CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Rekenkamerrapport Terecht in Dordrecht - Opvanglocaties en inburgeringsbeleid.pdf

Dordtse Dinsdag – Beeld- en oordeelsvormende commissies 13 oktober 2026, gemeente DordrechtBij agendapunt: 3: Agenderingsverzoek Rekenkamer over Bespreking rekenkamerrapport opvanglocatiebeleid en inburgeringsbeleid33.963 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

76 Maatwerk en ondersteuning naast de inburgeraar De ondersteuning moet aansluiten bij de zelfredzaamheid van de inburgeraar. Waar nodig wordt tijdelijk meer ondersteuning geboden. Beperkt concreet: geen criteria voor intensiteit, duur of kwaliteit van begeleiding. Inburgering als onderdeel van het brede sociaal domein Taal, werk, inkomen, zorg, schulden, huisvesting en participatie moeten in samenhang worden bezien. Beperkt concreet: integraliteit is uitgangspunt, maar niet uitgewerkt in werkwijze, indicatoren of gezamenlijke resultaatdoelen. Nabije en lokaal ingebedde uitvoering De uitvoering moet dichtbij de inburgeraar plaatsvinden, met kennis van lokale organisaties en korte lijnen met partners. Beperkt concreet: geen normen voor bereikbaarheid, lokaal aanbod of samenwerking. Regionale samenwerking met lokale kleur Regionale samenwerking moet schaal en kwaliteit bieden, met ruimte voor lokale wensen en behoeften. Beperkt concreet: rolverdeling is beschreven, maar lokale beleidsruimte en lokale doelen zijn beperkt uitgewerkt. Passende leerroute Via brede intake en PIP moet iedere inburgeraar een passende B1-route, onderwijsroute of Z- route volgen. Deels concreet: routes zijn vastgelegd, maar passendheid wordt niet vertaald naar indicatoren zoals routewisselingen, tevredenheid of uitval.

Taal en participatie verbinden Taalverwerving moet worden gekoppeld aan werk, vrijwilligerswerk of andere participatievormen. Beperkt concreet: duale trajecten worden beoogd, maar niet uitgewerkt in concrete aantallen of streefwaarden. Bestaanszekerheid, ontwikkeling naar werk en ondersteuning Inburgering moet bijdragen aan rust, perspectief, werkontwikkeling en passende ondersteuning. Beperkt concreet: sluit aan bij bredere sociaal-domeindoelen, maar is niet specifiek meetbaar gemaakt voor inburgering. Tabel 5: Beleidsdoelen van het inburgeringsbeleid en de mate van concretisering

77 1.4 Lokale uitvoering van de huisvesting van statushouders Kernbevinding: Binnen gemeente Dordrecht wordt de taakstelling voor de huisvesting van statushouders niet behaald, waardoor de gemeente zich onder toezicht van de provincie (trede 4) bevindt. Om de achterstand weg te werken is er een huisvestingsplan voor statushouders opgesteld. Er wordt gestreefd de achterstand in te halen door middel van het realistisch aansluiten bij structurele capaciteit, een betere afstemming tussen woningaanbod en koppelingen en gerichte inzet op bredere woningmarktopgave. 1.4.1 De taakstelling voor huisvesting van statushouders wordt in Dordrecht niet gehaald Hoewel de gemeentelijke taakstelling voor de huisvesting van statushouders geen onderdeel is van het inburgeringsbeleid of de Wet inburgering 2021, vormt het moment waarop een statushouder aan de gemeente Dordrecht wordt gekoppeld wel het formele startpunt van de inburgering. Huisvesting is daarmee een belangrijke randvoorwaarde voor een succesvolle inburgering. Uit het Huisvestingsplan voor statushouders (2021–2025) blijkt dat Dordrecht in 2021 en 2022 een voorsprong had op de landelijke taakstelling. In 2023 werd de taakstelling echter met 65% verhoogd (van 159 naar 262), waardoor de gemeente ondanks 176 gerealiseerde plaatsingen niet aan de opgave voldeed. In de jaren daarna is de achterstand verder opgelopen.

In juli 2025 waren er 135 statushouders die nog niet waren gehuisvest. Daardoor bevindt de gemeente zich onder toezicht van de provincie (trede 4). Dit betekent dat de Provincie Zuid-Holland een formele waarschuwing heeft afgegeven omdat de gemeente de wettelijke taakstelling niet tijdig heeft uitgevoerd. Hierdoor bestaat het risico dat de provincie de regie overneemt als de achterstand niet snel wordt ingehaald. 1.4.2 De gemeente Dordrecht werkt achterstanden weg op basis van een Huisvestingsplan voor statushouders Om de achterstand weg te werken is er een huisvestingsplan voor statushouders opgesteld. Het plan beschrijft hoe Dordrecht de achterstand binnen anderhalf jaar wil inlopen en alle gekoppelde statushouders uiterlijk in 2026 wil huisvesten. Dit wil gemeente Dordrecht op hoofdlijnen als volgt aanpakken: 1. Realistisch aansluiten bij de structurele capaciteit. De gemeente erkent dat zij gemiddeld circa 178 statushouders per jaar kan huisvesten. De planning voor komende perioden wordt afgestemd op wat structureel haalbaar is binnen de bestaande woningvoorraad en uitvoeringscapaciteit. 2. Betere afstemming tussen woningaanbod en koppelingen. Het plan benoemt dat vertraging ontstaat door beperkte en soms moeizame koppelingen tussen beschikbare woningen en toegewezen statushouders. Verbetering van deze afstemming moet het tempo van plaatsingen verhogen. 3.

Gerichte inzet op het inlopen van de cumulatieve achterstand. De achterstand wordt niet incidenteel maar planmatig benaderd. Door inzichtelijk te maken hoe de taakstelling zich ontwikkelt en wat realistisch uitvoerbaar is, wordt gestuurd op een gefaseerde inhaalbeweging. 4. Balans met andere urgente woningzoekenden. Het plan benadrukt dat het inlopen van de achterstand moet plaatsvinden binnen de bredere woningmarktopgave, waarbij ook andere urgente doelgroepen moeten worden gehuisvest. De gemeente Dordrecht heeft in afstemming met de corporaties en interne afdelingen per 1 juli alle statushouders die tot en met 30 april aan de gemeente waren gekoppeld, kunnen huisvesten. Hierdoor is de achterstand in de huisvesting afgenomen, waardoor de verwachting is dat sneller kan worden teruggevallen naar trede 1.

78 “Ik wil het graag zelf kunnen, maar ik heb tijd en uitleg nodig. ” Amina (58 jaar) Amina woont sinds kort in Dordrecht. Ze heeft in Syrië weinig formeel onderwijs gevolgd en vindt het leren van Nederlands moeilijk. De eerste periode in Dordrecht is intensief: er moeten veel praktische zaken worden geregeld, zoals inschrijving, toeslagen, zorgverzekering, brieven en afspraken met instanties. VluchtelingenWerk is voor haar een belangrijk vast aanspreekpunt. Voor Amina gaat inburgering vooral over zelfredzaamheid. Ze wil zelfstandig naar de huisarts kunnen, boodschappen doen, brieven begrijpen en contact maken met buren. De stap naar participatie of vrijwilligerswerk is voor haar pas haalbaar als zij zich zekerder voelt in taal en dagelijks functioneren. Noot: De naam, leeftijd en afbeelding zijn fictief. De casus is gebaseerd op ervaringen en bevindingen uit de interviews die voor dit onderzoek zijn afgenomen.

79 2. Financieringsstructuur In dit tweede hoofdstuk wordt inzicht gegeven in de wijze waarop het inburgeringsbeleid in Dordrecht wordt gefinancierd en georganiseerd. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de financiering vanuit het Rijk en de wijze waarop de uitvoering regionaal is ingericht en bekostigd. Het hoofdstuk geeft daarmee inzicht in de financiële randvoorwaarden voor de uitvoering van de Wet inburgering 2021. In dit hoofdstuk wordt onderstaande deelvraag beantwoord: • Op welke wijze wordt het inburgeringsbeleid gefinancierd? 2.1 Financiering door het Rijk Kernbevinding: De financiering van het inburgeringsbeleid bestaat uit middelen uit het Gemeentefonds en geoormerkte SPUK-middelen. Deze structuur sluit aan bij het onderscheid tussen regie en voorzieningen, maar maakt het lastig om integraal te volgen hoeveel geld aan welke onderdelen wordt besteed en welke resultaten daarmee worden bereikt. 2.1.1 gemeentefonds financiert regietaken en wettelijke basisverplichtingen De structurele uitvoeringskosten van de Wet inburgering 2021 worden via het Gemeentefonds beschikbaar gesteld. Het betreft middelen voor onder meer de brede intake, het opstellen van het Persoonlijk Plan Inburgering en Participatie (PIP), monitoring van voortgang, handhaving en regievoering88. Omdat deze middelen onderdeel uitmaken van de algemene uitkering, zijn zij niet geoormerkt.

Gemeenten hebben daarmee beleidsvrijheid in de inzet van deze middelen, mits wordt voldaan aan de wettelijke verplichtingen89. Dit past bij de gemeentelijke regierol zoals beoogd in de wet. Tegelijkertijd betekent dit dat de inzet van middelen afhankelijk is van lokale en regionale prioritering, wat kan leiden tot verschillen in uitvoering en accentlegging. 2.1.2 Een deel van de financiering komt via een specifieke uitkering (SPUK) Naast het Gemeentefonds ontvangt de gemeente middelen via een specifieke uitkering (SPUK). Deze middelen zijn geoormerkt voor onderdelen van het inburgeringstraject, waaronder: • de inkoop van leerroutes; • de Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP); • het participatieverklaringstraject (PvT); • maatschappelijke begeleiding. De SPUK wordt berekend op basis van aantallen inburgeraars en vaste bedragen per categorie. Voor asielstatushouders ontvangt de gemeente middelen verspreid over drie jaar. Voor gezins- en overige migranten ontvangt de gemeente de middelen in één keer voor de hele inburgeringsperiode. Niet-bestede 88 Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, VNG, DUO & Divosa. (2020, 8 oktober). Financiële uitwerking van de nieuwe Wet inburgering, p. 4-5. 89 Andersson Elffers Felix. (2019, 30 augustus). Veldonderzoek kosten nieuw inburgeringsstelsel, p. 3-5.

middelen mogen onder voorwaarden worden meegenomen naar het volgende jaar; overschrijdingen kunnen administratief worden doorgeschoven. Jaar | Totaal budget vanuit de SUK’s | Groei t.o.v. vorig jaar 202290 | € 695.901 | – 202391 | € 1.656.843 | + 138% 202492 | € 2.340.435 | + 41% 202593 | € 2.465.372 | + 5% Tabel 6: Budgetten vanuit de SPUK-gelden. Het cijfer voor 2025 is voorlopig. De stijging van de SPUK | -middelen hangt samen met het ingroeien van de Wet inburgering 2021. Doordat middelen voor asielstatushouders over meerdere jaren worden verstrekt, neemt het beschikbare budget toe naarmate meer cohorten onder de nieuwe wet vallen. D | e stabilisatie in 2025 wijst erop dat het financieringsmodel na de eerste opbouwfase meer richting een structureel niveau beweegt. Het bedrag voor 2025 is voorlopig en daarom niet volledig vergelijkbaar met de definitieve bedragen over eerdere jaren. 2.2 Financiering van de uitvoering Kernbevinding: De uitvoering van de Wet inburgering 2021 is in Dordrecht verdeeld over drie sporen: regionale uitvoering via de SDD/ | GR Sociaal, regionale contractering van leerroutes en lokale subsidieverlening aan VluchtelingenWerk. Deze opzet biedt schaalvoordelen en specialistisch aanbod, maar vraagt om afstemming tussen gemeentelijke sturing, regionale uitvoering, contractmanagement en subsidieverantwoording.

De financiële uitvoering is gelaagd georganiseerd. Dordrecht ontvangt middelen, blijft bestuurlijk verantwoordelijk en verantwoordt de besteding richting het Rijk, maar de feitelijke uitvoering loopt via de SDD/ | GR Sociaal, regionale contracten met taalaanbieders en | gemeentelijke subsidie aan VluchtelingenWerk | . Daarmee is financiële sturing niet alleen een kwestie van budgetbeheer, maar ook van informatie over prestaties, aantallen, doorlooptijden en resultaten. Uit de inrichting volgt dat Dordrecht vooral kan sturen via DVO | -afspraken, contractmanagement, subsi | dieverantwoording en periodieke rapportages. Financierings- of | Waarvoor bedoeld | Uitvoering/ besteding via bestedingsvorm Gemeentefonds | Uitvoeringskosten, regie, brede intake, | Gemeente/SDD via DVO PIP, monitoring, handhaving SPUK | Leerroutes, MAP, PVT, maatschappelijke | SDD, | taalaanbieders | en begeleiding, tolken | VluchtelingenWerk Lokale subsidie | Maatschappelijke begeleiding, PVT en | VluchtelingenWerk basisdienstverlening 90 Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. (2023, 23 mei). Definitieve uitkering Wet inburgering 2021, gemeente Dordrecht, jaar 2022. 91 Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. (2024, 29 maart). Definitieve uitkering Wet inburgering 2021, gemeente Dordrecht, jaar 2023. 92 Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. (2025, 25 april).

Definitieve uitkering Wet inburgering 2021, gemeente Dordrecht, jaar 2024. 93 Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. (2024, 5 november). Voorlopige uitkering Wet inburgering 2021, gemeente Dordrecht, jaar 2025. 80 81 Regionale contracten B1-route, Z-route, onderwijsroute Taalaanbieders, contractmanagement SDD Tabel 7. Financieringsstromen en uitvoeringsverantwoordelijkheden binnen de inburgering 2.2.1 De SDD voert taken uit op basis van mandaat en DVO Dordrecht heeft een belangrijk deel van de uitvoering van de Wet inburgering 2021 belegd bij de Sociale Dienst Drechtsteden, inmiddels onderdeel van GR Sociaal94. Dit is vastgelegd in een mandaatbesluit en een dienstverleningsovereenkomst (DVO)95. In het collegevoorstel staat dat de gemeenteraad op 26 januari 2021 heeft besloten om de inburgeringstaken, waarvoor de SDD uitvoerende partij wordt, per 1 januari 2022 via mandaat bij GR Sociaal te beleggen96. De DVO legt vast welke taken bij de SDD/GR Sociaal liggen. Het gaat onder meer om de regie op het inburgeringstraject, de brede intake, het PIP , de opdrachtverlening aan aanbieders van leerroutes, voortgangsgesprekken, handhaving, financieel ontzorgen, de MAP en contractmanagement. De gemeente Dordrecht blijft opdrachtgever en eindverantwoordelijk.

De gemeente bepaalt de kaders en blijft verantwoordelijk voor onder meer maatschappelijke begeleiding, het PVT, het lokale deel van het welkomstprogramma en financiële zelfredzaamheid. Ook blijft het college verantwoordelijk voor de bestuurlijke en politieke verantwoording. De financiering volgt deze taakverdeling. De uitvoeringskosten van de SDD/GR Sociaal worden vergoed uit de rijksmiddelen voor uitvoeringskosten. De kosten voor leerroutes, MAP en tolken worden betaald uit de SPUK-middelen voor inburgeringsvoorzieningen. 2.2.2 De leerroutes zijn regionaal ingekocht De leerroutes vormen de kern van de regionale inkoop. In de inkoopstrategie is vastgelegd dat de B1-route, de Z-route en de onderwijsroute gezamenlijk worden ingekocht, inclusief Kennis van de Nederlandse Maatschappij (KNM). Voor overige onderdelen maken de SDD en/of gemeenten lokale afspraken97. De B1-route en Z-route zijn gezamenlijk aanbesteed, maar als afzonderlijke percelen. Tot en met 2025 was de B1-route gegund aan Sagènn Educatie en de Z-route aan NLtraining98. Voor de komende jaren is de B1- route en de taalcomponent van de Z-route aan Sagènn gegund. Het praktijkgedeelte van de Z-route aan NewBees. Hiermee is op het moment van schrijven dus nog beperkt ervaring mee opgedaan. De onderwijsroute mbo is afzonderlijk aanbesteed en gegund aan Da Vinci College99.

Voor de onderwijsroute hbo/wo hebben Dordrecht en de andere Drechtstedengemeenten gebruikgemaakt van de meeliftregeling van de gemeente Rotterdam. Deze opdracht is gegund aan Erasmus Universiteit Rotterdam100. 94 Gemeente Dordrecht & GR Sociaal. (2024). Dienstverleningsovereenkomst Wet inburgering 2021. 95 Gemeente Dordrecht & Sociale Dienst Drechtsteden. (2021). Dienstverleningsovereenkomst Wet inburgering 2021. 96 Gemeente Dordrecht. (2021, 7 december). Collegevoorstel Mandaatbesluit Wet Inburgering. 97 Werkgroep inkoop inburgering. (2021, 1 maart). Inkoopstrategie regionale inkoop leerroutes inburgering. 98 Gemeente Dordrecht. (2021, 13 juli). Collegevoorstel Gunningsbeslissing inkoop inburgeringsaanbod B1- en Z- route. 99 Gemeente Dordrecht. (2022, 10 mei). Collegevoorstel Gunningsbeslissing inburgeringsaanbod Onderwijsroute MBO. 100 Gemeente Dordrecht. (2022, 31 augustus). Collegevoorstel Uitkomst aanbesteding onderwijsroute HBO/WO Inburgering.

82 De uitvoering van de leerroutes is vastgelegd in raamovereenkomsten tussen Dordrecht en de aanbieders101. Daarin staan afspraken over looptijd, tarieven, indexering, facturatie, rapportage, gegevensuitwisseling en ontbinding. Voor de B1- en Z-route geldt een initiële looptijd van twee jaar, met twee mogelijke verlengingen van één jaar. De overeenkomst voor de onderwijsroute mbo liep vanaf september 2022 tot en met december 2023, eveneens met verlengingsmogelijkheden. De contracten bevatten ook sturingsinformatie102. Aanbieders moeten periodiek rapporteren over onder meer lopende en afgeronde trajecten, startdata, uitvoeringsduur, behaalde resultaten, financiële gegevens, klachtenafhandeling en klanttevredenheid103. Daarmee zijn de raamovereenkomsten niet alleen financiële contracten, maar ook instrumenten voor inhoudelijke sturing. Beheer van deze contracten is belegd bij de SDD. 2.2.3 Maatschappelijke begeleiding wordt via een subsidie gefinancierd Naast de regionale contractering van de leerroutes financiert Dordrecht de maatschappelijke begeleiding via subsidie aan VluchtelingenWerk Nederland. Voor 2024 verleende de gemeente een kalenderjaarsubsidie van maximaal € 600.011 voor basisdienstverlening, maatschappelijke begeleiding en participatieverklaringstrajecten.

In de beschikking staat dat VluchtelingenWerk hiermee wettelijke taken uitvoert, waaronder maatschappelijke begeleiding aan asielgerechtigden met een verblijfsvergunning104. De subsidie bestaat uit verschillende onderdelen, waaronder coaching vestiging, maatschappelijke begeleiding en coaching integratie, individuele begeleiding financieel ontzorgen, Eurowijzer, locatiebezoeken en PVT-trajecten voor statushouders en gezinsmigranten. De beschikking maakt onderscheid tussen onderdelen die uit SPUK-middelen worden bekostigd en onderdelen die onder basisdienstverlening vallen, zoals huisvesting, accountantskosten en inzet van teamleider of regiomanager105. De subsidie wordt deels afgerekend op werkelijke aantallen trajecten. Voor de basisdienstverlening geldt dat wordt afgerekend op werkelijke kosten, tot het maximum van het verleende subsidiebedrag. VluchtelingenWerk moet daarnaast tussentijds verantwoorden, afwijkingen en risico’s melden en bij de eindverantwoording inhoudelijk en financieel laten zien of de activiteiten zijn uitgevoerd. Ook moet VluchtelingenWerk informatie aanleveren voor de SPUK-verantwoording van de gemeente, waaronder een PxQ-overzicht106. De subsidie voor 2024 is finaal vastgesteld op € 442.963,- De lagere vaststelling komt doordat Dordrecht in 2024 minder statushouders heeft gehuisvest dan beoogd.

De samenwerking met de SDD is expliciet onderdeel van de afspraken. VluchtelingenWerk moet een vast aanspreekpunt voor de gemeente en een vast aanspreekpunt voor de regio/SDD aanwijzen. Ook is vastgelegd dat VluchtelingenWerk betrokken is bij de brede intake. 101 Gemeente Dordrecht. (2021, 23 maart). Collegevoorstel Inkoopstrategie Leerroutes Inburgering. 102 Gemeente Dordrecht & Sagènn Educatie B.V. (2021). Raamovereenkomst perceel 1 betreffende de B1-route. 103 Gemeente Dordrecht & NLtraining B.V. (2021). Raamovereenkomst perceel 2 betreffende de Z-route. 104 Gemeente Dordrecht. (2023, 22 december). Besluit verlening kalenderjaarsubsidie voor Maatschappelijke begeleiding statushouders 2024. 105 VluchtelingenWerk Nederland. (2023, 24 augustus). Subsidieaanvraag 2024 maatschappelijke begeleiding vluchtelingen gemeente Dordrecht. 106 VluchtelingenWerk Nederland. (2024, 1 augustus). Subsidieaanvraag 2025 Dordrecht.

83 “Ik wil doorleren, maar ik moet eerst begrijpen hoe school hier werkt. ” Yonas (20 jaar) Yonas is gemotiveerd om in Nederland een opleiding te volgen. Hij volgt de onderwijsroute bij ROC Da Vinci College en wil daarna doorstromen naar het mbo, bij voorkeur in een technische richting. Hij leert Nederlands, maar moet ook wennen aan de manier waarop het Nederlandse onderwijs werkt: plannen, zelfstandig leren, samenwerken en toetsen maken. Yonas ervaart de onderwijsroute als kansrijk, maar ook als zwaar. Hij heeft behoefte aan begeleiding bij de overgang naar regulier onderwijs en aan meer praktijkgerichte oriëntatie op beroepen. Alleen taallessen zijn voor hem niet genoeg; hij wil ook begrijpen welke opleiding en welk werk realistisch bij hem passen. *Noot: De naam, leeftijd en afbeelding zijn fictief. De casus is gebaseerd op ervaringen en bevindingen uit de interviews die voor dit onderzoek zijn afgenomen. 84 3. Inburgering in de praktijk In dit hoofdstuk staat de uitvoering van de Wet inburgering 2021 in Dordrecht centraal. De gemeente Dordrecht voert de wet niet alleen uit, maar doet dit binnen een regionale uitvoeringsstructuur. In dit hoofdstuk wordt niet alleen beschreven hoe de uitvoering is ingericht, maar ook hoe deze in de praktijk functioneert.

Daarbij wordt gekeken naar drie aandachtspunten die voortkomen uit de beleidsdoelen uit hoofdstuk 1: de mate waarin ondersteuning integraal en nabij is georganiseerd, de mate waarin de uitvoering leidt tot passende begeleiding en de mate waarin inburgering wordt verbonden met participatie en werk. In dit hoofdstuk worden onderstaande deelvragen beantwoord: • Hoe geeft de gemeente Dordrecht invulling aan de Wet Inburgering? • Op welke wijze geeft de gemeente Dordrecht invulling aan de huisvesting van statushouders? • Hoe ondersteunt de gemeente Dordrecht nieuwkomers in participatie en integratie binnen de gemeente? • Hoe ervaren statushouders de gemeentelijke ondersteuning bij inburgering? 3.1 Inburgering: feiten en cijfers Kernbevinding: Dordrecht heeft het grootste aandeel inburgeringsdossiers binnen de Drechtsteden. Er zijn cijfers beschikbaar over lopende dossiers, routekeuzes en PIP’s, maar een samenhangend beeld van doorlooptijden, wachttijden, voortgang en participatie-uitkomsten ontbreekt. Daardoor is beperkt vast te stellen hoe de uitvoering presteert en in hoeverre de beleidsdoelen worden bereikt. 3.1.1 Dordrecht heeft het grootste aandeel inburgeringsdossiers in de regio Dordrecht heeft binnen de Drechtsteden het grootste aandeel in de uitvoering van de inburgering. Eind Q3 2025 liepen in Dordrecht 838 inburgeringsdossiers.

Daarmee ligt het aantal dossiers aanzienlijk hoger dan in de andere Drechtstedengemeenten. Regionaal liepen op dat moment 1.817 dossiers, waarvan 1.245 dossiers van asielmigranten en 572 dossiers van gezinsmigranten. Dordrecht is daarmee goed voor bijna de helft van het regionale aantal lopende dossiers107. Dat is logisch gezien de grootte van de gemeente Dordrecht binnen de regio. Het aantal dossiers is sinds de invoering van de Wet inburgering 2021 sterk toegenomen. In Dordrecht waren er 142 nieuwe dossiers in 2022, 218 in 2023 en 396 in 2024. Het aantal lopende dossiers nam in diezelfde periode toe van 143 in 2022 naar 355 in 2023 en 740 in 2024. In de eerste negen maanden van 2025 kwamen daar 178 nieuwe dossiers bij en werden 60 dossiers afgesloten. 3.1.2 Een deel van de inburgeraars wacht nog op een PIP De beschikbare cijfers laten zien dat een deel van de inburgeraars nog wacht op een PIP . In maart 2026 waren er in Dordrecht 120 asielmigranten en 6 gezinsmigranten met een dossier ouder dan tien weken 107 Significant Public. (2026, 27 maart). Evaluatie inburgeringsbeleid Drechtsteden, p. 12 en p. 53.

85 waarvoor nog geen PIP was vastgesteld. Dit is relevant omdat het PIP het formele startpunt vormt van het individuele inburgeringstraject en de driejarige inburgeringstermijn108. De evaluatie van Significant Public laat zien dat vertraging bij het PIP niet alleen een administratief punt is. Inburgeraars ervaren wachttijden als lang, en uit focusgroepen blijkt dat wachttijden kunnen oplopen tot een halfjaar. Ook wordt benoemd dat gezinsmigranten na de leerbaarheidstoets soms lang moeten wachten op contact met de SDD109. 3.1.3 De B1-route is de meest voorkomende route De meeste actieve leerroutes in Dordrecht betreffen de B1-route. In 2024 ging het om 111 actieve B1- routes, 43 Z-routes en 11 onderwijsroutes. In 2025 ging het tot en met Q3 om 71 B1-routes, 28 Z-routes en 10 onderwijsroutes. Daarmee is de B1-route in Dordrecht duidelijk de meest voorkomende route. Deze verdeling is relevant omdat het regionale beleid inzet op het hoogst haalbare taalniveau, bij voorkeur B1. Tegelijkertijd zegt de routeverdeling op zichzelf nog weinig over passendheid, taalresultaten of uiteindelijke participatie. Daarvoor is aanvullende informatie nodig over routewisselingen, uitval, verlengingen, afronding en vervolg naar werk of opleiding110.

3.1.4 Het cijferbeleid is nog niet samenhangend genoeg voor sturing op resultaat De evaluatie van Significant Public laat zien dat geen volledig cijfermatig beeld van de inburgering beschikbaar is. De onderzoekers ontvingen wel cijfers over lopende en afgesloten trajecten en de verdeling over routes, maar gegevens waren niet altijd vergelijkbaar door verschillen in peildata en doordat gegevens van taalaanbieders alleen betrekking hadden op asielmigranten die bij hen les volgen. Volgens het overzicht in de evaluatie ontbreken of zijn gegevens niet volledig beschikbaar over onder meer wachttijd voor huisvesting, aantal gestarte inburgeringstrajecten, arbeidsmarktparticipatie, duur van trajecten, redenen voor voortijdige uitval en wachttijd tussen aanmelding en start van de leerroute. Daarmee zijn er wel cijfers over afzonderlijke onderdelen, maar ontbreekt een integraal beeld van voortgang, resultaten en doelbereik. 3.2 Samenwerking met partners in de uitvoering Kernbevinding: De uitvoering van de Wet inburgering 2021 is organisatorisch breed ingericht, met rollen voor de SDD, taalaanbieders, VluchtelingenWerk en maatschappelijke initiatieven. Deze inrichting biedt schaal en expertise, maar maakt gemeentelijke regie vooral procesmatig en afhankelijk van overleg, rapportages en signalen uit de uitvoering.

3.2.1 De uitvoering is belegd in een keten De uitvoering van de Wet inburgering 2021 is in Dordrecht verdeeld over verschillende partners. De SDD heeft de uitvoerende regie op het inburgeringstraject en is onder meer verantwoordelijk voor de brede intake, het PIP , voortgangsgesprekken, handhaving, financieel ontzorgen en de MAP . De taalaanbieders voeren de leerroutes uit. 108 Significant Public. (2026, 27 maart). Evaluatie inburgeringsbeleid Drechtsteden, p. 53. 109 Significant Public. (2026, 27 maart). Evaluatie inburgeringsbeleid Drechtsteden, p. 18 en p. 53. 110 Significant Public. (2026, 27 maart). Evaluatie inburgeringsbeleid Drechtsteden, p. 53-55.

86 VluchtelingenWerk verzorgt de maatschappelijke begeleiding en het participatieverklaringstraject. Daarnaast spelen maatschappelijke initiatieven, zoals taalcafés en vrijwilligersorganisaties, een aanvullende rol in taalontwikkeling, ontmoeting en participatie111. Deze inrichting sluit aan bij het regionale beleidskader. Daarin is inburgering nadrukkelijk gepositioneerd als onderdeel van het brede sociaal domein. Het uitgangspunt is dat inburgeraars zo snel mogelijk kunnen participeren, waar mogelijk via betaald werk, en dat ondersteuning aansluit bij de talenten, mogelijkheden en zelfredzaamheid van de inburgeraar112.

Betrokken partner Taak in uitvoering Relatie tot gemeente Stichting VluchtelingenWerk Maatschappelijke begeleiding en educatie PvT Subsidie Sagènn B1-route en Z-route (vanaf 2026) Aanbesteed onder regie van de SDD ROC Da Vinci College Onderwijsroute MBO Aanbesteed onder regie van de SDD NLtraining Z-route (tot en met 2025) Aanbesteed onder regie van de SDD Erasmus Universiteit Rotterdam Onderwijsroute HBO/WO Meeliftregeling via Rotterdam Sosytraining Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP) Aanbesteed onder regie van de SDD Maatschappelijke initiatieven zoals het Taalcafé Informele taalondersteuning, ontmoeting en participatie Vrijwillig initiatief of algemene subsidie Tabel 8: Overzicht van uitvoerende partijen binnen de inburgering in Dordrecht en Drechtsteden 3.2.2 Gemeentelijke regie is vooral indirect en procesmatig De gemeente Dordrecht blijft bestuurlijk verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wet inburgering 2021, maar de dagelijkse uitvoering ligt grotendeels bij andere partijen. De SDD voert de meeste wettelijke taken uit, taalaanbieders verzorgen de leerroutes en VluchtelingenWerk voert de maatschappelijke begeleiding en het PVT uit. De gemeente stuurt daardoor vooral via kaders, de DVO, subsidiebeschikkingen, overleg en rapportages113.

Uit de interviews blijkt dat de gemeente haar rol richting de SDD als dubbel ervaart: opdrachtgever, maar ook samenwerkingspartner binnen de gemeenschappelijke regeling. De uitvoering ligt primair bij de SDD; de gemeente stuurt vooral op hoofdlijnen. Ook bestuurlijk ligt de nadruk vooral op voortgang, doorlooptijden en wachttijden, en minder op inhoudelijke keuzes in de uitvoering. 111 Gemeente Dordrecht. (2021, 26 oktober). Raadsinformatiebrief Stand van zaken invoering Wet inburgering 2021, p. 2-3. 112 Werkgroep regionaal beleid. (2020, 20 november). Beleidskader bij de Veranderopgave Inburgering, p. 3-5. 113 Gemeente Dordrecht & GR Sociaal. (2024). Dienstverleningsovereenkomst Wet inburgering 2021; Gemeente Dordrecht. (2021, 26 oktober). Raadsinformatiebrief Stand van zaken invoering Wet inburgering 2021, p. 2-3; Significant Public. (2026, 27 maart). Evaluatie inburgeringsbeleid Drechtsteden, p. 3 en p. 8-11.

87 Tegelijkertijd is de sturingsinformatie beperkt. Er zijn wel rapportages en overlegmomenten, maar integrale informatie over resultaten, doorlooptijden, wachttijden en participatie-uitkomsten is niet structureel beschikbaar. Daardoor is het voor de gemeente lastig om actief te sturen op de samenhang en resultaten van de hele inburgeringsketen. Uit gesprekken met een aanbieder blijkt dat het contractmanagement de afgelopen periode is aangescherpt, onder meer door concretere SLA’s en KPI’s. Tegelijkertijd is de vertaalslag van deze KPI’s naar systematische dataverzameling nog in ontwikkeling. Daarmee is er wel beweging richting meer prestatiesturing, maar is nog niet geborgd dat contractinformatie structureel leidt tot integraal zicht op resultaten. 3.2.3 Beperkt integraal zicht maakt sturing door bestuur en raad kwetsbaar Uit gesprekken blijkt dat inburgering tot nu toe beperkt politieke aandacht heeft gekregen in Dordrecht. Het beleidskader en de positionering van taken zijn aan de raad voorgelegd, maar er is weinig bijsturing geweest en een aangeboden themabijeenkomst is niet benut. Dit maakt de informatiepositie van de raad relevant: als de raad beperkt stuurt op inhoud, is goede periodieke informatie over voortgang, kwaliteit en resultaten nodig om de controlerende rol te kunnen vervullen114.

De gesprekken laten daarnaast een verschil zien tussen bestuurlijke en ambtelijke informatiebeleving. Bestuurlijk wordt aangegeven dat de informatievoorziening via de SDD voldoende is en geen verontrustende signalen oplevert. Ambtelijk wordt tegelijk benoemd dat een actueel dashboard ontbreekt en dat structurele, integrale overzichten van doorlooptijden, wachtlijsten, participatie en uitstroom naar werk niet beschikbaar zijn. Dat verschil onderstreept dat het ontbreken van signalen niet hetzelfde is als beschikken over integraal zicht op resultaten. 3.3 De huisvesting en koppeling van statushouders Kernbevinding: Bij de huisvesting van statushouders stuurt Dordrecht vooral op het realiseren van plaatsingen binnen een krappe woningmarkt. Uit de aangeleverde stukken blijkt beperkt dat bij individuele plaatsing een vastgelegd afwegingskader wordt gebruikt waarin persoon, woning, wijk, ondersteuningsbehoefte en leefbaarheid samen worden gewogen. De huisvesting van statushouders vindt plaats binnen een woningmarkt waarin de druk op sociale huurwoningen groot is. In de prestatieafspraken 2024-2025 wordt beschreven dat woningzoekenden steeds meer moeite hebben om een sociale huurwoning te vinden en d at uitbreiding van de sociale woningvoorraad nodig is om slaagkansen te vergroten.

Tegelijkertijd moeten gemeente en corporaties ook rekening houden met aandachtsgroepen, reguliere woningzoekenden en leefbaarheid in buurten en complexen. In de prestatieafspraken is daarom opgenomen dat partijen de effecten van de huisvesting van aandachtsgroepen op slaagkansen, draagkracht in complexen en buurten en leefbaarheid twee keer per jaar bespreken115. 114 Gemeente Dordrecht. (2021, 26 oktober). Raadsinformatiebrief Stand van zaken invoering Wet inburgering 2021, p. 4. 115 Gemeente Dordrecht, Trivire, Woonbron, Huurdersparticipatieraad Trivire & Bewonersraad Woonbron Dordrecht. (2023, 30 november). Prestatieafspraken Dordrecht 2024 tot en met 2025, conceptversie, p. 6-8 en p. 11.

88 In het Huisvestingsplan voor statushouders wordt deze spanning eveneens zichtbaar. Dordrecht beschrijft daarin dat statushouders concurreren met andere urgente doelgroepen, zoals herhuisvestingskandidaten, dak- en thuislozen, mensen die uitstromen uit opvang- en zorginstellingen en mensen met medische urgentie. De beschikbare woningen moeten volgens het plan op een eerlijke en maatschappelijk verantwoorde manier worden verdeeld, zodat geen enkele groep structureel wordt benadeeld. Tegelijkertijd blijkt uit hetzelfde huisvestingsplan dat de feitelijke plaatsing van statushouders sterk wordt bepaald door de beschikbaarheid van woningen en de samenstelling van de koppelingen. Dordrecht benoemt bijvoorbeeld dat er nauwelijks grote woningen beschikbaar komen, terwijl een aanzienlijk deel van de gekoppelde statushouders uit gezinnen bestaat. Ook wordt regionale uitruil genoemd als oplossing: regiogemeenten met meer eengezinswoningen kunnen gezinnen overnemen, terwijl Dordrecht zich meer richt op alleenstaanden. Daarmee ligt de nadruk in de huidige aanpak vooral op het oplossen van de mismatch tussen beschikbare woningen en gekoppelde huishoudens. Minder zichtbaar is of bij individuele plaatsing ook systematisch wordt afgewogen welke wijk, welk complex of welke woonomgeving het best past bij de situatie van de statushouder.

Het huisvestingsplan benoemt wel dat bij het reserveren van grote woningen voor gekoppelde gezinnen een uitzondering kan worden gemaakt vanwege leefbaarheid, maar dit blijft een randvoorwaarde bij woningtoewijzing en geen uitgewerkt afwegingskader voor integrale plaatsing116. Hierover vindt geen structurele afstemming plaats. De ervaring van inwoners van Dordrecht De inwonerconsultatie onderstreept dat plaatsing en locatiekeuzes maatschappelijk gevoelig zijn. Inwoners noemen in open antwoorden onder meer zorgen over druk op de woningmarkt, veiligheid, overlast, bereikbaarheid van voorzieningen en de vraag of een locatie geschikt is voor ontmoeting en integratie. Dit ondersteunt het belang van een bredere afweging bij plaatsing, waarin niet alleen beschikbaarheid van ruimte of woningen, maar ook leefbaarheid, ondersteuning en aansluiting op voorzieningen worden betrokken 117. 3.4 De stappen in het inburgeringstraject Kernbevinding: Het inburgeringstraject in Dordrecht kent een duidelijke formele opbouw, maar de uitvoering is afhankelijk van goede overdracht tussen partners. Inburgeraars ervaren vooral de maatschappelijke begeleiding als laagdrempelig en helpend, terwijl het contact met de SDD en de aansluiting op de leerroute wisselender worden ervaren. De Wet inburgering 2021 kent een vaste volgorde van stappen.

Voor Dordrecht begint de praktische ondersteuning bij de koppeling aan de gemeente en de huisvesting. Daarna volgen maatschappelijke begeleiding, brede intake, leerbaarheidstoets, PIP , deelname aan een leerroute, voortgangsgesprekken en afronding van de inburgering. In de evaluatie van de Drechtsteden wordt dit proces beschreven als een keten waarbij verschillende partijen verantwoordelijk zijn voor verschillende onderdelen. De SDD is verantwoordelijk voor brede intake, PIP , MAP , financieel ontzorgen en handhaving; maatschappelijke begeleiding en PVT liggen lokaal bij VluchtelingenWerk; de leerroutes worden uitgevoerd door taalaanbieders. 116 Gemeente Dordrecht. (z.d.). Huisvestingsplan voor statushouders, p. 3-9 en p. 11-15. 117 Citisens. (2026). Inwonerconsultatie nieuwe opvanglocatie Dordrecht.

89 Over de hele keten bezien valt op dat de formele stappen helder zijn ingericht, maar dat de ervaring van inburgeraars sterk afhangt van overdracht, bereikbaarheid en individuele contactpersonen. De uitvoering is daardoor minder uniform dan de beleidsmatige inrichting suggereert118. 118 Gemeente Dordrecht. (2021, 26 oktober). Raadsinformatiebrief Stand van zaken invoering Wet inburgering 2021, p. 3.

90

91 Stap 1: Koppeling aan Dordrecht, huisvesting en regeldag De praktische start van het traject ligt rond het moment waarop een statushouder aan Dordrecht is gekoppeld en een woning krijgt. Uit de interviews blijkt dat VluchtelingenWerk hierin een centrale rol vervult. De begeleiding start formeel wanneer de statushouder de sleutel van de woning krijgt, maar in de praktijk vaak al kort daarvoor. Op de dag van het huurcontract zijn de woningcorporatie, de statushouder en VluchtelingenWerk betrokken. Daarna vindt de regeldag plaats. Op die dag worden praktische zaken geregeld, zoals inschrijving bij de gemeente, aanmelding bij sociale diensten, het aanvragen van toeslagen en het aanleveren van documenten. De SDD is volgens gesprekspartners niet betrokken bij de regeldag. De SDD komt in beeld wanneer iemand een woning betrekt, een burgerservicenummer heeft en door DUO als inburgeringsplichtig is aangemerkt. Vanaf dat moment krijgt de statushouder een inkomensconsulent en een consulent inburgering toegewezen. De ervaring van inburgeraars Inburgeraars ervaren de regeldag wisselend. In het groepsgesprek geven sommige deelnemers aan dat zaken goed worden uitgelegd en dat VluchtelingenWerk veel uit handen neemt. Andere deelnemers ervaren de regeldag als intensief, omdat er veel informatie en regelwerk op één dag samenkomt.

Ook noemen inburgeraars praktische knelpunten, zoals problemen met DigiD of onduidelijkheid in contact met instanties. Deze fase zorgt voor een snelle praktische start, maar staat nog grotendeels los van de formele regie door de SDD. Stap 2: Start maatschappelijke begeleiding en financiële ontzorging Na de regeldag volgt de maatschappelijke begeleiding door VluchtelingenWerk. Uit de interviews blijkt dat de eerste weken vooral in het teken staan van praktische zaken, zoals inkomen, toeslagen, voorzieningen, stadspas, voedselbank en inrichting van de woning. Daarna volgen gesprekken waarin praktische ondersteuning, financiën, zelfredzaamheid en integratie centraal staan. In de regionale evaluatie wordt de maatschappelijke begeleiding beschreven als een traject dat meestal uit meerdere fasen bestaat. De begeleiding start rond de regeldag, waarna in de eerste maanden vooral praktische zaken centraal staan. In die periode is er regelmatig contact met de maatschappelijk begeleider. Daarna verschuift de begeleiding meer naar zelfredzaamheid, participatie en verdere integratie. Financiële ontzorging is een taak van de SDD en geldt voor statushouders. De SDD voert deze taak uit naast de bredere begeleiding in het inburgeringstraject. Gezins- en overige migranten vallen niet onder de financiële ontzorging.

In de praktijk krijgt VluchtelingenWerk soms een bredere rol dan formeel is beoogd. Doordat statushouders veel vertrouwen hebben in hun maatschappelijk begeleider en andere onderdelen van het traject later op gang komen, fungeert VluchtelingenWerk regelmatig als tussenpersoon richting SDD, taalaanbieders of andere instanties. Dit helpt statushouders in de praktijk, maar maakt de rolverdeling minder scherp: VluchtelingenWerk ondersteunt en behartigt belangen, terwijl de formele regie bij de SDD ligt. Een praktische belemmering voor lokale participatie is dat een actuele gedeelde sociale kaart beperkt beschikbaar is. VluchtelingenWerk onderhoudt zelf informele contacten met wijkmanagers, buurthuizen, kerken en buurtinitiatieven om statushouders naar activiteiten te begeleiden. Dat laat zien dat lokale

92 inbedding deels tot stand komt via persoonlijke netwerken van uitvoerders, maar nog beperkt is geborgd in een gezamenlijke structuur. De ervaring van inburgeraars Inburgeraars zijn over het algemeen positief over de maatschappelijke begeleiding. In het groepsgesprek wordt het contact met de maatschappelijk begeleider als goed en helpend beschreven. Tegelijkertijd blijkt dat het begin intensief is: er moet veel tegelijk worden geregeld en niet iedereen kan alle informatie direct overzien. VluchtelingenWerk is daarmee in de eerste fase de meest zichtbare ondersteuning, en vangt ook vragen op die ontstaan doordat andere onderdelen later starten. Stap 3: Brede intake en leerbaarheidstoets De brede intake vormt de inhoudelijke start van het inburgeringstraject. Volgens het beleidskader is de brede intake bedoeld om vast te stellen welke leerroute passend is en welke ondersteuning nodig is om de inburgeraar te begeleiden naar zelfstandigheid en financiële onafhankelijkheid. Daarbij gaat het niet alleen om opleiding en werk, maar ook om leerbaarheid, taalniveau, motivatie, zelfredzaamheid, mentale en fysieke gezondheid, gezinssituatie en sociaal netwerk. De leerbaarheidstoets is onderdeel van deze fase en geeft een advies over het te behalen taalniveau. Uit de interviews blijkt dat de brede intake in de praktijk enkele weken na de regeldag wordt gepland.

De SDD geeft aan dat de brede intake alle levensgebieden bestrijkt, maar dat de nadruk per gesprek kan verschillen. Als er op bepaalde domeinen geen zichtbare problemen zijn, worden die onderwerpen minder uitgebreid besproken. De SDD gebruikt bij het opstellen van het PIP ook informatie uit systemen van het COA. De ervaring van inburgeraars Inburgeraars ervaren het contact met de SDD wisselend. Sommige deelnemers geven aan dat de consulent helpt bij schoolkeuze, geldzaken of praktische vragen. Andere deelnemers ervaren het contact als beperkt of sterk afhankelijk van de contactpersoon. In het groepsgesprek komt naar voren dat sommige inburgeraars de consulent weinig spreken of vooral contact hebben wanneer er een probleem ontstaat. Ook over de leerbaarheidstoets zijn de ervaringen wisselend. Inburgeraars geven aan dat de toets veel invloed heeft op de routekeuze, terwijl zij niet altijd ervaren dat de toets recht doet aan hun achtergrond, opleidingsniveau of leervermogen. De leerbaarheidstoets is landelijk vastgesteld. De gemeente heeft hier beperkt invloed op. Stap 4: Opstellen van het Persoonlijk plan Inburgering en Participatie (PIP) Na de brede intake stelt de SDD het Persoonlijk Plan Inburgering en Participatie (PIP) op. Het PIP vertaalt de uitkomsten van de brede intake naar persoonlijke einddoelen en afspraken.

In het PIP staat onder meer welke leerroute wordt gevolgd, hoe de inburgeraar aan de inburgeringsplicht voldoet en welke begeleiding en ondersteuning wordt geboden. Het PIP wordt vastgesteld als beschikking. Daarmee zijn de afspraken ook handhaafbaar. Het PIP vormt het startpunt voor de driejarige inburgeringstermijn. Na vaststelling van het PIP stroomt de inburgeraar door naar de leerroute. De leerroutes worden uitgevoerd door taalaanbieders. Voor asielstatushouders is de gemeente verantwoordelijk voor het aanbod van de leerroute. Gezins- en overige migranten zijn in beginsel zelf verantwoordelijk voor het inkopen van hun inburgeringstraject, maar hebben wel contact met de SDD over brede intake, PIP , MAP , PVT en voortgang.

93 Voor gezinsmigranten is de gemeentelijke rol beperkter dan voor statushouders. Zij krijgen geen gemeentelijk aanbod voor de leerroute en geen maatschappelijke begeleiding of financiële ontzorging. Tegelijkertijd zijn zij wel inburgeringsplichtig en hebben zij te maken met brede intake, PIP , MAP , PVT en voortgang. Daarmee ontstaat een kwetsbare positie: gezinsmigranten moeten veel zelf organiseren, terwijl taalniveau, gezinssituatie of afhankelijkheid van een partner de toegang tot passende ondersteuning kunnen bemoeilijken. Bij jonge inburgeraars kan de routekeuze extra kwetsbaar zijn. Vanuit de onderwijsroute wordt aangegeven dat veel jongeren de onderwijsroute willen volgen, maar vooraf niet altijd goed kunnen inschatten hoe intensief deze route is. Ook wordt de vraag opgeworpen of de scheiding tussen B1-route en onderwijsroute soms te vroeg wordt gemaakt. Voor jonge inburgeraars kan de keuze tussen opleiding en werk spanning opleveren. Vanuit de onderwijsroute wordt aangegeven dat deelnemers soms afhaken omdat zij betaald werk willen of financiële verplichtingen richting familie ervaren. Daarmee is uitval niet alleen een onderwijsprobleem, maar ook verbonden met bestaanszekerheid en gezinsverantwoordelijkheid. Een latere definitieve routekeuze, na een gezamenlijke startperiode, zou volgens gesprekspartners kunnen bijdragen aan betere passendheid.

De ervaring van inburgeraars Inburgeraars vinden taalonderwijs belangrijk, maar ervaren knelpunten in de intensiteit en passendheid van het aanbod. In het groepsgesprek geven deelnemers aan dat twee dagen les per week niet altijd genoeg is om taal, grammatica en examenvaardigheden goed te leren. Ook komt naar voren dat sommige deelnemers behoefte hebben aan meer flexibiliteit, bijvoorbeeld vanwege gezin, studie of werk. Het PIP is het centrale maatwerkdocument, maar de passendheid hangt af van de kwaliteit van de brede intake, de leerbaarheidstoets en het beschikbare routeaanbod. Stap 5: Voortgang, begeleiding, participatie en handhaving Na de start van de leerroute volgt de SDD de voortgang van de inburgeraar. Volgens het beleidskader heeft iedere inburgeraar een regisseur vanuit de SDD. Deze regisseur houdt de voortgang bij, stemt af met betrokken partijen en kan, wanneer afspraken niet worden nageleefd, overgaan tot handhaving. DUO is verantwoordelijk voor handhaving op de inburgeringstermijn. De voortgangsgesprekken zijn bedoeld om te beoordelen of de gekozen leerroute nog passend is en of afspraken in het PIP moeten worden aangepast. Als een inburgeraar afspraken uit het PIP verwijtbaar niet nakomt, kan de gemeente handhavend optreden. Uit de gesprekken blijkt dat de uitvoering hiervan onder druk kan staan.

Consulenten hebben te maken met hoge caseloads en veel ad-hocvragen. Daardoor is volgens betrokkenen één vast kwartaalgesprek niet altijd voldoende om alle vragen en ontwikkelingen in het traject te bespreken. Hoewel de voortgangsstructuur aanwezig is, verschilt de invulling van de begeleiding in de praktijk, waardoor deze minder uniform is dan de formele inrichting suggereert. De ervaring van inburgeraars Inburgeraars ervaren het contact met de SDD wisselend. Sommigen voelen zich geholpen, bijvoorbeeld bij schoolkeuze of financiële vragen. Anderen geven aan weinig contact te hebben of lang te moeten wachten op reactie. In het groepsgesprek komt naar voren dat de frequentie van contact sterk afhankelijk is van de contactpersoon en dat sommige inburgeraars de SDD vooral spreken wanneer er iets misgaat.

94 “Ik wil werken en meedoen, maar ik weet niet goed welke stappen ik moet zetten. ” Elif (34 jaar) Elif is via gezinshereniging naar Dordrecht gekomen. Ze woont bij haar partner en zorgt voor twee jonge kinderen. Ze wil Nederlands leren en later werken, bijvoorbeeld in de zorg of kinderopvang. Tijdens de brede intake bespreekt ze met de SDD welke route bij haar past en wat zij nodig heeft om haar inburgering te halen. De begeleiding helpt haar om zicht te krijgen op de stappen die zij moet zetten, maar veel praktische keuzes moet zij zelf organiseren. Voor Elif zit de uitdaging vooral in het combineren van haar inburgering met haar gezin en toekomstplannen. Ze moet taallessen, zorg voor de kinderen, afspraken en voorbereiding op werk op elkaar afstemmen. Ze wil graag meedoen, maar heeft behoefte aan duidelijke informatie over wat realistisch is: welk taalniveau ze nodig heeft, welke opleiding of baan mogelijk is, en hoe ze stap voor stap richting werk kan bewegen. *Noot: De naam, leeftijd en afbeelding zijn fictief. De casus is gebaseerd op ervaringen en bevindingen uit de interviews die voor dit onderzoek zijn afgenomen. 95 3.5 Begeleiding naar werk of participatie Kernbevinding: De Wet inburgering 2021 beoogt taal en participatie te verbinden, maar in Dordrecht komt begeleiding naar werk nog beperkt van de grond.

De ondersteuning richt zich vooral op taal, inburgeringsplicht en praktische begeleiding. Bestaande participatie- en werkstructuren, zoals het Werkcentrum, zijn nog onvoldoende ingericht op de specifieke behoeften van statushouders en andere inburgeraars. 3.5.1 Participatie is een expliciet uitgangspunt van het beleid Het regionale beleidskader gaat uit van duurzame participatie naar vermogen. Participatie moet passen bij de talenten, kennis en interesses van de inburgeraar. Daarbij is de inzet primair gericht op economische participatie, zoals betaald werk en financiële onafhankelijkheid, en daarnaast op maatschappelijke participatie, zoals vrijwilligerswerk, werkervaringsplekken en deelname aan verenigingen of sociale netwerken. Ook in de leerroutes is participatie een uitgangspunt. Voor de B1-route staat in het beleidskader dat taal en participatie gecombineerd worden en dat het participatiedeel kan bestaan uit taalstages, werkstages, vrijwilligerswerk of werkervaringsplekken. Tegelijkertijd staat in datzelfde beleidskader dat de SDD nog onderzoekt wat hierin kan worden georganiseerd. Daarmee is de koppeling tussen taal en participatie wel als ambitie benoemd, maar bij de start van het stelsel nog niet volledig uitgewerkt 119.

3.5.2 De verbinding met werk blijft in de uitvoering beperkt Uit de evaluatie over het eerste uitvoeringsjaar blijkt dat de verbinding met werk en participatie nog beperkt tot stand komt. Behalve de inzet van het arbeidsonderzoekcentrum wordt weinig gebruikgemaakt van structuren en middelen uit de Participatiewet en de Wmo. Ook wordt benoemd dat de verbinding met de Participatiewet en de realisatie van duale trajecten nog nauwelijks tot stand komt. Participatie wordt in de evaluatie juist genoemd als ontwikkelkans120, mede omdat statushouders een aanzienlijk deel van het bijstandsbestand vormen121. Uit de interviews komt hetzelfde beeld naar voren. Gesprekspartners geven aan dat de koppeling met werk een belangrijke reden was om de uitvoering van inburgering bij de GR onder te brengen, omdat daar ook de Participatiewet is belegd. Tegelijkertijd geven gesprekspartners aan dat er vermoedelijk te weinig gebeurt op het gebied van doorstroom naar betaald werk en dat een structureel overzicht van resultaten op participatie en uitstroom naar werk ontbreekt. Daarbij gaat het niet alleen om de uitvoering zelf, maar ook om het zicht op resultaten. Uit de gesprekken blijkt dat geen structureel overzicht beschikbaar is van participatie, opleiding of uitstroom naar werk van inburgeraars.

Daardoor is niet goed vast te stellen in hoeverre het inburgeringstraject bijdraagt aan het centrale beleidsdoel van duurzame participatie. 119 Werkgroep regionaal beleid. (2020, 20 november). Beleidskader bij de Veranderopgave Inburgering, p. 4 en p. 10- 11. 120 Significant Public. (2026, 27 maart). Evaluatie inburgeringsbeleid Drechtsteden, p. 28-31. 121 Drechtsteden. (2023). Inburgeren in de Drechtsteden 2022: Evaluatie Wet inburgering 2021, p. 9-10.

96 De ervaring van inwoners van Dordrecht Ook vanuit inwonersperspectief is er behoefte aan zicht op de maatschappelijke inbedding van nieuwkomers. In de inwonerconsultatie geven inwoners aan behoefte te hebben aan informatie over onder meer dagbesteding van nieuwkomers en wat zij zelf kunnen doen om te helpen. Dit raakt aan de bredere opgave om participatie niet alleen als individueel inburgeringsdoel te zien, maar ook als vraagstuk van verbinding met de lokale samenleving. 3.5.3 Algemene werkvoorzieningen sluiten nog onvoldoende aan De bestaande routes naar werk zijn nog beperkt toegesneden op inburgeraars. De evaluatie benoemt dat het arbeidsonderzoekcentrum wordt ingezet, maar ook dat daar wachttijden zijn door personeelstekorten en dat de locatie voor inwoners uit de Drechtsteden beperkt bereikbaar is. Dat maakt de voorziening minder laagdrempelig voor een doelgroep die vaak nog afhankelijk is van begeleiding, openbaar vervoer en taalondersteuning. Ook bredere voorzieningen, zoals algemene werk- en participatiestructuren, lijken nog onvoldoende ingericht op de specifieke situatie van statushouders en andere inburgeraars. Deze groep heeft vaak te maken met een combinatie van taalverwerving, onbekendheid met de Nederlandse arbeidsmarkt, diploma-erkenning, gezinshereniging, gezondheid, schulden of onzekerheid over inkomen.

Daardoor is niet alleen een verwijzing naar bestaande voorzieningen nodig, maar begeleiding die taal, werk en persoonlijke omstandigheden in samenhang oppakt. De ervaring van inwoners van inburgeraars De ervaringen van inburgeraars bevestigen dat de begeleiding naar werk verschilt per consulent. In de evaluatie geven inburgeraars aan dat sommige consulenten vooral benadrukken dat zij moeten werken, maar niet concreet helpen bij het vinden van werk of bij het zoeken naar passende werkgevers. Inburgeraars geven ook aan dat zij zelf moeilijk binnenkomen bij werkgevers, onder meer omdat zij nog onvoldoende Nederlands spreken. Zij ervaren het als helpend wanneer contact met werkgevers via de consulent of een andere begeleider loopt. Daarmee is de begeleiding naar werk in de praktijk sterk afhankelijk van de inzet en werkwijze van individuele consulenten. De formele structuur biedt ruimte voor participatie in het PIP en via de MAP , maar dat leidt nog niet vanzelf tot concrete arbeidsmarkttoeleiding

97 Bijlage Bijlage 1: Geïnterviewde betrokkenen Datum gesprek | Gesprekpartner(s) | Organisatie 16 maart 2026 | Portefeuillehouder opvanglocaties | Gemeente Dordrecht 16 maart 2026 | Omgevingsmanager | Gemeente Dordrecht 18 maart 2026 | Omgevingsmanager | Gemeente Dordrecht 18 maart 2026 | Projectmanager opvang Oekraïners | Gemeente Dordrecht 18 maart 2026 | Projectmanager opvang Oekraïners | Gemeente Dordrecht en vluchtelingen 25 maart 2026 | Beleidsadviseur sociaal domein | Gemeente Dordrecht 25 maart 2026 | Teamleider VluchtelingenWerk | Gemeente Dordrecht Dordrecht 25 maart 2026 | Onderwijsmanager en | ROC Davinci College onderwijskundige NT2 25 maart 2026 | Consulenten Inburgering | Sociale Dienst Drechtsteden 26 maart 2026 | Portefeuillehouder Inburgering | Gemeente Dordrecht 28 april 2026 | Inburgeraars en VluchtelingenWerk | - Mei 2026 | Onderwijscoördinator | Sagènn 25 en 26 juni 2026 | Leden begeleidingscommissie | Begeleidingscommissie duurzame opvang Oekraïense ontheemden Daarnaast heeft de rekenkamer documentonderzoek uitgevoerd en een inwonersconsulatie gehouden waaraan 1.149 inwoners van Dordrecht hebben deelgenomen.

98 99 Bijlage 2: Methodologische verantwoording inwonersconsultatie Doel van de inwonersconsultatie Als onderdeel van het onderzoek heeft de Rekenkamer Dordrecht een inwonersconsultatie uitgevoerd om inzicht te verkrijgen in de ervaringen, opvattingen en informatiebehoeften van inwoners met betrekking tot de opvang van asielzoekers en Oekraïense ontheemden in Dordrecht. De vragenlijst richtte zich onder meer op: • de houding van inwoners ten aanzien van opvang; • de bekendheid met bestaande en nieuwe opvanglocaties; • de ervaren betrokkenheid bij besluitvorming; • de beoordeling van de communicatie door de gemeente; • wensen en verwachtingen ten aanzien van participatie en informatievoorziening. Uitvoering De inwonersconsultatie werd uitgevoerd door onderzoeksbureau Necker in samenwerking met Citisens. De vragenlijst was online beschikbaar van 20 maart tot en met 27 april 2026 Inwoners werden uitgenodigd via: • het bewonerspanel van Necker; • het bewonerspanel van Onderzoekscentrum Drechtsteden; • communicatiekanalen van de Rekenkamer Dordrecht; • een open uitnodiging voor overige geïnteresseerde inwoners. Respons In totaal vulden 1.171 inwoners de vragenlijst in. Door middel van verschillende verificatiemethoden zijn dubbele inzendingen en inzendingen van personen buiten de gemeente Dordrecht uit de onderzoeksresultaten verwijderd.

Dit resulteerde in een netto respons van 1.149 inwoners. Voor een gemeente van de omvang van Dordrecht betekent dit dat de resultaten kunnen worden geïnterpreteerd met een betrouwbaarheidsniveau van 99% en een foutmarge van 5%. Dit houdt in dat met 99% zekerheid kan worden gesteld dat de werkelijke percentages maximaal 5 procentpunt afwijken van de gerapporteerde percentages. 100 Weging van de resultaten De resultaten zijn gewogen aan de hand van de betrokkenheidsprofielen van Citisens. De betrokkenheidsprofielen zijn ontwikkeld om inzicht te verkrijgen in verschillen tussen inwoners op het gebied van maatschappelijke betrokkenheid, vertrouwen in de overheid, communicatievoorkeuren en participatiegedrag. Het model onderscheidt acht profielen, waaronder bijvoorbeeld Alerte Families, Bescheiden Grijzen, Idealistische Globalisten en Eigenzinnige Lokalen. De profielen zijn gebaseerd op een combinatie van: • demografische kenmerken; • sociaal-economische kenmerken; • onderzoek naar vertrouwen en betrokkenheid; • communicatie- en participatievoorkeuren. Door de onderzoeksresultaten te wegen op basis van deze profielen ontstaat een zo goed mogelijke afspiegeling van de bevolking van Dordrecht als geheel. Onderstaand figuur toont de verdeling van de betrokkenheidsprofielen onder de respondenten ten opzichte van de verdeling binnen de Dordtse bevolking.

Figuur: Verdeling van de betrokkenheidsprofielen voor invullers van de inwonersconsultatie (voorgrond) en de gemeente Dordrecht als geheeld (achtergrond)

101 Privacy en gegevensverwerking Respondenten konden hun postcode invullen en desgewenst hun e-mailadres achterlaten. Postcodes en e-mailadressen zijn afzonderlijk opgeslagen van de inhoudelijke antwoorden op de vragenlijst. Deelnemers zijn vooraf geïnformeerd over de verwerking van deze gegevens en hebben hiervoor expliciet toestemming verleend. Persoonsgegevens zijn vertrouwelijk behandeld en de onderzoeksresultaten zijn uitsluitend geanonimiseerd verwerkt en gerapporteerd. Interpretatie van de resultaten De inwonersconsultatie biedt inzicht in algemene opvattingen, ervaringen en informatiebehoeften van inwoners van Dordrecht. De resultaten zijn niet bedoeld om uitspraken te doen over specifieke buurten, straten of groepen direct omwonenden van afzonderlijke opvanglocaties. Om ervaringen van direct betrokken inwoners beter in beeld te brengen, heeft de rekenkamer aanvullend gesprekken gevoerd met betrokkenen uit begeleidingscommissies en verslagen van deze commissies geanalyseerd. 102

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/1191/documents/50870