CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Nibud onderzoek MER Drechtsteden.pdf

Dordtse Dinsdag – Beeld- en oordeelsvormende commissies 8 oktober 2024, gemeente DordrechtBij agendapunt: 6: Raadsinformatiebrief over Uitkomsten Minima effectenrapportage (MER) en resultaten Programma Samen tegen armoede 2023 - Raadsinformatiebrief31.567 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Minima-effectrapportage Sociale Dienst Drechtsteden 2024 De invloed van landelijke en gemeentelijke maatregelen op de financiële positie van inwoners met lage inkomens Corinne van Gaalen, Sanne Lamers, Marcel Warnaar

19 april 2024

Minima-effectrapportage Sociale Dienst Drechtsteden 2024

Minima-effectrapportage Sociale Dienst Drechtsteden 2024

De invloed van landelijke en gemeentelijke maatregelen op de financiële positie van inwoners met lage inkomens

Auteurs Corinne van Gaalen Sanne Lamers Marcel Warnaar

Nibud, Drechtsteden 19 april 2024 In opdracht van de Sociale Dienst Drechtsteden

Minima-effectrapportage Sociale Dienst Drechtsteden 2024

Voorwoord Het Nibud (Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting) is een onafhankelijke stichting zonder winstoogmerk. Ons doel is het voorkomen van geldproblemen. Naast het verzamelen, berekenen en bijhouden van basiscijfers, doet of initieert het Nibud ook onderzoek naar andere aspecten over omgaan met geld, zoals bijvoorbeeld gedragsaspecten. Op basis van dit onderzoek kunnen we snel inspelen op maatschappelijke ontwikkelingen. Het Nibud is gespecialiseerd in het maken van de vertaalslag van de verzamelde data en kennis over de huishoudfinanciën in methodes, materialen en tools. Daarbij wordt voortdurend voeling gehouden met de actualiteit en de praktijk van alledag. We gaan uit van drie niveaus van voorlichting en financiële educatie: direct voor consumenten (via onze websites, (social) media, interactieve tools, voorlichtingsmaterialen en hulpmiddelen en de helpdesk), via onderwijs/educatie door derden en door deskundigheidsbevordering van professionals. Als kenniscentrum vervult het Nibud ook een adviesrol naar derden. Bij dit alles gaat het Nibud uit van een standaardmethode van begroten. Dit resulteert in een reeks voorbeeldbegrotingen met referentiecijfers die zijn gebaseerd op empirisch wetenschappelijk onderzoek. Het Nibud stelt de keuzevrijheid en de eigen verantwoordelijkheid van de huishoudens voorop.

Het Nibud geeft gemeenten meer inzicht in het effect van hun minimabeleid. Door middel van een minima-effectrapportage (MER) helpt het Nibud gemeenten het geld bestemd voor minimabeleid, optimaal te besteden. Deze rapportage is uitgevoerd door het Nibud, in opdracht van de Sociale Dienst Drechtsteden. Met dit onderzoek wil de Sociale Dienst Drechtsteden inzicht krijgen in de effecten van haar minimabeleid. Utrecht, april 2024

Minima-effectrapportage Sociale Dienst Drechtsteden 2024

Inhoud 1 Inleiding 1.1 Centrale vraag 1.2 Kern minima-effectrapportage 1.2.1 Huishoudtypen 1.2.2 Inkomensniveaus 1.2.3 Armoedeval 1.2.4 Voorbeeldhuur 1.2.5 Huishoudens met een zorgvraag 1.3 Leeswijzer 2 Onderzoeksmethode: begrotingen 2.1 Inleiding 2.2 Inkomsten 2.3 Uitgaven: basispakket en sociale participatie 2.4 Uitgavensoorten 2.5 Voorwaarden aan de begrotingen 2.6 De begrotingen 3 Minimabeleid 3.1 Landelijk beleid 3.2 Lokaal minimabeleid 3.2.1 Kwijtscheldingsbeleid 3.2.2 Collectieve (aanvullende) zorgverzekering 3.2.3 Bijzondere bijstand 3.2.4 Het Persoonlijk minimabudget 3.2.5 Ik-doe-mee-premie 3.2.6 Het SMS-Kinderfonds 3.2.7 Reiskostenvergoeding woon-werkverkeer 3.2.8 Kinderopvang en peuteropvang 3.2.9 Individuele gemeentelijke regelingen 3.3 Huishoudens met een zorgvraag 3.3.1 Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) 3.3.2 Collectieve zorgverzekering 3.3.3 Meerkosten huishoudens met zorgvraag 4 Resultaten 4.1 Bestedingsruimte per huishoudtype 4.2 Armoedeval 4.3 Persoonlijk minimabudget 4.4 Ik-doe-mee-premie 4.5 Vergelijking 2023 - 2024 5 Conclusies en aanbevelingen 5.1 Bestedingsruimte en armoedeval 5.2 Aannames en aanbevelingen Bijlage 1 | Verantwoording uitgaven Bijlage 2 | Begrotingen Alblasserdam Bijlage 3 | Begrotingen Dordrecht Bijlage 4 | Begrotingen Hardinxveld-Giessendam Bijlage 5 | Begrotingen Hendrik-Ido-Ambacht Bijlage 6 | Begrotingen Papendrecht Bijlage 7 |

Begrotingen Sliedrecht Bijlage 8 | Begrotingen Zwijndrecht

Minima-effectrapportage Sociale Dienst Drechtsteden 2024

1 Inleiding 1.1

Centrale vraag

Iedere gemeente beschikt over mogelijkheden om invloed uit te oefenen op de financiële positie van inwoners met lage inkomens. Dat kan bijvoorbeeld door het kwijtschelden van gemeentelijke heffingen en/of door bijzondere bijstand. Het is echter niet direct zichtbaar wat in de praktijk de effecten van die maatregelen zijn op het budget van verschillende groepen huishoudens. De Sociale Dienst Drechtsteden wenst inzicht te krijgen in het samenspel van landelijk en lokaal minimabeleid. De centrale vraag van dit onderzoek luidt: Wat is het effect van landelijke en lokale inkomensondersteunende regelingen op de financiële positie van huishoudens met een laag inkomen in de Drechtsteden, uitgaande van het beleid voor 2024? Bekeken wordt welke groepen huishoudens in de gemeenten het best ondersteund worden door middel van het gemeentelijke minimabeleid en welke groepen minder goed. Ook maakt deze rapportage eventuele armoedevallen inzichtelijk. In de begrotingen worden alle minimaal onvermijdbare uitgaven afgezet tegen verschillende inkomensniveaus.

1.2

Kern minima-effectrapportage

Om tot een antwoord te komen op de centrale vraag, worden voor een aantal voorbeeldsituaties alle inkomsten geïnventariseerd. Hierbij wordt rekening gehouden met alle landelijke en gemeentelijke inkomensondersteunende maatregelen. Dit inkomen zal in een begroting worden afgezet tegen de minimale uitgaven waarmee huishoudens met een laag inkomen worden geconfronteerd. De minimale uitgaven zijn gebaseerd op de Nibud methode van budgetteren, aangevuld met lokale tarieven en tegemoetkomingen.

1.2.1 Huishoudtypen In deze minima-effectrapportage wordt voor een aantal huishoudtypen de bestedingsruimte inzichtelijk gemaakt. In overleg met de Sociale Dienst Drechtsteden is een keuze gemaakt voor de volgende voorbeeldsituaties: 1. Een alleenstaande tot de AOW-gerechtigde leeftijd; 2. Een alleenstaande vanaf de AOW-gerechtigde leeftijd; 3. Een alleenstaande met twee jonge kinderen (3 en 5 jaar); 4. Een alleenstaande met twee oudere kinderen (14 en 16 jaar); 5. Een paar zonder kinderen; 6. Een paar met twee jonge kinderen (3 en 5 jaar); 7. Een paar met twee oudere kinderen (14 en 16 jaar); 8. Een alleenstaande vanaf de AOW-gerechtigde leeftijd met een zorgvraag.

1.2.2 Inkomensniveaus De rapportage laat zien welke effecten de landelijke en gemeentelijke maatregelen hebben op de financiële positie van de huishoudtypen bij verschillende inkomensniveaus. In overleg met de Sociale Dienst Drechtsteden is in dit rapport gekozen om begrotingen

Minima-effectrapportage Sociale Dienst Drechtsteden 2024

op te stellen met de volgende inkomensniveaus: bijstand- of AOW- niveau, 110 procent, 120 procent 130 procent en 140 procent van de geldende bijstandsnorm.

1.2.3 Armoedeval Het kan voorkomen dat een huishouden met een hoger inkomen, minder overhoudt dan met een lager inkomen, nadat rekening is gehouden met alle noodzakelijke uitgaven. Een dergelijke situatie ontstaat bijvoorbeeld doordat er geen recht meer is op inkomensondersteunende regelingen. Als een armoedeval zich voordoet binnen de gestelde kaders, dan blijkt dat uit de resultaten van dit onderzoek. Hierbij onderscheiden we twee soorten armoedevallen, namelijk een armoedeval bij uitstroom uit een bijstandsuitkering naar betaald werk (werkloosheidsval/uitstroomval) en een armoedeval bij het meer gaan verdienen (doorstroomval). Bij huishoudens boven de AOW-gerechtigde leeftijd wordt officieel niet gesproken van een armoedeval, omdat deze gewoonlijk geen inkomensstijging meemaken. Toch kan er bij hen ook sprake zijn van een geringere vrije bestedingsmogelijkheid bij een hoger inkomen.

1.2.4 Voorbeeldhuur Uit het Woononderzoek Nederland (WoON) van het CBS komt dat 96 procent van de huishoudens die de bijstandsuitkering als belangrijkste inkomstenbron hebben, in een huurwoning woont. Op basis hiervan gaan we er in deze rapportage vanuit dat huishoudens in een huurwoning wonen. De huur vormt in de meeste huishoudens de hoogste uitgave op de begroting. De huurprijzen in dit onderzoek zijn vastgesteld in overleg met de Sociale Dienst Drechtsteden, waarbij we uitgaan van de aftoppingsgrens van de huurtoeslag: € 650 voor een- en twee-persoonshuishoudens en € 697 voor huishoudens met drie of meer personen.

1.2.5 Huishoudens met een zorgvraag Bij de alleenstaande oudere met een zorgvraag worden in de begroting extra kosten meegenomen die veel voorkomen wanneer een persoon binnen het huishouden een chronische ziekte of beperking heeft. Tegelijkertijd houden we ook rekening met de regelingen die de Sociale Dienst Drechtsteden voor deze huishoudens kent. De begrotingen voor deze huishoudens zijn opgesteld aan de hand van zogenoemde zorgprofielen. Op basis van deze zorgprofielen hebben we bepaald wat voor deze huishoudens de extra kosten zijn en welke vergoedingen daar tegenover staan. Het zorgprofiel is een illustratie van hoe de situatie van mensen met een zorgvraag eruit kan zien. In werkelijkheid hebben mensen te maken met zeer uiteenlopende zorgbehoeftes en varieert de hoogte van de zorgkosten sterk in individuele gevallen. Dat betekent dat conclusies die getrokken worden op basis van de uitkomsten, rekening houdend met de zorgvraag zoals die in dit rapport is geformuleerd, niet zonder meer gelden voor iedereen met zorgkosten. Het geeft wel aan dat een deel van de vaak voorkomende zorgkosten wordt vergoed. En dat mensen in veel gevallen daarnaast nog eigen betalingen in verband met zorg hebben. In paragraaf 3.3 wordt het zorgprofiel van het huishouden met een zorgvraag verder uitgewerkt.

Minima-effectrapportage Sociale Dienst Drechtsteden 2024

1.3

Leeswijzer

Het rapport is als volgt opgebouwd. In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op de onderzoeksmethode. Hoofdstuk 3 geeft een toelichting op de landelijke en lokale inkomensondersteunende regelingen. In hoofdstuk 4 worden de resultaten weergegeven: Wat is de bestedingsruimte van de onderzochte huishoudtypen? En wat zijn de effecten van het minimabeleid op de financiële positie van deze huishoudens? Ten slotte worden in hoofdstuk 5 de conclusies en aanbevelingen beschreven. In de bijlagen wordt meer informatie gegeven over bronnen van de referentiecijfers en staan de begrotingen per huishoudtype naar inkomen.

Minima-effectrapportage Sociale Dienst Drechtsteden 2024

2 Onderzoeksmethode: begrotingen 2.1

Inleiding

Om het effect van inkomensondersteunende regelingen op de financiële positie van huishoudens te berekenen, maakt het Nibud gebruik van begrotingen. Uit deze begrotingen zijn de inkomsten en uitgaven van de huishoudens af te lezen. De begrotingen in deze rapportage zijn gemaakt voor verschillende huishoudtypen op verschillende inkomensniveaus. Hierbij gaan we ervan uit dat huishoudens in een huurwoning wonen. De begrotingen zijn voor groepen van huishoudens. De bedragen in de begrotingen zijn gemiddelden; in werkelijkheid zal de financiële situatie van de individuele huishoudens er anders uitzien. De begroting laat dus niet zien in hoeverre een individueel huishouden een sluitende begroting heeft. Bij het opstellen van de begrotingen wordt geen rekening gehouden met schulden, omdat daarover niets algemeens te zeggen valt. Schulden komen echter vaak voor onder huishoudens met lage inkomens. Ook is er geen rekening gehouden met inkomsten of betalingen vanwege alimentatie. Maandbegrotingen Alle begrotingen zijn maandbegrotingen, waarbij de inkomsten en uitgaven zijn omgerekend naar gemiddelde maandbedragen. In de praktijk kunnen er flinke verschillen zijn tussen de maanden van het jaar. Vakantiegeld wordt bijvoorbeeld vaak jaarlijks uitgekeerd, maar wordt in deze rapportage uitgedrukt in een maandelijks bedrag. Het inkomen is in iedere begroting een vast gegeven.

2.2

Inkomsten

In deze rapportage worden op vijf inkomensniveaus begrotingen opgesteld voor de betreffende voorbeeldhuishoudens: het minimuminkomen (bijstand/AOW-uitkering), 110 procent, 120 procent, 130 procent en 140 procent van de geldende bijstandsnorm. Met bijstandsniveau wordt in deze rapportage bedoeld de norm op grond van de Participatiewet, artikel 5 sub c. Uitgangspunt in deze rapportage is het totaal besteedbaar maandinkomen. Dat inkomen bestaat uit alle inkomsten van het huishouden, zoals netto salarissen, uitkeringen, kortingen op de belasting, landelijke toeslagen (zorgtoeslag, huurtoeslag, kinderopvangtoeslag en kindgebonden budget), kinderbijslag en vakantietoeslag. Hoe de regelingen doorwerken in de begrotingen en wat de invloed is op het inkomen van de verschillende huishoudens is te zien in bijlage 2. In de rapportage wordt verondersteld dat de huishoudens maximaal gebruik maken van alle inkomensondersteunende regelingen die op hen van toepassing zijn, zowel de landelijke als de gemeentelijke.

Minima-effectrapportage Sociale Dienst Drechtsteden 2024

2.3

Uitgaven: basispakket en sociale participatie

De noodzakelijke uitgaven vullen we in via een basispakket waarvan een pakket voor sociale participatie een onderdeel vormt. Het basispakket bestaat uit uitgaven die voor elk huishouden niet of moeilijk vermijdbaar zijn. In bijlage 1 staan de uitgangspunten en de samenstelling van de pakketten beschreven. Het basispakket inclusief het pakket voor sociale participatie zijn op bepaalde punten verschillend voor de diverse huishoudtypen. Een alleenstaande staat immers voor andere kosten dan bijvoorbeeld een gezin met kinderen. De pakketten bestaan uit relatief goedkope artikelen (niet de allergoedkoopste) die algemeen verkrijgbaar zijn. We houden geen rekening met tweedehands artikelen. De pakketten zijn vastgesteld in samenwerking met andere deskundigen. Zo bestaat het voedingspakket uit gezonde voeding zoals vastgesteld door het Voedingscentrum. Sociale participatie Het pakket voor sociale participatie is opgesteld door het Nibud in samenwerking met het Sociaal Cultureel Planbureau. Het gaat om uitgaven aan contributies en abonnementen, bezoek ontvangen en op bezoek gaan, vakantie/uitgaan en recreatief vervoer. Sociale participatie wordt als noodzakelijk beschouwd en is in veel gemeenten op de een of andere manier onderdeel van het minimabeleid.

Persoonlijk onvermijdbare uitgaven Naast de noodzakelijke uitgaven van de pakketten zijn er in individuele gevallen persoonlijk moeilijk of niet-vermijdbare uitgaven. Dit zijn uitgaven die voor een bepaald persoon onontkoombaar zijn. Bijvoorbeeld wanneer iemand een speciaal dieet moet volgen. Voor dit soort uitgaven is vaak een tegemoetkoming mogelijk via gemeentelijk beleid. Deze uitgaven worden in dit rapport niet meegenomen. In de begrotingen is ook geen rekening gehouden met kosten voor een huisdier of voor roken. Deze uitgaven worden niet gezien als noodzakelijk. Indien een huishouden hiervoor toch kosten heeft, wordt het saldo op de begroting lager dan in deze rapportage is weergegeven. Mensen die werken maken extra kosten ten opzichte van niet werkenden. Deze kosten zijn meegenomen in het basispakket als aparte post bij een inkomen vanaf 110 procent van het toepasselijk minimum.

2.4

Uitgavensoorten

In alle begrotingen onderscheidt het Nibud vier soorten uitgaven: • Vaste lasten. Dit zijn periodiek terugkerende uitgaven, waarbij het bedrag veelal elke periode hetzelfde is. Vaak is er een contract afgesloten voor deze uitgaven. • Reserveringsuitgaven. Dit zijn uitgaven die niet iedere maand terugkomen. De bedragen voor de verschillende reserveringsuitgaven zou een huishouden in principe maandelijks opzij moeten zetten om deze onregelmatige uitgaven direct te kunnen betalen. • Huishoudelijke uitgaven. Dit zijn regelmatig terugkerende uitgaven, waarvan het bedrag per keer (per aankoopbeurt) verschilt. • Sociale participatie. Dit zijn uitgaven die een huishouden wat vrijer kan invullen. In deze rapportage vallen daaronder: contributies en abonnementen, bezoek ontvangen en op bezoek gaan, vakantie/uitgaan en recreatief vervoer.

Minima-effectrapportage Sociale Dienst Drechtsteden 2024

Lokale tarieven In deze rapportage wordt gerekend met minimale bedragen die huishoudens nodig hebben om deze uitgaven te kunnen betalen. Voor de uitgaven is waar mogelijk uitgegaan van lokale tarieven. Voorbeelden hiervan zijn de tarieven voor gemeentelijke heffingen, de premie van de collectieve zorgverzekering en de kosten van de peuteropvang. Minimabeleid Als er inkomensondersteunende maatregelen zijn die een vergoeding vormen voor bepaalde uitgavenposten, dan is hier rekening mee gehouden in de begrotingen. De regelingen staan beschreven in het volgende hoofdstuk. Zo zijn alle meer generieke lokale minimaregelingen meegenomen in de berekeningen. Dit geldt niet voor de individuele bijzondere bijstand, omdat daarvoor geldt dat deze sterk afhankelijk is van de persoonlijke situatie.

2.5

Voorwaarden aan de begrotingen

In het onderzoek rekenen we met voorbeeldhuishoudens en met minimale bedragen. Om voor deze huishoudens berekeningen te kunnen maken moet het Nibud uitgaan van drie belangrijke voorwaarden. Het is raadzaam om rekening te houden met het feit dat die voorwaarden in de praktijk niet altijd opgaan en huishoudens daarbij hulp nodig hebben. 1. Zeer goed met geld kunnen omgaan Een goed overzicht van alle inkomsten en uitgaven is noodzakelijk. Alleen dan kan er voldoende geld opzij worden gezet om onregelmatige uitgaven te kunnen doen. Een gebrek aan goed overzicht kan vaak confronterend zijn en moeilijk te doorbreken. 2. Alle inkomensondersteuning aanvragen Toeslagen en tegemoetkomingen beslaan vaak een groot deel van het totale inkomstenplaatje. Het is daarom voor huishoudens belangrijk om te weten op welke inkomensondersteuning men recht heeft en hoe en waar deze moet worden aangevraagd. Het tijdig doorgeven van gegevens is hierbij belangrijk. En daarmee dus ook een actieve houding. 3. Geen grote persoonlijk onvermijdbare uitgaven hebben Hoge persoonlijk onvermijdbare uitgaven zoals afbetalingen, zorgkosten of een hoge huur, kunnen het moeilijk of onmogelijk maken om een sluitende begroting op te stellen. Als de uitgaven niet omlaag gebracht kunnen worden, dan resteert er niks anders dan om te bezuinigen op overige uitgaven.

In het geval van de begrotingen met minimale uitgaven, zoals ze in dit rapport zijn opgesteld, ontstaat het gevaar dat er ook bezuinigd wordt op noodzakelijke uitgaven. Dit kan ertoe leiden dat er totaal geen reserves meer zijn om tegenslagen op te kunnen vangen, dat rekeningen niet meer betaald worden waardoor schulden ontstaan of dat gezondheidsbedreigende omstandigheden ontstaan. Deze voorwaarden zijn voor een deel te vangen in competenties voor goed financieel beheer. Het gaat hierbij niet alleen om vaardigheden, maar ook om gedragsaspecten. Daarom is inkomensondersteuning alleen niet voldoende. Het is ook belangrijk om ondersteuning op het gebied van het aanleren van vaardigheden te bieden, aangevuld met ondersteuning die rekening houdt met min of meer individuele gedragsaspecten.

Minima-effectrapportage Sociale Dienst Drechtsteden 2024

2.6

De begrotingen

Volgens de methodiek die hierboven staat beschreven, worden de begrotingen opgesteld. Deze begrotingen staan in bijlage 2.

Minima-effectrapportage Sociale Dienst Drechtsteden 2024

3 Minimabeleid In dit hoofdstuk worden diverse landelijke en gemeentelijke regelingen voor inkomensondersteuning van minima beschreven. Alleen de regelingen die in de berekeningen zijn meegenomen komen in dit hoofdstuk aan bod. Paragraaf 3.1 beschrijft de landelijke regelingen; in paragraaf 3.2 komen de lokale inkomensondersteunende regelingen aan bod.

3.1

Landelijk beleid

Bij het opstellen van de begrotingen worden de landelijke uitkeringen, de landelijke heffingskortingen, de landelijke toeslagen en de kinderbijslag in de berekeningen opgenomen. In 2024 zijn er op dit terrein een aantal belangrijke onderdelen aangepast die van invloed zijn op de financiële positie van huishoudens met een laag inkomen: een hogere huurtoeslag, een hoger minimumloon en een hogere bijstandsuitkering en AOW. Maar de energietoeslag voor financieel kwetsbare huishoudens verdwijnt. Daarnaast verandert de hoogte van de meeste belastingschijven. Specifiek gaat het om de volgende veranderingen per 1 januari 2024: 1. Door de hoge inflatie zijn de heffingskortingen met 10 procent geïndexeerd (verhoogd). 2. De huurtoeslag stijgt en het kindgebonden budget stijgt sterk. 3. Minimumloon en uitkeringen stijgen. 4. De zorgtoeslag daalt. Landelijke heffingskortingen Heffingskortingen zijn kortingen op de belasting. Hiermee wil de overheid bepaalde groepen ondersteunen. Denk aan ouders, ouderen en gehandicapten. Door de heffingskorting betalen zij minder belasting. Er zijn verschillende heffingskortingen: • Algemene heffingskorting: voor iedereen vanaf 18 jaar die inkomstenbelasting betaalt, ook als men niet werkt. • Arbeidskorting: voor iedereen die betaald werk doet, ook als men daarnaast nog gedeeltelijk een uitkering ontvangt.

• Inkomensafhankelijke combinatiekorting: voor werkende ouders met kinderen jonger dan 12 jaar. Deze wordt toegekend aan de alleenstaande ouders of aan de minstverdienende fiscale partner. • Ouderenkorting en alleenstaande ouderenkorting: voor AOW-gerechtigden.

Tabel 1:Tabel landelijke heffingskortingen in bedragen per jaar Algemene heffingskorting

Onder AOW-leeftijd Vanaf AOW-leeftijd

Arbeidskorting Inkomensafhankelijke combinatiekorting Ouderenkorting Alleenstaande ouderenkorting

Minima-effectrapportage Sociale Dienst Drechtsteden 2024

2023 € 3.070 € 1.583 € 5.052 € 2.694

2024 € 3.362 € 1.735 € 5.532 € 2.950

€ 1.835 € 478

€ 2.010 € 524

Landelijke toeslagen Toeslagen zijn bijdragen van de overheid om tegemoet te komen in de kosten voor de zorgverzekering, huur of kind(eren). Of een huishouden recht heeft op bepaalde toeslagen, is afhankelijk van een aantal factoren (bijvoorbeeld inkomen). De volgende toeslagen (2024) zijn van belang voor de voorbeeldhuishoudens. Zorgtoeslag Zorgtoeslag is een bijdrage van de overheid voor de kosten van de zorgverzekering. Iemand kan aanspraak maken op zorgtoeslag vanaf 18 jaar. Dit geldt voor zowel alleenstaanden als stellen. Naast de inkomensgrens is er ook een vermogensgrens voor de zorgtoeslag. Hoe lager het inkomen, hoe meer toeslag iemand ontvangt. Tabel 2: Zorgtoeslag bedragen Inkomensgrens alleenstaand Inkomensgrens paar Vermogensgrens alleenstaand Vermogensgrens paar Maximaal maandbedrag alleenstaand Maximaal maandbedrag paar

€ 38.520 € 48.224 € 127.582 € 161.329 € 154 € 265

€ 37.496 € 47.368 € 140.213 € 177.301 € 123 € 236

Huurtoeslag Huurtoeslag is een bijdrage van de overheid in de huurkosten. Huurders van een zelfstandige huurwoning kunnen in aanmerking komen voor huurtoeslag. De hoogte van de huurtoeslag is afhankelijk van het inkomen, het vermogen, de huishoudsamenstelling en de huur. Vanaf 1 januari 2020 kent de huurtoeslag geen inkomensgrenzen meer, maar wordt de huurtoeslag inkomensafhankelijk afgebouwd. De vermogensgrens voor de huurtoeslag is per persoon. Huishoudens krijgen boven de minimale basishuur 1 volledige huurtoeslag tot een bepaalde huur. Vanaf deze huur wordt 65 procent vergoed. Alleenstaanden of ouderen/hulpbehoevenden krijgen daarnaast nog hierboven tot de hoogste huurgrens nog 40 procent vergoed. Tabel 3: Huurtoeslag bedragen Vermogensgrens per persoon Huurgrens volledige huurtoeslag Huurgrens 65% huurtoeslag 1p en 2p Huurgrens 65% huurtoeslag 3p of meer Huurgrens 40%

€ 33.748 € 452,20 € 647,19 € 693,60 € 808,06

€ 36.952 € 454,47 € 650,43 € 697,07 € 879,66

____________________ 1

Minima-effectrapportage Sociale Dienst Drechtsteden 2024

Kinderopvangtoeslag Kinderopvangtoeslag is een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang. De kinderopvangtoeslag is geregeld in de Wet Kinderopvang. De wet geldt voor dagopvang voor kinderen van 0 tot 4 jaar en buitenschoolse opvang voor basisschoolkinderen. Maar ook voor opvang door ouderparticipatiecrèches of gastouders via een gastouderbureau en voor de peuteropvang. Informele opvang door familie of kennissen valt hier niet onder. Om voor kinderopvangtoeslag in aanmerking te komen moet de instelling zijn aangemeld bij het Landelijk Register Kinderopvang. Ook moeten, in het geval van paren, beide ouders werken, tenzij er een re-integratietraject wordt gevolgd. Tabel 4: Kinderopvangtoeslag bedragen per uur Maximale vergoeding dagopvang Maximale vergoeding buitenschoolse opvang

€ 9,12 € 7,85

€ 10,25 € 9,12

Kindgebonden budget Elk huishouden met kinderen jonger dan 18 jaar komt in aanmerking voor het kindgebonden budget. Dit is een maandelijkse, inkomensafhankelijke bijdrage in de kosten van kinderen. Voorwaarde is dat iemand zijn of haar kind ‘in belangrijke mate onderhoudt’. Er geldt een inkomensgrens. Na de inkomensgrens wordt de hoogte van het bedrag geleidelijk afgebouwd. In 2024 is deze inkomensgrens voor alleenstaande ouders verhoogd en voor paren juist verlaagd. Het bedrag is flink verhoogd: Het maximale bedrag gaat voor het eerste kind met € 65 omhoog naar € 203 per maand en vanaf het tweede kind met € 75 omhoog naar eveneens € 203 per maand. Daarnaast gaat het extra bedrag voor kinderen van 12 tot en met 15 jaar met € 35 omhoog naar € 57 per maand en voor kinderen van 16 tot en met 17 jaar met € 37 omhoog naar € 77 per maand. Het extra bedrag voor alleenstaande ouders gaat € 30 omlaag naar € 290 per maand. Tabel 5: Kindgebonden budget Inkomensgrens alleenstaande Inkomensgrens paar Alleenstaande ouderkop

€ 25.070 € 43.397 € 320,67

€ 26.819 € 35.849 € 290

Kinderbijslag Een ouder heeft recht op kinderbijslag voor eigen kinderen en stiefkinderen tot 18 jaar en soms voor pleegkinderen tot 16 jaar. Kinderbijslag wordt eenmaal per kwartaal uitgekeerd. De bedragen worden in het geval van meerdere kinderen bij elkaar opgeteld. De bedragen voor kinderbijslag zijn afhankelijk van de leeftijd van het kind en onafhankelijk van het inkomen. Tabel 6: kinderbijslag 0 – 6 jaar 6 – 12 jaar 12 – 18 jaar

€ 261,70 € 317,77 € 373,85

Minima-effectrapportage Sociale Dienst Drechtsteden 2024

€ 279,49 € 339,38 € 399,27

3.2

Lokaal minimabeleid

Naast de landelijke inkomensondersteunende maatregelen heeft de gemeente Drechtsteden voor huishoudens met een laag inkomen ook een lokaal minimabeleid. De regelingen die worden opgenomen in de begrotingen komen in de volgende paragrafen aan bod.

3.2.1 Kwijtscheldingsbeleid Het kwijtscheldingsbeleid van gemeentelijke belastingen is lokaal beleid en verschilt per Drechtsteden gemeente. In elk van de Drechtsteden kan kwijtschelding worden verkregen voor de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. In Papendrecht en Alblasserdam is er geen sprake van rioolheffing. Hendrik-Ido-Ambacht, Papendrecht, Zwijndrecht en HardinxveldGiessendam kennen voor de afvalstoffenheffing naast een vast tarief ook een variabel tarief, afhankelijk van de aangeboden hoeveelheid afval. Aan de kwijtschelding voor dit variabele tarief is een maximum gebonden. Gemeentebelastingen en basisinformatie (GBD) doet de belastingen voor Dordrecht, Hendrik-Ido-Ambacht, Sliedrecht, Zwijndrecht en Papendrecht. Alblasserdam en Hardinxveld-Giessendam regelen de kwijtschelding via het samenwerkingsverband van een aantal gemeenten en waterschappen, de SVHW. Voor alle gemeenten geldt dat er bij het vaststellen van de kwijtschelding getoetst wordt aan 100 procent van de norm op grond van de Participatiewet. Dat wil zeggen dat, afhankelijk van het vermogen, huishoudens met een inkomen op bijstandsniveau in principe geen gemeentelijke heffingen hoeven te betalen. Bij een inkomen hierboven wordt de betalingscapaciteit berekend door het inkomen te verminderen met het norminkomen.

Er vindt een correctie plaats voor de eigen uitgaven aan huur en voor nominale ziektekostenpremies. De beleidsvrijheid ten aanzien van het kwijtscheldingsbeleid wordt bepaald door landelijke regelgeving. Hierbij wordt aan gemeenten de mogelijkheid geboden om rekening te houden met de kosten voor kinderopvang en om voor AOW’ers uit te gaan van de netto AOW in plaats van de bijstandsbedragen. In de meeste Drechtsteden wordt van beide mogelijkheden gebruikgemaakt. Alblasserdam en Hardinxveld-Giessendam wijken af: zij houden geen rekening met de kosten van kinderopvang en hanteren niet de verhoogde AOW-normen voor ouderen. Bij het waterschap Hollandse Delta (Dordrecht, Zwijndrecht en Hendrik-Ido-Ambacht) en het waterschap Rivierenland (Papendrecht, Sliedrecht, Alblasserdam en HardinxveldGiessendam) is kwijtschelding mogelijk voor de zuiveringsheffing en de watersysteemheffing en wegenheffing. Bij de berekening van de kwijtschelding hanteren beide waterschappen de norm van maximaal 100 procent van de bijstandsnorm. De waterschappen houden geen rekening met de kosten van kinderopvang. Het waterschap Rivierenland hanteert wel de verhoogde AOW-normen, Hollandse Delta doet dit niet. De kwijtschelding voor de gemeente en voor het waterschap wordt apart berekend. Wel houden de gemeenten rekening met de betaalde belasting aan anderen, zoals waterschap en rijksbelastingdienst.

Minima-effectrapportage Sociale Dienst Drechtsteden 2024

3.2.2 Collectieve (aanvullende) zorgverzekering Om ervoor te zorgen dat inwoners met een financieel kwetsbare positie niet voor onverwachte hoge kosten komen te staan bij een zorgvraag, biedt de Sociale Dienst Drechtsteden inwoners een laag inkomen een collectieve zorgverzekering aan: het VGZ GemeentePakket. Deelnemers kunnen kiezen uit drie pakketten tegenover een relatief lagere premie, waarmee de kwetsbaarheid vanuit zowel gezondheids- als financieel perspectief ondervangen kan worden. Kinderen jonger dan 18 jaar zijn volledig gratis meeverzekerd. Tabel 7: kosten zorgverzekering VGZ GemeentePakket Compact VGZ GemeentePakket Compleet VGZ GemeentePakket Compleet + € 0 eigen risico

€ 157,85 € 187,70 € 203,10

Om voor de collectieve zorgverzekering in aanmerking te komen, hanteert de Sociale Dienst Drechtsteden een inkomensgrens van € 2.801 bruto per maand, inclusief 8 procent vakantietoeslag (2023)2. Voor alleenstaanden en alleenstaande ouders betekent dit dat zij ook bij een inkomen op 140 procent van de geldende bijstandsnorm aan kunnen sluiten bij de collectieve polis, paren kunnen dit tot en met een inkomen van 120 procent. In de begrotingen (zie bijlage 2) rekenen we met het middelste pakket, Gemeentepakket Compleet. Alleen voor de oudere met een zorgvraag rekenen we met het duurste pakket, waarbij ook het eigen risico is meeverzekerd. Voor paren met een inkomen op 130 en 140 procent van de geldende bijstandsnorm, die niet voor een gemeentepakket in aanmerking komen, gaan we uit van een gemiddelde basisverzekering plus aanvullende verzekering. De kosten van de premie zijn in de begrotingen opgenomen onder de uitgavepost “zorgverzekering”. De zorgtoeslag die huishoudens ontvangen is in de begrotingen opgenomen bij de inkomsten. Daarnaast gaan we ervan uit dat huishoudens maandelijks moeten reserveren voor het eigen risico van 385 euro per jaar, omdat zij dit geld waarschijnlijk niet op de plank hebben liggen, als zij dit (onverwacht) nodig hebben. Dit bedrag is opgenomen onder de post “eigen risico zorgverzekering”.

Voor de oudere met een zorgvraag is deze post op nul euro gezet, omdat het eigen risico is herverzekerd.

3.2.3 Bijzondere bijstand De Sociale Dienst Drechtsteden verstrekt voor bijzondere en noodzakelijke kosten individuele bijzondere bijstand. Uitgangspunt hierbij is dat er geen draagkracht is bij een inkomen tot 110 procent van de geldende bijstandsnorm. Van het meerinkomen wordt 35 procent als draagkracht beschouwd. Het vermogen mag niet hoger zijn dan wettelijk vrij te laten vermogen, voor het meerdere geldt een draagkracht van 100 procent. ____________________

Minima-effectrapportage Sociale Dienst Drechtsteden 2024

De individuele bijzondere bijstand wordt in dit onderzoek niet meegenomen omdat deze sterk afhankelijk is van de persoonlijke situatie. Uitzondering is het huishouden met een zorgvraag. Bij dit huishoudtype gaan we uit van een aantal veronderstellingen die worden beschreven in paragraaf 3.3. Indien voor een of meer van deze voorzieningen individuele bijzondere bijstand kan worden aangevraagd, wordt dit meegenomen in de begroting. Daarnaast wordt voor huishoudens met jonge kinderen de vergoeding voor de peuteropvang vanuit de bijzondere bijstand meegenomen (zie paragraaf 3.2.8).

3.2.4 Het Persoonlijk minimabudget Het Persoonlijk minimabudget (PMB) is bedoeld voor inwoners vanaf 21 jaar tot de AOWleeftijd. Er is geen recht op het PMB als er zicht is op inkomensverbetering en bij gebleken onvoldoende inspanningen om tot inkomensverbetering te komen. De regeling is vergelijkbaar met de Individuele Inkomenstoeslag, zoals die in andere gemeenten veelal bestaat. Het bedrag, de inkomensgrens en de referteperiode van het PMB verschillen per gemeente, dit is schematisch weergegeven in onderstaande tabel: Tabel 8: Bedrag, inkomensgrens en referteperiode PMB in de diverse gemeenten Gemeente Bedrag Inkomensgrens Referteperiode 45% bijstandsnorm + € 100,Alblasserdam 120% 1 jaar netto extra naar huishoudens met oudere kinderen Dordrecht 40% bijstandsnorm + € 100,120% 1 jaar netto extra naar huishoudens met oudere kinderen Hardinxveld-Giessendam 35% bijstandsnorm 110% 2 jaar Hendrik-Ido-Ambacht 45% bijstandsnorm + € 100,120% 1 jaar netto extra naar huishoudens met kinderen Papendrecht 40% bijstandsnorm + € 100,120% 1 jaar netto extra naar huishoudens met oudere kinderen Sliedrecht 35% bijstandsnorm + € 100,110% 1 jaar netto extra naar huishoudens met oudere kinderen Zwijndrecht 40% bijstandsnorm + € 100,120% 1 jaar netto extra naar huishoudens met oudere kinderen * Met oudere kinderen wordt bedoeld kinderen van 12 jaar t/m 17 jaar

Bij de resultaten van deze rapportage worden de saldi van huishoudens die in aanmerking komen voor het PMB apart gepresenteerd.

3.2.5 Ik-doe-mee-premie Inwoners die gedurende tenminste zes maanden minimaal vier uur per week gewerkt hebben op een participatieplek of vrijwilligerswerk hebben verricht, kunnen in aanmerking komen voor een Ik-doe-mee-premie. Het gaat om een jaarlijkse vergoeding van € 250.

Minima-effectrapportage Sociale Dienst Drechtsteden 2024

Deze vrijwilligersbonus is bedoeld voor inwoners tussen de 18 jaar en de AOW-leeftijd, met een inkomen dat niet hoger is dan 110 procent van de geldende bijstandsnorm. Het vermogen mag niet hoger zijn dan de geldende vermogensgrens. Ook moet de inwoner over een verklaring beschikken van de organisatie waar de werkzaamheden worden uitgevoerd. Net als bij het PMB worden de saldi van huishoudens die in aanmerking komen voor de betreffende bonus apart gepresenteerd. We gaan hierbij uit van één bonus per huishouden.

3.2.6 Het SMS-Kinderfonds Het doel van het SMS-kinderfonds is sociale uitsluiting van kinderen van minima te voorkomen. Dit wordt bereikt door kinderen in staat te stellen deel te nemen aan activiteiten die hun maatschappelijke participatie kunnen bevorderen. Het SMSkinderfonds verstrekt vergoedingen voor de kosten van bijvoorbeeld de sportclub, muziekles of het lidmaatschap van een vereniging. De uitvoering is belegd bij Stichting Leergeld Drechtsteden. In afwijking hiervan wordt de regeling in Dordrecht beschikbaar gesteld via de Dordtpas.3 De bijdrage is bedoeld voor huishoudens met kinderen in de leeftijd van 4 tot 18 jaar, met een inkomen dat niet hoger is dan 140 procent van de geldende bijstandsnorm. Het vermogen wordt niet getoetst. De hoogte van de vergoedingen verschilt tussen de basisschool en middelbare school/MBO/HBO: voor scholieren op de basisschool geldt een maximaal bedrag van € 275 per jaar per kind en voor middelbare scholieren of leerlingen aan het MBO/HBO is dit bedrag van € 790. In Dordrecht is het tegoed voor basisschoolleerlingen iets hoger, namelijk € 300. Bovendien ligt de inkomensgrens voor paren met oudere kinderen hier hoger, te weten op 150 procent van de norm. Ook Hardinxveld-Giessendam wijkt af: hier geldt een inkomensgrens van 130 procent en het vermogen mag niet hoger zijn dan het wettelijk vrij te laten vermogen.

In de begrotingen gaan we ervan uit dat het gehele bedrag wordt ingezet. Voor scholieren op de basisschool is dit verdeeld over de post “onderwijs” (€ 125) en de post “sociale participatie” (€ 150, voor Dordrecht € 175). Voor middelbare scholieren gaan we uit van € 200 voor onderwijs en € 410 voor sociale participatie. Daarnaast rekenen we € 90 voor een laptop (uitgaande van een levensduur van 5 jaar), wat ook is verrekend met de post “onderwijs” en € 90 voor een fiets, wat is verrekend met de post “vervoer”.

3.2.7 Reiskostenvergoeding woon-werkverkeer Inwoners die vanuit de bijstand aan het werk gaan en dan een inkomen hebben dat niet hoger is dan 110 procent van de geldende bijstandsnorm en geen in aanmerking te nemen vermogen hebben, komen in aanmerking voor een tegemoetkoming in de reiskosten voor woon-werkverkeer.

____________________

Minima-effectrapportage Sociale Dienst Drechtsteden 2024

De hoogte van de vergoeding per maand is afhankelijk van het aantal te reizen kilometers. De vergoeding wordt niet verstrekt wanneer het werkadres zich minder dan vijf kilometer bevindt van het woonadres. De heen- en terugreis worden vergoed. Voor het openbaar vervoer (ov), wordt de vergoeding berekend via de routeplanner op 9292.nl. Bij een auto wordt € 0,21 per kilometer vergoed. De vergoeding wordt per persoon toegekend voor de duur van maximaal 24 maanden. De reiskostenvergoeding via de werkgever mag niet hoger zijn dan de vergoeding zoals de gemeente deze berekent. Het eerste jaar worden alle reiskosten vergoed, het tweede jaar wordt de helft vergoed. In de begrotingen wordt deze regeling verrekend met de post “werkgerelateerde kosten”, bij een inkomen op 110 procent. Op bijstandsniveau worden geen werkgerelateerde kosten meegenomen, omdat wij hier uitgaan van de situatie dat iemand een bijstandsuitkering ontvangt en dus niet van werk met een inkomen op bijstandsniveau. We gaan uit van vergoeding van de helft van de kosten.

3.2.8 Kinderopvang en peuteropvang Kinderopvang Op grond van de Wet kinderopvang kunnen ouders van kinderen tot 12 jaar een tegemoetkoming toegekend krijgen voor de kosten van kinderopvang, de kinderopvangtoeslag. Vervolgens resteert een eigen bijdrage voor deze kosten. De Sociale Dienst Drechtsteden kent een tegemoetkoming voor deze eigen bijdrage voor huishoudens met een laag inkomen. Alleen de gemeente Hardinxveld-Giessendam biedt deze regeling niet aan. De inkomensgrens om voor deze vergoeding in aanmerking te komen is bij de meeste gemeenten 130 procent van de geldende bijstandsnorm. Hendrik-Ido-Ambacht en Alblasserdam gaan uit van een inkomensgrens van 120 procent. De hoogte van de vergoeding is afhankelijk van de hoogte van de eigen bijdrage. In principe bedraagt de eigen bijdrage bij de laagste inkomens 4 procent van de totale kosten. De Sociale Dienst Drechtsteden vergoedt niet de eigen bijdrage die wordt veroorzaakt doordat een kinderopvangorganisatie een hoger uurtarief hanteert dan het maximumuurtarief van de Belastingdienst. In een dergelijk geval moet de inwoner het meerdere zelf betalen; dit zorgt dus voor een hogere eigen bijdrage. In de begrotingen wordt gerekend met het uurtarief van de belastingdienst. Indien er geen recht bestaat op kinderopvangtoeslag bestaat er ook geen recht op een tegemoetkoming.

Eenverdieners (kostwinnergezin) of werkloze alleenstaande ouders komen niet in aanmerking voor kinderopvangtoeslag en dus ook niet voor de tegemoetkoming. Voor alleenstaande ouders met een inkomen boven bijstandsniveau gaan we uit van inkomen uit werk en gebruik van de kinderopvang. Bij een inkomen op 110 procent van de geldende bijstandsnorm rekenen we met 20 uur kinderopvang per week, bij een inkomen op 120 en 130 procent gaan we uit van 30 uur kinderopvang en bij 140 procent rekenen we met 40 uur kinderopvang per week. We gaan uit van 45 weken kinderopvang per jaar.

Minima-effectrapportage Sociale Dienst Drechtsteden 2024

Peuteropvang Een alleenstaande ouder met een bijstandsuitkering hoeft geen gebruik van de kinderopvang te maken; daarom zijn in de begrotingen op 100 procent geen kosten voor kinderopvang opgenomen. Wel wordt ervan uitgegaan dat twee dagdelen per week gebruik wordt gemaakt van de peuteropvang. Ook voor paren zonder werk (met een bijstandsuitkering) of paren waarvan één van beide partners werkt (met een inkomen van 110 procent tot en met 140 procent van de norm) gaan we ervan uit dat zij geen gebruik maken van de kinderopvang, maar van twee dagdelen peuteropvang. De Sociale Dienst Drechtsteden verstrekt bijzondere bijstand voor de eigen bijdrage voor peuteropvang voor maximaal twee dagdelen per week. Hierbij geldt een inkomensgrens van 120 procent van de geldende bijstandsnorm. Als het inkomen hoger is, wordt de eigen bijdrage niet vergoed en wordt uitgegaan van de VNG Adviestabel ouderbijdrage peuteropvang 2024. De kosten voor kinderopvang en peuteropvang zijn in de begrotingen opgenomen onder de post “kinderopvang”. Hierbij is rekening gehouden met de tegemoetkomingen die de Sociale Dienst Drechtsteden verstrekt. De kinderopvangtoeslag die de betreffende huishoudens ontvangen is in de begrotingen opgenomen bij de inkomsten.

3.2.9 Individuele gemeentelijke regelingen Naast de hierboven beschreven regelingen, kennen twee Drechtsteden-gemeenten individuele regelingen. Deze worden hieronder behandeld. Dordrecht: de OV-regeling voor minima Huishoudens die in het bezit zijn van een Dordtpas (met een inkomen dat niet hoger is dan 140 procent van de geldende bijstandsnorm) kunnen een OV-daluren abonnement binnen de Dordtse regio aanvragen. Dordtse minima die in 2024 18 jaar of ouder zijn, kunnen een abonnement aanvragen, waarmee zij 40 procent korting in de daluren ontvangen. AOW-gerechtigden kunnen zelfs gratis in de daluren reizen. In de begrotingen is dit verwerkt in de posten “vervoer” en “sociale participatie” (omdat in deze post een deel voor recreatief vervoer is opgenomen). Aangezien het niet altijd mogelijk is om in de daluren te reizen en omdat ook gereisd zal worden buiten de regio, gaan we voor deze regeling uit van de helft van de vervoerskosten. Dat betekent dat voor AOW-gerechtigden deze vervoerskosten zijn gehalveerd. Bij minima tussen de 18 jaar en de AOW-leeftijd hebben we de helft van de vervoerskosten met 40 procent verminderd. Zwijndrecht: kledingregeling In de gemeente Zwijndrecht kunnen kinderen van ouders met een laag inkomen (maximaal 140 procent van de geldende bijstandsnorm) € 75 per jaar krijgen voor kleding en schoenen bij deelnemende winkels in en rond Zwijndrecht.

De regeling is bedoeld voor kinderen tot en met 17 jaar. In de begrotingen is dit verrekend met de post “kleding”. Zwijndrecht: Sport- en Cultuurfonds 18+ Inwoners van de gemeente Zwijndrecht met een inkomen dat niet hoger is dan 140 procent van de bijstandsnorm, kunnen jaarlijks € 250 aanvragen bij het Sport- en Cultuurfonds 18+. Bijvoorbeeld voor de sportschool, de bibliotheek of een museumjaarkaart. In de begrotingen is dit verrekend met de post “sociale participatie”.

Minima-effectrapportage Sociale Dienst Drechtsteden 2024

Hardinxveld-Giessendam: Primerabon De gemeente Hardinxveld-Giessendam stelt twee maal per jaar een Primerabon van € 50 ter beschikking aan ieder huishouden met kinderen tussen de 11 en 17 jaar dat in contact is geweest met het Sociaal Team. Hier wordt geen inkomenstoets voor gehanteerd. De welzijnsorganisatie Servanda en de voedselbank geven deze bonnen ook uit (via het Sociaal Team). Omdat de bonnen alleen bedoeld zijn voor huishoudens die in contact zijn geweest met het Sociaal Team, rekenen we deze bijdrage niet mee in de begrotingen.

3.3

Huishoudens met een zorgvraag

In dit onderzoek wordt ook naar een huishouden met extra zorgkosten gekeken, te weten een alleenstaande oudere (AOW-gerechtigd) met een chronische ziekte of beperking. Hieronder wordt eerst dieper ingegaan op de voorzieningen van de Drechtsteden gemeenten voor huishoudens met een zorgvraag. Daarna wordt het profiel van dit huishoudtype nader omschreven en wordt bekeken wat het effect van de regelingen is op de maandbegroting van de huishoudens met een zorgvraag. 3.3.1 Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) De Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) zorgt ervoor dat mensen met een handicap, chronisch zieken en ouderen een zo normaal mogelijk dagelijks leven kunnen leiden. De gemeente bekijkt of hulp nodig is en waarmee iemand het beste is geholpen. Iedere gemeente regelt dit op zijn eigen manier. Naast algemene taken, zoals het vergroten van de leefbaarheid in de gemeente, heeft de gemeente op basis van de Wmo de volgende taken: ondersteuning van mensen met een lichamelijke, psychische of verstandelijke beperking zodat zij mee kunnen doen aan de samenleving, bijvoorbeeld door begeleiding, zinvolle daginvulling, huishoudelijke verzorging, woningaanpassing, vervoer of een rolstoel; ondersteuning van mantelzorgers en vrijwilligers, bijvoorbeeld door trainingen, of ondersteuning in het geval dat de mantelzorger ziek is.

3.3.2 Collectieve zorgverzekering Zoals in paragraaf 3.2.2 staat beschreven, kent de Sociale Dienst Drechtsteden een uitgebreide collectieve zorgverzekering waar huishoudens met extra zorgkosten veel profijt van kunnen hebben: het VGZ Gemeentepakket Compleet. Via dit pakket wordt onder meer de eigen bijdrage voor Wmo maatwerkvoorzieningen vergoed. Inwoners die hoge zorgkosten verwachten, waar we bij de huishoudens met een zorgvraag van uitgaan, kunnen kiezen voor een pakket waarbij het volledig eigen risico is meeverzekerd. De premie van dit pakket bedraagt € 203,10.

3.3.3 Meerkosten huishoudens met zorgvraag Om de begrotingen voor het huishouden met een zorgvraag op te maken, hebben we een zogenoemd zorgprofiel opgesteld. Hiermee kunnen we bepalen welke extra kosten dit huishoudens heeft, en welke vergoedingen daar tegenover staan. Het profiel is opgesteld door het Nibud, in samenspraak met Ieder(In).4 ____________________

Minima-effectrapportage Sociale Dienst Drechtsteden 2024

Het profiel voor het huishouden vanaf de AOW-gerechtigde leeftijd ziet er als volgt uit: Stofwisselingsziekte Bril Gehoorapparaat Rollator Eigen bijdragen aan genees- en hulpmiddelen van € 54 per maand Lichte vorm van incontinentie Maakt gebruik van de maaltijdvoorziening Is aangewezen op een energieverrijkt dieet 3 uur huishoudelijke verzorging per week 14 uur persoonlijke verzorging per week 4 uur verpleging per week Personenalarmering Gebruik belbus/collectief vervoer Woningaanpassing (drempels weg, traplift) Gezien het bovenstaande, zal de begroting van de huishoudens met een zorgvraag op diverse punten afwijken van de standaardbegrotingen: Huishoudelijke hulp De huishoudelijke hulp is in de Drechtsteden een maatwerkvoorziening. Voor de maatwerkvoorziening geldt een eigen bijdrage via het CAK van maximaal € 20,60 per maand. In de Drechtsteden wordt de eigen bijdrage vergoed via de collectieve zorgverzekering. Indien er geen collectieve verzekering is afgesloten kunnen deze kosten via de bijzondere bijstand worden vergoed. We gaan uit van het meest uitgebreide pakket van de collectieve zorgverzekering. Gezien de inkomensgrens kunnen alleenstaanden hier op alle onderzochte inkomensniveaus gebruik van maken. In de begrotingen zijn daarom geen kosten opgenomen voor de eigen bijdrage.

Persoonlijke verzorging en verpleging De persoonlijke verzorging en verpleging vallen in het basispakket van de zorgverzekering. Hierdoor komen er dus geen extra kosten bij. Maaltijdvoorziening De maaltijdvoorziening zorgt voor meerkosten ten opzichte van de situatie waarin de warme maaltijd zelf wordt bereid. In deze rapportage veronderstellen we dat de AOWgerechtigde met zorgvraag niet in staat is om zelf te koken. Voor de kosten van de maaltijdvoorziening is een vergoeding mogelijk vanuit de bijzondere bijstand. Per maaltijd wordt een normbedrag verstrekt van € 5,14 voor maximaal 365 dagen per kalenderjaar. De kosten voor een zelf bereide maaltijd voor een alleenstaande oudere bedragen € 2,84, volgens de Nibud prijzengids. Inclusief de vergoeding van € 5,14, moet hier een volledige warme maaltijd van bekostigd kunnen worden. In de begrotingen wordt rekening gehouden met de draagkracht. Bij een inkomen tot 110 procent van de geldende bijstandsnorm is geen sprake van draagkracht; van het meerinkomen wordt 35 procent als draagkracht beschouwd.

Minima-effectrapportage Sociale Dienst Drechtsteden 2024

Huishoudens met draagkracht betalen dus (een deel) van de kosten voor de maaltijdvoorziening zelf. Deze kosten zijn in de begrotingen van de alleenstaande oudere met zorgvraag opgenomen onder de post “voeding”. Dieetkosten Het voorbeeldhuishouden vanaf de AOW-leeftijd met een zorgvraag maakt gebruik van een specifiek dieet. De meerkosten van verschillende diëten kunnen zeer uiteenlopen. Bij deze zorgvraag wordt uitgegaan van een energieverrijkt dieet. De meerkosten van dit dieet bedragen € 400 per jaar. Vergeleken met andere diëten is dit niet bijzonder hoog. Het huishouden kan een beroep doen op de forfaitaire belastingaftrek voor dit type dieet. Ook kan bijzondere bijstand worden verstrekt. Bij een inkomen boven 110 procent van de norm, wordt hierbij rekening gehouden met de draagkracht. Dit is verrekend moet de post “voeding”. Collectief vraagafhankelijk vervoer De huishoudens met een zorgvraag maken gebruik van collectief vraagafhankelijk vervoer. In de Drechtsteden kan hiervoor gebruik worden gemaakt van de Drechthopper. Het maximaal aantal kilometers is 1.500 per jaar. Wat betreft de kosten geldt in zes van de zeven gemeenten in de Drechtsteden een opstaptarief van € 0,65 en een kilometertarief van € 0,10 in de daluren. In de spitsuren hanteren deze zes gemeenten een opstaptarief van € 1,08 en een kilometertarief van € 0,18.

Hendrik-Ido-Ambacht wijkt als enige gemeente af. In deze gemeente geldt een opstaptarief van € 0,60 en een kilometertarief van € 0,10 in de daluren; in de spitsuren is er een opstaptarief van € 0,84 en een kilometertarief van € 0,15. In deze rapportage wordt bij de alleenstaande oudere met zorgvraag gerekend met vier reizen per maand van vijf kilometer enkele reis, wat neerkomt op € 9,20 per maand (daltarief). In Hendrik-Ido-Ambacht zijn de kosten € 8,80. Huishoudens met een zorgvraag hebben vaak te maken met kosten in verband met vervoer naar het ziekenhuis en/of specialist. Voor dit vervoer gaan we ook uit van het gebruik van collectief vraagafhankelijk vervoer. We gaan uit van 8 reizen per jaar van 10 kilometer enkele reis. Omdat het tijdstip dat gereisd wordt niet zelf bepaald kan worden, maar afhankelijk is van de afspraak met de specialist, gaan we hier uit van een gemiddelde van het daltarief en spitsdarief. Dit komt neer op € 3,02 per maand. In Hendrik-Ido-Ambacht is dit € 2,63. We gaan ervan uit dat de personen met een zorgvraag geen gebruik maken van de fiets; de kosten daarvan zijn daarom uit de begroting gehaald. De vervoerskosten komen daarmee uit op € 12,22 per maand en in Hendrik-Ido-Ambacht op € 11,43. Deze kosten zijn opgenomen onder de post “vervoer”.

Waskosten Voor de extra waskosten in verband met incontinentie gaan we uit van twee keer per week extra wassen, wat neerkomt op € 16 per maand. Voor de extra waskosten is bijzondere bijstand mogelijk, waarbij we rekening houden met de draagkracht. Kosten die eventueel zelf nog betaald moeten worden zijn in de begrotingen opgenomen onder de post “was- en schoonmaakmiddelen”. Het huishouden kan gebruik maken van de forfaitaire belastingaftrek voor incontinentie.

Minima-effectrapportage Sociale Dienst Drechtsteden 2024

Medicijnen en hulpmiddelen Voor de eigen betalingen voor hulpmiddelen rekenen we € 650 op jaarbasis. De kosten worden verrekend met de uitgavenpost “eigen betalingen zorg”. Een deel hiervan betreft geneesmiddelen op recept (€ 323) waarvan de kosten aftrekbaar zijn. Voor de eigen bijdrage voor medicijnen kan ook bijzondere bijstand worden aangevraagd. Dit is verwerkt in de post “eigen betalingen zorg”, rekening houdend met de draagkracht. Woningaanpassing De kosten voor een woningaanpassing (drempels weg, traplift), die vanuit de Wmo wordt toegekend, worden doorgegeven aan het CAK voor de inning van de eigen bijdrage. Deze eigen bijdrage is al betaald voor de huishoudelijke en persoonlijke verzorging. Daarom komen er voor deze woningaanpassingen geen extra kosten meer bij. Personenalarmering De Sociale Dienst Drechtsteden verleent bijzondere bijstand voor de abonnementskosten van personenalarmering, indien de personenalarmering om medische of sociale redenen noodzakelijk is. Van een sociale reden kan bijvoorbeeld sprake zijn als belanghebbende slachtoffer is van huiselijk geweld. Het normbedrag voor de vergoeding van personenalarmering bedraagt in 2024 € 20,71 per maand. Omdat we in de begrotingen uitgaan van een bedrag van € 25 voor de personenalarmering, resteert € 4,29 aan eigen kosten. Dit is opgenomen onder de post “eigen betalingen zorg”.

Voor huishoudens met een inkomen boven 110 procent wordt draagkracht berekend. Voor zover de draagkracht nog niet is ingezet voor andere voorzieningen, is ook dit opgenomen onder de post “eigen betalingen zorg”. Attentiekosten Naast bovengenoemde zorgkosten rekenen we nog € 8 per maand voor attentiekosten voor hulp van buren, vrienden, etc. Deze kosten zijn opgenomen onder de post “eigen betalingen zorg”.

Minima-effectrapportage Sociale Dienst Drechtsteden 2024

4 Resultaten Dit hoofdstuk bevat de resultaten van de berekeningen naar het effect van landelijke en lokale inkomensondersteuning op de begroting van huishoudens. De begrotingen zijn gepresenteerd in bijlage 2 tot en met 8, hierbij zijn de inkomsten afgezet tegen de uitgaven. Het resultaat van deze begroting (inkomsten minus uitgaven) geeft het beeld weer wat het huishouden overhoudt of te kort komt als alle uitgaven zijn gedaan. Deze resultaten zijn in de volgende tabel gepresenteerd en kunnen positieve of negatieve waarden opleveren, het huishouden houdt geld over of komt geld te kort. Tabel 9 geeft de bestedingsruimte weer zonder het PMB, later in dit hoofdstuk worden de resultaten inclusief het PMB gepresenteerd. Als een huishouden te maken heeft met een tekort op de maandbegroting dan is dit in rood weergegeven. Wanneer het huishouden minder overhoudt bij een hoger inkomen in vergelijking tot één of meerdere lagere inkomens (armoedeval), dan is dit zichtbaar gemaakt via een oranje kleur. Tabel 9: Vrije bestedingsruimte per maand in euro’s, exclusief PMB

Huishoudtype

100

110

120

130

140

01. alleenstaande tot AOW-leeftijd

34

80

175

303

404

02. alleenstaande vanaf AOW-leeftijd

246

288

431

532

615

03. paar tot AOW-leeftijd zonder kinderen

-11

73

176

293

365

04. eenoudergezin met 2 jonge kinderen

451

481

575

640

747

05. eenoudergezin met 2 oudere kinderen

234

263

358

486

614

06. paar met 2 jonge kinderen

208

292

396

498

550

07. paar met 2 oudere kinderen

15

99

203

320

390

08. alleenstaande vanaf AOW-leeftijd met zorg

249

291

384

435

456

Huishoudtype

100

110

120

130

140

01. alleenstaande tot AOW-leeftijd

44

85

180

308

409

02. alleenstaande vanaf AOW-leeftijd

306

347

437

538

621

03. paar tot AOW-leeftijd zonder kinderen

8

89

192

309

381

04. eenoudergezin met 2 jonge kinderen

465

492

586

651

758

05. eenoudergezin met 2 oudere kinderen

244

270

365

493

621

06. paar met 2 jonge kinderen

232

313

417

519

571

07. paar met 2 oudere kinderen

35

116

220

337

407

08. alleenstaande vanaf AOW-leeftijd met zorg

309

350

390

441

462

Minima-effectrapportage Sociale Dienst Drechtsteden 2024

Huishoudtype

100

110

120

130

140

01. alleenstaande tot AOW-leeftijd

36

66

161

289

390

02. alleenstaande vanaf AOW-leeftijd

231

273

416

517

600

03. paar tot AOW-leeftijd zonder kinderen

-6

67

170

287

359

04. eenoudergezin met 2 jonge kinderen

454

471

565

630

714

05. eenoudergezin met 2 oudere kinderen

236

252

347

475

472

06. paar met 2 jonge kinderen

213

282

386

488

517

07. paar met 2 oudere kinderen

20

89

193

310

249

08. alleenstaande vanaf AOW-leeftijd met zorg

234

276

369

420

441

Huishoudtype

100

110

120

130

140

01. alleenstaande tot AOW-leeftijd

38

88

183

311

412

02. alleenstaande vanaf AOW-leeftijd

297

333

437

538

621

03. paar tot AOW-leeftijd zonder kinderen

-3

76

179

296

368

04. eenoudergezin met 2 jonge kinderen

457

490

574

639

746

05. eenoudergezin met 2 oudere kinderen

238

260

355

483

611

06. paar met 2 jonge kinderen

217

292

396

498

550

07. paar met 2 oudere kinderen

22

97

201

318

388

08. alleenstaande vanaf AOW-leeftijd met zorg

301

337

391

442

463

Huishoudtype

100

110

120

130

140

01. alleenstaande tot AOW-leeftijd

35

86

181

309

410

02. alleenstaande vanaf AOW-leeftijd

295

333

436

537

620

03. paar tot AOW-leeftijd zonder kinderen

-9

84

187

304

376

04. eenoudergezin met 2 jonge kinderen

452

488

579

644

751

05. eenoudergezin met 2 oudere kinderen

235

267

362

490

618

06. paar met 2 jonge kinderen

210

296

400

502

554

07. paar met 2 oudere kinderen

17

103

207

324

394

08. alleenstaande vanaf AOW-leeftijd met zorg

298

336

368

440

461

Huishoudtype

100

110

120

130

140

01. alleenstaande tot AOW-leeftijd

38

86

181

309

410

02. alleenstaande vanaf AOW-leeftijd

297

338

435

536

619

03. paar tot AOW-leeftijd zonder kinderen

-3

80

183

300

372

04. eenoudergezin met 2 jonge kinderen

457

498

580

645

752

05. eenoudergezin met 2 oudere kinderen

238

266

361

489

617

06. paar met 2 jonge kinderen

218

301

405

507

559

07. paar met 2 oudere kinderen

23

106

210

327

397

08. alleenstaande vanaf AOW-leeftijd met zorg

300

341

388

439

460

Minima-effectrapportage Sociale Dienst Drechtsteden 2024

Huishoudtype

4.1

100

110

120

130

140

01. alleenstaande tot AOW-leeftijd

59

81

176

304

405

02. alleenstaande vanaf AOW-leeftijd

318

355

430

531

614

03. paar tot AOW-leeftijd zonder kinderen

39

103

206

323

395

04. eenoudergezin met 2 jonge kinderen

490

499

593

658

765

05. eenoudergezin met 2 oudere kinderen

271

279

374

502

630

06. paar met 2 jonge kinderen

271

333

437

539

591

07. paar met 2 oudere kinderen

76

138

242

359

429

08. alleenstaande vanaf AOW-leeftijd met zorg

321

358

383

434

455

Bestedingsruimte per huishoudtype

1. Alleenstaande Een alleenstaande heeft, nadat alle uitgaven uit zowel het basispakket als het pakket voor sociale participatie zijn gedaan, op bijstandsniveau een positief saldo tussen de € 34 en € 44. De kleine verschillen worden veroorzaakt door de vervoerskosten; bij de berekening van de vervoerskosten houden we rekening met de afstand tot een ziekenhuis en tot een warenhuis waardoor kleine verschillen tussen de gemeenten ontstaan. In Zwijndrecht ligt de bestedingsruimte met € 59 wat hoger, dit komt door de vergoeding vanuit het Sporten Cultuurfonds voor volwassenen. De bestedingsruimte is niet erg hoog. Dat maakt dit huishouden erg kwetsbaar is. Als er sprake is van persoonlijk onvermijdbare uitgaven (een hogere huur, een energieonzuinige woning, etc.) dan zal dit al snel leiden tot een tekort. Voor huishoudens zonder kinderen kent de Sociale Dienst Drechtsteden weinig tegemoetkomingen, los van de kwijtschelding van lokale lasten en de collectieve zorgverzekering. Boven bijstandsniveau loopt de bestedingsruimte op naar een bedrag iets boven de € 400 op 140 procent. Hardinxveld-Giessendam blijft op de inkomensniveaus vanaf 110 procent iets achter. Dit heeft te maken met verschillen in lokale lasten. Op bijstandsniveau is kwijtschelding mogelijk, boven bijstandsniveau worden de verschillen tussen de verschillende gemeenten zichtbaar. 2.

Alleenstaande oudere (AOW-gerechtigd) Een alleenstaande oudere heeft, nadat alle uitgaven uit zowel het basispakket als het pakket voor sociale participatie zijn gedaan, geen tekorten op de maandbegroting. Het saldo van een alleenstaande vanaf de AOW-leeftijd ligt (fors) hoger dan bij de jongere alleenstaande. Dit komt, omdat de AOW hoger is dan het bijstandsniveau. Dit is ruimschoots voldoende om de iets hogere kosten in verband met ouderdom te dekken. In de meeste onderzochte gemeenten ligt het saldo met alleen een AOW-uitkering rond de € 300. Alblasserdam en Hardinxveld-Giessendam blijven iets achter met respectievelijk € 246 en € 231. Dit lagere saldo kan verklaard worden doordat in deze gemeenten geen rekening wordt gehouden met verhoogde AOW-normen voor ouderen bij de berekening van de kwijtschelding. Daarom komen AOW-gerechtigden met alleen een AOW-uitkering in deze gemeenten niet in aanmerking voor kwijtschelding. Bij de hogere inkomens is dit verschil verdwenen (er is dan helemaal geen recht op kwijtschelding meer) en stijgt het saldo naar een bedrag rond € 600 bij een inkomen op 140 procent.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/784/documents/35264