Najaarsbrief 2023 GR Sociaal.pdf
Tekst van het document
1 INLEIDING Voor u ligt de eerste Najaarsbrief van de GR Sociaal. Een nieuwe vorm van rapporteren over de voortgang en een verantwoording over de resultaten. De Najaarsbrief komt in de plaats van de tweede bestuursrapportage, maar heeft een andere vorm en wordt vooral gebruikt om tot een inzicht in de ontwikkelingen in 2023 te komen. De begroting 2023 passen wij niet aan, omdat het tijdpad dat niet toelaat, rekening houdend met de zienswijze-procedure van 12 weken is het niet mogelijk dat het Algemeen bestuur voor 31 december 2023 de begroting wijzigt en dit is een wettelijke eis. In de Najaarsbrief worden de wijzigingen, resultaten en gevolgen ten opzichte van de begroting en Voorjaarsbrief gepresenteerd. De daadwerkelijke financiële gevolgen worden in de jaarrekening verwerkt. De Najaarsbrief 2023 bevat geen voorstellen voor nieuw en/ of aangepast beleid. Indien beleidsaanpassingen wenselijk zijn na aanleiding van onder andere de bevindingen in de Najaarsbrief wordt deze verder meegenomen in de volgende Voorjaarsbrief en de actualisatie van de beleidsagenda als onder deel van de op te stellen uitgangspuntennotitie voor de volgende begroting. Deze Najaarsbrief zoomt eerst in op Algemene trends en ontwikkelingen en gemaakte beleidskeuzes, die van invloed zijn op de resultaten van de GR Sociaal.
2 TRENDS, ONTWIKKELINGEN EN GEVOLGEN BELEIDSWIJZIGINGEN In deze eerste Najaarsbrief presenteren we een divers beeld van onze tot nu toe behaalde resultaten, onze verwachtingen voor de rest van het jaar en de ontwikkelingen die er op ons af zijn gekomen of nog gaan komen. Dat met de op de achtergrond een onzekere periode door de val van het kabinet, een mogelijk tekort aan middelen bij gemeenten, een opdoemend ravijnjaar met onzekerheid wat er landelijk gaat gebeuren op dit punt; ontwikkelingen die lang niet altijd beïnvloedbaar zijn. Tegelijkertijd is dit ook het eerste jaar waarin de GR Sociaal voor het eerst niet te maken heeft met een ontvlechtingsproces (GR Drechtsteden), bestuurlijke wijzigingen (afschaffen Drechtraad en invoering AB en DB met wethouders) of een samenvoeging (Sociale Dienst Drechtsteden en Drechtwerk). Er kan volledige focus zijn op de inhoudelijke opgaven die voor ons liggen, hoe we dit in verbinding zien met elkaar, met onze partners en eigenaren. Een mooie kans om vanuit de inhoud te her prioriteren en focus op de juiste zaken aan te brengen. Dit is in deze Najaarsbrief merkbaar, door o.a. concretere doelen en inhoud aan elkaar te verbinden. Voor gemeenten presenteren we in deze brief een verwacht nadelig financieel effect van € 4.178.000 ten opzichte van de actuele begroting 2023. Dit wordt veroorzaakt door de volgende inhoudelijke ontwikkelingen: 1.
Hogere klantaantallen in de uitkering t.o.v. de eerdere prognose; 2. Hogere gemiddelde prijs van een uitkering t.o.v. de eerdere prognose; 3. Niet bestede participatiemiddelen 2023; 4. Hogere indexering tarieven begeleiding (Wmo); 5. Hogere indexering tarieven huishoudelijke ondersteuning i.v.m. stijging cao-lonen; 6. Openstaande vacatures; 7. Gevolgen advies accountant bij de jaarrekening 2022. Ad 1 en 2: de daling van het bijstandsbestand blijft achter ten opzichte van de landelijke prognose, mede veroorzaakt door een lichte stijging van het bijstandsbestand begin 2023. Tevens valt op dat de gemiddelde uitkeringslast als gevolg van verschuivingen in de bestandsopbouw iets is gestegen ten opzichte van de vorige periode. Voor een deel zijn deze ontwikkelingen zeker beïnvloedbaar, o.a. door vanuit de opgave Ontwikkelen naar Werk meer en andere instrumenten te ontwikkelen, te experimenteren met verschillende aanpakken voor verschillende doelgroepen en juist ook in te zetten op allerlei soorten werk. Vanuit bestaanszekerheid kan dit deels beïnvloed worden door sneller te zorgen voor rust, overzicht en ruimte bij inwoners als het om die bestaanszekerheid gaat. De SDD heeft dit jaar nadrukkelijk meer focus aangebracht op bestaanszekerheid, door herpositionering van deze opgave en alle medewerkers die hier werk aan verrichten bij elkaar te brengen onder 1 aansturing.
Waarbij met hernieuwde doelen, een stress sensitieve aanpak met en voor inwoners aan
1
de bestaanszekerheid gewerkt wordt. Al deze interventies zijn echter ook vaak 'langere termijn interventies'. Daarmee bedoelen we dat dit veelal geen korte, snelle klap oplevert. Grote, extra, uitdaging is bovendien dat de grootste instroomreden 'verkrijgen verblijfsvergunning' is. Daarnaast zijn landelijke wijzigingen in de Participatiewet ook echt noodzakelijk om nieuwe stappen te kunnen zetten. Doordat het kabinet momenteel demissionair is, is het de vraag hoe snel deze landelijke aanpassingen doorgang gaan vinden. Net voor de val zijn overigens wel extra middelen voor beschut werk en de infrastructuur van sociale ontwikkelbedrijven vrijgekomen. Deze gaan zeker helpen om in 2024 meer stappen te kunnen zetten op deze 2 punten vanuit Ontwikkelen naar Werk. Ad 3: In 2023 zijn verschillende instrumenten ingezet voor de doelgroep. Gezien de veranderende samenstelling van het bestand én van de instroom is, zoals eerder aangegeven, een koerswijziging nodig. Daarbij past een projectmatige en soms experimentele inzet van nieuwe aanpak. Dit, omdat dan op kleine schaal bezien kan worden welke maatregelen voor onze inwoners helpen en welke minder succesvol zijn. Die aanpak hebben we in de tweede helft van 2023 verder concreet vormgegeven via diverse projecten. Dat betekent logischerwijs dat niet alle middelen in 2023 zijn ingezet.
Ad 4 en 5: deze inhoudelijke ontwikkelingen zijn weinig beïnvloedbaar, omdat deze voortkomen uit landelijke CAO wijzigingen en indexaties, die we moeten volgen en daarmee 'automatisch' kosten opdrijvend zijn en niet beïnvloedbaar. Wat deels beïnvloedbaar kan zijn, zijn de toekenningen door bijvoorbeeld inzet van het voorveld via algemene voorzieningen en waar dit kan maatregelen in het beleid te nemen. Waar dat laatste mogelijk is heeft dit vorm gekregen in de regionale herijking van de Wmo, die dit jaar wordt afgerond qua lokale besluitvorming. Ad 6: net als vele andere publieke organisaties (lokaal en landelijk) heeft ook de GR te maken met meerdere vacatures die moeilijk invulbaar blijven. Financieel levert dit op korte termijn een mogelijk voordeel op. Tegelijkertijd levert het niet invullen op langere termijn andere vraagstukken op als werkdruk en minder ruimte voor vernieuwing en ontwikkeling, omdat we onze handen vol hebben aan de dagelijkse praktijk. We zetten alles op alles om daarom toch deze vacatures ingevuld te krijgen. Ad 7: technisch is in de Najaarsbrief tot slot ook de opdracht verwerkt zoals deze uit de accountantscontrole was gekomen voor wat betreft Inburgering en Leefgeld. Deze zijn uit de P&C stukken van de GR Sociaal gehaald, in de onderstaande tabellen geel gearceerd), omdat dit in de P&C stukken van de gemeenten zelf moet landen.
Daarmee worden deze 2 onderwerpen niet langer verantwoord in de P&C stukken van de GR Sociaal. Voor gemeenten heeft dit feitelijk geen financieel effect, aangezien zij deze kosten nog steeds maken. N.a.v. de accountantscontrole over 2022 moet voor het spaarverlof zoals dit vanaf 2022 van toepassing is voor de verplichting een voorziening worden opgenomen, omdat hier sprake is van een spaarsaldo dat in de tijd, naar verwachting, niet van gelijke omvang zal zijn wat betreft toevoegingen en opnamen van spaarverlof. Voor 2022 gaat het om een bedrag van circa € 0,3 mln. (SDD). Vooralsnog wordt er vanuit gegaan dat dit bedrag voor 2022 binnen de begroting kan worden opgevangen. Aan de hand van het verlofpeil eind 2023 wordt in de jaarrekening 2023 voor dit deel nog een bedrag benoemd. Hetzelfde geldt voor Drechtwerk. Voor Sw-medewerkers geldt dat in de Sw-cao een spaarverlofregeling (tijdsparen) is opgenomen. Binnen Drechtwerk is per 31 december 2022 sprake van opgebouwd spaarverlof van in totaal 93.090 uur wat zou moeten leiden tot een voorziening van € 1,7 mln. Verwacht wordt dat dit bedrag voor 2022 niet geheel binnen de begroting kan worden opgevangen. Het spaarverlof is als risico in de risicoparagraaf opgenomen. Financieel beeld Het totale verwachte financieel effect voor gemeenten bedraagt (bedragen x € 1.000): Lagere lasten en baten t.o.v.
actuele begroting Hogere baten derden t.o.v. actuele begroting Leefgeld n.a.v. accountantscontrole 2022 Inburgering n.a.v. accountantscontrole 2022
€ 2.024 -/€ 153 € 3.855 € 2.195
(zie onderstaande tabel)
Totaal verwacht financieel effect gemeenten
€ 4.178
(hogere bijdrage)
(wordt via DVO gefactureerd) (wordt via DVO gefactureerd)
2
In het onderstaande overzicht zijn de geprognosticeerde wijzigingen ten opzichte van de actuele begroting (Voorjaarsbrief) per opgave weergegeven. Een positief bedrag betekent een verwachte verhoging van de baten of de lasten en een negatief bedrag betekent een verlaging van de baten of de lasten. In de tabel zijn per opgave en per product de verwachte afwijkingen ten opzichte van de actuele begroting in kaart gebracht. In april en juni is er door de GR Sociaal een aanvulling op de Energietoeslag 2022 uitbetaald (in totaal circa € 6,0 mln.). Zes gemeenten hebben hiertoe besloten, de gelden zijn opgehaald bij gemeenten. De Energietoeslag is financieel niet in de begroting van de GR Sociaal en niet in de Najaarsbrief opgenomen. De Energietoeslag wordt in de jaarrekening 2023 verwerkt. Opgaven
Najaarsbrief
Actuele begroting
Afwijking
Lasten
Baten
Saldo
Lasten
Baten
Saldo
Lasten
Baten
Saldo
132.173
132.173
0
130.678
130.678
0
-1.495
-1.495
0
120
120
0
156
156
0
36
36
0
114.666
114.666
0
117.121
117.121
0
2.455
2.455
0
600
600
0
600
600
0
0
0
0
Leefgeld
4.055
4.055
0
200
200
0
-3.855
-3.855
0
Maatwerkvoorziening Inkomenssteun C.Z.G.
2.172
2.172
0
2.172
2.172
0
0
0
0
Minimabeleid
10.559
10.559
0
10.429
10.429
0
-130
-130
0
Ontwikkelen naar werk
56.319
59.882
3.563
52.195
54.434
2.239
-4.124
-5.448
-1.324
Drechtwerk
46.214
46.214
0
46.232
46.232
0
18
18
0
Inburgering
3.392
3.392
0
0
0
0
-3.392
-3.392
0
Participatie
-1.324
Bestaanszekerheid versterken Budgetadvies en Schuldbemiddeling Inkomensondersteuning Kinderopvangtoeslagaffaire
6.713
9.889
3.176
5.963
7.815
1.852
-750
-2.074
Statushouders
0
387
387
0
387
387
0
0
0
WSW
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Zorgen voor ondersteuning
73.706
73.706
0
76.910
76.910
0
3.204
3.204
0
Begeleiding en kortdurend verblijf
31.825
31.825
0
32.925
32.925
0
1.100
1.100
0
Huishoudelijke ondersteuning
25.700
25.700
0
27.400
27.400
0
1.700
1.700
0
Hulpmiddelen
6.030
6.030
0
6.030
6.030
0
0
0
0
Vervoer
10.151
10.151
0
10.555
10.555
0
404
404
0
Bedrijfsvoering
58.391
54.828
-3.563
58.782
56.543
-2.239
390
1.714
1.324
Apparaatskosten
58.391
54.828
-3.563
58.589
56.350
-2.239
197
1.521
1.324
0
0
0
193
193
0
193
193
0
320.589
320.589
0
318.565
318.565
0
-2.024
-2.024
Treasury Totaal
¤
0
Bedragen x € 1.000
In onderstaande tabel zijn de verwachte afwijkingen op de lasten, de baten van derden en (als resultaat) de bijdrage van gemeenten in detail opgenomen (negatieve bedragen zijn lagere lasten c.q. baten).
3
Omschrijving
Opgave: Bestaanszekerheid versterken Opbrengsten schuldbemiddelingskosten inzetten ten gunste van financieel kwetsbare inwoners Extrapolatie lasten loonkostensubsidie Extrapolatie lasten IOAZ, IOAW en Bbz Hogere klantaantallen bijstand Hogere gemiddelde prijs van een uitkering Leefgeld opvang Oekraïners buiten de begroting Prognose, 14-9-2023 17:34:27 Actualisatie lasten en baten minimabeleid Baten van de bewindvoering eigen beheer Bijzondere Bijstand
Lasten
36 -510 -290 1.384 1.871 -3.855
Baten van Bijdrage derden gemeenten
36
217
-510 -290 1.166 1.871 -3.855
-130
169 240
-299 -240
18 -3.392
329 -1.197*
-311 -2.195 -1.324 -750
-4 -10
1.104 1.710
Opgave: Ontwikkelen naar werk Mutatie o.b.v. meicirculaire 2023 Wet inburgering uit begroting 2023-2027 Verschuiving financiering apparaat 2023 Niet bestede Participatiemiddelen 2023 Opgave: Zorgen voor ondersteuning Hogere indexering tarieven Begeleiding Hogere indexering tarieven Huishoudelijke ondersteuning door stijging cao-lonen Hogere indexering tarieven Vervoer (conform begroting Stroomlijn) Opgave: Bedrijfsvoering DVO Beschermd wonen actualisatie 2023 Verschuiving financiering apparaat 2023 Rente financiering (treasury) Totaal
-750 1.100 1.700 404
404
197 193
67
197 1.324 126
-2.024
-153
-1.872
Bedragen x € 1.000
*) Het bedrag van € 1.197 bij baten derden onder Inburgering betreffen middelen vanuit de reserveringsregeling die de Wet inburgering 2021 kent en zijn overgeheveld vanuit het jaar 2022. Meer informatie hierover is terug te vinden in de jaarrekening 2022. Gemeentelijke bijdragen In de navolgende tabel is het verloop aangegeven in gemeentelijke bijdragen van de primaire begroting 2023 plus de Voorjaarsbrief = Actuele begroting. De actuele begroting is afgezet tegen de prognose van de gemeentelijke bijdragen bij deze Najaarsbrief. Ook hier geldt dat Inburgering en Leefgeld terugvloeien in de gemeentelijke begrotingen. Voor gemeenten levert dit dus geen voordeel op, aangezien de kosten nog wel gemaakt worden en enkel niet meer in de P&C-stukken van de GR Sociaal zijn opgenomen.
4
Opgaven Bestaanszekerheid versterken Budgetadvies en Schuldbemiddeling Inkomensondersteuning Kinderopvangtoeslagaffaire Leefgeld
A
B
C = (A + B)
D
D-C
Prim. begroting 2023
Voorjaarsbrief 2023
Actuele begroting
Najaarsbrief
Afwijking
116.334
13.454
129.788
127.631
120
0
120
120
-2.157 0
103.474
8.808
112.282
114.519
2.237
0
600
600
600
0 -3.855
0
4.055
4.055
200
Maatwerkvoorziening Inkomenssteun C.Z.G.
2.328
-156
2.172
2.172
0
Minimabeleid
10.412
147
10.559
10.020
-539
Ontwikkelen naar werk
49.690
-3.999
45.691
41.111
-4.580
Drechtwerk
32.655
1.242
33.897
33.586
-311
Inburgering
2.195
0
2.195
0
-2.195
Participatie
14.140
-4.928
9.212
7.138
-2.074
700
-313
387
387
0
Zorgen voor ondersteuning
68.303
2.368
70.671
73.889
3.218
Begeleiding en kortdurend verblijf
28.579
2.680
31.259
32.363
1.104
Huishoudelijke ondersteuning
27.149
-2.753
24.396
26.106
1.710
Hulpmiddelen
5.200
632
5.832
5.832
0
Vervoer
7.375
1.809
9.184
9.588
404
Bedrijfsvoering
45.346
8.214
53.560
55.208
1.647
Apparaatskosten
45.346
8.214
53.560
55.082
1.521
0
0
0
126
126
279.673
20.037
299.711
297.839
-1.872
Statushouders
Treasury Totaal bijdragen gemeenten Bedragen x € 1.000
3 NIEUWE EN GEWIJZIGDE RISICO'S In de begroting 2023 is een risicoparagraaf opgenomen, en bij de Voorjaarsbrief 2023 is deze geactualiseerd. Gemeenten hebben de verplichting voor de opgenomen risico's middelen te reserveren, zodat -als een risico zich voordoet- deze middelen aangesproken kunnen worden ter dekking. Alle risico's zijn geactualiseerd en opgenomen in de bijlage.
5
4 OPGAVEN Alle inwoners van de Drechtsteden kunnen zelfstandig en volwaardig leven, werken, wonen en meedoen. Waar dat niet lukt, helpen we die mogelijkheden vergroten. Hierin willen we werken aan een mensgericht, doelmatig en effectief sociaal beleid. Waarmee we doen wat nodig is voor inwoners én de publieke waarde. Dit vraagt om een verandering in al onze dienstverlening en taken die we uitvoeren, waarbij de inwoners altijd en continu centraal staat:
Vanuit die gedachte werken we als GR Sociaal intensief aan 5 opgaven: 1. Dienstverlening; 2. Bestaanszekerheid versterken; 3. Ontwikkelen naar werk; 4. Zorgen voor ondersteuning; 5. Bedrijfsvoering. Waarbij geldt dat 'Dienstverlening als opgave' feitelijk over de 3 inhoudelijke opgaven heen hangt en vanuit daar de integraliteit, samenwerking en verbeteringen continu vormgeeft en 'bedrijfsvoering als opgave' gezien moet worden als de opgave die de inhoud ondersteund en optimaal faciliteert en de trekker is in de bestuurlijke processen.
4.1 DIENSTVERLENING Wat hebben we bereikt? "Een voorbeeld voor menige gemeente, klantvriendelijk, sociaal maar vooral luisteren naar de vraag van de klant en heel veel begrip dit voelt als erg prettig". "Voor alles op gang is duurt het lang. Je bent al gauw 5 maanden verder voor je echt wat hebt". "Zeer tevreden. Serieus genomen én meedenken. Toppie" "Jammer dat het zolang duurde voordat het rond was". Enkele voorbeelden van wat inwoners aan ons teruggeven over onze dienstverlening en wat we maatschappelijk al dan niet toevoegen of waar we kunnen verbeteren. Binnen dienstverlening werken we o.a. aan de volgende doelen, die goed aansluiten bij wat inwoners ervaren / teruggeven: 1. Klanten worden stress sensitief en mensgericht benaderd, snel en in 1 keer goed 2. We verbeteren de dienstverlening continu We verbeteren de dienstverlening continu De continu klanttevredenheidsmetingen geven een stabiel positief beeld op dienstverlening. Het (gewogen) gemiddelde cijfer van alle gemeten onderdelen ligt al jaren boven de norm van een 7.5 en is in 2023 tot nu toe een 7,9. We doen het dus goed op dienstverlening. Doen we echter ook het goede? De huidige klantmetingen geven geen antwoord op de vraag of we onze doelen bereiken en of we (publieke) waarde toevoegen.
Om hier een beeld van te krijgen zijn en worden in 2023 de klantmetingen verrijkt met effect en waarde vragen: gaat het beter met de inwoner na onze hulp, voegen we waarde toe en hebben klanten vertrouwen in de sociale dienst?
6
In mei 2023 is onder alle klanten van de sociale dienst een nulmeting uitgevoerd met deze verrijkte vragenlijst, die door 2621 klanten is ingevuld. Klanten geven gemiddeld het cijfer 8,2 voor de hulp die zij krijgen van de sociale dienst. Per opgave zien we echter verschillen in waardering, zie de grafiek. Klanten in de opgave Bestaanszekerheid Versterken zijn meer tevreden dan klanten in de opgave Ontwikkelen naar werk. Grafiek Gemiddeld cijfer per opgave
Bestaanszekerheid versterken
Zorgen voor Ondersteuning
Ontwikkelen naar werk
Per opgave zien we ook verschillen in de aspecten die voor de klant de meeste waarde toevoegen en het meest bijdragen aan vertrouwen in de sociale dienst. Voor klanten van de opgave Zorgen voor Ondersteuning en Ontwikkelen naar Werk is heldere dienstverlening veel belangrijker dan het bijdragen aan respectievelijk zelfstandigheid of werk. Voor klanten van de opgave Bestaanszekerheid Versterken is mensgerichtheid en het op waarde geschat worden het allerbelangrijkst. De resultaten van dit onderzoek zijn uiterst relevant voor de vraag welke aspecten van dienstverlening het meest bijdragen aan het realiseren van de visie. Op het moment van dit schrijven vindt nog een verdere analyse van de onderzoeksresultaten plaats en in het najaar 2023 wordt dit per opgave uitgewerkt in een concreet en actiegericht verbeterplan. Klanten worden stress sensitief en mensgericht benaderd, snel en in 1 keer goed Klachten, bezwaren en privacy signalen geven ook informatie over aandachts- en verbeterpunten in de dienstverlening. Wat opvalt is het hoge percentage (deels) gegronde klachten en bezwaarschriften, respectievelijk 63% en 66%. In dezelfde periode vorig jaar was dit 59% (bij klachten) en 54% bij bezwaarschriften. Dat zegt met name iets over ons doel "snel en in 1 keer goed". Volgend jaar willen we nader analyseren wat de reden hiervan is en wat hiervan geleerd kan worden.
Afgezet tegen het enorme aantal klantcontacten en besluiten blijft het aantal klachten en bezwaarschriften overigens laag In de periode tot augustus 2023 halen we uit deze signalen verder de volgende aandachtspunten: • Na een daling vorig jaar, zien we in 2023 weer een stijging van het aantal klachten. Als we het aantal klachten t/m juli extrapoleren kunnen we dit jaar uitkomen op 153 klachten. De stijging wordt veroorzaakt door een toename van het aantal Wmo klachten (stijging van 96% t.o.v. vorig jaar) en een stijging van klachten over de afhandeltermijn van aanvragen bijzondere bijstand (stijging van 162% t.o.v. vorig jaar). Bij de Wmo zijn achterstanden ontstaan, wat een negatief effect heeft op de door klanten ervaren dienstverlening. In juni is een hiervoor verbetertraject ingezet, maar het is nog te vroeg om het effect hiervan te zien in de cijfers. Bij het afhandelen van aanvragen bijzondere bijstand is sprake van een toename van het aantal aanvragen en van complexere uitvoering na invoering van beleidswijzigingen, invoering nieuwe kostensoorten en maatwerk per gemeenten, waardoor er verschillen in de uitvoering zijn die meer afhandelingstijd vragen. • Er zijn in het totaal 370 bezwaarschriften afgehandeld waarvan 59% binnen de servicetermijn van 12 weken. 61% is binnen de wettelijke termijn afgehandeld. Dit percentage wordt nog steeds beïnvloed door o.a.
de enorme hoeveelheden Energietoeslag, maar ook zaken op gebied van Tozo (Tijdelijke Overbrugging Zelfstandig Ondernemers) en Bbz (Bijstandsbesluit zelfstandig ondernemers) zaken die met het Regionaal bureau zelfstandigen kortgesloten moeten worden en vaak lang duren vanwege late inlevering jaarstukken door ondernemers. Daarnaast past Bezwaar
7
•
en Beroep meer en meer maatwerk toe (ook op nadrukkelijk verzoek van de rechtbank). Dit vraagt meer tijd dan voorheen. Een voorbeeld hiervan is dat buiten behandeling van aanvragen alsnog inhoudelijk behandeld moeten worden in de bezwaarfase. Er wordt inmiddels extra aandacht op de wettelijke termijn gegeven, zodat dit percentage naar verwachting zal verbeteren. Ook bij bezwaarschriften zien we het effect van de complexere uitvoering van de nieuwe bijzondere bijstand regelingen. Van het aantal ontvangen bezwaarschriften t/m juli heeft gingen er 78 over besluiten bijzondere bijstand (24%). In dezelfde periode vorige jaar ontvingen we 64 bezwaren over bijzondere bijstand.
Privacy meldingen Voor onze dienstverlening is het belangrijk om te kunnen duiden wat de oorzaak is van een specifiek datalek, zodat de nodige verbeteringen kunnen worden doorgevoerd indien zich een specifiek geval voordoet. In de periode tot augustus 2023 zijn 40 datalekken gemeld. Dat zijn er meer dan in heel 2022. Het overgrote deel van de datalekken in 2023 heeft betrekking op brieven die per post bij een verkeerde ontvanger terecht zijn gekomen. Dit soort fouten worden gelukkig wel direct gemeld en er wordt direct op geacteerd. De bewustwording over het belang hiervan groeit, wat deels ook de groei van de meldingen verklaart. Voor wat betreft de datalekken waarbij een gedeelde verantwoordelijkheid bestaat met de regio, weten we elkaar goed te vinden en wordt hier de juiste prioritering aan gegeven. In de periode tot augustus 2023 ontvingen we verder 7 inzageverzoeken. Hierbij valt op dat verzoeken om een kopie van een brief of dossier met een beroep op de AVG worden ingediend door inwoners, terwijl dat niet nodig is voor dit soort inzageverzoeken. Met communicatie wordt bekeken of hier extra aandacht aan besteed kan worden richting inwoners.
4.2 BESTAANSZEKERHEID VERSTERKEN Wat hebben we bereikt? Vanuit de opgave Bestaanszekerheid Versterken wordt een groot aantal activiteiten uitgevoerd, waarbij we ons in elk geval richten op de volgende doelstellingen: 1. Wij zetten ons samen met partners in om financiële problematiek bij de inwoners van de Drechtsteden te voorkomen 2. Wij bieden hulp bij bestaanszekerheidsvraagstukken 3. We werken aan duurzame financiële stabiliteit en perspectief voor inwoners die dat nodig hebben. In de afgelopen periode zijn op deze doelstellingen de volgende ontwikkelingen geweest: Wij zetten ons samen met partners in om financiële problematiek bij de inwoners van de Drechtsteden te voorkomen Vanuit de bredere opgave en het bieden van ondersteuning bij bestaanszekerheidsvraagstukken is relevant om te melden dat we eind oktober een officieel steunpunt van de Belastingdienst gaan openen op ons Werkplein. Vanaf dit moment zullen collega's van de Belastingdienst wekelijks op woensdag bij ons aanwezig zijn voor het beantwoorden van belastingtechnische vragen van inwoners van de Drechtsteden. Drechtwerk heeft een samenwerkingsverband met het financieel hulphuis, een solidariteitsfonds en de afdeling schuldhulpverlening met als doel medewerkers met geldzorgen daar waar het kan ondersteuning en begeleiding te bieden. Het financieel hulphuis is 2 dagdelen per week aanwezig op de locatie Drechtwerk.
Daarnaast wordt de opleiding budgetbeheer aangeboden. Ook deze inzet leidt tot meer rust en stabiliteit en verhoogt de kans op duurzame inzet. Wij bieden hulp bij bestaanszekerheidsvraagstukken Zoals in de onderstaande grafiek valt waar te nemen verloopt de ontwikkeling van de bijstandsuitkeringen in 2023 nogal grillig.
8
Mede door de stijging in het eerste kwartaal die eind augustus nog niet is ingelopen blijven de Drechtsteden achter bij de door het CPB geprognosticeerde landelijke daling op jaarbasis. Waar de doelstelling in de begroting 2023 6.050 bijstandsuitkeringen aan het einde van 2023 is, staan we op dit moment op een aantal van 6.208 (stand op 31-08-2023). Inmiddels is de CPB prognose landelijk bijgesteld, waardoor dit voor de regio uit zou komen op 6.130 bijstandsuitkeringen eind 2023 in plaats van 6.050 bijstandsuitkeringen. Om de daling alsnog te realiseren resteert voor de laatste vier maanden nog een forse uitdaging. Daarnaast valt het volgende op: • De gemiddelde uitkeringslast is (na de verhoging van het minimumloon met 10% per 1 januari 2023) in de periode van 1 januari tot en 31 augustus nog met € 25 extra per uitkering gestegen. Deze stijging van januari 2023 naar augustus 2023 wordt verklaard door een toename van het aandeel gehuwden (met hogere uitkeringsnorm) en een afname van de aandelen alleenstaanden (lagere norm) en deeltijdwerkers (verdienen deel van hun uitkering terug). Voor dit laatste wordt vanuit de opgave Ontwikkelen naar Werk via een aparte pilot extra ingezet op het stimuleren van parttime werk.
• Aan de instroomkant is vermeldenswaard dat "verkrijgen verblijfsvergunning' veruit de belangrijkste instroomreden vormt.Tussen 1 januari en 31 augustus bedraagt de instroom om deze reden 21% (=136 uitkeringen) van het totaal. Ter illustratie: een instroomreden als "einde ww" (wat een kansrijkere doelgroep betreft) scoort een magere 9,7%. Regionaal zullen we met elkaar moeten bezien of het huidige construct waarbinnen we Inburgering uitvoeren, nog de meest passende is nu de instroom vooral bestaat uit statushouders/inburgeraars en de uitvoering van de nieuwe wet Inburgering sterk samenhangt met de Participatiewet, zowel vanuit Bestaanszekerheid versterken als Ontwikkelen naar Werk. Concluderend kan worden gesteld dat het bijstandsbestand qua samenstelling en instroom veranderd, waarbij het qua instroom in toenemende mate gaat het om inwoners met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt. Dit gegeven is aanleiding geweest voor een koerswijziging in beleid en uitvoering waarbij het uitgangspunt is dat iedereen kan werken waaronder ook verstaan wordt met behoud van uitkering, vrijwilligerswerk of mantelzorg. Deze koerswijziging bevat een palet aan ingrepen als inzet op ontwikkeltrajecten waarbij de samenwerking wordt gezocht met partners om passende en integrale dienstverlening tot stand te brengen.
Tevens zijn en worden er diverse initiatieven en pilots gestart om zowel betaald als onbetaald werk te stimuleren. Bovenstaande koerswijziging is tevens in lijn met de landelijke ontwikkelingen inzake de herziening van de Participatiewet. Meer en uitgebreide informatie over bovenstaande ontwikkelingen staan beschreven in paragraaf 4.3 Opgave Ontwikkelen naar Werk. Het minimabeleid is met ingang van 1 januari 2023 herijkt. Hoewel de uitgaven nog iets achterblijven bij de begroting, kan ten opzichte van eerdere jaren wel een duidelijke toename van het aantal aanvragen en verstrekkingen worden waargenomen. Dit met name bij het persoonlijk minimabudget
9
(PMB) en de individuele bijzondere bijstand. Kijkend naar het aantal klanten met bijzondere bijstand voor bewindvoeringskosten dan lijkt dit sinds 2021 te stabiliseren dan wel licht af te nemen.
Naast genoemde herijking/verruiming van beleid is dit jaar ook nadrukkelijk ingezet op communicatie als middel om het bereik te vergroten, mede gebruik makend van de vanuit uitvoering van de energietoeslag verkregen informatie waardoor nieuwe doelgroepen in beeld zijn gekomen en gericht konden worden benaderd. Mogelijk ook dat inwoners die eerder energietoeslag ontvingen, de weg naar de Sociale Dienst überhaupt beter weten te vinden. De toename van het aantal aanvragen in combinatie met de gemiddelde hogere complexiteit van de aanvragen voor de nieuwe (medische) kostensoorten, waarvan er tot en met augustus 2023 173 zijn ingediend, en de differentiatie in beleid (o.a. PMB) legt extra druk op de uitvoering en leidde in eerste instantie ook tot achterstanden in tijdige afhandeling. Tot slot kan worden vermeld dat – voor de zes Drechtstedengemeenten die daarvoor hebben gekozen – de eerste tranche van de energietoeslag 2023 (nog onder het wettelijke regime 2022) vóór de deadline van 1 juli 2023 is uitgekeerd aan 15.605 huishoudens. Of de volgende tranches (nu onder het nieuwe wettelijke regime 2023) nog dit jaar kunnen worden uitbetaald is uiterst onzeker, omdat eerst de wetswijziging en (de toereikendheid van) de financiering moet worden afgewacht.
Het aantal verzoeken voor financieel ontzorgen van statushouders en het aantal crisismeldingen schuldhulpverlening is eveneens toegenomen ten opzichte van 2022.Tot 1 augustus zijn er 106 aanmeldingen voor financieel ontzorgen ten opzichte van 26 in dezelfde periode in 2022. Voor wat betreft het aantal crisismeldingen schuldhulpverlening is het aantal meldingen gestegen met 14, in totaal waren er tot begin augustus 42 crisismeldingen ten opzichte van 28 in dezelfde periode vorig jaar. Ook dit lijkt een logisch gevolg van de actuele situatie in Nederland m.b.t. de verhoogde instroom van statushouders alsmede bestaanszekerheidsvraagstukken. We werken aan duurzame financiële stabiliteit en perspectief voor inwoners die dat nodig hebben Voor deze doelstelling is schuldhulpverlening een belangrijk onderdeel om dit doel te kunnen behalen. Voor schuldhulpverlening geldt dat we dit jaar meer mensen weten te bereiken en dat de stijging, die ook in 2022 is waargenomen, zich versterkt voortzet. Tot 1 augustus 2023 zijn er 727 meldingen voor schuldhulpverlening ten opzichte van 619 meldingen in dezelfde periode van 2022. Voor wat betreft het aantal gestarte trajecten zijn er 837 trajecten gestart ten opzichte van 687 in 2022.
Hoewel het vergroten van het bereik een belangrijk speerpunt vormt en we hier ook gericht op inzetten mag worden aangenomen dat een oorzaak van de stijging ook gelegen is in de hogere energielasten / koopkrachtcrisis. Het grotere bereik in de Drechtsteden wijkt wel positief af van het landelijke beeld waar het totaal aantal aanmeldingen gelijk is gebleven aan het aantal van vorig jaar.
10
Een belangrijke wijziging binnen de schuldhulpverlening betreft de halvering van de aflostermijn van het minnelijk traject van 36 naar 18 maanden per 1 juli 2023. Het is nog te vroeg om iets te zeggen over de effecten van deze wijziging maar we hebben hierin wel aanleiding gevonden om nog nadrukkelijker in te zetten op het belang van het coachen van klanten tijdens het traject en het ontwikkelen van financiële vaardigheden. Daarnaast intensiveren we het nazorgtraject door voor iedere klant een plan van aanpak op te stellen en waar wenselijk, in samenwerking met de Drechtstedengemeenten, klanten in het kader van nazorg te koppelen aan lokale netwerkpartners, zoals o.a. SchuldHulpMaatje. Deze interventies dragen goed bij aan het zorgen voor een duurzame financiële stabiliteit en weerbaarheid. Bovenstaande heeft ook de aandacht van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Samen met partijen VNG, Divosa en de NVVK werken zij aan afspraken inzake de begeleiding en nazorg van mensen in een schuldhulpverleningstraject. Bij bewindvoering in eigen beheer is het aantal nieuwe aanmeldingen in de periode tot begin augustus 2023 licht gedaald ten opzichte van het aantal in dezelfde periode vorig jaar. Het aantal lopende trajecten is wel verder gestegen tot in totaal 160 trajecten. Wat zijn de kosten? Opgave
Actuele begroting 2023
Bestaanszekerheid versterken
Lasten
Baten
Saldo
Lasten
Baten
Saldo
Lasten
Baten
Saldo
120
120
0
156
156
0
36
36
0
114.666
114.666
0
117.121
117.121
0
2.455
2.455
0
600
600
0
600
600
0
0
0
0
Leefgeld
4.055
4.055
0
200
200
0
-3.855
-3.855
0
Maatwerkvoorziening Inkomenssteun C.Z.G.
2.172
2.172
0
2.172
2.172
0
0
0
0
Minimabeleid
10.559
10.559
0
10.429
10.429
0
-130
-130
0
Totaal
132.173
132.173
0
130.678
130.678
0
-1.495
-1.495
0
Budgetadvies en Schuldbemiddeling Inkomensondersteuning Kinderopvangtoeslagaffaire
Najaarsbrief 2023
Afwijking
Bedragen x € 1.000
Toelichting bij de afwijkingen Inkomensondersteuning De effecten van het achterblijven bij de landelijke prognose en het stijgen van de gemiddelde uitkeringslast door lichte verschuivingen in de bestandsopbouw, hebben een negatief effect op onze financiën. De Voorjaarsbrief 2023 liet een totale gemeentelijke bijdrage zien van € 111,9 mln. In deze voorliggende Najaarsbrief 2023 zien we dat de geprognosticeerde gemeentelijke bijdrage met € 2,2 mln. is opgelopen tot € 114,1 mln. Op basis van de CEP 2023 (CPB maart 2023) is er een eindstand geprognosticeerd van 6.130 uitkeringsgerechtigden. De prognose is dus gebaseerd op 6.130 uitkeringen in plaats van 6.050 (zie boven). Op basis van de nu geprognosticeerde lasten en baten 2023 bestaat er de mogelijkheid om voor drie gemeenten een aanvraag Vangnetuitkering 2023 in te dienen. Kinderopvangtoeslagaffaire De brede ondersteuning van de gedupeerden van de Kinderopvangtoeslagaffaire Drechtsteden blijft voorlopig een extra taak van de GR Sociaal (naar verwachting tot en met 2025). Het Hulpteam Toeslagen blijft dan ook operationeel en op sterkte. Voor 2023 worden de kosten van de brede ondersteuning voor de Drechtsteden geprognosticeerd op € 0,6 mln. Deze kosten worden conform de afgesloten DVO's met gemeenten afgerekend. De Drechtsteden gemeenten hebben gekozen voor normbedragen voor de declaratie van de kosten bij het Rijk.
Dat betekent dat hoe langer de hersteloperatie duurt, des te krapper het budget wordt. De Drechtsteden lopen daarmee het risico dat dit budget voor de uitvoering van de brede ondersteuning niet voldoende is. Dit aandachtspunt is inmiddels benoemd en neergelegd bij de VNG en het Rijk. De VNG erkent de urgentie van dit probleem en heeft naar aanleiding hiervan een onderzoek ingesteld. De GR Sociaal heeft
11
deelgenomen aan dit onderzoek. De verwachting is dat naar aanleiding van dit onderzoek de Spuk op een aantal onderdelen zal worden aangepast, zodat de gemeenten voldoende middelen hebben voor de uitvoering van de hersteloperatie. In onderstaande tabel zijn de verwachte afwijkingen op de lasten, de baten van derden en (als resultaat) de bijdrage van gemeenten opgenomen (negatieve bedragen zijn lagere lasten c.q. baten). Omschrijving
Lasten
Baten van derden
Bijdragen gemeenten
Budgetadvies en Schuldbemiddeling
36
36
Opbrengsten schuldbemiddelingskosten inzetten ten gunste van financieel kwetsbare inwoners GR Sociaal mag kosten in rekening brengen voor schuldbemiddeling en financieel beheer gedurende een schuldbemiddeling. Deze kosten komen ten laste van de schuldeisers en niet van de inwoner. Voorheen landden deze opbrengsten in het rekeningresultaat van de apparaatslasten. Door deze wijziging, wordt de opbrengst uit dienstverlening van schuldbemiddeling en financieel beheer ingezet ten gunste van financieel kwetsbare inwoners.
36
36
Inkomensondersteuning
2.455
217
2.237
Hogere gemiddelde prijs van een uitkering
1.871
0
1.871
1.384
217
1.166
-290
0
-290
-510
0
-510
Leefgeld
-3.855
0
-3.855
Leefgeld opvang Oekraïners buiten de begroting
-3.855
0
-3.855
De gemiddelde prijs van een uitkering ligt per maand € 25 hoger dan bij de voorjaarsbrief begroot. Dit wordt verklaard door een toename van het aandeel gehuwden (met hogere uitkeringsnorm), een afname van het aandeel alleenstaanden (lagere norm) en deeltijdwerkers (verdienen deel van hun uitkering terug). Hogere klantaantallen bijstand Het eerste halfjaar laat een hoger klantaantal zien dan waar we bij de Voorjaarsbrief van uit waren gegaan. Dit resulteert in hogere bijstandslasten van € 1,4 mln. als gevolg van hogere aantallen. Extrapolatie lasten IOAZ, IOAW en Bbz Extrapolatie van de gerealiseerde lasten van de eerste 6 maanden geeft lagere lasten. Extrapolatie lasten loonkostensubsidie Extrapolatie van de gerealiseerde lasten van de eerste 6 maanden geeft lagere lasten.
De uitkering van leefgelden opvang Oekraïners worden buiten de begroting gehouden omdat sprake is van uitvoering in mandaat. De bijdrage van de gemeenten in deze kosten wordt eveneens buiten de begroting gebracht en is dus niet meer zichtbaar in de bijdrage tabellen. Minimabeleid
-130
409
-539
Actualisatie lasten en baten minimabeleid
-130
169
-299
12
Bij de collectieve zorgverzekering voor minima (CZM) is het aantal klanten lager dan begroot. Deze afname is definitief aangezien verlenging of overstap van de zorgverzekering altijd voor 1 januari van het nieuwe jaar dient te geschieden. Daarnaast is de prognose dat de uitgaven bewindvoering bij de gemeenten Alblasserdam, Hardinxveld-Giessendam en Hendrik-Ido-Ambacht lager zullen zijn dan begroot. Daarnaast zijn er meer terugvorderingen verstrekkingen minimabeleid van € 0,2 mln. In totaal betekent dit dat de bijdragen van de gemeente verlaagd kunnen worden met € 0,3 mln. Bij de herijking is de begroting van de producten SMS-Kinderfonds, PMB en bijzondere bijstand verhoogd. Op dit moment blijft de realisatie achter op de prognose 2023. Door de extra inzet van personeel op de huidige werkvoorraad en het vergroten van het bereik middels de regionale campagne is de verwachting dat het jaar wordt afgesloten conform prognose. Baten van de bewindvoering eigen beheer Bijzondere Bijstand GR Sociaal voert bewindvoering in eigen beheer uit. De baten van de bewindvoering in eigen beheer komen ten gunste van de begroting minimabeleid en heeft derhalve een verlaging van de bijdrage van de gemeente tot gevolg. Totaal
0
240
-240
-1.495
662
-2.157
Bedragen x € 1.000
4.3 ONTWIKKELEN NAAR WERK Wat hebben we bereikt? Veel inwoners van de Drechtsteden hebben een forse afstand tot de arbeidsmarkt. Dat is een conclusie die al in voorgaande jaren is getrokken. Meer dan 70% van het aantal inwoners dat een uitkering heeft, verkeert al twee jaar of langer in deze situatie. Voor bijna de helft van de inwoners met een uitkering geldt dat zij die al vijf jaar of langer hebben (3.017 klanten, stand per 31-08-2023). Daarnaast zien we dat de samenstelling en de omvang van de instroom van inwoners in de uitkering verandert. De instroom vanuit de WW neemt sterk af, terwijl die instroom nu juist zorgde voor vlotte en stabiele uitstroom naar werk. In toenemende mate gaat het dus om inwoners met een grotere afstand tot werk, waaronder een groeiend aandeel statushouders. Dat betekent dat focus op snelle uitstroom naar werk minder voor de hand ligt en het logisch is om ons te richten op de inwoners die al langer in de uitkering zitten. De uitstroom bedraagt ondanks dat in 2023 toch nog 640 inwoners (stand 31-082023), waarbij uitstroom naar werk (268 inwoners) het grootste aandeel kent. Om te zorgen dat inwoners die al 2 jaar of langer een uitkering hebben toch aan de slag kunnen (op welke manier dan ook), is een koerswijziging in de uitvoering nodig. Met de huidige dienstverlening zijn we onvoldoende in staat om met name die groep succesvol te helpen.
De in de begroting opgenomen doelstelling om eind 2023 op 6.050 inwoners met een uitkering uit te komen, halen we niet zonder verdere aanpassing van beleid en uitvoering (huidige stand per 31-08-2023 bedraagt 6.208 klanten). Meer informatie inzake de samenstelling van het bijstandsbestand wordt beschreven in paragraaf 4.2 Bestaanszekerheid Versterken. Dit gegeven heeft geleid tot een palet aan ingrepen die voor de komende jaren de positie van die inwoners op de arbeidsmarkt moet versterken. Essentieel uitgangspunt in de verandering is de overtuiging dat iedereen kan werken. Dat uitgangspunt houdt in dat we ook werken met behoud van uitkering (ook al is dat in het begin maar een uur per dag) of vrijwilligerswerk of mantelzorg, ook zien als werk. Al die vormen van inzet, al die vormen van werk dragen bij aan vermindering van het beroep op bijvoorbeeld zorg, ze maken trots en ze zorgen voor een stevig netwerk. Doen is essentieel. Vanuit die gedachte werken we aan 3 doelstellingen: 1. Wij helpen klanten zich te ontwikkelen naar werk door te doen 2. Wij bieden klanten die arbeidsfit zijn passend betaald werk
13
3. Wij houden klanten die aan het werk zijn aan het werk Wij helpen klanten zich te ontwikkelen naar werk door te doen Eén van de interventies om inwoners beter te helpen is de samenvoeging van de Sociale Dienst Drechtsteden en Drechtwerk tot de GR Sociaal. Met de bundeling van alle expertise die in beide organisaties voorhanden is én het benutten van alle mogelijkheden voor werk die o.a. Drechtwerk biedt, zijn we beter in staat inwoners te helpen. Daarbij zetten we uiteraard in op het vergroten van het aantal werksoorten bij Drechtwerk en partners van Drechtwerk. Zo ontstaat er een keur van variatie van werk waar inwoners kennis en ervaring kunnen opdoen. Hierbij knopen we aan wat al goed gedaan wordt bij de lokale werkgelegenheidsinitiatieven. Het is essentieel de lokale kracht te benutten, opdat er een duurzaam netwerk van kansen en vangnet ontstaat voor de inwoner op weg naar werk. Een voorbeeld voor het benutten van de lokale kracht is dat we met de werkgelegenheidsinitiatieven zoals Smile bekijken hoe we elkaars inzet kunnen versterken. Daarnaast ontwikkelen we in de wijk Wielwijk een Leer/werkcentrum in samenwerking met Woonbron voor een groep met de grootste afstand tot de arbeidsmarkt. Dat kan in een dergelijke leer/werkomgeving, omdat er intensief begeleid kan worden.
We weten uit voorbeelden in het land en uit eigen ervaring dat intensieve en langdurige begeleiding leidt tot succes. Zo kennen we binnen de eigen organisatie al de toepassing van zogeheten stress sensitieve dienstverlening. Dit zijn langdurige trajecten, maar met succes. Met deze begeleiding hebben we gezien dat inwoners die lang langs de kant staan, het vertrouwen terugwinnen en werk vinden. Op dit moment zijn diverse initiatieven gestart voor werk in technische beroepen, in de maakindustrie. Er zijn gesprekken met verschillende bouwondernemers en met de stichting Maatschappelijk Betrokken Ondernemen om met Drechtwerk een zogeheten "circulaire bouwhub" te maken. Dit geeft een ongelooflijke boost aan het netwerk voor Drechtwerk en haar medewerkers én aan de verscheidenheid van het aanbod van werk dat we inwoners kunnen bieden. Daarnaast is er een fietsenproject gestart in samenwerking met de gemeente Dordrecht waarbij zwerffietsen worden verzameld en worden hersteld voor gebruik. Ook dit geeft een keur aan interessant werk voor inwoners op weg naar werk. Met het zogeheten Drechtwerk-Energieprogramma wordt langs de volgende pijlers verder invulling gegaan aan het gezond en duurzaam ontwikkelen van de doelgroep: • Pijler Groei: hierbij staat groei en ontwikkeling van medewerkers centraal.
Doel is medewerkers te laten groeien en dat zij zich zodanig ontwikkelen dat uitstroom naar regulier werk in het verschiet ligt. Het eerst half jaar zijn er 18 ontwikkeltrajecten gestart, waarbij de ontwikkeltool Werkstap wordt ingezet zodat er methodisch wordt gewerkt. Soms gaat daar een detachering bij een werkgever aan vooraf. In 2023 is het tot nu toe onvoldoende gelukt om hierin een groei te realiseren. Maatregelen worden genomen om de komende maanden hierin verandering te brengen. Zo wordt gewerkt aan de samenvoeging van de beide takken detachering van de Sociale Dienst Drechtsteden én Drechtwerk, wordt gekeken naar de verhoging van de begeleidingsvergoeding én zijn administratieve procedures vereenvoudigd die snelle interventies in de weg staan. Voor dit jaar is het doel om 10% van de nieuwe instroom extern te detacheren dan wel begeleid te laten werken (waarna uitstroom naar regulier werk lonkt). Voor hen die niet kunnen uitstromen is zorg en begeleiding binnen Drechtwerk gegarandeerd. • Pijler Gezond: duurzame inzetbaarheid heeft niet alleen te maken met scholing en opleiding. Aan het werk kunnen blijven, een van de doelen uit de doelenboom, wordt ook bereikt met vitaliteit. Daarom zetten we ook in op vitaliteit en gezond leven in onze programma's. Zo wordt o.a.
aan bewegen en gezonde voeding aandacht aan besteed tijdens de themaweken die 4 keer per jaar worden georganiseerd. Op dit moment wordt onderzocht of we in samenwerking met sportinstituten en -scholen meer bewegen kunnen aanbieden om te zorgen voor een betere conditie en een gezondere leefstijl. Daarnaast is gestart met een pilot op 2 afdelingen, waarbij medewerkers tijdens het werk, op een toegankelijke en inspirerende wijze, in beweging worden gebracht. Op deze manier leren medewerkers dat ze, met een geringe inspanning en op een leuke wijze kunnen bewegen en kunnen werken aan hun gezondheid. • Pijler Plezier: door aandacht te geven aan medewerkers en hun werkplezier probeert Drechtwerk o.a. op preventieve wijze het ziekteverzuim zo laag mogelijk te houden. Doelstelling van ons beleid is om 5% minder ziekteverzuim te hebben dan het gemiddelde in de branche, met een maximaal percentage van 12%. Het cumulatieve verzuimcijfers tot en met juli is 11,30%. Daarmee zitten we wel onder de 12%; er is nog geen zicht op het branche gemiddelde van het jaar 2023.
14
Aanvullend kan worden meegegeven dat als vanzelfsprekend aandacht voor bestaanszekerheid onderdeel is van bovenstaande pijlers. Waarbij er specifiek wordt ingezet op preventie en het bieden van hulp en ondersteuning aan medewerkers met geldzorgen door het samenwerkingsverband tussen het Financieel Hulphuis, het solidariteitsfonds en de afdeling schuldhulpverlening. Wij bieden klanten die arbeidsfit zijn passend betaald werk én wij houden klanten die aan het werk zijn aan het werk Een andere interventie is gericht op het verbeteren van maatregelen: • Om voor deze inwoners op termijn aansluiting te realiseren op de arbeidsmarkt wordt ingezet op ontwikkelingstrajecten vanaf de onderste treden van de participatieladder. Door in te zetten op werken en doen, maken we inwoners arbeidsfit (doelstelling 2). Dat zijn de eerste stappen naar betaald werk. We verliezen betaald werk beslist niet uit het oog, maar we zien dat andere interventies nodig zijn om mensen te activeren. Bij de vormgeving van dergelijke trajecten wordt meer dan in het verleden de samenwerking gezocht en met regionale en lokale mogelijkheden om een passende integrale dienstverlening tot stand te brengen. Een nadere aanpassing van de werkbegeleiding is hierbij in voorbereiding.
• In de eerste helft van 2023 zijn verder voorbereidingen getroffen voor de start van een aantal pilots (parttime werk, verbreding inzet loonkostensubsidie (voor 50 inwoners) en inzet no risk polis) die gefaseerd vanaf het najaar van 2023 hun vruchten moeten afwerpen. Deze maatregelen zijn gericht op het uitstromen van mensen uit de uitkering (en relateren daarmee ook aan doelstelling 3). • Voorts starten we in het vierde kwartaal van 2023 een aantal projecten met Randstad. Die inzet en samenwerking richt zich op specifieke groepen uit het bestand om te bezien welke nieuwe vormen van dienstverlening en interventies succesvol zijn. Dat gebeurt in teams waarbij én medewerkers van Randstad én van de GR Sociaal samenwerken. Op die wijze incorporeren we de innovatie binnen de eigen organisatie. • Daarnaast zijn veranderingen aangebracht in de wijze waarop we met inwoners omgaan die een advies krijgen voor zogeheten beschut werken. Dat proces verloopt over aanzienlijk minder schijven en leidt ertoe dat kort na dat advies van het UWV, inwoners bij Drechtwerk aan de slag kunnen om daarna te bezien wat voor hen de beste (werk)toekomst is. De ingezette maatregelen sluiten aan bij de landelijke ontwikkeling om de Participatiewet beter te laten werken voor de huidige doelgroep van de wet. Dat betekent onder meer dat meer gebruik gemaakt kan (en moet) worden van onbetaald werk.
In de eerste helft van 2023 is hiervoor al een basis gelegd met de invoering van het Breed offensief per 1 juli 2023. Bij het voorgenomen proces van Participatiewet in Balans worden onderdelen van het Breed offensief nog nader verbreed en uitgewerkt. In de afgelopen periode zijn tot slot ook de beleidsregels gewijzigd om de inzet op maatschappelijke participatie en onbetaald werk te stimuleren via de Ik Doe Mee premie, die in het najaar geïmplementeerd zal zijn. Wat zijn de kosten? Opgave
Actuele begroting 2023
Ontwikkelen naar werk
Lasten
Baten
Saldo
Lasten
Baten
Saldo
Lasten
Baten
Saldo
Drechtwerk
46.214
46.214
0
46.232
46.232
0
18
18
0
Inburgering
3.392
3.392
0
0
0
0
-3.392
-3.392
0
Participatie
6.713
9.889
3.176
5.963
7.815
1.852
-750
-2.074
-1.324
0
387
387
0
387
387
0
0
0
56.319
59.882
3.563
52.195
54.434
2.239
-4.124
-5.448
-1.324
Statushouders Totaal
Najaarsbrief 2023
Afwijking
Bedragen x € 1.000
15
Ontwikkelingen Drechtwerk 2024 - Extra middelen infrastructuur De minister kondigt een investering van € 63,9 mln. incidenteel voor 2024 aan voor de uitdagingen die gemeenten ervaren rondom de infrastructuur van de sociaal ontwikkelbedrijven. Het voornemen is om in het najaar meer duidelijkheid te geven over de besteding van dit geld. Ontwikkelingen Participatie 2024 - Aanvullend bedrag per beschutte werkplek Inmiddels demissionair minister Schouten informeerde de Tweede Kamer dat er structureel € 64,7 mln. wordt geïnvesteerd in beschut werk. Dit is gebaseerd op het totaal van 30 duizend beschutte werkplekken die de komende jaren ingevuld moeten worden. Voor 2024 is een bedrag beschikbaar van € 23,1 mln. Dit betekent dat gemeenten per 2024 een aanvullend bedrag IU Participatie van € 2.157 per beschutte werkplek ontvangen. Ontwikkelingen Impuls Statushouders Lening Inburgeringsplicht (ELIP) De Drechtsteden gemeenten hebben bij de meicirculaire 2023 een decentralisatie uitkering ontvangen van € 41.000 voor het ondersteunen van de zogenaamde Einde Lening Inburgeringsplicht (ELIPs). Dit zijn inburgeraars die hun lening voor de inburgering (vrijwel) volledig hebben uitgeput, maar nog steeds inburgeringsplichtig zijn. Momenteel worden deze trajecten gefinancierd uit het budget Participatie. Aangezien hier een overschot op is, worden deze gelden over 2023 niet opgehaald.
Voor de jaren 2024 – 2026 is landelijk in totaal afgerond nog € 1,2 mln. beschikbaar. De jaarlijkse tranches zullen telkens bij de meicirculaire worden verdeeld. Tabel afwijkingen In onderstaande tabel zijn de verwachte afwijkingen op de lasten, de baten van derden en (als resultaat) de bijdrage van gemeenten opgenomen (negatieve bedragen zijn lagere lasten c.q. baten). Omschrijving
Lasten
Baten van derden
Bijdragen gemeenten
Drechtwerk
18
329
-311
Mutatie o.b.v. meicirculaire 2023
18
329
-311
Inburgering
-3.392
-1.197
-2.195
Wet inburgering uit begroting 2023-2027
-3.392
-1.197
-2.195
De eindejaarsprognose voor Drechtwerk geeft t.o.v. de Voorjaarsbrief een verwachte verlaging op de gemeentelijke bijdrage van circa € 1,2 mln. In deze Najaarsbrief is het verwachte resultaat verwerkt in de gemeentelijke bijdragen (zie bijlage 5.1). In hoofdlijn veroorzaakt door; - verhoging van de Rijksubsidie i.v.m. de LPO voor de SW, € 883K - verlaging salarissen SW n.a.v. afname gemiddelde fte, € 319K - verlaging van de benodigde bijdrage in de Drechtwerk bv, € 162K - stijging personele lasten/salaris regulier & beschutwerk, € 431K - verhoging van de verwachte detacheringsopbrengsten, € 334K. Het Product Drechtwerk betreft 6 gemeenten (exclusief HardinxveldGiessendam).
16
De lasten en baten 2023 t/m 2027 SPUK Wet inburgering 2021 zijn bij deze Najaarsbrief op 0 gezet. E.e.a. conform besluitvorming jaarrekening 2022. Het betreft een gemandateerde taak in plaats van een gedelegeerde taak. Hierdoor lopen de lasten en baten via de DVO in plaats van de begroting GR Sociaal. De DVO 2023 is nog niet getekend. Er is wel overeenstemming bereikt over de financiering van 8,5 fte extra ten behoeve van de (verhoogde) taakstelling 2023. De formatie is nog niet opgenomen in de begroting in afwachting van ondertekening van de DVO. Participatie
-750
0
-2.074
0
0
-1.324
-750
0
-750
-4.124
-868
-4.580
Verschuiving financiering apparaat 2023 Vanaf 2023 wordt de financiering van personeel ten laste van participatie afgebouwd en wordt er € 1,3 mln. minder participatiemiddelen opgehaald. Het betreft een verplaatsing van de financiering van apparaatskosten vanuit participatie naar bedrijfsvoering. Dat betekent een budgetneutrale verschuiving binnen de begroting van de GR Sociaal. Niet bestede Participatiemiddelen 2023 In 2023 zijn verschillende instrumenten ingezet voor de doelgroep. Daarover is meer gezegd bij 'Wat hebben we bereikt.' Ondanks alle inzet, prognosticeren we een overschot op het participatiebudget. Gezien de veranderende samenstelling van het bestand én van de instroom is, zoals eerder aangegeven, een koerswijziging nodig. Daarbij past een projectmatige en soms experimentele inzet van nieuwe aanpak. Dit, omdat dan op kleine schaal bezien kan worden welke maatregelen voor onze inwoners helpen en welke minder succesvol zijn. Die aanpak hebben we in de tweede helft van 2023 gedaan. Dat betekent logischerwijs dat niet alle middelen op dit moment zijn ingezet. Werkbegeleiding wordt nog niet voor iedereen goed ingezet en waarvoor we binnenkort met een voorstel komen. We zien veel kansen voor nieuw beschutters (instroom Pro-Vso) te begeleiden naar de reguliere arbeidsmarkt.
Totaal Bedragen x € 1.000
4.4 ZORGEN VOOR ONDERSTEUNING Wat hebben we bereikt? Vanuit de opgave Zorgen voor Ondersteuning dragen we middels de inzet van tal van ondersteuningsmogelijkheden bij aan het zo lang mogelijk zelfstandig wonen en het naar vermogen meedoen in de maatschappij. Dat doen we met name door de inzet van allerlei maatwerkvoorzieningen, het volgen van effecten, ontwikkeling centraal stellen waar dit kan (de inzet is gericht op ontwikkelen van het zelfstandig functioneren waardoor de ondersteuning op termijn kan worden gestopt of afgeschaald) en door intensiever samen te werken met bijvoorbeeld de wijkteams, jeugdprofessionals en ketenpartners. Bij het invullen van de ondersteuningsbehoefte kijken we nadrukkelijk en eerst naar oplossingen vanuit het eigen netwerk of de mogelijkheden vanuit het "lokale voorveld" alvorens we een indicatie voor een maatwerkvoorziening afgeven. Vanuit deze gedachten staan binnen deze opgave 3 doelstellingen centraal: 1. Wij indiceren en voeren de regie op de beoogde effecten van de ingezette maatwerkondersteuning 2. Wij zorgen voor de ondersteuning die nodig is om mee te doen naar vermogen en richten ons op ontwikkeling waar mogelijk. 3. Wij zorgen voor ondersteuning voor klanten die nodig is om zo lang mogelijk zelfstandig te kunnen wonen.
17
Wat zijn de ontwikkelingen van de afgelopen maanden ten aanzien van deze doelstellingen? In de eerste 8 maanden van 2023 zijn er bijna 11.000 meldingen behandeld. Dit zijn zowel nieuwe meldingen als heronderzoeken. Dit is iets lager dan vorige jaren. Na een aantal jaren met forse stijgingen in klantaantallen en meldingen, is nog steeds sprake van groei maar zien we dat het aantal meldingen in de prognose iets afvlakt. Of deze trendbreuk in meldingen doorzet zullen we in het laatste kwartaal van het jaar nauwkeurig volgen. Ondanks de afname van het aantal meldingen zien we dat de klantaantallen nog steeds toenemen. De stijging van klantaantallen is wel minder groot dan de achterliggende jaren.
Ontwikkeling van het aantal meldingen Wmo Deze afvlakking zien we niet terug in de uitgaven, waar nog steeds sprake is van een forse groei, zie verder onder de kop "wat zijn de kosten". De groei in de uitgaven wordt voornamelijk veroorzaakt door snel gestegen prijzen/tarieven als gevolg van hoge indexcijfers en cao-ontwikkelingen. De resultaten op huishoudelijke ondersteuning staan steeds meer onder druk door krapte op de arbeidsmarkt. De vraag naar deze voorziening is op dit moment groter dan waarin de aanbieders kunnen voorzien waardoor sprake is van een wachtlijst. Omdat de wachtlijsten worden beheerd door de zorgaanbieders, is het exacte aantal wachtenden niet bekend. We kunnen een inschatting maken op basis van het aantal geregistreerde zorgindicaties waarop nog geen declaratie plaatsvindt. Voor 175 cliënten geldt dat zij wel in zorg zijn gemeld door een zorgaanbieder, maar de ondersteuning nog niet gestart is en die dus wachten op ondersteuning. Voor de andere vormen van ondersteuning zien we deze wachtlijstproblematiek nog niet, maar we monitoren de ontwikkelingen hierop en staan in nauw contact met de aanbieders. Bekend is dat, als gevolg van de demografische ontwikkeling, binnen de zorg- en ondersteuningssector tot 2030 sprake zal zijn van een verhoging van de vraag in combinatie met minder beschikbaar personeel.
De verwachting is dat hiermee ook de druk op de andere Wmo voorzieningen – met name die waar ouderen gebruik van maken- zal toenemen in de nabije toekomst. In het verlengde hiervan heeft het Algemeen Bestuur de GR Sociaal verzocht om een opdrachtbeschrijving op te stellen voor een brede aanpak van dit vraagstuk. Om ook in de toekomst inwoners passend te kunnen blijven ondersteunen is een andere, bredere manier van kijken en innoveren nodig. Het is wenselijk om hier meerdere perspectieven en verantwoordelijkheden bij te betrekken. De opdracht raakt inhoudelijk direct aan veel activiteiten die lokaal of regionaal in gang worden gezet in het kader van de landelijke akkoorden IZA, GALA, WOZO, TAZ. Tevens vraagt het om verbinding met de nog niet uitgekristalliseerde ontwikkelingen op het gebied van de regionale arbeidsmarkt. In 2023 is gestart met de verdere concretisering van deze opdracht langs 5 lijnen, te weten: gezamenlijk werven, opleiden en behouden, toegang, vitaal blijven/ reablement, wijkgericht werken en innovatie. Opdrachten worden langs deze 5 lijnen gezamenlijk verder uitgewerkt en vormgegeven en lopen door in 2024 e.v.
18
De herijking van de Wmo-verordening zit inmiddels in de besluitvormende fase. In de periode van juni tot en met november besluiten de gemeenteraden over hun invulling van het Wmo beleid. Eventuele financiële effecten verwachten we pas in 2024, maar deze lijken vooralsnog beperkt. Al enige tijd spelen er landelijk ontwikkelingen met betrekking tot de eigen bijdrage voor de Wmo. op grond van deze ontwikkelingen is de verwachting dat het huidige abonnementstarief afgeschaft wordt en dat de eigen bijdrage vanaf 2026 weer inkomensafhankelijk wordt. Door de demissionaire status van dit kabinet zijn echter nieuwe onzekerheden rond deze ontwikkeling ontstaan. Wel is inmiddels een indexering van de eigen bijdrage aangekondigd per januari 2024. De exacte hoogte hiervan is op moment van schrijven van deze Najaarsbrief nog niet bekend. Tot slot heeft de Centrale Raad van Beroep een uitspraak gedaan over de hoogte van de PGB's voor het sociaal netwerk en waar deze tarieven op gebaseerd zouden moeten zijn. De uitspraak kan behoorlijke gevolgen hebben voor de hoogte van de PGB's. We hebben recent hierover gesproken met het ministerie ook, ook zij denken na over wat met de uitspraak te doen. Vooralsnog blijven we nauw contact onderhouden en houden we de verdere gevolgen in de gaten. Als er meer duidelijkheid is zal over dit onderwerp een apart bestuurlijk voorstel opgesteld worden.
Wat zijn de kosten? Opgave
Actuele begroting 2023
Najaarsbrief 2023
Zorgen voor ondersteuning
Lasten
Baten
Saldo
Lasten
Baten
Saldo
Lasten
Baten
Saldo
Begeleiding en kortdurend verblijf
31.825
31.825
0
32.925
32.925
0
1.100
1.100
0
Huishoudelijke ondersteuning
25.700
25.700
0
27.400
27.400
0
1.700
1.700
0
Hulpmiddelen
6.030
6.030
0
6.030
6.030
0
0
0
0
Vervoer
10.151
10.151
0
10.555
10.555
0
404
404
0
Totaal
73.706
73.706
0
76.910
76.910
0
3.204
3.204
0
Afwijking
Bedragen x € 1.000
Toelichting bij de afwijkingen In onderstaande tabel zijn de verwachte afwijkingen op de lasten, de baten van derden en (als resultaat) de bijdrage van gemeenten opgenomen (negatieve bedragen zijn lagere lasten c.q. baten). Omschrijving
Lasten
Baten van derden
Bijdragen gemeenten
Begeleiding en kortdurend verblijf
1.100
-4
1.104
Hogere indexering tarieven Begeleiding
1.100
-4
1.104
De tarieven voor de maatwerkvoorzieningen Individuele Begeleiding en Dagbesteding worden conform contract jaarlijks geïndexeerd. Met name als gevolg van cao-ontwikkelingen is de index dit jaar hoger dan waarmee rekening is gehouden. Daarnaast hebben we in 2023 te maken met 53 weken waarover zorgaanbieders kunnen declareren. Bepalend is namelijk het aantal zondagen in het lopende jaar. In de begroting is met 52 weken gerekend. Daardoor nemen de kosten met 2% toe. In totaal zullen de kosten voor begeleiding naar verwachting met € 1,1 mln. toenemen. Huishoudelijke ondersteuning