CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Was-wordt lijst Verordening tot wijziging APV Dordrecht, 20e wijziging eindv.pdf

Commissie Fysieke Leefomgeving Dordrecht 15 februari 2022, gemeente DordrechtBij agendapunt: 8: Vaststellen 20e wijziging Algemene plaatselijke verordening i.v.m. de inwerkingtreding van de Omgevingswet - Raadsvoorstel13.915 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

WAS/WORDT LIJST VOOR DE VERORDENING TOT WIJZIGING VAN DE ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING DORDRECHT, 20e WIJZIGING APV-ARTIKEL A

OUD

Artikel 1:1 Begripsomschrijvingen Tenzij anders aangegeven wordt in deze verordening verstaan dan wel mede verstaan onder: a. openbare plaats: hetgeen in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties daaronder wordt verstaan; b.weg: weg, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994. c.openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn.

APV-ARTIKEL

Artikel 1:1 Begripsomschrijvingen Tenzij anders aangegeven wordt in deze verordening verstaan dan wel mede verstaan onder:

-

-

-

d.bebouwde kom: het gebied binnen de grenzen die zijn vastgesteld op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994; e.rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens een zakelijk of persoonlijk recht; f.bouwwerk: bouwwerk, als bedoeld in artikel 1 van de Bouwverordening gemeente Dordrecht; g.gebouw: gebouw als bedoeld in artikel 1, eerste lid onder c van de Woningwet; h.handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen i.het college: het college van burgemeester en wethouders van Dordrecht; j. bevoegd gezag: bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

NIEUW

-

-

-

-

-

-

bebouwde kom: het gebied binnen de grenzen die zijn vastgesteld op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994; beperkingengebiedactiviteit: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet; bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in de Omgevingswet; bouwwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet; het college: het college van burgemeester en wethouders van Dordrecht; gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving; handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen openbare plaats: hetgeen in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties daaronder wordt verstaan; openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn.

1

WAS/WORDT LIJST VOOR DE VERORDENING TOT WIJZIGING VAN DE ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING DORDRECHT, 20e WIJZIGING

-

-

B

rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens een zakelijk of persoonlijk recht; weg: weg, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994.

Artikel 1:2 Beslissingstermijn

Artikel 1:2 Beslissingstermijn

1.Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag.

1.Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag.

2.Het bevoegde bestuursorgaan kan zijn beslissing voor ten hoogste zes weken verdagen.

2.Het bevoegde bestuursorgaan kan zijn beslissing voor ten hoogste zes weken verdagen. 3. Dit artikel is niet van toepassing op een aanvraag om een omgevingsvergunning.

C

Artikel 1:4 Voorschriften en beperkingen

Artikel 1:4 Voorschriften en beperkingen

1.Aan een krachtens deze verordening verleende vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist.

1.Aan een krachtens deze verordening verleende vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist.

2.Degene aan wie krachtens deze verordening een vergunning of ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften of beperkingen na te komen.

2.Degene aan wie krachtens deze verordening een vergunning of ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften of beperkingen na te komen. 3. Dit artikel is niet van toepassing op een omgevingsvergunning.

D

Artikel 1:5 Persoonlijk karakter

Artikel 1:5 Persoonlijk karakter

2

WAS/WORDT LIJST VOOR DE VERORDENING TOT WIJZIGING VAN DE ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING DORDRECHT, 20e WIJZIGING

van de vergunning of ontheffing

van de vergunning of ontheffing

De vergunning of ontheffing is persoonsgebonden, tenzij bij of krachtens deze verordening anders is bepaald.

1. De vergunning of ontheffing is persoonsgebonden, tenzij bij of krachtens deze verordening anders is bepaald. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op een omgevingsvergunning.

E

Artikel 2:10 B Afbakeningsbepalingen en uitzonderingen

Artikel 2:10 B Afbakeningsbepalingen en uitzonderingen

1.Het verbod in het eerste lid van artikel 2:10 A geldt niet:

1.Het verbod in het eerste lid van artikel 2:10 A geldt niet:

a.voor zover gehandeld wordt met een andere vergunning dan een vergunning als bedoeld in het vorige lid of een ontheffing van het college of van de burgemeester, dan wel voor zover daarvan – overeenkomstig enig wettelijk voorschrift - melding of kennisgeving is gedaan en wordt gehandeld overeenkomstig de naar aanleiding van de melding gestelde voorschriften;

a.voor zover gehandeld wordt met een andere vergunning dan een vergunning als bedoeld in het vorige lid of een ontheffing van het college of van de burgemeester, dan wel voor zover daarvan – overeenkomstig enig wettelijk voorschrift - melding of kennisgeving is gedaan en wordt gehandeld overeenkomstig de naar aanleiding van de melding gestelde voorschriften;

b.voor het uitsteken van vlaggen, wimpels en vlaggenstokken, mits zij geen gevaar of hinder kunnen opleveren voor personen of goederen en niet voor commerciële doeleinden worden gebruikt;

b.voor het uitsteken van vlaggen, wimpels en vlaggenstokken, mits zij geen gevaar of hinder kunnen opleveren voor personen of goederen en niet voor commerciële doeleinden worden gebruikt;

c.voor zonneschermen, mits deze zijn aangebracht boven het voor voetgangers bestemde gedeelte van de weg en mits:

c.voor zonneschermen, mits deze zijn aangebracht boven het voor voetgangers bestemde gedeelte van de weg en mits:

I. geen onderdeel zich minder dan 2,2 meter boven dat gedeelte bevindt en

I. geen onderdeel zich minder dan 2,2 meter boven dat gedeelte bevindt en

II. geen onderdeel van het scherm, in welke stand dat ook staat, zich op minder dan 0,5 meter van het voor het rijverkeer bestemde gedeelte van de weg

II. geen onderdeel van het scherm, in welke stand dat ook staat, zich op minder dan 0,5 meter van het voor het rijverkeer bestemde gedeelte van de weg 3

WAS/WORDT LIJST VOOR DE VERORDENING TOT WIJZIGING VAN DE ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING DORDRECHT, 20e WIJZIGING

bevindt;

bevindt;

III. geen onderdeel verder dan 1,5 meter buiten de opgaande gevel reikt;

III. geen onderdeel verder dan 1,5 meter buiten de opgaande gevel reikt;

d.voor voorwerpen of stoffen, die noodzakelijkerwijze kortstondig op de openbare plaats gebracht worden in verband met laden of lossen ervan en mits degene die de werkzaamheden verricht of doet verrichten ervoor zorgt, dat onmiddellijk na het beëindigen daarvan, in elk geval voor zonsondergang, de voorwerpen of stoffen van de openbare plaats verwijderd zijn en de openbare plaats daarvan gereinigd is;

d.voor voorwerpen of stoffen, die noodzakelijkerwijze kortstondig op de openbare plaats gebracht worden in verband met laden of lossen ervan en mits degene die de werkzaamheden verricht of doet verrichten ervoor zorgt, dat onmiddellijk na het beëindigen daarvan, in elk geval voor zonsondergang, de voorwerpen of stoffen van de openbare plaats verwijderd zijn en de openbare plaats daarvan gereinigd is;

e.voor voertuigen;

e.voor voertuigen;

f.voor voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens als bedoeld in artikel 7 van de Grondwet worden geopenbaard;

f.voor voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens als bedoeld in artikel 7 van de Grondwet worden geopenbaard;

g.voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, het Provinciaal wegenreglement, de Leidingenverordening, de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde Telecommunicatieverordening Dordrecht.

g. voor beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, Telecommunicatiewet, provinciale omgevingsverordening, waterschapsverordening of Leidingenverordening Dordrecht.

h.voor uitstallingen, mits voldaan wordt aan de voor uitstallingen geldende nadere regels.

h.voor uitstallingen, mits voldaan wordt aan de voor uitstallingen geldende nadere regels.

2.De weigeringsgrond van het tweede lid, onder a van het vorige artikel geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet.

2.De weigeringsgrond van het tweede lid, onder a van het vorige artikel geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet.

3.De weigeringsgrond van het tweede lid, onder b van het vorige artikel geldt niet voor

3.De weigeringsgrond van het tweede lid, onder b van het vorige artikel geldt niet voor 4

WAS/WORDT LIJST VOOR DE VERORDENING TOT WIJZIGING VAN DE ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING DORDRECHT, 20e WIJZIGING

F

bouwwerken;

bouwwerken;

4.De weigeringsgrond van het tweede lid, onder c van het vorige artikel geldt niet voor zover in het geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer.

4.De weigeringsgrond van het tweede lid, onder c van het vorige artikel geldt niet voor zover in het geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer.

Artikel 2:11 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg

Artikel 2:11 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg

1.Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg.

1.Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg.

2.De vergunning wordt verleend a.als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, indien het activiteiten betreft die zonder vergunning verboden zijn vanwege strijd met bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit; b.door het college in de overige gevallen.

3.Het verbod in het eerste lid geldt 2.Het verbod in het eerste lid geldt niet voor overheden bij het niet voor overheden bij het uitvoeren van hun publieke taak. uitvoeren van hun publieke taak. 4.Het verbod geldt voorts niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, het Provinciaal wegenreglement, de Waterschapskeur, de Leidingenverordening, de

3. Het verbod is voorts niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, provinciale omgevingsverordening of waterschapsverordening of op

5

WAS/WORDT LIJST VOOR DE VERORDENING TOT WIJZIGING VAN DE ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING DORDRECHT, 20e WIJZIGING

Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde Telecommunicatieverordening Dordrecht.

5.Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. G

situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, de Wegenwet, het Wetboek van Strafrecht, het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatiewet of het bepaalde bij of krachtens de Leidingenverordening Dordrecht.

Artikel 2:12 (Omgevings)vergunning voor het maken, veranderen van een uitweg

Artikel 2:12 (Omgevings)vergunning voor het maken, veranderen van een uitweg

1.Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag een uitweg te maken naar de weg of veranderingen te brengen in een bestaande uitweg naar de weg.

1.Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag een uitweg te maken naar de weg of veranderingen te brengen in een bestaande uitweg naar de weg.

2.Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd in het belang van:

2.Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd in het belang van:

a.de bruikbaarheid van de weg;

a.de bruikbaarheid van de weg;

b.het veilig en doelmatig gebruik van de weg;

b.het veilig en doelmatig gebruik van de weg;

c.de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving;

c.de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving;

d.de bescherming van groenvoorzieningen in de gemeente.

d.de bescherming van groenvoorzieningen in de gemeente.

3.Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer Rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur of het Provinciaal wegenreglement ZuidHolland.

3. Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, provinciale omgevingsverordening of waterschapsverordening.

6

WAS/WORDT LIJST VOOR DE VERORDENING TOT WIJZIGING VAN DE ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING DORDRECHT, 20e WIJZIGING H

I

J

Artikel 2:14 Winkelwagentjes

Artikel 2:14 Winkelwagentjes

1.De rechthebbende op een bedrijf die winkelwagentjes ter beschikking stelt, mede ten behoeve van het vervoer van winkelwaren over de weg, is verplicht ze te voorzien van de naam van het bedrijf of een ander herkenningsteken, en de in de omgeving van dat bedrijf door het publiek op een openbare plaats achtergelaten winkelwagentjes terstond te verwijderen of te doen verwijderen.

1.De rechthebbende op een bedrijf die winkelwagentjes ter beschikking stelt, mede ten behoeve van het vervoer van winkelwaren over de weg, is verplicht ze te voorzien van de naam van het bedrijf of een ander herkenningsteken, en de in de omgeving van dat bedrijf door het publiek op een openbare plaats achtergelaten winkelwagentjes terstond te verwijderen of te doen verwijderen.

2.Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer.

2. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet.

Artikel 2:21 Aanbrenging, verwijdering e.d. van voorzieningen voor verkeer en verlichting

Artikel 2:21 Aanbrenging, verwijdering e.d. van voorzieningen voor verkeer en verlichting

1.Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een bord of andere voorziening ten behoeve van het openbaar verkeer, de openbare verlichting of de openbare brandbestrijding aan te brengen, te verwijderen, te wijzigen, te beschadigen, de werking ervan te beletten of te belemmeren.

1.Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een bord of andere voorziening ten behoeve van het openbaar verkeer, de openbare verlichting of de openbare brandbestrijding aan te brengen, te verwijderen, te wijzigen, te beschadigen, de werking ervan te beletten of te belemmeren.

2.Het in het eerste lid bepaalde blijft buiten toepassing voor zover het Wetboek van Strafrecht van toepassing is.

2. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door hoofdstuk 10 van de Omgevingswet.

Artikel 2:28 D Weigeringsgronden

Artikel 2:28 D Weigeringsgronden

1.In aanvulling op het bepaalde van artikel 1:8 weigert de burgemeester de vergunning indien

1.In aanvulling op het bepaalde van artikel 1:8 weigert de burgemeester de vergunning indien

a.de vestiging of exploitatie van de a. de vestiging of exploitatie van de 7

WAS/WORDT LIJST VOOR DE VERORDENING TOT WIJZIGING VAN DE ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING DORDRECHT, 20e WIJZIGING

inrichting in strijd is met een geldend bestemmingsplan;

inrichting in strijd is met het omgevingsplan.

b.niet voldaan is aan de ingevolge deze afdeling voor de exploitant en leidinggevenden geldende eisen.

b.niet voldaan is aan de ingevolge deze afdeling voor de exploitant en leidinggevenden geldende eisen.

2.In aanvulling op artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren, indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed. 3.Bij de toepassing van de in het tweede lid genoemde weigeringsgrond houdt de burgemeester rekening met

2.In aanvulling op artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren, indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woonen leefsituatie in de omgeving van de inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed. 3.Bij de toepassing van de in het tweede lid genoemde weigeringsgrond houdt de burgemeester rekening met

a.het karakter van de straat en de a.het karakter van de straat en de wijk waarin de inrichting is gelegen wijk waarin de inrichting is gelegen of zal zijn gelegen; of zal zijn gelegen; b.de aard van de inrichting; b.de aard van de inrichting; c.de spanning waaraan het c.de spanning waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds woonmilieu ter plaatse reeds blootstaat of bloot zal komen te blootstaat of bloot zal komen te staan door de exploitatie en staan door de exploitatie en d.de wijze van bedrijfsvoering van d.de wijze van bedrijfsvoering van de exploitant en/of de exploitant en/of leidinggevenden in deze of in leidinggevenden in deze of in andere inrichtingen, andere inrichtingen, e.alsmede hun antecedenten e.alsmede hun antecedenten 4.Het bepaalde in het eerste lid, 4.Het bepaalde in het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van aanhef en onder b, is niet van toepassing op toepassing op exploitatievergunningen die louter exploitatievergunningen die louter betrekking hebben op de betrekking hebben op de exploitatie van een terras. exploitatie van een terras. K

Artikel 2:39 G Weigeringsgronden exploitatievergunning speelautomatenhal

Artikel 2:39 G Weigeringsgronden exploitatievergunning speelautomatenhal

Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 van deze verordening,

Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 van deze verordening, 8

WAS/WORDT LIJST VOOR DE VERORDENING TOT WIJZIGING VAN DE ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING DORDRECHT, 20e WIJZIGING

wordt een exploitatievergunning geweigerd, indien:

wordt een exploitatievergunning geweigerd, indien:

a. het maximum aantal af te geven vergunningen voor speelautomatenhallen is bereikt;

a. het maximum aantal af te geven vergunningen voor speelautomatenhallen is bereikt;

b. de exploitant en/of leidinggevende(n), dan wel degene(n) die de rechtspersoon krachtens de statuten vertegenwoordig(t)(en), niet minstens de leeftijd van eenentwintig jaar heeft bereikt;

b. de exploitant en/of leidinggevende(n), dan wel degene(n) die de rechtspersoon krachtens de statuten vertegenwoordig(t)(en), niet minstens de leeftijd van eenentwintig jaar heeft bereikt;

c. de exploitant en/of leidinggevende(n) van de speelautomatenhal niet voldoet/voldoen aan de eisen gesteld in artikel 4 van het Speelautomatenbesluit;

c. de exploitant en/of leidinggevende(n) van de speelautomatenhal niet voldoet/voldoen aan de eisen gesteld in artikel 4 van het Speelautomatenbesluit;

d. de exploitant en/of leidinggevende(n) niet voldoet aan hetgeen is gesteld bij of krachtens Titel VA van de Wet;

d. de exploitant en/of leidinggevende(n) niet voldoet aan hetgeen is gesteld bij of krachtens Titel VA van de Wet;

e. naar het oordeel van de burgemeester door de aanwezigheid van de speelautomatenhal de woon- en leefsituatie in de naaste omgeving of het karakter van de winkelstraat of winkelbuurt onevenredig nadelig wordt beïnvloed;

e. naar het oordeel van de burgemeester door de aanwezigheid van de speelautomatenhal de woon- en leefsituatie in de naaste omgeving of het karakter van de winkelstraat of winkelbuurt onevenredig nadelig wordt beïnvloed;

f. de feitelijke situatie afwijkt f. de feitelijke situatie afwijkt van hetgeen in de aanvraag is van hetgeen in de aanvraag is vermeld; vermeld;

L

g. de exploitatie of vestiging van de speelautomatenhal strijd oplevert met een geldend bestemmingsplan zonder dat concreet zicht bestaat op de vereiste planologische toestemming voor het ter plaatse vestigen van een speelautomatenhal.

g. de exploitatie of vestiging van de speelautomaat strijd oplevert met het omgevingsplan zonder dat concreet zicht bestaat op de vereiste planologische toestemming voor het ter plaatse vestigen van een speelautomatenhal.

Artikel 2:39 H Intrekkings-, wijzigings- en schorsingsgronden

Artikel 2:39 H Intrekkings-, wijzigings- en schorsingsgronden

9

WAS/WORDT LIJST VOOR DE VERORDENING TOT WIJZIGING VAN DE ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING DORDRECHT, 20e WIJZIGING

exploitatievergunning speelautomatenhal

exploitatievergunning speelautomatenhal

1. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 van deze verordening kan een exploitatievergunning worden ingetrokken, gewijzigd of geschorst, indien:

1. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 van deze verordening kan een exploitatievergunning worden ingetrokken, gewijzigd of geschorst, indien:

a. de exploitant of leidinggevende niet voldoet aan hetgeen is gesteld bij of krachtens Titel VA van de Wet;

a. de exploitant of leidinggevende niet voldoet aan hetgeen is gesteld bij of krachtens Titel VA van de Wet;

b. naar het oordeel van de burgemeester door de aanwezigheid en/of het functioneren van de speelautomatenhal de woon- en leefsituatie in de naaste omgeving of het karakter van de winkelstraat of winkelbuurt onevenredig nadelig wordt beïnvloed;

b. naar het oordeel van de burgemeester door de aanwezigheid en/of het functioneren van de speelautomatenhal de woon- en leefsituatie in de naaste omgeving of het karakter van de winkelstraat of winkelbuurt onevenredig nadelig wordt beïnvloed;

c. indien de exploitatie of vestiging van de speelautomatenhal strijd oplevert met het geldende bestemmingsplan of naar het oordeel van de burgemeester voldoende aannemelijk is dat die strijdigheid niet zal worden opgeheven, behoudens de in Titel VA van de Wet genoemde gronden;

c. indien de exploitatie of vestiging van de speelautomatenhal strijd oplevert met het geldende omgevingsplan of naar het oordeel van de burgemeester voldoende aannemelijk is dat die strijdigheid niet zal worden opgeheven, behoudens de in Titel VA van de Wet genoemde gronden;

d. meer dan zes maanden achtereen na het onherroepelijk worden van de exploitatievergunning geen speelautomatenhal in het pand is geëxploiteerd.

d. meer dan zes maanden achtereen na het onherroepelijk worden van de exploitatievergunning geen speelautomatenhal in het pand is geëxploiteerd.

2. Het bepaalde in artikel 2:28 F van deze verordening is van overeenkomstige toepassing.

2. Het bepaalde in artikel 2:28 F van deze verordening is van overeenkomstige toepassing.

3. Lid 1 onder c van dit artikel 3. Lid 1 onder c van dit artikel is van overeenkomstige toepassing is van overeenkomstige toepassing op de aanwezigheidsvergunning. op de aanwezigheidsvergunning.

10

WAS/WORDT LIJST VOOR DE VERORDENING TOT WIJZIGING VAN DE ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING DORDRECHT, 20e WIJZIGING M

Artikel 2:41 B Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat

Artikel 2:41 B Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat

1.In dit artikel wordt verstaan onder:

1.In dit artikel wordt verstaan onder:

a.exploitant: natuurlijke persoon of de bestuurder van een rechtspersoon of, indien van toepassing, de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde natuurlijke persoon, voor wiens rekening en risico de bedrijfsmatige activiteiten worden uitgeoefend;

a.exploitant: natuurlijke persoon of de bestuurder van een rechtspersoon of, indien van toepassing, de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde natuurlijke persoon, voor wiens rekening en risico de bedrijfsmatige activiteiten worden uitgeoefend;

b.beheerder: de natuurlijke persoon die door de exploitant is aangesteld voor de feitelijke leiding over de bedrijfsmatige activiteiten; c.bedrijf: de bedrijfsmatige activiteit die plaatsvindt in een voor het publiek toegankelijk gebouw, niet zijnde een seksinrichting, of een daarbij behorend perceel of enig andere ruimte, niet zijnde een woning die als zodanig in gebruik is. 2.De burgemeester kan gebouwen, gebieden of bedrijfsmatige activiteiten aanwijzen waar(op) het verbod uit het derde lid van toepassing is. Een gebouw of gebied wordt uitsluitend aangewezen als in of rondom dat gebouw dan wel in dat gebied naar het oordeel van de burgemeester de leefbaarheid of de openbare orde en veiligheid onder druk staat. Een aanwijzing van een gebouw of gebied kan zich tot één of meer bedrijfsmatige activiteiten beperken. Een bedrijfsmatige activiteit wordt uitsluitend voor de gehele gemeente aangewezen als naar het oordeel van de

b.beheerder: de natuurlijke persoon die door de exploitant is aangesteld voor de feitelijke leiding over de bedrijfsmatige activiteiten; c.bedrijf: de bedrijfsmatige activiteit die plaatsvindt in een voor het publiek toegankelijk gebouw, niet zijnde een seksinrichting, of een daarbij behorend perceel of enig andere ruimte, niet zijnde een woning die als zodanig in gebruik is. 2.De burgemeester kan gebouwen, gebieden of bedrijfsmatige activiteiten aanwijzen waar(op) het verbod uit het derde lid van toepassing is. Een gebouw of gebied wordt uitsluitend aangewezen als in of rondom dat gebouw dan wel in dat gebied naar het oordeel van de burgemeester de leefbaarheid of de openbare orde en veiligheid onder druk staat. Een aanwijzing van een gebouw of gebied kan zich tot één of meer bedrijfsmatige activiteiten beperken. Een bedrijfsmatige activiteit wordt uitsluitend voor de gehele gemeente aangewezen als naar het oordeel van de burgemeester de leefbaarheid of openbare orde en veiligheid door 11

WAS/WORDT LIJST VOOR DE VERORDENING TOT WIJZIGING VAN DE ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING DORDRECHT, 20e WIJZIGING

burgemeester de leefbaarheid of openbare orde en veiligheid door de bedrijfsmatige activiteit onder druk staat. 3.Het is verboden om zonder vergunning van de burgemeester een bedrijf uit te oefenen: a.in een door de burgemeester op grond van het tweede lid aangewezen gebouw of gebied voor door de burgemeester benoemde bedrijfsmatige activiteiten; of b.indien de uitoefening van het bedrijf een door de burgemeester op grond van het tweede lid aangewezen bedrijfsmatige activiteit betreft. 4.Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester een vergunning als bedoeld in het derde lid weigeren:

de bedrijfsmatige activiteit onder druk staat. 3.Het is verboden om zonder vergunning van de burgemeester een bedrijf uit te oefenen: a.in een door de burgemeester op grond van het tweede lid aangewezen gebouw of gebied voor door de burgemeester benoemde bedrijfsmatige activiteiten; of b.indien de uitoefening van het bedrijf een door de burgemeester op grond van het tweede lid aangewezen bedrijfsmatige activiteit betreft. 4.Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester een vergunning als bedoeld in het derde lid weigeren:

a.in het belang van het voorkomen a.in het belang van het voorkomen of beperken van overlast of strafbare feiten; of beperken van overlast of strafbare feiten; b.indien de leefbaarheid in het gebied door de wijze van b.indien de leefbaarheid in het exploitatie nadelig wordt beïnvloed gebied door de wijze van of dreigt te worden beïnvloed; exploitatie nadelig wordt beïnvloed of dreigt te worden c.de exploitant of beheerder in enig beïnvloed; opzicht van slecht levensgedrag is; c.de exploitant of beheerder in d.indien redelijkerwijs moet enig opzicht van slecht worden aangenomen dat de levensgedrag is; feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in d.indien redelijkerwijs moet overeenstemming zal zijn; worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in e.indien niet voldaan is aan de bij de aanvraag vermelde in of krachtens lid vijf en zes gestelde overeenstemming zal zijn; eisen met betrekking tot de aanvraag; e.indien niet voldaan is aan de bij of krachtens lid vijf en zes gestelde f.indien er aanwijzingen zijn dat in eisen met betrekking tot de het bedrijf personen werkzaam zijn aanvraag; of zullen zijn in strijd met het bij of f.indien er aanwijzingen zijn dat in krachtens de Wet arbeid 12

WAS/WORDT LIJST VOOR DE VERORDENING TOT WIJZIGING VAN DE ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING DORDRECHT, 20e WIJZIGING

het bedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde;

vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde; g. indien de vestiging of de exploitatie in strijd is met een geldend omgevingsplan of de Omgevingswet.

g.indien de vestiging of de exploitatie in strijd is met een geldend bestemmingsplan, een geldend ruimtelijk exploitatieplan, een geldende beheersverordening, een geldend voorbereidingsbesluit 5.De vergunning wordt aangevraagd door de exploitant. of de Wet milieubeheer. Een aanvraag om een vergunning 5.De vergunning wordt wordt ingediend door aangevraagd door de exploitant. gebruikmaking van een door de Een aanvraag om een vergunning burgemeester vastgesteld wordt ingediend door formulier. Bij de aanvraag om een gebruikmaking van een door de vergunning wordt vermeld voor burgemeester vastgesteld welke bedrijfsmatige activiteiten de formulier.

Bij de aanvraag om een vergunning wordt gevraagd, en vergunning wordt vermeld voor worden in ieder geval de volgende welke bedrijfsmatige activiteiten gegevens en bescheiden de vergunning wordt gevraagd, en overgelegd: worden in ieder geval de volgende a.de persoonsgegevens en een gegevens en bescheiden geldig identiteitsbewijs van de overgelegd: exploitant of beheerder; a.de persoonsgegevens en een b.het adres en telefoonnummer geldig identiteitsbewijs van de waar de bedrijfsmatige activiteiten exploitant of beheerder; worden uitgeoefend; b.het adres en telefoonnummer waar de bedrijfsmatige activiteiten c.het nummer van inschrijving in het handelsregister bij de Kamer worden uitgeoefend; van Koophandel; c.het nummer van inschrijving in d.indien van toepassing de het handelsregister bij de Kamer verblijftitel van de exploitant of van Koophandel; beheerder; d.indien van toepassing de e.een bewijs waaruit blijkt dat de verblijftitel van de exploitant of exploitant of beheerder gerechtigd beheerder; is om in Nederland arbeid te e.een bewijs waaruit blijkt dat de verrichten; exploitant of beheerder gerechtigd f.een document waaruit blijkt dat is om in Nederland arbeid te de exploitant gerechtigd is over de verrichten; ruimte te beschikken waarin het f.een document waaruit blijkt dat bedrijf wordt gevestigd.

de exploitant gerechtigd is over de 6.Indien de burgemeester dat ruimte te beschikken waarin het 13

WAS/WORDT LIJST VOOR DE VERORDENING TOT WIJZIGING VAN DE ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING DORDRECHT, 20e WIJZIGING

bedrijf wordt gevestigd.

nodig acht voor de beoordeling van een aanvraag kan hij verlangen dat aanvullende gegevens worden overgelegd.

6.Indien de burgemeester dat nodig acht voor de beoordeling van een aanvraag kan hij verlangen dat aanvullende gegevens worden 7.Onverminderd het bepaalde in overgelegd. artikel 1:6 kan de burgemeester een vergunning als bedoeld in het 7.Onverminderd het bepaalde in derde lid intrekken of wijzigen artikel 1:6 kan de burgemeester indien: een vergunning als bedoeld in het derde lid intrekken of wijzigen a.door het bedrijf de openbare indien: orde wordt aangetast of dreigt te worden aangetast; of a.door het bedrijf de openbare orde wordt aangetast of dreigt te b.door het bedrijf de leefbaarheid worden aangetast; of in het gebied door de wijze van de exploitatie nadelig wordt beïnvloed b.door het bedrijf de leefbaarheid of dreigt te worden beïnvloed; of in het gebied door de wijze van de exploitatie nadelig wordt c.de voorwaarden uit de beïnvloed of dreigt te worden vergunning of de plichten beïnvloed; of voortvloeiend uit dit artikel niet worden nageleefd; of c.de voorwaarden uit de vergunning of de plichten d.de exploitant of beheerder in voortvloeiend uit dit artikel niet enig opzicht van slecht worden nageleefd; of levensgedrag is; of d.de exploitant of beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is; of e.de exploitant of beheerder betrokken is of ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten of strafbare feiten in of vanuit het bedrijf danwel toestaat of

gedoogt dat strafbare feiten of activiteiten worden gepleegd waarmee de openbare orde nadelig wordt beïnvloed; of f.er strafbare feiten in het bedrijf hebben plaatsgevonden of plaatsvinden; of g.er aanwijzingen zijn dat in het bedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid

e.de exploitant of beheerder betrokken is of ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten of strafbare feiten in of vanuit het bedrijf danwel toestaat of gedoogt dat strafbare feiten of activiteiten worden gepleegd waarmee de openbare orde nadelig wordt beïnvloed; of f.er strafbare feiten in het bedrijf hebben plaatsgevonden of plaatsvinden; of g.er aanwijzingen zijn dat in het bedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde; of h.de bedrijfsmatige activiteiten

14

WAS/WORDT LIJST VOOR DE VERORDENING TOT WIJZIGING VAN DE ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING DORDRECHT, 20e WIJZIGING

vreemdelingen of door de exploitant zijn beëindigd Vreemdelingenwet 2000 bepaalde; danwel sprake is van een of gewijzigde exploitatie; of h.de bedrijfsmatige activiteiten door de exploitant zijn beëindigd danwel sprake is van een gewijzigde exploitatie; of i.redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de vergunning vermelde in overeenstemming is; of

i.redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de vergunning vermelde in overeenstemming is; of j.de vestiging of de exploitatie in strijd is met een geldend omgevingsplan, de Omgevingswet of een gebiedsplan.

j.de vestiging of de exploitatie in strijd is met een geldend bestemmingsplan, een geldend ruimtelijk exploitatieplan, een geldende beheersverordening, een geldend voorbereidingsbesluit, de Wet milieubeheer of een gebiedsplan.

8.Indien een bedrijf in strijd met het verbod uit het derde lid van deze bepaling wordt geëxploiteerd of indien een van de situaties als bedoeld in het zevende lid, sub a 8.Indien een bedrijf in strijd met tot en met i, van toepassing is, kan het verbod uit het derde lid van de burgemeester de sluiting van deze bepaling wordt geëxploiteerd het bedrijf bevelen. of indien een van de situaties als bedoeld in het zevende lid, sub a 9.Het is een ieder verboden een tot en met i, van toepassing is, kan overeenkomstig het achtste lid van de burgemeester de sluiting van deze bepaling gesloten bedrijf te het bedrijf bevelen. betreden of daarin te verblijven. 9.Het is een ieder verboden een overeenkomstig het achtste lid van deze bepaling gesloten bedrijf te betreden of daarin te verblijven. 10.De sluiting kan door de burgemeester worden opgeheven indien later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven.

11.De exploitant is verplicht elke verandering in de uitoefening van zijn bedrijf waardoor deze niet langer in overeenstemming is met de in de vergunning opgenomen gegevens zo spoedig mogelijk aan

10.De sluiting kan door de burgemeester worden opgeheven indien later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven.

11.De exploitant is verplicht elke verandering in de uitoefening van zijn bedrijf waardoor deze niet langer in overeenstemming is met de in de vergunning opgenomen gegevens zo spoedig mogelijk aan de burgemeester te melden. De burgemeester verleent een gewijzigde vergunning, als het bedrijf aan de vereisten voldoet.

15

WAS/WORDT LIJST VOOR DE VERORDENING TOT WIJZIGING VAN DE ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING DORDRECHT, 20e WIJZIGING

de burgemeester te melden. De burgemeester verleent een gewijzigde vergunning, als het bedrijf aan de vereisten voldoet.

12.Het is verboden een bedrijf voor bezoekers geopend te hebben zonder dat de exploitant of beheerder aanwezig is.

12.Het is verboden een bedrijf voor bezoekers geopend te hebben zonder dat de exploitant of beheerder aanwezig is.

13.De exploitant en de beheerder zien erop toe dat in het bedrijf geen strafbare feiten plaatsvinden.

Artikel 2:71 Begripsomschrijving

Artikel 2:71 Definitie

In deze afdeling wordt verstaan onder consumentenvuurwerk:Consumen tenvuurwerk waarop het Besluit van 22 januari 2002, houdende nieuwe regels met betrekking tot consumenten- en professioneel vuurwerk(Vuurwerkbesluit) van toepassing is.

In deze afdeling wordt onder consumentenvuurwerk verstaan vuurwerk van categorie F1, F2 of F3 dat op grond van artikel 2.1.1 van het Vuurwerkbesluit is aangewezen als vuurwerk dat ter beschikking mag worden gesteld voor particulier gebruik.

Artikel 3:7 Weigeringsgronden

Artikel 3:7 Weigeringsgronden

14.In afwijking van het derde lid 13.De exploitant en de beheerder geldt dit verbod voor de exploitant zien erop toe dat in het bedrijf die op het moment van geen strafbare feiten plaatsvinden. inwerkingtreding van het aanwijzingsbesluit reeds onder het 14.In afwijking van het derde lid aanwijzingsbesluit vallende geldt dit verbod voor de exploitant bedrijfsmatige activiteiten verricht, die op het moment van voor die bestaande activiteiten op inwerkingtreding van het bestaande locaties eerst drie aanwijzingsbesluit reeds onder het maanden na inwerkingtreding van aanwijzingsbesluit vallende het aanwijzingsbesluit of met bedrijfsmatige activiteiten verricht, ingang van inwerkingtreding van voor die bestaande activiteiten op het besluit tot weigering of bestaande locaties eerst drie intrekking van een door hem maanden na inwerkingtreding van aangevraagde vergunning, voor het aanwijzingsbesluit of met zover dat eerder is. ingang van inwerkingtreding van het besluit tot weigering of 15.Op de vergunning als bedoeld in intrekking van een door hem het derde lid is paragraaf 4.1.3.3 aangevraagde vergunning, voor van de Algemene wet zover dat eerder is. bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) 15.Op de vergunning als bedoeld niet van toepassing.

in het derde lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. N

O

16

WAS/WORDT LIJST VOOR DE VERORDENING TOT WIJZIGING VAN DE ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING DORDRECHT, 20e WIJZIGING

1.Een vergunning wordt geweigerd 1.Een vergunning wordt geweigerd als: als: a.de exploitant of de beheerder onder curatele staat;

a.de exploitant of de beheerder onder curatele staat;

b.de exploitant of de beheerder is b.de exploitant of de beheerder is ontzet uit het ouderlijk gezag of de ontzet uit het ouderlijk gezag of de voogdij; voogdij; c.de exploitant of de beheerder onherroepelijk is veroordeeld en/of er voldoende concrete aanwijzingen zijn voor een gewelds- of zedendelict of voor mensenhandel, of er in enig ander opzicht sprake is van slecht levensgedrag;

c.de exploitant of de beheerder onherroepelijk is veroordeeld en/of er voldoende concrete aanwijzingen zijn voor een gewelds- of zedendelict of voor mensenhandel, of er in enig ander opzicht sprake is van slecht levensgedrag;

d.de exploitant of de beheerder de d.de exploitant of de beheerder de leeftijd van 21 jaar nog niet heeft leeftijd van 21 jaar nog niet heeft bereikt; bereikt; e.redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn;

e.redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn;

f.redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de aanvrager in strijd zal handelen met aan de vergunning verbonden beperkingen of voorschriften;

f.redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de aanvrager in strijd zal handelen met aan de vergunning verbonden beperkingen of voorschriften;

g.er voldoende concrete aanwijzingen zijn dat voor of bij het seksbedrijf personen tewerkgesteld zijn of zullen zijn die, als het prostituees betreft, nog niet de leeftijd van 21 jaar hebben bereikt en, als het overige personen betreft, nog niet de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt en, slachtoffer zijn van mensenhandel of verblijven of werken in strijd met het bepaalde bij of krachtens de Vreemdelingenwet 2000;

g.er voldoende concrete aanwijzingen zijn dat voor of bij het seksbedrijf personen tewerkgesteld zijn of zullen zijn die, als het prostituees betreft, nog niet de leeftijd van 21 jaar hebben bereikt en, als het overige personen betreft, nog niet de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt en, slachtoffer zijn van mensenhandel of verblijven of werken in strijd met het bepaalde bij of krachtens de Vreemdelingenwet 2000;

h.de exploitant of de beheerder minder dan vijf jaar voorafgaand

h.de exploitant of de beheerder minder dan vijf jaar voorafgaand aan de dag dat de vergunning 17

WAS/WORDT LIJST VOOR DE VERORDENING TOT WIJZIGING VAN DE ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING DORDRECHT, 20e WIJZIGING

aan de dag dat de vergunning wordt aangevraagd, wegens een misdrijf onherroepelijk is veroordeeld tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van meer dan zes maanden; i.de exploitant of de beheerder minder dan vijf jaar voorafgaand aan de dag dat de vergunning wordt aangevraagd, bij meer dan één rechterlijke uitspraak of strafbeschikking onherroepelijk veroordeeld is tot een onvoorwaardelijke geldboete van € 500 of meer of tot een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht, wegens dan wel mede wegens overtreding van: i.bepalingen, gesteld bij of krachtens de Alcoholwet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet 2000, de Wet arbeid vreemdelingen en hoofdstuk 3 van deze verordening;

wordt aangevraagd, wegens een misdrijf onherroepelijk is veroordeeld tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van meer dan zes maanden; i.de exploitant of de beheerder minder dan vijf jaar voorafgaand aan de dag dat de vergunning wordt aangevraagd, bij meer dan één rechterlijke uitspraak of strafbeschikking onherroepelijk veroordeeld is tot een onvoorwaardelijke geldboete van € 500 of meer of tot een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht, wegens dan wel mede wegens overtreding van: i.bepalingen, gesteld bij of krachtens de Alcoholwet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet 2000, de Wet arbeid vreemdelingen en hoofdstuk 3 van deze verordening;

ii.de artikelen 137c tot en met ii.de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 416, 417, 417bis, 420bis 137g, 140, 416, 417, 417bis, 420bis tot en met 420quinquies, 426 en tot en met 420quinquies, 426 en 429quater van het Wetboek van 429quater van het Wetboek van Strafrecht; Strafrecht; iii.artikel 69 van de Algemene wet iii.artikel 69 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen; inzake rijksbelastingen;

iv.de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede de artikelen 6 juncto 8 en 163 van de Wegenverkeerswet 1994; v.de artikelen 2 en 3 van de Wet op de weerkorpsen; of vi.de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en munitie. j.een maximum als bedoeld in

iv.de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede de artikelen 6 juncto 8 en 163 van de Wegenverkeerswet 1994; v.de artikelen 2 en 3 van de Wet op de weerkorpsen; of vi.de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en munitie. j.een maximum als bedoeld in artikel 3:5 al is bereikt.

18

WAS/WORDT LIJST VOOR DE VERORDENING TOT WIJZIGING VAN DE ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING DORDRECHT, 20e WIJZIGING

artikel 3:5 al is bereikt.

k. de voorgenomen uitoefening van het seksbedrijf strijd zal opleveren k.de voorgenomen uitoefening van met het omgevingsplan of een het seksbedrijf strijd zal opleveren bekendgemaakte ontwerpwijziging met een geldend daarvan. bestemmingsplan, een bestemmingsplan in ontwerp dat 2.Met een veroordeling als bedoeld ter inzage is gelegd. in het eerste lid, onder h, wordt gelijkgesteld: 2.Met een veroordeling als bedoeld in het eerste lid, onder h, a.een bevel tot tenuitvoerlegging wordt gelijkgesteld: van een zodanige voorwaardelijke straf; a.een bevel tot tenuitvoerlegging van een zodanige voorwaardelijke b.vrijwillige betaling van een straf; geldsom als bedoeld in artikel 74, tweede lid, onder a, van het b.vrijwillige betaling van een Wetboek van Strafrecht of artikel geldsom als bedoeld in artikel 74, 76, derde lid, onder a, van de tweede lid, onder a, van het Algemene wet inzake Wetboek van Strafrecht of artikel rijksbelastingen, tenzij de geldsom 76, derde lid, onder a, van de minder dan € 375 bedraagt. Algemene wet inzake rijksbelastingen, tenzij de geldsom 3.De periode van vijf jaar, bedoeld minder dan € 375 bedraagt. in het eerste lid, onder h en i, wordt bij de intrekking van een 3.De periode van vijf jaar, bedoeld vergunning teruggerekend vanaf de in het eerste lid, onder h en i, datum van de intrekking van deze wordt bij de intrekking van een vergunning.

vergunning teruggerekend vanaf de datum van de intrekking van 4.Voor de berekening van de deze vergunning. periode van vijf jaar, bedoeld in het eerste lid, onder h en i, telt de 4.Voor de berekening van de periode waarin een periode van vijf jaar, bedoeld in onvoorwaardelijke vrijheidsstraf is het eerste lid, onder h en i, telt de ondergaan, niet mee. periode waarin een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf is ondergaan, niet mee. 5.Een vergunning kan in ieder geval 5.Een vergunning kan in ieder worden geweigerd: geval worden geweigerd: a.voor een seksbedrijf waarvoor de a.voor een seksbedrijf waarvoor vergunning op grond van artikel de vergunning op grond van artikel 3:9, eerste lid, aanhef en onder a 3:9, eerste lid, aanhef en onder a tot en met f, of tweede lid, aanhef tot en met f, of tweede lid, aanhef onder a tot en met g, of in het onder a tot en met g, of in het geval en onder de voorwaarden, geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering bevordering integriteitsbeoordelingen door het integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur is ingetrokken, 19

WAS/WORDT LIJST VOOR DE VERORDENING TOT WIJZIGING VAN DE ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING DORDRECHT, 20e WIJZIGING

openbaar bestuur is ingetrokken, gedurende een periode van vijf jaar na de intrekking; b.als niet is voldaan aan een bij of krachtens artikel 3:6 gestelde eis met betrekking tot de aanvraag, mits de aanvrager de gelegenheid heeft gehad de aanvraag binnen een door het bevoegde bestuursorgaan gestelde termijn aan te vullen; c.als de vergunning geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op het uitoefenen van een prostitutiebedrijf in een seksinrichting waarvoor eerder een vergunning is ingetrokken, of in die seksinrichting eerder zonder vergunning een prostitutiebedrijf is uitgeoefend; d.als de openbare orde, de woonen leefomgeving of de veiligheid en de gezondheid van prostituees of klanten nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid van de seksinrichting waarvoor de vergunning is aangevraagd; e.als het bedrijfsplan niet voldoet aan artikel 3:15, eerste en tweede lid;

gedurende een periode van vijf jaar na de intrekking; b.als niet is voldaan aan een bij of krachtens artikel 3:6 gestelde eis met betrekking tot de aanvraag, mits de aanvrager de gelegenheid heeft gehad de aanvraag binnen een door het bevoegde bestuursorgaan gestelde termijn aan te vullen; c.als de vergunning geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op het uitoefenen van een prostitutiebedrijf in een seksinrichting waarvoor eerder een vergunning is ingetrokken, of in die seksinrichting eerder zonder vergunning een prostitutiebedrijf is uitgeoefend; d.als de openbare orde, de woonen leefomgeving of de veiligheid en de gezondheid van prostituees of klanten nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid van de seksinrichting waarvoor de vergunning is aangevraagd; e.als het bedrijfsplan niet voldoet aan artikel 3:15, eerste en tweede lid;

f.als onvoldoende aannemelijk is f.als onvoldoende aannemelijk is dat de exploitant de bij artikel 3:17 dat de exploitant de bij artikel 3:17 gestelde verplichtingen zal naleven; gestelde verplichtingen zal naleven; P

Artikel 3:9

Artikel 3:9

1.De vergunning wordt ingetrokken als:

1.De vergunning wordt ingetrokken als:

a.de verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig blijken te zijn dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen als bij de beoordeling daarvan de juiste gegevens bekend waren geweest;

a.de verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig blijken te zijn dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen als bij de beoordeling daarvan de juiste gegevens bekend waren geweest;

b.de vergunning in strijd met een

b.de vergunning in strijd met een 20

WAS/WORDT LIJST VOOR DE VERORDENING TOT WIJZIGING VAN DE ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING DORDRECHT, 20e WIJZIGING

wettelijk voorschrift is gegeven;

wettelijk voorschrift is gegeven;

c.is gehandeld in strijd met de artikelen 3:10, 3:13, aanhef en onder a, 3:14 tweede lid, 3:15 en 3:17, eerste lid, en tweede lid, aanhef en onderdeel b, aanhef en onder 1°;

c.is gehandeld in strijd met de artikelen 3:10, 3:13, aanhef en onder a, 3:14 tweede lid, 3:15 en 3:17, eerste lid, en tweede lid, aanhef en onderdeel b, aanhef en onder i;

d.zich binnen het seksbedrijf feiten hebben voorgedaan die de vrees wettigen, dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar oplevert voor de openbare orde of veiligheid;

d.zich binnen het seksbedrijf feiten hebben voorgedaan die de vrees wettigen, dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar oplevert voor de openbare orde of veiligheid;

e.zich een omstandigheid e.zich een omstandigheid voordoet voordoet als bedoeld in artikel 3:8, als bedoeld in artikel 3:8, eerste lid, eerste lid, onder a tot en met i; onder a tot en met i; f.de vergunninghouder dat verzoekt;

f.de vergunninghouder dat verzoekt;

g.de uitoefening van het seksbedrijf strijd oplevert met een geldend bestemmingsplan.

g. de uitoefening van het seksbedrijf strijd oplevert met het omgevingsplan.

2.De vergunning kan worden geschorst of ingetrokken als:

2.De vergunning kan worden geschorst of ingetrokken als:

a.is gehandeld in strijd met aan de vergunning verbonden voorschriften of beperkingen;

a.is gehandeld in strijd met aan de vergunning verbonden voorschriften of beperkingen;

b.in verband met gewijzigde wettelijke voorschriften, gewijzigde omstandigheden of gewijzigde inzichten de bescherming van de belangen met het oog waarop het vergunningsvereiste is gesteld, zwaarder wegen dan het belang van de vergunninghouder bij behoud van de vergunning;

b.in verband met gewijzigde wettelijke voorschriften, gewijzigde omstandigheden of gewijzigde inzichten de bescherming van de belangen met het oog waarop het vergunningsvereiste is gesteld, zwaarder wegen dan het belang van de vergunninghouder bij behoud van de vergunning;

c.een niet in de vergunning vermelde persoon exploitant of beheerder is geworden; d.is gehandeld in strijd met een of meer van de bij of krachtens dit hoofdstuk gestelde bepalingen, onverminderd het eerste lid,

c.een niet in de vergunning vermelde persoon exploitant of beheerder is geworden; d.is gehandeld in strijd met een of meer van de bij of krachtens dit hoofdstuk gestelde bepalingen, onverminderd het eerste lid,

21

WAS/WORDT LIJST VOOR DE VERORDENING TOT WIJZIGING VAN DE ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING DORDRECHT, 20e WIJZIGING

Q

aanhef en onder c;

aanhef en onder c;

e.is gehandeld in strijd met de in het bedrijfsplan beschreven maatregelen;

e.is gehandeld in strijd met de in het bedrijfsplan beschreven maatregelen;

f.zich binnen het seksbedrijf feiten hebben voorgedaan die de vrees wettigen dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar oplevert voor de woon- en leefomgeving of de gezondheid van prostituees of klanten;

f.zich binnen het seksbedrijf feiten hebben voorgedaan die de vrees wettigen dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar oplevert voor de woon- en leefomgeving of de gezondheid van prostituees of klanten;

g.de exploitant of de beheerder het toezicht op de naleving van het in dit hoofdstuk bepaalde belemmert of bemoeilijkt;

g.de exploitant of de beheerder het toezicht op de naleving van het in dit hoofdstuk bepaalde belemmert of bemoeilijkt;

h.er bij het seksbedrijf personen tewerkgesteld zijn die onherroepelijk zijn veroordeeld voor een gewelds- of zedendelict of voor mensenhandel;

h.er bij het seksbedrijf personen tewerkgesteld zijn die onherroepelijk zijn veroordeeld voor een gewelds- of zedendelict of voor mensenhandel;

i.gedurende ten minste zes maanden geen gebruik is gemaakt van de vergunning;

i.gedurende ten minste zes maanden geen gebruik is gemaakt van de vergunning;

j.de openbare orde gevaar loopt of het woon- en leefomgeving nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid van de seksinrichting.

j.de openbare orde gevaar loopt of het woon- en leefomgeving nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid van de seksinrichting.

Artikel 4:1 Begripsbepalingen

Artikel 4:1 Begripsbepalingen

In deze afdeling wordt verstaan onder:

In deze afdeling wordt verstaan onder:

a. Besluit: Activiteitenbesluit milieubeheer, zoals dat besluit luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet;

a. Besluit: Activiteitenbesluit milieubeheer, zoals dat besluit luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet;

b. inrichting: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1 van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, met dien verstande dat de artikelen 4:2 tot

b. inrichting: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1 van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, met dien verstande dat de artikelen 4:2 tot en met 4:5 22

WAS/WORDT LIJST VOOR DE VERORDENING TOT WIJZIGING VAN DE ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING DORDRECHT, 20e WIJZIGING

R

en met 4:5 uitsluitend van toepassing zijn op inrichtingen type A of type B als bedoeld in het Activiteitenbesluit milieubeheer;

uitsluitend van toepassing zijn op inrichtingen type A of type B als bedoeld in het Activiteitenbesluit milieubeheer;

c.houder van een inrichting: degene die als eigenaar, bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting drijft;

c.houder van een inrichting: degene die als eigenaar, bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting drijft;

d.collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan één of een klein aantal inrichtingen is verbonden;

d.collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan één of een klein aantal inrichtingen is verbonden;

e.incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen;

e.incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen;

f.geluidsgevoelige gebouwen: woningen en gebouwen die op grond van artikel 1 van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als geluidsgevoelige gebouwen met uitzondering van gebouwen behorende bij de betreffende inrichting;

f.geluidsgevoelige gebouwen: woningen en gebouwen die op grond van artikel 1 van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als geluidsgevoelige gebouwen met uitzondering van gebouwen behorende bij de betreffende inrichting;

g.geluidsgevoelige terreinen: terreinen die op grond van artikel 1 van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als geluidsgevoelige terreinen met uitzondering van terreinen behorende bij de betreffende inrichting;

g.geluidsgevoelige terreinen: terreinen die op grond van artikel 1 van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als geluidsgevoelige terreinen met uitzondering van terreinen behorende bij de betreffende inrichting;

h.onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is versterkt.

h.onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is versterkt.

Artikel 4:5 Onversterkte muziek

Artikel 4:5 Onversterkte muziek

1.Bij het ten gehore brengen van onversterkte muziek, zoals bedoeld in artikel 2.18, eerste lid onder f en vijfde lid van het Besluit binnen inrichtingen is de onder e. opgenomen tabel van toepassing, met dien verstande dat:

1.Bij het ten gehore brengen van onversterkte muziek, zoals bedoeld in artikel 2.18, eerste lid onder f en vijfde lid van het Besluit binnen inrichtingen is de onder e. opgenomen tabel van toepassing, met dien verstande dat: 23

WAS/WORDT LIJST VOOR DE VERORDENING TOT WIJZIGING VAN DE ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING DORDRECHT, 20e WIJZIGING

a.de in de tabel aangegeven waarden binnen in- of aanpandige gevoelige gebouwen niet gelden indien de gebruiker van deze gevoelige gebouwen geen toestemming geeft voor het in redelijkheid uitvoeren of doen uitvoeren van geluidsmetingen;

a.de in de tabel aangegeven waarden binnen in- of aanpandige gevoelige gebouwen niet gelden indien de gebruiker van deze gevoelige gebouwen geen toestemming geeft voor het in redelijkheid uitvoeren of doen uitvoeren van geluidsmetingen;

b.de in de tabel aangegeven waarden op de gevel ook gelden bij gevoelige terreinen op de grens van het terrein;

b.de in de tabel aangegeven waarden op de gevel ook gelden bij gevoelige terreinen op de grens van het terrein;

c.de waarden in in- en aanpandige gevoelige gebouwen, voor zover het woningen betreft, gelden in geluidsgevoelige ruimten en verblijfsruimten;

c. de waarden in in- en aanpandige gevoelige gebouwen, voor zover het woningen betreft, gelden in geluidsgevoelige ruimten als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder en verblijfsruimten als bedoeld in artikel 1.1, onder d, van het Besluit Geluidhinder, zoals die wet en dat Besluit geluidhinder direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet luidden;

d.bij het bepalen van de geluidsniveaus zoals vermeld in de tabel geen bedrijfsduurcorrectie wordt toegepast. e.Tabel

7.00 – 19.00 uur 19.00 – 23.00 uur 23.00 – 7.00 uur LAr,LT op de gevel van geluidsgevoelige gebouwen 50 dB(A) 45 dB(A) 40 dB(A)

d.bij het bepalen van de geluidsniveaus zoals vermeld in de tabel geen bedrijfsduurcorrectie wordt toegepast.

e.Tabel

LAr,LT in in- en aanpandige geluidsgevoelige gebouwen 35 dB(A) 30 dB(A) 25 dB(A) LAmax op de gevel van geluidsgevoelige gebouwen 70 dB(A) 65 dB(A) 60 dB(A) LAmax in in- en aanpandige geluidsgevoelige gebouwen 55 dB(A) 50 dB(A) 45 dB(A)

2.Voor de duur van 4 uur in de week is onversterkte muziek,

LAr,LT op de gevel van geluidsgevoelige gebouwen LAr,LT in in- en aanpandige geluidsgevoelige gebouwen LAmax op de gevel van geluidsgevoelige gebouwen LAmax in in- en aanpandige geluidsgevoelige gebouwen 2.Voor de duur van 4 uur in de week is onversterkte muziek,

24

WAS/WORDT LIJST VOOR DE VERORDENING TOT WIJZIGING VAN DE ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING DORDRECHT, 20e WIJZIGING

vanwege het oefenen door muziekgezelschappen zoals orkesten, harmonie- en fanfaregezelschappen, in een inrichting gedurende de dag- en avondperiode uitgezonderd van de genoemde geluidsniveaus in het eerste lid.

vanwege het oefenen door muziekgezelschappen zoals orkesten, harmonie- en fanfaregezelschappen, in een inrichting gedurende de dag- en avondperiode uitgezonderd van de genoemde geluidsniveaus in het eerste lid.

3.Voor de duur van 4 uur in de week is onversterkte muziek, vanwege het bespelen van een carillon, gedurende de dagperiode vanaf 08.00 uur tot 19.00 uur en avondperiode vanaf 19.00 uur tot 21.00 uur, uitgezonderd van de genoemde geluidsniveaus in het eerste lid.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/403/documents/15877