Uitgangspuntennotitie mobiliteitsplan 2040 mei 2023.pdf
Tekst van het document
UITGANGSPUNTENNOTITIE MOBILITEITSPLAN 2040 DORDRECHT Een eerste doorkijk naar een mobiliteitsplan voor de gemeente Dordrecht
Colofon UITGANGSPUNTENNOTITIE MOBILITEITSPLAN 2040 DORDRECHT
17 mei 2023 Gemeente Dordrecht Deze publicatie is opgesteld door de gemeente Dordrecht, met ondersteuning van Panteia. Diverse mobiliteitsplannen van andere overheden, zoals gemeenten zijn als inspiratie gebruikt, in het bijzonder het plan van de gemeente Utrecht. Enkele passages in deze notitie zijn gebaseerd op het Utrechtse plan. Niets uit deze bronvermelding.
rapportage
mag
worden
overgenomen
zonder
Inhoud 1. Inleiding ................................................................................................... 4 2. Waar komen we vandaan ........................................................................ 6 3. Trends en ontwikkelingen ....................................................................... 9 Algemene trends en ontwikkelingen....................................................... 9 Trends en ontwikkelingen in stedelijke omgevingen ............................ 10 4. Waar willen we naartoe ........................................................................ 11 Ambitie .................................................................................................. 11 Strategische doelen ............................................................................... 11 Centrale thema's ................................................................................... 13 5. Toelichting op de centrale thema's ....................................................... 14 Thema 1: Strategische verstedelijking – ruimtelijk concept ................. 14 Thema 2: Sterke netwerken .................................................................. 16 Stappen (lopen) ................................................................................. 17 Trappen (fiets) ...................................................................................
18 Openbaar vervoer ............................................................................. 20 Mobility as a service (MaaS) .............................................................. 21 Prive auto .......................................................................................... 23 Goederenvervoer .............................................................................. 24 Thema 3: Duurzamer en slimmer reizen ............................................... 26 Thema 4: Menselijke mobiliteit ............................................................. 28 Thema 5: Parkeren ................................................................................ 30 6. Processtappen ....................................................................................... 32 3
1. Inleiding Aanleiding In de Omgevingsvisie 1.0 van de gemeente Dordrecht (2021) en het Politiek Akkoord 2022 - 2026 is een duidelijke ambitie geformuleerd op het gebied van bereikbaarheid. Dordrecht wil een stad zijn die goed bereikbaar is over water, spoor en weg, waardoor het aantrekkelijk is en blijft om er te ondernemen, wonen en werken. Daarnaast wil Dordrecht haar openbare ruimte anders indelen met extra aandacht voor gezondheid. Dit houdt in: meer ruimte voor groen, water, duurzame mobiliteit en klimaatadaptatie ten koste van het ruimtegebruik van de auto. Dit is vooral belangrijk in het licht van de groei die de stad ondergaat – de stad moet 10.000 extra woningen en 4.000 extra banen creëren om gelijke tred te houden met de bevolkings- en economische groei. Deze groei zorgt voor extra druk op het transportsysteem en de leefbaarheid van de stad. Om de duurzame ontwikkeling van de stad op lange termijn te garanderen, is het nodig om de mobiliteit anders te organiseren. Het verminderen en verduurzamen van autoverkeer zijn centrale pijlers om deze visie te realiseren, samen met het stimuleren van alternatieve vervoerwijzen, zoals aantrekkelijke looproutes, de fiets, het openbaar vervoer en deelvervoer.
Waarom een mobiliteitsplan Voor het toekomstgericht ontwikkelen van mobiliteit in de stad, nodig vanwege het groeiende aantal woningen en banen, wil de gemeente Dordrecht een mobiliteitsplan opstellen. Dit mobiliteitsplan is een uitwerkingsslag van de strategische doelen in de omgevingsvisie waarin omgeschreven staat hoe de gemeente de extra woningen en banen wil laten landen. Bovenop de binnenstedelijke opgave vormt Dordrecht een belangrijke schakel in Nederlandse en Europese transportnetwerken. De stad is deel van het Stedelijke Netwerk Nederland en is betrokken bij de Goederencorridor Zuid, waarvan onder meer het goederenvervoer over
het spoor onderdeel uitmaakt. Bovendien ligt Dordrecht op drie corridors van het Ten-T netwerk (North-Sea Baltic, NorthSea-Med, en Rhine-Alpine), waardoor het veel doorgaand verkeer kent. Ook in het politiek akkoord komt door alle focuslijnen het onderwerp bereikbaarheid tevoorschijn. Hoewel bereikbaarheid geen eigen focuslijn kent, zijn de mobiliteitsambitie en een daadkrachtige realisatie ervan randvoorwaardelijk voor de realisatie van de Groeiagenda 2030 en de versnelde gang (2040) naar klimaatneutraliteit. Een verdere uitwerking van het politiek akkoord in een programma mobiliteit met focus op een duurzame en bereikbare stad in 2040 is hard nodig. Deze uitwerking past binnen de opgave klimaatneutraal, het vergroenen van de stad en het toekomstbeeld voor de binnenstad ‘Slijpen aan een diamant’. Vanwege het nieuwe Urban Mobility Framework dat de Europese Commissie heeft geïmplementeerd, moeten de grootste 424 EU steden (waaronder Dordrecht) die deel zijn van het TEN-T netwerk een ‘Sustainable Urban Mobility Plan’ (SUMP) ontwikkelen voor 2025. Dit heeft gevolgen voor Dordrecht als het wil blijven voldoen aan de ‘Ten-T’-eisen en aanspraak wil (blijven) maken op subsidie van de EU. Recent heeft de gemeenteraad van Dordrecht (14 maart 2023) de startnotitie Mobiliteit vastgesteld waarin is aangegeven waarom ze de mobiliteit in de stad wil herorganiseren.
De verdere concretisering van deze startnotitie en het politiek akkoord en visie is nodig om ten eerste een meer gedetailleerde uitwerking te geven aan de omgevingsvisie, waarin de nieuwe ruimtelijke rol van (auto)mobiliteit beschreven staat, en ten tweede om aanspraak te blijven maken op Europese (transport) subsidies.
4
Doel van deze notitie Als eerste uitwerking van het mobiliteitsplan 2040 is een notitie met uitgangspunten voor het mobiliteitsplan opgesteld. Deze notitie geeft een doorkijk naar hoe het definitieve mobiliteitsplan eruit gaat zien. Tevens geeft dit richting bij het nemen van beslissingen totdat het definitieve mobiliteitsplan 2040 gereed is. De uitgangspunten dienen als kapstok voor het huidige mobiliteitsbeleid en het nog te programmeren mobiliteitsbeleid.
en (2) wat in de toekomst gerealiseerd moet zijn. Vervolgens zijn de ambities en hiaten gegroepeerd, en zijn 5 centrale thema’s bepaald. Deze concrete thema’s zijn nadrukkelijk gekoppeld aan de overkoepelende strategische doelen, die beschreven staan in de startnotitie mobiliteit, de omgevingsvisie en in het politiek akkoord 2022-2026 van de gemeente Dordrecht. Vervolgens zijn de vijf thema’s geconcretiseerd waardoor zij dienen als uitgangspunten voor het opstellen van een definitief mobiliteitsplan 2040.
Gehanteerde werkwijze Panteia heeft aan de start gestaan van het proces om te komen tot deze notitie en heeft hiervoor diverse bouwstenen opgeleverd. Dordrecht begint bij het opstellen van een Mobiliteitsplan niet vanaf nul. Duurzame mobiliteit is reeds in bestaande mobiliteitsbeleidsstukken verankerd. Daarom is bij het opstellen van de uitgangspunten allereerst een inventarisatie gemaakt van het huidige beleid.
Er zijn drie dialoogsessies gehouden aan de hand van het spelen van de serious game Mobipolis. Met beleidsambtenaren, het college van B&W en de gemeenteraad van Dordrecht. Hiermee is bewustwording gecreëerd over de mobiliteitstransitie ten opzichte van de diverse programma’s en bijbehorend ruimtebeslag in Dordrecht. Hierbij is in de dialoogsessie zelf stilgestaan bij de te maken keuzes tussen duurzame gebiedsontwikkeling en mobiliteit. Dit alles heeft op hoofdlijnen extra informatie opgeleverd en focus aangebracht over de haalbaarheid van het Mobiliteitsplan en welke mobiliteitsmaatregelen en vervoerswijze het meest kansrijk zijn in Dordrecht.
In 2018 is de Koersnota Mobiliteit 2018 door de raad vastgesteld. In de koersnota is de "koers" uiteengezet. De richting waar we als stad heen kijken. Het optimaal benutten en versterken van de bestaande netwerken en knopen was hier onderdeel van. De Koersnota Mobiliteit 2018 is opgegaan in de omgevingsvisie. In het programma mobiliteit voegen we aan de koersnota onderdelen toe, we verleggen accenten en zetten keuzes steviger aan. Dit wordt vertaald naar een mobiliteitsplan 2040 wat in verbinding staat met het vergroenen en klimaatneutraal maken van onze stad. Een belangrijk onderdeel van het mobiliteitsplan is een verkeersstructuurplan voor de hele stad. Deze notitie met uitgangspunten is tot stand gekomen via een interactief werkproces. In verschillende bijeenkomsten in 2022 is gereflecteerd op de beleidsinventarisatie en aangegeven (1) waar de belangrijkste hiaten zitten
Leeswijzer Deze notitie kent de volgende opbouw. In hoofdstuk 2 is uiteengezet wat de basis is voor deze notitie. Vervolgens komen de belangrijkste trends en ontwikkelingen op het gebied van mobiliteit aan bod in hoofdstuk 3. De ambitie en strategische doelen voor 2040 worden in hoofdstuk 4 omschreven. Dit is uitgewerkt in vijf centrale thema's en wordt verder uiteengezet in hoofdstuk 5. Hoofdstuk 6 gaat in op de processtappen na het vaststellen van deze uitgangspuntennotitie.
5
2. Waar komen we vandaan Koersnota Mobiliteit 2018 en Omgevingsvisie 1.0 In 2018 is de Koersnota Mobiliteit door de raad vastgesteld. In de koersnota is de "koers" uiteengezet. De richting waar we als stad heen kijken. Het optimaal benutten en versterken van de bestaande netwerken en knopen was hier onderdeel van. De Koersnota Mobiliteit 2018 is opgegaan in de omgevingsvisie. Dordrecht wil een stad zijn die nu en in de toekomst goed bereikbaar is over water, spoor en weg. Om als centrumstad van de regio en toegangspoort tot de Randstad te fungeren, is bereikbaarheid cruciaal. De opgaven om 10.000 extra woningen en 4.000 extra banen te creëren leidt tot nieuwe verplaatsingen. Wanneer al deze verplaatsingen met de auto plaatsvinden, komt de bereikbaarheid en leefbaarheid van de stad onder druk te staan. Bovendien is er onvoldoende ruimte om het autogebruik in de toekomst verder te faciliteren. Om in verblijfsgebieden, waaronder woongebieden ruimte te geven aan het aangenaam verblijven (spelen, wandelen etc.) is het belangrijk het autoverkeer in de stad verder te verminderen en te verduurzamen. Gemotoriseerd verkeer is op veel plaatsen ondergeschikt. Dit komt ten goede aan de verkeersveiligheid en gezondheid.
De gemeente zet daarom in op infrastructurele en ruimtelijke maatregelen en gedragsacties om het gemak en de veiligheid voor voetgangers, fiets en OV te verhogen en het hiermee stimuleren van alternatieve vervoerwijzen zoals het openbaar vervoer, de fiets en deelvoertuigen. Om dit mede mogelijk te maken is het van belang om zogenaamde knooppunten goed in te richten, zodat overstappen makkelijk is. Zo benutten we de totale verkeersinfrastructuur maximaal. Het slimmer koppelen van de netwerken en organiseren van het gebruik zijn de sleutels.
Accenten doel bereikbare stad • We maken Dordrecht een fietsstad • Stimuleren van het (hoogwaardig) openbaar vervoer (HOV) • Parkeerbeleid en innovatieve verkeersoplossingen • Optimale bereikbaarheid van economische kerngebieden Aandachtspunten verkeer en mobiliteit vanuit impactbeoordeling In het kader van de omgevingsvisie is een beoordeling van de impact op de fysieke leefomgeving opgesteld. Er is onderzocht wat de impact van de hoofdopgaven in de omgevingsvisie is (groei met 10.000 woningen en 4.000 banen). Vanuit en voor de zeven doelen in de omgevingsvisie zijn aandachtspunten benoemd voor de groeiambities. De belangrijkste in het kader van bereikbare stad zijn: o Groei van Dordrecht leidt (bij ongewijzigd beleid) tot een forse toename van verkeersbewegingen. De bereikbaarheid van de stad komt (verder) onder druk te staan en daarmee ook de leefbaarheid; o Om verdere overbelasting te voorkomen wordt voor gebieden met een hoge verkeersintensiteit door toedoen van de auto actief en gericht maatregelen genomen en campagnes ingezet om het OV- en fietsgebruik te bevorderen; o Per uitbreidingslocatie moet worden bekeken of de toename van verkeer nog wel gefaciliteerd kan worden op het wegennet en zo niet welke maatregelen ingezet moeten worden om de verkeerstoename te beperken; o Dit vraagt om een visie in de vorm van een uitwerking van de omgevingsvisie en/of in een programma.
Gebiedsagenda Bereikbaarheid Drechtsteden Binnen de regio Drechtsteden is een gezamenlijke agenda opgesteld. Met het uitbreiden van de regio met 25.000 woningen en 30.000 arbeidsplaatsen wil de regio Drechtsteden inzetten op het aantrekken van 6
extra inwoners en de lokale economie vergroten. Een voorwaarde voor het bereiken van deze doelstellingen is een goede bereikbaarheid van de regio. Om dit op een integrale manier en op regionale schaal aan te pakken is een gebiedsagenda opgesteld. Gericht op het versterken van een goede bereikbaarheid van alle modaliteiten en het komen tot duurzame mobiliteitsveranderingen. In deze Gebiedsagenda zijn een 12-tal gezamenlijke opgaven geformuleerd: 1. Gebruik van fiets 2. OV-netwerk: spoorverbindingen en stations 3. OV-netwerk: regionaal busvervoer 4. OV-netwerk: vervoer over water 5. Netwerken: multimodale overstappunten (hubs) 6. Slimme mobiliteit en informatievoorziening 7. Wegverkeer: bereikbaarheid A15 corridor 8. Wegverkeer: bereikbaarheid A16 9. Wegverkeer: bereikbaarheid N3 10. Bereikbaarheid en geleiding vrachtverkeer 11. Vervoer gevaarlijke stoffen 12. Bereikbaarheid van toeristische hotspots De gebiedsagenda is in 2022 aangevuld met het Regionaal Mobiliteitsplan (RMP). In dit plan staan verscheidene acties die de regio en gemeenten (willen) realiseren om de CO₂ uitstoot te verlagen. Huidig sectoraal beleid Naast een overkoepelende koers op mobiliteit kent Dordrecht op dit moment ook sectoraal beleid voor verschillende onderdelen.
Zo bestaat de ‘Fietsnota – Dordt fietst verder’ inclusief diverse uitvoeringsprogramma's, de Agenda Deelmobiliteit met juridische vertaling in nadere regels, sturend parkeerbeleid met o.a. tariefdifferentiatie, een integrale visie op
laadinfrastructuur, routekaart Zero Emissie Stadslogistiek, top 20 aanpak verkeersveiligheid en deelname aan het Schone Lucht Akkoord. Daarnaast bestaan er gebiedsgerichte (verkeers)plannen zoals het verkeersstructuurplan en parkeervisie Spuiboulevard en Schil west, Ontwikkelvisie Spoorzone, toekomstbeeld binnenstad Dordrecht – Slijpen aan een diamant, Ontwikkelplan Wantij-West, top 20 verkeersveiligheid. Politiek akkoord 2022 - 2026 In het politiek akkoord 2022 – 2026 zien we door alle focuslijnen het onderwerp bereikbaarheid tevoorschijn komen. Ben je inwoner of kom je naar Dordrecht om hier te werken, winkelen, leren en recreëren? Dan moet je makkelijk van, naar en binnen Dordrecht kunnen reizen. Aan de plannen daarvoor hebben we de afgelopen jaren hard gewerkt. Met beter aansluitingen op de N3 en de A16 voor auto's. En met versterking van het openbaar vervoer via de aanpak van de Spoorzone en de MerwedeLingeLijn. De plannen liggen klaar en gaan we de komende tijd uitvoeren. Landelijk zijn we met onze acties ter verbetering van de bereikbaarheid goed op de kaart gezet. De komende periode gaan we hard aan de slag om de mobiliteit en verkeersveiligheid binnen Dordrecht te verbeteren. Het moet vanzelfsprekender worden om binnen de stad te wandelen en te fietsen. Of om deelvervoer, openbaar vervoer en personenvervoer over water te benutten.
Onze ambitie op mobiliteit valt daar samen met die op duurzaamheid en kwaliteit van leven. We hebben oog voor veiligheidsrisico’s van vervoer van gevaarlijke stoffen en lobbyen bij de rijksoverheid voor veilig vervoer en alternatieven. We kijken per wijk en gebied wat nodig is. Vanuit alle wijken moet je goed kunnen lopen of fietsen naar stations of het centrum. Er komen meer 7
fietsenstallingen. Met transferia, parkeergelegenheden aan de rand van de stad (parkeren op afstand) en tariefdifferentiatie, verlagen we de druk op wegen naar het centrum en de parkeerdruk in de binnenstad. We houden oog voor mensen die op hun auto zijn aangewezen en realiseren betere doorstroming op de ontsluitingswegen. Voor parkeren en parkeertarieven bij plekken met belangrijke maatschappelijke functies, zoals de Sportboulevard, onderzoeken we oplossingen. Door meteen te zorgen voor goede looproutes en vervoer via (pendel)bus of deelfiets vanaf deze parkeervoorzieningen realiseren we onze Binnenstadvisie. Een aantrekkelijk levendig bereikbaar centrum met meer groen en minder ‘blik’ op straat. Daarbij hoort ook ons plan om de bevoorrading van de binnenstad zo snel mogelijk emissieloos en efficiënter te maken. Nieuwe bewoners van de binnenstad kiezen voor een omgeving met voorzieningen nabij, daarom krijgen zij één parkeervergunning. Onze stad moet aantrekkelijk en toegankelijk zijn voor iedereen, ook met kinderwagen, rolstoel of rollator. Te vaak zijn er nu obstakels. We geven hier meer aandacht aan bij het onderhouden en inrichten van de stad. Zo geven we onze gehele stad, en met name de binnenstad, een duurzame kwaliteitsimpuls. Dit werken we uit in programma’s en communicatieaanpak om fietsgebruik, ov en deelvervoer te stimuleren.
Het doel van het onderzoek was inzicht verkrijgen in effectiviteit van het bereikbaarheidsbeleid in de periode 2018-2022 met specifieke aandacht voor de kaderstellende en controlerende rol van de gemeenteraad. Het rapport schets de volgende aanbevelingen: Integraal mobiliteitsbeleid met gebiedsgerichte keuzes: Raad betrekken bij de voorbereiding van het integrale mobiliteitsbeleid (STOMP). Mobiliteitsbehoefte van toekomstige inwoners meenemen in plannen. Inzicht in ruimtelijke consequenties, keuzes per deelgebied en keuzes maken/voorleggen. Vaststellen SMART doelstellingen die inzicht geven in effectiviteit van beleid: Onderdeel van mobiliteitsbeleid moet zijn SMART beleidsdoelen waarmee de raad inzicht krijgt in hoe de bereikbaarheid in en van Dordrecht zich ontwikkelt. En deze eens per 2 jaar te meten en hier budget voor beschikbaar stellen. Jaarlijkse voorgangsnota op mobiliteitsdoelen (buiten de P&C-cyclus): Eén keer per jaar een voortgangsnotitie opstellen waarmee inzicht wordt gegeven in hoe de mobiliteitsdoelen en -opgaven zich ontwikkelen. Op basis van de informatie moeten waar nodig beleidsdoelen en/of uitvoeringsplannen bijgesteld worden.
Onderzoek RKC 'Richting geven aan bereikbaarheid' In 2022 heeft de Rekenkamercommissie van Dordrecht (RKC) onderzocht hoe effectief de rol van de gemeenteraad op het gevoerde beleid op het gebied van mobiliteit en bereikbaarheid was in de afgelopen collegeperiode en welke lessen dat oplevert voor de ambities van het nieuwe college, zoals opgenomen in het Politiek Akkoord 2022-2026: ‘Samen bouwen aan een sterk en groen Dordrecht’.
8
3. Trends en ontwikkelingen Algemene trends en ontwikkelingen De laatste jaren is het keuzepalet aan vervoersmogelijkheden aan het veranderen. Meer variëteit aan fietsen De laatste jaren is er een enorme toename van elektrische fietsen (e-bikes en speed pedelecs). Dankzij zijn hogere snelheid en de beperkte inspanning die voor het fietsen nodig is, is de elektrische fiets geschikt voor regionale reisafstanden. Ouderen blijven dankzij de elektrische fiets langer mobiel. Ook zien we dat logistiek per (elektrische) (bak)fiets steeds meer gemeengoed wordt. Door deze variëteit aan fietsen en type fietser, nemen op het fietspad de verschillen in snelheid en massa toe. Dat leidt soms tot onveilige situaties. Een extra aandachtpunt hierbij is de vraag om meer bewaakte fietsenstallingen en het is legitiem meer ruimte voor de fiets te reserveren. Nieuw in het straatbeeld is de elektrische step, wat nu nog niet als legaal vervoermiddel geldt, zien we ze wel steeds meer op straat. Onduidelijk is welke plek op straat voor hen geschikt is.
Ook zien we dat de woensdag- en vrijdagen duidelijk rustiger zijn dan de andere drie werkdagen. Voor de lange termijn is de verwachting dat mensen open staan voor een baan verder dan huis dan eerder het geval was. Of dat mensen verder van hun baan gaan wonen vanwege andere belangrijke punten, zoals het woongenot en de reistijd een minder belangrijke factor is. Het is de vraag of deze ontwikkeling van het kunnen thuiswerken zorgt voor minder mobiliteit of dat het enkel zorgt voor andere patronen en kenmerken van mobiliteit.
Digitalisering verandert vervoer De doorgaande ontwikkeling van digitalisering verandert onze reisbehoefte en de manier waarop we reizen.
Ketenvervoer en deelmobiliteit wordt aantrekkelijker Technologie biedt kansen om makkelijker meerdere voertuigen voor één reis te gebruiken (ketenvervoer). Wie van A naar B reist, kan met de mobiele telefoon in een handomdraai zijn reis plannen, vervoersmiddelen reserveren en gebruiken, en dus zo zijn reisgedrag aanpassen op de actuele situatie. Digitalisering maakt het mogelijk om eenvoudig deelauto’s, scooters en -fietsen te vinden, te reserveren, te ontgrendelen en te betalen. Hierdoor is het delen van voertuigen een stuk gebruiksvriendelijker geworden en is mobiliteit minder afhankelijk van het eigen bezit van een voertuig. Reizigers hebben meer reismogelijkheden gekregen en zijn flexibeler in hun reiskeuzes dan we een paar jaar geleden voor mogelijk hielden.
Thuiswerken wordt gemakkelijker Onlinevoorzieningen om thuis te werken of te studeren waren er al langer, maar de Covid-19-crisis heeft een flinke zet gegeven aan het gebruik ervan. Het aandeel online werken en leren zal de komende jaren groter zijn dan we tot voor kort reëel vonden. Dit kan leiden tot het verminderen van mobiliteit en het afvlakken van de piekmomenten in stedelijke mobiliteit.
Logistiek wordt efficiënter en flexibeler Door innovatieve digitale ondersteuning van logistieke processen kunnen ladingen beter worden gebundeld dan voorheen en gaat de beladingsgraad van voertuigen omhoog. Ook overslag op (logistieke) hubs aan de rand van (binnen)steden naar kleinere en schone voertuigen wordt daarmee geoptimaliseerd. Zo ontstaat betrouwbaar en efficiënt transport en zullen 9
er kansen ontstaan om logistieke processen beter aan te passen aan toegangs- en emissie-eisen voor wegen vanuit wegbeheerders. Digitalisering van logistiek leidt zo tot reductie van kosten en emissies. Nasleep van corona Voor de korte termijn (tot 2025) is de verwachting dat de beschikbaarheid en daarmee het gebruik van openbaar vervoer nog niet op het niveau van 2019 is. Wat hier niet bij helpt is dat gedurende corona periode het aantal auto's is toegenomen; er zijn meer auto's aangeschaft. Voertuigen worden duurzamer De industrie investeert miljarden euro’s in de productie van elektrische auto’s, bussen en scooters. Daarnaast komen er steeds meer oplossingen om op waterstof te rijden. In Nederland willen we dat er vanaf 2035 geen nieuwe auto’s meer worden verkocht die op benzine of diesel rijden. Dit moet ervoor zorgen dat de vervoerssector tegen 2050 koolstofneutraal wordt. De grootste uitdaging voor ons ligt erin dat al deze voertuigen altijd kunnen opladen of waterstof kunnen tanken. Het aanbod van laadinfrastructuur moet dus meegroeien evenals het aanbod van tanklocaties voor de energiedrager van groene waterstof. Trends en ontwikkelingen in stedelijke omgevingen Toenemende verkeersdruk Naar verwachting groeien de meeste stedelijke gemeenten in Nederland. Ze breiden fors uit met nieuwe woningen en arbeidsplaatsen.
Dat betekent ook extra mobiliteit van, naar en binnen de gemeenten en dus meer voertuigen.
Effecten bereikbaarheid Deze verwachte groei zet de bereikbaarheid van steden verder onder druk. Nu al leidt de verkeersdruk tot opstoppingen op de weg, overvolle bussen, drukte op de fietspaden en meer onveilige situaties. In de toekomst nemen deze knelpunten toe. Op veel plekken zijn al maatregelen genomen, maar naar verwachting lopen we steeds vaker tegen de grenzen van de capaciteit van ons vervoerssysteem aan. Zo boeten steden aan aantrekkingskracht in. Effecten leefkwaliteit Steeds meer wordt de schaarse ruimte in de stad opgeëist door het verkeer. Van alle vervoersvormen neemt de auto verreweg de meeste ruimte in, zowel stilstaand als rijdend. Mensen die per auto reizen, hebben veel meer ruimte nodig dan reizigers per fiets, bus, trein en lopend. Automobilisten vragen daarnaast ruimte voor parkeren. Zonder steviger ingrijpen neemt in steden het ruimtebeslag door het autoverkeer. Dat belemmert de ambities om aantrekkelijke buitenruimtes te creëren met veel groen, gelegenheid voor ontmoeten en verblijven. Al dat verkeer zorgt ook voor meer geluid, een slechtere luchtkwaliteit, een daling van de verkeersveiligheid. Als we met zijn allen niet anders omgaan met onze mobiliteit, verslechtert onze leefkwaliteit en gaan steden ook hierop aan aantrekkingskracht achteruit.
Kortom gemeenten moeten duidelijke keuzes maken hoe zij de mobiliteit van, naar en binnen de gemeente organiseren in sterk groeiende steden die en goed bereikbaar blijft en hoge leefkwaliteit kennen.
10
4. Waar willen we naartoe Ambitie Het doel van het uiteindelijk te realiseren mobiliteitsplan is de bereikbaarheid en leefbaarheid van Dordrecht te waarborgen. Dit doen we door het mobiliteitssysteem te herorganiseren in een duurzaam houdbaar verkeerssysteem met oog voor klimaat, leefbaarheid en gezondheid in de stad en natuurbehoud. Daarmee past het systeem binnen de aantrekkelijke, bereikbare en gezonde stad die Dordrecht wil zijn. De ambitie voor 2040 is om met een bredere blik naar bereikbaarheid te kijken en de verschillende modaliteiten in samenhang aan te pakken. Hierbij staat de auto niet langer centraal, maar de mens. Als er minder ingezet wordt op de auto, dan komt er openbare ruimte beschikbaar voor andere zaken. Denk aan meer groen op straat dat bijdraagt aan klimaatadaptatie, ruimte voor spelen, ontmoeten en sporten, meer plek om veilig te kunnen fietsen en lopen. En meer ruimte om binnenstedelijke bouwopgaven mogelijk te maken. Het tegelijkertijd verdichten in de stad (meer wonen, werken en voorzieningen) en het creëren van meer openbare ruimte komt voort door het toepassen van Transit Orientated development (TOD) benadering en het ontwerp principe STOMP. Strategische doelen Bij het opstellen van het Mobiliteitsplan is het van belang aan te sluiten bij de overkoepelende strategische doelen van de gemeente.
Deze overkoepelende doelen staan beschreven in de Omgevingsvisie van de gemeente Dordrecht. In de Omgevingsvisie staan drie strategische doelen beschreven die direct relateren aan mobiliteit: 1. Dordrecht is een aantrekkelijke stad
2. 3.
Dordrecht is een bereikbare stad Dordrecht is een gezonde stad
Dordrecht kent een sterke woningbouwopgave die voornamelijk binnenstedelijk zal worden gerealiseerd. Dit resulteert in een extra ruimtevraag in de stad. Om de leefbaarheid te behouden en waar ruimtebeslag moeten verminderen krijgt de auto een minder prominente rol. Andere modaliteiten daarentegen worden beter gefaciliteerd door middel van het toepassen van het STOMP-Principe (zie kader hierna voor wat het STOMP principe inhoudt). Dordrecht wil namelijk als aantrekkelijke, bereikbare en gezonde stad haar openbare ruimte multifunctioneel inrichten. Het ruimtelijk efficiënt inrichten van de stad zorgt ervoor dat er meer ruimte ontstaat voor een gedifferentieerd woningaanbod, culturele voorzieningen, betere toegang tot havens en kades, en extra groen om in te recreëren en bij te dragen aan klimaatadaptatie. De extra woningen en banen die er de komende jaren in de gemeente bijkomen zorgen voor extra verplaatsingen op een al intensief gebruikt mobiliteitsnetwerk in de stad. Het doel van de gemeente is om een aantrekkelijke, bereikbare en gezonde stad te blijven. Hiervoor wil Dordrecht lopen en fietsen centraal stellen en het spoornetwerk uitbreiden. Daarnaast wil de stad het autogebruik in de stad beperken door middel van een meer sturend parkeerbeleid en innovatieve verkeersoplossingen.
Het verminderen en verplaatsen van het autogebruik levert een noodzakelijke bijdrage aan het bereikbaar en leefbaar houden van de stad. In het bijzonder de bereikbaarheid van economische kerngebieden (het historische centrum en werkgebieden, waaronder Westelijke Dordtse 11
Oever (WDO) en het Gezondheidspark. Het sturen op autogebruik zorgt ervoor dat het aangenamer is om in te recreëren en te ontmoeten in verblijfsgebieden. STOMP Principe STOMP staat voor Stappen, Trappen, OV, MaaS en Privé-auto Bij het STOMP-principe geven we de S de meeste prioriteit, gevolgd door de T, de O, de M en dan pas de P. Zo vormt de mens het startpunt. Door functiemenging en compactheid toe te passen ontstaan gebieden waar lopen een aantrekkelijke optie is. Voor langere afstanden bieden fiets en OV uitkomst als schone en ruimte-efficiënte modaliteiten. MaaS – bijvoorbeeld deelvervoer – kan dit gebruik vergemakkelijken en verder stimuleren. De privéauto geldt als sluitstuk.
https://www.crow.nl/downloads/pdf/mobiliteit/brochure-toepassen-stomp_jan2023.aspx?ext=.pdf
De aanwezigheid van natuur en groen (Dordwijkzone) en het verminderen van geluidsoverlast en luchtverontreiniging als gevolg van mobiliteit heeft een positieve invloed op mensen en hun leefomgeving. Daarnaast draagt duurzame en actieve mobiliteit (lopen en fietsen) bij aan een gezonde levensstijl, wat de kwaliteit van leven van inwoners van Dordrecht verbetert. Via het stimuleren van gezond gedrag en het terugdringen van negatieve effecten van mobiliteit draagt mobiliteitsbeleid bij aan een gezonde stad. Mobiliteit is gerelateerd aan de diverse doelen en beleid. Hierbij kan gedacht worden aan: aantrekkelijke stad: minder blik op straat – meer beleving historische waarden, kwaliteitsopslag openbare ruimte en versterking van de groenblauwe structuur; gezonde stad: meer bewegen in de openbare ruimte, zelfstandig wonen en reizen, aanpak vervoer gevaarlijke stoffen, stedelijke mobiliteit die schone lucht, weinig geluidsoverlast, laag energiegebruik oplevert; uitstekend vestigingsklimaat: aantrekkingskracht door goede bereikbaarheid, watergebonden bedrijvigheid – juiste bedrijf op juiste plaats - bereikbaarheid van werkgebieden met alle vervoerwijzen, lokaal wegennet ontlasten van vrachtverkeer; klimaatbestendig: vluchtroutes in geval van overstromingsgevaar, hittestress – minder verharding voor verkeer; energieneutraal: laadinfrastructuur ten behoeve van elektrisch
rijden, voorzieningen ten behoeve van rijden op waterstof ; biodiversiteit: behoud en verdere ontwikkeling van ecologische structuur met langzaam verkeer routes om dit te kunnen beleven; zorg en ondersteuning: een stad waarin voorzieningen bereikbaar zijn voor iedereen (aanpak toegankelijkheid en vervoersarmoede). 12
Centrale thema's De strategische doelen uit de Omgevingsvisie van de gemeente Dordrecht zijn nog te abstract om te dienen als kapstok voor het mobiliteitsbeleid. Daarom zijn in dit document 5 centrale thema’s geformuleerd (zie onderstaande tabel) die richting geven voor mobiliteitsbeleid in Dordrecht. Belangrijk hierin is om de koppeling met de strategische doelen uit de omgevingsvisie te behouden. De 5 centrale thema's zijn zo geformuleerd dat ze aansluiten bij de strategische doelen van Dordrecht. Door het integrale karakter van het mobiliteitsbeleid raken alle thema’s aan de drie eerdergenoemde strategische doelen uit de omgevingsvisie.
1.
Thema
Uitgangspunt
Strategisch
Binnenstedelijk
verstedelijken –
knooppunten.
Ruimtelijk Concept
genereren en de leefbaarheid in de stad verbeteren
verdichten Zo
min
nabij
mogelijk
de
OV
automobiliteit
Een sterk netwerk realiseren voor voetgangers, 2.
Sterke netwerken
fietsers,
OV,
deelmobiliteit,
auto
en
goederenvervoer (waaronder gevaarlijke stoffen) 3.
Duurzamer en slimmer
Reizigers
reizen
reizen
4.
Menselijke mobiliteit
5.
Parkeren
stimuleren
duurzamer
en
slimmer
te
Veilige en inclusieve mobiliteit faciliteren waarbij de mens centraal staat Met parkeerbeleid sturen op vermindering van het autogebruik en minder blik op straat
13
5. Toelichting op de centrale thema's In dit hoofdstuk wordt ieder van de vijf thema's nader uiteengezet. Per thema wordt achtereenvolgens ingegaan op de ambitie, de opgaven, een doorkijk naar mogelijk maatregelen, de geografische scope en eventuele meekoppelkansen met ander beleid. In deze notitie wordt nu slechts een doorkijk naar mogelijke maatregelen gegeven, zodat een beeld ontstaat van de soort maatregelen die getroffen kunnen worden. Deze maatregelen worden pas bij het mobiliteitsplan verder uitgewerkt om daarna definitief vast te stellen. Thema 1: Strategische verstedelijking – ruimtelijk concept Strategische verstedelijking gaat over veel meer dan mobiliteit. Maar in deze notitie focussen we ons alleen op het mobiliteitsaspect. Door ruimtelijke ordening lopen, fiets en OV zo veel mogelijk in haar kracht zetten en meer verblijfskwaliteit creëren. Ambitie Door ruimtelijke ontwikkelingen te concentreren binnen de bestaande stad en te voorzien van een aantrekkelijk aanbod aan mobiliteit, bieden we mensen meer voorzieningen binnen hun bereik. Zo zorgen we voor meer nabijheid en minder reisbewegingen, minder verkeershinder en minder vertraging.
Mobiliteit wordt steeds bepalender voor ruimtelijke planvorming: Verdichten rondom binnenstedelijk knooppunten (hierdoor wordt gebruik van OV, lopen en fiets gestimuleerd) Nabijheid (basisvoorzieningen op loop- en fietsafstand) Concentratie (intensiveren aantal werknemers per ha)
Mobiliteitsvraag beperken (d.m.v. stimuleren thuiswerken en aanpak bezorgdiensten) De gemeente Dordrecht hanteert het principe dat ruimtelijke ontwikkeling en mobiliteit hand in hand gaan. In de strategische verstedelijkingsopgave wordt gekozen voor de Transit Orientated development (TOD) benadering. De verdichting wordt primair gezocht in de bestaande stad, waarbij de OV knooppunten een centrale positie hebben. De verstedelijkingsopgave en investeringen in (boven)regionaal OV en fiets houden hierbij gelijke tred. De woningbouwopgave is een belangrijke trigger om ruimte in de stad leefbaarder in te richten, met meer aandacht voor groen en gezondheid. In nieuwe stedelijke gebieden wordt de openbare ruimte dusdanig ingericht dat zij de overgang naar veiligere en duurzamere vervoerswijzen ondersteunt. De vrijgekomen ruimte in straten wordt gebruikt om straten groener en aantrekkelijker te maken om in te verblijven en om duurzame vormen van mobiliteit beter te faciliteren. In het verknopen van de stad met de Zuidvleugel staat het openbaar vervoer en dan met name het spoor centraal. Voor de verplaatsingen in de stad zelf, krijgen de fiets en voetganger een stevigere positie. Hierbij moet ook gedacht worden aan het anders en slimmer organiseren van het parkeren door het toepassen van een gebiedsgebonden parkeervisie bij gebiedsontwikkelingen/herontwikkelingen in wijken.
Hierbij worden de parkeernormen aangescherpt aan de hand van de toekomstige verdichtingsgraad en de mobiliteitsreductiefactoren in relatie tot het STOMP principe. Opgaven • De Spoorzone Dordrecht is een integrale gebiedsopgave voor de stad. Naast bereikbaarheid wordt hier grootschalig geïnvesteerd in wonen, werken, onderwijs en zorg. Deze afspraken zijn geborgd in de 14
•
•
•
Zuidvleugel Verstedelijkingsalliantie en binnen het MIRT Oude Lijn onder de Wederkerigheidsafspraken. - Het centraal station staat aan de vooravond van een grootschalige renovatie (verbreden tunnel, verbreden perrons, gebouw). - Tussen het nieuwe station Dordrecht Leerpark en de Zuidvleugel wordt geïnvesteerd in de City Sprinter. Een hoog frequent spoor systeem (8x/uur) voor de dagelijkse forens. - Verplaatsen emplacement Weeskinderendijk naar zuidrand van de stad - Hoogwaardige stads HUB Weeskinderendijk (functie voor een groot gebied) Basisvoorzieningen zoals basisschool, arts, ontmoetingsplek (café, park), winkel, OV hub en sportveld moeten in alle wijken, bestaand en nieuw, op loop- of fietsafstand gesitueerd zijn. Sturen in een gezamenlijke spoorgemeenten lobby op heroverwegen van nationale goederenvervoer netwerken door woonwijken. Met als doel de aanleg van een dedicated Goederenvervoerlijn (DGL) gekoppeld aan de A16 Beleid dat past bij de verschillen in de stad; de kwaliteit en aard van de verschillende gebieden in de stad bepalen (mede) de oplossing voor mobiliteitsopgaven. Er zijn per gebied verschillende oplossingen en manieren van werken. Zo zijn er in het Toekomstbeeld van de binnenstad – Slijpen aan een diamant – opgaven voor dit gebied verwoord.
Mogelijke maatregelen o Herstructurering aansluiting Laan der VN/ A16 (behoudt primaire aansluiting van de stad op de A16, maar met minder ruimtebeslag) o Pilot met vergroenen straten; creëren van autovrije buurten met een groene leefomgeving o Groene lanen in de wijken voor wandelen en fietsen o Leefbaarheid verbeteren nabij stations. o Centrale parkeervoorzieningen aan rand (combinatie van functies – pakketkluizen) o Nieuwe stations - citysprinter Meekoppelkansen Het thema strategische verstedelijking met zijn ambitie en opgaven heeft sterke raakvlakken met het programma bouwende stad, ruimtelijke ordeningsprincipes en de opgave Blauw Groene Stad met daaraan gekoppeld de gezonde stad.
Geografische scope De primaire scope is het "Daily Urban System" van Dordrecht. Dit is het gebied waar alle dagelijkse ritten (woon, werk, onderwijs, voorzieningen e.d.) van en naar plaatsvinden. In de praktijk is Drechtsteden met een duidelijke uitloper naar de Zuidvleugel (m.n. Rotterdam) en West-Brabant. 15
Thema 2: Sterke netwerken Ambitie Om de groei van de mobiliteit op te vangen met lopen, fietsen en openbaar vervoer moeten deze alternatieven voor de auto op orde zijn en moet de toegankelijkheid voor iedereen tot het mobiliteitssysteem geborgd zijn. Ook de auto zal onderdeel uit blijven maken van het reisgedrag van onder andere bewoners, forenzen en bezoekers. Om hen te verleiden om tijdens hun reis over te stappen van de auto op bijvoorbeeld de fiets, het OV of met een vorm van deelmobiliteit moet deze multimodale reis minimaal net zo aantrekkelijk zijn als de autoreis naar de eindbestemming. Daarvoor moeten alle onderdelen van deze multimodale reis op orde zijn. Om de gewenste groei van fiets en OV te faciliteren, pakken we de routes die verbeterd moeten worden aan en maken we nieuwe routes. Loop- en fietsroutes nodigen uit om (ook) recreatief gebruikt te worden. Parken, natuur en sportvoorzieningen zijn goed met lopen, fietsen, het OV of deelmobiliteit te bereiken. Bij het op orde brengen van de hierboven genoemde netwerken hebben we aandacht voor nood- en hulpdiensten en logistiek verkeer. We gaan de forse groei van de mobiliteit opvangen met lopen, fietsen, deelmobiliteit en OV. Bezoekers die met de auto komen, stimuleren we om een transferium of mobiliteitshub te gebruiken en te kiezen voor een duurzaam alternatief op het laatste stuk van hun reis.
Verkeer sturen We gaan per vervoerswijze netwerken aanwijzen, dan wel actualiseren. Bij de uitwerking van de netwerken blijven we prioriteit geven aan duurzame vormen van vervoer: lopen, fietsen en openbaar vervoer en zetten we in op de multimodale reis en deelmobiliteit om groei van het autoverkeer in de stad te voorkomen. Daar zijn fysieke projecten voor nodig (bijvoorbeeld
herinrichtingen en het verbeteren van fiets- en OV-infrastructuur), maar het vereist ook een integrale aanpak. Hierbij worden nadrukkelijk de milieuaspecten van mobiliteit betrokken; het beperken van hoge geluid-, stikstof- en luchtkwaliteitswaarden door bijvoorbeeld gemotoriseerd verkeer te weren. Voor het mobiliteitsplan wil de gemeente een meer multimodale visie op haar netwerken ontwikkelen (bijvoorbeeld gebaseerd op het multimodale netwerkkader van het CROW). Hierbij hanteert de gemeente het STOMPprincipe: langzaam verkeer krijgt, op plekken waar meerdere modaliteiten samen komen, de voorkeur boven niet-duurzaam verkeer zoals de personenauto. Hiermee verbetert de gemeente de leefbaarheid van de stad en stimuleert daarbij inwoners om zich zo veel mogelijk lopend en met de fiets te verplaatsen. Deze multimodale visie beantwoordt ook de vraag in welke gebieden de auto de voorkeur krijgt en waar niet. De mobiliteit per vervoerwijze, dient door de netwerken op de gewenste wijze, met voldoende kwaliteit en veiligheid en minder hinder voor de omgeving te worden afgewikkeld. Opgaven – algemeen • Actualiseren, dan wel opstellen van beleidskaders voor iedere vervoerswijze. • Opstellen van verkeersstructuurplan waarin alle modaliteiten op elkaar afgestemd worden. • Verkeer sturen: regelen van kruispunten alleen waar nodig, ruimte voor innovatie met verkeersmanagement.
• Kiezen voor maatwerkoplossingen: plek in de stad bepaalt de mobiliteitsaanpak. • Principes prioritering vervoerwijzen stellen:
16
-
-
-
-
Prioriteit voor de voetganger zit vooral in korte routes en voldoende kansen om veilig over te steken en niet zozeer in voorrang; Voor fiets is een gestage, weinig onderbroken reis van belang; Voor alle OV-lijnen geldt dat stoppen, wachten en weer optrekken zeer oncomfortabel is. Prioriteit betekent dat stoppen zoveel mogelijk wordt voorkomen; We kiezen ervoor om de auto een lagere prioriteit te geven. Omdat de auto een snel en comfortabel vervoermiddel is, vinden we langer wachten bij verkeerslichten minder erg. Wel is het van belang dat voorkeursroutes, zoals de stedelijke verbindingswegen richting de snelweg, qua rijtijden sneller zijn dan ongewenste routes door de wijken; Voor efficiënt en schoon goederenvervoer is maatwerk nodig; Voor nood- en hulpdiensten is het van belang om van OVroutes gebruik te kunnen maken en daarmee van de prioriteit van OV-lijnen.
Mogelijke maatregelen - algemeen o Het STOMP-principe toepassen in heel Dordrecht en per gebied bepalen welke modaliteit de voorkeur krijgt. o Onderzoeken / in kaart brengen met welke grote en kleine ingrepen in het netwerk de voetganger, fiets en OV meer op voorsprong kunnen worden gebracht t.o.v. de autoverplaatsing. Onder meer prioritering bij kruisingen, bijvoorbeeld door anders instellen verkeerslichten.
Uitsplitsing per STOMP onderdeel Stappen (lopen) Ambitie De ambitie is om een voetgangersnetwerk vast te stellen waarbij voor elke wijk en buurt de (dagelijkse) voorzieningen ontsloten worden en goed en prettig te bereiken zijn te voet. Speciale aandacht gaat hierbij uit naar de binnenstad (‘Slijpen aan een diamant’). Ook worden (grotere) OV-locaties en transferia en mobiliteitshubs onderdeel van dit netwerk. Zo krijgt de voetganger voldoende prioriteit in die gebieden, en wordt de ketenmobiliteit verder versterkt. Dit netwerk wordt vervolgens op gewenste kwaliteit gebracht. Wat deze gewenste kwaliteit is wordt verder uitgewerkt en vastgelegd. Opgaven • Meer verplaatsingen te voet, mede door het verbeteren van belangrijke utilitaire wandelroutes door meer ruimte voor de voetgangers te realiseren en kwaliteit op orde te brengen. • Betere verbindingen van de mobiliteitshubs Weeskinderendijk en Energieplein (Wantij West) met historische binnenstad en op termijn voor het Leerpark met het Gezondheidspark in relatie tot het te realiseren station Leerpark. Daar waar nodig dergelijke belangrijke looproutes ook verkorten, door doorsteken te realiseren. • Verbinding met OV knopen ofwel OV hubs, zoals waterbushaltes. • Herkenbaarheid en leesbaarheid van looproutes door centrum vergroten. Geografische scope Met dit onderdeel van het STOMP-principe focussen we ons op Dordrecht.
17
Mogelijke maatregelen o Vaststellen van netwerk: lijnen op wijkniveau en op buurtniveau en van/naar belangrijke voorzieningen (OV, binnenstad, hubs, recreatiegebieden); o Vaststellen van gewenste kwaliteit van het stappen netwerk; o Schouw uitvoeren naar huidige kwaliteit van het netwerk; o Op basis van schouw plan van aanpak maken per gebied/wijk; o Het looproute netwerk optimaliseren door het aanleggen dan wel verbeteren van quick-wins (rode loper binnenstad - station, Energieplein (Wantij West) - binnenstad en Weeskinderdijk Spuiboulevard) en om het gehele netwerk op niveau te krijgen, aansluiten op bestaande MOP-projecten. Het opheffen van parkeerplaatsen en versmallen van de rijbaan om ruimte te maken voor lopen (en fietsen) zijn keuzes die dan voor kunnen liggen. Meekoppelkansen Stappen heeft een duidelijk verband met de opgave Groenblauwe Stad: verbinden van groenblauwe gebieden middels groenblauwe routes. Er is een goede koppeling te maken tussen enerzijds missende schakels voor voetgangers en anderzijds het aantrekkelijker maken van de routes en verblijfplaatsen door het toevoegen van groen, water en andere voorzieningen zoals bankjes. Dit draagt ook bij aan de opgave voor de aantrekkelijke (binnen)stad. Ook is er een duidelijk raakvlak met gezonde stad: door meer ruimte te creëren voor lopen bieden we de mogelijkheid om meer te bewegen in de buitenlucht.
Verder is dit onderdeel van STOMP sterk verbonden met het toekomstbeeld van de binnenstad – slijpen aan een diamant en de ontwikkeling van Wantij-west. Denk hierbij aan het vergroten van het voetgangersgebied, het versterken van hoofdroutes in en naar de binnenstad en recreatieve routes langs het water.
Trappen (fiets) Ambitie In Dordrecht zijn we blij met fietsers. Fietsers zorgen ervoor dat de stad bereikbaar blijft, ook als de stad verder groeit. Nu al staan er files op de Dordtse toegangswegen en wegen naar de binnenstad. De beschikbare ruimte voor parkeren is schaars en we hebben te maken met hoge geluidsbelasting door gemotoriseerd verkeer. Door meer te fietsen geven we ademruimte aan onze wegen om de groei aan te kunnen. Maar ook letterlijke ademruimte: fietsen is goed voor het milieu en de gezondheid. Door vaker voor de fiets te kiezen kunnen we onze luchtkwaliteitsdoelen behalen. Fietsers zijn bovendien de extra ogen en oren op straat die zorgen voor levendigheid en daarmee een aantrekkelijke en veilige stad. Dat we blij zijn met fietsers willen ook laten merken aan de stad. We willen dat fietsers zich welkom voelen op straat en bij hun bestemming als ze de fiets willen stallen. Fietsers hebben een kwetsbare positie ten opzichte van sneller verkeer. Op veel plekken in Dordrecht komen fietsers nu in de knel. Smalle fietsstroken langs een drukke 50 km/u autoweg is een situatie die in Dordrecht vaak voorkomt. Maar er zijn ook belangrijke fietsroutes waar fietsstroken of -paden zelfs ontbreken. Fietsers moeten niet zelden lang wachten bij verkeerslichten of omfietsen.
Ook ontbreekt het, in het bijzonder in de binnenstad, aan voldoende plekken waar de fiets geparkeerd kan worden. Deze situaties willen we aanpakken. Opgaven • In het politiek akkoord 2022-2026 is afgesproken dat er voor de komende jaren een nieuw fietsplan opgesteld wordt. • Een groter aandeel fietsverplaatsingen in de stedelijke verplaatsingen realiseren (in eerste instantie op de korte afstanden (< 7,5 km) omdat hier de meeste winst valt te behalen).
18
•
• •
▪
Meer stallingsruimte voor fietsen creëren in het centrum en woonwijken zowel overdekt als in de openbare ruimte, zodat een netter straatbeeld ontstaat. Aansluiting fietsnetwerk op nieuwe gebiedsontwikkelingen, de binnenstad en belangrijke mobiliteitshubs zoals stations. Aansluiting op regionale fietsroutes en Nationale Toekomstbeeld fiets.
Geografische scope De scope voor de fiets is de stad Dordrecht, de regio Smart Delta Drechtsteden en de omliggende gemeenten (Hoeksche Waard, Moerdijk, Altena, Gorinchem, Molenlanden en Ridderkerk). Mogelijke maatregelen o Realiseren van extra gratis fietsenstallingen in de binnenstad, onder andere bij Drievriendenhof; o Actualiseren van het Dordts fietsnetwerk; o De basiskwaliteit van het fietsnetwerk op orde brengen; o Uitvoeren fietsuitvoeringsplan 2023 – 2026 met daarin: o Maatregelen fysieke infrastructuur: ▪ Aansluiten op onderhoudsprojecten (meekoppelkansen); ▪ Doorlopende projecten (vorig UIP & ontwikkelingen); ▪ Nieuwe projecten (fietswensen) zoals het creëren van een fietsstraat in de Vriesweg en Twintighoevenweg; o Haalbaarheidsonderzoeken complexe schakels zoals de Crayensteynstraat en het verbeteren of realiseren ongelijkvloerse kruisingen (tunnels) bij de Transvaalstraat en Laan der VN – S.M. Hugo van Gijnweg, Weeskinderendijk – Hoge Bakstraat; o Fietsparkeren:
o
Vlonders & nietjes (fietsparkeerplan) + deelfietsplekken + onderzoek bewonersstalling (evt. pilot); o Aanpak kwaliteit quick wins: ▪ O.a. paaltjes, verlichting, gladheid en markering; o Aanpak VRI wachttijden fietsers (optimalisatie) waardoor automobilisten langer moeten wachten op groen; o Fietsstimuleringsmaatregelen: ▪ Acties + communicatie; Verlenging van de snelfietsroute F16 (Metropolitane fietsroute Rotterdam – Dordrecht) naar het station van Dordrecht.
Meekoppelkansen Trappen heeft een duidelijk verband met de opgave Gezonde stad. Door fietsers meer ruimte te geven, is het makkelijker om te bewegen en te sporten in de openbare ruimte. Daarnaast trekken goede en prettige fietsroutes toeristen en recreanten aan, wat weer goed is voor het doel aantrekkelijke stad. Dit is tevens verbonden aan het toekomstbeeld voor de binnenstad (slijpen aan een diamant), waar aantrekkelijke routes vanuit de woonwijken naar het centrum zorgen voor meer bezoek op de fiets. Verder kan met fietsverbindingen het groen beter beleefd worden, wat weer kan bijdragen aan de biodiversiteit.
19
Openbaar vervoer Ambitie Het moet vanzelfsprekender worden om met het openbaar vervoer te reizen als men een bezoek wil brengen aan de binnenstad, naar een plek in de regio of naar andere delen van de Randstad wil reizen. Om dit voor elkaar te krijgen moet er op verschillende schaalniveaus maatregelen getroffen worden, omdat ieder een deel van de vervoersmarkt bediend. Denk aan een systeemsprong in het openbaar vervoer tot aan vraaggericht vervoer op dunne lijnen. Een investering in het OV vraagt om maatwerk per deelsysteem. Opgaven • Systeemsprong naar het city sprinter model • Meer OV-gebruik op de lange afstanden (bovenregionaal) door o.a. betere verbindingen met gebieden in de Daily Urban System van Dordrecht en op de kortere afstanden ((boven)lokaal) door de verbetering van de buslijnvoering • Meer regionaal personenvervoer over water (waterbus gebruik verhogen) en de veerverbinding naar Werkendam doorontwikkelen. • Hoogwaardige OV-knooppunten met goede voetgangers-, fiets- en deelmobiliteit voorzieningen. • Aanvullende vervoervoorzieningen – zoals vraaggestuurde bus - als maatwerk Geografische scope Bij het openbaar vervoer kijken we verder dan alleen naar Dordrecht. We kijken naar de zogenaamde daily urban system. Een daily urban system is het gebied waarbinnen de belangrijkste dagelijkse verplaatsingen (woonwerk, studie, sport, etc.) zich afspelen.
Dit reikt verder dan de Smart Delta
Drechtsteden. We kijken ook naar de Zuidvleugel en het westelijk deel van Brabant. Mogelijke maatregelen o Het spoorsysteem staat aan de vooravond van een schaalsprong. Het centraal station Dordrecht met een nieuwe tunnel en bredere perrons biedt de mogelijkheid om het OV op een hoger planniveau te tillen. o De verbindingen op de Zuidvleugel krijgen de komende jaren een forse impuls. Naast de Intercity wordt het product City Sprinter ontwikkelt. Een hoogfrequente verbinding (8x/uur) over het spoor tussen het nieuwe station Leerpark en Rotterdam - Den Haag. o Een doorontwikkeling van de MerwedeLingelijn biedt kansen. Naast nieuw materieel wordt het direct doorrijden naar Rotterdam onderwerp van de studie. De MerwedeLingelijn is en blijft de OV backbone voor de oostelijke Drechtsteden. o Met het nieuwe station Leerpark kan dit onderwijscluster zich, naast de regio, nog scherper gaan richten op West-Brabant. o Het opstellen van een gezamenlijke OV visie in Drechtsteden verband samen met provincie Zuid-Holland. Exploitatie en infrastructuur zijn onderdelen van deze visie. o We zetten ons in op het verder doorontwikkelen van het bussysteem voor stad en regio. Deze zal nauw aansluiten bij gebiedsontwikkelingen, o.a. in de binnenstad en de Spoorzone, waaronder in de Spuiboulevard, het Leerpark, Gezondheidspark en Maasterras.
o De Waterbus blijft een uniek en gewaardeerd OV systeem in stad en regio. We zetten ons in om deze verder te optimaliseren en door te ontwikkelen. Deze komende jaren staat een nieuwe vloot en een upgrade van de Waterbushaltes zoals de Merwekade (in combinatie met de ontwikkeling van Otto Dickeplein) op de agenda.
20
o
o
o
De veerverbinding tussen Dordrecht en Altena (Kop van het Land) blijft een stabiele verbinding met de Biesbosch. Deze zal verder worden verduurzaamd. Met de pilot innovatief personenvervoer verbinden we de oevers van de Drechtsteden en Gorinchem met schone, snelle, kleine boten (watertaxi). Inpassing van (vrije) businfrastructuur.
Meekoppelkansen De ambitie op het gebied van openbaar vervoer heeft sterke raakvlakken met het programma bouwende stad en de Groeiagenda van zowel de regio als de gemeente Dordrecht. Door aanwezigheid van hoogwaardig openbaar vervoer kan de ambitie van binnenstedelijk uitbreiden makkelijker gerealiseerd worden. Daarnaast biedt OV – met name de waterbus – potentie voor de groei van toerisme en recreatie.
Mobility as a service (MaaS) Onder dit onderdeel vallen deelmobiliteit en mobiliteitshubs. Ambitie Door het creëren van logische knooppunten waar verschillende vervoersvormen en netwerken bij elkaar komen, bieden we uitstekende alternatieven voor de privéauto. Deze mobiliteitshubs met deelmobiliteit, goede fietsinfrastructuur, een dekkend openbaar vervoer aanbod en aanvullende voorzieningen zorgen voor een aantrekkelijke manier van voor- en na transport. Hierdoor trachten we (binnenstedelijk) privéautogebruik terug te dringen en bij te dragen aan de vergroening van de stad. We spelen ruimte vrij die we in de straten zelf op andere manieren kunnen invullen. We zien deelmobiliteit - naast lopen, fietsen en openbaar vervoer - voor de toekomstige bereikbaarheid en leefbaarheid van de stad als noodzakelijke aanvulling op de alternatieven voor de privéauto. Maar het aanbod moet wel voldoen aan onze voorwaarden. Deze variëren per gebied binnen onze gemeente. Mobility as a Service (MaaS): multimodaal reisadvies op maat MaaS gaat om het plannen, boeken en betalen van al het mogelijke vervoer via apps. Bijvoorbeeld de deelfiets, -auto, -scooter, of (water)taxi. En zelfs de eigen auto of fiets. Maar vooral ook combinaties van al deze soorten vervoer. Zodat reizen van-deur-tot-deur op maat en volgens de wensen van de reiziger mogelijk is.
We willen in de toekomst toegroeien naar een MaaS (Mobility as a service) systeem. Om dit te kunnen verwezenlijken maken we afspraken met 21
aanbieders van (deel)mobiliteit over interoperabel werken. We ontwikkelen als gemeente zelf geen MaaS applicatie. Opgaven • Vormgeven van stadsrand- en buurthubs en het uitbreiden van het aantal hub locaties. • Inrichten van bestaande parkeergarages volgens een hub (P&R) principe voor forenzen en bezoekers. • Een fijnmazig netwerk van buurthubs doorontwikkelen waar deelvervoer en andere voorzieningen samenkomen. • Upgraden van bestaande regionale hubs met onder andere ketenmobiliteit en enkele nieuwe hubs realiseren inclusief voor- en natransport (rapport regionale hubs) • Een gevarieerd aanbod aan deelmobiliteit binnen Dordrecht. Dit geldt zowel voor soorten als aanbieders. • Een uniforme uitstraling en een goede vindbaarheid om free floating deelvoertuigen zo veel mogelijk te voorkomen. • We werken zo veel mogelijk met deelvoertuigstations, zowel fysiek als virtueel. In het geval van deelauto's werken we juist zo min mogelijk met vaste plaatsen, zodat we parkeerplaatsen zo veel mogelijk dubbel kunnen gebruiken. • In het geval van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moet deelmobiliteit duurzaam verankerd zijn in het mobiliteitsprofiel van de ontwikkeling. Tevens stimuleren we ontwikkelaars om zoveel mogelijk aan te sluiten bij het stadsbrede aanbod van deelmobiliteit.
Geografische scope Bij de aanpak van deelmobiliteit en hubs kijken we naar Dordrecht en de regio Smart Delta Drechtsteden.
Mogelijke maatregelen o Uitvoeren acties agenda deelmobiliteit: ▪ Stellen van kwaliteitseisen voor de inpassing van deelmobiliteit in de openbare ruimte ▪ Vergroten van aanbod deelmobiliteit – we groeien naar 400 deelauto's in Dordrecht in 2030 ▪ Stimuleren van gebruik van deelmobiliteit o Investeren in ketenmobiliteit en het verknopen van netwerken door middel van mobiliteitshubs. o Quick win: Parkeergarage Energiehuis inrichten als P&R met aantrekkelijke tarieven en last-mile vervoer richting het centrum. o Onderzoek naar de mogelijkheden en consequenties van verplaatsing en ontwikkeling van parkeer- en mobiliteitshub Energieplein (Ontwikkelplan Wantij West). o P&R Weeskinderendijk uitbreiden en versterken tot een mobiliteitshub onder andere voor het afvangen van autoverkeer door bezoekers van de binnenstad. o Een gemeentebreed standaardontwerp ontwikkelen voor de inrichting en ontwerp van buurthubs. o Regionale hubs; uitvoeren van actieagenda van rapport regionale hubs. Meekoppelkansen Bij het ontwikkelen van hubs trachten we het aandeel gemotoriseerd verkeer uit de binnenstad en de wijken te halen. Denk hierbij aan privé auto's, maar ook aan pakketservices. Want door pakketkluizen bij de hubs te realiseren kunnen deze ritten hier afgevangen worden.
Tevens kunnen hubs ook een ontmoetingsplaats worden door combinaties te maken met bijvoorbeeld speelplekken en andere voorzieningen.
22
Prive auto Ambitie Het huidige autonetwerk zit in de spitsperiode aan haar maximale capaciteit. Door de ruimtelijke verdichting van de stad is er geen ruimte om het autoverkeer in de stad te laten groeien. We zetten in op de groei van mobiliteit in de breedte en geen groei van het autoverkeer. Iedereen mag de (privé)auto (blijven) gebruiken, maar gaat ook accepteren dat daar de structurele congestie in de spitsen standaard is. Dordrecht wil dat autoverkeer zonder herkomst of bestemming in de stad, blijft rijden via de rijkswegen. Ook willen we dat autoverkeer naar de stad zo lang mogelijk blijft rijden via de rijkswegen en lokale gebiedsontsluitingswegen om alleen het laatste stukje door de stad of wijk te rijden (rijden via de juiste invalsroute zoals A16, N3 en Laan der VN). Zo worden zo min mogelijk mensen blootgesteld aan geluid, stank en onveiligheid als gevolg van druk autoverkeer. Met Rijkswaterstaat, provincie en gemeenten in de regio willen we ervoor zorgen dat ook in de spits er sprake is van voldoende doorstroming van het autoverkeer op de rijkswegen. Opgaven • Geen groei van het autoverkeer van en naar de stad door de alternatieven aantrekkelijker te maken. • Gebiedsontwikkeling vindt zoveel mogelijk autoluw plaats.
• Er is in en rondom het centrum, zoals op de centrumroutes (Oranjelaan, Toulonselaan, Burgemeester de Raadtsingel, Havenstraat en Spuiboulevard, Vest, Kromhout, Noordendijk) geen ruimte voor autoverkeer dat hier geen bestemming heeft, ook om de bereikbaarheid van het centrum te waarborgen.
•
• • •
•
•
Verminderen van autoverkeer in het centrum (binnenstad en schil) door toeristen en bezoekers uit de regio hun auto te laten parkeren in aantrekkelijke mobiliteitshubs aan de rand van het centrum met een goede overstap op OV-lijnen, deelmobiliteit en goede fietsvoorzieningen naar hun bestemming. Inzetten op verkeersmanagement om autoverkeer over de gewenste routes te verdelen en de overlast van autoverkeer te beperken. Investeren in de goede bereikbaarheid - als de doorstroming ontoereikend is - voor noodzakelijk autoverkeer, met name op de ontsluitende wegen zoals de Laan der VN. Snelheid van autoverkeer daar waar mogelijk verlagen voor meer veiligheid, minder geluid en betere luchtkwaliteit. Hierbij wordt rekening gehouden met de aanrijtijden van hulpdiensten zodat geen ongewenste situaties ontstaan. Minder binnenstedelijk (sluip-) autoverkeer door het doseren van binnenstedelijke autoroutes richting de binnenstad, zoals de Krispijnseweg en het aanscherpen van het toelatingsbeleid in het autoluwe gebied. In de woonwijken staat het bereiken van de woning centraal en niet de doorstroming van verkeer. Voetgangers, fietsers en openbaar vervoer hebben hierbij een belangrijke positie. De auto is meer ondergeschikt, alleen bestemmingsverkeer is gewenst. Gebiedsvreemd verkeer wordt zo veel mogelijk geweerd door onder andere de auto om de stad te leiden via de rijkswegen.