Notulen Gemeenteraad 10 november 2021 - getekend.pdf
Tekst van het document
39
termijn van de wethouder, van het college een rapportage over die locaties. Ik weet dat de heer Heijkoop heeft gezegd ja, dat was anders, dat was een slip of the tongue, of iets dergelijks heeft hij gezegd. Nou ja, het is het een of het ander. Kijk, het college praat altijd met een mond, zegge onze voorzitter, maar nu sprak ze wel met een mond, maar met een gespleten tong, zeiden de indianen dan. Dus ik wil graag weten wat het is. Zijn de tijdelijke locaties ook voor anderen? Voor tijdelijke woningen waarvan we gisteren hebben vastgesteld dat we die willen wil ik graag de rapportage zien van die vijf tot zeven locaties en ik begrijp best dat dat misschien enige maatschappelijke onrust kan geven, want mensen gaan dan de hoop !open en denken dan dat daar al die asielzoekers ingestopt worden. Wat ons betreft zou dat zeker niet de bedoeling moeten zijn, maar moeten we daar een gemixte bevolking in kunnen huisvesten, die wel dan niet met spoed moet worden gehuisvest. Dus, voorzitter, dat proces vonden wij in ieder geval wat lelijk en we zouden vinden dat we daar nu helderheid en duidelijkheid over moeten krijgen van het college. Dank u wel.
De voorzitter: Hartelijk dank. Dan gaan we naar mevrouw Koene, Gewoon Dordt. Mevrouw Koene: Ja, dank, voorzitter. Voorzitter, in de commissie hebben we hier eigenlijk met stijgende verbazing naar de hele discussie zitten luisteren. Maar goed, wat wij vooral lastig vonden dat was dat asielzoekers en vluchtelingen in een Tenminste, asielzoekers en statushouders in een zin worden genoemd vaak en dat is best wel lastig, want er zit een verschil tussen. Ik focus me vooral op de moties. De opvang in de regio vinden wij ook beter, hoewel we de motie van de PVV niet gaan steunen, want opvang in de regio, daar wordt al jaren en jaren aan gewerkt en dat is niet zo makkelijk dat mijnheer Rutte ergens gaat aankloppen van doe dat eens even leuk hier. Daar zijn andere machten voor nodig, volgens nnij. Gewoon Dordt ziet nog geen taak voor Dordrecht en ik meen gehoord te hebben van de wethouder in de connmissie dat er ook eigenlijk hier in de regio op dit moment dat het onder controle lijkt. Dus dat er geen noodzaak is dat Dordrecht lets hoeft te doen. Statushouders, die krijgen we toegewezen en vanaf het moment dat ze in de stad zijn, zijn het Dordtenaren en tegen wil en dank, zoals mevrouw Van der Ham eigenlijk ook wel een beetje schetste, want ja, ik bedoel ze worden hier inderdaad geparkeerd en alleen op het moment dat je hier dan woont dan ben je Dordtenaar.
Dat statushouders geen voorrang hoeven te krijgen, dat zijn we dan wel weer met de heer Van Leeuwen eens, onndat er een heleboel mensen zijn die op korte termijn een huis nodig hebben, maar ook die motie zullen we dan van de PVV toch niet steunen. De motie Opvang vluchtelingen en statushouders zullen we ook niet steunen. Sowieso doordat twee zaken bij elkaar worden gebracht in een motie die een hele andere aanpak vragen naar onze mening en zoals ik al eerder zei, dat de wethouder heeft gesproken dat het op dit moment de opvang verder in de regio goed verloopt en hier laat ik het maar even bij. Dank. De voorzitter: Hartelijk dank. Dan gaan we tot slot naar mevrouw Nijhof, Fractie Nijhof. Mevrouw Nijhof: Er is heel veel gezegd in de comnnissie, wat hier overigens herhaald is. Wij dienen samen met een aantal andere partijen een motie in waarin we natuurlijk voor zullen stennmen. De twee moties van de PVV zullen wij tegen zijn. Verder heb ik nog een vraag aan de wethouder bericht van de wethouder, van een recent krantenbericht wat
40
vandaag verscheen over het extra probleem wat dreigt te ontstaan met alleenstaande, minderjarige vluchtelingen, waar in ieder geval een gemeente in Brabant al van heeft gezegd dat probleem moet opgelost worden, want het zijn minderjarige vluchtelingen die op hun achttiende jaar eigenlijk tussen wal en schip dreigen te raken. Dat probleem schijnt toe te nemen. Zou de wethouder misschien hier iets over kunnen zeggen of dat ook in Dordrecht het geval is?
De voorzitter: Hartelijk dank. Dan hebben we daarmee de eerste termijn van de raad gehad op dit dossier en gaan we naar de wethouder. De heer Heijkoop: Ja, voorzitter, dank u wel. Beste leden van de raad. Ja, van het onderwijs in onze stad naar de situatie rondom vluchtelingen en statushouders. Het lijkt een compleet andere wereld, maar er zitten wel degelijk ook wel wat raakvlakken tussen. Daar konn ik straks nog even bij u op terug. U heeft in het debat zojuist alle dilemma's en ingewikkeldheden wel aangestipt en daar ook met elkaar over gedebatteerd en wie het debat volgt die ziet ook wel wat de complexiteit is rondom het vraagstuk vluchtelingen, statushouders, om die mensen recht te doen. Ik heb mooie betogen beluisterd en ik denk dat een ieder op zich voor zichzelf kan beargumenteren waarom hij of zij er zo in staat. Het staat alleen wel buiten kijf dat wij als stad onze verantwoordelijkheid hebben te nemen en die ook willen nemen, als zijnde de stad Dordrecht.
Ik heb in de commissie al met u gedeeld dat we onderscheid moeten maken tussen de drie groepen: de statushouders, de crisisopvang waar het gaat over vluchtelingen en de crisisnoodopvang en daar heb ik inderdaad van gezegd in de commissie, nnocht dat aan de hand zijn denk dan aan 2015 toen burgemeester Brok destijds bij Drechtwerk de boel had opengegooid, dan weet ik van deze burgemeester dat hij hetzelfde zal doen, want dan is de nood heel erg hoog en daar zullen wij als college hem dan ook van harte in steunen. Daar zitten we nu op dit moment nadrukkelijk niet. Als we kijken naar de statushouders, dan klopt het en ik heb dat ook nog even nagezocht. Op dit moment hebben wij nog zo'n 45 mensen te huisvesten vanuit onze taakstelling en op dit moment zijn er zo'n 30 aanbiedingen gedaan aan mensen. Dus er zijn er nog 15 waar we echt nog een aanbod op nnoeten doen. We zitten nu halverwege november. Als de heer Boersma aan mij vraagt van gaan wij onze taakstelling dit jaar halen, dan zeg ik met de informatie die ik nu heb hoe het ervoor staat en ook of er vanuit de contacten met de corporaties, ja, die gaan we halen. We gaan onze wettelijke taak vervullen. Ik zag wat andere cijfers vanuit Vluchtelingenwerk.
Ja, ik denk dat dat er misschien mee te maken heeft dat daar de beginstand ook iets anders is, want wij hadden vorig jaar iets nneer gehuisvest dan onze taakstelling en dat mag je dan weer, dat wordt dan weer, nou ja, verrekend, om het zo maar te zeggen, met begin van dit jaar. Maar via de provincie kun je gewoon de feitelijke cijfers zien en daar put ik nu ook uit. Dus de aanname dat wij enorm achterlopen Ja, in die zin dat heel Nederland achterloopt, omdat de rest het eind van het jaar nog niet zover zijn. Dus daar gaan we echt onze verantwoordelijkheid in nemen en gaan we daar ook invulling geven aan die huisvesting en dat doen we ook bij voorkeur op een ordentelijke en goede manier. Dat wil zeggen, een plek waar mensen kunnen blijven. Ik kom daar straks nog even op terug in relatie tot de moties die zijn ingediend. Dan nog even het punt van de crisisopvang. Als het gaat om het vluchtelingenvraagstuk dan is samenwerking
41
essentieel, of het nou gaat over Europa misschien zelfs wereldwijd, maar zeker ook in Nederland, in de provincies en ook binnen de provincies. Als we kijken naar de provincie Zuid-Holland dan hebben we vier veiligheidsregio's. De voorzitter van die veiligheidsregio's die komen bijeen bij de provincie, aan de provinciale regietafel en die bespreken met elkaar wat elke veiligheidsregio bij moet dragen en de veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid heeft zeer ruimhartig op die vraag geantwoord en in onze regio zijn er zo'n acht tot negenhonderd mensen worden opgevangen in de noodopvang en daarmee hebben wij een forse bijdrage, ik denk zelfs de meest ruimhartige bijdrage ten opzichte van de andere drie veiligheidsregio's. Dus daarmee moeten we dit niet alleen onze stad betrekken, want dan bekijk je hem echt te smal, maar als regio. Het kan zijn dat in de toekomst dat dat, als er een grote vraag komt, dat we dan opnieuw in onze regio gaan kijken en dan zou het natuurlijk altijd kunnen dat ook andere gemeenten daar een bijdrage aan gaan leveren, waaronder ook Dordrecht. Maar op dit moment, daar hebben we ook in de connmissie over gesproken, hebben we met het azc in 's-Gravendeel en ook de locatie in Gorcum leveren een hele mooie bijdrage vanuit onze regio. Als het gaat over de moties, daar ga ik nu op inzoomen.
De voorzitter: Bij interruptie, de heer Burakcin De heer Burakcin: Ja, toch een korte vraag, voorzitter. Ik refereerde al eerder naar de mevrouw van het Vluchtelingenwerk die heeft ingesproken en die heeft nadrukkelijk gezegd dat de huidige opvanglocaties die door Zuid-Holland worden aangeboden toch wel een druppel op de gloeiende plaat zijn en dat er dus heel veel meer nodig zijn. Hoe kijkt u daar tegenaan? De heer HeijkooD: Ja, voorzitter, richting de heer Burakcin, er ligt een vraag, ook vanuit de comnnissarissen, de commissaris van de Koning uit Zuid-Holland. Daarover vindt overleg plaats, een maand tot twee maanden geleden verliep dat best wel romnnelig, wat ook heel veel onrust gaf. Dat overleg vindt nog steeds plaats en op dit moment, met de huidige piek, kunnen we daar een adequaat antwoord op geven vanuit de provincie en die provinciale verantwoordelijkheid. Ik begrijp ook heel goed dat vrijwilligerswerk heel scherp de vinger aan de pols houdt, want op het moment dat de toestroom heel sterk toeneemt en de azc's die blijven heel erg overvol zitten omdat mensen niet doorstromen naar de gemeente waar ze uiteindelijk definitief gehuisvest worden als vergunninghouder, dan kan het wel weer heel urgent worden en dan zouden we inderdaad in de situatie kunnen komen dat er crisisnoodopvang nodig is en ja, dan, nogmaals, staan wij ook gesteld en gaan wij daar ook naar handelen.
Op dit moment, de infornnatie van nu is dat niet het geval, is het echter niet het geval dat er elk moment sportzalen opengegooid moeten worden. Dus dat is de informatie die we nu hebben, maar nogmaals en daaronn is het goed dat Vluchtelingenwerk daar zeer bij betrokken is, dat kan ook gewoon veranderen. Want geopolitiek, niets is zo onvoorspelbaar als dat. Bijkonnend punt, die wil ik ook wel ma ken, de enornne druk ook op de opvanglocaties komt ook wel omdat er heel veel veilige, zogenaamde veiligelanders, meekomen. Dus mensen die in principe uit veilige landen komen en die dan toch meegaan in die vluchtelingenstroom, die eigenlijk geen enkele kans hebben op een verblijfsvergunning, maar wel soms bemoeilijken om de mensen die echt huis en haard hebben moeten
42
verlaten, om die goed op te vangen en ook uiteindelijk hier een toekomst te kunnen bieden. Voorzitter, ik ga even echt nu mij concentreren op de drie moties. Allereerst motie 15, die gaat over opvang in de regio. Nou, uw raad heeft daar al het nodige over gewisseld. Ook vanuit het college zijn we daar geen voorstander van, in die zin om die oproep te doen. Het is overigens inderdaad beleid dat je probeert vluchtelingen zoveel mogelijk in de regio op te vangen als het op een veilige manier kan, op een verantwoordelijke manier, omdat vluchtelingen dat zelf ook prettig vinden. Want je zal maar huis en haard moeten verlaten, maar voor uw beeld, een land als Libanon heeft op dit moment al anderhalf miljoen vluchtelingen op een bevolking van viereneenhalf miljoen. Het is niet zo dat daar niets gebeurt en op het moment dat mensen zich hier op ons continent melden en ook in ons land, dan hebben we daar ook ons toe te verhouden en onze verantwoordelijkheid te nemen en die willen wij ook nemen. Dus dat is geen oplossing om dan met zo'n motie te komen en nog eens bij de heer Rutte aan te dringen om hier werk van te maken. Het kabinet is zich zeer goed bewust van hoe dat ook geopolitiek werkt. Dus die zouden wij willen ontraden. Waar het gaat over motie 16, de huisvesting van statushouders in kantoorpanden, van vergunninghouders.
Ja, die raakt ook wel motie 17 en die gaat eigenlijk over de huisvesting van statushouders als geheel. Ja, die is wat ingewikkeld, want we kennen natuurlijk allemaal de enorme druk op de woningmarkt en dat is ook vervelend, we kennen ook allemaal mensen die op zoek zijn naar een woning. De precieze aantallen ken ik niet. Ik hoorde wat getallen over de tafel gaan, maar we moeten ons wel realiseren dat deze mensen die krijgen voorrang en je krijgt een taakstelling, omdat niet huisvesten geen optie is. Met alle respect voor de portiekflat van de heer Van Leeuwen, die hij noemde in zijn betoog, dat is onwenselijk als mensen daar moeilijk kunnen verblijven en omhoog zitten, maar het is ook echt heel onwenselijk als je met mensen in een overvol azc zit in Ter Apel, waar je gewoon totaal niet kan werken aan je toekomst. Dat is wel een punt wat ik ook nadrukkelijk wil maken waar het gaat over die tijdelijke huisvesting, want daar heeft u ook een oproep toegedaan van breng dat in kaart. Nou, ik denk dat we dat als college ook maar gaan gewoon weer ter hand nemen. We gaan inventariseren wat de mogelijkheden zijn en we komen daar ook bij u op terug, maar wel nadrukkelijk met in ogenschouw nemend dat we dat echt voor alle woningzoekenden zouden moeten doen, want ik zeg dat toch maar even met nnijn pet als wethouder Sociale Zaken ook verantwoordelijk voor inburgering.
Ik wil graag dat mensen die vanuit een ver land komen, die hier een plek moeten zoeken, dat ze zo snel mogelijk ook echt ergens landen waar ze zekerheid krijgen, waar ze kunnen werken aan hun toekomst, maar de kinderen naar school kunnen, waar we taallessen kunnen gaan aanbieden, waar we de nieuwe Dordtenaren, zoals mevrouw Koene zo mooi zegt, zo snel mogelijk hier eigen Nou ja, hun plek kunnen geven waarnnee ze ook weer aan het werk kunnen en op het moment dat mensen ongelooflijk lang in tijdelijke huisvesting zitten en van hot naar her worden gesleept, of nog beroerder, in azc's verblijven, ze lopen een enorme achterstand op en die laat zich moeilijk inlopen. Dat is dan vaak ook weer de verklaring voor de bijstandscijfers waar de heer Van der Net aan refereert. In die zin, dat zeg ik ook al tegen de heer Van der Net, dat er enigszins koud en warm tegelijk wordt geblazen, want we willen graag dat mensen zo snel mogelijk meedoen, het heist met betaald werk, tegelijkertijd moeten we ze daar ook wat vastigheid geven zodat ze ook kunnen werken aan hun bestaan.
43
De voorzitter: Bij interruptie, de heer Wisker. De heer Wisker: Ja, voorzitter, dank u wel. Ja, mijnheer Heijkoop, dat is inderdaad schrijnend als je vanuit een land, een oorlogssituatie, noem het nnaar op, hier komt en je kan je draai niet vinden onndat je met vijftig man op een campingbedje in een sporthal zit, dat ben ik met u eens. En u gaf aan, ze moeten in staat worden gesteld om hun toekomst te maken. Ook dat ben ik met u eens, maar als jij als 22-, 23-jarige hier in Dordrecht iets aan je toekomst wil doen en je moet acht jaar wachten voordat je een woning hebt, dan ga je aan je toekomst beginnen als je 31 bent en dat is een argument wat ik bijna niet hoor. Tuurlijk moeten we die mensen opvangen, maar we hebben toch ook een plicht naar onze inwoners toe? Hoe ziet u die verhouding? De heer Heijkoop: Ja, voorzitter, u heeft hier gisteren ook uitgebreid over gedebatteerd en ik volg de emotie ook die de heer Wisker en zijn betoog legt, want het is, die woningmarkt is cornpleet vastgelopen. Het is een ramp en het is ook een grote scheidslijn geworden in ons land. Er is echt sprake van tweedeling, die loopt over de arbeidsmarkt, die loopt ook over de woningmarkt en dat is zeer onwenselijk een eigenlijk schetst u maar van de enorme complexiteit om hier goed mee om te gaan.
Want ik hoop dat u ook begrijpt dat op het moment dat er mensen zijn die een vergunning hebben gekregen om hier te blijven, een verblijfsvergunning, dat zijn gewoon Nederlanders. Dat zijn gewoon mensen die mogen hier een bestaan opbouwen en daar moeten we ook goed naar kijken dat we die mensen ook een plek geven waar ze dat bestaan ook daadwerkelijk kunnen opbouwen en kijk, de afgelopen jaren is dat gewoon niet goed gegaan. Ook met de huidige Inburgeringswet, die compleet is geflopt. Gelukkig krijgen we per 1 januari een nieuwe Inburgeringswet waarmee we als gemeente ook een veel grotere rol krijgen, het wordt ook echt onze wet, waarmee we heel gericht kunnen werken aan scholing, taalonderwijs, werk, nnaatschappelijke integratie. Op al die onderdelen gaat het nu heel erg mis. Zeg ik ook richting de heer Van der Net.
Ik hoop ook echt dat we daarnnee in de toekomst kunnen laten zien dat wij, hoewel we het in onze regio gelukkig niet zo slecht doen waar het gaat over de arbeidsparticipatie van statushouders, maar dat we dat verder onnhoog kunnen brengen en dat we ook de kinderen die hier naar school gaan, dat die ook heel snel kunnen meedraaien en op die manier een plekje kunnen krijgen in onze stad, op een perspectiefvolle manier, maar dat is dus wel waarom ik even de kanttekening maken dat als wij op zoek gaan naar tijdelijke huisvestingsmogelijkheden, tijdelijke terreinen, het inventariseren van kantoorpanden, dat we dat inderdaad dan wel moeten doen, een beetje indachtig ook aan de motie die u gisteren heeft aangenomen, om de enorme druk op de woningmarkt te ledigen, nnaar dat vooral niet alleen te concentreren op statushouders, want dat zou echt heel onverstandig zijn. Is ook de reden waarom wij motie 16 ontraden. De voorzitter: De tijd stond al een tijdje stil, maar wethouder, wilt u tot een afronding komen, want ... De heer Heijkoop: Ja, voorzitter, dat wil ik. Volgens mij ben ik ook redelijk door de vragen heen. Mevrouw Nijhoff stelde nog een vraag over amv'ers, de nninderjarige vluchtelingen. Ik weet niet direct waar u op doelt, behalve dat het heel herkenbaar is
44
dat dat een ontzettend ingewikkelde groep is om goed te ondersteunen. Ik kom daar even schriftelijk bij u op terug, want ik ga hier nu niet even uit de losse pols op antwoorden. Ook in welke mate het bij ons in de stad speelt, want dat was uw vraag. Tot slot, voorzitter, motie 17. Ik heb die motie gelezen, vanuit het college hebben we die motie zo gelezen, ook in het verlengde van de motie die gisteren heeft opgeroepen tot die tijdelijke huisvestingsmogelijkheden. Gisteren werd gevraagd om nog dit jaar met iets te komen. In deze motie wordt opgeroepen om dat voor 1 januari te doen. Nou, ook daar zit niet zoveel licht tussen. Volgens mu j bent u daar ook eensgezind over. Enig verwachtingsmanagement wil ik wel doen. Rondom de dakloosheid in onze stad hebben wij ook, zoals u weet ook een prioriteit van dit college, intensief gezocht naar mogelijkheden, zowel voor de acute opvang als ook voor eventuele tussenvoorzieningen. Dat was ongelooflijk ingewikkeld, zeg ik maar heel eerlijk, maar we gaan echt aan de slag met uw vraag. We gaan inventariseren welke terreinen mogelijkheden bieden, welke kantoorpanden mogelijkheden bieden en dat zullen we dan ook aan u voorleggen. Ik geef u mee om dat dan wellicht in al dan niet een wat vertrouwelijke setting met elkaar te delen, precies om de reden die de heer Van Verk aangeeft.
Het zijn vaak locaties die ongelooflijk ingewikkeld zijn, waar allerlei kanttekeningen bij te plaatsen zijn, waarvan we eigenlijk al weten dat ze of niet mogelijk zijn of heel lastig mogelijk. Nou, om dat met elkaar te kunnen wisselen, niet toch de onrust al te veroorzaken als dat helennaal niet nodig is, dus hoop ik dat u daarin wil bewilligen dat we op die manier daaraan tegemoet zullen komen. Tot zover, voorzitter.
De voorzitter: Hartelijk dank. Ik zie geen vragen meer aan u. Dan kijk ik de zaal rand of er behoefte is aan een tweede termijn. Dat is niet het geval. Dan kunnen we denk ik richting de moties, wat op zich over ... Er ligt geen voorstel, dus het gaat over de beantwoording van vragen die zijn gesteld aan het college. Er liggen alleen drie moties. Betekent dat we de moties in stemming brengen. Als eerste motie M15 van de PVVfractie, waarbij we het kabinet een oproep zouden moeten doen. Ik kijk even rand of daar behoefte is aan stemverklaringen. Dat is niet het geval. Als u voor de motie bent, een groene kaart. Als u tegen de motie bent, een rode kaart, alstublieft. Voor is de PVVfractie en de avenge fracties tegen en daarnnee 28 stemmen tegen en een stem voor. Doe ik iets verkeerd? Nee, he? De heer Van Leeuwen is vanavond alleen, toch? Vanuit de fractie, ja. Motie M16, ook van de PVV, over het onderzoek naar het huisvesten van vergunninghouders in bijvoorbeeld kantoorpanden. Stemverklaringen? Is niet het geval. Voor is groen, rood is tegen. Voor zijn de fracties PVV en VVD en de overige fracties tegen. Daarmee 5 stennmen voor en 24 tegen. Dan hebben we nog de motie M17, opvang vluchtelingen en statushouders, ingediend door Fractie Nijhof, PvdA, CDA, GroenLinks en D66 en die heet dus Opvang vluchtelingen en statushouders.
Zijn er nog stemverklaringen? Gaat uw gang, de heer Schalken. De heer Schalken: Ja, korte stennverklaring. Wij gaan mee met deze motie omdat die inderdaad ook eigenlijk aansluit op de motie die we eerder gisteravond in deze raad hebben gehad, waarbij ik wel de opmerking wil maken dat de constatering zoals die er staat niet klopt, ook naar aanleiding van het antwoord wat de wethouder aangaf met de 33 procent die we nog zouden moeten huisvesten.
45
De voorzitter: Dank. De heer Boersma. De heer Boersma: Voorzitter, wij gaan tegen deze motie stemmen en dat is juist de omgekeerde redenering van Beter voor Dordt. Wij hebben gister tegen de motie gestemd, tegen de flexibele woningen, tijdelijke woningen en daar blijft ons probleem zitten, dus wij gaan tegen deze motie stemmen. De voorzitter: Hartelijk dank. Andere stemverklaringen? Dat is niet het geval. Gaan we stemmen, voor is groen, tegen is rood. Tegen zijn de fracties PVV, VVD, Gewoon Dordt, ChristenUnie, SGP en de overige fracties zijn voor. Daarmee is de motie aangenomen met ... Mevrouw ...: Tien tegen, dus vijftien De voorzitter: Ja, negentien stemmen voor en tien stemmen tegen. De heer Van Verk: Voorzitter, kunnen wij even schorsen? De voorzitter: Mijnheer Van Verk, u wilt schorsen? De heer Van Verk: Vijf minuutjes. Mevrouw ...: Tien! De heer Van Verk: Tien ... De voorzitter: Tien zelfs? De heer Van Verk: Even handen wassen. De voorzitter: Ja, het is al wel vijf over half elf, mensen. Nou, we schorsen zeven minuten. 16.Raadsinformatiebrief Aanbesteding Handhaving 2022 — Raadsinformatiebrief De voorzitter: Geachte leden van de raad, de vergadering is heropend. Ik verzoek onn stilte.
De heer
Wat zegt u?
De voorzitter: Ik verzoek om Zo. Geachte eden van de raad. Ik begrijp dat u behoefte heeft aan gezelligheid. Die is hier te vinden en die is ook vast thuis te vinden. Het is nu kwart voor elf, we hebben nog een aantal agendapunten, laten we proberen in ieder geval dat zo voortvarend mogelijk te doen. Het volgende agendapunt is agendapunt 16, gaat over handhaving. Ik ben daar zelf portefeuillehouder van, dus als het gaat onn de beantwoording zou ik aan de heer Schalken straks willen vragen het voorzitterschap over te nemen. Commissie Bestuur en Middelen heeft op 26 oktober in het pand van de veiligheidsregio gesproken over de aanbesteding handhaving. Hier is een motie bij aangekondigd, commissie heeft afgesproken de bespreking echt te beperken tot de
46
aangekondigde motie met een spreektijd van twee minuten en ik heb een gezamenlijke motie gezien van Partij van de Arbeid, Fractie Jager, VSP, Fractie Nijhof, Gewoon Dordt en GroenLinks. Volgens mij opgesteld vanuit de SP-fractie en ik kijk even rond of dat de enige motie is. Dat is het geval. Dan wit ik graag, volgens mu j had mevrouw Stolk gezegd dat haar fractie hem zou indienen, dus dan kijk ik naar de heer Wisker om dat te doen en toe te lichten. Gaat uw gang. De heer Wisker: Ja, voorzitter, dank u wel. Deze motie hebben wij inderdaad samen mede ingediend en zullen wij uiteraard steunen. De strekking van deze motie, dat wit ik nog wel even benadrukken, zien wij natuurlijk veel breder dan alleen in het geval van de aanbesteding van de handhaving. Het niet verstrekken van informatie of onvolledig verstrekken van informatie is wat de VSP betreft politiek gezien een ernstig felt, waar al heel wat politici en regeringen over zijn gestruikeld en wij moeten dan ook deze motie daarom bijzonder serieus nemen. Tot zover. De voorzitter: Hartelijk dank. Ik ga het woord geven aan de fracties in de bekende volgorde. Ik begin bij de heer Schalken van Beter voor Dordt. Gaat uw gang. De heer Schalken: Ja, voorzitter, kort. Ik wacht eerst even de reactie af vanuit het college. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar de heer Merx, VVD. De heer Merx: Ja, dank u wel, voorzitter.
Ja, ik kan het ook vrij kort houden. Je raakt hier het wezen van de democratie en als de Raad verzoekt om informatie dan moet die gewoon komen en waarom komt die niet is, eigenlijk de simpele vraag en we kunnen deze hele discussie en iedereen en alles overslaan als u zo meteen direct toezegt nou, het komt naar u toe. Dan zijn we klaar. De voorzitter: Dank u wel. CDA-fractie, de heer Van der Kruijff. De heer Van der Kruijff: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, de SP heeft inderdaad om informatie gevraagd die zij niet hebben gekregen, met een uitleg in de commissie die ik nu niet allemaal hoef te halen. Er bestaat een document, maar het zou niet deelbaar zijn. Wat ik in de motie lees is dat het college niet voldaan zou hebben gedaan aan de actieve en de passieve informatieplicht. Nou, over die actieve heb ik een beetje een vraagteken of dat in dit geval nou had gemoeten, in ieder geval als het verzoek komt. Ik denk, het zou toch te gek zijn als een raadslid het college zou nnoeten gaan wobben, woppen ... Hoe zeg je dat? Wet Openbaarheid Bestuur, he. Een document opvragen om aan informatie te komen.
Ik denk daar moet toch een andere oplossing voor te vinden zijn en of er dingen in staan die niet kunnen, net als bij Wob-documenten, dan lak je maar een aantal dingen zwart of je legt het ter inzage, verzin iets, maar we zijn benieuwd waarom dat gewoon niet kan, want hoewel wij het document zelf niet hoeven te hebben, voelen we wel mee met het raadslid die dat wel wil. De voorzitter: Dank u wel. D66, de heer Polat.
47
De heer Polat: Voorzitter, de samenwerking tussen boa's en de politie moet worden verbeterd, bijvoorbeeld door de boa's een noodknop te geven met directe toegang tot de meldkamer van de politie. Er worden geen boa's ingezet als verkapte politieagenten, het geweldmonopolie blijft bij de politie. Dit staat in ons landelijk programma. De voorzitter: Bij interruptie, de heer Merx. De heer Merx: Dit gaat niet over de motie. De heer Polat: Ik konn wel tot de motie. De heer Merx: Nou, maar dit wat u nou vertelt gaat niet over de motie, dit gaat over uw landelijk verkiezingsprogramma. De heer Polat: Nou, dat De voorzitter: Oke, misschien is het een inleiding om tot een motie te komen. De heer Polat heeft twee minuten spreektijd, dus die wil ik hem graag even. Gaat uw gang. De heer Polat: In de RIB worden verbeterpunten aangehaald die meegenomen worden bij de eventuele aanbesteding. Daar hebben wij bij de Commissie Bestuur en Middelen aandacht voor gevraagd. De motie die nu voor ons ligt gaat niet over de effectiviteit van de boa's en over de samenwerking van de boa's met de politie. Het gaat hier om een zogenaamd evaluatierapport dat in de RIB is vermeld dat door de portefeuillehouder is beschreven als een verzameling van interviews met belanghebbenden waaruit conclusies zijn gedestilleerd, dat die dan in de RIB terecht zijn gekonnen.
Gezien de vertrouwelijkheid van de interviews wordt niet gekozen om deze te publiceren en daar heeft D66 begrip voor. We wachten nu eerst de reactie af van het college, nnaar neigen de motie niet te ondersteunen. Is dat voldoende, mijnheer Merx? Nou, dank. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar GroenLinks, mevrouw Kruger. Mevrouw Kruger: Ja, voorzitter, dank u wel. Nou, ik kan wat dat betreft ook kort zijn. Wat de heer Van der Kruijff zegt en ook de heer Merx. Ja, het wordt laat, dus ik kan zelfs bijna uw namen, vergeet ik. Ik wil nog wel even zeggen wat de heer Van der Kruijff zei over actieve informatieplicht. Als die actieve informatieplicht er was geweest en als daaraan vervolg was gegeven, dan hadden we niet eens hoeven te vragen, want dan had gewoon alle infornnatie er gelegen. Dus wij hopen dat u gewoon eraan voldoet en alsnog met de rapportage naar buiten komt, wel of niet weggelakt wat niet mogelijk is. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar de ChristenUnie/SGP-fractie, de heer De Looze. De heer De Looze: Ja, voorzitter, dank u wel. Ja, eens met de woorden van de heer Van der Kruijff ook, we wachten even de reactie van het college af. Volgens mu j hoeft er ook geen motie nodig te zijn om de wet te volgen. De voorzitter: Dank. PVV-fractie, de heer Van Leeuwen.
48
De heer Van Leeuwen: Ja, dank u wel, voorzitter. Uiteraard zijn wij het eens met de sprekers die zeggen dat als de raad informatie nodig heeft, dat dat gegeven moet worden en we wachten in ieder geval op dit moment even de reactie van de wethouder af. Dank u wel. De voorzitter: In dit geval portefeuillehouder. Dank, dan gaan we naar de VSP-fractie, de heer Wisker. Voor zover nodig, u heeft natuurlijk de motie al ingediend. De heer Wisker: Verder geen toevoegingen, voorzitter. Dank u wel. De voorzitter: Dank. De heer Van Verk, Partij van de Arbeid. De heer Van Verk: Voorzitter, ik sluit me naadloos aan bij de woordvoering van de heer Merx en Van der Kruijff. De voorzitter: Hartelijk dank. Gewoon Dordt, nnevrouw Koene. Mevrouw Koene: Dat geldt ook voor ons, dank. De voorzitter: Dank u wel. Tot slot, mevrouw Nijhof. De heer Gundogdu: 0, ja, dat ben ik De voorzitter: Excuus, mijnheer Gundogdu. De heer Giindoqdu: Voorzitter, dank je wel. De voorzitter: Fractie Nijhof. De heer Gundogdu: Inderdaad. We hebben heel uitgebreid over dit onderwerp met elkaar gesproken. Het is een collegebevoegdheid en laat ons helder en duidelijk zijn, het gaat niet om het functioneren van onze toezichthouders of handhavers, absoluut niet.
Er blijkt wat infornnatie te zijn die ook van belang is om dat te delen met de raad, althans dat is onze insteek en die zouden wij graag willen ontvangen om lering daaruit te trekken en ook te kunnen volgen of daar ruchtbaarheid aan wordt gegeven door het college. Dank je wel. De voorzitter: Hartelijk dank. Dan draag ik het voorzitterschap even over aan de heer Schalken. De voorzitter (de heer Schalken): Gaat uw gang, portefeuillehouder. De heer Kolff: Dank, voorzitter. Ja, deze motie die ziet inderdaad niet op het functioneren van handhaving of handhaving wel of niet aanbesteed zou moeten zijn. Daar hebben we inderdaad in de commissie met elkaar vrij uitgebreid bij stilgestaan en daar heb ik ook volgens mu j duidelijk uitleg over gegeven. Er staan een aantal constateringen en overwegingen in deze motie waar ik wel de wenkbrauwen bij heb gefronst. Er wordt onder andere gesteld dat er sprake zou zijn van het schenden van de
49
actieve informatieplicht en dat heb ik ook nog juridisch laten nakijken door onze eigen juristen in de stad en in het stadhuis en dat is absoluut niet het geval. Ik heb er behoefte aan om toch nog even wat duiding daarop te geven. U krijgt regelmatig stukken vanuit het college, voorstellen waar allerlei stukken ook weer achterliggen en die krijgt u normaal gesproken ook niet altijd meegestuurd en dat is eigenlijk wat wordt bedoeld met actieve informatieplicht. Als het college de inschatting maakt dat de raad het nodig heeft om het werk goed te kunnen doen, dan moet dat ook worden verstrekt. De passieve informatieplicht, dat is meer als een raadslid aangeeft, of een commissielid, ik heb behoefte aan deze informatie, kunt u mij die verstrekken? En daarvan hebben we gezegd, in dit geval, de aanbevelingen zoals die voortvloeien uit die achterliggende stukken staan vermeld in de RIB. Er is ook nooit door de raad aangegeven waaraan een evaluatie zou moeten voldoen. We hebben eigenlijk gemeend daaraan te voldoen door middel van de RIB waar de vijf aanbevelingen ook in staan vermeld en ik heb ook aangegeven in de commissie dat als we nu alsnog deze stukken verstrekken en ik heb het gevoel dat de raad daar behoefte aan heeft, dan kunnen we dat verzorgen en dan moet er een evaluatierapport worden opgesteld, gedestilleerd uit die interviews die zijn gehouden.
We voelen ons nu niet vrij om dat een op een over te dragen, want we hebben die stukken niet kunnen verifieren met de mensen die eraan hebben bijgedragen en ik heb mij vanuit de ambtelijke organisatie laten informeren dat dat ongeveer twee a drie maanden gaat kosten om dat met elkaar rond te maken en dat betekent automatisch ook twee a drie maanden vertraging ten aanzien van de aanbesteding, want die kan je pas starten als dit traject is afgerond. Dus dat is even wat ik hierbij te zeggen heb. Als de raad zegt, ik wil echt die achterliggende stukken hebben wat er in de RIB staat, die vijf aanbevelingen die wil ik onderbouwd zien uit de achterliggende interviews die zijn gehouden. Nou, dan gaan we daar uiteraard aan voldoen, want dat is dan een verzoek vanuit de raad, maar daar zitten ook consequenties aan. Dat is dus niet geheel consequentieloos.
De voorzitter: Interruptie van mevrouw Kruger, begreep ik. Mevrouw Kruger: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, de portefeuillehouder zegt wat er uit de interviews is gekomen, dat staat in de raadsinformatiebrief, maar als raad, als een raadslid, heb ik toch de bevoegdheid ook, of heb ik zelfs de rol, om wat er uit die interviews is gekomen te kunnen controleren? Want de raadsinformatiebrief is een interpretatie van de interviews die gehouden zijn en volgens mij, als er op een bepaalde manier deze infornnatie al verstrekt is moet er toch Gaat het nou echt drie, vier maanden kosten voordat daar een evaluatie of een vorm van een evaluatie aan ten grondslag ligt? De voorzitter: De portefeuillehouder. De heer Kolff: Mevrouw Kruger vraagt of ze die bevoegdheid heeft of dat de raad die bevoegdheid heeft. Het antwoord daarop is heel simpel: ja, natuurlijk. Mevrouw Kruger: Nee, dat stel ik, laat ik het ...
50
De heer Kolff: En dat blijkt ook, want als u deze motie aanneemt dan gaan we dat ook gewoon doen omdat u die bevoegdheid heeft. Het enige is wel zo, in antwoord nog op de vraag van mevrouw Kruger, dat er natuurlijk bijna bij ieder voorstel wel informatie aan u wordt verstrekt waar ook weer informatie achter zit en waarvan wij altijd de inschatting moeten maken wat moet de raad allemaal hebben om een politieke afweging te kunnen maken en wat niet? Want de raad wil ook niet dat alle stukken die in het stadhuis circuleren bij hen over de schutting wordt gegooid. De voorzitter: Mevrouw Kruger. Mevrouw Kruger: Ja, ik vind dat een beetje flauw, alsof wij altijd alle stukken willen hebben. Het gaat hier niet om stoeptegels of lantaarnpalen, of we kunnen controleren of die hoeveelheden wel kloppen. Het gaat echt, het gaat om handhaving, het gaat om politie, daar willen we gewoon goede informatie over hebben en als er een raadsinformatiebrief wordt gegeven waarin staat dat er kennelijk interviews zijn gehouden of dat er een evaluatierapport is. De politie heeft aangegeven dat er een evaluatierapport zou zijn. Misschien hebben zij dat ook verkeerd geInterpreteerd, zou zomaar kunnen. Maar dan nog, er zijn interviews geweest en wij willen gewoon graag.
Dat had u eigenlijk gewoon op uw vingers kunnen natellen dat wij die informatie zouden willen hebben, want het gaat hier ook wel ergens over. Dus ja, wij willen die informatie hebben en niet alles wat er nog meer aan onder ligt. De voorzitter: Portefeuillehouder. De heer Kolff: Nee, nogmaals, het is duidelijk dat als u aangeeft en als uw raad daar een meerderheid toe zou beslissen, dat u die interviews wil zien, dan gaan wij zorgen dat u die interviews krijgt. Maar het is niet, laat ik het zo zeggen, ik vind het zelf niet vanzelfsprekend dat we dat uit onszelf hadden gedaan. U krijgt de aanbevelingen te zien die nodig zijn om een politieke afweging te maken. De voorzitter: De heer Merx, interruptie. De heer Merx: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja ik kan mu j best voorstellen dat er een inschatting wordt gemaakt moet deze informatie wel of niet naar de raad. Nou, u heeft die inschatting gemaakt, hoeft niet. Nou, prima. Dan komt op een gegeven moment een discussie in de commissie, waar de heer 't Lam zegt van luister, ik heb de politie gebeld en die verwees me naar een evaluatierapport, ik bel de gemeente, maar ik krijg het niet en ik wil het graag hebben. Dat is een. Dan komt in zo'n discussie, in zo'n commissie, dan zou je moeten aanvullen van nou ja, misschien moet ik het toch maar gaan doen.
Wat ik hier niet lees in deze motie is een koppeling tussen het aannemen van, of tenminste het verdergaan met de aanbesteding en het verkrijgen van deze informatie. Het gaat hier, zo lees ik de motie, om een hele principiele discussie. De raad zegt, althans een behoorlijk deel van de raad zegt, wij willen graag die informatie hebben. Dat handhavingsbeleid gaat u maar mee door, want anders had hier ook gestaan en te wachten met de aanbesteding totdat we die informatie hebben gekregen, maar dit is gewoon een, laten we het maar gewoon zeggen, armpjedrukken van krijgen wij die
51
informatie of krijgen wij die niet en ik hoop echt niet dat er het zover moeten laten konnen dat we hier een motie in stemming moeten gaan brengen op dit punt. De heer Kolff: Nee, maar ik heb volgens mij zojuist al gezegd De voorzitter: Portefeuillehouder. De heer Kolff: Ik heb zojuist al gezegd, voorzitter, dat als de raad deze informatie wil hebben dat de raad deze informatie ook gaat krijgen. Ik heb ook gezegd dat daar consequenties aan zitten, namelijk dat er uitstel van de aanbesteding gaat plaatsvinden. Dat heeft niets te nnaken met het feit dat dat niet in de motie staat verwoord, maar puur praktisch, dezelfde mensen die die evaluatie en die rapportage moeten opstellen die geschikt is voor de raad zijn ook dezelfde mensen die die aanbesteding voorbereiden. Ja, dat is de informatie die ik heb meegekregen vanuit de ambtelijke organisatie waar ik het ook mee heb te doen. De voorzitter: De heer Van Verk.
De heer Van Verk: Ik lees niet in het dictum van de motie dat er om een evaluatie wordt gevraagd en ik vind het schernnen met twee, drie maanden vind ik een beetje flauw, want volgens mij ligt er gewoon een pakket aan interviews en zou u moeten checken bij de betrokkenen of hetgeen wat ze gezegd hebben ook daadwerkelijk gezegd is en kunt u de namen zwart nnaken en doorsturen naar de raad, als we daar behoefte aan hebben, maar ik lees het besluit zo dat eigenlijk u als portefeuillehouder gewoon een gevoelige tik op uw vingers krijgt omdat u niet voldaan heeft aan de actieve en passieve informatieplicht. Voor de rest staat er niks nog dat we dat nu wel moeten hebben. Er staat gewoon het college heeft niet voldaan aan de wettelijke regels voor actieve en passieve informatieplicht door wel een evaluatie aan te halen en te gebruiken, maar die niet aan de raad ter beschikking te stellen. Er staat niet wij verzoeken u om deze evaluatie alsnog ter beschikking U krijgt gewoon een tik op uw vingers. Accepteer hem. De heer Kolff: Voorzitter, als ik een tik op de vingers krijg ben ik graag bereid om die te accepteren en ik moet daar ook bij zeggen dat ik dit dossier natuurlijk recent heb overgenomen, maar de voile verantwoordelijkheid voor draag. Wat ik daarbij wel wil zeggen is dat ik heb laten uitzoeken of het juridisch klopt dat er sprake is van een actieve informatieplicht.
Het antwoord daarop is nee. Dus wat dat betreft is die constatering in de motie onjuist. Overigens draagt het college op om hier alsnog aan te voldoen, dat is de laatste zin van de motie en wat mij betreft is dat waar het hier om gaat. Dan moet er dus alsnog die evaluatie worden opgesteld. Ik heb mij laten infornneren dat dat twee a drie maanden kost. Ja, daar heb ik het even nnee te doen. Als ik het sneller kan doen dan zal ik dat zeker doen, maar dat betekent dus ook automatisch, nogmaals, omdat dat dezelfde mensen betreft in organisatie die dat doen, die ook de aanbesteding voorbereid, dat dat ook vertraging oploopt. Dat is een consequentie die eraan zit en die heb ik te accepteren als u mij vraagt om alsnog dat evaluatierapport op te leveren. Ik kan het gewoon niet mooier maken. Ik zou ook geen knip voor de neus waard zijn als ik die consequentie niet zou schetsen.
52
De voorzitter: Ik constateer dat er geen vragen meer zijn. De heer Merx: Nou ja, nog een, voorzitter. De voorzitter: Nog een vraag van de heer Merx, gaat uw gang. De heer Merx: Ja, nnaar waar ik een beetje moeite mee heb is nu dat we nou een motie moeten gaan indienen. Moeten we nou echt die motie, nnoet die ingediend worden, moet die in stemming gebracht worden of zegt u van nou ja, het is mu j duidelijk wat het gevoel van de raad is, ik stuur het op en u heeft maar gewoon drie maanden geduld te hebben met totdat het komt. Nou, niemand die dat tegenspreekt, u zegt dat geduld hebben we niet. De heer Kolff: Nou, ik vind het erg vervelend dat de raad het idee krijgt dat er informatie wordt achtergehouden en dat daar ook de indruk kennelijk is ontstaan of wordt gewerkt dat dat zo is. Ik vind dat erg vervelend. Ik zou het graag willen wegnemen en als daarvoor nodig is om deze motie uit te voeren, of die nou wel of niet in stemming wordt gebracht, dan doe ik dat. De heer Merx: Nou, voorzitter, dat wil ik graag corrigeren. Althans, ik spreek even voor mezelf. Wat mu j betreft, wat de VVD betreft, kan het handhavingsplan door. Als u zegt nou, als u dit wel dan kost dat het drie nnaanden vertraging, prima. Ik vertrouw het college, ik vertrouw u dat de conclusies die in die RIB staan dat die gedragen worden door het rapport wat we straks krijgen.
Ik heb daar geen enkel, geen seconde twijfel over. Dus het gaat niet om vertrouwen. Dat heeft u en dat hebt u en dat houdt u. Het gaat om de vraag van de raad, althans van een behoorlijk deel van de raad, wij willen graag die informatie hebben. Dat is het enige waar het om gaat. Punt. En dat is de vraag. U hoeft het niet te koppelen aan vertrouwen, want er is helemaal geen sprake, want dan had er namelijk een heel andere motie gelegen. De voorzitter: Reactie van de portefeuillehouder. De heer Kolff: Voorzitter, ik heb er net over gezegd wat ik heb gezegd. De informatie die de raad nodig heeft in onze optiek die ligt er. Nogmaals, ik hoor nu ook een groot deel van de raad zeggen wij willen toch graag die informatie hebben. Ja, dan gaat u die informatie ook krijgen. Zo is het. De voorzitter: Nu mevrouw De heer KoIff: Dat betekent wel en dat vind ik belangrijk om te schetsen, want dat is ook actieve informatieplicht, dat die aanbesteding daardoor iets vertraging oploopt. Dat is dan zo. De voorzitter: Dat is duidelijk. Mevrouw Kruger. Mevrouw Kruger: Ja, voorzitter, dank u wel. Nou, ik had het zelfde als de heer Merx. Het gaat hier zeker niet om vertrouwen, het gaat gewoon om iets te kunnen checken en te bekijken of dingen die erin staan, dat we die zelf ook goed interpreteren. Maar
53
daarnaast wil ik even nog aan u vragen, u zegt net dat de interviews die gegeven zijn moeten gecheckt worden of die wel kloppen, of bedoelt u dat de mensen gevraagd moeten worden dat ze toestemming geven om de gegevens die in de interviews staan weer te kunnen geven aan ons? Want nogmaals, de heer Van Verk heeft gelijk, er wordt niet gevraagd om een evaluatierapport. De heer Van der Kruijff heeft het at mooi geschetst van gooi die hele stapel naar ons toe, lak zwart wat er lakgezwart Lak zwart wat er lak gezwart moet Wat er zwartgelakt moet worden en dan is het goed.
De voorzitter: Portefeuillehouder. De heer Kolff: Kijk, de verwarring is ontstaan door het woord evaluatie wat gebruikt is door de politie. Ik zeg maar zoals het is en ik ben natuurlijk verantwoordelijk voor wat de politie zegt, maar ik ben er niet voor verantwoordelijk wat ze zeggen als het niet via mij aan ze wordt gevraagd. Dus er is rechtstreeks contact geweest en dat mag, tussen een raadslid en de politie, daar is het woord evaluatiegevallen en daar is de conclusie uit getrokken o, dan is er een evaluatie ‘...' Ik wil graag antwoord geven op de vraag, voorzitter. De voorzitter: Ik Van der Kruijff.
Als u in een zin het antwoord geeft, dan ga ik daarna naar de heer
De heer Kolff: Het antwoord van mevrouw Kruger is wat mij betreft dat we zo efficient mogelijk u de stukken zullen sturen waar nu om gevraagd wordt en dat betekent als dat niet een volledig evaluatierapport met een kop en een staart en alles erop en eraan moet zijn, maar de interviews zoals die er liggen en dan geanonimiseerd voor zover nodig, omdat dat anders beschadigend zou kunnen zijn of anderszins privacy zou kunnen schenden, dan doen we dat. Maar het is nog steeds bij elkaar een hele klus. Dat is wat De voorzitter: De heer Van der Kruijff, interruptie. De heer Van der Kruijff: Ja, voorzitter, er wordt gezegd het woord evaluatie komt bij de politie vandaan. Ik wil vaststellen dat in de raadsinformatiebrief staat de belangrijkste bevindingen van de evaluatie, dubbele punt, en dan volgen er vijf. Dat suggereert de raadsinformatiebrief zelf, dat er een evaluatie is. De antwoorden op de artikel-39vragen, als ik het goed heb van de SP, wordt ook over een rapport gesproken. Wat ook uitgewisseld is met de politie, waar de politie ook op gereageerd heeft, daarom zou de heer 't Lam ook contact over opgenomen hebben.
Dat suggereert gewoon dat er een rapport is, dus ik krijg een beetje een nare smaak in mijn mond van is er nou wel of geen rapport? U zegt er is geen rapport, terwijI je overal uit kan afleiden of u moet gewoon zeggen wij hebben het heel fout, of ongelukkig zult u dan waarschijnlijk zeggen, opgeschreven in de raadsinformatiebrief, door te suggereren dat er een evaluatierapport is en dan begrijp ik dat je die wil hebben. Dus volgens mij hoeft u niks nieuws te maken. Ik zou zeggen, wissel het document uit wat u ook met de politie heeft kunnen uitwisselen en nogmaals, ik heb daar zelf geen behoefte aan. Van mij mag u doorgaan met de aanbesteding. Ik vind het jammer als er vertraging oploopt, maar ik vind het wel een principieel recht voor een ander raadslid dat hij dat rapport, wat blijkbaar wel met
54
de politie gedeeld kan worden, ook met een raadslid, desnoods onder geheimhouding, desnoods zwartgelakt op een aantal punten, gewoon gedeeld kan worden. U hoeft niets nieuws te gaan schrijven en ga gewoon door met die aanbesteding en een laatste punt, voorzitter, ik ben het met u wel eens dat hier niet de actieve informatieplicht is geschonden, want we hadden gewoon op de raadsinformatiebrief kunnen vertrouwen. Aileen als iemand erom vraagt moet je ze het wet kunnen geven.
De voorzitter: Portefeuillehouder. De heer Kolff: Nou, ik kan dat, voorzitter, goeddeels met de heer Van der Kruijff eens zijn. De heer Van der Kruijff: Voorzitter. De heer Kolff: En voor alle duidelijkheid: er is in mijn optiek geen rapport en er is kennelijk verwarring ontstaan over taalgebruik, zowel in de RIB als tussen de politie en een raadslid. Dat is vervelend, dat betreur ik, nnaar laten we dan ook zorgen dat alle onduidelijkheden worden weggenomen. De voorzitter: Nu hoorde ik de heer Van der Kruijff. Of niet meer? De heer Van der Kruijff: Nee, ik dacht, omdat de voorzitter, ik ben het grotendeels eens met de heer Van der Kruijff of ik het ben het eens. Ik weet niet eens meer wat u letterlijk zei. Bent u het dan ook eens dat u gewoon het document wat u met de politie heeft kunnen delen, ook desnoods onder geheimhouding of zwartgelakt of ter inzage, bij u in uw eigen kamer raadsleden kunt laten lezen? We hoeven toch niet zo moeilijk te gaan doen, iemand drie nnaanden aan het werk te zetten? Volgens mij zit daar niemand op te wachten. De heer KoIff: Nee, maar ik heb dat al een aantal keer ook vanavond gezegd, volgens mij. Ook in beantwoording op de vragen van de heer Merx, dat ik aanvoel dat een groot deel van de raad daar behoefte aan heeft en dat we dat dus ook gewoon doen.
En dat wij dat zo efficient mogelijk doen en ik zal met de ambtenaren bekijken hoe dat dan precies is. De voorzitter: Volgens mij voldoende op dit punt. Ik geef het voorzitterschap weer over. De voorzitter (de heer KoIff): Dank, voorzitter. Dan kijk ik of er behoefte is aan een tweede termijn van de raad. Dat is niet het geval. Dan gaan we de motie in stemming brengen. Zijn er nog stennverklaringen? De heer Van Verk: Voorzitter, volgens mij moeten we heel even schorsen. De voorzitter: Ik schors de vergadering voor een minuut. De vergadering is heropend. Ik kijk even naar de heer Wisker. Gaat uw gang.
55
De heer Wisker: Ja, voorzitter, dank u wel. Voorzitter, we zijn als groot deel van de raad innig van overtuigd dat u uw woord gestand zal doen en om die reden trekken wij de motie in. De voorzitter: Dank. Ik zal als voorzitter van het college erop toezien dat de portefeuillehouder zijn woord gestand doet, mijnheer Wisker.
17.Vaststellen Verordeningen op de heffing en invordering van onroerendezaakbelastingen, afvalstoffenheffing, rioolheffing en hondenbelasting 2022 - Raadsvoorstel De voorzitter: Dan gaan we door naar agendapunt 17, het vaststellen van de verordeningen op de heffing en invordering van de onroerendzaakbelasting, afvalstoffenheffing, rioolheffing en hondenbelasting 2022. Commissie Bestuur en Middelen heeft besloten de betreffende verordening als hamerstuk door te geleiden naar de raad. SP en VSP hebben toch aangegeven een amendement te hebben, waarbij het stuk alsnog een bespreekstuk is geworden en we beperken ons tot het amendement. Ik geef het woord weer aan, denk ik, aan de heer Wisker? Of nnevrouw Stolk? De heer Wisker: Ja, voorzitter, dank u wel. De voorzitter: De heer Wisker. De heer Wisker: Voorzitter, gelet op de tijd en de zwaarte van deze motie zal ik er niet at te veel woorden aan vuil maken. Het is niet anders dan het wegpoetsen van een omissie die de zaak wat in de boeken wat helderder brengt en wat beter en meer is dat eigenlijk niet. Dus daar zou ik het bij willen laten. De voorzitter: Dank. Annendement is het, amendement A5, ingediend door de VSP en die heet Vergeten areaaluitbreiding niet-woningen. Ik kijk even rond in de raad, wil elke fractie hierover spreken? Beter voor Dordt in ieder geval niet. VVD? De heer Merx: Ja, voorzitter, heel kort.
Volgens mu j hebben we het hier in de comnnissies ook over gehad en daar waren we toen niet overtuigd. Waarschijnlijk nog steeds niet, dus we gaan even kijken wat de wethouder hier nog van vindt. De voorzitter: Dank. CDA-fractie, de heer Van der Kruijff. De heer Van der Kruijff: Ja, voorzitter, heel kort. De indieners van deze motie doen een aanname, een schatting van wat er over drie jaar aan areaaluitbreiding geweest zou kunnen zijn en vanuit het college wordt steeds maar aangegeven dat het heel lastig is om dat te verifieren. Even los of ik het nou een heel grote impact vindt hebben om dat allemaal te gaan amenderen, maar ik blijf me er wel over verbazen dat een college niet in staat is om voor kalenderjaren aan te geven wat de areaaluitbreiding is geweest voor bedrijventerreinen. Dat gaat er bij mij echt niet in, dus daar ben ik echt nog wel eens benieuwd naar of de wethouder nog eens een keer wil uitleggen waarom dat nou echt niet kan.
56
De voorzitter: Hartelijk dank. D66 fractie, de heer Polat. De heer Polat: Wij wachten eerst even de reactie af van het college. Dan komen we terug. De voorzitter: Dank u wel. GroenLinks. De heer De Lijster: Dank u wel, voorzitter. Ja, GroenLinks sluit zich aan bij de woordvoering van het CDA. Dank u wel. De voorzitter: Hartelijk dank. ChristenUnie/SGP, de heer De Looze. De heer De Looze: Ja, wij sluiten ons ook aan bij het CDA. De voorzitter: PVV, de heer Van Leeuwen. De heer Van Leeuwen: Ja, dank u wel. De PVV wacht de reactie van de wethouder af. De voorzitter: Dan de VSP-fractie en die heeft het annendement ingediend. Wilt u nog lets in uw termijn toevoegen? De heer Wisker: Ik heb geen toevoegingen, dank u wel. De voorzitter: De heer Van Verk, Partij van de Arbeid. De heer Van Verk: Voorzitter, wij sluiten ons ook aan bij de wijze woorden van de heer Van der Kruijff. De voorzitter: Dank. Fractie van Gewoon Dordt. Mevrouw Koene? Niet. Dan mevrouw Nijhof Of de heer Gilindogdu, namens Fractie Nijhof. De heer Gundogdu: Ja, voorzitter. Uiteraard kunnen wij ook hetgeen wat mijnheer Van der Kruijff heeft gedeeld ondersteunen en we zijn benieuwd ook met name op de reactie van het college over dit onderwerp. De voorzitter: Dan was dat een heel snelle eerste termijn van de raad gaan we ook heel snel door naar de wethouder. Wethouder Burggraaf, gaat uw gang.
De heer Burggraaf: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, het principe onn de areaaluitbreiding goed in kaart te brengen en zo te doen dat er nieuwe woningen, of nieuwe bedrijven zorgen voor extra inkomsten voor de gemeente, zonder dat het voor de individuele bewoners of bedrijven tot een lastenverhoging leidt. Dat is het uitgangspunt dat deze periode veel scherper hebben ingezet, want we hebben ook aan het begin van deze periode daarin ook de areaaluitbreiding voor de woningen expliciet in de begrotingscyclus meegenonnen en dat is ook hetgeen waar ik vanaf het allereerste begin, dat ik begon in deze bestuursperiode, ook heb gestuurd en de verwondering die de heer Van der Kruijff heeft met betrekking tot hoe kan het dat je dat bij de niet woningen kan monitoren? Ja, die heb ik ook twee, drie jaar achter elkaar gehad en ik
57
ben heel blij dat we bij deze kadernota de afgelopen begroting hebben kunnen vaststellen, dat we innniddels dat wel scherp in beeld kunnen hebben en vanaf dit jaar en de volgende jaren dat ook netjes volgens diezelfde systematiek als de woningen kunnen doen. Ja, en dan moet ik het doen met de reflectie erop waaronn dat moeilijk is. Dat is bij woningen kan je een sirnpele WOZ-waarde vaststellen. Bij niet-woningen, bij bedrijven is de waarderingssystematiek er eentje die een stuk complexer is. Dat is een van de argumenten die mij elke keer is meegegeven, ook na veel doorvragen. Dus daar ga ik dan vanuit en nogmaals, zou ik vooral dan met het glas halfvol willen eindigen en zeggen, we weten nu hoe we het nnoeten nnonitoren. Dus vanaf nu kunnen we het ook elk jaar netjes meenemen in de begroting. Het verbaast me dan wel bij dit amendement, daarom wil ik deze echt zeer stellig ontraden, dat ik gister nog de VSP hoorde over het felt dat ze vonden dat de lasten elke keer maar weer omhooggingen en dat ze nu zelf met een amendement komen waarvan ze zeggen ja, het is maar een beetje technisch dingetje, lets even goed wegpoetsen. Het komt er gewoon op neer dat u nu een lastenverhoging voorstelt voor de bedrijven. Dus die kan ik niet goed rijmen en dat is precies ook de reden waarom wij dit amendement willen ontraden.
De voorzitter: Bij interruptie, de heer Wisker. De heer Wisker: U bent een beetje flauw, mijnheer Burggraaf. We hebben gisteren inderdaad een andere bocht genomen dan nu. Kijk, in dit geval gaat het dus om de juistheid en daar ging het gisteren niet om. Dus wat dat betreft denk ik dat uw opnnerking een beetje misplaatst is. Overigens, als u toezegt dat u de verslaglegging in het vervolg op een betere manier gaat doen, dan hoeven wij het amendement inderdaad niet in te dienen. De voorzitter: De wethouder. De heer Burggraaf: Waarvan akte, voorzitter. De voorzitter: Dank. Dat was het? Wat u betreft. Was dat het einde van uw termijn? De heer Burggraaf: Ja, volgens mij heb ik alle vragen beantwoord. De voorzitter: Dat is mooi. De heer Wisker, graag met geluid. De heer Wisker: Ik zei dat ik u niet goed heb verstaan, maar ik neem aan dat ik u heb horen zeggen we gaan het in het vervolg op de juiste wijze doen. De heer Burggraaf: Ja, voorzitter, dat is wat ik ook al zei. Dat is het glas half vol. Dat zei ik al in mijn betoog, dus vanaf nu en dat hebben we ook vanaf deze begroting gedaan, kunnen we die areaaluitbreiding goed volgen, maar we zijn het niet eens met hetgeen wat u in het amendement daarnaast nog oproept en dat is om het tarief op dit moment te gaan verhogen.
Dus dat aspect ontraad ik, maar het felt dat we die systematiek vanaf deze begroting nu toepassen en vanaf de volgende kadernota en begroting, et cetera, dat kan ik volmondig bevestigen.
58
De heer Wisker: Prima, dan heb ik voldoende gehoord. De voorzitter: Goed. Dan hebben we daarmee de termijn van het college gehad. Ik kijk even of er nog behoefte is aan een tweede term ijn. Dat is ... Mevrouw
Voorzitter.
De voorzitter: Mijnheer Wisker. Mevrouw ...: 0. De heer Wisker: Ja, die zegt bij deze toe dat hij de nnotie intrekt. De voorzitter: Amendennent is het. De heer Wisker: Het amendement, ja. De voorzitter: Het amendement. Dank. Dan hoeft u ook niet meer, mijnheer Schalken? Nee. Maar dan moeten we nog wet stemmen over het kennis nennen van ... Nee, niet We moeten stemmen over het vaststellen van de verordening op de heffing en de invordering van de onroerendzaakbelasting. Ja. Oke, dat kan ook. Mensen, is er iemand die tegen dit stuk is? Is er iemand die behoefte heeft om straks tegen te stemmen? Want dan laten we de stemming zitten. Dat is niet het geval. Nou, dan is daarnnee agendapunt 17 ook afgewikkeld. Dan hebben we nog hamerstukken. Die loop ik zoals te doen gebruikelijk stuk voor stuk langs, waarbij de agendapunt 25 gisteravond al hebben afgewikkeld.
Hamerstukken 18.Vaststellen aanpassing Reclamebelasting 2022 (corona-steunmaatregel lokale heffingen) - Raadsvoorstel De voorzitter: Agendapunt 18, vaststellen aanpassing Reclamebelasting 2022. Zijn daar stemverklaringen? Is akkoord.
19.Vaststellen Heffingsverordening en Tarieventabel Essenhof 2022 Raadsvoorstel De voorzitter: 19, vaststellen Heffingsverordening Tarieventabel Essenhof 2022. Zijn daar stemverklaringen? Is akkoord.
20.Vaststellen Verordening op de heffing en invordering van leges 2022 Raadsvoorstel De voorzitter: 20, vaststellen verordening op heffing en invordering van de leges 2022. Zijn daar stemverklaringen? Is akkoord.
59
21.Vaststellen Verordening een op de heffing en invordering van precariobelasting, marktgeld en reinigingsrecht 2022 - Raadsvoorstel De voorzitter: Vaststellen verordening op de heffing en invordering van precariobelasting, marktgeld, reinigingsrecht 2022. Stemverklaringen? Dat is niet het geval. 22.Beschikbaar stellen voorbereidingskrediet Bouwhuys-locatie Wielwijk Raadsvoorstel De voorzitter: Dan 22, beschikbaar stellen voorbereidingskrediet Bouwhuys, locatie Wielwijk. Geen stennverklaringen. Is akkoord.
23.Uitvoeren Motie Dordrecht, een stad waar je ertoe doet (d.d. 23 juni 2020) Raadsvoorstel De voorzitter: 23, uitvoeren Motie Dordrecht, een stad waar je ertoe doet, van 23 juni 2020. Ja, gaat uw gang. Mevrouw Van Benschop: Dank u wel. Nee, we zijn helemaal voor het voorstel, hartstikke blij dat dit onderzoek er gaat komen. We hopen alleen dat het wel deze periode nog afgerond wordt, zodat we dat dan weer mee kunnen nennen richting de volgende periode. De voorzitter: Dank u wel, waarvan akte en dat is ook onderdeel van hetgeen hierover gezegd is en daarmee is agendapunt 23 akkoord.
24.Evaluatie en nieuwe aanvraag toepassing Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek (Wbmgp) - Raadsvoorstel De voorzitter: 24, evaluatie en nieuwe aanvraag toepassing Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek. Zijn daar stennverklaringen? Dat is niet het geval, is akkoord. 26.Benoemen lid Raad van Toezicht Johan de Witt -gymnasium - Raadsvoorstel De voorzitter: Dan tot slot, 26, benoemen lid Raad van Toezicht Johan de Wittgymnasium. Geen stemverklaringen, is akkoord. 27.Sluiting De voorzitter: En daarnnee zijn we aan het einde van deze raadsvergadering gekomen. Ik dank u allen hartelijk, wens u wel thuis en tot volgende maand.
60
Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 21 december 2021. De vQ6rzitter,