CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Wijzigingsplan s-Gravendeelsedijk geanonimiseerd.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 10 oktober 2023, gemeente DordrechtBij agendapunt: 11: Raadsinformatiebrief over Vaststellen wijzigingsplan 's-Gravendeelsedijk 175 - Raadsinformatiebrief19.745 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Inhoudsopgave Toelichting Hoofdstuk 1

Inleiding

7

1.1

Aanleiding en doel

7

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

8

1.3

Vigerend bestemmingsplan

8

1.4

Leeswijzer

9

Planbeschrijving

11

Bestaande en toekomstige situatie

11

Beleidskader

13

3.1

Inleiding

13

3.2

Provinciaal beleid

13

3.3

Gemeentelijk beleid

15

3.4

Overige relevante kaders

16

Toetsing aan de wijzigingsregels

17

4.1

Wijzigingsregels

17

4.2

Toetsing

17

Juridische planbeschrijving

21

5.1

Planmethodiek

21

5.2

Regels

21

5.3

Verbeelding

21

Uitvoerbaarheid

23

6.1

Economische uitvoerbaarheid

23

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

23

Hoofdstuk 2 2.1

Hoofdstuk 3

Hoofdstuk 4

Hoofdstuk 5

Hoofdstuk 6

3/42

Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1

Akoestisch onderzoek

Bijlage 2

Advies OZHZ

Bijlage 3

Verslag participatietraject

Bijlage 4

Samenvatting en uitleg definities

Regels Hoofdstuk 1

Regels

37

Artikel 1

Begrippen

37

Artikel 2

Werking

38

Artikel 3

Wijziging bijlage 1

39

Artikel 4

Wijziging bijlage 2

40

Artikel 5

Titel

42

4/42

Hoofdstuk 1

1.1

Inleiding

Aanleiding en doel

B.V. Zeehavenbedrijf Dordrecht (hierna: ZHD) is een logistiek dienstverlener en heeft op de locatie 's-Gravendeelsedijk 175 te Dordrecht een op- en overslagbedrijf voor droge bulkgoederen, containers, stukgoederen en breakbulk. Voldoende opslagfaciliteiten is een essentiële randvoorwaarde voor een efficiënt en duurzaam vervoer over water. ZHD heeft op de huidige terminal een groot ruimtegebrek. ZHD heeft daarom het voornemen om de terminal in Dordrecht uit te breiden met een terminal op de Prins Willen Alexanderkade (verder: de PWA-terminal). Ook wil ZHD haar bestaande terminal optimaliseren. Om deze ontwikkelingen mogelijk te maken is onder andere een revisie van de bestaande omgevingsvergunning milieu nodig in combinatie met het herverdelen van geluidruimte. Het bestemmingsplan 'Zeehavens Dordrecht' voorziet in de mogelijkheid om de geluidruimte via een wijzigingsprocedure te herverdelen. Om die reden is het voorliggende wijzigingsplan opgesteld. Het wijzigingsplan heeft betrekking op de locatie van de huidige terminal en de aangrenzende Wilhelminahaven.

Figuur 1.1 Plangebied (blauwe contour)

7/42

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

Het plangebied betreft de deelgebieden D en F uit bijlage 1 van de regels van bestemmingsplan 'Zeehavens Dordrecht'. Deelgebied D is gelegen aan de 's-Gravendeelsedijk 175 in Dordrecht en betreft de huidige, bestaande terminal van ZHD. Deelgebied F beslaat de direct aangrenzend gelegen Wilhelminahaven.

Figuur 1.2 Uitsnede bijlage 1 regels vigerende bestemmingsplan, tekening deelgebieden

1.3

Vigerend bestemmingsplan

Ter plaatse vigeert het bestemmingsplan 'Zeehavens Dordrecht'. Dit plan is door de gemeenteraad vastgesteld op 25 juni 2013. Door de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRS) is uitspraak gedaan op 26 november 2014. Daarbij heeft de ABRS zelf in de zaak voorzien en de planregels op 1 onderdeel gewijzigd vastgesteld. Het betreffende onderdeel is niet relevant voor het onderhavige wijzigingsplan.

8/42

Figuur 1.3 Uitsnede vigerend bestemmingplan (plangebied aangeduid met witte contour) Op de gronden vigeren de bestemmingen 'Bedrijf - 1' en 'Water - Haven'. De activiteiten passen binnen deze bestemmingen. In artikel 20.2.7 van de regels van het vigerende bestemmingsplan is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen voor het wijzigen van de geluidbudgetten. Hiermee is het mogelijk het geluidbudget van een bouwperceel c.q. deelgebied te verhogen en gelijktijdig het geluidbudget van een ander bouwperceel c.q. deelgebied te verlagen. In hoofdstuk 4 wordt getoetst aan de regels voor het toepassen van deze wijzigingsbevoegdheid.

1.4

Leeswijzer

Hoofdstuk 2 geeft inzicht in de bestaande en toekomstige situatie. Hoofdstuk 3 bevat het relevante beleidskader. In hoofdstuk 4 wordt getoetst aan de wijzigingsregels. Een toelichting op de juridische regeling van het plan is opgenomen in hoofdstuk 5. De uitvoerbaarheid komt aan de orde in hoofdstuk 6. Deze toelichting bevat verschillende bijlagen waarnaar in de tekst wordt verwezen. Bijlage 4 bevat een samenvatting en een uitleg van de gebruikte definities in begrijpelijke taal.

9/42

10/42

Hoofdstuk 2 2.1

Planbeschrijving

Bestaande en toekomstige situatie

De bestaande terminal van ZHD aan de 's-Gravendeelsedijk 175 (hierna: Hometerminal) heeft een omvang van circa 18 hectare en deze zal worden uitgebreid met de PWA-terminal, met een omvang van circa 8 hectare. De locatie en omgeving van de Hometerminal en PWA-terminal zijn weergegeven in figuur 2.1.

Figuur 2.1 Ligging van de Hometerminal en de PWA-terminal De gronden in het bestemmingsplan 'Zeehavens Dordrecht' zijn in bijlage 1 bij de regels verdeeld in deelgebieden. Het plangebied betreft de deelgebieden D en F. Deelgebied D betreft volledig de bestaande terminal van B.V. Zeehavenbedrijf Dordrecht aan de 's-Gravendeelsedijk 175 in Dordrecht. In deelgebied F is een geluidreservering opgenomen (ter plaatse van de Wilhelminahaven) om toekomstige ontwikkelingen in en rondom dit havenbekken mogelijk te maken. Emissiebudget deelgebied D (bijlage 1 bestemmingsplan) Voor deelgebied D is in bijlage 1 is een indicatieve geluidsruimte in de vorm van emissiewaarden aangegeven. Uit het akoestisch onderzoek (zie bijlage 1) blijkt dat deze indicatieve emissiewaarden wijzigen. Tabel 2.1 bevat een overzicht van de huidige en toekomstige opgenomen indicatieve emissiewaarden voor deelgebied D. Tabel 2.1 Overzicht huidige en toekomstige indicatieve emissiewaarde deelgebied D Huidig Deelgebied D

11/42

64-62-59 dB(A)/m

Toekomstig 2

69-68-63 dB(A)/m2

Immissiebudgetten deelgebieden D en F (bijlage 2 bestemmingsplan) Voor de deelgebieden D en F zijn tevens bindende immissiebudgetten vastgelegd (zie bijlage 2 van het vigerende bestemmingsplan, in samenhang met de artikelen 20.2.1 en 1.26). Deze immissiebudgetten dienen te worden aangepast. Uit het akoestisch onderzoek “ZHD Stevedores, terminal Dordrecht inclusief PWA-kade”, M.2017.0704.01.R001V20 (zie bijlage 1) blijkt dat de geluidsbelasting voor deelgebied D niet voldoet aan de immissiebudgetten zoals opgenomen in bijlage 2 van het vigerende bestemmingsplan. Dit immissiebudget wordt daarom verhoogd, waarbij ter compensatie gebruik wordt gemaakt van de ontwikkelruimte uit deelgebied F. Havenbedrijf Rotterdam heeft aangegeven in te stemmen met herverdeling van geluidruimte ten behoeve van de vergunningaanvraag van ZHD). De begrenzing en oppervlakte van de deelgebieden veranderen niet. Het nieuwe immissiebudget voor deelgebied F heeft betrekking op het totale deelgebied, met een oppervlakte van 203.033 m2. Nadere toelichting Het bestemmingsplan 'Zeehavens Dordrecht' voorziet in een regeling om de beschikbare geluidruimte te verdelen. De basis is het geluidimmissiebudget dat per zonepunt per m2 in bijlage 2 van het bestemmingsplan voor alle deelgebieden is opgenomen.

In het akoestisch onderzoek (zie bijlage 1) is de totale bijdrage van ZHD op de geluidzone (totale geluidimmisie) berekend. Door de zonebeheerder (OZHZ) is met behulp van het zonebeheersmodel, op basis van de in deelgebied D liggende geluidbronnen, daaruit de geluidemissie voor deelgebied D afzonderlijk afgeleid. Op basis daarvan is vervolgens door OZHZ het daarmee overeenkomende geluidimmissieniveau voor deelgebied D berekend. Uit deze berekening blijkt dat het door ZHD aangevraagde geluidimmissieniveau per m2 voor deelgebied D op een aantal zonepunten hoger is dan in bijlage 2 van het bestemmingsplan is opgenomen. Vanuit deelgebied F is geluidimmissiebudget beschikbaar gesteld voor deelgebied D. Door de zonebeheerder is berekend met welke waarde het geluidimmissiebudget uit bijlage 2 van deelgebied F moet worden verlaagd, zodanig dat de totale geluidimmissie op de zonepunten voldoet en dat deze nog steeds past binnen de bestaande geluidzone. De aldus voor deelgebied D en F per zonepunt per m2 berekende geluidimmissieniveaus zijn opgenomen in dit wijzigingsplan.

12/42

Hoofdstuk 3

3.1

Beleidskader

Inleiding

Het plan dient getoetst te worden aan het vigerend rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid. Hieronder is het relevante beleid nader beschreven. Gezien de kleinschalige aard van het plan is dit onderdeel beperkt gehouden. Er geldt geen specifiek rijks- of regionaal beleid dat relevant is voor het plan.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland (2022) De provincie heeft op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht de taak om grote bedrijven te reguleren in relatie tot de leefomgeving. Dat betekent dat activiteiten van een bedrijf beoordeeld worden op gevolgen voor die leefomgeving. Dus wat is het effect van die activiteiten op het gebied van b.v. geluid, externe veiligheid, geur, stof, bodem, lucht- en waterkwaliteit? Hierbij wordt beoordeeld of het effect van die activiteiten valt binnen (wettelijke) grenzen met het doel om milieubelasting en overlast te beperken en tegelijk ruimte te geven voor het bedrijf om zijn activiteiten uit te voeren. De provincie wil zorgen voor een gezonde en veilige leefomgeving, die inwoners beschermt tegen negatieve invloeden, zoals luchtvervuiling, bodemverontreiniging, veiligheidsrisico’s, geluid- en geuroverlast. Uitgangspunt hierbij is dat gewerkt wordt aan een circulaire economie met duurzame energievoorziening. De inzet is gericht op het voorkomen en verminderen van geluidhinder door weg- (en rail) verkeer, luchtvaart en industrie (zonering en vergunningverlening) en het aanwijzen en beschermen van stiltegebieden. Maatschappelijk gewenste ontwikkelingen (op het gebied van bijvoorbeeld economie, verkeer en vervoer) moeten kunnen plaatsvinden terwijl tegelijkertijd de burger wordt beschermd tegen geluidhinder.

Daarbij is het streven om de wettelijke geluidtaken, naast vergunningverlening Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (WABO), te integreren in de provinciale kerntaken ruimte, economie en bereikbaarheid. Verder is de provinciale inzet gericht op het optimaliseren van efficiënt ruimtegebruik op industrieterreinen gekoppeld aan geluidruimteverdeling. Toetsing Het verplaatsen van de geluidbudgetten binnen de grenzen van het vigerende bestemmingsplan is niet in strijd met de Omgevingsvisie.

13/42

3.2.2 Omgevingsverordening Zuid-Holland (geconsolideerde versie 2023) Het provinciaal beleid wordt planologisch geborgd door de Omgevingsverordening. Het plangebied is in de Omgevingsverordening aangemerkt als watergebonden bedrijventerrein. De ontwikkeling is getoetst aan de relevante artikelen. In artikel 6.9 Ruimtelijke kwaliteit is vastgelegd dat een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, mits is aangetoond dat de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. Om de ruimtelijke kwaliteit te waarborgen moet in het bestemmingsplan rekening gehouden met de beschermingscategorie, het gebiedstype en de relevante richtpunten voor ruimtelijke kwaliteit. Bij het beantwoorden van de vraag of bij een beoogde ruimtelijke ontwikkeling de ruimtelijke kwaliteit gewaarborgd kan blijven, wordt de schaalverdeling inpassen, aanpassen en transformeren gehanteerd. In artikel 6.12 Bedrijven is vastgelegd dat bedrijven uit de hoogst mogelijke milieucategorie moeten worden toegestaan en dat in hoofdzaak watergebonden bedrijven moeten worden toegelaten. Transformatie of verlaging van milieucategorieën is alleen onder voorwaarden mogelijk. Toetsing De gebruiksmogelijkheden blijven ongewijzigd. In dit geval is sprake van het verplaatsen van geluidbudgetten binnen een watergebonden bedrijventerrein. Dit valt in de categorie 'inpassen'.

Het verplaatsen van geluidbudgetten is niet in strijd met de Omgevingsverordening. 3.2.3 Conclusie De beoogde ontwikkeling is niet in strijd met het provinciaal beleid.

14/42

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1 Omgevingsvisie 1.0 (2021) De Omgevingsvisie 1.0 is door de gemeenteraad van Dordrecht vastgesteld op 28 april 2021 en vervangt de Structuurvisie 2040. Bij de afweging om af te wijken van het geldende bestemmingsplan speelt de omgevingsvisie een rol en moet worden beschouwd of het voorliggende initiatief bijdraagt aan de gestelde doelen. Ontwikkelende partijen geven bij nieuwe ontwikkelingen invulling aan doelen uit de Omgevingsvisie. De centrale ambitie voor Dordrecht die spreekt uit de Omgevingsvisie 1.0 is de verdere ontwikkeling van de gemeente naar een groene, levendige stad met een veerkrachtige bevolking en een hoger welvaartsniveau, zodat het huidige voorzieningenniveau ook in de toekomst kan worden gewaarborgd. De hoofdopgave die de gemeenteraad van Dordrecht dan ook in de Omgevingsvisie heeft geformuleerd is groei van het aantal inwoners en arbeidsplaatsen. Binnenstedelijke groei wordt gezien als aanjager voor kwaliteitsverbetering van de stad en het vergroten van de leefbaarheid. De hoofdopgave moet gerealiseerd worden binnen de zeven doelen die de omgevingsvisie formuleert, waaronder ‘Dordrecht is een aantrekkelijke stad’. Doel is het versterken van de economische positie van de regio en de inwoners door nieuwe, hoogwaardige bedrijvigheid en ondernemers aan te trekken.

Daarnaast wordt de groei en het innovatief vermogen van bestaande bedrijvigheid gestimuleerd. Dit moet leiden tot 30.000 extra arbeidsplaatsen voor de Drechtsteden. Deze groei vindt vooral plaats in de groothandel/logistiek, ICT, financiële- en zakelijke dienstverlening en zorg en welzijn. Uiteraard moet in de overal vertegenwoordigde maakindustrie het aantal banen toenemen. Naast de zorg voor een aantrekkelijk vestigings- en ondernemersklimaat, is een op de vraag van de bedrijven toegesneden (kwalitatieve) beroepsbevolking (op alle niveaus) van groot belang. Toetsing De optimalisering van ZHD draagt bij aan de hoogwaardige bedrijvigheid in Dordrecht. De uitbreiding en optimalisering van de logistieke dienstverlening versterken de positie van het zeehaventerrein en dragen bij aan de werkgelegenheid van de regio. 3.3.2 Actieplan geluid gemeente Dordrecht 2019-2023 Het Actieplan Geluid 2019-2023 vloeit voort uit de Europese Richtlijn Omgevingslawaai. Industrielawaai afkomstig van gezoneerde terreinen valt buiten de scope van het actieplan. Het actieplan is daarom niet relevant voor dit wijzigingsplan. 3.3.3 Economische Visie Drechtsteden 2008 Een vitale economie is gebaat bij een aantrekkelijke leef- en werkomgeving: veilig, duurzaam, mooi en gezond. Dat betekent onder andere het beperken en voorkomen van bijvoorbeeld milieuhinder door verkeer en industrie.

Om zich als zelfstandige regio te positioneren is het van belang dat er een compleet aanbod voor wonen, werken en recreatie voorhanden is voor bewoners, bezoekers en gebruikers van de regio. Interne samenwerking, zoals die nu vorm krijgt, moet leiden tot een helder en afgewogen totaalbeeld van attracties, voorzieningen en werkgelegenheid.

15/42

Toetsing De economische visie gaat niet in op het aspect geluid. De optimalisatie van het terrein van ZHD draagt bij aan het versterken van de positionering van het zeehavengebied van Dordrecht.

3.4

Overige relevante kaders

3.4.1 Samenwerkingsovereenkomst Havenbedrijf Rotterdam 2012 In 2012 is de gemeente Dordrecht een samenwerking met HbR aangegaan gericht op het beheer en de exploitatie van het Zeehavengebied Dordrecht. Afspraken zijn vastgelegd in een samenwerkingsovereenkomst, die onder meer is gericht op versterking van de (sociaal- )economische positie van het Zeehavengebied, het genereren van meer bedrijvigheid, en de optimalisatie van het ruimtegebruik en de bereikbaarheid door de benutting van leegstaande en extensief gebruikte terreinen. De drie beoogde ontwikkelingen in de overeenkomst richten zich op de ontwikkeling van Duivelseiland, de ontwikkeling van de Wilhelminahaven en de ontwikkeling van de PWA-kade. Belangrijk speerpunt bij de ontwikkeling van het Zeehavengebied is om zoveel mogelijk kaderuimte te benutten voor zeehaven/watergerelateerde activiteiten en daarnaast zoveel mogelijk bij te dragen aan andere gemeentelijke doelstellingen. Toetsing De ontwikkeling van ZHD past binnen de kaders voor de ontwikkeling. Met name aan de voornaamste kaders van versterking van de positie van het Zeehavengebied en optimalisatie van ruimtegebruik en de ontwikkeling van de PWA-kade, wordt een nadrukkelijke invulling gegeven.

Er is bij deze ontwikkeling ook een bijdrage aan andere doelstellingen, zoals het in standhouden en creëren van werkgelegenheid, gelet op het type bedrijf is dit echter beperkt in omvang. Door HbR worden de plannen van ZHD als positief ervaren en gezien als versterking van het maritieme cluster. HbR en ZHD voeren al langere tijd constructief overleg inzake de herontwikkeling en uitbreiding van de ZHD activiteiten te Dordrecht. Voor de uitbreiding met de PWA-terminal verkrijgt ZHD het terrein in erfpacht van HbR, hiertoe is een overeenkomst tot uitgifte getekend.

16/42

Hoofdstuk 4 4.1

Toetsing aan de wijzigingsregels

Wijzigingsregels

In het vigerende bestemmingsplan 'Zeehavens Dordrecht' zijn wijzigingsregels opgenomen voor het op geluidsneutrale wijze 'herverdelen' van geluidbudgetten, zie tabel 4.1. Tabel 4.1 Wijzigingsregels vigerend bestemmingsplan

Aan deze voorwaarden is in paragraaf 4.2 getoetst. Hieruit volgt dat aan de voorwaarden kan worden voldaan.

4.2

Toetsing

Toetsing aan lid 1: bedrijfseconomische noodzaak ZHD is een 100% dienstverlener voor de zee- en binnenvaart gerelateerde logistiek. Zowel de hoeveelheden als het type lading verandert daarmee constant afhankelijk van de economische ontwikkelingen en de fluctuaties in vraagen aanbod in de sectoren waarin de klanten van ZHD actief zijn. Het laden en lossen van zeeschepen is een onregelmatig proces met pieken en dalen in het werkaanbod en onverwachte aanpassingen in de planning hiervan. Dit laatste wordt versterkt door de invloeden van weersomstandigheden en de langere of kortere duur van de zeereis van de zeeschepen. De binnenvaartschepen hebben te maken met beperkingen voor de bevaarbaarheid van rivieren als gevolg van hoge of lage waterstanden. De genoemde fluctuaties in de aan- en afvoer van goederen dienen te kunnen worden opgevangen met opslagcapaciteit in de zeehavens. De behoefte hieraan is groot en neemt de komende jaren verder toe. Voldoende opslagfaciliteiten is een essentiële randvoorwaarde voor een efficiënt en duurzaam vervoer over water. Om op deze ontwikkelingen in te kunnen spelen heeft ZHD daarom het voornemen om voor de terminal in Dordrecht een revisievergunning aan te vragen, waarin ook de uitbreiding van de bestaande terminal met de PWA-terminal wordt meegenomen.

Dit terrein, 8 hectaren in omvang en ontsloten door 400 meter zeekade, zal het ruimtegebrek van ZHD opheffen, zodat ZHD toekomstbestendig invulling kan geven aan de in de haven benodigde opslagcapaciteit.

17/42

Voor de bestaande terminal heeft ZHD een hoger geluidbudget nodig. Die noodzaak is in een uitgebreid akoestisch onderzoek (DGMR, M2017.0704.01.R001v20, zie bijlage 1) aangetoond. Dat hogere budget kan worden bewerkstelligd door een deel van het immissiebudget van deelgebied F (de Wilhelminahaven) aan te wenden. Met het verkleinen van het geluidbudget op deelgebied F is deze verdere duurzame bedrijfseconomische ontwikkeling van de Wilhelminahaven nog steeds gewaarborgd. De Wilhelminahaven is door gemeente Dordrecht in erfpacht uitgegeven aan Havenbedrijf Rotterdam. HbR is daarmee eigenaar van het geluidbudget van de Wilhelminahaven. HbR heeft schriftelijk ingestemd met deze herverdeling van geluidruimte. Toetsing aan lid 2a: Hoger geluidbudget nodig ondanks toepassing BBT In het voortraject is een tweetal knelpunten wat betreft het beschikbare geluidsbudget geconstateerd: 1. De wijze van bepalen van bronvermogens is herzien en het geluidsmodel is volledig geactualiseerd. Als gevolg hiervan is het op een rekenmodel uit 2005/2006 gebaseerde geluidsbudget niet meer passend. 2. Het nestgeluid van afgemeerde zeeschepen is eerder nooit als geluidsbron aan ZHD toegerekend en daarmee nooit onderdeel geweest bij de bepaling van het budget voor de ZHD hometerminal respectievelijk het daarvan afgeleide budget voor deelgebied D.

Over beide onderwerpen heeft uitgebreid overleg plaatsgevonden tussen gemeente, OZHZ, HbR en ZHD. Voor wat betreft het nestgeluid heeft dit ZHD doen besluiten haar bedrijfsvoering op onderdelen aan te passen, zodat het nestgeluid ingepast kan worden in het geluidsmodel. Dit betekent dat er voor het nestgeluid geen extra geluidruimte nodig is. Voor wat betreft de herziene wijze van bronvermogen bepaling en de volledige actualisatie van het geluidsmodel is, ondanks de toepassing van maatregelen (zie hierna) de geluidruimte van deelgebied D ontoereikend om de revisievergunning milieu te kunnen verlenen. Daarom is het noodzakelijk om een deel van de geluidruimte van de Wilhelminahaven toe te kennen aan ZHD. Zoals reeds aangegeven heeft HbR dit onderkend en aangegeven hiermee in te stemmen. In het akoestisch onderzoek van DGMR zijn de maatregelen beschreven die door ZHD reeds worden getroffen respectievelijk extra worden getroffen, om te voldoen aan de best beschikbare technieken (BBT). Ook worden verdergaande extra maatregelen door ZHD getroffen waarmee ZHD verder gaat dan de BBT eis en sprake is van BBT+ (zie het akoestisch onderzoek).

Een breed scala van aan de tekentafel te bedenken maatregelen (bijvoorbeeld een andere wijze van de opbouw van het schrootbed) zijn beoordeeld op praktische haalbaarheid en effectiviteit, deze blijken echter geen relevant effect op de geluidbelasting te hebben. Alleen met zeer rigoureuze maatregelen (zoals het volledig overkappen van de schrootterminal over de zeeschepen en de kranen heen) zou de behoefte aan extra geluidbudget kunnen worden weggenomen. Deze maatregelen kosten honderden miljoenen euro's en zijn om technische, nautische, en veiligheidstechnische redenen op geen enkele wijze haalbaar (zie het akoestisch onderzoek). Hiermee is aangetoond dat ook met toepassing van BBT en zelfs na het treffen van BBT+-maatregelen, er behoefte blijft bestaan aan extra geluidbudget.

18/42

Toetsing aan lid 2b: Voldoen aan geluidzone en op de woningen Door de zonebeheerder OZHZ is geoordeeld dat wordt voldaan aan de toelaatbare geluidbelasting van 50 dB(A) op de zonegrens. Ook is gebleken dat aan de maximaal toelaatbare geluidbelasting (MTG) op de MTG-woningen wordt voldaan. Zie bijlage 2. Toetsing aan lid 3: Advies inwinnen bij Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid Bij de voorbereiding van dit plan is intensief overleg gevoerd met OZHZ. Opmerkingen van OZHZ op concepten van het akoestisch onderzoek (inclusief het akoestisch model) en het concept ontwerpwijzigingsplan zijn verwerkt. OZHZ heeft schriftelijk ingestemd met de voorgenomen bestemmingswijziging (zie bijlage 2).

19/42

20/42

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische planbeschrijving

Planmethodiek

Dit wijzigingsplan maakt na vaststelling integraal onderdeel uit van het bestemmingsplan 'Zeehavens', zoals vervat in de bestandenset met planidentificatie NL.IMRO.0505.BP177Zeehavens-3003. Dit betekent dat alle algemene bepalingen en bestemmingen die op het bestemmingsplan van toepassing zijn (zoals bijvoorbeeld de begripsbepalingen en de wijze van meten) ook voor dit plan gelden.

5.2

Regels

Voor deelgebied D worden de indicatieve emissiewaarden uit bijlage 1 van het bestemmingsplan verhoogd (zie ook paragraaf 2.1). De nieuwe indicatieve emissiewaarden voor deelgebied D zijn opgenomen in artikel 3. Daarnaast worden de immissietabellen uit bijlage 2 van het bestemmingsplan aangepast voor de deelgebieden D en F (zie ook paragraaf 2.1). De nieuwe immissiebudgetten zijn opgenomen in artikel 4.

5.3

Verbeelding

De verbeelding van het bestemmingsplan 'Zeehavens Dordrecht' van de gemeente Dordrecht blijft ongewijzigd van toepassing.

21/42

22/42

Hoofdstuk 6 6.1

Uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid

Dit plan voorziet niet in aangewezen bouwplannen in de zin van artikel 6.12 Wro jo. artikel 6.2.1 Bro. De kosten van de ontwikkeling komen voor rekening van initiatiefnemer. De gemeente acht het plan economisch uitvoerbaar.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Participatie Voorafgaand aan het voornemen is door ZHD een participatietraject doorlopen, conform de Participatieverordening van de Gemeente Dordrecht. De resultaten zijn verwerkt in een Participatieverslag. Dit is als bijlage 3 bij dit wijzigingsplan is gevoegd. Samengevat zijn de resultaten van de participatie als volgt. De reacties van de aanwezige inwoners van Zwijndrecht en Dordrecht over de bewonersavond waren positief. De aanwezigen waardeerden de openheid van ZHD, de duidelijke informatie, en het feit dat ZHD openstaat voor reacties vanuit haar omgeving en daar ook gehoor aan geeft. Dat wil niet zeggen dat alle zorgen van bewoners verdwenen zijn. ZHD blijft een 24-uurs bedrijf waar bewoners hinder van kunnen ondervinden. Wel heeft de bewonersavond ervoor gezorgd dat het wederzijds begrip is vergroot en heeft het bij ZHD geleid tot extra bewustwording voor aspecten die hinder kunnen veroorzaken. Wettelijk overleg In het kader van het overleg als bedoeld in artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is het plan op 30 september 2022 per mail toegezonden aan:  Rijkswaterstaat;  Waterschap Hollandse Delta;  Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid;  Gemeente Zwijndrecht;  Gemeente Hoekse Waard. Daarnaast is het digitale formulier van de provincie Zuid-Holland ingediend.

In de mail werd verzocht om vóór 21 oktober 2022 te reageren, indien het plan daartoe aanleiding gaf. Uit de reactie van de provincie blijkt dat het plan niet voor advies behoeft te worden toegezonden. Van de gemeente Hoekse Waard is alleen een ontvangstbevestiging ontvangen. De gemeente Zwijndrecht heeft een inhoudelijke reactie ontvangen waarop hieronder nader wordt ingegaan. Van de overige overlegpartners is geen reactie ontvangen. Overlegreactie gemeente Zwijndrecht Vanuit Zwijndrecht zijn er veel klachten over geluidsoverlast die ZHD veroorzaakt. De kans is heel groot deze overlast straks alleen nog maar erger wordt. Aangezien wij het erg belangrijk vinden dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat voor onze inwoners, vragen dan ook om te zorgen voor goede mogelijkheden om het geluid dat ZHD produceert te controleren en te handhaven.

23/42

Gemeentelijke reactie Naar aanleiding van het concept ontwerpwijzigingsplan 's-Gravendeelsedijk 175 heeft u een overlegreactie gestuurd. U geeft aan dat ZHD geluidoverlast veroorzaakt in Zwijndrecht en u schat in dat de kans dat de geluidoverlast erger wordt toeneemt met de voorgenomen wijziging van het bestemmingsplan. Ten behoeve van een goed woon- en leefklimaat voor uw inwoners vraagt u om te zorgen voor goede mogelijkheden om het geluid van ZHD te controleren en te handhaven. Aanleiding voor het wijzigen van het bestemmingsplan is het voornemen van ZHD om de PWA-kade en het achterliggend terrein In de Dordtse Zeehavens in gebruik te nemen. De milieuvergunning die hiervoor wordt aangevraagd beslaat ook de revisie van de huidige, oude milieuvergunning voor de hometerminal van ZHD. De activiteiten van die hometerminal blijken meer geluid te maken dan in 2005 gemodelleerd en berekend. Dat komt onder meer omdat wij vinden dat het nestgeluid van zeeschepen moet worden meegerekend, iets wat van de provincie in 2005 niet hoefde. Het voorgenomen wijzigingsplan voorziet erin dat de geluidruimte wordt herverdeeld. Havenbedrijf Rotterdam staat een fors deel van de geluidruimte die voor de Wilhelminahaven is gereserveerd af aan ZHD ten behoeve van de hometerminal. Met die extra geluidruimte kan ZHD de huidige activiteiten op de hometerminal voortzetten.

Er komt voor de hometerminal geen geluidruimte beschikbaar om daar nieuwe activiteiten te ontwikkelen. De voorgenomen activiteiten voor de PWA-kade zijn vergunbaar op grond van de voor die locatie beschikbare geluidruimte. De schrootactiviteiten van ZHD, de voor geluid bepalende activiteit, blijven beperkt tot de hometerminal. De voorgenomen herverdeling van geluidruimte blijft binnen de voor het industrieterrein beschikbare geluidruimte. Er wordt daarbij voldaan aan de zonegrens en de maximaal toelaatbare geluidbelasting op omliggende woningen. De herverdeling gaat ook niet ten koste van geluidruimte van andere bedrijven of percelen op het gezoneerde industrieterrein Groote Lindt/Dordt-West. De meldingen die er in beide gemeenten af en toe zijn van geluidhinder vanuit het gebied betreffen vaak zogenaamde piekgeluiden. Piekgeluid wordt niet geregeld in de geluidverdeling voor het industrieterrein zoals die in de betreffende bestemmingsplannen in Zwijndrecht en Dordrecht is vastgelegd. De regels voor piekgeluid worden vastgelegd in de milieuvergunning. De Omgevingsdienst heeft in de aanloop naar een nieuwe revisievergunning gewerkt aan verbeteringen, onder meer in het vastleggen van de meetpunten. Daarmee kunnen bepalende geluidactiviteiten beter worden gemeten en gecontroleerd. Zienswijzen Het ontwerpwijzigingsplan heeft gedurende zes weken ter inzage gelegen.

Gedurende deze termijn konden door een ieder zienswijzen worden ingediend. De ontvangen zienswijzen zijn samengevat en beantwoord in een Nota zienswijzen (bijlage bij collegebesluit).

24/42

Bijlage 1 Akoestisch onderzoek

ZHD Stevedores Dordrecht

Akoestisch onderzoek ZHD Stevedores, terminal Dordrecht inclusief PWA-terminal Status Versie Rapport Datum

#22361945v1

definitief 020 M.2017.0704.01.R001 30 augustus 2022

ZHD Stevedores Dordrecht

Colofon Opdrachtgever

ZHD Stevedores Postbus 12 3300 AA DORDRECHT

Contactpersoon opdrachtgever info@zhd.nl Project Betreft Uw kenmerk

ZHD Dordrecht/geluid Aanvraag revisievergunning en uitbreiding met de PWA-kade -

Rapport Datum Versie Status

M.2017.0704.01.R001 30 augustus 2022 020 definitief

Uitgevoerd door

DGMR Industrie, Verkeer en Milieu B.V. Van Pallandtstraat 9-11 6814 GM Arnhem Postbus 153 6800 AD Arnhem

Contactpersoon

2e lezer/secr.

k:\doc\m\2017\070401\m2017070401r001v20.docx 01-11-2021

2

GO|GKE|OZU|BRA|BDI

ZHD Stevedores Dordrecht

k:\doc\m\2017\070401\m2017070401r001v20.docx 01-11-2021

Inhoud 1. Inleiding en leeswijzer 1.1 Aanleiding van het onderzoek 1.2 Leeswijzer en hoofdconclusie

5 5 6

2. Toetsingskader 2.1 Huidige vergunde langtijdgemiddeld beoordelingsniveaus 2.2 Huidige vergunde maximale niveaus 2.3 Toetsingskader bestemmingsplan Zeehavens Dordrecht 2.4 Afwijkings- en wijzigingsbevoegdheden 2.5 Nieuwe beoordelingspunten

7 7 7 8 9 9

3. Representatieve bedrijfssituatie 3.1 Beschrijving representatieve bedrijfssituatie (RBS) bij ZHD 3.2 Meting en modellering van de activiteiten die de geluidsniveaus bepalen 3.3 Representatieve bedrijfssituatie langtijdgemiddeld beoordelingsniveaus 3.4 Representatieve bedrijfssituatie maximale geluidsniveaus

12 12

4. Nestgeluid 4.1 Inleiding 4.2 Nestgeluid bij ZHD 4.3 Uitgevoerde geluidsmetingen 4.4 Bepaling van representatief bronvermogen 4.5 Bijdrage nestgeluid in het geluidsmodel van ZHD 4.6 Effect opnemen van nestgeluid in het geluidsmodel

21 21 21 23 24 26 26

5. Geluidsverminderende maatregelen 5.1 Geluidsverminderende maatregelen volgens BBT 5.2 Getroffen maatregelen die verder gaan dan BBT (BBT+) 5.3 Afscherming door geluidswanden 5.4 Niet haalbare of niet effectieve geluidsverminderende maatregelen

27 27 29 30 31

6. Langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus 6.1 Toetsing aan de vigerende beoordelingsniveaus 6.2 Toetsing aan het vigerende immissiebudget per deelgebied 6.3 Emissiebudget Deelgebied D 6.4 Aangepaste immissiebudgetten wijziging bestemmingsplan

36 36 37 39 40

7. Maximale geluidsniveaus (Lmax) 7.1 Toetsing maximale geluidsniveaus aan de geluidsvoorschriften 7.2 Toetsing maximale geluidsniveaus aan 65 dB(A) etmaalwaarde

41 41 41

8. Varianten en incidentele bedrijfssituaties 8.1 Ondergeschikte varianten 8.2 Onderzochte incidentele bedrijfssituaties

43 43 44

9. Conclusie/samenvatting

46

13 17 19

3

ZHD Stevedores Dordrecht

Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8 Bijlage 9

k:\doc\m\2017\070401\m2017070401r001v20.docx 01-11-2021

4

Bestemmingsplan Bestemmingsplan Emissiemeetpunten, meetresultaten en berekeningen bronvermogens Modelgegevens Meetresultaten en berekeningen nestgeluid Rekenresultaten langtijdgemiddeld beoordelingsniveaus Rekenresultaten maximale niveaus Rekenresultaten variant “geen schepen” Rekenresultaten incidentele bedrijfssituatie

ZHD Stevedores Dordrecht

1. Inleiding en leeswijzer 1.1 Aanleiding van het onderzoek ZHD Stevedores (handelsnaam van B.V. Zeehavenbedrijf Dordrecht, hierna: ZHD) is een stuwadoorsbedrijf met een terminal aan de ’s-Gravendeelsedijk in Dordrecht. Op de terminal vindt op- en overslag plaats van bulkgoederen en stukgoed, waaronder metaalreststoffen (staalschroot, RVS-schroot). Ook vinden op het terrein in beperkte omvang bewerkingen plaats. De op- en overslag van “schroot” is akoestisch gezien een bepalende activiteit op de terminal. “Schroot” is de algemene aanduiding voor metaalreststoffen uit de scheiding van afval of metaalrestanten uit productieprocessen. Het betreft hier een tweetal hoofdsoorten, te weten staalschroot en RVS-(roestvrijstaal)schroot. Voor beide reststofstromen maken de klanten van ZHD gebruik van de op- en overslagdiensten van ZHD om de (waardevolle) restmetalen per zeeschip te kunnen leveren aan staalfabrieken binnen Europa. Het gebruik van schroot bij de productie van nieuw staal reduceert zowel de grondstoffen als energiebehoefte van dit productieproces en heeft daarmee een positieve invloed op de actuele vraagstukken rond klimaat, duurzaamheid en circulair denken.

k:\doc\m\2017\070401\m2017070401r001v20.docx 01-11-2021

ZHD is een 100% dienstverlener voor de zee- en binnenvaart gerelateerde logistiek. De op- en overgeslagen goederen zijn daarom niet van ZHD zelf, maar van de klanten van ZHD. Zowel de hoeveelheden als het type lading verandert daarmee constant afhankelijk van de economische ontwikkelingen en de fluctuaties in vraag- en aanbod in de sectoren waarin de klanten van ZHD actief zijn. Het transport over zee van bulkgoederen verloopt, anders dan bij container- en veerdiensten over zee, niet volgens een dienstrooster maar heeft plaats op dat moment dat er zowel lading te transporteren is en er een passend type zeeschip beschikbaar is in de regio van herkomst of bestemming. Het laden en lossen van zeeschepen is daarmee een onregelmatig proces met pieken en dalen in het werkaanbod en onverwachte aanpassingen in de planning hiervan. Dit laatste wordt versterkt door de invloeden van weersomstandigheden en de, mede als gevolg daarvan (meerdere dagen), langere of kortere duur van de zeereis van de zeeschepen. De binnenvaartschepen hebben te maken met beperkingen voor de bevaarbaarheid van rivieren als gevolg van hoge of lage waterstanden. Voornoemde fluctuaties in de aan- en afvoer van goederen worden opgevangen met opslagcapaciteit in de zeehavens, de behoefte hieraan is groot en neemt de komende jaren verder toe.

Voldoende opslagfaciliteiten is een essentiële randvoorwaarde voor een efficiënt en duurzaam vervoer over water. ZHD heeft op de huidige terminal een groot ruimtegebrek. ZHD heeft daarom het voornemen om de terminal in Dordrecht uit te breiden met de PWA-terminal, gelegen op de Krabbepolder. Deze uitbreiding maakt onderdeel uit van de vergunningaanvraag. De PWA-terminal zal eveneens worden ingezet voor de op- en overslag van droge bulkgoederen. Vanuit het oogpunt van geluid is relevant dat op de PWA-terminal géén op- en overslag van metaalreststoffen (schroot) gaat plaatsvinden. Dat blijft op de bestaande terminal gebeuren.

5

ZHD Stevedores Dordrecht

1.2 Leeswijzer en hoofdconclusie Voor het uitvoeren van de bedrijfsactiviteiten op de terminal van ZHD zijn geluidsvoorschriften opgenomen in de vigerende omgevingsvergunning. Deze voorschriften zijn in hoofdstuk 2 opgenomen. In dit hoofdstuk zijn ook de relevante onderdelen van het vigerende bestemmingsplan beschreven, waarin onder meer de geluidsbudgetten voor de verdere (door)ontwikkeling van het Zeehavengebied zijn opgenomen. Tenslotte is de ligging van de beoordelingspunten in de omgeving beschouwd en is in dit hoofdstuk een voorstel van de Omgevingsdienst voor een aantal nieuwe beoordelingspunten overgenomen. In hoofdstuk 3 wordt de voor ZHD representatieve bedrijfssituatie (RBS) beschreven. Daarvoor zijn geluidsmetingen uitgevoerd om inzicht te verkrijgen in de geluidsniveaus die daadwerkelijk optreden. De los/laadcycli van de diverse in gebruik zijnde wal- en drijfkranen zijn volledig opnieuw beschouwd. Daarnaast zijn de posities aan de kade en de akoestisch relevante kenmerken van schepen nader onderzocht en beschouwd, dit mede in relatie tot het onderwerp nestgeluid. Op basis van deze onderzoeken is het geluidsmodel volledig herzien en geactualiseerd. Recent is nestgeluid landelijk meer in de belangstelling komen te staan.

Onder nestgeluid wordt het geluid van de vaste installaties aan boord van een schip verstaan, gedurende de tijd dat deze aan de kade ligt afgemeerd. De omvang van dit nestgeluid is daarmee sterk scheepsafhankelijk. Na een periode van overleg tussen ZHD, gemeente Dordrecht en OZHZ over de te volgen aanpak, heeft ZHD zich bereid getoond het nestgeluid toe te rekenen aan industrielawaai en op te nemen in het geluidsmodel van ZHD. ZHD heeft daartoe wel een concessie moeten doen in haar bedrijfsvoering om het nestgeluid inpasbaar te maken. In hoofdstuk 4 is beschreven op welke wijze het nestgeluid is bepaald en is opgenomen in het geluidsmodel en welke concessie ZHD heeft gedaan. De door ZHD onderzochte, al getroffen en nog te treffen geluidsverminderende maatregelen zijn beschreven in hoofdstuk 5. De basis hiervoor vormen de maatregelen volgens de Beste Beschikbare Technieken (BBT). Er is onderzocht met welke aanvullende maatregelen de geluidsniveaus nog verder kunnen worden beperkt. Een aantal daaruit volgende vrijwillige beperkingen in de bedrijfsvoering maakt onderdeel uit van de vergunningaanvraag. Ook wordt extra afscherming door geluidswanden en containerwanden gerealiseerd. In hoofdstuk 5 zijn ook de niet haalbare of niet effectieve maatregelen beschreven.

Ook de optredende maximale geluidsniveaus (piekniveaus) zijn getoetst en deze voldoen op alle punten aan de grenswaarden. Deze toetsing is beschreven in hoofdstuk 7. Een incidentele bedrijfssituatie en een variant zijn opgenomen in hoofdstuk 8. Hoofdstuk 9 bevat de samenvattende conclusie: Met de in dit rapport beschreven maatregelen en de te nemen besluiten zijn de gevraagde activiteiten van ZHD vergunbaar.

6

k:\doc\m\2017\070401\m2017070401r001v20.docx 01-11-2021

De RBS, aangevuld met de geluidsverminderende maatregelen volgens BBT, BBT+ en de concessie in verband met het nestgeluid, resulteert in de situatie waarvoor vergunning wordt gevraagd. De langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus zijn in hoofdstuk 6 getoetst aan de geluidbudgetten (immissiebudgetten) die in het vigerende bestemmingsplan zijn opgenomen. De gevraagde immissiebudgetten zijn inzichtelijk gemaakt.

ZHD Stevedores Dordrecht

In bijlage 2 bij de regels van het bestemmingsplan (zie bijlage 2 van dit rapport) is per deelgebied een immissietabel opgenomen waaraan moet worden voldaan. Gegeven is de maximaal toelaatbare immissie per deelgebied per vierkante meter op de 26 zonebewakingspunten. De inrichting van ZHD ligt zoals aangegeven in deelgebieden D, O en N (gedeeltelijk). De huidige terminal omvat het volledige deelgebied D. De PWA-terminal omvat het volledige deelgebied O en een heel klein gedeelte van deelgebied N. Ook de op het water plaatsvindende activiteiten, zoals boord-boordoverslag met een drijfkraan op afgemeerde schepen, behoren tot de inrichting en zijn daarom toegekend aan de respectievelijke deelgebieden. In het huidige bestemmingsplan is op deelgebied F (gelegen ter plaatse van de Wilhelminahaven direct grenzend aan ZHD) een ontwikkelbudget aangewezen, om ruimte te kunnen bieden voor verdere ontwikkeling van het Zeehavengebied. Tussen Havenbedrijf Rotterdam (HbR) en ZHD bestaat consensus dat het noodzakelijke gedeelte van dit ontwikkelbudget nu doelmatig ingezet moet worden om een zo optimaal mogelijke doorontwikkeling van de primaire functie van het gebied, te weten de Zeehavenfunctie in het algemeen en die van de ZHD-terminal in het bijzonder, te kunnen realiseren.

De geluidsoverdracht vanuit de deelgebieden (de afstand, de afscherming, etc.) naar de zonebewakingspunten is verwerkt in de immissiebudgetten. Door de ligging van MTG-woningen binnen de zone met de hiervoor vastgestelde grenswaarden kan het voorkomen dat de geluidsbudgetten op de zonegrens niet volledig, tot aan de wettelijke grenswaarde van 50 dB(A), kunnen worden opgevuld. Dit is te verklaren door het feit dat ter plaatse van woningen die op kortere afstand van het industrieterrein liggen dan de zonegrens, zogenaamde MTG-waarden (de Maximaal Toelaatbare Geluidsbelasting) zijn vastgesteld. Die MTGwaarden dienen uiteraard in acht genomen te worden.

2.4 Afwijkings- en wijzigingsbevoegdheden

k:\doc\m\2017\070401\m2017070401r001v20.docx 01-11-2021

Het bestemmingsplan kent in voorschrift 20.2.5 van de regels de mogelijkheid voor burgemeester en wethouders om met een omgevingsvergunning af te wijken van het plan teneinde voor een deelgebied een groter geluidbudget toe te staan. Overeenkomstig voorschrift 20.2.7 van de regels van het bestemmingsplan kunnen burgemeester en wethouders ook overgaan tot het wijzigen van het plan voor het verhogen van het geluidbudget van een deelgebied en gelijktijdig het verlagen van het budget van een ander deelgebied.

2.5 Nieuwe beoordelingspunten Voorwaarde voor een goed beoordelingspunt is dat de geluidsuitstraling van de inrichting in de richting van het beoordelingspunt representatief is voor de geluiduitstraling in de richting van een woongebied. Anders gedefinieerd: het beoordelingspunt moet ergens tussen de inrichting en het woongebied liggen. Dat laatste is voor de vigerende beoordelingspunten niet altijd het geval. Dit heeft onder meer geleid tot een situatie waarbij door het lossen van een zeeschip dicht op het vergunningenpunt in het Mallegat niet aan het aldaar geldende voorschrift kan worden voldaan, terwijl er ter plaatse van de geluidsgevoelige bestemmingen en geluidszone geen sprake was van een overschrijding. 9

ZHD Stevedores Dordrecht

in de geluidsimmissie in de richting van Dordrecht is nog een extra punt opgenomen onder punt ZHM-8.

k:\doc\m\2017\070401\m2017070401r001v20.docx 01-11-2021

In het algemeen liggen de punten in de nieuwe situatie wat verder weg van ZHD, waardoor metingen op die punten een representatiever beeld geven van de geluidsimmissie van ZHD. Ook op die punten zullen immissiemetingen moeten voldoen aan de eisen die in de Handleiding meten en rekenen Industrielawaai daarvoor gesteld worden (zoals het meteoraam, vermijden van stoorlawaai, etc.).

11

ZHD Stevedores Dordrecht

3. Representatieve bedrijfssituatie In dit hoofdstuk wordt de (in akoestisch opzicht) voor ZHD representatieve bedrijfssituatie (RBS) beschreven. De RBS is uitgeschreven en toegelicht in paragraaf 3.1. Een beschouwing van de activiteiten die de geluidsniveaus bij ZHD bepalen en een aantal daarmee verband houdende akoestisch relevante aspecten worden in paragraaf 3.2 nader toegelicht. De overzichtstabel met bronnen die de langtijdgemiddeld beoordelingsniveaus bepalen, is opgenomen in paragraaf 3.3. De overzichtstabel betreffende de maximale geluidsniveaus is opgenomen in paragraaf 3.4.

3.1 Beschrijving representatieve bedrijfssituatie (RBS) bij ZHD De voor ZHD representatieve bedrijfsvoering bestaat uit diverse niet van elkaar afhankelijk zijnde bedrijfsactiviteiten. Deze activiteiten treden op een drukke dag dus ook daadwerkelijk tegelijkertijd op. Voor een correcte interpretatie van het begrip “tegelijkertijd” is het van belang te beseffen dat op- en overslag activiteiten (in het bijzonder het laden en lossen van schepen) niet gelijkgesteld mogen worden aan een continu productieproces. Gedurende het laden en lossen van schepen is sprake van onregelmatige onderbrekingen van de laad/los werkzaamheden als gevolg van diverse factoren. Binnen de grote variatie in de bedrijfsvoering van ZHD wordt de representatieve bedrijfssituatie met name bepaald door het aantal beschikbare ligplaatsen op respectievelijk de Hometerminal en de PWA-terminal en het beschikbare kranenpark (zowel de walkranen als drijfkranen).

3.1.1 Representatieve bedrijfssituatie Hometerminal Op de Hometerminal vinden in de representatieve bedrijfssituatie aan de kades de volgende activiteiten plaats: •

12

k:\doc\m\2017\070401\m2017070401r001v20.docx 01-11-2021

Aan de Mallegat-kade zijn drie ligplaatsen gelegen. Aan deze ligplaatsen vinden in de RBS de volgende activiteiten plaats: - laden/lossen met een walkraan van een coaster met droge bulkgoederen, niet zijnde schroot. De lading wordt met intern transport (vrachtwagens) van de kade naar het HVB-terrein, of in omgekeerde richting, getransporteerd; - laden van een zeeschip met staalschroot met een walkraan vanuit de opslag op de terminal. Op hetzelfde schip heeft tegelijkertijd zogenaamde boord-boord overslag (directe overslag tussen twee schepen) met een drijfkraan plaats van staalschroot vanuit aanliggende binnenvaart (een lichter of duwbak); - op de laatste ligplaats aan de Mallegat-kade is binnenvaart (een lichter of duwbak) afgemeerd, waaraan geen activiteiten worden verricht. • Aan de Wilhelminahaven-kade vindt het laden van een coaster met RVS-schroot (inclusief het bijbehorende opwerken daarvan) plaats met een walkraan van het type E-crane. • Op de ligplaats aan de oostzijde van de pier heeft het laden/lossen van een zeeschip met een drijfkraan plaats van/naar aanliggende binnenvaart (een lichter of duwbak). Daarnaast wordt de lading gedeeltelijk met intern transport (vrachtwagens) van de pier naar het HVB-terrein, of in omgekeerde richting, getransporteerd.

• Aan de kade in de insteekhaven (de binnenhaven) heeft het lossen met een walkraan van een binnenvaartschip (een lichter of duwbak) met schroot, plaats.

ZHD Stevedores Dordrecht

Op de Hometerminal vinden naast de werkzaamheden aan de kades verder nog de volgende activiteiten plaats op de terminal: •

•

•

• •

Opslag, opwerken, bewerken en overslag van RVS-schroot. Dit vindt plaats op een speciaal daartoe ingericht deel van het terrein langs de Wilhelminahaven. Op het terrein zijn ook een tweetal persen aanwezig. Activiteiten op de bulkterminal, zoals: - opslag, laden en lossen van schroot van/naar vrachtwagens; - laden en lossen van diverse droge bulkgoederen van/naar vrachtwagens; - opslaan, laden/lossen van containers. Activiteiten op het HVB-terrein (aan de oostzijde richting de A16), zoals: - opslag, laden en lossen van droge bulkgoederen (niet schroot) van/naar vrachtwagens; - zeven van droge bulkproducten (niet zijnde schroot) zoals mineralen; - opslaan, laden en lossen van stukgoederen. Intern transport met vrachtwagens van droge bulkgoederen van en naar de kades naar de opslagloodsen en/of het HVB-terrein en omgekeerd. Extern transport bestaande uit de aan- en afvoer van goederen met vrachtauto’s van klanten van en naar de terminal.

3.1.2 Representatieve bedrijfssituatie PWA-terminal Op de PWA-terminal vinden in de representatieve bedrijfssituatie aan de kades de volgende activiteiten plaats: •

Op de zuidelijke ligplaats aan de PWA-kade wordt met een walkraan een zeeschip met piekijzer (broodjes ruwijzer) gelost. Gedurende de dag- en avondperiode (derhalve niet in de nacht) wordt het geloste piekijzer met intern transport (vrachtwagens) naar de opslaglocatie vervoerd. • Aan de noordelijke ligplaats aan de PWA-kade wordt met een walkraan een coaster geladen/gelost met droge bulkgoederen, niet zijnde schroot. De lading wordt met intern transport (vrachtwagens) van/naar de opslaglocatie op de PWA-terminal vervoerd. Op de PWA-terminal vinden naast de werkzaamheden aan de kades verder nog de volgende activiteiten plaats op de terminal:

k:\doc\m\2017\070401\m2017070401r001v20.docx 01-11-2021

•

Op- en overslag van piekijzer in de piekijzeropslag, inclusief het zeven hiervan en laden van vrachtwagens voor zowel intern transport als voor extern transport. • Op- en overslag, opwerken en zeven van droge bulkproducten (niet zijnde schroot). • Intern transport van en naar de ligplaatsen aan de kade vanuit de opslaglocaties op de terminal.

3.2 Meting en modellering van de activiteiten die de geluidsniveaus bepalen Voor het bepalen van de geluidsniveaus in de Representatieve bedrijfssituatie (RBS) zijn emissiegeluidsmetingen uitgevoerd, om inzicht te verkrijgen in de geluidsniveaus die daadwerkelijk optreden. De los/laadcycli van de diverse in gebruik zijnde wal- en drijfkranen zijn volledig opnieuw beschouwd. Daarnaast zijn de posities aan de kade en de akoestisch relevante kenmerken van zeeschepen en coasters nader onderzocht en beschouwd, dit mede in relatie tot het onderwerp nestgeluid. Op basis van deze onderzoeken is het geluidsmodel volledig herzien en geactualiseerd. 13

ZHD Stevedores Dordrecht

In de periode juli 2018 tot maart 2019 zijn emissiemetingen verricht aan het bij ZHD voorkomende materieel en de door ZHD uitgevoerde werkzaamheden. De liggingen van de emissiemeetpunten en een uitgebreid cijfermatig verslag van alle verrichte emissiemetingen, de tijdsduur per meting, inclusief de meteo omstandigheden is opgenomen in bijlage 3. De emissiemetingen zijn uitgevoerd met de methode geconcentreerde bron, methode II.2 uit de Handleiding meten en rekenen Industrielawaai 1999, waarbij aan de voor die methode in de Handleiding opgenomen meetvoorschriften is voldaan. De metingen zijn uitgevoerd met een klasse I geluidsmeter van het fabricaat Rion, type NA-28, welke voorafgaand aan de metingen en na afloop van de metingen gekalibreerd is met een bijbehorende akoestische ijkbron. De meetpunten zijn dusdanig gekozen dat stoorlawaai zoveel mogelijk werd voorkomen. Indien stoorlawaai in zodanige mate optrad dat de kans (ging) ontstaan dat de meting daardoor niet bruikbaar werd, is de meting op een later moment opnieuw uitgevoerd. Over de meetresultaten is niet gecorrigeerd voor stoorlawaai. In het algemeen zijn de metingen uitgevoerd boven een harde bodem. De volgende aanpak is gevolgd voor het laden en lossen van schepen: • •

Bronvermogen gemeten inclusief scheepswandafscherming: de Oryx boot en het laden van schroot. Ingevoerd in het model boven de scheepswanden (à la uitstralende daken) Bronvermogens gemeten exclusief scheepswanden: laden/lossen droge bulk, piekijzer en het rijden van bobcats (die metingen zijn uitgevoerd tijdens werkzaamheden aan een binnenvaartschip/lichter en konden mooi gebruikt worden voor werkzaamheden aan een coaster/zeeschip, met dien verstande dat wel nog de scheepswandafscherming in rekening moest worden gebracht. Daarom zijn de gemeten bronnen ingevoerd in het model tussen de scheepswanden, zodat de afscherming wordt berekend.

Een meer gedetailleerde uitleg is navolgend gegeven: •

•

•

14

k:\doc\m\2017\070401\m2017070401r001v20.docx 01-11-2021

•

Rijdend materieel: Bij het voorbijrijden van het materieel met een representatieve snelheid, zoals shovels, op een afstand van minimaal 1,5 keer de brondiameter, is tijdens die passages een equivalent niveau bepaald. Daarvan is het energetisch gemiddelde niveau als Lp toegepast bij het berekenen van het bronvermogen. Stationaire installaties: gedurende de tijd dat installaties (zoals zeefinstallaties, persen, e.d.) op een representatieve wijze werkzaam waren (dus een zeefinstallatie tijdens het zeven van mineralen, een pers tijdens het comprimeren van RVS schroot, inclusief de bijbehorende kraan, het oppakken van schroot en het deponeren in de pers, etc.) zijn de equivalente niveaus bepaald. Laden van vrachtwagens met piekijzer, lossen vrachtwagens met RVS schroot, e.d.: De cyclus hiervan wordt bepaald door enkele kortstondige zeer hoge equivalente niveaus gedurende korte tijd. Tijdens die korte tijd zijn die niveaus gemeten. Die meettijd is, in combinatie met het aantal keren van optreden, als uitgangspunt genomen voor de bedrijfstijd per periode. Laden en lossen van schepen inclusief scheepswandafscherming: Het geluid tijdens het laden van schepen met schroot wordt bepaald door het loslaten van het schroot in het schip.

De volledige cyclus voor het laden van schroot in zeeschepen/coasters (dus inclusief kraanbedrijf en geluid als gevolg van oppakken van de lading met de grijper) is op de kade gemeten als geluidsbron, inclusief afscherming door de scheepswanden. Omdat tijdens het laden altijd slechts één compartiment wordt geladen is de brondiameter dusdanig beperkt dat de emissiemeting conform de voorschriften voor de methode geconcentreerde bron kon worden uitgevoerd.

ZHD Stevedores Dordrecht

•

•

•

Daarbij is gedurende minimaal 1 uur aan de betreffende activiteit gemeten, dus na uitvoering van enkele tientallen kraancycli, waardoor een representatief bronvermogen is verkregen. Omdat op het moment van meten de laad- en loswerkzaamheden op één scheepsruim geconcentreerd waren, was het goed mogelijk de geluidniveaus op minimaal 1,5 keer de brondiameter te meten, daarmee is de geconcentreerde bronmethode toegepast, waarbij de denkbeeldige bronhoogte zich even boven de scheepswanden bevindt. In bijlage 3 zijn de bronnen die zijn gemeten inclusief scheepswandafscherming zo benoemd; Laad- en losactiviteiten zonder scheepswandafscherming: Voor bepaalde activiteiten (lossen piekijzer, bobcats, droge bulk) is gebruikgemaakt van metingen aan een duwbak/binnenvaartschip (lossen droge bulk en piekijzer en het rijden van bobcats onder in het ruim). In die metingen is dus niet het afschermende effect van scheepswanden meegenomen. Dat effect is voor zover het zeeschepen betreft rekenkundig bepaald door de genoemde bronnen in het model tussen de scheepswanden te positioneren. Ook hier zijn diverse kraancycli gemeten, dusdanig dat na verloop van tijd een stabilisatie optrad van het gemeten equivalente niveau.

De scheepswandafscherming op het lossen van piekijzer, laden/lossen van droge bulk en de bobcats is dus achteraf rekenkundig bepaald met het overdrachtsmodel met behulp van Geomilieu. Wat betreft het laden en lossen van lichters/binnenvaartschepen is voor de RBS uitgegaan van het lossen van mineralen op de kade. Dit is de worstcase situatie die in de RBS is opgenomen. Er kan (akoestisch gezien) ook “zachtere” bulk worden geladen en gelost, wat aanmerkelijk minder geluidemissie geeft. Nestgeluid: Het geluid afkomstig van afgemeerde schepen is in nauw overleg met OZHZ in een afzonderlijke studie onderzocht en bepaald. De emissiemetingen als gevolg van nestgeluid van schepen is afzonderlijk gerapporteerd in hoofdstuk 4 van deze rapportage.

k:\doc\m\2017\070401\m2017070401r001v20.docx 01-11-2021

Het effect van de afscherming door de scheepswanden is onderdeel van de geluidsmetingen en de modellering. Zeeschepen moeten bestand zijn tegen de golfslag op volle zee en de wanden van zeeschepen en coasters steken daarom, ook als de schepen vol beladen zijn, nog altijd meters boven de kade uit. Daarnaast kunnen zeeschepen in de haven van Dordrecht (vanwege de beperkte diepte van de haven in relatie tot de maximale diepgang van de zeeschepen) maar ten dele worden beladen. Er is dus ook na belading altijd nog een afschermende scheepswand aanwezig. Het geluid tijdens het beladen van zeeschepen is gemeten respectievelijk gemodelleerd inclusief de afscherming van de scheepswand (het immissie-relevante bronvermogen is dus bepaald). Conform de IMO-voorschriften moeten de ruimen van zeewaardige schepen afgesloten zijn met scheepsluiken. Tijdens het laden en lossen zijn deze scheepsluiken geopend (in ieder geval de luiken van het compartiment dat op dat moment worden geladen of gelost). Openstaande scheepsluiken hebben effect op de geluidsoverdracht. Het effect is maximaal in de lengterichting van het schip en verwaarloosbaar in de dwarsrichting, dit vanwege de oriëntatie van de scheepsluiken dwars op de lengteas van het schip.

Onderstaand (figuur 3) zijn ter illustratie twee luchtfoto’s opgenomen van het laden van een zeeschip met staalschroot (links) en het laden van een coaster met RVS-schroot (rechts) bij ZHD.

15

ZHD Stevedores Dordrecht

4. Nestgeluid 4.1 Inleiding Onder nestgeluid wordt het geluid van de vaste installaties aan boord van een schip verstaan, gedurende de tijd dat deze aan de kade ligt afgemeerd. Vanwege de haast oneindige diversiteit aan schepen die de kades van ZHD aan kunnen doen, diende een betrouwbare methode te worden gevonden om dit nestgeluid te bepalen. De basis daarvan vormde het uitvoeren van geluidsmetingen. In paragraaf 4.2 is beschreven waardoor nestgeluid bij ZHD wordt gekenmerkt. Paragraaf 4.3 beschrijft de resultaten van de geluidsmetingen die te ZHD aan schepen zijn uitgevoerd. In paragraaf 4.4 is uiteengezet hoe op basis van deze geluidsmetingen een representatief bronvermogen is bepaald. In paragraaf 4.5 is beschreven welke bijdrage het nestgeluid heeft op de totale geluidsimmissie op de beoordelingspunten en op welke wijze dit inpasbaar kan worden gemaakt. Een conclusie ten aanzien van het nestgeluid, en de daartoe noodzakelijk gebleken concessie in de bedrijfsvoering van ZHD, is opgenomen in paragraaf 4.6.

4.2 Nestgeluid bij ZHD

k:\doc\m\2017\070401\m2017070401r001v20.docx 01-11-2021

Nestgeluid bestaat bij ZHD uit het geluid dat afkomstig is van hulpmotoren en generatoren die voorzien in de noodzakelijke elektriciteitsbehoefte aan boord van een afgemeerd schip. Een belangrijk deel van deze elektriciteitsbehoefte bestaat uit de noodzakelijke ventilatiesystemen voor de inwendige ruimtes van het schip, waaronder de machinekamers. Gebleken is dat de ventilatieopeningen van deze ventilatiesystemen en de ventilatieopeningen van de ruimtes waarin de generatoren zich bevinden een belangrijk deel van het nestgeluid vormen. De inlaat- en uitblaasopening bevinden zich op een hoge positie op het schip. Het uitblaasrooster van het schip is bij alle gemeten schepen de bepalende bron voor het nestgeluid gebleken en niet de uitlaat van de dieselmotor. De hoofdmotor van het schip draagt niet bij aan het nestgeluid. Bij alle door ZHD onderzochte schepen bleek de hoofdmotor volledig te zijn uitgeschakeld, terwijl van de twee (uit veiligheidsoverwegingen dubbel uitgevoerde) hulpmotoren er één was ingeschakeld. Op de schepen zijn geen andere geluidsbronnen aanwezig die als nestgeluid moeten worden beschouwd. Eventuele op schepen aanwezige kranen of ander materieel wordt niet gebruikt terwijl een schip ligt afgemeerd. Alle activiteiten worden met materieel van ZHD uitgevoerd.

De schepen die de terminal van ZHD aandoen en waaraan overslagwerkzaamheden (laden of lossen) worden uitgevoerd zijn in vier groepen te verdelen. De binnenvaart bestaat uit duwbakken en lichters (vakjargon voor binnenvaartschepen), de zeevaart bestaat uit coasters en zeeschepen. Ten behoeve van de modellering en beoordeling van het nestgeluid is in deze typen schepen onderscheid gemaakt. Deze typen schepen zijn qua grootte (afmetingen en capaciteit) en bouwwijze duidelijk te onderscheiden. Ook de elektriciteitsbehoefte van de schepen en de omvang en positie van ventilatie uitblaasopeningen verschilt, en daarmee de hoeveelheid nestgeluid die de schepen veroorzaken.

21

ZHD Stevedores Dordrecht

Duwbakken Dit zijn eigenlijk geen schepen maar (zoals de naam al zegt) bakken zonder eigen voortstuwing. Deze bakken hebben dus geen eigen motor en worden in de vaart altijd geduwd door een duwboot, eenmaal op de plaats van bestemming laat de duwboot de duwbakken achter om deze na belading of lossing weer op te halen. Op duwbakken bestaat geen elektriciteitsbehoefte waarmee de voornoemde generator niet aanwezig is. Duwbakken veroorzaken daarom geen nestgeluid.

•

Lichters (binnenvaartschepen) Op lichters zijn verblijven voor de schipper, zijn gezin en de bemanning aanwezig. De stroomvoorziening gebeurt met een in de machinekamer opgesteld hulpaggregaat, met beperkte afmetingen. Een lichter is zeer laag gebouwd om landinwaarts gemakkelijk bruggen te kunnen passeren, anders dan bij zeeschepen zijn ook uitlaten en ventilatieopeningen laag geplaatst. Uit elders uitgevoerde metingen, waarnemingen en literatuurstudies blijkt dat binnenvaartschepen niet relevant zijn voor nestgeluid, zeker niet in vergelijking tot coasters en zeeschepen. ZHD heeft ter controle enkele metingen aan lichters uitgevoerd, en daarbij kon het nestgeluid niet afzonderlijk worden bepaald en gemeten zonder stoorgeluid van overige bronnen. Het nestgeluid van lichters is daarom niet relevant voor het geluidsmodel.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/584/documents/26580