CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Ontwerpbesluit tweede wijziging omgevingsplan gemeente Dordrecht (besluitdocument).pdf

Gemeenteraad Dordrecht 1 juli 2025, gemeente DordrechtBij agendapunt: 5: Vaststellen tweede wijziging omgevingsplan voor bodem, Bouwhuyslocatie, Zuidbuitenpoldersekade en bedrijventerreinen - Raadsvoorstel44.046 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 6

hoveniersbedrijf

een vorm van dienstverlening in de vorm van het aanleggen en onderhouden van tuinen en andere groenvoorzieningen, waaronder (sport)parken en begraafplaatsen, en daarmee verband houdende infrastructurele werken;

ISO 11423-1:

ISO 11423-1:1997: Water - Bepaling van het gehalte aan benzeen en enige afgeleiden - Deel 1: Gaschromatografische methode met bovenruimte, versie 1997;

kwetsbare locatie

a.

recreatief nachtverblijf voor meer dan 50 personen;

b.

c.

53

sport, spel of recreatief dagverblijf, waar doorgaans een groot aantal personen gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig is; of evenementen in de openlucht voor ten minste 5.000 personen;

landbouwhuisdieren met geuremissiefactor:

a. b.

varkens, kippen, schapen of geiten; en als deze worden gehouden voor de vleesproductie: i. rundvee tot 24 maanden; ii. kalkoenen; iii. eenden; of iv. parelhoenders;

landbouwhuisdieren zonder geuremissiefactor:

landbouwhuisdieren waarvoor in de Omgevingsregeling geen emissiefactor voor geur is vastgesteld, met uitzondering van pelsdieren;

LD-staalslak

slak die vrijkomt bij de bereiding van staal volgens de methode van Linz-Donawitz;

maatschappelijke voorzieningen

educatieve, sociaal-medische, sociaal-culturele, levensbeschouwelijke voorzieningen en voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening;

metaalslakken

metaalslakken zoals hoogovenslak, fosforslak, gieterijslak, koperslak of LD-staalslak;

milieugevoelig

een activiteit die een gebouw of locatie zeer kwetsbaar maakt, geluidgevoelig maakt, of luchtkwaliteitsgevoelig maakt;

NEN 5725:

NEN 5725:2017: Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, versie 2017;

NEN 5740:

NEN 5740:2009/A1:2016: Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond, versie 2009+A1 en 2016;

NEN 6090:

NEN 6090:2017: Bepaling van de vuurbelasting, versie 2017;

NEN 6578

NEN 6578:2011: Water - Potentiometrische bepaling van het totale gehalte aan totaal fluoride, versie 2011;

NEN 6589:

NEN 6589:2005/C1:2010: Water - Potentiometrische bepaling van het gehalte aan totaal anorganisch fluoride met doorstroomsystemen (FIA en CFA), versie 2010;

NEN 6600-1:

NEN 6600-1:2019: Water - Monsterneming - Deel 1: Afvalwater, versie 2019;

NEN 6965:

NEN 6965:2005: Milieu - Analyse van geselecteerde elementen in water, eluaten en destruaten - Atomaire-absorptiespectrometrie met vlamtechniek, versie 2005;

NEN 6966:

NEN 6966:2006: Milieu - Analyse van geselecteerde elementen in water, eluaten en destruaten – Atomaire emissiespectrometrie met inductief gekoppeld plasma, versie 2005 + C1:2006;

NEN-EN 858-1/A1:

NEN-EN 858-1:2002/A1:2004: Afscheiders en slibvangputten voor lichte vloeistoffen (bijv. olie en benzine) - Deel 1: Ontwerp, eisen en beproeving, merken en kwaliteitscontrole, versie 2002 + A1: 2004;

NEN-EN 858-2:

NEN-EN 858-2:2003: Afscheiders en slibvangputten voor lichte vloeistoffen (bijv. olie en benzine) - Deel 2: Bepaling van nominale afmeting, installatie, functionering en onderhoud, versie 2003;

54

NEN-EN 872: NEN-EN 872:2005:

NEN-EN 872:2005: Water – Bepaling van het gehalte aan onopgeloste stoffen – Methode door filtratie over glasvezelfilters, versie 2005;

NEN-EN 1825-1:

NEN-EN 1825-1:2004: Vetafscheiders en slibvangputten Deel 1: Ontwerp, eisen en beproeving, merken en kwaliteitscontrole, versie 2004 + C1:2006;

NEN-EN 1825-2:

NEN-EN 1825-2:2002: Vetafscheiders en slibvangputten Deel 2: Bepaling van nominale afmeting, installatie, functionering en onderhoud, versie 2002;

NEN-EN 12566-1:

NEN-EN 12566-1:2016: Kleine afvalwaterzuiveringsinstallaties ≤ 50 IE - Deel 1: Geprefabriceerde septictanks, versie 2016;

NEN-EN 12673:

NEN-EN 12673:1999: Water - Gaschromatografische bepaling van een aantal geselecteerde chloorfenolen in water, versie 1999;

NEN-EN 16693:

NEN-EN 16693:2015: Water – Bepaling van de organochloor pesticiden (OCP) in watermonsters met behulp van vaste fase extractie (SPE) met SPE-disks gecombineerd met gaschromatografie-massaspectrometrie (GCMS), versie 2015;

NEN-EN-ISO 2813:

NEN-EN-ISO 2813:2014: Verven en vernissen - Bepaling van de glans (spiegelende reflectie) van niet-metallieke verflagen onder 20 graden, 60 graden en 85 graden, versie 2014;

NEN-EN-ISO 5667-3:

NEN-EN-ISO 5667-3:2018: Water - Monsterneming - Deel 3: Conservering en behandeling van watermonsters, versie 2018;

NEN-EN-ISO 5815-1:

NEN-EN-ISO 5815-1:2019: Water - Bepaling van het biochemisch zuurstofverbruik na n dagen (BZVn) - Deel 1: Verdunning en enting onder toevoeging van allylthioureum, versie 2019;

NEN-EN-ISO 5815-2:

NEN-EN-ISO 5815-2:2003: Water - Bepaling van het biochemisch zuurstofverbruik na n dagen (BZVn) - Deel 2: Methode voor onverdunde monsters, versie 2003;

NEN-EN-ISO 9377-2:

NEN-EN-ISO 9377-2:2000: Water - Bepaling van de minerale-olie-index - Deel 2: Methode met vloeistofextractie en gas-chromatografie, versie 2000;

NEN-EN-ISO 9562:

NEN-EN-ISO 9562:2004: Water - Bepaling van adsorbeerbare organisch gebonden halogenen (AOX), versie 2004;

NEN-EN-ISO 10301:

NEN-EN-ISO 10301:1997: Water - Bepaling van zeer vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen - Gaschromatografische methoden, versie 1997;

NEN-EN-ISO 10523:

NEN-EN-ISO 10523:2012: Water - Bepaling van de pH, versie 2012;

NEN-EN-ISO 11885:

NEN-EN-ISO 11885:2009: Water - Bepaling van geselecteerde elementen met atomaire-emissiespectrometrie met inductief gekoppeld plasma (ICP-AES), versie 2009;

NEN-EN-ISO 12846:

NEN-EN-ISO 12846:2012: Water - Bepaling van kwik Methode met atomaire-absorptiespectrometrie met en zonder concentratie, versie 2012;

NEN-EN-ISO 14403-1:

NEN-EN-ISO 14403-1:2012: Water - Bepaling van het totale gehalte aan cyanide en het gehalte aan vrij cyanide met doorstroomanalyse (FIA en CFA) - Deel 1: Methode met doorstroominjectie analyse (FIA), versie 2012;

NEN-EN-ISO 14403-2:

NEN-EN-ISO 14403-2:2012: Water - Bepaling van het totale gehalte aan cyanide en het gehalte aan vrij cyanide met

doorstroomanalyse (FIA en CFA) - Deel 2: Methode met continu doorstroomanalyse (CFA), versie 2012; NEN-EN-ISO 15587-1:

NEN-EN-ISO 15587-1:2002: Water - Ontsluiting voor de bepaling van geselecteerde elementen in water - Deel 1: Koningswater ontsluiting, versie 2002;

NEN-EN-ISO 15587-2:

NEN-EN-ISO 15587-2:2002: Water - Ontsluiting voor de bepaling van geselecteerde elementen in water - Deel 2: Ontsluiting met salpeterzuur, versie 2002;

NEN-EN-ISO 15680:

NEN-EN-ISO 15680:2003: Water – Gaschromatografische bepaling van een aantal monocyclische aromatische koolwaterstoffen, naftaleen en verscheidene gechloreerde verbindingen met 'purge-and-trap' en thermische desorptie, versie 2003;

NEN-EN-ISO 15682:

NEN-EN-ISO 15682:2001: Water - Bepaling van het gehalte aan chloride met doorstroomanalyse (CFA en FIA) en fotometrische of potentiometrische detectie, versie 2001;

NEN-EN-ISO 15913:

NEN-EN-ISO 15913:2003: Water - Bepaling van geselecteerde fenoxyalkaanherbicide, inclusief bentazonen en hydroxybenzonitrillen met gaschromatografie en massaspectrometrie na vastefase-extractie en derivatisering, versie 2003;

NEN-EN-ISO 17294-2:

NEN-EN-ISO 17294-2:2016: Water - Toepassing van massaspectrometrie met inductief gekoppeld plasma - Deel 2: Bepaling van geselecteerde elementen inclusief uranium isotopen, versie 2016;

NEN-EN-ISO 17852:

NEN-EN-ISO 17852:2008: Water - Bepaling van kwik Methode met atomaire fluorecentiespectometrie, versie 2008;

NEN-EN-ISO 17993:

NEN-EN-ISO 17993:2004: Water - Bepaling van 15 polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) in water met HPLC met fluorescentiedetectie na vloeistof-vloeistof extractie, versie 2004;

NEN-ISO 15705:

NEN-ISO 15705:2003: Water - Bepaling van het chemisch zuurstofverbruik (ST-COD) - Kleinschalige gesloten buis methode, versie 2003;

NEN-ISO 15923-1:

NEN-ISO 15923-1:2013: Waterkwaliteit - Bepaling van de ionen met een discreet analysesysteem en spectrofotometrische detectie - Deel 1: Ammonium, chloride, nitraat, nitriet, ortho-fosfaat, silicaat en sulfaat, versie 2013;

recreatie-activiteit

een activiteit gericht op het faciliteren van ontspanning of vrijetijdsbesteding, anders dan een sportactiviteit;

straatpeil:

a.

b.

55

voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter plaatse van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw;

toepassingszones

de zones die zijn vastgelegd in de toepassingskaart, dit is een combinatie van bodemkwaliteitskaarten en bodemfunctiekaarten. De meest actuele versie van de toepassingskaart is te vinden via de website www.ozhz.nl/;

transformatieladder:

de transformatieladder voor gebedshuizen zoals opgenomen in de 'Kerkenvisie tussen hemel en aarde – een visie op gebedshuizen in Dordrecht';

verontreiniging van het grondwater

artikel 7.30 van ZHOV;

56

volks-/moestuin

een perceel grond dat geen deel uitmaakt van de grond waarop de woning van de gebruiker staat, waarop de gebruiker gewassen kweekt voor eigen gebruik;

warmteplan:

besluit over de aanleg van een distributienet voor warmte in een bepaald gebied, waarin voor een periode van ten hoogste 10 jaar, uitgaande van het voor die periode geplande aantal aansluitingen op dat distributienet, de mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu, gebaseerd op de energiezuinigheid van dat distributienet en het opwekkingsrendement van de over dat distributienet getransporteerde warmte, bij aansluiting op dat distributienet is opgenomen;

wonen

het houden van verblijf, het huren en tevens (laten) bewonen van onzelfstandige woonruimte of het gehuisvest zijn in een huis/woning, evenwel met uitzondering van woonvormen met een maatschappelijk karakter met intensieve begeleiding, met dien verstande dat bewoning in onzelfstandige woonruimte in een pand beperkt is en blijft tot maximaal vier personen;

woonrijp maken

werken en werkzaamheden ten behoeve van het (her)inrichten van de openbare ruimte: • het aanleggen en aanpassen van wegen en pleinen, zowel met een open verharding als asfalt, met bijbehorende (verkeers- en verkeersregulerende) voorzieningen; • het aanleggen van openbare verlichting en brandkranen met aansluitingen; • het plaatsen van straatmeubilair, speelvoorzieningen, hondentoiletten, sierende elementen en afrastering in de openbare ruimte; • het aanleggen van groenvoorzieningen; • het aanleggen van waterbergingsvoorzieningen;

YYYY Bijlage II wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Bijlage II Overzicht Informatieobjecten Archeologische waarde 1

/join/id/regdata/gm0505/2024/Archeologische_waarde_1/nld@202405-10;10002

Archeologische waarde 2

/join/id/regdata/gm0505/2024/Archeologische_waarde_2/nld@202405-10;10002

Archeologische waarde 3

/join/id/regdata/gm0505/2024/Archeologische_waarde_3/nld@202405-10;10002

Gemeentelijke monumenten /join/id/regdata/gm0505/2023/Gemeentelijke_monumenten/nld@202405-10;10003 Cultuurhistorische waarden /join/id/regdata/gm0505/2024/Cultuurhistorische_waarden/nld@202405-10;10002 Gebedshuizen

/join/id/regdata/gm0505/2023/Gebedshuizen/nld@2024-05-10;10002

Rijksbeschermd stadsgezicht /join/id/regdata/gm0505/2023/Rijksbeschermd_stadsgezicht/nld@202405-10;10003

57

Archeologische waarde 1

/join/id/regdata/gm0505/2024/Archeologische_waarde_1/nld@2024-05-10;10002

Archeologische waarde 2

/join/id/regdata/gm0505/2024/Archeologische_waarde_2/nld@2024-05-10;10002

Archeologische waarde 3

/join/id/regdata/gm0505/2024/Archeologische_waarde_3/nld@2024-05-10;10002

Gemeentelijke monumenten

/join/id/regdata/gm0505/2023/Gemeentelijke_monumenten/nld@2024-05-10;10003

Cultuurhistorische waarden

/join/id/regdata/gm0505/2024/Cultuurhistorische_waarden/nld@2024-05-10;10002

Gebedshuizen

/join/id/regdata/gm0505/2023/Gebedshuizen/nld@202405-10;10002

Rijksbeschermd stadsgezicht

/join/id/regdata/gm0505/2023/Rijksbeschermd_stadsgezicht/nld@2024-05-10;10003

Bedrijventerrein met hoge milieucategorie

/join/id/regdata/gm0505/2024/Bedrijventerrein_met_hoge_milieucategorie/nld@2024-11-25;10001

Begrensd gebied

/join/id/regdata/gm0505/2024/Begrensd_gebied/nld@202411-25;10001

Beperkingengebied bovengrondse hoogspanningsverbinding

/join/id/regdata/gm0505/2024/Beperkingengebied_bovengrondse_hoogspanningsverbinding/nld@2024-11-25;10001

Bodembeheergebied grond en baggerspecie

/join/id/regdata/gm0505/2024/Bodembeheergebied_grond_en_baggerspecie/nld@2024-11-25;10001

Bopa afwijking

/join/id/regdata/gm0505/2024/Bopa afwijking/nld@202411-25;10001

Bouwvlak

/join/id/regdata/gm0505/2024/Bouwvlak/nld@2024-1125;10001

Brandaandachtsgebied leidingen

/join/id/regdata/gm0505/2024/Brandaandachtsgebied_leidingen/nld@2024-11-25;10001

Brandaandachtsgebied wegen

/join/id/regdata/gm0505/2024/Brandaandachtsgebied_wegen/nld@2024-11-25;10001

Brandvoorschriftengebied

/join/id/regdata/gm0505/2024/Brandvoorschriftengebied/nld@2024-11-25;10001

Geluidaandachtsgebied industrie stedelijk wonen

/join/id/regdata/gm0505/2024/Geluidaandachtsgebied_industrie_stedelijk_wonen/nld@2024-11-25;10001

Geluidaandachtsgebied snelweg stedelijk /join/id/regdata/gm0505/2024/Geluidaandachtsgebied_snelwonen weg_stedelijk_wonen/nld@2024-11-25;10001 Geluidaandachtsgebied 50

/join/id/regdata/gm0505/2024/Geluidaandachtsgebied_50/nld@2024-11-25;10001

Horeca 1

/join/id/regdata/gm0505/2024/Horeca_1/nld@2024-1125;10001

Locaties nazorg Omgevingswet

/join/id/regdata/gm0505/2024/Locaties_nazorg_Omgevingswet/nld@2024-11-25;10001

Maatschappelijk niet-milieugevoelig

/join/id/regdata/gm0505/2024/Maatschappelijk_niet-milieugevoelig/nld@2024-11-25;10001

Ontwikkelgebied

/join/id/regdata/gm0505/2024/Ontwikkelgebied/nld@202411-25;10001

Recreatie-dagrecreatie

/join/id/regdata/gm0505/2024/Recreatie-dagrecreatie/nld@2024-11-25;10001

Welstandsgebied

/join/id/regdata/gm0505/2024/Welstandsgebied/nld@202411-25;10001

Wonen

/join/id/regdata/gm0505/2024/Wonen/nld@2024-1125;10001

Woonomgeving

/join/id/regdata/gm0505/2024/Woonomgeving/nld@202411-25;10001

Maximum aantal woningen

/join/id/regdata/gm0505/2024/Maximum_aantal_woningen/nld@2024-11-25;10001

Maximum vloeroppervlakte bruto maatschappelijk niet-milieugevoelig

/join/id/regdata/gm0505/2024/Maximum_vloeroppervlakte_bruto_maatschappelijk_niet-milieugevoelig/nld@202411-25;10001

Maximum vloeroppervlakte bruto horeca /join/id/regdata/gm0505/2024/Maximum_vloeroppervlak1 te_bruto_horeca_1/nld@2024-11-25;10001 Maximum bouwhoogte

/join/id/regdata/gm0505/2024/Maximum_bouwhoogte/nld@2024-11-25;10001

ZZZZ Voor sectie 'Artikel 1.1 Begripsbepalingen' wordt een sectie ingevoegd, luidende:

Artikel 1.1 Begripsbepalingen In dit artikel zijn de begripsbepalingen van de Omgevingswet en het Omgevingsbesluit, het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en de Omgevingsregeling van toepassing verklaard op dit omgevingsplan. Het gaat om een zogenaamde statische verwijzing. Dat betekent dat latere wijzigingen van de begrippen in de Omgevingswet of de AMvB's geen invloed hebben op de betekenis . Bijlage I Begripsbepalingen, bij dit omgevingsplan bevat de overige begripsbepalingen die voor het omgevingsplan nodig zijn in aanvulling op de begrippen van de wet, de AMvB's en de Omgevingsregeling. AAAAA De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

58

Artikel 1.1 Begripsbepalingen 1.2 Normadressaat uitvoeren activiteiten In het eerste lid van dit artikel zijn de begripsbepalingen van de Omgevingswet en het Omgevingsbesluit, het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en de Omgevingsregeling van toepassing verklaard op hoofdstuk 22 van dit omgevingsplan. Het gaat om een zogenaamde statische verwijzing. Dat betekent dat latere wijzigingen van de begrippen in de Omgevingswet of de AMvB's geen invloed hebben op de betekenis van de begrippen in hoofdstuk 22. REF(Bijlage I Begripsbepalingen,LABEL EN NUMMER,UPPER_CASE) bij dit omgevingsplan bevat de overige begripsbepalingen die voor hoofdstuk 22 nog nodig zijn in aanvulling op de begrippen van de wet, de AMvB's en de Omgevingsregeling. Bij de toepassing van de regels in dit omgevingsplan geldt het uitgangspunt dat een regel gesteld in dit omgevingsplan zich richt tot degene die de activiteit uitoefent of laat uit oefenen. Indien van dit uitgangspunt wordt afgeweken is dat per hoofdstuk, afdeling of paragraaf bepaald door een artikel afwijkend normadressaat. BBBBB De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.1 2.1 Doelen cultureel erfgoed Voor deze wijziging van het omgevingsplan regelt hoofdstuk 4 dat in verband met cultureel erfgoed de volgende werkingsgebieden worden aangewezen. Per werkingsgebied is bepaald voor welke activiteiten regels worden gesteld en waar die in het omgevingsplan zijn terug te vinden. Werkingsgebied / functie-aanduiding

Activiteit

Regels in dit OP

Archeologische waarden 1 t/m 3

Grondwerkzaamheden

Paragraaf 8.1.1 Grondwerkzaamheden archeologie

Archeologische waarden 1 t/m 3

Waterpeil wijzigen

Afdeling 8.1.2 Waterpeil wijzigen archeologie

Gemeentelijk monumenten

SlopenVerstorenBeschadigenVernielenVerplaatsenGebruikenOnthouden van onderhoudWijzigen

Afdeling 8.2 Gemeentelijke monumenten

Bouwwerken met cultuurhistorische waarden

Slopen

Afdeling 8.3 Cultuurhistorische waarden

Gebedshuizen

Slopen

Afdeling 8.4 Gebedshuizen

Rijksbeschermd Stadgezicht

BouwenSlopenWijzigen

Afdeling 8.5 Rijksbeschermd stadsgezicht

Landschappen met cultuurhistorische waarden

GrondwerkzaamhedenWaterpeil wijzigen Nog niet geregeld. Volgt in gebiedsgericht wijziging van het omgevingsplan.

Panden met bouwhistorische verwachting

Extra indieningsvereiste

Deze wijziging van het omgevingsplan gaat niet over landschappen met cultuurhistorische waarden. Naast genoemde panden komen in de door het rijk beschermde stadsgezichten ook nog beeldbepalende panden voor. De aanwijzing tot beeldbepalend pand vraagt geen juridische doorwerking. Het verbinden van de status beeldbepalend aan een pand is uitsluitend relevant in het kader van de subsidie uit het Gemeentelijk Restauratiefonds Dordrecht. Voordeel van de status van beeldbepalend pand is dat onderhoud en restauratie van het pand dan in aanmerking komt voor een laagrentende lening uit het Gemeentelijk Restauratiefonds Dordrecht. In dit hoofdstuk zijn de doelen uit de omgevingsvisie uitgewerkt. Deze doelen zijn – naast de regels van medeoverheden – bepalend voor de regels in dit omgevingsplan. In ieder hoofdstuk wordt via een artikel oogmerken een koppeling gelegd met deze doelen. Voorbeeld

59

De regels in het hoofdstuk bouwen worden noodzakelijk geacht vanuit het doel aantrekkelijk stad. Dit vertaalt zich in de oogmerken: het beschermen van stedenbouwkundige waarden en het beschermen van de architectonische kwaliteit van bouwwerken. CCCCC De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 8.1 Toepassingsbereik 4.1 Doelen cultureel erfgoed De regels in deze afdeling zijn zo veel mogelijk beleidsneutraal overgenomen uit de bestemmingsplannen in het tijdelijk deel omgevingsplan. De enige uitzondering betreffen de bepalingen die zien op een vergunningplicht voor grondwerkzaamheden tot een bepaalde oppervlakte[1]. Deze vergunningplicht is onbedoeld in een aantal bestemmingsplannen opgenomen en is uit oogpunt van behoud van cultuurhistorie een onnodig beperkende bepaling. Daarbij zijn de verschillende regelingen opgenomen in bestemmingsplan samengevoegd en geüniformeerd volgens de laatste inzichten en is vastgesteld in Beleidsnota Archeologie 2012. Voor enkele locaties in Dordrecht ontstaat daardoor een minder beperkend regime. In sommige bestemmingsplannen was een verstoringsdiepte van meer 30 cm vergunningplichtig, dat is nu overal meer dan 40 cm geworden. Met dit artikel 8.1 wordt duidelijk gemaakt dat de regels in deze paragraaf alleen van toepassing zijn op het verrichten van activiteiten op archeologisch waardevolle locaties. Het gaat dan alleen om de locaties die zijn opgenomen in het werkingsgebied met de functie-aanduiding 'archeologische waarden'. In dit artikel zijn in verband met cultureel erfgoed de volgende werkingsgebieden aangewezen.

Per werkingsgebied is bepaald voor welke activiteiten regels worden gesteld en waar die in het omgevingsplan zijn terug te vinden. Werkingsgebied / functie-aanduiding

Activiteit

Regels in dit OP

Archeologische waarden 1 t/m 3

Grondwerkzaamheden

Paragraaf 8.1.1 Grondwerkzaamheden archeologie

Archeologische waarden 1 t/m 3

Waterpeil wijzigen

Afdeling 8.1.2 Waterpeil wijzigen archeologie

Gemeentelijk monumenten

SlopenVerstorenBeschadigenVernielenVerplaatsenGebruikenOnthouden van onderhoudWijzigen

Afdeling 8.2 Gemeentelijke monumenten

Bouwwerken met cultuurhistorische waarden

Slopen

Afdeling 8.3 Cultuurhistorische waarden

Gebedshuizen

Slopen

Afdeling 8.4 Gebedshuizen

Rijksbeschermd Stadgezicht

BouwenSlopenWijzigen

Afdeling 8.5 Rijksbeschermd stadsgezicht

Landschappen met cultuurhistorische waarden

GrondwerkzaamhedenWaterpeil wijzigen Nog niet geregeld. Volgt in gebiedsgericht wijziging van het omgevingsplan.

Panden met bouwhistorische verwachting

Extra indieningsvereiste

Deze wijziging van het omgevingsplan gaat niet over landschappen met cultuurhistorische waarden. Naast genoemde panden komen in de door het rijk beschermde stadsgezichten ook nog beeldbepalende panden voor. De aanwijzing tot beeldbepalend pand vraagt geen juridische doorwerking. Het verbinden van de status beeldbepalend aan een pand is uitsluitend relevant in het kader van de subsidie uit het Gemeentelijk Restauratiefonds Dordrecht. Voordeel van de status van beeldbepalend pand is dat onderhoud en restauratie van het pand dan in aanmerking komt voor een laagrentende lening uit het Gemeentelijk Restauratiefonds Dordrecht.

60

Dit artikel is na de eerste wijziging niet meer bijgewerkt. De komende wijzigingen zal moeten uitwijzen of de gekozen systematiek op basis van de VNG staalkaarten wel nodig voor het raadplegen van dit omgevingsplan. DDDDD De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 8.2 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen grondwerkzaamheden archeologie 5.1 Toepassingsbereik gebruiksactiviteiten Dit artikel legt een verbod op het uitvoeren van grondwerkzaamheden op locaties met archeologische verwachting zonder vergunning. Dus voor het uitvoeren van grondwerkzaamheden moet eerst een vergunning aangevraagd en verleend worden. Dit artikel is vergelijkbaar met de regeling in de voorheen geldende bestemmingsplan. Hierin zijn diverse werkzaamheden die de grond verstoren vergunningplichtig gemaakt. Zoals het bouwen en diverse grondwerkzaamheden. Daarbij is wel een vereenvoudiging doorgevoerd in de opsomming van diverse grondwerkzaamheden: "activiteiten waaronder ook worden gerekend het woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, aanleggen van drainage en ontginnen, en aanleggen, vergraven of verruimen van sloten, vijvers en andere waterpartijen" is vervangen door alleen grondwerkzaamheden. Alle grondwerkzaamheden vallen dus onder de vergunningplicht tenzij uitgezonderd in het artikel vergunningvrije gevallen. Er is daarbij voor gekozen om geen nadere begripsbepaling op te nemen. De term grondwerkzaamheden spreekt voor zich. De activiteit bouwen archeologie is daarom niet als activiteit aangemerkt die op zichzelf vergunningplichtig is. Zolang het bouwen niet tot extra verstorende grondwerkzaamheden leidt, kan dit zonder beperkingen toegestaan worden.

Zodra een bouwplan tevens grondwerkzaamheden omvat dient na te worden gegaan of naast een omgevingsvergunning bouwen een omgevingsvergunning voor archeologie nodig is. Dit artikel regelt dat voor de activiteit 'gronden en bouwwerken gebruiken' algemene regels gelden zoals opgenomen in deze afdeling. Deze activiteit is gelijk aan het gebruik zoals bedoeld in de voorheen geldende Wet ruimtelijke ordening (artikel 3.1 Wro: “Deze regels betreffen in elk geval regels omtrent het gebruik van de grond en van de zich daar bevindende bouwwerken”).Het werkingsgebied bij deze activiteit zal straks het gehele grondgebied van de gemeente betreffen. Aangezien het omgevingsplan in Dordrecht niet in een keer voor het gehele grondgebied wordt opgesteld wordt het werkingsgebied dat hoort bij deze activiteit in eerste instantie via het werkingsgebied 'begrensd gebied' beperkt tot de gebieden die in het omgevingsplan gebiedsgericht gewijzigd zijn. Voor regels in dit omgevingsplan die niet gebiedsgericht zijn opgesteld blijven de regels uit het tijdelijke deel (de voorheen geldende bestemmingsplannen) van toepassing. In het tweede lid is het toepassingsbereik van de regels in dit hoofdstuk beperkt tot de gronden die niet behoren tot het openbaar gebied (de voor publiek toegankelijke ruimte).

Het stellen van regels over gebruik wordt vanuit een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, niet noodzakelijk geacht. De regels gesteld in andere hoofdstukken van dit omgevingsplan zijn voldoende om te voorkomen dat er gebruiksactiviteiten kunnen plaats vinden die een ongewenste aantasting van de leefomgeving betekenen. Bijvoorbeeld het gebruik de publieke ruimte voor een evenement of terras kan leiden tot een ongewenste aantasting van de leefomgeving (rustig wonen). De regels in de APV (nog over te nemen in dit omgevingsplan) voorkomen dat te veel hinder voor de woonomgeving kan ontstaan. Een regel in dit hoofdstuk wordt daarom niet noodzakelijk geacht. Daarmee biedt dit omgevingsplan gebruiksruimte aan activiteiten die horen bij het normale gebruik van de publieke ruimten waaronder in ieder geval worden verstaan wandelen, fietsen, autorijden, reizigers vervoeren, goederen vervoeren, evenementen, horeca-terrassen, marktactiviteiten en leidingactiviteiten. EEEEE De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

61

Artikel 8.3 Vergunningvrije gevallen grondwerkzaamheden archeologie 5.2 Oogmerk In dit artikel zijn de gevallen uitgewerkt die niet onder de vergunningplicht vallen. Voor deze gevallen is geen vergunning nodig en mag je direct uitvoeren. Voor grondwerkzaamheden betreft het de volgende gevallen: • Normale onderhoudswerkzaamheden: dat wil zeggen de werkzaamheden die horen bij het instandhouden van de functie die een gebouw of gebied heeft. Bijvoorbeeld het onderhoud van een tuin of een huis. Voorbeeld: funderingsherstel van een woning dat noodzakelijk is om de woning in stand te houden maar dat wel grondwerkzaamheden noodzakelijk maakt. • Funderingspalen/heiwerkzaamheden: mits niet te intensief geheid wordt, nader bepaald op maximaal 5% van het te bebouwen oppervlak. • Grondwerkzaamheden tot een diepte van 40 cm, 70 cm of 100 cm onder maaiveld, afhankelijk van het werkingsgebied. • Het vervangen van bestaanderiolering en ondergrondse leidingen mits de grondwerkzaamheden niet ingrijpender zijn dan uitgevoerd ten behoeve van de bestaande leidingen. • Het verrichten van archeologisch onderzoek door een gecertificeerd opgravingsbedrijf. Op basis van deze vergunningvrije gevallen is het bijvoorbeeld mogelijk een gebouw te slopen en hier een nieuw gebouw terug te bouwen mits hiervoor geen grondwerkzaamheden nodig zijn die meer grond verstoren.

Voor de activiteit waterpeil verlagen gelden geen uitzonderingen. Hiervoor zijn de regels in paragraaf 8.1.2 van toepassing. Het oogmerk van dit hoofdstuk is afgeleid uit de omgevingsvisie 1.0. In de omgevingsvisie zijn diverse gebieden aangewezen zoals woonwijken, werkgebieden, poldergebied etc. Het omgevingsplan moet gebruiksruimte bieden om deze gebieden tot ontwikkeling te brengen en te houden. Bijvoorbeeld in de werkgebieden staat de gebruiksruimte voor bedrijvigheid voorop. Om die werkgebieden optimaal te laten functioneren is het noodzakelijk beperkingen te stellen aan de gebruiksactiviteiten die daar mogen plaatsvinden. Activiteiten als wonen, detailhandel en horeca kunnen ten koste gaan van de ruimte voor werken en worden om die reden uitgesloten, althans alleen toegestaan als ze een versterking voor het werken betekenen. Dat maakt het noodzakelijk vanuit dit oogmerk 'een evenwichtige toedeling van functies aan locaties' regels te stellen. FFFFF De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 8.4 Aanvraagvereisten vergunning grondwerkzaamheden archeologie 5.3 Toegestane gebruiksactiviteiten Dit artikel regelt welke informatie nodig is om te kunnen beoordelen of een vergunning kan worden verleend. Dat betreft in dit geval alleen een archeologisch onderzoeksrapport. Dit rapport moet de archeologische waarde van de locatie vaststellen. Dit artikel regelt dat op gronden en bouwwerken alleen gebruiksactiviteiten zijn toegestaan als die expliciet in dit hoofdstuk aan een locatie zijn toegedeeld. In het tweede lid zijn twee aanvullingen opgenomen voor gebruiksactiviteiten. Activiteiten die zien op een groenblauwe inrichting, natuur, nutsvoorzieningen, parkeren op eigen terrein, perceelsontsluitingen en water, en/of de aanleg, het onderhoud of beheer daarvan, vallen functioneel gezien niet onder het verbod (lid 2 onder a). De uitzondering in het tweede lid onder b heeft betrekking op activiteiten die het feitelijke gebruik ondersteunen en daar ondergeschikt aan zijn. Dat feitelijke gebruik moet passend zijn binnen de toegedeelde gebruiksactiviteiten op een locatie.

Als bijvoorbeeld op een perceel op de begane grond detailhandel is toegestaan en in het pand is een fietsenzaak gevestigd, dan is de activiteit reparatie van fietsen strikt genomen geen detailhandel maar wel een activiteit die het gebruik van een fietsenwinkel ondersteunt en daar tevens ondergeschikt aan is. Ook horeca kan blijkens de beleidsregels 'ondergeschikte horeca' aan te merken zijn als een functiegebonden activiteit: Ondergeschikt wil zeggen dat deze vorm van de horeca de kwaliteit van de hoofdfunctie vergroot of completeert en dat er duidelijk sprake moet zijn van een waarneembare ondergeschiktheid van de horecafunctie. Dit betekent dat de hoofdactiviteit van de locatie (atelier, galerie, vergaderruimte, winkel, etc.) voor bezoekers duidelijk waarneembaar is en dus niet sprake kan zijn van een volledig ingerichte of zelfstandig uitgevoerd horeca-etablissement. Wanneer er sprake is van zelfstandige toegankelijkheid of van uitoefening los van de hoofdfunctie is er geen directe relatie meer met de hoofdfunctie, maar gaat het om zelfstandige horeca-activiteiten.

62

De regeling voor beroep- en bedrijf aan huis, zoals voorheen opgenomen in het bestemmingsplan, valt ook de aanvulling ondersteunend en onderschikt. Daarbij aangetekend dat voorwaarden zoals parkeren en milieuhinder nu elders in het omgevingsplan zijn geregeld. GGGGG De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 8.5 Beoordelingsregels vergunning grondwerkzaamheden archeologie 5.4 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen nieuwe gebruiksactiviteit starten Deze beoordelingsregel vloeit voort uit artikel 7.70 van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening, waarin is aangegeven dat een omgevingsplan voor een gebied met een hoge of zeer hoge bekende archeologische waarde regels dient te bevatten die de bekende archeologische waarden beschermen. Grondwerkzaamheden die de ter plaatse bekende archeologische waarden aantasten zijn niet toegestaan. In het omgevingsplan is aan deze instructieregel uitvoer gegeven door in artikel 8.5 op te nemen dat een omgevingsvergunning enkel wordt verleend als grondwerkzaamheden archeologische waarden niet direct of indirect aantasten dan wel de mogelijkheden voor het herstel van die waarden verkleinen. Dit artikel geeft aan onder welke voorwaarden gebruiksactiviteiten onderworpen zijn aan een vergunningplicht. Van toename van de parkeerdruk is geen sprake als voldoende parkeerplaatsen worden aangelegd. De beleidsregels parkeren kunnen worden gebruikt om dit te toetsen. Als het gaat om hinder van de woonomgeving dan ziet de vergunningplicht op situaties waar het evident is dat de nieuwe gebruiksactiviteit hinder kan opleveren voor de omgeving. HHHHH De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 8.6 Advies 5.5 Aanvraagvereisten nieuwe gebruiksactiviteit Dit artikel regelt dat voordat de vergunning wordt verleend eerst advies wordt ingewonnen bij een archeologisch deskundige. Dat verplicht het college om bij de afweging om een vergunning te verlenen de resultaten uit het onderzoeksrapport mee te wegen. Afwijken van de aanbeveling in het onderzoeksrapport is mogelijk, maar alleen als dit onderbouwd is in het advies van de archeologisch deskundige. De aanvraagvereisten in dit artikel helpen de aanvrager om te bepalen of sprake is van een vergunningplicht. Door het opstellen van formulieren wordt dit nader ingevuld. IIIII De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 8.7 Intrekking 5.6 Beoordelingsregel nieuwe gebruiksactiviteit De omgevingsvergunning kan worden ingetrokken als de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich zodanig hebben gewijzigd, dat het belang van archeologisch waardevolle locaties zich verzet tegen instandhouding van de vergunning. In dit artikel worden de kaders geschetst voor het verlenen van de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.4. Hierbij worden voorwaarden genoemd waaraan voldaan moet worden voordat de vergunning wordt verleend. Allereerst moet er bij het starten of wijzigen van een nieuwe gebruiksactiviteit zorg voor worden gedragen dat er voorzien wordt in voldoende parkeergelegenheid als bedoeld in de beleidsregel parkeernota nieuwe ontwikkelingen. Deze regel moet voorkomen dat op een locatie gebruiksactiviteiten worden verricht die zorgen voor een toename aan parkeerdruk.

63

Dit betreft een beleidsneutrale omzetting van regels uit voormalige bestemmingsplannen. De eis van voldoende parkeergelegenheid wordt gekoppeld aan de gebruiksactiviteiten en niet aan de activiteit bouwen, zoals gebruikelijk was in het bestemmingsplan. Wanneer er sprake is van gebruiksactiviteiten in woonomgevingen, is de beoordelingsregel onder onderdeel b ook nog van toepassing bij de beoordeling van de vraag of een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.4 verleend moet worden. In onderdeel B wordt een norm gesteld die toeziet op hinder in woonomgevingen. De bepaling strekt ertoe een extra afweging mogelijk te maken waarmee voorkomen moet worden dat nieuwe gebruiksactiviteiten te veel hinder opleveren in de directe woonomgeving. Daarbij valt dan bijvoorbeeld te denken aan hinder door kinderdagverblijven, opslag van brandbare stoffen, een vaste buiten-BBQ bij een horecazaak, scholen, de brandweer, padelbanen, gebruiksactiviteiten die verkeer aantrekken en/of terrassen die niet elders in dit omgevingsplan een regeling hebben gekregen. JJJJJ De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 8.8 Voorrangsregeling 5.7 Voorrangsbepaling Dit artikel regelt dat de bepalingen in dit hoofdstuk voorgaan op de regels gesteld over archeologie in bestemmingsplannen die onderdeel zijn van het tijdelijk deel van dit omgevingsplan. De regels in deze paragraaf vervangen de regels in hoofdstuk 22 (de Bruidsschat) voor zover die zien op het gebruik van gronden en bouwwerken. Dat geldt alleen voor de gronden binnen de locatie 'begrensd gebied'. KKKKK De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 8.9 Toepassingsbereik 5.8 Afwijkend gebruik BOPA Met dit artikel wordt duidelijk gemaakt dat de regels in deze paragraaf alleen van toepassing zijn op het wijzigen van het waterpeil in archeologisch waardevolle locaties. Het gaat dan alleen om de locaties die zijn opgenomen in het werkingsgebied met de functie-aanduiding 'archeologische waarden'. Dit artikel voorziet in een beheerregeling voor verleende buitenplanse omgevingsvergunningen die afwijken van het omgevingsplan. Uit oogpunt van toezicht en handhaving is wenselijk dat inzichtelijk is waar welke afwijkingen zijn toegestaan. Door de locatie afwijkend gebruik op te nemen is via een register na te gaan waar in ieder geval sprake is van afwijkend gebruik. LLLLL De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 8.10 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen waterpeil wijzigen 5.9 Toepassingsbereik gebruiksactiviteit bedrijventerreinen hoge milieucategorie Dit artikel bepaalt dat het verboden is zonder een omgevingsvergunning het waterpeil te wijzigen op archeologisch waardevolle locaties. Dit betekent dat voordat diegene gaat beginnen aan het wijzigen van het waterpeil een aanvraag om een omgevingsvergunning moet indienen en pas kan starten met het wijzigen van het waterpeil nadat deze een besluit tot goedkeuring van de omgevingsvergunning heeft ontvangen. Ook deze regeling is vergelijkbaar met de regels in de voorheen geldende bestemmingsplannen. Daarin was een vergunningplicht verbonden aan het verlagen van het waterpeil. Hier is sprake van een beleidsneutrale omzetting. De regels in deze paragraaf gelden voorlopig in aanvulling op de regels uit het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Het betreft de volgende aanvullende regels:

64

a. b.

De BOPA's afwijkend gebruik (voor zover al verleend voor zover al verleend voor 1 april 2025) Vergunningplicht start gebruiksactiviteiten voor bedrijfsactiviteiten binnen de locatie 'bedrijventerrein met hoge milieucategorie'.

MMMMM De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 8.11 Aanvraagvereisten vergunning waterpeil wijzigen 5.10 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen gebruiksactiviteit bedrijventerreinen hoge milieucategorie Bij het aanvragen van deze omgevingsvergunning moet de degene die de activiteit gaat uitvoeren een archeologisch onderzoeksrapport bij de vergunning sturen naar de gemeente. In dit artikel is bepaald dat dit rapport de archeologische waarde van de locatie moet vaststellen. Dit artikel voorziet in een vergunningplicht voor het starten van bedrijfsactiviteiten die mogelijk afbreuk kunnen doen aan het ruimtelijk goed functioneren van bedrijventerreinen die aangewezen zijn voor de hogere milieucategorieën. Dit soort terreinen zijn schaars in de regio. Met een vergunningplicht kan het bevoegd gezag sturen op de invulling van het juiste bedrijf op de juiste plek. NNNNN De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 8.12 Beoordelingsregels vergunning waterpeil wijzigen 5.11 Vergunningvrije gevallen bedrijventerreinen hoge milieucategorie Deze beoordelingsregel is overgenomen uit de regeling zoals die voorheen in bestemmingsplannen was opgenomen. De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als de werkzaamheden direct of indirect de archeologische waarden niet onevenredig schaden dan wel de mogelijkheden voor het herstel van die waarden niet onevenredig worden verkleind. Dit artikel regelt dat de vergunningplicht niet van toepassing is in de situatie dat alleen sprake is van een functiewisseling binnen het gebouw. Een bestaand bedrijf dat de gebruiksactiviteit 'bedrijfsactiviteit' opstart zonder een nieuw gebouw te bouwen, hoeft dus geen vergunning aan te vragen. OOOOO De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 8.13 Advies 5.12 Aanvraagvereisten nieuwe gebruiksactiviteit bedrijventerreinen hoge milieucategorie Dit artikel regelt dat voordat de vergunning wordt verleend eerst advies wordt ingewonnen bij een archeologisch deskundige. Dat verplicht het college om bij de afweging om een vergunning te verlenen de resultaten uit het onderzoeksrapport mee te wegen. De aanvraagvereisten voor een nieuw bedrijf zijn beperkt. In aanvulling op de informatie die al aangeleverd moet worden bij de omgevingsvergunning bouwen, is een motivering nodig die aantoont waarom de vergunning volgens de aanvrager verleend kan worden. PPPPP De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 8.14 Intrekking 5.13 Beoordelingsregel gebruiksactiviteit bedrijventerreinen hoge milieucategorie De omgevingsvergunning kan worden ingetrokken als de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich zodanig hebben gewijzigd, dat het belang van archeologisch waardevolle locaties zich verzet tegen instandhouding van de vergunning.

65

De beoordelingsregel in dit artikel schrijft voor dat gebruiksactiviteiten binnen de locatie 'bedrijventerreinen met hoge milieucategorieën' er niet toe mogen leiden dat afbreuk wordt gedaan aan bedrijventerreinen, die bestemd zijn voor bedrijfsactiviteiten in de milieucategorieën 3.1 en hoger. Deze bepaling vloeit voort uit het feit dat de gemeente Dordrecht kampt met een schaarste aan ruimte voor bedrijvigheid. Dit probleem wordt vergroot vanwege het feit dat ontwikkelaars zich de afgelopen jaren vooral hebben toegespitst op de vraag vanuit de markt naar kleinschalige bedrijfsruimten bestemd voor bedrijfsverzamelgebouwen en opslagunits voor particulier en zakelijk gebruik. Deze toename aan kleinschalige bedrijfsruimten gaat ten koste van het toch al schaarse aanbod aan bedrijfskavels, hetgeen met name problemen oplevert voor grotere bedrijven c.q. de zwaardere bedrijvigheid in de hogere milieucategorieën (de milieucategorieën 3.1 of hoger). Dit terwijl er zowel vanuit de gemeente, de provincie als het Rijk wordt ingezet op het beschermen van ruimte voor bedrijvigheid en met name locaties waar een hogere milieubelasting en dus grootschalige bedrijvigheid mogelijk is, zoals de locatie 'bedrijventerreinen met hoge milieucategorie'. Deze locatie is één van de weinige locaties binnen de gemeente die bedrijfsactiviteiten in de milieucategorieën 3.1 en hoger toelaat.

Vanwege de schaarste en tegelijkertijd ook de vraag naar dit soort locaties is het van belang dat de beperkt beschikbare locaties voor grotere milieu-activiteiten, zoals de locatie 'bedrijventerreinen met hoge milieucategorie', beschermd worden en behouden blijven voor de toekomst. Voorbeeld Binnen de locatie 'bedrijventerrein met hoge milieucategorieën' bevindt zich een bedrijfsruimte van circa 1000 m2. Er wordt een aanvraag ingediend om de bedrijfsruimte op te splitsen in 5 kavels van 200 m2, die moeten dienen als zelfstandige werkruimten voor zzp'ers. Medewerking verlenen aan dit initiatief zou betekenen dat er een grote bedrijfsruimte verloren gaat, die goed had kunnen dienen als perceel voor een groter bedrijf dat zwaardere milieubelastende bedrijfsactiviteiten verricht. Ook in dat geval wordt er voorbijgegaan aan het doel dat geldt voor de locatie 'bedrijventerrein met hoge milieucategorieën', namelijk het gebruik van gronden en bouwwerken op die locatie voor bedrijfsactiviteiten in de milieucategorieën 3.1 en hoger. Het college kan op basis van een motivering ook anders beslissen. De aanvrager moet dan aantonen dat de werkruimte ondersteunend is aan de bedrijfsvoering van de aanwezige zware bedrijvigheid ter plaatse. QQQQQ De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 8.15 Voorrangsregeling 5.14 Toepassingsbereik horeca-1 Dit artikel regelt dat de bepalingen in dit hoofdstuk voorgaan op de regels gesteld over archeologie in bestemmingsplannen die onderdeel zijn van het tijdelijk deel van dit omgevingsplan. Deze paragraaf is opgenomen om locaties aan te wijzen voor de lichte horeca-activiteiten, in de begripsomschrijvingen omschreven als horeca 1. RRRRR De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 8.16 Toepassingsbereik 5.14 Voorrangsregels gebruiksactiviteit bedrijventerreinen hoge milieucategorie De regels in deze afdeling zijn grotendeels beleidsneutraal overgenomen uit de Erfgoedverordening, welke onder de Omgevingswet in het omgevingsplan moeten staan. Het gaat hier om regels voor monumenten, en dan gaat het om gebouwde en aangelegde monumenten. Een monument wordt een gemeentelijk monument door in het omgevingsplan aan de locatie van het desbetreffende monument de functie-aanduiding 'gemeentelijk monument' te geven. Dit is in dit omgevingsplan gebeurd middels de functie-aanduiding 'gemeentelijke monumenten'. Het aanwijzen van een nieuw gemeentelijk monument wordt in de plaats van de Erfgoedverordening nu geregeld in het omgevingsplan.

66

Een groot deel van deze regels is overgenomen uit de Erfgoedverordening. Daarbij is een deel beleidsvernieuwend (zie raadsvoorstel). De functie-aanduiding monument is soms ruimer genomen dan alleen het pand. Daarmee wordt ook het erf rond het monument beschermd. Dit voorkomt bijvoorbeeld dat een waardevol hekwerk elders op het erf bij een monument zonder vergunning verwijderd mag worden. De functie-aanduiding 'gemeentelijk monument' maakt nog niet duidelijk om wat voor soort gemeentelijk monument het gaat. Het is aan de aanvrager om hierover de juiste informatie te verzamelen, die via de gemeentelijke website toegankelijk is. https://www.monumentenzorgdordrecht.nl/monumenten/monumentenkaart

Met dit artikel 8.16 wordt duidelijk gemaakt dat de regels in deze afdeling alleen van toepassing zijn op het verrichten van activiteiten op of bij locaties met de functie-aanduiding gemeentelijke monumenten zoals aangewezen in het omgevingsplan. Dit toepassingsbereik is ruimer dan het werkingsgebied met de functie-aanduiding 'gemeentelijk monument' omdat het ook betrekking kan hebben op activiteiten in de buurt van monumenten via de specifieke zorgplicht. Dit artikel maakt expliciet duidelijk dat de regels uit het onderliggende voorheen geldende bestemmingsplan van kracht blijven. SSSSS De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 8.17 Specifieke zorgplicht 5.16 Toegestane gebruiksactiviteiten horeca 1 In dit artikel wordt in aanvulling op de algemene zorgplicht een aanscherping gemaakt voor gemeentelijke monumenten in Dordrecht. Daarmee willen wij bereiken dat een ieder er zich van bewust moet zijn dat gemeentelijke monumenten bijzondere zorg vragen van degene die activiteiten verricht die gemeentelijke monumenten kunnen aantasten door beschadiging of vernieling. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn bij sloopwerkzaamheden in de nabijheid van een monument. Er geldt in dat geval geen vergunningplicht, er worden immers geen activiteiten aan het monument zelf verricht. Toch zal de diegene door deze zorgplicht gehouden zijn rekening te houden met eventuele gevolgen die bouwwerkzaamheden kunnen hebben op de staat van het nabij gelegen monument. De locaties waar horeca 1 wordt toegestaan is vooralsnog beperkt tot de nieuwe woningbouwlocatie Bouwhuys. TTTTT De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 8.18 Maatwerkvoorschriften 5.17 Omvang en situering horeca 1 Dit artikel zorgt er onder andere voor dat het bevoegd gezag (meestal het college) de mogelijkheid heeft om een maatwerkvoorschrift op te leggen aan diegene die niet voldoet/afwijkt van de specifieke zorgplicht in artikel 8.17 . Dit artikel is opgenomen met als doel om maatwerkvoorschriften te stellen over activiteiten die in de omgeving of buurt van het monument plaatsvinden en die gevolgen hebben voor het gemeentelijk monument. Hierbij kan gedacht worden aan een maatwerkvoorschrift gericht op de uitvoering van een activiteit in de directe nabijheid van een gemeentelijk monument, die tot beschadiging van dit gemeentelijk monument zou kunnen leiden, zoals in het voorbeeld genoemd bij de specifieke zorgplicht, voorschriften gesteld kunnen worden aan de wijze van slopen van een buurpand en het zo nodig stutten van het monument. Bij het stellen van een maatwerkvoorschrift moet het bevoegd gezag voldoende onderzoek doen naar de belangen die met een maatwerkvoorschrift zijn gemoeid. Het besluit moet worden voorzien van een draagkrachtige motivering en bij de voorbereidingsprocedure moeten belanghebbenden worden betrokken.

67

Per locatie is door een omgevingsnorm bepaald welke omvang een horeca-1 vestiging mag hebben. UUUUU De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 8.19 Verbod 5.18 Toepassingsbereik maatschappelijk niet-milieugevoelig In dit artikel is een algemeen verbod opgenomen voor het beschadigen of vernielen en het onthouden van onderhoud aan gemeentelijke monumenten. Het betreft hier dus activiteiten die altijd verboden zijn en waarvoor geen vergunning te verlenen is. In uitzonderlijke gevallen kan het college via een buitenplanse omgevingsvergunning toch medewerking verlenen. Bijvoorbeeld in een situatie waar het onthouden van onderhoud, vanwege persoonlijke omstandigheden, tijdelijk niet mogelijk is. Deze paragraaf is opgenomen om locaties aan te wijzen voor maatschappelijke voorzieningen die niet-milieugevoelig zijn. Het betreft hier functies zoals een kinderdagverblijf die uit oogpunt van een gezonde leefomgeving niet gewenst zijn in de nabijheid van bronnen zoals snelwegen, spoorlijnen en zware industrie. VVVVV De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 8.20 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen gemeentelijke monumenten 5.19 Toegestane gebruiksactiviteiten maatschappelijk niet-milieugevoelig Dit artikel bepaalt dat het verboden is zonder een omgevingsvergunning een gemeentelijk monument te slopen, verstoren, verplaatsen of te wijzigen. Ook is het verboden zonder omgevingsvergunning een gemeentelijk monument te herstellen, gebruiken of te laten gebruiken op die manier dat het gemeentelijk monument wordt ontsierd of in gevaar gebracht. Deze regels zijn inhoudelijk zoveel mogelijk gelijkgesteld aan de regels die gelden voor rijksmonumenten. Het betekent dat wanneer diegene gaat beginnen aan bijvoorbeeld het verbreden van de bestaande kozijnen van een het gemeentelijk monument om dubbel glas te plaatsen, een activiteit gaat verrichten die valt onder de aanwijzing wijzigen van een monument. Diegene wordt door dit artikel verplicht een omgevingsvergunning aan te vragen en kan pas starten nadat diegene een beslissing met daarin goedkeuring heeft ontvangen. De locaties waar maatschappelijk niet-milieugevoelig wordt toegestaan is vooralsnog beperkt tot de nieuwe woningbouwlocatie Bouwhuys. WWWWW De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 8.21 Vergunningvrije gevallen gemeentelijke monumenten 5.20 Omvang en situering maatschappelijk niet-milieugevoelig In dit artikel zijn de gevallen uitgewerkt die niet onder de vergunningplicht vallen voor gemeentelijke monumenten. Voor deze gevallen is geen vergunning nodig en deze activiteiten mag je direct uitvoeren. Voor gemeentelijke monumenten betreft het de volgende gevallen: • Noodzakelijke reguliere werkzaamheden die nodig zijn voor het behoud van het gemeentelijke monument. Daarbij mogen de detaillering, profilering, vormgeving, materiaalsoort en kleur niet worden gewijzigd. Daarvoor is een vergunning nodig. Onder normaal onderhoud aan monumenten vallen alleen noodzakelijke reguliere werkzaamheden die gericht zijn op het behouden van de bestaande toestand en de monumentale waarden. Er moet een materiaaltechnische noodzaak zijn voor het vervangen of herstellen van materiaal, op beperkte schaal. Het materiaal is bijvoorbeeld versleten of anderszins 'op'. Voorbeelden bij gebouwde monumenten zijn het vervangen van verrot kozijnhout door aanlassen en het plaatselijk vervangen van metselwerk of dakbedekking.

68

•

•

Voorbeelden vanniettechnisch noodzakelijk onderhoud aan monumenten zijn het vervangen van een heel kozijn als dit slechts deels verrot is (meestal alleen de dorpel en het onderste stuk van de stijlen) en het opnieuw voegen van de gehele gevel als het voegwerk slechts gedeeltelijk in slechte staat is. Of het vervangen van enkel glas door isolatieglas. Ook gevelreiniging is meestal niet technisch noodzakelijk en kan zelfs schade veroorzaken aan het monument. Wijzigingen in het pand dat aangewezen is als gemeentelijk monument, ook wel genoemd inpandige wijzigingen. Denk bij onderdelen die uit het oogpunt van monumentenzorg geen waarde hebben met name aan recent toegevoegde onderdelen, zoals een keuken of badkamer. Het plaatsen van grafmonumenten, doen van begravingen en het ruimen van graven op een begraafplaats dat als gemeentelijk monument in gebruik is.

De monumentale status geldt voor de binnen- en buitenkant van het pand. Om een voorbeeld te noemen, de detaillering binnen in het pand mag niet aangetast worden. Dat kan bijvoorbeeld gaan over een vloer, lijstwerk of tegels. Noodzakelijk onderhoudswerk aan bestaande kozijnen, bijvoorbeeld door het opvullen van houtwerk, valt onder vergunningvrije gevallen. Het vervangen van kozijnen niet. Per locatie is door een omgevingsnorm bepaald welke omvang een maatschappelijke voorziening mag hebben. XXXXX De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 8.22 Aanvraagvereisten vergunning gemeentelijke monumenten algemeen 5.21 Toepassingsbereik recreatie-activiteiten dagrecreatie Alle aanvraagvereisten zijn beleidsneutraal overgenomen uit de Bruidsschat Deze paragraaf is opgenomen om locaties aan te wijzen voor dagrecreatie. Het betreft hier een vorm van recreatie die alleen overdag mag worden uitgeoefend en niet gericht is op nachtverblijf. YYYYY De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 8.23 Aanvraagvereisten vergunning slopen van een gemeentelijk monument 5.21 Toegestane gebruiksactiviteiten recreatie-dagrecreatie Alle aanvraagvereisten zijn beleidsneutraal overgenomen uit de Bruidsschat. De locaties waar dagrecreatie wordt toegestaan is gebaseerd op de gebiedsindeling uit de omgevingsvisie. ZZZZZ De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 8.24 Aanvraagvereisten vergunning verplaatsen van een gemeentelijk monument 5.23 Toepassingsbereik wonen algemeen Alle aanvraagvereisten zijn beleidsneutraal overgenomen uit de Bruidsschat. Deze paragraaf is opgenomen om locaties aan te wijzen voor wonen. Het betreft hier de reguliere vorm van wonen met per woning een huishouden en beperkte mogelijkheden voor onzelfstandige woonruimte. Afwijkende woonvormen zoals zorgwoningen of studentenhuisvesting worden niet onder wonen toegestaan. Daarvoor is een aanvullende functietoedeling nodig. AAAAAA De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

69

Artikel 8.25 Aanvraagvereisten vergunning wijzigen van een gemeentelijk monument of gemeentelijk monument herstellen 5.23 Toegestane gebruiksactiviteiten wonen algemeen Alle aanvraagvereisten zijn beleidsneutraal overgenomen uit de Bruidsschat. De locaties waar wonen algemeen wordt toegestaan is vooralsnog beperkt tot de nieuwe woningbouwlocatie Bouwhuys. BBBBBB De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 8.26 Aanvraagvereisten vergunning gemeentelijk monument door gebruik ontsieren of in gevaar brengen 5.24 Omvang en situering wonen algemeen Alle aanvraagvereisten zijn beleidsneutraal overgenomen uit de Bruidsschat Per locatie is door een omgevingsnorm bepaald hoeveel woningen gebouwd mogen worden. CCCCCC De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 8.27 Aanvraagvereisten vergunning eisen aan tekeningen gemeentelijke monumenten 5.26 Mantelzorg bij bestaand bouwwerk Alle aanvraagvereisten zijn beleidsneutraal overgenomen uit de Bruidsschat. Regel die beleidsneutraal is overgenomen uit de bruidsschat. DDDDDD De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 8.28 Beoordelingsregels vergunning gemeentelijke monumenten 6.1 Toepassingsbereik bouwwerken algemeen De procedure voor het verlenen van een omgevingsvergunning verloopt niet wezenlijk anders dan onder de Erfgoedverordening. Op aanvraag van een belanghebbende zal het college beoordelen of "de monumentale waarden in voldoende mate in stand blijven en niet onevenredig worden aangetast" (tekst Erfgoedverordening artikel 12). In artikel 8.28 is dit toetsingskader iets verder uitgewerkt waarbij aansluiting is gezocht bij de beoordelingsregels die voor Rijksmonumenten gelden. Bij de beslissing betrekt het college ook de beleidsregels die ook al onder de Erfgoedverordening golden. Op die manier wordt voor de aanvrager – meer dan onder de Erfgoedverordening – duidelijk op welke gronden het college tot besluiten komt. Bij een aanvraag die betrekking heeft op een kerkelijk monument dient overleg plaats te vinden met de eigenaar van de kerk. Voor zover een activiteit betrekking heeft op wezenlijke belangen van het belijden van de godsdienst of levensovertuiging kan het besluit alleen in overeenstemming met de eigenaar worden genomen. Dit artikel is geënt op het vergelijkbare artikel 16.58 van de Omgevingswet voor rijksmonumenten en was ook al opgenomen in de Erfgoedverordening. Achtergrond van dit artikel is de scheiding tussen kerk en staat.

Belangrijk is dat er goed beargumenteerde liturgische of andere kerkelijk inhoudelijke motieven ten grondslag liggen aan de voorgenomen activiteit waarvoor de omgevingsvergunning wordt aangevraagd. Cruciaal zijn hierbij de wezenlijke belangen van het belijden van de godsdienst of levensovertuiging. Uit jurisprudentie blijkt dat de eigenaar deze eerst moet benoemen en zich vervolgens een oordeel moet vormen of, en zo ja in hoeverre, deze wezenlijke belangen in het geding zijn bij de voorgenomen activiteit. Bij het verwijderen van een vast bankenplan om de kerk bijvoorbeeld te kunnen verhuren voor congressen, is louter sprake van een economisch belang. In dat geval hoeft er geen overeenstemming te zijn. Het gebeurt in de praktijk overigens zelden dat geen overeenstemming wordt bereikt. In voorkomend geval blijkt dat meningsverschillen tussen het bevoegd gezag en de eigenaar van de kerk gaan over verwijdering of verplaatsing van belangrijke monumentale onderdelen van het interieur,

70

zoals preekstoel, doophek, vaste banken, altaren en biechtstoelen. Tijdens vooroverleg kunnen partijen vroegtijdig elkaars visies en standpunten uitwisselen, om te komen tot een plan dat rekening houdt met alle betrokken belangen. Dit draagt bij aan het bereiken van de vereiste overeenstemming en kan zo vertraging tijdens de vergunningprocedure voorkomen. Het toepassingsbereik van deze afdeling ziet op activiteiten met betrekking tot bouwwerken. Het gaat zowel om het bouwen, het slopen als het instandhouden van bouwwerken. Het gebruik van bouwwerken is geregeld in hoofdstuk 5 Gebruiksactiviteiten. De locatie 'begrensd gebied' is opgenomen om duidelijk te maken dat de regels in dit hoofdstuk alleen gelden voor de gronden die betrokken zijn bij een gebiedsgerichte wijziging van het omgevingsplan. Uiteindelijk moeten deze regels voor het gehele ambtsgebied gaan gelden. EEEEEE De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 8.29 Advies 6.2 Oogmerken bouwwerken algemeen Dit artikel regelt dat voordat de vergunning voor een gemeentelijk monument wordt verleend eerst advies wordt ingewonnen bij de adviescommissie Ruimtelijke kwaliteit. Dat verplicht het college om bij de afweging om een vergunning te verlenen het advies van de adviescommissie mee te wegen. De procedure en werkwijze van de commissie is gelijk aan de werkwijze onder de Erfgoedverordening. Het oogmerk voor dit hoofdstuk is gebaseerd op het doel aantrekkelijke stad uit de omgevingsvisie. Het betreft de stedenbouwkundige en architectonische kwaliteit van de bestaande en nieuwe gebouwde omgeving. FFFFFF De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 8.30 Intrekking 6.3 Repressief welstand De omgevingsvergunning kan worden ingetrokken als de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich zodanig hebben gewijzigd, dat het belang van het gemeentelijk monument zich verzet tegen instandhouding van de vergunning. Deze bepaling is overgenomen uit de Erfgoedverordening. Dit artikel is overgenomen uit de Bruidsschat. GGGGGG De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 8.31 Toepassingsbereik 6.4 Wijze van meten De regels in deze afdeling zijn opgenomen ter vervanging van een aantal regels in de bestemmingsplannen in het tijdelijk deel van dit omgevingsplan. Het betreft enkel de regels in bestemmingsplannen die betrekking hebben op cultuurhistorisch waardevolle bouwwerken. Niet regels die betrekking hebben op cultuurhistorisch waardevolle landschappen. Met een werkingsgebied 'functie-aanduiding cultuurhistorische waarden' is aangegeven op welke locaties de regels in deze afdeling gelden in plaats van de regels in de onderliggende bestemmingsplannen. Ook bruggen en hoefslagpalen zijn in dit werkingsgebied opgenomen en aangewezen als cultuurhistorisch waardevol. Voor deze bouwwerken geldt dus een meldplicht, zie artikel 8.32. Concreet betekent dit dat degene die op deze locaties de activiteit slopen wil verrichten er op gewezen wordt dat ter plaatse sprake is van cultuurhistorische waarden. Er zijn in deze afdeling geen specifieke regels gesteld over andere activiteiten dan slopen, alleen de verplichting tot het doen van een

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/907/documents/40591