 2025

Overige baten Salarissen Afschrijvingen en rente Overige lasten

Totaal lasten Resultaat algemene dekkingsmiddelen/onvoorzien

DOC P&C: Begroting 2022 / MJR 2023-2025

-

-

-

-

350.000 350.000 -350.000

350.000 350.000 -350.000

350.000 350.000 -350.000

350.000 350.000 -350.000

Pagina 54

4.5

Overzicht van incidentele baten en lasten Bedragen x € 1.000

Programma /paragraaf Ambulancezorg Storting in reserve Sub Brandweer Loonkosten boven structurele sterkte Onttrekking uit reserve Sub Meldkamer Storting in reserve Sub

2022 2023 2024 2025 Baten Lasten Baten Lasten Baten Lasten Baten Lasten

Bedrijfsvoering / Overhead Loonkosten boven structurele sterkte Onttrekking uit reserve Sub Totaal

DOC P&C: Begroting 2022 / MJR 2023-2025

103 103

-

115 115 115

115

-

4 4

Risico- & crisisbeheersing Loonkosten boven structurele sterkte Onttrekking uit reserve Sub Bedrijfsvoering / Directie Onvoorziene lasten Sub

101 101

-

109 109 109

109

-

4 4

12 12 12

6 6 6 133

112 112

112

-

4 4

6 588

127

108 108

108

-

4 4

9 9 9

13

350 350

-

6 6 6

108

13 13 13

12

350 350

-

106 106

-

112

12 12 12

12

350 350

-

104 104

-

9

-

350 350

2

6

2 2

2

-

-

584

127

585

117

577

Pagina 55

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10176086/1