Technische vragen PPN2026 2e ronde en restant 1B ronde - versie raad v2.pdf
Tekst van het document
FRACTIES PvdA, PARTIJ VOOR DE DIEREN, BETER VOOR DORDT, CDA EN GROENLINKS Technische vragen vrijwilligersorganisaties en kansengelijkheid 95.
46
In hoeverre zijn de bezuinigingsvoorstellen in de PerspectiefNota 2026 volledig? Vanaf welke bedragen worden de bezuinigingen benoemd? Met andere woorden: zijn er nog bezuinigingen die niet genoemd worden in de PerspectiefNota 2026, maar die wel gevolgen hebben voor onze basisvoorzieningen en bevorderen van kansengelijkheid?
Alle bezuinigingsvoorstellen zijn expliciet in de PPN benoemd. Er worden daarnaast, als onderdeel van het reguliere subsidieproces, afspraken gemaakt met gesubsidieerde organisaties over te leveren activiteiten en het hierbij behorende subsidiebedrag. Gelet op uw inleiding en de link die wordt gemaakt met vrijwilligersorganisaties (veelal mede gesubsidieerd vanuit de gemeente) lijkt er een verband te worden gelegd tussen dit reguliere proces en de huidige bezuinigingsvoorstellen op het vlak van subsidies. Daarnaast zijn er bezuinigingsmaatregelen in gang gezet naar aanleiding van een kortingsmaatregel die het rijk heeft ingezet op een aantal specifieke uitkeringen (SPUK). Dit betreft, in relatie tot het onderwerp van kansengelijkheid uit uw vragen, de SPUK bestrijding onderwijsachterstanden (OAB). Vanwege het specifieke karakter van deze regeling zijn er geen voorstellen opgesteld, maar reeds maatregelen ingezet. Het college is bevoegd om deze maatregelen uit te voeren en daarmee loopt deze ontwikkeling een eigen proces.
Kenmerk Datum
96.
30-6-2025
Om ons een volledig beeld te kunnen vormen van het totaal aan bezuinigingen en de impact van die bezuinigingen op essentiële voorzieningen en kansengelijkheid, vragen wij om een volledige opgave van bezuinigingen bij organisaties en stichtingen die werken met vrijwilligers, zoals Stichting Voorlezen, maar ook Vluchtelingenwerk, etc., en wat hiervan de consequenties zijn voor de kansengelijkheid.
De volgende bezuinigingsvoorstellen hebben een relatie met subsidies bij organisaties en stichtingen:
· 0.2.7 Niet toepassen gemeentelijke indexering voor subsidies in het jaar 2026 · 2.2.1 RTV Dordrecht naar streekomroep · 2.2.6A Verkleinen van budget evenementsubsidies en meer kosten doorrekenen · 4.2.1 Meer participatieplekken · 5.2.5A Bibliotheek: versoberen dienstverlening Het niet toepassen van de gemeentelijke indexering voor subsidies (0.2.7) is van toepassing op veel maatschappelijke organisaties in de stad. De maatregel is niet van toepassing op subsidierelaties tot €10.000 die met séc vrijwilligers werken en organisaties die worden gesubsidieerd met rijksmiddelen die wij als centrumgemeente ontvangen. De maatregel is ook niet van toepassing op de bibliotheek; voor de bibliotheek is een separaat bezuinigingsvoorstel (5.2.5A). De bibliotheek werkt voor alle inwoners van Dordrecht, ook op basisscholen, Voortgezet Onderwijs en in wijkcentra. Beperking van dienstverlening kan consequenties hebben voor het bevorderen van kansengelijkheid. De precieze invulling van de bezuiniging ligt bij de organisaties zelf, veelal in overleg met de gemeente. Daarmee zijn op dit moment eventuele consequenties voor de kansengelijkheid vanuit deze voorstellen niet in beeld te brengen. Vanuit de opdracht om de korting op de middelen van OAB door te voeren is uitgegaan van wetgeving, prioriteit en de uitgangspunten van de Dordtse onderwijsvisie(s).
Kansengelijkheid is het hoofdthema van de onderwijsvisies. Wat werkt (en wat moet) wordt zoveel mogelijk behouden. Zie in bijgevoegde link (Openbaar subsidieregister en subsidieplafonds - Dordrecht) het meest recente subsidieregister (2024) waarin de subsidierelaties en bedragen staan opgenomen.
97.
47
Wij vragen u dit overzicht voordat de PerspectiefNota 2026 behandeld wordt in de gemeenteraad aan ons te doen toekomen, zodat wij het debat weloverwogen kunnen voeren, de impact op onze voorzieningen die bijdragen aan de kansengelijkheid kunnen afwegen en verstandige besluiten kunnen nemen.
Dit betreft een procesopmerking.
Kenmerk Datum
30-6-2025
98.
De aanpak van kansengelijkheid voor alle kinderen moet gedifferentieerd kunnen worden aangeboden. Sommige kinderen hebben meer aanpak en ondersteuning nodig om tot hetzelfde resultaat te kunnen komen dan andere kinderen. Hoe wordt dit gewogen bij de verschillende bezuinigingen en welke impact heeft dit op de kansengelijkheid voor alle kinderen?
In het voorstel van het college is niet de expliciete afweging gemaakt die u benoemt, mede vanwege het feit dat de precieze invulling van de bezuinigingen op subsidies nog uitgewerkt moet worden (zie ook antwoord 2).
99.
Wat is het effect van de stapelingen van bezuinigingen binnen verschillende subsidieregelingen op de kansengelijkheid bij kinderen? Denk aan: Onderwijsachterstandenbeleid en Dordts Leerprogramma. Als en doelgroep onder 1 regeling valt, wordt deze groep dan automatisch bij een andere regeling uitgesloten? Zo ja, op welke gronden worden deze dan uitgesloten?
Zie antwoord bij vraag 96 en 98, de effecten zijn op dit moment niet volledig in kaart te brengen. Tevens zien wij geen directe stapelingseffecten, omdat de grootste maatregel m.b.t. subsidies een maatregel betreft om eenmalig niet te indexeren.
Is er zicht op alle doelgroepen die een extra ondersteuning nodig hebben? Is er zicht op de overlap en gaten in het aanbod van alle vrijwilligersorganisaties in de stad na de bezuinigingen waarover bij de PerspectiefNota 2026 wordt beslist? Welke overlap en welke gaten zijn weg of erbij gekomen?
Zie ook antwoord op technische vraag nr. 87: Het gaat om een breed pakket aan bezuinigingsmaatregelen in het sociaal domein, die een brede groep inwoners (mogelijk) raken. Het is niet mogelijk om een specifieke doelgroep te benoemen. Het kan gaan om inwoners die gebruik maken van een algemene Wmo-voorziening of jeugdhulp krijgen, maar ook om inwoners die gebruik maken van een door de gemeente gesubsidieerde maatschappelijke voorziening. Zoals in de perspectiefnota staat geschreven, houden we rekening met inwoners die mogelijk met een stapeling van maatregelen te maken krijgen. Met het oog op uitgangspunt 3 van het bestuurlijk kader – Zorg en ondersteuning moeten toegankelijk blijven voor inwoners in een kwetsbare positie - willen we het sociaal fonds oprichten (pag. 6 van de perspectiefnota). Het Sociaal Fonds is een maatregel om bijvoorbeeld de hogere eigen bijdrage voor Huishoudelijke ondersteuning of scootmobielen voor inwoners in een kwetsbare positie te compenseren. De voorwaarden voor het sociaal
100.
48
Ook voor de genoemde regelingen ‘OAB’ en ‘Dordts Leerprogramma (DLP)’ zijn de definitieve effecten nog niet in beeld. Voor ‘OAB’ is al toegelicht dat hier vanuit het rijk een korting wordt toegepast. De belangrijkste wettelijke taak en daarmee de grootste kostenpost is de vormgeving van voorschoolse educatie. Naast de bij vraag 2 genoemde uitgangspunten wordt ‘behouden wat werkt’ gehanteerd, zodat het bevorderen van kansengelijkheid ook in de toekomst behouden blijft. Uitbreiding van huidig aanbod of nieuwe initiatieven zijn is op dit moment niet aan de orde. Op ‘DLP’ wordt vooralsnog geen korting toegepast. Als het gaat om specifieke doelgroepen bedienen (of uitsluiten) vanuit regelingen, dat kan inderdaad voorkomen. Dit heeft eerder een inhoudelijk, dan een financieel uitgangspunt en is niet ingegeven vanuit bezuinigingsmaatregelen.
Kenmerk Datum
30-6-2025
Ook hier vragen wij om een overzicht voor de behandeling in de gemeenteraad van de PerspectiefNota 2026.
fonds zullen verder uitgewerkt worden samen met de uitwerking van de voorgestelde bezuinigingen. Dit zal onder andere leiden tot een wijziging in de verordening Wmo, die door uw raad vastgesteld worden.
Fractie VSP 101.
Blz 16 – Culturele Sector (9) [2.2.9] Ombuigingen in 2027 voor 400k en vervolgens 830k per jaar. In de toelichting lezen we echter alleen maar dat er onderzoeken uitgevoerd worden en dat verder onderzoeken de komende tijd noodzakelijk zijn. Waarop zijn de bedragen van 400k resp 830k dan gebaseerd?
Wethouder Van der Linden De bedragen zijn gebaseerd om te verwachten resultaten als gevolg van een efficiëntere bedrijfsvoering, een andere programmering en het aanpassen dan wel opheffen van de beeldende kunstregeling. Omdat we te maken hebben met verplichtingen en contracten zal pas met ingang 2027 een ingroei kunnen plaatsvinden en vanaf 2028 structureel het totaal.
102.
Blz 19 - Afkoop onderhoud nieuwe openbare ruimte (13) [3.2.8] Wij vragen ons af of het meenemen van de kosten van onderhoud bij aanbesteding niet het gevolg zal hebben dat de ontwikkelaars dit dan ook doorberekenen bij hun inschrijving en dat het vervolgens per saldo tot geen/weinig besparing zal leiden?
Wethouder Burggraaf In geval van verkoop van gemeentelijke grondposities kan dit een mogelijk incidenteel effect hebben en structureel leidt dit tot een verbetering in de onderhoudsbegroting.
Blz 23 – Wijkgericht aanbesteden van WMO (9) [4.2.2A] Vermeld is dat een meerderheid in de regio noodzakelijk is om dit te kunnen realiseren. Betekent dit dat indien geen meerderheid bestaat voor het wijkgericht aanbesteden het komt te vervallen of bestaat de mogelijkheid dat wordt aanbesteed met een (apart) perceel voor wijkgerichte aanbesteding Dordrecht?
Wethouder Van Benschop Het wijkgericht organiseren van de hulp vereist dat een groot gebied/volume inwoners meedoet aan deze vorm. Alleen dan kan efficiency gerealiseerd worden zonder kwaliteitsverlies. We willen in deze premature fase nog niet vooruitlopen op de uitkomsten van deze discussie bij de regiogemeenten.
103.
49
In hoeverre dit maatschappelijk en financieel verantwoord is, moet blijken uit een nog te ontwikkelen gemeentelijke businesscase.
Kenmerk Datum
104.
30-6-2025
Blz 24 – Minder aanbod Jeugdhulp (18) [4.2.19] Waaruit bestaat momenteel het niet wettelijke aanbod jeugdhulp die we uitvoeren
Wethouder Van der Linden De vertaalslag van deze ombuigingsmaatregel moet gemaakt worden in de integrale verordening sociaal domein, onderdeel jeugdhulp. Op dit moment worden nog veel jeugdigen doorverwezen naar specialistische jeugdhulp, terwijl – als we breder en integraler naar de hulpvraag kijken – er een andere wet voorliggend is. Denk bijvoorbeeld aan de Wet Passend Onderwijs, Wet maatschappelijke ondersteuning, Wet langdurige zorg en de Zorgverzekeringswet. In de nieuwe verordening, die na het zomerreces aan de gemeenteraad zal worden aangeboden, krijgt de afbakening van de jeugdwet met de voorliggende wetten een prominente plaats. Dit geldt ook voor overige, algemene voorzieningen waar inwoners laagdrempelig met hun hulpvraag naartoe kunnen. We willen dat inwoners hier vaker een beroep op doen dan op specialistische (jeugd)hulp. Tot slot verwerken we in de verordening de noodzaak van evidence-based en practice-based voorzieningen, waardoor een aantal voorzieningen die we nu in kopen (mogelijk) vervallen. Welke dit precies zijn, is nu nog niet te zeggen. En hangt dus mede af van de keuzes die de gemeenteraad maakt bij de behandeling van de integrale verordening dit najaar.
105.
Blz 24 – Beschikkingsvrije dagbesteding (21) [4.2.23] a. Waar zit hier de bezuiniging? b. Waar moeten de mensen die het betreft dan naar toe om elkaar te ontmoeten?
Wethouder Van Benschop De grootste bezuiniging zit in het omzetten van duurdere geïndiceerde dagbesteding naar minder dure open inloop, wat daarbovenop ook op de bureaucratie bespaart (minder indicatie-handelingen). Er ligt een relatie met voorstel 8, in de zin dat een deel van de potentiële cliënten voor arbeidsmatige dagbesteding mogelijk gebruik kan maken van een participatieplek. Niet alle doelgroepen en locaties laten zich met elkaar matchen. Het overleg met de organisaties luistert heel nauw, vandaar dat de potentiële opbrengsten pas op langere termijn ingecalculeerd zijn (150k vanaf 2027). a. Mensen kunnen terecht in de ontmoetingscentra, welzijns- en culturele organisaties, alsmede sportlocaties. In de voorbereidende fase onderzoeken we voor welke locaties en doelgroepen deze aanpak passend is.
106.
Blz 25 – Lichte algemene begeleiding naar algemene voorziening (22) [4.2.24] Graag toelichting over welke vorm van begeleiding het hier gaat? En waar zit de ombuiging hierbij?
Wethouder Van Benschop Het gaat hier om de lichte individuele begeleiding, zoals de zogenaamde waakvlam (vinger aan de pols) en de laag-intensieve begeleiding, nl. stimuleren dat de cliënt mbv zijn netwerk zelf in staat is om de vereiste activiteiten te ondernemen. Deze hulpvragen komen dan bij het wijkteam te liggen,
50
Kenmerk Datum
30-6-2025
die ze in groepsverband probeert te beleggen zodat minder duurdere één op één begeleiding nodig is en andere partners uit het voorliggend veld kunnen betrekken indien nodig. 107.
Blz 28 – Veilen gronden aan gerelateerde schaarse rechten (9) [5.2.3A] Betreft dit alleen het veilen van de gronden of gaat het hier ook om de exploitatierechten? Als het ook om de exploitatierechten gaat, is de vraag waarom deze niet al eerder zijn geveild?
Wethouder Burggraaf Het betreft hier de gronden, waar bepaalde exploitatierechten aan gerelateerd kunnen worden. Exploitatierechten mogen enkel geveild worden voor de directe kosten, denk bijvoorbeeld aan administratiekosten, die een Gemeente maakt. Dit wordt vaak gedaan via leges en hier mag een Gemeente geen winst op maken. De gronden kunnen worden verkocht, of vergeven via een erfpachtconstructie. Hiermee kan de Gemeente gronden, die wij willen relateren aan schaarse rechten, voor hogere bedragen in de markt zetten is de verwachting.
51