Ombuigingsvoorstellen GR Sociaal.pdf
Tekst van het document
2027
2028
2029
2030
-200 0 200
-200 0 200
-200 0 200
-200 0 200
-200 0 200
A. Inhoudelijke toelichting maatregel In het AB van 27 november 2025 is het besluit genomen om het instrumentarium van de Participatiewet uit te breiden naar een verschillende doelgroepen niet-uitkeringsgerechtigden (nuggers): kwetsbare jongvolwassenen (<27 jaar, wettelijk verplicht door wet van school naar duurzaam werk), UWV-doelgroepen en alle nuggers die zich in 2026 melden bij het Regionaal Werkcentrum Drechtsteden, waaronder statushouders. Daarbij is de opdracht gegeven dit eind 2026 te evalueren. Deze financieel technische maatregel houdt in dat de verwachte besparing op de BUIG ingeboekt wordt in de meerjarenbegroting. Het gaat hierbij om de doelgroepen van de Wet van School naar Duurzaam Werk, UWV-doelgroepen en nuggers, niet zijnde statushouders. Maatschappelijke impact Geen. WAARDERING: LAAG B. Impact organisatie en processen Het risico is dat er druk wordt gelegd op het bereiken van onhaalbaar resultaat. De dienstverlening aan nuggers is een wettelijke verplichting: het is al onderdeel van de huidige Participatiewet, maar er zat beleidsvrijheid op hoe ver je dienstverlening aan nuggers reikt. de Wet van School naar Duurzaam Werk is nieuw per 1-1-2026 waardoor we jongeren in ieder geval brede ondersteuning moeten bieden. de versterking banenafspraak gaat hoogstwaarschijnlijk per 1-1-2027 in. WAARDERING: HOOG C. Impact dienstverlening Geen. WAARDERING: LAAG D.
Inhoudelijke financiële toelichting (evt.) voorinvestering en verwachte besparing Het Rijk rekent wetswijzigingen door in de CPB prognoses voor de ontwikkeling van de BUIG. Dat betekent dat de besparing op de BUIG daar al in zit. Deze dienstverlening van nuggers wordt van ons gevraagd en verwacht door het Rijk. Op het moment dat wij de verwachte besparing op de BUIG zelf óók doorrekenen, is het risico dat we een te rooskleurig beeld voorspellen en te weinig BUIG middelen ontvangen om onze begroting in te vullen. • • • •
Investering € 200K in formatie en trajecten Voorkomen instroom € 200K (30% zou anders zijn ingestroomd). De besparing kan niet worden ingeboekt omdat de doelgroep nog niet in de uitkering zit. Preventieve inzet re-integratie bij UWV kost geen geld, maar levert 5k op. Rendement voor samenleving geheel: ca € 900K (MKBA rapportage, waaronder toegevoegde waarde economie, belastingopbrengsten overheid en desinvestering onderwijs).
De impact van de Vroege start Wet Inburgering (onderdeel van AB voorstel Nuggersbeleid) is in een apart formulier uitgewerkt. Impact voor gemeenten Deze maatregel heeft geen impact op de gemeenten.
Ombuigingsformulier maatregel 26 1. Opgave 2. Maatregel 3. Opgavemanager 4. Beleidsadviseur 5. Financieel adviseur 6. Soort maatregelen 7. Lasten of baten 8. Voorinvestering 9. Financiële onderbouwing Bedragen * € 1.000
Ontwikkelen naar werk Stoppen met subsidie aan Stichting MBO E. Janssen N. Rodenhuis G. de Vries-Bezemer Financieel technisch / inhoudelijk (doorstrepen) Verlagen lasten / verhogen inkomsten (doorstrepen) Ja/Nee (doorstrepen) Jaar van uitvoering en totale jaarlast/baat 2026
2027
2028
2029
2030
a.
Verlagen lasten
0
-20
-40
-83
-83
b. c.
Verhogen baten Voorinvestering
0 0
0 0
0 0
0 0
0 0
A. Inhoudelijke toelichting maatregel De subsidie aan stichting MBO Drechtsteden wordt stopgezet. Deze organisatie heeft een netwerk- en platformfunctie voor werkgevers in de Drechtsteden. B. Maatschappelijke impact Het in stand houden van een actief werkgeversnetwerk dat sociaal ondernemerschap promoot, is in het belang van de GR Sociaal en deelnemende gemeenten. We zijn afhankelijk van werkgevers voor het plaatsen van (kwetsbare) inwoners. Stichting MBO inspireert, adviseert en faciliteert werkgevers. Om die reden is het partnerschap met de stichting relevant, het schrappen van de subsidie schaadt de relatie. Daarnaast zien we de kans groot dat Stichting MBO alsnog op andere manieren zal proberen om de subsidie te verzamelen bij de individuele gemeenten of aanpalende organisaties. WAARDERING: HOOG C. Impact organisatie en processen Stichting MBO heeft sporadisch evenementen georganiseerd voor de GR Sociaal. Daarnaast heeft het met name een netwerkfuncties en zit deze niet verwerkt in processen. Er moet wel gekeken worden naar de lopende overeenkomst met de stichting en of deze op te heffen is of dat er een termijn aan gekoppeld is. WAARDERING: LAAG D. Impact dienstverlening Mogelijk hebben we minder kansen op het vinden van werkplekken voor onze inwoners. WAARDERING: MIDDEN E.
Inhoudelijke financiële toelichting (evt.) voorinvestering en verwachte besparing Het betreft een jaarlijkse subsidie van € 83.000. Bij stopzetten verlaagt dit de lasten Participatie. Geadviseerd wordt om de subsidie in 3 jaar af te bouwen. Impact voor gemeenten Deze maatregel heeft geen impact op de gemeenten. Kader wetgeving en beleid Wettelijk verplicht? Ja/nee wet noemen: ……………………………… ………
Implementatie of uitwerking - De ombuiging is snel te implementeren
Benchmarken Kan de KPI gemonitord/gebenchmarkt worden: Nee, niet van toepassing
Juridisch uitvoerbaar? Ja / Nee Beleidsvrijheid? Ja / Nee Voorgestelde besluitvormingsroute: B = dagelijks bestuur
Advies beleidsadviseur: A = ombuigingsmaatregel opnemen als voorstel naar gemeenten
Ombuigingsformulier ombuigingsmaatregel 28 1. Opgave 2. Maatregel 3. Opgavemanager 4. Beleidsadviseur 5. Financieel adviseur 6. Soort maatregelen 7. Lasten of baten 8. Voorinvestering 9. Financiële onderbouwing Bedragen * € 1.000 a. b. c.
Verlagen lasten Verhogen baten Voorinvestering
ONW Inzet WOP voor uitvoering participatiedeel van de Z-route E. Janssen P. Kooijman G. de Vries-Bezemer inhoudelijk Verlagen lasten Ja Jaar van uitvoering en totale jaarlast/baat 2026
2027
2028
2029
2030
0 0 0
0 0 0
-313 0 226
-313 0 226
-313 0 226
A. Inhoudelijke toelichting maatregel De Z-route is een leerroute binnen de nieuwe Wet inburgering voor mensen die moeite hebben met leren en vooral via praktijk en begeleiding inburgeren. De focus ligt op meedoen in de samenleving, zoals vrijwilligerswerk of dagbesteding, in plaats van het behalen van taalexamens. De Z-route heeft een participatiedeel en een taalaanbod. De uitvoering van het participatiedeel van de Z-route wordt momenteel op basis van aanbesteding uitgevoerd door een externe partij en beslaat minimaal inzet van 800 uur per deelnemer. De invulling ervan kent een overlap met het aanbod van het Werk Ontwikkelpunt dat onderdeel is van de GR Sociaal. Wenselijk is om de uitvoering van het participatiedeel van de Z- route en de uitvoerende capaciteit van het Werk ontwikkelpunt (WOP) op termijn samen te voegen en formeel te beleggen bij het WOP. B. Maatschappelijke impact De deelnemers aan de Z-route kennen in principe een grote afstand tot de arbeidsmarkt en maken gebruik van toeleiding naar participatieplekken, vrijwilligerswerk, ontwikkelplekken en betaald werk (ook via banenafspraak en beschut werk). Met de positionering van het WOP als uitvoerende partij van het participatiedeel van de Z-route wordt voor de deelnemers een duidelijke doorgaande lijn van toeleiding naar participatie en werk gecreëerd.
De deelnemers krijgen dan minder te maken met verschillende uitvoerende organisaties. WAARDERING: HOOG C. Impact organisatie en processen Momenteel bevinden zich 235 inwoners in de Z-route. Hiertoe dient de capaciteit van het WOP tot dit volumeniveau te worden opgeschaald. De invulling van de trajecten kent daarbij een vergelijkbare uitvoering van het huidige WOP, waarbij wel de processen ingericht moeten worden om te kunnen voldoen aan de vereisten van de Wet inburgering 2021 t.a.v. de rapportage en verantwoording i.h.k.v. de SPUK Wet inburgering. Daarnaast is de inzet van contractmanagement, uitvoering, financiën en beleid bij het aanbesteden (gemiddelde duur 1 jaar) van dit product niet meer nodig. WAARDERING: HOOG D. Impact dienstverlening Doordat de uitvoering wordt beperkt tot 1 partij waarbij een breed scala aan door- en uitstroom mogelijkheden wordt geboden, stijgt de kwaliteit van de dienstverlening voor de inwoners. Daarnaast wordt hiermee nieuw arbeidspotentieel gegenereerd voor werkgevers in de regio. WAARDERING: HOOG E. Inhoudelijke financiële toelichting (evt.) voorinvestering en verwachte besparing De uitvoering van het participatiedeel van de Z-route wordt gefinancierd vanuit de SPUK Wet inburgering. Momenteel geldt hiervoor een trajectprijs van € 3.750 per deelnemer gedurende het traject van 3 jaar. Per jaar gaat het om circa 250 deelnemers.
De geschatte inzet is 2 fte benodigde formatie ad. € 226.000. De jaarlijkse besparing Inkoop Z-route participatiedeel is € 313.000 zijnde 250 deelnemers x 1/3 van € 3.750 (bedrag is voor 3 jaar). Afgezet tegen de inzet participatiedeel in eigen beheer levert dit een besparing van jaarlijks € 0,1 mln.
Impact voor gemeenten Het participatiedeel van de Z-route is een verplicht onderdeel van de Wet inburgering 2021. De verantwoordelijkheid ligt daarvoor bij de gemeenten maar de uitvoering van dit onderdeel is via mandaat belegd bij de GR Sociaal. Er zijn voor de Wet inburgering 2021 geen verordeningen opgesteld. Kader wetgeving en beleid Wettelijk verplicht? Ja wet noemen: Wet inburgering 2021
Implementatie of uitwerking - De ombuiging vraagt verdere uitwerking met gemeenten
Juridisch uitvoerbaar? Ja Beleidsvrijheid?
Benchmarken Kan de KPI gemonitord/gebenchmarkt worden: nee, moet ingericht worden bij doorgang van het voorstel.
Ja
Voorgestelde besluitvormingsroute : D = deelnemende gemeenten
Advies beleidsadviseur: C = ombuigingsmaatregel aanhouden voor nader overleg/uitwerking met deelnemende gemeenten
Ombuigingsformulier ombuigingsmaatregel 29 1. Opgave 2. Maatregel 3. Opgavemanager 4. Beleidsadviseur 5. Financieel adviseur 6. Soort maatregelen 7. Lasten of baten 8. Voorinvestering 9. Financiële onderbouwing Bedragen * € 1.000
ONW Doortrekken Vroege Start E. Janssen P. Kooijman G. de Vries-Bezemer Financieel technisch / inhoudelijk (doorstrepen) Verlagen lasten / verhogen inkomsten (doorstrepen) Ja/Nee (doorstrepen) Jaar van uitvoering en totale jaarlast/baat 2026
2027
2028
2029
2030
a.
Verlagen lasten
0
0
0
0
-728
b.
Verhogen baten
0
0
0
534
1.051
c.
Voorinvestering
0
649
1.166
517
115
A. Inhoudelijke toelichting maatregel Een nieuwe statushouder kan starten met inburgeren wanneer die is gehuisvest in een gemeente. De statushouder ontvangt dan in de meeste gevallen ook een bijstandsuitkering. Met de openstelling van het AZC Dordrecht wordt het mogelijk om het inburgeringsproces al in het AZC te starten i.p.v. bij daadwerkelijke huisvesting in de Drechtsteden. Tijdens het verblijf in het AZC ontvangt de statushouder/asielzoeker leefgeld van het COA. Inburgeren duurt 3 jaar. Statushouders die gekoppeld zijn aan de Drechtsteden kennen nu een verblijf van circa 2 jaar in het AZC voordat huisvesting beschikbaar is. Door in het AZC te starten met inburgeren, kunnen statushouders dus al zo’n twee jaar eerder klaar zijn met inburgeren. In het besluit van het AB in november 2025 voor de inzet op niet-uitkeringsgerechtigden (nuggers) is een pilot voor 75 statushouders financieel uitgewerkt. Gezien de capaciteit van het AZC (580 opvangplekken) is het wenselijk om de Vroege Start verder uit te rollen over de periode 2027 – 2030 met een gelijkblijvende extra instroom over de jaren 2027 en 2028. Alleen statushouders die gekoppeld zijn aan een van de zeven Drechtsteden worden meegenomen in de vroege start, het is dus geen risico dat de investering weg lekt doordat deelnemers vervolgens naar een andere gemeente vertrekken. B.
Maatschappelijke impact Door al op het AZC te starten met de inburgering (eventueel in combinatie met werk) wordt een nuttige dagbesteding geboden en worden ook risico’s van eventuele overlast voorkomen. Ook kan dit leiden tot een hogere slagingskans bij het voltooien van het inburgeringsproces. WAARDERING: HOOG C. Impact organisatie en processen Vanuit de GR Sociaal is deelgenomen aan de voorbereidende werkgroepen rond de inzet binnen het AZC op werk en inburgering. Daarbij is de samenwerking met het COA al vormgegeven en is al een pilot gestart met deelnemers uit de opvang in Rotterdam en wordt i.h.k.v. de besluitvorming rond het beleid voor nuggers al gewerkt aan de implementatie voor de dienstverlening aan nuggers. Bij het doortrekken van de pilot kan hierop aangesloten worden zonder extra procesaanpassingen. T.a.v. de voorinvestering in uitvoerende capaciteit is de verwachting dat na 2030 de Vroege Start weer binnen de reguliere capaciteit kan worden gecontinueerd. WAARDERING: HOOG D. Impact dienstverlening Door de inzet op de Vroege Start wordt zingeving geboden aan statushouders gedurende het verblijf in het AZC. Daarbij worden ook werkgevers betrokken bij de invulling van werk voor statushouders en heeft de aanpak ook een positief effect op de bewoners in de omgeving van het AZC. WAARDERING: HOOG E.
Inhoudelijke financiële toelichting (evt.) voorinvestering en verwachte besparing We willen bewerkstelligen dat de start van het inburgeringstraject fasegewijs wordt verplaatst van het moment van huisvesting naar een zo vroeg mogelijke start van het traject bij verblijf in het AZC. Dit vraagt om een voorinvestering. Dit komt dan neer op ieder jaar 1 extra fte voor een looptijd van drie jaar. Na de eerste 3 jaar kan het Vroege start-principe geleidelijk weer worden overgenomen door de bestaande reguliere formatie. De voorinvestering bestaat uit twee delen:
1.
2.
De benodigde uitvoerende capaciteit (Algemene uitkering). Bij het doortrekken van de Vroege Start gaan wij uit van 1 fte extra inzet op 75 statushouders per jaar in 2027 en 2028 om de nieuwe statushouders in het AZC de begeleiden bij de inburgering. 2026 is hier buiten beschouwing gelaten, omdat het besluit hiertoe al genomen is door het AB in het nuggers-besluit van november 2025. De inburgeringstrajecten. Daar staat financiering van het Rijk tegenover (SPUK) die we niet ontvangen doordat we vroeger beginnen met de dienstverlening dan binnen onze verantwoordelijkheid ligt. De SPUK krijgen we echter later weer terug van het Rijk. In het jaar van huisvesting (jaar 3) ontvangen de gemeenten per statushouder de SPUK Wet inburgering (voorinvestering wordt dan vanuit het Rijk vergoed). In de tussentijd kunnen de kosten van de inburgeringstrajecten worden bekostigd vanuit de reserves van de SPUK, die voldoende zijn om dit deel te dekken.
Aan de batenkant winnen we circa 2 jaar aan reiskosten en uitkeringskosten. Deze lastenbesparing is na 2030 structureel omdat het aanvangsmoment van het inburgeringsproces dan ook blijvend is verplaatst naar het AZC en niet meer afhankelijk is van de daadwerkelijke huisvesting. Impact voor gemeenten De uitvoering van de Wet inburgering 2021 is een verantwoordelijkheid van de gemeenten maar de uitvoering van het inburgeringsproces is via mandaat belegd bij de GR Sociaal. Er zijn voor de Wet inburgering 2021 geen verordeningen opgesteld.
Kader wetgeving en beleid Wettelijk verplicht? nee Juridisch uitvoerbaar? Ja Beleidsvrijheid? Ja
Implementatie of uitwerking - De ombuiging vraagt verdere uitwerking met gemeenten
Benchmarken Kan de KPI gemonitord/gebenchmarkt worden:
Voorgestelde besluitvormingsroute : D = deelnemende gemeenten
Advies beleidsadviseur: C = ombuigingsmaatregel aanhouden voor nader overleg/uitwerking met deelnemende gemeenten
Ja/nee, zou ingericht moeten worden > mogelijk kan adres worden gekoppeld aan de voortgang op de inburgering, waardoor je kunt meten hoeveel actieve inburgeraars in het AZC wonen en voor hoelang. Dit punt vraagt verdere uitwerking
Ombuigingsformulier ombuigingsmaatregel 30 1. Opgave 2. Maatregel 3. Opgavemanager 4. Beleidsadviseur 5. Financieel adviseur 6. Soort maatregelen 7. Lasten of baten 8. Voorinvestering 9. Financiële onderbouwing Bedragen * € 1.000 a. b. c.
Verlagen lasten Verhogen baten Voorinvestering
Zorgen voor Ondersteuning Scootmobiel als algemene voorziening verstrekken i.p.v. als maatwerkvoorziening L. Vonk M. Mourik R. Jarbandhan Financieel technisch / inhoudelijk Verlagen lasten / verhogen inkomsten Ja/Nee Jaar van uitvoering en totale jaarlast/baat 2026
2027
2028
2029
2030
0 0 0
-2.242 0 0
-2.242 0 0
-2.242 0 0
-2.242 0 0
A. Inhoudelijke toelichting maatregel Het voorstel is om de scootmobiel niet langer als maatwerkvoorziening, maar als algemene voorziening binnen de Wmo aan te bieden. Het verschil: Maatwerkvoorziening: individuele beoordeling + maximaal abonnementstarief. Algemene voorziening: hogere eigen bijdrage mogelijk. Dit leidt tot hogere inkomsten uit eigen bijdragen. B. Maatschappelijke impact Inwoners betalen meer voor hun (vaak enige) vervoermiddel. Dit kan een impact hebben voor inwoners. WAARDERING: MIDDEN C. Impact organisatie en processen Algemene voorziening ligt in beginsel bij gemeenten (niet gedelegeerd in GR). Huidige verstrekking via GR stopt; voorzieningen moeten worden beëindigd of overgedragen. Aanvullende afspraken mogelijk via DVO of wijziging GR. Minder afhandeling door GR Sociaal → impact op formatie en mogelijke frictiekosten. WAARDERING: MIDDEN D. Impact dienstverlening Voorziening blijft gelijk, alleen hogere eigen bijdrage. Kwaliteit verandert niet. WAARDERING: LAAG E. Inhoudelijke financiële toelichting (evt.) voorinvestering en verwachte besparing Eigen bijdrage: Model A: €51,25 Model B: €88 Aantallen: 1.520 scootmobielen A 1.238 scootmobielen B Berekening: Scootmobiel A = 1.520 * €51,25 = €77.900 * 12 = €934.800 Scootmobiel B = 1.238 * €88 = €108.944 * 12 = €1.307.328 Totaal = €2.242.128 Mogelijke frictiekosten door impact op formatie.
Impact voor gemeenten - Verordening aanpassen: scootmobiel opnemen als algemene voorziening. - Inning eigen bijdrage: proces en systeem inrichten. - Toegang: uitvoeren van een lichte Wmo-toets voor nieuwe cliënten. - Inkoop en beheer: organiseren van inkoop en contractmanagement. Kader wetgeving en beleid Wettelijk verplicht? Ja/nee
Implementatie of uitwerking De ombuiging vraagt
Benchmarken Kan de KPI gemonitord/gebenchmarkt worden:
wet noemen: Op basis van artikel 2.3.5 lid 3 Wmo is het college niet gehouden om een maatwerkvoorziening te verstrekken indien de beperkingen gecompenseerd kunnen worden door inzet van een algemene voorziening.
verdere uitwerking met gemeenten
Ja, de totale kosten voor scootmobielen kan vergeleken worden en dient te worden verrekend met de eigen bijdrage na invoering van de maatregel.
Op basis van artikel 2.1.4 lid 2 kan de hoogte van de bijdrage voor het gebruik van een algemene voorziening bij verordening worden vastgesteld. Bij die verordening kan de hoogte van de bijdrage per soort voorziening verschillen of kan een korting worden bepaald per in de verordening omschreven categorie van cliënten. Juridisch uitvoerbaar? Ja / Nee De gemeente Maastricht heeft dit laten toetsen. Beleidsvrijheid? Nee
Ja /
Voorgestelde besluitvormingsroute: D = deelnemende gemeenten (vanwege wijziging van de verordening)
Advies beleidsadviseur: C = ombuigingsmaatregel aanhouden voor nader overleg/uitwerking met deelnemende gemeenten
Ombuigingsformulier ombuigingsmaatregel 31 1. Opgave 2. Maatregel 3. Opgavemanager 4. Beleidsadviseur 5. Financieel adviseur 6. Soort maatregelen 7. Lasten of baten 8. Voorinvestering 9. Financiële onderbouwing Bedragen * € 1.000 a. b. c.
Verlagen lasten Verhogen baten Voorinvestering
Zorgen voor Ondersteuning Invulling geven aan reablement binnen de huishoudelijke ondersteuning door middel van inzet ergotherapeut L. Vonk M. Mourik R. Jarbandhan Financieel technisch / inhoudelijk Verlagen lasten / verhogen inkomsten Ja/Nee Jaar van uitvoering en totale jaarlast/baat 2026
2027
2028
2029
2030
0 0 0
-529 0 530
-529 0 530
-529 0 530
-529 0 530
A. Inhoudelijke toelichting maatregel Reablement is een persoonsgerichte aanpak gericht op het versterken van zelfredzaamheid, met name bij ouderen. Dit kan onder meer via inzet van een ergotherapeut, zoals in de pilot in Vlissingen. Door inzet van een ergotherapeut na een melding kunnen beperkingen (deels) worden opgelost met eigen kracht. Dit voorkomt in sommige gevallen inzet van huishoudelijke ondersteuning of leidt tot lichtere indicaties, wat besparingen oplevert. B. Maatschappelijke impact Inwoners verwachten vaak direct huishoudelijke ondersteuning, maar krijgen eerst ondersteuning gericht op zelfredzaamheid. Eerdere inzet (Powerful Ageing) stuitte op weerstand; bij herinvoering is aandacht voor draagvlak noodzakelijk. Tegelijk sluit reablement aan bij landelijke ontwikkelingen (IZA) en de regionale beweging in de IZA-transformatieplannen naar betaalbare en toekomstbestendige zorg (“Samen zorgen dat het kan”). Ook relevant is het voornemen om per 1 januari 2029 huishoudelijke ondersteuning uit de Wmo te halen. WAARDERING: HOOG C. Impact organisatie en processen Het proces wijzigt: Consulent stelt beperkingen vast. Ergotherapeut onderzoekt mogelijkheden in eigen kracht. WAARDERING: MIDDEN D. Impact dienstverlening De dienstverlening verandert door inzet van een ergotherapeut in het onderzoeksproces.
Heldere afbakening van rollen en verantwoordelijkheden is hierbij essentieel. WAARDERING: MIDDEN E. Inhoudelijke financiële toelichting (evt.) voorinvestering en verwachte besparing De doorrekening van voorinvestering in relatie tot de opbrengsten laat zien dat voor deze variant de uiteindelijke opbrengsten nihil zijn. De gemeente Vlissingen heeft een tweejarige pilot uitgevoerd waarbij een ergotherapeut werd ingezet. Dit heeft geleid tot onderstaande bevindingen: 25% → Geen Huishoudelijke Ondersteuning 21% → Lichtere vorm 25% → Lichtere BB 32% → Reguliere Huishoudelijke Ondersteuning De nieuwe instroom van klanten wordt geschat op 424.
Tarief B-1 = €60,72 per week Tarief B = €79,11 per week Tarief B+1 = €124,28 per week Gemiddelde tarief = rond de €88. 25% maakt d.m.v. de ergotherapeut geen gebruik van HH = 424 klanten * 25% * €88 * 50 weken = €466.400 21% lichtere vorm binnen de BB 328 klanten * €18,50 * 50 weken = €63.714. (aanname van B naar B-1 = +- €18,50) Voorinvestering = 424 klanten * €1.250 per traject = €-530.000 Het tarief van een ergotherapeut, particulier bij bijvoorbeeld Wmo-advies is ongeveer €90-€140 per uur. Voor een eerstelijnspraktijk is dit €75-€150 per uur. Uitgaand van €125 per uur, en 10 uur per traject komen de kosten per traject €1.250. Maatregelen 31, 32 en 33 overlappen; besparingen zijn niet zonder meer cumulatief en vragen nadere uitwerking in een businesscase. Impact voor gemeenten Afhankelijk van de besluitvorming en positionering van de ergotherapeut in het Wmo -proces kan aanpassing van de verordening maatschappelijke ondersteuning noodzakelijk zijn. Kader wetgeving en beleid Wettelijk verplicht? Ja/nee wet noemen: Invulling geven aan reablement is mogelijk op basis van artikel 2.3.5 lid 3 Wmo, maar moet uiteindelijk ook in onze lokale regelgeving (verordening en beleidsregels) gaan landen.
Implementatie of uitwerking - De ombuiging vraagt verdere uitwerking met gemeenten
Benchmarken Kan de KPI gemonitord/gebenchmarkt worden: Ja, de kosten voor huishoudelijke ondersteuning voor en na inzet van ergotherapeut worden. De kosten die betaald moeten worden voor een ergotherapeut moeten hier uiteraard ook bij betrokken worden.
Juridisch uitvoerbaar? Ja / Nee Beleidsvrijheid? Ja / Nee Voorgestelde besluitvormingsroute: D = deelnemende gemeenten
Advies beleidsadviseur: A = ombuigingsmaatregel niet opnemen als voorstel naar gemeenten
Ombuigingsformulier ombuigingsmaatregel 32 1. Opgave 2. Maatregel 3. Opgavemanager 4. Beleidsadviseur 5. Financieel adviseur 6. Soort maatregelen 7. Lasten of baten 8. Voorinvestering 9. Financiële onderbouwing Bedragen * € 1.000 a. b. c.
Zorgen voor Ondersteuning Invulling geven aan reablement binnen de huishoudelijke ondersteuning door middel van inzet huishoudcoach L. Vonk M. Mourik R. Jarbandhan Financieel technisch / inhoudelijk Verlagen lasten / verhogen inkomsten Ja/Nee Jaar van uitvoering en totale jaarlast/baat 2026
2027
2028
2029
2030
0 0 0
-478 0 284
-478 0 284
-478 0 284
-478 0 284
Verlagen lasten Verhogen baten Voorinvestering
A. Inhoudelijke toelichting maatregel Reablement is een persoonsgerichte benadering gericht op het versterken van zelfredzaamheid, onder meer via inzet van een huishoudcoach. De huishoudcoach ondersteunt inwoners bij het (weer) zelfstandig uitvoeren van huishoudelijke taken volgens het principe: ‘voordoen, samen doen, zelf doen’. Door deze inzet kunnen beperkingen (deels) met eigen kracht worden opgelost, waardoor minder of geen huishoudelijke ondersteuning nodig is of lichtere indicaties volstaan. Dit leidt tot besparingen. B. Maatschappelijke impact Inwoners verwachten vaak directe huishoudelijke ondersteuning, maar krijgen eerst begeleiding gericht op zelfredzaamheid. Eerdere inzet van reablement (Powerful Ageing) leidde tot maatschappelijke en politieke weerstand; draagvlak vraagt nadrukkelijke aandacht bij implementatie. Daarnaast is relevant dat het voornemen bestaat om per 1-1-2029 huishoudelijke ondersteuning uit de Wmo te halen. WAARDERING: HOOG C. Impact organisatie en processen Het proces wijzigt: Consulent stelt de noodzaak vast. Huishoudcoach onderzoekt en begeleidt bij feitelijke beperkingen. WAARDERING: MIDDEN D. Impact dienstverlening De dienstverlening verandert door inzet van de huishoudcoach in het onderzoeks- en ondersteuningsproces. Duidelijke rolverdeling en verantwoordelijkheden zijn hierbij essentieel. WAARDERING: MIDDEN E.
Inhoudelijke financiële toelichting (evt.) voorinvestering en verwachte besparing Onderzoek (gemeente Kerkrade): 19% → Geen indicatie 66% → Minder uren Nieuwe instroom: 424 cliënten Berekeningen: 19% van 424 = 79 cliënten 66% van 424 = 281 cliënten Aannames: 50% van de groep met minder uren (281 / 2) → lagere bandbreedte Gemiddeld tarief: €88 per week Besparingen: Geen indicatie = 79 * €88 * 50 = €347.600 Minder tijd = (281 / 2) * €18,50 * 50 = €129.962 Voorinvestering: €67 * 2 uur * 5 weken * 424 = €-284.080 Maatregelen 31, 32 en 33 overlappen; besparingen zijn niet zonder meer cumulatief en vragen nadere uitwerking in een businesscase.
Ombuigingsformulier ombuigingsmaatregel 33 1. Opgave 2. Maatregel 3. Opgavemanager 4. Beleidsadviseur 5. Financieel adviseur 6. Soort maatregelen 7. Lasten of baten 8. Voorinvestering 9. Financiële onderbouwing Bedragen * € 1.000 a. b. c.
Verlagen lasten Verhogen baten Voorinvestering
Zorgen voor Ondersteuning Invulling geven aan reablement door middel van Powerful Ageing binnen de huishoudelijke ondersteuning L. Vonk M. Mourik R. Jarbandhan Financieel technisch / inhoudelijk Verlagen lasten / verhogen inkomsten Ja/Nee Jaar van uitvoering en totale jaarlast/baat 2026
2027
2028
2029
2030
0 0 0
-273 0 0
-273 0 0
-273 0 0
-273 0 0
A. Inhoudelijke toelichting maatregel Reablement is een persoonsgerichte benadering gericht op het versterken van zelfredzaamheid en autonomie. Een mogelijke invulling hiervan is Powerful Ageing, een beweegprogramma gericht op het verbeteren van fysieke kracht, mobiliteit en zelfstandigheid bij ouderen. Inzet van Powerful Ageing binnen de huishoudelijke ondersteuning vergroot de eigen kracht van inwoners, waardoor minder (of lichtere) ondersteuning nodig is. Dit leidt tot kostenreductie en gezondheidswinst op meerdere levensdomeinen. B. Maatschappelijke impact Powerful Ageing is eerder ingezet in de Drechtsteden, maar in april 2025 gestopt vanwege maatschappelijke en politieke weerstand. Herinvoering vraagt nadrukkelijk aandacht voor draagvlak in het implementatieproces. WAARDERING: HOOG C. Impact organisatie en processen Er is eerdere ervaring met de werkwijze. Herinvoering vraagt aanpassing van het toegangsproces binnen de SDD. In plaats van de fysiotherapeut beoordeelt de consulent, op basis van exclusiecriteria, of cliënten worden doorverwezen naar Powerful Ageing. WAARDERING: MIDDEN D. Impact dienstverlening De dienstverlening verandert door inzet van een trainingsprogramma en toetsing op trainbaarheid. Dit kan door cliënten als belastend worden ervaren. Tegelijk draagt Powerful Ageing bij aan positieve gezondheid en participatie door verbetering van fysieke kracht.
WAARDERING: MIDDEN E. Inhoudelijke financiële toelichting (evt.) voorinvestering en verwachte besparing De financiële effecten zijn reeds opgenomen in de Begroting 2026–2029; een nadere toelichting is niet nodig. Voorstel 31, 32 en 33 overlappen; besparingen zijn niet automatisch cumulatief en vereisen nadere uitwerking in een integrale businesscase. Impact voor gemeenten Afhankelijk van de besluitvorming en de positionering van Powerful Ageing binnen het Wmo -proces kan aanpassing van de verordening maatschappelijke ondersteuning noodzakelijk zijn. Kader wetgeving en beleid Wettelijk verplicht? Ja/nee wet noemen: Invulling geven aan reablement is mogelijk op basis van artikel 2.3.5 lid 3 Wmo, maar moet uiteindelijk ook in onze lokale regelgeving (verordening en
Implementatie of uitwerking - De ombuiging vraagt verdere uitwerking met gemeenten
Benchmarken Kan de KPI gemonitord/gebenchmarkt worden: Ja, de kosten voor huishoudelijke ondersteuning voor en na inzet van powerful ageing kunnen vergeleken worden. De kosten die betaald moeten worden aan HRC moeten hier uiteraard ook bij betrokken worden.
beleidsregels) gaan landen. Juridisch uitvoerbaar? Ja / Nee Beleidsvrijheid? Ja / Nee Voorgestelde besluitvormingsroute: D = deelnemende gemeenten
Advies beleidsadviseur: C = ombuigingsmaatregel aanhouden voor nader overleg/uitwerking met deelnemende gemeenten
Ombuigingsformulier ombuigingsmaatregel 34 1. Opgave 2. Maatregel 3. Opgavemanager 4. Beleidsadviseur 5. Financieel adviseur 6. Soort maatregelen 7. Lasten of baten 8. Voorinvestering 9. Financiële onderbouwing Bedragen * € 1.000 a. b. c.
Verlagen lasten Verhogen baten Voorinvestering
Zorgen voor Ondersteuning Maximaliseren gebruik technologie / slimme woninginrichting bij huishoudelijke ondersteuning L. Vonk M. Mourik R. Jarbandhan Financieel technisch / inhoudelijk Verlagen lasten / verhogen inkomsten Ja/Nee Jaar van uitvoering en totale jaarlast/baat 2026
2027
2028
2029
2030
0 0 0
-152 0 33
-152 0 33
-152 0 33
-152 0 33
A. Inhoudelijke toelichting maatregel Het voorstel is om technologische hulpmiddelen en slimme woninginrichting in te zetten om de behoefte aan (duurdere) zorgtijd te beperken. Binnen het bandbreedtemodel kan ondersteuning bijvoorbeeld om de week plaatsvinden. Technologie zoals een robotstofzuiger of vloerswiffer kan dit ondersteunen, zonder dat de leefbaarheid in huis afneemt. Voorwaarde is een servicecontract met de leverancier om uitvoeringslasten te beperken. B. Maatschappelijke impact De maatregel leidt tot lagere indicaties voor huishoudelijke ondersteuning, terwijl een schoon en leefbaar huis geborgd blijft. Een aandachtspunt is dat cliënten mogelijk minder contactmomenten hebben, wat effect kan hebben op sociaal contact. WAARDERING: LAAG C. Impact organisatie en processen Bij de beoordeling wordt expliciet meegewogen of technologie beperkingen kan compenseren. Dit kan worden ingepast in het bestaande beoordelingskader (CRvB-stappenplan). WAARDERING: MIDDEN D. Impact dienstverlening De kwaliteit blijft in essentie gelijk, maar de ondersteuningsvorm verandert. Dit kan afwijken van de verwachtingen van cliënten. Daarnaast kan technologie voor sommige (oudere) cliënten een drempel vormen. WAARDERING: LAAG E.
Inhoudelijke financiële toelichting (evt.) voorinvestering en verwachte besparing Een verschuiving van bandbreedte Basis naar Basis-1 levert circa €18,50 besparing per week per cliënt op. Uitgangspunten: Nieuwe instroom: 328 cliënten 50% komt in aanmerking voor technologie Berekeningen: Besparing = (328 / 2) * €18,50 * 50 = €151.700 Voorinvestering = (328 / 2) * €200 = €32.800 Impact voor gemeenten Aanpassing van de verordening maatschappelijke ondersteuning kan noodzakelijk zijn voor implementatie van de maatregel. Kader wetgeving en beleid Wettelijk verplicht? Ja/nee wet noemen: Op basis van artikel 2.3.5 lid 3 Wmo wordt een maatwerkvoorziening pas
Implementatie of uitwerking - De ombuiging is snel te implementeren
Benchmarken Kan de KPI gemonitord/gebenchmarkt worden: Ja, de kosten voor huishoudelijke ondersteuning kunnen vergeleken worden voor en na inwerkingtreding van de maatregel.
verstrekt voor zover de beperkingen niet gecompenseerd kunnen worden door algemeen gebruikelijke voorziening. Van een robotstofzuiger kan gezegd worden dat het algemeen gebruikelijk is. Juridisch uitvoerbaar? Ja / Nee Beleidsvrijheid? Ja / Nee Voorgestelde besluitvormingsroute : C = algemeen bestuur
Doorstrepen
Advies beleidsadviseur: C = ombuigingsmaatregel aanhouden voor nader overleg/uitwerking met deelnemende gemeenten
Ombuigingsformulier ombuigingsmaatregel 35 1. Opgave 2. Maatregel 3. Opgavemanager 4. Beleidsadviseur 5. Financieel adviseur 6. Soort maatregelen 7. Lasten of baten 8. Voorinvestering 9. Financiële onderbouwing Bedragen * € 1.000
Zorgen voor Ondersteuning Afspraken maken met woningcorporaties over woningaanpassingen die ten dienste komen van het gehele complex L. Vonk M. Mourik R. Jarbandhan Financieel technisch / inhoudelijk Verlagen lasten / verhogen inkomsten Ja/Nee Jaar van uitvoering en totale jaarlast/baat 2026
2027
2028
2029
2030
a.
Verlagen lasten
0
-300
-255
0
0
b.
Verhogen baten
0
0
0
0
0
c.
Voorinvestering
0
0
0
0
0
A. Inhoudelijke toelichting maatregel Woningaanpassingen via de Wmo (zoals aanbouw, traplift of aangepaste badkamer) kunnen naast compensatie ook leiden tot waardestijging van de woning. Dit financiële voordeel komt ten goede aan de eigenaar, bijvoorbeeld bij verkoop, hypotheekaanpassing of herverhuur. Het is daarom verdedigbaar om woningeigenaren (deels) te laten meebetalen. Voor huurwoningen kunnen hierover afspraken worden gemaakt met woningcorporaties. B. Maatschappelijke impact De maatregel raakt woningcorporaties, die naar verwachting bijdragen aan voorzieningen die hun vastgoed verrijken. WAARDERING: MIDDEN C. Impact organisatie en processen Uitvoering vraagt overleg met corporaties en inrichting van werkprocessen. Aansluiting kan worden gezocht bij bestaande afspraken (bijv. Trivire inzake deuropeners). WAARDERING: MIDDEN D. Impact dienstverlening De dienstverlening blijft in essentie gelijk; enkel de financiering wijzigt door een bijdrage van de corporatie. WAARDERING: LAAG E. Inhoudelijke financiële toelichting (evt.) voorinvestering en verwachte besparing Kosten per deurautomaat: €3.700 (bron: Welzorg) Uitgangspunten: 3 deurautomaten per complex 50 doelgroepgebouwen (Trivire, Woonkracht10, Rhiant, Woonbron) Berekening: 3 * 50 * €3.700 = €555.000 Totale eenmalige besparing: €555.000 Aandachtspunten: Bijdrage van corporaties is juridisch niet afdwingbaar.
Inventarisatie nodig van bestaande voorzieningen in complexen. Impact voor gemeenten Niet van toepassing. Kader wetgeving en beleid Wettelijk verplicht? Ja/nee wet noemen: De Wmo is een
Implementatie of uitwerking - De ombuiging is snel te implementeren
Benchmarken Kan de KPI gemonitord/gebenchmarkt worden: Dit wordt ingewikkeld. Het gaat namelijk om bepaalde
publiekrechtelijke zorgplicht van de gemeente, geen privaatrechtelijke taak van de gemeenten. Kortom, we kunnen niks afdwingen richting corporaties.
woningaanpassingen. Kijken naar de kosten van het totaal aan woningaanpassingen heeft hiervoor weinig zin.
Juridisch uitvoerbaar? Ja / Nee Beleidsvrijheid? / Nee
Ja
Voorgestelde besluitvormingsroute : C = algemeen bestuur (artikel 12 GR)
Advies beleidsadviseur: A = ombuigingsmaatregel opnemen als voorstel naar gemeenten
Ombuigingsformulier ombuigingsmaatregel 36 1. Opgave 2. Maatregel 3. Opgavemanager 4. Beleidsadviseur 5. Financieel adviseur 6. Soort maatregelen 7. Lasten of baten 8. Voorinvestering 9. Financiële onderbouwing Bedragen * € 1.000 a. b. c.
Verlagen lasten Verhogen baten Voorinvestering
Zorgen voor ondersteuning Arbeidsmatige en ontwikkelgerichte dagbesteding gedeeltelijk vervangen door participatieplekken L. Vonk M. Mourik R. Jarbandhan Financieel technisch / inhoudelijk Verlagen lasten / verhogen inkomsten Ja/Nee Jaar van uitvoering en totale jaarlast/baat 2026
2027
2028
2029
2030
0 0 0
-102 0 47
-102 0 47
-102 0 47
-102 0 47
A. Inhoudelijke toelichting maatregel Binnen de Wmo kan dagbesteding worden ingezet wanneer cliënten onvoldoende in staat zijn om zelf structuur, sociale contacten of deelname aan het maatschappelijk verkeer te organiseren, wanneer specifieke deskundigheid nodig is of om overbelasting van mantelzorgers te voorkomen. De maatwerkvoorziening dagbesteding kent vijf categorieën: Belevingsgericht Belevingsgericht intensief Arbeidsmatig Arbeidsmatig intensief Ontwikkelingsgericht Voor cliënten met een indicatie voor arbeidsmatige en ontwikkelingsgerichte dagbesteding kan (deels) worden overgestapt naar participatieplekken. Dit zijn onbetaalde werkervaringsplekken gericht op structuur, sociale contacten en werkervaring. Participatieplekken zijn goedkoper dan Wmo-dagbesteding en leiden tot een neerwaartse bijstelling van de kosten, met een verschuiving richting participatiebudgetten. B. Maatschappelijke impact De impact is beperkt voor nieuwe cliënten. Voor bestaande cliënten die moeten overstappen naar een andere plek kan de impact groter zijn. WAARDERING: LAAG C. Impact organisatie en processen Consulenten beoordelen of plaatsing op een participatieplek passend is of dat Wmo-dagbesteding noodzakelijk blijft. Dit vraagt nauwe samenwerking met Ontwikkelen naar Werk (OnW), waar specifieke expertise aanwezig is. Hiervoor is extra capaciteit bij OnW nodig. WAARDERING: MIDDEN D.
Impact dienstverlening De consulent bepaalt, samen met Ontwikkelen naar Werk, de meest passende voorziening. Bij inzet van participatieplekken wordt het traject overgedragen aan Ontwikkelen naar Werk. Aanvullend kan een arbeidsdeskundig onderzoek vanuit het AOC nodig zijn. WAARDERING: HOOG E. Inhoudelijke financiële toelichting (evt.) voorinvestering en verwachte besparing Om de besparing inzichtelijk te maken is een vergelijking gemaakt tussen participatietrajecten en dagbesteding (arbeidsmatig en ontwikkelgericht). De gemiddelde kosten van een participatieplek bedragen €2.950 (trede 1: € 2.750 trede 2: €3.750). Voor de vergelijking is uitgegaan van een instroom van 16 cliënten (12 arbeidsmatig, 4 ontwikkelgericht) en 48 weken per jaar. Bij arbeidsmatige dagbesteding is gerekend met drie dagdelen per week tegen een tarief van €52,78 per dagdeel. Bij ontwikkelgericht met één dagdeel per week tegen €58,04 per dagdeel. Op basis hiervan bedragen de totale kosten voor participatie circa € 47.200 (€2.950 * 16), tegenover circa €102.000 ((12 * €52,78) * 144 ( = 3 dagdelen * 48 weken) + ((4 * €58,04) * 48 weken ( = 1 dagdeel * 48 weken) voor dagbesteding.
De besparing komt daarmee uit op afgerond €55.000. Door nieuwe instroom gerichter te indiceren richting participatie, waar passend, kan deze besparing worden gerealiseerd. Impact voor gemeenten De gemeenten moeten er zorg voor dragen dat er voldoende Participatieplekken zijn.
Ombuigingsformulier ombuigingsmaatregel 37 1. Opgave 2. Maatregel 3. Opgavemanager 4. Beleidsadviseur 5. Financieel adviseur 6. Soort maatregelen 7. Lasten of baten 8. Voorinvestering 9. Financiële onderbouwing Bedragen * € 1.000 a. b. c.
Zorgen voor ondersteuning Wasservice als algemene voorziening inrichten L. Vonk M. Vonk R. Jarbandhan Financieel technisch / inhoudelijk Verlagen lasten / verhogen inkomsten Ja/Nee Jaar van uitvoering en totale jaarlast/baat 2026
2027
2028
2029
2030
0 0 0
-91 0 0
-91 0 0
-91 0 0
-91 0 0
Verlagen lasten Verhogen baten Voorinvestering
A. Inhoudelijke toelichting maatregel De wasservice wordt momenteel als maatwerkvoorziening aangeboden via Drechtwerk/Werkvisie De Hoop. Door deze om te zetten naar een algemene voorziening kan een hogere eigen bijdrage worden gevraagd. Daarnaast kan de voorziening breder worden opengesteld, wat bijdraagt aan de doorontwikkeling van Drechtwerk en extra werk- en ontwikkelmogelijkheden biedt. B. Maatschappelijke impact De hogere eigen bijdrage kan aanzienlijke financiële gevolgen hebben voor huidige gebruikers van de wasservice. WAARDERING: HOOG C. Impact organisatie en processen Bij een algemene voorziening is voor nieuwe cliënten geen beschikking meer nodig. Voor bestaande cliënten is een herzieningsbesluit vereist. Taken rondom toegang en inkoop verschuiven naar gemeenten; afspraken worden lokaal gemaakt met Drechtwerk/De Hoop. WAARDERING: MIDDEN D. Impact dienstverlening Toegang verloopt via een lichte toets, wat kan leiden tot een bredere doelgroep. Daarnaast moet een systeem voor inning van eigen bijdragen worden ingericht, door gemeenten of de aanbieder (met eventuele administratiekosten). WAARDERING: HOOG E.
Inhoudelijke financiële toelichting (evt.) voorinvestering en verwachte besparing Uitgangspunten: 365 waszakken per week Eigen bijdrage: €5 50 weken per jaar Berekening: 365 * €5 * 50 = €91.250 Totale besparing: €91.250 Impact voor gemeenten - Verordening aanpassen: de wasservice expliciet opnemen als algemene voorziening. - Toegang organiseren: uitvoeren van een lichte Wmo-toets voor nieuwe cliënten (eventueel via een DVO met de SDD). - Inning eigen bijdrage: processen en systemen inrichten voor het heffen en innen van bijdragen. Kader wetgeving en beleid Wettelijk verplicht? Ja/nee wet noemen: Op basis van artikel 2.1.4 lid 2 kan de hoogte van de bijdrage voor het gebruik van een algemene
Implementatie of uitwerking - De ombuiging vraagt verdere uitwerking met gemeenten
Benchmarken Kan de KPI gemonitord/gebenchmarkt worden: Ja, de kosten van de wasservice voor en na de inrichting van een algemene voorziening vergeleken worden waarbij de eigen bijdrage verrekend moeten worden.
voorziening bij verordening worden vastgesteld. Bij die verordening kan de hoogte van de bijdrage per soort voorziening verschillen of kan een korting worden bepaald per in de verordening omschreven categorie van cliënten. Juridisch uitvoerbaar? Ja / Nee Beleidsvrijheid? Ja / Nee Voorgestelde besluitvormingsroute: D = deelnemende gemeenten (vanwege aanpassing verordening)
Advies beleidsadviseur: C = ombuigingsmaatregel aanhouden voor nader overleg/uitwerking met deelnemende gemeenten
Ombuigingsformulier ombuigingsmaatregel 38 1. Opgave 2. Maatregel 3. Opgavemanager 4. Beleidsadviseur 5. Financieel adviseur 6. Soort maatregelen 7. Lasten of baten 8. Voorinvestering 9. Financiële onderbouwing Bedragen * € 1.000 a. b. c.
Verlagen lasten Verhogen baten Voorinvestering
Zorgen voor Ondersteuning Pgb tarief voor ondersteuners uit het netwerk baseren op het minimumloon L. Vonk M. Mourik R. Jarbandhan Financieel technisch / inhoudelijk Verlagen lasten / verhogen inkomsten Ja/Nee Jaar van uitvoering en totale jaarlast/baat 2026
2027
2028
2029
2030
0 0 0
-68.5 0 0
-137 0 0
-137 0 0
-137 0 0
A. Inhoudelijke toelichting maatregel De Centrale Raad van Beroep (CRvB) heeft bepaald dat pgb-tarieven voor ondersteuning vanuit het sociaal netwerk gebaseerd mogen worden op het minimumloon in plaats van CAO-tarieven. Gemeenten kunnen deze tarieven daarom verlagen, wat leidt tot lagere kosten. Voor invoering is aanpassing van de verordening noodzakelijk, waarin de berekeningsmethodiek van pgb-tarieven wordt vastgelegd. B. Maatschappelijke impact De maatregel heeft aanzienlijke gevolgen voor cliënten en hun netwerk: Minder inzet van ondersteuning door lagere vergoeding; Bijbetaling door de cliënt; Of een lager inkomen voor de ondersteuner. Dit kan effect hebben op kwaliteit en continuïteit van ondersteuning. WAARDERING: HOOG C. Impact organisatie en processen Voor nieuwe indicaties wijzigt het proces niet. Bij herziening van lopende indicaties is extra personele inzet nodig en moet een overgangstermijn worden toegepast. WAARDERING: LAAG D. Impact dienstverlening Inwoners kunnen de dienstverlening als slechter ervaren als de pgb-bedragen lager worden. De urenindicatie zal op basis van deze maatregel niet veranderen. De SDD blijft verantwoordelijk voor kwaliteit en rechtmatigheid. WAARDERING: LAAG E.
Inhoudelijke financiële toelichting (evt.) voorinvestering en verwachte besparing Rekenvoorbeeld individuele begeleiding: 2 uur per week = 104 uur per jaar Berekeningen: CAO-tarief: 104 * €25,41 = €2.642,64 Minimumloon: 104 * €15,89 = €1.652,56 Verschil ≈ €1.000 per cliënt Uitgangspunt: 66 indicaties Besparing: 66 * €1.000 = €66.000 per jaar
Ombuigingsformulier ombuigingsmaatregel 39 1. Opgave 2. Maatregel 3. Opgavemanager 4. Beleidsadviseur 5. Financieel adviseur 6. Soort maatregelen 7. Lasten of baten 8. Voorinvestering 9. Financiële onderbouwing Bedragen * € 1.000 a. b. c.
Verlagen lasten Verhogen baten Voorinvestering
Zorgen voor ondersteuning Deelscootmobiel/scootmobielpool als algemene voorziening in het leven roepen L. Vonk M. Mourik R. Jarbandhan Financieel technisch / inhoudelijk Verlagen lasten / verhogen inkomsten Ja/Nee Jaar van uitvoering en totale jaarlast/baat 2026
2027
2028
2029
2030
0 0 0
P.M. 0 0
P.M. 0 0
P.M. 0 0
P.M. 0 0
A. Inhoudelijke toelichting maatregel Het voorstel is om een scootmobielpool in te richten, waarbij cliënten gebruikmaken van een gedeelde scootmobiel in plaats van een individuele voorziening. Hierdoor worden minder scootmobielen verstrekt en dalen onderhouds- en reparatiekosten. Tegenover deze besparing staat dat de scootmobielen in de pool van hogere kwaliteit (en dus duurder) moeten zijn om breed inzetbaar te zijn. De maatregel leidt tot een verschuiving van kosten van individuele maatwerkvoorzieningen (SDD) naar een collectieve algemene voorziening (gemeenten). B. Maatschappelijke impact De impact is afhankelijk van de doelgroep: Bij toepassing op bestaande cliënten is de impact groot (inleveren eigen voorziening). Bij toepassing op nieuwe cliënten is de impact beperkter. WAARDERING: HOOG C. Impact organisatie en processen De scootmobielpool wordt als algemene voorziening ingericht en is daarmee een gemeentelijke verantwoordelijkheid. Aansluiting bij bestaande contracten kan eventueel via DVO’s. De toegang ligt in beginsel niet bij de SDD. Cliënten kunnen nog steeds een maatwerkvoorziening aanvragen; hierbij wordt getoetst of de algemene voorziening toereikend is. WAARDERING: HOOG D. Impact dienstverlening Cliënten zullen een deelvoorziening naar verwachting minder positief ervaren dan een individuele scootmobiel.
De mate van impact hangt samen met de doelgroepkeuze (nieuw vs. bestaand). WAARDERING: HOOG E. Inhoudelijke financiële toelichting (evt.) voorinvestering en verwachte besparing Eerste globale inschatting: besparing circa €10.000 per jaar. Aanvullend potentieel ligt in lagere kosten voor stalling, reparatie en onderhoud. Uitgangspunt pilot: Start in drie gemeenten Verhouding per complex: 1/3 (bijv. van 9 naar 3 scootmobielen per complex) Impact voor gemeenten - Gemeenten dienen de volgende stappen te zetten om deze maatregel te realiseren: - Verordening aanpassen: opnemen dat de deelscootmobiel/scootmobielpool een algemene voorziening is, als juridische basis. - Toegang organiseren: uitvoeren van een lichte Wmo-toets voor nieuwe cliënten; eventueel via een DVO met de SDD. - Inkoop en contractmanagement: organiseren van de inkoop en beheer van deelscootmobielen; desgewenst via een DvO met de SDD. - Faciliteiten realiseren: bepalen en inrichten van (gemeenschappelijke) stallingslocaties. Kader wetgeving en beleid Wettelijk verplicht? Ja/nee wet noemen: Op basis van artikel
Implementatie of uitwerking - De ombuiging vraagt verdere uitwerking met gemeenten
Benchmarken Kan de KPI gemonitord/gebenchmarkt worden: Ja, er kan vergeleken worden wat de
2.3.5 lid 3 Wmo is het college niet gehouden om een maatwerkvoorziening te verstrekken indien de beperkingen gecompenseerd kunnen worden door inzet van een algemene voorziening.
kosten zijn voor scootmobielen voor en na de inzet van een deelvariant. Hierbij dienen ook de eigen bijdrage verrekend te worden.
Juridisch uitvoerbaar? Ja / Nee Beleidsvrijheid? Ja / Nee Voorgestelde besluitvormingsroute: D = deelnemende gemeenten (omdat dit een wijziging van de verordening met zich meebrengt).
Advies beleidsadviseur: C = ombuigingsmaatregel aanhouden voor nader overleg/uitwerking met deelnemende gemeenten
Ombuigingsformulier ombuigingsmaatregel 40 1. Opgave 2. Maatregel 3. Opgavemanager 4. Beleidsadviseur 5. Financieel adviseur 6. Soort maatregelen 7. Lasten of baten 8. Voorinvestering 9. Financiële onderbouwing Bedragen * € 1.000 a. b. c.
Verlagen lasten Verhogen baten Voorinvestering
Zorgen voor Ondersteuning Huishoudelijke ondersteuning gebiedsgericht inrichten L. Vonk M. Mourik R. Jarbandhan Financieel technisch / inhoudelijk Verlagen lasten / verhogen inkomsten Ja/Nee Jaar van uitvoering en totale jaarlast/baat 2026
2027
2028
2029
2030
P.M. 0 0
P.M. 0 0
P.M. 0 0
P.M. 0 0
P.M. 0 0
A. Inhoudelijke toelichting maatregel Gebiedsgerichte inrichting van huishoudelijke ondersteuning kan leiden tot beperkte efficiencywinst door minder reistijd, betere planbaarheid en combinaties met andere zorg. De besparing is naar verwachting gering, omdat een huishoudelijke hulp gemiddeld slechts 2 à 3 adressen per dag kan bedienen. B. Maatschappelijke impact Uit het wachtlijstenonderzoek is naar voren gekomen dat cliënten er veel waarde aan hechten om een zorgaanbieder uit te kiezen. Verder is het bestuurlijk uitgangspunt in deze regio ook dat inwoners identiteitsgebonden ondersteuning belangrijk vinden en in belangrijke mate bepalend laten zijn bij hun keuze voor een aanbieder. Gebiedsgerichte inrichting kan deze keuzevrijheid beperken. WAARDERING: MIDDEN C. Impact organisatie en processen De impact is groot: invoering vraagt een nieuw, gebiedsgericht inkoopproces met percelen en herziening van bestaande contracten. WAARDERING: HOOG D. Impact dienstverlening De keuzevrijheid voor cliënten verandert. De inhoud van de ondersteuning blijft ongewijzigd. WAARDERING: MIDDEN E. Inhoudelijke financiële toelichting (evt.) voorinvestering en verwachte besparing N.V.T. Impact voor gemeenten Niet van toepassing Kader wetgeving en beleid Wettelijk verplicht? Ja/nee wet noemen: Op basis van artikel 2.3.5 lid 3 moeten gemeenten zorgdragen voor passende ondersteuning.
De voorziening ‘huishoudelijke ondersteuning’ blijft passend indien dit gebiedsgericht wordt ingericht. Juridisch uitvoerbaar? Ja / Nee Beleidsvrijheid? Ja / Nee
Implementatie of uitwerking De ombuiging kan gefaseerd worden ingevoerd
Benchmarken Kan de KPI gemonitord/gebenchmarkt worden: Ja, er kan vergeleken worden wat de kosten van huishoudelijke ondersteuning zijn voor en na invoering van de maatregel.
Ombuigingsformulier ombuigingsmaatregel 41 1. Opgave 2. Maatregel 3. Opgavemanager 4. Beleidsadviseur 5. Financieel adviseur 6. Soort maatregelen 7. Lasten of baten 8. Voorinvestering 9. Financiële onderbouwing
Bedragen * € 1.000 a. b. c.
Verlagen lasten Verhogen baten Voorinvestering
Zorgen voor Ondersteuning (Meer) gebruik maken van het regresrecht (artikel 2.4.3 Wmo) L. Vonk M. Mourik R. Jarbandhan Financieel technisch / inhoudelijk Verlagen lasten / verhogen inkomsten Ja/Nee Dit is niet mogelijk, want de opbrengsten zijn afhankelijk van het aantal inwoners die beperkt raken ten gevolge van een ongeluk waar een ander aansprakelijk voor is. Van tevoren is niet in te schatten hoeveel inwoners dit betreft en wat de kosten zijn van de voorzieningen. Jaar van uitvoering en totale jaarlast/baat 2026 2027 2028 2029 2030 P.M. 0 0
P.M. 0 0
P.M. 0 0
P.M. 0 0
P.M. 0 0
A. Inhoudelijke toelichting maatregel Gemeenten beschikken op grond van de Wmo 2015 over regresrecht (art. 2.4.3 lid 1). Dit houdt in dat kosten van maatwerkvoorzieningen kunnen worden verhaald op een aansprakelijke derde, bijvoorbeeld bij letselschade na een ongeval. Het benutten van dit recht voorkomt inzet van publieke middelen waar een private partij aansprakelijk is en kan leiden tot aanvullende inkomsten voor gemeenten. B. Maatschappelijke impact De impact voor cliënten is minimaal. Zij ontvangen de benodigde ondersteuning; de kosten worden achteraf verhaald op de aansprakelijke partij. WAARDERING: LAAG C. Impact organisatie en processen Er bestaat al een uitgewerkt proces, maar de uitvoering is vaak complex en langdurig (met name bij internationale casuïstiek). Consulenten moeten alert zijn op mogelijke aansprakelijkheid bij ontstaan van beperkingen en tijdig schakelen met juridische expertise. WAARDERING: LAAG D. Impact dienstverlening De dienstverlening aan cliënten verandert niet. De SDD en het JKC beoordelen gezamenlijk de kansrijkheid van regreszaken; de gemeente geeft opdracht voor eventuele civiele procedures. Dit heeft te maken met de regels rondom de “advocaat in dienstbetrekking”, waardoor de GR Sociaal niet bevoegd is de advocaten van de SGD in te zetten. WAARDERING: LAAG E.
Inhoudelijke financiële toelichting (evt.) voorinvestering en verwachte besparing Opbrengsten zijn afhankelijk van het aantal gevallen waarbij sprake is van aansprakelijkheid en daarmee variabel. Structurele baten zijn vooraf niet vast te stellen.
Impact voor gemeenten Bij kansrijke regreszaken draagt de SDD deze over aan de betreffende gemeente (artikel 7.3, lid 5,Beleidsregels Maatschappelijke Ondersteuning). Gemeenten dienen vervolgens de verdere afhandeling te organiseren, waaronder het inschakelen van een advocaat via het JKC. Hiervoor kan inrichting van een passend werkproces noodzakelijk zijn.
Kader wetgeving en beleid Wettelijk verplicht? Ja/nee wet noemen: Het regresrecht is een wettelijk recht vastgelegd in artikel 2.4.3 lid 1 Wmo. Juridisch uitvoerbaar? Ja / Nee
Implementatie of uitwerking - De ombuiging is snel te implementeren -
Benchmarken Kan de KPI gemonitord/gebenchmarkt worden: Gemonitord kan worden hoeveel kosten teruggehaald worden door het gebruikmaken van het regresrecht.
Beleidsvrijheid? Ja / Nee Voorgestelde besluitvormingsroute : A = directieteam (uitvoering geven aan geldende regelgeving)
Advies beleidsadviseur: A = ombuigingsmaatregel opnemen als voorstel naar gemeenten
Ombuigingsformulier ombuigingsmaatregel 42 1. Opgave 2. Maatregel 3. Opgavemanager 4. Beleidsadviseur 5. Financieel adviseur 6. Soort maatregelen 7. Lasten of baten 8. Voorinvestering 9. Financiële onderbouwing Bedragen * € 1.000
Zorgen voor Ondersteuning Intensiveren van Wmo toezicht L. Vonk M. Mourik R. Jarbandhan Financieel technisch / inhoudelijk Verlagen lasten / verhogen inkomsten Ja/Nee Jaar van uitvoering en totale jaarlast/baat 2026
2027
2028
2029
2030
a.
Verlagen lasten
P.M.
-707
-1.400
P.M.
P.M.
b.
Verhogen baten
P.M.
177
710
P.M.
P.M.
c.
Voorinvestering
545
431
P.M.
P.M.
P.M.
A. Inhoudelijke toelichting maatregel Landelijk zetten gemeenten in op versterking van toezicht op zorgaanbieders gericht op rechtmatigheid en naleving. Daarnaast wordt landelijk de professionalisering van het Wmo-toezicht sinds 2025 door de Vereniging van Nederlandse Gemeente (VNG) actief gestimuleerd, waarbij met name van een integrale benadering van toezicht (waarin de verschillende toezichtfuncties worden gecombineerd) een positief effect wordt verwacht. Door het intensiveren, professionaliseren en integreren van het Wmo-toezicht kan meer worden teruggevorderd en kunnen onrechtmatige betalingen worden voorkomen (preventieve werking). B. Maatschappelijke impact De maatregel draagt bij aan: doelmatiger inzet van publieke middelen; betere bescherming van kwetsbare inwoners; versterking van vertrouwen in het zorgstelsel en de overheid. WAARDERING: HOOG C. Impact organisatie en processen Het huidige team (2 toezichthouders) moet worden uitgebreid en doorontwikkeld naar integraal toezicht. Voor een effectieve implementatie wordt inzet van een kwartiermaker met specifieke expertise aanbevolen. WAARDERING: MIDDEN D. Impact dienstverlening Versterkt toezicht verbetert de kwaliteit, verhoogt transparantie en stimuleert een lerende organisatie. Gelet op het reeds intensieve contractmanagement wordt het effect naar verwachting beperkter dan landelijke cijfers suggereren.
WAARDERING: MIDDEN E. Inhoudelijke financiële toelichting (evt.) voorinvestering en verwachte besparing Om het Wmo toezicht te intensiveren, moeten er structureel minstens twee fte toezichthouders aangenomen worden. Om de vereiste professionaliseringsslag te maken en sneller tot resultaat te komen wordt tevens voorzien in een extra investering van twee fte tijdelijke ervaren integrale toezichthouders voor de duur van twee jaar, evenals een half fte tijdelijke kwartiermaker voor de duur van (minimaal) één jaar. Gezien eerdere ervaringen en de huidige arbeidsmarkt is de verwachting dat vaste medewerkers niet op korte termijn geworven kunnen worden. Daarom wordt voorgesteld te starten met 4fte inhuur. Het is lastig te bepalen wat de opbrengsten van de investering zullen zijn. Uit landelijk onderzoek is gebleken dat een percentage van 3-10% van het Wmo- en Jeugdwetbudget mogelijk onrechtmatig wordt besteed. De Wmo-uitgaven van 2025 van de GR Sociaal waren ca. €90 mln, waarvan 71 miljoen is uitgegeven aan Huishoudelijke ondersteuning, Individuele begeleiding en Dagbesteding. Uitgaande van 3- 10% besparing zou het in theorie kunnen gaan om €2,1 tot €7,1 mln. jaarlijks. Uitgangspunten A. Wmo-uitgaven 2025: €90 mln B. Relevante uitgaven: €71 mln (HO, IB, DB) C. Verwachte besparing: 3% (conservatieve aanname)
Theoretische bandbreedte (3–10%) €2,1 mln – €7,1 mln per jaar Aannames (reëel scenario): 1% directe besparing 2% preventief effect Investering Tijdelijke versterking voor 2 jaar: Jaar 1: o 4 fte externe inhuur + 0,5 fte kwartiermaker o €545.000 Jaar 2: o 2 fte eigen / 2 fte externe inhuur o €426.950 (excl. indexering) Daarna: structurele inzet afhankelijk van behaalde resultaten. Kengetallen personeel: Toezichthouder (intern): €93.475 p.j. Toezichthouder (extern): €120.000 p.j. Kwartiermaker (intern): €131.005 p.j. Kwartiermaker (extern): €165.500 p.j. Opbrengsten blijven onzeker door variatie per gemeente en lange doorlooptijden van toezichtonderzoeken. Impact voor gemeenten Niet van toepassing Kader wetgeving en beleid Wettelijk kader: Artikel 6.1 Wmo e.v. Juridisch uitvoerbaar? Ja / Nee
Implementatie of uitwerking De ombuiging is snel te implementeren (maar rendeert pas op termijn).
Benchmarken Kan de KPI gemonitord/gebenchmarkt worden: Vergeleken kan worden hoeveel geld teruggevorderd is na het intensiveren/uitbreiden van het Wmo toezicht.
Beleidsvrijheid? Ja / Nee Voorgestelde besluitvormingsroute: C = algemeen bestuur (artikel 5 GRS)
Advies beleidsadviseur: A = ombuigingsmaatregel opnemen als voorstel naar gemeenten
Ombuigingsformulier ombuigingsmaatregel 43 1. Opgave
Zorgen voor Ondersteuning
2. Maatregel
Nieuw planningssysteem Stroomlijn
3. Opgavemanager
L. Vonk
4. Beleidsadviseur
M. Mourik
5. Financieel adviseur
R. Jarbandhan
6. Soort maatregelen
Financieel technisch / inhoudelijk
7. Lasten of baten
Verlagen lasten / verhogen inkomsten
8. Voorinvestering
Ja/Nee
9. Financiële onderbouwing Bedragen * € 1.000 a. Verlagen lasten
Jaar van uitvoering en totale jaarlast/baat 2026 0
2027 -500
2028 -500
2029 -500
2030 -500
b.
Verhogen baten
0
0
0
0
0
c.
Voorinvestering
0
0
0
0
0
A. Inhoudelijke toelichting maatregel Stroomlijn heeft sinds oktober 2025 een nieuw planningssysteem in gebruik. Door efficiënter en flexibeler plannen kunnen ritten beter worden gecombineerd, wat leidt tot besparing op personeel en materieel. Onder normale omstandigheden wordt een structurele besparing van circa €500.000 per jaar verwacht. De effecten in 2026 en 2027 zijn onzeker vanwege de afsluiting van de Papendrechtse brug (juli 2026 – april 2027). De besparing wordt vanaf 2027 opgenomen in de begroting van Stroomlijn en daarmee ook in die van de SDD. B. Maatschappelijke impact Nihil. WAARDERING: LAAG C. Impact organisatie en processen Betreft een reeds doorgevoerde systeemwijziging bij Stroomlijn. WAARDERING: LAAG D. Impact dienstverlening Nihil, met een beperkt risico op minder flexibiliteit bij last-minute boekingen door hogere bezettingsgraad. WAARDERING: LAAG E. Inhoudelijke financiële toelichting (evt.) voorinvestering en verwachte besparing Reeds verwerkt binnen de begroting 2025. Verwachte besparing: €500.000 per jaar (bij gelijkblijvend gebruik en normale omstandigheden) Onzekerheden: Effecten 2026 en 2027 door afsluiting Papendrechtse brug. Impact voor gemeenten Niet van toepassing. Kader wetgeving en beleid Wettelijk verplicht? Ja / Nee Wet noemen: Wmo 2015