Ombuigingsvoorstellen GR Sociaal.pdf
Tekst van het document
Ombuigingsformulier ombuigingsmaatregel 1 1. Opgave 2. Maatregel 3. Opgavemanager 4. Beleidsadviseur 5. Financieel adviseur 6. Soort maatregelen 7. Lasten of baten 8. Voorinvestering 9. Financiële onderbouwing Bedragen * € 1.000
Bestaanszekerheid versterken Stoppen met buitenwettelijk begunstigend beleid bijzondere bijstand: Extern budgetbeheer S. Riad R. van Kaam, C. Stam en G. Laarman M. Verloop Financieel technisch / inhoudelijk Verlagen lasten/ verhogen inkomsten Ja/Nee Jaar van uitvoering en totale jaarlast/baat 2026
2027
2028
2029
2030
a.
Verlagen lasten
0
-340
-340
-340
-340
b. c.
Verhogen baten Voorinvestering
0 0
0 0
0 0
0 0
0 0
A. Inhoudelijke toelichting maatregel Het huidige beleid voor bijzondere bijstand bevat onderdelen die ruimer zijn dan de Participatiewet vereist. Extern budgetbeheer is hier een voorbeeld van. Gemeenten zijn niet verplicht om bijzondere bijstand voor extern budgetbeheer te verstrekken, en veel gemeenten doen dit dan ook niet. In jurisprudentie is inmiddels bevestigd dat gemeenten aanvragen voor bijzondere bijstand voor extern budgetbeheer mogen afwijzen vanwege een voorliggende voorziening, namelijk de gemeentelijke schuldhulpverlening. Een voor de hand liggende beleidsuitwerking is om bestaande toekenningen bijzondere bijstand voor extern budgetbeheer te laten doorlopen, maar nieuwe aanvragen af te wijzen. Dit wordt ook wel een “sterfhuisconstructie” genoemd. B. Maatschappelijke impact Budgetbeheer is een effectieve manier om inwoners te ondersteunen wanneer bewindvoering niet noodzakelijk is. We zien een sterke groei in het gebruik van extern budgetbeheer. Dit komt mede door strenger toezicht op bewindvoering, terwijl de controle op budgetbeheer beperkt is. SDD beschikt over intern budgetbeheer voor inwoners die werkelijk deze ondersteuning nodig hebben. Wanneer bijzondere bijstand voor extern budgetbeheer wordt stopgezet voor nieuwe aanvragen, ontstaat mogelijk een waterbedeffect: meer inwoners kunnen overstappen naar intern budgetbeheer.
De kwaliteit van budgetbeheerders verschilt bovendien sterk, waardoor het aannemelijk is dat schuldenproblematiek toeneemt bij inwoners die geen toegang meer hebben tot extern budgetbeheer. Tegelijkertijd kan het voorliggend veld, met laagdrempelige vormen van ondersteuning, mogelijk een deel van de inwoners opvangen die niet langer in aanmerking komen voor bijzondere bijstand voor extern budgetbeheer. Voor budgetbeheerderskantoren in de regio heeft de maatregel gevolgen voor hun financiële positie en continuïteit. WAARDERING: Midden C. Impact organisatie en processen Het stoppen met een regeling vraagt om implementatie in systemen, werkinstructies en werkafspraken. In dit geval valt het aantal aanpassingen mee. WAARDERING: Midden D. Impact dienstverlening Het beëindigen van deze vergoeding zal naar verwachting niet direct leiden tot impact op de reguliere dienstverlening. Wel kan het effect hebben op de gemeentelijke schuldhulpverlening. Binnen de schuldhulpverlening wordt namelijk ook budgetbeheer aangeboden, maar er is naar verwachting onvoldoende capaciteit om alle inwoners die mogelijk geen gebruik meer kunnen maken van extern budgetbeheer op te vangen. Daarbij geldt overigens dat een strengere afweging kan worden gemaakt ten aanzien van de noodzaak van ondersteuning, waardoor niet iedere inwoner automatisch in aanmerking zal komen voor alternatief budgetbeheer.
Tegelijkertijd bestaat het risico dat beperktere toegang tot extern budgetbeheer leidt tot meer financiële problemen en daarmee tot een toename van het aantal aanmeldingen voor schuldhulpverlening. Mogelijk kan laagdrempelige ondersteuning in het voorveld een deel van deze effecten opvangen. WAARDERING: Midden
E. Inhoudelijke financiële toelichting (evt.) voorinvestering en verwachte besparing Momenteel geven we jaarlijks € 340.000 uit aan deze kosten. Indien deze vergoedingen worden stopgezet, bespaart dit bedrag. Het risico bestaat echter dat er eventueel extra kosten optreden bij schuldhulpverlning (SHV) wanneer deze kosten als voorliggende voorziening moeten worden opgevangen (zie D). Impact voor gemeente De voorgestelde besluitvormingsroute loopt via de deelnemende gemeenten. Deze maatregel kan consequenties hebben voor de doelstellingen en activiteiten van de beleidsplannen schuldhulpverlening 2025-2028 die in het voorjaar van 2025 door de gemeenteraden zijn vastgesteld. Het voorliggend veld, met zijn laagdrempelige vormen van ondersteuning, zal mogelijk een deel van de inwoners moeten opvangen die niet langer gebruik kunnen maken van extern budgetbeheer. Mogelijk reageren de budgetbeheerderskantoren in de regio op de financiële gevolgen, omdat het wegvallen van inkomsten hun continuïteit onder druk zet en zij kunnen vinden dat hun dienstverlening bijdraagt aan het voorkomen van schuldenproblematiek.
Kader wetgeving en beleid Wettelijk verplicht? nee wet noemen: …………………………………… …
Implementatie of uitwerking - De ombuiging vraagt verdere uitwerking met gemeenten
Benchmarken Kan de KPI gemonitord/gebenchmarkt worden: Ja, via de Suite registreren we de uitgaven.
Juridisch uitvoerbaar? Ja Beleidsvrijheid?
Ja
Voorgestelde besluitvormingsroute: D = deelnemende gemeenten
Advies beleidsadviseur: A = ombuigingsmaatregel opnemen als voorstel naar gemeenten
Ombuigingsformulier ombuigingsmaatregel 2 1. Opgave 2. Maatregel 3. Opgavemanager 4. Beleidsadviseur 5. Financieel adviseur 6. Soort maatregelen 7. Lasten of baten 8. Voorinvestering 9. Financiële onderbouwing Bedragen * € 1.000
Bestaanszekerheid versterken Persoonlijk Minimabudget (PMB): verlagen inkomensgrens naar 110% van het sociaal minimum S. Riad R. van Kaam, C. Stam en G. Laarman M. Verloop Financieel technisch / inhoudelijk Verlagen lasten / verhogen inkomsten Ja/Nee Jaar van uitvoering en totale jaarlast/baat 2026
2027
2028
2029
2030
a.
Verlagen lasten
0
-150
-150
-150
-150
b. c.
Verhogen baten Voorinvestering
0 0
0 0
0 0
0 0
0 0
A. Inhoudelijke toelichting maatregel Het PMB is bij de herijking minimabeleid 2023 verruimd op basis van de MER 2022 (behalve HardinxveldGiessendam). Gemeenten kunnen ervoor kiezen deze verruiming op hoogte en doelgroep terug te draaien. Het vertrekpunt per gemeente kan verschillen. Daarbij speelt mee dat sinds 2023 diverse landelijke maatregelen de inkomenspositie van minimahuishoudens hebben versterkt, zoals de verhoging van het minimumloon/bijstandsnormen. B. Maatschappelijke impact Minder mensen komen in aanmerking. Landelijke inkomensverbeteringen beperken de negatieve gevolgen. WAARDERING: MIDDEN C. Impact organisatie en processen Impact op de organisatie is beperkt. De doelgroep wordt kleiner dus je verstrekt minder PMB’s. Past binnen de huidige processen. WAARDERING: MIDDEN D. Impact dienstverlening Voor de inwoners die het betreft is het een verslechtering van de dienstverlening. Anderzijds zijn dit inwoners met de relatief hogere inkomens. Zoals gezegd heeft de verhoging toen als insteek gehad dat de kosten voor inwoners op dat moment sterk stegen. Inmiddels is dit landelijk gecorrigeerd en je zou kunnen zeggen dat het PMB op dit moment erg ruim is ingestoken. WAARDERING: MIDDEN E. Inhoudelijke financiële toelichting (evt.) voorinvestering en verwachte besparing De berekening is gebaseerd op een inschatting van het aantal klanten met een inkomen tussen 110% en 120%.
Klanten met inkomensgrens 120% worden niet apart geregistreerd. De inschatting is daarom gebaseerd op het verschil tussen de uitgaven van PMB klanten zonder bijstandsuitkering in 2022 (Inkomensgrens 110%-grens van toepassing) en de uitgaven in 2025 (Inkomensgrens 120%-grens van toepassing). Impact voor gemeente De voorgestelde besluitvormingsroute loopt via de deelnemende gemeenten: de verordeningen PMB moeten door de raden worden aangepast. Kader wetgeving en beleid Wettelijk verplicht? nee wet noemen: ……………………………… ………
Implementatie of uitwerking - De ombuiging vraagt verdere uitwerking met gemeenten
Benchmarken Kan de KPI gemonitord/gebenchmarkt worden: Ja. Dit zal blijken uit de betalingen in Suite.
Juridisch uitvoerbaar? Ja. Beleidsvrijheid?
Ja.
Voorgestelde besluitvormingsroute: D = deelnemende gemeenten
Advies beleidsadviseur: A = ombuigingsmaatregel opnemen als voorstel naar gemeenten
Ombuigingsformulier ombuigingsmaatregel 3 1. Opgave 2. Maatregel 3. Opgavemanager 4. Beleidsadviseur 5. Financieel adviseur 6. Soort maatregelen 7. Lasten of baten 8. Voorinvestering 9. Financiële onderbouwing Bedragen * € 1.000
Bestaanszekerheid versterken Persoonlijk Minimabudget (PMB): Referteperiode verlengen naar twee jaar S. Riad R. van Kaam, C. Stam en G. Laarman M. Verloop Financieel technisch / inhoudelijk Verlagen lasten / verhogen inkomsten Ja/Nee Jaar van uitvoering en totale jaarlast/baat 2026
2027
2028
2029
2030
a.
Verlagen lasten
0
-200
-200
-200
-200
b. c.
Verhogen baten Voorinvestering
0 0
0 0
0 0
0 0
0 0
A. Inhoudelijke toelichting maatregel Bij het PMB wordt momenteel een referteperiode van een jaar gehanteerd. Inwoners moeten één jaar een laag inkomen hebben gehad. Door deze periode te verlengen naar twee jaar, komen mensen minder snel in aanmerking voor het PMB. Niet alle gemeenten kunnen deze maatregel toepassen want Hardinxveld- Giessendam heeft al een referteperiode van twee jaar. B. Maatschappelijke impact Minder mensen komen in aanmerking want een inwoner moet langere tijd een laag inkomen en vermogen hebben. Dit maakt de regeling gerichter. Landelijke inkomensverbeteringen beperken de negatieve gevolgen. Het inkomen van de mensen met de laagste inkomens zijn sinds de herijking al verhoogd op landelijk niveau. Dus het beperken van het PMB heeft een beperkte invloed op het besteedbaar inkomen. WAARDERING: MIDDEN C. Impact organisatie en processen Het heeft wel invloed op de processen maar die beperken zich tot éénmalig wijzigingen. Medewerkers zullen voornamelijk bij nieuwe aanvragen van niet-klanten wat langer bezig zijn omdat er naar twee jaar gekeken moet gaan worden. Maar dit is beperkt en vraagt niets nieuws qua kennis of in de processen. WAARDERING: HOOG D. Impact dienstverlening Voor de inwoners is het een verslechtering maar een referteperiode van twaalf maanden is op landelijk niveau kort. Een termijn van 36 maanden is bijvoorbeeld heel gebruikelijk.
Het gaat volgens de wet om een langdurig laag inkomen. WAARDERING: MIDDEN E. Inhoudelijke financiële toelichting (evt.) voorinvestering en verwachte besparing De besparing is gebaseerd op de informatie van het CBS. De inschatting is dat het verlengen van de referteperiode naar twee jaar een besparing oplevert van 5%. Hierdoor verlaagt de begroting met € 200.000. Impact voor gemeente De voorgestelde besluitvormingsroute loopt via de deelnemende gemeenten: de verordeningen PMB moeten door de raden worden aangepast. Kader wetgeving en beleid Wettelijk verplicht? nee wet noemen: ………………………………… …… Juridisch uitvoerbaar? Ja. Beleidsvrijheid?
Ja.
Implementatie of uitwerking - De ombuiging vraagt verdere uitwerking met gemeenten
Benchmarken Kan de KPI gemonitord/gebenchmarkt worden: Ja. Dit zal blijken uit de betalingen in Suite.
Voorgestelde besluitvormingsroute: D = deelnemende gemeenten
Advies beleidsadviseur: A = ombuigingsmaatregel opnemen als voorstel naar gemeenten
Ombuigingsformulier ombuigingsmaatregel 4 1. Opgave 2. Maatregel 3. Opgavemanager 4. Beleidsadviseur 5. Financieel adviseur 6. Soort maatregelen 7. Lasten of baten 8. Voorinvestering 9. Financiële onderbouwing Bedragen * € 1.000
Bestaanszekerheid versterken Persoonlijk Minimabudget (PMB): de hoogte verlagen naar 35% van het sociaal minimum. S. Riad R. van Kaam, C. Stam en G. Laarman M. Verloop Financieel technisch / inhoudelijk Verlagen lasten / verhogen inkomsten Ja/Nee Jaar van uitvoering en totale jaarlast/baat 2026
2027
2028
2029
2030
a.
Verlagen lasten
0
-425
-425
-425
-425
b. c.
Verhogen baten Voorinvestering
0 0
0 0
0 0
0 0
0 0
A. Inhoudelijke toelichting maatregel Het PMB is in bij de herijking minimabeleid 2023 verruimd op basis van de MER 2022 (behalve Hardinxveld- Giessendam). Gemeenten kunnen ervoor kiezen deze verruiming op hoogte en doelgroep terug te draaien. Daarbij speelt mee dat sinds 2023 diverse landelijke maatregelen de inkomenspositie van minimahuishoudens hebben versterkt, zoals de verhoging van het minimumloon/ bijstandsnormen. Niet alle gemeenten kunnen deze maatregel toepassen want Hardinxveld-Giessendam, Sliedrecht en Alblasserdam hebben deze al staan op 35%. Hoewel dit bij Alblasserdam pas op 1 juli 2026 ingaat. Deze maatregel hangt samen met maatregel 7, waarin het bedrag voor kinderen wordt geschrapt. Het gelijktijdig toepassen van beide maatregelen leidt tot een aanzienlijke inkomensachteruitgang voor gezinnen met jonge kinderen. B. Maatschappelijke impact Alle inwoners die PMB ontvangen krijgen voortaan een lager PMB. Landelijke inkomensverbeteringen beperken de negatieve gevolgen. Met dat laatste wordt bedoeld dat de inkomens van inwoners met een laag inkomen op landelijk niveau al gecorrigeerd / verhoogd zijn. Dat was anders toen besloten werd om de bedragen ter verhogen. WAARDERING: MIDDEN C. Impact organisatie en processen Het heeft wel invloed op de processen maar die beperken zich tot éénmalige wijzigingen van de systemen. WAARDERING: MIDDEN D.
Impact dienstverlening Voor de inwoners is het een verslechtering maar de bedragen zijn relatief hoog ten opzichte van landelijke bedragen. Zoals gezegd heeft de verhoging toen als insteek gehad dat de kosten voor inwoners op dat moment sterk stegen. Inmiddels is dit landelijk gecorrigeerd en je zou kunnen zeggen dat het PMB op dit moment erg ruim is ingestoken. Dat effect wordt nog versterkt WAARDERING: MIDDEN E. Inhoudelijke financiële toelichting (evt.) voorinvestering en verwachte besparing Het bedrag van de Persoonlijk Minimabudget (PMB)is gebaseerd op een percentage van de bijstandsnorm en bedraagt momenteel 40% voor de gemeenten Dordrecht, Papendrecht en Zwijndrecht of 45% voor de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht van de toepasselijke bijstandsnorm. Dit percentage wordt verlaagd naar 35%. Hierdoor zullen de kosten per gemeente afnemen. Bij Dordrecht bedraagt het verschil € 260.000 (verschil tussen 40% en 35%). Bij Hendrik-Ido-Ambacht bedraagt het verschil € 50.000 (verschil tussen 45% en 35%). Bij Papenrecht bedraagt het verschil € 40.000 (verschil tussen 40% en 35%). Bij Zwijndrecht bedraagt het verschil € 75.000 (verschil tussen 40% en 35%). F. Impact voor gemeente De voorgestelde besluitvormingsroute loopt via de deelnemende gemeenten: de verordeningen PMB moeten door de raden worden aangepast.
Kader wetgeving en beleid Wettelijk verplicht? nee wet noemen: ………………………………… ……
Implementatie of uitwerking De ombuiging vraagt verdere uitwerking met gemeenten
Benchmarken Kan de KPI gemonitord/gebenchmarkt worden: Ja. Dit zal blijken uit de betalingen in Suite.
Juridisch uitvoerbaar? Ja. Beleidsvrijheid?
Ja.
Voorgestelde besluitvormingsroute: D = deelnemende gemeenten
Advies beleidsadviseur: A = ombuigingsmaatregel opnemen als voorstel naar gemeenten
Ombuigingsformulier ombuigingsmaatregel 6 1. Opgave 2. Maatregel 3. Opgavemanager 4. Beleidsadviseur 5. Financieel adviseur 6. Soort maatregelen 7. Lasten of baten 8. Voorinvestering 9. Financiële onderbouwing Bedragen * € 1.000
Bestaanszekerheid versterken Werken met een drempelbedrag voor de bijzondere bijstand S. Riad R. van Kaam, C. Stam en G. Laarman M. Verloop Financieel technisch / inhoudelijk Verlagen lasten / verhogen inkomsten Ja/Nee Jaar van uitvoering en totale jaarlast/baat 2026
2027
2028
2029
2030
a.
Verlagen lasten
0
P.M.
P.M.
P.M.
P.M.
b. c.
Verhogen baten Voorinvestering
0 0
0 0
0 0
0 0
0 0
A. Inhoudelijke toelichting maatregel Wettelijk gezien bestaat de mogelijkheid om bij de toekenning van bijzondere bijstand een drempelbedrag te hanteren. Dit bedrag wordt jaarlijks vastgesteld en bedraagt per 1 januari 2026 maximaal € 176,00 per periode van 12 maanden. Het gevolg hiervan is dat inwoners een groter deel van de kosten zelf moeten dragen, waardoor de uitgaven aan bijzondere bijstand afnemen. Daarnaast leidt dit naar verwachting tot lagere uitvoeringskosten, omdat er minder aanvragen worden ingediend voor relatief kleine bedragen. B. Maatschappelijke impact Met deze maatregel vraag je inwoners om kosten tot een bepaald bedrag zelf te dragen. Slechts een beperkt aantal gemeenten maakt gebruik van deze mogelijkheid, waardoor dit in de beeldvorming negatief kan worden uitgelegd. Voor inwoners met een minimuminkomen is € 176,00 bovendien een aanzienlijk bedrag. Het risico bestaat dat dit leidt tot een toename van aanvragen bij SUN Drechtsteden en mogelijk ook tot (verdere) schuldenproblematiek. WAARDERING: HOOG C. Impact organisatie en processen De impact op processen is laag, er is niet veel voor nodig om dit in te regelen. WAARDERING: LAAG D. Impact dienstverlening WAARDERING: LAAG E.
Inhoudelijke financiële toelichting (evt.) voorinvestering en verwachte besparing Werken met een drempelbedrag voor de bijzondere bijstand betekent dat inwoners pas een aanvraag mogen indienen als hun kosten een bepaald bedrag overstijgen (€ 176,00). Op het moment dat de kosten overstegen zijn kunnen ze pas een aanvraag indienen. Hiermee houd je aanvragen tegen van mensen die niet veel bijzondere noodzakelijke kosten hebben. Een exacte berekening is mogelijk, maar niet op korte termijn. Een inschatting op basis van bestand is de besparing lager dan € 50.000. Optie twee is dat je ook bij mensen die meer dan € 176,00 aan kosten hebben, dat bedrag in mindering brengt. Dan bespaar je bij iedere aanvraag € 176,00. Dat levert het meeste op maar is juridisch kwetsbaar. Er is twijfel of dat mag als het bij een rechtbank wordt neergelegd. Bij deze optie is de besparing ongeveer € 400.000 en is gebaseerd op aantal klanten Bijzondere bijstand. Impact voor gemeente De voorgestelde besluitvormingsroute loopt via de deelnemende gemeenten. De maatregel kan maatschappelijk gezien gevoelig liggen en leidt mogelijk tot een verschuiving naar het lokale informele en voorliggende veld.
Kader wetgeving en beleid Wettelijk verplicht? nee
Implementatie of uitwerking De ombuiging vraagt verdere uitwerking met
Benchmarken Kan de KPI gemonitord/gebenchmarkt worden:
wet noemen: ………………………………… ……
gemeenten Ja, dit zal blijken uit betalingen via de Suite.
Juridisch uitvoerbaar? Ja, maar het is niet volledig helder of de tweede optie (in mindering brengen) juridisch houdbaar is. Beleidsvrijheid?
Ja
Voorgestelde besluitvormingsroute : D = deelnemende gemeenten
Advies beleidsadviseur: A = ombuigingsmaatregel opnemen als voorstel naar gemeenten
Ombuigingsformulier ombuigingsmaatregel 7 1. Opgave 2. Maatregel 3. Opgavemanager 4. Beleidsadviseur 5. Financieel adviseur 6. Soort maatregelen 7. Lasten of baten 8. Voorinvestering 9. Financiële onderbouwing Bedragen * € 1.000
Bestaanszekerheid versterken Persoonlijk minimabudget: Stoppen met extra bedrag voor kinderen tot 18 jaar S. Riad R. van Kaam, C. Stam en G. Laarman M. Verloop Financieel technisch / inhoudelijk Verlagen lasten / verhogen inkomsten Ja/Nee Jaar van uitvoering en totale jaarlast/baat 2026
2027
2028
2029
2030
a.
Verlagen lasten
0
-76
-76
-76
-76
b. c.
Verhogen baten Voorinvestering
0 0
0 0
0 0
0 0
0 0
A. Inhoudelijke toelichting maatregel Bij het PMB hanteren momenteel alle deelnemende gemeenten, met uitzondering van H-G, een extra bedrag voor gezinnen met kinderen tussen de 13 en 18 jaar. Het extra bedrag bedraagt € 100, ongeacht het aantal kinderen. Hendrik-Ido-Ambacht hanteert een grotere doelgroep, namelijk voor alle kinderen tot 18 jaar. B. Maatschappelijke impact Inwoners met kinderen krijgen op dit moment een aanvullend bedrag. Dit is bedoeld voor kinderen tot 18 jaar. Dit bedrag is ook bedoeld om kosten te compenseren die deze inwoners maken. Het bedrag is niet dusdanig hoog dat het grote gevolgen heeft voor het besteedbare inkomen. Daarbij komt dat er sinds de regionale invoering van dit kindbedrag landelijke inkomensverbeteringen zijn doorgevoerd voor gezinnen met kinderen (o.a. verhoging kindgebonden budget) WAARDERING: MIDDEN C. Impact organisatie en processen Het heeft weinig impact op de organisatie omdat het proces niet wijzigt. Alleen de toekenning van dit bedrag wordt niet meer meegenomen. Dat heeft weinig invloed. WAARDERING: LAAG D. Impact dienstverlening Een versobering van voorzieningen is voor inwoners altijd ingrijpend. Hoewel deze maatregel naar verwachting geen grote invloed heeft op het besteedbaar inkomen, kan deze door inwoners wel als vervelend worden ervaren.
Voor de dienstverlening van de SDD of de uitvoering heeft de maatregel naar verwachting nauwelijks gevolgen. WAARDERING: MIDDEN E. Inhoudelijke financiële toelichting (evt.) voorinvestering en verwachte besparing In 2025 zijn er 760 betalingen gedaan, voor een totaalbedrag van €76.300, ten behoeve van huishoudens met kinderen. Stoppen met het toekennen van het extra bedrag voor kinderen tot 18 jaar leidt tot een besparing van €76.300. Impact voor gemeente De voorgestelde besluitvormingsroute loopt via de deelnemende gemeenten: de verordeningen PMB moeten door de raden worden aangepast. Mogelijke verschuiving naar SMS-Kinderfonds. Kader wetgeving en beleid Wettelijk verplicht? nee wet noemen: ………………………………… …… Juridisch uitvoerbaar? Ja.
Implementatie of uitwerking - De ombuiging vraagt verdere uitwerking met gemeenten
Benchmarken Kan de KPI gemonitord/gebenchmarkt worden: Ja. Dit zal blijken uit de betalingen in Suite.
Beleidsvrijheid?
Ja.
Voorgestelde besluitvormingsroute: D = deelnemende gemeenten
Advies beleidsadviseur: A = ombuigingsmaatregel opnemen als voorstel naar gemeenten
Ombuigingsformulier ombuigingsmaatregel 9 1. Opgave 2. Maatregel 3. Opgavemanager 4. Beleidsadviseur 5. Financieel adviseur 6. Soort maatregelen 7. Lasten of baten 8. Voorinvestering 9. Financiële onderbouwing Bedragen * € 1.000
Bestaanszekerheid versterken Stoppen met regeling tegemoetkoming eigen bijdrage kinderopvang. S. Riad R. van Kaam, C. Stam en G. Laarman M. Verloop Financieel technisch / inhoudelijk Verlagen lasten / verhogen inkomsten Ja/Nee Jaar van uitvoering en totale jaarlast/baat 2026
2027
2028
2029
2030
a.
Verlagen lasten
0
-36
-36
-36
- 36
b. c.
Verhogen baten Voorinvestering
0 0
0 0
0 0
0 0
0 0
A. Inhoudelijke toelichting maatregel De regeling vergoedt de eigen bijdrage van de kinderopvangtoeslag. Er komt momenteel maar een kleine doelgroep in aanmerking voor deze regeling (werkende armen tot 130% WSM) en deze doelgroep is lastig te bereiken. B. Maatschappelijke impact Gezien de beperkte omvang van deze regeling is de totale maatschappelijke impact minimaal. Voor een individuele inwoner kan het wel financiële impact hebben want voor minima kan de eigen bijdrage van 4% van de totale kinderopvangkosten een groot maandelijks bedrag zijn. Voor een inwoner kan dit een drempel zijn om te gaan werken. WAARDERING: LAAG C. Impact organisatie en processen Hiervoor geldt hetzelfde als onder B. De regeling is zo minimaal dat het weinig impact heeft. Mogelijk geeft het een kleine positieve impact omdat de regeling niet meer onderhouden hoeft te worden. WAARDERING: LAAG D. Impact dienstverlening Zie B. WAARDERING: LAAG E. Inhoudelijke financiële toelichting (evt.) voorinvestering en verwachte besparing De besparing betreft het begroting 2027. Het scheelt aanvullend op het bovenstaande bedrag nog wat apparaatskosten Impact voor gemeente De voorgestelde besluitvormingsroute loopt via de deelnemende gemeenten. Relatie met gemeentelijk kinderopvangbeleid en re-integratiedoelen/werkende armen. Kader wetgeving en beleid Wettelijk verplicht? nee wet noemen: ……………………………… ………
Implementatie of uitwerking - De ombuiging vraagt verdere uitwerking met gemeenten
Benchmarken Kan de KPI gemonitord/gebenchmarkt worden: Ja.
Juridisch uitvoerbaar? Ja. Beleidsvrijheid?
Ja.
Voorgestelde besluitvormingsroute: D = deelnemende gemeenten
Advies beleidsadviseur: A = ombuigingsmaatregel opnemen als voorstel naar gemeenten
Ombuigingsformulier ombuigingsmaatregel 11 1. Opgave 2. Maatregel 3. Opgavemanager 4. Beleidsadviseur 5. Financieel adviseur 6. Soort maatregelen 7. Lasten of baten 8. Voorinvestering 9. Financiële onderbouwing Bedragen * € 1.000
Bestaanszekerheid versterken Collectieve Zorgverzekering voor Minima: Vermogensgrens hanteren (met behulp van Bureau InformatieDiensten Nederland) S. Riad R. van Kaam, C. Stam en G. Laarman M. Verloop Financieel technisch / inhoudelijk Verlagen lasten / verhogen inkomsten Ja/Nee Jaar van uitvoering en totale jaarlast/baat 2026
2027
2028
2029
2030
a.
Verlagen lasten
0
-930
-930
-930
-930
b.
Verhogen baten
0
0
0
0
0
c.
Voorinvestering
0
0
0
0
0
A. Inhoudelijke toelichting maatregel De CZM is bedoeld om inwoners met een laag inkomen toegang te bieden tot goede en betaalbare zorg. Er wordt géén vermogensgrens gehanteerd (in tegensteling tot bijvoorbeeld algemene en bijzondere bijstand). Het idee is om een vermogensgrens te hanteren die gelijk is aan de algemene bijstand. B. Maatschappelijke impact Het maatschappelijke effect hiervan is dat inwoners met een laag inkomen en een té hoog vermogen mogelijk zorg zullen gaan vermijden. Eventuele effecten hiervan zijn zorgschulden met de daarbij behorende gevolgen zoals een bestuurlijke premie en/of schuldhulp. De groep die geraakt wordt kan voor medische kosten niet in aanmerking komen voor bijzondere bijstand omdat daarvoor dezelfde vermogensgrens geldt. Deze maatregel raakt vooral de groep chronisch zieken en gehandicapten. WAARDERING: MIDDEN C. Impact organisatie en processen Momenteel wordt de CZM nog handmatig uitgevoerd dus een werkwijze waarbij via het inlichtingenbureau gewerkt wordt is een grote verandering. Zowel systeemtechnisch als van de medewerkers vraagt het een andere manier van werken. WAARDERING: HOOG D. Impact dienstverlening WAARDERING: LAAG E. Inhoudelijke financiële toelichting (evt.) voorinvestering en verwachte besparing Voor 2027 bedraagt de begroting € 2.800.000.
Naar schatting heeft ongeveer 1/3 van de huidige ontvangers van de Gemeentepolis een té hoog vermogen o.b.v. de vermogensgrens en daarom geen recht meer op de regeling, wat tot een mogelijke besparing van 1/3 van het bedrag € 2.800.000 bedraagt € 930.000. Impact voor gemeente De voorgestelde besluitvormingsroute loopt via de deelnemende gemeenten. Relatie met gemeentelijke gezondheidsbeleid. Aan welke andere ombuigingsmaatregel (opgave overstijgend) raakt het voorstel? Deze maatregel raakt voorstellen die vanuit de opgave ‘Zorgen voor ondersteuning' gedaan zijn: 30. Scootmobiel als algemene voorziening in plaats van maatwerk. 37. Wasservice als algemene voorziening.
Kader wetgeving en beleid Wettelijk verplicht? nee wet noemen: ……………………………… ………
Implementatie of uitwerking - De ombuiging vraagt verdere uitwerking met gemeenten
Benchmarken Kan de KPI gemonitord/gebenchmarkt worden: Ja, dit zal blijken uit betalingen en het aantal deelnemers.
Juridisch uitvoerbaar? Ja. Beleidsvrijheid?
Ja.
Voorgestelde besluitvormingsroute: D = deelnemende gemeenten
Advies beleidsadviseur: A = ombuigingsmaatregel opnemen als voorstel naar gemeenten
Ombuigingsformulier ombuigingsmaatregel 14 1. Opgave 2. Maatregel 3. Opgavemanager 4. Beleidsadviseur 5. Financieel adviseur 6. Soort maatregelen 7. Lasten of baten 8. Voorinvestering 9. Financiële onderbouwing Bedragen * € 1.000
Bestaanszekerheid versterken Stoppen met buitenwettelijk begunstigend beleid bijzondere bijstand: Terugwerkende kracht van zes maanden naar drie maanden S. Riad R. van Kaam, C. Stam en G. Laarman M. Verloop Financieel technisch / inhoudelijk Verlagen lasten / verhogen inkomsten Ja/Nee Jaar van uitvoering en totale jaarlast/baat 2026
2027
2028
2029
2030
a.
Verlagen lasten
0
P.M.
P.M.
P.M.
P.M.
b. c.
Verhogen baten Voorinvestering
0 0
0 0
0 0
0 0
0 0
A. Inhoudelijke toelichting maatregel Het huidige beleid voor bijzondere bijstand bevat onderdelen die ruimer zijn dan de Participatiewet voorschrijft. Momenteel kunnen inwoners bijzondere bijstand aanvragen met een terugwerkende kracht van zes maanden. De Participatiewet bepaalt sinds dit jaar echter dat bijstand, waaronder bijzondere bijstand, in beginsel maximaal met drie maanden terugwerkende kracht kan worden verstrekt, en alleen wanneer individuele omstandigheden daartoe aanleiding geven. De huidige termijn van zes maanden is daarmee ruimer dan wettelijk is toegestaan. Het terugbrengen van de termijn naar drie maanden heeft daarnaast praktische voordelen voor de uitvoering. Aanvragen zijn eenvoudiger af te handelen omdat minder vaak historische gegevens hoeven te worden opgevraagd. Ook zal het aantal aanvragen afnemen voor kosten die feitelijk al langere tijd geleden zijn voldaan. B. Maatschappelijke impact Inwoners zullen deze maatregel merkbaar ervaren, omdat zij momenteel gewend zijn dat bijzondere bijstand met maximaal zes maanden terugwerkende kracht kan worden aangevraagd en verstrekt. In de nieuwe situatie zal vaker sprake zijn van afwijzingen vanwege een te late aanvraag. In die gevallen komen de kosten voor rekening van de inwoner zelf.
Dit risico speelt met name bij bijzondere bijstand voor maandelijkse bewindvoeringskosten, die ongeveer de helft van de totale uitgaven aan bijzondere bijstand vormen. Hoewel de bewindvoerder verantwoordelijk is voor het tijdig indienen van de aanvraag, ligt het financiële risico van een te late aanvraag uiteindelijk volledig bij de inwoner. Gelet op deze impact ligt het voor de hand om overgangsrecht te overwegen, zodat zowel inwoners als uitvoerders voldoende tijd krijgen om zich aan te passen aan de gewijzigde werkwijze. WAARDERING: MIDDEN C. Impact organisatie en processen Voor de uitvoering heeft deze wijziging voordelen, omdat het minder werkzaamheden met zich meebrengt wanneer aanvragen niet over een langere periode met terugwerkende kracht hoeven te worden beoordeeld. Bij aanvragen met zes maanden terugwerkende kracht moeten inkomen en vermogen namelijk worden vastgesteld op de situatie van dat moment. Hiervoor moeten aanvullende historische gegevens worden opgevraagd en beoordeeld. Daarnaast is het vaststellen van de noodzaak van de kosten doorgaans lastiger wanneer de betreffende situatie verder in het verleden ligt. Een kortere termijn maakt de beoordeling daardoor eenvoudiger en beter uitvoerbaar. WAARDERING: LAAG D. Impact dienstverlening De maatregel heeft enige impact en vraagt om duidelijke communicatie richting inwoners.
Tegelijkertijd is de verwachting dat inwoners relatief snel gewend raken aan het uitgangspunt dat aanvragen binnen
een kortere termijn moeten worden ingediend. Naarmate deze werkwijze gebruikelijk wordt, zal dit naar verwachting steeds minder problemen opleveren. Daarbij speelt mee dat het vaak gaat om kosten die op het moment van aanvragen al geruime tijd geleden zijn betaald. Hierdoor ligt het ook minder voor de hand om deze nog langdurig met terugwerkende kracht voor bijzondere bijstand in aanmerking te laten komen. WAARDERING: MIDDEN E. Inhoudelijke financiële toelichting (evt.) voorinvestering en verwachte besparing Het is lastig om aan deze maatregel een concreet financieel effect te verbinden, omdat geen gegevens beschikbaar zijn over het aantal aanvragen dat hierdoor geraakt wordt. Wel is de verwachting dat de maatregel leidt tot een afname van zowel de apparaatskosten als de programmakosten.
Impact voor gemeente De voorgestelde besluitvormingsroute loopt via de deelnemende gemeenten. Kader wetgeving en beleid Wettelijk verplicht? nee wet noemen: ………………………………… ……
Implementatie of uitwerking De ombuiging vraagt verdere uitwerking met gemeenten
Benchmarken Kan de KPI gemonitord/gebenchmarkt worden: Ja, maar moet nog nader uitgewerkt worden hoe dit gemonitord kan worden.
Juridisch uitvoerbaar? Ja Beleidsvrijheid?
Ja
Voorgestelde besluitvormingsroute: D = deelnemende gemeenten
Advies beleidsadviseur: A = ombuigingsmaatregel opnemen als voorstel naar gemeenten
Ombuigingsformulier ombuigingsmaatregel 15 1. Opgave 2. Maatregel 3. Opgavemanager 4. Beleidsadviseur 5. Financieel adviseur 6. Soort maatregelen 7. Lasten of baten 8. Voorinvestering 9. Financiële onderbouwing Bedragen * € 1.000
Bestaanszekerheid versterken Persoonlijk minimabudget: PMB als voorliggende voorziening op de bijzondere bijstand S. Riad R. van Kaam, C. Stam en G. Laarman M. Verloop Financieel technisch / inhoudelijk Verlagen lasten / verhogen inkomsten Ja/Nee Jaar van uitvoering en totale jaarlast/baat 2026
2027
2028
2029
2030
a.
Verlagen lasten
0
P.M.
P.M.
P.M.
P.M.
b. c.
Verhogen baten Voorinvestering
0 0
0 0
0 0
0 0
0 0
A. Inhoudelijke toelichting maatregel Wettelijk gezien is het mogelijk om het PMB als voorliggende voorziening op de bijzondere bijstand aan te merken. Eigenlijk is het zelfs de bedoeling van de wet (zie art. 35 lid 1 Pw). Dit betekent dat iemand die aanspraak kan maken op het PMB eerst dat PMB moet gebruiken om de bijzondere kosten te betalen. Landelijk wordt dit in veel gemeenten al toegepast. B. Maatschappelijke impact Het kan zijn dat inwoners worden genoodzaakt hun PMB te gebruiken voor kosten waar ze normaal bijzondere bijstand voor konden aanvragen. Wanneer PMB wordt gezien als een voorliggende voorziening, kan dit ertoe leiden dat het ontvangen PMB in mindering wordt gebracht op latere toekenningen voor bijzondere bijstand. Dit brengt het risico met zich mee dat inwoners kosten niet meer kunnen betalen omdat het ontvangen PMB reeds is uitgegeven. Hierdoor ontstaat een reëel risico op een toename van schuldhulpverlening, omdat meer inwoners betalingsachterstanden of schulden ontwikkelen. Dit vormt een aanzienlijk risico voor de doelgroep, terwijl de structurele financiële opbrengst van de maatregel onzeker/beperkt is. Wanneer een inwoner bijvoorbeeld in januari PMB heeft ontvangen en in augustus bijzondere bijstand aanvraagt, rijst de vraag of de gemeente mag veronderstellen dat het eerder ontvangen PMB nog beschikbaar is.
In de praktijk is dit onzeker en grotendeels afhankelijk van keuzes in beleidsuitvoering. De mate waarin de gemeente hierin streng wil zijn, vraagt om expliciete afweging. De verwachting is dat meer inwoners zich zullen melden bij SUN Drechtsteden. WAARDERING: LAAG C. Impact organisatie en processen Het vraagt wel enige wijziging van de processen omdat medewerkers scherp moeten hebben dat het PMB een voorliggende voorziening is. Maar dat is minimaal. WAARDERING: LAAG D. Impact dienstverlening Het heeft geen invloed op onze dienstverlening. Voor de inwoner kan het effect hebben afhankelijk van hoe breed je dit trekt. Je kunt de keuze maken om het alleen voorliggend te maken wat betreft witgoed en inrichtingskosten. Dat zijn kosten waar inwoners normaal voor zouden moeten reserveren. WAARDERING: LAAG E. Inhoudelijke financiële toelichting (evt.) voorinvestering en verwachte besparing Het is niet direct mogelijk om hier een bedrag aan te koppelen. Impact voor gemeente De voorgestelde besluitvormingsroute loopt via de deelnemende gemeenten. Deze maatregel leidt mogelijk tot een verschuiving naar het lokale informele en voorliggende veld, waaronder SUN Drechtsteden of andere fondsen.
Kader wetgeving en beleid Wettelijk verplicht? nee wet noemen: ………………………………… ……
Implementatie of uitwerking - De ombuiging vraagt verdere uitwerking met gemeenten
Benchmarken Kan de KPI gemonitord/gebenchmarkt worden: Dat kan als het op de juiste manier geregistreerd wordt in de suite.
Juridisch uitvoerbaar? Ja. Beleidsvrijheid?
Ja.
Voorgestelde besluitvormingsroute: D = deelnemende gemeenten
Advies beleidsadviseur: A = ombuigingsmaatregel opnemen als voorstel naar gemeenten
Ombuigingsformulier ombuigingsmaatregel 16 1. Opgave 2. Maatregel
Bestaanszekerheid versterken Vermogenstoets voor bijzondere bijstand
3. Opgavemanager 4. Beleidsadviseur 5. Financieel adviseur 6. Soort maatregelen 7. Lasten of baten 8. Voorinvestering 9. Financiële onderbouwing Bedragen * € 1.000
S. Riad R. van Kaam, C. Stam en G. Laarman M. Verloop Financieel technisch / inhoudelijk Verlagen lasten / verhogen inkomsten Ja/Nee Jaar van uitvoering en totale jaarlast/baat 2026
2027
2028
2029
2030
a.
Verlagen lasten
0
P.M.
P.M.
P.M.
P.M.
b. c.
Verhogen baten Voorinvestering
0 0
0 0
0 0
0 0
0 0
A. Inhoudelijke toelichting maatregel Binnen de bijzondere bijstand hebben gemeenten beleidsvrijheid om te bepalen welke middelen inwoners eerst moeten inzetten voordat zij voor bijzondere bijstand in aanmerking komen. Het volledig in kaart brengen van alle vermogensbestanddelen is in de praktijk echter tijdrovend. Daarnaast vraagt dit veel informatie van inwoners en worden ook vermogensbestanddelen betrokken die niet eenvoudig beschikbaar gemaakt kunnen worden. In de praktijk ligt het bijvoorbeeld niet voor de hand dat iemand zijn woning of auto verkoopt om bijzondere kosten te kunnen betalen. Door bij de vermogensvaststelling uitsluitend te kijken naar direct beschikbare geldmiddelen, zoals banksaldi en cryptotegoeden, vergelijkbaar met de werkwijze bij de energietoeslag, kan de aanvraagprocedure voor zowel inwoners als medewerkers aanzienlijk worden vereenvoudigd. Hierbij zijn verschillende beleidskeuzes mogelijk. Zo kan deze systematiek gelden voor alle kostensoorten of uitsluitend voor algemene kosten waarvoor van inwoners verwacht mag worden dat zij hiervoor reserveren. Er wordt daarbij niet gekozen voor een verlaging van de vermogensgrens, maar uitsluitend voor een vereenvoudiging van de wijze waarop het vermogen wordt vastgesteld. Hiermee wordt voorkomen dat binnen de bijzondere bijstand met verschillende vermogensgrenzen wordt gewerkt. B.
Maatschappelijke impact Voor inwoners heeft deze maatregel naar verwachting vooral een positief effect. Door alleen te toetsen op direct beschikbare geldmiddelen wordt de aanvraagprocedure eenvoudiger en toegankelijker. Inwoners hoeven minder gegevens aan te leveren en het onderzoek naar vermogen wordt minder belastend. Daarnaast kan de aanvraag sneller worden afgehandeld, wat de dienstverlening ten goede komt. WAARDERING: LAAG C. Impact organisatie en processen De maatregel vraagt om een inhoudelijk andere werkwijze, maar de uitgangspunten voor het vaststellen van vermogen blijven in essentie gelijk. In de praktijk betekent dit vooral een vereenvoudiging van de uitvoering, omdat minder — en minder complexe — vermogensbestanddelen hoeven te worden beoordeeld en verwerkt. WAARDERING: MIDDEN D. Impact dienstverlening Voor inwoners betekent deze maatregel vooral een vereenvoudiging van de aanvraagprocedure, omdat zij minder gegevens en bewijsstukken hoeven aan te leveren. Hierdoor wordt het aanvragen van bijzondere bijstand toegankelijker en minder administratief belastend. WAARDERING: LAAG E. Inhoudelijke financiële toelichting (evt.) voorinvestering en verwachte besparing Nadere informatie nodig om de besparing te berekenen, maar besparing betreft voornamelijk apparaatskosten.
Impact voor gemeente De voorgestelde besluitvormingsroute loopt via de deelnemende gemeenten. Kader wetgeving en beleid Wettelijk verplicht? nee wet noemen: ………………………………… ……
Implementatie of uitwerking - De ombuiging vraagt verdere uitwerking met gemeenten
Benchmarken Kan de KPI gemonitord/gebenchmarkt worden: Ja.
Juridisch uitvoerbaar? Ja. Beleidsvrijheid?
Ja.
Voorgestelde besluitvormingsroute: D = deelnemende gemeenten
Advies beleidsadviseur: A = ombuigingsmaatregel opnemen als voorstel naar gemeenten
Ombuigingsformulier ombuigingsmaatregel 18 1. Opgave 2. Maatregel 3. Opgavemanager 4. Beleidsadviseur 5. Financieel adviseur 6. Soort maatregelen 7. Lasten of baten 8. Voorinvestering 9. Financiële onderbouwing Bedragen * € 1.000
Bestaanszekerheid versterken Stoppen met buitenwettelijk begunstigend beleid bijzondere bijstand: Werken met afwijkende draagkracht- en toekenningsperiodes S. Riad R. van Kaam, C. Stam en G. Laarman M. Verloop Financieel technisch / inhoudelijk Verlagen lasten / verhogen inkomsten Ja/Nee Jaar van uitvoering en totale jaarlast/baat 2026
2027
2028
2029
2030
a.
Verlagen lasten
0
P.M.
P.M.
P.M.
P.M.
b. c.
Verhogen baten Voorinvestering
0 0
0 0
0 0
0 0
0 0
A. Inhoudelijke toelichting maatregel In de praktijk wordt doorgaans gewerkt met een draagkracht- en toekenningsperiode van twaalf maanden. Voor bepaalde doelgroepen of kostensoorten kan er echter bewust voor worden gekozen deze periode langer vast te stellen. Dit kan zowel worden toegepast bij inwoners met een lopende uitkering als bij inwoners zonder uitkering. Voor doelgroepen met een duurzaam laag inkomen kan de draagkrachtperiode worden vastgesteld op 36 maanden. Bij inwoners met een pensioen of AIO-aanvulling kan zelfs worden gekozen voor een draagkrachtperiode voor onbepaalde tijd. De toekenningsperiode voor periodieke bijzondere bijstand loopt in beginsel gelijk met deze periode van 36 maanden, tenzij de aard of duur van de kosten aanleiding geeft om een kortere periode aan te houden. B. Maatschappelijke impact Deze maatregel is met name prettig voor inwoners die nu jaarlijks opnieuw dezelfde aanvraag moeten indienen. Bij een langere draagkracht- en toekenningsperiode vervalt de noodzaak om telkens opnieuw een aanvraag in te dienen voor gelijkblijvende omstandigheden en kosten. Daarmee worden de administratieve lasten voor zowel inwoners als de SDD beperkt. WAARDERING: LAAG C. Impact organisatie en processen De maatregel heeft beperkte gevolgen voor de uitvoering. In de praktijk verandert er weinig, behalve dat inwoners minder vaak een aanvraag hoeven in te dienen.
Voor medewerkers vraagt dit vooral aandacht voor het hanteren van de juiste draagkracht- en toekenningsperiode per doelgroep of kostensoort. Daarnaast zal deze werkwijze administratief in de systemen moeten worden ingericht. De verwachting is echter dat dit beperkt uitvoeringswerk met zich meebrengt en bovendien eenmalig van aard is. WAARDERING: LAAG D. Impact dienstverlening Het heeft niet veel impact op de dienstverlening. Als het al impact heeft dan is die impact positief voor de inwoner. WAARDERING: LAAG E. Inhoudelijke financiële toelichting (evt.) voorinvestering en verwachte besparing Het invoeren van afwijkende draagkracht- en toekenningsperiodes kan leiden tot een besparing op de apparaatskosten. Wanneer inwoners niet langer jaarlijks een aanvraag hoeven in te dienen, neemt het aantal aanvragen af, waardoor consulenten minder aanvragen hoeven af te handelen. De totale besparing is afhankelijk van de concrete uitwerking van deze maatregel. Een exacte berekening is mogelijk, maar niet op korte termijn.
Impact voor gemeente Mogelijk minder beroep op voorveld/wijkteams door inwoners die ondersteuning nodig hebben bij indienen aanvragen. Kader wetgeving en beleid Wettelijk verplicht? nee wet noemen: ………………………………… ……
Implementatie of uitwerking - De ombuiging is snel te implementeren
Benchmarken Kan de KPI gemonitord/gebenchmarkt worden: Ja, maar moet nog nader uitgewerkt worden hoe dit gemonitord kan worden.
Juridisch uitvoerbaar? Ja Beleidsvrijheid?
Ja
Voorgestelde besluitvormingsr oute: D = deelnemende gemeenten
Advies beleidsadviseur: A = ombuigingsmaatregel opnemen als voorstel naar ge meenten
Ombuigingsformulier ombuigingsmaatregel 20 1. Opgave 2. Maatregel 3. Opgavemanager 4. Beleidsadviseur 5. Financieel adviseur 6. Soort maatregelen 7. Lasten of baten 8. Voorinvestering 9. Financiële onderbouwing Bedragen * € 1.000
ONW Loonkostenpremie uitbreiden E. Janssen P. Kooijman G. de Vries-Bezemer Financieel technisch / inhoudelijk (doorstrepen) Verlagen lasten / verhogen inkomsten (doorstrepen) Ja/Nee (doorstrepen) Jaar van uitvoering en totale jaarlast/baat 2026
2027
2028
2029
2030
a. b.
Verlagen lasten Verhogen baten
-475 0
-475 0
-475 0
-475 0
-475 0
c.
Voorinvestering
0
0
0
0
0
A. Inhoudelijke toelichting maatregel Loonkostenpremie houdt in dat werkgevers 50% van de loonkosten vergoed krijgen voor de eerste 6 maanden dat zij een inwoner uit de doelgroep in dienst nemen. De loonkostenpremie wordt ingezet voor inwoners bij wie de consulent ziet dat er sprake is van een tijdelijke arbeidsbeperking. De redenen lopen uiteen: een taalachterstand, problemen op andere leefgebieden zoals schulden, opvoeding of mantelzorg, een tijdelijke fysieke arbeidsbeperking door medische ingreep etc. Deze inwoners komen niet in aanmerking voor een indicatie banenafspraak met loonkostensubsidie omdat de beperking tijdelijk is, en niet structureel. Toch weerhoudt het de inwoner wel degelijk van toetreding tot de arbeidsmarkt, met name door terughoudendheid van werkgevers. Voor de inzet van de loonkostenpremie loopt momenteel een pilot. De inzet van de pilot was gericht op een doelgroep van 50 inwoners (Voor de kosten van 50 inwoners zijn middelen gereserveerd in de meerjarenbegroting) waarbij het aantal al bereikt is. De loonkostenpremie werkt met name voor statushouders, een van de snelst groeiende doelgroepen binnen de Participatiewet. Voorgesteld wordt deze pilot minimaal met een jaar te verlengen en afhankelijk van de verdere resultaten te continueren en eventueel uit te breiden c.q. te verbreden. Verlaging van de lasten betreft de BUIG.
De kosten van dit instrument zijn al opgenomen in de begroting Participatie, dus in dit voorstel buiten beschouwing gelaten. B.Maatschappelijke impact Met de pilot wordt het voor werkgevers aantrekkelijker om inwoners uit de doelgroep en met name statushouders in dient te nemen, waarbij een eventuele lagere arbeidsproductiviteit door taalachterstand en/of (culturele) omgangsvormen tijdelijk wordt gecompenseerd. De mogelijkheden voor de inwoner om de stap te zetten naar betaald werk en een duurzaam dienstverband worden hiermee vergroot. WAARDERING: HOOG C. Impact organisatie en processen Door het uitvoeren van de pilot zijn de werkprocessen en registratie in Suite al geregeld waardoor op dit vlak geen investeringen nodig zijn. Bij continuering zijn ook op het vlak van capaciteit geen aanpassingen noodzakelijk. WAARDERING: HOOG D. Impact dienstverlening Zowel naar de werkgevers als de inwoners wordt de ingezette dienstverlening vanuit de pilot gecontinueerd. Het doortrekken van de pilot biedt tevens een handvat in de richting van verdere beleidsontwikkeling waarbij de inzet vanuit de Wet inburgering 2021 en de Participatiewet kunnen worden gecombineerd. WAARDERING: HOOG E. Inhoudelijke financiële toelichting (evt.) voorinvestering en verwachte besparing De kosten van de loonkostenpremie bedragen per inwoners circa € 10.000.
Met de dekking van de kosten van de loonkostenpremie is al rekening gehouden in de meerjarenbegroting Participatie en hoeft daarom niet al lasten opgenomen te worden in dit voorstel. Na de aanpassing van de inzet wordt de premie in de meeste gevallen toegekend bij het bieden van jaarcontracten. De daarbij bespaarde uitkeringslasten bedragen daarbij circa € 19.000. Indien de inzet wordt verlengd op basis van 50 inwoners per jaar betekent dit een totale besparing van de jaarlijkse uitkeringslasten van € 475.000 (50 uitkeringen met geleidelijke instroom baan gedurende het jaar). Het biedt continuïteit van het plaatsen van uitkeringsgerechtigden op een vast contract.
Impact voor gemeenten Het gaat om een verlenging van een pilot, waarbij (nog) geen sprake is van aanpassing van de verordening Werk en Inkomen.
Kader wetgeving en beleid Wettelijk verplicht? nee wet noemen: ……………………………… ……… Juridisch uitvoerbaar? Ja Beleidsvrijheid? Ja Voorgestelde besluitvormingsroute: C = algemeen bestuur
Implementatie of uitwerking - De ombuiging is snel te implementeren
Benchmarken Kan de KPI gemonitord/gebenchmarkt worden: Ja, we kunnen in Suite en financieel zien hoe vaak de loonkostenpremie ingezet wordt.
Advies beleidsadviseur: A = ombuigingsmaatregel opnemen als voorstel naar gemeenten
Ombuigingsformulier ombuigingsmaatregel 21 1. Opgave 2. Maatregel 3. Opgavemanager 4. Beleidsadviseur 5. Financieel adviseur 6. Soort maatregelen 7. Lasten of baten 8. Voorinvestering 9. Financiële onderbouwing Bedragen * € 1.000
ONW Baanbonus uitbreiden E. Janssen P. Kooijman G. de Vries-Bezemer Financieel technisch / inhoudelijk (doorstrepen) Verlagen lasten / verhogen inkomsten (doorstrepen) Ja/Nee (doorstrepen) Jaar van uitvoering en totale jaarlast/baat 2026
2027
2028
2029
2030
a.
Verlagen lasten
0
-285
-285
-285
-285
b. c.
Verhogen baten Voorinvestering
0 0
0 0
0 0
0 0
0 0
A. Inhoudelijke toelichting maatregel De baanbonus is bedoeld voor werkgevers die een inwoner uit de Participatiewet voor minimaal 6 maanden, minimaal 32 uur per week in dienst nemen. De baanbonus bedraagt € 1500,- bij een arbeidsovereenkomst van minimaal 6 maanden, en € 3000,- bij een arbeidsovereenkomst van minimaal 12 maanden. Om het instrument baanbonus beter aan te sluiten op de inwoners in het bestand wordt voorgesteld om de urennorm voor de huidige baanbonus te verlagen naar 28 uur, waarbij in vrijwel alle gevallen volledige uitstroom uit de uitkering plaatsvindt en een nieuwe baanbonus in te stellen voor een urennorm van tussen de 27 en minimaal 16 uur van met bonusbedragen van € 1.000,- bij een dienstverband van 6 maanden of € 2.000,- bij 12 maanden. Aanpassing van de baanbonus stimuleert het gebruik t.o.v. de huidige situatie waardoor het beschikbare budget moet worden verruimd. Hiervoor is ruimte gereserveerd binnen de begroting Participatie en is er geen extra investering nodig. Anderzijds worden met de aanpassing de uitkeringslasten via de BUIG gereduceerd. B. Maatschappelijke impact Inzet van de aangepaste baanbonus levert meer baanopeningen op voor de inwoners van de Drechtsteden die (nog) niet volledig in staat zijn uit te stromen naar een fulltime baan.
Zeker voor statushouders die een inburgeringstraject volgen biedt dit meer mogelijkheden om gelijktijdig werkervaring op te doen en hun taalontwikkeling te stimuleren. Daarnaast blijft de GR Sociaal t.o.v. andere regio’s achter bij het aandeel parttime werkenden met een aanvullende uitkering. WAARDERING: HOOG C. Impact organisatie en processen Voor de baanbonus bestaat al een werkproces en bestaat er al een registratie in Suite, die conform het voorstel moet worden aangepast. Door de verwachte toename in het gebruik van het instrument moet hierbij ook de capaciteit worden aangepast. Deze extra inzet is beperkt. WAARDERING: HOOG D. Impact dienstverlening Met de maatregel wordt zowel de kwaliteit van de dienstverlening naar de inwoner als de werkgevers in de regio verbeterd. WAARDERING: HOOG E. Inhoudelijke financiële toelichting (evt.) voorinvestering en verwachte besparing Door de aanpassing en verwachte toename van het gebruik is opgenomen in de begroting Participatie en er is geen extra investering nodig van gemeenten. De verwachting is dat er ongeveer 14 jaarcontracten en 28 halfjaarcontracten kunnen worden afgesloten wat resulteert in een geraamde afname van de uitkeringslasten (BUIG) van circa € 285.000 per jaar (afhankelijk van het aantal werkzame uren).
Impact voor gemeenten De aanpassing van de vindt plaats in de nadere regels van de Participatiewet en niet in de Verordening Werk en inkomen. Er is dus geen impact voor gemeenten.
Kader wetgeving en beleid Wettelijk verplicht? nee wet noemen: ……………………………… ……… Juridisch uitvoerbaar? Ja Beleidsvrijheid? Ja Voorgestelde besluitvormingsroute: C = algemeen bestuur
Implementatie of uitwerking - De ombuiging is snel te implementeren
Benchmarken Kan de KPI gemonitord/gebenchmarkt worden: Ja, via Suite, waarbij we meten hoeveel vaker de baanbonus wordt gebruikt ten opzichte van de huidige situatie. Ook kunnen we in de Divosa benchmark parttime werk vergelijken met andere regio's
Advies beleidsadviseur: A = ombuigingsmaatregel opnemen als voorstel naar gemeenten
Ombuigingsformulier ombuigingsmaatregel 22 1. Opgave 2. Maatregel 3. Opgavemanager 4. Beleidsadviseur 5. Financieel adviseur 6. Soort maatregelen 7. Lasten of baten 8. Voorinvestering 9. Financiële onderbouwing Bedragen * € 1.000
ONW Inzet Werk Ontwikkelpunt (WOP) voor uitvoering MAP E. Janssen P. Kooijman G. de Vries-Bezemer Financieel technisch / inhoudelijk (doorstrepen) Verlagen lasten / verhogen inkomsten (doorstrepen) Ja/Nee (doorstrepen) Jaar van uitvoering en totale jaarlast/baat 2026
2027
2028
2029
2030
a.
Verlagen lasten
0
-240
-240
-240
-240
b.
Verhogen baten
0
0
0
0
0
c.
Voorinvestering
0
180
180
180
180
A. Inhoudelijke toelichting maatregel De Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP) is een verplicht onderdeel van het inburgeringstraject waarin nieuwkomers kennismaken met werken, leren en meedoen in de Nederlandse samenleving. De module helpt hen hun mogelijkheden te verkennen en stappen te zetten richting werk, opleiding of andere vormen van participatie. De uitvoering van de Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP) wordt momenteel op basis van aanbesteding uitgevoerd door een externe partij (SoSy Training). De huidige overeenkomst kent een formele looptijd tot en met 31 december 2026 met een optie tot verlenging met 2 maal 1 jaar. De inhoudelijke invulling hiervan kent een overlap met het aanbod van het Werk Ontwikkelpunt (WOP) dat onderdeel is van de GR Sociaal. Voorgesteld wordt om de uitvoering van de MAP volledig onder te brengen bij het Werk Ontwikkelpunt (WOP) en te passen binnen de financiering vanuit de SPUK Wet inburgering. B. Maatschappelijke impact Binnen de MAP wordt een oriëntatie geboden op werk en arbeidsmarkt in theorie en praktijk. De MAP is een verplicht onderdeel volgens de Wet inburgering en wordt aangeboden aan statushouders in de B1en de Z- route en gezinsmigranten (circa 500 personen per jaar). Het biedt daarmee een koppeling met de uitvoering van de Participatiewet en vormt een eerste stap in de toeleiding naar betaald werk voor deze doelgroepen.
Wenselijk is om alle verschillende initiatieven op dit vlak te bundelen binnen 1 uitvoerende organisatie, namelijk het WOP. WAARDERING: HOOG C. Impact organisatie en processen Voor de uitvoering van de MAP is het nodig dat binnen het WOP een nadere specialisatie plaatsvindt en de uitvoerende capaciteit wordt opgeschaald om het huidige volume aan deelnemers aan de MAP te kunnen bedienen. Daarnaast moeten hiervoor werkprocessen en ICT-aanpassingen worden ontworpen. Daarnaast is de inzet van contractmanagement, uitvoering, financiën en beleid bij het aanbesteden (gemiddelde duur 1 jaar) van dit product niet meer nodig. WAARDERING: HOOG D. Impact dienstverlening De oriëntatie op werk en arbeidsmarkt wordt momenteel vanuit een aantal verschillende organisaties geleverd, waardoor zowel situaties ontstaan van overleg als het vallen van hiaten. Vanuit het oogpunt van zowel efficiëntie als doelmatigheid is het wenselijk om de inzet op dit vlak te stroomlijnen en zoveel mogelijk onder te brengen bij 1 organisatie om daarmee de kwaliteit van de dienstverlening naar de inwoners en in de richting van potentiële werkgevers. WAARDERING: HOOG E. Inhoudelijke financiële toelichting (evt.) voorinvestering en verwachte besparing De financiering van de MAP vindt momenteel plaats vanuit de SPUK Wet inburgering. In 2025 gaat het daarbij om een bedrag van € 240.000 aan uitvoeringskosten.
Indien de uitvoering hiervan bij het WOP wordt belegd kan de uitvoerende capaciteit (indicatief € 180.000 SPUK Wet inburgering) uit dit budget worden gefinancierd. De besparing kan worden ingeboekt zodra het WOP hiervoor gereed is (vandaar de besparing in 2027 en 2028 onder voorbehoud).
Impact voor gemeenten Wat moet de gemeente doen/oppakken om dit te kunnen realiseren? Wat is er nodig aan de gemeentekant? De MAP is een verplicht onderdeel van de Wet inburgering 2021. De verantwoordelijkheid ligt daarvoor bij de gemeenten maar de uitvoering van dit onderdeel is via mandaat belegd bij de GR Sociaal. Er zijn voor de Wet inburgering 2021 geen verordeningen opgesteld.
Kader wetgeving en beleid Wettelijk verplicht? Ja wet noemen: Wet inburgering 2021
Implementatie of uitwerking - De ombuiging vraagt verdere uitwerking met gemeenten
Benchmarken Kan de KPI gemonitord/gebenchmarkt worden: nee
Juridisch uitvoerbaar? Ja Beleidsvrijheid?
Ja
Voorgestelde besluitvormingsroute : A = Directieteam
Advies beleidsadviseur: C = ombuigingsmaatregel aanhouden voor nader overleg/uitwerking met deelnemende gemeenten
Ombuigingsformulier ombuigingsmaatregel 23 1. Opgave 2. Maatregel 3. Opgavemanager 4. Beleidsadviseur 5. Financieel adviseur 6. Soort maatregelen 7. Lasten of baten 8. Voorinvestering 9. Financiële onderbouwing Bedragen * € 1.000
Ontwikkelen naar Werk Bemiddelen bij de poort E. Janssen N. Rodenhuis G. de Vries-Bezemer Financieel technisch / inhoudelijk (doorstrepen) Verlagen lasten / verhogen inkomsten (doorstrepen) Ja/Nee Jaar van uitvoering en totale jaarlast/baat 2026
2027
2028
2029
2030
a.
Verlagen lasten
0
-219
-219
-219
-219
b. c.
Verhogen baten Voorinvestering
0 0
0 113
0 0
0 0
0 0
A. Inhoudelijke toelichting maatregel Wanneer een inwoner zich meldt om inkomensondersteuning aan te vragen, krijgt die contact met ‘de poort’. De medewerkers van de poort zetten starten het proces Bestaanszekerheid op, zodat de inwoner van inkomen wordt voorzien. Vervolgens wordt ook het proces Ontwikkelen naar Werk gestart om de inwoner te helpen om weer aan het werk te komen. Er zit vaak veel tijd (weken tot maanden) tussen voordat het proces Ontwikkelen naar Werk wordt opgestart. Als de inwoner dan bij de consulent Ontwikkelen naar Werk komt en het blijkt dat de inwoner eigenlijk al klaar is om weer aan het werk te gaan, wordt het team bemiddeling ingezet om de inwoner naar werk te bemiddelen. De maatregel houdt in dat we de poortmedewerkers in staat stellen om bij de eerste kennismaking in te schatten of iemand mogelijk al naar werk bemiddeld kan worden. Zodoende kan bemiddeling direct in gang worden gezet, zonder eerst de consulent Ontwikkelen naar Werk te zien. Op die manier zorgen we ervoor dat inwoners met potentie om op korte termijn aan het werk te gaan, dat ook zo snel mogelijk gaan doen. B. Maatschappelijke impact Hoe langer een inwoner in de bijstand blijft, hoe groter de afstand tot de arbeidsmarkt. Uit onderzoek blijkt dat bemiddeling naar werk het meest succesvol is wanneer het binnen een jaar na aanvraag van de uitkering plaatsvindt.
Langere periodes van inactiviteit kunnen namelijk leiden tot verlies van arbeidsmarktpotentieel. De maatschappelijke impact van uitstroom uit de bijstand is groot; het is goed voor de economie, arbeidsmarkt, kwaliteit van leven, druk op de zorg en veiligheid. WAARDERING: MIDDEN C. Impact organisatie en processen Dit vraagt om een complexe proceswijziging die meerdere afdelingen en veel medewerkers beïnvloed. Het lopende traject rondom de Participatiewet in Balans, waarin het poortproces in kaart is gebracht en verbeterd wordt, biedt een kans om ook deze proceswijziging mee te nemen. Echter vraagt het een goed uitgewerkt voorstel en uitvoeringstoets om de exacte impact op de organisatie en processen in kaart te brengen. De uitvoering zal goed geëquipeerd moeten worden om het voorstel uit te voeren. Een voorinvestering in deskundigheid is noodzakelijk. Mogelijk is extra formatie bij bemiddeling nodig. WAARDERING: HOOG D. Impact dienstverlening Dit heeft positief effect op de dienstverlening omdat inwoners sneller de juiste ondersteuning krijgen. WAARDERING: MIDDEN E. Inhoudelijke financiële toelichting (evt.) voorinvestering en verwachte besparing Aanname 1: De inschatting is dat 20% van de nieuwe instromers klantprofiel 1 krijgt en op korte termijn bemiddelbaar is naar werk.
Een deel van hen wordt aangemeld bij het Werk Ontwikkelpunt om de competenties en ondersteuningsbehoefte in kaart te brengen. Aanname 2: Mogelijk kan 10% direct bij bemiddeling worden aangemeld. Bij 1000 bijstandsaanvragen zouden er dan 100 klanten direct door bemiddeling naar een baan begeleid worden. Aanname 3: De periode tussen de aanvraag bijstandsuitkering en de aanmelding bij bemiddeling, met tussenkomst van de consulent ONW, is op dit moment minimaal 6 weken. Door directe bemiddeling in te schakelen, kan de inwoner 6 weken eerder uitstromen. We nemen dan niet in ogenschouw dat de snelle activering van de klant, de kans op uitstroom bevordert. Dit is dus een sobere schatting.
Ombuigingsformulier ombuigingsmaatregel 24 1. Opgave 2. Maatregel 3. Opgavemanager 4. Beleidsadviseur 5. Financieel adviseur 6. Soort maatregelen 7. Lasten of baten 8. Voorinvestering 9. Financiële onderbouwing Bedragen * € 1.000 a. b. c.
Verlagen lasten Verhogen baten Voorinvestering
Ontwikkelen naar Werk Doorrekenen nuggersbeleid in begroting E. Janssen N. Rodenhuis G. de Vries – Bezemer Financieel technisch / inhoudelijk Verlagen lasten / verhogen inkomsten Ja/Nee Jaar van uitvoering en totale jaarlast/baat 2026