CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Onderzoeksrapport over de financiele en beleidsvrije ruimte van gemeenten.pdf

Commissie Bestuur en Middelen Dordrecht 30 maart 2021, gemeente DordrechtBij agendapunt: 10: Onderzoeksrapport over de financiele en beleidsvrije ruimte van gemeenten34.740 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

6^, Van: Onderwerp:

DIV FW: aanbieding onderzoeksrapport over de financiële en beleidsvrije ruimte van gemeenten in Zuid-Holland Brief Gedeputeerde Staten aan de 52 Zuid-Hollandse gemeenten over onderzoek naar de financiële en beleidsvrije ruimte van gemeenten in Zuid-Holland.pdf; Onderzoeksrapport Berenschot 'Roeien met te korte riemen'.pdf; Inventarisatie ontwikkeling financiële positie gemeenten Provincie Zuid-Holland.pdf; Quick Scan rapportage Berenschot.pdf; Brief Gedeputeerde Staten aan het kabinet over de financiële situatie van gemeenten d.d. 25-06-2020.pdf; Brief Gedeputeerde Staten aan minister van Binnenlandse Zaken over onderzoek naar de financiële en beleidsvrije ruimte van gemeenten in Zuid-Holland.pdf

Bijlagen:

Van: Bryan Ligterink <b.ligterink(8)Dzh.nl> Verzonden: vrijdag 5 maart 2021 12:34 Aan: Bryan Ligterink <b.ligterinkg>pzh.nl> Onderwerp: aanbieding onderzoeksrapport over de financiële en beleidsvrije ruimte van gemeenten in Zuid-Holland

Beste griffies, gemeentesecretarissen en bestuurssecretariaten. Bij deze zend ik u het onderzoeksrapport 'Roeien met te korte riemen' toe inclusief bijbehorende aanbiedingsbrief en bijlagen. Berenschot heeft in opdracht van de provincie Zuid-Holland de financiële en beleidsvrije ruimte van gemeenten onderzocht. Meer informatie vind u onder andere in de brief gericht aan de Zuid-Hollandse raden en colleges. Graag vraag ik u dan ook deze door te geleiden naar raad en colleges.

Alvast hartelijk bedankt! Bryan Ligterink MSc Beleidsadviseur Bestuurlijke Zaken Afdeling Bestuur

provincie Zuid'Holland M 06 55 44 97 81 E b.ligterinkg>p;h.nl

LI https://www.linkedin.com/in/brvanligterink/ www.zuid-holland.nl/contact Werkdagen: ma, di, wo, do, vr

Elke dag beter. Zuld-Holland.

i

Gedeputeerde Staten

Contact

Jaap Smit Floor Vermeulen Postadres Provinciehuis

PrZUIDHOLLAND

Postbus 90602 2509 LP Den Haag T 070 - 441 66 11 www.zuid-holland.nl Datum

Zie verzenddatum linksonder

Aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, mevrouw drs. K.H. Ollongren

Ons kenmerk PZH-2021-766563291 DOS-2020-0005265 Belagen

3

Onderwerp

Onderzoek naar financiële en beleidsvrije ruimte van gemeenten in Zuid-Holland

Geachte mevrouw Ollongren, Recent schreef u in uw brief over de Staat van het Bestuur: ‘Een goed functionerend openbaar bestuur is voor iedereen van zeer groot belang, nu wellicht meer dan ooit ’ De ernst van de

maatschappelijke crisis die het Corona-virus ons heeft gebracht vraagt het uiterste van ons improviserend, communicerend en handelend vermogen Niet alleen van ons als overheden, maar ook van onze inwoners, maatschappelijke organisaties en bedrijven Wij zijn u erkentelijk voor de inzet die u pleegt om de decentrale overheden hierin te ondersteunen en we onderschrijven het belang van een goed functionerend openbaar bestuur Als hoeder van de kwaliteit van het

Bezoekadres

openbaar bestuur op ons grondgebied en vanuit onze rol als toezichthouder op de financiën van de gemeenten dragen wij hier actief aan bij Het is daarom dat wij u willen informeren over een, in onze opdracht, door bureau Berenschot uitgevoerd onderzoek naar de financiële en beleidsvrije ruimte van gemeenten in Zuid-Holland, en vragen wij uw aandacht voor de problematiek die daarin naar voren komt.

Zud-Hoiiendpiein 1

2596 AW Den Haag

Al langere tijd worden de financiële problemen bij gemeenten ervaren en aangekaart

Tram 9 en de buslijnen

Aanleiding voor dit onderzoek zijn de zorgwekkende signalen die wij van onze gemeenten hebben ontvangen over hun financiële situatie Als provincie herkennen wij dit beeld Daarom hebben wij

90 385 en 386 stoppen

dichtbij het provinciehuis Vanaf station Den Haag CS is

het tien minuten lopen

De parkeerruimte voor

auto s is beperkt

op 25 juni 2020 een brief naar het kabinet verstuurd over de financiële situatie van onze gemeenten In deze brief hebben wij onze zorgen geuit over deze financiële ontwikkeling en de beperkte mogelijkheden die gemeenten hebben om daar verbetering in aan te brengen. Dit wordt grotendeels, maar niet uitsluitend, veroorzaakt door de structurele tekorten in het sociaal domein

Zoals ook benoemd in onze brief hebben deze tekorten goeddeels een onvermijdelijk en structureel karakter. De uitvoering van deze taken is immers vanuit medebewind in steeds strakkere

regelgeving verankerd, georganiseerd via deels opgelegde samenwerkingsverbanden en gestuurd vanuit een groeiend volume Wij hebben vorig jaar al waargenomen dat gemeenten deze tekorten

vaak alleen nog kunnen compenseren binnen de vrije ruimte die zij wél hebben, en dat betreft dan hun autonome lokale taken en voorzieningen.

PZH 2021 766563291 dd 02 03 2021

pr^"^ Holland Zuid

Diverse onderzoeken onderschrijven de problematiek, die ook in omvang verder toeneemt Ten tijde van onze brief vorig jaar werd aangegeven dat er nog veel onzekerheid en onvoldoende informatie was over de omvang van de structurele tekorten en benodigde middelen. Het is daarom dat wij het onderzoeksbureau Berenschot gevraagd hebben om objectief en gebaseerd op feitelijke

informatie onze waarnemingen tegen het licht te houden

In de tussentijd zijn diverse

belangwekkende rapporten uitgebracht Of het nu gaat om de structurele tekorten als gevolg van de uitvoering van de jeugdzorg en het WMO-abonnementstarief, of de benodigde middelen voor

realisatie Klimaatakkoord en de invoering van de Omgevingswet, alle laten zien dat gemeenten voor forse (financiële) uitdagingen staan De bevindingen uit het rapport van Berenschot onderschrijven niet alleen de door de provincie en gemeenten genoemde waarnemingen, maar ook die uit uw Staat van het Bestuur 2020. In de rapporten komt duidelijk het beeld naar voren dat een stapeling van meerdere factoren veroorzaakt

dat gemeenten steeds minder financiële en beleidsvrije ruimte hebben De financiële situatie van gemeenten is op dit moment al zorgelijk, en zal zonder ingrijpen alleen maar slechter worden. De totale solvabiliteit van de gemeenten in Zuid-Holland is in de periode van 2010-2019 met ruim 17% afgenomen, en deze ontwikkeling zet dus door. Meer dan de helft van de Zuid-Hollandse gemeenten lukt het niet om een structureel sluitende begroting of meerjarenraming vast te stellen. Daarnaast blijkt uit het rapport van Berenschot dat een steeds groter deel van de gemeentelijke begroting opgaat aan medebewindstaken waar gemeenten minder beleidsvrijheid hebben (van 44,4% in 2011 naar 61,5% in 2019). Binnen het sociaal domein blijkt bijvoorbeeld dat waar de tekorten het grootst zijn (bij de jeugdzorg), de sturingsmogelijkheden juist het kleinst zijn. En deze ruimte wordt niet alleen steeds verder beperkt door de financiële mogelijkheden, maar ook door

kaders vanuit het Rijk, jurisprudentie en de toenemende regionalisering Naast het uitblijven van structurele dekking voor de tekorten in het sociaal domein en de benodigde middelen voor de grote transitieopgaven. ziet Berenschot een groot risico in een mogelijke economische neergang als gevolg van de coronacrisis. In dat geval zal het aantal mensen met een hulpvraag richting de gemeenten hoogstwaarschijnlijk stijgen. Mocht het om dezelfde aantallen gaan als tijdens de financiële crisis in 2008 dan kan het tekort binnen het sociaal domein voor de gemeenten in Zuid-Holland oplopen tot € 500 miljoen op jaarbasis.

Het Rijk is nu aan zet om de problemen structureel op te lossen De diverse onderzoeken en de Staat van het Bestuur 2020 maken duidelijk dat de bestuurlijke

inrichting te maken heeft met twee structurele problemen: Onvoldoende financieel evenwicht tussen de opgaven waar decentrale overheden voor staan en de mate waarin zij financieel afhankelijk zijn van de rijksoverheid, respectievelijk mogelijkheden hebben om zelf financieel bij te sturen; Een disbalans tussen autonomie en medebewind, waarbij wij zien dat de grondwettelijke betekenis van de autonomie van de decentrale overheden sterk vervaagt.

Alle decentrale overheden hebben steeds meer last van deze twee problemen die wij als provincie Zuid-Holland en gemeenten niet zelf kunnen oplossen. Wij hebben het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Tweede Kamer hierbij nodig. Wij sluiten in dit opzicht aan bij

2/3

PZH 2021 766563291 dd 02 03 2021

pr7.'.n.^ Holland Zuid

het pleidooi van de VNG en steunen uw overtuiging dat een betere toerusting van overheden

cruciaal is voor de verbondenheid met inwoners. Wij voegen daar graag aan toe dat dit cruciaal is voor de leefbaarheid en vitaliteit van onze gemeenschappen en het welzijn van onze inwoners.

Wij vragen u met klem om deze problematiek met prioriteit onder de aandacht te brengen bij de samenstelling en de start van het nieuwe kabinet Het Rijk is aan zet om deze structurele problemen structureel op te lossen. Dit vraagt om een integrale blik en oplossingen in de volle breedte omdat het gaat om een stapeling van alle taken en opgaven waar we samen als Rijk en decentrale

overheden voor staan. Hier kan niet meer lang mee gewacht worden omdat bij ongewijzigd beleid de problemen alleen maar zullen verergeren.

U kunt ons aan uw zijde vinden in het versterken van het openbaar bestuur. Wij hopen dat u, uw eventuele opvolger en de nieuwe leden van de Tweede Kamer dit onderwerp voortvarend oppakken. Zo zijn we beter in staat om de huidige en toekomstige uitdagingen samen het hoofd te

kunnen bieden. Wij zijn als provincie Zuid-Holland bereid om daar altijd constructief het gesprek over aan te gaan. Hoogachtend,

Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland. secretaris. voorzitter,

4^ dra. H M M Koek

dra. J. Smit

Bijlagen

1. Onderzoeksrapport Berenschot 'Roeien met te korte riemen* 2. Quick Scan financiën gemeenten Zuid-Holland 3. Brief Gedeputeerde Staten aan het kabinet over de financiële situatie van gemeenten d d. 25-06-2020

Afschrift aan:

- De 52 gemeentebesturen van de Zuid-Hollandse gemeenten - De Vereniging voor Zuid-Hollands Gemeenten - De Provinciale Staten van Zuid-Holland - De leden van de Tweede en Eerste Kamer der Staten-Generaal - Het Interprovinciaal Overleg - De Zuid-Hollandse Vereniging van Waterschappen

3/3

PZH 2021 766563291 dd 02 03 2021

Gedeputeerde Staten

Contact

Jaap Smit Floor Vermeulen Postadres Provinciehuis

PrZuÏDHOLLAND

Postbus 90602 2509 LP Den Haag T 070-441 66 11 www.zuid-holland nl Datum

Zie verzenddatum linksonder

Aan de colleges van burgemeester en wethouders en gemeenteraden van de 52 Zuid-Hollandse gemeenten

Ons kenmerk PZH-2021-766563291 DOS-2020-0005265

Onderwerp

Onderzoek naar financiële en beleidsvrije ruimte van gemeenten in Zuid-Holland

Geachte collegeleden en raadsleden. Hierbij bieden wij u het onderzoeksrapport 'Roeien met te korte riemen’ van het bureau Berenschot aan. Dit onderzoek is in opdracht van de provincie uitgevoerd met als doel om meer inzicht te krijgen in de feitelijke financiële en beleidsvrije ruimte van gemeenten.

Zuid-Hollandse gemeenten hebben het afgelopen jaar de noodklok geluid over hun financiële situatie. Ook dit jaar is gebleken dat veel gemeenten moeite hebben om structureel evenwicht in hun begroting te presenteren Dat komt vooral door de financiële tekorten in het sociaal domein. Hier bovenop komen de gevolgen van de coronacrisis, waarvan nog niet altijd helder is hoe groot

Bezoekadres Zwd-HoMendpiom 1

2596 AW Den Haag

Tram 8 en da bvelijnen

die zijn en of het Kabinet ze volledig compenseert. Als provincie Zuid-Holland delen wij deze zorgen Met een groot aantal gemeenten is hierover in het najaar intensief overlegd Ook is verschillende keren in regionaal verband met de wethouders financiën over de ontwikkelingen in de gemeentefinanciën gesproken. Deze signalen hebben er vooralsnog niet toe geleid dat het kabinet is overgegaan tot een structurele verruiming van de gemeentelijke budgetten De urgentie is de afgelopen periode, door onderzoeken, brieven en acties van wethouders bij de Tweede Kamer, wél vergroot

90. 365 en 386 sloppen

dKhtbii het

Om de zorgwekkende ontwikkeling onder de aandacht te brengen hebben wij op 25 juni 2020 een

provmoehuis Venei

brief aan het kabinet gestuurd Ten tijde van deze brief werd door het Rijk aangegeven dat er nog veel onzekerheid en onvoldoende informatie was over de omvang van de structurele tekorten en benodigde middelen Het is daarom dat wij het onderzoeksbureau Berenschot gevraagd hebben om objectief en gebaseerd op feitelijke informatie onze waarnemingen tegen het licht te houden In

station Den Haag CS »

hel ben minuten lopen

De parkeerruimte voor auto s Is beperkt

0

£

de tussentijd zijn belangwekkende rapporten uitgebracht. Of het nu gaat om de structurele tekorten als gevolg van de uitvoering van de jeugdzorg en het WMO-abonnementstarief, of de benodigde middelen voor realisatie Klimaatakkoord en invoering van de Omgevingswet, alle laten zien dat gemeenten voor forse (financiële) uitdagingen staan

B

PZH 2021 766563291 dd.O2 O3 2021

p™''Holland Zuid

De financiële situatie van gemeenten is, en blijft in toenemende mate zorgwekkend De onderzoeksresultaten bevestigen ons beeld dat gemeenten niet alleen structureel onvoldoende middelen krijgen, maar dat de financiële situatie in de toekomst naar verwachting alleen maar verder zal verslechteren De meeste gemeenten hebben de afgelopen jaren hun begroting nog op orde kunnen krijgen door bezuinigingen, het verhogen van belastingen en het aanspreken van hun reserves Het totale eigen vermogen van gemeenten in Zuid-Holland is in de periode van 20102019 met 1,3 miljard afgenomen Hierdoor is de totale solvabiliteit met ruim 17% afgenomen, en deze ontwikkeling zet dus door. Ook blijkt uit onze eigen inventarisatie dat het meer dan de helft van de Zuid-Hollandse gemeenten niet lukt om een structureel sluitende begroting of meerjarenraming vast te stellen.

In de rapporten komt duidelijk naar voren dat een stapeling van factoren eraan bijdraagt dat gemeenten steeds minder financiële en beleidsvrije ruimte hebben. Financieel wordt dat niet alleen veroorzaakt door de evidente tekorten in de Jeugdzorg en WMO, maar heeft dit ook te maken

gehad met een lange nasleep van de economische crisis in 2008 Daarnaast vragen nieuwe interbestuurlijke opgaven rondom klimaat en energie, circulaire economie en de invoering van de Omgevingswet om structurele bijdragen van gemeenten Dit wordt nu veelal via incidentele middelen of via deals (waarbij cofinanciering benodigd is) bekostigd

Gemeenten hebben steeds minder sturingsmogelijkheden en keuzevrijheid Voor de beleidsvrije ruimte laten de resultaten zien dat een steeds groter deel van de gemeentelijke begroting opgaat aan medebewindstaken waar gemeenten minder beleidsvrijheid in hebben (van 44,4% in 2011 naar 61,5% in 2019). Binnen het sociaal domein blijkt bijvoorbeeld dat waar de tekorten het grootst zijn (bij de jeugdzorg), de sturingsmogelijkheden juist het kleinst zijn. En deze

ruimte wordt niet alleen steeds verder beperkt door de financiële mogelijkheden, maar ook door kaders vanuit het Rijk, jurisprudentie en de toenemende regionalisering. Meerdere reële risico's maken het toekomstbeeld nog minder rooskleurig Volgens Berenschot zullen bij ongewijzigd beleid de zorgen voor gemeenten alleen maar verder

toenemen. De (financiële) afspraken over grote transitieopgaven zijn nog niet duidelijk en beslissingen over structurele tegemoetkomingen voor het sociaal domein worden overgelaten aan een volgend kabinet. Daar komen in potentie nog de mogelijke gevolgen van covid-19 bij. Als de coronacrisis leidt tot een economische neergang, zal het aantal mensen dat een beroep doet op de inkomensvoorzieningen bij gemeenten hoogstwaarschijnlijk stijgen Mocht het om dezelfde

aantallen gaan als tijdens de financiële crisis in 2008 dan kan het tekort binnen het sociaal domein

voor de gemeenten in Zuid-Holland oplopen tot € 500 miljoen op jaarbasis. Het Rijk is aan zet om de problemen ook structureel op te lossen De bevindingen uit het rapport ondersteunen onze inzet om de positie van gemeenten onder de aandacht te brengen bij het Rijk en Tweede Kamer. Gemeenten spelen een cruciale rol in het bijdragen aan de vitaliteit en leefbaarheid van gemeenschappen Er is nu onvoldoende evenwicht tussen de opgaven waar gemeenten voor staan en de mogelijkheden om de taken en ambities waar te maken Deze structurele disbalans zorgt ervoor dat de betekenis van gemeentelijke autonomie zich steeds meer beperkt tot het maken van keuzes waar nog op bezuinigd kan worden. Waar dit leidt tot verdere afkalving van voorzieningen of het niet kunnen bieden van oplossingen

2/3

PZH 2021 766563291 dd 02 03 2021

Zuid

Holland

voor maatschappelijke opgaven raakt dit het welzijn van onze inwoners en het vertrouwen in de

overheid en lokale democratie. Deze problemen kunnen gemeenten en wij als provincie niet alleen

oplossen. Hiervoor hebben wij het Rijk en de Tweede Kamer nodig, zoals ook blijkt uit het onderzoek van AEF naar de jeugdzorg Wij zullen ons blijven inzetten richting het Rijk en Tweede Kamer om tot meer evenwichtige bestuurlijke en financiële verhoudingen te komen Wij hebben daarom ook een brief aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties verstuurd over de uitkomsten van dit onderzoek.

Uiteraard zijn wij bereid om de uitkomsten van het rapport verder toe te lichten.

Hoogachtend,

Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland,

secretaris,

>

dra. H.M.M. Koek

drs. J Smit

Bijlagen

1. Onderzoeksrapport Berenschot 'Roeien met te korte riemen* 2 Quickscan financiën gemeenten Zuid-Holland 3. Brief Gedeputeerde Staten aan het kabinet over de financiële situatie van gemeenten d.d. 25-06-2020 4 Brief Gedeputeerde Staten aan minister van Binnenlandse Zaken over onderzoek naar de financiële en beleidsvrije ruimte van gemeenten in Zuid-Holland d.d. 03-03-2021 5. Inventarisatie ontwikkeling financiële positie gemeenten Provincie Zuid-Holland Afschrift aan:

- De Provinciale Staten van Zuid-Holland - De leden van de Tweede en Eerste Kamer der Staten-Generaal - De Vereniging voor Zuid-Hollands Gemeenten

- Het Interprovinciaal Overleg - De Zuid-Hollandse Vereniging van Waterschappen

3/3

PZH 2021 766563291 dd 02 03 2021

Roeien met te korte riemen Onderzoek naar de financiële positie en beleidsruimte van gemeenten in Zuid-Holland Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van de provincie Zuid-Holland

provincie Zuid'Holland

3 maart 2021

2

Roeien met te korte riemen | Financiële positie en beleidsiuimte gemeenten in Zuid Holland

Waarom dit onderzoek? De sfeer in gemeenteland is gespannen. Steeds meer gemeenten geven aan dat ze

financieel in zwaar weer zitten, met grote risico’s voor de gemeenschap. En ze moeten roeien met de riemen die ze hebben. Met weinig middelen en met een beperkte eigen beleidsruimte, zo is het gevoel.

Sterk oplopende tekorten Wat zien de gemeenten als de oorzaak van de penibele financiële situatie van gemeenten? Een aantal factoren speelt daarbij een rol: het beeld dat het sociaal domein overmatig fors op de begroting drukt, dat er groeiende tekorten zijn en dat het Rijk steeds meer uitvoerende taken naar de ‘eerste overheid'

over hevelt. Tegelijkertijd worden gemeenten gekort (het Rijk ging ervanuit dat gemeenten de overgehevelde taken efficiënter en dus goedkoper konden uitvoeren) en fluctueert de hoogte

Coronacrisis versterkt zorgen en onzekerheid Naast grote zorgen over de huidige financiële positie, zijn er zorgen over de financiële gevolgen van de coronacrisis. Gemeenten zien zich geconfronteerd met aanvullende taken, maatschappelijke problemen en dalende inkomsten en moeten

extra maatregelen nemen. Het Rijk en de VNG (Vereniging van Nederlandse Gemeenten) hebben afspraken gemaakt om gemeenten financieel te compenseren.

van de algemene uitkering die gemeenten uit het gemeente­

fonds ontvangen. Zo is het beeld.

De gemeenten hebben verdeeld over drie coronapakketten

Als opdrachtgever heeft de provincie Zuid Holland de

in totaal een compensatie gekregen van ruim € 1,5 miljard (Rijksoverheid, december 2020). Ondanks de compensatie en het bevriezen van het gemeentefonds-accres (het bedrag

volgende hoofdvraag voor het onderzoek meegegeven:

wordt nog in voldoende mate voldaan aan het grond­ wettelijke uitgangspunt van autonomie en open huishouding van gemeenten in Zuid-Holland?

waarmee het beschikbare bedrag van het gemeentefonds jaarlijks wordt aangepast) voor twee jaar, houden gemeenten hun hart vast voor de langetermijneffecten van de coronacrisis.

Deze hoofdvraag wordt beantwoord aan de hand

van de volgende deelvragen: •

Hoe heeft de financiële ruimte van

Donkere wolken boven grote ambities en opgaven

Zuid Hollandse gemeenten zich ontwikkeld? •

Hoe heeft de beleidsmatige ruimte van Zuid-Hollandse gemeenten zich ontwikkeld?

•

In hoeverre kunnen Zuid Hollandse gemeenten bijdragen aan de interbestuurlijke opgaven voor de komende jaren?

provincie Zuid'Holland

De komende jaren krijgen gemeenten te maken met stevige opgaven op het gebied van klimaat en energie. Daarnaast willen ze aan de slag om hun ambities te realiseren, zoals die zijn vastgelegd in het Interbestuurlijk Programma (IBP). Die opgaven en ambities staan op gespannen voet met de financiële

onzekerheden in de toekomst. Denk aan de herijking van het gemeentefonds, een mogelijk ander belastingstelsel, meer

regionale financiering et cetera. Veel gemeenten ervaren deze onzekerheden als ‘donkere wolken'.

B

3

Roeien met te korte riemen | Financiële positie en beleidsruimte gemeenten in Zuid Holland

Gemeenten en provincies komen in actie

Autonomie versus afhankelijkheid Gemeenten vormen een autonome bestuurslaag en hebben een

Gemeenten zien hun financiële toekomst somber in. Hoe somber bleek wel op donderdag 2 juli 2020. Voorafgaand aan

het debat over de gemeentefinanciën dat plaatsvond in de Tweede Kamer voerden gemeentebesturen actie. Zij werden

gedreven door het gevoel dat het water hen aan de lippen staat

en dat de inwoners straks de dupe worden van de financiële malaise. Ook de provincies lieten van zich horen en trokken

‘open huishouding'. Tegelijkertijd zijn ze afhankelijk van het gemeentefonds en de Rijksoverheid als ‘hogere wetgever’. Is het

gerechtvaardigd dat gemeenten worden ‘gedwongen' taken op

een bepaalde manier uit te voeren - zonder afdoende middelen - als het realiseren van hun traditionele taken en ambities en hun vermogen daardoor onder druk komen te staan?

In hoeverre zijn gemeenten een autonome bestuurslaag?

aan de bel bij het Rijk. Als toezichthouders nemen zij het

signaal van gemeenten 'dat het zo niet langer gaat,’ heel serieus.

Op zoek naar antwoorden Eind 2020 gaf minister Oilongren in de Kamer aan dat onder­ zoek wordt gedaan naar de financiële positie van gemeenten

om in beeld te brengen of middelen voldoende waren om taken uit te voeren. Het onderzoek naar de tekorten in de jeugdzorg

toonde al aan dat de structurele tekorten voor dit specifieke onderwerp aanzienlijk zijn, het structurele tekort voor alle

In dit onderzoek gaan we op zoek naar antwoorden op deze

vragen, kijkend vanuit een financieel perspectief, met speciale aandacht voor het sociaal domein en de beleidsruimte van gemeenten.

gemeenten in Nederland wordt geschat op een bedrag tussen € 1,6 miljard en € 1,8 miljard per jaar (AEF, 2020a). Het andere onderzoek, naar de financiële positie van gemeenten in

Kl>i|

Nederland, is naar verwachting binnenkort gereed. Verder beleid omtrent toekenning van aanvullende middelen wordt

Hoe zorgwekkend is de financiële situatie van gemeenten werkelijk?

aan het volgende kabinet overgelaten.

In hoeverre hebben gemeenten voldoende beleidsvrijheid?

Behoefte aan kwantitatieve onderbouwing Gemeenten lopen te hoop tegen het Rijk en de provincies steunen ‘hun’ gemeenten. Maar niemand weet precies hoe het zit. Zowel van de kant van de gemeenten als van het

Rijk is de problematiek nog niet duidelijk in kaart gebracht en gekwantificeerd. Hoe groot zijn de financiële problemen van de gemeenten nu eigenlijk? De meeste gemeenten presenteren

een sluitende meerjarenbegroting, maar ten koste van welke maatschappelijke opgaven en ambities? Wat gaat er verloren? Komt het grondwettelijk uitgangspunt van autonomie en open

huishouding van de gemeenten niet in gevaar? Op dit soort

vragen is nog geen goed antwoord, zodat het debat blijft hangen in casuïstiek en beeldvorming.

B

Figuui 1

Dwarsdoorsnede» onderzoek

4

Roeien «net te korte riemen | Fir anciele positie en beleidsruimte gemeenten m Zuid Holland

Samenwerking met deskundigen Om tot relevante en betrouwbare resultaten en interpretaties te komen, hebben we voor ons onderzoek samengewerkt met een panel van hoogleraren en deskundigen van gemeenten in

Zuid-Holland en met een duidingscommissie van twee hoog­

leraren en een ervaren bestuurder. Het panel heeft gekeken naar definities, formats en de onderzoeksopzet.

Begeleidingscommissie Dr Tjerk Budding Hoofddocent management and Financial Accounting, Vrije Universiteit Amsterdam Prof. dr. Martijn Croenleer Hoogleraar Regionaal Recht en Bestuur,

Duidingscommissie

■ Prof. mr. dr. Henk Addink I Hoogleraar bestuursrecht en goed bestuur (em ), I Universiteit Utrecht Drs. Bas Eenhoorn

Burgemeester gemeente Vlaardingen

Tilburg University

Prof. dr. Barbara Vis Hoogleraar Politiek en Bestuur,

*

B

Tf

Universiteit Utrecht

1

Prof. dr. Olaf van Vliet

Bijzonder Hoogleraar Sociale Zekerheid en

Arbeidsmarkt in Internationaal Perspectief, Universiteit Leiden

Prof. dr. Klaartje Peters

Bijzonder hoogleraar Lokaal en regionaal bestuur, Maastricht University

5

Roeien met te korte riemen | Financiële positie en beleidsruimte gemeenten in Zuid-Holland

De financiële analyse: afname vermogen, stijging kosten sociaal domein We starten met een analyse van de financiële situatie van gemeenten in

Zuid-Holland over de periode 2011-2019. In deze analyse kijken we specifiek naar de totale exploitatieresultaten en naar de ontwikkeling van de financiële positie.

Op verschillende plaatsen in de tekst kunt u ‘doorklikken’ voor bijvoorbeeld een

verdiepende analyse of meer gedetailleerde informatie.

Financiële problemen spelen al langer, maar inhoud verschilt In figuur 2 is voor de periode 2011-2019 voor ieder jaar het to­

Duidelijk is dat de gemeenten in Zuid-Holland van 2011 tot

tale saldo van de jaarrekening van gemeenten in Zuid-Holland weergegeven, vóór mutaties reserves en bestemming resultaat.

2015, dus nog voor de decentralisatie van het Sociaal Domein, al aanzienlijke financiële tekorten hadden. In de nasleep van

1 €300

de economische crisis van 2008 zien we financiële proble­ men ontstaan in het ruimtelijk domein (figuur 26) en sociaal domein (1) (figuur 9). In de jaren 2015 en 2016 is er een lichte

2

■

€200

179

€K» -

opleving en laat de jaarrekening positieve cijfers zien. Vanaf 2016 ontstaan opnieuw tekorten en dat is opmerkelijk, gezien

€0

-38

€ -KX) 143

114

-124

-1S4

€ 200

het sociaal domein (2) (figuur 10).

235

€ -300 334

€ -400 2011

Figuur 2

B

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

de economische hoogconjunctuur. De belangrijkste oorzaak van deze nieuwe financiële tegenvaller zijn de tekorten binnen

2019

Het totale aaldo van de Jaarrekening van gemeenten in Zuid-Holland.

6

Roeien met te korte riemen | Financiële positie en beleidsruimte gemeenten in Zuid Holland

Eigen vermogen gemeenten neemt fors af

“Wij zijn ieder jaar bezig met nieuwe bezuinigings­

rondes op het sociaal domein. Ook dit jaar moeten we weer snijden, is de verwachting. De rek is er hier

In de volgende figuur is de solvabiliteitsratio gemeenten in Zuid-Holland in 2010 en 2019 gepresenteerd. De solvabiliteits­

praktisch wel uit."

Strateeg gemeente Leiden

ratio geeft inzicht in de mate waarin de gemeente aan zijn fi­ nanciële verplichtingen kan voldoen. Wat opvalt, is dat de kaart

“Wij gaan nog één keer een bezuinigingsoperatie doen.

van Zuid-Holland steeds meer geel en rood kleurt in 2019. Dat

Daarbij moeten we keuzes maken die ons dwingen om

betekent dat de solvabiliteitsratio van de betreffende gemeenten in deze periode achteruitging. Van gemiddeld 35,5% in 2010

Controller gemeente Krimpenerwaard

basisvoorzieningen op te heffen."

naar 29,4% in 2019. De daling van het eigen vermogen van

gemeenten is de belangrijkste oorzaak van deze achteruitgang.

Dc situatie bij gemeenten is extra zorgelijk, omdat het aantal

gemeenten met financiële problemen voorlopig nog niet minder lijkt te worden. Zo blijkt uit onderzoek naar de gemeentelijke begroting 2021 dat maar liefst 79% van de gemeenten een

1

tekort voorziet, tegenover 65% in 2019 (BDO, 2021). 194

Figuur 3

2019

Ontwikkeling solvabiliteitsratio gemeenten Zuid-Holland 2010-2019.

195

193

19.4

19.6

169

16.9

169

40*

HBKHI 111111111 i:

SOm

€ IS

2010

19.4

€»

2O«

S*

CS «oJ

2010

2011

2012

I Aetna

Figuur 4

Tekorten dekken met eigen vermogen

2013

2014

2O1S

2016

Irganvwrmogan

2017

2016

2019

— SokatoaiUM

ontwikkeling solvabiliteitsratio en eigen vermogen gemeenten Zuid Holland 2010-2019

De solvabiliteitsratio laat zien in hoeverre de gemeente in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen (figuur 4). Het gezamenlijke balanstotaal van de gemeenten is over de periode 2010-2019 relatief stabiel. In 2010 bedroeg het totaal

van de activa € 19,4 miljard, tegen € 18,9 miljard in 2019, een daling van ongeveer 2,6%. Het eigen vermogen van de gemeenten is in dezelfde periode een stuk sneller gedaald In

Klik op de onderstaand kaartje van de provincie Zuid-Holland voor verdiepende gegevens per gemeenten op het gebied van solvabiliteit (%), beleidsruimte begroting (%), aandeel sociaal domein begroting (%), aandeel GR’en begroting (%) en de ver­ wachte aanvullende apparaatskosten t/m 2030 met betrekking tot de energietransitie.

2010 bedroeg het totale eigen vermogen nog € 6,9 miljard, in 2019 was dit gedaald tot € 5,6 miljard, een daling van 18,9%l

De totale solvabiliteit van alle gemeenten in Zuid-Holland samen, berekend door het eigen vermogen te delen door de totale activa, is in de periode 2010-2019 gedaald van 35,51% in 2010 naar 29,44% in 2019. De daling van de totale solvabiliteit

van gemeenten in Zuid-Holland is ruim 17% in de periode 2010-2019.

Figuur 5

B

Gemeenten In Zuid-Holland

7

Roeien met te korte riemen | Financiële positie en beleidsruimte gemeenten in Zuid Holland

Aantal financiële problemen in sociaal domein neemt toe

Wat opvalt, is dat het sociaal domein qua kosten al vóór de

decentralisaties in 2015 veruit de grootste kostenpost was.

Wat zijn nu precies de 'hete hangijzers’ in het sociaal domein

In 2014 besloeg het sociaal domein met € 3,8 miljard, dus

als het gaat om kosten en beleidsruimte? Om hier goed zicht op te krijgen, hebben we vijf casussen samen gesteld. Gebaseerd op

ruim een derde (34%) van de totale lasten. Bij de start van de decentralisaties in 2015 namen de totale lasten voor het sociaal domein toe met zo’n € 1,5 miljard tot € 5,3 miljard. Deze

reële situaties. De omgeving en personen zijn fictief. De casus­ sen beschrijven de belangrijkste thema’s in het sociaal domein. Aan de hand van deze casussen zijn we in gesprek gegaan met gemeenten (bestuurders en ambtenaren). De vraag was: zijn dit

inderdaad de vijf belangrijkste thema’s in het sociaal domein en illustreren deze casussen voldoende de knelpunten waar je als gemeente tegenaan loopt? De casussen geven een duide­

stijging betekent dat de kosten voor het sociaal domein na 1 januari 2015 stegen tot ongeveer 43% van de totale lasten van € 12,4 miljard. In de jaren erna zijn de lasten voor het

sociaal domein verder gestegen, naar € 5,6 miljard in 2019. Het sociaal domein is qua aandeel van de jaarrekening echter niet verder toegenomen.

lijk beeld van de situatie in de praktijk en de problemen waar gemeenten en inwoners mee worstelen.

Flinke verschuivingen van posten binnen begroting en jaarrekening In de onderstaande figuur (7) van de jaanekening van de gemeenten in Zuid-Holland zien we de ontwikkeling van de kosten van de hoofdtaakvelden, over de periode 2011-2019.

Kosten sociaal domein waren al een grote post in begroting; flinke toename in 2015 In figuur 6 zijn de totale lasten weergegeven in de jaarrekening

van de gemeenten in Zuid-Holland, in de periode 2011-2019, verdeeld over de hoofdtaakvelden van het BBV (Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten).

l € K)

9

€ 8

€6 80 - Völkshutswsting ruimt•4i>k« cxdening »n stedelijk* vernieuwing

€4

70 - Volksgezondheid en rrwlieu 60 - Sociael Domein

€2-1

SO

Figuur 7

€ 0 2011

2012

■ 80 Volkshuisvesting ruimtekjke ordening en stedelijke vernieuwing ■ 70

Volksgezondheid en milieu

■ 60- Sociaal Domein ■ SO - Sport, cultuur en recreatie

F guur 6

Sport, cultuur en recreatie

4 0 - Onderwijs 3 0 • Economie 2 O - Verkeer, vervoer en waterstaat 10 -Veibgheid

00 - Bestuur en ondersteumng

De ontwikkeling van de kosten van de hoofd taakvelden

209 4 0- Onder wijs

30- Economie 7 O - Verkeer vervoer en waterstaat

10 - Veiligheid 00 • Bestuur en ondersteuning

De totale lasten weergegeven in de jaarrekening van de gemeenten in Zuid-Holland.

Ook hier zien we een sterke stijging van de kosten van het

sociaal domein (mintgroene lijn). Er is een sterke stijging zichtbaar in 2015, het jaar van de decentralisaties. Na een kleine dip in 2017 stegen de lasten van het sociaal domein veel harder dan andere taakvelden binnen de begroting. Een

tegenovergestelde beweging is zichtbaar voor de taakvelden eco­ nomie (oranje lijn) en volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing (paarse lijn). Het taakveld economie wordt vooral beïnvloed door de gemeente Rotterdam.

B

8

Roeien met te korte riemen | Financiële positie en beleidsruimte gemeenten m Zuid Holland

De sterke kostendaling op het gebied van volkshuisvesting,

€ 200

ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing zien we ook bij

€ ISO

de grondexploitaties. Zuid-Hollandse gemeenten hebben in de loop der jaren aanzienlijk minder geïnvesteerd in ruimtelijke

ontwikkeling en wonen, ook als gevolg van de vastgoed crisis waarbij gemeenten verliezen hebben moeten nemen en zich daardoor meer risicomijdend zijn gaan opstellen. Tegelijkertijd

C 1OO

€ SO € O'

C 50

is de behoefte aan woningbouw op landelijk en provinciaal

€ -KX)

niveau onverminderd groot. De Rijksoverheid geeft zo nu en

€-ISO

dan impulsen aan de woningbouw met cofinanciering (in de

C -200

vorm van woondeals e.d.) Er is echter steeds minder ruimte in de Zuid-Hollandse begrotingen om de woonopgaven structureel in te vullen. Ons beeld is dat de toenemende financiële druk, vooral vanuit het sociaal domein, investeringen in woningbouw

— 610 Bijstandsverlening “ 622 Huishoudelijke verzorging —• 6S2 Voorzieningen gehandicapten

€ -2S0 20»

Figuur 9

2011

2012

2013

ZOU

2015

De verschillen tussen de jaarrekening en de begroting voor de verschillende functies binnen het sociaal domein.

en ruimtelijke ontwikkeling steeds meer in de weg staan.

In zowel 2010 als 2011 was het resultaat op de jaarrekening

Financiële problemen vóór 2015 én daarna

negatief ten opzichte van de begroting. Deze verschillen zijn vooral te wijten aan tekorten op de bijstandsverlening.

In figuur 8 zien we de uiteindelijke kosten voor het sociaal domein in de jaarrekening van de gemeenten Zuld-Holland

In 2011 bedroeg het tekort op bijstandverlening € 217 miljoen. In 2012 pakte de jaarrekening positiever uit en werd voor het sociaal domein een bescheiden overschot gerealiseerd, ondanks het tekort op huishoudelijke hulp van € 65 miljoen. In de jaren 2013 en 2014 was er ook een overschot. Opvallend zijn

tegenover de begrote kosten.

de overschotten op bijstandsverlening en huishoudelijke hulp.

«->oo

In 2015, het eerste jaar van de decentralisaties, ontstonden er wederom tekorten op het sociaal domein, in totaal ging het om

C-BO

zo’n € 295 miljoen.

€-200 <-2S0

Meevallers maskeren tekorten maatwerk-

< -300

€-350

20» Figuur 8

2011

2012

2013

2OU

2015

2016

2017

2518

2019

De uiteindelijke kosten voor het sociaal domein

Hieruit blijkt dat de tekorten in het sociaal domein niet nieuw zijn voor de gemeenten. In 2010 en 2011, in de nasleep van de economische crisis, waren er ook al tekorten. In de jaren

erna, van 2012 tot 2014, ging het even bergopwaarts en was het resultaat in de jaarrekening positief in vergelijking met de begroting. Maar sinds 2015 kampen de gemeenten, met uitzondering van 2016, met aanzienlijke tekorten. Om deze ontwikkelingen, voor én na de decentralisaties in 2015, goed te kunnen duiden, kijken we naar de functies en taakvelden.

dienstverlening In figuur 10 zijn de verschillen te zien tussen de jaarrekening en de begroting voor de verschillende taakvelden binnen het

sociaal domein, in de periode 2016-2019.

t -SC

€ K>0 t -ISC

♦ -2OG

— 63 Inkomensregelingen — 671 Maatwerkdwnstverlcnmg 1B« •— 672 Maat««rkdi»nstvarlaning 18* 682 Geescalearde zorg 18-

-221 < -2S0

In figuur 9 zien we de verschillen tussen de jaarrekening en de begroting voor de verschillende functies binnen het sociaal domein, in de periode 2010-2015.

B

20 7

Figuur K>

20IV

2019

De verschillen tussen de jaarrekening en de begroting voor de verschillende taakvelden binnen het sociaal domein.

9

Roeien met te korte riemen | Financiële positie en beleidsruimte gemeenten in Zuid Holland

De grootste verschillen ontstonden in de periode tussen

Drie grote opgaven rond klimaatverandering

2016 en 2019 binnen de taakvelden maatwerkdienstverlening 18- (individuele voorzieningen jeugdhulp) en Wmo. De

Eén van de meest uitdagende opgaven in de huidige tijd is de klimaatverandering. Er zijn drie centrale thema’s binnen dit

tekorten op deze taakvelden lopen steeds verder op.

onderwerp: ‘energietransitie’, ‘klimaatadaptie’ en ‘circulaire economie'.

Tegelijkertijd liggen bij een aantal taakvelden binnen het sociaal domein begroting en realisatie erg dicht bij elkaar. In 2019 val­ len de kosten voor een aantal taken zelfs lager uit dan begroot. De post inkomensregelingen, waaronder alle inkomens- en

bijstandsvoorzieningen vallen, spant de kroon met een posi­ tief verschil van € 73 miljoen. Deze meevallers maskeren de

aanzienlijke tekorten binnen andere taakvelden van het sociaal domein.

1. Energietransitie

Om de opwarming van de aarde te beteugelen, zijn maatregelen nodig. Daarom hebben Nederlandse overheden en organisaties in 2019 het Klimaatakkoord gesloten: de Nederlandse uitwer­

king van de internationale klimaatafspraken van Parijs (2015). De Raad voor het Openbaar Bestuur is gevraagd een onderzoek

te begeleiden naar de hoogte van de extra uitvoeringslasten

Verschuivingen in resultaten Vanaf 2017 zien we een verschuiving in de tekorten binnen het

sociaal domein. Zo was het tekort op inkomensregelingen in 2017 nog € 79 miljoen, terwijl in 2018 een bescheiden positief resultaat van € 4 miljoen werd geboekt ten opzichte van de begroting. In de jaarrekening voor 2019 liep dit bedrag verder

op tot € 73 miljoen. Bij de Wmo ging het juist de andere kant op, met als gevolg een negatief resultaat van € 36 miljoen in 2017, € 15 miljoen in 2018 en € 75 miljoen in 2019. Bij maat­

werkdienstverlening 18- (jeugdhulp) waren de verschillen nog groter. De tekorten liepen daar op van € 79 miljoen in 2017, naar € 90 miljoen in 2018 tot € 221 miljoen in 2019.

die nodig zijn om het Klimaatakkoord uit te voeren. Op basis van dit onderzoek1 wordt gesteld dat de kosten voor gemeen­

ten in 2024 € 599,6 miljoen zullen bedragen. De totale extra

uitvoeringslasten bedragen € 1.589,3 miljoen voor de periode 2022-2024. Let op, het gaat hierbij alleen om de structurele extra apparaatslasten van gemeenten! Programmalasten en investeringen zijn nog niet meegenomen in de genoemde be­ dragen.

Uitgaande van dit onderzoek hebben wij nauwkeurig kunnen berekenen wat de komende meerkosten zijn voor de ZuidHollandse gemeenten, vanaf 2022. Omdat de meeste gemeenten al begonnen zijn, hebben we voor de jaren 2018-2021 een inschatting gemaakt op basis van dezelfde

cijfers. Niet elke extra taak is al aan de orde; sommige taken (bijvoorbeeld het uitrollen van wijkuitvoeringsplannen in het

Nieuwe interbestuurlijke opgaven zorgen voor extra financiële druk De samenleving heeft te maken met grote opgaven en transities

kader van de warmtetransitie) worden nog opgestart. €120

# €100 5

1016 91.4

€60

76.7

die de grenzen van individuele overheden overschrijden, zowel waar het gaat om de problematiek als om het vinden van de oplossing. Overheden werken daarom steeds vaker samen op

€40 ——Verwachting kosten €?0

—Ondergrens kosten —Bovengrens kosten c ----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

basis van regionale en/of landelijke afspraken.

Mie 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2O2S 2026 2027 2028 2029 2030

Hierna bespreken we de twee voornaamste opgaven die de ko­

mende jaren een groeiende inzet zullen vragen van de overheid als geheel en daarmee ook van de gemeenten. Die opgaven zijn:

Figuur 11

de klimaatverandering en het toekomstbestendig (en betaal­ baar) wonen.

We zien dat de opgetelde extra apparaatskosten (loonkosten

Verwachte extra apparaatskosten energietransitie gemeenten Zuid-Holland 2018*2030

en overheadkosten) oplopen van € 31 tot € 42 miljoen in 2019 tot maximaal zo'n € 100 miljoen in de jaren die nog komen. Let wel: dit zijn alleen de apparaatskosten. Hier komen de operationalisaties van beleid en de investeringen nog bij. 1

B

Zie voor de resultaten https/Zwwwraadopenbaarbestuur nl/documenten/ publicaties/2021/01Z25fedv>es-van parijs naar praktijk

10

Roeien met te korte riemen | Financiële positie en beleidsruimte gemeenten in Zuid Holland

2. KUmaatadaptatie Het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie is een gezamenlijk plan van gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk om

Nederland klimaatbestendig en waterrobuust in te richten. "Bij ons wordt klimaat heel belangrijk gevonden, maar we hebben geen idee hoeveel kosten de energietransitie nog met zich mee zal brengen."

Woonopgave lastig te realiseren

Het tweede interbestuurlijke thema is wonen. Het woon­ beleid is een gemeentelijke taak, waarvoor gemeenten financieel verantwoordelijk zijn en de financiële risico's dragen. In de 'Staat van de Woningmarkt 2020' stelt het Ministerie van BZK voor om in de periode 2020-2030 in totaal 845.000 woningen te realiseren en de bouw door te laten gaan tijdens de coronacrisis om een terugval, zoals tijdens de kredietcrisis,

te voorkomen.

Strateeg gemeente Leiden

De activiteiten van de gemeente variëren van het stellen van

Aan de hand van een taakanalyse en capaciteitsberekening voor

diverse categorieën gemeenten (klein, middelgroot, groot) heb­ ben we een indicatie gemaakt voor de apparaatsuitgaven. Voor de gemeenten in Zuid-Holland komen wij uit op een bedrag van € 7,5 miljoen in 2019, € 11,1 miljoen in 2021 en daarna € 5,6 miljoen per jaar. Programmalasten en investeringen zijn nog niet meegenomen in de genoemde bedragen. De piek in

randvoorwaarden (visie, plannen en regelgeving) tot een actieve rol (aankoop en verkoop van gronden, ontwikkeling). De huidige lokale financiering en het verrekenen van de kosten en opbrengsten van de gronden gebeurt in principe via de

grondexploitatie. Dit is een balans van kosten en opbrengsten per locatie. Als we kijken naar de omvang van deze grondex­ ploitaties, zien we het volgende beeld:

2021 houdt verband met de initiële (participatieve) beleids­ ontwikkeling op dit gebied.

€20 t € IA

3 Circulaire economie In het ‘Publiek Kader Huishoudelijk Afval’ legden gemeenten en Rijk vast dat in 2020 de hoeveelheid restafval per persoon, per jaar gemiddeld niet meer mag zijn dan 100 kilogram en dat 75% van het huishoudelijk afval moet worden gescheiden. Deze nonnen vertalen zich in kosten voor de gemeenten die zij (kunnen) doorberekenen in de afvalstoffenheffing aan de

inwoners. Deze heffing is met een stijging van 10% in 2021

4 ’*

werd ervan uitgegaan dat de kosten van de gemeenten konden worden opgevangen binnen de geraamde stijging van de inkomsten uit het gemeentefonds. Ook werd reke­

ning gehouden met de mogelijkheid dat het Rijk aanvullende middelen ter beschikking zou stellen. Dat laatste is inderdaad gebeurd in de vorm van een aantal decentralisatie-uitkeringen.

Het gaat daarbij grotendeels om incidentele middelen. Deze uitkeringen liepen voor alle Zuid-Hollandse gemeenten tezamen op tot € 8,0 miljoen in 2016, € 1,0 miljoen in 2017, € 29,7 miljoen in 2018, € 29,2 miljoen in 2019 en

€ 0,3 miljoen in 2020. Hierbij moet opgemerkt worden dat de middelen vanuit het gemeentefonds niet voldoende zijn om de kosten van gemeente te dekken. Het verschil wordt

(incidenteel) door gemeenten zelf opgelost.

B

IS_________________________________________

H

056

097

2014

2O1S

2016

€10 toe €0,6

€<U

€07

«zon

Figuur 12

Bij het sluiten van het IBP (Interbestuurlijk Programma)

12S

«.u

de sterkst stijgende factor in de lokale lasten (CBS, 2021).

Vergoedingen voor het Interbestuurlijk Programma vanuit het Rijk niet afdoende

B 850 Bouwgrondcxplcxtatic ■ 820 Woningexpkxta'.ie/woningbouw g 82 Gror>de<ploitat<e (niet-bedn/venle B 52 Fystefce bedryfunfrastructuui

■I i.«

2012

2013

20T7

201»

2019

2020

Crond«xploHati«s (woningen en bedrijventerreinen) in begroting gemeenten Zuid-Holland 2011-2020.

In figuur 12 staan de begrote kosten voor grondexploitaties (woningen en bedrijventerreinen) van gemeenten over de periode 2011-2020. In deze periode is de grondexploitatie sterk afgenomen. Waar het volume in 2011 nog € 1,8 miljard

bedroeg, is dit in de begroting van 2020 gedaald tot € 760 miljoen. Dit betekent een afname van ongeveer € 1,0 miljard in de begroting. Er zijn twee belangrijke redenen voor deze daling: de kredietcrisis van 2008 (tevens de voornaamste reden); steeds meer gemeenten in Zuid-Holland kopen of verkopen zelf geen grond

meer, maar faciliteren (marktpartijen) bij de ontwikkeling van woningbouw en bedrijventerreinen.

11

Roeien met te korte riemen | Financiële positie en beleidsruimte gemeenten in Zuid Holland

Eigen baten gemeenten In dit hoofdstuk analyseren we de inkomsten van de gemeenten

in Zuid-Holland voor de periode 2011-2019. De baten worden uitgesplitst in: algemene uitkering, gemeentelijke belastingen en heffingen en overige baten. Ook verkennen we in hoeverre de

r

o e 5

O

1.S OJ’

baten gemeenten in staat stellen om beleidsruimte te creëeren.

0.15

OM

o.n

on

In figuur 13 zien we de ontwikkeling van de algemene uitkering uit het gemeentefonds voor gemeenten in Zuid-Holland, in de periode 2011-2019. Het zijn de gerealiseerde baten op basis van de jaarrekening van de gemeenten.

015

0.15

018

0)8

019

02$

on

on

OM

X)

051

0.50

0 47

0 4,9

0 86

0 87

0.90

2017

2018

2019

OW

022

0J2

055

1

OM

OU

2

07

O.S M 0.77

0.78

0.79

084

054

2012

2013

2014

2O1S

2016

oJ 2011

r7

■ OZB ■ Afvalstofhefbng en reinigingsrechten ■ Rioolheffing

«.s

Figuur 14

€ 4

€3

€2

5.9 4.7

4.7

4.6

6.2

6.1

6.5

6.9

€0

2OTI

2C12

2013

201S

De gerealiseerde inkomsten uit gemeentelijke belastingen en heffingen.

Opvallend is dat de overige inkomstenbronnen van

4.4

€ I

F guur 13

■ Parkeerhefhng ■ Toeristenbelasting ■ Overige heffingen

2O1C

2317

2016

20 9

De ontwikkeling van de algemene uitkering uh het gemeentefonds

gemeenten steeds verder zijn gestegen. Zo zijn de inkomsten uit parkeerbelasting gestegen van € 165 miljoen in 2015 naar €221 miljoen in 2020. Inkomsten uit de OZB (woningen

en niet-woningen) zijn in dezelfde periode gestegen van € 838 miljoen in 2015 naar € 897 miljoen in 2020.

De algemene uitkering uit het gemeentefonds is de belangrijk­ ste inkomstenbron van gemeenten. In de bovenstaande figuur zien we de ontwikkeling van de gezamenlijk algemene uitkering

voor gemeenten in Zuid-Holland in de periode 2011-2019. Over deze periode is een duidelijk stijging zichtbaar, van € 4,7 miljard in 2011 naar € 6,9 miljard in 2019. De grootste ver­

klaring voor deze stijging is de decentralisatie van aanvullende taken binnen het sociaal domein in 2015. In de figuur zien we dat terug in ‘de sprong’ tussen 2014 en 2015. Deze ontwik­

Landelijke ontwikkeling gemeentelijke heffingen

De woonlasten (OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing) nemen in 2021 toe met 4.4% ten opzichte van 2020. Dat blijkt

uit een analyse van de begroting 2021 van alle gemeenten in Nederland, door het CBS (2021). De verdeling van die woonlasten is te zien in de onderstaande figuur 15. 8%

keling leidde tot een stijging van de algemene uitkering van ongeveer € 1,6 miljard.

In de jaren voor de decentralisaties van 2015 zien we een lichte daling van de totale algemene uitkering. Deze valt vooral te

Onroerendezankbelasting

9%

verklaren uit de lagere vergoeding voor bijstandverlening. De vergoeding is vanuit het Rijk gekoppeld, zij het met enige vertra­ ging, aan de werkelijke volumes.

'

■ ANalstoftieft ing ei> leinigingstechten ■ Rioolheffing ■ Parkeer heffingen

■ I eges wonen en bouwen ■ toeristenbelasting

In figuur 14 staan de gerealiseerde inkomsten uit gemeentelijke belastingen en heffingen in de periode 2011-2019. De grootste

■ Overige heffmger

A

inkomstbronnen zijn de onroerendezaakbelasting (OZB) op

woningen en niet-woningen, de afvalstoffenheffing en rioolhef­ fing. De inkomsten uit gemeentelijke belastingen en heffingen stijgen geleidelijk van € 1,8 miljard in 2011 naar € 2,1 miljard in 2019.

B

1

40%

19' F iguur 15

Do verdeling van de gemeentelijke woonlasten In Nederland (Bron: CBS 2021)

k

12

Roeien met te korte riemen | Financiële positie en beleidsruimte gemeenten in Zuid Holland

Uit de voorgaande figuur blijkt dat het grootste deel van de

In de periode 2011-2019 is een duidelijk dalende trend zicht­

inkomsten van Nederlandse gemeenten afkomstig is uit de OZB

baar, van € 6,5 miljard in 2011 naar € 4,4 miljard. De belang­

(40,3%), rioolheffing (15,3%) en afvalstoffenheffing (19,2%).

rijkste verklaring voor deze daling zijn de teruglopende op­ brengsten uit grondexploitaties: van € 1,8 miljard in 2011 naar

Kijkend naar de verschillen met 2020 trekt het CBS (2021) de

volgende conclusies:

€ 800 miljoen in 2019. Ook de specifieke uitkeringen binnen het sociaal domein, voor inkomensregelingen (bijstand), zijn in

• De begrote OZB-opbrengst is 5,8% hoger in 2021 ten opzich­

de periode 2011-2019 ongeveer met € 400 miljoen gedaald.

te van 2020. Dit is de grootste stijging sinds 2004. • De inkomsten uit de afvalstoffenheffing stijgen op basis van

Jarenlang waren grondexploitaties een belangrijke bron van inkomsten voor gemeenten. Door de economische crisis

de begroting 2021 met 10% ten opzichte van 2020. Dit is de

werden deze grondexploitaties een 'schip van bijleg' (Raad voor

grootste stijging in 26 jaar tijd, terwijl ook vorig jaar al een toename van 8,6% is doorgevoerd.

de Financiële verhoudingen, 2015). Uit onderzoek blijkt dat de totale hoeveelheid bouwgrond die wordt geëxploiteerd door de gemeente (met een correctie voor gewijzigde regelgeving) is

• De inkomsten uit de rioolheffing stijgen op basis van de be­ groting 2021 met 2,6% procent ten opzichte van 2020.

gedaald van € 8,4 miljard in 2012 naar € 5,3 miljard in 2018 (Deloitte, 2020). Deze daling werd veroorzaakt door afboekin­ gen, een strenger en strakker regime om financiële debacles te

Deze conclusies bevestigen het beeld dat gemeenten de inkom­

voorkomen en een terughoudende opstelling van gemeenten bij

sten uit gemeentelijke heffingen en belastingen verder proberen te vergroten, zeker waar het gaat om de opbrengsten uit de OZB en afvalstoffenheffing.

het aankopen van grond.

In figuur 16 zien we de gerealiseerde 'overige baten’ van de

gemeenten in Zuid-Holland in de periode 2011-2019. Het gaat onder meer om baten uit grondexploitaties, bouwvergunningen en specifieke middelen vanuit het Rijk voor inkomensregelingen (bijstand). f C7 --------CK t

ft*

c« 1.®

1.9

€5

*,7

1.1

C4

2.4

U

1.0

1.0

03

2.4

C3

2.4 2.4

1.9

13

1.9

13

1.9

C 2

C 1

€0

0.7

03

2011

2012

03

03 03

2013

20U

201S

■ 8C - VOlKShu CVCMincj ordening en stedelijke verrieuving ■ O - Volksgezondheid en milieu ■ (.0 Sociaal tornein ■ 0 • Sport cultuur en recreatie ■ 4 0-Onderlip

F guur 16

B

0.7

03

0.9

03

201e

zon

201®

2019

J

■ 30-Economie ■ 20-Verkeer vervoeren waterstaat B io Veiligheid ■ 00 ! leuning

De gerealiseerde 'overige beten* ven de gemeenten.

13

Roeien met te korte riemen | Financiële positie en beleidsruimte gemeenten tn Zuid-Holland

Beperkte en verder slinkende eigen beleidsruimte -•

■

■

•

De positie van de gemeente in het Openbaar Bestuur is sinds 2012 steeds belangrijker geworden. Als 'eerste overheid’ kreeg

de gemeente steeds meer taken. Ze is immers de eerste over­ heid voor burgers, indien zij steun of hulp nodig hebben. De gemeente moet dus zoveel mogelijk vormen van dienstverlening

Eigen beleidsruimte op formele gronden Geen duidelijk financieel onderscheid tussen

autonomie en medebewind

bieden (VNG-Commissie Gemeentewet en Grondwet, 2OO7).23

Het traditionele juridische onderscheid tussen 'autonomie' en 'medebewind' gaat niet op bij de financiering van decentrale

Beleidsruimte

taken. Het verschil tussen autonome en medebewindstaken is steeds diffuser geworden. Gemeenten moeten uitgaven voor

In het onderzoek wordt de term beleidsruimte gebruikt. In veel gevallen zou hier ook beleidsvrijheid en/of auto­ nomie gelezen kunnen worden. Het gaat hierbij in alle

beide taken bekostigen uit het gemeentefonds. In hoeverre is de gemeente vrij om zelf haar beleidsdoelen en de daaraan

de term beleidsruimte volgen wij de uitspraken van de

verbonden taken vast te stellen? Kan de gemeente bijvoorbeeld zelf aanvullende regels maken op landelijke wetgeving? Is ze gehouden aan uitvoeringsregels of regels over besluitvorming

afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

of kan ze zelf kiezen met wie ze wil samenwerken?

Lange tijd was er consensus over het neerleggen van (zoveel mogelijk) taken bij de gemeente. Enerzijds speelt de

De Raad voor het Openbaar Bestuur concludeert - op basis van een globale inventarisatie van de uitgaven op de verschillende beleidsclusters - dat slechts een beperkt deel van de gemeen­

gevallen om de mate waarin gemeenten ruimte hebben/ ervaren om eigen keuzes te maken. Met het gebruik van

gemeente daarin de rol van uitvoerder, anderzijds heeft de gemeente ook beleidsruimte of autonomie nodig om de overgehevelde taken goed te kunnen vervullen. Die ruimte is er niet altijd. Gemeenten voelen zich soms een

telijke uitgaven het gevolg is van volledig autonome beleids­ keuzes. Het overgrote deel van de uitgaven is het gevolg van politiek bestuurlijke keuzes die in nationale wet- en regelgeving

‘brandweerman die het vuur wil blussen, maar geen water heeft’.

zijn vastgelegd of uit rijksbeleid volgen. Een substantieel deel van de uitgaven wordt ingegeven door de wens van gemeenten

om vooral niets anders te doen dan vergelijkbare gemeenten.’ Er is er sprake van aanzienlijke beperkingen van de met de decentralisatie oorspronkelijk beoogde beleids­

ruimte, deze wordt in veel gevallen geminimaliseerd "

Prof. mi. dr H Addink

3

2

B

VNC Commissie Gemeentewet en Grondwet De eerste o^rheid. juni 2007

Raad voor het Openbaar Bestuur Beleidsvrijheid geduid Beleidsvrijheid bij de centrale taken een nadere uitwerking ten behoeve van de financiële verhoudin­ gen Maart 2019

14

Roeien met te korte riemen | Financiële positie en beleidsruimte gemeenten in Zuid Holland

Intergemeentelijke en interbestuurlijke samenwerking

van de gemeenten. Het Interbestuurlijk Programma, het

Verantwoordelijkheden en budgetten belemmeren het samen

Klimaatakkoord, woondeals en talrijke andere afspraken hebben geen wettelijke grondslag, maar brengen wel

oplossen van complexe maatschappelijke vraagstukken.

financiële verplichtingen met zich mee. Verplichtingen

Bij maatschappelijke verander opgaven zijn vaak meerdere

die niet vrijblijvend zijn en van invloed zijn op de vrije

overheidslagen betrokken, ieder met eigen budgetten, kennis

beleidsruimte van gemeenten.

samenwerkingsverbanden werken door in de budgetten

en democratische verantwoording. De middelen, kennis en mogelijkheden om samen een maatschappelijk vraagstuk op te lossen, zijn verdeeld over vele partijen. Dit stelt enerzijds extra

Beperking autonomie werkt door op andere terreinen

eisen aan democratische legitimiteit en verantwoording (ROB,

We zien dat de democratische beslissingsruimte voor gemeen­

Van den Berg & Leun, 2020) en beperkt tegelijkertijd de bewegingsruimte van de spelers. En dus ook van gemeenten.

ten afneemt door de eisen die (formeel en informeel) aan

Daarnaast zien we de autonomie van gemeenten afnemen door de regionale verbanden waarin gemeenten hun taken (moe­ ten) oppakken en uitvoeren. Deze 'horizontale samenwerking'

de beslissingsruimte kleiner, het werkt ook door op andere terreinen. Geld kun je maar één keer uitgeven. Als je een

heeft altijd een verticale component. In wezen creëer je met

blijft er logischerwijs minder geld over voor andere zaken.

de regionale samenwerking een nieuwe laag die in de optiek van de deelnemers vaak leidt tot een verticale verhouding. Dat

“Afgerekend worden op vrije keuzes, die je als burge­

gemeenten worden gesteld. Dat heeft vergaande gevolgen. Niet alleen wordt binnen het beleidsterrein waar het om gaat

gemeente verplicht geld te besteden aan bepaalde zaken,

betekent dat het belang van de samenwerking (vaak ver) boven de individuele belangen van de deelnemers wordt gesteld.

meester maakt -meer of minder handhaven bijvoor­

Naast formele samenwerkingsverbanden wemelt het in overheidsland van de convenanten, deals en akkoorden:

waarvoor op gemeentelijk niveau geen verantwoorde­

samenwerkingsverbanden die (koepels van) overheden

meester als bewaker van het democratisch proces"

ogenschijnlijk op gelijkwaardige basis aangaan. Al deze

Drs. B Eenhoorn

beeld- is onderdeel van het politieke bedrijf. Aangespro­ ken te worden op beleidskeuzes in het sociale domein,

3 Decent laliittM

lijkheid kan worden gedragen, frustreert elke burge­

3

3

3

O«c»nt!**no«

Mtovww W«t Inburger InQ

i-ort :hcoke

v-owf v* mg

peuter*.

Kar» s »n

9 *l'rt

'• V»t>A rrk

OZV/

in 4» LN'Ua'id

GM-WlevU 1 bu<Jjet n >.»r GF

4 »r GF

buc <-c<,rnlr.

<.‘47 n

•i

uxiaal öon-i.ln

F'

BKtuunMkoad

K>rp »M»ktaQO« d 5.!» etWSf'krrvj rr^t mAj»

inti

(n • poe'i. •nttKJnW...iVHtf 1 mwatre/^er

N «uw©

^9 Tp te»

04*1

Figuur 17 Tijdlijn ontwikkelingen met impact op gemeenten.

B

-r*gr>e.-

O TQ'tari «»•

.•mi kerven o© rrker vwn ie jevr.ten

15

Roeien met te korte riemen | Financiële positie en beleidsruimte gemeenten in Zuid Holland

De eigen beleidsruimte vanuit een financieel perspectief

Ontwikkeling van het aandeel gemeenschappelijke regelingen in de begroting

In figuur 18 is voor de periode 2011 tot en met 2019 het totaal van de begroting van de Zuid-Hollandse gemeenten ingedeeld volgens de systematiek van de Raad voor het Openbaar Bestuur

In de onderstaande figuur is het aandeel van de gemeenschap­

(ROB, 2019). Zie ook biilaee 5. De scores zijn weergegeven in drie categorieën: weinig beleidsruimte (1-3,5), gemiddelde

begroting van de gemeenten in Zuid-Holland, voor de periode 2011-2020. We zien een duidelijk oplopende trend. In 2011

beleidsruimte (4-7) en veel beleidsruimte (7,5-10).

bedroeg het aandeel van bijdragen aan de GR'en nog 10,2%. In 2020 is dat percentage al opgelopen tot 24,4%. Dit betekent dat

12,3

| 4 12

€ K)

5.4

56

5.1

U2

S.7

bijna een kwart van de begroting van gemeenten wordt gere­

12.6 S.9

S5

4.4

iS

J.4

16

In 8.4

€ 8

€6

19

17

C A

99

S.7

5.5

55

2011

2012

2013

20 4

€2

7.0

7.0

7.9

BJ

201S

2016

2Ct7

2018

serveerd voor gemeenschappelijke regelingen. Bij een gemeen­ schappelijke regeling hebben individuele gemeenten beperkt Invloed op de uitvoering en de kosten. Hierdoor is het voor de

gemeenteraad moeilijker om grip te houden. Je zou kunnen stellen dat, naarmate een gemeente meer GR-taken heeft, de vrije beleidsruimte afneemt, al was het alleen maar omdat de

CO -----

Figuur 18

pelijke regelingen (GR'en) aangegeven op het totaal van de

20 9

Beleidsruimte van de begroting van de Zuld-Hollandse gemeenten.

In de periode 2011-2019 zien we een duidelijke verschuiving. Het aandeel 'weinig beleidsruimte’ nam toe ten koste van het aandeel ‘veel beleidsruimte'. Het aandeel 'weinig beleidsruimte' neemt toe van 44% in 2011 naar 62% in 2019. De twee belang­ rijkste verklaringen voor deze verschuiving zijn:

doorlooptijd van het doorvoeren van aanpassingen (inhoudelijk of financieel) een stuk langer is dan bij taken die in eigen beheer worden uitgevoerd. Ook moet een gemeente rekening houden met voorkeuren en belangen van andere gemeenten binnen de GR, waardoor de vrije beleidsruimte nog kleiner

wordt Als we verschillende grootteklassen (figuur 27) van gemeenten in Zuid-Holland onder de loep nemen, zien we grote verschillen

• de sterke afname van eigen grond (figuur 26) (grondexploitaties) van de gemeenten in Zuid-Holland;

in de ontwikkeling van het aandeel gemeenschappelijke regelin­ gen in de totale begroting.

• uitbreiding takenpakket van gemeenten in het sociaal domein in 2015.

V*

CV

In de laren na de decentralisatie in het sociaal domein, zet deze trend zich door: de beleidsruimte in de begrotingen van ZuidHollandse gemeenten neemt steeds verder af. Wel zijn

€ X)

3

€ 8 €6 € 4

<- 2

—W—-j

(figuur 28) gemeenten. 2011

2012

ZOU

■ Lasten in CRan Figuur 19

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/256/documents/8513