CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Nota van beantwoording zienswijzen op de Ontwerp Dordtse Omgevingsvisie 2.0; Eiland met kwaliteit.pdf

Dordtse Dinsdag – Beeld- en oordeelsvormende commissies 16 september 2025, gemeente DordrechtBij agendapunt: 5: Vaststellen Dordtse Omgevingsvisie 2.0; Eiland met kwaliteit - Raadsvoorstel34.866 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Nota van beantwoording zienswijzen op de Ontwerp Dordtse Omgevingsvisie 2.0

52

Kortom, we willen de buitengebieden groen houden. Daarom moet de groei binnen de grenzen van de stad plaatsvinden. Het zogenaamde ‘verdichten’. Dit is een van de ruimtelijke keuzes die zijn toegevoegd aan de omgevingsvisie en zal toekomstige generaties een hogere leefkwaliteit gaan opleveren. De invulling die u opwerpt is niet te verenigen met deze visie. 2

Groeiambities Dordrecht Dordrecht is een stad met groeiambities en heeft als doel c.q. hoofdopgave om 11.000 nieuwe woningen te realiseren om haar huidige en toekomstige inwoners goede huisvesting te kunnen (blijven) bieden. Wij willen hier graag een bijdrage aan leveren daar wij mogelijkheden zien om in de zuidrand van Dubbeldam of in een gedeelte daarvan, te weten het gebied omsloten door de Zuidendijk/Laantje van Middenhoeve/Oudendijk/Stevensweg, klimaatneutrale woningen te ontwikkelen op basis van circulaire principes in een biodivers, waterrijk en landschappelijk aantrekkelijk woonmilieu.

We danken u voor dit ingebrachte punt. We nemen dit voor nu ter kennisname aan.

3

In de ontwerp Dordtse omgevingsvisie 2.0 wordt de locatie zuidrand van Dubbeldam door u aangemerkt als buitengebied ten behoeve van groen, recreatie en welbevinden voor de huidige en toekomstige Dordtenaren. Wij onderschrijven deze ambitie deels, zij het dat het gebied thans vrijwel niet toegankelijk is, doch uitsluitend zichtbaar is vanaf de dijken. Recreatief (mede-)gebruik is derhalve niet mogelijk en de natuurwaarden beperken zich op dit moment tot extensief grasland en akkerbouw. De meerwaarde voor de bewoners van Dordrecht kan dus sterk worden verbeterd. Wij hebben de ambitie om hier een aangenaam woon- én verblijfsgebied te realiseren, door de ontwikkeling van een in de omgeving passend woningbouwplan, met als bijkomend voordeel een positief effect op de doorstroming op de woningmarkt. Hieraan willen wij graag samen met u een bijdrage leveren.

We danken u voor dit ingebrachte punt. We nemen dit voor nu ter kennisname aan.

Nota van beantwoording zienswijzen op de Ontwerp Dordtse Omgevingsvisie 2.0

53

4

5

De ambities van uw college doen o.i. niet voldoende recht aan de grote behoefte van woningzoekenden om in aanmerking te komen voor passende woonruimte op onderhavige locatie. Zoals wellicht bij u bekend, is de doorstroming in o.a. de wijk Dubbeldam minimaal aangezien er geen passend nieuwbouwaanbod is voor senioren met als gevolg dat deze onnodig lang in hun eengezinswoning blijven wonen.

In Dordrecht willen we ons houden aan het bestaand stads- en dorpsgebied (BSD) van de provincie Zuid-Holland. We willen de buitengebieden groen houden, daarom moet de groei binnen de grenzen van de stad plaatsvinden. Dit betekent dat er sprake is van inbreiding en verdichting.

Graag roepen wij u op om - met verwijzing naar Klimaatneutraal Dordrecht 2040 - deze zienswijze mee te nemen in de Dordtse omgevingsvisie 2.0, zodat wij samen tot een gebiedsontwikkeling kunnen komen die bijdraagt aan de duurzame groei van Dordrecht.

Verwijzend naar de reactie bij punt 1, zien wij als gemeente op dit moment geen aanleiding om samen tot een gebiedsontwikkeling te komen die bijdraagt aan duurzame groei van Dordrecht.

Uit de verdichtingsstudie (DWZ/Ravenkop, 2024) blijkt dat het realiseren van 11.000 woningen binnen de bestaande stad kansrijk is en dat er nog veel kansen liggen om kwaliteit toe te voegen als we slim omgaan met ruimtevraag.

Wijzigingen naar aanleiding van zienswijze - N.v.t.

Nota van beantwoording zienswijzen op de Ontwerp Dordtse Omgevingsvisie 2.0

54

Zienswijze 18 – bpd bouwfonds gebiedsontwikkeling 1

Ingediend door: BPD Ontwikkeling B.V. Regio Zuid-West

Samenvatting zienswijze BPD Ontwikkeling B.V. (“BPD”) heeft, zoals u weet, grondposities in uw gemeente, die in uw ontwerp zijn aangeduid als subgebied 3 (stadsrandlandschap; zie hierna). BPD ziet hier nog steeds goede mogelijkheden voor woningbouwontwikkeling. Het hoeft geen betoog dat BPD een woningbouwontwikkelaar met veel ervaring is en evenmin dat dit ook geldt voor het ontwikkelen van betaalbare woningen in een landschappelijk setting.

Registratienummer: 2025-0008670

Reactie De ruimte op ons eiland is schaars. Buiten de stadsrand ligt een open landschap met compacte polders en hoge dijken, hier zijn landbouw en natuur beeldbepalend. De gemeente heeft een duidelijke visie op deze kwaliteiten en welke toegevoegde waarde dit voor de stad oplevert. In 2016 heeft de gemeenteraad besloten het project ‘Belthure Park’ met onmiddellijke ingang te beëindigen. Dit om de bestaande polder met haar openheid en landschappelijke en cultuurhistorische (belevings)waarden te behouden. In 2017 heeft de gemeenteraad de 2e herziening van de Structuurvisie Dordrecht 2040 vastgesteld. Hiermee gaf zij richting aan de beoogde ruimtelijke ontwikkeling van de Zuidrand van Dubbeldam. Het oorspronkelijk geplande bouwproject Belthure Park is geschrapt. Deze gronden werden voor agrarisch gebruik ingezet. In de omgevingsvisie 1.0 (vastgesteld april 2021) heeft de gemeenteraad deze visie op ontwikkelingen in het Buitengebied (waaronder de Zuidrand van Dubbeldam) bekrachtigd: “Wonen in het Buitengebied is zodoende in principe niet toegestaan.

Alleen in het geval van een agrariër is incidenteel en onder voorwaarden ruimte voor bedrijfswoningen.” Dit uitgangspunt voor behoud van een open polderlandschap waarin wonen geen uitgangspunt is, komt ook in het Politiek Akkoord 2022-2026 terug: “Door op plekken waar dat past hoger te bouwen en wonen en werken te combineren, maar wél binnen de bebouwde kom. We behouden het open polderlandschap”.

Nota van beantwoording zienswijzen op de Ontwerp Dordtse Omgevingsvisie 2.0

55

Kortom, we willen de buitengebieden groen houden. Daarom moet de groei binnen de grenzen van de stad plaatsvinden. Het zogenaamde ‘verdichten’. Dit is een van de ruimtelijke keuzes die zijn toegevoegd aan de omgevingsvisie en zal toekomstige generaties een hogere leefkwaliteit gaan opleveren. De invulling die u opwerpt is niet te verenigen met deze visie. 2

In uw hoofdopgave “groeien met kwaliteit” kunnen wij ons goed vinden. Wij begrijpen en ondersteunen uw focus op verdichten. Juist het noordelijk deel van onze gronden leent zich goed voor uw verdichtingsopgave; deze opgave hoeft zich ons inziens niet te beperken tot het centrumgebied.

In Dordrecht willen we ons houden aan het bestaand stads- en dorpsgebied (BSD) van de provincie Zuid-Holland. We willen de buitengebieden groen houden, daarom moet de groei binnen de grenzen van de stad plaatsvinden. Dit betekent dat er sprake is van inbreiding en verdichting.

3

Wij zijn blij met de openingen voor woningbouwontwikkeling aan de stadsranden zoals beschreven in het onderdeel “Toekomstbestendige economie” (§ A.6.7.6, p. 115). Het valt ons wel op dat, in tegenstelling tot de subgebieden 1 en 2, voor subgebied 3 (lichtbruine kleur) wordt aangegeven dat de gemeente daar de regie neemt, door bijvoorbeeld een goede analyse van het gebied en een gebiedsvisie op te stellen. Het is BPD niet duidelijk waarom u dit onderscheid maakt en voor subgebied 3 niet met de betrokken stakeholders (eigenaren van de gronden) de mogelijkheden voor woningbouw wilt onderzoeken. BPD is ervan overtuigd dat zij met al haar ervaring juist een goede en nuttige bijdrage kan leveren en ziet aldus juist kansen voor een bijdrage van de eigenaren van de gronden in dit deelgebied.

De zuidelijke stadsrand vormt een bijzonder overgangsgebied tussen de stad, de Nieuwe Dordtse Biesbosch en het agrarische buitengebied. Ontwikkelingen in dit gebied toetst de gemeente aan de intrinsieke kwaliteiten daarvan (de kwaliteitspijlers), te weten: ruimtebeleving, afwisselend landschap, weidsheid, waterranden, historie en erfgoed en beleving. In dit kader is een afwegingskader ontwikkelingen in Buitengebied (stadsrand en verrommeling) in de maak.

4

U geeft in § A.6.7.6 (p. 116) aan dat duurzame ontwikkeling het uitgangspunt is: onder andere toewerken naar een gezondere bodem, schoon water, versterken van de landschapskwaliteit en vergroten van de biodiversiteit. Wij delen dit uitgangspunt: “BPD werkt aan gebieden die bestand zijn tegen wateroverlast, droogte en hitte. Die gebieden bevorderen de biodiversiteit dankzij hun natuurlijke en waterrijke inrichting” (zie Duurzaam ontwikkelen | BPD.nl).

We danken u voor dit ingebrachte punt. We nemen dit voor nu ter kennisname aan.

Nota van beantwoording zienswijzen op de Ontwerp Dordtse Omgevingsvisie 2.0

56

5

Verder valt ons op dat u in § A.6.7.3 (p. 112) beschrijft dat wonen in het landschap op twee manieren kan worden toegestaan. Hierbij wordt kleinschaligheid als kenmerk genoemd. Wij zien geen redenen voor deze terughoudendheid: een meer grootschalige invulling kan volgens ons ook bijdragen aan landschappelijke kwaliteit en biodiversiteit. De mogelijkheden voor subgebied 3 zouden dus niet bij voorbaat beperkt moeten worden, maar juist in goed overleg met de stakeholders verkend moeten worden, binnen de voorwaarden die de gemeente voorstelt.

Het kleinschalige, open landschap buiten Dordrecht is kwetsbaar. Woningbouw is lange tijd niet toegestaan, om het landschap te beschermen. Wonen op tot nu toe onbebouwde plekken is te riskant voor het kwetsbare gebied.

6

In het bijzonder het noordelijk deel van subgebied 3 (lichtbruine deel) liggen al ingesloten tussen bestaand woongebied van Dordrecht. Juist deze gronden bieden daarom volgens ons goede mogelijkheden om met behoud van uw visie tot invulling van uw woningbouwopgave te komen. BPD heeft, zoals al opgemerkt, ruime ervaring met het toevoegen van (betaalbare) woningen in een landschappelijke setting. Ter bevordering van de doorstroming op de woningmarkt (zie § A.2.3.1) en om mensen in het hogere segment aan Dordrecht te blijven binden, zouden ook duurdere categorieën toegevoegd kunnen worden.

Zie reactie bij punt 2.

7

Graag verzoeken wij u om rekening te houden met deze reactie. In het bijzonder verzoeken wij u voor het noordelijk deel van subgebied 3 meer ruimte te bieden voor woningbouw en uw uitgangspunt van kleinschaligheid te heroverwegen. BPD gaat graag met uw gemeente in overleg om de kansen voor woningbouw te bespreken.

Verwijzend naar de reactie bij punt 1, zien wij als gemeente op dit moment geen aanleiding om in overleg te gaan om de kansen voor woningbouw te bespreken in het noordelijk deel van subgebied 3.

Wonen zal ondergeschikt zijn aan de andere drie functies (natuur, landbouw en kleinschalig verblijfstoerisme). Door een kleinschaligheid van de wonen te borgen, kan hier recht aan worden gedaan.

Wijzigingen naar aanleiding van zienswijze - N.v.t.

Nota van beantwoording zienswijzen op de Ontwerp Dordtse Omgevingsvisie 2.0

57

Zienswijze 19 – Particulier

Ingediend door: Geanonimiseerd i.v.m. AVG

Registratienummer: n.v.t.

Samenvatting zienswijze Ik reageer op deze visie omdat ik vind dat de agrarisch ondernemers op dit eiland door moeten kunnen met ondernemen. Deze agrarisch ondernemers hebben vrijwillig meegewerkt aan het tot stand komen van de Nieuwe Dordtse Biesbosch. Daardoor hebben ze meer dan 600 ha af moeten staan voor natuur en recreatie.

Reactie Door de aanleg van de Nieuwe Dordtse Biesbosch is de groenblauwe dooraardering in het gebied aanwezig is. Mede door deze aanleg is de watersituatie nu zoals het is.

2

Nu lees ik op Bladzijde 115 dat het gebied Sub 3 (al de landbouwgrond die er nog is boven de zeedijk) enkele honderden hectare, de landbouw niet meer centraal staat. Maar dit gebied wordt gezien als stadsrandlandschap. Een gebied waar stadlandbouw, wonen en wateropvang naast elkaar kan bestaan. Verder staat er dat de Gemeente de regie in handen gaat nemen.

We danken u voor dit ingebrachte punt. We nemen dit voor nu ter kennisname aan.

3

Naar mijn mening moet ook in dit gebied de landbouw centraal staan. Op dit eiland zijn gelukkig nog jonge boeren die verder willen ondernemen en daar hebben ze een bepaalde omvang voor nodig om extensief en dus duurzaam te kunnen boeren. Door het gebied sub 3 om te vormen in stadsrandlandschap gaat er veel landbouwgrond verloren om vrij te kunnen ondernemen. En met het gevolg dat deze ondernemers intensiever moeten boeren om nog een inkomen te genereren.

We danken u voor dit ingebrachte punt. We nemen dit voor nu ter kennisname aan.

4

Verder staat er dat er mooie initiatieven zijn als Boeren van Dordt en Agrarische Natuur vereniging Boer en Groen. Dan denk ik dat de gemeente eerst eens moet onderzoeken wat deze initiatieven doen. En als dit onderzocht is komt je waarschijnlijk tot de conclusie dat je deze voorbeelden beter uit de visie kan halen. Naar mijn mening is boer en groen helemaal geen Agrarische Natuurvereniging. Maar een 5-tal ondernemers die projecten aannemen. Je kan er geen lid van worden en ze doen niets maatschappelijks, zoals andere natuur verenigingen. Niet gepast om je dan Agrarische Natuurvereniging te noemen naar mijn

Niet alle initiatieven hebben de gewenste uitkomst. Toch is het ondersteunen en ruimte geven aan initiatieven die in lijn liggen met de doelen uit de omgevingsvisie. Om de discussie over precieze uitkomsten van initiatieven niet in de omgevingsvisie te voeren noemen we geen directe voorbeelden meer.

1

Nota van beantwoording zienswijzen op de Ontwerp Dordtse Omgevingsvisie 2.0

58

mening. Boeren van Dordt is een project dat op sterven na dood is. Het was een project met subsidie uit de Provincie en uit Europa. Jammer dat de Dordtse boeren er weinig van geprofiteerd hebben. Al het geld is naar de projectleider gegaan. 5

Daarom ben ik er op tegen om voor sub gebied 3 de regie bij de gemeente neer te leggen. Waarschijnlijk wordt er dan een ingenieursbureau ingeschakeld om een gebiedsvisie op te stellen. Iets wat heel veel geld kost zonder dat wat oplevert voor de gemeente en de boeren. Kijk eerst eens wat er nu al gedaan wordt door de Dordtse boeren. Bijvoorbeeld. Natuurpacht, beweiden van natuurgebieden, telen van Nedertarwe (meer dan 100ha),bloemen randen langs percelen, groene braak, samen werken met Staatsbosbeheer, zorgboeren( 5 bedrijven) theetuin, boerderijwinkels en paarden pensionstallen En dit wordt er nu al allemaal gedaan op bedrijfsniveau op de maar 30 landbouwbedrijven. Als er al zoveel maatschappelijk, aan duurzame landbouw en aan de biodiversiteit wordt gedaan, waarom dan iets veranderen. In het verleden werd er door de gemeente veel overlegd met LTO afd. Dordrecht het lijkt mij een goed idee om voordat er een definitieve omgevingsvisie opgesteld wordt ook daar nu weer mee te overleggen.

Het gebiedsprogramma vanuit de provincie dat op dit moment de naam ZH-PLG draagt, wordt gebruikt voor het duidelijk krijgen van de situatie binnen de landbouw binnen de gemeente. Hierin zien we dat er veel goed gaat, zoals de genoemde activiteit.

Wijzigingen naar aanleiding van zienswijze - In A.6.7.6 worden concrete voorbeelden van initiatieven achterwege gelaten.

Nota van beantwoording zienswijzen op de Ontwerp Dordtse Omgevingsvisie 2.0

59

Zienswijze 20 – Natuur- en vogelwacht Biesbosch 1

Ingediend door: Stichting Natuur- en Vogelwacht Biesbosch

Samenvatting zienswijze allereerst zijn wij blij dat de gemeente serieus werk probeert te maken van het stimuleren van een duurzamere en gezondere omgeving op ons eiland om de leefbaarheid en biodiversiteit verder te verbeteren. Met de groeiambitie naar 140.000 inwoners heeft de gemeente zichzelf een bijzonder ingewikkeld doel gesteld op een eiland tussen grote rivieren waar de ruimte beperkt is en de uitdagingen op het gebied van o.a. klimaat, leefbaarheid, natuur, gezondheid en waterveiligheid groot zijn. Hieronder geven wij puntsgewijs onze aandachtspunten voor de definitieve omgevingsvisie weer:

Registratienummer: n.v.t.

Reactie Voor Dordrecht staat groeien met kwaliteit de komende jaren centraal. Dat volgt ook uit de Groeiagenda Drechtsteden 2030. Binnenstedelijke groei (het zogenaamde ‘verdichten’) zien wij als aanjager voor kwaliteitsverbetering van de stad en het vergroten van de leefbaarheid. Dat groeien doen we binnen het perspectief van de ambitie van Klimaatadaptief en Klimaatneutraal 2040. De hoofdopgave gaat uit van de realisatie van 11.000 woningen (na amendering van de woonvisie ‘Goed Wonen in Dordrecht 20192031’ is de hoofdopgave van 10.000 woningen aangevuld met 1.000 extra te realiseren woningen) en kwalitatief hoogwaardige werkgelegenheid die past bij de Dordtse beroepsbevolking en een toekomstbestendige economie voor onze stad.

2

Dordrecht wil 11.000 woningen erbij bouwen, maar de ruimte is beperkt. Hierbij wil Dordrecht inbreien in plaats van uitbreiden. Hier staan wij achter, waarbij wij mee willen geven dat natuurinclusief bouwen onontbeerlijk is, anders raak je juist groen en biodiversiteit kwijt. Dus niet alleen klimaatadaptief bouwen (A.4.5.1), maar ook natuurinclusief bouwen (geef aandacht hieraan, bijv. in A.5.2.2).

In paragraaf A.5.8 ‘Doel 7: Dordrecht is een biodiverse stad’ wordt aandacht gegeven aan een natuurvriendelijke bebouwde omgeving. Te bereiken door natuurinclusief te bouwen en te ontwikkelen. De gemeente Dordrecht hanteert hiervoor het Handboek natuurinclusief bouwen en ontwerpen (2023).

3

Dordrecht heeft de ambitie om een groene stad te zijn en het Stadspark verder te versterken (o.a. A.5.2.2, A.6.6). Met deze ambitie zijn wij erg blij. Als aandachtspunten voor het Stadspark willen wij meegeven dat zonering erg belangrijk is om biodiversiteit een kans te geven. Het is geen grote speeltuin. Daarnaast zijn er nog enkele essentiële percelen nodig om het Stadspark robuust te laten fungeren, zoals tussen de Zuidendijk en de Overkampweg, die met voorrang verworven en als stadspark ingericht zouden moeten worden.

We zorgen dat de programmering van het Stadspark bijdraagt aan een gezonde, klimaatbestendige en biodiverse stad. Het Stadspark is er voor de stad en levert een belangrijke bijdrage aan de stad. In het bijzonder een gezonde, klimaatbestendige en biodiverse stad. We willen voorkomen dat het een ‘spons’ wordt voor functies die elders in de stad geen plek vinden. Dit is een van de ruimtelijke keuzes die zijn toegevoegd aan de omgevingsvisie. Door dit nu op te nemen in de omgevingsvisie 2.0, wordt dit als kader gebruikt voor toekomstige (ruimtelijke) ontwikkelingen.

Nota van beantwoording zienswijzen op de Ontwerp Dordtse Omgevingsvisie 2.0

60

4

Dordrecht heeft de ambitie om in 2040 een klimaatbestendige stad te zijn (A.5.6). Uiteraard zijn wij teleurgesteld dat de gemeente haar ambitie om dit al in 2035 te bereiken heeft aangepast naar 2040. Wel zijn wij blij dat de gemeente nog steeds koploper wil zijn op het gebied van klimaatbestendigheid en waterrobuustheid en meer groen wil aanleggen in de stad (om klimaatverandering tegen te gaan/op te vangen). Hiervoor moet echter ook zeker naar het buitengebied gekeken worden! De rol van het buitengebied bij het bereiken van een klimaatbestendige stad is nu een grote omissie. Dit doel (Klimaatbestendige stad) zou ook toegevoegd moeten worden aan de ambities van het buitengebied (A.6.7), juist omdat hier nog vele mogelijkheden liggen met bijvoorbeeld de opvang van hoge waters (ruimte voor de rivier, slechts summier benoemd in A.4.5.4) en vasthouden van water (hogere polderpeilen et cetera, graag aandacht hiervoor in A.6.7.7).

Dit houdt verband met het andere doel uit de omgevingsvisie dat Dordrecht in 2040 ook een duurzame en klimaatneutrale stad is. Om hier een eenduidige lijn in aan te houden is ervoor gekozen het doel klimaatbestendig ook naar dit jaartal aan te passen. Daarnaast ligt dit nog steeds eerder in de tijd dan de gestelde ambitie op nationaal niveau dat Nederland in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust ingericht zal zijn, waarmee de koplopers rol die Dordrecht op dit gebied heeft nog steeds van toepassing is. Het deelgebied Buitengebied kent absoluut haar bijdrage aan het doel ‘Dordrecht is in 2040 een klimaatbestendige stad’. Dat dit niet als prioritair doel is opgenomen voor het deelgebied, neemt niet weg dat in het deelgebied aan dit doel wordt gewerkt. Voor ieder deelgebied zijn één of meerdere prioritaire doelen opgenomen. Dat zijn de doelen waar we de komende jaren extra op inzetten om de maximale kwaliteit van de leefomgeving te bereiken. Maar daarnaast wordt in elk deelgebied ook aan de overige doelen gewerkt. Het klopt dat het Buitengebied ook een functie kan hebben om – naast het waterpeil op orde te houden in droge tijden – ook een bufferende capaciteit in natte periodes kan hebben. Beide kunnen een kwaliteit voor dit gebied zijn. De omgevingsvisie wordt hierop aangevuld.

5

Dit geldt ook voor Biodiverse stad (A.6.7), want juist in het buitengebied is de grootste biodiversiteit nog te vinden in de natuurgebieden, maar heeft ook de grootste afname van biodiversiteit plaatsgevonden (agrarisch gebied, zie ook A.4.5.3).

Biodiverse stad is één van de prioritaire doelen voor het deelgebied Buitengebied. Hier wordt ook aandacht aangeschonken in de doelspecificatie A.6.7.9 Biodiverse stad.

6

Bij deelgebied de Staart is wel het doel Biodiverse stad toegevoegd, want ook hier ligt een groot deel van de Biesbosch, maar ook hier mist klimaatbestendige stad om dezelfde redenen als hierboven genoemd (A.6.8).

Zie beantwoording bij punt 4.

Nota van beantwoording zienswijzen op de Ontwerp Dordtse Omgevingsvisie 2.0

61

7

8

Dordrecht heeft de ambitie om de achteruitgang van biodiversiteit te stoppen (A.5.8). Dat komt nog onvoldoende uit de verf. Vele diersoorten nemen nog steeds stevig af (zie A.4.5.3, maar ook bijv. de Avifauna van de Biesbosch, 2020) en Dordrecht draagt daar zelf actief aan bij door bijvoorbeeld de jacht en schadebestrijding te faciliteren op diersoorten die op het Eiland van Dordrecht sterk zijn afgenomen en/of dat nog steeds doen. Wat ons betreft is het stoppen van verdere achteruitgang alleen niet voldoende, er moeten stappen gezet worden naar herstel. Overigens heeft de Stichting Natuur- en Vogelwacht Biesbosch veel informatie over trends en verspreiding van vele soorten die kan helpen om inzicht te krijgen in de basiskwaliteit natuur.

Herstel van de biodiversiteit wordt in A.5.8. besproken. Het is samen met het stoppen van de achteruitgang en behouden van de biodiversiteit, die Dordrecht momenteel heeft, een van de doelen. Om de biodiversiteit in de gemeente te gaan herstellen is het ten eerste ook belangrijk om te zorgen dat de achteruitgang van biodiversiteit wordt stopgezet.

Dordrecht heeft de ambitie om een gezonde stad te zijn en de milieukwaliteit moet verbeteren. Dan moet er echt werk gemaakt worden van Chemours en andere piekbelasters en moet walstroom voor alle schepen verplicht worden. Ook moeten kachels en openhaarden verboden worden. Deze zijn, zoals ook in de omgevingsvisie vermeld, een grote bron van slechte luchtkwaliteit in de stad, zeer schadelijk voor de gezondheid van onze inwoners en een grote bron van ergernis voor vele bewoners. Neem een voorbeeld aan de gemeente Utrecht, waar in 2030 een houtstookverbod moet gaan gelden en vanaf 2025 al een verbod op buitenshuis houtstoken en in nieuwbouwwoningen geldt. Deze ambitie kan bijvoorbeeld toegevoegd worden aan A.4.6.4. en zeker in A.5.4.2 over het Schone Lucht Akkoord.

De omgevingsvisie geeft in hoofdlijnen de richting aan waarin we als stad willen bewegen. Ten aanzien van luchtkwaliteit is opgenomen dat wij streven naar permanent verbeteren van de luchtkwaliteit en het in 2030 bereiken van de WHO- richtwaarde voor schone lucht (WHO 2005). Hiervoor is het noodzakelijk om op het gebied van luchtkwaliteit samen te werken met andere overheden. Daarom zijn wij toegetreden tot het Schone Lucht Akkoord. Dit akkoord verplicht ons tot het opstellen van een decentraal uitvoeringsprogramma met hierin de concrete acties die worden ondernomen om de doelstelling te halen. Dit plan bevat activiteiten op het gebied van verkeers- en bedrijfsemissies maar ook op het gebied van houtstook. Gegeven de heersende luchtkwaliteit in de stad is een direct verbod van houtstook op dit moment nog niet noodzakelijk.

In A.5.8.2 passen we het kopje aan naar: ‘Stoppen achteruitgang en herstel biodiversiteit’

In hoofdstuk B2.4.3 staat beschreven hoe wij om willen gaan met industriële emissie 9

Ook in het buitengebied ligt een grote opgave voor milieukwaliteit en afname van biodiversiteit door onder andere ‘gewasbeschermingsmiddelen’ (insecticiden en pesticiden) in de landbouw. Dat moet zeer sterk naar beneden en bij voorkeur

Nota van beantwoording zienswijzen op de Ontwerp Dordtse Omgevingsvisie 2.0

Deze opgave erkennen we en benoemen we daarom in de omgevingsvisie 2.0 (in paragraaf A.6.7.9).

62

helemaal uitgebannen worden. Hier zou ook aandacht voor moeten zijn in de Omgevingsvisie en mist nu geheel in o.a. A.5.2.2 over een goede bodem- en waterkwaliteit en A.6.7). 10

11

Er valt nog een wereld te winnen door in de Woonwijken (o.a. A.6.3.5, maar ook in de gehele stad zelf) door inheemse bomen, struiken en kruiden te planten ipv uitheemse soorten als sneeuwbes, plataan etc. Ook ontbeert het vele watergangen nog aan ecologische oevers doordat er hardhouten oeverbeschoeiing wordt toegepast (zelfs bij een nieuw gegraven waterplas als die onlangs aan de Nassauweg is gemaakt). Het stimuleren van bewoners om zelf ook te vergroenen wordt genoemd in A.5.6.2, maar alleen tuinen. Er kan aanvullend ook gedacht worden aan bijv. een subsidie voor de realisatie van groene daken bij particulieren.

In het handboek Kwaliteit Openbare Ruimte en het handboek Natuurinclusief Bouwen en Ontwerpen (2023) wordt geadviseerd over de inpassing van inheemse beplanting en ecologische oevers. Daarnaast wordt er een Dordtse plantenlijst ontwikkelt en wordt er gewerkt aan een handboek Groen waarin deze lijst verwerkt wordt.

In het stuk over het buitengebied (A.6.7) wordt aandacht besteed aan behoud van het landschap. Het is echter niet heel duidelijk wat dit landschap dan precies is. Behoud van het bestaande landschap? Behoud van het agrarische landschap, wat pas de laatste 100 jaar hier aanwezig is en inmiddels zeer sterk biodivers verarmd is, of het landschap waarin Dordrecht is ontstaan en gegroeid, het landschap van leven met het water in plaats van ertegen vechten? Dus een natuurrijk en sterk groen-blauw landschap waar eb en vloed en erosie en vooral sedimentatie een grote rol spelen. De aandacht voor de relatie met het water doet het laatste suggereren, maar meer duidelijkheid hierover is wenselijk.

Buiten de stadsrand ligt een open landschap met compacte polders en hoge dijken, hier zijn landbouw en natuur beeldbepalend. Uitgestrekte velden en ruige natuur van de Biesbosch. De Dordtse Biesbosch en de Sliedrechtse Biesbosch zijn onderdeel van Natura 2000-gebied De Biesbosch. De Biesbosch is een van de weinige gebieden met zoetwatergetijden van Europa.

In A.5.8.3 voegen we het Handboek Groen Status In Ontwikkeling toe.

Wijzigingen naar aanleiding van zienswijze - A.6.7.7. De wens is om water tijdens natte periodes te kunnen bufferen in het Buitengebied en in tijden van droogte te gebruiken om droogte in de watergangen in de stad te verlagen. - A.5.8.2 In kopje tekstaanpassing: ‘Stoppen achteruitgang en herstel biodiversiteit’ toevoegen - A.5.8.3 In Uitwerking in programma’s, afspraken en/of omgevingsplan) toegevoegd: Handboek Groen Status In ontwikkeling

Nota van beantwoording zienswijzen op de Ontwerp Dordtse Omgevingsvisie 2.0

63

-

A.6.7.9 Aangevuld met ‘Hierbij vragen we als gemeente ook aandacht voor het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen (insecticiden en pesticiden) in de landbouw.’

Nota van beantwoording zienswijzen op de Ontwerp Dordtse Omgevingsvisie 2.0

64

Zienswijze 21 – Vervelde Dubbeldam BV, Boeren van Dordt en ANV BoerEnGroen. 1

Ingediend door: Vervelde Dubbeldam BV

Samenvatting zienswijze Bij deze dien ik alsnog een bezwaar in tegen de omgevingsvisie van Dordrecht 2.0 wat mij het meest betreurd is dat ik middels een schrijven van de LTO er vandaag moet achterkomen dat er t/m vandaag gereageerd kan worden op de omgevingsvisie. Een visie waarin omschreven wordt hoe het gebied waarin wij wonen, leven en werken eruit moet komen te zien in de toekomst. Hoe ik het persoonlijk ervaar is dat andere mensen beslissen over mijn omgeving. Het was op zijn minst netjes geweest dat we hiervoor uitgenodigd zouden worden ipv dat het “ergens” vluchtig kenbaar wordt gemaakt hoe er over de inrichting van onze omgeving beslist wordt.

Registratienummer: n.v.t.

Reactie De omgevingsvisie staat niet open voor bezwaar of beroep. Het ontwerp van de omgevingsvisie 2.0 heeft ter inzage gelegen voor zienswijzen. Uw reactie wordt daarom als zienswijze behandeld. De zienswijzenperiode voor de ontwerp omgevingsvisie 2.0 is aangekondigd via: • officiëlebekendmakingen.nl; • gemeentenieuws in DordtCentraal (huis-aan-huis-krant); • de website van de gemeente Dordrecht. Op 31 december 2024 heeft DordtCentraal op haar voorpagina nogmaals aandacht geschonken aan de zienswijzenperiode voor de ontwerp omgevingsvisie 2.0. Daarnaast zijn de gebruikelijke stakeholders en overlegpartners van de gemeente met een direct schrijven op de hoogte gebracht van de zienswijzenperiode voor de ontwerp omgevingsvisie 2.0 (dd. 12 december 2024). Hieronder ook LTO.

2

Ik lees ook in de reacties van de LTO hoe er gesproken wordt over de” boeren van Dordt” en “BoerEnGroen”, ook hier zijn we het niet over eens.

We danken u voor dit ingebrachte punt. We nemen dit voor nu ter kennisname aan.

3

Graag krijgen wij alsnog de gelegenheid om te reageren op de omgevingsvisie!

Het college van burgemeester en wethouders heeft een redelijke termijn gegund voor het indienen van de zienswijze. De ontwerp Dordtse Omgevingsvisie 2.0 heeft van 12 december 2024 tot en met 23 januari 2025 ter inzage gelegen. Deze periode komt overeen met het bepaalde in artikel 3:16 lid 1 Algemene wet bestuursrecht. Doormiddel van het indienen van pro-formazienswijze, kan men maximaal 2 weken extra de tijd krijgen om een zienswijze in te dienen. De ingediende zienswijze is niet pro-formazienswijze

Nota van beantwoording zienswijzen op de Ontwerp Dordtse Omgevingsvisie 2.0

65

aangekondigd en beschouwen wij ook niet als zodanig. Ook heeft indiener niet binnen afzienbare tijd na het indienen voor voorliggende zienswijzen uiteindelijk alsnog een zienswijze ingediend.

Wijzigingen naar aanleiding van zienswijze - N.v.t.

Nota van beantwoording zienswijzen op de Ontwerp Dordtse Omgevingsvisie 2.0

66

Zienswijze 22 – Particulier 1

2

Ingediend door: Geanonimiseerd i.v.m. AVG

Registratienummer: n.v.t.

Samenvatting zienswijze Het Platform Duurzaam Dordrecht heeft een zienswijze ingediend. Een aantal deelnemers van het Platform was bereid ziel en zaligheid (en vooral veel tijd) te stoppen in het doorploegen van de 165 pagina's (exclusief bijlagen) en deze van de zienswijze van het Platform te voorzien. Ik dank hen voor alle effort die zij erin gestoken hebben en wens van ganser harte dat het niet voor niks is.

Reactie We danken u voor dit ingebrachte punt. We nemen dit voor nu ter kennisname aan.

Ik stuur als klimaatburgemeester in Dordrecht deze mail als een kleine nabrander. De Omgevingswet en omgevingsvisie beogen betrokkenheid, bekendheid en draagvlak voor de inrichting van de stad op te leveren. Deze klimaatburgemeester vond niet de tijd om de vele honderden pagina's door te nemen. Gelukkig deden een aantal betrokkenen uit het Platform Duurzaam dat! Ik vreet een bezem op als deze werkwijze tot meer draagvlak in de stad leidt.

De gemeente Dordrecht vindt participatie - meedoen - belangrijk. Door participatie maken we gebruik van de kracht en de kennis in de stad. En daardoor komen we tot betere plannen voor de stad. De afgelopen jaren is al vaker met inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties gesproken over de toekomst van Dordrecht. Bijvoorbeeld in het intensieve participatieproces met de stad 'Nieuw Dordts Peil', maar ook in het kader van de omgevingsvisie 1.0 is een participatieproces doorlopen. Daar bovenop worden er ook participatieprocessen doorlopen voor thema's uit de omgevingsvisie, bijvoorbeeld voor 'mobiliteit' en 'klimaatneutraal 2040'. De ervaring leert; hoe concreter een onderwerp, hoe hoger de bereidheid bij inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties om te participeren. De concretere participatieprocessen voor specifieke thema's verrijken op hun beurt het gemeentelijk beleid. Een omgevingsvisie is juist een instrument met een hoog abstractieniveau. Daarom hebben we hiervoor naast een fysieke bijeenkomst, ook een online participatieplatform (op www.doemeedordrecht.nl/omgevingsvisie) gelanceerd. Beide hebben we breed aangekondigd, onder andere via de krant (Gemeentenieuws), social media (Facebook en LinkdeIn) en billboards bij stations en wijkcentra. Er is gekozen om de participatie voor de omgevingsvisie 2.0 doelmatig te houden. Met het participatieproces voor de

Nota van beantwoording zienswijzen op de Ontwerp Dordtse Omgevingsvisie 2.0

67

omgevingsvisie 2.0 willen we enerzijds aan informatievoorziening richting inwoners en belanghebbenden doen, anderzijds zorgen voor inhoudelijke ‘verrijking’ (completer maken) van de omgevingsvisie 2.0. Voor het raadscommissieconsultatieproces stond dit tweede doel centraal. Hierbij is de focus hoofzakelijk gelegd op de punten die worden gewijzigd in en toegevoegd aan de omgevingsvisie. Dit betreft met name de zogenaamde ruimtelijke keuzes die per deelgebied van de omgevingsvisie gemaakt zijn. Het participatie- en raadscommissieconsultatieproces voor de omgevingsvisie 2.0 is in juni 2024 georganiseerd. • • •

officiëlebekendmakingen.nl; gemeentenieuws in DordtCentraal (huis-aan-huis-krant); de website van de gemeente Dordrecht.

Daarnaast zijn de gebruikelijke stakeholders en overlegpartners van de gemeente met een direct schrijven op de hoogte gebracht (dd. 29-05-2024). Hieronder ook Platform Duurzaam Dordrecht. 3

Ik zet mijn hoop op uitwerkingen per onderwerp en/of deelgebied. Ik spreek de wens uit dat inwoners en burgerinitiatieven hier op een simpele en effectieve manier bij betrokken worden. Niet achteraf volgens de gemeentelijke participatie regels maar vooraf als er nog wat te sturen is. Niet met honderden pagina's maar met overzichtelijke en behapbare info over inhoud, uitvoering en geld. Niet omdat het voorgeschreven is maar de intentie heeft ook werkelijk naar de stad en de inwoners te luisteren.

Zie beantwoording bij punt 2.

Wijzigingen naar aanleiding van zienswijze - N.v.t.

Nota van beantwoording zienswijzen op de Ontwerp Dordtse Omgevingsvisie 2.0

68

Zienswijze 23 – Platform Duurzaam Dordrecht 1

Ingediend door: Platform Duurzaam Dordrecht

Samenvatting zienswijze De Omgevingsvisie 1.0 uit 2021 is als vertrekpunt gekozen. Een complete bijstelling is daarom niet aan de orde. Een korte evaluatie van de resultaten van het gevoerde beleid wel. Daarbij valt het op dat het veel lastiger is om concrete resultaten te boeken dan algemeen geformuleerde doelen vast te stellen. We geven u over een aantal ruimtelijke opgaven graag een aantal opmerkingen en suggesties mee. Het betreft dan vooral onderwerpen binnen de thema’s Klimaat, Energie, Groen/Bomen/Natuur, Milieu en Buitengebied. Centraal in het beleid staat het begrip Kwaliteit, gekoppeld aan het beleidsdoel Duurzaam in 2040. Dat krijgt zijn inhoud in paragrafen zoals de bijdrage aan Klimaat en een bestendige economie. Specifiek is dat terug te vinden in het actiepunt reductie CO2 uitstoot naar nul in 2040 en in andere concrete actiepunten op het gebied van groen en water. De verwijzing naar dat vastgestelde beleid is logisch. Daarnaast zijn acties op het gebied van terugdringen van (auto) mobiliteit, het bevorderen van energietransitie en het bouwen binnen bestaand stedelijk gebied ondersteunend aan dit op duurzaamheid gerichte beleid. Dat betekent soms ook het stellen van grenzen aan (strijdige) beleidsdoelen zoals extra woningbouw en industrie. Stedenbouwkundig is de keuze voor verdichting en goede gebleken.

Het beslag op het buitengebied op het Eiland is daardoor beperkt gebleven. Deze kwaliteit lijkt daarmee goed geborgd uitgezonderd de aanpak van zogenaamd kwaliteitsarme bebouwing in het buitengebied. Helaas geldt dat niet voor de enorme expansie aan bedrijfsterreinen zoals Dordtse Kil 3 en Distripark. De invulling van deze locaties heeft niet bijgedragen aan de landschappelijke kwaliteit en slechts beperkt aan de gewenste werkgelegenheid. Het heeft wel een vergrote vraag opgeleverd naar huisvesting. Extensief en onvolledig grondgebruik van bedrijfsterreinen moet worden teruggedrongen en voorkomen.

Nota van beantwoording zienswijzen op de Ontwerp Dordtse Omgevingsvisie 2.0

Registratienummer: 2025-0020425

Reactie De ruimte op ons eiland is schaars. Door slimmer om te gaan met de beschikbare ruimte op ons eiland en bijvoorbeeld opgaven/ruimtevragers te stapelen of te combineren kan er in potentie een ruimtebesparing optreden door efficiënter gebruik van de beschikbare vierkante meters. Dit wordt ook wel dubbel of meervoudig ruimtegebruik genoemd. Ook de bestaande werkgebieden moeten we dus efficiënt c.q. optimaal benutten. We streven naar meervoudig en gestapeld ruimtegebruik in de werkgebieden. Dit is een van de ruimtelijke keuzes die zijn toegevoegd aan de omgevingsvisie.

69

2

Groen en Water(blauw) We vinden het belangrijk dat een landschappelijke beplantingen langs de A16 corridor, de oude Rijksstraatweg en de Dordtse Kil wordt aangebracht zodat ruimtelijke structuur wordt gerealiseerd waarbinnen de kolossale bedrijfshallen een aanvaardbare inpassing krijgen. Ook elders op het eiland en in de stad is het ontwikkelen van een duidelijker landschapsstructuur wenselijk. Meer bos en bosachtige beplanting sluit ook aan bij de wens van een centraal stadpark met uitlopers richting woonwijken en wijkparken.

In de omgevingsvisie 2.0 is opgenomen dat we het Bomenprogramma gaan uitvoeren (B.2.2.2 Gezondheid en groenblauw). Het bomenprogramma is een onderhoudsprogramma, die op dit moment uitgevoerd wordt op niveau C. Waarmee alleen het huidige areaal behouden kan worden. Doorgroei naar niveau B is onderdeel van de perspectiefnota 2026 e.v. Alleen bij niveau A of A+ kan er in sterke mate aan ambities voldaan worden. Het bomenprogramma zoals deze nu wordt uitgevoerd geeft geen ruimte om nieuwe investeringen te doen. Daarnaast zijn we bezig de belangrijke boom en groenstructuren in beeld te brengen. Deze zienswijze van Platform Duurzame Dordrecht nemen we mee in de overwegingen van de groenstructuren.

3

Het landelijk deel van het eiland bestaat uit de Natura 2000gebieden van het Nationaal Park Biesbosch, de Nieuwe Dordtse Biesbosch, en de agrarische Polder de Biesbosch. In toenemende mate zal daar het accent op natuurvriendelijke landbouw komen te liggen. Dit zal ook de waterkwaliteit in de polders en de stad ten goede komen.

Waterkwaliteit is op dit moment nog niet op orde binnen het eiland. In het programma landelijk gebied wordt in samenwerking met het waterschap gekeken waar de grootste knelpunten zitten.

4

De eisen van de Kader Richtlijn Water om dit vóór 2027 te realiseren, zijn fors en lijken met het huidige beleid onhaalbaar.

Beleidsvorming rondom de kaderrichtlijn water wordt verzorgd door het waterschap. Gemeenten hebben met name een taak als het gaat om het integreren van de KRW-doelstellingen in ruimtelijke plannen. In de uitvoering richten wij ons op het aanleggen van groen-blauwe infrastructuur en het waar nodig, verbeteren van rioleringssysteem

5

Op waterhuishoudkundig gebied is vergroten van de waterberging (in natte én droge perioden) noodzakelijk richting 2040 juist vanwege de vaker optredende klimaatextremen waarbij er heftige regenval optreedt. Zo is het voorkomen van verstening van het stedelijke gebied onvoldoende geborgd. Door o.a. invoeren van

Hier wordt binnen de gemeente aan gewerkt door middel van groenblauwe regels ter opname in het omgevingsplan. Hierin worden percentages groen geborgd om verstening zo veel mogelijk te voorkomen/compenseren. Daarnaast werkt het Waterschap met een 14% compensatieregel voor het aanleggen van verharding

Nota van beantwoording zienswijzen op de Ontwerp Dordtse Omgevingsvisie 2.0

70

6

7

een zogenaamde tegeltax in plaats van het voorzichtige beleid van voorlichting moet dat wel verbeteren.

van meer dan 500 m². Als het gaat om private grond zonder vergunningsplichtige activiteit is het echter niet mogelijk hier regels voor op te leggen. Er wordt daarom naast deze regels ook zo veel mogelijk ingezet op het stimuleren en faciliteren van het vergroenen van private gebieden. Omdat dit geen ruimtelijk proces is, wordt hier in de Omgevingsvisie niet verder op in gegaan.

Bomen We onderschrijven het grote belang van bomen bij het ontwikkelen van een biodiverse stad. We pleiten er daarbij voor om te beginnen met het goed beheren van het bestaande bomenbestand, zowel binnen als buiten de bebouwde omgeving en daar ook voldoende middelen voor beschikbaar te stellen. Goede boomverzorging ook financieel is een belangrijke pijler voor een gezonde en biodiverse stad. Het planten van vervangende bomen om daarmee kosten te besparen vinden we een omgekeerde werkelijkheid en een verkeerde prikkel. Is het niet; ‘boompje groot plantertje dood’, met andere woorden om een volwassen boom te krijgen ben je een mensenleven verder. Het is daarbij gewenst om vooral soorten te kiezen die daar ook invulling aan kunnen geven. De benadering van het 3-30-300-3000 principe lijkt theoretisch heel plausibel maar in de praktijk van een relatief compact gebouwde stad als Dordrecht is het een bijna onvervulbare wens als het om 30% boomkronen gaat. Als dit punt echt serieus wordt genomen geldt ook hier dat de zorg voor de bestaande bomen in het gemeentelijk groenbeleid voor de toekomst topprioriteit moet krijgen. Het huidige beleid biedt die garantie zeker niet.

Als gemeente hebben we de doelen van biodiverse, klimaatbestendige en gezonde stad als visies opgesteld. Hierbij hebben bomen een belangrijke rol om deze doelen te bereiken. Daarmee is het bij de gemeente bekend dat goed beheren van de bomen dus van belang is. De gemeente doet daarom al het mogelijke om bomen zo lang mogelijk in stand te houden binnen de daarvoor toegekende budgetten. Zie ook de reactie bij punt 2 met betrekking tot het Bomenprogramma Dordrecht 2022 – 2023. D e zin ‘het planten […] verkeerde prikkel’, kunnen wij niet plaatsen.

Natura2000 gebied de Biesbosch We missen in de omgevingsvisie 2.0 de aandacht voor de tracering van hoogspanningstracés(380kV). Zo is er geen aandacht voor de ruimtelijke effecten van het geplande nieuwe Hoogspanningstracé door het Natura2000 gebied de Biesbosch. Zo kan dus “winst “op energetisch gebied leiden tot “verlies” op andere gebieden. Het verzwaren van het landelijk hoofdnetwerk van 380 kV en 150 kV

De onduidelijkheid over de route van het nieuwe 380kV tracé zorgt ervoor dat deze niet in de omgevingsvisie van de gemeente is opgenomen. Er zijn veel verschillende routes mogelijk waardoor de ruimtelijke effecten op de omgeving en het landschap van Dordrecht erg variëren. De aanleg van het hoogspanningstracé is een ontwikkeling vanuit landelijke hogere overheden. De impact

Nota van beantwoording zienswijzen op de Ontwerp Dordtse Omgevingsvisie 2.0

De 3-30-300-3000 regel is een richtlijn die uitgaat van 30% schaduw door boomkronen op buurtniveau. Dit wordt meegenomen bij gebiedsontwikkelingen en waar mogelijk bij meerjarenonderhouds (MOP)- projecten. Op plekken waar dit percentage onhaalbaar is, kan gekeken worden naar andere oplossingen.

71

8

leidingen (door TenneT) heeft ongewenst impact op natuur en landschap in het Nationaal Park de Biesbosch. Het zorgt als het bovengrondse tracés betreft voor een landschappelijke schade in het kwetsbare Natura2000 gebied. Er zijn alternatieve routes maar die zijn duurder. Bescherming van natuurwaarden vraagt om financiële maar ook om ruimtelijke keuzes (zonering) waarbij alternatieve tracering tegemoetkomt aan beide belangen. Natura200 gebieden behoren immers van dit soort rigoureuze bovengrondse ingrepen gevrijwaard te zijn.

die het heeft op kwetsbare Natura2000 is ernstig en onacceptabel wat betreft de gemeente.

Buitengebied Het is naar onze mening een eufemistische benadering om te schrijven dat ter vervanging van kwaliteitsarme bebouwing er gebouwd mag worden aan de randen van de stad. Ook het toepassen van Ruimte voor Ruimte is naar onze mening voor andere functies bedoeld zoals saneren van grotere glastuinbouwcomplexen. We kunnen deze regel niet serieus nemen. We vinden het onwenselijk om nog meer luxe landgoedachtige bebouwing in het buitengebied te realiseren. Dit type bebouwing gaat altijd met relatief groot ruimtebeslag gepaard. Het is ook tegenstrijdig met het principe dat we willen verdichten. In de laatste decennia lopen de buitengebieden, als is het gedeeltelijk, steeds meer vol met verspreide bebouwingsclusters. Een duidelijkere afbakening van wat wel en niet kan qua bebouwing is dan ook zeer gewenst. We wijzen de gestelde aanpak in de Omgevingsvisie af.

Met de gestelde aanpak in de Omgevingsvisie kunnen we juist beter sturen op een kwalitatief beter buitengebied waarbij ook investeringskracht ontstaat om de open landschapskwaliteiten te verbeteren. Buiten de stadsrand ligt een open landschap met compacte polders en hoge dijken, hier zijn landbouw en natuur beeldbepalend. Dit Buitengebied is uniek en dat willen we behouden en beschermen.De openheid is kwetsbaar en gevoelig voor verrommeling, door de verschillende kijkrichtingen in het landschap. In de omgevingsvisie 2.0 bekrachtigen we dat we natuur, landbouw en recreatie als hoofdfuncties van dit Buitengebied zien. Dit is een van de ruimtelijke keuzes die zijn toegevoegd aan de omgevingsvisie. Ontwikkelingen in dit gebied toetst de gemeente aan de intrinsieke kwaliteiten daarvan (de kwaliteitspijlers), te weten: ruimtebeleving, afwisselend landschap, weidsheid, waterranden, historie en erfgoed en beleving. In dit kader is een afwegingskader ontwikkelingen in Buitengebied (stadsrand en verrommeling) in de maak. Doordat de gemeente inzet op binnenstedelijke groei (het zogenaamde verdichten) kunnen de kwaliteiten van de open polders en natuurgebieden worden behouden.

Nota van beantwoording zienswijzen op de Ontwerp Dordtse Omgevingsvisie 2.0

72

9

10

Geluid Gezien alle ruimtelijke opgaven die Dordrecht wil realiseren en waarbij wordt aangegeven dat het om maatwerk gaat is het belangrijk dat de gemeente haar eigen geluidsnormen opstelt voor de bescherming van de bewoners tegen ongewenste geluidshinder. Dat geldt zowel voor de intensief gebruikte spoorinfra, alsook voor de weginfrastructuur op het eiland. Om verantwoorde bestuurlijke afwegingen te maken over geluidsbelasting voor de bewoners is daarom een eigen gemeentelijk kader volgens ons onontbeerlijk. Voor de N3 wordt er aangegeven dat de gemeente streeft naar een maximumsnelheid van 80km, dat juichen wij zeer toe. Zo zou de gemeente ook kunnen inzetten op een lobby voor een reductie van de snelheid van de passerende goederentreinen. De nu toegestane snelheid van 80km moet dan terug naar 40km. Zo’n snelheidsreductie geeft een forse verlaging van alle risicoprofielen bij transporten van gevaarlijke stoffen en reduceert eveneens de trillingsbelasting. Het is bijvoorbeeld nog erg onduidelijk hoe het huidige spoorgebruik zich verhoudt tot de plannen als Maasterrassen.

In hoofdstuk B2.4.2 staat aangegeven dat we streven naar het verbeteren van het akoestisch klimaat om daarmee op termijn te kunnen voldoen aan de WHO-advieswaarde voor omgevingsgeluid van maximaal 53 dB. Uitwerking van deze beleidsdoelstelling gebeurt in het actieplan geluid. Dit is een, onder de omgevingswet, verplicht programma dat iedere 5 jaar wordt geactualiseerd. Verder wordt in dit hoofdstuk een beeld geschetst hoe invulling wordt gegeven aan geluid in onze ruimtelijke plannen.

Energietransitie en - systemen Op het gebied van energietransitie is een goed begin gemaakt om los te komen van de fossiele bronnen. Het is evident dat energie een primaire goed is, zonder energie geen gezonde en vitale leefomgeving voor burger en industrie. De ingezette energietransitie nu vastgelegd in Dordrecht Klimaatneutraal 2040 is gericht om de klimaat doelen te realiseren. Tot nu toe is de Regionale Energiestrategie Drechtsteden 2.0 leidend. We denken dat met de huidige aanpak deze klimaatdoelen niet kunnen worden gerealiseerd, gezien het tempo. Immers het laaghangend fruit is geplukt en het vervolg zal veel meer inspanning vragen de komende jaren. Kansen vergroten door inzet van maatschappelijke actoren zoals burgerinitiatieven en burgercoöperaties vraagt om meer steun van de beleidmakers. We vinden het belangrijk om daarbij aan te geven dat het uitgangspunt moet zijn; energie is van

Klimaatneutraal 2040 is het doel en geeft de kaders, de Regionale Energiestrategie (RES) draagt bij aan de versnelling om tot dit doel te komen. De RES geeft inzicht in wat er nodig is in de energietransitie tot 2030. Maar ook daarna zal er veel moeten gebeuren om in 2040 klimaatneutraal te zijn. Daarom heeft de gemeente onder andere onderzoek gedaan naar mogelijke zoeklocaties voor opwek van energie via zon en wind. Op dit moment worden deze locaties in een zogenaamde Omgevingseffectrapportage (OER) nog nader onderzocht. In het aangekondigde Programma Opwek duurzame energie nemen we randvoorwaarden op voor de ontwikkeling van deze locaties. Lokaal eigendom maakt daar onderdeel van uit.

Nota van beantwoording zienswijzen op de Ontwerp Dordtse Omgevingsvisie 2.0

Verder wordt door indiener gepleit voor het voeren van een lobby om de snelheid van passerende goederentreinen te verlagen naar 40 km/h. Als het gaat om goederentreinen richten wij ons bij onze lobby primair op het verminderen van het aantal passerende goederentreinen en het gelijktijdig verlagen van de geluidproductieplafonds. Hiermee beogen we het een gelijk effect te bewerkstelligen (minder geluid en minder trillingen) zonder in een discussie over spoorcapaciteit te vervallen.

73

ons allemaal. Burgerparticipatie in de energietransitie stopt dan niet bij financiële participatie maar betreft ook lokaal eigendom. De burger is (mede-)eigenaar van de opgewekte energie) die in energiegemeenschappen samen met ondernemers de energietransitie vormgeven. In de nieuwe recent (december 2024) aangenomen Energiewet is hiervoor een goede basis geboden. 11

Binnen de energietransitie en opwek van duurzame energie wordt onderscheidt gemaakt tussen elektriciteit en warmte. Voor de opwek van warmte is het netwerk van de stadsverwarming nog volop in ontwikkeling. De mogelijkheden voor HVC worden nu volop benut maar het is onduidelijk of de kosten voor de gebruiker in de toekomst ook in de hand kunnen worden gehouden. Het stadwarmtenet zoals dat in Dordrecht wordt aangelegd zal nooit meer dan 40-50% van de huizen kunnen voorzien van warmte. De overige gebouwde omgeving zal zijn aangewezen op andere vormen van duurzame warmtevoorzieningen. Voor de middellange en lange termijn zijn er dus veel particuliere huizen die een andere bron voor verwarming nodig hebben dan stadsverwarmingsnet. Op de doelenkaart duurzaam en klimaatneutraal 2040 wordt de toekomstige ruimtelijke uitleg van het warmtenet veel te rooskleurig aangegeven.

In Dordrecht is veel direct bruikbare warmte beschikbaar. In 2021 is de Transitievisie Warmte vastgesteld. Hierin staat dat er zeker voor 40.000 woningen in Dordrecht restwarmte beschikbaar is. Voor de meeste wijken en buurten in Dordrecht geldt dan ook dat het warmtenet maatschappelijk gezien (qua kosten en qua ontzien van het elektriciteitsnet) het voorkeursalternatief is. Dat staat aangegeven op de doelkaart. Dat betekent niet dat gebouweigenaren verplicht zijn gebruik te maken van een aanbod om aan te sluiten deze collectieve voorziening.

12

Zeker is dat ook andere verwarmingssystemen bij zullen dragen aan een vergrote stroomvraag. We denken dan aan het gebruik van o.a. warmtepompen in verschillende modaliteiten. Daarnaast zal de elektrificatie van industriematige processen sterk toenemen. In de omgevingsvisie wordt op pag. 64 aangegeven dat opgewekte energie slim en lokaal wordt gebruikt. We juichen het ondersteunen van energiehubs en energiegemeenschappen, zeer toe, echter we missen daarbij de koppeling tussen bedrijven en bebouwing/woonwijken als het om delen van duurzaam opgewekte energie gaat, anders gezegd de uitwerking van het principe local4local. Zo zou de ontwikkeling van zonnedaken op Distripark en Dordtse Kil III niet hoeven te stagneren vanwege de huidige of toekomstige netcongestie. Daarnaast kan er wellicht

We zijn bekend met wat er nodig is om over te stappen naar een slim energienetwerk. We werken nauw samen met de netbeheerder en ondernemers op de bedrijventerreinen om dit mogelijk te maken. Maar nog niet alle puzzelstukjes zijn gelegd en het staat nog niet vast welke vorm deze ontwikkelingen gaat krijgen.

Nota van beantwoording zienswijzen op de Ontwerp Dordtse Omgevingsvisie 2.0

Daar waar bekend reserveren we al ruimte. Op andere plekken is het een randvoorwaarde die meegenomen wordt in de gesprekken.

74

bespaard worden op het aantal transformatorhuisjes als er meer smart grid systemen worden ontwikkeld op wijk/buurtniveaus. Ook is het voor ons duidelijk dat energieinfra, dus opwekvoorzieningen en netsystemen, expliciet onderdeel moet worden van ruimtelijke bestemmingen/reservering. 13

14

Terecht wordt aangegeven dat een mix van zon en wind bij de opwek van elektriciteit belangrijk is, al was het maar omdat ze grotendeels complementair aan elkaar zijn in het Nederlandse klimaat van nu. De plaatsing van windturbines op het eiland blijkt moeizame. Alleen locaties in industriële zones en buiten kwetsbare natuur en landschappen stuiten niet a priori op weerstand. Een zorgvuldig proces met weging van alle belangen kan wellicht tot een voor allen aanvaardbaar besluit binnen de aangegeven zoeklocaties. Het is daarnaast raadzaam om andere vormen van energiewinning te onderzoeken zoals geothermie, het winnen van warmte uit oppervlaktewater (rivieren, afvalwater)

De provincie Zuid-Holland heeft in 2016 onderzoek gedaan naar de potentie van geothermie in de provincie. Ter hoogte van Dordrecht is de potentie van geothermie minimaal.

Op de doelenkaart duurzaam en klimaatneutraal 2040 die is opgenomen in het ontwerp van de omgevingsvisie zijn o.a. zoekgebieden voor wind en zon aangegeven. Voor deze zoekgebieden wind en zon hebben wij het volgende op te merken: • Wij vragen om een veel ruimere benadering voor een aantal aangegeven zoekgebieden. Met name zoekgebied A16/Zuidpunt zoals dat op deze doelenkaart is aangegeven moet volgens ons veel ruimer worden begrensd. Zoals nu aangegeven wordt er voorbij gegaan aan de mogelijkheden die er zijn om in samenwerking met de grondgebruikers/eigenaren succesvol opweklokaties voor wind in te ontwikkelen. Naast ruimtelijke reservering heeft de praktijk in Dordrecht laten zien dat eigendom van gronden cruciaal is voor het uiteindelijk succesvol realiseren van energieopwekprojecten. Het is voor ons voorwaarde dat daarbij niet voorbij moet worden gegaan aan de landelijke normen zoals opgenomen in het recente

De aangegeven zoekgebieden zijn tot stand gekomen op basis van een analyse van harde (wet- en regelgeving) en zachte (andere gebiedsontwikkelingen) belemmeringen. Uw opmerkingen maken verder onderdeel uit van het aangekondigde Programma Opwek duurzame energie. Tijdens het participatietraject gaan we in gesprek over de randvoorwaarden. We staan inderdaad positief tegenover meervoudig ruimtegebruik en de urgentie van lokale energievoorzieningen in de stad.

Nota van beantwoording zienswijzen op de Ontwerp Dordtse Omgevingsvisie 2.0

In de Regionale Energiestrategie en in de Transitievisie Warmte is een voorkeursvolgorde voor warmte opgenomen: direct bruikbare warmte – op te waarderen warmte – te maken warmte. Warmte uit oppervlaktewater zal altijd moeten worden opgewaardeerd om bruikbaar te zijn. Het kan een collectieve oplossing zijn in wijken waar het warmtenet niet gaat komen. Dit zal daarom altijd maatwerk zijn.

75

vastgestelde ‘Besluit kwaliteit leefomgeving’.

15

•

Wat we op deze doelkaart duurzaam en klimaatneutraal 2040 en haar interpretatie ook missen is het expliciet maken van het principe van meervoudig ruimtegebruik. Het spaarbekken de Grote Rug wordt genoemd als transformatiegebied. Toepassing van het principe van meervoudig ruimtegebruik betekent voor het spaarbekken dat naast drinkwaterreserve er ook een deel kan worden gebruik voor het ontwikkelen van een drijvend zonnepark met zonnepanelen. Dat meervoudig ruimte kan ook worden toegepast met het aanbrengen van zonnepanelen als overkapping van parkeerplaatsen bij het ontwikkelen van parkeerhubs en herinrichting van parkeerplaatsen bij bijvoorbeeld sportterreinen, dit o.a. in het kader van stad park XXL. De energietransitie kan zo meeliften op realisatie van een groene en duurzame corridor.

•

Graag wijzen we op de onduidelijk rond het aantrekkelijk maken van de entrees tot de stad. Dat geldt in bijzondere mate voor de zuidelijke entree. Het gewenste toekomstige ruimtelijk beleid kan aanleiding geven tot onnodige verwarring bij ontwikkeling van locaties voor het opwekken van duurzame energie, met name als het gaat om openheid. Wij pleiten er daarom voor dat bij toekomstige afwegingen de verschillende belangen evenwichtig worden gewogen en beoordeeld. Hierbij mag de urgentie om de energievoorziening op het eiland duurzamer te maken niet ontbreken. Daarnaast kan een juiste natuur inclusieve ruimtelijke inrichting met opwekvoorzieningen de benadering zoals nu wordt voorgestaan ook versterken.

Fasering Het hele scala aan acties op de onderscheiden beleidsvelden kan naar onze inschatting slechts gefaseerd gerealiseerd worden. Het stellen van prioriteiten hoort daarbij. Mede gelet op de centrale

Nota van beantwoording zienswijzen op de Ontwerp Dordtse Omgevingsvisie 2.0

Wij delen de mening dat prioriteren aan de orde is bij het nastreven van de 7 doelen van de omgevingsvisie. Ook ingegeven vanuit de schaarse ruimte op ons eiland. In de omgevingsvisie is daarom voor elk van de 7 deelgebieden één of meerdere prioritaire doelen 76

doelstelling zullen vooral in de periode 2025-2030 kwaliteit diverse verbeterende maatregelen genomen moeten worden, zoals verbetering waterkwaliteit en aanplant van bomen. In de periode 2030-2040 komen daarna andere, meer lange termijn maatregelen aan de orde. Het maatschappelijk draagvlak voor deze keuze kan onzes inziens op veel steun rekenen. Het Platform Duurzaam Dordrecht wil daar graag aan mee werken. Een voorbeeld hiervan is het thema Energie. Verder inzet en ontwikkeling van burgerbetrokkenheid zal de gestelde doel realisatie kunnen versnellen.

aangewezen. Dat zijn de doelen waar we de komende jaren extra op inzetten om de maximale kwaliteit van de leefomgeving te bereiken. Daar waar beleid voor de fysieke leefomgeving schuurt of waar juist kansen liggen, kan dit vragen om het maken van ruimtelijke keuzes. Deze zijn toegevoegd aan de omgevingsvisie. We merken op dat de omgevingsvisie onze ambities en doelstellingen voor de fysieke leefomgeving op hoofdlijnen bevat. Fasering van concrete acties en maatregelen wordt uitgewerkt in op te stellen programma’s (of wijkuitwerkingen) die onder de omgevingsvisie hangen. Wij zijn het platform zeer erkentelijk dat zij deelnemen en bijdragen aan het platform energie.

Wijzigingen naar aanleiding van zienswijze - N.v.t.

Nota van beantwoording zienswijzen op de Ontwerp Dordtse Omgevingsvisie 2.0

77

3.

Samenvatting en beantwoording reacties

Reactie 1 – Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid 1

Ingediend door: Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid

Samenvatting reactie A.6.3.5 Gezonde stad, Externe veiligheid Ons advies is om twee aanpassingen in deze paragraaf door te voeren: 1. De zin ‘Niet bouwen binnen brandaandachtsgebied spoor en weg (30 meter uit de zijkant van de infrastructuur)’ op pagina 84 aan te passen. Wij raden aan om aan te sluiten bij de definities die hiervoor gebruikt worden in Artikel 8.7a van de Omgevingsregeling.

2

2. Ook is op pagina 84 opgenomen dat ‘binnen het explosieaandachtsgebied van spoor en N3 geen zeer kwetsbare functies mogen worden ontwikkeld’. Ons advies is hier ook de A16 aan toe te voegen. Het gaat daarbij om het deel tussen de Moerdijkbrug en de aansluiting met de N3 (afrit 20 (Dordrecht/’s Gravendeel)). Geef hierbij eventueel aan dat dit niet om het deel van de A16 tussen afrit 20 (Dordrecht) en afrit 22 (Zwijndrecht) gaat, vanwege de Drechttunnel (tunnelcategorie C).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/1037/documents/42447