CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Nota van beantwoording zienswijzen op de Ontwerp Dordtse Omgevingsvisie 2.0; Eiland met kwaliteit.pdf

Dordtse Dinsdag – Beeld- en oordeelsvormende commissies 16 september 2025, gemeente DordrechtBij agendapunt: 5: Vaststellen Dordtse Omgevingsvisie 2.0; Eiland met kwaliteit - Raadsvoorstel34.866 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Nota van beantwoording zienswijzen op de Ontwerp Dordtse Omgevingsvisie 2.0

Registratienummer: N.v.t.

Reactie De omgevingsvisie geeft richting aan de uitvoering van milieubeleid. De VRZHZ refereert naar artikel 8.7a van de Omgevingsregeling. Met de zijkant van de infrastructuur wordt bedoeld: • Spoorweg: vanaf de buitenste spoorstaven van de spoorbundel voor doorgaand verkeer. • Weg: de buitenste kantstrepen van de weg of een verbindingsboog die daarvan aftakt. In de uitwerking van de nieuwe planregels voor het omgevingsplan wordt aangesloten op de definities van de Omgevingsregeling. In het deel van de A16 vanaf de Moerdijkbrug tot aan de aansluiting met de N3 is een zeer beperkt woonbebouwing aanwezig. Hierbij opgemerkt dat aan de oostzijde van de A16 ook het spoor is gesitueerd. Aan de westzijde Dordtse Kilbedrijventerrein en zeer beperkte woonbebouwing. In hoofdstuk A.6.4.5 gebieden is aangegeven dat vestiging van (zeer)kwetsbare gebouwen en locaties op bedrijven en industrieterreinen niet zijn toegestaan. Vanaf de aansluiting N3 tot aan de Drechttunnel is het aantal transporten met brandbare gassen over de A16 dermate beperkt dat het uitsluiten van zeer kwetsbare objecten een onnodige belemmering vormt voor stedelijke ontwikkeling. In kader van besluit gevoelige bestemming luchtkwaliteit wordt binnen 150 meter van A16 ook al een aantal zeer kwetsbare gebouwen uitgesloten (dubbel verbod).

78

3

B.2.4 Milieusysteem, B2.4.6 Omgevingsveiligheid (Externe veiligheid) Ons advies is om negen aanpassingen in deze paragraaf door te voeren: 3. Onder ‘Voorschriftengebieden’ op pagina 152 staat: ‘Om te bepalen of er een beperkt aantal personen binnen een aandachtsgebied aanwezig is blijven we gebruikmaken van kwantitatieve risicoanalyses (QRA). Ondanks dat het Bkl ons hiertoe niet verplicht en op basis hiervan dichthedenbeleid voeren.’

De tekst wordt op dit punt als volgt aangepast: “Voor het voeren van adequaat dichthedenbeleid blijven wij gebruik maken van kwantitatieve risicoanalyses.” Het voeren van dichthedenbeleid is een van de uitgangspunten van het stedelijk veiligheidsbeleid. Verwijzing naar het provinciaal risicobeleid is onzes inziens niet noodzakelijk omdat het bepalen van personendichtheden niet mogelijk is zonder QRA. Bij de uitwerking van de planregels tbv het omgevingsplan nemen wij de bepalingen van de ZHOV in acht.

Ons advies is hierbij verwijzen naar artikel 7.18 van de ZuidHollandse Omgevingsverordening en de bijbehorende handreiking voor verdere toelichtingen1. Hierin staat namelijk dat een kwantitatieve groepsrisicoberekening (QRA) alsnog verplicht is bij een ‘verhoogd groepsrisico’. In dit geval ligt het groepsrisico boven de oriëntatiewaarde. 4

4. Onder ‘Voorschriftengebieden’ op pagina 153 staat de volgende zin: ‘Een verbod op het oprichten van zeer kwetsbare gebouwen en op industrie- en bedrijventerreinen, (..)’.

De tekst wordt op dit punt als volgt aangepast : “Een verbod op het vestigen van zeer kwetsbare gebouwen op industrie- en bedrijventerreinen, (..)”

Ons advies is om deze zin aan te passen naar: ‘Een verbod op het oprichten van zeer kwetsbare gebouwen op industrie- en bedrijventerreinen, (..)’. Anders staat hier namelijk dat een algeheel verbod geldt voor het oprichten van zeer kwetsbare gebouwen binnen de gemeente Dordrecht. Dit is buiten industrie- en bedrijventerreinen en buiten aandachts- of voorschriftengebieden voor externe veiligheid niet het geval.

1

Handreiking externe veiligheid ter verduidelijking en als handvat bij artikel 7.18 van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening

Nota van beantwoording zienswijzen op de Ontwerp Dordtse Omgevingsvisie 2.0

79

5

5. Onder ‘Voorschriftengebieden’ op pagina 153 is opgenomen: ‘Een verbod om, binnen 200 meter vanaf het spoortracé Dordrecht- Lage Zwaluwe en de N3, activiteiten ontplooien die ertoe leiden dat een gebouw of locatie zeer kwetsbaar wordt omdat dit zich niet verdraagt met de risico's die gepaard gaan met het vervoer van gevaarlijke stoffen. Vrijstelling is mogelijk na advies van de veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid.’ Het eerste advies is ook hier de A16 aan toe te voegen. Ofwel, het deel tussen de Moerdijkbrug en de aansluiting met de N3 (afrit 20 (Dordrecht/’s Gravendeel)).

Advies 1: Zie reactie bij punt 2.

Het tweede advies is om de volgende zin onder ‘Explosieaandachtsgebied’ op pagina 155 te herzien: ‘Verder handhaven we ons in 2006 geformuleerde verbod voor het vestigen van zeer kwetsbare gebouwen binnen 200 meter vanaf de N3 en het spoor Dordrecht-Lage Zwaluwe.’ Dit komt niet overeen met de passage ‘Vrijstelling is mogelijk na advies van de veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid’, op pagina 153.

Advies 2: het is niet de bedoeling dat bestaande (beperkt)kwetsbare gebouwen binnen een explosieaandachtsgebied in gebruik worden genomen als zeer kwetsbare gebouwen. De mogelijke vrijstelling op blz 153 is dan ook onterecht opgenomen en wordt dan ook verwijderd.

Wij raden daarom aan dit aan te passen naar: ‘Nieuwbouw van zeer kwetsbare gebouwen binnen 200 meter is verboden’. De vrijstelling geldt namelijk alleen voor aanpassingen aan een bestaand gebouw of -locatie, die een nieuwe functie krijgt als ‘zeer kwetsbaar’. 6

6. Onder ‘Voorschriftengebieden’ op pagina 153 staat: ‘Het niet laten vestigen van milieubelastende activiteiten met externe veiligheidsrisico’s zoals gedefinieerd in bijlage VII bij het Bkl op die bedrijventerrein die niet zijn aangesloten op een route gevaarlijke stoffen. Een uitzondering hierop vormen bedrijven die hoeveelheden gevaarlijke stoffen aanwezig hebben. Die blijven onder de te hanteren ondergrenzen zoals aangegeven in de richtlijn PGS15.’

Nota van beantwoording zienswijzen op de Ontwerp Dordtse Omgevingsvisie 2.0

Advies 1: Dit adviespunt is gericht op de tekst onder de kop ‘Dichtheden en Groepsrisico’. De intentie van dit punt is het uitsluiten van nieuwe risico veroorzakende verladingsactiviteiten met grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen op een bedrijventerrein die niet is aangesloten op een aangewezen transportroute. Door het uitsluiten van alle risico veroorzakende activiteiten die zijn opgenomen in bijlage VII van het Bkl worden ook activiteiten met een zeer klein risico naar de omgeving uitgesloten.

80

Het eerste advies is om de laatste twee zinnen uit deze alinea aan te passen naar: ‘Een uitzondering hierop vormen bedrijven waar beperkte hoeveelheden verpakte gevaarlijke stoffen aanwezig zijn’. De onderstreepte woorden verwijzen namelijk naar de richtlijn PGS15. Het tweede advies is hierbij om mogelijke andere situaties uit te sluiten. Waarbij grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen, die niet als ‘verpakte gevaarlijke stof’ aanwezig zijn en waarvoor geen routeplicht geldt, toch op bedrijventerreinen aanwezig kunnen zijn. Een voorbeeld is de opslag van lithium-ion houdende energiedragers, in de vorm van energieopslagsystemen (EOS) of batterijen. Deze opslag valt onder de richtlijnen PGS37-1 en PGS37-2. Wij raden aan deze situaties verder uit te zoeken en te beschrijven. Hiermee voorkom je dat bedrijven meldingen of aanvragen doen die voor externe veiligheid alsnog ongewenst zijn. 7

7. Onder ‘Voorschriftengebieden’ op pagina 153 staat: ‘Het zorgen voor voldoende toegankelijkheid en vellige opstelplaatsen voor materieel en personen voor hulpverleningsdiensten rondom de risicobron.’

Met onderstaand tekstvoorstel wordt de vestiging van verladers met routeplichtige gevaarlijke stoffen uitgesloten. De routeplichtige stoffen zijn vastgelegd in het VLG (Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen). Tekstvoorstel: “Het niet laten vestigen van een milieubelastende activiteit waarbij een laad- en/of loshandelingen van een route plichtige gevaarlijke stof, als bedoeld in de Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen, plaatsvindt.” Advies 2: Het is niet onze intentie om alle risico veroorzakende activiteiten uit te sluiten. Hiervoor geldt de bepaling ‘PR10-6/jr contour blijft op eigen terrein’.

De tekst in de omgevingsvisie wordt overeenkomstig de suggestie als volgt aangepast: “Het zorgen voor voldoende bereikbaarheid en toegankelijkheid van gebouwen of locaties.”

Het advies is deze zin als volgt aan te passen: ‘Het zorgen voor voldoende bereikbaarheid en toegankelijkheid van gebouwen of locaties’. De bereikbaarheid van gebouwen of locaties vanaf de openbare weg ontbreekt hier namelijk nog in. Onder ‘toegankelijkheid’ verstaan wij de aanwezigheid van ingangen en vluchtroutes. Deze routes worden zowel gebruikt door personen om te vluchten, als hulpverleners om een gebouw of locatie binnen te gaan. Dit om bijvoorbeeld mensen te evacueren of te redden. Ook raden we aan om het woord ‘toegankelijkheid' hier door ‘toegangsmogelijkheden’ te vervangen. Nota van beantwoording zienswijzen op de Ontwerp Dordtse Omgevingsvisie 2.0

81

8

8. Onder ‘Voorschriftengebieden’ op pagina 154 staan twee zones genoemd: - ‘Zone 1 (warmtestraling > 45 kW/m2) Geen bouwkundige maatregelen mogelijk’; - ‘Zone 2 (warmtestraling > 35 kW/m2)’.

De betreffende tabel vat de in de tekst, genoemde bebouwingsmogelijkheden samen. In deze tekst staat aangegeven dat de in het BBL beschreven maatregelen binnen de zones 1 en 2 nooit voldoende bescherming kunnen bieden aan mensen binnenshuis.

Het advies is om bij ‘Zone 1’ de zin ‘geen bouwkundige maatregelen mogelijk’ te herschrijven naar: ‘Geen bouwkundige maatregelen mogelijk om mensen binnenshuis voldoende te beschermen’.

Er wordt geadviseerd om in zone 2 van het brandaandachtsgebied van aardgastransportleidingen maatregelen te verbetering van beheersbaarheid en zelfredzaamheid op te nemen. De omgevingsvisie beschrijft ons beleid in hoofdlijnen. In B.2.4.6 is aangegeven dat wij alle plannen zullen (laten) beoordelen op de aspecten beheersbaarheid en zelfredzaamheid. Een specifieke verwijzing binnen een zone is onzes inziens dan ook niet noodzakelijk. Bij de uitwerking van de planregels t.b.v. het omgevingsplan. Zal dit type maatregelen verder worden uitgewerkt.

Het advies is om bij ‘Zone 2’ de genoemde ‘verdergaande maatregelen dan BBL noodzakelijk voor bescherming’ uit het rapport van HaskoningDHV2 in de tekst onder de tabel op te nemen: • Specifieke eigenschappen van het plangebied (afscherming, belemmeringen etc.); • Maatregelen gericht op vluchten of schuilen (kan per gebouw of gebied verschillend zijn); • Maatregelen gericht op bereikbaarheid; • Zorgen voor opstelplaatsen en blusvoorzieningen; • Communicatieplan. 9

9. Onder ‘Voorschriftengebieden’ op pagina 154 staan in onderstaande tabel staat ook ‘zone 1, 2, 3 en 4’. Deze tabel is hier voor de duidelijkheid getoond:

Uitgangspunt in de tabel is dat de ongevalskans 10-8 een verwaarloosbaar risico vertegenwoordigd. Dit zal aan de tabel worden toegevoegd. Wijziging: Achter PR<10-8 toevoegen: (verwaarloosbaar risico)

2

Aandachtsgebieden in het omgevingsplan d.d. 24 maart 2023 (referentie BI3055I&BRP002F03) - Module A - Hogedruk aardgastransportleidingen, door 154Ontwerp Ontwerp Deel B: Dordtse Omgevingsvisie 2.0; Deel A Royal HaskoningDHV in opdracht van Gasunie/Velin.

Nota van beantwoording zienswijzen op de Ontwerp Dordtse Omgevingsvisie 2.0

82

Hierbij is het advies om in de tekst een extra toelichting op te nemen. Binnen ‘Zone 1’ kan de vrijkomende warmtestraling wel hoger zijn dan 45 kW/m2, maar het plaatsgebonden risico (PR) en de ongevalskans kunnen kleiner zijn dan 10-8 per jaar. In dit geval is nieuwbouw alsnog mogelijk, omdat het externe veiligheidsrisico voor buisleidingen dan laag genoeg is. Het mogelijke effect (warmtestraling > 45 kW/m2) is wel groot, maar een ongevalskans kleiner dan 10-8 per jaar is laag genoeg. 10

10. Onder ‘Explosieaandachtsgebied’ op pagina 155 moet de ‘A217’ de N217 zijn.

De tekst wordt hier op aangepast.

11

11. Onder ‘Gifwolkaandachtsgebied’ op pagina 156 staat de zin: ‘Binnen dit aandachtsgebied kunnen maar een paar maatregelen getroffen worden, zoals het sluiten van deuren en ramen en het uitschakelen van ventilatiesystemen.’

De omgevingsvisie beschrijft ons beleid in hoofdlijnen. Bij de uitwerking van de planregels t.b.v. het omgevingsplan zal dit type maatregelen verder worden uitgewerkt inclusief de wijze van uitschakelen van het ventilatiesysteem.

Het advies is deze zin aan te vullen met: ‘Een ventilatiesysteem moet bovendien makkelijk handmatig kunnen worden uitgeschakeld.’

Wijzigingen naar aanleiding van reactie - In B.2.4.6. wordt de tekst: “Om te bepalen of er een beperkt aantal personen binnen een aandachtsgebied aanwezig is blijven we gebruikmaken van kwantitatieve risicoanalyses (QRA). Ondanks dat het Bkl ons hiertoe niet verplicht en op basis hiervan dichthedenbeleid voeren” aangepast naar: “Voor het voeren van adequaat dichthedenbeleid blijven wij gebruik maken van kwantitatieve risicoanalyses”. - In B.2.4.6. wordt de tekst: "Een verbod op het oprichten van zeer kwetsbare gebouwen en op industrie- en bedrijventerreinen" aangepast naar: "Een verbod op het vestigen van zeer kwetsbare gebouwen op industrie- en bedrijventerreinen". - In B.2.4.6 wordt de volgende tekst verwijderd: “Vrijstelling is mogelijk na advies van de veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid.” - In B.2.4.6. wordt de tekst: “Het niet laten vestigen van milieubelastende activiteiten met externe veiligheidsrisico’s zoals gedefinieerd in bijlage VII bij het Bkl op die bedrijventerrein die niet zijn aangesloten op een route gevaarlijke stoffen. Een uitzondering hierop vormen bedrijven die hoeveelheden gevaarlijke stoffen aanwezig hebben.

Die blijven onder de te hanteren ondergrenzen zoals aangegeven in de richtlijn PGS15.” aangepast naar: “Het niet laten vestigen van een milieubelastende activiteit waarbij een laad- en/of loshandelingen van een route plichtige gevaarlijke stof, als bedoeld in de Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen, plaatsvindt. ” Nota van beantwoording zienswijzen op de Ontwerp Dordtse Omgevingsvisie 2.0

83

-

In B.2.4.6. wordt de tekst: "Het zorgen voor voldoende toegankelijkheid en vellige opstelplaatsen voor materieel en personen voor hulpverleningsdiensten rondom de risicobron" aangepast naar: "Het zorgen voor voldoende bereikbaarheid en toegankelijkheid van gebouwen of locaties." In B.2.4.6. wordt in de tabel achter PR<10-8: “(verwaarloosbaar risico)” toegevoegd. In B.2.4.6. wordt “A217” aangepast naar “N217”.

Nota van beantwoording zienswijzen op de Ontwerp Dordtse Omgevingsvisie 2.0

84

Reactie 2 – Rijkswaterstaat WestNederland Zuid 1

Ingediend door: Rijkswaterstaat WestNederland Zuid

Samenvatting reactie Scheepvaart De Omgevingsvisie bevat over het ‘Getijdenpark de Staat’ het volgende: “We stellen het werkgebied beperkt open, zodat bewoners, werknemers en recreanten ook de noordoever van De Staart (in ieder geval ter plaatse van de ruïne Huis te Merwede) en het daar aanwezige water kunnen beleven in het kader van het Getijdenpark.”

Registratienummer: N.v.t.

Reactie Bij het beperkt openstellen van het werkgebied wordt rekening gehouden met het doorgaande scheepvaart, en het niet beperken van deze doorgaande scheepvaart.

Rijkswaterstaat wil hierbij benadrukken dat initiatieven niet mogen leiden tot beperkingen voor de doorgaande scheepvaart. Op grond van het Nationaal Waterprogramma werkt het Rijk aan een vlot, veilig, robuust en duurzaam goederenvervoersysteem over water. Indien gewenst gaan we uiteraard graag in gesprek om een en ander toe te lichten. Hiervoor kunt u contact opnemen met onze adviseur Scheepvaart, [geanonimiseerd i.v.m. AVG]. 2

Water Het lijkt Rijkswaterstaat zinvol samen op te trekken als het gaat om natuurontwikkeling en lopende programma’s. Vanuit Programmatische Aanpak Grote Wateren Biesbosch RijnMaasmonding wordt er ook gewerkt aan hoogwaardige natuur. Ik wil u daarom vragen hierin de samenwerking en verbinding met Rijkswaterstaat op te zoeken.

Deze samenwerking en verbinding in het kader van de Programmatische Aanpak Grote Wateren Biesbosch RijnMaasmonding is er. Dit wordt benadrukt in de tekst van de omgevingsvisie 2.0.

Wijzigingen naar aanleiding van reactie - Onder Paragraaf A.2.5 ‘Dordrecht in haar omgeving’ wordt een paragraaf toegevoegd ‘Overige samenwerkingen’. Hierin wordt de samenwerking en verbinding in het kader van de Programmatische Aanpak Grote Wateren Biesbosch Rijn-Maasmonding aangehaald.

Nota van beantwoording zienswijzen op de Ontwerp Dordtse Omgevingsvisie 2.0

85

Reactie 3 – Provincie Zuid-Holland 1

2

Ingediend door: Provincie Zuid-Holland

Registratienummer: 2025-0009908

Samenvatting reactie Inleiding Op dit moment ligt uw Ontwerp Dordtse Omgevingsvisie 2.0 ter inzage. Allereerst willen we u graag complimenteren met de volledigheid en leesbaarheid van de Omgevingsvisie. We waarderen het dat in het stuk zowel aandacht is voor toegankelijkheid, in de vorm van een compacte samenvatting op B1 niveau, als voor de herleidbaarheid van de keuzes die in deze visie worden gemaakt, zoals door inzichtelijk te maken waar accenten worden verlegd ten opzichte van de Omgevingsvisie 1.0 uit 2022. Hoewel we inhoudelijk constateren we dat onze ambities op grote lijnen gelijk oplopen, maken we graag van de mogelijkheid gebruik om een zienswijze in te dienen op een aantal aandachtspunten vanuit het provinciaal Omgevingsbeleid.

Reactie We danken u voor dit ingebrachte punt. We nemen dit voor nu ter kennisname aan.

Regionale samenwerking (A.2.5 Dordrecht in haar omgeving) De Omgevingsvisie heeft als ondertitel ‘Eiland met Kwaliteit’ en in de Visie komt het gegeven van Dordrecht als een eiland nadrukkelijk als kwaliteit terug. Vanuit de centrumfunctie van Dordrecht voor de Drechtsteden en daarbuiten is er echter geenszins sprake van een eiland. Omliggende gemeenten zijn voor bereikbaarheid afhankelijk van een beperkt aantal bruggen en de waterbus. Het is daarom opvallend dat in de Omgevingsvisie nauwelijks naar buurgemeenten als Zwijndrecht en Papendrecht wordt verwezen, of naar de relaties daarmee. In de beschrijving van de regionale relaties zou hier meer aandacht aan kunnen worden besteed. Vanuit wederkerigheid zouden we willen wijzen op het belang van kwalitatieve en betrouwbare verbindingen, bijvoorbeeld waar het gaat om de dienstregeling en haltering van de Waterbus en onderhoud- of herinrichtingsplannen van de vaste verbindingen, zoals de Papendrechtse brug en de Stadsbrug naar Zwijndrecht.

We delen de opvatting dat Dordrecht een centrumfunctie heeft voor omliggende gemeenten, waaronder de overige Drechtsteden gemeenten. In Paragraaf A.2.5 ‘Dordrecht in haar omgeving’ wordt deze centrumfunctie benadrukt en worden deze omliggende Drechtsteden gemeenten expliciet bij naam genoemd.

Nota van beantwoording zienswijzen op de Ontwerp Dordtse Omgevingsvisie 2.0

86

3

Onder A.2.5.1. wordt gesteld dat Dordrecht een ‘hecht’ samenwerkingsverband vormt met de Drechtsteden. Het wordt uit de beschrijving niet duidelijk wat die samenwerking in het ruimtelijk domein betekent, en betrekking heeft op de Omgevingsvisie.

In Paragraaf A.2.5.1 Drechtsteden/Smart Delta Drechtsteden stellen we dat er gewerkt wordt aan de Ruimtelijke Strategie Drechtsteden. Met de strategie handelen we als regio proactief richting provincie en Rijk op een groot aantal belangrijke ruimtelijke keuzen die vragen om een (boven)regionale aanpak. Denk hierbij aan maritieme clusters, gezonde en groene oevers, en verdichting langs hoogwaardig openbaar vervoer.

4

Onder A.5.2 wordt verwezen naar de Zuidelijke Randstad en het proces richting Nota Ruimte. Hierin missen we de samenwerking met de provincie, zoals in de uitwerking van het Ruimtelijk Arrangement ten behoeve van de Nota Ruimte, en het ZuidHollands Programma Landelijk gebied dat overeind blijft ondanks het stopzetten van het NPLG. In het kader van de Biesbosch is het goed nog te wijzen op de gemeente- en provinciegrens overstijgende samenwerking richting Noord-Brabant. Het buitengebied van Dordrecht staat niet op zich, en juist de aansluiting op dit unieke natuurgebied vormt een belangrijk onderdeel van de aantrekkingskracht van het buitengebied.

Aan Paragraaf A.2.5.2 De Zuidelijke Randstad wordt samenwerking met de provincie in het kader van het Ruimtelijke Arrangement ten behoeve van de Nota Ruimte en het Zuid-Hollands Programma Landelijk gebied toegevoegd. In het kader van de Biesbosch wordt de gemeente- en provinciegrens overstijgende samenwerking SOK De Biesbosch aangehaald.

5

Onder A.5.3. wordt ingegaan op regionaal ruimtelijke economische aspecten, zoals de Maritieme Delta en goederencorridors. Een (korte) schets van Dordrecht als schakel/knooppunt op één van de belangrijkste Europese transportcorridors ontbreekt vrijwel geheel, en daar liggen juist voor Dordrecht (stad én regio!) kansen omdat Dordrecht in 2024 een status heeft gekregen als één van de nieuwe “urban nodes” op dit TEN-T netwerk. Dat biedt kansen én verplichtingen vanuit/naar de EC, voor personenvervoer en goederenvervoer. Verderop adviseren we de visie op (inter)nationaal goederenvervoer te actualiseren. Van de ‘Ijzeren Rijn’ (p.151) wordt niet meer gesproken, dit heeft als werknaam 3RX (Rhein Ruhr Rail Connection). In dit verband is het wellicht handiger om nog te wijzen op de plannen voor de Delta Rhine (buisleidingen)corridor.

Het aspect ‘belangrijkste Europese transportcorridors’ komt nadrukkelijker aan de orde in het Mobiliteitsplan Dordrecht 2040 (programma dat onder de Omgevingsvisie hangt). Dordrecht is van een kleine kern uitgegroeid tot een stad dankzij de gunstige ligging op een kruispunt van rivieren en de aanleg van het treinspoor. Dordrecht is zo een belangrijke schakel geworden in Nederlandse en Europese transportnetwerken; niet alleen over water, maar ook over de weg en het spoor. Zo ligt Dordrecht op drie corridors van het TEN-T netwerk (North-Sea Baltic, NorthSea-Med, en Rhine-Alpine). Dit Mobiliteitsplan is volgens de SUMP methodiek opgesteld om te voldoen aan de eisen die gesteld worden aan “urban nodes”

Nota van beantwoording zienswijzen op de Ontwerp Dordtse Omgevingsvisie 2.0

87

6

7

Wonen (o.a. A.5.2) Op meerdere plekken waaronder pagina 28 wordt gesproken over het belang van diversiteit in de woonwijken en de mogelijkheden voor doorstroming. Het verwijzen of opnemen naar flankerende stukken als de woonvisie kan helpen de ruimtelijke ambities daarbij te agenderen. Het wordt nu bijvoorbeeld niet duidelijk wat precies wordt bedoeld of gerealiseerd door ‘slimme spreiding’ (p. 34) Waar het gaat over het toevoegen van woningen binnen de woonwijken verwijzen we nog naar de mogelijkheden van het zogenaamde ‘optoppen’ van bestaande bebouwing, zoals dat door de provincie is onderzocht en wordt gestimuleerd. Wat betreft behouden of toevoegen van het aandeel sociale woningen missen we regie. Het realiseren of verbeteren van een evenwichtige spreiding van doelgroepen en woningen vraagt om meer sturing dan de verwachting dat dit op projectniveau zal worden ingevuld.

Onder uitgangspunt ‘Sterke en gedifferentieerde woonwijken’ (A.5.2.2) worden flankerende stukken aangehaald die deze ambities agenderen: “We streven daarom in iedere wijk naar een gedifferentieerd woningaanbod, ook voor specifieke doelgroepen, zoals kwetsbare groepen. Om dit te bereiken heeft de gemeente Dordrecht een Woonvisie, een Woonzorgvisie en een Huisvestingsverordening.” In de ontwerp omgevingsvisie 2.0 hanteren we de term ‘slimme spreiding’ niet. Wel spreken we van ‘spreiding bij huisvesting van kwetsbare groepen over de stad’. Achterliggende gedachte bij de spreiding van huisvesting van kwetsbare groepen over de stad, is dat wijken met een hogere leefbaarheid en meer draagkracht beter in staat om kwetsbare inwoners op te vangen en onrust en overlast te voorkomen. Eén en ander hieromtrent is nader uitgewerkt in de hierboven genoemde flankerende stukken. Optoppen is één van verdichtingsprincipes die Dordrecht overweegt om doormiddel verdichten de kwaliteiten van de straat, buurt en stad te versterken.

Mobiliteit (o.a. A.5.3) De provincie zal na vaststelling van de omgevingsvisie bij de mobiliteitstoets ook kijken hoe een gebiedsontwikkeling zich verhoudt tot de visie. In de visie wordt goed het belang van STOMP en lage parkeernormen benadrukt. We hebben daarnaast enkele suggesties ter verbetering en aanvulling.

1. In de omgevingsvisie 2.0 zijn de hoofdlijnen van het Mobiliteitsplan opgenomen. Het Mobiliteitsplan Dordrecht 2040 is formeel een programma – zoals bedoelt in art. 3.5 van de Omgevingswet – dat onder de omgevingsvisie ‘hangt’. De opgaven, doelen en uitwerkingsstrategie voor het doel ‘Dordrecht is een bereikbare stad’ zijn verder uitgewerkt in het Mobiliteitsplan Dordrecht 2040 (vastgesteld 24 september 2024). 1. Naar wij lezen is het mobiliteitsplan nu geen onderdeel van de 2. In het Mobiliteitsplan wordt aandacht besteed aan onder meer Omgevingsvisie. Het opnemen van de belangrijkste de aansluiting van de waterbus op het fietsnetwerk en aandachtspunten en conclusies uit het mobiliteitsplan draagt looproutes zowel utilitair als recreatief en dat het hierbij bij aan een meer integrale en concrete visie belangrijk is de omgeving bij de waterbushaltes aantrekkelijker 2. Binnen de visie wordt niet duidelijk hoe geplande en nieuwe maakt. Verder vormt binnen het Deelgebied StadsAs openbaar gebiedsontwikkelingen de mobiliteitsambities gaan versterken, vervoer de centrale rol. of hoe ze hieraan gaan bijdragen. Een concreet voorbeeld is

Nota van beantwoording zienswijzen op de Ontwerp Dordtse Omgevingsvisie 2.0

88

hoe en welke ontwikkelingen gaan bijdragen aan het stimuleren van de waterbus. 3. De Omgevingsvisie kan ook de juiste plek zijn om aandacht te geven aan een inclusief mobiliteitssysteem, denk bijvoorbeeld aan toegankelijkheid van het OV en voetpaden en vervoersarmoede.

3. In het Mobiliteitsplan speelt inclusiviteit een belangrijke rol, zowel in fysieke als mentale zin en vervoersarmoede.

8

Economie (A.5.5) We waarderen de aandacht voor beter benutten, revitaliseren, verdichten, herontwikkeling en opvullen van leegstand in werkgebieden. Waarbij tevens aandacht is voor duurzaamheid, circulaire economie en watergebonden bedrijvigheid. Hetzelfde geldt voor de regionale samenwerking rond beter benutten van kaderuimte. Vanuit de betekenis van Dordrecht als ‘urban node’ op het Europese Ten-T netwerk waarderen we het dat de Visie expliciet de meerwaarde van de goederenspooraansluitingen (‘stamlijnen’) van Westelijke Dordtse Oever en Merwedehavens benoemt.

We danken u voor dit ingebrachte punt. We nemen dit voor nu ter kennisname aan.

9

(p.123) Hier wordt ruimte benoemd om te onderzoeken of de woningbouwontwikkeling Stadswerven in oostelijke richting zou kunnen worden uitgebreid. Wij wijzen u er op dat voor transformatie van bedrijventerreinen dienen te zijn opgenomen in de aanvaarde lijst met te transformeren terreinen uit de bedrijventerreinenstrategie Zuid-Holland Zuid. We constateren dat dit niet het geval is. De enige mogelijkheid om dit bespreekbaar te maken is een ‘wissel’ met een andere locatie in deze lijst, via regionale afstemming.

In de omgevingsvisie 1.0 is een verkenning naar de mogelijkheden van transformatie naar woningbouw voor “het gebied ten westen van het voormalig Lipsterrein aan de Staart” (hetzelfde gebied als nu wordt bedoeld ten oosten van de woningbouwontwikkeling Stadswerven) al aangekondigd.

(p.53 en p.93) Hier wordt gesteld dat op terreinen met logistieke bedrijven in de toekomst scherper zal worden geselecteerd op toegevoegde waarde voor stad en regio (…) Wij staan in principe

We zijn ons bewust van het belang van de geldende kaders van de regionale bedrijventerreinenstrategie voor de typologie van onze bedrijventerreinen. Een scherpere selectie van bedrijven op

10

Nota van beantwoording zienswijzen op de Ontwerp Dordtse Omgevingsvisie 2.0

De huidige bedrijventerreinenstrategie Zuid-Holland Zuid bevat een transformatielijst met locaties tot 2030 en na 2030. De betreffende locatie is door de regio al aangeduid voor de periode na 2030; de door de Provincie aanvaarde lijst is die tot 2030. In 2026 zal de regio de bedrijventerreinenstrategie moeten actualiseren en zal deze locatie ook (opnieuw) worden meegenomen.

89

niet negatief tegenover een accentverschuiving maar merken op dat deze verschuiving effect heeft op de regionale bedrijventerreinenstrategie, vanwege de ruimte die is geoormerkt voor grootschalige logistiek.

toegevoegde waarde kan binnen die kaders worden toegepast in het uitgiftebeleid. Mocht er voor verdere aanscherping een wijziging van het profiel noodzakelijk zijn, dan zullen wij dit afstemmen conform de spelregels van de regionale bedrijventerreinenstrategie.

11

Havengebonden activiteiten: Met betrekking tot de visie op de Merwedehavens wordt gesproken over focus op ‘daadwerkelijk havengebonden’ activiteiten. Vanuit ons Omgevingsbeleid vragen we ons af hoe deze definitie zich verhoudt tot de onze met betrekking tot ‘watergebonden bedrijvigheid’.

Met “daadwerkelijk havengebonden” activiteiten wordt dezelfde definitie bedoeld als die van “watergebonden bedrijvigheid” in het Provinciaal Omgevingsbeleid.

12

Functiemenging (p.55) Uit de omschrijving wordt niet geheel duidelijk hoe deze functiemenging precies wordt bedoeld. Onze indruk is dat de insteek is om werkfuncties en stadsverzorgende economie te beschermen, wat volgens onze instructieregels beperkt mogelijk is. We verzoeken de omschrijving meer precies te maken.

In Paragraaf A.6.3.6 Toekomstbestendige economie wordt voor het deelgebied Woonwijken beschreven hoe functiemenging kan worden betrokken bij de ruimtelijke inrichting van woonwijken.

13

Detailhandel (p.90) De indruk zou kunnen ontstaan dat hier ruimte wordt geboden om de regels algemeen te versoepelen. Indien dit niet de bedoeling is, verzoeken we u hier toe te voegen dat dit alleen mogelijk is op de (daartoe in ons Omgevingsbeleid) aangewezen locaties.

We beogen inderdaad de regels te handhaven zoals die zijn. Daarom wordt dit verduidelijk in de tekst van paragraaf A.6.4.3.

14

Externe veiligheid (o.a. A.5.4) Vanwege de aanwezigheid van transportcorridors en bedrijvigheid komen externe veiligheidsaspecten op diverse plekken terug in de Omgevingsvisie. We vragen met betrekking tot dit onderwerp aandacht voor het volgende: We merken dat herhaaldelijk afwijkende terminologie wordt gebruikt dan onder de Omgevingswet, terwijl wel hetzelfde bedoeld wordt. Het gebruiken van andere terminologie kan tot verwarring leiden, zeker wanneer als het soms wel en soms niet overeenstemt én er bij afwijkingen geen toelichting op de termen is

Overal in de Omgevingsvisie worden de volgende termen aangepast:

Nota van beantwoording zienswijzen op de Ontwerp Dordtse Omgevingsvisie 2.0

In Paragraaf A.6.4.5 Gezonde stad wordt voor het deelgebied Werkgebieden beschreven hoe functiemenging kan worden betrokken bij de ruimtelijke inrichting van werkgebieden.

• • •

Risicorelevante bedrijven wordt vervangen door: Milieubelastende activiteiten met een externe veiligheidsrisico. Zeer kwetsbare functies wordt vervangen door: zeer kwetsbare gebouwen. Zeer kwetsbare bestemmingen wordt vervangen door: zeer kwetsbare gebouwen. 90

gebruikt. Ook staan her en der nog termen die zijn komen te vervallen met de Omgevingswet. Voor een overzicht van onze opmerkingen verwijzen we naar het ambtelijk contact dat hierover inmiddels heeft plaatsgevonden.

• • •

Beperkt kwetsbare objecten wordt vervangen door: beperkt kwetsbare gebouwen of locaties. Kwetsbare objecten wordt vervangen door: kwetsbare gebouwen of locaties. Toxisch aandachtsgebied wordt vervangen door: gifwolk aandachtsgebied.

In A.6.4.5 en A.6.8.5 wordt de kop: “externe veiligheid plaatsgebonden risico/ veiligheidscontour” vervangen door: “externe veiligheid plaatsgebonden risico”. In A.6.8.5 tekst: “in het industrieterrein Merwedehavens......” veiligheidsrisico's niet mogelijk vervangen door volgende tekst: “In het industrieterrein Merwedehavens is nieuwvestiging van milieubelastende activiteiten met externe veiligheidsrisico's niet mogelijk.” 15

Daarnaast waarderen we de integraliteit van de Omgevingsvisie, maar merken we op dat er vanuit die ambitie op bepaalde punten nog aandachtspunten ontbreken. Zo wordt ten aanzien van bouwen bij het spoor gesteld dat binnen het explosieaandachtsgebied bepaalde gebouwen niet zijn toegestaan. Het spoor heeft echter ook een brandaandachtsgebied en een gifwolkaandachtsgebied. Ten aanzien van deze gebieden wordt niet beschreven wat wel en niet mogelijk is. Zo zijn er meerdere tekststukken die net niet volledig zijn om de duidelijkheid te scheppen die in het geheel nodig is. We vragen om eenduidigheid in de mate van volledigheid van beschrijvingen.

Nota van beantwoording zienswijzen op de Ontwerp Dordtse Omgevingsvisie 2.0

Terecht wordt gesteld dat voor transportassen niet alleen explosieaandachtsgebieden zijn aangewezen, maar ook brand- en gifwolkaandachtsgebieden. In de inspraakreactie is aangegeven dat de bebouwingsmogelijkheden binnen brand- en gifwolkaandachtsgebieden niet zijn beschreven. In B.2.4.6 is echter aangegeven dat er binnen het brandaandachtsgebied van spoor, weg en water geen bebouwingsmogelijkheden worden gecreëerd. De constatering dat binnen het gifwolkaandachtsgebied van spoor, weg en water niet wordt beschreven welke bebouwingsmogelijkheden worden gecreëerd klopt. Binnen dit gebied voorziet deze omgevingsvisie alleen in dichthedenbeleid. Er zijn verder geen restricties andere opgenomen voor het vestigen van (zeer-)kwetsbare gebouwen of locaties.

91

16

17

Daarnaast enkele zaken die wat de provincie betreft nog benoemd dienen te worden: 1. De definitie van het groepsrisico zoals nu opgenomen is niet juist. Ik zou daarbij voorstellen aan te sluiten bij de definitie die ook in de omgevingswet is opgenomen; 2. Voor de PR 10-6-contour is geen definitie opgenomen; 3. Dordrecht gebruikt de oriëntatiewaarde voor een toets van het groepsrisico. De oriëntatiewaarde is niet meer in de wetgeving opgenomen. Om dit als toetsingskader te gebruiken, moet in het beleidsdocument ook een (eigen) definitie van de oriëntatiewaarde worden opgenomen. Het voorbeeld uit de ZHOV kan hier ook voor gebruikt worden, aangezien wij ook de oriëntatiewaarde als toetsingskader gebruiken.

Voor plaatsgebonden risico en groepsrisico staan geen definities in bijlage 1 van de Omgevingswet. Per definitie wordt aangesloten bij de definitie uit het Bal, Bkl en Or.

Buitengebied/landbouw (A.5.4, A.5.6) Het buitengebied heeft een uitwerking in twee van de deelgebieden, maar de betekenis van dit gebied is groter dan dat en heeft betrekking op de gehele gemeente. Zeker waar het de kwaliteiten van regionale of zelfs internationale betekenis betreft, in het bijzonder het landschap en de natuur van de Biesbosch, en Polder de Biesbosch dat als Provinciaal Kroonjuweel is aangewezen. Mogelijk zijn er kansen om de verbinding tussen stad en buitengebied te versterken, maar deze worden op dit moment nog niet concreet benoemd, bijvoorbeeld onder routes of bereikbaarheid.

Wij erkennen dat het buitengebied en in het bijzonder De Biesbosch betrekking heeft op de gehele gemeente en daarbuiten. Naast dat hier aandacht voor is in de beschrijving van Deelgebied Buitengebied (Hoofdstuk A.6.7) en Deelgebied De Staart (A.6.8), wordt dit als één van de unieke kenmerken van Dordrecht beschreven in Hoofdstuk A.3 DNA.

3. In de tekst van A.5.4.2 Uitgangspunten ‘externe veiligheid’ wordt toegevoegd: “Ons beleid is gericht op het minimaliseren van de kans dat een grote groepen mensen slachtoffer worden als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico, oftewel de kans dat 10 of meer mensen overlijden door een ongeval met gevaarlijke stoffen, speelt hierin een belangrijke rol. Hiervoor maken wij gebruik van het (berekende) groepsrisico en de in het omgevingsplan vastgestelde oriëntatiewaarde.”

Voor de instandhouding van het landschap zien wij een belangrijke rol voor de landbouw. Op de schaal van het eiland is de economische impact beperkt.

Daarnaast wordt er buiten de beschrijving van het deelgebied Buitengebied in het overkoepelende deel niet of nauwelijks verwezen naar de landbouw als economische activiteit. Op de schaal van geheel Dordrecht is deze naar verhouding ongetwijfeld klein, maar voor instandhouding van de waarden van het buitengebied zijn ze een dragende factor. 18

Klimaatadaptatie Wij lezen de inzet van de gemeente Dordrecht in de Omgevingsvisie als een pragmatische aanpak van de effecten die

Nota van beantwoording zienswijzen op de Ontwerp Dordtse Omgevingsvisie 2.0

We danken u voor dit ingebrachte punt. We nemen dit voor nu ter kennisname aan.

92

voortvloeien uit klimaatverandering, zoals op water en bodem. We lezen de sterke inzet op groenblauwe inrichting hierbij als een sturend principe. De provincie blijft graag samenwerken om principes als Water en Bodem Sturend verder in de ruimtelijke ordening te verwerken, zoals op het gebied van bodemdaling. 19

Deelgebieden: Stadspark Deelgebied Stadspark is ten opzichte van de Omgevingsvisie 1.0 van naam veranderd: daarin stond dit gebied te boek als de Dordwijkzone. De wijziging wordt verder niet toegelicht. De naamswijziging maakt nieuwsgierig wat er de afgelopen jaren is gebeurd aan planvorming, en welke concrete ruimtelijke voorstellen of ingrepen er onder de huidige beschrijving liggen.

Voor dit gebied is door Mecanoo een ontwikkelvisie opgesteld. Uit die ontwikkelvisie spreekt de ambitie om de Dordwijkzone te transformeren tot een toegankelijk centraal gelegen park, dat ook bijdraagt aan de woonopgave in Dordrecht. Hier combineren we natuur, biodiversiteit, recreatie, sport en wateropvang. In het eindbeeld is de Dordwijkzone een Stadspark XXL.

Wijzigingen naar aanleiding van reactie - In A.6.4.6 & A.6.8.6 is “activiteiten die daadwerkelijk havengebonden zijn” vervangen door “watergebonden bedrijvigheid”. - Overal in de Omgevingsvisie worden de volgende termen aangepast: “risicorelevante bedrijven” naar “milieubelastende activiteiten met een externe veiligheidsrisico”, “zeer kwetsbare functies” naar “zeer kwetsbare gebouwen”, “zeer kwetsbare bestemmingen” naar “zeer kwetsbare gebouwen”, “beperkt kwetsbare objecten” naar “beperkt kwetsbare gebouwen of locaties”, “kwetsbare objecten” naar “kwetsbare gebouwen of locaties”, “toxisch aandachtsgebied” naar “gifwolk aandachtsgebied” - In A.6.4.5 & A.6.8.5 wordt de kop “externe veiligheid plaatsgebonden risico/ veiligheidscontour” vervangen door “externe veiligheid plaatsgebonden risico”. - In hoofdstuk A.6.8.5 Tekstaanpassing: "In het industrieterrein Merwedehavens is nieuwe vestiging van milieubelastende activiteiten en de nabijheid van activiteiten met externe veiligheidsrisico’s niet mogelijk." naar "In het industrieterrein Merwedehavens is nieuwvestiging van milieubelastende activiteiten met externe veiligheidsrisico's niet mogelijk" - In de tekst van A.5.4.2 Uitgangspunten ‘externe veiligheid’ wordt toegevoegd: “Ons beleid is gericht op het minimaliseren van de kans dat een grote groepen mensen slachtoffer worden als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen.

Het groepsrisico, oftewel de kans dat 10 of meer mensen overlijden door een ongeval met gevaarlijke stoffen, speelt hierin een belangrijke rol. Hiervoor maken wij gebruik van het (berekende) groepsrisico en de in het omgevingsplan vastgestelde oriëntatiewaarde.” - In de tekst van A.2.5 ‘Dordrecht in haar omgeving’ wordt de centrumfunctie van Dordrecht benadrukt en worden de omliggende Drechtsteden gemeenten expliciet bij naam genoemd. - Aan Paragraaf A.2.5.2 De Zuidelijke Randstad wordt samenwerking met de provincie in het kader van het Ruimtelijke Arrangement ten behoeve van de Nota Ruimte en het Zuid-Hollands Programma Landelijk gebied toegevoegd. - Onder Paragraaf A.2.5 ‘Dordrecht in haar omgeving’ wordt een paragraaf toegevoegd ‘Overige samenwerkingen’. Hierin wordt in het kader van de Biesbosch de gemeente- en provinciegrens overstijgende samenwerking SOK De Biesbosch aangehaald. Nota van beantwoording zienswijzen op de Ontwerp Dordtse Omgevingsvisie 2.0

93

-

Aan paragraaf A.6.4.3 onder het kopje ‘voorzieningen’ wordt de zin ‘Op industrieterreinen ambiëren we functiemenging niet. Ook op de bedrijventerreinen is gebruik primair gericht op bedrijven, maar beperkte menging met detailhandel is mogelijk.’ aangevuld met ‘op de daartoe reeds aangewezen locaties.’.

Nota van beantwoording zienswijzen op de Ontwerp Dordtse Omgevingsvisie 2.0

94

Ingediend door: Waterschap Hollandsche Registratienummer: N.v.t. Delta Samenvatting reactie Reactie Waterveiligheid Gevolgbeperking overstromingen is onderdeel van de groenblauwe Meerlaagse veiligheid laag 2 regels in het omgevingsplan waar binnen de gemeente aan wordt ▪ Pagina 78 - A.6.2.7 Klimaatbestendige stad 2040 gewerkt. Hierbij wordt ingezet op het waterrobuust inrichten (i.e. Hier staat: ‘De Dordtse historische binnenstad ligt gedeeltelijk geen instroom van water tot een bepaalde hoogte; voldoende buitendijks en relatief laag. Door een veranderend klimaat, het vluchtplekken etc.) van nieuwe ontwikkelingen en stijgen van de zeespiegel en de kans op frequent hoog water is het herstructurering. In A.5.6.2 Uitgangspunten wordt dit ook beperken van gevolgen voor de binnenstad belangrijk voor de benoemd. Daarnaast zet de gemeente in op risicocommunicatie, veiligheid en leefbaarheid. Het beschermen van het buitendijkse bijv. met de waterveiligheidcampagne. Omdat dit geen ruimtelijk gedeelte tegen veel schade en overlast realiseren we door een proces is, wordt hier in de Omgevingsvisie niet verder op in gegaan. adaptieve strategie op te stellen met partners in de regio Rijnmond en Drechtsteden.’

Reactie 4 – Waterschap Hollandsche Delta 1

Het lijkt in bovenstaand stukje over het beperken van de gevolgen van overstromingen in de binnenstad alleen te gaan over het buitendijks gedeelte van de binnenstad. Wat wordt er gedaan om in het binnendijks gedeelte van de binnenstad de gevolgen van een overstroming zoveel mogelijk te beperken? 2

▪ Pagina 86 - A.6.3.7 Klimaatbestendige stad 2040 Bij risico op overstromingen gaat het alleen over evacuatie en crisisbeheersing. Er wordt niks vermeld over laag 2: beperken gevolgen via ruimtelijke inrichting. Graag hier aangeven wat in deze laag gebeurt óf als onderzocht is dat dit niks oplevert, waarom laag 2 niet van toepassing is. Hetzelfde geldt voor het stuk tekst op pagina 103 A.6.5.7 Klimaatbestendige stad 2040.

Dit is onderdeel van de groenblauwe regels in het omgevingsplan waar binnen de gemeente aan wordt gewerkt. Hierbij wordt ingezet op het klimaatadaptief inrichten van nieuwe ontwikkelingen en herstructurering. In A.5.6.2 Uitgangspunten wordt dit ook benoemd.

3

▪ Pagina 145 - B.2.3 Waterveiligheidssysteem In dit stuk wordt goed uitgelegd hoe het waterveiligheidssysteem in elkaar zit. Ten aanzien van de invulling van laag 2 van de meerlaagse veiligheid wordt echter alleen ingezet op het inrichten van (buitendijkse) gebieden om mensen naar te evacueren in geval van een dreigende overstroming. Er wordt geen aandacht besteedt aan het rekening houden met de gevolgen van een eventuele

Dit is onderdeel van de groenblauwe regels in het omgevingsplan waar binnen de gemeente aan wordt gewerkt. Hierbij wordt ingezet op het klimaatadaptief inrichten van nieuwe ontwikkelingen en herstructurering. In A.5.6.2 Uitgangspunten wordt dit ook benoemd.

Nota van beantwoording zienswijzen op de Ontwerp Dordtse Omgevingsvisie 2.0

95

overstroming in de bestaande gebieden. Bij nieuwbouw in de gebieden zou gekeken kunnen worden waar en hoe deze zodanig uitgevoerd kunnen worden dat de gevolgen van een overstroming zo beperkt mogelijk zijn. Als onderzocht is dat dit geen toegevoegde waarde heeft, zien we dit dan ook goed uitgelegd en onderbouwd terug in de visie. Daarnaast is het wenselijk dat in paragraaf B.2.3. ook opgenomen wordt dat bij plannen voor herinrichting of nieuwbouw in de omgeving van waterkeringen ruimte vrij gehouden wordt om toekomstige dijkversterkingen mogelijk te maken, zodat ook de waterveiligheid op de lange termijn geborgd blijft.

Wat betreft herinrichting of nieuwbouw in de omgeving van waterkeringen zal hier in dat geval contact over worden gezocht met het waterschap. Het waterschap staat zelf aan de lat om regels te stellen over het profiel van vrije ruimte voor de waterkeringen. Dit is nu al standaardpraktijk (WSHD-legger), hoewel hierin nog geen rekening wordt gehouden met versnelde zeespiegelstijging. Er loopt binnen de waterschappen een traject om de profielen toekomstbestendig te maken.

4

Waterkwaliteit ▪ De opgaven voor waterkwaliteit worden slechts beperkt benoemd. Pagina 30 – A.4.5.4. Waterkwaliteit. In deze subparagraaf wordt gesteld dat Rijkswaterstaat een opdracht heeft om de opgave die voortvloeit uit de KRW op te lossen. Deze opgave is niet enkel buitendijks maar is er ook voor het oppervlaktewater binnendijks, dit wordt gemist in de visie. Op het eiland zijn 3 KRWwaterlichamen aangewezen. Hiervoor zijn in het Stroomgebiedbeheerplan maatregelen opgenomen die bijdragen aan de waterkwaliteitsdoelen. Het project Waterkraan is hier een voorbeeld van. De KRW-opgave rust bij de lidstaat Nederland en dus ook bij meerdere overheden waaronder de gemeenten.

In Paragraaf A.4.5.4 Waterkwaliteit is verduidelijkt dat de KRWopgave rust bij de lidstaat Nederland en is aangevuld dat er ook 3 KRW-waterlichamen op het eiland zijn aangewezen.

5

▪ In 2024 is de Strategie Waterkwaliteit door ons opgesteld. In dit strategisch document is voor elk eiland een strategie bepaald op basis van de specifieke opgave. Opvallend voor de gemeente Dordrecht is de constatering dat in Dordrecht de overstorten één van de grootste opgave is. Dit geeft wel aan dat er in Dordrecht een opgave ligt voor zowel waterschap als de gemeente. Dit zien wij niet zo duidelijk terug in de Omgevingsvisie, maar zouden wij wel graag zien.

In Paragraaf A.4.5.4 Waterkwaliteit is aangevuld dat emissie via riool-overstorten één van de grootste opgave is.

Nota van beantwoording zienswijzen op de Ontwerp Dordtse Omgevingsvisie 2.0

96

Een verdere reductie van de emissie via riool-overstorten is wenselijk, maar is tevens lastig te realiseren. Beperken van de effecten kan een goed alternatief zijn. Dit is mogelijk door het ontvangend water robuust in te richten. Het betreft een opgave waar waterschap en gemeente elkaar in kunnen vinden. En dat hebben beide partijen in het verleden ook al meerdere keren bewezen. 6

Zwemwater ▪ De specifieke problematiek omtrent zwemmen in open water zien wij niet terug in de Omgevingsvisie. Kenmerkend voor Dordrecht is het geringe aanbod van mogelijkheden om te kunnen zwemmen in oppervlaktewater. De zwemplas Merwelanden kent een groot PFAS risico. De voormalige zwemplas De Viersprong is geen alternatief. Er ligt dan ook een grote opgave op het eiland van Dordrecht wat noemenswaardig is.

De opgave is bekend. In 2025 wordt er een programma voor Recreatie en Toerisme in de Buitengebieden ontwikkeld. In de onderzoeken rondom de recreatie behoefte moet duidelijke worden hoe groot de opgave is voor het faciliteren van zwemmen in (natuurlijk) oppervlakte water. Het aanbod van mogelijkheden om te kunnen zwemmen in oppervlakte is in Dordrecht inderdaad gering. Al zijn er ook plannen in ontwikkeling voor zwemmen in open water, zoals het ‘waterplein’ als onderdeel van het rondje Wantij. In de dit jaar op te stellen recreatievisie (programma hangend onder de Omgevingsvisie) wordt hier nader aandacht aanbesteed.

7

Gedragsverandering ▪ Een mondiaal probleem zijn microplastics in het oppervlaktewater. Ook lokaal kan dit een probleem zijn. Belangrijkste bron is waterverontreiniging door drijfvuil. Gedragsverandering kan dit probleem verminderen. Dit vergt

Als gemeente staan wij open voor innovatie en innovatieve oplossingen. Samenwerking tussen waterschap, gemeente en burgerinitiatieven om een gedragsverandering met betrekking tot drijfvuil te bewerkstelligen juicht de gemeente ook aan. Daar dit (gedragsverandering) meer een sociaal-maatschappelijk vraagstuk

Nota van beantwoording zienswijzen op de Ontwerp Dordtse Omgevingsvisie 2.0

97

8

echter goede communicatie en aansprekende voorbeelden zoals Technologie - The Great Bubble Barrier. Samenwerking tussen waterschap, gemeente en burgerinitiatieven levert meerwaarde op voor meerdere doelen van de Omgevingsvisie 2.0 wanneer dit ook als een opgave wordt erkend.

is en in die zin minder is op te hangen aan de fysieke leefomgeving, kiezen we ervoor om in de omgevingsvisie 2.0 hier geen nadere aandacht aan.

Bodem- en waterkwaliteit ▪ Pagina 49 – We werken aan een goede bodem- en waterkwaliteit. Bij de benoemde punten eronder ligt de focus echter sterk op de bodem. Voorgesteld wordt om na de ingesprongen alinea’s Bodem en energie en ZZS en PZZS-stoffen een derde en vierde alinea toe te voegen:

In Paragraaf A. 5.4.2 is aan het uitgangspunt ‘We werken aan een goede bodem- en waterkwaliteit’ is aan de opsomming een derde en vierde alinea toegevoerd. Hiervoor is een ingekorte versie van de door indiener voorgestelde teksten gebruikt.

-

Chemisch schoon water Behalve voor (P)ZZS-stoffen is er ook steeds meer kennis over en aandacht voor overige chemische stoffen die de waterkwaliteit onder druk zetten. Waterbeheerders Rijkswaterstaat (voor de grote of Rijkswateren) en waterschap Hollandse Delta (voor de overige wateren) werken samen met de gemeente om de lozing van deze stoffen in het grondwater en op het oppervlaktewater terug te dringen. Hierbij is aandacht voor chemische stoffen in stedelijk afvalwater en in het effluent van rioolwaterzuiveringsinstallaties, in proceswater van bedrijven (op riool of rechtstreeks op het oppervlaktewater) en middels diffuse lozingen zoals in diverse branches kunnen voorkomen. De waterbeheerders hebben bovendien als taak om aan te tonen dat chemische stoffen in grond- en oppervlaktewater van KRWwaterlichamen voldoen aan de maximale emissiewaarde en de vergunningen of meldingen KRW-proof zijn.

-

Ecologische waterkwaliteit Waterkwaliteit kenmerkt zich niet alleen door de afwezigheid van schadelijke concentraties chemische stoffen, maar vooral door de aanwezigheid van voldoende diverse planten en dieren in het water. De gemeente Dordrecht werkt samen met

Nota van beantwoording zienswijzen op de Ontwerp Dordtse Omgevingsvisie 2.0

98

Rijkswaterstaat en waterschap Hollandse Delta voortdurend aan het verhogen van de ecologische waarden van water en maakt hiervoor gebruik van de uitgangspunten van de ‘robuuste watergang’. Deze voldoet aan alle voorwaarden voor helder water met een grote variëteit aan waterleven.

9

Biodiversiteit ▪ Pagina 67. Er wordt expliciet gesproken over “boven en onder de grond” maar niet over “in het water”; is hier een reden voor?

Met boven en onder de grond wordt het geheel bedoeld dus ook in het water. Dit zal worden aangepast om dit te verduidelijken.

10

Doorstroming oppervlaktewater ▪ Pagina 86. “In de woonwijken activeren we bewoners om hun tuin te vergroenen en schaduwrijke plekken te creëren. We gaan op zoek naar mogelijkheden in het openbare terrein voor extra waterberging en verkoelende maatregelen en we willen een betere doorstroming van oppervlaktewater bevorderen”. Hoe wordt een betere doorstroming van oppervlaktewater gerealiseerd? Met behulp van de burgers? Kan dit in de visie worden verduidelijkt?

Hier gaat het inderdaad niet om de burgers, maar het identificeren van meekoppelkansen met gemeentelijke projecten om aan betere doorstroming van oppervlaktewater binnen bestaande woonwijken te werken.

Nota van beantwoording zienswijzen op de Ontwerp Dordtse Omgevingsvisie 2.0

We voegen de volgende tekst toe aan de Omgevingsvisie: Om de doorstroming te bevorderen, zijn maatregelen nodig in het watersysteem. In het project Waterkraan, dat we samen met het waterschap realiseren, zijn deze maatregelen vastgesteld. Daarbij gaat het om het inlaten van water bij de Nieuwe Dordtse Biesbosch 99

en het laten doorstromen van dat water naar de stad. Om voldoende water in te kunnen laten is het belangrijk dat de waterstanden op de rivier naar de toekomst stabiel blijven. Naast de doorstroming is dit ook belangrijk voor de kwaliteit van de huidige natuur- en landbouwwaarden. 11

Kaderrichtlijn Water ▪ Pagina 126. “De landelijke overheid moet vanwege de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) de waterkwaliteit in Nederland verbeteren. Eén van de plekken waar ze dit willen doen is de Helen Zuilespolder bij de Sliedrechtse Biesbosch.” Deze zin doet lijken alsof alleen de landelijke overheid hier een zorg voor draagt, maar de provincie, waterschappen en gemeenten dragen ook verantwoordelijkheid voor de KRW. Graag zien wij dit aangepast in de visie.

Aan Paragraaf A.6.8.5 Gezonde stad is na de zin ‘De landelijke overheid moet vanwege de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) de waterkwaliteit in Nederland verbeteren.’ de zin ‘Maar ook de provincie, waterschappen en gemeenten dragen verantwoordelijkheid voor de KRW.’ toegevoegd.

12

Pagina 126. “Het gebied biedt de mogelijkheid om de maatregel Kaderrichtlijn Water toe te passen”. Enigszins vreemde verwoording; Kaderrichtlijn Water is geen maatregel, maar een doelstelling. Dus of de zin duidt op dat het gebied aan de KRW moet voldoen of de zin duidt op een specifieke maatregel van de KRW, echter die is dan onduidelijk. Graag verduidelijken in de visie.

In Paragraaf A.6.8.5 Gezonde stad is de zin ‘Het gebied biedt de mogelijkheid om de maatregel Kaderrichtlijn Water toe te passen.’ aangepast naar ‘Zodat het gebied kan voldoen aan de Kaderrichtlijn Water.’.

13

Zoet water ▪ Pagina 127. Zoet water komt alleen maar voor bij het noemen van het Wantijpark. Meer aandacht voor zoet water is echter belangrijk. Juist omdat het voor Dordrecht nu wellicht nog geen groot probleem is, is het aangeven dat dit stabiel moet blijven een belangrijk aandachtspunt. Dit geldt ook voor de waterstanden rivier en de kwaliteit van de huidige (natuur- en landbouw)waarden.

We voegen de volgende tekst toe aan de Omgevingsvisie: Om de doorstroming te bevorderen, zijn maatregelen nodig in het watersysteem. In het project Waterkraan, dat we samen met het waterschap realiseren, zijn deze maatregelen vastgesteld. Daarbij gaat het om het inlaten van water bij de Nieuwe Dordtse Biesbosch en het laten doorstromen van dat water naar de stad. Om voldoende water in te kunnen laten is het belangrijk dat de waterstanden op de rivier naar de toekomst stabiel blijven. Naast de doorstroming is dit ook belangrijk voor de kwaliteit van de huidige natuur- en landbouwwaarden.

Nota van beantwoording zienswijzen op de Ontwerp Dordtse Omgevingsvisie 2.0

100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/1037/documents/42447