Notulen Commissie Bestuur en Middelen 26 oktober 2021 - getekend.pdf
Tekst van het document
GEMEENTERAAD DORDRECHT 21 DEC. 2021 Agendapunt Bijlage nr.
3
VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE COMMISSIE BESTUUR EN MIDDELEN DORDRECHT D.D. 26 OKTOBER 2021 Locatie: Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid
Voorzitter: Dhr. Merx Commissiegriffier: dhr. Bakker Verslag: NotuBiz Aanwezig: Mevr. Van den Bergh (PvdA) Dhr. Gundogdu (Fractie Nijhof) Dhr. Van der Klaauw (Gewoon Dordt) Mevr. Kruger (GroenLinks) Dhr. Van der Kruijff (CDA) Dhr. 't Lam (SP) Dhr. De Looze (ChristenUnie/SGP) Dhr. Peters (VVD) Dhr. Polat (D66) Dhr, Wringer (Beter voor Dordt) Dhr. Wisker (VSP) Portefeuillehouders: burgemeester Kolff Mevr. Dekker (VRZHZ) Dhr. Van Dieen (ambtelijke ondersteuning) Mevr. Frentz (algemeen directeur Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid) Dhr. Schellevis (ambtelijke ondersteuning) Dhr. Van Tilborg (ambtelijke ondersteuning) 1. Opening, agenda en mededelingen
De voorzitter: Goedenavond, ik stel voor dat wij gaan beginnen. Eerst dank aan de veiligheidsregio voor de ontvangst hier vanavond. Heel mooi en we verwachten, althans verwachten, er is aangeboden om straks, als u de vergadering kort weet te houden, maar wel zakelijk en goed, dat we nog een rondleiding krijgen voor wie dat wil.
De voorzitter: Goed, om de vaart erin te houden ... Nee, hoor. Zolang als het nodig is en als het te lang duurt dan houdt het op. Zo simpel is het. Ik vraag iedereen nadrukkelijk om niet door elkaar te praten, echt vandaag even het woord wel via mu j dan, via de voorzitter te doen. Dat heeft niet te maken met ineens een soort geldingsdrang van mu, maar wel met het apparaatje dat daar ligt, wat datgene wat u vanavond uitspreekt opneemt. En u begrijpt dat als u door elkaar gaat praten dan is er straks voor degene die het nnoet gaan uitwerken niets meer van te bakken. Dus vandaar deze vraag en dus ook luid en duidelijk spreken. Goed. Dan ga ik eerst het rondje maken en ik stel voor dat
1
iedereen, om alvast even te oefenen met het apparaatje om het zo maar te zeggen, zichzelf even voorstelt. Ik begin links. De heer Bakker: Harco Bakker, raadsgriffie. De heer Kolff: Wouter Kolff, burgemeester. De heer Van der Kruijff: Wim van der Kruijff, CDA. De heer 't Lann:Jack 't Lam, SP. De heer Wisker: Jack Wisker, VSP. De heer Peters: Harry Peters, Dordtse VVD. De heer De Looze: Arjan de Looze, ChristenUnie/SGP. De heer Van Dieen: Edwin van Dieen, clustermanager Wijken. De heer Van Tilborq: Adriaan van Tilborg, teamleider Handhaving. De heer Schellevis: Remco Schellevis, Openbare Orde en Veiligheid. De heer Polat: Ahmet Polat, D66. De heer Gundogdu: Aydin Giindogdu, Fractie Nijhof. Mevrouw Van den Bergh: Jacqueline van den Bergh, PvdA. De heer Wringer: Jan -Willem Wringer, Beter voor Dordt. Mevrouw Kruger: Kitty Kruger, GroenLinks Dordrecht. Ja, dat zeg ik altijd. Mevrouw Frentz: Caren Frentz, algemeen directeur Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid. De voorzitter: Dat is mooi, dan hebben we het rondje gehad. Dan gaan we verder met de agenda. Even kijken wie hem nog niet hebben opgenoennd. Volgens mij is iedereen genoemd. Zijn er nog mededelingen van uw kant? Niet. Dan is de volgende vraag, kan iedereen instemmen met de agenda zoals die voorligt? En het antwoord daarop is ja.
2. Vaststellen van de besluitenlijst De voorzitter: En dan zijn we al bij punt twee van de agenda en dat is het vaststellen van de besluitenlijst. De Comnnissie Bestuur en Middelen van 28 september 2021, kan deze worden vastgesteld? Ja. Bij deze.
3. Vragen aan het college
2
De voorzitter: En zijn er vragen aan het college? Er is in ieder geval een vraag binnengekomen van de PvdA, zijn er nog anderen die ook vragen hebben? Niet. Dan geef ik het woord aan mevrouw Van den Bergh. Mevrouw Van den Bergh: 3a, ik weet niet Voorzitter, maar ik weet niet of dat nu aan de orde is, want of de burgemeester die kan beantwoorden, want het is een vraag eigenlijk over de horeca in de binnenstad. De heer Kolff: De burgemeester gaat overal en nergens over. Dus, probeer het, zou ik zeggen. Mevrouw Van den Bergh: Nou, er is een regulier overleg met de horeca in de binnenstad en we hebben allemaal bericht gekregen van wethouder Burggraaf dat het nieuwe terrassenbeleid wordt uitgesteld tot 2023 zelfs, maar er zijn een aantal ontwikkelingen die al min of meer zijn vastgesteld, onder andere de verbrede terrassen. En een heleboel ondernemers dat valt goed, ook bij het publiek en die willen dat verlengd hebben, maar dat is nu even afwachten. Dat wordt nu in die tussentijd verholpen met tijdelijke vergunningen, maar dat is niet voor iedereen even duidelijk en ook niet voor iedereen.
Dus die 2023, die staan dan weer erg lang echt te wachten en onze vraag is wordt dit afgestemd met de horeca, met het regulier overleg? En is daar ook een tijdelijk terras, of die verbrede terrassen, niet een heldere afspraak te maken, want ondernemers moeten ook investeren? De heer Kolff: Daar kan ik zeker antwoord op geven. De voorzitter: Gaat uw gang. De heer KoIff: 3a en wat dat horeca-overleg, dat zit ik zelf voor, dus ik weet daar iets van en ik heb ook nog even, ik wist dat deze vraag zou komen. Ik had nog even contact gehad met portefeuillehouder Burggraaf. Waar mogelijk zullen we in de komende tijd permanente terrasvergunningen verlenen en dan hebben we het dus ook over de extra terrasruimte die in coronatijd ter beschikking is gesteld aan de horeca. Grofweg zo'n 80 procent van die extra terrasruimte kan nu gewoon worden verstrekt, worden verleend, zodat die horecaondernemers ook de zekerheid hebben dat ze die extra terrasruimte in de toekomst kunnen blijven gebruiken. Sonnmige terrassen, extra terrassen, zijn bijvoorbeeld gelegen op een rijbaan, op parkeervakken, in de openbare ruimte en daar zullen we eerst nog een keer tijdelijke terrasvergunningen verlenen en dat heeft eigenlijk twee redenen.
Als het op de rijweg ligt, dat vraagt een wat zorgvuldiger afwegingsproces dan normaal en misschien ook extra ingreep in het kader van verkeersveiligheid en daaronn gaan we komend jaar nog met die partijen op de tafel onn precies in beeld te brengen wat daarvoor nodig is en voor die plekken is ook een wijziging van terrasregels beoogd en die willen we toetsen aan het nieuwe beleid voor plekken. Dat zijn dan vergunningen voor bepaalde tijd en waarom voor bepaalde tijd? Omdat we lessen hebben geleerd uit het verleden, bijvoorbeeld op het Scheffersplein. Als je daar voor onbepaalde tijd vergunningen verleent dan kun je dus nooit meer ook een nieuwe horecagelegenheid die toetreedt ook ruimte geven voor een terras en
3
daarom is dat ook een heel zorgvuldig proces wat nu met de horecaondernemers wordt doorlopen om te zorgen dat iedereen een fairshare krijgt van de openbare ruimte om een terras te exploiteren en nog op de vraag over gaat dit met de horeca. Nou, er is nauw contact met de horeca, zowel vanuit de wethouder als ook via het horecaoverleg wat we regelmatig hebben. We zijn ook bijna klaar met de subsidieregeling voor duurzame terrasverwarming en we gaan de horeca op individuele basis en ook op clusterbasis in gesprek over afstemming, over beeldkwaliteit en welke investeringen er nodig zijn en daar kan ook nog een financiele bijdrage vanuit de gemeente bijkomen als dat het algemeen belang van een goede uitstraling van de binnenstad dient. Dus dat is eigenlijk de lijn in reactie op de vraag die door de Partij van de Arbeid is gesteld. De heer Wisker: Voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. De heer Wisker. De heer Wisker: Mag ik nu dit item toch aan de orde is daar ook een opmerking over maken? Wij hebben wat opmerkingen gekregen dat mensen het prima vinden dat de terrasruimte voor de horeca wordt verbreed, maar dat ze het wel heel jammer vinden als dat ten koste gaat van parkeerplekken, die er toch al zo weinig zijn. De heer Kolff: Ja, ik begrijp dat en dat is vragen om een zorgvuldige afweging, die wordt dus de komende tijd gemaakt.
In de openbare ruimte hebben we gelukkig in het algemeen genoeg ruimte, maar er zijn momenten en ook situaties waarin we moeten schipperen, waarin we afwegingen moeten maken en die parkeerdruk is daar een onderdeel van. Dus dat nemen we zeker nnee in die afweging die gemaakt wordt. De heer Wisker: Dank u wel. Mevrouw Kruger: Voorzitter. De voorzitter: Dan ga ik eerst even naar mevrouw Van den Bergh om te vragen of uw vragen voldoende zijn beantwoord. Mevrouw Van den Bergh: Ja, prima. De voorzitter: Oke. Mevrouw Kruger. Mevrouw Kruger: Ja, kleine aanvullende vraag. U zegt net over dat het geen onbepaalde tijd meer is of wordt, maar bepaalde tijd. Wordt er nog gedacht aan een jaar, twee jaar, drie jaar, vier jaar, vijf jaar? De heer Kolff: Nee, want de ondernemers zullen daar ook een bepaalde investering moeten doen en als je dat voor een jaar doet dan is dat helemaal filet rendabel. We willen ook proberen dat toch wat meer een mooi beeld neer te zetten in de openbare ruimte, dus ook vragen of de ondernemers daar samen met ons aan willen meewerken. Dus dat gaat dan wel om vergunningen voor, pak hem beet, vijf jaar, een aantal jaar.
4
Mevrouw Kruger: Ja, oke. Nee, duidelijk. Ja. De voorzitter: Oke, dan is deze vraag voldoende beantwoord, eventueel ook, of tenminste ook de aanvullende vragen. Zijn er ondertussen nog andere vragen opgekomen? Nee.
4. Ontwerp beleidsplan veiligheidsregio De voorzitter: Dan gaan we gauw door naar punt 4 en voordat ik dat doen heet ik eerst nog de heer Van der Klaauw welkom, die zojuist ook is binnengekonnen. Misschien ook de drie etages naar boven heeft geklommen? De heer Van der Klaauw: Ja. De voorzitter: Ik meende het al te horen aan uw gehijg.
De voorzitter: En dan is aan de orde punt 4, ontwerp beleidsplan veiligheidsregio. Aan alle tien de gemeenten van onze veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid is het ontwerp beleidsplan 2022-2025 toegestuurd en daarover kunt u vanavond in gesprek met de portefeuillehouder, maar ook rechtstreeks met de directie van de veiligheidsregio hier aan tafel. En dan is de vragen die u eventueel kan beantwoorden als u daar suggesties voor heeft, waar komen de accenten te liggen van dat beleid als het u zou aangaan. Hoe staat het met de financien? Waar liggen uw specifieke vragen en wensen of zorgen? De SP heeft al wat vragen ingediend. Dat zijn drie vragen. Ik noem ze hier even op, ook voor het verslag. Wat zijn de belangrijkste afwijkingen met het vorige beleidsplan en waarom zijn deze wijzigingen nodig? Wat is er jaarlijks aan extra budget nodig om dit beleidsplan uit te voeren en welke onderdelen van het beleidsplan worden er niet uitgevoerd als dit extra budget achterwege blijft? En klopt het dat het dekkingsplan een document uit 2018 is? Nou, mij is beloofd dat deze vragen worden meegenomen in de presentatie zo dadelijk en voordat wij naar de presentatie gaan geef ik eerst het woord aan de portefeuillehouder, onze burgemeester. 0 jee. Mevrouw Kruger: Ja, we moeten naar beneden. Mevrouw Frentz: We zitten in een operationele organisatie, dus dit kan gebeuren.
De heer Kolff: Kijk, dit was onderdeel van het ... Mevrouw Frentz: Onderdeel van de start van de presentatie. De heer Kolff: Onderdeel van het theater. Goed. De voorzitter: Het woord is aan burgemeester, portefeuillehouder.
5
De heer Kolff: Dank. Nou ja, als burgemeester van de stad Dordrecht natuurlijk zeer betrokken bij alles wat met openbare orde en veiligheid te maken heeft. Ook als voorzitter van de veiligheidsregio, alles wat met de veiligheidsregio te maken heeft en het is een gemeenschappelijke regeling die tot, denk ik, anderhalf, twee jaar geleden misschien bij raadsleden wel, maar bij heel veel inwoners niet bekend was. Wat doet die veiligheidsregio nu eigenlijk? Nou, in grote lijnen twee dingen. Een, zorgen voor een goedlopende, adequate brandweerorganisatie, zowel met vrijwilligers als met beroepsbrandweermensen en in onze stad hebben we twee beroepskazernes en in onze regio uit mijn hoofd 31, zeg ik dat goed? Mevrouw Frentz: Ja, 31 locaties. De heer Kolff: 31 vrijwilligerskazernes. De overige negen gemeenten betreft dat en de andere tak van sport is crisisbeheersing. Alles wat met crisis te maken heeft en dan heb ik het echt over rampen en crisesbestrijding en ook preventie op dat vlak. Een organisatie die als het goed is de gemiddelde inwoner hopelijk nooit of niet te vaak tegenkomt, maar waarvan het wel ontzettend belangrijk is dat we die hebben en een jaar of tien geleden grofweg zijn die veiligheidsregio's ontstaan.
Tot die tijd hadden we als gemeente nog onze eigen lokale brandweerorganisatie en deden we de crisisbeheersing, ik noem het toch maar even oneerbiedig houtje-touwtje op eigen kracht als gemeente en als er een keer opgeschaald nnoesten worden omdat er een grote ramp of crisis of een hele grote brand was, dan moest de burgemeester van de ene gemeente met de burgemeester van de andere gemeente bellen om te vragen of alsjeblieft de brandweerauto even langs nnocht komen. Wat dat betreft is de professionalisering die de afgelopen tien jaar in vijfentwintig veiligheidsregio's in Nederland heeft plaatsgevonden wel echt ongelooflijk wezenlijk en belangrijk voor ons aller veiligheid. We hebben in Dordrecht in de stad gekozen voor twee beroepskazernes. Eentje bier, de grote kazerne die voor de hele stad eigenlijk opereert, maar ook een kleinere kazerne zoals u weet in de binnenstad, met name ook gericht op het behoud en het beschernnen van onze mooie nnonumentale historische binnenstad. Uiteraard zijn deze kazernes ook aanvullend op de overige kazernes in de regio, als er grotere rampen zijn dan komen zij ook weer bij ons als hier iets nodig is.
Nou, die twee takken van sport die zijn de laatste jaren steeds professioneler geworden en ook de link en daar is Remco Schellevis een belangrijke speler in, tussen de gemeentelijke organisatie en de veiligheidsregio, als het bijvoorbeeld gaat om de ARB-functie, de functie van mensen die ook bezig zijn met nazorg als er sprake is van een crisis, want de nazorg is vaak de helft van het werk en zo zijn er steeds meer professionaliseringsslagen gemaakt. We hebben een dekkingsplan, dat is ook bijgevoegd, van een document uit 2018 wat vooralsnog van toepassing is. Het zou best kunnen dat dat over enige tijd weer eens goed bekeken moet worden, maar dat dekkingsplan dat zorgt ervoor dat binnen de gestelde aanrijdtijden, maar ook met gebruik van de juiste kwaliteit bij branden kunnen zijn om die te blussen en dat dekkingsplan is dus van toepassing op het hele gebied. Dat is een van de basisbeginselen, zal ik maar zeggen, van dit ontwerp beleidsplan voor de komende drie, vier jaar. Afgelopen anderhalf jaar is de veiligheidsregio natuurlijk heel erg bekend geworden door de coronacrisisaanpak, waarbij het ministerie, het kabinet, heeft gekozen om ook de vijfentwintig voorzitters van de veiligheidsregio's nadrukkelijk
6
naar voren te schuiven, met hen te overleggen en via de lijnen van de veiligheidsregio's eigenlijk de crisisorganisatie vorm te geven in het hele land en zou eigenlijk samen ook die crisis zo goed mogelijk te lijf te kunnen gaan. Dat heeft tot veel meer bekendheid geleid. Dat heeft er ook toe geleid dat deze organisatie, waar we een half jaar voordat de crisis begon precies deze oefening hebben gedaan, als het gaat om een gezondheidscrisis, over een uitbraak, een pandemie, dat wij ons zo goed mogelijk voorbereiden op allerlei soorten en typen van crisis die zich kunnen voordoen in het gebied of in onze stad. Nou, dit ontwerpbeleidsplan geeft eigenlijk de accenten weer voor de komende paar jaar. Ik ben heel blij dat wij een kleine anderhalf jaar geleden, of innniddels ruim anderhalf jaar geleden al Caren Frentz hebben kunnen aantrekken als nieuwe directeur van onze veiligheidsregio. Met veel ervaring bij de brandweer in Haaglanden hier binnengekomen en eigenlijk pas sinds kort een beetje kennis kunnen maken met de organisatie zoals die regulier hoort te draaien, want anderhalf jaar lang heeft Caren in de operationele en ook in de crisisstand gestaan. Nou, met na jou het woord te kunnen geven om het ontwerpbeleidsplan en de accenten voor de komende jaren aan op de vragen die al gesteld zijn, nog wat toe te voegen. Mevrouw Frentz: Nou, heel graag zelfs.
De voorzitter: Het woord is, even voor de ... Mevrouw Frentz: 0, ja, excuus. De voorzitter: Het woord is aan mevrouw Frentz. Mevrouw Frentz: Dank u wel, voorzitter. Nou, hartstikke leuk dat jullie vandaag hier zijn. Zoals de burgemeester net al zei, op een van de 31 locaties van de veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid. Een van de beroepslocaties van de veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid en de heren en dames staan al te popelen om jullie zo meteen ook te ontvangen beneden om ook het materiaal wat in de kazernes staat te laten zien, want vandaag mag ik jullie het beleidsplan presenteren 2022-2025, dan praten we over vier jaar en de belangrijkste inhoud van het beleidsplan is eigenlijk drie componenten, namelijk brandweerzorg, wat hier ook beneden gebeurt 24 uur per dag, zeven dagen per week. Crisisbeheersing en daar geldt eigenlijk hetzelfde voor, 24 uur per dag en zeven dagen per week en risicobeheersing en advisering daarin. Dat doen wij over het algemeen van maandag tot en met vrijdag.
Nou, wat is dan precies het doel van het beleidsplan? Het beleidsplan is in principe een wettelijke verplichting vanuit de Wet veiligheidsregio's en in het beleidsplan, wat bestaat naast het risicoprofiel en naast het crisisplan, dat vormt eigenlijk met elkaar drie belangrijke planvormingen van de veiligheidsregio en de basis daarvan is het waarom en dat is ons risicoprofiel en daarin bespreken wij zowel met de tien gemeentes als met alle experts in en partners in onze regio wat wij zien wat onze belangrijkste risico's zijn voor veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid. Dus je kunt je voorstellen dat dat verschilt per veiligheidsregio, in onze staat water bijvoorbeeld heel erg hoog op de agenda, terwijI dat uit de regio waar ik vandaan kom, Haaglanden, dat helemaal niet zo prominent aanwezig was, want daar deden we bijvoorbeeld veel meer aan onrust, maatschappelijke onrustscenario's. Dus zo verschillen die vijfentwintig veiligheidsregio's ook in risicoprofielen en op basis van het risicoprofiel nnaken wij
7
vervolgens het beleidsplan en daarin gaat het veel meer over wat gaan we dan doen op basis van het risicoprofiel. Het crisisplan gaat in het bijzonder over als er dan een crisis is of een ramp, hoe doen we dat dan met elkaar? Dus dat zijn drie planvormingen die eigenlijk nauw bij elkaar aansluiten en belangrijk zijn. Het beleidsplan wordt een keer in de vier jaar opgesteld, dus dat betekent dat die voor vier jaar staat en daarin benoemen we in het bijzonder de hoofdpunten en de focuspunten van de veiligheidsregio en dat wordt jaarlijks verder uitgewerkt voor de afdelingen. Nou, zoals ik al zei, dat doen we eigenlijk in samenwerking met partners, dus dat doen we onder andere met de Dienst Jeugd en Gezin en dat is extra goed om dat te benoemen, want het is anderhalf jaar lang is dat een intensieve samenwerking geweest, maar wij doen dat bijvoorbeeld ook heel erg nadrukkelijk met de waterschappen of met bijvoorbeeld de politie en de ambulancediensten. Wat dan verder in het beleidsplan staat is vooral de koers waar wij de aankomende vier jaar met deze veiligheidsregio op basis van onze processen op willen gaan varen en sturen. Dus wat willen we bereiken, voor wie willen we dat doen en ook voor welk geld doen we dat? En dat komt allemaal tot uiting in het beleidsplan.
Nou, dat is natuurlijk altijd een dik pak papier en we proberen dat dan zo aantrekkelijk mogelijk aan te bieden aan een ieder. Dat is soms wel wat lastig omdat er veel jargon in staat en dat realiseren wij ons ook, maar wat we in ieder geval gedaan hebben in eerste instantie bij dit beleidsplan is te kijken naar buiten. Wat zien we nou in ontwikkelingen gebeuren in onze nnaatschappij? Wat zien we aan ontwikkelingen in de veiligheidsregio, wat zien we aan ontwikkelingen bij onze partners en wat heeft dat voor een effect op ons als organisatie? Dus op de brandweerzorg, op de crisisbeheersing, maar ook bijvoorbeeld de advisering als het gaat risico's. En wat daarin belangrijk is, is dat je vervolgens met die organisatie focus af gaat spreken. Dus dat wij, want het is ook uit het visitatierapport gekomen van deze veiligheidsregio, wij hebben zoveel en we moeten eigenlijk op zoveel letten dat we gezegd hebben het is belangrijk onn ons de komende vier jaar echt te gaan focussen op een paar speerpunten. Dus dat konnt in dit beleidsplan ook nadrukkelijk naar voren en wat geven we dan ook aan is wat we daarvoor nodig hebben. Nog even kort terug naar de visie van onze veiligheidsregio.
Wij staan voor het vergroten van de veiligheid voor iedereen in onze regio, niet alleen de mensen die hier wonen, maar ook de mensen die hier werken en de mensen die hier recreeren en daar hebben wij de drie processen voor ingericht die ik al eerder heb benoemd. Nou, even de blik naar buiten, dus wat zien wij als veiligheidsregio en wat hebben wij ook met onze partners benoemd? Er zijn in principe een aantal maatschappelijke ontwikkelingen die ook in Zuid-Holland Zuid van toepassing zijn. Een vergrijzing, klimaatverandering, wat we zien wat we voor scenario's in Limburg hebben gehad. Zou dat nu ook kunnen in Zuid-Holland Zuid? Hoe bereiden wij ons daarop voor? Hoe zetten wij onze mensen daarop in? En we zien ook steeds meer alternatieve energiebronnen en daarmee bedoel ik er zijn meer Tesla's op de weg. Vroeger was een autobrand een andere brand dan dat het bijvoorbeeld tegenwoordig is als er een Tesla in brand staat. Daar hebben we andere vaardigheden voor nodig, voor de mensen, maar ook andere blusmaterialen bijvoorbeeld. Dus dat zijn allemaal ontwikkelingen die wij zien in onze omgeving waar wij als organisatie op moeten acteren.
Wat we ook zien is dat er een aantal wettelijke ontwikkelingen zijn, waaronder de Omgevingswet en dat betekent in feite voor onze afdeling risicobeheersing dat het veel minder vanuit echte wet en regels gaat, maar veel meer vanuit het principe veiligheid en dat we veel meer in de proactieve setting overleg
8
hebben met bouwprojecten en ontwikkelingsfases van nieuw te ontwikkelen gebieden, hoe we daar kijken naar veiligheid. Dat vraagt echt ander denken van ons als veiligheidsregio, maar ook weer andere competenties van mensen. Een andere belangrijke wettelijke regeling is de deeltijdrichtlijn. Die heeft echt specifiek effect op onze bra ndweermensen. De burgemeester die lacht, want ik wilde voorzitter zeggen want hij is voor mij natuurlijk ook voorzitter van de veiligheidsregio. De burgemeester is ook portefeuillehouder op het landelijk dossier brandweerzorg en deeltijdrichtlijn is in heel Nederland een spannend dossier voor de brandweer. Wat maakt dat een spannend dossier? Europese richtlijnen hebben ons de verplichting opgelegd dat vrijwilligers en beroepsmensen als ze identiek werk doen in feite op dezelfde manier beloond. Nou, wij hebben vrijwilligers in dienst en wij hebben beroeps in dienst. Die doen in principe identiek werk, maar die worden niet op dezelfde wijze beloond. Dus wat het betekent is dat wij of het werk dusdanig verschillend moeten maken of echt het verplichtende karakter van bijvoorbeeld vrijwilligers er af moeten halen onn weer een goed onderscheid te maken tussen vrijwilligheid en beroeps.
Nou, dat betekent voor onze regio bijvoorbeeld dat wij geen vrijwilligers meer mogen kazerneren, dus dat ze op de kazerne aanwezig zijn en we mogen ze ook geen pieper meer aan de broek hangen met een verplichte rooster daarin en dat noemen we consigneren. Dus wij hebben de konnende jaren een uitdaging op een aantal posten in de regio Zuid-Holland Zuid cm die consignatie en de kazernering er vanaf te gaan halen. Dat is even heel kort de deeltijdrichtlijn. De heer Kolff: Dat is echt heel knap samengevat. Mevrouw Frentz: Ja? Oke. De heer Wisker: Mag ik een opmerking maken? Mevrouw Frentz: Ja. De voorzitter: De heer Wisker, gaat uw gang. De heer Wisker: U heeft daar zo een prachtig plaatje wat waarschijnlijk slaat op de vergrijzing. Ik wens toch even op te merken dat niet iedere grijsaard achter zo'n karretje loopt. Mevrouw Frentz: Zeker niet. De heer Kolff: En dat je op je vijfentwintigste al grijs kunt worden. De voorzitter: De heer 't Lam, gaat uw gang. De heer 't Lam: Ik heb een ander soort vraag, voorzitter. U vertelde net over de deeltijdrichtlijn, wat vinden die vrijwilligers daar nu van, dat ze geen piepertje meer hebben en dat soort dingen? Mevrouw Frentz: Nou, ze hebben dus nog wel een pieper, gelukkig. We hoorden er net ook een afgaan.
9
De heer 't Lam: Ik wist niet dat mevrouw vrijwilliger was. Mevrouw Frentz: Ja, er is een vrijwilliger. Marjan is een van onze vrijwilligers uit OudBeijerland. Nou, misschien wil jij die vraag wel beantwoorden dan. Mevrouw Dekker: En ... Maar wat ik Ja, wat vind ik ervan? Van de deeltijdrichtlijn? Ik ga wel even staan, dat is misschien makkelijker. Een ingewikkeld iets en ik ben blij dat ze nu inzien dat er geen onderscheid gemaakt kan worden tussen een vrijwilliger en een beroeps, want dat onderscheid is niet te maken omdat we in principe uitvoerend hetzelfde doen. Dat kazernering en consignatie eraf moeten, ik denk dat dat nog een enornne uitdaging wordt omdat er heel veel gebruik wordt gemaakt op die manier van vrijwilligers, dus ik ben benieuwd hoe ze dat ingaan richten. Ik zie het als een uitdaging. Ik denk dat er een juist uitzicht is nu dat het onderscheid niet te maken is, want we doen echt precies hetzelfde werk en persoonlijk vind ik de vergoeding iets wat voor bijna Nou, voor heel weinig vrijwilligers van belang is. De voorzitter: De vraag was meer van, volgens mij als ik het goed begrepen heb De heer Kolff: Zal ik daar iets over zeggen? De voorzitter: Ja, tenzij u ook vrijwilliger bent. De heer Kolff: Nee. De voorzitter: Goed. De vraag was volgens mij dan hoe vindt u het zelf dat ze straks die pieper niet meer mag hebben voor de consignatie en nog wat.
Mevrouw Dekker: De pieper mag wel, maar ik heb bijvoorbeeld, in Oud-Beijerland hebben wij in het weekend consignatie en die zou er dan afgaan. Dat betekent dat we heel gericht binnen zes minuten van de kazerne moeten blijven om op te komen en dat mag straks niet meer. Straks is het dus vrije instroom, dat betekent nu komen er tien vrijwilligers op in de consignatie, maar straks komt gewoon heel de ploeg weer op en dan is het maar net heb je er genoeg of heb je er niet genoeg en nu staat alles vast. Als ik in het weekend weg wil terwijI ik consignatie heb moet ik zorgen dat er iemand voor mij in de plaats komt en dat dat er af gaat, dat is een uitdaging. Want er is ooit gekozen voor dit systeem en wat maakt nu dat we daar dan weer vanaf kunnen stappen? Ik denk dat De heer 't Lam: En werkt dat praktisch? Want u zegt van ze komen te veel of te weinig, maar als je er te weinig hebt kan je eigenlijk niet uitdrukken. Heb je er teveel dan krijg je misschien een beetje ergernis als ze ieder ogenblik verschijnen en ze moeten toch
weer deels naar huis. Mevrouw Frentz: Voor... Mag ik antwoorden? Caren Frentz. De voorzitter: Gaat uw gang, mevrouw Frentz.
10
Mevrouw Frentz: Ik zeg het maar. We hebben het apparaatje zelf. Wet natuurlijk, een teveel is eigenlijk, er zit natuurlijk een gezonde wie is er zo snel mogelijk op de kazerne want je wil als er de pager gaat, de pieper gaat, wil je natuurlijk mee, want dat is de drive van de meeste brandweermensen, eigenlijk van allemaal. Dus het maakt niet uit of je een vrijwilliger of een beroeps bent, want je wil gaan helpen, maar wat natuurlijk wel zorgelijk is en dat moeten we opnieuw gaan inrichten, is dat er te weinig mensen zijn, want dan kan zo'n autospuit niet uitrukken in feite. Of er moet een andere post gealarmeerd worden om ook daadwerkelijk aan de hoeveelheid brandweermensen te komen die je nodig hebt bij het incident en dat is natuurlijk ... Het kan niet anders, want de regelgeving zegt dat het moet. We mogen niet meer kazerneren en we mogen dus niet meer consigneren, vrijwilligers, want anders moeten we ze op de gelijke wijze gaan betalen. Dat betekent dat het duurder wordt en dat betekent dan moet ik ze allemaal in parttimedienst aannemen. Wordt sowieso interessant met de werkgevers die ze hebben, de hoofdwerkgevers, maar betekent ook voor mij dat ik een heel groot potentieel aan brandweermensen een aanstelling moet gaan geven en het daarmee dus voor mij als organisatie en vooral eigenlijk voor ons bestuur, een stuk duurder wordt voor de tien gemeentes.
De voorzitter: De burgemeester. De heer KoIff: Nou even, ik denk dat we, dit onderwerp, daar kunnen we echt drie avonden mee vullen. Dat wil ik ook echt wel graag een keer doen als u daar behoefte aan heeft, maar ik denk dat we even moeten focussen op het beleidsplan. Even in een notendop, het is nog niet zover. We weten dat we in Nederland op dit moment niet helennaal aan de Europese wet- en regelgeving voldoen, doordat we met het systeem werken waar we mee werken. Tegelijkertijd vinden we het systeem waarmee we werken met elkaar buitengewoon belangrijk en die vrijwilligers, wat 80 procent van de brandweermensen ongeveer is, dat is vrijwillig, hechten er zelf en dat hoorde u net ook, hechten ook eigenlijk zelf heel erg aan dat systeem en het is nu aan de commissie waar ik voorzitter van mag zijn om met een plan te komen wat eigenlijk aan alle eisen en wensen voldoet en tegelijkertijd ook zorgt dat we zoveel mogelijk, zo dicht mogelijk bij het systeem blijven wat we kennen, want daar is iedereen eigenlijk heel tevreden over. Maar goed, daar wordt aan gewerkt. We moeten uiteindelijk aan wet- en regelgeving voldoen. Die is er overigens ook niet voor niks, want er is ook echt wel wat voor te zeggen en ik kan, als ik near de SP kijk bijvoorbeeld, of de Partij van de Arbeid, zullen dat ook aanspreken. Gelijk werk moet wel gelijk beloond worden.
Dat is een uitgangspunt Dat is een uitgangspunt wat denk ik bijna iedereen wel deelt. Maar we moeten kijken hoe we dat precies vormgeven en uiteindelijk in ons landt, hoe dat beklijft. De voorzitter: Gaat u verder, mevrouw Frentz. Mevrouw Frentz: Zeker. De heer Van der Klaauw: Voorzitter. Mevrouw Frentz: 0.
11
De voorzitter: Nou ja, ik wilde toch even, het is allemaal ... Het gaat hier wie, u heeft het niet gehoord, mijnheer Van der Klaauw, maar als u een vraag stelt dan gaan we straks geen rondje maken door de kazerne. De heer Van der Klaauw: Dan stel ik hem heel kort. De voorzitter: Wat zegt u? De heer Van der Klaauw: Dan stel ik hem heel kort. Het gebruik van de prive-WhatsApp
De heer Van der Klaauw: Het gebruik van de prive-WhatsApp, is dat dan wel toeg esta a n?
Mevrouw Frentz: Voor de alarmering? De heer Van der Klaauw: Ja. De heer Kolff: Nee, nee, nee, nee, nee. Mevrouw Frentz: Nee ... Nou ja, dat zouden wij nooit doen. De pager is sowieso gewoon een manier van alarmering van iedereen, piketfunctionaris, een vrijwilliger, een beroeps. Iedereen heeft in feite een pager waarnnee we alarmeren. Dat doen we eigenlijk niet via de telefonie, behalve als het pagingsysteem ergens uitvalt, maar dan is WhatsApp geen
De voorzitter: Ik stel voor, want voordat we dadelijk allerlei ideeen krijgen, er hangt beneden een ideeenbox. Mocht u lumineuze ideeen hebben, gooi daar uw ideeen in. Mevrouw Van den Bergh. Mevrouw Van den Bergh: Ja, ik was alleen even benieuwd, u had het daarnet over een andere manier van naar veiligheid kijken, proactief in verband ook met die Omgevingswet, eerder betrokken bij plannen. Wat kunt u in de kern heel kort zeggen wat die andere manier van kijken naar veiligheid inhoudt? Mevrouw Frentz: Wat wij nu ... Het is wel moeilijk om dat meteen in de kern toe te spitsen, maar wat er nu gebeurt is dat eigenlijk het bouwbesluit erbij gepakt wordt en gekeken wordt per regel van nou, klopt dit voorstel van een architect nou aan bij wat in het bouwvoorstel staat en soms komt het voor en regelmatig komt het voor, dat in feite die regel niet helemaal past bij het daadwerkelijk veiligheidsconcept van zo'n gebouw, omdat er ook andere maatregelen gedaan kunnen worden. Dan gaat het bijvoorbeeld over de brandwerendheid van muren. Het gaat over sprinklerinstallaties en wat ze eigenlijk afspreken kijk nou niet alleen naar die regels, maar kijk naar hoe veiligheid in zijn totaliteit in zo'n gebouw benaderd wordt. Dat is even heel kort waar het over gaat. Nou, de laatste wettelijke ontwikkeling is de Wet evaluatie veiligheidsregio's. Nou, die is net geweest.
Daar heeft de commissie een rapport over afgeleverd en daar wordt in feite
12
eigenlijk gezegd veiligheidsregio's, die brandweer die staat behoorlijk als een huis, maar wat we zien is dat de komende periode op basis van crisis toch nog wel ver kunnen ontwikkelen. Dus hoe ga je daar in veel meer richten op complexe crisistypes, hoe ga je met informatiemanagement om, hoe ga je met samenwerking met je buurregio's om en ook hoe gaan we nou met dat Rijk samenwerken? Dus dat zijn eigenlijk de bevindingen van de evaluatiecommissie die heeft plaatsgevonden, maar nu moet dat nog omgezet worden naar een feitelijke wet. Dat duurt nog wel even, maar dat betekent voor onze veiligheidsregio's natuurlijk wel dat er inspanningen op zit. Nou, wat zien wij dan bijvoorbeeld ook nog meer in onze regio? Dat zult u herkennen. Een enorme woningbouwopgave van en in Zuid-Holland Zuid. Onder andere in Drechtsteden, maar ook in Dordt zien wij dat het de bedoeling is er de komende jaren toch behoorlijk veel woningen bij te zetten. U kunt zich dit voorstellen dat dat wat doet met de vraag op een operationele organisatie zoals wij. Meer uitrukken voor de brandweer, maar ook als je kijkt naar advisering, bijvoorbeeld over gebouwen, maar ook als er crises zijn dat je veel meer moet nadenken over eventuele evacuatie of ontvluchting van wijken. Daar is gewoon dan meer inzet van zo'n veiligheidsregio voor nodig.
Dat is eigenlijk ook wel wat wij zien de komende periode en dan zie je dat wij als Zuid-Holland Zuid echt wel een bijzondere veiligheidsregio zijn, want wij zijn de veiligheidsregio Meestal focussen we op de haven van Rotterdam of we focussen ons op daar waar het weer naartoe gaat, in Duitsland, het Ruhrgebied onder andere, maar alles wat daartussen op het spoor of op de weg gebeurt, er zit weinig focus op, terwijI het risico net zo aanwezig is in onze regio als dat is in bijvoorbeeld Rotterdam-Rijnmond. Dus wij willen veel meer ook kijken naar wat zo'n transportroute of regio eigenlijk betekent voor risicoanalyse en wat wij daarvoor moeten doen. Waterveiligheid, ik denk dat dat evident is voor deze regio. Die is ook wel prominent al aanwezig geweest, maar ook Limburg laat ons nu zien dat dat gevaar gewoon steeds op de loer ligt. Wat doen we eraan, hoe werken we samen met de waterschappen, welke evacuatieplannen willen wij opzetten, wat voor afspraken kunnen wij vooraf al maken in plaats van tijdens? Nieuwe typen crises, we hadden het er al een heel klein beetje over. De pandemie noemen we maar even niet meer nieuw, maar de burgemeester zei het al anderhalf jaar geleden stond in het risicoprofiel, dacht iedereen nou, dat gaat nooit gebeuren.
Inmiddels zijn we anderhalf jaar verder en hebben we al anderhalf jaar een pandemie waar we echt ook als veiligheidsregio ontzettend druk mee zijn geweest. Op dat soort crises moeten we eigenlijk altijd voorbereid zijn. Wat is nou het grote verschil? Want er werd net ook om gevraagd. Wij waren voorheen eigenlijk een flitsrannporganisatie en wat bedoel ik daarmee is dat wij in feite paraat staan voor een grote klap, een incident a la Moerdijk. Of laten we het even dichter bij huis houden, ja, precies. Daar zijn wij op ingericht. Wij kunnen 72 uur lang brandweermensen leveren, crisistype mensen leveren die daar eigenlijk leiding, co6rdinatie, informatiemanagement realiseren. Wat een groot verschil is met de crisis die we nu net gehad hebben anderhalf jaar COVID, ik zeg het eigenlijk al, is anderhalf jaar. Wij zijn anderhalf jaar als organisatie eigenlijk bezig met de crisis. Dat vraagt uithoudingsvermogen van een organisatie, dat vraagt flexibiliteit, een bepaalde wendbaarheid, maar daar moeten we, het is ons nu een beetje overkomen en we willen daar nu wel in de toekomst wat nadrukkelijker over nadenken. Nou, tot slot het toekomstbestendig brandweerzorg met behoud van vrijwilligers en beroeps en dat hebben we net ook een heel klein beetje aangeraakt door de deeltijdrichtlijn te noemen.
13
Wij doen dit langs zes sporen. Dus we willen acteren op ons eigen risicobeeld, heb ik eigenlijk net al gezegd. Dat is waar we nu op in gaan zetten en focus op gaan leggen. Dat betekent ongeveer of dat betekent dat we wel kijken maar het risicoprofiel en dat ik wel durf te zeggen met de veiligheidsregio willen wij nu terrorisme gevolgbestrijding als prominent risico pakken of zeggen we daarvan dan kijken we iets meer naar onze buurregio Rotterdam-Rijnmond? En wij focussen wat meer op onze infrastructuur, water en gevaarlijke stoffen. Dus dat soort ontwikkelingen zullen de komende tijd erin zitten. We hebben al even ingezoomd op dat deskundig adviseren op risicobeheersing, wat betekent dat nou? Nou, het veiligheidsvraagstuk blijft daarin centraal, maar we gaan een andere manier, niet alleen maar vanuit regels, maar gewoon kijken naar het veiligheidsvraagstuk in zijn totaliteit. Wat hier nog wel ook verder steviger weggezet wordt is dat die samenwerking tussen regio's en land moet gaan versterken en dat hebben we bij bijvoorbeeld een 112 -storing gezien, dat dan vijfentwintig regio's wat anders doen en het Rijk ook anders gaat communiceren. Dat is iets wat we de komende jaren zullen moeten oppakken, dat willen we niet meer. Nou, bevolkingszorg.
Ik weet niet of jij daar iets over wil zeggen, over de ontwikkeling die we daar in de komende tijd voor ogen hebben, maar ook daar, de inspanning die we al gedaan hebben het afgelopen jaar, wordt eigenlijk verder geprofessionaliseerd en doorgezet. De heer Schellevis: Ook daar geldt weer, daar waar we vandaan kwamen daar geldt ook weer een enorme professionaliseringsslag. We komen van 19 gemeenten, we zijn naar een bevolkingszorg toegegaan waarbij we ook met diverse teams meerdere dagen kunnen draaien, omdat we vanuit die gemeentelijke tak echt die bevolking te voorzien en te ontzorgen als het ware. De heer Kolff: Dat was Remco Schellevis. En ik ben Wouter Kolff en even in aanvulling, bevolkingszorg houdt in als een ramp of crisis plaatsvindt of een grote brand, dat de gemeente die het betreft ook in actie konnt om de inwoners bij te staan, bijvoorbeeld tijdelijk elders onder te brengen, te registreren, op te vangen, et cetera. Dat is bevolkingszorg. Dat was Remco. De voorzitter: Mevrouw Frentz? Ja? Mevrouw Frentz: Ja, ik ga verder. Het derde spoor is het leveren van krachtige brandweerzorg, waarbij we nu al wel een aantal onderwerpen wel gepakt hebben, dus ik zal niet meer inzoomen op taakdifferentiatie, want dat hebben we net gehad. Uitrukken op maat en gebiedsgerichte opkonnsttijden is ook een ontwikkeling van de komende tijden.
Nou, wat bedoelen we daarmee? Uitrukken op maat, we hoeven niet meer naar een kat in de boom met zes man of vrouw. Dat kun je ook met twee doen wellicht, dus we gaan veel meer naar incidenttypes kijken, wat heb je daar nou voor brandweerpersoneel voor nodig, in plaats van dat je standaard met een auto en zes mensen uitgerukt. Dat geldt ook voor gebiedsgerichte opkomsttijden. Nu hebben objecten tijden, waarbinnen je ter plaatse moet konnen en wat de bedoeling is, is eigenlijk dat je veel meer naar het gebied in zijn totaliteit kijkt en op basis daarvan een opkomsttijd voor de bra ndweer vraagt. Dat zal de komende tijd ontwikkeld worden. De brandweerkosten blijven centraal staan, compact en nabij. Dat hebben we ook afgelopen retraite met de bestuurders van de veiligheidsregio weer herbevestigd. Dat vinden wij
14
belangrijk, brandweerzorg hoort compact en nabij georganiseerd te zijn en herkenbaar. Onze bluswatervoorziening is altijd belangrijk, daar zullen we altijd op blijven inzetten en een hele belangrijke bron van onze toekomstige aanwas is de jeugdbrandweer. Zoveel jeugd wat begint heel enthousiast en uiteindelijk daadwerkelijk ook in onze beroeps of vrijwillige setting terugkomt, dat had ik mij niet gerealiseerd in zo'n beroepskorps als Haaglanden, maar ik merk nu hoeveel jeugd er doorstroomt naar echt brandweermensen zijn, ontzettende belangrijke bron van nieuwe mensen. Nou, dan even spoor vier, vijf en zes op een sheet. Informatiegestuurd werken wordt steeds belangrijker, zullen we ook veel meer op gaan inzetten. Wat bedoelen we daarmee? We zien dat data en informatie steeds belangrijker wordt in deze maatschappij, maar dus ook voor onze operationele inzet. We kunnen veel meer met informatie dan dat we op dit moment doen. Nu is dat vaak reactief, maar waar we naartoe willen is eigenlijk naar een bepaalde voorspellende waarde van informatie. Dus als je data koppelt is het dan at bijvoorbeeld voorspelbaar dat lets staat te gebeuren of dat je bijvoorbeeld al een griepgolf lets eerder aan ziet dan dat we nu hebben gezien. Dat noemen wij bijvoorbeeld het Multi Intelligence Center, dat doen we samen met de veiligheidsregio RotterdamRijnmond.
Nou, dan hebben we de Risk Factory, dus omgevingsgericht werken aan zelfredzaamheid noemen we dat. De Risk Factory is eigenlijk een fabriek, een veiligheid en zorgfabriek, daar waar we onze jeugd vertellen hoe je gezond en veilig kunt opgroeien en hoe je daarin verstandige keuzes maakt en dan hebben we het niet alleen over brandveiligheid, dus hoe je een kamer veilig inricht, maar ook over wat eet je nou goed en wat is er dan minder goed eten, maar ook over cyber security, dus als het gaat over hoe gebruik je je mobiele telefoon. Dus wat is sexting, wat is phishing? En allemaal dat soort onderwerpen om de jeugd wat meer alert te maken over wat je kan overkomen zonder dat het allemaal zichtbaar is. Dat willen we eigenlijk gaan aanbieden in een Risk Factory. Mevrouw Kruger: Dat gebeurt nog niet? Mevrouw Frentz: Nee, dat gebeurt nog niet. Dat is echt de ambitie, dat willen we heel graag. De heer Kolff: Wij hebben eigenlijk twee regio's in het land die dat al hebben, onder andere Limburg, zijn we laatst ook gaan kijken. Mevrouw Frentz: Ja, en Twente. De heer Kolff: En Twente.
En dat is gewoon ongelooflijk nuttig, alle klassen, alle Nou ja, ik zeg maar wat, groep zeven of acht gaat daar naartoe en dat wordt elk jaar opnieuw herhaald en het zijn ook natuurlijk dingen die bij die kinderen heel erg bijblijven, spelenderwijs worden bijgebracht en tegelijkertijd nemen ze het nnee, 's avonds aan tafel vertellen het aan hun ouders. Dus je slaat eigenlijk meerdere vliegen in een klap en het werkt preventief enorm goed. Dat voorkomt echt heel veel ellende en zorgt voor extra veiligheid. Mevrouw Frentz: Ja, en wat denk ik een groot winstpunt is, is dat wij gaan nu bijvoorbeeld vanuit de veiligheidsregio naar heel veel groepen acht toe. Daar geven wij
15
brandveiligheidsadviezen op school. Een week later komt de GGD, die geeft wat informatie over voeding, maar ook over veilig en gezond opgroeien en vervolgens komt de politie om ze te vertellen over hoe ga je nou om met je mobiele telefoon en wat ons nou leuk en goed lijkt is om dat bij elkaar te brengen en dat als concept bijna als een beetje een schooluitje te presenteren, dan hebben de kinderen een leuke dag, maar is het gelijktijdig ook ontzettend behulpzaam om lets te leren over veilig en gezond opgroeien. De business case zijn we aan het ontwikkelen en we konnen dat graag een keer presenteren en onder de aandacht brengen. En dan zes, een meer intern gericht spoor. Ik vind dat onze organisatie meer wendbaar en duurzaam georganiseerd moet worden en dan gaat het zowel om de mensen, maar ook om onze materialen en gebouwen.
Dus we moeten flexibeler zijn, we moeten daarin toch wat minder, we moeten een flexibele schil krijgen van arbeidskrachten, dat zien we bijvoorbeeld bij deze crisistypes, maar ik wil ook een aantrekkelijke werkgever zijn, want ik weet niet hoe dat is, maar ik merk wel dat je moet boksen op het ogenblik tegen andere grote bedrijven die van alles kunnen aanbieden aan het personeel en ik ben dan aan het zoeken hoe zorg ik nou dat ik toch die leuke, ambitieuze mensen binnen krijg die ook de beweging in kunnen zetten in ons bedrijf? Nou, dat is dus het interne spoor wat we graag willen realiseren. Mevrouw Van den Bergh: Mag ik daar iets opvragen? De voorzitter: Mevrouw Van den Bergh. Mevrouw Van den Bergh: Want u zegt van nou we willen veel en we gaan meer op de preventie doen en over het personeel om aan te trekken. Heb je nu voldoende personeel voor de ambities en de plannen die je wil uitvoeren? En als dat niet zo is, tenminste, als dat toch lastig lijkt op de korte termijn, wat zijn dan jullie prioriteiten wat zou je dan even in de wacht zetten? Mevrouw Frentz: Nou, wij hebben op dit moment genoeg mensen, maar dan hebben we het over de kwantiteit en waar ik het ook al over het in een aantal sporen die wij te behandelen heb is dat we ook moeten kijken naar de competenties en kwaliteiten. Je ziet dat sommige functies andere eisen gaan vragen.
Nou, dat vraagt wel een, in ieder geval lets van onze opleidingen, of een andere focus van de mensen die we aantrekken, maar dat is denk ik wel een van de focuspunten van de komende tijd. Dus ik heb genoeg mensen, we hebben de afgelopen periode erg op ingezet ook om onze vacatures in te vullen, want we hebben zettend veel inhuur gehad. Gek genoeg heeft de crisis ons wel een beetje aan naamsbekendheid geholpen. Die veiligheidsregio is veel in het nieuws geweest, dus als we de laatste halfjaar een vacature eruit deden kregen we opeens spontaan zonder een recruiter erop te zetten vijftig mensen. Nou, dat is echt wel uniek voor sommige functies, dus we hebben wel het idee dat daar een link zit. Dus het heeft ook wel wat te maken met onze zichtbaarheid. We waren wat bescheiden en lieten ons niet zo graag zien en als we ons lieten zien, lieten we vooral de rode, grote brandweerauto's zien, maar we moeten nu ook die andere taken laten zien. Nou, over de groei van de regio hebben we het eigenlijk al wel gehad, dus volgens nnij kunnen we die overslaan, want jullie willen heel graag die brandweerauto's zien ook, he? Ja. Dan is wel een vraag gesteld over financiele ontwikkelingen. Wat wij zien en dat is eigenlijk ook
16
wat we met ons bestuur hebben besproken is dat wij voor de ambitie, of tenminste voor de basis op orde, dus eigenlijk zoals we nu functioneren, vanaf 2023 een structureel tekort hebben van 1,6 miljoen euro en dat we daarnaast, als je in dit beleidsplan kijkt een aantal ambities hebben of exogene ontwikkelingen die ons nog wel als veiligheidsregio geld gaan kosten. Nou, we hebben het net even over die deeltijdrichtlijn gehad, dat is een bijdrage tussen twee en een half, drie miljoen euro. Of ik zeg het verkeerd, twee miljoen, drie en een half miljoen euro, maar we zijn wel met Justitie en Veiligheid goed in gesprek om dat wel rijksfinanciering te laten zijn, omdat het een systeemwijziging is. Succes van slagen weten we niet, want dit is dus, daarom hebben wij het in ons beleidsplan wel in onze planning- en controlcyclus wel als risicoparagraaf opgenomen. De heer Kolff: Even ter aanvulling, de inzet vanuit het veiligheidsberaad, vanuit de vijfentwintig voorzitters en ik mag dat dan dus trekken namens die 25 voorzitters, is dat we dit alleen doorvoeren als die financiering vanuit het Rijk er komt. Dat is gewoon een keiharde voorwaarde en overigens vindt de huidige minister van Justitie en Veiligheid, misschien niet voor honderd procent, maar grotendeels vindt hij dat ook.
We vinden dat we met elkaar een stelselwijziging en daar is dus ook de stelselverantwoordelijke verantwoordelijk voor. Maar het is wel een risico. Mevrouw Frentz: Maar het is een
Ja.
De heer Kolff: Want het kan uiteindelijk zo zijn dat men zegt van nou jij moet aan de wet voldoen, werkgever, want dat zijn we. Doe dat dus maar en ja, we betalen misschien niet alles of maar een heel klein deel, maar dan is het wel een risico, maar we gaan ervoor om dat naar nul terug te brengen, dat risico. Mevrouw Frentz: De tweede financiele ontwikkeling is dus die Omgevingswet die we net al even aangeraakt hebben. Cebeon heeft daar een rapport voor uitgebracht, voor die vijfentwintig veiligheidsregio's, wat dat gemiddeld per veiligheidsregio aan kostenstijging veroorzaakt en dat wordt gem iddeld op acht ton ingeschat. Wij zijn zelf nu als veiligheidsregio aan het kijken wat betekent dat voor onze regio? Is dat daadwerkelijk die acht ton? Of is dat in ieder geval in onze regio minder? Dus dat is nu de berekening die wij aan het maken zijn. Wij hebben onze hele financiele situatie eigenlijk met ons bestuur besproken op een retraite in 2 september. We hebben verteld wat op ons afkomt en wat wij zien. We hebben eerst een algemeen bestuur gehad waarin we ook de uitkomsten van de retraite hebben besproken en vervolgens zullen deze uitkomsten op 29 december echt fornneel als besluit voorliggen van nou, dit is dan de route die wij gaan en dan zullen we terugkonnen bij de gemeenteraden, ook voor een zienswijze. De heer 't Lam: Even een vraag over die bedragen.
De voorzitter: Mijnheer 't Lam. De heer 't Lam: Dat is voor de hele regio?
17
De voorzitter: Mijnheer 't Lam. Ja, ik moet even, want u praat nu door mu j heen en dan hoort degene die het straks uit moet typen, die weet niet meer wie dat was. Dus, mijnheer 't Lam, gaat uw gang. De heer 't Lam: Dank u, voorzitter, excuus. De bedragen die u noemde was voor heel de regio, is Dordrecht dan ongeveer de helft? Qua inwoners. De heer Kolff: Een derde. Mevrouw Frentz: Een derde, ja. De heer 't Lam: 0, een derde, dat valt mee. Dank u wel, voorzitter. De heer Kolff: Dat valt mee Mevrouw Frentz: Ja, maar ja, als grootste gemeente dus ook wel onze grootste financier, ja. Ja. Nou, dan nog even de planning van het beleidsplan. We hebben dit nu aan tien gemeenten aangeboden ter reflectie. Dus niet ter zienswijze, maar ter reflectie, dus we zijn erg benieuwd ook wat de input is van de gemeentes op ons beleidsplan. Input kan eigenlijk tot en met oktober aangeleverd worden. Dat is nog wel heel weinig, maar in december gaan we het beleidsplan definitief naar ons bestuur te brengen en dat betekent ook dat wij vanaf 2022 een vastgesteld beleidsplan hopen te hebben, waar wij dan uitvoering aan kunnen gaan geven als organisatie. De heer Schellevis: En met gemeenten bedoelt u de annbtelijke organisatie en de gemeenteraad, zoals wij hier nu allemaal bij elkaar zitten. Die kunnen vanavond reageren. Mevrouw Frentz: Ja, graag.
Wij nemen graag input mee op het beleidsplan, zaken die we wellicht gemist hebben of verscherping nodig hebben, want uiteindelijk doen we het voor de tien gemeenten. De voorzitter: Ja, oke. Dit was het, toch? Mevrouw Frentz: Dit was het. Ja. De voorzitter: Dit was de presentatie, dan ga ik even, dan schuif ik een klein beetje naar deze kant op. Nou, dan is het aan u om uw eventuele suggesties, vragen, wensen mee te geven. Ja, en degene die een hand opsteekt die is aan de beurt. Dus eerst de heer Wringer. Ja, ik ga het opschrijven. Gaat uw gang, mijnheer Wringer. De heer Wringer: Dank, voorzitter. Ja, ik heb met veel interesse het beleidsplan gelezen. Zeer interessante stof, goede opsomming van de risico-inventarisatie en evaluatie, van flitsrampen tot langdurige verstoringen en van het toekomstige plan waarbij rekening wordt gehouden met veranderde wetgeving, technologie en manier van werken. Wat we wel missen is het perspectief van de burger. Hoe wordt dat meegenomen in dit geheel? Zeker na de rampen van afgelopen zomer blijkt dat er nog veel onduidelijk is voor de burger. Wat moet ik doen ingeval van een ramp a of een ramp b? Liggen er scenario's
18
klaar bij de overheid en diensten? Dordrecht is een kwetsbaar eiland en ook met het cog op de ontwikkelingen die gaande zijn met klimaat kan de burger niet genoeg worden meegenonnen in deze plannen. Dus zijn er plannen en hoe worden die gecommuniceerd naar onze inwoners? Dat misten we echt wel in dit ontwerpbeleidsplan. Dank u.
De voorzitter: Dank u wel. Dan heb ik de heer Peters gezien en mevrouw Kruger. Eerst de heer Peters. De heer Peters: Ja, dank u wel, voorzitter. Wat ik even mis in dit verhaal hoe het zit met de ICT, als het hele systeem eens gehackt wordt, wat is dan de achtervang? En wat ik ook eigenlijk mis is dat is in de veiligheid van, u heeft dat even genoemd van die elektrische auto's, maar in parkeergarages, maar dat is natuurlijk het zelfde met zonnepanelen op daken. Gebeurt natuurlijk nog wel eens dat die spontaan in brand vliegen en nou, het is niet het zonnepaneel, maar het is de aansluiting meestal. Mevrouw Kruger: Scootmobielen. De heer Peters: En meestal is dat een beetje Chinese kwaliteit, maar dat is een ander verhaal. Mevrouw Kruger: Nou zeg. De heer Kolff: Nou, nou, nou. De heer ...: German design. De voorzitter: Dat was hem, mijnheer Peters? De heer Peters: Dat was hem van mij, voorzitter. De voorzitter: Dan mevrouw Kruger. Mevrouw Kruger: Ja, twee vragen. Wij hebben als fractie ook het gehad over de 30 kilometerzones en daar hebben we reactie op gekregen van, maar slechts een beperkt aantal wegen komen daarvoor in aanmerking, omdat we te maken hebben met de aanrijdtijden van gezond ... De veiligheids... Hoe heet het, met de ... De heer Kolff: De hulpdiensten. Mevrouw Kruger: De 112 ...
De hulpdiensten, heel goed, maar wij vinden dat er lets te snel de conclusie wordt getrokken dat dat dus ook zo is, dat er dus echt, dat dat de snelheid beperkt. Onze vraag is ook van is dat nou echt zo of als je gewoon kijkt naar de straten sowieso in de binnenstad bij ons in Dordrecht en ook op woonwijken, die zijn al smal. Dus in hoeverre De voorzitter: Is het echt, echt, echt waar dat het niet kan?
19
Mevrouw Kruger: Nee, nou ja. Nou ja, goed. Weet je ... Nee, maar ik bedoel hoe kunnen we het mogelijk maken, laat ik het zo zeggen. Want er is natuurlijk een wet- en regelgeving voor en dat is allemaal prachtig, leuk en aardig, staat er mooi op papier, maar is het niet anders op een bepaalde manier toch mogelijk te maken dat dat wel kan? En een volgende vraag is nog even over we hebben het over vernieuwde zaken, we hebben ook de drugslabs en alle andere toestanden die met verslaving te maken hebben, waarbij je dus niet alleen de brandrisico's van hennepkwekerijen, maar ook als je kijkt naar de containers met lachgas die ik ook bij mijn buurtjes allemaal naar binnen zie gaan en ook langs de ondergrondse zie staan. Dat zijn toch allemaal De heer Kolff: U werd gebeld. Mevrouw Kruger: Ja, fictie heet dat. De voorzitter: Afgedaan. Mevrouw Kruger: Die twee. Yes. De voorzitter: Geweldig. Mijnheer Van der Kruijff. De heer Van der Kruijff: Ja, dank u wel, voorzitter. Allereerst complimenten voor het plan. Wij vonden het een heel helder plan, er zit veel jargon in, maar wij vonden het toch best goed leesbaar. Mevrouw Frentz: Fijn om te horen. De heer Van der Kruiiff: Ja.
Met ook de hele herkenbare goede prioriteiten erin, als je het hebt over hoogwaterrisico's en over giftige stoffen risico's, of het nou sporenweg of water gaat en dat brengt ons ook wel op een vraag die raakt aan wat de heer Wringer ook inbracht. Veel van wat we lezen qua communicatie dan lijkt het niet honderd procent, maar voor een heel deel lijkt de communicatie wel te starten als de ramp zich aandient. TerwijI je denkt bij hoogwater en ik weet, nou, we zaten in de fractie te verzinnen hoe lang het geleden was, maar sommigen dachten tien, anderen dachten zeven, maar we weten niet meer hoe lang. Is er ooit wel een hele communicatiecampagne geweest richting de inwoners van Dordrecht, kon je op een website kijken tot hoe hoog het water kwam. Tot aan je zolder of boven je dak, of weet ik wat het was. Er stond in of je wel of niet bepaalde voedingsmiddelen of drinkwaren in huis moest halen. Of je nou juist thuis moest blijven of dat je nou juist je huis moest ontvluchten en nou, dat lezen we deze weken weer in de krant, naar De Staart moest gaan. Wij vroegen ons daarom af waar in De Staart moeten we dan gaan staan met zijn alien? Is daar een accommodatie voor? Daar komen allerlei vragen achter vandaan. Ja, ik weet het niet, heb je het niet gelezen? Mevrouw Kruger: Nou, voorzitter, mag ik heel even? De voorzitter: Mevrouw Kruger.
20
Mevrouw Kruger: Dank u. We hebben in de Biesboschhal, ik weet niet of u dat gelezen heeft, maar daar hebben alle inwoners van Dordrecht, maar u ook, kennis kunnen nemen van als het water komt en daar komt ook weer dat stukje heel duidelijk in naar voren. De heer Van der Kruijff: Ja, voorzitter, ik begrijp wel dat de kennis er is, maar ik heb niet de illusie dat 120, bijna 120.000 inwoners van Dordrecht dat vervolgens nu allemaal weten. Mevrouw Kruger: Nee, klopt. Klopt. De heer Van der Kruijff: En daar gaat nnijn vraag over: hoe kun je daar op anticiperen qua zelf, qua bewust zijn, qua zelfredzaamheid, dat mensen weten wat ze moeten doen? Waar moet je dan heen? Een laatste, die was voor mij nieuw en dank voor de toelichting, dat van de Risk Factory vind ik een heel mooi verhaal en ik hoop dat dat gaat werken. Ik weet dat er heel veel instellingen, u integreert er al een heel aantal, bij scholen langsgaan, dus hoe meer we integreren, hoe mooier het is, maar wellicht dat, ja, ik zou hiernnee gewoon beginnen hoor, daar gaat het niet om, maar wellicht ook nog wat breder kan, want ik denk dat vanuit bijvoorbeeld annbulancezorg gebeurt het ook en bij de politie gebeurt dat ook. Nou, hoe integraler, hoe beter, denk ik. De voorzitter: Dank u wel. Gundogdu, de heer Gundogdu. De heer Gundogdu: Ja, voorzitter. Nou, ook namens Fractie Nijhof onze dank voor dit plan.
We willen wel twee punten meegeven en ter overweging om dit wellicht in dit plan op te leveren. U heeft het over focus naar binnen, dus de maatschappij, de maatschappelijke impact van veiligheid en veiligheidsbeleving. Nou, vandaag hebben we in de krant ook kunnen lezen dat de coordinator, Nationaal Coordinator Terrorisnnebestrijding die geeft aan dat er extrennen in de maatschappij zich nog sneller ontwikkelen dan we hadden verwacht en met name ook vanuit de pandemie. We zijn in dat kader wel benieuwd hoe u bijvoorbeeld, als we het hebben over fakenieuws, om het zoo even te zeggen, op sociale media, dat heel veel stromen in de maatschappij ook een bepaalde vorm van nieuws voor waar aannemen en daar ook naar gaan handelen in de maatschappij. Of u daar aandacht voor heeft, want ik heb begrepen dat dat, of zo'n ontwikkeling, niet tot het risicoprofiel hoort van onze regio. Dus dat is wat ik expliciet zou willen meegeven. En een ander is ook, dat is ook met name op social media, dat gebeurt hopelijk niet in het Dordtse of in deze regio, maar we kennen het fenomeen drillrap. Er warden groepen jongeren uitgedaagd om met elkaar ruzie te maken of nog slechter, elkaar dood te steken. Ik zeg het maar zoals het is.
En dat is een stukje preventie, social media en preventie en u heeft zojuist aangegeven dat u onder andere informatiegestuurd wil werken, gebruikmakend van data, ook ICT-nniddelen, of dat ook bij dit plan hoort of ... Ja, het raakt zoveel domeinen, maar dit is wel wat ook in de preventieve veiligheid zou kunnen worden meegenomen. Dit zijn even twee punten die ik wil meegeven. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van den Bergh.
21
Mevrouw Van den Bergh: Ja. Ik had nog even heel andere vragen. Wij hebben een tijdje geleden vragen gesteld over de brandbaarheid van en u heeft het net ook even in de presentatie over gehad, van materiaal, van gebouwen. Met name toen in Londen die gevels in een groot appartementengebouw helemaal in de fik vlogen. Dus ik wilde even weten hoe jullie daar jullie risicoanalyse, want we hebben nogal wat oude gebouwen en oudere flats, hoe brengen jullie dat in kaart? Worden de bewoners daarvan bijvoorbeeld nog geadviseerd over materiaalgebruik of wat ze moeten doen in geval van nood? En met name ook onze rampen Bereiken ook wel eens vragen over de historische binnenstad, met veel oudere panden, ook Schil, of daar over geconnmuniceerd wordt, want we hebben nogal wat veel brandgevaarlijke gebouwen. Of in ieder geval lijken muj die snel in brand te kunnen vliegen en hoe jullie daar mee omgaan en even als vervolg, wat de elektrische ontwikkeling, de elektrisering van onze materialen, wij krijgen vaak klachten over mensen die in een parkeergarage een laadpaal willen installeren, maar dat mag dan niet omdat er wet- en regelgeving voor is en er zou een onderzoek gaande zijn, ik weet niet, jullie zijn er waarschijnlijk bij betrokken, over of je dat nou wel of niet kunt doen en of wat het voor termijn en of hoe je het anders kan inrichten als dat niet kan.