CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Visie sociaal domein Dordrecht 2030.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 11 maart 2025, gemeente DordrechtBij agendapunt: 24: Raadsinformatiebrief over Uitvoeringsprogramma's Visie sociaal domein Dordrecht 2030 - Raadsinformatiebrief24.758 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Binnen dit programma zijn we onder andere aangesloten bij het landelijk maatwerkregister dat toegang biedt tot contactpersonen bij landelijke uitvoeringsorganisaties, zoals de Belastingdienst, de Sociale Verzekeringsbank (SVB), de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) en de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). Daarnaast is er de mogelijkheid om complexe casussen op te schalen naar het landelijke escalatie team. Bij een groot aantal betrokken partners is een aanspreekpunt/doorbraakambassadeur aangesteld, zoals bij de politie, Veilig Thuis, Sociale Dienst Drechtsteden, woningcorporaties, deurwaarders, het Zorg- en Veiligheidshuis, het Leger des Heils, Stichting MEE en Yulius. We streven ernaar om het aantal maatwerkfunctionarissen bij lokale partners de komende jaren uit te breiden, zodat er een lokaal maatwerkregister ontstaat.

We hebben op dit moment drie interventiespecialisten in dienst met ieder een eigen aandachtsgebieden: overlast, jeugd, en beschermd wonen en opvang.

Visie sociaal domein Dordrecht 2030

65

Vanaf 2024 nemen we, naast aandachthuishoudens, ook risicojongeren mee in onze doorbraakaanpak. Dit zijn jongeren met meerdere problemen op meerdere leefgebieden. De aanpak van deze jongeren vraagt om integraliteit en maatwerk, gericht op normaliseren. Met de inzet van Jongeren op de Rit (JoR), Integrale Persoonsgerichte Toeleiding naar Arbeid (IPTA), de Re-integratie Officier (RIO) en de Matchmakers hebben we de afgelopen jaren al flinke stappen gezet. Het programma Glansrijke Toekomst is daar recent aan toegevoegd.

Uitgelicht: Expertteam Passende Hulp ZHZ Het Expertteam Passende Hulp (ETPH) is de plek waar kennis, kunde en doorzettingsmacht met elkaar zijn samengebracht om een doorbraak te realiseren voor jeugdigen en gezinnen die, vanwege de complexiteit van hun problematiek, binnen het bestaande hulpaanbod niet of onvoldoende geholpen worden. Dit geldt zowel voor het op- als afschalen van zorg. Niets doen leidt tot (ernstige) schade in de ontwikkeling van de jeugdige. Het is de taak van het ETPH om binnen drie maanden na aanmelding een doorbraak voor een jeugdige en het gezin te realiseren. Gecontracteerde zorgaanbieders sluiten aan bij de overleggen, evenals verwijzers (zoals het sociaal wijkteam). Van zorgaanbieders wordt verwacht dat zij out of the box mee denken over passende ondersteuning die past binnen hun vakgebied. De visie en verantwoordelijkheden van de ouder(s), de wensen en behoeften van de jeugdige en de mogelijkheden van het netwerk worden altijd meegenomen. Het advies van het ETPH is systeemgericht en domeinoverstijgend.

Visie sociaal domein Dordrecht 2030

66

Samenwerking sociaal domein en veiligheidsdomein Hulpvragen op het snijvlak van het sociaal domein en veiligheidsdomein vragen om een integrale blik. Het gaat hier namelijk vaak om complexe problematiek met grote gevolgen voor inwoners en de samenleving als geheel. Denk aan huiselijk geweld, kindermishandeling, stalking, radicalisering of bedreiging van bestuurders en professionals, (vaak) in combinatie met psychische klachten en verslavingen. De hulpvragen raken veel wettelijke kaders en veel organisaties zijn betrokken, ieder met hun eigen opdracht. Organisaties zoals het Openbaar Ministerie (OM), politie, de Penitentiaire Inrichting (PI), het Zorg- en Veiligheidshuis, Raad van de Kinderbescherming, Reclassering, GGZ-instellingen, Gecertificeerde Instellingen GI’s), Veilig Thuis, Leerplicht, het Meldpunt Zorg en Overlast en het sociaal wijkteam.

Visie sociaal domein Dordrecht 2030

67

Op dit moment krijgen inwoners vaak nog onvoldoende passende hulp op het snijvlak zorg-veiligheid. Bijvoorbeeld doordat regie ontbreekt of doordat de hulp zich richt op het bestrijden van symptomen in plaats van het oplossen van de onderliggende oorzaak. Ook zien we dat er nog te vaak enkel naar de problemen van het individu gekeken wordt en niet integraler naar (de samenhang met) het gehele gezin. De komende jaren werken we in Dordrecht aan het versterken van de samenwerking tussen zorg- en veiligheidspartners. Concreet werken we, als regionale vertaling van de landelijke agenda Zorg en Veiligheid ‘perspectief 2025’, aan een persoons- en systeemgerichte aanpak (lees: gericht op het individu én het gezin) voor inwoners met een opeenstapeling van persoonlijke problemen met een zorg- en veiligheidscomponent. Samen met partners hebben we als centrumgemeente in Zuid-Holland Zuid de volgende thema’s als prioriteit aangewezen: 1. 2. 3. 4.

Geweld in afhankelijkheidsrelaties Passende huisvesting en veilig leefbaar Personen met onbegrepen verward gedrag Jeugdcriminaliteit en onveiligheid

Ook het Toekomstscenario voor Kind en Gezinsbescherming vertalen we vanuit een landelijk programma door naar een regionaal programma in Zuid-Holland Zuid. Dit programma richt zich op een structureel gezonde en veilige thuissituatie voor kinderen en volwassenen. Zij behouden zoveel als mogelijk regie over hun eigen leven en worden hierin vanuit compassie, respect en gelijkwaardigheid ondersteund door professionals. Binnen het Toekomstscenario heeft het sociaal wijkteam een belangrijke rol. Naast dat de professionals van het sociaal wijkteam een belangrijke signalerende functie hebben en zelf vanuit het vrijwillig kader ondersteuning bieden, blijven zij naast de inwoner en/of het gezin staan bij vragen over veiligheid en organiseren zij (specialistische) ondersteuning om het gezin. Hierin zullen zij in de toekomst ondersteund worden door een Regionaal Veiligheidsteam waar o.a. functies van de Raad van de Kinderbescherming, Veilig Thuis en de GI’s worden ondergebracht. In plaats van dat de inwoner wordt doorgeschoven in het systeem, komt het Regionaal Veiligheidsteam erbij en sluiten zij weer af wanneer de veiligheid is hersteld. Omdat het hier gaat over een stelselwijziging waar landelijke wetgeving en bestaande structuren op aangepast moeten worden, is de verwachting dat deze transitie en transformatie uiterlijk 2030 is gerealiseerd.

Het verstevigen van het sociaal wijkteam is één van de opgaven binnen het landelijke programma van het Toekomstscenario en de landelijke hervormingsagenda Jeugd. We geven hier lokaal invulling aan. Daarnaast zetten we lokaal (en regionaal) in op het verbeteren van de onderlinge samenwerking tussen betrokken organisaties.

Visie sociaal domein Dordrecht 2030

68

Samenwerking onderwijs en jeugdhulp Ook de samenwerking tussen de domeinen jeugdhulp en onderwijs vraagt om (meer) integraliteit. We willen dat alle leerplichtige kinderen en jongeren onderwijs volgen. Op school, maar ook andere manieren moeten mogelijk zijn (zoals digitaal onderwijs) als fysiek naar school gaan (even) niet gaat. Op dit moment zitten te veel Dordtse kinderen en jongeren thuis. De samenwerking tussen het onderwijs en jeugdhulporganisaties moet beter. Het Samenwerkingsverband Passend Onderwijs Dordrecht PO & VO (SWV) heeft hierin een belangrijke rol. Als gemeente stimuleren en faciliteren we de samenwerking tussen het onderwijs en organisaties die jeugdhulp bieden, zodat meer kinderen passende hulp ontvangen en onderwijs kunnen blijven volgen. Een aantal jaar geleden hebben we een stuurgroep Preventie & Zorg (één van de lijnen binnen de Dordtse Onderwijsvisie 0-12 jaar) opgericht, dat bestaat uit vertegenwoordigers uit de geboortezorg, jeugdgezondheidszorg, kinderopvang, het onderwijs (waaronder het SWV), LVS (Leerplicht en Voortijdig Schoolverlaten), het sociaal wijkteam en de gemeente.37 De komende jaren zetten we ons met de stuurgroep in Dordrecht in op: •

• •

•

37

We werken aan vroegsignalering, passende ondersteuning en een doorgaande lijn in voorschoolse voorzieningen, onderwijs en ondersteuningsaanbod. We richten ons hierbij niet enkel op een kind maar op het gehele gezin (systeem/netwerk gericht) en bieden maatwerk. We werken aan eenheid van taal: informatie voor professionals en kinderen/het gezin hebben dezelfde betekenis en bedoeling wanneer deze informatie wordt uitgewisseld. We concentreren ons op cruciale momenten in de leeftijdsfase -9 maanden tot en met 12+ jaar, zoals de zwangerschap/voor de geboorte, de overdracht van geboortezorg naar de jeugdgezondheidszorg, de start op de voorschoolse voorziening, overdracht van voorschoolse voorzieningen naar de basisschool en overgang van de basisschool naar het voortgezet onderwijs. We werken aan normalisering. We versterken het ‘normale’ leven, denken niet meteen in problemen, stimuleren de veerkracht van ouders en benutten/ verstevigen de kracht van een sterk opvoednetwerk (binnen het sociaal netwerk van ouders, in de wijk of buurt).

De stuurgroep Preventie & Zorg hangt ook samen met het programma Kansrijke Start.

Visie sociaal domein Dordrecht 2030

69

Afspraken die we met elkaar maken, onder andere over vroegsignalering, overdrachten (rondom bovengenoemde cruciale momenten), passende ondersteuning in de kinderopvang en passende arrangementen op school, liggen vast in een convenant waar alle partners zich aan committeren. Naast de afspraken die de stuurgroep heeft gemaakt, hebben het SWV en het sociaal wijkteam een Expertiseteam Zorg en Onderwijs (EZO) opgezet, dat bestaat uit professionals van beide organisaties. De professionals van het EZO zetten zich in om thuiszitters in het (speciaal) primair en voortgezet onderwijs te voorkomen en het aantal terug te dringen. Het team bespreekt casuïstiek, maakt samen met de jeugdige een plan en werkt zo preventief mogelijk. Belangrijke partners, zoals LVS, zijn ook onderdeel van de samenwerking. De komende jaren wordt in gezamenlijk in de regio Zuid-Holland Zuid verder gewerkt aan de ontwikkeling van Onderwijs-Zorgarrangementen (OZA’s, zorg in het onderwijs) en Zorg-Onderwijsarrangementen (ZOA’s, onderwijs in de zorg). Overgang Jeugdwet - Wmo (18-/18+) Voor een kleine, heel kwetsbare groep jongeren kan de 18de verjaardag het startschot zijn van een ingewikkelde zoektocht naar de juiste hulp en ondersteuning. Het gaat om een groep jongeren die voor hun 18de verjaardag (18-) complexe hulp krijgen op basis van de Jeugdwet voor meerdere levensgebieden.

Denk bijvoorbeeld aan een jongere die in een pleeggezin woont, moeite heeft met het volgen van onderwijs, geen financiële ondersteuning kan verwachten van zijn/haar ouders, een licht verstandelijke beperking heeft of worstelt met een verslaving. De Jeugdwet biedt veel ruimte voor integrale hulp op verschillende gebieden zoals persoonlijke begeleiding, wonen, inkomen en dagelijkse zorg. Dat geldt minder voor de wetten waaronder deze jongeren hulp moeten krijgen na hun 18de verjaardag (18+). Die hulp en ondersteuning valt namelijk onder een combinatie van wetten. Zo valt persoonlijke begeleiding vanaf 18 jaar onder de Wmo en onderwijs en werk onder de Participatiewet. Omdat de hulp die deze jongeren eerst onder één wet kregen na hun 18e moet worden verleend op grond van verschillende wetten, loopt de overgang van 18- naar 18+ niet altijd vlekkeloos. Zoals eerder aangegeven hebben de verschillende wetten (vaak) verschillende uitgangspunten, vormen van hulpaanbod, uitvoerders en financieringsstromen. Al sinds de decentralisatie van de Jeugdwet, de Wmo en de Participatiewet in 2015 probeert het Rijk de problematiek van de overgang van 18- naar 18+ op te lossen in wettelijke kaders. Zo is het mogelijk om hulp onder de Jeugdwet te verlengen tot de leeftijd van 23 jaar voor jongeren die dat nodig hebben.

De verlengde Jeugdwet brengt echter hogere kosten met zich mee, aangezien de hulp onder de Jeugdwet vaak duurder is dan onder de Wmo.38

38

Dit heeft te maken met de hogere tarieven in de Jeugdwet.

Visie sociaal domein Dordrecht 2030

70

De huidige wettelijke kaders bieden nog onvoldoende uitkomst. De oplossing ligt daarom in een integrale uitvoering van de Jeugdwet en Wmo en dus bij ons als gemeente. In onze huidige aanpak zetten we in op twee sporen: • •

Het realiseren van meer passende en betaalbare woonvormen. Het realiseren van een doorgaande ondersteuningslijn (en dus het verder ontschotten van beleid, uitvoering, aanbod en financiën).

Inmiddels hebben wij hierin een aantal slagen gemaakt. Zo zijn wij gestart met de bouw van huisvesting voor jongeren op het Leerpark en wordt er door professionals gewerkt met een perspectiefplan. Ook zijn er nieuwe vormen van Wmo-aanbod georganiseerd en kunnen jongeren vanaf hun 17,5 jaar een Wmo-beschikking aanvragen. We zijn er echter nog niet. We werken, samen met de Sociale Dienst Drechtsteden, Serviceorganisatie Jeugd ZHZ en Stichting Jeugdteams ZHZ, verder aan een afwegingskader 16-23 jaar. Het afwegingskader biedt een handvat voor jeugdprofessionals en Wmo-consulenten om op basis van de ondersteuningsvraag van de jongere (en niet enkel op basis van leeftijd) te zoeken naar de best passende oplossing. Daarnaast zetten we in op het versterken van de samenwerking tussen de SDD en SOJ, bijvoorbeeld in inkoop- en contractmanagement. Overgang Wmo - Wlz en Zvw Daar waar de overgang tussen de Jeugdwet en de Wmo een gemeentelijke aangelegenheid is, geldt dat niet voor de overgang met de Wet langdurige zorg (Wlz) en Zorgverzekeringswet (Zvw). Op dit moment loopt de overgang nog niet soepel. Daarnaast wordt de toegang tot de Wlz strikter en wordt er binnen de Zvw strakker gestuurd op behandelduur en verblijfsduur, waardoor de druk op de Wmo toeneemt.

De Wlz is er voor inwoners die blijvend zijn aangewezen op zorg vanwege een aandoening en/of beperking; 24 uur per dag, in de nabijheid of onder permanent toezicht. Het verschil met Wmo-gebruikers is dat van inwoners die gebruik maken van de Wlz geen vooruitgang in hun zelfredzaamheid kan worden verwacht. Dit kan ook al vanaf jongere leeftijd (18-) spelen, maar wordt geregeld niet als dusdanig erkend. Het gaat bijvoorbeeld om inwoners met een verstandelijke beperking, mensen met niet-aangeboren hersenletsel of ouderen met Parkinson of Alzheimer. We zien vaak dat inwoners eerst gebruik maken van Wmo-voorzieningen, zoals individuele begeleiding, dagbesteding, huishoudelijke hulp en/of collectief vervoer, en dat in de loop van de tijd de zorgbehoefte dusdanig verandert dat de zorg moet worden overgedragen naar de Wlz. Deze overstap gaat vaak gepaard met een zware belasting voor de inwoner en diens sociale netwerk. De drempel is hoog. Er moet een aanvraag worden gedaan bij het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ), er moet bewijslast worden aangeleverd, er moeten gesprekken worden gevoerd, etc. In de praktijk zien we vaak dat mensen uiteindelijk met overbruggingszorg in de thuissituatie op een wachtlijst komen te staan voor een verblijf in een instelling.

Soms betekent het een verandering in hulpverleners omdat andere aanbieders onder de Wlz zijn gecontracteerd en/of soms betekent het minder uren hulp. Dit kan voor veel (onnodige) stress zorgen voor inwoners en leidt, in sommige gevallen, er toe dat het aanvragen van een Wlz-indicatie wordt uitgesteld. In zo’n geval worden dus (onnodige) Wmo-kosten gemaakt.

Visie sociaal domein Dordrecht 2030

71

Een ander knelpunt in de overgang naar de Wlz is het verschil in eigen bijdrage. In de Wmo wordt gewerkt met een abonnementstarief, waarbij geen onderscheid gemaakt wordt in inkomen of hoeveel ondersteuning iemand gebruikt. Voor een Wlz-indicatie geldt een eigen bijdrage, die onder andere wordt bepaald op basis van iemands inkomen en vermogen. Hierdoor kan het financieel voordeliger zijn om een aanvraag voor een Wlz-indicatie uit te stellen en een Wmo-voorziening te blijven gebruiken. Dit is onwenselijk wanneer een inwoner beter af is met zorg in het kader van de Wlz. Om de overgang tussen de Wmo en Wlz te verbeteren, investeren we de komende jaren in de samenwerking met het CIZ, zodat taken en verantwoordelijkheden helder zijn en op elkaar zijn afgestemd. Daarnaast investeren we in de samenwerking met het Rijk en verschillende zorgpartijen in het Integraal Zorgakkoord. Samen werken we aan het goed, toegankelijk en betaalbaar houden van de (curatieve) zorg. Met de preferente zorgverzekeraar VGZ werken we aan een regiobeeld en regioplan, waarin de (verwachte) zorgbehoefte van onze inwoners en de capaciteit van zorg, welzijn en ondersteuning beschreven staat. Hierdoor worden knelpunten tussen de Wmo en Zvw meer inzichtelijk. Bij de zorgverzekeraar kunnen (transformatie)plannen worden ingediend om innovatie in de zorg te stimuleren.

Visie sociaal domein Dordrecht 2030

72

Uitgelicht: onafhankelijke cliëntondersteuning Wat als een inwoner moeite heeft met het stellen van een hulpvraag? Er zelf, of met een naaste, niet uitkomt? Het gevoel heeft vast te lopen? Dan kan hij/ zij terecht bij een onafhankelijke cliëntondersteuner.39 Een onafhankelijke cliëntondersteuner helpt inwoners bij het verduidelijken van hun hulpvraag, het vinden van de weg naar passende hulp en het bemiddelen bij hulp. Sinds 1 augustus 2019 biedt MEE Plus formele onafhankelijke cliëntondersteuning in Dordrecht. Daarnaast biedt MEE Plus clientondersteuning aan een specifiek groep inwoners: dak- en thuislozen en gedetineerden (onder de noemer van ‘Buddyzorg’). Naast formele cliëntondersteuning kennen we in Dordrecht ook informele cliëntondersteuning, dat onder andere geboden wordt door vrijwilligers van het Ouderplatform Zuid-Holland Zuid. We zetten de komende jaren in op het versterken van de samenwerking tussen formele en informele cliëntondersteuners. Ook verkennen we hoe de kwaliteit en duurzame inzetbaarheid van ervaringsdeskundigheid verhoogd kan worden. Op deze manier werken we aan de verdere professionalisering van cliëntondersteuning in het brede sociaal domein. Tot slot onderzoeken we of inwoners, naast onafhankelijke cliëntondersteuning, behoefte hebben aan een ombudsfunctionaris voor het sociaal domein.

Voor ons als gemeente biedt een ombudsfunctie ook voordelen: extra input ter verbetering van ons beleid en de uitvoering ervan door partners.

39

39

Vanuit de Wmo is iedere gemeente verplicht (gratis) onafhankelijke cliëntondersteuning aan te bieden aan alle inwoners met vragen op verschillende levensgebieden.

Visie sociaal domein Dordrecht 2030

73

7.

Financiën

Met deze integrale visie voor het sociaal domein maken we beleidsmatige keuzes, zodat de komende jaren hulp beschikbaar blijft voor inwoners die dat echt nodig hebben. Het kan én moet anders. De meerjarenbegroting dient als financieel kader waarbinnen we ons beleid taakstellend uitvoeren. Daarnaast vinden we het belangrijk dat de geboden hulp van goede kwaliteit is. Hiervoor maken we met onze partners afspraken over kwaliteitseisen, waarbij het perspectief van de cliënt centraal staat. Afhankelijkheid van het Rijk Zoals eerder aangeven in hoofdstuk 1 zijn we voor de wettelijke kaders afhankelijk van het Rijk. Dit geldt ook voor de financiering van de drie gedecentraliseerde wetten. Landelijke beslissingen rondom de toegankelijkheid van hulp en de beschikbare middelen hebben grote invloed op de financiën van gemeenten en daarmee op het sluitend maken van de meerjarenbegroting. De structurele financiering vanuit het Rijk neemt sterk af. Daar tegenover staan wel hogere incidentele Rijksbijdragen, zoals SPUK’s (Specifieke Uitkeringen). De vraag is hoe tijdelijk deze bijdragen zijn.

Ook is het onduidelijk in hoeverre het Rijk in de toekomst de stijgende kosten door inflatie en CAO-ontwikkelingen blijft compenseren.40 De financiering vanuit het Rijk brengt een grote onzekerheid voor gemeenten (en daarmee gemeentelijke partners) op middellange termijn en beperkt de mogelijkheden om te sturen, als gevolg van het verplichte bestedingskarakter. Het is voor ons als gemeente daarom erg belangrijk om onze (financiële) middelen zo efficiënt mogelijk in te zetten én te blijven lobbyen bij het Rijk over belangrijke knelpunten in het sociaal domein. De visie als sturingsinstrument Deze visie vormt een gemeentelijk sturingsinstrument; een inhoudelijk beleidskader. De uitgangspunten in deze visie zijn sturend bij de keuzes die we de komende jaren gaan maken. Het maken van keuzes is noodzakelijk en onvermijdelijk. Het huidige voorzieningenniveau is niet houdbaar.41 Als we niets doen als gemeente worden wachtlijsten (nog) langer, gaat de kwaliteit van hulp achteruit en zal het recht van de sterksten in onze samenleving steeds vaker gaan gelden. Dat willen we niet. We willen dat inwoners in de meest kwetsbare situaties hulp blijven krijgen. Samenvattend gaan de keuzes, aansluitend bij de uitgangspunten, over: 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Focus op bestaanszekerheid als basis; Kanteling naar meer algemene voorzieningen; Meer integrale vraagverheldering en een strengere toegang; Aanpassing van het huidige hulpaanbod; Meer samenwerking met en tussen partners over wetten heen; Differentiatie in de uitvoering.

Dit betekent investeren in: normaliseren, preventie, vroegsignalering en integraliteit.

40

De stijging van de CAO Sociaal Werk is op dit moment fors: 15% in 2023. Vanaf 2027 wil het Rijk de financiering aan gemeenten aan het Bruto Binnenlands Product (BBP) koppelen. Dit kan een nadelig prijseffect voor gemeenten opleveren.

41

We kunnen bij andere gemeenten nu al afkijken wat onze toekomst zal zijn. In Amsterdam bijvoorbeeld staan mensen, nu al gemiddeld een jaar op een wachtlijst voor huishoudelijke hulp

Visie sociaal domein Dordrecht 2030

75

De visie werken we de komende jaren verder uit in concrete uitvoeringsprogramma’s. Bijvoorbeeld rondom armoede en schulden, mantelzorg, vrijwillige inzet, gezondheid en algemene voorzieningen. Uiteraard trekken we hierin samen op met onze partners in de stad, waarbij onze gemeenschappelijke regelingen een belangrijke plek innemen. In partnerschap werken we aan een sterk sociaal Dordrecht en een toekomstbestendig hulplandschap. Overigens realiseren we ons dat de keuzes die we (gaan) maken voor wrijving kunnen zorgen. Inwoners zijn gewend aan een bepaald voorzieningenniveau. We vinden het daarom erg belangrijk om inwoners mee te nemen in de keuzes die we maken en waarom we deze keuzes moeten maken. We zullen hierover in gesprek gaan met inwoners. We kunnen minder beloven dan voorheen.

Visie sociaal domein Dordrecht 2030

76

Financiën Huidige kosten Zoals gezegd dient de meerjarenbegroting als financieel kader voor deze visie. En specifiek: het begrotingspogramma Gezond, Sociaal en Zorgzaam Dordrecht. In onderstaande cirkeldiagram staan de begrote uitgaven voor 2024 voor het begrotingsprogramma Gezond, Sociaal en Zorgzaam Dordrecht weergegeven. Het vertrekpunt van deze visie zijn de drie gedecentraliseerde wetten en daarmee drie ‘taartpunten’: bestaanszekerheid (Participatiewet), algemene voorzieningen en specialistische hulp (Jeugdwet en Wmo, exclusief Beschermd wonen & Opvang). Begroteuitgaven uitgavenprogramma programma Gezond, Begrote Gezond, Sociaal en Zorgzaam Dordrecht, 2024 Sociaal en Zorgzaam Dordrecht, 2024

Algemene voorzieningen €34.849.000 11% Specialistische hulp €81.622.000 25%

Beschermd Wonen en Opvang €50.618.000 16% overig €19.203.000 6%

Inzet eigen personeel €8.197.000 2%

Bestaanszekerheid €129.453.000 40%

Toelichting: de categorie ‘overig’ bestaat onder andere uit het programma Glansrijke Toekomst en reserves

Bestaanszekerheid Het begrotingsprogramma Gezond, Sociaal en Zorgzaam Dordrecht bestaat voor 40% uit uitgaven voor het versterken van de bestaanszekerheid van Dordtse inwoners. In de cirkeldiagram op de volgende pagina hebben we de uitgaven in vier categorieën verdeeld:42 • • • • 42

Bijstandverlening: uitkeringen Werk en participatie: inzet van Drechtwerk en participatieplekken. Kwijtscheldingsbeleid: kwijtscheldingen van lokale heffingen, zoals afvalstoffenheffing, rioolheffing en OZB. Minimabeleid: armoederegelingen en schuldenaanpak. De begrote kosten zijn ontleend aan de begroting 2024. In dit cirkeldiagram is geen rekening gehouden met: inzet eigen ambtelijk personeel, energietoeslagen en compensatie gedupeerden van de kinderopvangtoeslagaffaire. Ook stortingen in en bijdragen uit reserves worden niet meegeteld.

Visie sociaal domein Dordrecht 2030

77

Begrote uitgaven Bestaanszekerheid, 2024 Begrote uitgaven Bestaanszekerheid, 2024 Werk en Participatie 30%

Minimabeleid 7%

Beschermd Wonen en Opvang €50.618.000 16%

Kwijtscheldingsbeleid 2% Bijstandsverlening 61% Toelichting: betreft uitvoeringskosten en bijbehorende personele inzet van de Sociale Dienst Drechtsteden en Drechtwerk

Algemene voorzieningen en specialistische hulp Het begrotingsprogramma Gezond, Sociaal en Zorgzaam Dordrecht bestaat voor 36% uit uitgaven voor het bieden van ondersteuning aan Dordtse inwoners met algemene voorzieningen en/of specialistische hulp. Op dit moment is de verhouding 30% (algemene voorzieningen, zonder beschikking) en 70% (specialistische hulp, met beschikking). Gezien onze ambitie in deze visie (onder andere investeren in preventie, vroegsignalering en normaliseren) streven we ernaar om in 2030 relatief meer algemene voorzieningen te hebben en minder specialistische hulp. Dit betekent dat uitgaven Ondersteuning Jeugdalgemene & Wmo,voorzieningen 2024 inBegrote onderstaande cirkeldiagram het (roze) aandeel groter wordt en het (rode) aandeel specialistische hulp kleiner. Begrote uitgaven Ondersteuning Jeugd & Wmo, 2024 Algemene voorzieningen 30%

Specialistische hulp 70% Toelichting: specialistische hulp betreft hulpverleningskosten en bijbehorende personele inzet van de Sociale Dienst Drechtsteden en Serviceorganisatie Jeugd ZHZ.

Visie sociaal domein Dordrecht 2030

78

Prognose kosten en budget De toenemende vraag zet de financiën in het sociaal domein flink onder druk. In onderstaande figuur hebben we de kosten voor jeugdhulp en Wmo, op basis van demografische ontwikkelingen en ontwikkelingen in de duur en intensiteit van hulp, doorgerekend tot 2030.43 De bovenste lijn is de kostenlijn bij ongewijzigd beleid. Het groeiend tekort aan personeel zal mogelijk een dempend effect hebben op de kosten. De stippellijn geeft aan welke hulp (en tegen welke kosten) we kunnen bieden met het groeiend tekort aan personeel. De onderste lijn geeft het zekere, beschikbare budget weer dat de raad op basis van de meerjarenbegroting 2024-2027 heeft vastgesteld. Met deze visie proberen we de kostenlijn en het beschikbare budget dichter bij elkaar te brengen, rekening houdend met het beschikbare personeel. Simulatie kostenontwikkeling - ondersteuning WMO/Jeugd

Prognose kosten vs budget | ondersteuning Jeugd/WMO 130.000.000 125.000.000 120.000.000 115.000.000 110.000.000 105.000.000 100.000.000

2024

2025

2026

2027

2028

2029

2030

Kostenontwikkeling (door volumegroei 2% bij geïndiceerde hulp) Glazen plafond ( daling arbeidsmarkt 0,5%) Beschikbaar budget Toelichting: de kostenontwikkeling van de Wmo is gebaseerd op demografische ontwikkelingen en die van jeugdhulp op basis van de toenemende intensiteit en duur van hulptrajecten. Het groeiend tekort aan personeel is gebaseerd op het prognosemodel Zorg en Welzijn van ABF Research.

Wat betreft het budget zien we in de huidige meerjarenbegroting dat er steeds minder financiële middelen beschikbaar zijn voor het sociaal domein. Het afnemende budget wordt verklaard door het vervallen van extra middelen die gekoppeld zijn aan het huidige politiek akkoord, het vervallen van landelijke gelden (bijvoorbeeld vanwege de Hervormingsagenda jeugd) en mogelijk geen voortzetting van incidentele Rijksbijdragen.44

43

Kostenontwikkeling exclusief externe ontwikkelingen, zoals CAO-ontwikkelingen, crisissen, recessie en de afschaffing van het abonnementstarief van de Wmo.

44

Mogelijke algemene bezuinigingen die nodig zijn vanuit gemeentelijke perspectief worden gepresenteerd en afgewogen bij de behandeling van Kadernota 2025 en nemen we zodoende niet mee in deze visie.

Visie sociaal domein Dordrecht 2030

79

Het aflopende budget wordt op korte termijn gecompenseerd door enkele nieuwe subsidieregelingen, zoals het lokaal preventieakkoord en de Specifieke Uitkering (SPUK) IZA.45 In onderstaande tabel staan de begrote bedragen (het beschikbare budget) voor de periode 2024-2027 weergegeven uit het begrotingsprogramma ‘Gezond, Sociaal en Zorgzaam Dordrecht’ voor de onderdelen Bestaanszekerheid (Participatiewet) en Ondersteuning algemene voorzieningen/specialistische hulp (Jeugdwet en Wmo).

Begrote bedragen Bestaanszekerheid en Ondersteuning, 2024-2027 (in euro’s x 1.000) 2024

2025

2026

2027

- Bijstandsverlening

79.368

79.368

79.368

79.368

- Werk en Participatie

38.137

37.829

37.828

37.827

- Minimabeleid

9.650

9.651

9.653

8.383

- Kwijtscheldingsbeleid

2.298

2.298

2.298

2.298

129.453

129.146

129.147 127.876

- Specialistische hulp (via GR)

81.622

80.406

76.867

76.774

- Algemene voorzieningen

34.849

35.263

34.864

31.562

116.471

115.669

111.731 108.336

245.924

244.815

240.878 236.212

Bestaanszekerheid

Subtotaal Ondersteuning WMO/Jeugd

Subtotaal TOTAAL Toelichting: prijspeil 2024

In deze visie sociaal domein leggen we verbindingen met andere beleidsterreinen, zoals onderwijs, arbeidsmarkt, veiligheid, wonen, sport en cultuur. Deze beleidsterreinen vallen onder andere begrotingsprogramma’s: Lerend en Ondernemend Dordrecht en Levendig, Leefbaar en Veilig Dordrecht. Ook deze begrotingsprogramma’s dragen (in)direct bij aan de doelen in deze visie. Voor het compenseren van het aflopende budget kijken we daarom ook naar nieuwe subsidieregelingen vanuit het Rijk die onder deze begrotingsprogramma’s vallen, zoals de SPUK Kansrijke Wijken en het Nationaal Programma Dordt-West.

45

De kosten en baten van deze regelingen zijn nog niet (volledig) verwerkt in de gemeentelijke begroting.

Visie sociaal domein Dordrecht 2030

80

Uitgelicht: groeiend tekort aan personeel in zorg/welzijn In onderstaande figuur is de landelijke ontwikkeling te zien van het verwachte arbeidsmarkttekort in de sector ‘zorg en welzijn’ in de jaren. Het startpunt is een tekort van ruim 56.000 werknemers in 2023. Dit starttekort is door ABF Research bepaald aan de hand van onder andere cijfers over openstaande vacatures en de spanningsindicator van het UWV. Tot 2026 zien we een kleine daling van het tekort, omdat zowel het zorggebruik als de arbeidsmarkt zich normaliseren. Op de lange termijn zorgen de beperktere toename van het arbeidsaanbod en een stijging van het zorggebruik door de vergrijzing voor een toename van het personeelstekort. In 2030 wordt een tekort van 105.000 medewerkers in de sector ‘zorg en welzijn’ verwacht. VerwachtVerwacht arbeidsmarkttekort ZorgZorg & Welzijn kinderopvang) arbeidsmarkttekort & Welzijn(exclusief (exclusief kinderopvang) 120000

100000

80000

60000

40000

20000

0 2023

2024

2025

2026

2027

2028

2029

2030

Bron: Prognosemodel Zorg en Welzijn, ABF Research

Kwaliteit Zoals gezegd vinden we het erg belangrijk dat de hulp die onze inwoners ontvangen van goede kwaliteit is. Zelf maken we hierover afspraken met onze inkoop- en subsidiepartners en dit geldt ook voor de Serviceorganisatie Jeugd ZHZ en Sociale Dienst Drechtsteden die, namens ons als gemeente, hulp met een beschikking binnen de Jeugdwet en Wmo inkopen. Het gaat hierbij onder andere over deskundigheidseisen van personeel, producteisen, het behalen van resultaten en cliënttevredenheid. In het hoofdstuk Monitoring beschrijven we hoe we de kwaliteit van hulp monitoren.

Visie sociaal domein Dordrecht 2030

81

8.

Monitoring

Met deze visie streven we naar een sterk sociaal Dordrecht. Een stad waarin inwoners gelijke kansen hebben, inwoners elkaar helpen en inwoners snel en passend geholpen worden wanneer het (even) niet gaat. We hebben hierbij bijzondere aandacht voor inwoners in kwetsbare situaties. De groeiende vraag naar (complexe) hulp, het groeiend tekort aan zorgpersoneel en de toenemende financiële druk op het sociaal domein, maken het noodzakelijk om keuzes te maken. De vraag is: hebben de keuzes die we in deze visie maken effect? Om deze vraag te kunnen beantwoorden is monitoring nodig. In dit hoofdstuk hebben we de belangrijkste indicatoren op een rij gezet, overzichtelijk per ‘cirkel’/ hoofdstuk. We hebben gekozen voor indicatoren die al gemeten worden en aansluiten bij bestaande gemeentelijke programma’s, voor meer eenduidigheid en om de administratieve last van onze partners te beperken. Het betreft indicatoren op hoofdlijnen (zoals ook deze visie is). We werken de indicatoren verder uit in concrete prestatie-indicatoren in de verschillende uitvoeringsplannen.

Visie sociaal domein Dordrecht 2030

83

nulmeting - jaar

doel

bron

aandeel huishoudens met een inkomen tot 110% van het sociaal minimum

11,7% - 2021

minder

CBS

aandeel kinderen in een uitkeringsgezin

8%

- 2021

minder

CBS

aandeel huishoudens met een bijstandsuitkering

6,0% - sept. 2023

minder

SDD

aandeel huishoudens met geregistreerde problematische schulden

10,7% - okt. 2021

minder

CBS

aandeel jongeren tussen de 18 en 31 jaar zonder startkwalificatie

15,5% - 2021

minder

BRP & DUO

aandeel inwoners 19+ dat algemene gezondheid als (zeer) goed ervaart

65%

- 2022

meer

GGD ZHZ

sociale samenhang (schaalscore)**

6,2

- 2021

meer

CBS

aandeel inwoners 18+ dat onvoldoende sociale contacten heeft

30%

- 2021

minder

OCD

aandeel inwoners 18+ dat vrijwillig actief in de buurt is geweest

10%

- 2021

meer

OCD

aandeel inwoners 18+ dat vrijwilligerswerk doet

24%

- 2021

meer

OCD

aandeel inwoners 18+ dat (duurzaam) mantelzorg geeft

14%

- 2022

meer

GGD ZHZ

aandeel overbelaste mantelzorgers

3%

- 2022

minder

GGD ZHZ

aandeel kinderen/jongeren dat jeugdzorg ontvangt

14,9% - 2022

minder

SOJ ZHZ

aandeel inwoners 18+ dat een Wmo maatwerkvoorziening heeft*

7,9% - 2022

minder

SDD

verhouding kosten algemene voorzieningen versus specialistische hulp

30%-70% - 2024

meer algemeen

gemeentelijke begroting

Bestaanszekerheid

Elkaar helpen

Algemene voorzieningen en specialistische hulp

* Exclusief beschermd wonen en opvang ** De schaalscore ‘sociale samenhang’ is gebaseerd op zes stellingen: (1) De mensen kennen elkaar in deze buurt nauwelijks. (2) De mensen gaan in deze buurt op een prettige manier met elkaar om. (3) Ik woon in een gezellige buurt, waar veel saamhorigheid is. (4) Ik voel me thuis bij de mensen die in deze buurt wonen. (5) Als ik op vakantie zou gaan of langere tijd afwezig zou zijn, zou ik mijn huissleutel aan de buren durven te geven. (6) In deze buurt durven de mensen elkaar aan te spreken op onwenselijk gedrag

Visie sociaal domein Dordrecht 2030

84

Met bovenstaande indicatoren monitoren we of onze keuzes effect hebben. We plaatsen hierbij wel de volgende kanttekeningen: •

• •

Het monitoren van resultaten binnen het sociaal domein is lastig vanwege externe ontwikkelingen en keuzes, waar we als gemeente weinig tot geen invloed op hebben. Denk bijvoorbeeld aan de demografische, maatschappelijke en economische ontwikkelingen die we in het eerste hoofdstuk hebben geschetst. Resultaten en effecten van keuzes die we maken, zijn vaak pas op langere termijn zichtbaar. We investeren met deze visie in de toekomst. De keuzes (en kosten) die we maken hebben niet alleen effect op het gemeentelijke sociaal domein, maar ook op andere wetgeving. Zo hebben preventieve, gemeentelijke interventies bijvoorbeeld ook een verminderend effect op het gebruik van de Wet langdurige zorg en de Zorgverzekeringswet.

Kwantitatief én kwalitatief Kwantitatieve data is ons vertrekpunt. Meten is weten. Echter, cijfers zeggen op zichzelf weinig. Het is belangrijk om de cijfers te duiden. Oftewel: van betekenis te voorzien. We geloven in tellen én vertellen en kiezen voor een combinatie van verschillende onderzoeksmethodes om de ‘koude’ kwantitatieve data te verrijken met ‘warme’ kwalitatieve data: • • • •

•

Kwantitatieve registratiegegevens van onze uitvoerende partners (zie indicatoren). Kwantitatieve enquêtes onder inwoners (zie indicatoren). Kwalitatieve analyse van gegevens van uitvoerende partners en onszelf, zoals het aantal klachten, bezwaarprocedures en wachtlijsten. Narratief evalueren: kwalitatieve methode om inzicht te krijgen in de ervaringen (en tevredenheid) van inwoners en professionals, en om hierover met elkaar in gesprek te gaan. Financiële data volgens de reguliere P&C-cyclus.

We informeren de Dordtse gemeenteraad tweejaarlijks over de ontwikkelingen op bovenstaande indicatoren en uitkomsten van de andere, aanvullende onderzoeksmethodes.

Uitgelicht: indicatoren voor algemene voorzieningen We vinden het belangrijk om algemene voorzieningen extra te monitoren, omdat we de beweging inzetten naar meer algemene voorzieningen in het sociaal domein. We gebruiken daarom de volgende set indicatoren voor algemene voorzieningen (als aanvulling op eerder genoemde indicatoren), dat aansluit bij de landelijke set van het Nederlands Jeugd Instituut (NJI): • • •

Bereik en uitval: bereiken we (absoluut en relatief) genoeg en de juiste inwoners? Krijgen zij tijdig hulp? En blijven zij in beeld gedurende de hulp? Doelrealisatie: worden de doelen, die samen met de inwoner zijn afgesproken, bereikt? Tevredenheid: zijn inwoners tevreden?

We sturen op deze indicatoren door deze als verplichting op te nemen in inkoopcontracten en subsidiebeschikkingen met partners.

Visie sociaal domein Dordrecht 2030

85

Bijlagen Begrippenlijst

Aandachthuishoudens Huishoudens waarin minimaal één ouder en één kind onder de 18 jaar is en er sprake is van meerdere complexe en/of urgente hulpvragen die gepaard gaan met hoge kosten op verschillende leefgebieden/wetten. Algemene voorzieningen Voorzieningen die voor iedereen toegankelijk zijn. Dordrecht kent op dit moment al veel algemene voorzieningen. Het gaat hierbij niet alleen om voorzieningen waar inwoners terecht kunnen met een kleine of grote hulpvraag, maar ook om voorzieningen waar inwoners terecht kunnen om anderen te ontmoeten en aan vrijetijdsbesteding te doen. Denk bijvoorbeeld aan sportverenigingen, culturele clubs, buurthuizen, de bibliotheek, buurt- en jongerenwerk, vrijwilligersorganisaties en het sociaal wijkteam. Bestaanszekerheid Het hebben van bestaanszekerheid is essentieel voor iemands geluk en gezondheid, om te werken aan de eigen ontwikkeling, om een zinvolle bijdrage te leveren aan de samenleving en om in verbinding te staan met de omgeving. In Dordrecht zetten we in op de volgende vijf fundamenten:46 1. 2. 3. 4. 5.

het hebben van voldoende en voorspelbaar inkomen het kunnen meedoen in de samenleving het hebben van een betaalbare woning het hebben van toegang tot hulp en zorg een betrouwbare overheid (en daardoor inwoners die de overheid vertrouwen)

Curatieve zorg Zorg die ingezet wordt als behandeling en genezing van zieken met acute of chronische aandoeningen. Curatieve zorg betreft onder meer ziekenhuiszorg, (kortdurende) geestelijke gezondheidszorg en de eerstelijns- en ketenzorg, zoals de huisarts.47 Doenvermogen Het vermogen om in actie te komen/iets te doen en vol te houden. Het draait hierbij niet om cognitief vermogen en vaardigheden, maar om het overgaan tot actie bij een situatie. Doenvermogen is niet afhankelijk van intelligentie en is voor iedereen anders. Bepaalde beperkingen kunnen zorgen voor een laag doenvermogen. Maar ook levenssituaties en stress kunnen het doenvermogen beperken.48 Informele zorg Zorg die niet vanuit een beroep verleend wordt en waar geen loon tegenover staat (in tegenstelling tot formele zorg). Informele zorg gaat onder andere over mantelzorg, een actief sociaal netwerk, burgerinitiatieven en vrijwilligers.49

46

VNG (2023). ‘Bestaanszekerheid als belofte’.

47

Rijksoverheid. Organogram ministerie van VWS en Sociaal Cultureel Planbureau. ‘Curatieve zorg’.

48

Kenniscentrum voor Beleid en Regelgeving. ‘Doenvermogen’

49

Kennisplein Informele Zorg. Wat is Informele zorg?

Visie sociaal domein Dordrecht 2030

87

Integraliteit Een samenhangende benadering van een hulpvraag van een inwoner op meerdere leefgebieden. We willen dat mensen die hulp bieden (betaalde én vrijwillige hulpverleners) luisteren naar iemands verhaal en met een brede, integrale blik kijken naar de situatie van de persoon die hulp nodig heeft: breed naar de hulpvraag en mogelijke oorzaken én breed naar oplossingen en in te zetten hulp. Belangrijk is dat de oorzaak wordt aangepakt en niet enkel het symptoom. Een integrale benadering vraagt ook samenwerking en afstemming tussen hulpverleners van verschillende organisaties. Kansengelijkheid Kansengelijkheid is het streven naar gelijke kansen voor alle inwoners. Maar ook het besef dat kansenongelijkheid aanwezig is en dat verschillende vormen van hulp nodig zijn om kansengelijkheid te bereiken.50 Maatwerkvoorzieningen Voorzieningen waar een indicatie of beschikking voor nodig is en dus niet vrij toegankelijk zijn. Binnen de Jeugdwet wordt niet gesproken over maatwerkvoorzieningen (= Wmo-term), maar over individuele voorzieningen. Mantelzorger Een mantelzorger is iemand die onbetaald en kort of langdurig zorgt voor een chronisch zieke, gehandicapte of hulpbehoevende persoon in diens directe omgeving. De hulp kan intensief maar ook minder intensief zijn. Waar vrijwillige inzet een keuze is, is het bieden van mantelzorg dit niet. Het overkomt je. Dat is een groot verschil.

Normaliseren Normaliseren is een maatschappelijke opgave waarbij we ‘afwijkend’ gedrag vaker en langer als normaal accepteren en niet als hulpvraag beschouwen. Komt het wel tot een hulpvraag dan vinden we het als gemeente belangrijk dat, vanuit de gedachte van positieve gezondheid, het vertrekpunt van een hulpvraag van een inwoner niet alleen zijn/haar probleem is maar juist het versterken van zijn/haar ontwikkelingsmogelijkheden en het versterken van het alledaagse leven. In dat geval zien we normaliseren als: Het verminderen of oplossen van een hulpvraag door te kijken naar de eigen verantwoordelijkheid, het eigen vermogen en het sociale netwerk van inwoners, en daarbij te waken voor onnodig diagnosticeren of problematiseren van situaties en afwijkingen van het gemiddelde, ook wel ‘de norm’.51

50 Universiteit Utrecht (2021). Kansengelijkheid is… en NJI (2023). Wat is kansenongelijkheid in het onderwijs? 51 Afgeleid van de werkdefinitie van het Leernetwerk Normaliseren van Werkplaats SAMEN.

Visie sociaal domein Dordrecht 2030

88

Positieve gezondheid Een breed perspectief op gezondheid dat verder rijkt dan iemands medische en lichamelijke gezondheid. Centraal staat het aanpassingsvermogen, veerkracht en eigen regie in het licht van sociale, fysieke en emotionele uitdagingen van het leven.52 Positieve gezondheid als methode belicht zes dimensies (lichaamsfuncties, mentaal welbevinden, zingeving, kwaliteit van leven, meedoen en dagelijks functioneren) in een spinnenweb gecentreerd rondom autonomie en betekenisvol leven.53 Risicojongeren Jongeren met meerdere problemen op meerdere leefgebieden. Hierdoor lopen deze jongeren diverse risico’s, zoals schooluitval, schulden, overlast gevend gedrag, crimineel gedrag, etc. Sociale cohesie Sociale cohesie gaat om de samenhang in de maatschappij en de wil en het vermogen van inwoners om samen te leven en werken. We kijken in Dordrecht naar sociale cohesie vanuit verschillende dimensies. Het gaat om gelijkheid, veiligheid, sociale contacten, de leefomgeving en betrokkenheid/vertrouwen.54 Dimensies die samenhangen en elkaar beïnvloeden.

Vroegsignalering Kwetsbare of risicogroepen proactief in beeld krijgen zodat er in een vroeg stadium waar nodig (lichte) zorg en ondersteuning geboden kan worden, waardoor zwaardere problemen voorkomen, opgelost of uitgesteld worden.55 Vrijwillige inzet Inzet dat in enig georganiseerd verband onverplicht en onbetaald wordt verricht ten behoeve van anderen of de samenleving.56

52

Huber et. al (2012, 2016) in RIVM (2019). Gebruik van brede gezondheidsconcepten.

53

IPH (institute for positive health). Positieve Gezondheid: wat is het?

54

Verwey Jonker Instituut, 2019

55

RIVM (2018). Vroegsignaleren bij (kwetsbare) ouderen

56

CBS, 2016

Visie sociaal domein Dordrecht 2030

89

Afkortingen BBP Bruto Binnenlands Product BBZ Besluit Bijstandverlening Zelfstandigen BRP Basisregistratie Personen CAO Collectieve Arbeidsovereenkomst CIZ Centrum Indicatiestelling Zorg DG&J Dienst Gezondheid & Jeugd DUO Dienst Uitvoering Onderwijs ETPH Expertteam Passende Hulp EZO Expertiseteam Zorg en Onderwijs FLITS Flexibele Interventie Team Samenwerking GALA Gezond en Actief Leven Akkoord GGD Gemeentelijke of Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst GGZ Geestelijke Gezondheidszorg GI’s Gecertificeerde Instellingen GLI Gecombineerde Leefstijlinterventie GR Gemeenschappelijke Regeling IND Immigratie- en Naturalisatiedienst IOAW Inkomensvoorziening voor oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers IOAZ Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen IPTA Integrale Persoonsgerichte Toeleiding naar Arbeid Isk Internationale schakelklassen IZA Integraal Zorgakkoord JoR Jongeren op de Rit JPT Jeugd Preventie Team LVB Licht Verstandelijke Beperking LVS Leerplicht en Vroegtijdig Schoolverlaten NJI Nederlands Jeugd Instituut NPLV Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid NNZ Nu Niet Zwanger OM Openbaar Ministerie OZA Onderwijs-Zorgarrangementen OZB Ontroerende Zaakbelasting PGB Persoonsgebonden Budget PI Penitentiarie Inrichting PMM Programma Maatwerk Multiprobleemhuishoudens POH Praktijkondersteuner Huisarts P-wet

Participatiewet RIO Re-integratie Officier SCP Sociaal Cultureel Planbureau SDD Sociale Dienst Drechtsteden SOJ Serviceorganisatie Jeugd Zuid-Holland Zuid SPUK Specifieke Uitkering SVB Sociale Verzekeringsbank SWV (PO) Samenwerkingsverband Passend Onderwijs

Visie sociaal domein Dordrecht 2030

90

TOZO Tijdelijke Overbruggingsregeling Zelfstandig Ondernemers VVE Voor- en Vroegschoolse Educatie VGZ zorgverzekeraar Wajong Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten Wams Wet aanpak meervoudige problematiek sociaal domein Wi Wet Inburgering Wlz Wet langdurige zorg Wmo Wet maatschappelijke ondersteuning Wpg Wet publieke gezondheid Wsw Wet sociale werkvoorziening WOZO Programma Wonen, Ondersteuning en Zorg voor Ouderen ZHZ Zuid-Holland Zuid ZOA Zorg-Onderwijsarrangementen Zvw Zorgverzekeringswet

Visie sociaal domein Dordrecht 2030

91

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/896/documents/37814