CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Vastgestelde notulen DD 6 juli 2022.pdf

Dordtse Dinsdag – Beeld- en oordeelsvormende commissies 6 juli 2022, gemeente DordrechtBij agendapunt: 3: Vastgestelde notulen16.035 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Daar wil ik toch graag een reactie op. Zijn dit soort signalen bij jullie bekend? De heer Huisnnan: Ja. Er zijn heel veel signalen. Laat ik vooropstellen de belangrijkste die heb ik nu net niet genoemd omdat hij voor de introductie niet relevant is. Als het gaat om personeel ziekteverzuim, maar ook een stuk ontevredenheid dan zit daar even los van wat ik net al noemde standaard transitie of verandering en weerstand daar tegen, dat is allemaal niet wat er hier aan de hand is. Dat is ook wel aan de hand, maar dat creeert niet de piek. Wij hebben een aantal zaken die in de opstart niet zo goed lopen. Het specifieke apparaat zou ik graag even horen. Wij hebben vanaf start ook wel wat zaken gehad die niet goed liepen of minder goed liepen. Naar mijn idee zitten daar als het gaat om de apparaten eigenlijk geen belemmeringen meer. Er is een grote oorzaak die zowel impact had op reizigers en met de reizigers daarnnee direct op medewerkers en dat was dat in een ketenfout bij uitval, en dat is dus vooral in de fase dat de uitval begon, werd de uitval niet getoond op de borden. De consequentie daarvan is dat daar reizigers staan te wachten op een waterbus waarvan die leest dat hij komt terwijI die niet konnt.

Nou, de data zijn in de keten gestuurd naar de maar door de wisseling is er kennelijk ergens een protocol, ik zal het niet technisch maken, maar gewijzigd, waardoor onze data wel uitgaan, de uitval ook geregistreerd wordt, echter niet door kwann op die Dat heeft veel te lang geduurd om dat op te lossen. Dat heeft te maken met een keten van leveranciers. Eerst moet je analyseren: waar gaat het nnis? En uiteindelijk moet dat ook nog opgelost worden. In de tussentijd zijn de reizigers toenemend door de uitvaltoename ontevreden geworden en hebben ze dat ook iedere keer aan de plank geuit bij de nnensen die ons op het front staan en dat zijn de stewards en de kapiteins en u kunt zelf ook wel voorstellen als je de hele dag door last hebt van uitval en klagende klanten dan word je daar niet vrolijker van en ook niet gezonder, dus daar zit zeker een oorzaak die daartoe heeft bijgedragen dat dat ziekteverzuim een stuk

21

hoger is. Het goede nieuws is, is dat in ieder geval die bug die erin zat is opgelost nu al twee weken, dus die uitval, als die er is, twee dingen hebben we daarin gecorrigeerd. Een is ingrijpen met die afschaling zodat die dienstregeling Oberhaupt weer betrouwbaar werd. Twee, het oplossen van die bug. Zorg ervoor dat als er dan nog uitval is dat het in ieder geval op een goede manier wordt gecommuniceerd op de '...' en die uitval staat sowieso gecommuniceerd op de website 9292 onder andere, een reisinformatieplatform.

De voorzitter: Oke. Dank u wel. De heer Struijk: Voorzitter? Mijnheer stelde mu j een concrete vraag, mag ik daar antwoord op geven? De voorzitter: Heel kort. De heer Struilk: En mag ik dan als beloning een hele korte vervolgvraag stellen waar hij met een woord op kan antwoorden? De voorzitter: Echt heel kort alstublieft. De heer Struilk: Het concrete apparaat was het apparaat waar je uit nnoet checken. Die zei keurig piep, maar toen ik een paar uur later nadat ik daar lekker gegeten had terug wilde, bleek dat ik niet uitgecheckt had terwijI die wel piepte, dus dat werkte niet goed. Wat ik hoorde van mensen is dat ook het apparaat waar je aan boord op moet laden of kan laden dat die heel vaak niet functioneert en eerlijk gezegd, ik voer er gisteren langs en ik vond de boot er ook niet uitzien van buiten. Ik vind het niet leuk onn te zeggen, maar niet aantrekkelijk. De voorzitter: We gaan nu wel denk ik een andere kant op dan het oorspronkelijke idee was van deze vergadering. De heer Struijk: Mijn concrete vraag was: wat is buitengewoon hoog, het getal? Dus een woord. De heer Huisnnan: Ik ga u geen getal geven. Ik ga u wel vertellen dat het pak hem beet drie keer het gebruikelijke zou moeten zijn en op een populatie van tachtig man in een rooster kan het dan heel hard gaan en dat is niet allemaal structureel, maar het gemiddelde is veel te hoog.

Materieel, een kort antwoord, ook wij waren voornemens ook niet met het nnaterieel te varen. De nieuwe boten komen eraan en wij hopen met zijn alien dat die zo snel mogelijk in dienst worden genomen. De voorzitter: Dat is fijn, toch? Dat is een mooi vooruitzicht. Even kijken, wie had ik nou beloofd? Mijnheer Van der Meer. Oke. De heer Van der Meer: Dank u wel voorzitter. Ook aan Blue Amigo de vraag om in het positieve scenario van rijksfinanciering enzovoort een vooruitblik te geven hoe de dienstregeling eruit zou kunnen zien in 2023. U weet dat er hier een hele discussie geweest is over met name de verbinding tussen de Hooikade en Zwijndrecht en er is toen in dat debat een toezegging gedaan dat er in nnei een evaluatie zou komen op basis

22

waarvan wij besluiten verder overgenonnen kunnen worden. Is daar iets verder op te zeggen in het positieve scenario dus? Ik snap dat er problemen zijn als dat scenario niet positief is, maar in het positieve scenario, hoe gaat het met die verbinding met de dienstregeling in het algenneen? De heer Huisnnan: In het positieve scenario varen wij datgene wat wij oorspronkelijk hebben aangeboden. Daar gelijk, waarbij we eerder hebben aangegeven in die hele discussie, de horeca die zat daar niet in en daar waren de argunnenten voor en the rest is history zou ik bijna zeggen. Wat wij hebben afgesproken is dat wij op basis van werkelijke data die wij de afgelopen periode hebben verzameld zowel over de winterdienstregeling als over specifiek de Hooikade op de zomerzondag data verzamelen, historische data verzamelen, daar een analyse op doen. Er is recente afspraak gemaakt met zowel de provincie als met de Drechtsteden om op die data ... De afspraak is nog niet geweest. Wij gaan die analyse of die evaluatie gaat zeer kort plaatsvinden en op basis daarvan zullen we in staat zijn om in ieder geval te beargumenteren, heel simpel voor de uitslag, datgene wat onze oorspronkelijke argumenten waren misschien gestand wordt gedaan als blijkt dat dat op basis van die analyse niet zo is, dan is het niet in ons belang om iets anders te besluiten. Wij waren vol overtuiging van ons plan.

Als het tegendeel blijkt, dan zullen we daar ook op willen anticiperen. In welke vorm dat is en hoe daar moet de gesprekken dan over plaatsvinden, maar in de basis gaan wij varen wat ons plan was op 1 januari. De voorzitter: Oke. Dank u wel. Ik wil toch even naar een andere fractie, de fractie van Forum voor Democratie, mevrouw Pichel. Mevrouw Pichel: Dank u wel voorzitter. Ja, mijn vraag is aan de heren van de vervoersbedrijven en mevrouw Kruger zei het net ook al, het lijkt ook een beetje het kip en het ei verhaal. Het begin van de avond hebben wij met de eerste inspreker gehoord dat meer partijen baat hebben bij een goede dienstregeling, maar wat voorop staat is de reiziger en als ik hier ook de verhalen hoor dan lijkt het alsof de reiziger niet helemaal voorop staat, maar voornamelijk het is een personeelsprobleem. Als we dan gaan kijken wat daar allennaal voor variabelen zijn, dan is het zelfs meer dan een kip en een ei. Het zou eerder een kip en een ei en een nest en wat het allennaal ook mag zijn, maar waar in dat hele rondje zou u dan gaan beginnen? Want je zou haast denken dat als de reizigers er wel zijn om te willen reizen dan kan dat niet eens, want er is geen personeel.

Dus waar zouden jullie nou een begin gaan maken? Want een ander probleem is ook nog er is geen geld, al die variabelen zijn er, maar ergens moet het gaan beginnen om dit weer in een positieve spiraal te krijgen en waar zouden jullie dan beginnen? De heer Huisnnan: Een belangrijke conclusie inderdaad als er niemand is om een bootje te varen dan kan je ook geen extra reizigers tot je nennen. Ja, de reiziger staat centraal, maar om die reiziger te kunnen faciliteren heb je nou eenmaal genoeg personeel nodig, dus ons speerpunt is een, personeel werven langdurig en met overcapaciteit. Misschien een belangrijke toevoeging voor het begrip, een kapitein die opzegt is met een maand weg, een nieuwe kapitein die moet invaren op de diversiteit van schepen die wij hebben en daar ben je vier maanden mee bezig. Dan zeg je: ja, daar moet je eerder nnee

23

beginnen, maar als je niet weet dat hij weggaat, is dat lastig. Dan kun je zeggen: nou, dan kan je overcapaciteit creeren, maar overcapaciteit betekent over in je kosten. OV is een hoog volume lage marge markt. Dat houdt in dat je met het hoge volume uiteindelijk geld kan verdienen. Als de volumes afnemen dan zit je op je kosten al heel snel klem. Dat is net al toegelicht wat de situatie kan zijn als er geen steun is. Dat houdt dus ook in dat als jij Als er geld genoeg verdiend zou worden in het OV dan legt iedereen een buffer aan van 20 procent overcapaciteit aan personeel. Dan kan je altijd garanderen dat je vaart of bereid. Die luxe situatie is er simpelweg gezegd niet. Speerpunt het personeel en werving van reizigers moet ook gewoon uit onze kwaliteit van de dienstverlening komen met dadelijk de nieuwe schepen ook en een stuk marketing dat daarbij hoort. Daar zijn we wel ook een beetje terughoudend, want we zien nu ook de capaciteit door afschaling dat de capaciteit van de schepen best aardig is als je minder gaat varen, maar dat betekent als je nneer gaat werven dan loop je het risico dat je mensen nnoet laten staan. Dat wil je ook niet. Vandaar de terughoudendheid. Mevrouw Pichel: Dank u wel. Mag ik misschien nog van de andere vervoersbedrijf zicht erop? Kan dat? De voorzitter: Als zij dat heel kort kunnen doen, dan vind ik dat goed.

De heer Steentjes: Focus op de reiziger terughalen dat is belangrijk, maar zeker ook de focus op onze medewerkers en het attractief maken van het OV voor nieuwe nnedewerkers, dus het is niet begin je nou links of begin je nou rechts, nee, je bent parallel daar volop mee bezig is het korte antwoord. De voorzitter: Dank u wel. Dat is inderdaad lekker kort. Even kijken. Ik had nnijnheer Kolkilig die had nog een vraag en dan had ik mijnheer Hartmeijer nog en er was ook nog een vraag van mij of het CDA ook alle vragen nog beantwoord heeft gekregen. Ja? Dus uw hoeft geen vraag te stellen? Dan doe ik even de heer Kolkilig en daarna de heer Hartmeijer. Ja? Gaat uw gang. De heer Kolkilic: Dankvoorzitter. Richting de provincie een vraag, u heeft echt... Ik kom eigenlijk terug op mijn vraag aansluitend van net. U heeft nneerdere keren aangegeven dat financieel gezien het probleenn bij het rijk ligt qua subsidies. Een aantal dagen geleden las ik in de krant dat de provincie nnogelijkheden zoekt om OV-bedrijven te korten op de subsidie die zij ontvangen of zelfs om boetes op te leggen. Ik denk niet dat u die subsidies wilt om boetes op te vangen, maar kunt u hier wat meer uitleg over geven graag? De heer Rotteveel: Ja, dat is een uitspraak, een interpretatie van de media van een brief die de gedeputeerde aan de staten heeft geschreven en ik kan daar verder geen uitleg over geven.

De voorzitter: Kunnen we het daarbij laten denkt u? Oke. Dan ga ik naar de heer Hartmeijer van de SP

24

De heer Hartmeijer: Ja, dank voorzitter. Een vraag aan Blue Amigo, wij hebben in de media vernomen dat er werknemers zijn die dagen maken van wel eens dertien, veertien uur en ik wilde even checken: zijn dat bij u normale werkdagen of hebben we hier te maken dat werknemers onder druk zijn gezet am meer uren te draaien? Ik wilde dat toch wel even checken, want de reiziger staat centraal, maar we kunnen toch ook niet, we moeten toch ook een beetje de werknemers heel houden. De heer Huisman: Daar sluit ik mu j helemaal bij aan. Sterker nog, ook dat als dat structureel zou zijn, is dat niet in ons belang. Specifiek de dienst, de lange dienst, er is een lange dienst, dus ja, die kan je wel eens hebben en die konnt in je rooster een paar keer voor, maar iedereen doet het. Die pijn wordt gedeeld. Die lange dienst zit vooral op het in stand houden van de lijn naar Sliedrecht. Als je dat wit doen, dan moet je keuzes maken hoe je dat doen. Dit was een nnogelijkheid, een consequentie, wel een lange dienst, maar dan hebben we wel de garantie dat we naar Sliedrecht blijven varen, dus dat specifiek voor die dienst. Ja, het gebeurt, maar het gebeurt niet op alle diensten. We hebben tien diensten. Een van die diensten heeft die lengte. Ik zoek even naar de vervolgvraag.

De heer Hartmeijer: Ik wilde het gewoon even checken of deze diensten inderdaad voorkomen of dat we hier te maken hebben met kwalijke zaken. De heer Huisman: Nee, precies, kwalijke zaken. Nee. Sterker nog, juist daarom is bijvoorbeeld de afschaling. Op het moment dat wij niet die afschaling hadden gedaan dan moeten wij dus die druk gaan verleggen naar medewerkers om meer uren te maken am toch onze reisbelofte te kunnen doen en dan ga je in een spiraal naar beneden, want we weten at dat het ziekteverzuim hoog is. Dat wordt dan niet lager en nou ja, u kunt zelf uitrekenen wat het resultaat daarvan zou zijn. Het is duidelijk niet de bedoeling en zeker niet een structurele eis aan het personeel. De voorzitter: Oke. Dank u wel. De heer Van der Meer had ik niet meer toegezegd of wel? Nog heel kort. De heer Van der Meer: U heeft het niet toegezegd. De voorzitter: Dan laat ik het daarbij. Nee, nee. Dan heb ik dat goed gedaan denk ik. De heer Van der Meer: Ik wilde vragen of die evaluatie zo snel als die er is ook met ons gedeeld kan worden. De heer Huisman: Ja, wij gaan uiteraard met de medeopdrachtgever, de Drechtsteden daarin over in gesprek. Het lijkt mu j logisch dat hij zo snel mogelijk ook gedeeld gaat worden. De voorzitter: Oke. Dank u wel. Dan laat ik het even met de vragen voor zover, want ik zie niemand meer opspringen.

Wat ik zelf concludeer is dat de focus van het gesprek wat eigenlijk die dienstregeling van 2023 zou zijn, dat is niet helennaal gelukt naar mijn idee. Mijn vraag is dus: wat moeten wij met elkaar concluderen?

25

De heer Van der Meer: Voorzitter. Nou ja, de intentie toen ik deze afspraak maakten voor dit overleg was voor mu j om het wel degelijk wel over die dienstregeling te hebben, dus ik zou heel graag toch het verzoek willen neerleggen om die dienstregeling of scenario's voor die dienstregeling in concrete opvoer te leggen op het moment dat de raad daar nog opmerkingen over kan maken waar wat mee gedaan kan worden. De voorzitter: Dank u wel. De heer Kleinpaste. De heer Kleinpaste: Nee, ik sluit me daar volledig bij aan. Ik bedoel, jammer dat we het er nu nog niet over kunnen hebben, maar het blijft relevant en daar wil ik eigenlijk ook wel een redelijk antwoord op hoe wij kunnen bewaken en borgen dat we vanuit onze positie toch wel die dingen mee kunnen geven die relevant zijn om zo optimaal mogelijk de dienstregeling in te kunnen vullen. De voorzitter: Daar zijn nog meer ... De heer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: Ja, ik sluit mij daarbij aan. Ik wil er graag bij aanvullen richting de griffie als dat zo uitkomt dat we dan tijdens ons reces hiervoor terug moeten komen, dan is dat wat ons betreft geen probleem. De voorzitter: Ik ga naar de heer Stolk van VSP. Een nnomentje totdat het stills. Oke. Dank u wel. De heer Stolk. De heer Stolk: Ja, voorzitter, wij sluiten ons ook aan bij de anderen en moet ik terugkomen, dan ben ik gauw bereid. De voorzitter: Oke. De heer Damen.

De heer Damen: Voorzitter, ik denk dat het leuk is als wij aan de dienstregeling nog verbeteringen kunnen aanbrengen. Ik denk dat het veel belangrijker is dat de organisatie van reizigers nauw betrokken wordt bij de dienstregeling, maar wat veel belangrijker is, is dat er een oplossing komt voor het dreigend tekort op de budgetten en wat dat betreft denk ik dat het zwarte scenario, namelijk dat het aantal reizigers maar beperkt toeneemt en het rijk zich verder daar financieel niets van aantrekt, dat dat zwarte scenario en de consequenties daarvan dus dat die heel nadrukkelijk in beeld gebracht moeten worden al is het maar op de bushokjes. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk nog even rond. Is er iemand die nog lets aan wil vullen? Nee? Dan denk ik dat de vraag nu eigenlijk bij de vervoerders ligt of die ook bereid zijn om weer een vergadering met ons te doen na het reces of eventueel tijdens reces. Oke. Wie mag ik het woord geven? De heer Huisnnan. De heer Huisman: Die bereidheid is er zeker. De vraag is vooral wel: wat wordt wanneer duidelijk? Voor ons is het wat makkelijker als ik zeg: wij zijn later ingestapt, wij zitten ook later in de uitvraag van de overheid om mee te denken over de toekomst. Onze eerste fase was begin eerst maar eens, dus wij zitten ook nog steeds op de ambitie van het oorspronkelijke plan, maar luisteren wel heel graag mee van: wat gaat er gebeuren?

26

Want we hebben wel voor de lange ternnijn als dat niet zo is echt wat nodig. Afschalingen die er zijn gemaakt afgelopen periode, nneer dan dat verwacht ik niet en alles wat er tussen zit is hetgeen wat er aan ondersteuning eventueel gaat konnen. En dat zijn de simpele scenario's die er zijn, dus dat wat we nu hebben. De dienstregeling is overigens openbaar, dus die kan bij ons op de website gezien worden. Dat is wat het is en daar kan op gereageerd worden. Dus ik nodig u uit om de oorspronkelijke dienstregeling en datgene wat we nu doen tegen elkaar aan te zetten en daar zit wat tussen. Op alle gebieden kan ik adviezen meenemen in de denkwijze die wij nog tegemoet gaan treden.

De voorzitter: Wil Qbuzz nog reageren? De heer Steentjes: Nou ja, op voorhand, ik kom altijd graag bij u aan tafel. Daarvoor geen enkel probleem. Ik zie wel een enornne uitdaging/knelpunt in de tijd, ook gezien het fornnele besluitproces dat we ook middels een stuurgroep moeten doorlopen, dus ik kan die belofte niet aan u doen of dat allennaal tijdig gaat lukken. Ik hoop daarbij dat u dan ook wel een beetje vertrouwen heeft op het fornnele proces zoals we dat ook ambtelijk en bestuurlijk doorlopen, maar ik voorzie wel een enorme time squeeze om dat even in goed Nederlands te zeggen, dus ik vind de belofte om die hier nu te doen, de belofte kan ik nu doen dat ik graag bij u terugkom, nnaar of dat dan nog tijdig is voor de besluitvorming, die belofte die durf ik zeer zeker niet te doen vanavond. Ik kom graag terug. De voorzitter: De heer Rotteveel wilde nog reageren? De heer Rotteveel: Nee, de heer Steentjes heeft het prima uitgelegd. De voorzitter: Oke. Dank u wel. Ik begrijp dat er wel behoefte is vanuit de fracties om toch nog met elkaar in overleg te gaan, alleen is het denk ik dan wijzer als dienstregeling een eerder worden toegestuurd. De heer Stolk: Voorzitter? De voorzitter: Ik ga even het woord geven aan de heer Stolk.

De heer Stolk: Ja, ik wil toch even duidelijkheid hebben, want als wij dus nu hier weggaan en het reces gaat erin en u konnt duidelijk terug met eigenlijk een hapklaar plan waar wij geen invloed meer uit kunnen oefenen, want dat begrijp ik eigenlijk ook uit uw woorden, dus dan hebben we vanavond wel begrepen dat alles heel moeilijk gaat, dat er weinig geld is, dat de reiziger wel centraal staat en dat we dus alles in het werk stellen om alles goed voor elkaar te krijgen. Ik zit hier als VSP en ik kom voor nnijn nnensen in Dordrecht op, voor het vervoer en ik wit hier eigenlijk toch duidelijkheid hebben en op een snelle manier. De voorzitter: Aanvulling? Ja, de heer Van der Meer van GroenLinks.

27

De heer Van der Meer: Het lijkt mij dat de vervoerdersorganisaties altijd enige tijd zal bestaan op het moment waarop het concept voor de dienstregeling wordt vastgesteld en het moment waarop het gepubliceerd wordt. Kunt u in elk geval toezeggen dat daartussenin de conceptdienstregeling met ons gedeeld wordt zodat we daar in elk geval op kunnen reageren? Misschien niet in een bijeenkonnst, dat is misschien lastig te organiseren, maar dat er wel op gereageerd kan worden? De heer Steentjes: Ja, concepten kunnen we natuurlijk altijd in overleg ook met zeg maar het ambtelijk apparaat met elkaar delen, maar in hoeverre er dan nog heel veel ruimte is om grote aanpassingen te doen, ja, dat vind ik wel een lastige belofte gezien de tijd. Dus ik wil wel nadenken over het proces en de tijdspanne die we met elkaar hebben en als daar ruimte zit dat we op enige manier in ieder geval met elkaar delen, maar of daar dan nog ruimte is om echt hele grote wijzigingen te doen, dat vind ik een wat lastige belofte vandaag. De voorzitter: Ik ga even naar de heer Kleinpaste van Gewoon Dordt.

De heer Kleinpaste: Ja, voorzitter, want de tijdsklem die wordt geschetst die snap ik natuurlijk voorkonnen, dus daar geen misverstand over, maar tegelijkertijd zitten wij hier wel om ook de Dordtse belangen heel goed te bewegen en te kunnen kijken of die in voldoende mate dan in wat voor dienstregeling dan ook terugkonnt, dus dan brandt mij de vraag op de lippen, en ik hoop dat we daar ook een paar minuten de tijd voor hebben, of onze wethouder het gevoel heeft dat hij voldoende tijd en ruimte heeft om dat wat wij heel graag willen dan toch nog over het voetlicht te brengen. De voorzitter: Wilt u nog een reactie van een van de vervoerders of van een van de insprekers? Nee? De wethouder. De heer Van der Linden: Dit is natuurlijk een nieuw soort overleg, het BOB -model, maar ik had natuurlijk goed geluisterd en we hebben natuurlijk ook wel wat contact gehad. De inspanningsverplichting lijkt mij helder. U wilt voor de Dordtse inwoner weten wat de dienstregeling wordt en of daar nog lets aan sleutelen valt. We hebben ook fornnele overlegmomenten. U weet ook dat alles afhangt wel of niet digitale kwestie, wel of niet van het rijk en daar hangt een bedrag aan en dat is een hoog bedrag en vorig jaar heb ik een minister horen zeggen: we hebben diepe zakken, maar die zakken zijn natuurlijk wel leger geworden, dus dat wordt interessant, maar ook ingewikkeld.

Dus we horen de vragen en ik denk dat we even heel goed nnoeten kijken naar de planning en wanneer wij lets horen. De voorzitter: Dank u wel. De heer Stolk: Voorzitter? De heer Safranti: Voorzitter? De voorzitter: Toch nog een reactie. De heer Stolk.

28

De heer Stolk: Dat de wethouder toch iets gezegd heeft, het gaat eigenlijk ook over het geld en we hebben het nog niet gehad over het geld. Ik kan nnij zo voorstellen dat er in zijn geheelheid in het systeem dat ze dus op gaan bouwen dat daar geld tekort komt. Is de gemeente bereid om eventueel geld beschikbaar te stellen? En dan kom ik eigenlijk ook op het potje dat in de VNG naar voren is gekomen dat we in 2023, 2024 en 2025 extra geld krijgen om alles aan te zwengelen. Dat kan ik me zo goed voorstellen dat dit geld of een gedeelte van dit geld gebruikt wordt om het vervoer in Dordrecht stand te laten doen in ieder geval minimaal. De voorzitter: Hier nennen we kennis van denk ik. Dat is niet een vraag. De heer Van der Linden: We zitten hier in beeldvormend overleg. In het BOB -model past op enig moment politiek oordeel. Uiteraard, als op enig moment blijkt dat iets wat we waardevol vinden, of het nou cultuur is groen onderhoud, OV of nog iets anders dat er extra middelen voor nodig zijn, dan nnaakt u als raad die afweging en dat doet u op advies hopelijk van ons, want zo zijn we ook wel weer, maar uiteindelijk nnaakt u die afweging en dit gaat niet om een beetje geld. Dat is duidelijk geworden. Dit gaat om heel veel geld en het gaat ook om grote belangen. Het is veel te vroeg om daarover te praten nu.

We zitten nu in een beeldvormende serie of in beeldvormend overleg en het is duidelijk dat er een time squeeze is en dat er een financieel probleenn ligt en dat moet onder andere aan andere tafels dan deze woorden opgelost. We houden de vinger aan de pols. De voorzitter: Dan heb ik nog twee nnensen die iets wilde vragen. De heer Safranti van DEN K. De heer Safranti: Een gedeelte is al beantwoord, alleen met de beantwoording van de wethouder op de eerste plaats vond ik het alleen maar onduidelijker worden terwijI we juist voor duidelijkheid willen gaan om concreet naar een afspraak of een concreet iets te horen en de wethouder geeft aan van: ik heb nu gehoord, we nemen het mee, maar ja, wat nu? Daar zitten we volgens mu j mee en dat is de vraag. De voorzitter: Moet ik antwoord geven of gaat u dan doen? Het ligt op een andere tafel wat de wethouder zegt. We hebben het nu over de dienstregeling en of we daar nog invloed op kunnen uitoefenen en daar moeten we nu een afspraak over maken. Of een financieel stukje, maar dat is niet beeldvormend. De heer Van der Linden: Nee, het ging over de vraag: wanneer konnen we aan tafel? Het duidelijke, concrete antwoord is: geen idee, want we weten niet wanneer het rijk gaat bewegen, morgen, overmorgen, volgende week of nooit. Dat weten we niet. Daar hangen natuurlijk wel de gesprekstijden vanaf.

We gaan ervan uit dat er op enig moment een reactie komt. Dat is denk ik goed toegelicht. Dat is nodig en dan kijken we hoeveel tijd er nog is voor de dienstregeling. We kijken ook naar de formele momenten die daarvoor zijn en natuurlijk, we horen iedereen zeggen: we willen daar vroegtijdig op een mogelijk moment dat daar nog iets te doen valt bij betrokken worden. Ik heb nnij uitgesproken voor een inspanningsplicht. Daar gaan we naar kijken, maar ik kan u geen

29

datum geven en ook geen moment, maar we weten allemaal dat het inderdaad een krappe tijd is.

De voorzitter: Dank u wel. De heer Safranti: Ja, keurig dit was eigenlijk De voorzitter: Dit was duidelijk? De heer Safranti: Ja. De voorzitter: Oke. Dan gaan we nu nog naar nnevrouw Kruger van GroenLinks. Mevrouw Kruger: Ja, dank u wel. Ik geloof echt in alle inspanning, in alle goede intenties. Toch zou ik graag op een gegeven moment liever willen horen dat het een en ander niet lukt en dat we totaal niets meer in te brengen hebben en waar we dan aan toe zijn, want we merken steeds: regelingen vallen uit, lijnen vallen uit en dan zitten we gewoon met de gebakken peren. Dan heb ik liever dat ik dat van tevoren weet zodat we met elkaar nog kunnen kijken: zijn er toch nog alternatieven te bedenken in ieder geval voor het lokale vervoer en mogelijk zelfs tussen de steden in? Dus in de provincie. Dan kunnen we met zijn alien gewoon creatief gaan zijn, maar niet van: op het laatste is het toch niet gelukt, want met alle respect, ik heb er eerlijk gezegd, en dat heeft niet altijd te maken met jullie intenties, maar niet te veel vertrouwen in dat dat gaat lukken gezien alle tijd knelpunten en weet ik veel wat, dus liever sneller horen dat iets niet gaat. De voorzitter: Duidelijk.

Ik denk dat we moeten concluderen dat u heeft toegezegd dat u zo snel mogelijk de dienstregelingen kunt gaan toesturen zodat wij digitaal kunnen gaan reageren als fractie en dat dat het handigste is, want een moment kiezen is blijkbaar niet aan de orde. Zijn mensen het daar niet mee eens met deze conclusie? Mijnheer van Blue Amigo. De heer Huisman: Ik heb misschien aansluitend nog even verduidelijkend, ik heb de bandbreedte aangegeven die wij hebben waarbinnen wij de komende tijd gaan spelen. Dat is namelijk wat wij nu doen en wat wij als annbitie hadden/hebben. Die is al beschikbaar, dus nognnaals, dat kan ik delen en de uitnodiging is eigenlijk van: zijn er nneer dingen binnen die bandbreedte waarvan u al zegt: als dit gaat gebeuren dan hebben wij een probleem? Wij willen zoveel mogelijk horen van: wat zijn de dingen die spelen in Dordrecht? Dus als daar tips mee kunnen, maar daar kan ik uiteraard geen beloftes mee koppelen dat als dat zo is, dan En dan krijg je die feedback terug, want wat dat betreft zit ik natuurlijk in hetzelfde proces en wat er dadelijk gaat gebeuren gaat bepalen wat uiteindelijk het definitieve voorstel wordt. Wat we wel belangrijk vinden, en dat signaal wil ik afgeven, is dat ik in ieder geval weet wat u bezighoudt en at een bilk geven in mogelijke scenario's door sinnpelweg aan te geven: we hebben A en B en daar zit ook lets tussen.

Als u nu al zegt: dat wat je nu doet, dat kan helemaal niet, nou ja, dan zal ik vragen: wat is dan het alternatieve voorstel? Maar dan weet ik dat in ieder geval.

30

De heer Van der Meer: Voorzitter? De voorzitter: Ik hoor iennand. Oke, de heer Van der Meer. De heer Van der Meer: Ja, nou ja, u heeft inderdaad geschetst wat uw oorspronkelijk ambitie was. U heeft ook een evaluatie aangekondigd die daar mogelijk van invloed op is, dus dat weten we nu nog niet. De heer Huisnnan: Maar die deden we sowieso. De heer Van der Meer: Dus wat dat betreft is het delen daarvan wel belangrijk en moeten we daar ook op kunnen reageren denk ik. De heer Huisman: Ja, wat mu j betreft heeft de heer Van der Linden net prima verwoord wat de inspanningsannbitie is, dus laten we daar op af koersen. De voorzitter: Oke. Dan denk ik dat de intentie van de vergadering in ieder geval gehaald is en dat wij inderdaad een stukje invloed kunnen uitoefenen op de dienstregeling, dus laten we inderdaad afwachten wat u ons gaat mailen en dan wil ik bij deze iedereen bedanken die aanwezig was uiteraard, ook het publiek en de mensen thuis en de heren die aan tafel zo vurig hebben zitten vertellen. Dank u wel. Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 13 september 2022. De griffi9r,i

De voorzitter,

o I ff

31

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/517/documents/18877