CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Ontwerpbesluit tweede wijziging omgevingsplan gemeente Dordrecht (besluitdocument).pdf

Gemeenteraad Dordrecht 1 juli 2025, gemeente DordrechtBij agendapunt: 5: Vaststellen tweede wijziging omgevingsplan voor bodem, Bouwhuyslocatie, Zuidbuitenpoldersekade en bedrijventerreinen - Raadsvoorstel44.046 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 6

2.

Het bevoegd gezag kan met het oog op het voorkomen van risico's voor de gezondheid, voorschriften verbinden aan de omgevingsvergunning als het bevoegd gezag van oordeel is dat de bodem niet geschikt is voor het beoogde doel, maar door het stellen van voorschriften nog geschikt kan worden gemaakt.

Artikel 11.59 Meldingsplichtige gevallen bouwen van een bodemgevoelig gebouw 1.

Het is verboden een bodemgevoelig gebouw te bouwen op een bodemgevoelige locatie zonder dit ten minste vier weken voor het begin ervan te melden.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing als de bouwactiviteit als vergunningplichtig is aangewezen in dit omgevingsplan.

Artikel 11.60 Indieningsvereisten melding bouwen van een bodemgevoelig gebouw 1.

26

Een melding als bedoeld in artikel 11.59 bevat:

a. b. c. d. e.

de resultaten van een verkennend bodemonderzoek; de naam en het adres van degene die de bouwactiviteit verricht; het adres waarop de bouwactiviteit wordt verricht; de dagtekening; en bij overschrijding van een waarde als bedoeld in artikel 11.55de gegevens en bescheiden die aannemelijk maken dat een sanerende of andere beschermende maatregel wordt getroffen.

2.

Dit artikel is niet van toepassing als de bouwactiviteit als vergunningplichtig is aangewezen in dit omgevingsplan.

3.

De resultaten van een bodemonderzoek worden ook verstrekt in het bestandsformaat XML.

Artikel 11.61 Maatwerkvoorschriften meldingsplicht bouwen van een bodemgevoelig gebouw Het bevoegd gezag kan maatwerkvoorschriften stellen over bouwactiviteiten als bedoeld in artikel 11.59. artikel 11.58 is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 11.62 Informatieplicht na het bouwen op een bodemgevoelige locatie Bij overschrijding van een waarde van de toelaatbare kwaliteit van de bodem wordt een bodemgevoelig gebouw of een gedeelte daarvan op een bodemgevoelige locatie alleen in gebruik genomen nadat het college van burgemeester en wethouders is geïnformeerd over de wijze waarop de maatregelen, bedoeld in artikel 11.56, zijn getroffen.

Paragraaf 11.2.10 Bouwen van een grondwatergevoelig gebouw Artikel 11.63 Toepassingsbereik bouwen van een grondwatergevoelig gebouw 1.

Deze paragraaf is van toepassing op het bouwen van een grondwatergevoelig gebouw op een grondwatergevoelige locatie als bedoeld in paragraaf 7.3.5.1 Toelaten van een bouwactiviteit op een grondwatergevoelige locatie van de Zuid-Hollandse omgevingsverordening.

2.

Onder een significante verontreiniging van het grondwater wordt verstaan een significante verontreiniging van het grondwater als bedoeld in artikel 3.131 van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening.

Artikel 11.64 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen bouwen van een grondwatergevoelig gebouw Het is verboden zonder omgevingsvergunning de activiteit 'bouwen van een grondwatergevoelig gebouw op een grondwatergevoelige locatie' uit te voeren, voor zover de activiteit 'gebouw bouwen', 'bijbehorend bouwwerk bouwen' of 'bouwactiviteit' als vergunningplichtig is aangewezen in dit omgevingsplan.

Artikel 11.65 Voorafgaand grondwateronderzoek 1.

Het bouwen van een grondwatergevoelig gebouw op een grondwatergevoelige locatie is alleen toegestaan als onderzocht is of sprake is van een verontreiniging van het grondwater zoals bedoeld in artikel 7.30 van de Zuid-Hollandse omgevingsverordening.

2.

Aan het eerste lid wordt voldaan door: a. het verrichten van voorafgaand bodemonderzoek; of b. het overleggen van een beschikking krachtens artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die artikelen luidden voor het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet, waarin is vastgesteld dat bij het huidig dan wel voorgenomen gebruik van de bodem of bij een mogelijk verspreiding van een verontreiniging, geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier dat spoedige sanering noodzakelijk is.

Artikel 11.66 Risicobeoordeling grondwaterkwaliteit 1.

27

Het bouwen van een grondwatergevoelig gebouw op een grondwatergevoelige locatie bij een verontreiniging van grondwater als bedoeld in artikel 7.30 van de Zuid-Hollandse

Omgevingsverordening is uitsluitend toegestaan als een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit is uitgevoerd overeenkomstig paragraaf 3.4.2 van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening. 2.

Het eerste lid is niet van toepassing als de bron van verontreiniging van het grondwater: a. zich niet langer bevindt in de vaste bodem van de grondwatergevoelige locatie, tenzij uit het vooronderzoek bodem, bedoeld in artikel 5.7a van het Besluit activiteiten leefomgeving, of een beschikking als bedoeld inartikel 11.65, tweede lid, onder b, blijkt dat er sprake is van een zak- of drijflaag; of b. zich in de vaste bodem van de grondwatergevoelige locatie bevindt en diffuus van aard is.

3.

Het eerste lid is ook niet van toepassing als de verontreiniging van grondwater: a. het gevolg is van natuurlijk verhoogde achtergrondconcentratie; of b. een restverontreiniging na het uitvoeren van een grondwatersanering betreft en als zodanig is opgenomen in een evaluatieverslag als bedoeld in artikel 3.141e van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening of een beschikt evaluatieverslag als bedoeld in artikel 39c van de Wet bodembescherming, zoals dit artikel luidde voor inwerkingtreding van de Omgevingswet.

Artikel 11.67 Sanerende maatregelen bij significante grondwaterverontreiniging 1.

Het bouwen van een grondwatergevoelig gebouw op een grondwatergevoelige locatie is alleen toegestaan als de volgende sanerende maatregelen worden getroffen: a. een bronaanpak overeenkomstig paragraaf 4.121 van het Besluit activiteiten leefomgeving als na uitvoering van de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit blijkt dat er sprake is van een significante grondwaterverontreiniging; of b. een grondwatersanering, zoals bepaald in paragraaf 3.4.3 van de Zuid-Hollandse omgevingsverordening indien sprake is van een significante grondwaterverontreiniging die direct aandacht behoeft vanuit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit.

2.

Het eerste lid, aanhef onder b, is niet van toepassing indien sprake is van een diffuse grondwaterverontreiniging, waarbij geen specifieke bron van verontreiniging aanwijsbaar is.

Artikel 11.68 Aanvraagvereisten omgevingsvergunning en informatieplicht bouwen van een grondwatergevoelig gebouw

28

1.

Bij het aanvragen van een omgevingsvergunning voor het bouwen van een grondwatergevoelig gebouw op een grondwatergevoelige locatie wordt het voorafgaand onderzoek, bedoeld in artikel 11.65, verstrekt.

2.

De resultaten van het voorafgaand onderzoek worden ook verstrekt in het bestandsformaat XML.

3.

Bij de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt ook een afschrift verstrekt van de volgende gegevens en bescheiden: a. indien sprake is van een verontreiniging van grondwater: 1°. een afschrift van de gegevens en bescheiden na verrichten van de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit, bedoeld in artikel 3.132 van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening, waarbij ten minste vier weken verstreken zijn nadat de gegevens en bescheiden aan Gedeputeerde Staten zijn verstrekt; 2°. de resultaten van het voorafgaand bodemonderzoek bedoeld in het eerste lid; 3°. de naam en het adres van degene die de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit heeft verricht; 4°. een onderbouwing van de daarbij toegepaste methode(n), bedoeld in artikel 3.126, tweede lid, Zuid-Hollandse Omgevingsverordening; en 5°. de uitkomst van de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit; b. indien sprake is van een significante grondwaterverontreiniging: een afschrift van de melding, bedoeld in artikel 4.1236 van het Besluit activiteiten leefomgeving, die aannemelijk maakt dat een bronaanpak bedoeld in artikel 11.67, eerste lid, wordt verricht; en c. indien sprake is van een significante grondwaterverontreiniging die direct aandacht behoeft: een afschrift van de aanvraag om omgevingsvergunning die aannemelijk maakt dat een grondwatersanering wordt verricht.

Artikel 11.69 Beoordelingsregel omgevingsvergunning bouwen van een grondwatergevoelig gebouw De omgevingsvergunning voor de activiteit 'bouwen van een grondwatergevoelig gebouw op een grondwatergevoelige locatie' wordt alleen verleend als aannemelijk is gemaakt dat sanerende maatregelen als bedoeld in artikel 11.67 worden getroffen.

Artikel 11.70 Meldingsplichtige gevallen bouwen van een grondwatergevoelig gebouw Het is verboden de activiteit 'bouwen van een grondwatergevoelig gebouw op een grondwatergevoelige locatie' uit te voeren zonder dit ten minste vier weken voor het begin ervan te melden.

Artikel 11.71 Indieningsvereisten melding bouwen van een grondwatergevoelig gebouw 1.

Een melding bevat: a. de naam en het adres van degene die de bouwactiviteit verricht; b. het adres waar de bouwactiviteit wordt verricht; c. de dagtekening; d. het voorafgaand onderzoek, zoals bedoeld in artikel 11.65; e. als er sprake is van verontreiniging van grondwater; een afschrift van de gegevens en bescheiden na verrichten van de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit, bedoeld in artikel 3.132 van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening, waarbij ten minste vier weken verstreken zijn nadat de gegevens en bescheiden aan Gedeputeerde Staten zijn verstrekt; f. als uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt dat er sprake is van een significante grondwaterverontreiniging: een afschrift van de melding, bedoeld in artikel 4.1236 van het Besluit activiteiten leefomgeving, die aannemelijk maakt dat een bronaanpak als bedoeld in artikel 11.67 wordt verricht; en g. als uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt dat er sprake is van een significante grondwaterverontreiniging die direct aandacht behoeft: een afschrift van de aanvraag om een omgevingsvergunning die aannemelijk maakt dat een grondwatersanering als bedoeld in paragraaf 3.4.3 van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening wordt verricht.

2.

Dit artikel is niet van toepassing als voor de bouwactiviteit op grond van dit omgevingsplan een omgevingsvergunning is vereist.

Artikel 11.72 Informatieplicht ingebruikname na maatregelen bouwen van een grondwater gevoelig gebouw Bij aanwezigheid van een significante grondwaterverontreiniging als bedoeld in artikel 3.131, onder b of c, van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening, wordt een grondwatergevoelig gebouw of een gedeelte daarvan op een grondwatergevoelige locatie alleen in gebruik genomen na de bouwactiviteit, nadat het college van burgemeester en wethouders is geïnformeerd over de wijze waarop de sanerende maatregelen, bedoeld in artikel 11.67, zijn getroffen, of als de sanerende maatregelen nog in uitvoering zijn, de wijze waarop de ingebruikname van het grondwatergevoelige gebouw de sanerende maatregel niet belemmert. UU Afdeling 11.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Afdeling 11.3 Opslaan van grond en baggerspecie Geluid [Gereserveerd]

Paragraaf 11.3.1 GERESERVEERD [Gereserveerd]

Paragraaf 11.3.2 Geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen Artikel 11.73 Toepassingsbereik geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen 1.

29

Deze paragraaf is van toepassing op de activiteit 'toevoegen van een geluidgevoelig gebouw', als bedoeld in bijlage I van het Besluit kwaliteit leefomgeving, binnen de

geluidaandachtsgebieden als bedoeld artikel 17 van de Omgevingsregeling en de locatie 'geluidaandachtsgebied industrie stedelijk wonen'. 2.

Onder toevoegen wordt verstaan: het bouwen van een geluidgevoelig gebouw of een gedeelte daarvan en het in gebruik nemen van een geluid gevoelig gebouw of een gedeelte daarvan.

3.

Onder het toevoegen van een geluidgevoelig gebouw wordt mede verstaan het toevoegen van een geluidgevoelige ruimte, als bedoeld in bijlage I Bkl, aan een gebouw.

Artikel 11.74 Oogmerken geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. een gezonde stad; en b. een aanvaardbaar akoestische woon- en leefomgeving.

Artikel 11.75 Zorgplicht geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen Degene die een geluidgevoelig gebouw bouwt of in gebruik neemt of houdt, neemt daarbij alle redelijkerwijs te verwachten maatregelen om te komen tot een akoestisch aanvaardbare woon- en leefomgeving.

Artikel 11.76 Aanvullende meetbepalingen geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen 1.

Bij de toepassing van de regels in deze paragraaf wordt verstaan onder: a. geluidluw stedelijk gebied: een geluidsniveau van 55 dB of lager, cumulatief van alle wegen (rijkswegen, lokale wegen inclusief 30 km-wegen), spoorwegen en gezoneerde industrieterreinen; b. geluidluwe gevel stedelijk gebied: de gevel van een gebouw die geheel geluidluw is of ter plaatse van die gevel minimaal één te openen deel per geluidgevoelige ruimte geluidluw is.

2.

Bij de toepassing van de regels in deze paragraaf gelden standaardwaarden en grenswaarden voor geluid op de gevel van een geluidgevoelig gebouw.

Artikel 11.77 Maatwerkvoorschriften geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld over een activiteit bedoeld in artikel 11.75.

Paragraaf 11.3.3 Geluid stedelijk wonen Artikel 11.78 Toepassingsbereik geluid stedelijk wonen Deze paragraaf is van toepassing op de activiteit 'toevoegen van een geluidgevoelig gebouw' binnen: a. de locatie 'geluidaandachtsgebied industrie stedelijk wonen'; b. de locatie 'geluidaandachtsgebied 50'; c. de locatie 'geluidaandachtsgebied snelweg stedelijk wonen'; en d. spoor (gereserveerd).

Artikel 11.79 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen geluid stedelijk wonen Het is verboden zonder omgevingsvergunning de activiteit 'toevoegen van een geluidgevoelig gebouw' binnen de locatie 'geluidaandachtsgebied industrie stedelijk wonen', de locatie 'geluidaandachtsgebied 50' en de locatie 'geluidaandachtsgebied snelweg stedelijk wonen' uit te voeren.

Artikel 11.80 Aanvraagvereisten omgevingsvergunning geluid stedelijk wonen Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning wordt een akoestisch rapport ingediend.

Artikel 11.81 Beoordelingsregels geluid stedelijk wonen 1.

30

Een omgevingsvergunning voor het toevoegen van een geluidgevoelig gebouw wordt verleend als naar het oordeel van het college sprake is van een aanvaardbaar akoestisch woon- en leefklimaat.

2.

Van een aanvaardbaar akoestisch woon- en leefklimaat is sprake, als het geluid op de gevel niet meer bedraagt dan de standaardwaarden: a. voor rijkswegen 50 dB; b. voor overige wegen 53 dB; c. voor industrielawaai 50 dB.

3.

Van het tweede lid kan worden afgeweken indien: a. maatregelen ter verlaging van de geluidsbelasting op de gevel tot 50 dB niet doelmatig zijn; b. het geluid op de gevel niet meer bedraagt dan de grenswaarden: 1°. voor rijkswegen 60 dB; 2°. voor overige wegen 70 dB; 3°. voor industrielawaai 55 dB; en c. aan de akoestische eisen zoals opgenomen in de artikel 11.82 tot en met artikel 11.84 wordt voldaan.

Artikel 11.82 Akoestische eisen grondgebonden woningen geluid stedelijk wonen Bij toepassing van artikel 11.81, derde lid, gelden voor grondgebonden woningen de volgende eisen: a. de woning beschikt over een geluidluwe gevel; b. de woning beschikt over een geluidluwe buitenruimte; en c. in de woning zijn minimaal de helft van de slaapkamers, waarbij naar boven toe wordt afgerond, geluidluw ter plaatse van één te openen deel.

Artikel 11.83 Akoestische eisen appartementen geluid stedelijk wonen Bij toepassing van artikel 11.81, derde lid, gelden voor appartementen de volgende eisen: a. zowel de woonkamer als de hoofdslaapkamer beschikt over een geluidluw te openen deel; en b. de woning beschikt over een geluidluwe buitenruimte.

Artikel 11.84 Akoestische eisen niet-woongebouwen geluid stedelijk wonen GERESERVEERD.

Artikel 11.85 Bouwen van een niet-geluidgevoelige gevel In afwijking van het bepaalde in artikel 11.81, derde lid, onder b, is het toegestaan een geluidgevoelig gebouw te bouwen waarbij het geluid op de gevel hoger is dan de grenswaarden, mits: a. de gevel bestaat uit een uitwendige scheidingsconstructie die geen te openen delen bevat anders dan als onderdeel van een gemeenschappelijke doorgang; of b. geborgd wordt dat het geluid op de te openen delen in de uitwendige scheidingsconstructie die direct grenzen aan een geluidgevoelige ruimte niet hoger is dan de grenswaarde.

Paragraaf 11.3.4 Milieubelastende activiteiten [Gereserveerd]

Paragraaf 11.3.5 Railverkeerlawaai [Gereserveerd]

Paragraaf 11.3.6 Scheepsverkeerlawaai [Gereserveerd]

Paragraaf 11.3.7 Wegverkeerlawaai [Gereserveerd] VV Afdeling 11.4 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

31

Afdeling 11.4 Graven in bodem Omgevingsveiligheid [Gereserveerd]

Paragraaf 11.4.1 Algemene bepalingen omgevingsveiligheid Artikel 11.86 Toepassingsbereik omgevingsveiligheid Deze paragraaf is van toepassing op de volgende activiteiten die binnen de locaties in het Besluit kwaliteit leefomgeving als aandachtsgebied zijn aangewezen: a. 'toevoegen van beperkt kwetsbare gebouwen'; b. 'toevoegen van kwetsbare gebouwen'; c. 'toevoegen van zeer kwetsbare gebouwen'; d. 'toevoegen van beperkt kwetsbare locaties'; en e. 'toevoegen van kwetsbare locaties'.

Artikel 11.87 Oogmerken omgevingsveiligheid De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. een veilige fysieke leefomgeving; b. ruimte voor economische bedrijvigheid.

Artikel 11.88 Meetbepalingen algemene bepalingen omgevingsveiligheid 1.

De afstanden voor het plaatsgebonden risico in deze paragraaf gelden, tenzij anders bepaald, vanaf het meetpunt zoals aangegeven in bijlage VII van het Besluit kwaliteit leefomgeving.

2.

De afstanden voor het plaatsgebonden risico in deze paragraaf gelden, tenzij anders bepaald, tot: a. voor kwetsbare gebouwen en zeer kwetsbare gebouwen, anders dan woonschepen of woonwagens: de gevel; b. voor nieuw te bouwen kwetsbare gebouwen en zeer kwetsbare gebouwen: de locatie waar een gevel mag komen; c. voor woonschepen en woonwagens: de begrenzing van de locatie voor het plaatsen van dat woonschip of die woonwagen; en d. voor kwetsbare locaties: de begrenzing van de locatie voor het verblijf van personen.

3.

De afstanden gelden voor zeer kwetsbare gebouwen ook tot de begrenzing van de locatie voor het verblijf van personen buiten het gebouw, als het gaat om het risico op een ongewoon voorval veroorzaakt door een activiteit als bedoeld in bijlage VII, onder A, onder 1a, B, C, D, onder 2, en E, onder 2 tot en met 13 van het Besluit kwaliteit leefomgeving.

Artikel 11.89 Algemene regels plaatsgebonden risico GERESERVEERD.

Artikel 11.90 Algemene regels brandvoorschriftengebied Voor de activiteiten 'toevoegen van beperkt kwetsbare gebouwen', 'toevoegen van kwetsbare gebouwen' en 'toevoegen van zeer kwetsbare gebouwen' binnen de locatie 'brandvoorschriftengebied' gelden de bouweisen als bedoeld in de artikelen 4.90 tot en met 4.95 van het Besluit bouwwerken leefomgeving.

Artikel 11.91 Algemene regels explosievoorschriftengebied Voor de activiteiten 'toevoegen van beperkt kwetsbare gebouwen', 'toevoegen van kwetsbare gebouwen' en 'toevoegen van zeer kwetsbare gebouwen' binnen de locatie 'explosievoorschriftengebied' gelden de bouweisen als bedoeld in de artikelen 4.90 en 4.96 van het Besluit bouwwerken leefomgeving.

Paragraaf 11.4.2 Brandaandachtsgebieden Subparagraaf 11.4.2.1 Brandaandachtsgebied wegen

32

Artikel 11.92 Toepassingsbereik brandaandachtsgebied wegen Deze paragraaf is van toepassing op de activiteiten 'toevoegen van beperkt kwetsbare gebouwen', 'toevoegen van kwetsbare gebouwen', 'toevoegen van zeer kwetsbare gebouwen', 'toevoegen van beperkt kwetsbare locaties' en 'toevoegen van kwetsbare locaties' binnen de locatie 'brandaandachtsgebied wegen'.

Artikel 11.93 Verbod brandaandachtsgebied wegen Het is verboden binnen de locatie 'brandaandachtsgebied wegen' de activiteiten 'toevoegen van beperkt kwetsbare gebouwen', 'toevoegen van kwetsbare gebouwen', 'toevoegen van zeer kwetsbare gebouwen', 'toevoegen van beperkt kwetsbare locaties' en 'toevoegen van kwetsbare locaties' te verrichten.

Subparagraaf 11.4.2.2 Brandaandachtsgebied leidingen Artikel 11.94 Toepassingsbereik brandaandachtsgebied leidingen Deze paragraaf is van toepassing op de activiteiten 'toevoegen van beperkt kwetsbare gebouwen', 'toevoegen van kwetsbare gebouwen', 'toevoegen van zeer kwetsbare gebouwen', 'toevoegen van beperkt kwetsbare locaties' en 'toevoegen van kwetsbare locaties' binnen de locatie 'brandaandachtsgebied leidingen'.

Artikel 11.95 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen brandaandachtsgebied leidingen Het is verboden zonder omgevingsvergunning binnen de locatie 'brandaandachtsgebied leidingen' de activiteiten 'toevoegen van beperkt kwetsbare gebouwen', 'toevoegen van kwetsbare gebouwen', 'toevoegen van zeer kwetsbare gebouwen', 'toevoegen van beperkt kwetsbare locaties' en 'toevoegen van kwetsbare locaties' te verrichten.

Artikel 11.96 Aanvraagvereisten brandaandachtsgebied leidingen Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 11.95 worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een kwantitatieve risicoanalyse (QRA) waaruit uit de hoogte van het groepsrisico blijkt; b. de ligging binnen de zone-indeling van de beleidsregels 'brandaandachtsgebied leidingen'; c. een tekening met het bouwplan en/of terreininrichting; en d. de maatregelen op het gebied van beheersbaarheid en zelfredzaamheid.

Artikel 11.97 Beoordelingsregels brandaandachtsgebied leidingen 1.

De vergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 11.95 wordt alleen verleend indien: a. voldoende beschermingsmaatregelen zijn getroffen; b. in een woongebied voldoende blusvoorzieningen aanwezig zijn; c. een woongebied van twee zijden toegankelijk is voor hulpdiensten; en d. de redelijkerwijs te treffen veiligheidsmaatregelen worden getroffen.

2.

Bij toepassing van het eerste lid past het college de beleidsregels toe zoals bedoeld in de 'beleidsregels omgevingsveiligheid'.

Artikel 11.98 Advies omgevingsvergunning brandaandachtsgebied leidingen Voordat op een aanvraag voor een omgevingsvergunning wordt beslist, wordt door burgemeester en wethouders advies ingewonnen bij de Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid.

Paragraaf 11.4.3 Explosie-aandachtsgebieden Subparagraaf 11.4.3.1 Explosie-aandachtsgebied wegen Artikel 11.99 Toepassingsbereik explosie-aandachtsgebied wegen Deze paragraaf is van toepassing op de activiteiten 'toevoegen van beperkt kwetsbare gebouwen', 'toevoegen van kwetsbare gebouwen', 'toevoegen van zeer kwetsbare gebouwen', 'toevoegen van beperkt kwetsbare locaties' en 'toevoegen van kwetsbare locaties' binnen de locatie 'explosie-aandachtsgebied wegen'.

33

Artikel 11.100 Verbod explosie-aandachtsgebied wegen Het is verboden binnen de locatie 'explosie-aandachtsgebied wegen' de activiteit 'toevoegen van zeer kwetsbare gebouwen' te verrichten.

Artikel 11.101 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen explosie-aandachtsgebied wegen Het is verboden zonder omgevingsvergunning binnen de locatie 'explosie-aandachtsgebied wegen' de activiteiten 'toevoegen van beperkt kwetsbare gebouwen', 'toevoegen van kwetsbare gebouwen', 'toevoegen van beperkt kwetsbare locaties' en 'toevoegen van kwetsbare locaties' te verrichten.

Artikel 11.102 Aanvraagvereisten explosie-aandachtsgebied wegen Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 11.101 worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een kwantitatieve risicoanalyse (QRA) waaruit de hoogte van het groepsrisico blijkt; b. een tekening met het bouwplan en/of terreininrichting; en c. de maatregelen op het gebied van beheersbaarheid en zelfredzaamheid.

Artikel 11.103 Beoordelingsregels explosie-aandachtsgebied wegen 1.

De vergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 11.101 wordt alleen verleend als sprake is van een veilige omgeving.

2.

Van een veilige omgeving is in ieder geval sprake als: a. het groepsrisico niet meer dan 0,75 x de oriëntatiewaarde bedraagt of een personendichtheid die hiermee gelijk te stellen is; b. in een woongebied voldoende blusvoorzieningen aanwezig zijn; c. een woongebied van twee zijden toegankelijk is voor hulpdiensten; en d. de redelijkerwijs te treffen veiligheidsmaatregelen worden getroffen.

Artikel 11.104 Advies omgevingsvergunning explosie-aandachtsgebied wegen Voordat om een aanvraag voor een omgevingsvergunning wordt beslist, wordt door burgemeester en wethouders advies ingewonnen bij de Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid.

Paragraaf 11.4.4 Spoor [Gereserveerd]

Paragraaf 11.4.5 Water [Gereserveerd]

Paragraaf 11.4.6 Wegen [Gereserveerd] WW Afdeling 11.5 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Afdeling 11.5 Saneren van de bodem Milieu overig [Gereserveerd]

Paragraaf 11.5.1 Geurhinder [Gereserveerd]

Paragraaf 11.5.2 Lichthinder [Gereserveerd]

34

Paragraaf 11.5.3 Luchtkwaliteit [Gereserveerd]

Paragraaf 11.5.4 Trillingen [Gereserveerd]

Paragraaf 11.5.5 Windhinder [Gereserveerd]

Paragraaf 11.5.6 Magneetveldzone [Gereserveerd] XX Afdeling 11.6 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Afdeling 11.6 Nazorg na saneren van de bodem of bij tijdelijke beschermingsmaatregelen [Gereserveerd] [Vervallen] YY Afdeling 11.7 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Afdeling 11.7 Historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico [Gereserveerd] [Vervallen] ZZ Afdeling 11.8 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Afdeling 11.8 Bouwactiviteit op een bodemgevoelige locatie [Gereserveerd] [Vervallen] AAA Afdeling 11.9 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Afdeling 11.9 Bouwactiviteit op een grondwatergevoelige locatie [Gereserveerd] [Vervallen] BBB Het opschrift van hoofdstuk 12 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

35

Hoofdstuk 12 Geluid Gezondheid CCC Het opschrift van afdeling 12.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Afdeling 12.1 Industrielawaai Speelplekken aanleggen, bouwen, in stand houden of gebruiken DDD Het opschrift van afdeling 12.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Afdeling 12.2 Milieubelastende activiteiten Hittestress EEE Afdeling 12.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Afdeling 12.3 Railverkeerlawaai [Gereserveerd] [Vervallen] FFF Afdeling 12.4 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Afdeling 12.4 Scheepsverkeerlawaai [Gereserveerd] [Vervallen] GGG Afdeling 12.5 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Afdeling 12.5 Wegverkeerlawaai [Gereserveerd] [Vervallen] HHH Het opschrift van hoofdstuk 13 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Hoofdstuk 13 Omgevingsveiligheid Energietransitie III Het opschrift van afdeling 13.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

36

Afdeling 13.1 Buisleidingen Aansluitplicht warmtenet JJJ Het opschrift van afdeling 13.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Afdeling 13.2 Inrichtingen Afsluitplicht gas KKK Afdeling 13.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Afdeling 13.3 Spoor [Gereserveerd] [Vervallen] LLL Afdeling 13.4 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Afdeling 13.4 Water [Gereserveerd] [Vervallen] MMM Afdeling 13.5 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Afdeling 13.5 Wegen [Gereserveerd] [Vervallen] NNN Het opschrift van hoofdstuk 14 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Hoofdstuk 14 Gezondheid Water OOO Het opschrift van afdeling 14.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Afdeling 14.1 Speelplekken aanleggen, bouwen, in stand houden of gebruiken Waterberging PPP Het opschrift van afdeling 14.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

37

Afdeling 14.2 Hittestress Droogte QQQ Na afdeling 14.2 worden vier afdelingen ingevoegd, luidende:

Afdeling 14.3 Overstromingen Paragraaf 14.3.1 Beperkingengebied waterkeringen [Gereserveerd]

Afdeling 14.4 Waterkwaliteit [Gereserveerd]

Afdeling 14.5 Grondwater lozen [Gereserveerd]

Afdeling 14.6 Watergang dempen [Gereserveerd] RRR Het opschrift van hoofdstuk 15 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Hoofdstuk 15 Milieu overig Natuur SSS Afdeling 15.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Afdeling 15.1 Geurhinder Biodiversiteit [Gereserveerd]

Paragraaf 15.1.1 Beperkingengebied natuurnetwerk Nederland [Gereserveerd] TTT Het opschrift van afdeling 15.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Afdeling 15.2 Lichthinder Bomen kappen UUU Het opschrift van afdeling 15.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Afdeling 15.3 Luchtkwaliteit Groen verwijderen

38

VVV Het opschrift van afdeling 15.4 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Afdeling 15.4 Trillingen Stikstofuitstoot WWW Afdeling 15.5 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Afdeling 15.5 Windhinder [Gereserveerd] [Vervallen] XXX Hoofdstuk 16 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Hoofdstuk 16 Energietransitie Gereserveerd [Gereserveerd]

Afdeling 16.1 Aansluitplicht warmtenet [Gereserveerd]

Afdeling 16.2 Afsluitplicht gas [Gereserveerd] YYY Hoofdstuk 17 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Hoofdstuk 17 Water Gereserveerd [Gereserveerd]

Afdeling 17.1 Waterberging [Gereserveerd]

Afdeling 17.2 Droogte [Gereserveerd]

Afdeling 17.3 Overstromingen [Gereserveerd]

Afdeling 17.4 Waterkwaliteit [Gereserveerd]

Afdeling 17.5 Grondwater lozen [Gereserveerd]

39

Afdeling 17.6 Watergang dempen [Gereserveerd] ZZZ Hoofdstuk 18 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Hoofdstuk 18 Natuur Gereserveerd [Gereserveerd]

Afdeling 18.1 Biodiversiteit [Gereserveerd]

Afdeling 18.2 Bomen kappen [Gereserveerd]

Afdeling 18.3 Groen verwijderen [Gereserveerd]

Afdeling 18.4 Stikstofuitstoot [Gereserveerd] AAAA Artikel 22.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.2 Overgangsrecht: gemeentelijke monumenten en voorbeschermde gemeentelijke monumenten [Vervallen] 1. VERVALLEN 2.

VERVALLEN

BBBB Artikel 22.22 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.22 Vrijstelling van archeologisch onderzoek [Vervallen] 1. VERVALLEN 2.

VERVALLEN

CCCC Artikel 22.29 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.29 Beoordelingsregels aanvraag binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken algemeen 1.

40

Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit en het in stand houden en gebruiken van het te bouwen bouwwerk, wordt de omgevingsvergunning alleen verleend als:

a. b.

c.

2.

de activiteit niet in strijd is met de in dit omgevingsplan gestelde regels over het bouwen, in stand houden en gebruiken van bouwwerken, met uitzondering van paragraaf 22.2.4; het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk, met uitzondering van een tijdelijk bouwwerk dat geen seizoensgebonden bouwwerk is, zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, niet in strijd is met redelijke eisen van welstand, beoordeeld volgens de criteria van de welstandsnota, bedoeld in artikel 12a, eerste lid, van de Woningwet, zoals dat artikel luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet; en de activiteit betrekking heeft op een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie en: VERVALLEN 1°. de toelaatbare kwaliteit van de bodem niet wordt overschreden; of 2°. bij overschrijding van de toelaatbare kwaliteit van de bodem: als aannemelijk is dat een sanerende of andere beschermende maatregelen wordt getroffen. Een sanerende of andere beschermende maatregel is in ieder geval een sanering overeenkomstig paragraaf 4.121 van het Besluit activiteiten leefomgeving.

Het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing als: a. het gaat om een in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, aangewezen gebied of bouwwerk waarvoor geen redelijke eisen van welstand van toepassing zijn; of b. het bevoegd gezag van oordeel is dat de omgevingsvergunning in afwijking van het eerste lid, aanhef en onder b, toch moet worden verleend.

DDDD Artikel 22.30 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.30 Nadere invulling beoordelingsregel omgevingsplanactiviteit bouwwerken bodemgevoelig gebouw op bodemgevoelige locatie 1.

De toelaatbare kwaliteit van de bodem, bedoeld in artikel 22.29, eerste lid, onder c, is de interventiewaarde bodemkwaliteit, bedoeld in bijlage IIA bij het Besluit activiteiten leefomgeving. VERVALLEN

2.

Er is sprake van overschrijding van de toelaatbare kwaliteit als voor ten minste één stof de gemiddelde gemeten concentratie in meer dan 25 m3 bodemvolume hoger is dan de interventiewaarde bodemkwaliteit. VERVALLEN

3.

Het zinsdeel “in meer dan 25 m3 bodemvolume ” in het tweede lid is niet van toepassing voor zover het gaat om aanwezigheid van asbest. VERVALLEN

EEEE Artikel 22.31 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.31 Voorschrift omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken bodemgevoelig gebouw op bodemgevoelige locatie: na einde activiteit [Vervallen] Aan een omgevingsvergunning voor een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie die is verleend met toepassing van artikel 22.29, eerste lid, aanhef en onder c, onder 2°, wordt in ieder geval het voorschrift verbonden dat het gebouw, of een gedeelte daarvan, alleen in gebruik wordt genomen nadat het college van burgemeester en wethouders is geïnformeerd over de wijze waarop er een of meer sanerende of andere beschermende maatregelen zijn getroffen als bedoeld in artikel 22.29. FFFF Artikel 22.34 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

41

Artikel 22.34 Voorschriften over archeologische monumentenzorg binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken [Vervallen] 1. VERVALLEN 2.

VERVALLEN

GGGG Artikel 22.35 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.35 Aanvraagvereisten binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit met betrekking tot een bouwwerk worden voor de toetsing aan dit omgevingsplan in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een opgave van de bouwkosten; b. het beoogde en het huidige gebruik van het bouwwerk en de bijbehorende gronden waarop de aanvraag betrekking heeft; c. een opgave van de bruto inhoud in m3 en de bruto vloeroppervlakte in m2 van het deel van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft; d. een situatietekening van de bestaande toestand en een situatietekening van de nieuwe toestand met daarop: 1°. de afmetingen van het perceel en bebouwd oppervlak; 2°. de situering van het bouwwerk ten opzichte van de perceelsgrenzen en de wegzijde; 3°. de wijze waarop de locatie wordt ontsloten; 4°. de aangrenzende locaties en de daarop voorkomende bebouwing; en 5°. het beoogd gebruik van de gronden behorende bij het voorgenomen bouwwerk; e. de hoogte van het bouwwerk ten opzichte van het straatpeil en het aantal bouwlagen; f. de inrichting van parkeervoorzieningen op het eigen terrein; g.

gegevens en bescheiden die samenhangen met een uit te brengen advies van de Agrarische Adviescommissie in geval van een aanvraag voor een bouwactiviteit op een locatie waaraan een agrarische functie is toegedeeld; h. VERVALLEN i. de volgende gegevens en bescheiden voor de toetsing aan de regels over redelijke eisen van welstand, beoordeeld volgens de criteria van de welstandsnota, bedoeld in artikel 12a, eerste lid, van de Woningwet, zoals dat artikel luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet: 1°. tekeningen van alle gevels van het bouwwerk, inclusief de gevels van belendende bebouwing, waaruit blijkt hoe het geplande bouwwerk in de directe omgeving past; 2°. principedetails van gezichtsbepalende delen van het bouwwerk; 3°. kleurenfoto's van de bestaande situatie en de omliggende bebouwing; en 4°. een opgave van de toe te passen bouwmaterialen in de uitwendige scheidingsconstructie en de kleur daarvan, waaronder in ieder geval het materiaal en de kleur van de gevels, het voegwerk, kozijnen, ramen en deuren, balkonhekken, dakgoten, boeidelen en de dakbedekking; j. als de aanvraag betrekking heeft op een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie: VERVALLEN 1°.

de onderzoeken, bedoeld in paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving, tenzij het gaat om een locatie die is aangewezen in dit omgevingsplan waar een overschrijding van de toelaatbare kwaliteit, bedoeld in artikel 22.30, redelijkerwijs is uit te sluiten; en 2°. als de toelaatbare kwaliteit, bedoeld in artikel 22.30, wordt overschreden: gegevens en bescheiden die aannemelijk maken dat een sanerende of andere beschermende maatregel wordt getroffen, tenzij het gaat om een locatie die is aangewezen in dit omgevingsplan waar een overschrijding van de toelaatbare kwaliteit, bedoeld in artikel 22.30, redelijkerwijs is uit te sluiten; en k. overige gegevens en bescheiden die samenhangen met een eventueel benodigde toetsing aan dit omgevingsplan. HHHH Artikel 22.41 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

42

Artikel 22.41 Algemeen toepassingsbereik 1.

Deze afdeling is van toepassing op een milieubelastende activiteit als bedoeld in de bijlage bij de Omgevingswet.

2.

Deze afdeling is niet van toepassing op: a. wonen; b. het feitelijk verrichten van bouw- en sloopwerkzaamheden aan bouwwerken of het feitelijk verrichten van onderhoudswerkzaamheden aan een bouwwerk of van een terrein; c. een milieubelastende activiteit die in hoofdzaak in de openbare buitenruimte wordt verricht; d. doorgaand verkeer op wegen, vaarwegen en spoorwegen; e. een evenement: 1°. dat ergens anders plaatsvindt dan op een locatie voor evenementen; 2°. dat geen festiviteit als bedoeld in artikel 5.68 van het Besluit kwaliteit leefomgeving is; of 3°. waarover geluidregels zijn gesteld bij of krachtens een gemeentelijke verordening; f. het verrichten van werkzaamheden met een mobiele installatie op een weiland, akker of bos die geen verplaatsbaar mijnbouwwerk als bedoeld in artikel 4.1116 van het Besluit activiteiten leefomgeving is; en g. bruggen, viaducten, verkeerstunnels en andere ondergronds gelegen bouwwerken voor het vervoer van personen of goederen en beweegbare waterkeringen.

3.

Het tweede lid geldt niet voor milieubelastende activiteiten die bestaan uit het lozen op of in de bodem of op de riolering, voor zover het gaat om de gevolgen van het lozen voor de bodem, voor de voorzieningen voor de inzameling en het transport van afvalwater of voor het zuiveringtechnisch werk.

4.

Het tweede lid geldt niet voor de activiteiten, bedoeld in paragraaf 22.3.7. VERVALLEN

IIII Subparagraaf 22.3.7.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Subparagraaf 22.3.7.1 Nazorg na saneren van de bodem Artikel 22.125 Toepassingsbereik [Vervallen] Deze paragraaf is van toepassing op het verrichten van nazorg als saneren van de bodem heeft plaatsgevonden op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving, dit omgevingsplan, een omgevingsvergunning of een maatwerkvoorschrift.

Artikel 22.126 Nazorg na afloop van saneren van de bodem 1.

De eigenaar, erfpachter of gebruiker van een locatie treft de noodzakelijke maatregelen gericht op het voor onbepaalde tijd in stand houden en onderhouden of vervangen van een afdeklaag. VERVALLEN

2.

Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing voor tijdelijke beschermingsmaatregelen die de bron van verontreiniging niet wegnemen maar blootstelling aan de verontreiniging voorkomen in verband met een toevalsvondst als bedoeld in artikel 19.9a van de Omgevingswet. VERVALLEN

JJJJ Subparagraaf 22.3.7.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Subparagraaf 22.3.7.2 Kleinschalig graven boven de interventiewaarde bodemkwaliteit

43

Artikel 22.127 Toepassingsbereik 1.

Deze paragraaf is van toepassing op het graven in de bodem waarbij het bodemvolume waarin wordt gegraven kleiner dan of gelijk is aan 25 m3 en sprake is van: a. locaties waarvoor voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet een beschikking is verleend als bedoeld in artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die wet luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de bodem of de mogelijke verspreiding van de verontreiniging geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier dat spoedige sanering noodzakelijk is; of b. locaties of gebieden waar de bodem diffuus is verontreinigd tot boven de interventiewaarde bodemkwaliteit zoals dat blijkt uit: 1°. een bodemkwaliteitskaart als bedoeld in het tijdelijke deel van het omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder b, van de Omgevingswet; of 2°. een bodemkwaliteitskaart vastgesteld op grond van artikel 25c, derde lid van het Besluit bodemkwaliteit. VERVALLEN

2.

Graven in de bodem als bedoeld in het eerste lid omvat ook: VERVALLEN a. het zeven van de uitkomende grond op dezelfde locatie; b. het tijdelijk opslaan van grond; en c. het terugplaatsen van grond na afloop van tijdelijk uitnemen.

3.

Het eerste lid is niet van toepassing op het graven in de waterbodem. VERVALLEN

Artikel 22.128 Gegevens en bescheiden: voor het begin van de activiteit 1.

Ten minste een week voor het begin van de activiteit, bedoeld in artikel 22.127, worden aan het college van burgemeester en wethouders gegevens en bescheiden verstrekt over: a. de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht; b. de verwachte datum van het begin van de activiteit; en c. de verwachte duur ervan. VERVALLEN

2.

Onverwijld na het wijzigen van de begrenzing of de verwachte datum van het begin van de activiteit worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders. VERVALLEN

3.

Het eerste lid is niet van toepassing: VERVALLEN a. als het alleen gaat om het tijdelijk uitnemen van grond; of b. op het graven in de bodem in verband met een spoedreparatie van vitale ondergrondse infrastructuur.

Artikel 22.129 Bodem en afval: tijdelijke opslag van vrijkomende grond [Vervallen] Met het oog op het beschermen van de gezondheid, het beschermen van de kwaliteit van de bodem en het doelmatig beheer van afvalstoffen wordt grond die bij het graven is vrijgekomen niet langer dan acht weken na beëindiging van het graven in de directe nabijheid van de ontgravingslocatie opgeslagen.

Artikel 22.130 Bodem en afval: milieukundige begeleiding bij kleinschalig graven [Vervallen] Met het oog op het beschermen van de gezondheid, het beschermen van de kwaliteit van de bodem en het doelmatig beheer van afvalstoffen, wordt de activiteit milieukundig begeleid volgens BRL SIKB 6000 als het graven plaatsvindt op een locatie waar een afdeklaag is aangebracht als saneringsaanpak en de ontgraving dieper reikt dan deze afdeklaag. KKKK Subparagraaf 22.3.7.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

44

Subparagraaf 22.3.7.3 Activiteiten op een locatie met historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico Artikel 22.131 Toepassingsbereik [Vervallen] Deze paragraaf is van toepassing op een activiteit op een locatie waarvoor voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet een beschikking is vastgesteld krachtens artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die wet luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de bodem of de mogelijke verspreiding van de verontreiniging geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier dat spoedige sanering noodzakelijk is.

Artikel 22.132 Bodem: mitigerende maatregelen [Vervallen] Degene die een activiteit als bedoeld in artikel 22.131, verricht, neemt in het belang van bescherming van de bodem maatregelen die redelijkerwijs van hem kunnen worden verlangd om verdere verontreiniging van de bodem te voorkomen of te beperken of, als dat redelijkerwijs mogelijk is in samenhang met de activiteit die wordt verricht, ongedaan te maken. LLLL Subparagraaf 22.3.7.4 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Subparagraaf 22.3.7.4 Saneren van de bodem in het gebied De Kempen Artikel 22.133 Toepassingsbereik [Vervallen] [Gereserveerd]

Artikel 22.134 Voorafgaand bodemonderzoek [Vervallen] [Gereserveerd]

Artikel 22.135 Bodem: saneringsaanpak open ontgraving tot niveau terugsaneerwaarde [Vervallen] [Gereserveerd]

Artikel 22.136 Bodem: terugsaneerwaarde 1.

[Gereserveerd] VERVALLEN

2.

[Gereserveerd] VERVALLEN

MMMM Artikel 22.278 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.278 Omgevingsplanactiviteit: specifieke beoordelingsregel omgevingsvergunning uitvoeren van een werk, niet zijnde bouwwerk, of werkzaamheid, bij voorbereidingsbesluit of aanwijzing als beschermd stads- of dorpsgezicht [Vervallen] 1. VERVALLEN 2. NNNN

45

VERVALLEN

Artikel 22.288 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.288 Omgevingsplanactiviteit gemeentelijk monument voor zover het gaat om een archeologisch monument [Vervallen] 1. VERVALLEN 2.

VERVALLEN

OOOO Artikel 22.290 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.290 Omgevingsplanactiviteit: slopen van een gemeentelijk monument voor zover het gaat om een monument [Vervallen] 1. VERVALLEN 2.

VERVALLEN

PPPP Artikel 22.291 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.291 Omgevingsplanactiviteit: verplaatsen van een gemeentelijk monument voor zover het gaat om een monument [Vervallen] 1. VERVALLEN 2.

VERVALLEN

QQQQ Artikel 22.292 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.292 Omgevingsplanactiviteit gemeentelijk monument: wijzigen van een monument of monument door herstel ontsieren of in gevaar brengen [Vervallen] 1. VERVALLEN 2.

VERVALLEN

RRRR Artikel 22.294 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.294 Eisen aan tekeningen als bedoeld in de artikelen 22.290 tot en met 22.292 [Vervallen] 1. VERVALLEN

46

2.

VERVALLEN

3.

VERVALLEN

4.

VERVALLEN

SSSS Artikel 22.296 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.296 Omgevingsplanactiviteit: slopen van een bouwwerk in een gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht [Vervallen] 1. VERVALLEN 2.

VERVALLEN

TTTT Artikel 22.302 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.302 Omgevingsplanactiviteit: slopen van een bouwwerk in een rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht [Vervallen] 1. VERVALLEN 2.

VERVALLEN

UUUU Artikel 22.303 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.303 Voorschriften over archeologische monumentenzorg [Vervallen] 1. VERVALLEN 2.

VERVALLEN

VVVV Hoofdstuk 28 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Hoofdstuk 28 Overgangsrecht [Gereserveerd]

Artikel 28.1 Toepassingsbereik 1.

Dit hoofdstuk bevat algemene bepalingen over overgangsrecht binnen de locatie 'begrensd gebied'.

2.

Van dit hoofdstuk kan elders in dit omgevingsplan met specifieke overgangsrechtelijke bepalingen worden afgeweken. In dat geval is dat specifieke overgangsrecht van toepassing.

Artikel 28.2 Lopende procedures besluiten op aanvraag Als een wijziging van dit omgevingsplan op een activiteit van toepassing is en voor dat moment een aanvraag om een besluit is ingediend, blijft het oude recht van toepassing totdat het besluit onherroepelijk is.

Artikel 28.3 Overgangsrecht vergunningplichtige activiteiten 1.

47

Als een wijziging van dit omgevingsplan op een activiteit van toepassing is, geldt een onherroepelijke omgevingsvergunning voor die activiteit op grond van het tijdelijke deel van dit

omgevingsplan of een gemeentelijke verordening, zoals die luidde direct voor dat moment, als een omgevingsvergunning op grond van dit omgevingsplan, voor zover voor die activiteit een omgevingsvergunning is vereist. 2.

Als een wijziging van dit omgevingsplan op een activiteit van toepassing is, gelden de voorschriften uit een onherroepelijke omgevingsvergunning voor die activiteit op grond van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan of een gemeentelijke verordening, zoals die luidde direct voor dat moment, als een maatwerkvoorschrift op grond van dit omgevingsplan, voor zover voor die activiteit geen omgevingsvergunning is vereist. Dit geldt alleen voor zover de gemeente over die activiteit maatwerkvoorschriften kan stellen op grond van dit omgevingsplan.

Artikel 28.4 Overgangsrecht meldingen, kennisgevingen en maatwerkvoorschriften 1.

Als een wijziging van dit omgevingsplan op een activiteit van toepassing is, geldt een melding of kennisgeving van die activiteit op grond van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan of een gemeentelijke verordening, zoals die luidde direct voor dat moment, als een melding op grond van dit omgevingsplan, voor zover voor die activiteit een melding is vereist.

2.

Als een wijziging van dit omgevingsplan op een activiteit van toepassing is, geldt een melding of kennisgeving van een activiteit op grond van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan of een gemeentelijke verordening, zoals die luidde direct voor dat moment, als het verstrekken van informatie op grond van dit omgevingsplan, voor zover voor die activiteit een verplichting geldt om informatie te verstrekken.

3.

Als een wijziging van dit omgevingsplan op een activiteit van toepassing is, geldt een aanvraag om een ontheffing of vergunning voor een activiteit op grond van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan of een gemeentelijke verordening, zoals die luidde direct voor dat moment, als een melding op grond van dit omgevingsplan, voor zover een melding is vereist.

4.

Als een wijziging van dit omgevingsplan op een activiteit van toepassing is, geldt een onherroepelijk maatwerkvoorschrift voor een activiteit op grond van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan of een gemeentelijke verordening, zoals die luidde direct voor dat moment, als een maatwerkvoorschrift op grond van dit omgevingsplan. Dit geldt alleen voor zover de gemeente over die activiteit maatwerkvoorschriften kan stellen op grond van dit omgevingsplan.

Artikel 28.5 Overgangsrecht handhavingsbesluiten Als een wijziging van dit omgevingsplan op een activiteit van toepassing is, en voor dat moment een overtreding heeft plaatsgevonden, een overtreding is aangevangen of het gevaar voor een overtreding klaarblijkelijk dreigde, en een bestuurlijke sanctie is opgelegd voor die overtreding of dreigende overtreding, blijft het oude recht op die bestuurlijke sanctie van toepassing tot het tijdstip waarop: a. de beschikking onherroepelijk is geworden en volledig is uitgevoerd of ten uitvoer is gelegd; b. de beschikking is ingetrokken of is komen te vervallen; of c. als de beschikking gaat om de oplegging van een last onder dwangsom: 1°. de last volledig is uitgevoerd; 2°. de dwangsom volledig is verbeurd en betaald; 3°. de last is opgeheven.

Artikel 28.6 Overgangsrecht binnen de locatie ontwikkelgebied Bestaande rechtmatige activiteiten 'in stand houden bouwwerken' en 'gebruiksactiviteiten' binnen de locatie 'ontwikkelgebied' in strijd met dit omgevingsplan mogen onder de voorwaarden, bedoeld in de artikelen 28.7 en 28.8, worden voorgezet.

Artikel 28.7 Voorwaarden overgangsrecht bouwwerken 1.

48

Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van een wijziging van dit omgevingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning, en afwijkt van dit omgevingsplan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het omgevingsplan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

Artikel 28.8 Voorwaarden overgangsrecht gebruiksactiviteiten 1.

Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van een wijziging van het omgevingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.

2.

Het is verboden het met het omgevingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.

3.

Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.

4.

Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat al in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

Artikel 28.9 Voorrangsbepaling Binnen de locatie 'begrensd gebied' is artikel 22.40 niet van toepassing. WWWW Hoofdstuk 29 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Hoofdstuk 29 Delegatie Afdeling 29.1 Cultureel erfgoed Artikel 29.1 Delegatie functie-aanduiding gemeentelijk monument 1.

Het college is bevoegd de functie-aanduiding gemeentelijk monument, bedoeld in artikel 4.3: a. toe te delen aan gebouwen; b. te wijzigen; c. van gebouwen te verwijderen.

2.

Bij de toepassing van het eerste lid maakt het college gebruik van de selectiecriteria, bedoeld in de beleidsregel inzake de selectiecriteria voor de aanwijzing van gemeentelijke monumenten.

3.

Voordat het college een ontwerpbesluit neemt tot wijziging van de functie-aanduiding gemeentelijk monument, vraagt het advies aan de adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit.

4.

Voordat het college een ontwerpbesluit neemt tot wijziging van de functie-aanduiding gemeentelijk monument, informeert het de eigenaar.

Artikel 29.2 Delegatie vergunningvrije activiteiten gemeentelijk monument Het college is bevoegd de aanwijzing van vergunningvrije activiteiten aan of bij een gemeentelijk monument te wijzigen door aanvulling van artikel 8.21.

Afdeling 29.2 Bodem Artikel 29.3 Delegatie afwijkende kwaliteitseisen toepassen grond of baggerspecie Het college van burgemeester en wethouders kan voor bedrijventerreinen binnen het 'bodembeheergebied grond en baggerspecie' bepalen dat het eerste lid van artikel 11.13 niet van toepassing is.

Artikel 29.4 Delegatie locaties nazorg aanwijzen Het college van burgemeester en wethouders kan de locatie 'locaties nazorg Omgevingswet' wijzigen.

49

XXXX Bijlage I wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Bijlage I Begripsbepalingen

50

aansluitafstand:

afstand tussen een leiding van het distributienet en het deel van het bouwwerk dat zich het dichtst bij die leiding bevindt, gemeten langs de kortste lijn waarlangs een aansluiting zonder bezwaren kan worden gemaakt;

Activiteitenbesluit-bedrijventerrein:

cluster aaneengesloten percelen met overwegend bedrijfsbestemmingen, binnen een in het omgevingsplan als bedrijventerrein aangewezen gebied, daaronder niet begrepen een gezoneerd industrieterrein of een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld;

ander bouwwerk

een bouwwerk, geen gebouw zijnde;

archeologisch deskundige:

een actor geregistreerd archeoloog;

asbestgevoelige locatie

openbare kinderspeelplaatsen, achtertuinen bij woningen, volkstuinen, tuinen en verhardingen die horen bij een school en openbare plantsoenen in woonwijken;

AS SIKB 2000:

AS SIKB 2000: Accreditatieschema Veldwerk bij Milieuhygiënisch Bodem- en waterbodemonderzoek, versie 2.8, 07-02-2014, met wijzigingsblad van 10-02-2018;

bebouwingsgebied:

achtererfgebied en de grond onder het hoofdgebouw, uitgezonderd de grond onder het oorspronkelijk hoofdgebouw;

bindmiddelen

niet-vormgegeven stoffen die aan de bodem worden toegevoegd met als resultaat dat samen met de in de bodem aanwezige grond een stabilisaat ontstaat, waaronder in ieder geval kalk, cement en gips;

bodemfunctieklassen

de klassen die zijn vastgelegd in de bodemfunctiekaart. De meest actuele versie van de bodemfunctiekaart is te vinden via de website www.ozhz.nl/;

bodemgevoelige locatie

een bodemgevoelige locatie als bedoeld in het Besluit kwaliteit leefomgeving in artikel 5.89h;

bodemkwaliteitsklassen

de klassen die zijn vastgelegd in de bodemkwaliteitskaarten. De meest actuele versie van de bodemkwaliteitskaarten is te vinden via de website www.ozhz.nl/;

bodemonderzoek

onderzoeken als bedoeld in paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving;

bouwrijp maken

de volgende werken en werkzaamheden gericht om het geschikt maken van gronden om te bouwen of om in te richten als publiek toegankelijke ruimte: • het ontdoen van bebouwing, bouwresten en andere boven- en ondergrondse obstakels; • het ontgraven, ophogen en egaliseren van het terrein;

•

het verwijderen van struiken, bomen en boomstronken; het dempen van sloten en watergangen; het treffen van grondwaterregulerende maatregelen; het afvoeren van grondwater; het aanleggen van duikers, rioleringen en gemalen, persleidingen; het aanleggen van bouwwegen; het aanleggen en inrichten van bouwpercelen; overige voorkomende werkzaamheden;

•

•

•

•

•

•

•

51

BRL SIKB 2000:

BRL SIKB 2000: Beoordelingsrichtlijn 2000, Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek, versie 5, 12-12-2013;

BRL SIKB 7000:

BRL SIKB 7000: Beoordelingsrichtlijn 7000, Uitvoering van (water)bodemsaneringen en ingrepen in de waterbodem, versie 5, 19-06-2014, met wijzigingsblad van 12-02-2015;

bruto-vloeroppervlakte

bruto-vloeroppervlakte als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving;

concentratiegebied geurhinder en veehouderij:

gebied I of gebied II, bedoeld in bijlage I bij de Meststoffenwet, of een in dit omgevingsplan aangewezen concentratiegebied;

cultureel erfgoed:

monumenten, archeologische monumenten, stads- en dorpsgezichten, cultuurlandschappen en, voor zover dat voorwerp is of kan zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties in het omgevingsplan, ander cultureel erfgoed als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet;

dagrecreatie

een recreatieve activiteit die niet langer dan een dag duurt en waarbij geen overnachting plaatsvindt;

dienstverlening

dienstverlenende activiteiten die bedrijfsmatig worden uitgevoerd in de vorm van diensten aan het publiek, personen, instellingen of andere bedrijven;

distributienet voor warmte:

collectief circulatiesysteem voor het transport van warmte door een circulerend medium voor verwarming of warmtapwater;

gebedshuis:

religieuze gebouwen waaronder een moskee, synagoge en kerk;

geluidgevoelige ruimte

een ruimte als bedoeld in artikel 3.22 van het Besluit kwaliteit leefomgeving;

geurgevoelig object:

a.

gebouw:

i.

b.

52

dat op grond van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit mag worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf; en; ii. dat gezien de aard, indeling en inrichting geschikt is om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf; en iii. dat permanent of op een daarmee vergelijkbare wijze wordt gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf; of geurgevoelig gebouw dat nog niet aanwezig is, maar op grond van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit mag worden gebouwd;

gezoneerd industrieterrein:

industrieterrein als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder zoals die wet luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet;

Groepsrisico (GR)

de kans op het overlijden van een groep van tien of meer personen per jaar als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval veroorzaakt door een activiteit;

grondstabilisatie

het stabiliseren van de bodem tot een stabilisaat als gevolg van de toevoeging van bindmiddelen aan de bodem;

grondwatergevoelige locatie

een locatie als bedoeld in artikel 7.28 van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening;

grondwatergevoelig gebouw

een gebouw als bedoeld in artikel 7.27 van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening;

grondwaterverontreiniging

een verontreiniging als bedoeld in artikel 7.30 van de ZuidHollandse Omgevingsverordening (ZHOV);

handreiking aandachtsgebieden hogedrukgasleidingen

handreiking aandachtsgebieden in het omgevingsplan d.d. 24 maart 2023 (referentie BI3055I&BRP002F03) - Module A - Hogedruk aardgastransportleidingen, door Royal Haskoning DHV in opdracht van Gasunie/Velin.);

hoogovenslak

slak die is vrijgekomen bij de bereiding van ruwijzer in een hoogoven;

horeca

het bedrijfsmatig verstrekken van dranken en/of spijzen, voor gebruik ter plaatse en/of nachtverblijf. Onder horeca wordt mede verstaan een afhaalwinkel/-centrum. In deze regels zijn de hierna te noemen klassen/categorieën van bedrijven te onderscheiden;

horeca-1

een horecabedrijf dat is gericht op het hoofdzakelijk overdag en in de avond verstrekken van dranken en etenswaren en/of het bieden van nachtverblijf, zoals een café, een restaurant, een croissanterie, een snackbar, een koffiehuis, een hotel;

horeca-2

een horecabedrijf dat voor het goed functioneren ook ’s nachts geopend moet zijn en dat tevens een groot aantal bezoekers aantrekt, zoals een discotheek, dancing, nachtclub;

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/907/documents/40591