Nibud onderzoek MER Drechtsteden.pdf
Tekst van het document
Minima-effectrapportage Sociale Dienst Drechtsteden 2024
3. Paar zonder kinderen Een paar zonder kinderen met een bijstandsuitkering heeft in bijna alle onderzochte gemeenten met tekorten te maken, variërend van € 3 tot € 11. In Dordrecht en Zwijndrecht zijn de saldi positief, doordat rekening is gehouden met de vergoedingen vanuit de Dordtpas en het Sport- en Cultuurfonds 18+. De variatie bij de andere gemeenten is afhankelijk van de vervoerskosten. Op 110 procent wordt het saldo bij alle gemeenten positief. Zoals al opgemerkt bij de alleenstaande, kent de Sociale Dienst Drechtsteden weinig tegemoetkomingen voor huishoudens zonder kinderen. Een andere oorzaak van de tekorten ligt in het feit dat een paar de kosten van twee volwassenen moet dragen, zoals de kosten van de zorgverzekering, kleding en voeding. Deze kosten worden niet gecompenseerd door de hogere bijstandsnorm voor een paar, ten opzichte van de norm voor een alleenstaande (ouder). 4. Alleenstaande met 2 jonge kinderen (3 en 5 jaar) Het eenoudergezin met 2 jongere kinderen heeft ruim voldoende bestedingsruimte om naast alle uitgaven uit het basispakket alle uitgaven uit het pakket voor sociale participatie te kunnen doen. Op bijstandsniveau ligt de bestedingsruimte tussen de € 450 en € 490. Dit loopt op naar een bedrag rond de € 750 op 140 procent van de norm. HardinxveldGiessendam blijft hier iets achter met een saldo van € 714.
Dat komt omdat het SMSKinderfonds in deze gemeente een inkomensgrens van 130 procent kent, waar dit in de overige gemeenten op 140 procent ligt. 5. Alleenstaande met 2 oudere kinderen (14 en 16 jaar) Het eenoudergezin met kinderen van 14 en 16 jaar heeft op bijstandsniveau rond de € 235 over ten opzichte van de minimale uitgaven (Zwijndrecht wijkt af met € 271). Ook op de overige inkomensniveaus is het saldo positief. Op 140 procent is de vrije bestedingsruimte gestegen naar ruim € 600. Alleen in Hardinxveld-Giessendam ligt het saldo lager, namelijk op € 472. Net als bij het eenoudergezin met jonge kinderen is hier de lagere inkomensgrens van het SMS-Kinderfonds de oorzaak. Dat het eenoudergezin met twee oudere kinderen minder vrije bestedingsruimte heeft dan het eenoudergezin met jonge kinderen, heeft te maken met het feit dat de kosten voor oudere kinderen over het algemeen hoger zijn dan voor jonge kinderen. Dit geldt bijvoorbeeld voor voeding, kleding en schoolkosten. De hogere kinderbijslag en het hogere kindgebonden budget kunnen dit verschil niet compenseren. 6. Paar met 2 jonge kinderen (3 en 5 jaar) Net als de eenoudergezinnen, kan ook het paar met twee jonge kinderen op alle onderzochte inkomensniveaus de maandbegroting rond krijgen. De vrije bestedingsruimte varieert tussen de € 208 in Alblasserdam en € 271 in Zwijndrecht.
Op 140 procent is dit opgelopen naar een bedrag tussen de € 550 en € 591. In Hardinxveld-Giessendam is het saldo € 517 vanwege de lagere inkomensgrens van het SMS-Kinderfonds. 7. Paar met 2 oudere kinderen (14 en 16 jaar) Ook het paar met twee oudere kinderen heeft op elk inkomensniveau een positief saldo. Op bijstandsniveau gaat dit om een klein bedrag dat varieert van € 15 tot € 35 (€ 76 in Zwijndrecht). Op 140 procent is dit opgelopen naar € 388 in Hendrik-Ido-Ambacht tot € 429 in Zwijndrecht. Het verschil met Hardinxveld-Giessendam is net als bij de alleenstaande met oudere kinderen relatief groot, het saldo op 140 procent is hier € 249.
Minima-effectrapportage Sociale Dienst Drechtsteden 2024
De bestedingsruimte op bijstandsniveau is weliswaar positief, maar niet zeer hoog. Dit komt doordat dit huishouden de kosten van twee volwassenen moet dragen met daar bovenop de kosten voor twee oudere kinderen. Al eerder is genoemd dat de kosten van oudere kinderen hoger zijn dan die van jonge kinderen en dat de hogere bijstandsnorm voor een paar veelal niet voldoende is om de kosten van twee volwassenen op te vangen. Wel is per 2024 het kindgebonden budget fors verhoogd voor huishoudens met twee en meer kinderen. Daarmee is hun financiële positie een stuk verbeterd ten opzichte van eerdere jaren. 8. Alleenstaande vanaf de AOW-leeftijd met een zorgvraag De alleenstaande oudere met een zorgvraag heeft op bijstandsniveau een bestedingsruimte van rond de € 300. Alleen in Hardinxveld-Giessendam ligt dit lager met € 234. Net als bij de alleenstaande oudere zonder extra zorgkosten heeft dit te maken met de berekening van de kwijtschelding van lokale lasten. Op 100 en 110 procent zijn de saldi € 3 hoger dan voor de alleenstaande oudere zonder zorgkosten. Dit heeft te maken met de premie voor de zorgverzekering. We gaan bij huishoudens met een zorgvraag uit van het meest uitgebreide pakket: VGZ Compleet inclusief herverzekering van het eigen risico. Vanwege deze herverzekering zijn er geen kosten in de begroting opgenomen voor de reservering van het eigen risico.
Bij huishoudens met een minder uitgebreid pakket doen we dit wel: we gaan ervan uit dat deze huishoudens voor het eigen risico moeten reserveren en nemen hiervoor € 32 per maand (€ 385/12) in de begroting op. De kosten van het pakket zonder herverzekering van het eigen risico plus de reservering komen hoger uit dan het pakket inclusief herverzekering zonder reserveringskosten. Bij een inkomensniveau vanaf 120 procent is de bestedingsruimte van de oudere met zorgkosten wel duidelijk lager. Het verschil met de oudere zonder zorgvraag wordt bovendien groter, naarmate het inkomen stijgt. Dit heeft te maken met de vergoeding van zorgkosten vanuit de bijzondere bijstand. Er wordt verondersteld dat het zorgbehoevende huishouden bij een hoger inkomen meer draagkracht heeft om een deel van de extra kosten zelf te kunnen betalen.
4.2
Armoedeval
Voor elk huishoudtype zijn verschillende inkomensniveaus doorgerekend. Naast het minimuminkomen zijn inkomens op 110, 120, 130 en 140 procent van het netto minimuminkomen gespecificeerd. Soms leidt een hoger inkomen tot een beperktere bestedingsmogelijkheid. Dit komt doordat landelijke en gemeentelijke inkomensondersteunende maatregelen, zoals huurtoeslag en kindregelingen, er niet op voorhand toe leiden dat een huishouden meer te besteden heeft bij een hoger inkomen. Dit wordt de armoedeval genoemd. We maken onderscheid tussen een uitstroomval en een doorstroomval. • Een uitstroomval ontstaat als een huishouden op een bepaald inkomensniveau minder overhoudt dan op bijstandsniveau. • Van een doorstroomval is sprake als een huishouden op een bepaald inkomensniveau minder overhoudt dan op het voorliggende, lagere inkomensniveau.
Minima-effectrapportage Sociale Dienst Drechtsteden 2024
Een doorstroomval kan ontstaan door een stijging van het salaris, bijvoorbeeld als iemand meer uren gaat werken. Een andere situatie ontstaat wanneer huishoudens vanuit een uitkering uitstromen naar betaald werk. Deze armoedeval wordt ook wel de uitstroomval genoemd. Op dat moment nemen de kosten door werk toe en komen rechten op diverse inkomensondersteunende regelingen (gedeeltelijk) te vervallen. In de onderstaande figuur is in één oogopslag te zien welke huishoudtypen te maken hebben met een uit- of doorstroomval. Idealiter zie je over de hele linie een stijgende lijn. Dat betekent dat een hoger inkomen ook leidt tot een hoger besteedbaar inkomen. Figuur 1: Ontwikkeling saldo naar inkomensniveaus
Minima-effectrapportage Sociale Dienst Drechtsteden 2024
Minima-effectrapportage Sociale Dienst Drechtsteden 2024
Minima-effectrapportage Sociale Dienst Drechtsteden 2024
Minima-effectrapportage Sociale Dienst Drechtsteden 2024
In de Drechtsteden gemeenten zien we alleen een doorstroomval in HardinxveldGiessendam bij de huishoudens met oudere kinderen. Omdat in deze gemeente de inkomensgrens van het SMS-Kinderfonds op 130 procent ligt, zien we bij huishoudens met oudere kinderen een doorstroomval op 140 procent. Bij huishoudens met jonge kinderen wordt geen doorstroomval zichtbaar, omdat de vergoeding vanuit het SMS-Kinderfonds voor jongere kinderen lager ligt dan voor oudere kinderen. Voor paren met oudere kinderen is de doorstroomval groter dan voor alleenstaanden met oudere kinderen. Dit komt omdat bij paren vanaf een inkomen van 120 procent ook landelijke toeslagen (huurtoeslag en de zorgtoeslag) worden afgebouwd. Bij alleenstaande ouders is dit niet het geval, voor deze groep zijn de toeslagen op alle onderzochte inkomensniveaus even hoog. Mogelijk dat in de andere gemeenten een doorstroomval zal ontstaan op 150 procent, als daar de vergoeding van het SMS-Kinderfonds wegvalt. Als voorbeeld is dit bekeken voor de gemeente Alblasserdam. Uit tabel 10 is af te lezen dat in deze gemeente alleen een doorstroomval ontstaat op 150 procent bij het paar met oudere kinderen. Zoals hierboven opgemerkt hebben paren naast het wegvallen van het recht op de vergoedingen uit het Kinderfonds ook te maken met de afbouw van landelijke toeslagen.
Voor alleenstaande ouders geldt dat het inkomen op 150 procent genoeg stijgt om het wegvallen van het recht op verstrekkingen vanuit het Kinderfonds op te vangen. In de gemeente Dordrecht is de inkomensgrens van het Kinderfonds alleen voor paren met oudere kinderen op 150 procent gesteld. Gezien het bovenstaande is dat een goede keuze. Hiermee zou in die gemeente een doorstroomval voorkomen kunnen worden. Tabel 10: Vrije bestedingsruimte per maand in euro’s, inclusief 150 procent, Alblasserdam Huishoudtype
4.3
100
110
120
130
140
150
01. alleenstaande tot AOW-leeftijd
34
80
175
303
404
518
02. alleenstaande vanaf AOW-leeftijd
246
288
431
532
615
692
03. paar tot AOW-leeftijd zonder kinderen
-11
73
176
293
365
430
04. eenoudergezin met 2 jonge kinderen
451
481
575
640
747
862
05. eenoudergezin met 2 oudere kinderen
234
263
358
486
614
632
06. paar met 2 jonge kinderen
208
292
396
498
550
593
07. paar met 2 oudere kinderen
15
99
203
320
390
303
08. alleenstaande vanaf AOW-leeftijd met zorg
249
291
384
435
456
459
Persoonlijk minimabudget
Huishoudens tot de AOW-gerechtigde leeftijd, die langdurig van een laag inkomen moeten rondkomen, kunnen in aanmerking komen voor het Persoonlijk minimabudget (PMB). De inkomensgrens, de hoogte en de referteperiode van het PMB verschillen per gemeente (zie ook paragraaf 3.2.4). In tabel 11 staan de saldi van de inkomsten min de uitgaven uitgewerkt waarbij ook rekening is gehouden met het PMB.
Minima-effectrapportage Sociale Dienst Drechtsteden 2024
Tabel 11: Vrije bestedingsruimte per maand in euro’s, inclusief PMB
Huishoudtype
100
110
120
130
140
01. alleenstaande tot AOW-leeftijd
82
128
223
303
404
02. alleenstaande vanaf AOW-leeftijd
295
336
431
532
615
03. paar tot AOW-leeftijd zonder kinderen
58
142
245
293
365
04. eenoudergezin met 2 jonge kinderen
499
529
623
640
747
05. eenoudergezin met 2 oudere kinderen
291
320
415
486
614
06. paar met 2 jonge kinderen
277
361
465
498
550
07. paar met 2 oudere kinderen
93
177
281
320
390
08. alleenstaande vanaf AOW-leeftijd met zorg
298
339
384
435
456
Huishoudtype
100
110
120
130
140
01. alleenstaande tot AOW-leeftijd
87
128
223
308
409
02. alleenstaande vanaf AOW-leeftijd
306
347
437
538
621
03. paar tot AOW-leeftijd zonder kinderen
69
150
253
309
381
04. eenoudergezin met 2 jonge kinderen
508
535
629
651
758
05. eenoudergezin met 2 oudere kinderen
295
321
416
493
621
06. paar met 2 jonge kinderen
293
374
478
519
571
07. paar met 2 oudere kinderen
105
186
290
337
407
08. alleenstaande vanaf AOW-leeftijd met zorg
309
350
390
441
462
Huishoudtype
100
110
120
130
140
01. alleenstaande tot AOW-leeftijd
74
104
161
289
390
02. alleenstaande vanaf AOW-leeftijd
231
273
416
517
600
03. paar tot AOW-leeftijd zonder kinderen
47
120
170
287
359
04. eenoudergezin met 2 jonge kinderen
492
509
565
630
714
05. eenoudergezin met 2 oudere kinderen
274
290
347
475
472
06. paar met 2 jonge kinderen
266
335
386
488
517
07. paar met 2 oudere kinderen
73
142
193
310
249
08. alleenstaande vanaf AOW-leeftijd met zorg
234
276
369
420
441
Huishoudtype
100
110
120
130
140
01. alleenstaande tot AOW-leeftijd
86
136
231
311
412
02. alleenstaande vanaf AOW-leeftijd
297
333
437
538
621
03. paar tot AOW-leeftijd zonder kinderen
66
145
248
296
368
04. eenoudergezin met 2 jonge kinderen
514
547
631
639
746
05. eenoudergezin met 2 oudere kinderen
295
317
412
483
611
06. paar met 2 jonge kinderen
295
370
474
498
550
07. paar met 2 oudere kinderen
100
175
279
318
388
08. alleenstaande vanaf AOW-leeftijd met zorg
301
337
391
442
463
Minima-effectrapportage Sociale Dienst Drechtsteden 2024
Huishoudtype
100
110
120
130
140
01. alleenstaande tot AOW-leeftijd
78
129
224
309
410
02. alleenstaande vanaf AOW-leeftijd
295
333
436
537
620
03. paar tot AOW-leeftijd zonder kinderen
52
145
248
304
376
04. eenoudergezin met 2 jonge kinderen
495
531
622
644
751
05. eenoudergezin met 2 oudere kinderen
286
318
413
490
618
06. paar met 2 jonge kinderen
271
357
461
502
554
07. paar met 2 oudere kinderen
87
173
277
324
394
08. alleenstaande vanaf AOW-leeftijd met zorg
298
336
368
440
461
Huishoudtype
100
110
120
130
140
01. alleenstaande tot AOW-leeftijd
76
124
181
309
410
02. alleenstaande vanaf AOW-leeftijd
297
338
435
536
619
03. paar tot AOW-leeftijd zonder kinderen
50
133
183
300
372
04. eenoudergezin met 2 jonge kinderen
495
536
580
645
752
05. eenoudergezin met 2 oudere kinderen
284
312
361
489
617
06. paar met 2 jonge kinderen
271
354
405
507
559
07. paar met 2 oudere kinderen
85
168
210
327
397
08. alleenstaande vanaf AOW-leeftijd met zorg
300
341
388
439
460
Huishoudtype
100
110
120
130
140
01. alleenstaande tot AOW-leeftijd
102
124
219
304
405
02. alleenstaande vanaf AOW-leeftijd
318
355
430
531
614
03. paar tot AOW-leeftijd zonder kinderen
100
164
267
323
395
04. eenoudergezin met 2 jonge kinderen
533
542
636
658
765
05. eenoudergezin met 2 oudere kinderen
322
330
425
502
630
06. paar met 2 jonge kinderen
332
394
498
539
591
07. paar met 2 oudere kinderen
146
208
312
359
429
08. alleenstaande vanaf AOW-leeftijd met zorg
321
358
383
434
455
Als we tabel 9 en 11 met elkaar vergelijken, zien we dat het tekort bij paren zonder kinderen op bijstandsniveau omslaat naar een positief saldo, als er ook recht is op het PMB. Dit huishouden komt inclusief PMB uit op een bestedingsruimte van € 47 (in Hardinxveld-Giessendam) tot € 100 (in Zwijndrecht) op bijstandsniveau. Het paar met oudere kinderen, dat zonder PMB ook een lage bestedingsruimte heeft, profiteert ook goed van een hoger bedrag aan PMB en komt uit tussen de € 73 in Hardinxveld-Giessendam (waar geen extra bedrag beschikbaar is voor huishoudens met kinderen) en € 146 in Zwijndrecht (inclusief de bijdrage vanuit het Sport- en Cultuurfonds voor volwassenen). Alleenstaanden die op bijstandsniveau ook met een kleine vrije bestedingsruimte te maken hadden komen inclusief PMB uit op een saldo van rond de € 80.
Minima-effectrapportage Sociale Dienst Drechtsteden 2024
4.4
Ik-doe-mee-premie
Inwoners tussen de 18 jaar en de pensioengerechtigde leeftijd met een inkomen dat niet hoger is dan 110 procent van de geldende bijstandsnorm, die gedurende tenminste zes maanden minimaal vier uur per week vrijwilligerswerk hebben verricht of gewerkt hebben op een participatieplek, kunnen in aanmerking komen voor een Ik-doe-mee-premie. Het gaat om een jaarlijkse vergoeding van € 250. In tabel 12 zijn de saldi opgenomen van huishoudens die in aanmerking komen voor een participatiebonus of een vrijwilligersbonus. We rekenen hier met één bonus per huishouden, hoewel paren waarvan beide partners vrijwilligerswerk verrichten en waarvan beiden aan de voorwaarden voldoen, allebei een bonus kunnen aanvragen en ontvangen. Tabel 12: Vrije bestedingsruimte per maand in euro’s, inclusief ik-doe-mee-premie
Huishoudtype
100
110
120
130
140
01. alleenstaande tot AOW-leeftijd
55
101
175
303
404
02. alleenstaande vanaf AOW-leeftijd
295
336
431
532
615
03. paar tot AOW-leeftijd zonder kinderen
10
94
176
293
365
04. eenoudergezin met 2 jonge kinderen
472
502
575
640
747
05. eenoudergezin met 2 oudere kinderen
255
284
358
486
614
06. paar met 2 jonge kinderen
229
313
396
498
550
07. paar met 2 oudere kinderen
36
120
203
320
390
08. alleenstaande vanaf AOW-leeftijd met zorg
298
339
384
435
456
Huishoudtype
100
110
120
130
140
01. alleenstaande tot AOW-leeftijd
65
106
180
308
409
02. alleenstaande vanaf AOW-leeftijd
306
347
437
538
621
03. paar tot AOW-leeftijd zonder kinderen
29
110
192
309
381
04. eenoudergezin met 2 jonge kinderen
486
513
586
651
758
05. eenoudergezin met 2 oudere kinderen
265
291
365
493
621
06. paar met 2 jonge kinderen
253
334
417
519
571
07. paar met 2 oudere kinderen
56
137
220
337
407
08. alleenstaande vanaf AOW-leeftijd met zorg
309
350
390
441
462
Huishoudtype
100
110
120
130
140
01. alleenstaande tot AOW-leeftijd
57
87
161
289
390
02. alleenstaande vanaf AOW-leeftijd
231
293
416
517
600
03. paar tot AOW-leeftijd zonder kinderen
15
88
170
287
359
04. eenoudergezin met 2 jonge kinderen
475
492
565
630
714
05. eenoudergezin met 2 oudere kinderen
257
273
347
475
472
06. paar met 2 jonge kinderen
234
302
386
488
517
07. paar met 2 oudere kinderen
41
110
193
310
249
08. alleenstaande vanaf AOW-leeftijd met zorg
234
276
369
420
441
Minima-effectrapportage Sociale Dienst Drechtsteden 2024
Huishoudtype
100
110
120
130
140
01. alleenstaande tot AOW-leeftijd
59
109
183
311
412
02. alleenstaande vanaf AOW-leeftijd
297
333
437
538
621
03. paar tot AOW-leeftijd zonder kinderen
18
97
179
296
368
04. eenoudergezin met 2 jonge kinderen
478
511
574
639
746
05. eenoudergezin met 2 oudere kinderen
259
281
355
483
611
06. paar met 2 jonge kinderen
238
308
396
498
550
07. paar met 2 oudere kinderen
43
118
201
318
388
08. alleenstaande vanaf AOW-leeftijd met zorg
301
337
391
442
463
Huishoudtype
100
110
120
130
140
01. alleenstaande tot AOW-leeftijd
56
107
181
309
410
02. alleenstaande vanaf AOW-leeftijd
295
354
436
537
620
03. paar tot AOW-leeftijd zonder kinderen
12
105
187
304
376
04. eenoudergezin met 2 jonge kinderen
473
509
579
644
751
05. eenoudergezin met 2 oudere kinderen
256
288
362
490
618
06. paar met 2 jonge kinderen
231
317
400
502
554
07. paar met 2 oudere kinderen
38
124
207
324
394
08. alleenstaande vanaf AOW-leeftijd met zorg
298
336
368
440
461
Huishoudtype
100
110
120
130
140
01. alleenstaande tot AOW-leeftijd
59
107
181
309
410
02. alleenstaande vanaf AOW-leeftijd
297
338
435
536
619
03. paar tot AOW-leeftijd zonder kinderen
18
101
183
300
372
04. eenoudergezin met 2 jonge kinderen
478
519
580
645
752
05. eenoudergezin met 2 oudere kinderen
259
287
361
489
617
06. paar met 2 jonge kinderen
239
322
405
507
559
07. paar met 2 oudere kinderen
44
127
210
327
397
08. alleenstaande vanaf AOW-leeftijd met zorg
300
341
388
439
460
Huishoudtype
100
110
120
130
140
01. alleenstaande tot AOW-leeftijd
80
102
176
304
405
02. alleenstaande vanaf AOW-leeftijd
318
355
430
531
614
03. paar tot AOW-leeftijd zonder kinderen
60
124
206
323
395
04. eenoudergezin met 2 jonge kinderen
511
520
593
658
765
05. eenoudergezin met 2 oudere kinderen
292
300
374
502
630
06. paar met 2 jonge kinderen
292
354
437
539
591
07. paar met 2 oudere kinderen
97
159
242
359
429
08. alleenstaande vanaf AOW-leeftijd met zorg
321
358
383
434
455
Minima-effectrapportage Sociale Dienst Drechtsteden 2024
Net als het PMB, zorgt een ik-doe-mee-premie ervoor dat een paar zonder kinderen de maandbegroting wel net rond kan krijgen. De bestedingsruimte is nog steeds niet heel ruim, variërend van € 10 tot €29 (€ 60 in Zwijndrecht, inclusief de bijdrage vanuit het Sport- en Cultuurfonds 18+). Daarmee blijft dit huishouden kwetsbaar. Ook paren met oudere kinderen hebben inclusief de premie nog niet heel veel ruimte, namelijk rond de € 40 (€ 97 in Zwijndrecht). Alleenstaanden onder de AOW-leeftijd komen iets hoger uit, maar ook zij blijven kwetsbaar. De bestedingsruimte van deze alleenstaanden varieert van € 55 in Alblasserdam tot € 80 in Zwijndrecht.
4.5
Vergelijking 2023 - 2024
In 2022 heeft de Sociale Dienst Drechtsteden ook een Minima-effectrapportage laten uitvoeren. In dat jaar waren er minder verschillen tussen de diverse Drechtsteden gemeenten en is gewerkt met één model, uitgaande van de situatie in Dordrecht. In tabel 13 is de bestedingsruimte van de onderzochte huishoudtypen in 2022 en 2024 weergegeven. Om goed aan te sluiten bij de situatie van 2022, vergelijken we hier met de cijfers van de gemeente Dordrecht. Het gaat hier om de saldi exclusief het PMB, omdat niet ieder huishouden voor deze toeslag in aanmerking komt.
Tabel 13: Vergelijking bestedingsruimte per maand in euro’s, 2022 – 2024, gemeente Dordrecht 2022 Huishoudtype 01. alleenstaande tot AOW-leeftijd 02. alleenstaande vanaf AOW-leeftijd 03. paar tot de AOWleeftijd zonder kinderen 04. eenoudergezin met twee jonge kinderen 05. eenoudergezin met twee oudere kinderen 06. een paar met twee jonge kinderen 07. een paar met twee oudere kinderen 08. alleenstaande vanaf de AOW-leeftijd met zorg
2024
100
110
120
130
140
100
110
120
130
140
-65
6
39
129
202
44
85
180
308
409
151
174
260
335
398
306
347
437
538
621
-116
-26
-3
54
108
8
89
192
309
381
154
230
261
309
403
465
492
586
651
758
-4
71
86
195
304
244
270
365
493
621
-74
31
39
80
129
232
313
417
519
571
-210
-105
-97
-40
15
35
116
220
337
407
108
131
186
216
278
309
350
390
441
462
In tabel 14 zijn de verschillen tussen de saldi van 2022 en 2024 weergegeven.
Minima-effectrapportage Sociale Dienst Drechtsteden 2024
Tabel 14: Overzicht verschil saldo inkomsten min uitgaven per maand 2022-2024
Huishoudsituatie
100
110
120
130
140
01. alleenstaande tot AOW-leeftijd
109
79
141
179
207
02. alleenstaande vanaf AOW-leeftijd
155
173
177
203
223
03. paar tot de AOW-leeftijd zonder kinderen
124
115
195
255
273
04. eenoudergezin met twee jonge kinderen
311
262
325
342
355
05. eenoudergezin met twee oudere kinderen
248
199
279
298
317
06. paar met twee jonge kinderen
306
282
378
439
442
07. paar met twee oudere kinderen
245
221
317
377
392
08. alleenstaande vanaf AOW-leeftijd met zorg
201
219
204
225
184
Alle huishoudens zijn er sinds 2022 goed op vooruit gegaan. Dit is het gevolg van de koopkrachtreparaties in 2023 en 2024. In beide jaren zijn het minimumloon en de daaraan gekoppelde uitkeringen omhoog gegaan. Ook de toeslagen zijn gestegen, vooral het kindgebonden budget en in mindere mate de huurtoeslag. In 2023 steeg ook de zorgtoeslag, maar deze toeslag nam in 2024 weer iets af. Uit tabel 14 valt af te lezen dat vooral de huishoudens met kinderen er in 2024 sterk op vooruit zijn gegaan. Deze huishoudens profiteren van de forse verhoging van het kindgebonden budget. Wat niet in deze tabel is opgenomen, is dat de verwachte gemiddelde cao-loonstijging hoger is dan de verwachte inflatie voor 2024. In deze tabel is alleen gekeken naar het inkomen als percentage van de bijstandsnorm.
Minima-effectrapportage Sociale Dienst Drechtsteden 2024
5 Conclusies en aanbevelingen Dit hoofdstuk beschrijft, naar aanleiding van de resultaten in de vorige hoofdstukken, de conclusies. Daarnaast worden er verschillende adviezen gegeven voor de aanpassing van regelingen in het kader van minimabeleid van de Sociale Dienst Drechtsteden.
5.1
Bestedingsruimte en armoedeval
In de gemeenten die vallen onder de Sociale Dienst Drechtsteden kunnen bijna alle onderzochte huishoudtypen de maandbegroting rond krijgen, ook als sprake is van extra zorgkosten. Alleen het paar tot de AOW-leeftijd zonder kinderen komt op bijstandsniveau in bijna alle onderzochte gemeenten maandelijks te kort. Uitzonderingen zijn Dordrecht en Zwijndrecht, waar gerekend is met vergoedingen vanuit de Dordtpas en het Sport- en Cultuurfonds 18+. Dat bij de meeste huishoudens geen tekorten optreden is opvallend gelet op de sterke inflatie in de afgelopen jaren. De koopkrachtreparaties van 2023 en ook van dit jaar doen hier duidelijk hun werk. Echter, er blijft er grote onzekerheid over het verloop van alle prijzen en reparaties in de komende jaren. Weten waar je financieel aan toe bent, is nodig om te kunnen begroten en uit te kunnen rekenen hoeveel budget er is voor andere uitgavenposten. Hogere inkomens hebben meer ruimte in hun begroting om te kunnen schuiven met uitgavenposten en hebben vaker een buffer om op terug te vallen. Iets wat huishoudens met een laag inkomen meestal niet hebben. Daarnaast laten de resultaten van deze rapportage zien dat alleenstaande ouders een hogere bestedingsruimte hebben dan paren met kinderen.
Dit komt doordat paren de kosten van twee volwassenen moeten dragen, terwijl het bijbehorende inkomen in verhouding lager ligt: een eenoudergezin ontvangt 70 procent van de norm voor een paar plus de alleenstaande ouderkop vanuit het kindgebonden budget, wat samen neerkomt op ongeveer 90 procent van de norm. Paren ontvangen 100 procent van de norm. De extra inkomsten voor paren (van ongeveer 10 procent) ten opzichte van het eenoudergezin wegen vaak niet op tegen de kosten voor een extra volwassene aan bijvoorbeeld voeding, kleding en de zorgverzekering. Op bijstandsniveau houden alleenstaande ouders met oudere kinderen per maand € 234 tot € 271 over, tegenover € 15 tot € 76 per maand voor paren met oudere kinderen.
Welke huishoudens hebben het moeilijk? Paren zonder kinderen onder de AOW-leeftijd kunnen de maandbegroting niet rond krijgen bij een inkomen op bijstandsniveau. De Sociale Dienst Drechtsteden kent een ruime regeling voor gezinnen met kinderen, het SMS-Kinderfonds. Ook wordt de eigen bijdrage voor de kinderopvang van huishoudens met recht op kinderopvangtoeslag vergoed (met uitzondering van de gemeente Hardinxveld-Giessendam). Voor huishoudens zonder kinderen zijn er weinig specifieke regelingen. Uitzondering zijn het Sport- en Cultuurfonds voor volwassenen in Zwijndrecht en de Dordtpas in Dordrecht. Echter, ook in deze gemeenten is de bestedingsruimte voor paren zonder kinderen laag. Ook alleenstaanden onder de AOW-leeftijd hebben een relatief lage (maar wel positieve) bestedingsruimte. Oudere alleenstaanden kunnen wel goed rondkomen; een AOWuitkering voor een alleenstaande is bijna € 250 hoger dan een bijstandsuitkering.
Minima-effectrapportage Sociale Dienst Drechtsteden 2024
Tot slot zien we bij het paar met twee oudere kinderen een lage bestedingsruimte variërend van € 15 in Alblasserdam tot € 76 in Zwijndrecht. Dit wordt (naast de relatief lage bijstandsnorm voor paren) veroorzaakt door de bijkomende hogere kosten voor oudere kinderen tegenover die voor jongere kinderen. Deze kosten worden niet volledig gecompenseerd door (leeftijdsafhankelijke) kindgebonden toeslagen. Als de bovengenoemde huishoudens met persoonlijk onvermijdbare kosten te maken krijgen, bijvoorbeeld door een hoge huur of een energie-onzuinige woning, zullen tekorten groter worden of de lage positieve saldi om kunnen slaan in een tekort. Invloed Persoonlijk minimabudget Bij de saldi die in bovengenoemde paragraven genoemd zijn, is geen rekening gehouden met het Persoonlijk minimabudget (PMB). Door het PMB, specifiek bedoeld voor inwoners die geen zicht hebben op inkomensverbetering, wordt de bestedingsruimte van huishoudens met een laag inkomen verruimd met een jaarbedrag van 35 tot 45 procent van de (maandelijkse) bijstandsnorm. Paren onder de AOW-leeftijd zonder kinderen hebben hierdoor niet meer met tekorten op de maandbegroting te maken. Voor ouders met (oudere) kinderen wordt het PMB in de meeste Drechtsteden bovendien verhoogd met € 100. Hiermee komt de bestedingsruimte voor paren met oudere kinderen uit op € 85 in Sliedrecht tot € 146 in Zwijndrecht.
In Hardinxveld-Giessendam, waar geen extra bedrag voor huishoudens met kinderen beschikbaar is, is de bestedingsruimte inclusief PMB € 73. Armoedeval Van een armoedeval is sprake als er op een bepaald inkomensniveau minder bestedingsruimte is dan op het voorliggende, lagere inkomensniveau. In de Drechtsteden zien we alleen een armoedeval in de gemeente HardinxveldGiessendam bij de huishoudens met oudere kinderen. Omdat de inkomensgrens voor het SMS-Kinderfonds hier loopt tot 130 procent van de geldende bijstandsnorm, is de uiteindelijke bestedingsruimte op 140 procent lager dan op 130 procent. In de overige gemeenten zal wellicht een armoedeval ontstaan op 150 procent van de norm. Als voorbeeld is dit bekeken voor de gemeente Alblasserdam. Hier zien we dat alleen paren met oudere kinderen bij een inkomensniveau van 150 procent met een armoedeval te maken krijgen. Het wegvallen van gemeentelijke regelingen plus de afbouw van landelijke toeslagen zijn hier de oorzaak van.
5.2
Aannames en aanbevelingen
De berekening van de bestedingsruimte van de voorbeeldhuishoudens in dit onderzoek is gebaseerd op een drietal voorwaarden. 1. Men moet zeer goed met geld kunnen omgaan; 2. Men moet alle inkomensondersteuning aanvragen waar men recht op heeft; 3. Men moet niet of zeer beperkt te maken hebben met persoonlijk onvermijdbare uitgaven. Dit geldt voor bijvoorbeeld huishoudens met een hogere huur dan hier opgenomen, en voor mensen met een noodgedwongen hogere energierekening, bijvoorbeeld omdat er sprake is van een slecht geïsoleerde woning. De conclusies van dit rapport moeten met die voorwaarden in het achterhoofd geïnterpreteerd worden. Kijkend naar de voorwaarden kan gesteld worden dat er heel veel verwacht wordt van huishoudens met een laag inkomen. Het gaat dus eigenlijk om de meest ideale situatie. De daadwerkelijke situatie van huishoudens kan hiervan afwijken.
Minima-effectrapportage Sociale Dienst Drechtsteden 2024
Om hoeveel huishoudens het gaat en in welke mate is niet bekend, hierover zijn geen gemiddelden gepubliceerd. Het Nibud adviseert de Sociale Dienst Drechtsteden om actief de betreffende huishoudens te (blijven) helpen aan deze voorwaarden te kunnen voldoen. Om het voor huishoudens makkelijker te maken om aan de drie voorwaarden van dit onderzoek te kunnen voldoen volgen hieronder een aantal aanbevelingen. Stimuleer goed financieel beheer Om rond te kunnen komen van een minimuminkomen is een goed financieel beheer van het huishouden noodzakelijk. Men reserveert om zo nodig grote uitgaven te kunnen doen voor de vervanging van de inboedel. We gaan ervan uit dat het huishouden niet leent, zodat er niet nog extra kosten van rente en aflossing bijkomen. Veel huishoudens die van een minimum inkomen moeten rondkomen, voeren een goed financieel beheer, maar een deel ook niet. Voor deze huishoudens is het aan te bevelen cursussen of begeleiding te organiseren. Het Nibud, en ook andere (lokale) organisaties, hebben hiervoor een uitgebreid aanbod. Verminder niet-gebruik regelingen In deze rapportage wordt ervan uitgegaan dat alle regelingen waarop men recht heeft ook worden aangevraagd. Uit diverse onderzoeken 5 blijkt echter dat dit niet altijd gebeurt en dat er een behoorlijke mate van niet-gebruik is.
Voor de groep die niet alle regelingen gebruikt waarop recht is, geldt dat de bestedingsruimte in deze rapportage lager is. Het Nibud adviseert dan ook in het beleid sterk de nadruk te leggen op het verminderen van niet-gebruik. Bijvoorbeeld door gerichte communicatie te stimuleren met hulp van verschillende lokale organisaties, waaronder die in de gezondheidzorg. En zorg voor eenvoudige procedures met betrekking tot toekenning, bijvoorbeeld door aanvragen te combineren. Het niet-gebruik is vooral groot onder werkenden. Dat versterkt de armoedeval. In de handreiking Het beter bereiken van werkende armen (Platform31, 2022)6 staan suggesties om het niet-gebruik van voorzieningen door werkenden tegen te gaan. Help energie- en woonlasten verlagen De afgelopen periode zijn de energielasten sterk gestegen. Het kabinet heeft in 2023 de gevolgen voor alle huishoudens gedempt met het prijsplafond op de energietarieven. Voor huishoudens met een laag inkomen is de energietoeslag in het leven geroepen. Deze zijn in 2024 weer afgeschaft. De energieprijzen zijn weer wat gedaald waardoor deze ondersteuning op dit moment niet nodig is. Onduidelijk is hoe de energietarieven zich komende jaren gaan ontwikkelen. ____________________
Minima-effectrapportage Sociale Dienst Drechtsteden 2024
Het is misschien niet meer voor iedereen noodzakelijk, maar wonen in een huis met een slecht energielabel veroorzaakt wel degelijk persoonlijk onvermijdbare uitgaven. Het Nibud adviseert om voor die huishoudens die vanwege een slecht geïsoleerde woning moeite hebben met rondkomen, de mogelijkheid van bijzondere bijstand open te houden. Hetzelfde geldt voor huishoudens met een bovengemiddeld hoog noodzakelijk elektriciteitsverbruik, bijvoorbeeld als gevolg van een medische aandoening of een energie-onzuinige woning. Ook voor deze huishoudens blijft een (extra) tegemoetkoming vanuit de gemeente zeer wenselijk. Ten aanzien van energieverbruik en isolatie, blijkt uit onderzoek dat juist minima vaak in minder goed geïsoleerde woningen wonen en daardoor een hoger dan gemiddeld verbruik hebben. De energielasten zullen een groter deel van de woonlasten, en daarmee ook van de totale begroting, gaan innemen. De toekomstige energietransitie zal ook de nodige kosten met zich meebrengen. Daarbij is het voor bewoners van een huurwoning niet duidelijk of de woningbouwcorporaties dit gaan doorberekenen aan hun huurders. Het Nibud adviseert de gemeenten om hierin samen op te trekken met de verhuurders en ook samen middelen in te zetten om de energieverbetering van woningen door te voeren.
Huishoudens met een laag inkomen kunnen mogelijk hulp van energieadviseurs of gratis en goedkope energieboxen aangeboden krijgen. Producten zoals ledlampen en isolatiefolies, waarvan de aanschafkosten voor deze doelgroep vaak te hoog zijn maar die een snelle terugverdientijd hebben, zijn dan het meest effectief. Een hogere huur dan gemiddeld drukt ook sterk op de maandelijkse onvermijdbare uitgaven van een huishouden. Net als in 2023 hebben huishoudens in een corporatiewoning met een inkomen dat niet hoger is dan 120 procent van de geldende bijstandsnorm recht op een huurverlaging. Huurders kunnen tot eind 2024 bij hun woningcorporatie om huurverlaging naar € 577,91 per maand vragen als zij niet al in 2023 een huurverlaging wegens een laag inkomen naar € 575,03 hebben gehad.7 Het Nibud adviseert de Drechtsteden gemeenten met de afdelingen die verantwoordelijk zijn voor wonen dit gezamenlijk te ondersteunen en daarover in gesprek te gaan met de woningcorporatie(s). Breng duidelijk de voordelen van de collectieve zorgverzekering onder de aandacht De Sociale Dienst Drechtsteden biedt inwoners met een laag inkomen een collectieve zorgverzekering aan. Het gaat om de basisverzekering plus een aanvullend pakket waarin ook de tandartskosten worden meegenomen. Deelnemers zijn met deze verzekering uitgebreider verzekerd dan huishoudens met een gemiddelde verzekering.
Door deze uitgebreide verzekering zal het beroep op de bijzondere bijstand lager zijn, wat gunstig uitpakt voor de (uitvoerings)kosten van de Sociale Dienst. Het Nibud adviseert de collectieve zorgverzekering actief te promoten zodat iedereen die er recht op heeft van dit dekkingsvoordeel gebruik kan maken. Zie er op toe dat deelnemers aan de collectieve zorgverzekering het ‘juiste’ pakket kiezen Steeds vaker ontvangen belangengroeperingen signalen dat huishoudens zorg mijden, zodat zij hun eigen risico niet hoeven aan te spreken. Dit is een onwenselijke situatie. Het is daarom positief dat de Sociale Dienst Drechtsteden een pakket aanbiedt waarin het eigen risico is meeverzekerd. Daarnaast biedt de Sociale Dienst Drechtsteden goedkopere pakketten aan zonder herverzekering van het eigen risico. ____________________
Minima-effectrapportage Sociale Dienst Drechtsteden 2024
Voor deelnemers aan de collectieve zorgverzekering, die het eigen risico opmaken, is het meest uitgebreide pakket de goedkoopste optie. Echter, een verzekerde die verwacht weinig zorgkosten te hebben en die daarom kiest voor een pakket zonder herverzekering van het eigen risico, maar die onvoorzien toch het volledig eigen risico moet aanspreken, is onderaan de streep duurder uit: het VGZ Gemeentepakket Compleet zonder herverzekering van het eigen risico is weliswaar € 15,40 goedkoper dan het pakket inclusief herverzekering van het eigen risico, maar de bekostiging van het volledig eigen risico komt neer op € 32 per maand (€ 385 op jaarbasis). Het Nibud adviseert de Sociale Dienst Drechtsteden om dit duidelijk naar de doelgroep te communiceren, aangezien veel inwoners in de minimadoelgroep een onverwachte tegenvaller als de (volledige) eigen bijdrage niet kunnen dragen. Het beschikbaar stellen van duidelijke informatie over de gemeentepolis kan inwoners helpen een voor hun zo goed mogelijke keuze te maken. Bovendien stimuleert de Sociale Dienst Drechtsteden inwoners om een uitgebreider pakket te kiezen, door een hogere gemeentelijke bijdrage op de zwaarste pakketvorm (inclusief vergoeding eigen risico) te verstrekken. Het Nibud adviseert om dit in stand te houden.
Onderzoek de mogelijkheid om sociale participatie voor volwassenen te vergoeden De Drechtsteden gemeenten zetten sterk in op de ondersteuning van kinderen: vanuit het SMS-Kinderfonds zijn diverse vergoedingen mogelijk, onder andere voor schoolgerelateerde kosten, het lidmaatschap van een (sport)vereniging, sportbenodigdheden en voor muziek of culturele vorming. Dit is een extra stimulans om kinderen deel te laten nemen aan sportieve en culturele activiteiten. Het Nibud beoordeelt dit als zeer positief. Voor volwassenen kennen de meeste Drechtsteden gemeenten geen tegemoetkoming voor sportieve of culturele activiteiten. 8 Echter, ook voor volwassenen is sociale participatie belangrijk. Sociale uitsluiting kan zo worden tegengegaan, wat de kansen op de arbeidsmarkt zou kunnen vergroten. Financiële ondersteuning voor volwassenen kan hier een positieve rol spelen. Daarom adviseert het Nibud om ook aan inwoners vanaf 18 jaar een vergoeding voor sociale participatie te verstrekken. Uit dit onderzoek komt naar voren dat juist de huishoudens zonder kinderen (onder de AOW-leeftijd) een lage bestedingsruimte hebben. Paren zonder kinderen komen zelfs negatief uit. In dit onderzoek gaan we uit van een contributie van € 20,50 per maand voor volwassenen (zie bijlage 1, uitgaven aan sociale participatie).
Vergoeding van deze kosten lost bij paren zonder kinderen het tekort op bijstandsniveau op. Een vergoeding voor volwassenen maakt ook de financiële positie van alleenstaanden en van paren met oudere kinderen minder kwetsbaar. Stimuleer paren met oudere kinderen bij het verhogen van hun inkomen Paren met oudere kinderen houden, als zij alle uitgaven uit het basispakket inclusief de uitgaven voor sociale participatie hebben bekostigd, een bedrag over van rond de € 20 per maand (als zij in aanmerking komen voor het PMB ligt dit rond de € 80). Dat maakt dit huishouden kwetsbaar voor onverwachte of persoonlijk onvermijdbare kosten. Het Nibud adviseert daarom de ondersteuning voor deze doelgroep voort te zetten en het bestaan van inkomensondersteunende regelingen voor gezinnen met (oudere) kinderen actief onder de aandacht te brengen. ____________________
Minima-effectrapportage Sociale Dienst Drechtsteden 2024
Ook verstrekkingen vanuit de individuele bijzondere bijstand (niet in dit onderzoek meegenomen) kunnen dergelijke gezinnen helpen om de maandbegroting rond te krijgen. In dit laatste geval kunnen alleen noodzakelijke bijzondere kosten vergoed worden, maar het is zeker de moeite waard om ook dit extra onder de aandacht te brengen. Ten slotte is begeleiding naar werk van tenminste één van beide partners een belangrijke stap op weg uit de armoede. Bovendien blijkt een klein baantje van de andere partner veel meer op te leveren dan alleen het maandelijks bruto inkomen: fiscaal houdt een stel meer over als beide partners parttime werken dan als één persoon fulltime werkt. 9 Maak een gedegen afweging tussen een goed uitvoerbaar minimabeleid en het voorkómen van een armoedeval In de Drechtsteden kunnen bijna alle onderzochte huishoudtypen de maandbegroting rond krijgen. Dit is enerzijds het gevolg van landelijke maatregelen, zoals de verhoging van het minimumloon (en de daaraan gekoppelde uitkeringen) en de verhoging van toeslagen (met name de huurtoeslag en het kindgebonden budget). Daarnaast kennen de Drechtsteden een ruimhartig minimabeleid, vooral voor huishoudens met kinderen: er is een uitgebreid pakket aan kindregelingen, waarmee onder andere schoolgerelateerde kosten en kosten voor sport en cultuur vergoed kunnen worden. Het Nibud beoordeelt dit als zeer positief.
Het SMS-Kinderfonds kent in de meeste gemeenten een inkomensgrens van 140 procent. Dordrecht wijkt iets af door voor paren de inkomensgrens op 150 procent te stellen en in Hardinxveld-Giessendam geldt een inkomensgrens van 130 procent. In deze laatste gemeente zien we een doorstroomval bij de huishoudens met oudere kinderen bij een inkomensniveau van 140 procent. De doorstroomval bij paren met oudere kinderen is groter en wordt niet alleen veroorzaakt door het wegvallen van het recht op gemeentelijke regelingen, maar ook door de afbouw van landelijke toeslagen. Bij de andere gemeenten zal mogelijk een doorstroomval op 150 procent bij paren met oudere kinderen ontstaan, met uitzondering van de gemeente Dordrecht, waar de inkomensgrens voor paren met oudere kinderen op 150 procent ligt. Door regelingen getrapt af te bouwen kunnen soms armoedevallen voorkomen worden. Echter, een dergelijke constructie is voor de uitvoering vaak ingewikkelder en voor inwoners niet altijd gemakkelijk te begrijpen. Dit laatste kan leiden tot niet-gebruik, en juist bij een ruimhartige regeling als het SMS-Kinderfonds is het voorkómen van nietgebruik van belang. De gemeente zal daarom een afweging moeten maken. Wat telt zwaarder: de lagere bestedingsruimte op 150 procent (ten opzichte van 140 procent van de bijstandsnorm) of het risico op meer niet-gebruik.
Complicerende factor is dat bij paren ook de afbouw van de landelijke toeslagen een rol speelt en dat die afbouw al begint bij een inkomen van 120 procent van de geldende norm.
____________________
Minima-effectrapportage Sociale Dienst Drechtsteden 2024
Bijlage 1 | Verantwoording uitgaven Nibud gebruikt diverse bronnen voor de referentiecijfers. Hieronder volgt een korte verantwoording van keuzes en bronnen van de pakketten die leiden tot de begrotingsposten. De bedragen in de posten zijn de bedragen voor januari 2023. De inhoud van de uitgavenpakketten worden in overleg met andere organisaties regelmatig aangepast. De prijzen van de pakketten worden elk jaar herijkt en aangepast.
Huur Voor een- en twee-persoonshuishoudens is gerekend met een huur van € 650. Voor meerpersoonshuishoudens bedraagt de huur € 697. Alle genoemde bedragen zijn inclusief servicekosten. Voor het berekenen van de huurtoeslag is uitgegaan van de deze huurprijzen. Energie Dit is de prijs van gemiddeld verbruik naar huishoudtype met een opslag van 10 procent voor huishoudens vanaf de AOW-gerechtigde leeftijd. Lokale lasten Dit zijn de gemeentelijke- en waterschapsheffingen verminderd met de eventuele kwijtschelding. Hendrik-Ido-Ambacht, Papendrecht, Zwijndrecht en Hardinxveld-Giessendam kennen voor de afvalstoffenheffing naast een vast tarief ook een variabel tarief, afhankelijk van de aangeboden hoeveelheid afval. Aan de kwijtschelding voor dit variabele tarief is een maximum gebonden. In de begrotingen rekenen we voor een- en tweepersoonshuishoudens met een afvalzak van 30 liter per week, voor drie personen gaan we uit van anderhalve afvalzak en voor vier personen rekenen we met twee afvalzakken per week. Telefoon, televisie en internet Deze bedragen zijn gebaseerd op het bellen met een mobiele telefoon met een sim-only abonnement voor 100 tot 150 belminuten per maand met een databundel tot maximaal 2 GB, een basisabonnement voor internet en een basis digitaal televisie abonnement.
We gaan er van uit dat iedereen in het huishouden van 12 jaar en ouder een eigen mobiele telefoon heeft. Zorgverzekeringen Dit betreft de nominale premie van de basis- en aanvullende verzekering inclusief een tandartsverzekering. Voor huishoudens die voldoen aan de voorwaarden zijn de tarieven voor de collectieve basisverzekering en de aanvullende verzekering gehanteerd. Overige verzekeringen Dit betreft een aansprakelijkheidsverzekering, een inboedelverzekering en voor volwassenen in huishoudens onder de pensioengerechtigde leeftijd een uitvaartverzekering. Onderwijs Deze bedragen zijn gebaseerd op onderzoek van SEO, zoals gepubliceerd in de Schoolkostenmonitor. Het betreffen onder andere de vrijwillige schoolbijdrage,
Minima-effectrapportage Sociale Dienst Drechtsteden 2024
leermiddelen en gereedschappen, ICT-benodigdheden en kosten voor extra schoolactiviteiten. Kinderopvang/peuteropvang Dit zijn de kosten inclusief de landelijke vergoeding die wordt gegeven. Bij de alleenstaande huishoudens met jonge kinderen bij een inkomen boven de bijstand gaan we uit van 20 uur kinderopvang (bij 110 procent inkomen), 30 uur kinderopvang (tussen 110 procent en 130 procent) en 40 uur kinderopvang (bij 140 procent). Voor een alleenstaande ouder met jonge kinderen op bijstandsniveau en voor een paar met jonge kinderen bij alle inkomens gaan we ervan uit dat er gebruik gemaakt wordt van de peuteropvang. Vervoerskosten Voor ieder lid van het huishouden zijn dit de kosten van een fiets en de kosten voor stadsen streekvervoer met de bus. Hierbij is uitgegaan van een beperkte hoeveelheid vervoer per maand. Voor huishoudens met zorgkosten zijn de kosten van een fiets niet meegerekend. Uitgaven in verband met het verkrijgen of behouden van werk We houden rekening met kosten in verband met werkgerelateerde kosten (vervoer, representatieve kleding). Hiervoor houden we een vast bedrag aan. Kleding en schoenen Deze bedragen zijn gebaseerd op het Nibud-basispakket voor kleding. Het gaat hierbij net als bij alle andere uitgavenposten om een goedkoop pakket met nieuwe artikelen. De bedragen zijn gebaseerd op de prijzen van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).
Inboedel en onderhoud Bedragen zijn gebaseerd op het Nibud-basispakket voor inventaris en onderhoud. Dit betreft o.a. de stoffering, keukeninventaris en huishoudelijk apparatuur. Zelfzorgmiddelen In het basispakket zitten kosten die elk huishouden heeft. De kosten betreffen de huisapotheek met pleisters, aspirines e.d. plus het bedrag dat een huishouden maximaal kwijt kan zijn aan het eigen risico van de zorgverzekering. Eigen risico Dit bedrag is gebaseerd op € 385, waarbij we ervan uitgaan dat het gehele bedrag gereserveerd moet worden. Voeding De bedragen zijn gebaseerd op de aanbevolen hoeveelheden voor een gezonde voeding van het Voedingscentrum en de prijzen van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Was- en schoonmaakmiddelen Dit is een bedrag per huishouden en een bedrag per persoon op basis van Nibudonderzoek. Persoonlijke verzorging Uitgegaan is van een bedrag per persoon op basis van Nibud-onderzoek.
Minima-effectrapportage Sociale Dienst Drechtsteden 2024
Diversen Dit is een bedrag per huishouden en een bedrag per persoon voor diverse uitgaven.
Pakket voor sociale participatie Als voorbeeld heeft het Nibud in samenwerking met het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) een pakket aan uitgaven voor sociale participatie opgesteld. De uitgavenposten waar rekening mee is gehouden staat hieronder weergegeven evenals de richtbedragen voor deze uitgavenposten. Het gaat hierbij om een voorbeeld van een invulling van activiteiten. Bij vakanties/uitgaan kan ook gedacht worden aan andere activiteiten zoals het bezoeken van een museum of zwembad. Uitgaven aan sociale participatie, bedrag per maand € Contributies en abonnementen per kind 4 tot 8 jaar 11,50 per kind 8 tot 16 jaar 15,50 Per persoon vanaf 16 jaar 20,50 per huishouden 2,50 Bezoek ontvangen per persoon 11,50 per huishouden 15,00 Op bezoek gaan per persoon 7,00 Vakantie/uitgaan per persoon 20,50 per huishouden 26,50 Vervoer per kind 4 tot 12 jaar 12,00 per persoon tussen 12 en 65 jaar 18,00 per persoon vanaf 65 jaar 12,00 Bron: Hoff et al, SCP/Nibud, 2009, berekeningen Nibud, 2024
Minima-effectrapportage Sociale Dienst Drechtsteden 2024
Bijlage 2 | Begrotingen Alblasserdam In de volgende tabellen zijn de maandbegrotingen van de verschillende voorbeeldhuishoudens in de gemeente Alblasserdam opgenomen. Bovenaan staan de inkomsten en daaronder de uitgaven aan het basispakket en aan sociale participatie. Het basispakket is verdeeld in vaste lasten, reserveringsuitgaven en huishoudelijke uitgaven. Het bedrag voor sociale participatie is apart opgenomen. In de begrotingen zijn zowel landelijke toeslagen als de lokale inkomensondersteunende maatregelen van de gemeente verwerkt. De bedragen worden weergegeven in hele euro’s, waardoor optellingen een euro te laag of te hoog kunnen lijken. In de volgende bijlagen volgen de begrotingen van de andere aangesloten gemeenten.
Minima-effectrapportage Sociale Dienst Drechtsteden 2024
uitgavenposten
100
110
120
130
140
INKOMEN Netto inkomen Zorgtoeslag Huurtoeslag Kinderbijslag Kindgebonden budget Kinderopvangtoeslag Voorlopige aanslag Lokale tegemoetkomingen Netto besteedbaar inkomen
1.284 1.412 1.541 1.669 1.797 124 124 124 124 124 390 390 390 390 362 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 1.797 1.925 2.054 2.182 2.283
VASTE LASTEN Huur Energie Water Lokale lasten Telecom Zorgverzekering Overige verzekeringen Onderwijs Kinderopvang Contributies en abonnementen Vervoer Levensonderhoud anderen Betalingsverplichtingen Werkgerelateerde kosten Totaal vaste lasten
650 650 650 650 650 153 153 153 153 153 16 16 16 16 16 0 49 49 49 49 64 64 64 64 64 188 188 188 188 188 25 25 25 25 25 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 3 3 3 3 3 23 23 23 23 23 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 33 67 67 67 1.122 1.204 1.238 1.238 1.238
RESERVERINGSUITGAVEN Kleding Inboedel Onderhoud Zelfzorgmiddelen Eigen risico Eigen betalingen zorg Vrijetijdsuitgaven Totaal reserveringsuitgaven
62 86 31 6 32 0 0 217
62 86 31 6 32 0 0 217
62 86 31 6 32 0 0 217
62 86 31 6 32 0 0 217
62 86 31 6 32 0 0 217
265 7 26 0 0 0 5 303
265 7 26 0 0 0 5 303
265 7 26 0 0 0 5 303
265 7 26 0 0 0 5 303
265 7 26 0 0 0 5 303
121
121
121
121
121
HUISHOUDELIJKE UITGAVEN Voeding Was- en schoonmaakartikelen Persoonlijke verzorging Huishoudelijke dienstverlening Huisdieren Roken Diversen Totaal huishoudelijke uitgaven SOCIALE PARTICIPATIE Sociale participatie TOTAAL Totaal uitgaven 1.763 1.845 1.879 1.879 1.879 Saldo inkomsten min uitgaven 34 80 175 303 404
Minima-effectrapportage Sociale Dienst Drechtsteden 2024
uitgavenposten
100
110
120
130
140
INKOMEN Netto inkomen Zorgtoeslag Huurtoeslag Kinderbijslag Kindgebonden budget Kinderopvangtoeslag Voorlopige aanslag Lokale tegemoetkomingen Netto besteedbaar inkomen
1.526 1.568 1.711 1.853 1.996 124 124 124 124 124 391 391 391 351 291 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 2.041 2.083 2.226 2.327 2.410
VASTE LASTEN Huur Energie Water Lokale lasten Telecom Zorgverzekering Overige verzekeringen Onderwijs Kinderopvang Contributies en abonnementen Vervoer Levensonderhoud anderen Betalingsverplichtingen Werkgerelateerde kosten Totaal vaste lasten
650 650 650 650 650 165 165 165 165 165 16 16 16 16 16 49 49 49 49 49 64 64 64 64 64 188 188 188 188 188 13 13 13 13 13 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 3 3 3 3 3 18 18 18 18 18 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 1.166 1.166 1.166 1.166 1.166
RESERVERINGSUITGAVEN Kleding Inboedel Onderhoud Zelfzorgmiddelen Eigen risico Eigen betalingen zorg Vrijetijdsuitgaven Totaal reserveringsuitgaven
62 86 31 9 32 0 0 220
62 86 31 9 32 0 0 220
62 86 31 9 32 0 0 220
62 86 31 9 32 0 0 220
62 86 31 9 32 0 0 220
257 7 25 0 0 0 5 294
257 7 25 0 0 0 5 294
257 7 25 0 0 0 5 294
257 7 25 0 0 0 5 294
257 7 25 0 0 0 5 294
115
115
115
115
115
HUISHOUDELIJKE UITGAVEN Voeding Was- en schoonmaakartikelen Persoonlijke verzorging Huishoudelijke dienstverlening Huisdieren Roken Diversen Totaal huishoudelijke uitgaven SOCIALE PARTICIPATIE Sociale participatie TOTAAL Totaal uitgaven 1.795 1.795 1.795 1.795 1.795 Saldo inkomsten min uitgaven 246 288 431 532 615
Minima-effectrapportage Sociale Dienst Drechtsteden 2024
uitgavenposten
100
110
120
130
140
INKOMEN Netto inkomen Zorgtoeslag Huurtoeslag Kinderbijslag Kindgebonden budget Kinderopvangtoeslag Voorlopige aanslag Lokale tegemoetkomingen Netto besteedbaar inkomen
1.834 2.017 2.201 2.384 2.568 236 236 215 173 130 390 390 364 302 232 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 2.460 2.643 2.780 2.858 2.930
VASTE LASTEN Huur Energie Water Lokale lasten Telecom Zorgverzekering Overige verzekeringen Onderwijs Kinderopvang Contributies en abonnementen Vervoer Levensonderhoud anderen Betalingsverplichtingen Werkgerelateerde kosten Totaal vaste lasten
650 650 650 650 650 183 183 183 183 183 19 19 19 19 19 0 66 66 66 66 73 73 73 73 73 375 375 375 336 336 41 41 41 41 41 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 10 10 10 10 10 47 47 47 47 47 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 33 67 67 67 1.398 1.497 1.531 1.492 1.492
RESERVERINGSUITGAVEN Kleding Inboedel Onderhoud Zelfzorgmiddelen Eigen risico Eigen betalingen zorg Vrijetijdsuitgaven Totaal reserveringsuitgaven
123 98 31 10 64 0 0 326
123 98 31 10 64 0 0 326
123 98 31 10 64 0 0 326
123 98 31 10 64 0 0 326
123 98 31 10 64 0 0 326
482 7 51 0 0 0 7 547
482 7 51 0 0 0 7 547
482 7 51 0 0 0 7 547
482 7 51 0 0 0 7 547
482 7 51 0 0 0 7 547
200
200
200
200
200
HUISHOUDELIJKE UITGAVEN Voeding Was- en schoonmaakartikelen Persoonlijke verzorging Huishoudelijke dienstverlening Huisdieren Roken Diversen Totaal huishoudelijke uitgaven SOCIALE PARTICIPATIE Sociale participatie TOTAAL Totaal uitgaven 2.471 2.570 2.604 2.565 2.565 Saldo inkomsten min uitgaven -11 73 176 293 365
Minima-effectrapportage Sociale Dienst Drechtsteden 2024
uitgavenposten
100
110
120
130
140
INKOMEN Netto inkomen Zorgtoeslag Huurtoeslag Kinderbijslag Kindgebonden budget Kinderopvangtoeslag Voorlopige aanslag Lokale tegemoetkomingen Netto besteedbaar inkomen
1.284 1.308 1.422 1.536 1.649 124 124 124 124 124 420 420 420 420 420 186 186 186 186 186 696 696 696 696 696 0 1.001 1.501 1.501 2.001 0 104 118 133 148 0 0 0 0 0 2.710 3.839 4.468 4.596 5.224
VASTE LASTEN Huur Energie Water Lokale lasten Telecom Zorgverzekering Overige verzekeringen Onderwijs Kinderopvang Contributies en abonnementen Vervoer Levensonderhoud anderen Betalingsverplichtingen Werkgerelateerde kosten Totaal vaste lasten
697 697 697 697 697 233 233 233 233 233 23 23 23 23 23 0 66 66 66 66 64 64 64 64 64 188 188 188 188 188 31 31 31 31 31 5 5 5 5 5 0 1.000 1.501 1.564 2.085 3 3 3 3 3 36 36 36 36 36 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 33 67 67 67 1.280 2.379 2.914 2.977 3.498
RESERVERINGSUITGAVEN Kleding Inboedel Onderhoud Zelfzorgmiddelen Eigen risico Eigen betalingen zorg Vrijetijdsuitgaven Totaal reserveringsuitgaven
126 106 31 6 32 0 0 301
126 106 31 6 32 0 0 301
126 106 31 6 32 0 0 301
126 106 31 6 32 0 0 301
126 106 31 6 32 0 0 301
395 8 57 0 0 0 8 468
395 8 57 0 0 0 8 468
395 8 57 0 0 0 8 468
395 8 57 0 0 0 8 468
395 8 57 0 0 0 8 468
210
210
210
210
210
HUISHOUDELIJKE UITGAVEN Voeding Was- en schoonmaakartikelen Persoonlijke verzorging Huishoudelijke dienstverlening Huisdieren Roken Diversen Totaal huishoudelijke uitgaven SOCIALE PARTICIPATIE Sociale participatie TOTAAL Totaal uitgaven 2.259 3.358 3.893 3.956 4.477 Saldo inkomsten min uitgaven 451 481 575 640 747
Minima-effectrapportage Sociale Dienst Drechtsteden 2024
uitgavenposten
100
110
120
130
140
INKOMEN Netto inkomen Zorgtoeslag Huurtoeslag Kinderbijslag Kindgebonden budget Kinderopvangtoeslag Voorlopige aanslag Lokale tegemoetkomingen Netto besteedbaar inkomen
1.284 1.412 1.541 1.669 1.797 124 124 124 124 124 420 420 420 420 420 266 266 266 266 266 831 831 831 831 831 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 2.925 3.053 3.182 3.310 3.438
VASTE LASTEN Huur Energie Water Lokale lasten Telecom Zorgverzekering Overige verzekeringen Onderwijs Kinderopvang Contributies en abonnementen Vervoer Levensonderhoud anderen Betalingsverplichtingen Werkgerelateerde kosten Totaal vaste lasten
697 697 697 697 697 233 233 233 233 233 23 23 23 23 23 0 66 66 66 66 82 82 82 82 82 188 188 188 188 188 31 31 31 31 31 96 96 96 96 96 0 0 0 0 0 3 3 3 3 3 47 47 47 47 47 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 33 67 67 67 1.400 1.499 1.533 1.533 1.533
RESERVERINGSUITGAVEN Kleding Inboedel Onderhoud Zelfzorgmiddelen Eigen risico Eigen betalingen zorg Vrijetijdsuitgaven Totaal reserveringsuitgaven
194 117 31 6 32 0 0 380
194 117 31 6 32 0 0 380
194 117 31 6 32 0 0 380
194 117 31 6 32 0 0 380
194 117 31 6 32 0 0 380
615 8 77 0 0 0 8 708
615 8 77 0 0 0 8 708
615 8 77 0 0 0 8 708
615 8 77 0 0 0 8 708
615 8 77 0 0 0 8 708
203
203
203
203
203
HUISHOUDELIJKE UITGAVEN Voeding Was- en schoonmaakartikelen Persoonlijke verzorging Huishoudelijke dienstverlening Huisdieren Roken Diversen Totaal huishoudelijke uitgaven SOCIALE PARTICIPATIE Sociale participatie TOTAAL Totaal uitgaven 2.691 2.790 2.824 2.824 2.824 Saldo inkomsten min uitgaven 234 263 358 486 614
Minima-effectrapportage Sociale Dienst Drechtsteden 2024
uitgavenposten
100
110
120
130
140
INKOMEN Netto inkomen Zorgtoeslag Huurtoeslag Kinderbijslag Kindgebonden budget Kinderopvangtoeslag Voorlopige aanslag Lokale tegemoetkomingen Netto besteedbaar inkomen
1.834 2.017 2.201 2.384 2.568 236 236 215 173 130 420 420 394 332 263 186 186 186 186 186 406 406 406 406 404 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 3.082 3.265 3.403 3.481 3.551
VASTE LASTEN Huur Energie Water Lokale lasten Telecom Zorgverzekering Overige verzekeringen Onderwijs Kinderopvang Contributies en abonnementen Vervoer Levensonderhoud anderen Betalingsverplichtingen Werkgerelateerde kosten Totaal vaste lasten
697 697 697 697 697 250 250 250 250 250 28 28 28 28 28 0 66 66 66 66 73 73 73 73 73 375 375 375 336 336 45 45 45 45 45 5 5 5 5 5 0 0 0 15 33 10 10 10 10 10 60 60 60 60 60 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 33 67 67 67 1.543 1.642 1.676 1.652 1.670
RESERVERINGSUITGAVEN Kleding Inboedel Onderhoud Zelfzorgmiddelen Eigen risico Eigen betalingen zorg Vrijetijdsuitgaven Totaal reserveringsuitgaven
188 120 31 10 64 0 0 413
188 120 31 10 64 0 0 413
188 120 31 10 64 0 0 413
188 120 31 10 64 0 0 413
188 120 31 10 64 0 0 413
529 9 82 0 0 0 10 630
529 9 82 0 0 0 10 630
529 9 82 0 0 0 10 630
529 9 82 0 0 0 10 630
529 9 82 0 0 0 10 630
288
288
288
288
288
HUISHOUDELIJKE UITGAVEN Voeding Was- en schoonmaakartikelen Persoonlijke verzorging Huishoudelijke dienstverlening Huisdieren Roken Diversen Totaal huishoudelijke uitgaven SOCIALE PARTICIPATIE Sociale participatie TOTAAL Totaal uitgaven 2.874 2.973 3.007 2.983 3.001 Saldo inkomsten min uitgaven 208 292 396 498 550
Minima-effectrapportage Sociale Dienst Drechtsteden 2024
uitgavenposten
100
110
120
130
140
INKOMEN Netto inkomen Zorgtoeslag Huurtoeslag Kinderbijslag Kindgebonden budget Kinderopvangtoeslag Voorlopige aanslag Lokale tegemoetkomingen Netto besteedbaar inkomen
1.834 2.017 2.201 2.384 2.568 236 236 215 173 130 420 420 394 332 263 266 266 266 266 266 541 541 541 541 539 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 3.297 3.480 3.618 3.696 3.766
VASTE LASTEN Huur Energie Water Lokale lasten Telecom Zorgverzekering Overige verzekeringen Onderwijs Kinderopvang Contributies en abonnementen Vervoer Levensonderhoud anderen Betalingsverplichtingen Werkgerelateerde kosten Totaal vaste lasten
697 697 697 697 697 250 250 250 250 250 28 28 28 28 28 0 66 66 66 66 92 92 92 92 92 375 375 375 336 336 45 45 45 45 45 96 96 96 96 96 0 0 0 0 0 10 10 10 10 10 71 71 71 71 71 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 33 67 67 67 1.664 1.763 1.797 1.758 1.758
RESERVERINGSUITGAVEN Kleding Inboedel Onderhoud Zelfzorgmiddelen Eigen risico Eigen betalingen zorg Vrijetijdsuitgaven Totaal reserveringsuitgaven
256 131 31 10 64 0 0 492
256 131 31 10 64 0 0 492
256 131 31 10 64 0 0 492
256 131 31 10 64 0 0 492
256 131 31 10 64 0 0 492
723 9 103 0 0 0 10 845
723 9 103 0 0 0 10 845
723 9 103 0 0 0 10 845
723 9 103 0 0 0 10 845
723 9 103 0 0 0 10 845
281
281
281
281
281
HUISHOUDELIJKE UITGAVEN Voeding Was- en schoonmaakartikelen Persoonlijke verzorging Huishoudelijke dienstverlening Huisdieren Roken Diversen Totaal huishoudelijke uitgaven SOCIALE PARTICIPATIE Sociale participatie TOTAAL Totaal uitgaven 3.282 3.381 3.415 3.376 3.376 Saldo inkomsten min uitgaven 15 99 203 320 390
Minima-effectrapportage Sociale Dienst Drechtsteden 2024
uitgavenposten
100
110
120
130
140
INKOMEN Netto inkomen Zorgtoeslag Huurtoeslag Kinderbijslag Kindgebonden budget Kinderopvangtoeslag Voorlopige aanslag Lokale tegemoetkomingen Netto besteedbaar inkomen
1.526 1.568 1.711 1.853 1.996 124 124 124 124 124 391 391 391 351 291 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 2.041 2.083 2.226 2.327 2.410
VASTE LASTEN Huur Energie Water Lokale lasten Telecom Zorgverzekering Overige verzekeringen Onderwijs Kinderopvang Contributies en abonnementen Vervoer Levensonderhoud anderen Betalingsverplichtingen Werkgerelateerde kosten Totaal vaste lasten
650 650 650 650 650 165 165 165 165 165 16 16 16 16 16 49 49 49 49 49 64 64 64 64 64 203 203 203 203 203 13 13 13 13 13 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 3 3 3 3 3 20 20 20 20 20 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 1.183 1.183 1.183 1.183 1.183
RESERVERINGSUITGAVEN Kleding Inboedel Onderhoud Zelfzorgmiddelen Eigen risico Eigen betalingen zorg Vrijetijdsuitgaven Totaal reserveringsuitgaven
62 86 31 9 0 12 0 200
62 86 31 9 0 12 0 200
62 86 31 9 0 12 0 200
62 86 31 9 0 12 0 200