CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Programma sportparken 2022-2030 Dordrecht.pdf

Commissie Sociale Leefomgeving Dordrecht 16 november 2021, gemeente DordrechtBij agendapunt: 8: Vaststellen Programma Sportparken 2022-2030 - Raadsvoorstel25.958 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Deze uitkomst is bepalend voor het wel/ niet kunnen faciliteren van de tennisverenigingen op basis van hun visie. Aanbevelingen die worden gedaan in de tennisvisie zijn: • Verwerk in het Programma Sportparken de wens voor clustering tennisverenigingen in Dordrecht-Midden; • Reserveer financiële middelen voor de nieuwe (derde) alsmede voor de twee bestaande locaties bij ontwikkelingen richting clustering. Omdat de tennisvisie ook een relatie heeft met de Spoorzone wordt er nader verkend wat de mogelijkheden zijn.

5.4.2 Plan DFC/Hawks Voetbalvereniging DFC en honk-/softbalvereniging Hawks werken samen een plattegrond uit over hun visie op de toekomstige indeling van sportpark Krommedijk. Hierbij gaan zij uit van een scenario’s mét en een scenario zonder stadion.

PROGRAMMA SPORTPARKEN 2022-2030

Het plan bevat een aantal goede ideeën met het oog op toekomstige inrichting van het sportpark, maar is niet zodanig uitgewerkt met andere partijen dat er besluitvorming over kan plaatsvinden. Om het plan verder te bespreken is het ook nodig dat er duidelijkheid ontstaat over ruimtegebruik van het sportpark, met name gezien de oppervlakte die de honk-/softbalvereniging inneemt in relatie tot het beperkte gebruik een aantal maanden van het jaar. Ook de positie van de andere verenigingen op het sportpark moet duidelijker besproken worden in relatie tot bijvoorbeeld de definitieve inhuizing van FC Dordrecht Amateurs op het sportpark, die essentieel is in de plattegrond van DFC/Hawks.

1

Voorgesteld wordt dan ook om na vaststelling van de kaders voor het Programma Sportpark voor de hoofdlijnen, over te gaan tot verdere gesprekken met de gebruikers van sportpark Krommedijk, voor het verder vorm geven van de Uitvoeringsagenda en de acties die daarbij komen kijken.

4

5.4.3 Masterplan DMHC Hockeyclub DMHC heeft bij de gemeente kenbaar gemaakt dat het nieuwe bestuur haar ambities heeft vertaald naar een concept beleidsplan voor de toekomst van DMHC. Na goedkeuring door de ALV wil DMHC dit “Masterplan DMHC” bespreken met de gemeente om te komen tot een strategische ontwikkelagenda voor het faciliteren van de hockeysport in Dordrecht. Gezamenlijke ontwikkeling sluit wat de gemeente betreft aan bij de Uitvoeringsagenda per sportpark als vervolg op het Programma Sportparken. Onderdelen die zijn aangekondigd zijn: renoveren van veld 3 naar een volwaardig hoofdveld in combinatie met een “natuurlijke” tribune, realisering van een blaashal voor hockey in de winterperiode, realisering van een 5e veld met het oog op groei van het aantal inwoners, toekomstbestendig en duurzaam maken van de verenigingsaccommodatie en verbeteren van de fietsinfrastructuur. Inzichtelijk moet worden welke kosten deze wensen met zich meebrengen en hoe ambities gefinancierd kunnen worden. In de 2e helft van 2021 worden hier verdere stappen in gezet met vervolggesprekken.

2

3

5

6

7

8

9

PROGRAMMA SPORTPARKEN 2022-2030

1

2

3

4

hoofdstuk 6

Taken en verantwoordelijkheden

5

6

7

8

9

Taken en verantwoordelijkheden Een afbakening van taken en verantwoordelijkheden op de sportparken moet duidelijkheid geven over wie waar verantwoordelijk voor is op de sportparken. Uit gesprekken over sport met uiteenlopende belanghebbenden en de voortgang van sportdossiers blijkt dat er behoefte is aan verduidelijking over onderwerpen als accommodatieontwikkeling, financiën, sportparkgebruik en sportparkmanagement. Feitelijk hebben we op de sportparken te maken met de volgende indeling die van belang is bij het beschrijven van die taken en verantwoordelijkheden, namelijk: Sportvelden Onder een sportveld verstaan we een (afgebakend) speelterrein dat sporttechnisch voldoet aan de inrichting en normen die horen bij de betreffende sport. De gemeente verhuurt de meeste sportvelden voor structureel gebruik aan sportverenigingen op basis van eenjarige huurovereenkomsten. De gemeente verzorgt en onderhoudt deze sportvelden. Er zijn enkele situaties waarin sportaanbieders de sportvelden zelf in eigendom hebben. Dit zien we vooral bij de tennissport. Opstallen Dit zijn de bouwwerken die zich op de sportparken bevinden en veelal door de sportverenigingen of gemeente op een stuk grond zijn geplaatst. Bepaalde opstallen zijn onderdeel van een sportveld, zoals hekwerken die bij de inrichting van een sportveld horen.

Opstallen op sportparken zijn bijvoorbeeld kantines, kleedkamers, loodsen en kantoren. In Dordrecht zijn verenigingen verantwoordelijk voor hun eigen verenigingsaccommodatie. Vaak maakt bepaalde ruimte rondom een opstal ook deel uit van de verenigingsaccommodatie, zoals het terras. Openbare ruimte Dit is de ruimte die voor iedereen toegankelijk is en waar de gemeente verantwoordelijk voor is.

PROGRAMMA SPORTPARKEN 2022-2030

1

2

3

4

5

6

7

8

9 De onderdelen sportvelden en opstallen worden hieronder verder toegelicht.

6.1 Accommodatie(ontwikkeling) 6.1.1 Sportvelden Dordrecht streeft naar een aanbod van sportvoorzieningen dat past bij de omvang van de stad en dat zo goed als mogelijk is afgestemd op de behoefte van de bewoners en met name de structurele gebruikers van de sportvelden. Het uitgangspunt is dat de gemeente eigenaar is van de sportvelden en verhuurt aan (structurele) gebruikers. Om de kwaliteit en veiligheid van sportaccommodaties in Nederland te borgen zijn er voor de georganiseerde sport materiaal technische-, constructieve- en sporttechnische eisen opgesteld waaraan de sportaccommodaties moeten voldoen. De minimaal hiervoor geldende eisen zijn vastgelegd in normen die door NOC*NSF zijn opgesteld of omschreven tot richtlijnen of reglementseisen van de sportbonden. Die verantwoordelijkheid ligt bij de gemeente als het gaat om faciliteren van de sportvelden (voor de breedtesport). Als eisen aan sportvelden hoger worden vanwege het niveau waarop gespeeld wordt, dan is dat in eerste instantie een keuze van de bespelende vereniging. De gemeente wil meedenken om dergelijke ontwikkelingen mogelijk te maken, zonder daarbij vooraf toezeggingen te doen over financiële bijdragen. Op het moment dat de gemeente zelf ambities formuleert, verandert ook de financiële verantwoordelijkheid.

In het verleden zijn voor het gebruik van sommige sportvelden afwijkende afspraken gemaakt, waardoor op grond van de keuze van de bespelende vereniging er verschillen zijn ontstaan in verantwoordelijkheden. Met het oog op de toekomst wil de gemeente een eenduidig beleid ontwikkelen. Hierbij zal ook een koppeling naar de tarievenstructuur voor sportaccommodaties in de gemeente Dordrecht worden gemaakt. Daarvoor zal eerst een herijking van het tarievenbeleid nodig zijn, wat we in de volgende collegeperiode op zullen pakken.

Tennisparken Bij het merendeel van de tennisparken zijn de verenigingen zelf verantwoordelijk. De gemeente heeft op dit moment niet de ambitie om dit anders te organiseren. Zoals eerder aangestipt hebben de tennisverenigingen samen met de tennisbond KNLTB een visiedocument opgesteld, waarover de gemeente graag samen met hen in gesprek wil om te komen tot duidelijkheid over mogelijke andere locaties voor de tennissport in Dordrecht.

PROGRAMMA SPORTPARKEN 2022-2030

1

2

3

4

5

6

7

8

9

6.1.2 Opstallen Verenigingsaccommodaties zijn in Dordrecht de verantwoordelijkheid van de verenigingen/stichtingen. Net als bij de sportvelden geldt dat deze moeten voldoen aan de minimale eisen van de sportbonden. In de gesprekken hebben verenigingen/ stichtingen aangegeven dat zij die verantwoordelijkheid ook in de toekomst bij zichzelf zien. Verenigingen en stichtingen hebben de behoefte om zelf regie te houden, omdat de eigen gebouwen een belangrijke rol spelen bij de identiteit van de vereniging/ stichting en hun leden. Van belang is dat het juridisch eigendom correct is vastgelegd, zodat dit juridisch eigendom ook daadwerkelijk ligt bij de partij die zich als eigenaar van een gebouw opstelt. De gemeente acht dit van belang omdat het duidelijkheid geeft over wie eigenaar is en verantwoordelijkheid heeft voor de opstal. Ook voor het doen van bijvoorbeeld (duurzaamheid)investeringen is het nodig het eigenaarschap te kunnen aantonen. Dit is niet bij alle opstallen het geval. In verschillende situaties kunnen verenigingen/ stichtingen als economisch eigenaar van de opstallen worden aangemerkt en de gemeente als juridisch eigenaar. Via natrekking is de gemeente als eigenaar van de grond, automatisch eigenaar van wat zich boven de grond bevindt.

We willen het eigendom van de opstallen consequent regelen zodat ook de juridische eigendom bij de verenigingen/stichtingen komt te liggen. En daarom de verenigingen/stichtingen ook juridisch eigenaren laten worden van de opstallen. Dit gaan we regelen door volgens de bestendigde gedragslijn van de gemeente een Huurafhankelijk Recht van Opstal (HARVO) toe te passen. Bij een HARVO is de termijn van de huurovereenkomst van de grond gelijk aan de duur van het opstalrecht voor de verenigingsaccommodatie. Als de huurovereenkomst wordt beëindigd, wordt het recht van opstal ook automatisch beëindigd.

gemeente blijft. Bij een opstalrecht komt het volledige risico van wat wordt gebouwd of aangelegd bij de vereniging/stichting te liggen. En daarmee ook de verantwoordelijk voor het onderhoud en beheer, zoals nu in de praktijk al het geval is. De HARVO’s stelt de gemeente samen met de vereniging/stichting op. Daarbij houden we rekening met de termijn van de huurovereenkomst van de grond. Het huurafhankelijke recht van opstal wordt vervolgens ingeschreven in het Kadaster, zodat dit voor iedereen kenbaar is. Aan deze systematiek zitten (structurele) kosten verbonden voor de juridisch eigenaar. Deze kosten hebben betrekking op notariskosten en het huren van de grond onder de opstal. We beseffen dat deze kostenpost niet door alle verenigingen/stichtingen van opstallen even enthousiast omarm wordt. Anderzijds gaat het om overzichtelijke bedragen die normaal gesproken door de vereniging/ stichting met haar leden opgebracht moet kunnen worden. Het al dan niet slagen van accommodatieontwikkelingen zou normaal gesproken niet af moeten hangen van deze kostenposten. Hierbij is de vraag ook relevant hoe we ervoor gaan zorgen dat de sportclubs een HARVO met de gemeente willen afsluiten. Het mogelijk bij accommodatieontwikkeling of verstrekken van subsidies de voorwaarde te stellen dat eigendom is vastgelegd. Daarmee wordt een uitsterfconstructie gecreëerd.

Wellicht moet er een overgangsregeling bedacht worden met een prikkel om een HARVO met de gemeente af te sluiten (bijvoorbeeld om het investeren in duurzaamheid te bevorderen met daaraan de eis dat HARVO wordt afgesloten of een prikkel dat wij de kosten van de akte en/of huur betalen als HARVO binnen bepaalde periode wordt afgesloten.

PROGRAMMA SPORTPARKEN 2022-2030

1

2

3

4

5

6

7

8

9 Het recht van opstal is een zakelijk recht om in, op of boven een onroerende zaak van een andere partij gebouwen, werken of beplantingen in eigendom te hebben. Recht van opstal wordt gevestigd via een notariële akte. Met het opstalrecht worden de gevolgen van natrekking voorkomen. De vereniging/stichting krijgt met het recht van opstal het eigendom van de opstal terwijl de onderliggende grond in eigendom van de

Vernieuwing van gebouwen in de basis eigen verantwoordelijkheid van verenigingen/stichtingen In Dordrecht is sprake van een sportinfrastructuur die op leeftijd is. Dat geldt ook voor de verenigingsaccommodaties waar de afgelopen jaren in beperkte mate ontwikkelingen plaatsvonden als het gaat om nieuwbouw, grootschalige renovatie en/ of verduurzaming van opstallen. Uiteraard zijn er verenigingen/stichtingen die hier wel mee zijn gestart. De verwachting is dat in de komende tien tot vijftien jaar de noodzaak tot investeringen in de opstallen toeneemt. We zien dit de afgelopen jaren al op gang komen. De gemeente gaat hierbij uit van de verantwoordelijkheid die verenigingen en stichtingen dragen voor de eigen opstal. Zij zijn aan zet om de opstallen te laten voldoen aan de eisen die daarbij horen vanuit wetgeving en/of sportbonden. Afstemming tussen verenigingen/stichtingen en gemeente over accommodatieontwikkeling is daarbij wel belang, zodat plannen geoptimaliseerd kunnen worden, op momenten dat investeringen in sportparken gepland staan. Op het moment dat een vereniging/stichting of de gemeente wensen heeft om bestaande opstallen te verplaatsen, bijvoorbeeld in kader van gebiedsontwikkeling of optimalisatie van ruimtegebruik, dan worden daar trajecten voor opgestart om dit projectmatig op te pakken via aparte besluitvorming, afhankelijk van wie de initiatiefnemer is.

moeilijk aan te trekken vanwege de onmogelijkheid zekerheden aan bijvoorbeeld een bank te verstrekken. Het huidige beleid sluit niet goed aan bij de huidige vraagstukken, omdat de gewenste HARVO vanuit de gehanteerde gedragslijn rondom grondbeleid niet samengaat met de eisen die Stichting Waarborgfonds Sport stelt. De Stichting Waarborgfonds Sport (SWS) kan samen met een gemeente garant staan voor een lening van een vereniging/stichting voor een sportaccommodatie. Deze rol van SWS wordt ook genoemd in de beleidsnota “Garantstellingen en leningen” (RIS 1677177 d.d. 17 maart 2016). Deze nota blijkt in de praktijk niet uitvoerbaar, omdat SWS als zekerheidstelling een “zelfstandig recht van opstal” vraagt, terwijl de gemeente Dordrecht in haar gehanteerde gedragslijn uitgaat van een “huurafhankelijk recht van opstal”.

PROGRAMMA SPORTPARKEN 2022-2030

1

2

3 •

•

Aanpassing van de Beleidsnota Leningen en Garantstellingen staat gepland voor begin 2022. Voor het onderdeel van de sportaccommodaties dienen recente sportaccommodatievraagstukken als input en richt zich met name op aanpassing van de rol van SWS; Verhoging van het maximum voor de totale financiering en de garantstelling vanuit de gemeente.

4

5

6

Gebaseerd op de contacten met sportaanbieders, met name sportverenigingen, is de inschatting dat de investeringen die nodig zijn om de opstallen aan te passen een (te) grote opgave zijn voor met name de sportverenigingen en stichtingen. Onder voorwaarden is de gemeente dan ook bereid om mee te investeren in de ontwikkeling van accommodaties. Hiervoor is het nodig om de bestaande kaders voor accommodatieontwikkeling aan te passen en uit de breiden.

7

8

9 Nota Leningen en Garantstelling1 actualiseren in verband met uitgangspunt HARVO Binnen Dordrecht kunnen sportverenigingen/stichtingen gebruik maken van een garantstelling door de gemeente om tot financiering van investeringen te komen voor hun accommodatie. Externe leningen zijn voor sportverenigingen in zijn algemeenheid

______ 1) Beleidsnota garantstellingen en leningen maart 2016 (RIS 1677177

Verder vraagt binnen de beleidsnota de mogelijkheid die we als gemeente bieden om in uitzonderingsgevallen een geldlening te verstrekken aandacht. Het gaat dan met name of de benoemde scope in de beleidsnota voldoende aansluit bij de praktijksituaties. Van belang blijft dat per situatie afgewogen wordt of de rol die de gemeente speelt bij accommodatieontwikkeling te verantwoorden is. Bedacht moet worden dat een sportvereniging/ stichting in de eerste plaats zelf moet kijken welke investeringsbehoefte er is en of zij de aflossingen, rentekosten en toekomstig onderhoud kan betalen; de gemeente en het waarborgfonds (of andere partij) zullen toetsen of de vereniging deze mogelijkheid voldoende realistisch inschat. Subsidieregeling voor accommodatieontwikkeling Aanvullend op de Beleidsnota Leningen en Garantstellingen wordt bij instemming door de gemeenteraad een subsidiekader uitgewerkt en ingebracht voor besluitvorming. Een subsidie waarbij de gemeente onder voorwaarden een incidentele financiële bijdrage geeft bij de ontwikkeling van sportaccommodaties. De Beleidsnota Leningen en Garantstellingen wordt dan voor sportaanbieders aangevuld met een subsidieregeling voor accommodatieontwikkeling. Sportverenigingen/stichtingen kunnen hier gebruik van maken op het moment dat zij een levensvatbaar plan voor accommodatie ontwikkeling opstellen. Zelfstandig of samen met andere deelnemers.

De gemeente stimuleert hiermee (financieel) kansrijke initiatieven, maar is geen initiatiefnemer voor accommodatieontwikkeling als daar geen aanleiding voor is. In een aantal andere gemeenten zijn vergelijkbare subsidies al beschikbaar waardoor accommodatieontwikkelingen hebben plaatsgevonden door verenigingen. Sportverenigingen/stichtingen zijn en blijven verantwoordelijk voor hun eigen gebouwen. Als zij niet in staat zijn om toekomstig onderkomen te financieren, dan is het eerste instantie de eigen verantwoordelijkheid om een situatie te creëren waarbinnen dat wel mogelijk is. Bijvoorbeeld door met andere (sport)aanbieders een accommodatie te financieren. De gemeente moedigt vernieuwing van gebouwen aan en is ook bereid om daar financieel in te ondersteunen, mits daar een realistisch plan onder ligt.

Bij instemming door de gemeenteraad om een subsidiekader te ontwikkelen, zal daar een apart besluitvormingstraject en project voor worden ingericht, waarbij de gemeenteraad aan de voorkant betrokken wordt om de kaders te bepalen. Hier zal het afwegingskader zoals voorgesteld in het volgende hoofdstuk als grondslag dienen. Uit contacten met andere gemeenten blijkt dat dit omvangrijke trajecten zijn, maar uiteindelijk wel waardevol om accommodatieontwikkeling door verenigingen en stichtingen te stimuleren.

PROGRAMMA SPORTPARKEN 2022-2030

1

2

3

4

5

6

7

8

9

PROGRAMMA SPORTPARKEN 2022-2030

1

2

3

4

hoofdstuk 7

5

6

7

Afwegingskader

8

9

Afwegingskader Wanneer investeren en wanneer niet? De Nederlandse sportinfrastructuur kent vele definities van sport en vele verschillende activiteiten die onder de term sport vallen, claimen te vallen of daaronder worden verstaan. Daarom is het van belang om te definiëren welke vormen van sport de gemeente Dordrecht wenst te ondersteunen en daarmee tot haar verantwoordelijkheid rekent. Hierbij dient voorop te staan dat de gemeente alle sporten belangrijk vindt, in welke omvang of hoedanigheid dan ook. De gemeente kan echter niet automatisch alle sporten met geld of accommodaties ondersteunen. Er zal per situatie maatwerk worden geleverd, waarbij wel kaders zijn bepaald waarbinnen dit maatwerk plaats kan vinden. Welke sporten ondersteunen we? De gemeente wenst die sporten (financieel en/of organisatorisch) te ondersteunen waarvan de gemeente het belangrijk vindt dat deze breed en laagdrempelig toegankelijk zijn voor de inwoners van de gemeente Dordrecht. Zonder deze gemeentelijke ondersteuning is het waarschijnlijk dat deze sporten niet kunnen (voort)bestaan of slechts voor een zeer beperkt deel van de inwoners toegankelijk kunnen zijn. 7.1 Basiscriteria Om te bepalen welke sporten de gemeente Dordrecht wenst te ondersteunen zijn navolgend een aantal basiscriteria benoemd die we als afwegingskader hanteren om per situatie een integrale afweging te maken.

Om voor ondersteuning in aanmerking te komen moet er in principe sprake zijn van: • Een sport die niet in de openbare ruimte of op de commerciële markt beschikbaar is en wordt georganiseerd zonder winstoogmerk; • Een sport die zonder gemeentelijke inmenging niet kan bestaan; • Een sport die als voornaamste activiteit, al dan niet in competitieverband, gelegenheid biedt het gehele jaar door sport te beoefenen. De sportbeoefening moet dus niet afhankelijk zijn van een specifiek weertype om de sport mogelijk te kunnen maken (bijv. een ski-vereniging, een natuurijsschaatsvereniging); • Een sport die is aangesloten bij (een) erkende sportorganisatie(s) die lid is (zijn) van NOC*NSF;

• • • •

Een sport c.q. sportvereniging die geen mensen bij voorbaat uitsluit van een lidmaatschap; Een sport die een bijdrage levert aan het realiseren van de doelstellingen op sport en bewegen van de gemeente Dordrecht; Een sport die door ten minste 100 inwoners uit de gemeente Dordrecht op wekelijkse basis wordt beoefend; Een sport c.q. sportaccommodatie die een maatschappelijke meerwaarde biedt/ maatschappelijk rendement levert (bijvoorbeeld door bij te dragen aan de leefbaarheid, het bieden van diversiteit, mogelijkheden tot Social Return of het leggen van verbindingen met zorg, onderwijs & welzijn) voor de inwoners van Dordrecht.

PROGRAMMA SPORTPARKEN 2022-2030

1

2

3 Het is van belang om te benoemen dat het afwegingskader géén wiskundige formule met slechts één uitkomst is. Het is een richtlijn met elementen die we kunnen gebruiken om per situatie tot een betere afweging te komen. Hierbij dient te worden opgemerkt dat per situatie de weging van de elementen kan verschillen. Zo kan bijvoorbeeld het element ‘ledenaantal’ minder zwaar wegen als er sprake is van een unieke sport (slechts één vereniging) of een specifieke buurt/wijkfunctie die in het kader van diversiteit en een breed sportaanbod in Dordrecht beschikbaar moet zijn/ blijven. En kan hetzelfde element ‘ledenaantal’ wel zwaar wegen als daardoor er teveel verenigingen binnen eenzelfde tak van sport ontstaan waardoor het maatschappelijk rendement onvoldoende in balans is met de kosten die daarmee samenhangen. Het betreft dus een set aan voorwaarden die ondersteuning bieden bij de integrale afweging of de gemeente wel of niet over gaat tot ondersteuning. Uiteindelijk dient elke uitkomst te passen binnen de sport- en beweegvisie, de financiële- en de ruimtelijke middelen van de gemeente Dordrecht.

4

5

6

7

8

9

PROGRAMMA SPORTPARKEN 2022-2030

7.2 Overige criteria Naast de basiscriteria wordt in het afwegingskader naar zes criteria gekeken: 1. Behoeftebepaling van de sportvereniging 2. Ruimtebehoefte en bestemmingsplanruimte 3. Demografische ontwikkelingen i.r.t. ledenontwikkeling 4. Impact 5. Vernieuwend karakter 6. Vitaliteit sportvereniging

1

2

Criteria

Toelichting

Conclusie

Behoeftebepaling van de sportvereniging

Is er momenteel een behoefte en (wettelijke) noodzaak aan uitbreiding (capaciteitsproblematiek)

Zodra op alle criteria “ja” wordt geantwoord dan is er sprake van een noodzaak en mogelijkheid tot uitbreiding. Opties voor mogelijke realisatie worden nader verkend met elkaar.

Ruimtebehoefte en bestemmingsplanruimte

Biedt het bestemmingsplan ruimtelijke mogelijkheden

Demografische ontwikkelingen i.r.t. ledenontwikkeling

Laat de ledenontwikkeling (groeiprognose) ook de toekomstige noodzaak zien.

Impact

Realiseren we met de investering impact

Vernieuwend karakter

Draagt de investering bij aan vernieuwing van de Dordtse sportinfrastructuur

Organisatiekracht 1. Accommodatie 2. Beleid 3. Financiën 4. Leden 5. Kader

Is de sportvereniging in staat om haar sportaanbod voor de (potentiele) leden te organiseren

Zodra op een van de criteria “nee” wordt geantwoord dan is er ofwel geen sprake van noodzaak en/of mogelijkheid tot uitbreiding ofwel de sportvereniging is nog niet klaar voor de volgende stap.

3

4

5

6

7

8

9

7.2.1 Behoeftebepaling van een sportvereniging De behoefte aan het aantal sportvelden wordt berekend via de rekentool van de betreffende sportbond. Dit is een (onvolledige) momentopname. De accommodatie kan namelijk intensiever worden gebruikt, bijvoorbeeld bij overdag gebruik door andere partijen. Als een sportvereniging aan de bovengrens zit en aangeeft dat zij (in de toekomst) om diverse redenen behoefte heeft aan uitbreiding op de gemeente sportaccommodatie c.q. meer sportvelden (ofwel vervanging naar kunstgras), neemt de sportvereniging actief het initiatief tot een gesprek met de gemeente Dordrecht. 7.2.2 Ruimtebehoefte van de sportvereniging en bestemmingsplanruimte Een sportvereniging is altijd onderdeel van een bredere omgeving (maatschappelijk en sportief) waarbij het met haar sportaccommodatie, parkeerplaatsen etc. beslag legt op de fysieke omgeving. In een bestemmingsplan staat wat er in het betreffende gebied gebouwd of verbouwd mag worden en op welke wijze de grond en de gebouwen gebruikt mogen worden. Het bestemmingsplan maakt daarmee duidelijk welke ruimtelijke functies er mogelijk zijn en is daarmee leidend voor de mogelijkheden op de betreffende sportaccommodatie. Het is daarnaast ook van belang dat er voldoende maatschappelijk draagvlak bestaat voor een eventuele uitbreiding.

In de Omgevingswet worden gemeenten namelijk ook verplicht om door participatie samen met bewoners, maatschappelijke organisaties, verenigingen en ondernemers ruimtelijke keuzes te maken. Deze keuzes gaan dan logischerwijs ook over de inbedding van sportfaciliteiten in de fysieke omgeving. 7.2.3 Demografische ontwikkelingen in relatie tot ledenontwikkeling Voordat een sportvereniging aan kan geven welke stappen zij de komende jaren wil maken moet het verenigingsbestuur haar ambities hebben uitgewerkt. Daarbij moet de sportvereniging een duidelijke koers varen (wat zijn de korte- en lange termijn doelstellingen en haar verwezenlijkingen). De demografische (en maatschappelijke) ontwikkelingen in relatie tot het ledenaantal of de ledenontwikkeling van de vereniging bepaalt o.a. de mogelijkheden voor een verenigingsbestuur. Dit betekent dat een vereniging in staat moet zijn om aan te kunnen tonen dat de ruimtebehoefte structureel en daarmee voor minimaal drie jaren aanwezig is.

7.2.4 Impact De investering in de sportaccommodatie/voorziening heeft duurzaam impact op de beleidsdoelen van de gemeente Dordrecht. De impact is meetbaar en wordt aangetoond. 7.2.5 Vernieuwend karakter De investering draagt bij aan vernieuwing van de Dordtse sportinfrastructuur. Als afgeleide van traditionele sporten ontstaan ook nieuwe sporten en vernieuwende concepten die geschikt zijn voor brede doelgroepen. Fysieke ruimte benodigd voor deze sport kan worden gevonden in bestaande accommodatie of op een nieuwe plek. Het vernieuwende karakter en kleinschaligheid t.o.v. traditionele sporten, verbreden en versterken de Dordtse sportinfrastructuur.

PROGRAMMA SPORTPARKEN 2022-2030

1

2

3

4

5

6

7

8

9

7.2.6 Organisatiekracht De organisatiekracht van de sportvereniging is gedefinieerd als de mate waarin de vereniging in staat is om haar sportaanbod voor de potentiele leden te organiseren. Deze index bestaat uit vijf criteria: leden, kader, accommodatie, financiën en beleid. De scores op alle criteria bepalen samen de uiteindelijke organisatiekracht van de vereniging. Dit wordt gemeten aan de hand van de verenigingsmonitor. Leden Een vitale of krachtige sportvereniging heeft een stabiel of (licht) stijgend ledenaantal waardoor de continuïteit van de club gewaarborgd kan worden. Wanneer een sportvereniging niet gezond is op dit thema en er sprake is van een dalend ledenaantal komt de organisatorische en financiële continuïteit van de vereniging in het gedrang. Kader Een vitale of krachtige sportvereniging heeft een heldere organisatie en structuur. Dit betekent actief beleid op vrijwilligers en de club heeft voldoende bestuurlijk als technisch kader met de juiste kennis en kunde om de taken uit te kunnen voeren. Wanneer een sportvereniging niet gezond is op dit thema komt de sportvereniging en het bestuur onder druk te staan. Financiën Een vitale of krachtige sportvereniging heeft een transparante (meerjaren)begroting, komt haar betalingsverplichtingen na en heeft reserves voor onverwachte kosten en investeringen.

Financiële reserves zijn van belang om ook in de toekomst vitaal te kunnen zijn en te blijven.

PROGRAMMA SPORTPARKEN 2022-2030

1

2

3

4

5

6

7

8 Beleid Een vitale of krachtige sportvereniging heeft een duidelijke identiteit, waarop de visie en doelstellingen voor zowel het sporttechnische aspect als de organisatie wordt gebaseerd. Dit wordt breed gedragen binnen de vereniging. Zonder beleidsplan/visie is een sportvereniging zwevende en zoals eerder aangegeven is een breed gedragen koers noodzakelijk om gestelde ambities te kunnen verwezenlijken.

9

PROGRAMMA SPORTPARKEN 2022-2030

1

2

3

4

hoofdstuk 8

Financieel kader Programma Sportparken

5

6

7

8

9

Fiancieel kader Programma Sportparken In dit Programma Sportparken kijken we naar de periode tot 2030. Na vaststelling van de uitgangspunten van het programma zal de focus liggen op de verdere uitwerking van de uitvoeringsagenda per sportpark in samenwerking met betrokken sportaanbieders, maatschappelijke partijen, opgaven zoals de Dordwijkzone, etc. De vastgestelde uitgangspunten vormen de kaders voor het voeren van de gesprekken om te komen tot verdere concretisering van de uitvoeringsplannen per sportpark qua prioritering, benodigde investeringen en realisatietermijn. We brengen in dit hoofdstuk het financiële kader in hoofdlijnen in beeld. We onderscheiden drie fasen: Fase I : 2022 Fase II : 2023 t/m 2026 Fase III : 2027 t/m 2030 In eerste instantie schetsen we de reguliere begroting sportparken en de aandachtspunten die het onderhoud van het sportareaal (velden e.d.) en het onderhoud van de bestaande infrastructuur op de sportparken (parkeerplaatsen e.d.) vraagt. Ook maken we inzichtelijk waar het investeringsbudget Sportparkenvisie 2015 voor ingezet is of wordt. Vervolgens komt het gewenste investeringsbudget Programma Sportparken 2022-2030 per fase aan bod. Voor fase II en III is dit nog een indicatief budget. Naast het gewenste investeringsbudget komt de dekking vanuit de Dordwijkzone in het overzicht voor. 8.1 Huidige begroting sportparken

PROGRAMMA SPORTPARKEN 2022-2030

Sportpark

Kosten2

Kosten naar rato3

Totaal kosten

Inkomsten

Schenkeldijk

€ 340.000

€ 480.000

€ 820.000

€ 179.000

Gravensingel

€ 30.000

€ 40.000

€ 70.000

€ 26.000

Smitsweg

€ 56.000

€ 80.000

€ 136.000

€ 24.000

Zeehavenlaan

€ 39.000

€ 56.000

€ 95.000

€ 10.000

Vorrinklaan

€ 41.000

€ 59.000

€ 100.000

€ 21.000

3

Patersweg

€ 35.000

€ 50.000

€ 85.000

€ 4.000

4

Krommedijk

€ 208.000

€ 297.000

€ 505.000

€ 86.000

Reeweg

€ 115.000

€ 164.000

€ 279.000

€ 55.000

1

2

5

6 Stadspolders

€ 243.000

€ 346.000

Totaal

€ 589.000

€ 118.000

€ 2.669.000

€ 523.000

De sportparken kosten de gemeente in totaal ongeveer € 2,7 miljoen inclusief btw op jaarbasis (begroting 2021). Uitgesplitst per sportpark verschillen de onderhoudskosten door verschillen in oppervlakte en diversiteit van sportvelden:

7

8

9 ______ 2) Kosten bestaan uit o.a.: betaalde belastingen, energiekosten, onderhoud terrein, afschrijvingslasten, rentelasten. 3) Naar rato verdeling van overige kosten en p-kosten.

PROGRAMMA SPORTPARKEN 2022-2030

Uitgesplitst naar kostensoorten bedragen deze kosten globaal: Kosten

Indicatie per kostensoort

Personeelskosten

€ 680.000

Kapitaallasten

€ 865.000

Materiaal/Inkoop

€ 940.000

2

Werkplaats

€ 200.000

3

1

4

Dekkingsgraad kosten Wat betreft de dekkingsgraad (kosten versus opbrengsten) is er weinig verschil tussen de voetbalkunstgrasvelden en de voetbalgrasvelden. De dekkingsgraad van de velden loopt uiteen van 10% tot 20%4. Wel is een kunstgras duurder (en legt dus een groter beslag op het gemeentelijke budget), maar kent ook een hogere mate van bespeelbaarheid (trainingscapaciteit) dan een grasveld. Meer dan de helft van de jaarlijkse lasten wordt besteed aan de voetbalvelden. Qua omvang heeft de voetbalsport ook de meeste sportvelden.

Bij toekomstige investeringen is het wenselijk de begroting structureel aan te passen in plaats van met incidentele middelen te financieren. Dekking vanuit incidentele middelen (o.a. Dordwijkzone) zorgt op termijn voor een benodigde structurele ophoging van de begroting (te dekken via areaaluitbreiding via groei gemeentefonds).

5

6

7

8.1.1 Beheer en onderhoud sportareaal De sportparken vallen onder cluster Publieksaccommodaties. Er wordt gewerkt met een MJOP. Hierin worden ramingen gegeven voor vervangingsinvesteringen die benodigd zijn om bestaand areaal, zoals sportvelden, sportveldverlichting, hekwerken te vervangen.

8

9 Verschillende investeringen, zoals een aantal kunstgrasvelden, zijn de afgelopen jaren met incidentele middelen gefinancierd. Dit zorgt in de toekomst voor nadelen in de begroting. Het gaat op termijn om (indicatief) 200.000 euro aan structurele middelen welke in het reguliere begrotingsproces van dekking zullen moeten worden voorzien.

______ 4) Een uitzondering vormen de hockeyvelden bij DMHC en een kunstgrasveld bij Oranje Wit, in verband met afzonderlijk gemaakte afspraken over de financiering (hoger huurtarief) om tot realisatie te komen.

8.1.2 Beheer en onderhoud bestaande infrastructuur op de sportparken De sportbegroting heeft momenteel geen structureel onderhoudsbudget voor de infrastructuur (anders dan sportvelden) op de sportparken. Zo vragen onder meer parkeerplaatsen, asfalt en onderhoud wegen, en openbare ruimte om aandacht wanneer groot onderhoud aan de orde is. Ook binnen andere gemeentelijke budgetten zijn dit soort investeringen gerelateerd aan de sportparken niet gedekt. Dit betreft een "witte vlek" in de totale gemeentelijke begroting. Voorgesteld wordt een inventarisatie uit te voeren naar de kwaliteit van de bestaande infrastructuur. Na deze inventarisatie moet duidelijk zijn welke investering er de komende jaren eenmalig nodig zijn om de infrastructuur op de sportparken te herstellen en wat er structureel nodig is voor beheer en onderhoud (areaaluitbreiding), en beide via Kadernota in 2022 en 2023 als knelpunt in te dienen.

8.2 Investeringsbudget (Fase 1 Uitvoering Toekomstvisie Sportparken 2015) Voor de Toekomstvisie Sportparken 2015 is een budget beschikbaar gesteld voor Fase 1 Uitvoering Toekomstvisie Sportparken 2015. Anno 2021 is dit budget van 5,5 miljoen vrijwel volledig uitgegeven, of gelabeld via besluitvorming door de gemeenteraad. In de reguliere begroting van de gemeente Dordrecht zit geen ander investeringsbudget voor nieuwe investeringen gericht op optimalisatie, dan wel kwaliteitsverbeteringen.

PROGRAMMA SPORTPARKEN 2022-2030

1

2

3

4

Voorgesteld wordt een inventarisatie uit te voeren naar de kwaliteit van de bestaande infrastructuur. Na deze inventarisatie moet duidelijk zijn welke investering er de komende jaren eenmalig nodig zijn om de infrastructuur op de sportparken te herstellen en wat er structureel nodig is voor beheer en onderhoud (areaaluitbreiding), en beide via Kadernota in 2022 en 2023 als knelpunt in te dienen.

5

6

7

8

9

Investeringsbudget 2015

Bedrag

Startbudget

€ 5.700.000

Bezuiniging

€ -200.000

Budget

€ 5.500.000

Status PROGRAMMA SPORTPARKEN 2022-2030

1

Sportpark Patersweg Renovatie Sportpark Patersweg

€ -89.000

Gerealiseerd

Werkbudget t.b.v. huisvesting Dubbeldam

€ -100.000

Gerealiseerd

Schadeloosstelling v.v. Dubbeldam

€ -1.018.000

Besluitvorming afgerond

Incidentele bijdrage v.v. Dubbeldam

€ -700.000

Besluitvorming afgerond

Aanpassingen sportvelden en openbare ruimte

€ -1.575.000

Besluitvorming afgerond

Trafo voorziening Sportpark Schenkeldijk

€ -136.000

Besluitvorming afgerond

DMHC renovatie semi waterveld naar waterveld5

€ -250.000

Besluitvorming in voorbereiding

Tijdelijke huisvesting OMC

€ -70.000

Gerealiseerd

Kunstgrasveld Sportpark Krommedijk

€ -325.000

Besluitvorming afgerond

Half kunstgrasveld Sportpark Krommedijk

€ -400.000

Besluitvorming afgerond

Inhuizing FC Dordrecht amateurs (OMC)

€ -800.000

Gelabeld / gereserveerd

Nog te besteden

€ 37.000

Buffer in geval tegenslag

2

Sportcomplex Schenkeldijk

Sportpark Krommedijk

______ 5) Besluitvorming DMHC renovatie naar waterveld is strijdig met het genoemde uitgangspunt om investeringen structureel in de begroting te regelen in plaats van met incidenteel budget. Echter er is urgentie in besluitvorming over verschillende geplande (renovatie)investeringen. Drie van de vier hockeyvelden staan de komende jaren op de agenda, of zijn al uitgesteld. Het renoveren van het huidige semiwaterveld sluit niet aan bij de ontwikkeling van de hockeyvelden in Nederland. Hierover is door de KNHB ook een advies opgesteld. Het aanpassen van het semiwaterveld naar een waterveld vraagt extra investeringsbudget. Die duidelijkheid kan via het beschikbare incidentele budget op korte termijn gegeven worden. De vervanging op termijn bedraagt (indicatief) 28.000 euro aan structurele middelen welke in het reguliere begrotingsproces van dekking zullen moeten worden voorzien.

3

4

5

6

7

8

9

PROGRAMMA SPORTPARKEN 2022-2030

8.3 Investeringsbudget (Uitvoering Programma Sportparken 2022-2030) Met het Programma Sportparken wil de gemeente werk maken van aandachtspunten en kansen die er zijn om sportparken en hun omgeving te ontwikkelen tot fijne plekken. Plekken die alle inwoners uitnodigen om te sporten, te bewegen, elkaar te ontmoeten, te ontdekken, plezier te beleven en te genieten van een groene omgeving. Daarbij sluiten we aan bij onze ambities op het gebied van sport, gezondheid en duurzaamheid en bij wensen van onze inwoners en sportaanbieders. We sluiten ook aan bij plannen om de Dordwijkzone te ontwikkelen tot de groene long van Dordrecht. Een park dat biodiversiteit, recreëren en bewegen combineert en de sportparken Schenkeldijk, Krommedijk, Reeweg en Stadspolders met elkaar verbindt.

1

2

3 Fase I (2022)

Fase II (2023 t/m 2026)

Fase III (2027 t/m 2030)

Dekking*

4

Vitale Sportparken Vitale sportparken – budget programma sportparken (via coalitieakkoord) Functiemenging & optimalisatie, ruimtelijke integratie, openheid, duurzaamheid excl. LED bestuurlijke vitaliteit,

€ 100.000

Duurzaamheid (LED) (zie 8.3.3)

€0

€ 2.000.000

€ 2.000.000

(structureel deel: PM)

(structureel deel: PM)

Ter afweging volgende raadsperiode

5

6 € 900.000 investeringskrediet =

€0

Ter afweging volgende raadsperiode

€ 70.000 kaplasten (s)

7

Vitale Sportparken - budget Dordtwijkzone (zie 8.3.2) Sportpark Schenkeldijk

€0

€ 1.500.000

€0

Agenda 2030 (i), areaaluitbreiding via groei gemeentefonds (s)

Sportpark Krommedijk

€0

€ 500.000

€0

Agenda 2030 (i)

Sportpark Stadspolders

€0

€ 1.000.000

€ 1.000.000

Agenda 2030 (i)

€ 25.000

€ 40.000

€ 40.000

Ter afweging volgende raadsperiode

€ 25.000

€ 25.000

€ 25.000

Ter afweging volgende

Sportareaal Monitoring Uitvoeringsagenda Bijeenkomsten, uitwerking e.d.

8

9

bestuurlijke vitaliteit, Duurzaamheid (LED) (zie 8.3.3)

€0

€ 900.000 investeringskrediet =

€0

Ter afweging volgende raadsperiode

€ 70.000 kaplasten (s)

Vitale Sportparken - budget Dordtwijkzone (zie 8.3.2) Sportpark Schenkeldijk

€0

€ 1.500.000

€0

Agenda 2030 (i), areaaluitbreiding via groei gemeentefonds (s)

Sportpark Krommedijk

€0

€ 500.000

€0

Agenda 2030 (i)

Sportpark Stadspolders

€0

€ 1.000.000

€ 1.000.000

Agenda 2030 (i)

Sportareaal Monitoring

€ 25.000

€ 40.000

€ 40.000

Ter afweging volgende raadsperiode

€ 25.000

€ 25.000

€ 25.000

Ter afweging volgende raadsperiode

€0

€0

B2022

PROGRAMMA SPORTPARKEN 2022-2030

Uitvoeringsagenda Bijeenkomsten, uitwerking e.d.

Afbakening taken en verantwoordelijkheden Sportvelden, openbare ruimte, accommodaties

€ 150.000

2

3

Accommodatie ontwikkeling Subsidieregeling (zie 8.3.4)

1

€0

€ 2.200.000

€ 2.200.000

Ter afweging volgende raadsperiode

4

Fietsinfrastructuur Fietsroutes sportparken Dordwijkzone

€0

PM

PM

Agenda 2030, Dordwijkzone (i), areaaluitbreiding via groei gemeentefonds (s)

Fietsroutes overige sportparken

€0

€0

€ 800.000 (structureel PM)

Ter afweging volgende raadsperiode

Totaal beleidswens (zie 8.3.1)

€ 300.000

Begroting 2022 (i)

Totaal Dordwijkzone

€ 3.000.000

Totaal Nog nader beschikbaar te stellen

PM (ca. € 5.000.000)

(*) i = incidenteel; s = structureel

€ 1.000.000

Agenda 2030 (i), areaaluitbreiding via groei gemeentefonds (s)

5

6

7

8

9

8.3.1 Investering fase I via beleidswens In fase I van het programma ligt de focus op het verder op orde krijgen van de basis, waardoor in fase II snel tot uitvoering gekomen kan worden. Per sportpark wordt samen met de betrokken verenigingen en potentiele partners een uitvoeringsagenda opgesteld. Hierbij wordt gebruik gemaakt van nadere onderzoeksgegevens op gebied van onder andere capaciteit. Er zullen projecten al in voorbereiding gestart worden en op verschillende onderdelen wordt een nadere uitwerking gemaakt: ledverlichting, areaaluitbreiding infrastructuur sportparken, strategische onderhoudsplanning, ontwikkelingen rondom kunstgras. 8.3.2 Dekking Dordwijkzone (agenda 2030) In de businesscase Dordwijkzone is op basis van de ramingen van het ingenieursbureau een bedrag van circa 55 miljoen opgenomen voor de verwachte benodigde investeringen. In de tabel in paragraaf 3.3 van deze businesscase is dit grof uitgesplitst met een opname voor 4 miljoen voor sport en accommodaties. Dit bedrag is gebaseerd op een enkele verplaatsingen in de Dordwijkzone om de klimaatkaart en de actieve as mogelijk te maken. De businesscase Dordwijkzone en de onderliggende ramingen van het ingenieursbureau geeft inzicht en is een indicatie voor de benodigde investeringen in sport (o.a. (kunst)grasvelden. In de Dordwijkzone wordt prioriteit gegeven aan Sportpark Schenkeldijk.

De ambitie is dat Sportpark Schenkeldijk zich ontwikkelt tot een park waar (on)georganiseerde sport hand in hand gaat met zorg, onderwijs en openbare ruimte. De beschikbare ruimte wordt geoptimaliseerd in gebruik, waarbij functiemenging ingepast kan worden. Om dit mogelijk te maken is een herziening van het vigerende bestemmingsplan noodzakelijk. Schenkeldijk is en blijft een groene verbinding tussen stad en polder, waarbij de aansluiting met de naastgelegen woongebieden verbeterd wordt. In het geval van Sportpark Schenkeldijk gaat het om het opheffen van 4 grasvelden aan de noordelijke zijde van het sportpark. Hiervoor moet kunstgras terugkomen/ geoptimaliseerd worden in het centrumdeel van het sportpark. De benodigde gebruikscapaciteit wordt door de hogere dekkingsgraad op kunstgras op een kleinere oppervlakte gerealiseerd. Zonder deze verplaatsing/optimalisatie kan de voor de groenambitie in

de Dordwijkzone benodigde ruimte niet gecreëerd worden. Hetgeen de ontwikkelmogelijkheden voor de Dordwijkzone rondom de Schenkeldijk tot een minimum beperkt. Voor het programma Dordwijkzone is met de raad afgesproken concrete voorstellen aan de raad voor goedkeuring voor te leggen. De middelen voor sportpark Schenkeldijk zullen met een raadsvoorstel in 2022 worden aangevraagd. Door het afstoten van grasvelden ontstaat enige ruimte in de sportbegroting, welke wordt aangewend voor gedeeltelijke dekking van de structurele kapitaallast, die bij vervanging ontstaat.

PROGRAMMA SPORTPARKEN 2022-2030

1

2

3 Voor de ontwikkeling van de infrastructuur en de openbare ruimte op de vier grote sportparken binnen het programma Dordwijkzone geldt dat de betreffende areaaluitbreidingen wordt gefinancierd vanuit de groei van het gemeentefonds. 8.3.3 Dekking Fase II en III – volgende raadsperiode Voor fase II en III van het Programma Sportparken 2022-2030 worden de concretere uitvoeringsagenda’s per sportpark ingebracht. Dit geldt ook voor de financiering van de voorgestelde subsidieregeling (accommodatieontwikkeling, zie 8.3.5.). Voor de ontwikkeling van de infrastructuur (fietsinfrastructuur op de overige sportparken) worden de structurele kosten voor beheer en onderhoud eveneens via areaaluitbreiding meegenomen.

4

5

6

7

8

9

8.3.4 Opgave duurzaamheid Op dit moment is er in de opgave duurzaamheid géén budget gereserveerd ten behoeve van het verduurzamen van de gemeentelijke sportaccommodaties. De gemeente heeft hier als eigenaar van de sportaccommodaties echter wel een verantwoordelijkheid. Binnen het Programma Sportparken is daarom de keuze gemaakt om voor het onderdeel duurzaamheid een budget op te nemen. Het vervangen van conventionele verlichting voor ledverlichting staat hierbij bovenaan de actielijst. Andere ontwikkelingen op het gebied van duurzaamheid komen hierna aan bod. 8.3.5 Accommodatieontwikkeling via subsidieregeling Met het vaststellen van het Programma Sportparken willen we als gemeente, onder voorwaarden, mee investeren in accommodatieontwikkeling aan de hand van gezonde businesscases. Het uitwerken van een subsidieregeling is in paragraaf 3.6 genoemd. Het genoemde investeringsbudget is indicatief en gebaseerd op een maximaal bedrag per aanvrager (sportvereniging/stichting) als uitgangspunt, zoals we ook zien bij enkele andere steden die op deze wijze accommodatieontwikkeling stimuleren. Bij deze indicatie qua budget wordt uitgegaan van een 16-tal verenigingen dat in de komende jaren gebruik maakt van een maximaal subsidiebedrag per organisatie van € 275.000, - (in dit rekenvoorbeeld).

Bij verder aanpassing van deze subsidiekaders kunnen deze variabelen wijzigen, aangezien het in dit voorbeeld enkel als indicatie is gebruikt om aan te geven over welke investeringsmiddelen het kan gaan. Investeringen in verduurzaming van de verenigingsaccommodaties kunnen indien gewenst door de gemeenteraad ook onder accommodatieontwikkeling vallen. Binnen dit uitgangspunt gaat het op dit moment om het perspectief wat gemeente Dordrecht wenst te bieden aan sportverenigingen om wel/niet mee te investeren in accommodatieontwikkeling en onder welke voorwaarden. Voor accommodatie ontwikkeling staat nu € 4,4 miljoen begroot. Het genoemde budget beslaat in de praktijk misschien wel een periode van meer dan 10 jaar en gaat ervan uit dat in die periode meerdere bestaande verenigingen hun accommodatie dienen te vernieuwen, dan wel dat de accommodatie ophoudt te bestaan.

Voorgesteld wordt om in 2022 deze subsidieregeling verder uit te werken.

PROGRAMMA SPORTPARKEN 2022-2030

1 8.3.6 Fietsgebruik Hierbij gaat het om het verbeteren van de fietsinfrastructuur van, naar en op de sportparken. Hieronder valt ook het fiets parkeren. De fietsinfrastructuur is al langere tijd een kritisch punt dat door sportparkgebruikers wordt benoemd. Ook in de recente gesprekken rondom Programma Sportparken. We maken een onderscheid in wat nodig is rondom de sportparken in de Dordwijkzone en de overige sportparken. De middelen voor het verbeteren van de fietsinfrastructuur moeten worden gevonden in andere budgetten dan sport, denk aan bereikbaarheid, groeiambitie van de stad en Dordwijkzone.

2

3

4

5

6

7

8

9

8.4 Prioritering in sportparken Het uitvoeringsbudget voor het Programma Sportparken zal in fasen beschikbaar worden gesteld en de dat uitvoering wordt over meerdere jaren uitgevoerd. Dat maakt dat er is nagedacht over een prioritering. In aansluiting op de genoemde onderwerpen in hoofdstuk 5 leggen we, op basis van de huidige kennis, in eerste instantie prioriteit bij de sportparken Schenkeldijk en Krommedijk. Deze sportparken maken onderdeel uit van de ontwikkelingen in de Dordwijkzone en omvatten een groot deel van het sportparken areaal. Daarmee spelen zij ook een belangrijke rol voor de inwoners van de stad. Met besluitvorming over de verplaatsing van vv Dubbeldam is een eerste stap gezet voor de herinrichting van dit sportpark. In de besluitvorming is aangegeven dat prioriteit ligt om de voetbalvelden zodanig aan te passen dat het noordelijk deel in geheel vrij kan worden gespeeld. Behalve voor de voetbalsport is het van belang om de hockeysport naar een toekomstbestendige configuratie te ontwikkelen én biedt het centrumdeel van het sportpark ruimte voor verbinding met de Dordwijkzone en de open sportparken structuur met toename van functiemenging, openbare ruimte en optimalisatie. Het aangeven dat de prioriteit bij de sportpark Schenkeldijk en Krommedijk ligt, maakt ook duidelijk dat de andere sportparken later of in een volgende fase aan de beurt zijn.

Het genoemde afwegingskader wordt gebruikt om hierin keuzes te maken. Er zal dan ook rekening worden gehouden met kansrijke ontwikkelingen die zich voor kunnen doen op andere sportparken in de stad, waardoor prioritering kan wijzigen.

PROGRAMMA SPORTPARKEN 2022-2030

1

2

3

4

5

6

7

8

9

PROGRAMMA SPORTPARKEN 2022-2030

1

2

3

4

hoofdstuk 9

5

6

7

Planning en monitoring

8

9

Planning en monitoring In dit hoofdstuk beschrijven we hoe we komen tot een uitvoeringsagenda per sportpark, welke data we de komende jaren zullen ophalen om de effecten te meten en ontwikkelingen in kaart te brengen. Ook geven we inzicht in de manier waarop we de voortgang van het programma zullen borgen. 9.1 Uitvoeringsagenda per sportpark Om gericht aan de slag te gaan met de uitgangspunten (H3), kenmerken van vitale sportparken (H4), de ambities per sportpark (H5), de rollen en verantwoordelijkheden (H6), het afwegingskader (H7) en het financiële kader (H8) zal er per sportpark een uitvoeringsagenda worden opgesteld. We kiezen ervoor deze uitvoeringsagenda per twee jaar te herzien (2022 – 2024 – 2026 -2028). De uitvoeringsagenda wordt samen met de betrokken partijen op het sportpark opgesteld. In het vaste format is aandacht voor: • Welke acties? o Acties op korte termijn (2 jaar) o Acties op middellang termijn (2-4 jaar) o Acties op langere termijn (4 tot 10 jaar) • Wanneer moeten de acties uitgevoerd zijn (planning)? • Welke financiën zijn er beschikbaar en hoe zijn die gedekt? • Wie heeft de regie op de uitvoering? • Wie zijn de partners in de uitvoering? De eerste uitvoeringsagenda per sportpark wordt na vaststelling van het Programma Sportparken opgesteld en zal uiterlijk in het derde kwartaal 2022 met een raadsinformatiebrief aan de gemeenteraad worden aangeboden.

We kiezen daarnaast voor een overzichtelijke overlegstructuur: Per jaar Per sportpark minimaal 2x overleg, waarvan 1x in aanwezigheid wethouder. Per jaar Een bijeenkomst voor verenigingen, maatschappelijke organisaties, gemeenteraad en sportraad op één van de negen sportparken (doel: informeren, kennis uitwisselen, inspireren) afsluiting van het sportseizoen medio juni.

Per jaar Regulier

Sportpark schouwronde. Sportregisseur is eerste contactpersoon van verenigingen voor vragen over de (ontwikkeling van) sportparken en de verenigingen.

9.2 Monitoring en onderzoek Om goed te kunnen anticiperen op lokale en landelijke ontwikkelingen kiezen we voor vijf manieren om gedurende de looptijd van het programma sportparken data te verzamelen. Die data worden gebruikt bij het opstellen van de uitvoeringsagenda en eventuele bijsturing van de ambities op langere termijn. We kiezen voor: • Capaciteitsonderzoek (ruimte-instrument); • Verenigingsmonitor; • Sportdeelname index; • Heatmaps; • Gebruikersonderzoek.

PROGRAMMA SPORTPARKEN 2022-2030

1

2

3

4

5

6

7

8

9

9.2.1 Capaciteitsonderzoek (ruimte-instrument) Q1 2022 – 2026 Met het ruimte-instrument maken we inzichtelijk wat de huidige vraag is naar buitensportaccommodaties en gaan daarbij afzonderlijk in op de diverse sporttakken (o.a. voetbal, hockey, korfbal, tennis, rugby en atletiek) en zetten dit af tegen het aanbod. Hierbij passen we de richtlijnen toe die sportbonden hanteren en die zijn vastgelegd in het handboek sportaccommodaties en hebben we aandacht voor nevengebruik van buitensportaccommodaties. Op basis van de verwachte bevolkingsontwikkeling, veranderende bevolkingssamenstelling en ontwikkelingen in de deelname aan takken van sport, bepalen we wat de vraag naar sportaccommodaties is voor de toekomst. Eventuele tekorten of overschotten worden zichtbaar door de toekomstige behoefte te vergelijken met het huidige aanbod, aangevuld met eventuele concrete uitvoeringsplannen voor extra velden, omzetting naar kunstgras of afstoting van velden. 9.2.2 Verenigingsmonitor Q2 2022 – 2024 – 2026 – 2028 – 2030 De verenigingsmonitor meet de vitaliteit (organisatiekracht en maatschappelijke oriëntatie) van de sportverenigingen. De uitkomsten worden 1 op 1 door de sportregisseurs met de clubs besproken.

In een Verenigingsmonitor komen verschillende aspecten van het functioneren van een vereniging aan bod: • Algemene kenmerken: tak van sport, omvang, locatie, eigen sportaccommodatie en/of kantine; • Leden en activiteiten: samenstelling ledenbestand (leeftijd, geslacht, etniciteit, sporters met een handicap), ledenverloop, ledenverwerving en activiteiten, ontwikkeling sportaanbod; • Bestuur en beleid: samenstelling bestuur (aantal bestuursleden, leeftijd, zittingsduur, geslacht en etniciteit, functie), grootste zorgen in de vereniging, beleidsvoering (beleidsplannen, prioriteiten, informatiebronnen); • Kader: vrijwilligers, vergoedingen en salarissen, professionalisering; • Externe contacten: adviezen en ondersteuning, samenwerking; • Financiën: contributies, financiële positie; • Accommodatie: beheer en onderhoud, capaciteit; • Maatschappelijke oriëntatie: activiteiten voor leden en niet-leden, sportstimulering, bijdrage maatschappelijke thema’s.

Op basis van de verenigingsmonitor wordt de organisatiekracht en de maatschappelijke oriëntatie van de verenigingen bepaald. Deze twee indicatoren samen bepalen de vitaliteit van de sportverenigingen in de gemeente 9.2.3 Sportdeelname Index April en November (jaarlijks) De Sportdeelname Index meet de sportdeelname, lidmaatschap en beweeggedrag van de Dordtenaren. Deze wordt twee keer per jaar gemeten; 1x over de maand april (dus in mei) en 1x over de maand november (dus in december). Het betreft een samenwerking met NOC*NSF. Dordrecht is naast Amsterdam en Rotterdam de derde gemeente die deze lokale meting uitvoert. 9.2.4 Heatmaps Q1 2022 – 2025 – 2028 Grip krijgen op de beweegvriendelijkheid van de leefomgeving is uitdagend. Eén aspect van de beweegvriendelijke omgeving betreft de ‘hardware’. De Kernindicator Beweegvriendelijke Omgeving brengt dit op gemeentelijk niveau in kaart. Om beleid te kunnen maken op buurt- of wijkniveau, is gedetailleerder inzicht in de beweegvriendelijkheid van de omgeving nodig. Heatmaps geven op hoog schaalniveau een indicatie van de mogelijkheden om te sporten en te bewegen in de fysieke woonomgeving. De ontwikkelde methodiek analyseert de directe woonomgeving van elk woonadres en kijkt over buurt- en wijkgrenzen heen. De heatmaps geven daarmee inzicht in de dichtheid van de ‘hardware’.

De heatmaps kunnen voor de volgende vijf deelindicatoren worden berekend: sportaccommodaties, sport- en speelplekken, sport-, speel- en beweegruimte, wandel- en fietspaden en nabijheid van voorzieningen. De heatmaps kunnen niet alleen met gegevens over de huidige situatie (bijvoorbeeld bevolkingsaantallen) worden gecombineerd, maar ook met gegevens over de toekomstige situatie. Denk hierbij aan wat er gebeurt met de beweegvriendelijkheid van de omgeving als groene voorzieningen of speelplekken worden gerealiseerd. Hoeveel en welke mensen profiteren daar dan van? Maar ook doorberekeningen met bevolkingsprognoses geven veel informatie. Klopt het aantal speelplekken in de toekomst nog wel als een wijk in samenstelling verandert?

PROGRAMMA SPORTPARKEN 2022-2030

1

2

3

4

5

6

7

8

9

9.2.5 Gebruikersonderzoek sportparken Q3 2022 – 2024 – 2026 – 2028 We willen graag weten hoe de kwaliteit en gebruiksmogelijkheden van de voorzieningen worden beoordeeld door gebruikers. Hiertoe voeren we in 2022 een eerste meting uit. Om in de toekomst een betrouwbare vergelijking mogelijk te maken, wordt het onderzoek op een gestandaardiseerde wijze opgezet. In 2024, 2026 en 2028 herhalen we het onderzoek. Binnen het onderzoek worden de onderzoeksvragen beantwoord op basis van de in 2022 ontwikkelde vragenlijst die online bij alle gebruikersgroepen wordt uitgezet. In de rapportage gaan we in op de resultaten met betrekking tot de kwaliteit, functionaliteit van de sportparken en wordt een vergelijking gemaakt met de resultaten van de eerdere metingen.

PROGRAMMA SPORTPARKEN 2022-2030

1

2

3 9.3 Vervolgprocedure (politiek) Na het vaststellen van het Programma Sportparken 2022-2030 wordt de raad via raadinformatiebrieven op de hoogte gehouden van de ontwikkelingen: Raadsinformatiebrief met uitvoeringsagenda per sportpark Q3 2022; 2024; 2026; 2028 Raadsinformatiebrief tussenstand Programma Sportparken Q2 2025 en 2029 Startnotitie “vervolg Programma Sportparken” Q2 2029 Vaststellen “vervolg Programma Sportparken” Q1 2030 In principe koppelen we separate investeringsvoorstellen, waarbij we krediet aanvragen, aan de momenten waarop we de Raad informeren over de uitvoeringsagenda’s of de tussenstand. Alleen incidentele investeringen die niet kunnen wachten op deze momenten, worden apart ingebracht.

4

5

6

7

8

9

PROGRAMMA SPORTPARKEN 2022-2030

Programma Sportparken 2022-2030

Colofon Tekst gemeente Dordrecht Vormgeving Impuls, Sliedrecht

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/381/documents/13774