Notulen Commissie Fysieke Leefomgeving 23 november 2021 - getekend.pdf
Tekst van het document
VIGIVICGIN I =I-VAPtLi
DORDRECHT
21 DEC. 2021 Agendapunt
Bagenr
VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE COMMISSIE FYSIEKE LEEFOMGEVING DORDRECHT D.D. 23 NOVEMBER 2021
Voorzitter: mevr. Klein-Hendriks Commissiegriffier: dhr. Den Boer Verslag: NotuBiz Aanwezig : Dhr. Gundogdu (Fractie Nijhof) Dhr. Hartog (PVV) Dhr. Kleinpaste (Gewoon Dordt) Dhr. Nederhof (Beter Voor Dordt) Dhr. Noldus (VVD) Dhr. Oostenrijk (CDA) Dhr. Portier (SP) Dhr. Stolk (VSP) Dhr. Struijk (ChristenUnie-SGP) Dhr. Tabak (D66) Dhr. Van der Meer (GroenLinks) Portefeuillehouders: wethouder M. Burggraaf Insprekers: Dhr. Schippers Presentatie 'Groenplan Stadswerven': Dhr. Fiaschi (stadsecoloog) Mevr. Van Oost
1. Opening, mededelingen en vaststellen agenda De voorzitter: Dames en heren. Vind ik wel leuk om te zeggen. Dames, - waar zijn de dames? - heren, we gaan verder met de vergadering, het openbare deel. Daarvoor is ook een agenda opgesteld. Dat helpt mu j ook. In elk geval iedereen welkom bij deze vergadering van de commissie Fysieke Leefomgeving van dinsdag 23 november 2021. Voor het verslag noem ik de namen die in deze vergadering aanwezig zijn. Dat is in de eerste plaats de heer Van der Meer van Groen Links, de heer Klein paste van Gewoon Dordt, de heer Nederhof van Beter voor Dordt, de heer Gundogdu van Fractie Nijhof, de heer Stolk van de VSP, de heer Struijk van de ChristenUnie-SGP, de heer Tabak van de D66, de heer Portier van de SP, de heer Hartog van de PVV, de heer Noldus van de VVD en de heer Oostenrijk van het CDA. Naast mij de commissiegriffier, de heer Den Boer, en daarnaast de wethouder, de heer Burggraaf, en ambtelijke ondersteuning. Ik ben uw voorzitter, Ingrid Klein-Hendriks. We hebben een agenda voor ons, er zijn veel behandelvoorstellen en er is een inhoudelijk punt en er is ook een inspreker, nnaar de eerste vraag is of de comnnissie kan instennmen met de agenda zoals die voorligt. Dat
1
kan de commissie. Dan is de vraag of er iemand vanuit de commissie of het college een mededeling wil doen. Dat is niet het geval.
2. Vaststellen besluitenlijst adviescommissie van 26 oktober 2021 De voorzitter: Dan gaan we nu naar het vaststellen van de besluitenlijst van de adviescommissie van 26 oktober 2021. Er zijn vooraf geen wijzigingsvoorstellen ingediend. Kan de commissie instemmen met de besluitenlijst? Dat kan de commissie.
3. Vragen aan het college De voorzitter: Dan vragen aan het college. Er zijn geen mondelinge vragen aangemeld, ik kijk even rond. Nee, geen vragen aan het college. Dan gaan we nu over naar De heer Oostenrijk: Voorzitter? De voorzitter: De heer Oostenrijk. De heer Oostenrijk: Tot en met vanmiddag was er geen agenda, dus ik ben nu verrast dat er toch de nnogelijkheid is om vragen aan het college te stellen. Ja, dat schiet natuurlijk niet op, want daar hebben we ons niet over kunnen voorbereiden, dus dat doen we volgende week maar. De voorzitter: Oke. Het was even zoeken naar een agenda, zeg maar, omdat niet alles op de bekende pagina stond. Dan moest je naar de kalender inderdaad. Maar goed dat u dat opmerkt, ik zat ook een beetje te zoeken eerst, hoor.
Agendadeel: Nieuwe behandelvoorstellen De voorzitter: Ik ga verder met het agendadeel. Dat zijn de punten 4 tot en met 37, dat betreft nieuwe behandelvoorstellen. In het kader van die behandelvoorstellen, dat is behandelvoorstel 11, meen ik, heeft er zich een inspreker gemeld. Agendapunt 11 of behandelvoorstel 11 gaat over de wijziging van de Havenverordening. De inspreker is er nog niet, daar zouden we anders mee zijn begonnen. De griffier gaat even nakijken. Nee, nog niet. Dan gaan we verder met de behandelvoorstellen zoals die er zijn. Het zijn er dus 34. In het vooruit heeft de griffier gevraagd welke punten aan de orde moeten worden gesteld en die punten, die vanuit uw commissie zijn ingebracht, die loop ik nu na.
5. Vaststellen voorbereidingskrediet Dordwijkzone - Raadsvoorstel De voorzitter: Dat betekent dat ik nneteen begin bij punt 5, het vaststellen van voorbereidingsbudget van Dordwijkzone. Het is een raadsvoorstel. Daarover wil het CDA een korte opmerking maken, over de samenhang met de Sportparkenvisie. Wie van het CDA mag ik het woord geven? De heer Oostenrijk. De heer Oostenriik: In dit geval kan het er maar eentje, mag het er maar eentje zijn, voorzitter. Ja, we kunnen instennmen met dat raadsvoorstel, maar we verzoeken wel
2
heel nadrukkelijk am de uitwerking zodanig op te stellen dat de raakvlakken met het programma Sportparken heel duidelijk daar zichtbaar in wordt. Anders dan krijgen we twee parallelle trajecten met het grate risico dat die niet met elkaar sporen. De voorzitter: Dank u wel.
8. Afhandelen motie 201110/M3A: 30 in z'n drie - Raadsvoorstel De voorzitter: Het volgende punt wat aan de orde moet komen is punt 8, het afhandelen van de motie '30 in z'n drie'. Ook dat is een raadsvoorstel. De VVD heeft aangegeven met aanvullende vragen te gaan komen en om die reden wordt dit behandelvoorstel nu even aangehouden, dat komt de volgende keer terug. De heer Noldus: Voorzitter? Het voorstel was sowieso al am hem aan te houden en dat steunen wij. We zullen met aanvullende vragen komen, dus bijna helemaal correct. De voorzitter: Ja. De heer Van der Meer: Voorzitter? De voorzitter: Ja? De heer Van der Meer: In het behandelvoorstel is volgens mij oak voorgesteld am een technische sessie te beleggen. Dat kan waarschijnlijk het handigste na beantwoording van de vragen van de VVD en oak van ons. Maar ik zou daar wel voor willen pleiten, am een technische sessie De voorzitter: Om een technische sessie. Ik zie het niet hier terug in de aantekeningen, maar dat is genoteerd, ja.
9. Aanvraag aanvullend krediet spartelbadje Wantijpark - Raadsvoorstel De voorzitter: Dan punt 9, de aanvraag voor aanvullend krediet van het spartelbadje Wantij park. Dat is een raadsvoorstel. Het behandeladvies luidt am dit voorstel als hamerstuk naar de raad te sturen. Het CDA en de Fractie Nijhof hebben een behandelverzoek op dit punt. Het woord is eerst aan de heer Oostenrijk en daarna aan de heer Gundogdu. Mijnheer Oostenrijk. De heer Oostenrijk: Dank u, voorzitter. De CDA-fractie pleit voor bespreking van dit onderwerp, want wij vinden het belangrijk dat deze voorziening weer terugkomt, maar wij vragen ons wel af of dit zoveel geld moet gaan kosten. Oftewel: kan het niet wat goedkoper? We hebben al aan het college gevraagd am informatie over de kostenopbouw. De ons toegezonden vertrouwelijke raming geeft ons alle aanleiding am dit nader te bespreken. Als ik deze kostenontwikkeling zie, dan is het met vergelijking van de kosten met de gerenoveerde dubbel voor de hand liggend: een open spartelbadje ten opzichte van een connpleet overdekt zwennbad voor bijna de helft van de kosten. Oftewel, hoe [-Um je die kostenafweging met elkaar?
3
De voorzitter: Dat is de politieke vraag die de fractie van het CDA zou willen meegeven, begrijp ik. De heer Oostenrijk: la. De voorzitter: Ja? De heer Gijndogdu. De heer Gundogdu: Voorzitter, ook wij hebben een politieke vraag. We zouden de laatste partij zijn om te zeggen: we gaan deze ontwikkeling tegenhouden. Maar wij maken ons wel ernstige zorgen over dit, maar ook andere kostenoverschrijdingen. Wij vragen ons oprecht af: wat is nou dan verantwoord bij dit soort projecten met overschrijdingen? Moeten we nu inmiddels rekening gaan houden met een bepaald percentage aan overschrijding wat standaard gaat worden bij alle projecten? Er is een advies vanuit de griffie om dit niet alleen maar De voorzitter: Dit is de politieke vraag eigenlijk? Want misschien het inhoudelijke debat, om dat dan voor een later moment. Ik ben wel benieuwd of er voldoende fracties zijn die de voorstellen van het CDA en van Fractie Nijhof, om dit te gaan bespreken, steunen. Mogen de handen komen. Dus Beter Voor Dordt. De heer Nederhof: Nee, voorzitter, wij zijn daar niet voor. De voorzitter: Niet voor. De heer Nederhof: Omdat alle kosten duidelijk naar voren zijn gekomen, welke tegenvallers het waren, en een knappe professor die dat kan voorzien. De voorzitter: Ik wil graag weten wie het steunt, het voorstel van ... De heer Noldus: Voorzitter? De voorzitter: Ik hoor lets.
Ja, de VVD wil nog een opmerking maken. Nu eerst? De heer Noldus: Nee, eigenlijk een reactie op beide agenderingsvoorstellen, want beiden roepen bij mij wel de vraag op: welke uitkonnst brengt een bespreking in de commissie ons nu, met de informatie die er nu ligt? Ik denk dat voor beide vragen geldt dat daar met politiek gestuurde vragen richting het college eenzelfde status bereikt kan worden. Dus mijn gevoel zou zijn dat dat een lozere route zou zijn dan bespreking hier in de commissie. De voorzitter: Geen bespreking, maar vragen stellen? Daar mag de heer Gundogdu of de heer Oostenrijk op reageren natuurlijk. De heer Gundogdu: Uiteraard, voorzitter, maar volgens mij is de politieke vraag heel helder. Ik wil hem niet breder trekken dan dit onderwerp, maar we worden geconfronteerd met continue kostenoverschrijdingen. Wij zijn vanuit de raad het kaderstellend orgaan en ook budgethouder, maar we worden continu geconfronteerd ook bij dit project - met ferme overschrijdingen van budget. Concrete vraag daar in dat
4
kader is: moeten wij nu rekening houden bij alle projecten met een procentuele verhoging van alle budgetten?
De voorzitter: Ik wil even terug: wie steunen het verzoek van de heer Oostenrijk? De heer Oostenrijk nnag nu even reageren op het idee van de heer Noldus. De heer Oostenrijk: Ja, ik voel wel wat voor de reactie van de heer Noldus. Alleen als ik de reactie vanuit de griffie lees en als het goedkoper had gekund, dan had het college er ongetwijfeld voor gekozen. Ja, die boemerang hoef ik niet terug te hebben. Ik kijk louter naar het onderdeel in de raming van de stichtingskosten over laten we maar zeggen het spartelbadje zelf. Dan heb je dus een heel aantal bijkomende kosten, waaraan je soms niets kunt doen of die accepteert. Maar het wil er bij mij nog niet in dat je met het beoogde doel deze enorme kostenposten op je hals moet halen. Dus als het helpt dat er een voldoende reactie komt via de vragen zoals gesuggereerd door de heer Noldus, dan vind ik het prima. Maar dat betekent wel dat dan De voorzitter: Dat betekent dan even dat het even wordt aangehouden, dat de fractie CDA en mogelijk ook de heer Gundogdu nog een vraag stelt richting het college. De heer Oostenrijk: Ja, of anderszins in ieder geval: we zullen helderheid moeten hebben dat de elennenten die betwist worden, of daar wat mee kan gebeuren of niet. In welke sfeer, of dat ambtelijke informatie is, dat zien we dan wel.
De voorzitter: Dan mag u dat zelf weten, wat het antwoord is en hoe u de vraag stelt, dat is ook aan u. Dan zou ik willen voorstellen. De heer Kleinpaste: Voorzitter? De voorzitter: Mijnheer Kleinpaste. De heer Kleinpaste: Ik zou de heer Gundogdu toch ook de suggestie willen meegeven, want ik voel best wel wat voor dat algemene punt wat hij aankaart, om dat eerst eens te bespreken in ook de auditcommissie of misschien de rekenkamer eens te laten kijken naar dat wat er in overschrijdingen nnisgaat, voordat we hier hapsnap een politiek debatje over gaan voeren. De voorzitter: Nee, dat gaan we dus ook nu niet doen. In ieder geval de heer Oostenrijk heeft aangegeven eerst met vragen te komen. Dat betekent dat het punt nu even wordt aangehouden en uw suggestie, die u nu ter vergadering heeft gedaan De heer Noldus: Voorzitter? De voorzitter: Ja, de heer Noldus. De heer Noldus: Mag ik nog een opmerking maken over het proces wat mij zojuist te binnen schiet? In het behandelvoorstel staat ook dat er wat druk zit op de uitvoering, dus ik zou toch willen meegeven om dat wel mee te nemen in de voortgang van het dossier. Want tijdige besluitvorming is geboden, volgens mij.
5
De voorzitter: Ja, maar ik neem ook aan dat de heer Oostenrijk daar niet zo lang over zal hoeven te doen om de vraag die gesteld is richting het college te leiden. De heer Oostenrijk: Voorzitter, als het nodig is dat ik morgen bij iemand aan tafel zit, dan lukt dat. De voorzitter: Nou, kijk. Ik weet niet of dat nodig is, maar nogmaals dank u wel. Dus punt 9 wordt aangehouden. De heer Noldus: Voorzitter? De voorzitter: Iemand zegt lets. 0, de heer Noldus, ja. De heer Noldus: In de hoek hier. Nee, we zouden daar toch nog wel graag een opmerking bij willen maken. Ik twijfel, want hij komt natuurlijk nog terug op de agenda, denk ik, dus of dat nu handig is om te doen of bij de volgende keer. Maar goed, we merken hier wel dat er regelmatig in deze commissie ook wordt gesproken over starterswoningen, in de omvang, in de prijsklasse waar hier een toilet voor gerealiseerd gaat worden. Dus dat geeft natuurlijk wel te denken, zowel over dit plan als over de woonvisie die daaraan ten grondslag ligt. Dat willen we hierbij toch opmerken. De voorzitter: Oke. Ik ga nu naar het volgende.
10. Vaststellen beleidskader Integrale laadvisie Dordrecht - Raadsvoorstel De voorzitter: Het vaststellen van het beleidskader Integrate Laadvisie Dordrecht. Dat is ook een raadsvoorstel. Behandeladvies is om het als hamerstuk aan de raad te sturen, maar het CDA heeft een behandelverzoek op dit punt. Het woord is aan de heer Oostenrijk. De heer Oostenrijk: Ja, we zitten even met het probleem dat we missen de inspreker die over dit punt wat zou zeggen. De voorzitter: Dat is de volgende. De heer Oostenrijk: 11, sorry. 0, de laatste. Juist, ja. De CDA-fractie pleit voor bespreking van dit onderwerp. Natuurlijk delen wij het voorstel om te komen tot een beleidsvisie als het gaat om het kunnen laden van elektrische auto's, busjes en andersoortige vervoermiddelen in onze stad. Maar de vraag is nu of de voorliggende visie genoeg richtinggevend is. Dit met name toegespitst op het overal plaatsen van oplaadpunten, zeker als het gaat om wijken met een hoge parkeerdruk. De toelichting op bladzijde 22 en 23 in de bijlage is niet geruststellend. Hoe verhoudt zich dit voorstel met de visie op mobiliteit? Is het plaatsen van ultrasnelle laadvoorzieningen niet veel meer voor de hand liggend, evenals het plaatsen van deze voorzieningen bij wijkwinkelcentra? Is deze visie wel ambitieus genoeg? Reden voor onze fractie om dan te pleiten voor bespreking. De voorzitter: Voor bespreking.
6
De heer Nederhof: Voorzitter? Ik wist niet dat ik dat van tevoren moest aangeven. De voorzitter: Dat is dan sowieso voor de volgende keer belangrijk om dat wel te doen. De heer Nederhof: Ik ben nieuw, dus ik wist dat ook niet. De voorzitter: Nee, iedereen krijgt die e -mails van de griffier. De heer Nederhof: In mijn vorige periode was dat niet zo. Goed, maar wij willen dat ook graag be... De voorzitter: Er komt een moment waarop u niet meer kunt zeggen: in de vorige periode was het zo. Dat moment is nu zo'n beetje. De heer Nederhof: Nee, 16 maart. 17. Maar wij willen hem ook graag bespreken, want ik geloof dat wij niet over die Integrale Laadvisie ooit gesproken hebben, of wel? Heb ik wat gemist? Nee. Dat vind ik zo gek. De voorzitter: U wilt het ... Welke politieke vraag zou u daaraan willen meegeven? De heer Nederhof: Nou, de impact op de ruimte in het openbaar gebied en het toenemend tekort aan parkeerplaatsen in alle wijken van onze stad en berijders van elektrische voertuigen ook bereid moeten zijn om verder te lopen naar een laadpaal. Anders ontstaat er nog een verdere tweedeling in de Dordtse samenleving. De voorzitter: Zijn er fracties die de bespreking van dit beleid gaan steunen? De heer Kleinpaste: Als er een vraag en geen stelling wordt geponeerd wil ik het best bespreken. De voorzitter: Ja, dat soort voorwaardelijke instemming ken ik eigenlijk niet.
Mijnheer Van der Meer. De heer Van der Meer: Ik reageerde alleen op uw vraag, voorzitter, of ik de bespreking wil steunen. De voorzitter: En dat wilt u? Ja. Nog meer fracties? Fractie ChristenUnie-SGP, VSP en de Fractie Nijhof. Dan hebben we voldoende fracties om dit te bespreken. Dan komt er achter de stelling een vraagteken te staan. Ik loop de volgorde van de agenda af.
11. Vaststellen eerste wijziging Havenverordening Dordrecht - Raadsvoorstel De voorzitter: We zijn nu bij punt 11. Voor punt 11 heeft zich een inspreker gemeld. Ja, ik zie mijnheer Schippers. Ik vind het altijd mooi als het een naam is die gewoon echt in de sector past. Mijnheer Schippers, welkom in deze commissie. U heeft aangegeven te willen inspreken over nieuw behandelvoorstel numnner 11, dat is de eerste wijziging van de Havenverordening. Als ik het wel heb gaat dat vooral over ook vergunningen van varende woonschepen. U krijgt de gelegenheid om het woord te voeren. We houden een
7
beetje de tijd in de gaten en als vijf minuten zijn verstreken zal ik vragen of u het wil beeindigen. Ik wil daarna de commissie de gelegenheid geven om nog vragen te stellen en dan kan vervolgens de connmissie ook uw inbreng meewegen bij behandelvoorstel 11. Mijnheer Schippers, aan u het woord. De heer Schippers: Doet hij het? Ja, mooi. Goedenavond allemaal, ik ben best wel vereerd dus dat ik jullie nog een keer mag toespreken. Ik heb dat in 2016, ondertussen een goede vijf jaar geleden, ik zag het net nog, 8 november 2016 is de motie 'Rechtszekerheid historische vaartuigen in Dordrecht' aangeboden, besproken en toen, dat is dan de laatste keer dat ik heb ingesproken. Maar dat is ook direct eigenlijk de laatste keer dat ik als belanghebbende door de gemeente ook maar ergens van op de hoogte ben gesteld. Ik ben wel betrokken hierin, want de motie destijds ging om een aantal schepen, waarvan het de bedoeling was - wat nog steeds op de website van Beter Voor Dordt staat - voor legalisering van die huidige ligplaatsen. Waar ik mezelf nu nog enigszins ongerust over maak is het felt dat er wordt, aan de hand van de motie is een beleidsvisie vastgesteld, aan de hand van de beleidsvisie is een wijziging van de Havenverordening gekomen en daar wordt nu een mogelijkheid geschapen voor een ligplaatsvergunning voor maximaal twintig jaar.
TerwijI dat er al die tijd is gesproken over een ligplaatsenbeleid voor deze haven en varende woonschepen conform hetgeen wat er in de Wolwevershaven op het ogenblik leidend is. Daar zijn ligplaatsen voor onbepaalde tijd en daar wordt niet gesproken over twintig jaar. Een tijd terug sprak ik toevalligerwijze nog over een ander onderwerp, de walstroomvoorziening in de Riedijkshaven die van twijfelachtige kwaliteit is via de walstroomorganisatie, over het felt dat het misschien makkelijk zou zijn in de toekomst, als het een en ander geformaliseerd is, een eigen walstroomaansluiting te krijgen. Daarop werd gezegd: ja, nnaar dat is niet jouw ligplaats. Als er ooit een vergunning wordt gegeven, dan is dat een vergunning dat je niet meer uit Dordrecht weg hoeft. Dat is dan je rechtszekerheid. Maar een plaats, dat is nader in te vullen. TerwijI dat het eigenlijk al die tijd begon met de legalisering van de huidige ligplaatsen. Rechtszekerheid, ja, in hoeverre wordt die geboden in een periode van twintig jaar? Over twintig jaar zit ik hier weer, misschien. Dan ben ik 79, dus de kans is aanwezig, dat je dan weer nnijn gezicht ziet.
Maar dat is waar ik nnezelf enigszins ongerust over maak en ik vind het ook best wel, over de afgelopen vijf jaar, redelijk teleurstellend dat, buiten het felt dat we inspraak hebben gehad in de beleidsvisie die opgesteld wordt aan de hand van de motie, dat we daar nog wat in gevraagd zijn. Maar dat zijn alle bewoners en bedrijven uit de omgeving ook. Ik vind het belangrijk om te melden dat de hele motie gestart is rondom drie vaartuigen. Er is in de loop van de tijd nog een petitie aangeboden. Enige tijd terug, dat was in het belang van de ligplaatsen eigenlijk, of voor de bewoners, voor de omgeving nog mee onderstrepen, pas stond er nog een artikeltje in het AD, ik had het zelf nog niet eens gezien. Er kwamen al verontruste buren naar me toe, ik noem ze buren, omdat ik al aardig geintegreerd ben in de omgeving van de Riedijkshaven: joh, nnoet je nou weg? Ik zeg: "Huh, wat? Wie, ik? Ik weet van niks." En dan moet ik uit de krant lezen dat er dus een periode van twintig jaar wordt voorgesteld, waar eigenlijk - dacht ik - al die tijd werd gesproken over een situatie gelijk als de Wolwevershaven, waar voor onbeperkte tijd vergunningen worden verleend. Ik dacht ook: stel dat er een vergunning voor onbepaalde tijd wordt verleend, dan kan er natuurlijk altijd gezegd worden 'hou er
8
rekening mee, er is een bestemmingsplanwijziging mogelijk voor deze haven en we zouden je kunnen vragen om te gaan naar een andere plaats in diezelfde haven'. Dan zit je nog nergens aan vast. Dus ik vind, twintig jaar vind ik wat ... Het is een flinke periode, het is vijftien jaar nneer als op het moment, maar verder vind ik het toch nog wat mager voor de rechtszekerheid die in het begin beoogd werd. De voorzitter: Dank u wel. Ik zal vragen aan de commissie of er vragen zijn. Ik zie instemmend geknik. De heer Gundogdu zie ik als eerste knikken. Mijnheer Gundogdu. De heer Gundogdu: Ja, voorzitter, dank u wel. Mijnheer Schippers, bedankt voor uw inbreng. Ik heb even een concrete vraag aan u. U heeft het een aantal keren genoemd: rechtszekerheid. Hoe zou u rechtszekerheid willen omschrijven? De heer Schiopers: Dat zou ik willen omschrijven als een prettig en ongestoord verblijf in Dordrecht met mijn historisch vaartuig, en onbezorgd. De heer Gundogdu: Waarbij u dus ook concreet aangeeft, die twintig jaar, dat dat eruit zou moeten. De heer Schippers: Nou, het is natuurlijk een Havenverordening waar het een en ander inkomt en die is natuurlijk heel algemeen, dat begrijp ik ook.
Dus voor in de toekonnst zou dat misschien best een optie zijn, omdat het ook voor alle havens moet gelden en dat het niet specifiek - dat heb ik gelezen in de beleidsnotitie - maar dat het niet specifiek voor deze haven geldt. Maar waar het nu wel om gaat is om het formaliseren of het legaliseren van de bestaande situatie die er was in 2016. Dat was de bedoeling van de motie. Dat wij dan nu onder het algemeen vallen, dat is prima, maar mijns inziens, omdat er mee begonnen is en de doelstelling was dat legaliseren van de bestaande situatie, is dat wij gewoon kunnen rekenen op de huidige plaats en dan een permanente vergunning. De voorzitter: Dank u wel. Zijn er nog meer vragen op dit moment? Nee. Dan is de vraag ook na deze inbreng, waar het gaat om de rechtszekerheid, wat de commissie wil. Het behandelvoorstel is at, dus u wordt voorgesteld dit raadsvoorstel als hamerstuk naar de raad te sturen. Zowel de VVD als het CDA hebben een behandelverzoek op dit punt en ik zal daarom de heer Noldus en daarna de heer Oostenrijk het woord geven. Dit gaat dus wel, mijnheer Oostenrijk, om punt 11. Mijnheer Noldus. De heer Noldus: Ja, voorzitter, dank u wel. Wij zouden dit punt graag willen agenderen en vooral met de politieke vraag of voldoende duidelijk is wat wordt opgelost met het invoeren van diverse vergunningplichten die worden voorgesteld in het voorstel.
Daarbij de vraag: moet de genneente niet veel sneller voorzien in extra aanlegsteigers om deze doelgroep en voorziening beter te faciliteren? De voorzitter: Mijnheer Oostenrijk. De heer Oostenrijk: Ja, voorzitter. Wij zouden graag dit voorstel willen aanhouden tot we het beleidsvoorstel hebben ontvangen voor het aanmeren van cruiseschepen en dan
9
tevens wat meer duidelijkheid over de vraag wat deze wijziging nu precies betekent voor de positie van de huidige woonschepen. Dan haal ik er ook bij, wat de griffie ons heeft meegegeven, dat ook de raad binnenkort een startnotitie steiger en halteplan halteerplan staat er letterlijk - plan presenteert. Dus we kunnen het allemaal loskoppelen van elkaar, maar ik denk dat als we deze elementen nu even bij elkaar voegen, dan hoeven we niet om de haverklap weer een wijziging te behandelen. Want de griffie meldt zelf ook al: op basis van dit beleid zal er wellicht weer een volgende wijziging komen. Ik vind dat die zaken met elkaar te maken hebben en laten we nou proberen om voor een langere tijd deze wijziging dan ook gestand te laten blijven.
De voorzitter: Maar u vraagt dus om aanhouden, niet zo nodig om bespreken, begrijp ik. De heer Oostenrijk: Als het kan met aanhouden met toevoegen van de zaken die in de pijplijn zitten, dat is zowel het cruiseschepenverhaal als dat steigerverhaal, dan lijkt me dat zinnig. De voorzitter: Dat geeft u aan. De heer Giindogdu. De heer Gundogdu: Voorzitter, excuses dat ik niet vooraf een mededeling hierover heb gedaan, maar ook horende de heer Visser zouden wij toch deze commissie - Schippers, sorry - zouden wij toch alsnog willen voorstellen om dit punt te bespreken. Dan concreet met een politieke vraag, mag ook van ons verwacht worden, dat alles wat wij beslissen ook een stukje rechtszekerheid geeft aan de betrokkenen. In dat kader de vraag: in hoeverre is de motie die is aangenomen, en waar ook mijnheer Schippers zich op beroept, zekerheid geeft en in hoeverre dit ook ten uitvoer wordt gebracht in deze verordening. Dus vandaar om dit te bespreken. De voorzitter: Een politieke vraag toegevoegd. De heer Kleinpaste die ... De heer Kleinpaste: Voorzitter, ik denk dat wij alles wat we om de haven zo langzamerhand hebben vastgesteld gewoon echt zijn vergeten om heel gedegen na te denken over hoe we met historische woonschepen om willen gaan.
Dan kun je ze schip voor schip gaan behandelen of nog eens een keer heel goed nadenken hoe je naar die regelgeving in zijn totaliteit kunt kijken. Ik voel wel mee met de heer Oostenrijk, die zegt: laten we nou een aantal onderwerpen bij elkaar pakken. Ik voel weinig voor aanhouden, laten we vaart maken en zorgen dat het op de termijnagenda dan als bespreekpunt komt. Waarbij ik dan inderdaad vanuit Gewoon Dordt graag toevoeg dat ik een hele duidelijke, voor iedereen heldere visie op het omgaan met historische woonschepen wil, want ik wil het niet per schip moeten bespreken en er steeds in moeten soebatten om dingen mogelijk te maken om de rechtszekerheid te dienen. De voorzitter: Daar zetten wij ook dan even gewoon een vraagteken achter om het vraaggehalte te benadrukken. Mijnheer Van der Meer, wilde u ... Nee. Dan is nu de vraag wie nog meer steun bieden aan het voorstel om het te bespreken. De heer Portier: Voorzitter, ik had een opmerking.
10
De voorzitter: De heer Fortier. De heer Fortier: Ik begrijp dat de heer Gundogdu het eigenlijk alleen wilde bespreken op dit ene puntje van rechtszekerheid. Dan vraag ik me af: is het niet handig om daar dan gewoon een amendement voor te maken? Hoeft het verder niet besproken te worden, alleen het amendement. De voorzitter: Daar mag u op reageren. Ja, dat mag. Een ander punt is ook wet een beetje dat we nnisschien wet dan een kort moment moeten inplannen in de commissievergadering, dus dat we niet een te uitgebreide bespreking in de raad hebben. Datgene wat we in de commissie kunnen bespreken met elkaar, volgens mij wilden we dat juist ook in de commissie doen en dat we niet meteen een voile discussie gaan doorschuiven naar een raad. Dat even. Maar u mag ook nog even reageren, mijnheer Gundogdu. De heer Gundogdu: Graag, voorzitter. In het verlengde wat mijnheer Kleinpaste aangeeft: wij hebben in het verleden vaker gediscussieerd over historische schepen en de Havenvisie. Dit is ook voortgekomen uit een nnotie die is aangenomen en het gaat over rechtszekerheid. Ik vraag me dan echt oprecht af in hoeverre wij nog hetgeen wat wij eerder hebben besloten tot zijn recht laten komen. Dus het is wel degelijk iets om echt in de commissie ook met elkaar te delen. Dit zou dan een onderdeel kunnen zijn in aansluiting op wat mijnheer Oostenrijk ook aangaf.
De voorzitter: Volgens mij, de heer Noldus, als ik het goed heb begrepen: de fractie VVD is voor bespreken. De fractie Gewoon Dordt is voor bespreken. De Fractie Nijhof is voor bespreken. Dat zijn al drie fracties en daarnnee komt dit dus op een bespreking. Dan vindt mijnheer GroenLinks De heer Van der Meer: GroenLinks. Dat is niet nnijn naam, voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Van der Meer. De heer Van der Meer: Nee, nou ja, bespreking heb ik ook geen bezwaar tegen, maar de vraag is wet wat er met de vragen en suggesties van de heer Oostenrijk, naar aanleiding van dat advies van de griffie, gebeurt. Het lijkt mij toch handig om die bespreking te laten plaatsvinden nadat er nadere input is. De voorzitter: Dan zou ik toch even de griffier willen vragen om dat goed te bekij ken. Want nogmaals: de hoofdzaak hiervan, van deze wijziging, betreft gewoon de vergunning voor varende woonschepen. Dat neem ik aan, als daar een goede regeling voor is, dat dat ook de heer Schippers rechtszekerheid kan bieden. Dat wit je ook niet te lang op de lange baan laten schuiven. Dus als wij alles met elkaar samenpakken, dan wordt het misschien gewoon wet een erg lange termijnplanning. Maar de griffie gaat dat bekijken. Dus dat was punt 11. Ik heb nog twee punten.
11
17. Raadsinformatiebrief inzake implementatie Waterbus - Raadsinformatiebrief De voorzitter: Dat is punt 17: Raadsinformatiebrief inzake implementatie Waterbus. Rare titel, maar afijn. Daar is een nieuwe organisatie. Het behandeladvies is: u wordt voorgesteld deze raadsinfornnatiebrief ter kennisnanne naar de raad te sturen. GroenLinks, de heer Van der Meer, wit een opmerking maken op dit punt. Mijnheer Van der Meer. De heer Van der Meer: Ja, voorzitter. Uit het antwoord op een technische vraag die ik heb gesteld blijkt dat in de plannen het zo is dat de meest voorkomende eindtijd van de dienstregeling tussen 20:00 uur en 21:00 uur 's avonds zal zijn. Mijn vraag is, die wit ik sowieso stellen, maar misschien steunt de cornmissie die vraag. De vraag is of het college zich in kan zetten om de mogelijkheden te verkennen om die avonddienstregeling te verlengen. Ik hoop dus dat die vraag namens de commissie gesteld kan worden en anders stet ik hem als GroenLinks. De voorzitter: Kan de vraag namens de commissie worden gesteld? Zijn er meer fracties die dezelfde vraag hebben over het verruimen van de tijden? De heer Kleinpaste: Wat mij betreft wet, met name in de zomerperiode, denk ik er dan onmiddellijk bij. Maar ik zou het toch wel weer een lief ding waard vinden als die dienstregeling zouden worden uitgebreid, al gaan wij daar niet over.
De voorzitter: De vraag is bij deze gesteld namens de commissie. De informatie kan door naar de raad. Mijnheer Nederhof. De heer Nederhof: Voor mij precies hetzelfde. Ik heb ook een aanvullende vraag die waarschijnlijk gewoon beantwoord kan worden. Van de jaarlijkse exploitatiebijdrage Mag ik die noemen, is die geheim of niet? Ik weet het niet. 0, dan weet ik niet of die daar Ik heb hem daar, vijf miljoen. 15 procent is dan voor de Drechtsteden. Ik wit vragen aan het college wie van de jaarlijkse exploitatie de 85 procent van het budget betalen. Daar wit ik weten welke organen De voorzitter: Welke partijen. De heer Nederhof: Welke partijen, gemeenten, noem maar op. De voorzitter: 85 procent. De heer Nederhof: Ja. 15 doen wij en de rest wil ik graag weten. De voorzitter: U weet dat u ook vragen kunt stellen over de mail aan het college, he? De heer Nederhof: Ja, ik heb geen mail. De voorzitter: Nee, dat begrijp ik inmiddels. Goed, ik ga naar punt 30: de brief van de stichting Het Wantij over de dreigende grootschalige
12
De heer Portier: Voorzitter? De voorzitter: De heer Portier.
27. Beantwoorden artikel 40-vragen SP Wateroverlast tuinen Wielwijk - Cornelis Evertsenstraat - Antwoordbrief artikel 40/41 De heer Portier: Ja, ik had ook de hele agenda gemist, om dezelfde redenen als anderen. Dus toch wel wil ik even lets zeggen over punt 27, wat er staat. De voorzitter: Allemaal punt 27. Ik weet niet wat dit is, deze avond. Dit is heel raar. Punt 27, het beantwoorden van artikel 40-vragen van de SP, Wateroverlast tuinen Wielwijk/Cornelis Evertsenstraat. Het behandeladvies: u wordt voorgesteld de antwoordbrief voor kennisgeving aan te nemen. De volgende keer, commissieleden, als jullie nou dingen nnissen, vraag nou gewoon in het vooruit aan de connmissiegriffier: ik heb waarschijnlijk lets gemist, u vraagt mij om input te geven over stukken die ik niet ken. Gewoon voor de hand liggend, daarmee worden de meeste dingen gewoon opgelost. Ja? Proactief, heet dat. Nou, mijnheer Portier. De heer Portier: Ja, ik heb met enige verbazing de antwoorden gelezen, want we hebben een groep inwoners in onze stad die enorm overlast ondervindt en schade ondervindt door werkzaamheden die de gemeente heeft uitgevoerd. Het college zegt: hebben wij niets mee te nnaken, het zijn de tuinen van de bewoners, wij mogen daar toch niks aan doen en ze kunnen een kuubje zand krijgen, dat hebben we al aangeboden en dat gaan we weer aanbieden.
Ik denk: deze houding, die maakt dat inderdaad mensen hun vertrouwen in de overheid verliezen. Ik heb nu even geen concreet voorstel van wat we hiermee moeten doen, maar ik ga hier zeker - linksom of rechtsom - op terugkomen. Want ik vind: op zo'n manier kun je niet met je inwoners omgaan. De voorzitter: Het gaat u aan het hart. Dank u wel.
30. Brief van stichting het Wantij over dreigende grootschalige vernietiging natuur en landschapswaarden in Merwelanden De voorzitter: Punt 30. Bij de brief van stichting Het Wantij over dreigende grootschalige vernietiging van natuur- en landschapswaarden in de Merwelanden. Het behandeladvies is om deze brief voor kennisgeving aan te nemen. Het CDA heeft een behandelverzoek op dit punt en ook GroenLinks wil lets inbrengen. Het woord is eerst aan de heer Oostenrijk en daarna aan de heer Van der Meer. Punt 30. De heer Oostenrijk: Voorzitter, dank u. Onze fractie heeft gesproken met bewoners in dit gebied - het zijn er maar weinig, maar ze zijn er wel - die zeer geschokt zijn over de voorgenomen plannen van Rijkswaterstaat om dit open gebied in feite onderwater te zetten. Dit tevens gepaard met het aanleggen van hoge dijken rond dit gebied. Voor onze fractie is dat allerminst vanzelfsprekend, ook lezende dat Staatsbosbeheer dit gebied zeer waardevol vindt. Een prachtig artikel met allerlei loftuitingen over dat open
13
gebied, want het is het nneest oostelijke deel van de Merwelanden, waar veel gebruik wordt gemaakt door wandelaars.
De voorzitter: Mijnheer Oostenrijk, u heeft een behandelverzoek De heer Oostenrijk: Ik kom eraan. De voorzitter: Ja, maar hoelang duurt dat? De heer Oostenrijk: Vijftien seconden. De voorzitter: Dat is wel lang. De heer Oostenrijk: Is dat te lang? 0. Het verworden van dit terrein tot een grote bezinkplas, waarbij veelkleurige flora en fauna verloren gaat, dat lijkt ons geen aantrekkelijk vooruitzicht. Onze fractie wil dat item op korte termijn bespreken, dan wel aan de hand van een raadsinformatiebrief van het college. Dit ook met de verduidelijking over vragen zoals: steunt het college dit voornennen? Wij vinden daarbij dat op dat moment er geen onomkeerbare besluiten nnogen worden genomen. De voorzitter: Dank u wel. Het was meer dan vijftien seconden. De heer Kleinpaste: Voorzitter? De voorzitter: Ik ga nu even naar GroenLinks, ook die heeft aangegeven op voorhand wat in te willen brengen. De heer Van der Meer. De heer Van der Meer: Ja, heel kort. Wij waren ook van plan om hier vragen over te stellen, omdat wij ons zorgen maken over deze ontwikkeling. Prima om ook om een RIB te vragen, maar wij sturen die vragen dan meteen mee en die kunnen dan wellicht meegenomen warden. Dank u. De heer Kleinpaste: Voorzitter? De voorzitter: Ja, mijnheer Kleinpaste.
De heer Kleinpaste: Ik ben heel erg benieuwd hoe de competentie precies ligt en wat wij als gemeenteraad hier precies mee kunnen. Omdat dit een Rijkswaterstaat-item is, waarover ik dan in de comnnissie Fysiek, waar we de wethouder wat kunnen nneegeven, niet zo nodig hoef te praten. Dus ik ben benieuwd hoe de heer Oostenrijk daarnaar kijkt en of we dan niet een gesprek moeten gaan arrangeren met Rijkswaterstaat. Krijgen we weer zo'n mooi schermpje. De voorzitter: Maar dat is een rondetafelgesprek en in de verhoudingen ligt die net wat anders, namelijk dat bij ons het college natuurlijk het eerste aanspreekpunt is. De heer Kleinpaste: Mijn vraag is: gaan we er dus echt over?
14
De voorzitter: Nou, dat is een mooi De heer Van der Meer: Voorzitter? Voorzitter? Ook al gaan we er niet over in juridische zin, uit het vorige deel van de vergadering blijkt dat het college soms met andere overheden praat, dus dat zou hier ook kunnen. De voorzitter: Ik mag hopen
Ja, nnijnheer Oostenrijk nog even.
De heer Oostenrijk: Voorzitter, ik verbaas me over de vraag van de heer Klein paste, want ... De voorzitter: Nee, dat gaan we nu niet doen. De heer Oostenrijk: Nou, en ... De voorzitter: Nee, de vraag is gesteld, u heeft uw punt duidelijk gemaakt. De heer Oostenrijk: Ja, en de vraag zou dus kunnen worden beantwoord in die raadsinformatiebrief. De voorzitter: Dus deze vragen worden doorgeleid naar het college en het college wordt verzocht om hierop te gaan reageren. Laat hem nog maar een keer terugkomen inderdaad, anders dan gaat die door. Dit waren de punten. De heer Nederhof: Mevrouw, zij praten ook vrij lang en ik ben er een vergeten. Hebt u coulance voor mij? Eentje nog. 16. De voorzitter: Nee, dat had u veel eerder moeten doen. De heer Nederhof: Ja, maar u ging zo, u sloeg gelijk 30 over, geloof ik. De voorzitter: Nee, helemaal niet. Nee, ik heb nu even geen coulance nneer.
Agendadeel overig 38. Termijnagenda commissie Fysiek De voorzitter: We zijn bij punt 38 van de commissie Fysiek. De heer Nederhof: Dat vind ik heel jammer, want Qbuzz gaat ons allemaal aan het hart, geloof ik. De voorzitter: U heeft twee van de drie heeft u al gewoon ... Kan de commissie zich vinden in de termijnagenda van de commissie Fysiek? Ja, dat kan de commissie.
Stukken ter bespreking 39. Raadsinformatiebrief Groenplan Stadswerven - Raadsinformatiebrief
15
De voorzitter: Dan is het nu 21:50 uur. We gaan over naar twee inhoudelijke bespreekpunten, of in elk geval, in de raadsinformatiebrief over het Groenplan heeft het college het aanbod gedaan om het Groenplan in de commissie nader toe te lichten. De commissie heeft eerder besloten op dit aanbod in te gaan en ook tijdens de consultatie over het ontwikkelplan Wantij-West is een aantal keer verwezen naar het Groenplan. De stadsecoloog van Dordrecht, de heer Sjoerd-Dirk Fiaschi - goed gezegd? - Fiaschi, dank je wel, geeft nu eerst een toelichting op het Groenplan en daarna is er gelegenheid voor vragen en reacties. Het gaat dus om twee punten: een raadsinformatiebrief Groenplan Stadswerven en punt 40 is de brief van het bestuur van Stichting Leefwerf de Biesbosch inzake reactie op de uitvoerbaarheid van motie M6, Groenplan Stadswerven. De heer Fiaschi mag een toelichting geven. Excuses. De heer Fiaschi: Ja, ik wacht heel even op een presentatie die op het scherm wordt gedeeld. Ik zal mezelf even voorstellen: ik ben Sjoerd-Dirk Fiaschi, ik ben de stadsecoloog, sinds anderhalf jaar werkzaann bij de organisatie en ook lid van het projectteam Stadswerven, samen met Gerda van Oost, die ook aanwezig is, achter mij, ook projectmanager van Stadswerven. Wij hebben een Groenplan gemaakt inderdaad, omdat ik bij het aangaan van het project een hoop dingen zag.
Ik ben natuurlijk stadsecoloog, ik kijk naar de planten en de dieren en ik zie hoe bijzonder de riviernnonding is voor de natuur, het zeldzame getijdeslakje. Ik zal trouwens proberen niet te veel soorten te noemen, maar zal uitleggen waarom het gebied nou heel bijzonder is voor planten en dieren en waarom wij de verantwoordelijkheid ook hebben genonnen om dit Groenplan te maken en ook voortschrijdend inzicht in ons eigen beleid. Ik noem de Omgevingsvisie, ik noem onze groenblauwe visie. Heeft ons ook eigenlijk doen besluiten nog eens goed te kijken naar onze eigen maatregelen op groengebied. Maar ik hoop dat het scherm wordt gedeeld, want dan kan ik mijn presentatie iets beter geven. Ik voel me ook een beetje als een vis op het droge op het moment. Ja, daar hebben we hem. Wij willen jullie 0, en ook nog ... Ja, je gaat in Excel naar de volgende. Mooi. Ik wil jullie in vijftien minuten ook meenemen in dit hele proces om te komen tot dit Groenplan en ook wat we met dit Groenplan ook gaan doen naar de nabije toekomst toe. Ik heb vijftien minuten gekregen, dus ik hoop ook dat ik de tijd krijg en dat we daarna de tijd hebben om wat vragen te beantwoorden en ook wat aanvullende brieven te bespreken die bij het Groenplan horen. Allereerst wil ik jullie iets vertellen over het plangebied.
Even kort, waar het precies om gaat, wat de omgrenzingen zijn, wat de gebiedsnamen zijn, waarom we een Groenplan hebben opgesteld voor Stadswerven. Ik wil jullie ook meenemen in ons stappenplan, die wij met dat project ook hebben gezet. En ik wil jullie ook wat toelichting geven op de doelsoorten, flora en fauna die typisch zijn voor de riviermonding natuurlijk. Gemaakte keuzes, want waarom staan bepaalde maatregelen wel en bepaalde maatregelen niet op de Groenkaart. Dus een toelichting daarop, en we willen ook een doorkijk geven naar het vervolg, met name ook het betrekken van bewoners, reacties die er zijn geweest. We willen jullie ook kort uitleggen wat we daarmee willen doen. 0 ja, dan kan ik natuurlijk zelf naar de volgende dia. Dit is Stadswerven, binnen de rode omgrenzing zie je Stadswerven-Noord, langs de Beneden-Merwede en ingesnoerd langs het Wantij. De omgrenzing is natuurlijk dan bij de punt en houdt op ongeveer bij het Wervenpark aan de noordkant. Aan de zuidkant voorbij de Prins Hendrikbrug hebben we aan de westkant de parkeergarage van het
16
Energiehuis, tot aan de Prins Hendrikbrug, zeg maar. Daar hebben wij dus het hele bouwproject in verschillende blokken opgedeeld en daar hebben we ook namen aan gekoppeld. De kaart is een beetje onduidelijk, maar hier zie je in welke deelgebieden het project allemaal is opgedeeld. Dat begint helemaal in de westpunt, op StadswervenNoord, met de punt. Je ziet trouwens in rood en grijs de bouwvlekken en infrastructuur die bedacht is in het plangebied. Met groen hebben we de onverharde situaties aangegeven en ook de plekken waar op deze kaart bomen zijn ingetekend. Vlek A is dus de punt, vlek B, daar staan de drijvende woningen ook ingetekend en dat ligt ook ten noordwesten van de zuidelijke insteekhaven. Dat is overigens al een opgeleverd bouwproject. Bouwproject C is de noordelijke insteekhaven, dus waar de insteekhaven op dit moment nog ligt zal het water gedempt worden en daar zal worden gebouwd. Bouwproject D ligt ten westen van het Wervenpark, Wervenpark-west en hetzelfde is Wervenpark-oost, deelgebied E. Deelgebied F, daar ligt de Biesboschhal middenin, met de ontwikkelingen die we daar hebben. Deelgebied G is de landtong, noemen wij dat ook wel, en ook de zuidelijke insteekhaven, noemen we dat. Deelgebied H is de plek waar het 50kV-station staat, de voormalige Watertorenlocatie.
Deelgebied I is het oude Regiokantoor en de directe omgeving en deelgebied 3 is het Energieplein en ook de directe omgeving. Deelgebied 3, het Energieplein, is ook al deels opgeleverd en dit bouwprojectverschil is dus eigenlijk in alle fasen van wording van een project. Bepaalde projecten zijn opgeleverd, bepaalde projecten worden nog bebouwd op het moment en op sonnmige vlekken/deelgebieden moeten we de bouw nog opstarten en daar voorbereidingen ook nog voor nemen. Waarom een Groenplan? Daar zijn eigenlijk drie redenen voor. Allereerst hebben wij een groenblauwe opgave opgericht deze coalitieperiode en hebben wij een groenblauwe strategie uit bedacht. Dat gaat over het klimaat, dat gaat over de gezonde leefomgeving en ook over biodiversiteit. Het zijn onderwerpen die ons allemaal raken. Het is heel warm in deze zaal, maar dat gebeurt ook op een gemiddelde zonnerdag. Het wordt steeds warmer in de stad, de kans op buien wordt steeds groter, er is steeds minder koelte in de stad aanwezig en tegelijkertijd zien we dat soms ook de kwaliteit van de leefomgeving, als je kijkt naar het groen, onder druk staat, en ook de biodiversiteit, daar gaat het ook niet goed mee. Dus ook reden om deze strategie ook op te starten, dat groenblauwe opgaveteam, onder leiding van Ellen Kelder.
Daarin staan ook duidelijke ambities: wij willen ook eigenlijk gewoon wat doen op het gebied van deze onderwerpen. Je vindt dat ook terug in de Omgevingsvisie. Dit plaatje vat dat wel heel mooi samen, op de eerste pagina. Wij willen de groei mogelijk maken van tienduizend woningen en vierduizend banen. Daaronder staat beetje onduidelijk, in het rode kader, dat we tegelijkertijd een aantal leidende principes willen hebben in stad, namelijk: biodiversiteit, klimaatbestendig, gezond en aantrekkelijk. Dus ook in de Onngevingsvisie zien we eigenlijk dat we naar een soort van andere blik op de openbare ruimte heen gaan. Wat je natuurlijk ook nnoet weten is dat het project Stadswerven al heel erg lang geleden is vastgesteld. Dus onze eigen ambities lopen daar op dit moment dwars doorheen. Dus dat is ook heel interessant om te kijken: wat kun je eigenlijk op het moment nog, op het moment dat je een bouwproject eigenlijk al aan het uitvoeren bent? Natuurlijk is dit Groenplan ook voor de natuur heel erg belangrijk. Bij de groene cirkel zie je de ligging van Stadswerven op een heel mooi kruispunt van drie rivieren en het Wantij is letterlijk de toegangspoort van en naar de Sliedrechtse Biesbosch. Dus je ziet ook dat het Wantij belangrijk is voor
17
verbindingsnatuur. Vooral vogels en vissen hebben aan het Wantij heel veel als trekgebied. Dan ons stappenplan. Om erachter te komen wat wij kunnen moesten we eerst de kaders verzamelen, dus het vastgestelde bestemmingsplan bijvoorbeeld, voor Stadswerven. De vergunningen die we vanuit Rijkswaterstaat hebben gekregen zijn allemaal beperkingen aan de mogelijkheden om te kunnen vergroenen. Aan de andere kant hebben wij ook bepaalde uitgangspunten, namelijk onze Omgevingsvisie, onze groenblauwe visie, die eigenlijk juist aangeven: doe wat meer aan vergroening dan dat je op dit moment ook doet. Dus het was belangrijk om een overzicht te maken eigenlijk van de kaders en uitgangspunten voordat we die ideeen konden uitwerken op de groenkaart. Omdat het al zo'n langlopend project is hebben we ook bij verschillende stakeholders, noem ik het maar, belanghebbenden, interviews afgelegd. Ik noem zelf eigen interne medewerkers van de ambtelijke organisatie, ik noem Rijkswaterstaat, ik noem het Natuurwetenschappelijk Centrum en andere mensen die het belangrijk vonden om hier wat over te vinden. Doelsoorten bepalen. Ik heb zo een mooie slide over hoe we dat hebben uitgewerkt. De inventarisatie van ideeen was ook heel erg belangrijk, want er zijn vanuit de verschillende visies op het Wantij bijvoorbeeld, maar ook door heel veel verschillende betrokkenen ideeen opgeworpen.
Die hebben we ook op een lijst gezet en de haalbaarheid bepaalt. Wat haalbaar is staat op de groenkaart. Natuurlijk, een foto van de rivierrombout, die eigenlijk voor Stadswerven wel heel erg kenmerkend is geraakt. Dat is een soort die eind jaren negentig uitgestorven was in Nederland en op eigen kracht, via het rivierengebied, Stadswerven heeft weten te bereiken. Op dit moment komt die in verschillende oeverzones in de zomermaanden voor, sluipt hij uit en vliegt hij weg. Dus de oeverzone van het Wantij is daar bijzonder voor. De heer Glindogdu: Voorzitter? Deze presentatie is thuis niet te volgen, krijg ik net door. De heer Fiaschi: Mag ik verdergaan? Een voorbeeld van hoe wij nou eigenlijk komen van als je een bepaalde soort aanwijst voor een gebied waar het typisch voor is, hoe kom je nou aan de levensruinnte, zeg maar? Hoe reserveer je de plekken op Stadswerven? Dat is dus hier aan dit plaatje te zien, van links naar rechts. Er zijn een aantal soorten die heel kenmerkend zijn voor het rivierengebied en hier staan drie soorten, waarvan er twee ook belangrijk zijn als Natura 2000-doel. Dat zijn de rietzanger en de blauwborst en middenin de rivierrombout. Als je dan kijkt: wat hebben zij nou eigenlijk nodig aan levensbehoeftes? Hier zie je in het middenstuk vier plaatjes van levensbehoeftes die zij hebben.
Dat zijn vaak de waterkanten waar net staat of vergelijkbare groene structuren waar zij bijvoorbeeld broeden, waar zij hun rust zoeken of waar zij uit het water sluipen en een volwassen individu worden. Als je dan ook weet ‘deze levensbehoeften hebben zij', waar kun je dan eigenlijk op Stadswerven de geschikte ruimtes daarvoor vinden? Dan kijk je vooral naar de oeverzones. Er zijn heel veel oevers aanwezig. Dus als je dan kijkt naar rechts, dat zijn ook allemaal termen die we vanuit de deelgebieden hebben bedacht: hier is in theorie ruimte voor de doelsoorten waar we het hier over hebben. Overigens is die lijst wel veel grater dan alleen deze drie soorten die erop staan. Maar wanneer wordt nou een nnaatregel echt haalbaar? Dat zijn toch een aantal belangrijke overwegingen. Aan het begin heb ik al genoemd: klimaatbestendigheid, een bijdrage aan een aantrekkelijke of gezonde leefomgeving en ook aan biodiversiteit is belangrijk, omdat dat onze uitgangspunten vormen om dit Groenplan ook te maken. Is het wel of
18
niet passend binnen de gestelde kaders of uitgangspunten? Bijvoorbeeld: past het binnen de voorwaarden? 0 ja.
De voorzitter: Wat technisch. Voor mensen die meekijken, er is wel geluid bij de livestream, alleen de slides kan men daarop niet zien. De slides komen alsnog op het raadsinformatiesysteem te staan. Dus voor mensen die vanuit huis meekijken, die kunnen achteraf alsnog de presentatie inkijken.
De heer Fiaschi: Ik was bij punt vier, of het dan wel of niet past binnen de gestelde kaders en uitgangspunten. Dus valt het bijvoorbeeld binnen de voorwaardes waarmee wij het bestemmingsplan hebben vastgesteld of de vergunningen die wij vanuit Rijkswaterstaat hebben gekregen? Wat is de status van de ontwikkeling? Want je kunt voorstellen dat een al jaren afgerond bouwproject nog maar weinig mogelijkheden biedt voor vergroening binnen het project Stadswerven. Wensen vanuit bewoners hebben we ook nneegenomen, dus eigenlijk, als er heel erg veel wensen zijn vanuit bewoners voor een bepaald type element is dat ook belangrijk om het terug te brengen. Is er wel of geen fysieke ruimte beschikbaar in het plangebied? We moeten daarin realistisch blijven, dat het ons niet lukt om bouwoppervlak op te offeren voor nieuwe natuur. We moeten kijken binnen de bouwvlakken die we hebben voor de ontwikkeling, wat daarin mogelijk is. Oeverveiligheid en scheepvaartfuncties, die maken bijvoorbeeld dat hele grote, natuurvriendelijke oevers niet kunnen. De eigendomsituatie is belangrijk en ook de bodemverontreinigingsituatie maakt ook dat we soms geen groen kunnen behouden. Een voorbeeld zien jullie op het plaatje bij drijvend groen. Wij willen graag op bepaalde plekken drijvend groen terugbrengen, die staan ook in de groenkaart. Maar een deel van het water is in eigendom van Rijkswaterstaat.
Dus wij willen het aanleggen, maar we moeten wel met Rijkswaterstaat in overleg om het uiteindelijk uit te kunnen voeren. Dus wij hebben instemming nodig van Rijkswaterstaat. Ik ben zelf verbaasd geweest over wat onze zoektocht opgeleverd heeft. Hier zie je met de plaatjes eigenlijk allennaal al samenvatting van wat er op Stadswerven terugkomt. Ik noem zelf daar een paar elementen uit. Dat is het drijvend groen dat we gereserveerd hebben op onze bouwplekken op A, ter hoogte van de drijvende woningen. Ik noenn bijvoorbeeld bloeiende grasbernnen of bloemenbermen in de nieuwe situatie. Je ziet in het midden daar twee plaatjes van, heel mooi, de Stadswerven heeft natuurlijk een dynamische geschiedenis met de bedrijvigheid die er ooit is geweest. Hoe mooi is het om een bloemenmengsel aan te bieden die verwijst naar het roerige verleden? Of juist te verwijzen naar het rivierengebied, waar soorten zijn die in een natuurlijke situatie daar al groeien. Daar kun je dus ook bloemennnengsels van aanbieden in de berm en die zijn ook juist goed voor de bijen en de vlinders. Je ziet ook mooie goedontwikkelde oevers, maar ook natuurinclusief bouwen is een belangrijk onderwerp. Je ziet twee elementen onderin staan, je ziet net een kopje uitsteken van een gierzwaluw uit die steen. Die is speciaal ingezet in de muur om gierzwaluwen ruimte te geven. Deze wordt gebruikt.
Daarnaast zie je een foto van een soort van een brievenbusje, waar vleermuizen in kunnen komen. Dus je ziet daar ook een doorsnede van. Met de OCW bekijken we bij de toekomstige bouwprojecten welke voorzieningen we kunnen terugbrengen. Ik laat zo de kaart zien, maar even een voorbeeld van: wat levert zo'n maatregel dan op? Dat heeft ons ook zelf verbaasd, op vlek C, dat is de plek van de noordelijke insteekhaven. Is, als
19
ik het goed zeg, de OCW op dit moment een soort van een ontwerp aan het uitwerken en je ziet eigenlijk op het plaatje mooi dat er een hele mooie groene tuin wordt aangeboden waarin ook een wadi is opgenonnen, dus een plek om water te bergen in het gebied. Het was lets waar wij als project als totaal nog niet van op de hoogte waren en ik vond het nnooi om te zien dat een OCW ook met zulke vernieuwende ideeen komt binnen onze projecten. Dus het heeft dus ons ook echt verbaasd wat we op de groenkaart hebben kunnen opnennen. Dat is dit ook geworden. Je ziet op de kaart alle maatregelen die ook zijn bedacht en die we willen nemen. Er zijn alleen bij de kaarten zijn er drie indelingen van de kaarten meegestuurd. De maatregelen die wij kunnen treffen en ook zullen treffen, maatregelen die wij mogelijk kunnen treffen - maar we zijn afhankelijk van derden, zoals Rijkswaterstaat - en maatregelen die wij binnen het project niet kunnen nemen. Op deze kaart staat bijvoorbeeld, als je even kijkt naar de oevers, mooie zoekgebieden in. Daar staan wat arceringen bij, bijvoorbeeld langs de Nieuwe Merwede hebben we al een groene oever aangelegd met net voor de rivierrombout en daar gaan we nog meer van aanleggen. In verband met de tijd wil ik niet te veel op de kaart ingaan, ik denk dat ik al over mijn tijd heen ben. Over die haalbaarheid van die maatregelen en ook de status van de kaart.
De groenkaart is indicatief als status. Dus dat betekent dat we alles wat we willen realiseren, dat staat op de kaart. De exacte plaats, de manier waarop we het uitvoeren of dat er toch nog een technische onvolkomenheid in zit, in de uitvoering daarvan. Dat kan zijn dat de kaarten op kleine punten nog worden aangepast. Er zijn ook reacties op gekomen, op het Groenplan van Stadswerven, daar zal ik zo nog lets over vertellen. Ik heb net ook gezegd, er staat een indeling op die kaart: wel realiseerbaar, afhankelijk van derden, of niet. Ik heb hier rechts een voorbeeld gegeven van lets wat wij niet kunnen doen. Onder de Prins Hendrikbrug is een hele steile, verharde oever, daar kun je als mens eigenlijk al niet eens onderdoor. Een faunaloopplank helpt om zoogdieren veilig onderlangs over te steken, alleen dat zit niet in ons project. Dat is een hele goede vraag. De grens houdt op bij de Prins Hendrikbrug en daar hebben wij geen werkzaamheden in uitvoering. Ja. De heer Kleinpaste: Voorzitter? De heer Fiaschi: Ik ben bijna klaar. De heer Kleinpaste: Ik ben even benieuwd hoe dat 'wij' wordt gedefinieerd, want als gemeente gaan we er toch wel over, neem ik aan. De voorzitter: Ja, precies. Maar de exploitatiegrens ligt waarschijnlijk gewoon aan de andere kant. De heer Fiaschi: Ja. De voorzitter: Ja. Gaat u door.
De heer Fiaschi: Wij hebben ook uitgezocht of de maatregelen die op de groenkaart staan financieel uitvoerbaar zijn. Dat antwoord is ja. Wij hebben dat ook afgestennd met ons beheer en onderhoud, dus dat we ook weten, als we een bepaalde plantengemeenschap aanbrengen, of een bloeiende berm, hoe we dat moeten gaan
20
beheren op een duurzame manier. We hebben ook geconnmuniceerd over het plan via de website en wij hebben ook bewoners echt om reacties gevraagd op het Groenplan. Die reacties zijn ook binnengekomen. Wij hebben in totaal dertig reacties ontvangen, waarvan ook cornplimenten trouwens, naast de vele toevoegingen of suggesties om Stadswerven nog meer te vergroenen of soms eigenlijk te ontgroenen. In totaal 84 reacties. Als je kijkt ook naar opmerkingen uit het Groenplan, als je ze samenvat gaat het met name over die inrichting van de openbare ruimte. Ik noem zelf daar even bij het Energieplein. Op het Energieplein is weinig vergroening aanwezig, er is bij veel reacties een verzoek om vergroening. Aileen dat project is dus al enkele jaren geleden uitgevoerd en het eventueel vergroenen van het plein vraagt om nieuwe besluitvorming en financiering. Dus daarin, dat vind ik persoonlijk ook een beetje frustrerend, dat ik graag wil vergroenen op het Energieplein, maar dat valt ook buiten de scope van het project. Wat wij gaan doen is dat wij de reacties gaan bundelen en de haalbaarheid van suggesties ook doornemen en dat ook delen met bewoners en andere betrokkenen. Wij zullen daarop ook schriftelijk en mondeling reageren. Dit is wat ik wilde vertellen en volgens mij was dat langer dan een kwartier.
De voorzitter: lets langer, klopt. Dank voor deze presentatie. Het is nu aan de commissie of er vragen zijn, of verduidelijkingen, of opmerkingen mee te geven. Ik kan er zelf wel een paar voorstellen. Dus ik begin dit keer rechts, bij de heer Portier. De heer Portier: Nou, om te beginnen: bedankt voor de presentatie en fijn dat er aan een Groenplan gewerkt wordt. Ik zie een paar mooie dingen. Ik haak even aan op ‘dit valt niet onder het project' of 'hier is het al afgerond', etcetera. Uiteindelijk kunnen wij als raad natuurlijk zeggen: wij willen de scope van het project uitbreiden. Waarom inderdaad alleen maar kijken naar de plekken waar nog ontwikkelingen zijn? Want het gaat toch om groen voor het hele gebied, ook de gebieden waar misschien al gebouwd is. Dus ik zou het graag, sommige kaders zijn er gewoon om te doorbreken, dat wou ik eigenlijk meegeven. De voorzitter: Dank u wel. De heer Struijk. De heer Struijk: Laat ik dan deze keer eens bij de heer Portier aansluiten. Het mag ook wel vanavond, hij heeft het daarnet ook gedaan. Ik ben het er helemaal mee eens. Het Energieplein valt erbuiten, als ik de plaatjes goed heb geInterpreteerd geldt dat ook voor de Lange Wantijkade. Dan krijg je straks een heel mooi groen lets, waar toch een paar plekken enorm detoneren en dat zou ik erg jammer vinden. Dus nnisschien moeten we inderdaad daar toch nog eens een keertje naar kijken.
Tweede opmerking die ik wil maken, even een citaat. "De Groenkaart is indicatief, G betekent bijvoorbeeld dat de locatie niet nauwkeurig is vastgelegd", enzovoort, enzovoort. Ik heb daar even bijgezet: dit suggereert eigenlijk alsof het nog alle kanten op kan. Is mijn conclusie juist, kan het nog alle kanten op? De heer Fiaschi: Nee, dat kan niet alle kanten op. De voorzitter: Even kijken. Er is ook een vraag nog van de heer Portier, maar ik weet niet of u daarop in kunt gaan.
21
Wethouder Burggraaf: Voorzitter, ik zou wet even willen scheiden in wat technische vragen en wat meer van politieke aard. De voorzitter: Precies, ja. Eens even kijken, dat doen we het even in de volgorde, want als we nu vragen en antwoorden beginnen, dan is het misschien goed om even de vraag van de heer Portier ook dan eerst te doen. Dus sorry voor mijn onderbreking. De heer Fiaschi: Geeft niet. De voorzitter: Ik neem aan dat de vraag van de heer Portier door de wethouder wordt beantwoord. Wethouder Burgoraaf: Is het niet slim om - tenminste, ik merk nu at soms dubbele vragen - dat we eerst even gewoon een inventarisatierondje doen en dan samen in blokjes beantwoorden? De voorzitter: Ja, hartstikke goed. Onthoud het even, ik schrijf nu niet mee namelijk. De heer Stolk. Even kijken, de heer Oostenrijk, heeft u van uw kant nog vragen? Nee? De heer Oostenrijk: Niet anders dan aanvullend op wat beide voorgangers ook at hebben gezegd over de compleetheid van het plan. Want ik voel ook niet voor het laten openstaan van gaten. De voorzitter: Dank u wet. De heer Gundogdu. De heer Gundogdu: Ja, voorzitter, dank u wet. Even een verhelderende vraag. Dit onderwerp stond ook een aantal jaren geleden weer op de agenda en een van de klachten van de eerste pioniers, zeg nnaar, de eerste bewoners was er het zoveel beton was ingetekend, althans: weinig groen.