CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

OGV_1.0_Definitief_23032021-V02.pdf

Commissie Fysieke Leefomgeving Dordrecht 16 maart 2021, gemeente DordrechtBij agendapunt: 4: Vaststellen Omgevingsvisie Dordrecht 1.0 - Raadsvoorstel24.096 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Aandachtspunten vanuit de impactbeoordeling Ontwikkeling van 10.000 woningen en 4.000 banen leidt tot een toename van verkeersbewegingen, zeker bij een ‘traditionele’ keuze waarin de auto nog de hoofdrol speelt. De toename van verkeersbewegingen komt op een wegennet dat nu al (over)belast is en leidt tot stagnatie en filevorming en daarmee vermindering van de doorstroming en bereikbaarheid. Dit speelt met name bij de locaties die ontsluiten op de A16/N3 en de belangrijkste stadsontsluitingswegen zoals de Laan der Verenigde Naties. Daarnaast is het een specifiek aandachtspunt bij de forse verdichting in het gebied Maasterras/Spuiboulevard/ Centrum/ Stationszone. Dit is het gebied waar de gemeente fors inzet op het terugdringen van het autoverkeer en het prioriteren van fiets en openbaar vervoer. Afsluiting van de Spuiboulevard voor autoverkeer is één van de maatregelen.

Een duurzamere, maar in de praktijk lastiger te realiseren, oplossing is een gedragsverandering tot stand te brengen: meer met OV en fiets, minder met de auto. Een deel van de inwoners is hier al mee bezig: hetzij ingegeven door ergernis (in de file staan, niet kunnen parkeren), hetzij door andere motieven (bijvoorbeeld de wens om gezonder te leven en meer te bewegen). Een wezenlijke en structurele verandering van vervoerswijzekeuze laat zich nog moeilijk afdwingen: we zijn met zijn allen gewend aan de auto en het autogebruik.

OMGEVINGSVISIE 1.0

Er bestaan grofweg twee manieren om verkeersknelpunten op te lossen: verkeerstechnisch en gedragsmatig. Verkeerstechnische maatregelen zijn het verruimen van de verkeerscapaciteit door extra rijstroken, verruiming van rotondes/kruispunten en/of beïnvloeding van de doorstroming door bijvoorbeeld een andere verkeerlichtenregeling. Voordeel hiervan is dat het direct resultaat geeft. Nadeel is dat het geld en ruimte kost en in de praktijk vaak slechts een tijdelijke en/of lokale oplossing geeft. De praktijk leert dat de oplossing op het ene punt in het verkeersnetwerk leidt tot verplaatsing van het knelpunt naar een ander punt. Bovendien zorgt de autonome verkeersgroei en groei door ontwikkelingen elders in het verkeersnetwerk ervoor dat het knelpunt op termijn terugkomt.

35

OMGEVINGSVISIE 1.0

Maatregelen om het OV- en fietsgebruik te stimuleren zijn:

36

•

Het verbeteren van de kwaliteit van het OV-netwerk, door bijvoorbeeld de aanleg van extra stationshaltes, extra OVverbindingen, en verdichting van de dienstregeling, verbeteren van P&R voorzieningen, en verbeteren van het vooren navervoer (shuttleservice e.d.). Dordrecht is hier al mee bezig: zie de voornemens voor de stationshaltes Leerpark en Amstelwijck.

•

Het stimuleren van het fietsgebruik door en het verbeteren van de kwaliteit van het fietsnetwerk door de aanleg van extra fietsverbindingen. Dordrecht is hier al mee bezig: zie de voornemens om de missing links in het fietsnetwerk te dichten.

•

Het bewust “vast laten lopen” van wegen, zodat het minder aantrekkelijk wordt om de auto te pakken. Nadeel van deze optie is dat het ten koste gaat van de doorstroming en bereikbaarheid van de stad en daarmee ook economische gevolgen heeft. Een tweede nadeel is dat verkeersstagnatie slecht is voor het milieu.

•

Het doel stellen dat op de plekken waar binnenstedelijke verdichting plaatsvindt niet de auto maar het openbaar vervoer en de fiets centraal staat.

•

Inzetten op het stimuleren van elektrisch vervoer door het plaatsen van laadinfrastructuur voor particulieren. Het stadsvervoer in Dordrecht rijdt sinds 2019 al met alleen elektrische bussen. Daarnaast wordt gekeken naar de mogelijkheden van schonere stadsdistributie, waarbij kleine, schone voertuigen de distributie naar de stad verzorgen vanaf een locatie aan de rand van de stad.

•

Autobezit wordt ontmoedigd door een hoogwaardig en divers aanbod van mobiliteit nabij knooppunten. Dit moet bijdragen aan een transitie van ‘bezit’ naar ‘gebruik’ van mobiliteit.

De visie op duurzame mobiliteit vraagt om een uitwerking van de omgevingsvisie in een programma.

Effecten, aandachtspunten en randvoorwaarden voor groeiopgave vanuit de impactbeoordeling Subdoel

Aandachtspunten en randvoorwaarden

Effecten op verkeer en vervoer

De groei van Dordrecht leidt tot een forse toename van verkeersbewegingen. De bereikbaarheid van de stad komt (verder) onder druk te staan (en daarmee ook de leefbaarheid). Om verdere overbelasting van het wegennet te voorkomen moet maximaal ingezet worden op vermindering van het autogebruik en het stimuleren van OV- en fietsgebruik. Per uitbreidingslocatie moet worden bekeken of de toename van verkeer nog wel gefaciliteerd kan worden op het wegennet en zo niet welke maatregelen ingezet moeten worden om de verkeerstoename te beperken.

OMGEVINGSVISIE 1.0

Dit vraagt op een visie in de vorm van een uitwerking van de omgevingsvisie en/of in een programma. (De start hiervoor is gemaakt met het Verkeersstructuurplan en het Actieplan Duurzame mobiliteit).

37

OMGEVINGSVISIE 1.0 38

fig 3.8 Verbeelding Doel 3: Gezonde stad

Dordrecht is een gezonde stad

Een goede fysieke en mentale gezondheid vormt de basis voor een sociaaleconomische krachtige stad. De kwaliteit en inrichting van de stad heeft direct effect op de lichamelijke en mentale gezondheid van haar bewoners. 'Positieve gezondheid’ is een nieuw begrip in Nederland. Bij positieve gezondheid ligt de focus niet op de klacht of ziekte, maar op de mensen zelf, hun veerkracht en wat hun leven betekenisvol maakt. Gezond gedrag verhoogt de kwaliteit van leven en draagt bij aan een gezonde stad, waar mensen (elk op hun eigen manier) meedoen. Gezond leven doen mensen in de eerste plaats zélf, op de plek waar ze wonen, werken en naar school gaan. Daarnaast maakt de omgeving waarin mensen wonen veel verschil. De aanwezigheid van natuur en rust en de afwezigheid van schadelijke stoffen en herrie heeft een positieve invloed op mensen en hun leefomgeving.

dat het prettig en natuurlijk is om eerder te wandelen of de fiets te pakken dan de auto. Meer ruimte voor voetgangers en fietsers maakt het ook makkelijker om in tijden van ziekten zoals corona, buiten voldoende afstand te houden. De fysieke leefomgeving is hierbij ook ondersteunend aan de sociale infrastructuur en de welzijnsinfrastructuur. De norm voor nieuwe projecten en (her)ontwikkelingen is om 5 procent van het netto woongebied te reserveren voor speel-/ sport- en beweeg- en verblijfsplekken, waarvan 3 procent buitenspeelruimte is. Te denken valt hierbij onder meer aan kwalitatief goed ontwikkeld openbaar groen. Dit heeft een positieve invloed op de volksgezondheid. Denk hierbij onder meer aan de mogelijkheid in dit groen te ontspannen of hittestress tegen te gaan. Hier is ook een link te vinden met de doelen ‘klimaatbestendige en biodiverse stad’. Als deze norm nieuwe ontwikkelingen hindert, is het uitgangspunt zoveel mogelijk bij te dragen aan het behalen van deze norm. •

Voldoende mogelijkheden voor zelfredzaamheid van onze inwoners

Extra aandacht vraagt de fysieke veiligheid, met name de waterveiligheid en de veiligheid langs het spoor. Dit is een belangrijke randvoorwaarde voor een evenwichtige ontwikkeling van de stad. Een nieuw aandachtspunt, in ieder geval tijdelijk, is het inrichten van een anderhalve meter samenleving. Hiervoor speelt de inrichting van de openbare ruimte een grote rol.

Ouderen of mensen met een beperking blijven langer thuis wonen. Het is belangrijk dat zij hierbij hun zelfstandigheid zoveel mogelijk behouden en naar vermogen meedoen in de samenleving. Daarvoor moeten er voldoende woningen zijn die voor deze groepen geschikt (te maken) zijn, dichtbij zorg en voorzieningen. Ook de openbare ruimte richten we gebruiksvriendelijk en toegankelijk in.

Gezondheid kunnen we als volgt ordenen: bescherming, welbevinden en bevordering. Wij leggen hierbij de volgende accenten:

•

•

Bewoners verleiden tot meer bewegen, gezond gedrag en veilige sociale interactie

Een openbare ruimte die uitnodigt tot bewegen, spelen, elkaar ontmoeten en het groen beleven, draagt bij aan de gezondheid van onze inwoners en voorkomt sociaal isolement. Daarom dient de openbare ruimte zo ingericht te zijn

Externe veiligheid

Vanwege de ligging van Dordrecht aan de belangrijkste ontsluitingsroutes van de Mainport Rotterdam. Plus de aanwezigheid van chemische bedrijven in de Zeehaven en op de Staart Oost, is externe veiligheid (de risico's bij vervoer, gebruik en opslag van gevaarlijke stoffen) een erg relevant onderwerp. Het creëren van nieuwe veilige routes, modal shift oplossingen (van spoor naar buisleidingen of binnenvaart) voor het transport van gevaarlijke stoffen en aangepaste ruimtelijke ontwikkelingen op effecten van incidenten bieden allemaal meer veiligheid in onze stad.

OMGEVINGSVISIE 1.0

Doel 3

39

Kortom, het verbeteren van de veiligheid in de stad beschouwt de gemeente als een gedeelde verantwoordelijkheid tussen stad en Rijk. Daarnaast geeft het beperken van goederenvervoer door de stad ons veel meer bouwmogelijkheden in het stedelijk gebied. •

Een akoestisch aanvaardbare woon-, werk- en leefomgeving

OMGEVINGSVISIE 1.0

Een fysiek gezonde stad gaat ook schadelijke of storende geluiden tegen. Net als bij veiligheid zijn verkeer en industrie de belangrijkste bronnen. In Dordrecht werkten we al met streefwaarden per leefmilieu en dat zetten we in de omgevingsvisie door in de gebieden. De streefwaarden vormen de basis voor de stedelijke ontwikkeling van Dordrecht.

40

Het biedt handvatten, bijvoorbeeld bron- en schermmaatregelen. Belangrijk hierin is het meenemen van geluidsnormen buiten de woningen (in het openbaar gebied) en het stapeleffect van verschillende geluidsbronnen (cumulatie). Bij stedelijke ontwikkeling dient men rekening te houden met de bestaande geluidsituatie. Bij een stedelijk project mag de omgeving geen extra geluidoverlast krijgen. Sterker nog, het Actieplan Geluid geeft aan dat ontwikkelingen aanleiding moeten zijn om de bestaande situatie waar mogelijk te verbeteren. Een aan geluid te relateren en relatief nieuw thema is hinder van spoortrillingen. In hoofdstuk 4 geven we hiervoor een eerste richting. We zullen dit thema uitwerken als onderdeel van het Omgevingsplan.

•

Streven naar een permanente verbetering van de luchtkwaliteit met zicht op de WHO advieswaarde

De bescherming tegen een schadelijke luchtkwaliteit is belangrijk voor de gezondheid en leefbaarheid van de stad. Daarnaast draagt de verbetering van de luchtkwaliteit bij aan herstel van de natuurwaarden in de Biesbosch. Binnen Dordrecht is de luchtkwaliteit niet slecht. Maar er is ruimte voor verbetering en we moeten voortdurend alert zijn op mogelijke verslechtering van de luchtkwaliteit. Er zijn twee hoofdbronnen die verantwoordelijk zijn voor de luchtkwaliteit in Dordrecht die voor schadelijke uitstoot zorgen: automobiliteit en de scheepvaart. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) stelt bepaalde advieswaarden op voor luchtkwaliteit, die strenger zijn dan de Europese normen. Ons doel is om uiteindelijk aan de advieswaarde van de WHO te voldoen. •

Gestaag verbeteren van de bodemkwaliteit

Wij werken aan de verbetering van de bodemkwaliteit door deze zo veel mogelijk te koppelen aan natuurlijke momenten, dat wil zeggen bij herontwikkeling. En daarbij aan te sluiten bij het toekomstige gebruik van de locatie. Hierbij spelen zowel gezondheidskundige als ecologische factoren een rol. Daarnaast moeten we verslechtering van de bestaande bodemkwaliteit zoveel mogelijk voorkomen. Hiertoe stellen we in het omgevingsplan lokale normen vast.

•

Stimuleren van een veilig leefklimaat door samenwerking tussen bewoners en organisaties

Uitwerking in programma's, afspraken en/of omgevingsplan • Programma waterveiligheid. • Norm voor speel-/sport- en beweeg- en verblijfsplekken. • Groenblauw programma (combinatie van groenbeheer, rioolbeheerdeel, Staart en integrale maatregelen deel). • Lobbyen voor aanleg van alternatief spoor voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. • Actieplan geluid. • Uitvoeren schone luchtakkoord afspraken. • Bodemsaneringsprogramma. • Beleid Spoortrillingen.

OMGEVINGSVISIE 1.0

De fysieke en sociale veiligheid en mogelijkheden tot ontmoeting bepalen mede de kwaliteit van de leefomgeving. Veiligheid heeft raakvlakken met alle beleidsterreinen en loopt hier als een rode draad doorheen. Het hebben en houden van een prettig en veilig leefklimaat is een taak van iedereen: van inwoners die elkaar aanspreken, tot samenwerking met de politie, van creëren van het zorgen voor veiligheid bij overstromingen tot het simpelweg ‘je gedragen’ in de maatschappij.

41

Aandachtspunten vanuit de impactbeoordeling Subdoel

Aandachtspunten en randvoorwaarden

Effecten op stedelijk Ruimtebeslag van woningbouwontwikkelingen gaat mogelijk ten koste van stedelijk groen. groen Aandacht voor de realisatie van stedelijk groen bij woningbouwontwikkelingen. Verkeersmaatregelen, zoals autoluwe wegen, biedt ruimte voor stedelijk groen. Effecten heid

op

veilig- Grotere woningbouwontwikkelingen brengen nieuwe basisvoorzieningen met zich mee. Basisvoorzieningen zoals basisscholen zijn kwetsbare objecten met betrekking tot externe veiligheid.

Effecten op geluid

De groei van Dordrecht leidt tot een toename van activiteiten in stedelijk gebied. Daarmee neemt de geluidbelasting toe. Door de forse verkeerstoename neemt met name het wegverkeerslawaai toe. Met de bouw van nieuwe woningen neemt het aantal geluidgevoelige objecten en daarmee geluidbelaste/gehinderde inwoners toe. Dit speelt met name voor woningbouwlocaties nabij de A16, N3, lokale hoofdontsluitingswegen, het spoor en gezoneerde industrieterreinen. De leefbaarheid als gevolg van geluid staat nu al onder druk in delen van de stad: toename leidt tot een verdere afname van de leefbaarheid en heeft een negatief effect op de gezondheid.

OMGEVINGSVISIE 1.0

Per uitbreidingslocatie moet worden bekeken of de toename van geluid nog wel acceptabel is en zo niet welke maatregelen ingezet moeten worden om de geluidtoename te beperken.

42

Dit vraagt op een visie in de vorm van een uitwerking van de omgevingsvisie en/of in een programma (De start hiervoor is gemaakt met het Actieplan Geluid). Effecten op kwaliteit

lucht- Het verkeer in Dordrecht is de belangrijkste bron voor luchtverontreiniging. De groei van Dordrecht zorgt voor een toename van het aantal inwoners dat gezondheidsklachten kan ondervinden van de luchtkwaliteit. Dit speelt met name op locaties voor woningbouw nabij de A16 en N3.

Aandachtspunten groen De ontwikkeling van 10.000 nieuwe woningen vraagt veel ruimte. De woningbouwopgave gaat mogelijk ten koste van stedelijk groen. Zo is het gebied waar Amstelwijck is gepland op dit moment groen. Met de ontwikkeling van een nieuwe woonwijk gaat dit groen (deels) verloren. Bij dergelijke ontwikkelingen dient daarom aandacht te zijn voor de realisatie van stedelijk groen. Zo kunnen we waterlopen, parken, plantsoenen en grasvelden ontwikkelen om het aanbod aan stedelijk groen te behouden of te versterken. Ook maatregelen met betrekking tot het verkeer kunnen een positief effect hebben op stedelijk groen. Zo bieden autoluwe wegen meer ruimte voor groen doordat er minder ruimte nodig is voor bijvoorbeeld parkeerplaatsen. Dat beïnvloedt de aantrekkelijkheid en leefbaarheid van de leefomgeving positief. De omvang van de ontwikkeling per buurt is bepalend voor de effecten op het aandeel groen in de stad.

De groei van Dordrecht vraagt om nieuwe basisvoorzieningen. Hiermee neemt het aantal kwetsbare objecten, zoals onderwijsinstellingen en zorgvoorzieningen, toe. Deze kwetsbare objecten mogen niet in de nabijheid van risicobronnen verrijzen. Grote ontwikkelingen zoals Maasterras en Amstelwijck brengen waarschijnlijk nieuwe basisscholen met zich mee. Basisscholen zijn een kwetsbaar object en bij de locatiekeuze van de scholen dient men rekening te houden met de aanwezigheid van risicobronnen.

OMGEVINGSVISIE 1.0

Aandachtspunten veiligheid

43

Aandachtspunten geluid De groei van Dordrecht met 10.000 woningen en 4.000 banen leidt op twee manieren tot een toename van eventuele geluidoverlast. Ten eerste leidt de groei tot een toename van activiteiten in stedelijk gebied en daarmee groeit het aantal verkeersbewegingen in de gemeente Dordrecht fors. Deze toename van verkeer gaat gepaard met een toename van wegverkeersgeluid, langs de A16 en N3, maar vooral ook langs lokale hoofdontsluitingswegen. Daarnaast leidt de groei van Dordrecht tot nieuwe woningbouwontwikkelingen. Een aantal van deze ontwikkelingen zijn gepland in de nabijheid van geluidsbronnen zoals de A16, N3, lokale hoofdontsluitingswegen en het spoor, zoals de ontwikkelingen Maasterras, Schil West Spuiboulevard , Amstelwijck, Leerpark en Gezondheidspark. Als nieuwe woningen nabij geluidbronnen worden gebouwd leidt dat een toename van geluidbelaste/gehinderde inwoners in de stad en is onderzoek naar de geluidbelasting en eventuele bron- en overdrachtsmaatregelen noodzakelijk.

OMGEVINGSVISIE 1.0

Andere woningbouwontwikkelingen zijn gepland in of nabij een gezoneerd industrieterrein. De ontwikkeling van Stadswerven vormt een aandachtspunt met betrekking tot industrielawaai, vanwege de ligging nabij het gezoneerde industrieterrein De Staart. Daarnaast liggen de ontwikkelingen Maasterras en Amstelwijck deels in de geluidzone van het gezoneerde industrieterrein Groote Lindt/Dordt West.

44

De geluidbelasting in Dordrecht is al relatief hoog. Toename van de geluidbelasting door extra verkeer of extra inwoners in de omgeving van bestaande geluidbronnen, gaat ten koste van de leefbaarheid in de stad en heeft daarmee een negatief effect op de gezondheid. Per locatie moet bij uitwerking nader worden bekeken of de geluidbelasting (nog) acceptabel is bij groei en of negatieve effecten kunnen worden voorkomen door geluidmaatregelen. Verschillende maatregelen kunnen bijdragen aan het beperken van de geluidoverlast. Belangrijkste maatregel is het beïnvloeden van de verkeersgroei (zie hoofdstuk Bereikbare stad). Maximaal inzetten op beperken van de verkeersgroei voorkomt een groot deel van de negatieve geluideffecten van groei. Daarnaast zijn maatregelen mogelijk in de overdracht van geluid (aanleg stil asfalt op wegen) en aan de ontvangerkant: Hierbij valt te denken aan het gebruik van dove gevels en het plaatsen van geluidschermen. Deze maatregelen zijn met name relevant voor de nieuwe woningbouwontwikkelingen langs geluidbronnen als de A16, N3, hoofdontsluitingswegen en het spoor, maar kunnen ook bijdragen aan een verbetering van het geluidniveau in bestaande woonwijken. De maatregelen zijn nodig omdat ze bijdragen aan een gezond leefklimaat in Dordrecht en de kans op gezondheidsklachten, zoals stress en slapeloosheid, verkleinen.

In Amstelwijck en Gezondheidspark wordt gewerkt aan zijn concrete plannen om de geluidsoverlast te beperken door middel van geluidschermen langs het spoor, de N3 en de A16. Voor andere woningbouwontwikkelingen bestaan nog geen concrete plannen.

Aandachtspunten luchtkwaliteit De groei van Dordrecht met 10.000 woningen en 4.000 banen leidt tot een toename van het verkeer en daarmee mogelijk tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. Hoe bij de groei van de gemeente omgegaan wordt met de verkeerseffecten is beschreven in hoofdstuk 6 van de impactbeoordeling. Echter verminderen ontwikkelingen zoals het toenemend gebruik van elektrisch vervoer en hernieuwbare energie, de emissie van luchtverontreinigende stoffen. Daarnaast kunnen maatregelen zoals een fietsbeleid en autoluwe binnensteden bijdragen aan het verbeteren van de luchtkwaliteit. Vervolgens draagt de verbeterde luchtkwaliteit bij aan het creëren van een gezonde leefomgeving in Dordrecht omdat het de kans op gezondheidsklachten, zoals luchtwegklachten en hart- en vaatziekten, vermindert. Aandachtspunt hierbij is dat, anders dan bij geluid, luchtkwaliteit vooral bepaald wordt door de achtergrondconcentratie en maar deels door lokale bronnen. Aanhaken bij landelijke luchtkwaliteit programma’s als het SLA is daarmee de beste manier om de luchtkwaliteit te verbeteren.

OMGEVINGSVISIE 1.0

In hoofdstuk 5 zijn de belangrijkste aandachtspunten per gebied aangegeven.

45

OMGEVINGSVISIE 1.0 46

fig 3.9 Verbeelding Doel 4: Uitstekend vestigingsklimaat

Om te kunnen groeien moet Dordrecht een goed vestigingsklimaat hebben en goed op de kaart staan. Wat heeft Dordrecht te bieden voor de huidige inwoners, bezoekers en werknemers? En hoe kunnen we nieuwe ontwikkelaars, werkgevers, woningzoekenden en toeristen verleiden te investeren in onze stad? Uiteraard hangt deze doelstelling samen met de andere doelstellingen en dragen andere subdoelstellingen ook bij aan een uitstekend vestigingsklimaat in Dordrecht. Voor de economische kant van de groeiopgave leggen we de volgende accenten. •

De aantrekkingskracht van Dordrecht behouden en versterken: Dordt op de kaart

De kracht van het stedennetwerk in de Randstad is doorslaggevend voor de economische ontwikkeling van Nederland. Verschillende tandwielen die in elkaar grijpen, drijven de motor achter stedelijke-economische ontwikkeling aan. Denk hierbij aan de beschikbaarheid van goed opgeleide mensen, toegang tot innovatie- en groeikapitaal en een aantrekkelijke woon- en werkomgeving voor young professionals en overige werkenden. Met het benutten van haar strategische ligging wil Dordrecht een sterke rol spelen op verschillende schaalniveaus: regionaal, provinciaal, nationaal en internationaal. We doen dat door het vergroten van de zichtbaarheid en de herkenbaarheid van de stad. Dat kan in fysieke zin door het creëren van aantrekkelijke entrees: Stationsomgeving, Maasterras, Otto Dickeplein, knooppunt A16/N3, Papendrechtsebrug, Kop van ‘t Land, Gezondheidspark/Leerpark en de Moerdijkbrug. Het kan ook door het versterken van ons imago met evenementen en activiteiten die passen bij het profiel van onze stad.

•

Dordrecht is koploper in (maritieme) maakindustrie en blijft innoveren

Dordrecht heeft een sterke connectie met het omliggende water en watergebonden bedrijvigheid. De regio Drechtsteden met Dordrecht als centrum behoort tot de top binnen de maritieme maakindustrie en deze toppositie willen we behouden. Dit faciliteert de gemeente door ruimte vrij te spelen voor groei van maritieme bedrijvigheid en door fysiek de ruimte te bieden aan de binnenvaart en de maritieme maakindustrie. Dus ruimte voor innovatie en de daarbij behorende netwerken – ook wel ecosystemen genoemd. Onder deze ecosystemen vallen alle relaties, ketens en fondsen die je aanspreekt en verbindt om innovatie mogelijk te maken. Een koploperspositie is belangrijk, omdat het bijdraagt aan de (inter)nationale positionering van Dordrecht binnen de (maritieme) maakindustrie. Daarbij levert het verschillende kansen op, zoals opleidingstrajecten op het gebied van maritieme innovatie en het ontwikkelen van fieldlabs (proeftuinen). Een succesvol voorbeeld daarvan is de Duurzaamheidsfabriek, aangewezen als landelijk fieldlab voor de Smart Industry. De campusontwikkeling Leerpark groeit komende jaren verder uit tot een plek waar leren, innoveren en ondernemen samenkomen. Dat gebeurt onder andere met de toevoeging van de Dordrecht Academy en toevoeging van productiefaciliteit voor start-ups.

OMGEVINGSVISIE 1.0

Doel 4 Dordrecht heeft een uitstekend vestigingsklimaat

47

Kansen (groen), risico’s (oranje)en aandachtspunten (geel) vanuit de impactbeoordeling Woningbouwopgave

Ruimte bieden aan huisvesten voor arbeiders bij de nabijgelegen woningbouwontwikkelingen. Geluidbelasting of lichthinder bij uitbreiding van de havengebonden maritieme maakindustrie in de nabijheid van (nieuwe) woongebieden.

Arbeidsplaatsen

OMGEVINGSVISIE 1.0

•

48

De focus op maritieme maakindustrie ook vastleggen in het omgevingsplan. Dit moet wel passen binnen de (Europese) regels ten aanzien van vrijheid van vestiging.

Koppelen van onderwijs- en arbeidsmarktbeleid: in Dordt kun je gegarandeerd aan de slag

Een goed opgeleide bevolking, beschikkend over aanpassingsvermogen, is van cruciaal belang voor de economische ontwikkeling van de stad en de vestiging van bedrijven. Dordrecht heeft de opgave om te groeien in aantal inwoners. Een goede aansluiting van bedrijven op de arbeidsmarkt is daarin belangrijk. Starters en werkenden moeten de mogelijkheid hebben om een leven lang door te ontwikkelen. Daarmee zijn bedrijven én inwoners geholpen. De komst van de Dordrecht Academy met hoger onderwijs in combinatie met het Leerpark waar we leren, innoveren en ondernemen samenbrengen, zijn hier op gericht. Ook de gemeente heeft er (financieel) baat bij als zoveel mogelijk Dordtenaren aan het werk zijn.

Kansen (groen), risico’s (oranje) en aandachtspunten (geel) vanuit de impactbeoordeling Woningbouwopgave

Ruimte vrij maken voor busverbinding(en) tussen het Leerpark en de bedrijventerreinen aan de westkant van Dordrecht.

Arbeidsplaatsen

Afspraken maken met bedrijven voor het bieden van stageplaatsen voor studenten van Dordrecht.

•

Investeren in het potentieel van onze jongeren

Een goed opgeleide bevolking is een belangrijke vestigingsvoorwaarde. Daarom streven we ernaar dat de huidige generatie kinderen met een hoger opleidingsniveau uitstroomt richting de arbeidsmarkt. Op deze manier ontwikkelt een generatie zich kansrijker en doorbreken we de groei van de kansenongelijkheid in Dordrecht. Het draagt ook bij aan het versterken van het sociaaleconomisch profiel van de stad en is daarmee een investering die de stad op de lange termijn terugverdient. •

Bestaande bedrijventerreinen, waaronder de Zeehaven, revitaliseren met aandacht voor duurzaamheid, circulaire economie en watergebonden bedrijvigheid

Met het Distripark beschikt Dordrecht over het laatste uitgeefbare terrein. Gronden zijn steeds schaarser en we moeten bestaande werklocaties dus optimaal benutten. Bedrijven dienen op de juiste plek te zitten. Bedrijven die op de watergebonden locaties zitten en daar geen gebruik van maken, moeten ruimte maken voor andere bedrijven die wel gebruikmaken van het water. Duurzaam vervoer over water stimuleren we, dat helpt ook ons lokale wegennet te ontlasten van vrachtverkeer.

We moeten zoeken naar nieuwe milieus. Bijvoorbeeld langs de oevers waar we ondernemen en wonen kunnen combineren. Steeds schonere industrie moet daar aan bijdragen. Tegelijkertijd blijft de vraag van bedrijven met een hogere milieucategorie. De verduurzaming van onze bedrijventerreinen is ook van belang. Het Distripark wordt volledig aardgasvrij en de ondernemers die zich hier vestingen dienen BREEAM gecertificeerd te zijn. Daarnaast ontwikkelen we een waterstof-hub voor duurzaam logistiek vervoer van en naar het Distripark.

Uitwerking in programma’s, afspraken en/of omgevingsplan • Versterken imago en zichtbaarheid. • Innovatieprogramma. • Onderwijs- en starters programma. • Intensiveren contacten met ondernemers.

Op dit moment lopen voor de bestaande terreinen – Kil I, II en Amstelwijck-West– vanuit de Duurzame Stad initiatieven voor verduurzaming van vastgoed en productieproces. Verduurzaming is een belangrijke bouwsteen in de revitaliseringslag van onze bestaande werklocaties.

Woningbouwopgave

Optimaliseren van fietsverbinding(en) tussen de bedrijventerreinen en de stations van Dordrecht.

Arbeidsplaatsen

Voorkomen dat duurzaamheidseisen een (te grote) drempel vormen voor nieuwe bedrijven.

•

Dordt hoort tot de top 5 van MKB-vriendelijkste gemeenten

Ondernemers vormen de motor van de lokale economie. Zonder ondernemers is er geen bedrijvigheid en geen levendigheid in de stad. We werken daarom aan een stijging naar de top 5 van MKB-vriendelijkste grote gemeenten in Nederland en aan het faciliteren van ondernemersinitiatieven. Dit kunnen we alleen sámen met het bedrijfsleven, daarom zetten we intensief in op het onderhouden van contacten met ondernemers.

OMGEVINGSVISIE 1.0

Kansen (groen), risico’s (oranje) en aandachtspunten (geel) vanuit de impactbeoordeling

49

OMGEVINGSVISIE 1.0 50

fig 3.10 Verbeelding Doel 5: Klimaatbestendige stad

Dordrecht is in 2035 klimaatbestendig

De landelijke ambitie, verwoord in het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie, is dat Nederland in 2050 een klimaatbestendig en waterrobuust land is. Dordrecht is sinds jaar en dag bekend met de uitdaging om in goede harmonie samen te leven met het omliggende water. Als resultaat van een veranderend klimaat en bijkomend extreem weer komt er spanning op deze relatie te staan. Als koploper binnen het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie wil Dordrecht al in 2035 klimaatbestendig en waterrobuust zijn. Dit is belangrijk voor de leefbaarheid en de veiligheid van de stad. Om dit te bereiken leggen we de volgende accenten: •

Dordrecht is in 2035 een zelfredzaam eiland

Dordrecht wordt goed beschermd en de kans op overstromingen is zeer klein. Maar vanwege de geografische ligging van Dordrecht is de impact van een eventuele overstroming zeer groot. Daarom is het belangrijk om goed voorbereid te zijn. De overheid of de bewoner alleen redt het niet. We moeten het samen doen. Dit kan door zoveel mogelijk zelfredzaam te zijn als inwoner en organisatie. Daarnaast moeten we samen redzaam zijn om anderen te helpen. Door zijn hoge buitendijkse ligging kan De Staart dienen als schuillocatie bij een dreigende overstroming. We onderzoeken hoe dit gebied is in te richten als veilige, zelfvoorzienende schuillocatie. En wel zó dat de aanpak als hefboom kan dienen voor het in gang zetten van een werkelijk duurzame gebiedsontwikkeling. •

Versterking van de robuuste groenblauwe structuur tot aan de voordeur

De groenblauwe structuren in Dordrecht zijn gebaseerd op de cultuurhistorische landschapsstructuren die verbonden zijn met de ontstaansgeschiedenis van het eiland. Dit netwerk van singels, parken, hoven, killen en dijken moet de eigen voordeur van de Dordtenaren verbinden met het bui-

tengebied, de Biesbosch en NL Delta. Met de Dordwijkzone en de Wantijzone als de dragers van het netwerk levert het een bijdrage aan klimaatadaptatie. Dat gebeurt door het verhoogd vasthouden van het water en door het verkoelen van de omgeving tijdens hittegolven. Als er minder verharding is, functioneert de stad als een natuurlijk systeem (zie 4.1). •

Klimaatadaptief bouwen

De komende jaren krijgt de stad te maken met steeds extremer weer. Dit betekent een hogere kans op extreme neerslag die niet in de riolering verwerkt kan worden. Ook kan de droogte van 2018 en de hittegolf van 2019 en 2020 zich vaker herhalen. Het Eiland kan in de toekomst te maken krijgen met de gevolgen van de zeespiegelstijging en een verandering van de rivierafvoer. Zowel op extreme neerslag, zeespiegelstijging als hitte en droogte willen we voorbereid zijn door nieuwbouw en bestaande bouw, en de omgeving hiervan, klimaatadaptief in te richten en met beheer in stand te houden. Uitwerking in programma’s, afspraken en/of omgevingsplan • Communicatie gericht op risicobewustzijn en zelfredzaamheid. • Inrichting van De Staart als schuillocatie én evidente locatie voor duurzame gebiedsontwikkeling. • Inrichten van het Wantij als (zoetwater) getijdenpark. • Inrichten Dordwijkzone als stadspark. • Groenblauw programma (combinatie van groenbeheer, rioolbeheerdeel, Staart en integrale maatregelen deel). • Aanpakken van knelpunten uit de Risicodialoog klimaatadaptatie. • Hitteplan. • Handboek Kwaliteit Openbare Ruimte (KOR). • Klimaatadaptieve beleidsregels in het omgevingsplan. • Pilots klimaatadaptief bouwen in Amstelwijck en Vlijweide.

OMGEVINGSVISIE 1.0

Doel 5

51

52

OMGEVINGSVISIE 1.0

Aandachtspunten vanuit de impactbeoordeling De groei van Dordrecht met 10.000 woningen en 4.000 banen leidt tot verdichting en uitbreiding van de huidige bebouwing. Hierdoor neemt de verharding in Dordrecht toe en het aandeel groen af. De toename van verharding, in combinatie met klimaatverandering, brengt risico’s met betrekking tot wateroverlast en hittestress met zich mee. Groen en water in de stad hebben een waterbergend en verkoelend effect, en dat draagt bij aan het voorkomen van wateroverlast en hittestress.

Effecten, aandachtspunten en randvoorwaarden voor groeiopgave vanuit de impactbeoordeling Subdoel

Aandachtspunten en randvoorwaarden

Effecten op waterveiligheid

Nieuwbouw en herontwikkeling op plaatsen met een risico op overstroming. Toename van het aantal inwoners geeft druk op de capaciteit van vluchtroutes en voorzieningen gericht op hoogwaterveiligheid.

Effecten op de groenblauwe struc- De groei van Dordrecht leidt tot een toename van verharding en een afname van tuur/klimaat groen. De kans op warmteoverlast en hittestress neemt hierdoor, in combinatie met klimaatverandering, toe.

OMGEVINGSVISIE 1.0

De groei van Dordrecht biedt kansen om de stad klimaatbestendig te maken en voor te breiden op de effecten van klimaatverandering.

53

OMGEVINGSVISIE 1.0 54

fig 3.11 Verbeelding Doel 6: Energieneutrale stad

Dordrecht is in 2050 energieneutraal

De energietransitie is één van de grootste maatschappelijke opgaves voor de komende decennia. In 2050 moeten we onze CO2-uitstoot hebben geminimaliseerd om verdere klimaatverandering tegen te gaan. De nationale doelstelling is om voor 2030 49% CO2 te reduceren ten opzichte van 1990. Hierover zijn afspraken gemaakt in het nationale Klimaatakkoord. Dordrecht vormt samen met de andere Drechtstedengemeenten een energie-regio in het kader van het Klimaatakkoord. Samen geven zij via de Regionale Energie Strategie (RES) invulling aan de te realiseren landelijke opgave voor 2030. Met als eerste stap om in 2050 energieneutraal te zijn, wat betekent dat we duurzaam opgewekte energie gebruiken. Als tussendoel voor 2030 moeten alle RES regio’s gezamenlijk 35 TWh elektriciteit grootschalig opwekken en gaan 1,5 miljoen bestaande gebouwen van het aardgas af. Voor de gebouwde omgeving betekent dit dat we woningen en gebouwen aanpassen tot goed geïsoleerde woningen en gebouwen, die men duurzaam verwarmt en waarin men schone elektriciteit gebruikt. De concept RES omvat de invulling van het op te stellen vermogen voor hernieuwbare energie op land en de betekenis hiervan voor de energie-infrastructuur. Deze regionale invulling wordt met oog voor ruimtelijke kwaliteit, maatschappelijk draagvlak en afgewogen in samenhang met andere ruimtelijke belangen vormgegeven.

En natuurlijk realiseren we dit tegen de hoogst haalbare maatschappelijke opbrengst.

Om dit te bereiken leggen we de volgende accenten: •

Handelingsperspectief voor energiebesparing aan inwoners en bedrijven

Voor nieuwbouw zet Dordrecht in op zeer goed geïsoleerde gebouwen die optimaal profiteren van de zon, zodat dit vanzelf zorgt voor een prettig woonklimaat. Bij de bestaande bouw zetten we fors in op energiebesparing en isolatie. Alle energie die we niet gebruiken, hoeven we ook niet op te wekken. Ook vormen besparing en isolatie het begin van de route naar een aardgasvrije situatie. En niet onbelangrijk, het zorgt voor een verhoging van het comfort. Isoleren is een zogenaamde spijtvrije (no-regret) maatregel die zichzelf veelal terugverdient, zeker nu de gasprijs naar alle waarschijnlijkheid de komende jaren zal stijgen. Gebouweigenaren krijgen een beeld en een plan met daarin stappen die zij in de komende jaren kunnen zetten voor hun woning, gebouw of leefstijl op weg naar aardgasvrij. We zetten, samen met partners zoals het Energieloket, de Omgevingsdienst en Drechtse Stromen, verschillende middelen in om zoveel mogelijk gebouweigenaren (particulieren, bedrijven, scholen, VVE’s en instellingen) te stimuleren en ondersteunen bij het treffen van maatregelen. •

Doorontwikkeling warmtenet

Een belangrijk onderdeel van de energietransitie is de warmtetransitie, de verduurzaming van de warmtevraag van wijken, die per definitie een wijkgerichte aanpak vraagt. Dordrecht gaat gefaseerd van het aardgas af. Onze eerste voorkeur is om gebouwen aan te sluiten op het warmtenet. Daardoor kunnen we lokale warmtebronnen (restwarmte, aquathermie, geothermie) ontsluiten en benutten. Dat is in Dordrecht, naast energiebesparing en opwekken van duurzame elektriciteit, de voornaamste drager van de energietransitie. De aanwezigheid van een warmtenet en het benutten van restwarmte betekent dat de opgave, qua opwekking van duurzame energie, beperkt kan blijven. Zonder warmtenet zal de behoefte aan elektriciteit namelijk flink toenemen. Hierdoor is de aanleg van het warmtenet en het aan-

OMGEVINGSVISIE 1.0

Doel 6

55

sluiten van huishoudens op het warmtenet essentieel voor het streven naar een energieneutraal Dordrecht. In gebieden waar dat niet mogelijk is (zoals in ruimer opgezette wijken) onderzoeken we de all-electric optie met warmtepompen. En tenslotte gaan we voor gebieden waar we deze mogelijkheden niet kunnen toepassen op zoek naar een volwaardig alternatief, zoals het gebruik van hernieuwbaar gas. De juiste oplossing varieert dus per wijk. Bij elk nieuwbouwproject onderzoeken we of aansluiting op het warmtenet mogelijk is. We leggen, met betrokkenheid van stakeholders, uiterlijk in 2021 het tijdpad vast voor de warmtetransitie en benoemen in welke wijken de gemeente voor 2030 aan de slag gaat.

OMGEVINGSVISIE 1.0

•

56

Alle energie die nodig blijft, wekken we duurzaam op

In lijn met de trias energetica (de drie stappen strategie om zo energiezuinig mogelijk te zijn) wekken we de nog benodigde energie, die overblijft na besparing en benutten van restwarmte, duurzaam op. We willen een realistisch deel hiervan binnen ons eigen grondgebied opwekken. We zetten hierbij in op: 1. Het maximaal benutten van zonne-energie op daken. 2. Het maximaal benutten van restruimten binnen en buiten de bebouwde kom voor het opwekken van duurzame energie (met name zon). 3. Verkennen van andere mogelijkheden voor de realisatie van zonne-energie en andere vormen van duurzame energie. In de concept RES beschrijven we hoeveel energie we kunnen opwekken in 2030 met een doorkijk naar 2050, scenario’s voor energiebronnen en infrastructuur, globale zoekgebieden, en een programma op rollen en op te stellen spelregels.

•

Circulariteit bij gebiedsontwikkeling

De bouw in Nederland is voor de helft verantwoordelijk van het Nederlandse materiaalgebruik. De productie van bouwmaterialen draagt significant bij aan de uitstoot van onder meer CO2. Daarom krijgt circulair bouwen steeds meer de aandacht vanuit de overheid en de bouwsector. Circulair bouwen houdt in dat bij de bouw, sloop en renovatie van gebouwen principes uit de circulaire economie worden gehanteerd. Het Rijk heeft in 2019 het Uitvoeringsprogramma Circulaire Economie 2019-2023 gepresenteerd. Ook de provincie Zuid-Holland ziet kansen in circulair bouwen. De verkenning ‘Zuid-Houtland’ toont aan dat bouwen met hout, afkomstig uit duurzame bosbouw, een bijdrage kan leveren aan de klimaatdoelstellingen. Het onderzoek ‘Dordrecht Circulair’ laat duidelijke kansen voor circulair bouwen in Dordrecht zien. Onder andere door in te zetten op hergebruikt en duurzaam beton.beton. Uitwerking in programma’s, afspraken en/of omgevingsplan • • • • • • • • •

Energiestrategie Drechtsteden. Concept RES Drechtsteden (inclusief strategie laadinfrastructuur). Handelingsperspectief voor energiebesparing aan inwoners en bedrijven. Transitieprogramma warmte 1.0 en 2.0. Programma Duurzame Stad. Hanteren van GPR als instrument om duurzaam te bouwen. Bedrijven houden aan Wet Milieubeheer en EEED. Handboek Kwaliteit Openbare Ruimte (KOR). Integrale verkenning Energie-infrastructuur Drechtsteden 2030-2050.

Aandachtspunten vanuit de impactbeoordeling De huidige bebouwing moet aangepast worden. Bij nieuwbouwontwikkelingen moet rekening gehouden worden met de energietransitie. Nieuwe gebouwen worden waar mogelijk aangesloten op het warmtenet. Er moeten laadpunten gerealiseerd worden voor elektrisch rijden. Voor een aantal woningbouwlocaties (zie hoofdstuk 5) zijn specifieke aandachtspunten te benoemen. Effecten, aandachtspunten en randvoorwaarden voor groeiopgave vanuit de impactbeoordeling Subdoel

Aandachtspunten en randvoorwaarden

Effecten op energie

Energiebesparende maatregelen zoals isolatie. Potentie voor zonnepanelen op daken. Met name grote daken op industrie- en bedrijventerreinen. Nieuwbouw en bestaande bouw aansluiten op warmtenet. Benutten van lokale warmtebronnen. Zero emissie vervoer en gebruik van duurzame brandstoffen zoals elektriciteit en waterstof.

OMGEVINGSVISIE 1.0

Maatregelen die het gebruik van motorvoertuigen beperken, zoals het versterken bereikbaarheid met het ov en de fiets, slimme logistiek en thuiswerken.

57

OMGEVINGSVISIE 1.0 58

fig 3.12 Verbeelding Doel 7: Biodiverse stad

Dordrecht beschermt en bevordert de biodiversiteit

Eén miljoen planten en diersoorten worden wereldwijd met uitsterven bedreigd. De urgentie om ecosystemen te beschermen is daarmee groot en de stad speelt hierin een belangrijke rol. Biodiversiteit betekent verschillend (= divers) leven (= bio). Het gaat dus om alle planten en dieren, inclusief mensen, die onderdeel uitmaken van een ecosysteem. Het maakt dus niet uit of een soort algemeen of zeldzaam is. Bijzondere flora en fauna (zeldzame, beschermde of Rode Lijst soorten) en hun leefgebied (habitat) zijn wel indicatoren voor een hoge graad van biodiversiteit. Overige dier- en plantensoorten liften mee met eisen die bijzondere soorten stellen aan hun habitat. Alle factoren die invloed hebben op planten en dieren, bepalen de gemeentelijke biodiversiteit. In Nederland kent onze biodiversiteit al voor langere tijd een achteruitgang als gevolg van ingrijpende wijzigingen van ons landschap. Hoewel langdurige trendgegevens ontbreken, is het duidelijk dat veel soorten het moeilijk hebben gekregen en in aantallen achteruit gaan (of niet meer aanwezig zijn). In Nederland is de biodiversiteit in de stad groter dan op het platteland. Al is de stad ingericht op gebruik door de mens, veel planten en dieren vinden er een geschikte plek. Essentieel voor een gezonde stedelijke biodiversiteit is de stedelijke groenblauwe structuur.

Zonder voldoende vegetatie en water blijven de mogelijkheden voor plant en dier in de stad beperkt. Door een robuust groen netwerk in stand te houden, vergroten we de mogelijkheden voor planten en dieren in de stad. Biodiversiteit in de stedelijke omgeving stimuleren we door het voorkomen van monoculturen en het aanbrengen van veel variatie in beplantingstypes. Verder zorgen ook oppervlakte en variatie van het stedelijk groen, in de openbare ruimte en in privaat groen, voor het bevorderen van bio-

diversiteit. Op veel plaatsen zijn juist de private tuinen en gevels van belang om verbindingen in het groen te maken. Dordrecht heeft de ambitie om de huidige biodiversiteit te beschermen en te bevorderen. Daarvoor is ook het stoppen van de achteruitgang van biodiversiteit nodig. Om dit te bereiken leggen we de volgende accenten: •

Het stoppen van achteruitgang van biodiversiteit

Op dit moment ligt er een druk op onze biodiversiteit. Vermoedelijk komt dit door stedelijke uitbreiding, een veranderend klimaat, invasieve exoten, ziekten en plagen en achteruitgang van de bijenstand. De aandacht verschuift de komende jaren naar ruimtelijke ontwikkelingen binnen het bestaande stedelijke gebied en de verstedelijkingscontour. Dit ontlast de biodiversiteit in het buitengebied. De Stedelijke Ecologische Structuur (SES) zorgt voor het behoud van de, voor biodiversiteit noodzakelijke, verbindingen. Binnen ons Groenblauw programma zoeken we naar oplossingen voor knelpunten voor biodiversiteit ten aanzien van ons klimaat. Voor de andere onderwerpen (exoten, ziekten en plagen en de bijenstand) bereiden we aanvullend beleid voor. Met dit beleid wordt duidelijk hoe we de specifieke problemen identificeren, welke oplossingen we kiezen en hoe we borgen dat deze problemen zich in de toekomst niet meer voordoen (via monitoring). •

Het behoud van biodiversiteit

Dordrecht beschermt de biodiversiteit door in te zetten op behoud van bestaande natuurgebieden (Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Nederland) en beschermde soorten. Hiertoe volgen wij het wettelijk spoor van de Wet natuurbescherming. Bij alle nieuwe ruimtelijke plannen, zoals herinrichting van openbare ruimte, is het verplicht om zorgvuldig om te gaan met beschermde gebieden. Op deze gebieden geldt een nee, tenzij-principe voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen en dit is conform provinciaal natuurbeleid.

OMGEVINGSVISIE 1.0

Doel 7

59

Behoud en verdere ontwikkeling van de Stedelijke Ecologische Structuur (SES) staat centraal in het Dordts natuurbeleid. Dit betekent dat we bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen inzetten op het behoud en waar mogelijk versterken van de SES. Al dan niet door een natuurlijke inpassing van de SES in het plangebied. Binnen ons Groenblauw programma zoeken we naar oplossingen voor knelpunten voor biodiversiteit ten aanzien van ons klimaat. Dordrecht is trots op haar bomenbestand en zet in op het behoud en het verder ontwikkelen van boomstructuren. Het verbeteren van de bomenstructuren betreft vooral de positie en soortkeuzen. •

Het stimuleren van biodiversiteit

OMGEVINGSVISIE 1.0

Dordrecht bevordert de biodiversiteit door meer ecologische potenties te benutten bij het beheer en onderhoud van openbaar groen. Het beheer moet daarom gericht zijn op het waarborgen van de ecologische waarden. In de directe woonomgeving overheerst vaak meer de sierwaarde, netheid en kleur. Verhoging van biodiversiteit zit vooral in de keus voor beplanting, het aanpassen van het maaibeheer en het maken van meer natuurlijke overgangen tussen bos en grasland.

60

Bij ruimtelijke ontwikkelingen bevordert Dordrecht de biodiversiteit via een natuurinclusieve inrichting van het plangebied. Ook bebouwing kan een bijdrage leveren aan biodiversiteit door natuurinclusief bouwen als uitgangspunt te nemen. In de inrichting van gebouwen en buitenruimte moeten we altijd rekening houden met de 5 v’s: voedsel, veiligheid, variatie, voortplanting en verblijf. Het verblijf en de voortplanting krijgen vorm in de bebouwing. Het groen moet zo gevarieerd zijn dat het voor veel verschillende dieren voor voedsel en veiligheid kan zorgen.

•

Het monitoren van de biodiversiteit

Het is van belang om te weten of we onze Dordtse biodiversiteit behouden en bevorderen. Door monitoring kunnen we zien of we gaan voldoen aan de eigen ambities. Om dit te kunnen doen, stellen we een monitoringsplan op. Dit plan kent verschillende manieren van monitoren, afhankelijk van het doel en de te onderzoeken soortgroep. Met continue monitoring weten we of we de doelen halen. Verder maken we zo ontwikkelingen in de natuur zichtbaar die met onderwerpen zoals klimaatverandering te maken hebben. Veranderingen zijn op deze manier zichtbaar en negatieve ontwikkelingen zoals de verspreiding van invasieve exoten kunnen we tijdig opmerken, zodat we hier actie op kunnen ondernemen. Uitwerking in programma’s, afspraken en/of omgevingsplan • • • •

Groenblauw programma (combinatie van groenbeheer, rioolbeheerdeel). Gebiedsprogramma’s versterken Stedelijke Ecologische Structuur. Programma biodiversiteit via een natuurinclusieve inrichting. Vergaren natuurdata.

Aandachtspunten vanuit de impactbeoordeling De Biesbosch is een Natura 2000-gebied dat deels in de gemeente Dordrecht ligt. Door de afstand tussen de woningbouwontwikkelingen in de stad en de Biesbosch zijn verstoring van licht, geluid, en verdroging niet te verwachten. Wel kan er vermesting/verzuring optreden in de stikstofgevoelige habitattypen in de Biesbosch. Dit vindt plaats als gevolg van de stikstofdepositie die kan ontstaan door de groei van Dordrecht. De aandachtspunten met betrekking tot stikstof zijn de woningbouwontwikkelingen met een aanzienlijke omvang, nabij de stikstofgevoelige habitattypen en/of nabij de N3 of A16, zoals Amstelwijck. In Dordrecht liggen enkele NNN (Natuur Netwerk Nederland) -gebieden in de stad. De nieuwbouw en herontwikkeling mag niet leiden tot (verdere) verstoring van deze gebieden, bijvoorbeeld door licht, geluid, verdroging of betreding. In de omgevingsvisie moet hiervoor aandacht zijn. De groei van Dordrecht heeft mogelijk ook effect op de biodiversiteit. Bij aantasting van soorten is het wettelijk verplicht om maatregelen te treffen. Daarnaast bieden de woningbouwontwikkelingen kansen voor het versterken van de biodiversiteit en groenblauwe structuren in de stad. Effecten, aandachtspunten en randvoorwaarden voor groeiopgave vanuit de impactbeoordeling Subdoel

Aandachtspunten en randvoorwaarden

Effecten op natuur

Effecten op Natura 2000-gebieden door stikstofemissie afkomstig van de bouw van woningen en een toename van het verkeer. Kansen voor versterken groenblauwe structuur.

OMGEVINGSVISIE 1.0

Mogelijke verstoring van NNN-gebieden.

61

62

OMGEVINGSVISIE 1.0

4.

De systemen in Dordrecht

In deze omgevingsvisie hebben een aantal systemen een centrale rol. Voordat de omgevingsvisie is opgesteld, hebben we die systemen benoemd. De systemen hebben een functie voor het eiland als geheel en zijn te zien als de fysieke dragers van het eiland. Daarom beschrijven we ze in een apart hoofdstuk. Per systeem geven we aan wat de huidige situatie is en wat de doelstellingen zijn. Op basis van huidige inzichten en staand beleid en hoe we deze doelstellingen verwezenlijken. De systemen die we beschrijven zijn: groenblauw, waterveiligheid, milieu, energie, verkeer, ondergrond en bebouwing. Groenblauwe systeem

Het groenblauwe systeem bestaat uit de stedelijke ecologische structuur, het poldergebied, de Biesbosch en de stadsrand.

Wantij zone

Stedelijke ecologische structuur Vanuit de rivieren en het landschap aan de zuidkant lopen ecologische zones de stad in: • • • •

De Wantijzone. De Amstelwijckzone. De Corridor. De Dordwijkzone.

Corri dor

Dor dwi j kzone

Amstelwi j ckzone

Met de groengebieden zoals parken en landgoederen vormen zij de stedelijke ecologische structuur (SES). Deze zones geleiden als het ware de Biesbosch de stad in. Ze vormen ecologische en recreatieve verbindingen naar het buitengebied, zorgen voor recreatieve plekken in de wijk en voor veilige en aangename verbindingen tussen de wijken voor sporters, recreanten en kinderen.

OMGEVINGSVISIE 1.0

4.1

fig 4.1 Stedelijke groenstructuur

63

Poldergebied Het polderlandschap is cultuurhistorisch van grote waarde. Door de (deels) grootschalige landbouw hebben de polders ook een economische betekenis. De Biesbosch Naast de landbouwgebieden zijn er grote natuur- en recreatiegebieden, die onderdeel zijn van de Biesbosch. De noordoostkant en de zuidkant van het eiland maken deel uit van de nationale ecologische hoofdstructuur. Door een goede zonering kunnen landbouw, natuur en recreatie naast elkaar bestaan en zich verder ontwikkelen.

OMGEVINGSVISIE 1.0

De zuidelijke stadsrand Een publieke, groene ruimte, water, polders en dijken met bomen erlangs, onverwachte afwijkende functies, het coulissen-landschap, de herkenbare dijkenstructuur. Het maakt de stadsrand tot een afwisselend landschap. De kwaliteitspijlers van het gebied nu en in de toekomst zijn de ruimtebeleving en weidsheid van het landschap, waterranden, historie en erfgoed en de natuur dicht bij de stad. Het is een gebied vol beleving, ideaal om te ontspannen en te recreëren.

64

Deze overgangszone tussen stad en land heeft de kwaliteiten om een openbaar gebied te zijn, toegankelijk voor alle bewoners en bezoekers. Doelstellingen De rijke cultuurhistorie van het Eiland van Dordrecht biedt de aanknopingspunten om een gezonde leefomgeving te zijn die weerbaar is voor klimaatverandering en meer biodiversiteit te bieden heeft. Natuur zorgt voor een gezonde, schone stad en met de Biesbosch is er nationale topnatuur in de nabije omgeving. De ligging in het unieke zoetwatergetijdenlandschap met de schoonheid van het water en haar oevers en de nabijheid van natuur van wereldklasse, is één van de belangrijkste vestigingskwaliteiten voor wonen en werken.

De groeiopgave kan onder meer leiden tot een grote groei in het aantal autobewegingen. Om dit te voorkomen combineren we een kwalitatief hoogwaardig groenblauw netwerk met een uitstekend fietsroute-netwerk dat goed verbonden is met het openbaar vervoer. De visie is opgebouwd uit drie doelstellingen. •

•

•

Allereerst moeten groen én water vanzelfsprekend deel uitmaken van onze stedelijke leefomgeving. We streven naar een groen en waterrijk netwerk van de eigen voordeur via groenblauwe structuren (parken, hoven, singels, etc.) naar het buitengebied en de Biesbosch. Ten tweede voorzien we het eiland steeds verder van een zeer fijnmazig netwerk van fietspaden en ander langzaam verkeer. Dat is een mix van snelle functionele doorgaande routes en ontspannen recreatieve routes waarbij we streven naar het scheiden van fiets- en wandelpaden waar wenselijk en mogelijk. Dit vraagt om maatwerk per locatie. Daarmee is er altijd een veilige comfortabele route in de buurt en is er ook een keuze uit verschillende typen routes. Ten derde maken we het zoveel mogelijk autoluwe buitengebied via een drietal recreatieve knooppunten bereikbaar. Het gaat daarbij om de LouisaCanneman polder (Schenkeldijk Beneden Zeedijk), de Bovenpolder (Zuidendijk-Provinciale weg) en de Merwelanden. Het zijn plekken waar meerdere recreatieve voorzieningen zijn geconcentreerd. Ze zijn goed bereikbaar voor verschillende vervoersvormen. Bovendien hebben ze een eigen karakteristiek die zich in het landschap en programma ter plekke manifesteert. Daarmee spreken we een brede groep mensen aan en stimuleren we om gezond gebruik te maken van het buitengebied.

•

Het getijdenlandschap dat de rijke randen van het eiland vormt. In het getijdenpark ligt de focus op het fysiek vergroten van het getijdenmilieu en de ecologie. Daarnaast vergroten we de toegankelijkheid van deze natuur met paden en recreatievoorzieningen (vooral in het Wantijpark). Op enkele plekken, zoals Stadswerven, liggen mogelijkheden voor de uitbreiding van het woningbestand.

•

De historische dijklinten waaruit het eiland in ringen is opgebouwd. De herkenbaarheid en continuïteit van de dijklinten moet worden verbeterd. Dat gebeurt onder meer door dijklinten te ontharden en meer bomen toe te voegen. Dit heeft voornamelijk betrekking op oude keringen die geen waterkerende functie meer hebben. Als het gaat om primaire keringen of keringen met een instandhoudingsplicht zal er altijd voor gezorgd worden dat de waterveiligheidsfunctie niet in geding komt. Op deze structuren moet de fiets voorrang krijgen en is de auto te gast. Er is bescheiden ruimte voor verdichting van het woningenbestand.

•

Het killenlandschap dat zich nu vooral manifesteert als grillige (binnendijkse) waterlopen. Langs de killen voegen we fietsroutes toe die het fietsnetwerk verfijnen. De oevers van de killen worden verruimd en verruigd en we verbinden de aanwezige waterlopen met elkaar. Zo ontstaat meer ruimte voor de natuur1. Er is bescheiden ruimte voor verdichting van het woningenbestand en er komen meer voorkanten aan het water dankzij eventuele toekomstige herstructurering.

Van boven naar beneden: fig 4.2 Getijdenpark/-natuur

OMGEVINGSVISIE 1.0

Wat gaan we doen om dit te bereiken? Er zijn vier groenblauwe hoofdstructuren die versterking nodig hebben.

fig 4.3 De dijklinten fig 4.4 De Killen (bron: De Urbanisten)

1 onder natuur wordt zowel water als groen verstaan.

65

•

fig 4.5 Dordwijkzone (bron: De Urbanisten)

De Dordwijkzone groeit uit tot centraal park en klimaatbuffer. De laatste structuur is de Dordwijkzone, die getransformeerd moet worden van bufferzone tot centraal gelegen park. We vergroten de toegankelijkheid en doorkruisbaarheid voor voetgangers van de zone en werken aan aansluiting op wandelroutes buiten deze zone. Het fietsnetwerk verbinden we met bestaande en nieuw te ontwikkelen OV-hubs. Denk aan een mogelijk nieuw treinstation bij Leerpark/Gezondheidspark. Het park moet zich ontwikkelen tot een continu groengebied met royale waterlopen en ruige oevers, waardoor het park als klimaatbuffer fungeert.

OMGEVINGSVISIE 1.0

Het park moet bijdragen aan de leefbaarheid in Dordrecht door een barrière langs de N3 te vormen en meerdere vormen van ruimtegebruik te bieden. Denk daarbij aan het uitbreiden van de sportfunctie en het integreren van een landbouwfunctie.

66

Tot slot stimuleert de gemeente burgers en scholen om bij te dragen aan het vergroenen van de stad en het beschermen en behouden van biodiversiteit. Zo deelt de gemeente proactief kennis met haar inwoners en geeft waar nodig adviezen voor meer faunavoorzieningen, zoals nestkasten of juist voor een groenere tuin, dak of gevel. Hierbij ligt een link met klimaatadaptatie. Eigenaren van panden kunnen hieraan bijdragen door bijvoorbeeld minder tegels en meer geveltuinen, groene daken en verticale tuinen aan te leggen. Voor scholen is er een Dordtse regeling voor groenblauwe schoolpleinen om natuurlijke schoolpleinen te stimuleren.

4.2

Waterveiligheid systeem

Bij een combinatie van een hoge rivierafvoer en een storm vanaf zee neemt de kans op overstromen en de bijbehorende mogelijk impact op het Eiland van Dordrecht toe. In dit scenario is het voor een grote groep inwoners niet mogelijk om horizontaal te evacueren. Hiermee bedoelen we het evacueren naar een andere, veilige regio. Een storm is namelijk slecht voorspelbaar en pas 48 uur van tevoren is duidelijk of er daadwerkelijk een risico is op een overstroming. Deze tijdsperiode is gezien de storm die er dan is en de beschikbare routes genoeg om gemiddeld 15% van de inwoners horizontaal te evacueren. De rest moet op het eiland een veilig heenkomen zoeken. Doelstelling We vergroten de veiligheid van het Eiland van Dordrecht door niet alleen op de dijken te vertrouwen, maar een strategie van meerlaagsveiligheid te gebruiken. De gemeente kijkt daarbij niet alleen naar dijken (laag 1), maar ook naar het beperken van mogelijke gevolgen door aanpassingen in het ruimtelijke domein (laag 2) en evacuatieplannen (laag 3). Waar we als gemeente niet direct verantwoordelijk zijn voor de dijken (laag 1) geldt dit wel voor het ruimtelijke domein (laag 2) en de communicatie. Daarnaast werken we samen met de veiligheidsregio aan de evacuatieplannen (laag 3). Door het gebruik van dit meer-

OMGEVINGSVISIE 1.0

De dijken op het Eiland van Dordrecht voldoen aan de nationale richtlijnen en worden elke twaalf jaar gecontroleerd. Hierdoor is de kans op een overstroming zeer klein, maar deze kans is nooit 0. Daarnaast is de impact van een overstroming in Dordrecht door de lage ligging van een groot gedeelte van de stad zeer groot. De impact van een overstroming wordt groter naarmate er in de toekomst meer waarde achter de dijken wordt toegevoegd. Dordrecht loopt zowel de kans op een overstroming vanuit de rivier als vanuit de zee (bij een zware storm). Het belang van een klimaatbestendig Dordrecht wordt hiermee onderstreept.

boven: fig 4.6 Overstroming binnendijks onder: fig 4.7 Meerlaagseveiligheidsprincipe

67

laagsveiligheidsprincipe verminderen we de impact van een mogelijke overstroming. Een zelfredzaam eiland waarbij de inwoners samen als gemeenschap zelfredzaam zijn ten tijde van een overstroming is het uiteindelijke doel. Wat gaan we doen om dit te bereiken? Door zijn hooggelegen buitendijkse ligging kan De Staart uitstekend dienen als een grootschalige schuillocatie bij overstromingen. Maar het is wel een ingewikkeld gebied. Want nu is De Staart half woonwijk – een sociaal kwetsbare woonwijk– en half werkgebied, met veel chemische bedrijven. Er is een vuilverbranding die warmte aan het warmtenet levert, een drinkwaterbedrijf, een rioolwaterzuivering en een spaarbekken. De locatie is uniek, tussen twee rivieren, het historisch centrum vlakbij en het natuurgebied in de Biesbosch om de hoek.

OMGEVINGSVISIE 1.0

De Staart als schuillocatie – wat is het toekomstperspectief voor dit unieke, maar ingewikkelde gebied? Nadenken over dat perspectief doen we tegen de achtergrond van de bouwopgave waar Dordrecht voor staat, de noodzaak om banen te creëren voor de nieuwe maakindustrie en de ingrepen die nodig zijn voor de energietransitie.

68

Alleen als we dit in samenhang kijken, krijgen we greep op de werkelijke uitdaging. Daarom onderzoeken we in het IABR–Atelier Dordrecht hoe dit gebied is in te richten als veilige, zelfvoorzienende schuillocatie. En dan op zo’n manier dat de aanpak als hefboom kan dienen voor het in gang zetten van een werkelijk duurzame gebiedsontwikkeling. Dat is een gebiedsontwikkeling die tegelijk een oplossing biedt voor de bouwopgave van de stad, die ruimte maakt voor de next economy van na de energietransitie, die zorgt voor goede bereikbaarheid, en die Dordrecht opnieuw verbindt met water en natuur. Daarnaast nemen we ruimtelijke aanpassingen om de gevolgen van overstromingen te beperken slim mee bij ontwikkelingen. Te denken valt aan publieke schuillocaties en evacuatieroutes. Het ontwikkelen van het Huis van Stad en Regio als schuillocatie is hier een voorbeeld van.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/247/documents/8582