Rapport Rekenkamer Dordrecht - Onderzoek naar Ondermijning.pdf
Tekst van het document
Interne samenwerking Verschillende afdelingen en medewerkers van de gemeente (bijvoorbeeld de gebiedsmanagers, 14 wijkmanagers en team Communicatie) zijn betrokken bij de aanpak van ondermijning. Al deze medewerkers brengen hun eigen expertise, ervaring en netwerk 15 mee. Geïnterviewden geven aan dat dit goed werkt. Het kernteam ondermijning heeft verspreid over de organisatie medewerkers aangewezen als aanspreekpunt op het thema ondermijning.
De ene teamleider Handhaving werkt meer themagericht, de andere gebiedsgericht. De themagerichte teamleider zit bij de regiegroep. 13 Dit zijn boa's, parkeercontroleurs, teamleiders, teamcoördinatoren, senior handhavers en kantoorpersoneel. 14 Er zijn vier gebiedsmanagers: één per gebied Oost, West en Centrum en één meer algemene gebiedsmanager. Die laatste is het meest betrokken bij het onderwerp ondermijning en zit bijvoorbeeld in de regiegroep; zij houdt collega’s op de hoogte. 15 Collega’s binnen de gemeente, samenwerkingspartners, inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties. 12
Onderzoek naar ondermijning | Rekenkamer Dordrecht C1-Intern use
31
Zij worden onder andere om informatie gevraagd over een signaal/casus: bijvoorbeeld bij burgerzaken, gemeentebelastingen, subsidie, vastgoed, inkoop en een accountmanager bedrijven. 4.3 Uitvoering Uit de interviews komt naar voren dat de gemeente samen met de samenwerkingspartners de ondermijningsaanpak uitvoert zoals vastgelegd in het uitvoeringsplan. De gemeente vat de aanpak zelf samen in dit overzicht. Dat is gebaseerd op het Uitvoeringsplan ondermijning 2023-2024.16 Zoals eerder genoemd hebben de gemeente en de andere bij de aanpak van ondermijning betrokken organisaties het Uitvoeringsplan 2023-2024 geëvalueerd.17 Uit die evaluatie en ons onderzoek blijkt dat betrokkenen over het algemeen tevreden zijn over hoe de uitvoering verloopt, maar dat er ook verbeterpunten zijn. Hierna wordt de uitvoering op elk van de drie onderdelen van de aanpak beschreven.
16 17
Bron: Interne presentatie Ondermijningsaanpak gemeente Dordrecht, oktober 2024. Concept-Uitvoeringsplan georganiseerde criminaliteit 2025-2026, bijlage Evaluatie Uitvoeringsplan ondermijning 2023-2024.
Onderzoek naar ondermijning | Rekenkamer Dordrecht C1-Intern use
32
Aanpakken van ondermijnende criminaliteit (onderdeel 1) Het versterken van de informatiepositie is één van de doelen van dit onderdeel van de aanpak. In paragraaf 2.2 is beschreven wat de gemeente doet aan het versterken van haar informatiepositie en waar die nog beter kan. In 2023 is de gemeente bijvoorbeeld gestart met een ‘informatiemakelaar ondermijning’ voor de regie op casussen en het opvragen van informatie bij samenwerkingspartners voor het casusoverleg van de gemeente en voor RIEC-casussen. Een verbeterpunt voor een sterkere informatiepositie is het vergroten van het signalerend vermogen van medewerkers, organisaties en professionals buiten de direct betrokkenen bij de aanpak, door een proactieve houding van de direct betrokkenen en een goede samenwerking tussen hen en wijkagenten, wijkhandhavers en wijkmanagers. Het vrijmaken van mensen bij team Handhaving voor het thema ondermijning kan hier volgens de evaluatie bij helpen. Ook het vastleggen van informatie in systemen moet beter. Het kernteam ondermijning heeft in 2024 steeds meer signalen gekregen van ondermijning via collega’s en samenwerkende organisaties, waardoor ook meer signalen worden behandeld in het casusoverleg ondermijning. Er waren in 2024 25 nieuwe casussen in het casusoverleg en 7 doorlopend uit 2023. In 2023 waren dit er 18 en 8 doorlopend uit 2022. In 2024 waren er vijf casussen bij het RIEC.
Hierna beschrijven we eerst het proces bij de gemeente als er een signaal van ondermijning binnenkomt. Daarna gaan we in op de bestuurlijke acties en maatregelen (interventies) die de gemeente heeft ingezet. Proces bij de gemeente van signaal tot actie De gemeente werkt met een werkproces Aanpak georganiseerde ondermijnende criminaliteit (casusoverleg ondermijning), dat het proces van signaal tot eventuele actie beschrijft. Een signaal is een aanwijzing dat bepaald gedrag/een situatie misschien verband houdt met ondermijnende criminaliteit.18 De gemeente is bezig dit proces en de daarbij horende data protection impact assessment (DPIA, beoordeling van privacyrisico’s en maatregelen) te herzien, zodat het weer actueel is en privacy nog beter gegarandeerd. Samengevat ziet dit proces er zo uit.
18
De gemeente sluit in het werkproces aan bij de betekenis die de Raad van State aan het woord signaal geeft (2019).
C1-Intern use
Figuur 4.1 Schema werkproces aanpak ondermijning van signaal tot actie
Het kernteam ondermijning is verantwoordelijk en bewaakt dit proces van begin tot eind: signalen komen bij het kernteam binnen en het kernteam beslist wat ermee gebeurt. Voor interne meldingen (van een andere afdeling van de gemeente, bijvoorbeeld Handhaving) en externe meldingen (van andere betrokken organisaties, zoals de politie of de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid) heeft het kernteam een mailadres opengesteld. Uit de interviews en het groepsgesprek met medewerkers blijkt dat dit mailadres nog niet bij alle medewerkers van de gemeente en samenwerkende organisaties bekend is. Binnen de gemeente kunnen medewerkers ook melden via ‘Meld een Vermoeden’ in het zaaksysteem Pantyr. Meldingen kunnen ook van inwoners komen: telefonisch, schriftelijk, digitaal of mondeling aan de balie, of via Meld Misdaad Anoniem. Ook kan een medewerker van Team Veiligheid een eigen waarneming doen tijdens het dagelijkse werk en dat als signaal inbrengen bij het kernteam.
Onderzoek naar ondermijning | Rekenkamer Dordrecht
C1-Intern use
34
Bestuurlijke acties en maatregelen Uit de uitvoeringsplannen en de door ons opgevraagde cijfers blijkt dat de gemeente de afgelopen jaren de volgende acties en maatregelen heeft ingezet om ondermijning aan te pakken. Seksbranche De seksbranche is gevoelig voor mensenhandel. De gemeente controleert en handhaaft op het ontbreken van een vergunning voor seksbedrijven. Tabel 4.1 Bestuurlijke handhaving seksbranche 2020
2021
2022
2023
2024
1
5
10
7
4
Bestuurlijke maatregelen (Waarschuwing, sluiting of dwangsom)
1
4
8
7
4
Bestuurlijke waarschuwing
0
1
1
1
1
Sluiting pand
1
3
3
4
2
Dwangsombesluit
0
0
4
2
1
Bestuurlijke rapportage (rapport politie/handhaving aan burgemeester)
Drugsdealen In 2022 heeft de burgemeester 23 keer een last onder dwangsom opgelegd voor drugsdealen. In 2023 was dit 21 keer en in 2024 11 keer. Drugspanden (artikel 13b Opiumwet) Als in een pand (woning of ander pand) drugs aanwezig zijn of worden verhandeld, kan de burgemeester dit pand tijdelijk sluiten op basis van de ‘Wet Damocles’ (artikel 13b Opiumwet). Tabel 4.2 Bestuurlijke handhaving drugspanden 2020
2021
2022
2023
2024
Bestuurlijke rapportage
28
20
21
24
16
Bestuurlijke maatregelen (Waarschuwing, sluiting of dwangsom)
28
10
21
24
16
Bestuurlijke waarschuwing
8
10
5
4
2
Sluiting pand
20
0
14
17
13
Dwangsombesluit
0
0
2
3
1
Het ging vooral om woningen en tot en met 2023 vooral om softdrugs; in 2024 heeft de gemeente juist meer op harddrugs gehandhaafd.
Onderzoek naar ondermijning | Rekenkamer Dordrecht
C1-Intern use
35
Coffeeshops Tabel 4.3 Bestuurlijke handhaving coffeeshops 2020
202119
Bestuurlijke rapportage
1
1
Bestuurlijke waarschuwing
0
0
Sluiting pand
1
1
Dwangsombesluit
0
0
Explosies Tabel 4.4 Bestuurlijke handhaving explosies 2023
2024
Bestuurlijke rapportage
4
7
Bestuurlijke maatregelen (Waarschuwing, sluiting of dwangsom)
4
0
Bestuurlijke waarschuwing
1 (vrijwillig gesloten)
0
Sluiting pand
3
0
Digitaal Opkopers Register (DOR) Om heling te bestrijden moeten handelaren in tweedehands spullen elke aankoop van diefstalgevoelige gebruikte spullen (zoals foto- en filmapparatuur, sieraden, uurwerken en edelmetaal) registreren in het Digitaal Opkopers Register (DOR). In 2024 waren er tot en met oktober vier bestuurlijke rapportages over het DOR en heeft de burgemeester twee keer een waarschuwing en twee keer een dwangsom opgelegd. Wet Bibob Met de Wet Bibob kan de gemeente mensen en organisaties onderzoeken op risico’s op crimineel misbruik vóórdat ze een positief besluit neemt of samenwerking aangaat of voortzet. De tabellen hieronder laten zien hoe vaak Dordrecht de Wet Bibob de afgelopen jaren heeft ingezet op de Algemene Plaatselijke Verordening (horeca en seksbedrijven) en bouw en milieu. Dat betekent dat de gemeente onderzoek heeft gedaan naar de partij die een aanvraag doet of overeenkomst wil aangaan en diens zakelijke relaties: zijn die in verband te brengen met strafbare feiten? In tabel 4.6 is te zien wat de gemeente na dit onderzoek heeft gedaan (bijvoorbeeld de vergunning verleend of de aanvraag buiten behandeling gesteld). Over bouw en milieu en Vastgoed/Grondzaken hebben de onderzoekers die informatie niet gekregen Tabel 4.5 Gebruik Wet Bibob bij Algemene Plaatselijke Verordening (APV) 20
19 20
Er zijn geen recentere cijfers beschikbaar; deze registreert de gemeente niet meer op deze manier. Over 2021 en 2022 zijn geen uitgebreidere cijfers beschikbaar. De cijfers van 2024 zijn t/m september.
Onderzoek naar ondermijning | Rekenkamer Dordrecht
C1-Intern use
36
2021
2022
2023
2024
Aanvraag besluit (beschikking, zoals vergunning) APV Horeca Dordrecht
-
-
27
24
Verlening beschikking APV Horeca Dordrecht
-
-
21
18
Buiten behandeling gesteld
-
-
3
3
Procedure beëindigd
-
-
3
0
Advies gevraagd aan Landelijk Bureau Bibob (LBB)
-
-
1
0
Geen vergunning nodig (vergunningsvrij)
-
-
0
3
Onbekend
-
-
4
0
Totaal
22
21
32
24
Tabel 4.6 Gebruik Wet Bibob bij vergunningen en overheidsopdrachten (zoals aanbestedingen) bouw en milieu21 2020 2021 2022 2023 2024 23
27
38
35
32
Verder was er één Bibob-casus bij Vastgoed/Grondzaken in 2022. Versterken weerbare overheid (onderdeel 2) Het kernteam ondermijning heeft in 2023 en 2024 in samenwerking met het RIEC zeven bewustwordingssessies georganiseerd voor 140 collega’s bij de gemeente. Het interne meldpunt (mailadres) en het kernteam ondermijning worden intern en extern beter gevonden, blijkt uit de evaluatie van het Uitvoeringsplan en de interviews. Samen met het Versterkingsprogramma Weerbaar tegen ondermijning van het RIEC heeft de gemeente voor woningcorporaties en de deelnemers van de leefbaarheidsoverleggen een escaperoom georganiseerd om hen meer te leren over ondermijning en crimineel gebruik van panden. De gemeente heeft aandacht besteed aan het thema mensenhandel bij een raadsbijeenkomst, de ‘Dag van je Werk’ en twee bewustwordingssessies met de gemeente Zwijndrecht en de Sociale Dienst Drechtsteden, waarbij 75 professionals zijn getraind in het herkennen van signalen van mensenhandel. Ook heeft de aandachtsfunctionaris mensenhandel van de gemeente Dordrecht een workshop gegeven tijdens de kennis- en netwerksessie Mensenhandel & Mensensmokkel van het RIEC, en was Dordrecht initiatiefnemer van de lancering van de ‘Koffer Verkeerd’ (een ingerichte sekswerkkamer met signalen van seksuele uitbuiting).
Versterken maatschappelijke weerbaarheid (onderdeel 3) De gemeente heeft de afgelopen twee jaar gewerkt aan maatschappelijke weerbaarheid tegen ondermijning door bewustwordingsacties te organiseren voor jongeren, inwoners en ondernemers.
21
Cijfers 2024 t/m oktober.
Onderzoek naar ondermijning | Rekenkamer Dordrecht
C1-Intern use
37
Daarbij werkt de gemeente samen met bijvoorbeeld het Platform Veilig Ondernemen Rotterdam (PVO), het bedrijf Parktrust, de politie en scholen. Voorbeelden van acties zijn een ‘escapeboot’ in de haven, een escaperoom en vijf bewustwordingsacties op het bedrijventerrein, flyeracties en het lanceren van ‘Steek jij je hand uit?’, een digitaal platform om uitbuiting bespreekbaar te maken op scholen. Ook informeert de gemeente inwoners over preventieve acties (gericht op voorkómen van ondermijning) en repressieve acties (maatregelen ná overtredingen). Geïnterviewden vertellen dat inwoners vooral de direct in hun omgeving zichtbare effecten van de aanpak opmerken en daar feedback op geven. Inwoners reageren bijvoorbeeld op sluitingen van panden en het overschrijden van het maximumpercentage kamerverhuur per straat. Een groot deel van (de effecten van) wat de gemeente en samenwerkende organisaties doen aan de bestrijding van ondermijning is niet meteen zichtbaar voor inwoners. Het ‘strategisch beleidskader communicatie’ van de gemeente uit 2023 om de kennis en weerbaarheid onder jongeren, ondernemers en inwoners te vergroten, is door wisselingen van communicatieadviseurs de afgelopen twee jaar niet goed tot uitvoering gekomen, blijkt uit de evaluatie.
Net als veel geïnterviewden benoemt ook de eigen evaluatie van de gemeente dat het lastig blijft om doelgroepen te bereiken voor bewustwordingsacties. 4.4 Regie door de gemeente Bij de aanpak van ondermijning zijn gemeenten verantwoordelijk voor de regie. Dat wil zeggen dat zij een coördinerende rol hebben in ervoor zorgen dat er een integrale (gezamenlijke) aanpak van ondermijning met de partners is. Om dat te bereiken moet ten eerste de afstemming met partners prioriteit hebben in het beleid. Ten tweede moet er lokaal een structuur zijn waarin wordt gewerkt, waarbinnen adequaat wordt samengewerkt met partners en maatregelen worden vastgelegd en uitgevoerd in afstemming met die partners. Ten derde wordt de samenwerking bij integrale activiteiten door de gemeente in goede banen geleid. Uit de gesprekken komt het beeld naar voren van een gemeente die de regie voor de aanpak van ondermijning goed oppakt, zowel binnen de gemeente als daarbuiten in de samenwerking met partners. Door meerdere partners wordt opgemerkt dat de gemeente actief is en dat er voldoende prioriteit is voor het onderwerp. Enkele van deze gesprekspartners denken dat de gemeente in vergelijking met andere gemeenten een flinke voorsprong heeft in het nemen van de regie.
Daarbij noemen zij dat de gemeente deelneemt aan de privacywerkgroep van het RIEC en van daaruit bijdraagt aan het verbeteren van de informatiedeling, het betrekken van andere afdelingen van de gemeente bij de aanpak van ondermijning en het structurele betrekken van samenwerkingspartners in de regiegroep en bij het casusoverleg. De afstemming met partners heeft prioriteit in het beleid. Dat blijkt er bijvoorbeeld uit dat de onderwerpen in het Integraal Veiligheidsplan van de gemeente in nauwe samenwerking met de partners
Onderzoek naar ondermijning | Rekenkamer Dordrecht
C1-Intern use
38
van de regiegroep zijn geformuleerd, waardoor iedereen vanuit dezelfde doelen werkt bij de aanpak van ondermijning. Dit heeft overigens plaatsgevonden op initiatief van het RIEC, die deze werkwijze in de regio heeft aangejaagd. De gemeente Dordrecht heeft dit actief opgepakt. Ook het Uitvoeringsplan ondermijning/georganiseerde criminaliteit dat elke twee jaar wordt vastgesteld, wordt samen opgesteld en afgestemd in de regiegroep. De regiegroep overlegt zes wekelijks op strategisch niveau over de (regionale) ontwikkelingen in de aanpak van ondermijning. Deelnemers namens de gemeente van dit overleg zijn de projectleider kernteam ondermijning (voorzitter), de gebiedsmanager van het team Wijken en de teamcoördinator ondermijning van het team Handhaving. Externe deelnemers zijn het RIEC, het OM, de politie, de Sociale Dienst Drechtsteden en de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid. Tijdens de onderzoeksperiode is de interactie tijdens een overleg van de regiegroep geobserveerd. De regierol die de gemeente pakt, valt positief op. De gemeente verbindt de partners, door partners uit te nodigen elkaar niet alleen te informeren over elkaars activiteiten bij de aanpak van ondermijning, maar ook te streven naar afstemming daarover, zodat dubbele activiteiten worden voorkomen.
Een voorbeeld is dat wanneer één van de partners aangeeft dat bewustwordingssessies georganiseerd worden, deze partner gestimuleerd wordt door de gemeente om andere organisaties daarop te laten aansluiten. Maatregelen worden vastgelegd en uitgevoerd in afstemming met de partners.
De gemeente neemt onder andere de regie door integrale handhavingscontroles te organiseren, bij verschillende overleggen actief de agenda te beheren en partners aangesloten te houden. De gemeente heeft in 2022 zes, in 2023 acht en in 2024 zeven integrale controles uitgevoerd. Per controle worden circa zes ondernemingen bezocht. De keuze voor ondernemingen gebeurt op basis van signalen vanuit de partners en vanuit verschillende afdelingen van de gemeente. Daarnaast worden ook willekeurige ondernemingen meegenomen tijdens de integrale controledagen. Gemiddeld eens per maand vindt een afstemmingsoverleg plaats waarbij wordt teruggekeken op de voorgaande integrale controle en vooruit wordt geblikt op toekomstige integrale controles. Daarbij wordt onder andere gesproken over te controleren adressen. Bij een integrale controle zijn de vaste deelnemers: medewerkers van team Handhaving van de gemeente, de Nederlandse Arbeidsinspectie, het UWV, de Sociale Dienst Drechtsteden, de politie, de Douane, de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid en de Nederlandse Voedselen
Warenautoriteit.
Incidentele
deelnemers
aan
de
integrale
controle
zijn:
de
Nederlandse
Kansspelautoriteit, Stedin en het Landelijk Intelligence- en expertisecentrum Voertuigcriminaliteit. De coördinatie ligt bij (een teamcoördinator handhaving van) de gemeente. Deze is aanspreekpunt voor de deelnemers en geeft bij elke locatie uitleg over de controle, de deelnemers en hun bevoegdheden. De coördinator gaat meestal als eerste naar binnen (tenzij een andere volgorde is afgesproken). Bij het geven van de uitleg wordt ook een door de burgemeester ondertekende brief overhandigd met daarin informatie over de controles. De integrale controle is niet speciaal gericht op ondermijning; het is een algemene controle op alle wetten en regels die de verschillende organisaties handhaven. Feitelijk gaat
Onderzoek naar ondermijning | Rekenkamer Dordrecht
C1-Intern use
39
het bij een integrale controle dus om een handhavingscontrole, waarbij er bijzondere aandacht voor ondermijning is. Elke controle start met een briefing en eindigt met een debriefing.
Tijdens de onderzoeksperiode hebben de onderzoekers met een integrale controle meegelopen. De onderzoekers hebben tijdens de controle geobserveerd dat de deelnemers goed samenwerken, met elkaar overleggen, waar nodig elkaar ondersteunen en elkaar wijzen op signalen die een andere deelnemende organisatie op basis van diens bevoegdheden kan oppakken. Er was sprake van een professioneel ogende samenwerking waarbij alle deelnemers zich bewust waren van hun rol en bevoegdheid. De deelnemers waren ook goed op elkaar ingespeeld. De gekozen manier van samenwerken heeft voor de betrokken organisaties meerwaarde, omdat zij elkaar kunnen aanvullen en versterken. Als verbeterpunt is door een deelnemer genoemd dat nog meer ingezet zou kunnen worden op brede evaluatie achteraf, zodat nog meer dan nu al het geval is ingezet kan worden op het herkennen van signalen van ondermijning en daarmee het verbeteren van de informatiepositie. Tijdens de debriefing van de controle werden concrete afspraken gemaakt over de verdere afhandeling van eventuele geconstateerde overtredingen.
Naast de regiegroep organiseert de gemeente zoals eerder genoemd ook een casusoverleg ondermijning. Het casusoverleg is een tactisch en operationeel overleg dat maandelijks plaatsvindt. De gemeente bepaalt, op basis van ingekomen signalen, welke casuïstiek wordt besproken. Namens de gemeente zijn bij het overleg drie leden van het kernteam ondermijning (waarvan één de voorzitter is) aanwezig en de teamcoördinator ondermijning van het team Handhaving. Externe deelnemers zijn de politie, de Sociale Dienst Drechtsteden, de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid en het RIEC Rotterdam. 4.5 Samenwerking met andere betrokken organisaties De samenwerking tussen de gemeente Dordrecht en lokale partners verloopt goed. Alle partners constateren dat er korte lijnen zijn met de gemeente en dat ze regelmatig met de partners bij elkaar aan tafel zitten. Een gesprekspartner geeft aan dat de gemeente oog heeft voor waar de meerwaarde van samenwerking met ketenpartners ligt, zodat elke partner wordt meegenomen op punten waar de krachten van die organisatie liggen. Zowel bij de gemeente als bij samenwerkingspartners gaat het om een vaste groep van mensen die betrokken is; er zijn weinig personeelswisselingen en dat heeft positieve invloed op het elkaar kunnen vinden.
De gemeente organiseert verschillende overleggen, waaronder de in de vorige paragraaf genoemde regiegroep ondermijning en het casusoverleg ondermijning. Daarnaast neemt de gemeente deel aan het Regionaal veiligheidsoverleg met alle burgemeesters in de regio en aan verschillende werkgroepen van het RIEC, zoals het opgaveteam drugs, het opgaveteam mensenhandel/mensensmokkel, de werkgroep excessief geweld en de privacywerkgroep.
Onderzoek naar ondermijning | Rekenkamer Dordrecht
C1-Intern use
40
De betrokkenheid van de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid en de Sociale Dienst Drechtsteden bij de aanpak van ondermijning is groter dan in andere gemeenten; beide organisaties sluiten bij zowel de regiegroep als het casusoverleg aan. Dat betekent dat zij niet alleen meepraten over concrete casuïstiek, maar ook betrokken zijn bij het nadenken over beleid en de aanpak. Gemeente en deze twee partners bekijken samen wanneer bepaalde agendapunten niet relevant zijn voor deze organisaties. Wederzijds wordt dat als positief ervaren. De Belastingdienst sluit niet structureel aan bij de overleggen. Geïnterviewden bij de gemeente ervaren dat als een probleem, omdat daardoor wellicht minder informatie beschikbaar is over witwassen en financiële ondermijning. In tegenstelling tot geïnterviewden van de gemeente ervaren andere ketenpartners het niet als een probleem dat de Belastingdienst niet structureel aansluit. Volgens de gesprekspartners sluit de Belastingdienst desgevraagd wel aan bij overleggen en zijn zij wél standaard vertegenwoordigd bij overleggen van RIEC-casuïstiek en handhavingsknelpunten. Naast de samenwerking met de voor het onderwerp ondermijning meer traditionele partners zoals politie, OM en RIEC, werkt de gemeente (en deze andere partners) ook nauw samen met instanties als woningcorporaties en jongerenwerk.
De jongerenwerkers lopen bijvoorbeeld gezamenlijk rondes met de wijkagent en/of boa en zowel jongerenwerkers als woningcorporaties zijn aangesloten bij verschillende overleggen. Deze betrokkenheid wordt wederzijds als positief beoordeeld. Een kanttekening is dat het voor deze organisaties niet altijd duidelijk is waarom zij zijn aangesloten; daardoor worden sommige agendaonderwerpen als niet relevant voor de aangesloten partij gezien of zit niet de juiste persoon van deze organisatie aan tafel. Vanuit het Nationaal Programma Dordt West is er daarnaast een stuurgroep én een werkgroep leefbaarheid en veiligheid Dordt West waar de gemeente en ketenpartners aan deelnemen. Tijdens de gesprekken voor de casestudy is door verschillende gesprekspartners als aandachtspunt de veelheid aan overleggen genoemd waarin het thema veiligheid en ondermijning aan bod komt. Verschillende partners van de gemeente gaven aan niet precies te weten in welk gremium bijvoorbeeld over signalen van ondermijning zou moeten worden gesproken en waar de meer strategische en inhoudelijke kennisuitwisseling over veiligheid en ondermijning kan plaatsvinden. Er is behoefte om dit meer te structureren. Als knelpunt wordt de gegevensuitwisseling met ketenpartners genoemd. Gesprekspartners benoemen dat niet altijd voldoende duidelijk is hoe en wanneer gegevens mogen worden gedeeld.
Eén gesprekspartner geeft aan dat een convenant deze afspraken zou kunnen verduidelijken; er is wel een convenant
voor
samenwerking
rondom
overlast,
maar
niet
voor
ondermijning.
Een
andere
gesprekspartner geeft aan dat in de overleggen soms te veel gegevens worden gedeeld (wanneer er nog onvoldoende
aanleiding
is)
en
soms
Onderzoek naar ondermijning | Rekenkamer Dordrecht
te
weinig
C1-Intern use
(omdat
partners
te
terughoudend
zijn).
41
De gemeente Dordrecht is hierin overigens niet uniek. Hoewel het als knelpunt wordt genoemd, geven gesprekspartners ook aan dat de gemeente werkt aan het verduidelijken en verbeteren van de gegevensuitwisseling. 4.6 Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid Dordt West en de aanpak van ondermijning Het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid Dordt West Sinds de zomer van 2022 is Dordrecht met het stedelijk focusgebied Dordrecht West onderdeel van het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid. Dit programma heeft als doelstelling om de leefbaarheid en veiligheid van de meest kwetsbare gebieden in Nederland op orde te brengen en het perspectief van bewoners te verbeteren. Een van de drie subdoelen binnen het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid is het vergroten van de veiligheid in deze wijken: ‘Het doel is dat minder jongeren afglijden in de criminaliteit en dat gebieden weerbaarder worden tegen georganiseerde en ondermijnende criminaliteit. Het Nationaal Programma Dordt West biedt Dordrecht de mogelijkheid om langdurig te kunnen investeren op plekken waar dat nodig is. Er wordt ingezet op de gezamenlijke aanpak van vraagstukken op het gebied van wonen, gezondheid, onderwijs, bestaanszekerheid en veiligheid. Het Nationaal Programma Dordt West bestaat uit vijf verschillende pijlers, de vijfde pijler is ‘leefbaar en veilig’.
De aanpak van ondermijning en het voorkomen dat wijken een voedingsbodem worden voor (ondermijnende) criminaliteit is onderdeel van deze pijler. Een belangrijk onderdeel van de pijler ‘leefbaar en veilig’ is het programma Preventie met Gezag (PmG). Gebieden die zijn aangewezen in het nationale programma Leefbaarheid en Veiligheid als kwetsbare wijk kunnen subsidie aanvragen voor PmG. Dit programma wil voorkomen dat kinderen en jongeren van acht tot en met 27 jaar in aanraking komen met ondermijnende criminaliteit of daarin doorgroeien. Ook de gemeente Dordrecht heeft subsidie aangevraagd – en toegekend gekregen – vanuit het ministerie van Justitie en Veiligheid voor de aanpak van PmG in de wijken in Dordt West. De aanpak van ondermijning binnen de wijken in Dordt West Uit de interviews en de casestudy komt naar voren dat in de wijken in Dordt West grotendeels dezelfde interventies worden ingezet als in andere wijken, maar de aanpak is intensiever. Zo is er 1,6 fte aan jongerenwerk extra, zijn twee PMG-BOA’s aangesteld, is er een PMG-wijkagent, is de leerplichtambtenaar op scholen aanwezig en is er meer samenwerking met woningcorporaties. Tijdens de interviews – zowel de algemene als die voor de casestudy – is nadrukkelijk aangegeven dat de brede ondermijningsaanpak in Dordrecht niet op specifieke wijken is gericht.
De aanpak is themagewijs opgezet en wordt in principe in elke wijk op dezelfde wijze uitgevoerd. In het Uitvoeringsplan ondermijning 2023-2024 wordt wel bijzondere aandacht gegeven aan het stadsdeel Dordt West: ‘Ondermijning komt ook voor in onze wijken. Dordt West (de wijken Crabbehof, Wielwijk,
Onderzoek naar ondermijning | Rekenkamer Dordrecht
C1-Intern use
42
Oud-Krispijn en Nieuw-Krispijn) is een aandachtsgebied met een kwetsbare samenstelling, waarop extra geïnvesteerd wordt onder meer op preventie met gezag en jonge aanwas’. Uit de casestudy komt naar voren dat het Nationaal Programma Dordt West de mogelijkheid biedt om in de wijken in Dordt West een stap verder te gaan in de aanpak van ondermijning. Daarnaast biedt het programma de mogelijkheid om initiatieven en acties op kleine schaal in de praktijk te brengen en deze dan later door te ontwikkelen naar een Dordrecht-brede aanpak. Het Nationaal Programma Dordt West versterkt op die manier de bredere ondermijningsaanpak en werkt als een katalysator om initiatieven van de grond te krijgen. Op die manier draagt de aanpak bij aan de bredere ondermijningsaanpak. Een van de gesprekspartners verwoordt dit als volgt: ‘Het programma Leefbaarheid en Veiligheid is niet bedoeld als vervanging van de huidige ondermijningsaanpak maar als ondersteuning voor waar iets extra’s nodig is.’ Er wordt dus ingezet op waar een intensivering, doorbraak of innovatie nodig is. Daarnaast komt uit de casestudy naar voren dat deelname aan het Nationaal Programma en de uitvoering van het PMG-programma de mogelijkheid biedt om ook maatschappelijke partners als het onderwijs meer te betrekken in de ondermijningsaanpak. Scholen hebben een belangrijke signaleringsen voorlichtingsfuncties.
Recent is er bijvoorbeeld op initiatief van de gemeente een werkgroep gestart waarin scholen uit heel Dordrecht samen met de gemeente en de politie samenwerken om de veiligheid in en om de scholen te versterken. Met veiligheid wordt ook gedoeld op het eerder in beeld krijgen welke jongeren met criminaliteit in aanraking komen. Gesprekspartners geven aan dat dit onderdeel is van de ondermijningsaanpak. Meldingen van inwoners en professionals Uit de casestudy komt naar voren dat er geen verschil te zien is in de meldingen die inwoners- en professionals in Dordt West doen in vergelijking met andere wijken. Ook in Dordt West gaan de meldingen van inwoners bijvoorbeeld over overlast, drugsgebruik en -handel of signalen bij bedrijven, zoals winkels zonder klanten. Gesprekspartners geven aan dat zij niet de indruk hebben dat er in DordtWest andere verschijningsvormen van ondermijning zijn dan in de rest van Dordrecht. Er zijn uiteraard verschillen per wijk, maar dat geldt voor heel Dordrecht. De in paragraaf 2.3 beschreven knelpunten ten aanzien van het melden van signalen door inwoners en professionals spelen ook in Dordt West.
Onderzoek naar ondermijning | Rekenkamer Dordrecht
C1-Intern use
43
5. Weerbaarheid 5.1 Inleiding In dit hoofdstuk worden de volgende deelvragen beantwoord: 11. Hoe groot is het bewustzijn binnen de gemeente Dordrecht over de maatschappelijke risico’s van ondermijning bij de ambtelijke organisatie, het bestuur en de raad? 22 12. In hoeverre zijn ambtenaren van de gemeente Dordrecht weerbaar tegen ondermijning?
De bevindingen in dit hoofdstuk zijn primair gebaseerd op de interviews en het groepsgesprek met medewerkers. Bij dat groepsgesprek waren in totaal zeven medewerkers aanwezig. Deze medewerkers hebben allen binnen hun team een taakaccent ondermijning. 5.2 Bewustzijn en weerbaarheid binnen de ambtelijke organisatie De deelnemers aan het groepsgesprek zijn het unaniem eens met de stelling dat ondermijnende criminaliteit ook in Dordrecht voorkomt en voet aan de grond heeft. Een van de medewerkers geeft aan het gevoel te hebben dat er sprake is van een ‘waterbedeffect’ vanuit Rotterdam en Antwerpen. Die beide steden zijn heel actief in de aanpak van ondermijning. Criminelen die zich daar niet meer kunnen vestigen komen naar Dordrecht. Andere medewerkers herkennen dit beeld. Dit past bij het in hoofdstuk 2 beschreven beeld dat de ligging van Dordrecht tussen Rotterdam en Antwerpen een mogelijke risicofactor is ten aanzien van ondermijning. Gevraagd naar wat ondermijning eigenlijk is, weten verschillende aanwezige medewerkers de link te leggen met georganiseerde criminaliteit en een verwevenheid tussen de onder- en bovenwereld. De gangbare definitie van ondermijning is bij de medewerkers die deelnamen aan het groepsgesprek dus bekend.
Zij hebben de indruk dat de gangbare definitie van ondermijning niet bij al hun collega’s even goed bekend is, maar kunnen dat niet met zekerheid zeggen. Er is bijvoorbeeld nooit expliciet aan alle medewerkers gevraagd wat zij onder ondermijning verstaan. De deelnemers aan het groepsgesprek zijn het overwegend eens met de stelling dat zij vanuit hun functie interessant kunnen zijn voor criminelen. Voorbeelden die worden genoemd zijn de toegang die je als medewerker hebt tot informatie en het feit dat de gemeente vergunningen en identiteitsdocumenten afgeeft. Ook het verstrekken van subsidies en het aangaan van vastgoedcontracten maakt volgens de deelnemers de gemeentelijke dienstverlening interessant voor criminelen. De medewerkers met het taakaccent ondermijning proberen door het volgen van onder andere berichtgeving over het thema
Het deel van onderzoeksvraag 11 dat gaat over de raad komt in hoofdstuk 6 aan de orde, omdat dit samenhangt met deelvraag 14 die in dat hoofdstuk wordt besproken. 22
Onderzoek naar ondermijning | Rekenkamer Dordrecht
C1-Intern use
44
ondermijning en het aanwezig zijn bij gemeentelijke bijeenkomsten over ondermijning op de hoogte te blijven van relevante ontwikkelingen. Er is geen periodieke cursus beschikbaar voor medewerkers. Tijdens het groepsgesprek geven medewerkers aan dat het niet altijd goed mogelijk is om signalen van ondermijning te herkennen. Een van de medewerkers verwoordt dit als volgt: ‘Criminelen zitten ook niet stil, ze wisselen van tactieken. Je bent dus nooit honderd procent in staat om signalen van ondermijning te herkennen. Je bent ook vaak gefocust op wat je hebt gelezen en hebt geleerd.’ Verschillende medewerkers geven
aan dat het
ook binnen een team
wisselend is of men in
staat is
ondermijningssignalen te herkennen. Binnen de meeste teams is er één iemand die ondermijning en de aanpak daarvan als werkaccent heeft en aanspreekpunt is voor het kernteam ondermijning. Die medewerkers zijn goed in staat signalen te herkennen. De medewerkers met het werkaccent (aanpak van) ondermijning ervaren als knelpunt dat niet alle collega’s weten dat zij dit taakaccent hebben. Ook wordt het door enkele deelnemers aan het groepsgesprek als lastig ervaren dat van hen wordt verwacht dat ze niet met collega’s binnen hun team mogen sparren over signalen van ondermijning en de beste manier om deze te herkennen. Zij geven aan behoefte te hebben aan het sparren met collega’s hierover. Een medewerker verwoordt dit zo: ‘Niet iedereen binnen het team weet dat ik contactpersoon ben om vragen vanuit team ondermijning te beantwoorden. Ik heb dan ook geen goed beeld hoe collega’s hiermee bezig zijn. Soms wil je het wel bespreken met collega’s, maar dan kan dat niet. Dat is wel lastig.’ Een van de andere medewerkers voegt daaraan toe dat dit ook meebrengt dat minder goed kan worden beoordeeld of een signaal serieus moet worden genomen, omdat ‘je vaak alleen samen met collega’s de puzzel kunt leggen’ en daarmee kunt beoordelen of sprake kan zijn van ondermijning. Het is dan lastig dat collega’s niet vertrouwelijk kunnen worden betrokken.
Alle deelnemers aan het groepsgesprek geven aan dat zij zelf – vanuit hun rol en betrokkenheid bij de ondermijningsaanpak – goed weten waar ze met signalen terecht kunnen. Dat geldt naar hun idee echter niet voor al hun collega’s. Meerdere personen geven aan de indruk te hebben dat bijvoorbeeld het interne mailadres om signalen aan het kernteam ondermijning door te geven bij collega’s niet of maar beperkt bekend is. Er zijn geen cijfers bekend hoeveel medewerkers dit mailadres daadwerkelijk kennen en er gebruik van maken. Wel wordt er de laatste jaren minstens één keer per jaar een bewustwordingssessie over ondermijning georganiseerd voor medewerkers. Deze bijeenkomst is toegankelijk voor alle medewerkers en niet verplicht, maar wordt goed bezocht. Deze sessies dragen zichtbaar bij aan het vergroten van bewustwording onder medewerkers. Tijdens het groepsgesprek is de suggestie gedaan deze bijeenkomst te verplichten voor alle medewerkers, in ieder geval voor nieuwe medewerkers. Binnen de verschillende teams is er ruimte om in het algemeen over de thema’s ondermijning en weerbaarheid het gesprek met elkaar te voeren. In een aantal teams gebeurt dit ook daadwerkelijk, bijvoorbeeld het team burgerzaken is daarin heel actief. De bij het groepsgesprek aanwezige
Onderzoek naar ondermijning | Rekenkamer Dordrecht
C1-Intern use
45
medewerkers geven aan dat het in gesprek gaan een verbeterpunt is. Ook als het gesprek wel plaatsvindt, gebeurt dat niet met het gehele team. Teamoverstijgend wordt er op dit moment volgens de deelnemers aan het groepsgesprek niet gesproken over het thema ondermijning. Zij hebben daar wel behoefte aan, bijvoorbeeld om best practices uit te wisselen met het herkennen van en omgaan met signalen van ondermijning. Dat kan op een laagdrempelige manier bijdragen aan het vergroten van bewustzijn onder medewerkers en daarmee aan een weerbare gemeentelijke organisatie. Weerbaarheid begint immers met voldoende bewustzijn. Op dit moment is het thema ondermijning niet als een verplicht onderdeel in het inwerkprogramma voor nieuwe medewerkers opgenomen. In dat programma is wel aandacht voor morele oordeelsvorming en integriteit. Daar zou volgens de bij het groepsgesprek aanwezige medewerkers het thema ondermijning goed bij aansluiten. Het zou volgens hen goed zijn over ondermijning een verplichte module in het inwerkprogramma op te nemen. 5.3 Organisatorische waarborgen Een manier om als gemeentelijke organisatie weerbaar te zijn tegen ondermijning is het hebben van gedragscodes en het treffen van organisatorische waarborgen zoals het vier-ogen-principe (meekijken door collega’s of leidinggevenden).
Zowel uit de gevoerde gesprekken als uit de documentstudie komt naar voren dat er binnen de gemeente Dordrecht
geen
algemene
kaders
zijn
ontwikkeld
op
het
gebied
van
weerbaarheid
en
ondermijningsrisico’s. In het Integriteitsbeleid Gedragscode Drechtsteden/Zuid-Holland-Zuid wordt niet specifiek aandacht besteed aan ondermijningsrisico's, hoewel wel aandacht is voor bijvoorbeeld de omgang met geschenken en beïnvloeding tijdens vrijetijdsbesteding. Daar zijn wel raakvlakken met ondermijning, maar er is geen specifieke aandacht voor. Uit de gesprekken blijkt dat voor veel besluiten die worden genomen een vier- of soms zelfs zes-ogenprincipe geldt.23 Dat is een belangrijke waarborg om ondermijning tegen te gaan. Bij de aanvraag van identiteits- en reisdocumenten geldt ook een zes-ogen-principe en wordt gewerkt volgens de strenge wetten en regels die voor die processen gelden. Documenten mogen bijvoorbeeld nooit worden verstrekt door dezelfde medewerker als die de aanvraag in behandeling heeft genomen. Een aandachtspunt is het uitvoeren van Bibob-onderzoeken. Ook dat draagt bij aan het tegengaan van ondermijning door gebruik van gemeentelijke dienstverlening. Hier moeten volgens verschillende gesprekspartners nog stappen worden gezet door de gemeentelijke organisatie.
Uit de door de onderzoekers bestudeerde documenten komt dit niet naar voren. De onderzoekers hebben gelet op de omvang van het onderzoek niet alle binnen de gemeente opgestelde werkprocessen en mandaatregelingen kunnen bestuderen. 23
Onderzoek naar ondermijning | Rekenkamer Dordrecht
C1-Intern use
46
6. De rol van de gemeenteraad In dit hoofdstuk worden de volgende deelvragen beantwoord: 13. Hoe is de gemeenteraad van Dordrecht betrokken bij de ondermijningsaanpak (kaders stellen en controleren), onder meer wat betreft doelen en effecten? 14. Hoe bewust is de raad zich van zijn eigen rol bij (het voorkomen van) ondermijning?
De bevindingen in dit hoofdstuk zijn gebaseerd op de gevoerde interviews, documentenstudie en het groepsgesprek met raads- en commissieleden. 6.1 De kaderstellende en controlerende rol van de gemeenteraad De gemeenteraad heeft als het gaat om de aanpak van ondermijning een kaderstellende en controlerende rol. Kaders kunnen worden gesteld in het beleid en in lokale regelgeving (de Algemene Plaatselijke Verordening (de APV)). De controlerende rol bestaat eruit dat de raad de uitvoering van het beleid controleert: gebeurt het volgens plan, zijn er bijzonderheden in de uitvoering en worden de doelen en gewenste effecten gerealiseerd? Op 20 december 2023 is het Integraal Veiligheidsplan 2023-2026 vastgesteld door de gemeenteraad. Het Uitvoeringsplan ondermijning 2023-2024 is niet vastgesteld door de raad, maar wel op 23 mei 2023 aan de raad voorgelegd. In de APV staan weigeringsgronden opgenomen gericht op de aanpak van ondermijning. Vergunningen voor bedrijfsmatige activiteiten in het algemeen en seksbedrijven kunnen worden geweigerd als de aanvragers van ‘slecht levensgedrag’ zijn. Dat geldt als de exploitant en leidinggevenden (en bij seksbedrijven de beheerder) van slecht levensgedrag is. Dat zijn de formele kaders die de raad heeft gesteld.
Raadsleden geven in het groepsgesprek aan dat zij weinig informatie krijgen over ondermijning, maar zij stellen zelf ook weinig tot geen vragen over dit onderwerp. Sommige raadsleden vinden dit te weinig, andere raadsleden geven aan dat het onderwerp meer voor de uitvoering is en niet voor de gemeenteraad. In de afgelopen raadsperiode is de raad wel met een raadsinformatiebrief door het college geïnformeerd over het uitvoeringsplan ondermijning 2023-2024. In de afgelopen periode is ook een bijeenkomst georganiseerd over het thema mensenhandel. Een deel van de raadsleden geeft aan te vinden dat er binnen de raad te weinig aandacht is voor het thema ondermijning. Tijdens het groepsgesprek is bijvoorbeeld de wens geuit om een keer een overkoepelend
stuk
vanuit
het
college
en
de
ambtelijke
organisatie
te
krijgen
wat
het
ondermijningsbeleid concreet inhoudt en wat daar allemaal onderdeel vanuit maakt. Het IVP is
Onderzoek naar ondermijning | Rekenkamer Dordrecht
C1-Intern use
47
bijvoorbeeld heel breed ingestoken, het zou volgens een aantal raadsleden goed zijn het thema ondermijning daar een keer expliciet uit te lichten. 6.2 Bewustzijn van de raad over eigen rol bij ondermijning De raads- en commissieleden die aan het groepsgesprek deelnamen geven in meerderheid aan dat zij verwachten dat ondermijning ook in Dordrecht voet aan de grond heeft. Men is niet naïef op dit punt. Unaniem zijn de aanwezige raadsleden het ermee eens dat de raad onvoldoende zicht heeft op de omvang van ondermijnende criminaliteit in Dordrecht. Door een aantal raadsleden wordt de behoefte uitgesproken om een keer als raad een ronde door de gemeente te maken met het kernteam ondermijning om een beeld te krijgen wat er speelt en waar je als raadslid vanuit een signalerende functie op kunt letten. Voor raadsleden geldt dat ze interessant kunnen zijn voor criminelen omdat ze besluitvorming kunnen beïnvloeden of omdat ze over bepaalde (vertrouwelijke) informatie beschikken die interessant is voor criminelen. Er bleek tijdens het groepsgesprek verdeeldheid te zijn onder de raadsleden over de vraag of zij zelf ook interessant zijn voor criminelen en over de vraag hoe weerbaar raadsleden zelf zijn tegen ondermijning.
Een raadslid verwoordt dit zo: ‘Criminelen denken soms dat je als raadslid makkelijk dingen voor hen geregeld kunt krijgen.’ Een ander raadslid spreekt over de informatievoorsprong die je hebt als lid van de gemeenteraad: ‘Informatie die raadsleden en commissieleden hebben, kan interessant zijn voor criminelen om te bemachtigen voordat anderen het weten.’ In de afgelopen raadsperiode (2023) is het een keer voorgekomen dat vertrouwelijke documenten zijn gelekt; het desbetreffende raadslid heeft zich daarna teruggetrokken als raadslid. De verantwoordelijkheid voor screening van raadsleden ligt bij politieke partijen, omdat raadsleden in tegenstelling tot bijvoorbeeld burgemeester en wethouders, democratisch gekozen zijn. Manieren om te screenen zijn bijvoorbeeld door een VOG op te vragen, door een (periodiek) gesprek over de eigen integriteit of een integriteitsscreening door een bureau te laten uitvoeren. Tijdens de onderzoeksperiode is niet gesproken met de politieke besturen, waardoor we niet kunnen aangeven in hoeverre screening wordt toegepast.
Onderzoek naar ondermijning | Rekenkamer Dordrecht
C1-Intern use
48
Ook voor de raadsleden geldt dat weerbaarheid begint met voldoende bewustwording. Aan het begin van de nieuwe raadsperiode zijn plenaire besprekingen geweest over integriteit en weerbaarheid. Ook in 2024 is er aandacht aan deze thema’s besteed in een raadssessie. Het bewustzijn van raadsleden dat zij zelf object van beïnvloeding kunnen zijn, lijkt op dit moment beperkt. Een raadslid geeft aan dat ‘je wel kunt denken dat je weerbaar bent, maar wanneer een poging tot beïnvloeding geleidelijk aangepakt wordt, iedereen er vatbaar voor is’. Een deel van de raadsleden denkt dat informatie of training hierover behulpzaam zou kunnen zijn. Momenteel is daar nog (te) weinig aandacht voor. Door de aan het groepsgesprek deelnemende raadsleden is aangegeven dat niet zo vaak in den brede, fractieoverstijgend met elkaar laagdrempelig wordt gesproken over ondermijning en weerbaarheid. Daar zou wel behoefte aan zijn. 6.3 Financiering van de ondermijningsaanpak Voor de uitvoering van het IVP (2023-2026) heeft de gemeenteraad €1,5 miljoen incidenteel beschikbaar gesteld voor deze vier jaar, waarvan ook de aanpak van ondermijning moet worden betaald. Voor de aanpak van ondermijning was in het Uitvoeringsplan ondermijning 2023-2024 €185.000 per jaar beschikbaar. Voor 2025 en 2026 is jaarlijks hetzelfde bedrag beschikbaar.
Dit budget staat los van de normale formatie (personeel met daarbij horend salaris) waaruit de personele kosten worden betaald (kosten van uren die medewerkers van de gemeente besteden aan de ondermijningsaanpak, bijvoorbeeld de projectleider en het kernteam ondermijning, team Handhaving en de regiegroep). Die bekostiging is een vast onderdeel van de gemeentelijke formatie. Uit de interviews komt naar voren dat er zorgen zijn binnen de gemeentelijke organisatie over het tijdelijke karakter van de budgetten voor de aanpak van ondermijning. De vrees is dat het incidentele budget na het ‘ravijnjaar’ 2026 wegvalt/fors minder wordt.24 Het structureel maken van het budget voor de ondermijningsaanpak wordt door veel gesprekspartners genoemd als aandachtspunt voor de komende jaren, zodat verdere stappen gezet kunnen worden zonder het risico dat ingezette initiatieven te vroeg moeten worden gestopt.
Met het ‘ravijnjaar’ wordt bedoeld dat gemeenten met ingang van 2026 minder geld vanuit het rijk zullen ontvangen als gevolg van een bezuiniging op het gemeentefonds. Voor veel gemeenten betekent dit dat bezuinigingen nodig zullen zijn om de begroting sluitend te krijgen. 24
Onderzoek naar ondermijning | Rekenkamer Dordrecht
C1-Intern use
49
Bijlage 1 Deelvragen 1. Wat is de aard en omvang van ondermijning in Dordrecht? 2. Welke meldingen doen bewoners en professionals over problemen en kansen in hun wijk? 3. Hoe is de informatiepositie van de gemeente Dordrecht? Op welke ‘witte vlekken’ heeft de gemeente op dit moment geen zicht en welke criminele kansen en praktijken brengt dat mee? 4. Welk beleid heeft de gemeente Dordrecht vastgesteld om georganiseerde (ondermijnende) criminaliteit aan te pakken en welke doelen en activiteiten vloeien voort uit dit beleid? 5. Hoe doeltreffend is het beleid in het bestrijden van georganiseerde (ondermijnende) criminaliteit? 6. Wat is de uitvoeringspraktijk bij de integrale en gemeentelijke aanpak van ondermijning in Dordrecht? 7. Hoe vult de gemeente Dordrecht haar regierol in en is dit adequaat? 8. Hoe verloopt de samenwerking met de ketenpartners wat betreft de aanpak van ondermijning? 9. Hoe verloopt de ondermijningsaanpak in de wijken in het gebied Dordt West? Verschilt deze aanpak van de algemene ondermijningsaanpak, en zo ja, hoe? 10. Welke knelpunten en effecten zien inwoners en professionals bij de uitvoering van de ondermijningsaanpak (in de wijken in Dordt West)? 11. Hoe groot is het bewustzijn binnen de gemeente Dordrecht over de maatschappelijke risico’s van ondermijning bij de ambtelijke organisatie, het bestuur en de raad? 12.
In hoeverre zijn ambtenaren van de gemeente Dordrecht weerbaar tegen ondermijning? 13. Hoe is de gemeenteraad van Dordrecht betrokken bij de ondermijningsaanpak (kaders stellen en controleren), onder meer wat betreft doelen en effecten? 14. Hoe bewust is de raad zich van zijn eigen rol bij (het voorkomen van) ondermijning?
Onderzoek naar ondermijning | Rekenkamer Dordrecht
C1-Intern use
50
Bijlage 2 Bestudeerde documenten •
Integraal Veiligheidsplan Dordrecht 2023-2026
•
Uitvoeringsplan Ondermijning 2023-2024
•
Concept-Uitvoeringsplan georganiseerde criminaliteit 2025-2026 (januari 2025)
•
Werkproces Aanpak georganiseerde ondermijnende criminaliteit (casusoverleg ondermijning) gemeente Dordrecht (oktober 2024)
•
Politiek akkoord 2022 – 2026 - Samen bouwen aan een sterk en groen Dordrecht
•
Veiligheidsmonitor Dordrecht 2023
•
Beleidsregels artikel 13b Opiumwet Dordrecht
•
Beleidsnota prostitutie en seksbranche gemeente Dordrecht
•
Bibob beleid Dordrecht 2020
•
Integriteitbeleid en Gedragscode Drechtsteden/Zuid-Holland Zuid
•
Regionaal Actieplan Mensenhandel 2024-2026 regio Rotterdam
•
Regionaal Beleid Mensenhandel regio Rotterdam 2023-2026
•
Regionale MensenhandelMonitor 2023 regio Rotterdam
•
Humanitas Expertisecentrum Seksualiteit, Sekswerk en Mensenhandel (ESSM), Subsidieverantwoording Meldpunt en zorgcoördinatie voor slachtoffers van mensenhandel VeiligheidsAlliantie regio Rotterdam 2023
•
ESSM, Tussentijdse Subsidieverantwoording Advies- en meldpunt en zorgcoördinatie voor slachtoffers van mensenhandel Drechtsteden, Gorinchem, Molenlanden en Hoeksche Waard 2024
•
Samen Dordt West, Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid Dordt West
•
Uitvoeringsagenda Preventie met Gezag (PmG) Dordt West 2024-2025
•
Concept Opdracht Veiligheid in en om de school gemeente Dordrecht
Raadsdocumenten en memo’s •
Raadsinformatiebrief Aanpak ondermijnende criminaliteit Dordrecht, 8 februari 2022
•
Raadsvoorstel Vaststellen Integraal Veiligheidsplan 2023-2026, 20 december 2022
• •
Raadsinformatiebrief Uitvoeringsplan Ondermijning 2023-2024, 23 mei 2023 Memo ondermijningstafel voor districtelijk veiligheidsoverleg (DVO), 8 juni 2023
•
Rapportage project Hermes (handhavingsknelpunt), 22 februari 2024
•
Stuurgroep RIEC Rotterdam, Oplegnotitie Beëindiging handhavingsknelpunt recreatiepark Europarcs de Biesbosch, 18 april 2024
Onderzoek naar ondermijning | Rekenkamer Dordrecht
C1-Intern use
51
Bijlage 3 Overzicht gesprekspartners Gesprekspartners algemene interviews Gemeente •
Senior beleidsadviseur OOV/Projectleider ondermijning (2 gesprekken; deze gesprekspartner was ook aanwezig bij de onderzoeksaftrap)
•
Senior beleidsadviseur OOV
•
Waarnemend burgemeester
•
Teamleider Openbare Orde en Veiligheid25
•
Teamcoördinator handhaving ondermijning (bij dit gesprek was ook de teamleider handhaving aanwezig)
•
Senior beleidsadviseur OOV (thema Bibob)
•
Teamcoördinator handhaving en adviseur buitengebied
•
Senior beleidsadviseur jeugd en veiligheid
•
Programmamanager Preventie met Gezag (PMG)
•
Gebiedsmanager
Extern
25
•
Accountmanager RIEC Rotterdam
•
Sociale Dienst Drechtsteden
•
Gebiedsadviseur Zuid-Holland Zuid bij het OM Rotterdam
•
Beleidsadviseur ondermijning bij het OM Rotterdam
•
Operationeel specialist C bij de politie
•
Projectleider Ontwikkelaanpak ondermijning Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid
•
Inspecteur Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid
De teamleider Openbare Orde en Veiligheid was aanwezig bij het gesprek met de waarnemend burgemeester.
Onderzoek naar ondermijning | Rekenkamer Dordrecht
C1-Intern use
52
Gesprekspartners casestudy Gemeente •
Programmamanager Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid Dordt West
•
Wijkmanager Crabbehof
•
Wijkmanager Krispijn
•
Wijkmanager Wielwijk
•
BOA PMG
•
Teamcoördinator handhaving Dordt West
•
Senior beleidsadviseur jeugd en veiligheid - Gesprek over onderwijs
Extern •
Wijkagent Krispijn bij de politie
•
Wijkagent industrie met taakaccent ondermijning bij de politie
•
Wijkagent PMG bij de politie
•
2 leden van de wijkraad Krispijn
•
2 buurtwerkers Crabbehof
•
Buurtwerker Wielwijk
•
Inwoner Wielwijk
•
2 jongerenwerkers R-Newt
•
Manager wijken bij woningcorporatie Woonbron
•
Zaakbehandelaar en wijkregisseur bij woningcorporatie Trivire
•
Directeur onderwijsinstelling
Deelnemers groepsgesprek medewerkers •
Wijkmanager Wielwijk
•
Adviseur gemeentebelastingen
•
Subsidieadviseur
•
Accountmanager bedrijven
•
Medewerker team Vastgoed
•
Inkoopadviseur bij de Servicegemeente Dordrecht (Bedrijfsvoering Drechtsteden)
•
Kwaliteitsmedewerker burgerzaken
Onderzoek naar ondermijning | Rekenkamer Dordrecht
C1-Intern use
53
Onderzoek naar ondermijning | Rekenkamer Dordrecht
C1-Intern use
54