Omgekeerde_Modelverordening_sociaal_domein_Bijlage bij Reactie Platform tegen armoede.pdf
Tekst van het document
6.4.2 bijzondere regeling vervoer naar basisschool 1 Is het jaarinkomen van de ouders in het peiljaar hoger dan 3 26.550,-? Dan trekt de gemeente per kind de kosten voor de eerste zes kilometer met het OV af van de vergoeding aan de ouders. Het gaat om de kosten voor het gebruik van een OV-chipkaart of een andere OV-betaal mogelijkheid door het kind en een eventuele begeleider. Ook als er geen OV beschikbaar is of als er geen gebruik wordt gemaakt van het OV, trekt de gemeente dit bedrag af van de vergoeding. Bij aangepast vervoer moeten de ouders dit bedrag aan de gemeente betalen (eigen bijdrage).
Llv
27
Stimulansz
hoofdstuk 6 vervoer naar school
2 Is de reisafstand meer dan 20 kilometer? Dan betalen ouders per kind de reiskosten voor een deel zelf of helemaal zelf (eigen bijdrage). Als de gemeente zorgt voor aangepast vervoer, dan betalen de ouders de eigen bijdrage aan de gemeente. Als het kind op een andere manier wordt vervoerd, dan wordt de eigen bijdrage afgetrokken van de vergoeding die de ouders van de gemeente krijgen. De hoogte van de eigen bijdrage wordt per kind per schooljaar berekend en hangt af van het jaarinkomen van de ouders in het peiljaar: Jaarinkomen (in euro’s)
Eigen bijdrage per schooljaar (in euro’s)
0 – 35.500
nihil
35.500 – 42.000
145
42.000 – 48.500
615
48.500 – 55.000
1.150
55.000 – 62.500
1.680
62.500 – 69.000
2.210
69.000 en verder
voor elke extra 5.500: 545 erbij
3 De gemeente stopt de vervoersvoorziening als ouders de eigen bijdrage niet (langer) betalen aan de gemeente. 4 De gemeente past de bedragen van de inkomensgrenzen in het eerste en tweede lid, en van de eigen bijdragen in het tweede lid, jaarlijks aan (indexering). De gemeente volgt daarbij de wijzigingen die de VNG aan de gemeente doorgeeft. 5 Voor ouders van kinderen die vanwege langdurige beperkingen niet zelfstandig met het OV kunnen reizen geldt de regeling in dit artikel niet. Zij betalen geen eigen bijdrage.
Naar inhoudsopgave
6.5
Llv
ingangsdatum en duur van de vervoersvoorziening Een vervoersvoorziening gaat in op de door de ouders aangegeven datum. Deze datum mag niet liggen vóór de datum waarop de gemeente de aanvraag heeft ontvangen. Voor aangepast vervoer geldt dat de vervoers voorziening zo snel mogelijk na het besluit van de gemeente ingaat.
28
Stimulansz
hoofdstuk 7 inkomen en schulden Voor inwoners die de dagelijkse kosten niet kunnen betalen heeft de gemeente een financieel vangnet: een maandelijkse bijstandsuitkering. Om deze inwoners en andere inwoners met een laag inkomen extra te ondersteunen kunnen zij bij de gemeente een aantal aanvullende uitkeringen en toeslagen aanvragen. In dit hoofdstuk worden de belangr ijkste extra’s geregeld. Ook worden er enkele basisregels gegeven voor de hulp die de gemeente kan bieden bij een schuldenprobleem.
Kernwaarden De eigen mogelijkheden en het sociale netwerk van de inwoner gaan voor. Voorkomen is beter dan genezen.
Gewicht
7.1
armoedebeleid In deze paragraaf wordt beschreven waar de gemeente rekening mee houdt bij het maken van beleid om armoede en schulden in de gemeente te voorkomen en tegen te gaan.
De gemeente stemt de hulp af op de inwoner. De gemeente heeft extra zorg voor kwetsbare groepen. De gemeente versterkt de zelfredzaamheid van de inwoner. Iedereen doet mee aan de samenleving.
Naar inhoudsopgave
7.1.1 wat wil de gemeente?
|
|
PW Wgs Gemeentewet
1 De gemeente wil dat inwoners met een laag inkomen en zonder goede financiële buffer hun noodzakelijke bestaanskosten kunnen betalen en kunnen meedoen aan de samenleving. 2 De gemeente biedt inwoners die moeite hebben om rond te komen of schulden hebben hulp aan bij het op orde krijgen van hun financiën. Het doel van die hulp is dat inwoners blijvend een gezonde financiële huishouding krijgen. 3 De gemeente werkt bij het voorkomen en bestrijden van armoede en schulden zoveel mogelijk samen met andere organisaties. De gemeente stimuleert initiatieven die zijn gericht op het bestrijden van armoede en het voorkomen en tegengaan van schulden.
29
Stimulansz
hoofdstuk 7 inkomen en schulden
4 De gemeente legt in een beleidsplan vast hoe het armoedebeleid voor een bepaalde periode ingevuld wordt. De gemeente geeft daarbij aan welke groepen kwetsbare inwoners op welke manier financieel worden ondersteund. Tot die groepen behoren in ieder geval: a | kinderen b | ouderen c | inwoners met een beperking d | [ aanvullen] 5 De gemeente richt het armoedebeleid zo in, dat inwoners met een inkomen net boven de bijstandsnorm voldoende ondersteund worden, en dat betaald werk krijgen, voor inwoners met een gemeentelijke uitkering, niet leidt tot een armoedeval. 6 De gemeente betrekt bij het maken van het armoedebeleid naast inkomen ook andere leefdomeinen, zoals onderwijs, maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp. 7 De gemeente zorgt ervoor dat voorzieningen die per maand of per jaar worden verstrekt, na afloop van die periode niet opnieuw aangevraagd hoeven te worden of op een eenvoudige manier opnieuw aangevraagd kunnen worden.
7.2.1 vangnet
1 De gemeente biedt bijzondere bijstand actief aan als een financieel vangnet voor inwoners die geen beroep kunnen doen op eigen mogelijkheden of op andere voorzieningen. Bijzondere bijstand is ervoor bedoeld dat inwoners met een laag inkomen en zonder goede financiële buffer: a | extra noodzakelijke uitgaven kunnen betalen. Het gaat dan om uitgaven die niet uit het maandelijkse inkomen kunnen worden betaald, en b | voldoende mogelijkheden hebben om mee te doen aan maat schappelijke activiteiten. 2 Bij het beoordelen van een aanvraag voor bijzondere bijstand betrekt de gemeente de kernwaarden en de doelen van het gemeentelijke armoedebeleid. 3 De gemeente maakt zo weinig mogelijk gebruik van bijzondere bijstand in de vorm van een lening. 4 De gemeente legt in beleidsregels vast welke rol bijzondere bijstand heeft bij armoedebestrijding.
7.2
7.3
Bijzondere bijstand is een belangrijk hulpmiddel voor de gemeente om inwoners financieel te helpen. Hier worden de uitgangspunten beschreven waarmee de gemeente rekening houdt als zij de regels over bijzondere bijstand uit de Participatiewet toepast.
Studenten met een beperking hebben soms extra hulp nodig om een opleiding te volgen. Dat is belangrijk omdat de kans op werk met een afgeronde opleiding groter is. Met een studietoeslag krijgt de student een zetje in de rug omdat het inkomen wordt aangevuld. In deze paragraaf geeft de gemeente aan voor welke studenten de studietoeslag is bedoeld, welk bedrag toegekend kan worden en hoe dat wordt uitbetaald.
bijzondere bijstand
Naar inhoudsopgave
PW
studietoeslag
30
Stimulansz
hoofdstuk 7 inkomen en schulden
7.3.1 doelgroep
PW
1 De studietoeslag is bedoeld voor de student die: a | een MBO- HBO- of WO-opleiding volgt; b | een tegemoetkoming in de schoolkosten of studiefinanciering van DUO krijgt of kan krijgen; c | wel kan werken, maar d | door een beperking niet het wettelijk minimumloon kan verdienen. e | [ aanvullen] 2 De student is 18 jaar of ouder en heeft geen goede financiële buffer.
7.3.2 vaststellen beperking
1 De studietoeslag is 3 [bedrag] per [maand/half jaar/jaar] en wordt [elke maand/elk halfjaar/jaarlijks in …] uitbetaald. 2 De gemeente bekijkt elk jaar of de studietoeslag verhoogd moet worden. Die verhoging gaat dan in per 1 januari van het jaar erna. 3 Als de student niet meer aan de voorwaarden voldoet, wordt de studietoeslag beëindigd.
Naar inhoudsopgave
inkomenstoeslag Voor inwoners die al jaren moeten rondkomen van een laag inkomen en geen uitzicht hebben op verbetering van hun inkomen, is de inkomens toeslag bedoeld. Dat is een extraatje dat jaarlijks kan worden aan gevraagd en waarmee het inkomen wordt aangevuld. Hier is beschreven voor welke inwoners de inkomenstoeslag is bedoeld en welke aan vullende voorwaarden er gelden.
7.4.1 doelgroep PW
Nadat de student een aanvraag heeft ingediend, onderzoekt de gemeente of de beperking van de student zo groot is dat hij niet het wettelijk minimumloon kan verdienen. De gemeente doet dat aan de hand van gegevens die zij van de student of van andere instanties heeft gekregen. Als die gegevens niet duidelijk genoeg zijn, vraagt de gemeente aan een deskundige om een advies te geven.
7.3.3 hoogte en duur van de toeslag
7.4
PW
PW
1 De inkomenstoeslag is bedoeld voor een inwoner van 21 jaar of ouder, maar jonger dan de AOW-leeftijd, die in een ononderbroken periode van [periode] een inkomen heeft gehad dat lager is dan [percentage]% van de bijstandsnorm. De kostendelersnorm wordt niet toegepast. 2 Bij een korte onderbreking van de periode van [periode] raakt de inwoner zijn recht op inkomenstoeslag niet kwijt. De gemeente bedoelt met een korte onderbreking een periode van maximaal [aantal weken/maanden].
7.4.2 hoogte van de toeslag 1 De inkomenstoeslag is per kalenderjaar: a | 3 [bedrag] voor een alleenstaande; b | 3 [bedrag] voor een alleenstaande ouder; c | 3 [bedrag] voor gehuwden of samenwonenden. 2 Bij gehuwden en samenwonenden geldt dat als één van de partners geen recht op inkomenstoeslag heeft, de ander het bedrag voor een alleenstaande of alleenstaande ouder krijgt. 3 De gemeente bekijkt elk jaar of de inkomenstoeslag verhoogd moet worden. Die verhoging gaat dan in per 1 januari van het jaar erna.
PW
31
Stimulansz
hoofdstuk 7 inkomen en schulden
7.5
7.6
Kinderen vormen een belangrijke én kwetsbare groep waar de gemeente zich verantwoordelijk voor voelt. De gemeente heeft maatregelen genomen om armoede onder kinderen tegen te gaan en kinderen te helpen mee te doen aan maatschappelijke activiteiten. Deze maatregelen worden het kindpakket genoemd. Hier zijn de uitgangspunten benoemd die voor het kindpakket gelden.
Een belangrijke voorziening om mee te kunnen doen aan de samenleving en armoede tegen te gaan is de stadspas. Met de stadspas kan de inwoner gratis of met korting gebruikmaken van diensten van een aantal maatschappelijke organisaties of korting krijgen op producten en diensten van een aantal winkeliers en bedrijven.
kindpakket
7.5.1 doelgroep
stadspas
|
PW Gemeentewet
Het kindpakket is bedoeld voor gezinnen met minderjarige kinderen, die geen goede financiële buffer hebben en moeten rondkomen van een inkomen dat lager is dan [percentage]% van de bijstandsnorm.
7.5.2 inhoud kindpakket
|
PW Gemeentewet
De gemeente stelt jaarlijks de inhoud van het kindpakket vast, in overleg met [organisaties]. 1 Het kindpakket bestaat uit: a | [voorziening noemen] b | [voorziening] c | [voorziening] 2 Het kindpakket kan worden aangevraagd bij [naam organisatie/gemeente]. 3 Een aanvraag voor het kindpakket moet worden ingediend voor [datum].
Naar inhoudsopgave
7.6.1 doelgroep
Gemeentewet
De gemeente stelt een stadspas beschikbaar voor de inwoner die geen goede financiële buffer heeft en een inkomen dat lager is dan [percentage]% van de bijstandsnorm.
7.6.2 inhoud stadspas
Gemeentewet
De gemeente stelt jaarlijks vast bij welke organisaties, winkeliers en bedrijven de stadspas korting geeft, voor welke producten of diensten die korting geldt en hoe hoog die korting is.
7.6.3 pasje
Gemeentewet
De inwoner die er recht op heeft krijgt de stadspas op aanvraag. De pas is persoonsgebonden en blijft eigendom van de gemeente. De inwoner moet op een zorgvuldige manier met de pas omgaan en zich houden aan instructies die de gemeente daarvoor geeft.
32
Stimulansz
hoofdstuk 7 inkomen en schulden
7.7
7.7.3 bijdrage
bijdrage voor maatschappelijke activiteiten Om actief deel te kunnen nemen aan de samenleving is het belangrijk dat inwoners meedoen aan maatschappelijke activiteiten. Hieraan zijn meestal kosten verbonden. Inwoners met een laag inkomen kunnen een vergoeding krijgen om te sporten en om mee te doen aan culturele, religieuze en andere maatschappelijke activiteiten. Ook abonnementen op kranten of tijdschriften kunnen worden vergoed.
7.7.1 doelgroep
Gemeentewet
De inwoner die geen goede financiële buffer heeft en een inkomen dat lager is dan [percentage]% van de bijstandsnorm, kan van de gemeente een bijdrage krijgen voor de kosten van maatschappelijke activiteiten.
7.7.2 maatschappelijke activiteiten
Gemeentewet
De bijdrage is bedoeld voor sportieve, culturele, politieke, religieuze en andere maatschappelijke activiteiten. Het kan gaan om: • een eenmalige of regelmatige activiteit; • het lidmaatschap van een organisatie; • zwemlessen; • het abonnement op een krant of tijdschrift; • [aanvullen].
Naar inhoudsopgave
Gemeentewet
1 De gemeente vergoedt de feitelijke kosten, maar hooguit 3 [bedrag] per [persoon/huishouden] per jaar. 2 Een aanvraag voor een bijdrage moet worden ingediend voor [datum]. 3 De gemeente bekijkt elk jaar of de maximale bijdrage verhoogd moet worden. Die verhoging gaat dan in per 1 januari van het jaar erna.
7.8
zorgkosten Voor inwoners met veel medische kosten heeft de gemeente de volgende voorzieningen: a | Een collectieve zorgverzekering; b | Een bijdrage voor chronisch zieken en gehandicapten.
7.8.1 collectieve zorgverzekering
PW
1 De gemeente biedt samen met zorgverzekeraar [naam zorgverzekeraar] een collectieve zorgverzekering voor minima aan. Die verzekering bevat: a | een lagere premie voor de basisverzekering en de aanvullende verzekeringen; en b | een extra vergoeding van bepaalde zorgkosten. 2 De collectieve zorgverzekering is bedoeld voor de inwoner die geen goede financiële buffer heeft en moet rondkomen van een inkomen dat lager is dan [percentage]% van de bijstandsnorm.
33
Stimulansz
hoofdstuk 7 inkomen en schulden
3 De inwoner met een inkomen dat lager is dan [percentage]% van de bijstandsnorm kan daarbij ook een bijdrage voor de zorgpremie krijgen van 3 [bedrag] per maand. 4 Een aanvraag om mee te doen aan de collectieve zorgverzekering moet worden ingediend voor [datum].
7.8.2 bijdrage voor mensen met een chronische ziekte of beperking
Wmo
1 Een inwoner die een chronische ziekte of een beperking heeft, kan van de gemeente een bijdrage krijgen van 3 [bedrag] per jaar. Deze bijdrage uit de Wmo is bedoeld voor de extra kosten die verbonden zijn aan de ziekte of beperking. Het gaat om een inwoner die: a | geen goede financiële buffer heeft; b | moet rondkomen van een inkomen dat lager is dan [percentage]% van de bijstandsnorm; en c | een chronische ziekte heeft. 2 Een aanvraag voor een bijdrage moet worden ingediend voor [datum]. 3 De gemeente bekijkt elk jaar of de bijdrage verhoogd moet worden. Die verhoging gaat dan in per 1 januari van het jaar erna.
7.9
schuldhulpverlening De gemeente heeft de taak om inwoners met schuldproblemen te helpen. Inwoners kunnen daarom de gemeente om hulp vragen bij het vinden van een oplossing voor hun schulden. Hier worden de belangrijkste uitgangspunten genoemd die de gemeente toepast als inwoners om hulp vragen.
Naar inhoudsopgave
7.9.1 samenwerking en toegang
Wgs
1 De gemeente werkt samen met andere organisaties om te voorkomen dat inwoners problematische schulden opbouwen. 2 De gemeente zorgt ervoor dat inwoners op een eenvoudige manier om hulp kunnen vragen bij het vinden van een oplossing voor schulden. 3 De gemeente informeert inwoners over de hulp die zij kan aanbieden en zorgt ervoor dat die hulp ook echt beschikbaar is. 4 De gemeente sluit geen enkele inwoner bij voorbaat uit van hulp. Een uitzondering op die regel is de inwoner die geen geldige verblijfstitel heeft.
7.9.2 schuldhulpverlening
Wgs
De gemeente zorgt ervoor dat de inwoner die hulp kan krijgen bij het oplossen van schulden, die hulp zo snel mogelijk krijgt.
7.9.3 besluit
Wgs
1 De gemeente informeert de inwoner die hulp kan krijgen over de manier waarop de hulp wordt gegeven. 2 De gemeente stuurt iedere inwoner die geen hulp kan krijgen een brief waarin staat waarom er geen hulp wordt gegeven.
34
Stimulansz
hoofdstuk 8 de vorm van de hulp De hulp die de gemeente geeft is in principe ‘in natura’: de gemeente zorgt ervoor dat er hulp wordt ingezet. Dat kan in de vorm van een dienst zijn (bijvoorbeeld hulp in de huishouding), maar het is ook mogelijk dat er een product wordt gegeven (bijvoorbeeld een rolstoel). In bepaalde gevallen kan de hulp in de vorm van geld worden gegeven (inkomens toeslag) of als een persoonsgebonden budget. In dit hoofdstuk is geregeld op welke manier de gemeente de hulp geeft. Ook is geregeld wanneer de gemeente een financiële bijdrage aan de inwoner kan vragen.
8.1
hulp in natura Kernwaarden De gemeente versterkt de zelfredzaamheid van de inwoner. De inwoner staat centraal. De eigen mogelijkheden en het sociale netwerk van de inwoner gaan voor. De gemeente stemt de hulp af op de inwoner. De gemeente maakt de hulp makkelijk bereikbaar.
Naar inhoudsopgave
Gewicht
|
| |
|
|
|
Jeugdwet Wmo PW IOAW IOAZ Wgs Gemeentewet
1 De inwoner die hulp van de gemeente krijgt, ontvangt de hulp in natura (een dienst of een product), tenzij in de wet of in deze verordening anders is bepaald. Gaat het om een product, dan wordt dit in eigendom verstrekt. 2 De gemeente ziet erop toe dat de leverancier van een product de wettelijke bepalingen over de garantie naleeft en de inwoner informeert over alles wat van belang is om te weten over de dienst of het product.
8.2
hulp in geld
| |
|
|
|
Wmo PW IOAW IOAZ Gemeentewet Awb
1 De inwoner die hulp van de gemeente krijgt ontvangt hulp in de vorm van geld, als dat in de wet of in deze verordening zo is bepaald. Hulp in de vorm van geld hoeft meestal niet terugbetaald te worden. Alleen als in de wet of in deze verordening anders is bepaald en dit aansluit bij de persoonlijke situatie van de inwoner, dan moet het geld wel worden terugbetaald. 2 De gemeente zorgt ervoor dat zij de betaling aan de inwoner doet binnen [termijn] nadat de gemeente een besluit heeft genomen over de betaling.
35
Stimulansz
hoofdstuk 8 de vorm van de hulp
3 De betaling wordt gedaan op het bankrekeningnummer dat de inwoner heeft doorgegeven, tenzij het doel van de betaling alleen op een andere manier kan worden bereikt. Dan kan de gemeente het geld op een andere manier, in een andere vorm of aan een andere persoon betalen. Bijvoorbeeld een betaling aan een leverancier of een betaling in contant geld, als de inwoner geen bankrekening heeft. 4 De gemeente kan beslissen om het geld niet te betalen, maar te ver rekenen met een bedrag dat de inwoner moet terugbetalen (vordering), als dit volgens de wettelijke regels kan. Het moet gaan om een vordering op grond van een van de wetten waarop deze verordening is gebaseerd. 5 De gemeente kan een besluit nemen om betalingen te doen, zonder dat de inwoner daar met een brief over wordt geïnformeerd. De gemeente stelt de inwoner dan op een andere geschikte manier op de hoogte van het betalingsbesluit.
8.3
8.3.2 pgb bij hulp door personen uit het sociale netwerk
persoonsgebonden budget 8.3.1 voorwaarden
|
Jeugdwet Wmo
1 In plaats van hulp in natura kan de inwoner een persoongebonden budget (pgb) krijgen als het om Wmo-hulp of jeugdhulp gaat en voldaan is aan de voorwaarden die de Wmo of de Jeugdwet stellen en die in deze paragraaf staan. 2 De gemeente kent een pgb pas toe als zij vindt dat de inwoner (of zijn vertegenwoordiger) in staat is zijn belangen voldoende te behartigen. De inwoner moet de taken die bij het pgb horen op een verantwoorde manier kunnen uitvoeren. 3 Het pgb is bedoeld voor hulp, maar kan niet aan alle kosten die daarmee te maken hebben worden besteed. Het pgb kan niet besteed worden aan: Naar inhoudsopgave
a | kosten voor bemiddeling, tussenpersonen of belangenbehartigers; b | het voeren van een pgb-administratie; c | ondersteuning bij het aanvragen en beheren van een pgbadministratie; en d | kosten voor een feestdagenuitkering aan de hulpverlener(s). 4 De gemeente verstrekt geen pgb in de volgende situaties: a | De kosten zijn gemaakt vóórdat de aanvraag is ingediend en het is niet meer na te gaan of die hulp nodig was. b | Het gaat om kosten voor vervoer, maar de inwoner kan gebruikmaken van het collectief taxivervoer. c | Uit het door de inwoner ingediende pgb-plan blijkt niet dat de kwaliteit van de hulp voldoende gewaarborgd is. d | De inwoner kan het pgb niet zelf beheren en de beoogde pgb-beheerder is dezelfde persoon als de beoogde hulpverlener.
|
Jeugdwet Wmo
1 De persoon die hulp geeft mag iemand uit het sociale netwerk van de inwoner zijn als deze persoon voldoet aan de volgende voorwaarden: a | Deze persoon hanteert een tarief dat binnen het minimum- en maximumbedrag valt. Het minimumbedrag is het wettelijk minimum uurloon voor een persoon van 22 jaar of ouder inclusief vakantiebijslag en bij een 36-urige werkweek. Het maximumbedrag is het bedrag dat de gemeente zou betalen voor hulp die nodig is (hulp in natura-tarief). b | Deze persoon heeft met goede argumenten aangegeven dat hij door het geven van de hulp niet overbelast raakt. Ook is deze persoon in staat om kwalitatief goede hulp te bieden en planmatig te werken. 2 Hulp door een bloed- of aanverwant in de eerste of tweede graad, wordt altijd als hulp door iemand uit het sociale netwerk gezien.
36
Stimulansz
hoofdstuk 8 de vorm van de hulp
8.3.3 hoogte en tarief pgb
|
Jeugdwet Wmo
1 De inwoner maakt een plan voor de besteding van het pgb. Dit is het pgb-plan. Hierin staat welke hulp de inwoner met het pgb wil betalen en door wie de hulp wordt gegeven. De gemeente moet het plan goedkeuren en zal daarna het pgb vaststellen. 2 De gemeente baseert de hoogte van het pgb op een offerte voor de aangegeven kosten. In deze offerte moet staan hoe hoog de kosten van de dienst of het product zijn (kostprijs). Met deze kostprijs moet de inwoner veilige, doeltreffende en kwalitatief goede hulp kunnen inkopen. 3 De kostprijs mag niet hoger zijn dan wat gebruikelijk is voor die dienst of dat product. De hoogte van het pgb is gelijk aan de hoogte van de offerte. Er geldt wel een maximumbedrag. Dat is het bedrag dat de gemeente zou betalen voor de hulp die nodig is (hulp in natura-tarief). Wanneer de offerte hoger is dan dit maximumbedrag, vergoedt de gemeente de meerprijs niet. 4 Gaat het om een product, dan houdt de gemeente bij de hoogte van het pgb rekening met een reële termijn voor de technische afschrijving en met de onderhouds- en verzekeringskosten. 5 Als hulp wordt gegeven door iemand uit het sociale netwerk of door een niet-professionele hulpverlener, dan is de hoogte van het pgb minimaal het wettelijk minimumuurloon voor een persoon van 22 jaar of ouder, inclusief vakantiebijslag en bij een 36-urige werkweek.
De gemeente betrekt bij de hoogte van het pgb de persoonlijke situatie van de inwoner en de werkervaring en deskundigheid van de hulpverlener. 6 De inwoner kan ervoor kiezen om een hulpverlener uit het sociale netwerk voor Wmo-hulp een vast bedrag van [6 141,- of lager] per maand te betalen (tegemoetkoming), als de hulpverlener deze hulp vrijwillig geeft.
Naar inhoudsopgave
OF [keuze maken] De inwoner kan ervoor kiezen om de hulpverlener uit het sociale netwerk voor Wmo-hulp een onkostenvergoeding voor schoonmaakmiddelen, levensmiddelen, kleding of reiskosten te betalen, als de hulpverlener deze hulp vrijwillig geeft. De gemeente stelt daarvoor de bedragen vast.
8.3.4 verantwoording pgb
|
Jeugdwet Wmo
1 De gemeente kan de inwoner vragen om duidelijk te maken hoe het pgb is besteed en welke resultaten de hulp voor de inwoner heeft gehad. Voor dat verslag kan de gemeente een formulier verplicht stellen. 2 Als een inwoner hulp-op-maat in de vorm van een pgb krijgt, wordt alleen de hulp uitbetaald die feitelijk geleverd is.
8.3.5 opschorten pgb
|
Jeugdwet Wmo
De gemeente kan aan de SVB vragen om de uitbetaling uit het pgb helemaal of gedeeltelijk uit te stellen totdat een besluit is genomen om het pgb weer voort te zetten of in te trekken. Dit kan de gemeente doen als: a | de inwoner onjuiste of onvolledige informatie heeft verstrekt, terwijl het verstrekken van de juiste of volledige informatie zou hebben geleid tot een andere beslissing van de gemeente; b | de inwoner niet voldoet aan de voorwaarden die bij een pgb horen; of c | de inwoner het pgb niet of voor een ander doel heeft gebruikt.
37
Stimulansz
hoofdstuk 8 de vorm van de hulp
8.4
Wmo
wat is de eigen bijdrage? 1 De inwoner betaalt een bijdrage in de kosten van Wmo-hulp voor de volgende algemene voorzieningen: a | huishoudelijke hulp niveau 1 of 2. De bijdrage is [bedrag] per uur; b | collectief vervoer. De bijdrage is [bedrag] [per kilometer OF per rit]; c | was- en strijkservice. De bijdrage is [bedrag] per [gewassen EN/OF gestreken] was; d | klussendienst. De bijdrage is [bedrag] per uur en de materiaalkosten, en e | […]. 2 De inwoner betaalt een bijdrage in de kosten voor Wmo-hulp-op-maat, zolang de inwoner gebruikmaakt van die hulp of voor de periode waar voor een pgb is verstrekt. Gaat het om een product, dan betaalt de inwoner een bijdrage totdat de kostprijs is betaald. De inwoner betaalt de bijdrage per vier weken aan het Centraal Administratiekantoor (CAK). De hoogte van deze periodieke bijdrage is gelijk aan het bedrag dat maximaal betaald moet worden op grond van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015. 3 De kostprijs van hulp-op-maat in natura wordt bepaald door een aanbesteding, na consultatie in de markt of na overleg met de aanbieder. 4 Gaat het om de kosten van een woningaanpassing voor een minderjarige inwoner, dan betalen de onderhoudsplichtige ouders de bijdrage.
Dat geldt ook voor de ouder tegen wie een vaderschapsactie is ingesteld en de rechter dit verzoek heeft afgewezen (artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek), en voor degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een minderjarige inwoner.
Naar inhoudsopgave
5 De gemeente vraagt geen bijdrage voor: a | hulp-op-maat aan inwoners met een inkomen lager dan [percentage] van de bijstandsnorm; b | een rolstoel voor het gebruik in huis en het onderhoud daarvan; en c | [andere vormen van hulp-op-maat].
38
Stimulansz
hoofdstuk 9 afspraken tussen inwoner en gemeente Dit hoofdstuk gaat over de manier waarop de gemeente en de inwoner met elkaar omgaan. Het gaat over de manier waarop de gemeente zich moet gedragen en wat er van de inwoner wordt verwacht. Als de inwoner rechten heeft, dan staan daar vaak plichten tegenover. Houdt de inwoner daar onvoldoende rekening mee, dan kan de gemeente de uitkering of voorziening beëindigen, terugvorderen of verlagen.
Kernwaarden
Gewicht
9.1
De gemeente ziet de inwoner als volwaardige partner.
hoe gaan we met elkaar om?
De eigen mogelijkheden en het sociale netwerk van de inwoner gaan voor.
PW | IOAW | IOAZ | Wgs | Wmo | Jeugdwet | Llv | Wko | Gemeentewet | Awb 9.1.1 de rol van de gemeente
De inwoner is zelf verantwoordelijk, de gemeente helpt als dat nodig is.
1 De gemeente zoekt samen met de inwoner naar een oplossing voor zijn probleem. Gemeente en inwoner gaan daarbij op een respectvolle manier met elkaar om. De gemeente zorgt voor het volgende: a | Voor de inwoner is het duidelijk wie er namens de gemeente contact met hem onderhoudt. De gemeente houdt het aantal contactpersonen zo beperkt mogelijk. b | De inwoner heeft, om zijn probleem te bespreken, altijd recht op een gesprek met een medewerker. Dat gesprek kan op het gemeentehuis, thuis bij de inwoner of ergens anders plaatsvinden. c | De gemeente helpt de inwoner om zijn probleem bij een andere organisatie te bespreken, als het bieden van hulp bij dit probleem een taak is voor die organisatie. d | De website van de gemeente voldoet aan erkende kwaliteitseisen. e | Er zijn eenvoudige aanvraagformulieren beschikbaar voor de inwoner die een uitkering of voorziening nodig heeft en die wil aanvragen. Het is voor de inwoner duidelijk waar die aanvraagformulieren verkrijgbaar zijn.
De inwoner geeft de informatie die nodig is.
Naar inhoudsopgave
39
Stimulansz
hoofdstuk 9 afspraken tussen inwoner en gemeente
f | De gemeente informeert de inwoner op een passende manier over procedures die worden gevolgd en zorgt ervoor dat deze procedures zo eenvoudig mogelijk zijn. g | De gemeente respecteert zoveel mogelijk de privacy van de inwoner. h | De gemeente maakt zoveel mogelijk gebruik van gegevens die al binnen de gemeente aanwezig zijn en vraagt alleen gegevens die nodig zijn voor het beoordelen van de hulpvraag. i | De gemeente wijst de inwoner op beschikbare deskundige hulp. 2 De gemeente reageert op een professionele manier op gedrag van de inwoner dat ontoelaatbaar is. De gemeente zorgt voor het volgende: a | De inwoner wordt op tijd geïnformeerd over: • zijn rechten en plichten; • wat er van hem wordt verwacht; • welk gedrag niet deugt; • wat de reactie van de gemeente is op gedrag dat niet deugt; en • waarom de gemeente tegen het gedrag optreedt. b | De gemeente geeft de inwoner de kans om zijn mening te geven vóórdat de gemeente beslist om op het gedrag van de inwoner te reageren door een maatregel te nemen. c | De reactie van de gemeente op ontoelaatbaar gedrag past bij: • de ernst van het gedrag; • de mate waarin dat de inwoner verweten kan worden; en • de persoonlijke situatie van de inwoner.
d | De gemeente stuurt de inwoner een brief met daarin duidelijk vermeld wat de gemeente gaat doen als reactie op het gedrag, wat dit precies betekent voor de inwoner en wat de inwoner daartegen kan doen. De gemeente maakt de inwoner ook duidelijk op welke manier hij het gedrag kan aanpassen, zodat de relatie hersteld wordt en de gemeente eventueel de dienstverlening zal voortzetten (als die is stopgezet).
Naar inhoudsopgave
PW | IOAW | IOAZ | Wgs | Wmo | Jeugdwet | Llv | Wko | Gemeentewet | Awb 9.1.2 de rol van de inwoner
1 De inwoner is in de eerste plaats zelf verantwoordelijk voor het oplossen van zijn probleem. De gemeente vult de mogelijkheden van de inwoner en zijn sociale netwerk aan als dat nodig is. De inwoner zorgt voor het volgende: a | De inwoner gaat eerst na welke mogelijkheden hij zelf heeft om zijn probleem op te lossen. b | Als de gemeente hulp verleent werkt de inwoner mee aan de oplossing van zijn probleem. c | De inwoner zorgt ervoor dat de hulp van de gemeente niet langer duurt dan nodig is. 2 De inwoner werkt mee zodat snel duidelijk is op welke manier zijn probleem zo snel mogelijk kan worden opgelost. Dat betekent het volgende: a | De inwoner informeert de gemeente zo snel en zo volledig mogelijk over alles wat van belang is voor het beoordelen van de hulpvraag, de persoonlijke situatie en de rechten en plichten van de inwoner. inwoner. Dit geldt ook als de hulp al is toegekend. b | De gemeente ontvangt alle documenten en bewijsstukken die zij nodig heeft zo snel mogelijk van de inwoner. c | De inwoner doet wat nodig is om de hulp van de gemeente zo kort mogelijk te laten duren. d | De inwoner brengt de gemeente zo snel mogelijk op de hoogte van zijn beperkingen, als die van belang zijn in het contact met de gemeente.
40
Stimulansz
hoofdstuk 9 afspraken tussen inwoner en gemeente
9.2
9.2.3 ingangsdatum en periode verlaging
afspraken en verplichtingen over uitkeringen 9.2.1 afstemming op houding en gedrag van de inwoner
|
|
|
PW IOAW IOAZ Awb
1 De gemeente verlaagt een uitkering als dat volgens de regels van de wet en deze verordening past bij de houding of het gedrag van de inwoner. 2 Bij het nemen van een besluit tot het verlagen van een uitkering houdt de gemeente rekening met: a | de ernst van het gedrag; b | de mate waarin de inwoner het gedrag verweten kan worden, en c | de persoonlijke situatie van de inwoner. 3 Voordat een uitkering wordt verlaagd, geeft de gemeente de inwoner de kans om zijn mening te geven. De inwoner kan dat op de volgende manier doen: • telefonisch • schriftelijk • via e-mail • [aanvullen]
9.2.2 geen schuld en verjaring
|
|
De gemeente verlaagt de uitkering niet als het gedrag van de inwoner meer dan [aantal jaar] voor het nemen van een besluit heeft plaatsgevonden of als het gedrag hem niet te verwijten is.
Naar inhoudsopgave
|
PW IOAW IOAZ Awb
|
|
|
PW IOAW IOAZ Awb
1 De gemeente maakt het besluit tot verlaging per brief aan de inwoner bekend. De verlaging gaat in vanaf de kalendermaand na de datum van dit besluit. Het is mogelijk dat de verlaging al in dezelfde maand of over eerdere maanden wordt toegepast. Dat kan als de uitkering voor die maand(en) nog niet is uitbetaald. 2 Soms kan de gemeente de uitkering niet of maar voor een deel verlagen omdat deze wordt beëindigd. Dan zal de gemeente het overgebleven deel van de verlaging alsnog opleggen als de inwoner binnen [tijdvak] na de beëindiging opnieuw een uitkering gaat ontvangen.
9.2.4 berekening verlaging
|
|
|
PW IOAW IOAZ Awb
1 De verlaging is een percentage van de uitkeringsnorm die van toepassing is op de inwoner. 2 Als de inwoner maandelijks bijzondere bijstand ontvangt, kan de gemeente de bijzondere bijstand verlagen met een percentage van de bijzondere bijstand. Gaat het om eenmalige bijzondere bijstand, dan kan de gemeente die bijstand weigeren als de bijstand nodig is vanwege verwijtbaar gedrag van de inwoner.
9.2.5 niet nakomen wettelijke arbeidsverplichtingen
|
PW Awb
1 De gemeente verlaagt de uitkering een maand als de inwoner een arbeidsverplichting uit artikel 18, vierde lid, van de Participatiewet niet voldoende nakomt. Die verlaging is 100% van de uitkeringsnorm. 2 De verlaging wordt in gelijke stukken verdeeld over de maand van oplegging en de twee daaropvolgende kalendermaanden, als er volgens de gemeente sprake is van bijzondere omstandigheden.
41
Stimulansz
hoofdstuk 9 afspraken tussen inwoner en gemeente 9.2.6 niet nakomen andere arbeidsverplichtingen
|
|
|
PW IOAW IOAZ Awb
1 De gemeente verlaagt de bijstandsuitkering een maand met [percentage]% van de uitkeringssnorm, voor het volgende gedrag: a | het niet voldoende proberen werk te vinden; b | het niet voldoende meewerken aan het opstellen, uitvoeren en evalueren van een plan van aanpak; c | het niet voldoende meewerken aan het afleggen van een taaltoets als bedoeld in artikel 18b van de Participatiewet; d | het niet voldoende leveren van een door de gemeente opgedragen tegenprestatie; e | bij de inwoner die alleenstaande ouder is: het uit houding en gedrag laten blijken geen gebruik te willen maken van een voorziening bedoeld om de kans op werk te vergroten, wat heeft geleid tot het intrekken van de ontheffing van de arbeidsplicht als bedoeld in artikel 9a, eerste lid, van de Participatiewet.
2 De gemeente verlaagt de IOAW- of IOAZ-uitkering een maand met [percentage]% van de uitkeringsnorm voor het volgende gedrag: a | het niet voldoende gebruikmaken van een door de gemeente aangeboden voorziening; b | het niet meewerken aan een onderzoek naar de mogelijkheden om te werken; c | het niet voldoende leveren van een door de gemeente opgedragen tegenprestatie; d | bij de alleenstaande ouder: het uit houding en gedrag laten blijken geen gebruik te willen maken van een voorziening die de kans op werk kan vergroten, wat heeft geleid tot het intrekken van de ontheffing van de arbeidsplicht als bedoeld in artikel 9a, eerste lid, van de Participatiewet.
Naar inhoudsopgave
3 Als de inwoner verwijtbaar werkloos is, wordt de IOAW- of IOAZ-uitkering geweigerd. De uitkering wordt dan geweigerd naar de mate waarin de inwoner inkomen zou hebben kunnen ontvangen als hij niet verwijtbaar werkloos was geworden of gebleven. De uitkering wordt tijdelijk geweigerd, als de inwoner: a | op staande voet is ontslagen, of b | een dienstverband heeft beëindigd, zonder dat er grote bezwaren waren verbonden aan de voortzetting. De uitkering wordt blijvend geweigerd, als de inwoner: a | een aanbod voor een dienstverband heeft afgewezen, of b | een dienstverband is misgelopen door zijn houding of gedrag.
9.2.7 stoppen verlaging
|
PW Awb
De gemeente kan de verlaging stoppen (niet uitvoeren) als overduidelijk blijkt dat de inwoner de arbeidsverplichtingen alsnog nakomt. De inwoner moet de gemeente zelf verzoeken om de verlaging te stoppen. Hij moet het verzoek per brief of e-mail hebben ingediend binnen [termijn] nadat het besluit om de uitkering te verlagen is genomen.
9.2.8 te weinig besef van verantwoordelijkheid
|
PW Awb
1 De gemeente verlaagt de uitkering van een inwoner die zich te weinig realiseert dat hij zelf verantwoordelijk is voor zijn eigen levensonder houd. De verlaging hangt af van het bedrag dat de gemeente daardoor onterecht heeft uitbetaald (benadelingsbedrag).
42
Stimulansz
hoofdstuk 9 afspraken tussen inwoner en gemeente
2 De verlaging duurt [termijn] en wordt vastgesteld op: a | [ percentage]% van de uitkeringsnorm bij een benadelingsbedrag tot 3 [bedrag]; b | [ percentage]% van de uitkeringsnorm bij een benadelingsbedrag vanaf 3 [bedrag].
9.2.9 onacceptabel gedrag
|
|
|
PW IOAW IOAZ Awb
De gemeente verlaagt de uitkering van een inwoner die zich onacceptabel gedraagt tegenover personen en instanties die de Participatiewet, de IOAW en IOAZ uitvoeren. De uitkering wordt [termijn] verlaagd met [percentage]% van de uitkeringsnorm.
9.2.10 niet nakomen van andere verplichtingen
|
PW Awb
1 De gemeente verlaagt de uitkering van een inwoner die een opgelegde verplichting als bedoeld in artikel 55 van de Participatiewet niet voldoende nakomt. 2 De verlaging is [percentage]% van de uitkeringsnorm voor [termijn] als het gaat om: a | verplichtingen die gericht zijn op werk; b | verplichtingen in verband met bijstand die in een bepaalde vorm (bijvoorbeeld in natura) of voor een specifiek doel wordt verstrekt; c | een opgelegde verplichting om een noodzakelijke medische behandeling te volgen; d | verplichtingen die zijn gericht op vermindering van de bijstand. 3 De verlaging is [percentage]% van de uitkeringsnorm voor [termijn] als het gaat om verplichtingen die gericht zijn op beëindiging van de bijstand.
Naar inhoudsopgave
9.2.11 samenloop van gedragingen
|
|
|
PW IOAW IOAZ Awb
1 Gedrag waardoor de inwoner meerdere verplichtingen uit deze paragraaf niet nakomt, leidt tot één verlaging. De grootste verlaging die van toepassing is voor het gedrag geldt dan, en ook de duur die bij die verlaging hoort. 2 Als sprake is van meerdere gedragingen die ertoe leiden dat één of meer verplichtingen niet worden nagekomen, wordt voor iedere gedraging een afzonderlijke verlaging opgelegd. Deze verlagingen worden gelijktijdig of - als dat niet mogelijk is - na elkaar opgelegd.
9.2.12 herhaling (recidive)
|
|
|
PW IOAW IOAZ Awb
De duur van de verlaging wordt verdubbeld als de uitkering binnen twaalf maanden na de datum van het besluit waarmee de verlaging is opgelegd opnieuw wordt verlaagd. De duur wordt ook verdubbeld als de gemeente de eerdere verlaging vanwege dringende redenen van de inwoner heeft vastgesteld op 3 0,- (nihil). Een herhaalde verlaging op grond van artikel 9.2.5 kan maximaal 3 maanden duren.
9.3
terugvorderen uitkering 9.3.1 terugvordering en incasso
|
|
PW IOAW IOAZ
1 De gemeente vordert gemeentelijke uitkeringen terug in de gevallen die in de wet zijn beschreven en doet dat volgens de regels van de wet. De gemeente vordert niet terug als terugvordering onaanvaardbare gevolgen heeft voor de inwoner.
43
Stimulansz
hoofdstuk 9 afspraken tussen inwoner en gemeente
2 Bij een klein bedrag kan de gemeente besluiten om dit niet terug te vorderen, als dit te veel tijd en geld kost. De gemeente vordert een klein bedrag wél terug als er te veel uitkering is betaald omdat de inwoner onvoldoende informatie heeft gegeven aan de gemeente. 3 Bij de incasso zorgt de gemeente ervoor dat inwoners een inkomen blijven houden dat past bij hun persoonlijke situatie. Dit inkomen is in ieder geval gelijk aan de beslagvrije voet.
9.4
|
| |
hoe controleert de gemeente of de afspraken worden nagekomen?
|
|
| |
Jeugdwet Wmo PW IOAW IOAZ Wgs Llv Wko
1 De gemeente kan een voorziening beëindigen als: a | de voorziening niet langer passend of nodig is; b | de inwoner zich niet houdt aan voorwaarden en verplichtingen die aan de voorziening zijn verbonden; c | de voorziening is verstrekt op grond van onjuiste of onvolledige gegevens van de inwoner; d | de gemeente niet langer kan vaststellen of een voorziening kan worden voortgezet, omdat de inwoner onvoldoende meewerkt aan een onderzoek naar het recht op de voorziening; e | de voorziening voor een ander doel wordt gebruikt dan bedoeld; f | de inwoner niet binnen [termijn] gebruik heeft gemaakt van de voorziening, tenzij hem dat niet te verwijten is. 2 De voorziening kan met terugwerkende kracht worden beëindigd (ingetrokken).
Naar inhoudsopgave
De gemeente kan de voorziening of de waarde daarvan van de inwoner terugvorderen. Dat kan vanaf het moment waarop is voldaan aan één of meer van de redenen voor beëindiging die genoemd worden in artikel 9.4.1. Wmo-voorzieningen kunnen alleen worden teruggevorderd als die voorzieningen zijn ingetrokken omdat de inwoner onjuiste of onvolledige gegevens aan de gemeente heeft verstrekt.
9.5
beëindigen en terugvorderen voorziening 9.4.1 beëindiging voorziening
Jeugdwet | Wmo | PW | IOAW | IOAZ | Wgs | Llv | Wko | Gemeentewet | Burgerlijk Wetboek 9.4.2 terugvordering voorziening
9.5.1 controle
|
| |
|
Jeugdwet Wmo PW IOAW IOAZ
1 De gemeente controleert regelmatig of de inwoner recht heeft op een uitkering of voorziening en of hij de juiste uitkering of voorziening heeft aangevraagd of ontvangt. De gemeente kan daarvoor gebruik maken van: a | huisbezoeken: medewerkers van de gemeente gaan langs bij de inwoner en kijken in en om de woning. De gemeente kan een huisbezoek aankondigen, maar dat hoeft niet; b | heimelijke waarnemingen: medewerkers van de gemeente verzamelen gegevens over de inwoner zonder dat de inwoner hierover vooraf is geïnformeerd. Dat verzamelen gebeurt bijvoorbeeld door buurt onderzoek; c | bestandsvergelijkingen: de gemeente vergelijkt de gegevens van de inwoner met de gegevens die bekend zijn over deze inwoner bij andere organisaties, zoals bij UWV, de Belastingdienst en andere gemeenten; d | signalen en tips van organisaties of particulieren; e | andere passende onderzoeksmethoden.
44
Stimulansz
hoofdstuk 9 afspraken tussen inwoner en gemeente
2 De controle van de voorzieningen is ook bedoeld om de kwaliteit van de voorziening te beoordelen en om te kijken of de voorziening op de juiste manier wordt gebruikt. 3 Bij de controle van uitkeringen en voorzieningen zorgt de gemeente ervoor dat de regels die horen bij de opsporing van strafbare feiten worden nageleefd. 4 Bij beëindiging van de uitkering of voorziening op verzoek van de inwoner, onderzoekt de gemeente wat de reden is van de beëindiging. De gemeente gaat ook na of de uitkering of voorziening tot de einddatum terecht is verstrekt.
9.5.2 voorkomen van fraude
|
| |
|
Jeugdwet Wmo PW IOAW IOAZ
De gemeente stelt alles in het werk om fraude te voorkomen (preventie). Daarom informeert de gemeente inwoners op een gepaste manier over rechten en plichten en over de gevolgen van misbruik en oneigenlijk gebruik van uitkeringen en voorzieningen.
9.5.3 beleidsplan en beleidsverslag
|
| |
|
Jeugdwet Wmo PW IOAW IOAZ
1 De gemeente stelt jaarlijks een beleidsplan vast. In dat plan legt de gemeente vast hoe zij fraudebestrijding aanpakt en ervoor zorgt dat inwoners zich zo goed mogelijk aan de regels houden (handhaving). 2 In het beleidsplan staat in ieder geval: a | wat de gemeente precies met fraudepreventie bedoelt; b | wanneer en hoe de gemeente inwoners informeert over rechten en plichten (voorlichting); c | welke onderzoeksmethoden wanneer kunnen worden ingezet; en d | hoe de gemeente samenwerkt met andere organisaties om fraude tegen te gaan.
Naar inhoudsopgave
3 De gemeente stelt na afloop van ieder kalenderjaar een beleidsverslag vast. Daarin beschrijft de gemeente of de gestelde doelen voor dat jaar zijn behaald en de redenen waarom dat wel of niet is gebeurd.
9.5.4 privacy
|
| |
|
Jeugdwet Wmo PW IOAW IOAZ
1 De gemeente stelt voor onderzoeksmethoden die vaak worden toegepast protocollen op. Het gaat in ieder geval om protocollen voor de inzet van: a | huisbezoeken b | buurtonderzoeken c | [aanvullen] De protocollen moeten ervoor zorgen dat er geen ongeoorloofde inbreuk op het privé-leven van inwoners plaatsvindt. De gemeente maakt de protocollen openbaar bekend. 2 Bij het uitvoeren van onderzoek zorgt de gemeente ervoor dat inbreuk op persoonlijkheidsrechten, zoals op de bescherming van het privéleven, niet verder gaat dan wat noodzakelijk, passend en wettelijk toegestaan is
9.5.5 toezichthouders
|
| |
|
|
Jeugdwet Wmo PW IOAW IOAZ Awb
De gemeente wijst een of meer ambtenaren aan die de taak hebben erop toe te zien dat de wetten en de bijbehorende regels worden nageleefd.
45
Stimulansz
hoofdstuk 10 inspraak en inwonerparticipatie Het beleid dat de gemeente maakt en uitvoert is bedoeld voor de inwoners. Met de ervaringen van de inwoners kan de gemeente haar beleid als het nodig is aanpassen en verbeteren. In dit hoofdstuk is vastgelegd hoe inwoners hun invloed kunnen uitoefenen. Ook is geregeld dat er een cliëntenadviesraad is en is de taak van deze raad beschreven. Ten slotte is hier ook geregeld op welke manier inwoners met leveranciers, zoals zorgaanbieders, kunnen overleggen over diensten en producten die bedoeld zijn voor de inwoners met een beperking.
Kernwaarden De gemeente ziet de inwoner als volwaardige partner. De gemeente gaat zorgvuldig om met de inwoner.
Naar inhoudsopgave
Gewicht
10.1
inspraak van inwoners
|
| |
|
|
Jeugdwet Wmo PW IOAW IOAZ Gemeentewet
1 De gemeente kiest ervoor om inwoners inspraak te geven in de onder werpen die in deze verordening worden geregeld. De regels van de [Inspraakverordening gemeente] zijn daarop van toepassing, maar worden aangevuld met de regels in dit hoofdstuk. Inwoners kunnen inspraak hebben bij: a | plannen voor beleid en regels; b | de manier waarop de gemeente beleid en regels uitvoert; c | de manier waarop medewerkers van de gemeente omgaan met inwoners (bejegening); d | de manier waarop zorgaanbieders en leveranciers hun taken uitvoeren. 2 Inspraak houdt ook in het doen van voorstellen voor ander beleid, andere regels of een andere uitvoering. 3 De gemeente kan inwoners op de volgende manier inspraak geven: a | v ia de cliëntenadviesraad; b | door inwoners te raadplegen, bijvoorbeeld met enquêtes en bijeenkomsten; c | door samen met inwoners een plan te ontwerpen; d | v ia de jeugdraad; e | [ aanvullen]. 4 De gemeente kiest die vorm van inspraak die past bij het onderwerp en bij de groep die het betreft. De gemeente bepaalt na overleg met de cliëntenadviesraad welke vorm de inspraak heeft.
46
Stimulansz
hoofdstuk 10 inspraak en inwonerparticipatie
10.2
|
| |
|
|
Jeugdwet Wmo PW IOAW IOAZ Gemeentewet
hulp van de gemeente bij inspraak
De gemeente zorgt voor goede inspraak en doet dat op de volgende manier: a | Het moment waarop inspraak kan worden gegeven, geeft inwoners voldoende mogelijkheid om invloed te hebben op plannen van de gemeente over beleid, regels of de uitvoering daarvan. b | De inwoners worden deskundig ondersteund, zodat de inspraak volwaardig is. c | De inwoners kunnen deelnemen aan overleg met de gemeente over kernwaarden, beleid, regels en de uitvoering daarvan. d | De inwoners krijgen op tijd en voldoende informatie om goede inbreng te kunnen geven.
10.3
cliëntenadviesraad
|
| |
|
|
Jeugdwet Wmo PW IOAW IOAZ Gemeentewet
1 De gemeente zet zich ervoor in dat er een cliëntenadviesraad is die een afspiegeling vormt van de verschillende groepen inwoners voor wie deze verordening iets regelt. Het doel van de gemeente om een cliëntenadvies raad in te stellen is om inwoners inspraak te geven in het beleid, de regels en de uitvoering daarvan. 2 De cliëntenadviesraad bestaat uit: a | inwoners die een uitkering van de gemeente ontvangen of hebben ontvangen; b | inwoners met een beperking die ervaring hebben met Wmo-hulp van de gemeente; c | jongeren of hun ouders die ervaring hebben met gemeentelijke jeugdhulp en/of leerlingenvervoer; d | inwoners die zich sterk betrokken voelen bij één van deze groepen; en e | een onafhankelijk voorzitter. Naar inhoudsopgave
3 De leden van de cliëntenadviesraad kunnen kandidaten voordragen. 4 De leden van de cliëntenadviesraad worden benoemd door de gemeente, voor een periode van [termijn]. 5 De cliëntenadviesraad benoemt de voorzitter voor een periode van [termijn]. 6 De cliëntenadviesraad vergadert elk jaar [frequentie] keer. 7 De gemeente heeft ten minste vier keer per jaar contact met de cliëntenadviesraad. 8 De gemeente evalueert elk jaar ten minste één keer met de cliënten adviesraad hoe de samenwerking gaat. Dan wordt ook besproken of de inspraak goed functioneert. De cliëntenadviesraad stuurt na afloop van dit overleg een verslag aan de gemeenteraad.
10.4
|
| |
|
|
Jeugdwet Wmo PW IOAW IOAZ Gemeentewet
taken en bevoegdheden cliëntenadviesraad
1 De cliëntenadviesraad maakt ervaringen, meningen en inzichten van inwoners die afhankelijk zijn van hulp van de gemeente kenbaar aan de gemeente. 2 De cliëntenadviesraad adviseert de gemeente over plannen om beleid, regels of de uitvoering daarvan bij te stellen. 3 De gemeente vraagt de cliëntenadviesraad om advies uiterlijk [termijn] voordat de gemeente deze plannen wil vaststellen. De cliëntenadviesraad adviseert de gemeente uiterlijk [termijn] voordat de gemeente deze plannen wil vaststellen. 4 De cliëntenadviesraad kan ongevraagd voorstellen doen aan de gemeente over verandering van beleid, regels of de uitvoering daarvan. 5 De cliëntenadviesraad kan geen klachten, bezwaarschriften of andere onderwerpen bespreken die over individuele personen gaan. 6 De cliëntenadviesraad kan zelf regels vaststellen over de manier waarop de raad zijn werk doet.
47
Stimulansz
hoofdstuk 10 inspraak en inwonerparticipatie
10.5
|
| |
|
|
Jeugdwet Wmo PW IOAW IOAZ Gemeentewet
budget, vergoeding en voorzieningen
1 De gemeente geeft de cliëntenadviesraad elk jaar een budget voor de onkosten. 2 De gemeente stelt elk jaar een budget vast voor andere vormen van inspraak. 3 De leden van de cliëntenadviesraad ontvangen per [termijn] 3 [bedrag] als onkostenvergoeding. 4 De gemeente zorgt ervoor dat de cliëntenadviesraad gebruik kan maken van een vergaderruimte en van andere voorzieningen die nodig zijn om de taken goed uit te kunnen voeren. 5 De gemeente stelt een medewerker (ambtelijk secretaris) aan die de cliëntenadviesraad helpt om zijn werk goed te doen.
10.6
inspraak bij zorgaanbieders en leveranciers
|
Jeugdwet Wmo
1 Leveranciers zijn verplicht om inwoners die gebruikmaken van hun diensten of producten inspraak te geven en daarover regels te maken. De gemeente bepaalt over welke onderwerpen de inspraak gaat en welke vorm de inspraak heeft. 2 De gemeente controleert of de zorgaanbieder of leverancier zich houdt aan de regels voor inspraak.
Naar inhoudsopgave
48
Stimulansz
hoofdstuk 11 kritiek op de uitvoering De gemeente probeert het beleid en de regels zo goed mogelijk uit te voeren. Toch is het mogelijk dat inwoners het niet eens zijn met de aanpak van de gemeente. In dit hoofdstuk staan enkele regels over de mogelijkheid om een klacht in te dienen, een vertrouwenspersoon te spreken of bezwaar te maken. Daarbij is aangesloten bij de visie op klachtbehandeling van de Nationale ombudsman.
Kernwaarden De gemeente ziet de inwoner als volwaardige partner. De gemeente handelt professioneel en neemt de inwoner serieus. De gemeente helpt de inwoner om op een eenvoudige manier zijn mening te geven.
Gewicht
11.1
doelen klacht- en bezwaarprocedure
|
Awb Gemeentewet
1 De gemeente ziet een klacht of bezwaar als: a | een stimulans om de hulpvraag van de inwoner nog eens te onderzoeken; b | een middel voor de inwoner om zijn mening kenbaar te maken; c | een mogelijkheid om de dienstverlening aan de inwoners te verbeteren; d | een manier om een vertrouwensbreuk te herstellen; en e | een middel om fouten bij de uitvoering van wettelijke taken te repareren. 2 De inwoner die een klacht of bezwaar heeft ingediend, krijgt de gelegenheid om zijn klacht of bezwaar mondeling toe te lichten. Dit gebeurt niet als het voor de gemeente overduidelijk is dat een mondelinge toelichting geen enkele zin heeft. 3 De inwoner kan kritiek op de uitvoering van wettelijke taken door de gemeente uiten via een eenvoudige en effectieve klachten- en bezwaarprocedure. 4 De gemeente zorgt ervoor dat klachten en bezwaren zo snel mogelijk, maar in ieder geval binnen de wettelijke termijnen, worden afgehandeld. 5 De gemeente zorgt ervoor dat de inwoner die een klacht of bezwaar heeft ingediend zich gehoord voelt.
11.2
klachtenfunctionaris gemeente
|
Awb Gemeentewet
1 De gemeente heeft een klachtenfunctionaris. De inwoner kan bij deze medewerker een klacht indienen over: a | het gedrag van medewerkers en de bejegening van de inwoner; b | de manier waarop de gemeente meldingen en aanvragen heeft afgehandeld; c | de manier waarop de gemeente voorzieningen en diensten heeft uitgevoerd. Naar inhoudsopgave
49
Stimulansz
hoofdstuk 11 kritiek op de uitvoering
2 De inwoner moet een klacht zo snel mogelijk indienen bij de gemeente. De gemeente informeert de inwoner hoe een klacht kan worden ingediend en hoe de klachtenprocedure verloopt.
11.3
|
Awb Gemeentewet
klachten over andere personen of organisaties
1 De inwoner die een klacht heeft over het gedrag van een persoon of organisatie die door de gemeente is ingehuurd, moet zijn klacht eerst indienen bij die persoon of organisatie. Die persoon of organisatie moet een klachtenregeling hebben en deze met de gemeente hebben gedeeld. 2 De gemeente controleert of de klachtenregeling van personen of organisaties die hulp verlenen op grond van een besluit van de gemeente, wordt nageleefd. 3 Als de inwoner niet tevreden is over de manier waarop de klacht door de hulpverlenende persoon of organisatie is afgehandeld, kan de inwoner een klacht indienen bij de gemeente. 4 De inwoner die geraakt is door geweld of ander strafbaar gedrag van personen of organisaties die die hulp verlenen op grond van een besluit van de gemeente, kan dit melden bij de gemeente. De gemeente bepaalt hoe die melding wordt behandeld.
11.4
vertrouwenspersoon
|
Jeugdwet Gemeentewet
1 De gemeente zorgt ervoor dat de inwoner die hulp van de gemeente krijgt, een onafhankelijke vertrouwenspersoon kan spreken. De inwoner kan bij deze vertrouwenspersoon terecht voor een vertrouwelijk gesprek over bijvoorbeeld ongewenste omgangsvormen, problemen, klachten en vragen in verband met de geboden hulpverlening.
Naar inhoudsopgave
2 Voor de Jeugdwet geldt: de vertrouwenspersoon kan de inwoner (jongere, ouder of pleegouder) op verzoek ondersteunen bij problemen, klachten en vragen in verband met de hulpverlening door de gemeente, de jeugdhulpaanbieder, de gecertificeerde instelling jeugdbescherming en jeugdreclassering en het Advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling (Veilig Thuis).
11.5
bezwaar
|
Awb Gemeentewet
1 Als de gemeente een besluit neemt, informeert de gemeente de inwoner over de manier waarop bezwaar kan worden gemaakt tegen dat besluit. 2 De inwoner die het niet eens is met een besluit dat is genomen op grond van de genoemde wetten en van deze verordening, kan daartegen bezwaar maken volgens de regels die zijn beschreven in de [titel bezwaar schriftenverordening gemeente]. 3 Nadat de gemeente een bezwaarschrift heeft ontvangen, neemt een medewerker telefonisch contact op met de inwoner om het bezwaar te bespreken. De medewerker geeft uitleg over het besluit van de gemeente en informeert bij de inwoner naar argumenten, feiten en omstandigheden die van belang zijn voor de beoordeling van het bezwaar. Dit gesprek is gericht op verbetering van de besluitvorming door de gemeente en kan leiden tot een heroverweging van het besluit.
50
Stimulansz
hoofdstuk 12 kwaliteit, inkoop en aanbesteding De diensten en producten die de gemeente levert, moeten van goede kwaliteit zijn. Diensten moeten aansluiten bij de behoefte van de inwoner. Producten moeten degelijk zijn en goed bruikbaar voor de inwoner. De gemeente moet zich bij de inkoop van diensten en producten aan bepaalde regels houden. Dit hoofdstuk gaat over de kwaliteit, de inkoop en de aanbesteding van diensten en producten.
Kernwaarden
Gewicht
Diensten en producten van de gemeente zijn kwalitatief goed en passend bij de behoefte van de inwoner. De gemeente handelt professioneel en neemt de inwoner serieus. De gemeente werkt efficiënt en doelgericht. De gemeente stemt de hulp af op de inwoner.
12.1
kwaliteit
|
|
Jeugdwet Wmo Gemeentewet
1 Alle diensten en producten die de gemeente in het kader van deze verordening aanbiedt moeten van goede kwaliteit zijn, zodat het gewenste effect voor de inwoner wordt bereikt. 2 De gemeente zorgt voor een goede prijs-kwaliteitverhouding door: a | een vaste prijs te bepalen. Die prijs geldt dan voor inschrijving op een aanbesteding en voor een daaropvolgende overeenkomst met een leverancier; of b | een reële prijs vast te stellen. Die geldt dan als ondergrens voor een inschrijving en voor een daaropvolgende overeenkomst met een leverancier.
Naar inhoudsopgave
51
Stimulansz
hoofdstuk 12 kwaliteit, inkoop en aanbesteding
3 De diensten en producten: a | passen bij de behoefte van de inwoner; b | zijn veilig, geschikt en bruikbaar voor de inwoner; c | voldoen aan normen en eisen die door de beroepsgroep of in het vakgebied algemeen zijn aanvaard; d | respecteren de rechten van de inwoner; e | worden afgestemd op andere diensten of producten die aan de inwoner worden geleverd; f | worden geleverd volgens een bepaalde opzet die op tijd aan de inwoner wordt meegedeeld. 4 De gemeente stelt beleidsregels vast waarin de kwaliteitseisen worden uitgewerkt en controleert of deze eisen door leveranciers worden nageleefd.
12.2
inkoop en aanbesteding
|
|
Jeugdwet Wmo Gemeentewet
1 De gemeente zorgt ervoor dat de kwaliteit van de diensten en producten in het kader van deze verordening gegarandeerd is. Bij inkoop en aanbesteding verwacht de gemeente van leveranciers dat zij rekening houden met de voorwaarden uit artikel 12.1 lid 2. 2 Bij inkoop en aanbesteding verwacht de gemeente van leveranciers dat zij: a | diensten en producten leveren tegen de door hen berekende kostprijs, zonder dat de kwaliteit en de levering in gevaar komen; en b | als zij personeel hebben, dat zij zich als werkgever houden aan de regels van het arbeidsrecht. 3 De gemeente houdt bij het vaststellen van prijzen rekening met: a | het soort dienst of product; b | het salaris en andere arbeidsvoorwaarden van de beroepskrachten; c | een redelijke toeslag voor overheadkosten; Naar inhoudsopgave
d | andere personeelskosten die niet direct met de dienstverlening te maken hebben, zoals kosten voor bijscholing, ziekte en verlof van personeel; e | reis- en opleidingskosten; f | het jaarlijks aanpassen van de kostprijs in verband met stijging van de kosten; 9 | andere kosten die het gevolg zijn van verplichtingen voor leveranciers, zoals rapportage- en administratieve verplichtingen. 4 De leverancier moet aantonen dat bij het bepalen van de kostprijs rekening gehouden is met de factoren uit 12.2.3.
52
Stimulansz
hoofdstuk 13 van oud naar nieuw In dit hoofdstuk zijn de laatste bepalingen opgenomen. Hier wordt geregeld welke verordeningen vervangen worden door deze verordening en wanneer deze verordening ingaat. Hier is ook opgenomen dat de gemeente bepalingen uit deze verordening kan uitwerken of verder invullen, dat met regelmaat beoordeeld wordt of de verordening nog goed werkt, wat de officiële naam is van deze verordening en dat de gemeente van deze verordening kan afwijken als dit echt nodig is.
Kernwaarden De gemeente handelt professioneel en neemt de inwoner serieus. De gemeente werkt efficiënt en doelgericht. De gemeente stemt de hulp af op de inwoner.
Gewicht
13.1
Gemeentewet
onderzoek naar de werking van de verordening 1 De gemeente onderzoekt [termijn] of de verordening voldoende bijdraagt aan de doelen die de gemeente wil bereiken. Om dat te kunnen nagaan verzamelt de gemeente systematisch informatie over: a | [informatie]; b | [informatie], en c | [informatie]. De gemeente houdt zich daarbij aan de Algemene Verordening Gegevens bescherming (AVG). 2 De gemeenteraad bespreekt een verslag van dit onderzoek en past de verordening aan als dat nodig is.
13.2
Gemeentewet
uitvoeringsregels De gemeente kan uitvoeringsregels maken over de onderwerpen die in deze verordening zijn geregeld. Deze uitvoeringsregels kunnen de vorm hebben van beleidsregels of van een (nadere) regeling. Beleidsregels geven aan hoe de gemeente met een bepaalde bevoegdheid omgaat. Naar inhoudsopgave
53