Notulen Commissie Fysieke Leefomgeving 30 november 2021 - getekend.pdf
Tekst van het document
42
z'n alien maken, ook beseffend dat we er niet helennaal zelf overgaan, want er zijn natuurlijk allerlei landelijke afspraken waar de politie in ons gebied zich aan te houden. Ten aanzien van ondermijning en ten aanzien van allerlei andere kwesties, maar verkeer is een belangrijk integraal onderdeel van het pakket wat de politie in het veiligheidsplan heeft zitten en het gesprek dat moet daar ook gevoerd worden, denk ik.
De voorzitter: U heeft een paar interrupties van mijnheer Oostenrijk en meneer Kuhlmann. Mijnheer Oostenrijk, u nnag eerst. De heer Oostenrijk: Ja, voorzitter, het aspect van de handhaving en het opvallende is dat de wethouder eigenlijk de bal neerlegt bij de Raad. Ik zou het andersom willen draaien in de veronderstelling, want je veronderstelt dan eigenlijk wat het college en specifiek de voorzitter van het college, dus niet voor elkaar krijgt dat dan de raad het maar moeten regelen. Nee, ik draai het om, wat mu j betreft hoeft de Raad helemaal niet aan zet te zijn, maar moet het college met zijn voile gewicht en de nneeste hebben redelijk gewicht, daar tegenaan gaan. Dus ik vind het een zwaktebod, dus als wij de klus moeten klaren die het college laat liggen. De heer Van der Linden: Daar wil ik best op reageren. De voorzitter: Zo. Ja, graag. De heer Van der Linden: Ik heb bijna elke maand wel een inwoner die mu j mailt of schrijft of belt of die ik sowieso spreek, die zegt ik wil dat er gewoon veel meer gehandhaafd wordt, stuur een bus agenten en eventjes in zijn meest elementaire vorm: zo werkt het natuurlijk niet.
We hebben een capaciteit, een politiecapaciteit per jaar voor ons gebied en ook voor de stad en natuurlijk helpt het altijd als we boos of verdrietig worden en zeggen we hebben veel meer nodig, maar er is gewoon landelijk hier op een gegeven moment is het op natuurlijk. Er zijn nog meer steden met vergelijkbare problematiek, dus binnen de context van wat wij aangereikt krijgen, waar heus een en ander in te schuiven valt en daar doet het college volgens mu j alle inspanningen voor, gaat u erover en dat zou u fijn moeten vinden, denk ik, want dat is het primaat van de raad, om ook een beetje te kunnen zeggen van nou, dat nnag wel wat minder, want dit is heel belangrijk. Wat het ook is, he. Want er zijn heel veel elementen belangrijk en die rol moet u toch zelf echt wel willen invullen, denk ik, binnen de marges die daarvoor gelden en dat we meer politie willen, dat is helaas een landelijk aandachtspunt en ik ken een aantal partijen die al heel lang in de regering zitten en het kennelijk ook niet voor elkaar boksen om te zeggen stop nog een paar miljard in, om wat voor reden dan ook. Ja, dat lijkt me echt lets voor landelijk beleid.
Dus ik wil mijn eigen rol niet groter nnaken dan nodig is en die van u ook niet, nnijnheer Oostenrijk en de rest van uw collega's, maar bij de bespreking van het veiligheidsplan kunt u echt uw eigen beeld geven over wat voor gaat en wat wellicht dan lets minder voor gaat. Tot zover. De voorzitter: Oke. Mijnheer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: Dank u wel, voorzitter
43
De voorzitter: En dan zijn er nog twee daarna. Ja, nnijnheer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: Voor wat betreft die lawaaiflitser, want daar heb ik de wethouder nog even niet over gehoord. De heer Van der Linden: Daar kom ik zo op. De voorzitter: Nee, maar we moeten de wethouder wel de tijd geven natuurlijk, mijnheer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: Nou, wat ik hem horen zeggen, laat ik dat dan alvast even aangeven, van ja, goed, we moeten, het is de politie en het speelt zich op andere vlakken af, maar ik denk dat we ... Laat ik het anders zeggen. Ik zie dat andere gemeenten, ik heb ze genoemd, Rotterdam, Amsterdam, zelfs Maassluis, die nennen hier actie op, dus ik denk dat we ook als gemeente Dordrecht hier initiatief kunnen nemen. Dan begrijp ik, de wethouder kan natuurlijk alleen maar acteren als er ook steun is vanuit de raad. Nou, mijn indruk vandaag is, is dat daar steun voor is. Dus ik hoop dat die, ik hoor graag van hem, dat hij daarmee aan de slag gaat. De voorzitter: Mijnheer Kuhlmann, ik vind dat u voor uw beurt spreekt in dit geval, want de wethouder was nog niet klaar met zijn verhaal en dan gaat u dus at vertellen dat u lets mist. U had best lets meer geduld nnogen hebben, vind ik hoor, persoonlijk. Maar goed. Nog even geduld dus, want het komt zo, maar er zijn nog een paar andere interrupties. Mijnheer Tabak heeft nog een interruptie.
De heer Tabak: Nou, laat ik ook even de wethouder misschien uitspreken over verkeer en dan mijn vraag nog even stellen, voordat ik ook voorbarig ben. De voorzitter: Goed zo. Kijk, zo mag ik het horen. Mijnheer Van der Meer. De heer Van der Meer: Ja, kort. Ik begrijp heel goed dat de handhavingscapaciteit beperkt is, maar er bestaat nu dus het beeld, zie de inspraak, van dit soort gedragingen worden nooit bestraft. Het zou denk ik heel goed kunnen helpen als dat zo nu en dan wel gebeurt en daar ook wat publiciteit aan wordt gegeven, om het zo maar te zeggen. Zou dat niet een ingang zijn onn in elk geval lets te doen? De voorzitter: De wethouder. Heeft u er een reactie op? De heer Van der Linden: Jazeker, dit is ook besproken ook met de politie, die ook aangeeft we hebben heus een heel blok aan handhavingsuren en die willen we ook inzetten, want Verkeershandhaving maakt deel uit van het basisdienstverleningspakket wat de politie gewoon wil leveren en kan leveren, maar de politie heeft wel gezegd dat ze daar ook inderdaad vaker over kunnen connnnuniceren.
Het is niet zo dat het een kwestie is van u vraagt wij draaien, volgens mij, maar er zijn een aantal plekken waar sowieso van bekend is daar moet je af en toe even langs komen en daarnaast zijn er ook heus aandachtsgebieden waar je wat minder frequent zou kunnen zijn, maar waar je wel af en toe je gezicht moet laten zien, onn te laten blijken de politie heeft echt in de
44
gaten waar te hard gereden wordt. Noordendijk is zo'n gebied en ook daar is wel gehandhaafd en ik herken best het beeld dat er heel veel plekken zijn waar het meer zou mogen, maar goed, dat is dus een ingewikkelde afweging als je kijkt naar het totaal aan capaciteit van de politie in ons gebied, want er zijn veel meer dingen te doen. Dan ga ik naar de lawaaiflitsers toe ... De heer Nederhof: Ik had nog een vraag. De voorzitter: Nou, nee, nee, nee. Ik heb nog twee interrupties voor u. De heer Van der Linden: Oke, nou, dan De voorzitter: Misschien wet drie zelfs. De heer Van der Linden: Als ik er ook De voorzitter: Ja, laten we die maar gelijk doen, dan hebben we het maar gehad. Mevrouw Van den Bergh. Mevrouw Van den Bergh: Ja, voorzitter, ik wou even reageren. Ik had ook een vraag aan de wethouder over wat hij zei dat we moesten benadrukken bij de behandeling van het integraal veiligheidsplan dat prioriteit gegeven moet worden aan de handhaving door politie, op verkeers... Te snel rijden. Ik wit even zeggen dat ik, ik zit ook in Bestuur en Middelen, dat daar herhaaldelijk over gesproken is en zelfs nog ondanks met politie en de politie zegt ja, we doen wat we kunnen.
Nou, weer hetzelfde verhaal, te weinig, blablablabla, maar dat ze wet degelijk steekproeven houden, maar ik denk als je echt structureel en zeg maar effectief aan wit pakken, dat je de steun moet zoeken in de techniek en dat je wet degelijk naar die lawaaiflitspalen moet gaan, omdat je dan altijd kunt controleren. Dan heb je het niet op allemaal plekken, maar in combi met de politie, want de politie wit graag dat ook de wegen ondersteund worden qua inrichting of qua palen of andere techniek, want van de politie alleen, ja, het is niet leuk onn te zeggen, maar dan gebeurt het maar mondjesmaat. Laat ik het zo zeggen en mijn vraag is of de wethouder wit reageren toch om meer steun in de techniek te zoeken, bijvoorbeeld bij die flitspalen, lawaaipalen, laat ik De heer
Ja, lawaai.
De heer Van der Linden: Ik zag nog een handje. De voorzitter: Ja, nnijnheer Gundogdu, u stelt, u heeft het over een vraag straks over de rapportage N3. Dat is niet nu, begrijp ik? De heer Gundogdu: Nee, voorzitter, dat is straks. De voorzitter: Oke en dan mijn heer Nederhof, had u een vraag nu? De heer Nederhof: Ja, korte vraag aan de wethouder, ook betreffende de Noordendijk, want we hadden het dus over asfalt. Nou, het geluidwerende asfalt op de N3 is
45
natuurlijk bij honderd kilometer per uur een heel groot effect, maar bij vijftig kilometer per uur is het vele nnalen minder. Het is zonde van de investering en de sinusdrempels, uit ervaring weet ik dat, in het gebied Groenedijk-Hallincqlaan-Singel, die zijn heel goed ontvangen door de bewoners en dan over de aanrijtijden die ook, maar van de hulpdiensten, maar vanuit de Oranjepark straks, dat is een kleine kazerne, maar waarschijnlijk ook een ambulance, dus dan worden die aanrijtijden toch wel weer aantrekkelijker om toch weer wat verkeersluwe maatregelen te treffen in dat gebied Noordendijk. Dat nog even ... De voorzitter: En uw vraag is? De heer Nederhof: Nee, dit is eigenlijk dat hij dat nneeneemt alstublieft in overdenkingen met de bewoners van Noordendijk. De voorzitter: Dat is geen vraag. De heer Nederhof: Nou, een beetje opdracht mag ook, he. De voorzitter: Nee, goed. Uw vraag is of de wethouder dit mee wil nemen. De heer Nederhof: Natuurlijk. De heer Van der Linden: Nou, dat neem ik uiteraard mee, want ook ik, dat weet u, ik bedoel Ik zou het mooi vinden als we zoveel als mogelijk en dat kan niet overal, soms omdat het volume te groot is, vaak omdat hulpdiensten de route gewoon nodig hebben, maar als we zoveel als mogelijk die zestig kilometer gaan invoeren, want dat zou echt helpen.
Voor de verkeersveiligheid, voor het geluid en ook voor het goed leefbaar behouden van je stad. Maar daar gaan we binnenkort verder over praten, want er ligt nog een RIB voor en volgens mij nog andere stukken ook. Dan nog even over de inbreng van onder andere een aantal mensen over die techniek. Ja, ik geloof heel erg in die techniek en het klopt, de politie heeft nu een mobiele snelheidsmeter, nnisschien twee, maar in ieder geval niet veel. Ik heb pas gezien dat die is ingezet in Dordt en dat was een mooi gezicht, want er werd inderdaad heel veel brommer- en ook autoverkeer van de straat gehaald en op de rollerbank gezet en even kijken hoe het ernnee voorstond. Ja, ik zou het mooi vinden als daar veel meer capaciteit op was, maar ook een goede capaciteitsdiscussie Nou, u geeft aan die is gevoerd in Bestuur en Middelen, maar dan kunt u ook de integrale afweging natuurlijk zien waar nog meer werk opgedaan wordt. Helder en dan nu toch de lawaaiflitsers. Ik ben blij met de steun voor de lawaaiflitser, want u weet, ik heb mij er eerder over uitgesproken. Zodra die er is zou ik hem heel graag willen aanschaffen en gebruiken. Dus ik heb de indruk dat er een meerderheid voor te vinden is en dat is mooi, want ik denk ook dat er kosten mee gemoeid zijn.
Nou, dat kunnen we dan gaan bekijken, maar wat mij betreft als die er is en als die operationeel gemaakt kan worden en als je ermee kan handhaven, dan gaan we hem snel proberen in te voeren, want dat is wel wat er nodig is. De heer Kuhlmann noemt een aantal steden waar die is toegepast en toepassen wil niet zeggen dat je erop kunt handhaven. Dus nu vooral technisch kijken hoe werkt het, want lawaai of geluid is een ingewikkeld lets. Dat kan het verschillende bronnen konnen, je moet heel goed kunnen
46
aanwijzen waar zit het, komt het van die vrachtwagen of komt het van die brommer of is het misschien een combinatie van een paar dingen? En die techniek is nu voor 95 procent succesvol. Dat is nog net iets te weinig misschien. Maar goed, de ontwikkelingen gaan supersnel en Rotterdam is ernnee bezig, Amsterdam is ernnee bezig, nog een aantal steden. Ook wij willen hiermee bezig. Wij zeggen wel laten we goed kijken naar de ontwikkelingen in die steden en zodra het technisch mogelijk is, is er nog wat nog nodig, nannelijk aanpassing in de wetgeving. Anders kun je er niet mee handhaven. Ja, wetgeving gaan wij niet zelf over, dus dan zijn we echt even afhankelijk van landelijke ontwikkelingen, maar zodra dat kan zou ik hem heel graag ook willen invoeren, want ik denk dat dat heel veel helpt. Want ik herken elke anekdote die nu is weergegeven over nnensen die met een kennelijk zeker plezier een paar rondjes extra draaien door een wijk, met een wat lawaalige auto of een bronnmer en ook sonns behoorlijk lawaaiige quads. Dat herken ik en inderdaad, een lik op stuk, heterdaadje, dat komt natuurlijk niet zo vaak voor, dus het zou heel nnooi zijn als we deze techniek kunnen toepassen. Nognnaals, de techniek is heel ver, maar nog niet helemaal klaar. De onderzoeken worden nu bekeken en er is echt nog wat landelijke regelgeving nodig om dit te kunnen doen in de handhavende sfeer.
De voorzitter: OK, dan heb ik voor u interrupties van mijnheer Kuhlmann en mijnheer Oostenrijk. Mijnheer Kuhlmann, u nnag eerst. De heer Kuhlmann: Dank u wel, voorzitter. Nou, laat ik maar beginnen om te zeggen dat ik blij ben dat de wethouder zegt dat hij ook een voorstander is van lawaaiflitsers, om die ook toe te gaan passen in onze stad, maar wat ik jammer vind is dat vervolgens toch een beetje lijkt van nou, we wachten af, we blijven nog de handen zitten. Andere gemeenten zijn er al wel mee bezig. Ik geef toe inderdaad, daar worden nu nog geen boetes uitgeschreven, maar die zijn ze al wel aan het voorbereiden om te zorgen dat als het zover is dat het zo snel mogelijk kan. Sterker nog, zij dragen hun steentje bij om te zorgen dat we dat goed kunnen doen en hetzelfde geldt voor die wetgeving. Natuurlijk weet ik ook dat de wethouder niet degene is die in Nederland de wet vaststelt, maar ik roep op laten we ons hier lets actiever opstellen, niet afwachten wat er gaat gebeuren, maar ons aansluiten bij die alliantie die al actief is in andere steden, om te zorgen dat we hier zo snel mogelijk mee aan de slag kunnen gaan. Wat mu j betreft is dat wat anders dan afwachten tot er een keertje van bovenaf wat naar ons toekonnt.
De heer Van der Linden: Dat doen we al, we hebben de ambtelijke sannenwerking die loopt en wij worden goed op de hoogte gehouden en kijk, die onderzoeken leidden tot conclusies en daarna kan er denk ik richting handhaving worden gegaan. Ik heb er nu geen tijdpad bij, maar dat is wel Ja, die 95 procent is veel, maar nog niet helemaal voldoende. Nou, misschien is het goed als ik, want ik hoorde een van uw collega's ook vragen naar de achterliggende stukken. Misschien kunnen we dat rapport gewoon eens doorsturen. Daar staat heel veel in en dat geeft heel veel inzicht. De heer Kuhlmann: Nou, dat lijkt me om te beginnen goed, daar een beetje actief mee aan de slag gaan. De voorzitter: Dat is genoteerd. Het rapport.
47
De heer Van der Linden: Ik ben blij met de steun voor dit idee, want het gaat wel helpen. De heer Kuhlmann: Goed idee van de Dordtse VVD. Ja. De voorzitter: Dan hebben we nog ... De heer Van der Linden: Dat heb ik niet gehoord. Volgens mu j is dit idee op meerdere tafels ontstaan en ik ben blij met de brede steun voor de gedachte dat handhaving met lawaaiflitsers kan helpen om de Dordtse wegen veiliger te ma ken. Even kijken, dan hebben we nog een paar De voorzitter: Nee, nee, nee, nee, wij hebben nog even niks. Want ik probeer al een paar keer te vertellen dat nnijnheer Oostenrijk ook nog wat te vertellen heeft. Dat had ik overigens al trouwens gezegd. Mijnheer Oostenrijk, gaat uw gang. De heer Oostenrijk: Ja, voorzitter, het is duidelijk dat ook wij op zich tevreden zijn met de aanzet van de wethouder om te gaan kijken naar de lawaaiflitsers, maar hij verwijst evengoed naar landelijke regelgeving. Ik zou hem toch willen aanmoedigen om daar niet op te wachten. We kennen de doorloopsnelheid voordat er een paal staat, zoals ook bij andere projecten van de gemeente. Dus ik zou zeggen begin vandaag het op te tuigen en dan zien we wet of we te snel zijn, in lijn met de landelijke wetgeving, of dat we al te laat zijn.
Dus ik zou wat dat betreft gewoon aan de slag willen gaan en dan al is het maar om te ontdekken hoe het werkt en dan hoeven we nog niet te verbaliseren, maar dan weten we in ieder geval hoe het werkt. De heer Van der Linden: We weten hoe het werkt, dus de technici weten hoe het werkt, alleen we kunnen er nog niet mee verbaliseren. Dus ik zou daarop willen wachten, anders dan ga je weinig kunnen doen met zo'n techniek. De heer Oostenrijk: Voorzitter. De heer Van der Linden: Ik ga nu ... De voorzitter: Nou, nog een keer, nnijnheer Oostenrijk. De heer Oostenrijk: Ja, een keer. De voorzitter: Een keer. En kort, alstublieft. De heer Oostenrijk: Daar konnt bij de gemeente Dordrecht weet niet hoe het werkt, want we hebben er nergens een staan. De heer Van der Linden: Nee, maar het leuke van techniek is dat je heel goed kan uitleggen hoe het in elkaar zit en daar ook over kan connmuniceren met elkaar en dat gebeurt.
48
De heer Oostenrijk: Maar nnijn optie zou zijn zet het maar neer en laat merken dat we er serieus mee bezig zijn. De heer Van der Linden: Nou, als daar een meerderheid voor is en we kunnen het geld bij elkaar halen, dan gaan we het doen hoor, maar mijn boodschap is, we zitten er bovenop. We weten ervan, we snappen hoe de techniek werkt en dat er nog een aantal haken en ogen aan zijn en als u het hartstikke hip bevindt om ook zo'n installatie hier te testen, daar zijn natuurlijk aanzienlijke kosten mee gemoeid, maar als u daar ruimte voor weet te vinden, dan ga ik daar helemaal in mee. Maar ik denk niet dat je die kosten moet maken om extra informatie te krijgen. Mijn betoog is dat de onderzoeken die zijn gedaan heel veel inzicht geven, die zijn vastgelegd, daar valt over te connnnuniceren en zodra de techniek nog wat beter is en de regelgeving is aangepast kunnen we het invoeren en ik ben heel blij dat een deel van u concreet aangeeft dan gaan we het doen ook, van dat helpt de portefeuillehouder, of ik dat nou ben of over een paar jaar pas een ander, want dit is echt niet zonnaar handhaafbaar, maar ik hoop dat het heel snel lukt. Nou, dat zou dan denk ik erg kunnen helpen.
De voorzitter: Mevrouw Van den Bergh heeft nog een klein, kort, heel kort vraagje voor u en dan stel ik voor dat we daarna weer verder gaan met het verhaal van de wethouder, anders zit hij ook om middernacht nog hier. De heer Van der Linden: Dat ben ik gewend. De voorzitter: Ja, u wel. Mevrouw Van den Bergh. Mevrouw Van den Bergh: Wij steunen dat u serieus werk van nnoet nnaken en laat ons dat weten dat het serieus is, dat het ons allemaal serieus is en dat het lawaai van die lawaaihufters of hoe ze ook wil noennen, dat het op gaat houden en maak daar een werk van en laat in ieder geval zien dat je lets doet. Dat zou ik in ieder geval steunen nneegeven aan de wethouder. De heer Van der Linden: Dank u wel. De voorzitter: Dat was geen vraag, maar wel steun, dat is ook nooit weg. Gaat u verder. De heer Van der Linden: Ik rond even af over een aantal andere dingen die zijn gezegd en die ook in de artikel 40-reacties zijn weergegeven. Verkeerslawaai, dat is al een paar keer gezegd, is eigenlijk wel de grootste bron van ergernis als het gaat om geluidsoverlast. Ja, dan helpen een aantal dingen. Dertig kilometer helpt, zero emissiezone helpt, want ja, elektrisch rijden heeft wel bandengeluid, maar dat is vaak lets meer naarmate je harder rijdt, maar het motorgeluid dat valt natuurlijk weg. Dus het is heel fijn dat we aan de slag kunnen met zero emissie.
Autoluwheid helpt natuurlijk ook en dan constateer ik wel dat somnnige besluiten die we de afgelopen jaren hebben genomen ten aanzien van zero emissie of autoluwheid best met een beetje spannende meerderheden tot stand zijn gekomen. Dat is niet erg, want dat hoort ook zo in de politiek, maar als we die kant uit willen, om meerdere redenen, leefbare stad, betere verdeling van de mobiliteit, enzovoort, dan heeft het ook een geluidseffect en het is
49
hartstikke mooi als we dat kunnen stimuleren. Een paar losse items over geluid en handhaving. De heer Nederhof en een paar anderen hadden het ook over bijvoorbeeld overlast vanuit de Zeehaven. Nou, dan helpt het heel erg als we en dan ook onder andere de fractie ChristenUnie/SGP heeft er aandacht voor gevraagd indertijd, als er gemeld wordt en industrielawaai daarbij is ook soms heel diffuus. Schroot storten is wat anders dan een fabriek die wat lawaai maakt. Heeft ook te maken met wanneer het gebeurt, maar daar zijn toen goede afspraken over gemaakt en dat heeft ook geleid tot een beter binnen de tijdzone opereren en ook het anders hanteren van de laad- en tiltechnieken bij die schepen, dus dat is een hartstikke mooie actie. Het ging ook even over uitgaanslawaai. Ja, dat vind ik even lastig. Dat is meer echt een handhavingskwestie, waarop de boa's natuurlijk volop mee bezig zijn in de stad. Even kijken Ik denk dat we tot zover moeten gaan. Ja, dank u wel.
De voorzitter: Alstublieft. U ook bedankt. Dan gaan we even kijken of er nog mensen zijn die hier nog op willen reageren. Allereerst mijnheer Tabak. Mijnheer Tabak. De heer Tabak: Ja, dank u wel. Dank u wel, voorzitter. Ik moest even het knopje aanzetten. Het is gelukt. Even nog kart, ik heb een suggestie gedaan op bebording langs de straten waar nu veel te hard gereden wordt. Nu moet ik zeggen, ik hoor heel veel Dordtenaren zijn zich niet altijd bewust. Mijn auto rijdt ook wel eens iets te hard, daarmee veroorzaak ik Ja, dat moet ik ... Nee, maar soms helpen die borden toch wel goed en je verzorgt toch wat extra geluidsoverlast en dan staat het even los van die verkeerhufters die dat heel bewust doen, maar ik denk dat bij heel veel mensen ook toch dat we gedrag ook kunnen beInvloeden door bebording op een zeer simpele manier, die ook niet al te veel geld kost. Hoe kijkt de wethouder daartegenaan? De heer Van der Linden: Bedoelt u extra verkeersborden of extra borden die even er staan en dan weer worden weggehaald? Want dat laatste dat De heer Tabak: Nou
Ja.
De heer Van der Linden: En die andere met die ... De heer Tabak: Ja. Maar vooral De heer Van der Linden: Ja? De heer Tabak: Ja, nou ja, inderdaad vooral smileys, denk aan onze kinderen, vooral borden die het gedrag van de Dordtenaren dan ook bewust maken. De heer Van der Linden: Ja, we weten een paar dingen over borden. We proberen eigenlijk het aantal verkeersborden niet teveel te laten groeien, want daar zit verberging in en daarmee soms worden ze ook een beetje genegeerd. Natuurlijk situaties waar bebording vanuit wet- en regelgeving nodig is en moet je het goed uitvoeren, maar we hebben ook wel eens een actie gehad, onder andere naar aanleiding van opmerkingen uit de raad in de vorige periode, dat we her en der zo proberen om ietsje minder borden neer te zetten. lets anders is het als je situaties ziet van er wordt hier af en toe te hard
50
gereden en er gebeuren ook een paar keer ongevallen, dan is het heel zinvol om bijvoorbeeld met de smileyborden aan de gang te gaan. Daar hebben we er twee van volgens mij die proberen we zo her en der een paar maanden per plek neer te zetten. Dus dat doen we. Op plekken waar veel kinderen komen, bijvoorbeeld bij scholen, daar hebben we onlangs nog, ook in het kader van de top twintig-aanpak in het verkeersveiligheidsbeleid, alle schoolzones nog weer eens van nieuwe strepen voorzien. Dat zijn kleine nnaatregelen, maar daarnnee hopen we wel wat alertheid te vergroten. De heer Tabak: Maar zou daar nog een uitbreiding kunnen zijn in die borden misschien? Want nu zijn het er twee, zegt u, volgens mu j is dat niet de grootste investering. Is dat het onderzoeken waard om De heer Van der Linden: Dat is een kostbaar ding, maar dat kunnen we best overwegen. Ik zal even kijken wat de plannen daarmee zijn. De heer Tabak: Ja, dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. En dan hebben we mijnheer Struijk en dan mijnheer Gundogdu en dan mijnheer Nederhof nog. Mijnheer Struijk. De heer Struijk: Dank u wel, voorzitter. Ja, de wethouder die heeft een heel betoog gehouden, maar volgens mu j heb ik nog niks gehoord over het buitengebied en de daar is toch ook wel wat aan de hand.
Als je bij Kop van 't Land op een terrasje zit 's zomers dan moet je continu je gesprekken onderbreken omdat er groepen motorrijders voorbijgaan. Op de strandjes daar zitten jongelui met gettoblasters. Het is allemaal stiltegebied, het kan nooit de bedoeling zijn en wat denkt de wethouder daaraan te gaan doen? De heer Van der Linden: Zullen de eerst de vragen allennaal doen of wilt u straks even ... De voorzitter: Ja, nee, dat is goed. Dat is goed. Mijnheer Gundogdu, u had een vraag over de N3, meen ik. De heer Gundogdu: Ja, voorzitter, dank u wel. Een vraag aan de portefeuillehouder. Hij heeft metingen laten doen rondom geluidsoverlast, ervaren geluidsoverlast, van een tweetal wijken, de Dubbeldrecht en Oudelandshoek. Onze dank daarvoor. Nou, wat ons opvalt en ik wilde weten of de portefeuillehouder daar ook in zijn vervolg iets mee wit gaan doen, is dat deze metingen zijn van vorig jaar, in een, nou ja, wat ongelukkige periode met de pandemie en thuiswerken als advies. Nou, de waarden die we hebben gezien dat is echt de grenswaarden. Gaat hij deze meting ook, nu we klaar zijn met de N3 nog herhalen en wanneer kunnen we die dan ook verwachten? De voorzitter: Prima, en dan hebben we nog mijnheer Nederhof. De heer Nederhof: Ja, heel toevallig had ik dezelfde vraag, dus de meetresultaten moet je gaan vergelijken.
15 juli was het vorig jaar en dus ook de vraag wanneer gaan we weer meten? Dat we echt tot een afronding, een conclusie kunnen ma ken.
51
De voorzitter: Prima. Nou, eigenlijk twee vragen voor u. De heer Van der Linden: Ja, dank u wel. Buitengebied. Ja, dit is een goede vraag. Ik nnaak even onderscheid, ik krijg ook af en toe vragen en daar kijken we nu naar de duidelijkheid van de snelheid. Hoe hard mag je daar nou? Nou, dat is onze verantwoordelijkheid. Zijn de komborden goed leesbaar, staan ze Is duidelijk als je van de pont afgaat hoe hard je er mag, enzovoort. Nou, dus daar zijn we naar aan het kijken, mede op aangeven van een vraag van een onnwonende, die er aandacht voor vroeg. Het handhaven op stiltegebied, die bebording, daar goat de provincie over, dus ik wil die vraag best, ik probeer hem niet van me af te schuiven, maar het college praat met een mond, maar die ga ik even onder de aandacht brengen van collega Stam die het contact met de provincie heeft over het buitengebied, de Nieuwe Dordtse Biesbosch, enzovoorts. Dus daar kom ik bij u op terug en u gaf aan dat er wat te weinig bebording is. Het is mij niet opgevallen, maar dat kan twee dingen betekenen. Dus ik ga dat eventjes na. Dan de geluidsmetingen op de N3. Vorig jaar hebben we inderdaad die metingen gedaan naar aanleiding van een breed aangenomen motie en het nnoest ook voorafgaand aan die werkzaamheden, zodat we de nulsituatie in beeld konden brengen en natuurlijk, je bent een beetje afhankelijk van het verkeersaanbod en ook van het weer.
Nou, nu zijn de werkzaamheden bijna klaar, of eigenlijk zijn ze afgerond, de N3werkzaamheden. Om een beetje vergelijkbaar te krijgen heb je wel een beetje vergelijkbare periode nodig, dus dan kunnen we volgend jaar juni, juli en dat is ook indertijd toegezegd aan ik dacht zelfs de heer Giindogdu zelf, willen we die tweede meting gaan doen, dus een beetje in diezelfde periode als vorig jaar. Dat was het, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Ja en ik krijg hier een berichtje van mijnheer Struijk dat u een deel van zijn vraag niet beantwoord heeft. De heer Van der Linden: Nou, dan ben ik benieuwd. De voorzitter: Dus, mijnheer Struik, vertel even wat De heer Struijk: Dank u wel, voorzitter. Dat goat over die groepen motorrijders die met nnooie dagen de polder onveilig maken. Of de wethouder ook nog ideeen heeft hoe dat nnisschien ingedamd kan worden. Ik weet dat in een aantal plaatsen langs de grote rivieren de dijken verboden gebied zijn geworden voor motorrijders, daar zijn ze niet blij mee, maar daar heeft een deel het wel naar gemaakt. De heer Van der Linden: Zou u daar voor zijn? De heer Struijk: Dat zeg ik niet. Dat zeg ik niet, maar ik vraag wel wat denkt u te gaan doen aan de overlast, want een goede hoeft van mu j niet onder een kwade te lijden, maar het is de vraag hoe hoog het percentage de kwade is. In nnijn ogen ligt dat wel boven de tien procent hoor.
De heer Van der Linden: Mag ik even een check-vraag stellen, voorzitter?
52
De voorzitter: Jazeker, jazeker, mag u dat. De heer Van der Linden: Want gaat het dan vooral om de dijk? De heer Struijk: Het gaat om hele poldergebied. Het hele poldergebied. Ja, vanaf de Leeuwstraat, daar komen ze de polder in en ze rijden over alle dijkjes heen richting Kop van 't Land en het is zelfs in coronatijd soms zo gek geweest dat fietsers niet op de pont toegelaten werden omdat er teveel motorrijders op stonden en die ging voor. Daar ben je eerder bang voor als pontbaas, denk ik. De heer Van der Linden: Dat is wel een iets andere vraag dan De heer Struijk: Ja, maar het gaat over de overlast. De voorzitter: Ja. De heer Struijk: Het geeft wel aan hoeveel er soms rondrijden. Want de pont is best groot. De heer Van der Linden: Ja, dat heeft natuurlijk ook met het weer te maken. Ik ben een vrij frequent racefietser in dat gebied en het valt mij op dat het de laatste maand heel erg rustig is daar. In de zomer is het daar natuurlijk ontzettend druk, met zowel lopers, fietsers als motorrijders, dat klopt. Ik heb daar nu geen afgeronde gedachten over. Daar zal ik even bij jullie op terugkomen, maar eigenlijk vraagt u of er mogelijkheden zijn om, gesteld dat er heel veel overlast is ... De heer Struijk: Die groepen aan te pakken. De heer Van der Linden: Of we dat kunnen aanpakken. De bedoeling is wel U?
Wat zegt
De heer Struijk: Vandaag was het heel rustig in de polder. De heer Van der Linden: De volgende waarschuwing is wel dat als je een groep mensen de toegang tot het gebied ontzegd, bijvoorbeeld motorrijders, dat je wel ook moet afspreken met elkaar dat je er ook op handhaaft, anders wordt het een ingewikkeld soort kat-en-nnuisspel, dat weet u ook. Maar ik wit er even bij u op terugkomen. Ik wit ook even checken of wij De voorzitter: Mijnheer Struijk, via de voorzitter graag. Ik laat het wel eens gaan, om niet teveel in de discussie in te breken, maar het nnoet niet een een-tweetje worden. De heer Struijk: Oke. Even kijken. Maar bedankt, tot zover. De heer Van der Linden: la, dank u wel. De voorzitter: Oke, dit was hem?
53
De heer Van der Linden: Ik denk het wel. De voorzitter: Als iedereen gevraagd heeft wat hij te vragen had en u heeft het beantwoord, dan dank ik u hartelijk voor uw inbreng en dan is het drie minuten voor elf, dus dat hebben we precies op tijd voor elkaar. Dank u wel. Tot de volgende keer zullen we maar zeggen. Tegen de commissie zou ik willen zeggen het is drie minuten voor elf, we hebben nog net tijd voor een rondvraag. Agendapunt dertien, vaststellen beleidskader integrale laadvisie gaat naar 14 december en wie er nog iets voor de rondvraag heeft kan dat melden en ik geloof dat mijnheer Van der Meer iets heeft. Ga
uw gang, zou ik zeggen. De heer Van der Meer: Ja, voorzitter, niet zozeer voor de rondvraag, maar mijn vraag is wat is de conclusie van het debat wat we net gehad hebben? De voorzitter: Ja, u heeft helemaal gelijk. De heer Van der Meer: Wat ik erover wil zeggen is dit, ik heb het idee gekregen dat we over de handhaving en dat soort zaken heel erg dezelfde kant op denken en ik heb het idee dat veel partijen zich ook over de bredere geluidsproblemen, de gezondheidseffecten daarvan. De voorzitter: Het punt is, mijn vraag is, dat vergat ik gewoon even helemaal. Maar goed, het is al laat zullen we maar denken. De vraag is of de commissie de drie antwoordbrieven voor kennisgeving aan kan nemen en als dat zo is dan kan het gewoon naar de raad, maar als er nu at concreet moties zouden worden aangekondigd, dan wordt het een bespreekstuk en dan is even de vraag over welke van de drie antwoordbrieven het dan gaat, want dan kan die specifieke brief als bespreekstuk naar de raad en dan hoeven de anderen daar niet in betrokken te worden, dus ik verneem het graag. Gaan ze naar de raad als kennisgeving of is er iemand die met een van die
brieven specifiek iets wil? De heer Van der Meer: Ja, voorzitter, mag ik? Want daar wou ik wat over zeggen, als
dat De voorzitter: Ja. De heer Van der Meer: Ik overweeg wel, maar ik kan nog niet de concrete uitspraak doen of wij wel of niet met de motie daarover komen, maar ik proef aan de ene kant voldoende zorg over de problennatiek. Ik hoor de wethouder een aantal maatregelen nemen voordat in mijn betoog heb gesuggereerd eigenlijk wel omarmen, maar hij twijfelt een beetje aan de politieke steun daarvoor. Dus dat is wellicht aanleiding, maar
ik wil daar met anderen al bespreken, om toch tot '...' op dit punt te komen. De voorzitter: Ja, ik overleg heel eventjes met de griffier wat we hier wij... Goed, ik heb het even overlegd. Die drie antwoordbrieven die gaan dus niet naar de raad, die handelt de commissie af normaal gesproken. Als het niet helder is of op een van de brieven moties worden ingediend of niet, dan kunnen we hem dus als bespreekstuk naar de raad
54
doen, want dan kunnen die moties gewoon ingediend worden en er gaan ze niet eerst weer terug naar de commissie. Mochten er geen moties komen, dan kunnen we hem altijd nog weer van de bespreekagenda afhalen en gewoon als hamerstuk ... Nee, als Nee, dan hoeft die helemaal niks. Dan gaat die gewoon van de bespreekagenda af en zullen we het zo doen? Dus gewoon Als mijnheer Van der Meer even aan wil geven over welke brief het gaat, dan zetten we die als bespreekstuk op de agenda of bij de raad en dan kan die altijd daar nog weer af al als er geen motie nnocht komen. Mijnheer Oostenrijk wil daar ook lets over kwijt. U bent ... Ik kom zo terug bij, mijnheer Van der Meer.
De heer Oostenrijk: Ja, voorzitter, ik zal toch graag willen pleiten als GroenLinks erover denkt om met een motie te komen, om dat in die zin tijdig aan te geven, want mijn voorkeur zou denk sterk uitgaan om die dan op de veertiende december in de commissie te behandelen, want we hebben uitgesproken dat we zoveel mogelijk zaken in de commissie moeten afwerken en er is tijd genoeg voor, dus als GroenLinks overweegt een motie in te dienen, laten we die dan in de commissie bespreken. Die tijd is er.
De voorzitter: Ja, maar dan moet de commissie dat ook willen. De heer Oostenrijk: Ja, ik pleit er alleen voor dat als we zo min mogelijk moties in de raad zouden moeten bespreken als het in de commissie ook al kunnen. De voorzitter: Oke. En waar geeft meneer Tabak steun aan, aan het bespreken in de cornmissie? De heer Tabak: Aan het voorstel van de heer Oostenrijk geef ik nnijn steun om het in de commissie inderdaad te bespreken. De voorzitter: Oke, prima. Mijnheer Van der Meer, zullen we het zou afspreken dat mocht u in de komende tien dagen eruit zijn of u een motie in wil dienen of niet, dat we die dan de veertiende in de commissie bespreken, voordat die dus naar de raad gaat? De heer Van der Meer: Ja, als daar behoefte aan is in de commissie dan vind ik dat prima uiteraard en de motie zal vooral betrekking hebben op de antwoorden op onze vragen die we sannen met de ChristenUnie/SGP gesteld hebben, omdat daarin de brede geluidsproblematiek aan de orde konnt. De voorzitter: Oke. Mijnheer Kuhlmann wil daar nog iets over kwijt? De heer Kuhlmann: Ja, voorzitter, ik veronderstel dat hetzelfde wat zojuist voor die vragen van GroenLinks en ChristenUnie/SGP geldt, dat dat zelfde natuurlijk ook geldt voor de vragen die wij gesteld voor wat betreft de lawaaiflitsers. De voorzitter: Uiteraard.
Als u denkt aan een motie eventueel daarover, als u dan zorgt dat we die dan de veertiende kunnen bespreken in de commissie, dan is dat helemaal prima. De heer Kuhlmann: Goed, dank u wel.
55
De voorzitter: Goed. Dan hoop ik dat iedereen nu tevreden is over wat we hierover gewisseld hebben. Mijnheer Nederhof wil nog lets? De beer Nederhof: Ja, nog lets, want ik hoor nu alles gaat geloof ik weer besproken worden nagenoeg met moties de veertiende, dat vind ik dan wel weer jammer, want ik bedoel voor Beter voor Dordt is het gewoon nu dat de beantwoording van artikel 40vragen en de moties voldoende zijn, zeker met de antwoorden die de wethouder gegeven heeft. Dus op dit moment is voor ons verder geen bespreking nodig, maar ik kijk ook niet uit naar al die moties op 14 december, want dan gaan we weer heel veel herhalen. Dat wou ik nog even nneegeven. De voorzitter: Moties op 14 december, dat is ... Nee, normaal gesproken, we bespreken dat in de commissie als dat van tevoren bekend is en dat kan, dan bespreken we dat in de commissie en dat zijn geen herhalingen. Moties zijn geen herhalingen van wat we vanavond besproken hebben, dus er is voldoende steun voor om dus dat doen. Dus ondanks dat u dat niet nodig vindt gaan we dat dus toch doen de veertiende. Ja? De beer Nederhof: Prima. Democratie. Ja hoor, perfect. De voorzitter: Democratie, zo hoort het.
11.Beantwoorden artikel 40-vragen VVD Dordtse VVD wil lawaaiflitsers Antwoord brief artikel 40/41 12.Beantwoorden motie 200415/M1 'meting geluidsoverlast N3' (fase 1) Raadsinformatiebrief Sluiting 13.Rondvraag De voorzitter: Dan zijn we nu echt aan het allerlaatste puntje. Heeft er nog iemand lets voor de rondvraag? Het blijft heel stil.
14.Sluiting De voorzitter: Dan rest mij u alien een prettige voortzetting van deze avond te wensen. Hij duurt nog een uurtje en u ook een fijne avond verder, nnijnheer Kleinpaste. Iedereen trouwens. Ja? En ik zou zeggen voor straks welterusten en tot ziens weer. Dank u wel. Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 1 februari 2022. De voorzitter,
Wepster
yk.w) KoIff
56