CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Uitgangspuntennotitie mobiliteitsplan 2040 mei 2023.pdf

Dordtse Dinsdag – Beeld- en oordeelsvormende commissies 26 september 2023, gemeente DordrechtBij agendapunt: 1: Vaststellen Uitgangspuntennotitie Mobiliteitsplan Dordrecht 2040 - Raadsvoorstel12.714 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Geografische scope De primaire scope is het "Daily Urban System" van Dordrecht. Dit is het gebied waar alle dagelijkse ritten (woon, werk, onderwijs, voorzieningen e.d.) van en naar plaatsvinden. In de praktijk is Drechtsteden met een duidelijke uitloper naar de Zuidvleugel (m.n. Rotterdam) en West-Brabant. 23

Mogelijke maatregelen o Sturen op de hoeveelheid auto’s die over een weg kan rijden; o Aanscherpen van ontheffingenbeleid voor de autoluwe gebieden; o Aanpassen wegcategorisering inclusief bijbehorende wegkenmerken: aanwijzen van stedelijke verbindingswegen en buurtontsluitingswegen voor de meeste logische en kortste routes naar bestemmingen, centrum- en buurtstraten waar de auto te gast is, eenrichting instellen. o Bij kruispunten kijken we kritisch of het autoverkeer niet over minder rijstroken kan worden afgewikkeld, zodat ruimte ontstaat voor bredere middenbermen (veiliger), bredere stoepen en/of meer groen. o Per gebied bepalen of doorgaand autoverkeer er nog welkom is. Hiervoor komt per wijk een mobiliteitsprofiel.

Goederenvervoer Ambitie Bevoorrading van winkels en andere logistieke stromen stimuleren we meer gebruik te maken van vervoer over water, meer te bundelen, data-gedreven toegang tot (bepaalde delen en tijden van) de stad en indien mogelijk gebruik te maken van kleinere en schonere voertuigen.

Meekoppelkansen Het beperken van de groei van autoverkeer, al dan niet op specifieke plekken, kan positieve effecten hebben op de milieuaspecten geluid en luchtkwaliteit. Verder draagt het verminderen van het gebruik (en bezit) van auto's bij aan het creëren van meer openbare ruimte welke anders ingevuld kan worden. Ook in de binnenstad, zie toekomstbeeld binnenstad – ‘slijpen aan een diamant’.

Opgaven • Aanwijzen van voorkeursroutes voor goederenvervoer over weg, water en spoor zowel binnen Dordrecht als de regio. • Lobby voor nieuwe veiligere nationale routes (spoor en weg) voor vervoer van gevaarlijke stoffen die niet door bewoond gebied gaan - bij het Rijk aansturen op een zo minimaal mogelijk aantal gevaarlijke stoffen routes langs Dordtse woonwijken. Hierbij trekken we samen op met Zwijndrecht. • Faciliteren ondernemers bij invoering zero emissie zone stadslogistiek op basis van de routekaart zero-emissiezone. Dit onderwerp maakt onderdeel uit van Opgave Klimaatneutraal 2040 – transitiepad mobiliteit.

We willen vrachtverkeer zo veel mogelijk afwikkelen op de hoofdontsluitingswegen en het lokale wegennet ontlasten. Speciale aandacht gaat hierbij naar het transport van gevaarlijke stoffen. Verder streven we naar het vervoer van gevaarlijke stoffen per spoor niet meer door de woonwijken te leiden.

Geografische scope Omdat goederenvervoer in de basis verder rijkt dan alleen Dordrecht en de regio wordt naar de nationaal schaal gekeken en daar waar relevant zelfs internationaal.

24

Mogelijke maatregelen o Het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg concentreren op een beperkt aantal routes in de stad die het Basisnet Weg (A16, N3) verbinden met de bedrijventerreinen in de Westelijke Dordtse Oever en de Staart Oost. o Dordrecht beter aansluiten op nationale goederenvervoersnetwerken (spoor en weg) voor een veiligere en betere verbinding met Brabant en de Zuidvleugel. Door het uitvoeren van de agenda spoor en de (vervangings-) opgaven benoemd door Rijkswaterstaat. Meekoppelkansen De ambitie op het gebied van goederenvervoer heeft sterke raakvlakken met het programma bouwende stad en de Groeiagenda van zowel de regio als de gemeente Dordrecht. Door goederenvervoer (anders) te sturen kan er meer en betere (veiligere) ruimte ontstaan voor woningbouw.

25

Thema 3: Duurzamer en slimmer reizen Ambitie Je prettig kunnen verplaatsen biedt kansen om je te ontwikkelen, om naar je werk te gaan, om vrienden te ontmoeten en om gezond te leven. Tegelijkertijd willen we de nadelen van ons reisgedrag (belasting op milieu en leefklimaat, drukte, onveilige situaties en andere hinder) beperken. Centraal in dit thema staat de bescherming en verbetering van de gezondheid van de inwoners van Dordrecht. Dit hangt sterk samen met het duurzaamheidsbeleid en omvat ambities om de uitstoot te verminderen.

De gemeente is verplicht om de gezondheid van haar inwoners te waarborgen. Op plekken waar geluid- en/of uitstootnormen overschreden worden, heeft de uitrol van dit beleid extra prioriteit.

Samen met onder andere werkgevers, onderwijsinstellingen en willen we inwoners en bezoekers daarom stimuleren om minder te reizen, in ieder geval in de spits (bijvoorbeeld door thuis te werken of te studeren), op een ander tijdstip te reizen (buiten de spits), schoner te reizen (gebruik van zero emissie voertuigen), anders te reizen (met gezonde en gedeelde vervoermiddelen) of het inzetten van smart mobility. De uitrol van deze ambities moet gebiedsgericht.

Opgaven • De doorstroming van automobiliteit verbeteren door meer spreiden van automobiliteit over de tijd (bijvoorbeeld aanpassen werktijden bij grote werkgevers). • Inwoners, werknemers en bezoekers zo duurzaam mogelijk zich laten verplaatsen met de fiets, lopen, waterbus, OV en deelmobiliteit door deze vormen van mobiliteit beter en/of makkelijker beschikbaar te maken voor alle doelgroepen. • De afstanden van (dagelijkse) autoverplaatsingen verkleinen (dichter bij huis werken, lokaal inkopen/zaken doen, sporten). • Op basis van de data kunnen mobiliteitskeuzes en gedrag worden gestuurd en beïnvloed en kan beleid worden ontwikkeld en gemonitord. • Borgen van duurzame digitalisering en waardoor we voorwaarden creëren voor (markt)innovaties ten aanzien van mobiliteitsoplossingen, duurzame mobiliteit, vermindering van emissies, klimaatadaptatie en vergroening. • Als gemeente sturen we op hoogwaardig gebruik van schaarse ruimte op basis van data-ontsluiting, -monitoring en -visualisatie via urban dataplatforms en digital twins. In samenwerking met de G40 partner steden hanteren we een gezamenlijke data architectuur. Door

Smart Mobility Smart mobility gaat over het slim toepassen van informatie- en communicatietechnologieën en data om mobiliteitsopgaven op te lossen. De door data gedreven systemen kunnen zowel binnen als buiten het voertuig bevinden. Het slimmer organiseren van mobiliteit wordt mogelijk gemaakt door de enorme hoeveelheid data. Voorbeelden van smart mobility zijn: In-car systemen zoals Adaptive Cruise Controle, Lane Assistance, Systemen in de openbare ruimte (intelligente transportsystemen (ITS)): intelligente verkeersregelinstallaties (iVRI’s) en dynamische bewegwijzering Intelligente snelheidsaanpassing (ISA)

Binnen dit mobiliteitsplan krijgen smart mobility en het stimuleren van duurzamer reisgedrag een plek. Het schoner reizen, ofwel het faciliteren van het gebruik van zero emissies voertuigen (zowel personenvervoer als logistiek) krijgt een plek binnen de Opgave Klimaatneutraal 2040 – transitiepad mobiliteit.

26

afspraken en standaarden borgen we dat databronnen met elkaar kunnen communiceren. In Dordrecht werken we hier ook nauw samen aan met diverse stakeholders op project- en programmaniveau. Denk hierbij aan het Ministerie van I&W, Provincie Zuid-Holland, ProRail, Rijkswaterstaat, Zuid-Holland Bereikbaar en private mobiliteitsaanbieders.

▪ o

Digital Twin Met een digitale tweelingstad - een digitale 3D-simulatie – wordt met behulp van data huidige knelpunten in kaart gebracht, verschillende plannen (scenario’s) doorgerekend, gebeurtenissen gesimuleerd en ontwikkelingen in de stad visueel zichtbaar gemaakt.

Geografische scope Bij het thema duurzamer en slimmer reizen kijken we naar Dordrecht en de regio Smart Delta Drechtsteden. Daarnaast werken we in het kader van smart mobility samen met de G40 partner steden, het ministerie van I&W en de provincie Zuid-Holland. Mogelijke maatregelen o Verdere uitrol van Smart Mobility ▪ Slimme prioritering bij kruispunten (bijvoorbeeld VRI’s). Denk aan meer groen licht voor fietsers en voetgangers. Dit gaat ten koste van een korte wachttijd voor automobilisten. ▪ Slimme routes – slim sturen van verkeer d.m.v. (real time) data. ▪ Meer verkeersveiligheid door slimme mobiliteitstoepassingen, zoals intelligente snelheidsassistentie en smart zones. ▪ Inzet van apps of gamification om inwoners te verleiden om duurzamere keuzes te maken.

o

Maatregelen treffen om opkomst van zelfrijdend vervoer te faciliteren. Gedragscampagnes: ▪ Werkgeversaanpak, bijvoorbeeld fietsenmaker op afroep bij grote werkgevers. ▪ Omdenken over wat ‘bereikbaar’ nou is: veel meer dan reistijd alleen als je het afweegt met andere dag/tijdsbestedingen (OV: ontspannen/leren/lezen tijdens rit; fietsen/stappen: beweging en woonwerkverplaatsing combineren. ▪ Meer initiatieven ontwikkelen rondom lopen, fiets-, waterbus, OVen deelmobiliteit-stimulering. ▪ Inzet (promotie en financiering) bij wijkvernieuwing of groot onderhoud om bewoners over te laten stappen op duurzamere vervoerswijzen. ▪ Extra stimuleren van thuiswerken. ▪ Stimuleren om dichter bij huis te werken, winkelen, te sporten etc. ▪ Meer aandacht voor duurzame bereikbaarheid tijdens grote evenementen en werkzaamheden aan rijkswegen in de regio. Beleidsacties van de gemeente: ▪ Aansluiten bij een werkgeversbenadering waarin duurzaam reisgedrag van medewerkers verder gestimuleerd wordt & alternatieven gestimuleerd worden tijdens groot onderhoud aan rijkswegen.

Meekoppelkansen / uitdagingen ander beleid De diverse stimuleringsmaatregelen om duurzamer te reizen hebben een positief effect op de Opgave Klimaatneutraal. Smart mobility kan bijdragen aan marktinnovaties welke goed zijn voor de economie

27

Thema 4: Menselijke mobiliteit Ambitie In de omgevingsvisie staat dat Dordrecht een aantrekkelijke stad wil zijn. De mens staat dan ook centraal wanneer het gaat over een aantrekkelijke stad. Menselijke mobiliteit is het stimuleren van menselijk contact en het de-anonimiseren van verkeer op straat. Om meer menselijke mobiliteit te faciliteren is het zaak om hoeveelheden groot en zwaar verkeer in dicht stedelijk gebied waar mogelijk te beperken en rijsnelheden omlaag te brengen. De gemeente maakt werk van meer veiligheid op de weg. De maximumsnelheid wordt waar het kan teruggebracht naar 30km/u (rekening houdend met aanrijtijden van hulpdiensten) en financiert de gemeente gedragsmaatregelen die bijdragen aan de verkeersveiligheid. Om er voor te zorgen dat iedereen mee kan doen in de maatschappij heeft de gemeente aandacht voor inclusiviteit – fysieke toegankelijkheid en vervoersarmoede. Met minder anonimiteit en meer ogen op straat wordt de stad veiliger, levendiger, aantrekkelijker, inclusiever en socialer. Een levendige inclusieve stad draagt ook bij aan een vitale lokale economie en sociale cohesie.

vormgevingscriteria. Een grote afwijking van een duurzaam veilige weginrichting duidt mogelijk op een verkeersveiligheidsrisico De 9 thema's uit het SPV 2030 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9.

Veilig van deur tot deur - Het Strategisch Plan Verkeersveiligheid 2030

•

• Opgaven • Proactief verkeersveiligheidsbeleid opstellen en hanteren op basis van het landelijke Strategisch Plan Verkeersveiligheid 2030 en provinciaal Uitvoeringsprogramma Verkeersveiligheid Zuid-Holland 2021-2030. Het SPV geeft met de ambitie van nul verkeersslachtoffers richting aan beleid en concretiseert de gedeelde toekomstvisie in negen beleidsthema’s. Ze zijn tot stand gekomen vanuit een gezamenlijke en brede verkenning van alle risico’s voor verkeersveiligheid. • De reeds uitgevoerde risicoanalyse SPV 2030 weginfrastructuur inbedden in een verkeersveiligheidsplan. Bij deze analyse is een weg(vak) of traject beoordeeld op een aantal Duurzaam Veilig

Veilige infrastructuur Heterogeniteit in het verkeer Technologische ontwikkelingen Kwetsbare verkeersdeelnemers Onervaren verkeersdeelnemers Rijden onder invloed Snelheid in het verkeer Afleiding in het verkeer Verkeersovertreders

• •

Lagere (daadwerkelijke) snelheid van auto’s, brommers en elektrisch aangedreven fietsen op straat (op niet doorgaande wegen) waarbij rekening wordt gehouden met de aanrijtijden van hulpdiensten. Een obstakelvrije stad zodat mensen met een beperking (visueel en motorisch) overal kunnen komen. Dit onderdeel komt terug binnen thema 2 – onderdeel stappen. Betaalbare gedeelde mobiliteit – OV en deelmobiliteit – voor mensen met een kleine beurs. Voorzieningen dichtbij waar mensen wonen.

Geografische scope Met dit onderdeel focussen we ons op Dordrecht waarbij we wel nauw samenwerken met en leren van de gemeenten in de regio, andere regio’s en de provincie. 28

Mogelijke maatregelen o Herinrichten van straten zodat de maximumsnelheid naar beneden bijgesteld kan worden (aan de hand van het nieuw op te stellen verkeersstructuurplan, zie thema 2). Hierbij wordt rekening gehouden met de aanrijtijden van hulpdiensten zodat geen ongewenste situaties ontstaan. o Vervoer goedkoper aanbieden aan wie vervoer te duur is (geworden) o Opstellen van een verkeersveiligheidsplan dat stuurt op risico’s op basis van de SPV 2030, Uitvoeringsprogramma Verkeersveiligheid ZuidHolland 2021-2030 en risicoanalyse met daarin: ▪ Aanpassing van wegcategorisering; ▪ Concrete maatregelprogramma’s voor aanpassing van weginfrastructuur; ▪ Verkeerseducatie en overige gedragsmaatregelen in het kader van verkeersveiligheid, onder andere door uitvoering van het Regionaal Uitvoeringsprogramma gedragsbeïnvloeding verkeersveiligheid; ▪ Monitoring; o Openbare ruimte voor iedereen toegankelijk maken: ▪ Betere bewegwijzering voor voetgangers en fietsers ▪ Verkenning kwaliteit openbare ruimte t.b.v. mensen met een beperking. Daarna de inrichting aanpassen op mensen met een beperking (visueel en motorisch), kinderwagens, kinderen etc. ▪ Afstanden tot dagelijkse voorzieningen verkleinen zodat deze voorzieningen lopend en fietsend (goedkoop/kosteloos) te bereiken zijn.

Verkeersveiligheid maakt ook onderdeel uit van het integraal veiligheidsbeleid van de gemeente. Binnen dit integrale beleid is sociale veiligheid een belangrijk onderwerp. De SUMP methodiek bevat ook een doelstelling omtrent sociale veiligheid. Denk aan meer sociale veiligheid op straat, in de bus, in fietsenstallingen en op treinstations. Door onder andere gebruik van verlichting.

Meekoppelkansen / uitdagingen ander beleid Een deel van dit thema is gekoppeld aan de Uitgangspunten startnotitie Inclusieve Stad : voor obstakelvrije routes, toegankelijkheid voor mensen met een bewegings- of visuele beperking. 29

Thema 5: Parkeren Ambitie Dordrecht kent al jaren een gedegen parkeerbeleid. Dit is ook het moment om het parkeerbeleid aan te scherpen van faciliterend naar een meer sturend parkeerbeleid om de mobiliteitstransitie in goede banen te leiden. Parkeerbeleid is immers een belangrijk instrument om het aantal voertuigen op de weg in de gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid te verminderen (autoluw). Dit alles om autoverkeer terug te dringen ten faveure van lopen, fietsen en gebruik van deelmobiliteit. Minder autoverkeer zorgt namelijk voor een levendig centrum, een van de uitgangspunten van het toekomstbeeld voor de binnenstad ”Slijpen aan een diamant”. Bij het strakker reguleren van het parkeren op de juiste plaats speelt flankerend beleid, in de vorm van het aanbieden van goede alternatieven uiteraard een belangrijke rol. Deze rol neemt parkeerbeleid op zich. Parkeerbeleid in Dordrecht is dan ook meer dan alleen het verlagen van de parkeerdruk. Om ervoor te zorgen dat het centrumgebied (binnenstad en schil) van Dordrecht (meer) autoluw wordt en ruimte kan worden gecreëerd voor vergroening moet Dordrecht haar parkeerbeleid aanscherpen en de koppeling met andere mobiliteitsdoelstellingen versterken. Een meer sturend parkeerbeleid is dan noodzakelijk. Daarnaast is het van belang een gelaagdheid in het parkeerbeleid aan te brengen.

In andere woorden; in de tijd uiteen te zetten hoe de gemeente haar parkeerbeleid aanscherpt. Dit vraagt immers ook een gedragsverandering in de keuze hoe men zich in de toekomst verplaatst. De mobiliteitsbehoefte zal immers niet anders zijn, wel de wijze waarop deze gestalte krijgt. Zo kan de gemeente Dordrecht stapsgewijs invulling geven aan de politieke wens om het “blik van straat” te verminderen door het autoparkeren slimmer te organiseren, zonder dat zij hiervoor haar draagvlak verliest. We streven naar een autoluwe

binnenstad door te parkeren aan de randen van de binnenstad en in aantrekkelijke mobiliteitshubs. Opgaven • Om de kwaliteit van de verblijfsgebieden in de binnenstad voor bewoners en bezoekers te verhogen, zijn minder parkeervoorzieningen op straat gewenst. Om dit te kunnen realiseren is het noodzakelijk dat bewoners eerst een alternatief wordt aangeboden. • Parkeren op afstand in mobiliteitshubs en het parkeren in parkeergarages door bewoners te bevorderen waar dat kan. • Door de ontwikkeling van de hubs (P+R) aan de Weeskinderendijk en Energieplein wordt een aantrekkelijk alternatief gerealiseerd voor parkeren bij bezoek aan de binnenstad. • Optimalisering van de beschikbare parkeercapaciteit, waarbij strakker gestuurd wordt om te parkeren op de juiste plaats. • Monitoring of alles in balans is en blijft wordt hierbij steeds belangrijker om tijdig bij te kunnen sturen. • Er kan niet gestuurd worden zonder reguleren en handhaving. Denk onder andere aan het voorkomen van waterbedeffecten. Geografische scope Dit thema heeft als scope de gemeente Dordrecht. En zal zich met name focussen op de binnenstad, schil, Stadswerven, Gezondheidspark, Maasterras en invloedsgebieden.

Mogelijke maatregelen Met een sterker sturend parkeerbeleid en de inzet van Slim Parkeren zorgen we ervoor dat het centrumgebied van Dordrecht goed bereikbaar is en aantrekkelijker gemaakt kan worden (vergroenen etc). We zetten in op minder blik op straat in de binnenstad en de gebiedsontwikkeling

30

Spuiboulevard en zorgen daarbij voor een betere benutting van de parkeercapaciteit in parkeergarages en het parkeren op afstand: o We bereiden het afschaffen van de 2e parkeervergunning op straat voor. We werken met een sterfhuisconstructie. De vergunninghouders van de tweede parkeervergunning op straat in de binnenstad, parkeren dan hun auto in de parkeergarages of op afstand in een mobiliteitshub. Daarna kijken we naar de 2e parkeervergunningen in de schil west. Dit leidt er toe dat er de komende jaren in de binnenstad en de gebiedsontwikkeling Spuiboulevard op straat 500 parkeerplaatsen worden omgevormd naar ruimte voor groen, lopen en fietsen. Daarbij zoeken we naar oplossingen om structurele parkeerknelpunten in het weekend op te lossen. o De prijs voor het parkeren gaan we meer differentiëren met als uitgangspunt dat het parkeren in het centrum en op straat duurder wordt dan in de parkeergarages. We stellen een brede business case parkeren op voor parkeren in parkeergarages, parkeren op straat en voor fiets parkeren. o Dordrecht gaat investeren in parkeergarages die als mobiliteitshub gaan functioneren. Dat betekent nieuwe parkeergarages bouwen op het Maasterras en in het huis van stad en regio, de uitbreiding van Spuihaven.

Dordrecht kijkt hoe de verborgen parkeerplaatsen in de binnenstad en schil ingezet kunnen worden voor dubbelgebruik middels bijvoorbeeld het ParkBee concept. o o o o o

o o o

Ook in woonwijken parkeren op afstand stimuleren door mobiliteitshubs op buurtniveau; Verkennen van het probleem en mogelijke oplossingen voor de geparkeerde bestelbussen in woonwijken; Inzet op een goed monitoringssysteem voor het parkeren in Dordrecht.

Meekoppelkansen / uitdagingen ander beleid Sturend parkeerbeleid heeft sterke raakvlakken met de woningbouwopgave en toevoegen van bedrijvigheid, ofwel de groeiagenda en het toekomstbeeld voor de binnenstad (‘Slijpen aan een diamant’). Door parkeren in de openbare ruimte in te perken ontstaat er meer ruimte voor deze ontwikkelingen. Maar ook meer ruimte voor groen, spelen, ontmoeten, klimaatadaptatie, lopen en fietsen. Kortom parkeren is gekoppeld aan diverse beleidsvelden en opgaven.

Toepassing van een gebieds-specifieke parkeervisie bij stedelijke gebiedsontwikkeling; Fietsvoorzieningen in en bij parkeergarages tbv voor- en natransport; Intensievere handhaving op parkeerovertredingen, bijvoorbeeld door inzet scanauto; Dynamische parkeerbewegwijzering doorontwikkelen; Deelauto als vervanger van de tweede auto;

31

6. Processtappen Deze uitgangspuntennotitie is een van de eerste stappen in de opmaat naar het mobiliteitsplan 2040. Na vaststelling van deze notitie gaan we aan de slag om op basis van de SUMP methodiek het volledige mobiliteitsplan op te stellen. Wat is een SUMP De EU ontwikkelde de SUMP-methode om duurzaam mobiliteitsbeleid vorm te geven en zet leefbaarheid en duurzaamheid centraal. Een SUMP wordt omschreven als: ‘Een strategisch plan dat is opgezet om aan de mobiliteitsbehoeften te voldoen voor een betere leefkwaliteit van mensen en bedrijven in steden en hun omgeving. Het bouwt voort op bestaande plannen en is gebaseerd op integratie, participatie en evaluatie.’ De belangrijkste verschillen met de traditionele plannen en de ‘SUMP’plannen worden samengevat in de volgende uitspraak: “If you plan cities for cars and traffic, you get cars and traffic. If you plan for people and places, you get people and places.”

Een mobiliteitsplan op basis van de SUMP methodiek streeft de volgende doelen na:  Waarborgen van een mobiliteitssysteem dat alle burgers toegang verschaft tot diensten en banen.  Verbeteren van verkeersveiligheid en sociale veiligheid.  Verminderen van luchtverontreiniging, geluidhinder, CO2-emmissies en energieverbruik.  Verbeteren van de efficiëntie en de effectiviteit van het mobiliteitssysteem.

 Bijdragen aan een aantrekkelijk en hoogwaardig verblijfsklimaat en buitenruimte in de stad. Kenmerken van de SUMP methodiek zijn: • Bevat een strategische langetermijnvisie. Deze visie is doorvertaald in doelen en er zijn maatregelen opgesteld om deze doelen te behalen. De planning en financiering van deze maatregelen is verwerkt in een helder implementatieplan. • Analyse van de huidige en toekomstige situatie. • Heeft als doel een evenwichtige en geïntegreerde ontwikkeling van alle modaliteiten (multimodaliteit). Hiertoe worden zowel infrastructurele maatregelen als gedragsmaatregelen genomen. • Er vindt afstemming plaats met de beleidsmakers, maar ook met naburige autoriteiten en andere beleidsvelden (integraliteit). • Belanghebbenden en burgers zijn betrokken bij het hele ontwikkelproces van het plan (participatie). • De resultaten worden gemonitord, zodat er tijdig bijsturing plaats kan vinden (monitoring, bijsturing en verantwoording). In deze uitgangspuntennotitie geven we richting aan voor het volledige mobiliteitsplan. Zo ook voor de invulling van bovenstaande kenmerken. Hierna volgt per kenmerk een voorstel voor de nadere uitwerking. Planhorizon Het doeljaar van het mobiliteitsplan is 2040. Dit is ver weg genoeg voor het realiseren van vooruitstrevende ambities, en dichtbij genoeg om concreet te zijn over de ambities die de gemeente zich wil stellen.

Om de ambities tastbaar te maken omvat het mobiliteitsplan duidelijke doelen voor 2030 en 2035. Deze doelen reflecteren de tussenstappen voor de gemeente om de ambities voor 2040 te behalen. Hierbij sluit het mobiliteitsplan aan bij bredere maatschappelijk thema’s, bijvoorbeeld Klimaatneutraal 2040. 32

In het uitvoeringsprogramma van het mobiliteitsplan komt een duidelijke gelaagdheid. Hierin biedt de gemeente duidelijkheid over hoe de gemeente haar beleid steeds verder wil aanscherpen. Deze uiteenzetting in de tijd biedt duidelijkheid voor ondernemers en inwoners, en voorkomt dat politieke verandering de koers van het beleid verandert. De programmering van beleid kent twee periodes: de eerste periode loopt tot en met 2026, de tweede periode loopt van 2027 tot 2030. Na 2030 zijn de prioriteiten mogelijk anders, waardoor de programeer-periodes doorlopen tot 2030 (en niet 2040). Financiering Voor de uitvoering van het mobiliteitsplan volgens de SUMP methodiek is het mogelijk om cofinanciering aan te vragen. Doordat de gemeente de SUMP-methodiek wil volgen is met name cofinanciering vanuit Europa kansrijk. Vanuit drie fondsen is cofinanciering mogelijk: • • •

Horizon Europe INTERREG European Investment Bank (EIB) financiering

De verwachting is dat in 2023 vanuit de drie fondsen financiering beschikbaar komt. In de Horizon Europe uitvraag voor 2023 zitten meerdere onderwerpen waarbij het mobiliteitsplan onder past. Voor de periode 2021-2027 stelt INTERREG NorthSea cofinanciering beschikbaar. De EIB heeft bekend gemaakt dat het in 2023 steden financieel wil ondersteunen. Wanneer Dordrecht optrekt met andere steden in haar aanvraag wordt de aanvraag voor cofinanciering extra kansrijk. De provincie Zuid-Holland heeft aangeboden om de gemeente Dordrecht hierin te ondersteunen.

Multimodaliteit Zoals onder thema 2 reeds is geschetst gaan we per onderdeel van het STOMP principe een netwerk bouwen en dit op elkaar afstemmen. Om de afstemming goed te laten verlopen zijn zowel infrastructurele maatregelen als gedragsmaatregelen nodig. Integraliteit Het mobiliteitsplan draagt bij aan meerdere strategische doelen uit de omgevingsvisie (bereikbare stad, gezonde stad, aantrekkelijke stad). Het plan ondersteunt zo ook de doelen van andere beleidsterreinen in Dordrecht. Het is daarom van belang integraal aan het plan te werken. De werksessies voor het opstellen van deze uitgangspuntennotitie hebben de basis gelegd voor het integraal werken aan het plan. Het advies is om raakvlakken met andere domeinen te blijven zoeken bij het opstellen van een mobiliteitsplan. Op pagina 12 van deze notitie is een opsomming van deze raakvlakken opgenomen. Geografische scope Mobiliteit is per definitief gebieds-overstijgend. Voor effectief mobiliteitsbeleid is het essentieel dat de gemeente Dordrecht over haar gemeentegrenzen heen kijkt. Afhankelijk van het thema haakt de gemeente de regio aan bij het opstellen van een mobiliteitsplan (mits relevant). Wanneer het thema goed past binnen de regionale agenda (Groeiagenda Drechtsteden en Gebiedsagenda Bereikbaarheid Drechtsteden) zoekt de gemeente de samenwerking binnen de regio.

Valt het thema niet binnen de regionale agenda, dan werkt de gemeente het thema zelf verder uit. Dit is per thema en STOMP onderdeel aangegeven in deze uitgangspuntennotitie. Als voorbeeld: bij het thema parkeren focust de gemeente op haar eigen gemeente, terwijl bij het thema sterke netwerken de gemeente samen optrekt met de regio en bovenregionale partners. 33

De geografische scope voor het mobiliteitsplan 2040 is dus flexibel. Afhankelijk van het thema is de scope gemeentelijk, regionaal of zelfs nationaal. Participatie Een belangrijke vereiste van de SUMP-methodiek is dat inwoners participeren bij het opstellen van een mobiliteitsplan. Voor een breed gedragen mobiliteitsplan is het van belang dat burgers zich herkennen in de plannen en zich er mede eigenaar van voelen. Het is belangrijk om inwoners aan de voorkant al mee te nemen, dat levert namelijk extra inzichten op gedurende het proces en betere resultaten als uitkomst van het beleidsplan.

uitvoering van beleid houdt de gemeente goed in de gaten hoe effectief het beleid is, en of het beleid eventueel bijgestuurd moet worden. Na afloop van de programmeerperiodes (tot 2027, 2027-2030) wordt het beleid geëvalueerd, om het beleid voor de komende periode verder te verbeteren.

De gemeente Dordrecht heeft ervaring met participatie, en begint niet op nul. Bovendien is het verplicht om de “participatie en inspraak verordening” te volgen (o.a. de omgevingswet eist dit ook). Deze verordening is het startpunt voor het verder uitwerken van de participatiestrategie voor het opstellen van een mobiliteitsplan. Gedragsverandering in relatie tot de mobiliteitstransitie is hierbij een belangrijk instrument. Participatie in samenhang met gedragsverandering is een vak apart, iets waar medewerkers mobiliteit niet in gespecialiseerd zijn. Hiervoor wordt dan ook hulp van buiten de afdeling mobiliteit ingezet om te komen tot het opstellen een participatie-strategie. Monitoring, bijsturing en verantwoording Als onderdeel van de SUMP-methodiek is het vereist om de voortgang van het mobiliteitsplan goed te monitoren en uiteindelijke te evalueren. Dit is tevens een van aanbevelingen uit het RKC rapport ‘Richting geven aan bereikbaarheid’. Maatregelen voor het mobiliteitsplan moeten (mede) op basis van hun doelbereik geselecteerd worden. Hiervoor heeft de gemeente Dordrecht al meerdere monitor instrumenten in huis. Tijdens de 34

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/722/documents/26305