CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Eindrapport Tussenevaluatie Agenda 2030 - Twynstra Gudde 18 apr 2025.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 1 juli 2025, gemeente DordrechtBij agendapunt: 25: Raadsinformatiebrief over Vierjaarlijkse Monitor Agenda Dordrecht 2030 - Raadsinformatiebrief34.843 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

RAPPORT

Tussenevaluatie Agenda 2030 Gemeente Dordrecht

Thijs Boertien, Jop de Graaff, Roel Lauwerier

18 april 2025

Inhoudsopgave Inhoudsopgave

2

Bestuurlijke nota

6

Hoofdconclusie Inleiding Onderzoeksvragen en leeswijzer bestuurlijke nota Conclusies De programma’s Het tandwiel Bijsturingsmogelijkheden binnen de programma’s Ontwikkelrichtingen op de strategie van de Agenda 2030 Aanbevelingen

7 7 9 10 10 13 14 18 22

Onderzoeksrapport

24

1. Onderzoeksverantwoording

25

1.1. Onderzoeksvragen 1.2. Aanpak 1.3. Leeswijzer

2. Programma 1 | Stadsas (voorheen Spoorzone) 2.1. Raadsbesluit en MBC 2.1.1. Raadsbesluit 2.1.2. Vergelijking scope MBC en programma Stadsas 2.2. Stand van zaken deelprogramma 2.2.1. Inhoudelijke voortgang 2.2.2. Financiële stand van zaken 2.2.3. Plek in de ‘impactketen’ 2.2.4. Relevante ontwikkelingen 2.2.5. Bijsturingsmogelijkheden 2.3. Tussentijdse conclusie

3. Programma 2 | Stadspark (voorheen Dordwijkzone) 3.1. Raadsbesluit en MBC 3.1.1. Raadsbesluit 3.1.2. MBC 3.2. Stand van zaken programma 3.2.1. Inhoudelijke voortgang

25 25 26

27 27 27 29 30 30 31 32 33 34 34

35 35 35 35 37 37

2 / 126

3.2.2. Financiële stand van zaken 3.2.3. Plek in de ‘impactketen’ 3.2.4. Relevante ontwikkelingen en bijsturingsmogelijkheden 3.3. Tussentijdse conclusie: Stadspark

4. Programma 3 | Ruimte voor Banen

39 40 40 41

42

4.1. Raadsbesluit en MBC 4.1.1. Raadsbesluit 4.1.2. MBC 4.2. Stand van zaken programma 4.2.1. Inhoudelijke voortgang 4.2.2. Financiële stand van zaken 4.2.3. Plek in de ‘impactketen’ 4.2.4. Relevante ontwikkelingen 4.2.5. Bijsturingsmogelijkheden 4.3. Tussentijdse conclusie: Ruimte voor Banen

42 42 42 44 44 45 47 48 49 49

5. Programma 4 | Dordts Leerprogramma

50

5.1. Raadsbesluit en MBC 5.1.1. Raadsbesluit 5.1.2. MBC 5.2. Stand van zaken programma 5.2.1. Inhoudelijke voortgang 5.2.2. Financiële stand van zaken 5.2.3. Plek in de ‘impactketen’ 5.2.4. Relevante ontwikkelingen 5.2.5. Bijsturingsmogelijkheden 5.3. Tussentijdse conclusie: DLP

6. Programma 5 | Glansrijke Toekomst 6.1. Raadsbesluit en businesscase 6.1.1. Raadsbesluit 6.2. Stand van zaken programma 6.2.1. Inhoudelijke voortgang 6.2.2. Financiële stand van zaken 6.2.3. Plek in de ‘impactketen’ 6.2.4. Relevante ontwikkelingen 6.2.5. Bijsturingsmogelijkheden 6.3. Tussentijdse conclusie: Glansrijke Toekomst

7. Programma 6 | Duurzame Stad 7.1. Raadsbesluit en MBC 7.1.1. Raadsbesluit

50 50 50 52 52 55 57 58 59 59

60 60 60 62 62 64 65 66 66 67

68 68 68

3 / 126

7.1.2. MBC’s 7.2. Stand van zaken programma 7.2.1. Inhoudelijke voortgang 7.2.2. Financiële stand van zaken 7.2.3. Plek in de ‘impactketen’ 7.2.4. Relevante ontwikkelingen 7.2.5. Bijsturingsmogelijkheden 7.3. Tussentijdse conclusie: Duurzame Stad

8. Programma 7 | Binnenstad 8.1. Raadsbesluit en MBC 8.1.1. Raadsbesluit 8.1.2. MBC 8.2. Stand van zaken programma 8.2.1. Inhoudelijke voortgang 8.2.2. Financiële stand van zaken 8.2.3. Plek in de ‘impactketen’ 8.2.4. Relevante ontwikkelingen 8.2.5. Bijsturingsmogelijkheden 8.3. Tussentijdse conclusie: Binnenstad

9. Tandwiel 9.1. Inleiding 9.2. Ondernemerschap 9.2.1. MKB vriendelijke gemeente 9.2.2. Arbeidsmarktspanning 9.2.3. Openstaande vacatures 9.2.4. Aantal banen per sector 9.2.5. Ontwikkeling van het aantal start ups + Start ups per jaar en t.o.v. bestaande vestigingen 9.2.6. Overkoepelende analyse 9.3. Menselijk kapitaal 9.3.1. Lage werkloosheid 9.3.2. Aandeel hbo en wo in beroepsbevolking 9.3.3. Levensverwachting 9.3.4. Overkoepelende analyse 9.4. Kennisinfrastructuur 9.4.1. Onderwijskwaliteit 9.4.2. Aantal octrooien (per inwoner) 9.4.3. Uitgaven aan onderzoek en ontwikkeling door het bedrijfsleven 9.4.4. Aanwezigheid van een universiteit 9.4.5. Overkoepelende analyse 9.5. Fysieke infrastructuur 9.5.1. Bereikbaarheid (via weg, spoor, water en lucht) 9.5.2. Internettoegang en –kwaliteit 9.5.3. Afwezigheid van files 9.5.4. Overkoepelende analyse

68 70 70 73 74 76 76 77

78 78 78 78 80 80 84 85 86 86 87

88 88 90 90 90 91 91 92 93 94 94 95 96 97 98 98 101 102 103 103 104 104 106 107 108

4 / 126

9.6. Leefklimaat 9.6.1. Aanbod van cultuur en restaurants 9.6.2. Lage kosten voor levensonderhoud 9.6.3. Aanwezigheid van historisch centrum 9.6.4. Veiligheid 9.6.5. Afwezigheid van luchtervervuiling en (geluids)overlast 9.6.6. Woningaanbod (betaalbaarheid, kwaliteit en percentage koopwoningen) 9.6.7. Aanvullende informatie 9.6.8. Overkoepelende analyse 9.7. Overig

109 109 110 113 114 118 118 122 123 124

5 / 126

Bestuurlijke nota

6 / 126

Hoofdconclusie In het onderzoek staat de volgende hoofdvraag centraal. In hoeverre neemt de verdiencapaciteit van de stad toe door uitvoering van de zeven investeringsprogramma's? Dit is een tussenevaluatie. De programma’s van de Agenda Dordrecht 2030 zijn in uitvoering en de daadwerkelijke effecten moeten daarom nog zichtbaar worden. Uit de evaluatie blijkt wel dat met de programma’s nog steeds aan dezelfde knoppen wordt gedraaid waardoor het aannemelijk is dat de verdiencapaciteit toeneemt. Door de groei van de stad en door te investeren in ondernemerschap, mensen, kennis en infrastructuur en het leefklimaat, neemt de draagkracht voor voorzieningen in de stad toe. Om de doelen van de agenda in beoogde mate gerealiseerd te krijgen, is het zaak de programma’s door te zetten. In de tussentijd staat de wereld niet stil. Exogene, niet door Dordrecht te beïnvloeden, ontwikkelingen zoals kostenstijgingen, netcongestie, de oorlog in Oekraïne en krapte op de arbeidsmarkt hebben invloed op de programma’s van de agenda. Daarom worden programma’s op dit moment herijkt. In de evaluatie wordt ingegaan op eventuele bijsturingsmogelijkheden binnen de kaders van de agenda. Ook worden in deze bestuurlijke nota ontwikkelrichtingen geschetst voor bijsturingen die fundamenteler ingrijpen in de agenda voor het geval er binnen de agenda financiële ruimte moet worden gecreëerd.

Inleiding De gemeenteraad van Dordrecht heeft in 2020 ingestemd met de manier waarop de gemeente gaat investeren in de stad via de Agenda Dordrecht 2030. Het college en de raad zien het als een collectieve opgave om de reserves, ontstaan door de verkoop van de Eneco-aandelen, op een ambitieuze en verantwoorde manier te reserveren voor investeringen in de stad. Deze investeringen dienen om de sociaaleconomische positie van de stad, en daarmee de brede welvaart van de Dordtenaren, te versterken. De achterliggende gedachte van de agenda luidt als volgt. “Dordrecht investeert in de kwaliteit van de stad en het welzijn van alle Dordtenaren. We bouwen verder aan een fijne, duurzame leefomgeving en meer gelijke kansen. Een stad met uitstekende voorzieningen. En een goed vestigingsklimaat. Dit doen we door te investeren in de Agenda Dordrecht 2030: ondernemerschap, mensen, kennis en infrastructuur en het leefklimaat. Centraal staat het doel om het aantal inwoners in de stad te laten groeien. Als we zorgen dat het aantal inwoners weer stijgt en welvarender wordt, leggen we een stevige basis voor het behoud van onze voorzieningen, een hogere kwaliteit van leven en benutten we de kansen die de stad biedt.

Daar profiteren de huidige en toekomstige inwoners van Dordrecht van.” In december 2020 stemt de raad ermee in dat er op zeven programma’s maatschappelijke business cases (MBC’s) worden uitgewerkt, op basis waarvan de raad kan besluiten tot het reserveren van bedragen per programma. De raad besluit naar aanleiding van het raadsvoorstel van 20 april 2021 circa € 295 miljoen (mln) te investeren in de volgende zeven programma’s (zie de tabel hierna) vanuit de reserve Agenda Dordt 2030 en de reserve Dividend Compensatie1. Om te kijken waar de investeringsagenda en de onderliggende programma’s staan, voert de gemeente nu een tussenevaluatie uit. Niet alleen de individuele programma’s worden geëvalueerd; er wordt ook gekeken naar de samenhang tussen de programma’s en het realiseren van de agenda in zijn geheel.

1

Bron: Gemeente Dordrecht (20 april 2021). Raadsbesluit reserveringen Agenda Dordrecht 2030. En:

https://cms.dordrecht.nl/Onze_stad/Overzicht_Onze_stad/Agenda_Dordrecht_2030/Agenda_Dordrecht_2030_uitgelegd_via_infographic

7 / 126

Programma

Ambitie

1. Stadsas

Een aantrekkelijke stedelijke plek met veel nieuwe huizen voor Dordtenaren en nieuwe inwoners. Met

(voorheen

ruimte voor ontmoeting, bedrijvigheid, cultuur en evenementen. Met meer groen en water en betere

Spoorzone)

toegang tot de stad door een aantrekkelijk stationsgebied, beter openbaar vervoer en parkeer-

Reservering raad (2021) € 140 mln

gelegenheid. 2. Stadspark

Een toegankelijk, centraal gelegen stadspark met ruimte voor sport en recreatie. Sportparken en

(voorheen

wijken zijn beter bereikbaar door een netwerk van fiets- en wandelpaden. Groenvoorzieningen en

Dordwijkzone)

ecologische verbindingen zorgen voor een gezonde en leefbare stad.

3. Ruimte voor

Een welvarende stad vraagt om een goed draaiende economie, met voldoende werk en verschillende

Banen

soorten werk; banen die ook in de toekomst nuttig zijn en een positieve bijdrage leveren. Daarvoor is

€ 55 mln

€ 8 mln

ruimte nodig op nieuwe en bestaande bedrijventerreinen. En in de Spoorzone voor moderne werkplekken. 4. Dordts

Een stevige aanpak van achterstanden in het primaire onderwijs zodat ieder kind de kans krijgt eruit

Leerprogramma

te halen wat erin zit. Voor scholen met de grootste kans op achterstanden komt er extra geld.

€ 27,4 mln

Scholen gaan dat inzetten op een betere beheersing van de Nederlandse taal. 5. Glansrijke

Jongeren helpen hun veerkracht te vergroten. Jongeren beter voorbereiden op een maatschappij en

Toekomst

arbeidsmarkt die blijven veranderen. Met goede begeleiding kunnen jongvolwassenen zelf de weg

€ 10,5 mln

naar een baan en een goede toekomst vinden. 6. Duurzame

Duurzaamheid is een rode draad door de investeringen. We zetten in op meer zonnepanelen op

Stad

bedrijfsdaken, particuliere daken en, waar binnen de stad mogelijk, op de grond. Voor de eigen

€ 14 mln

gebouwen wil de gemeente energiebesparende maatregelen nemen en de CO2-uitstoot terugdringen. 7. Binnenstad

Een levendige binnenstad is het visitekaartje voor Dordrecht 2030. Een kleiner winkelgebied met

€ 40,2 mln

meer ruimte voor woningen vraagt om goede openbare ruimte, bereikbaarheid en parkeervoorzieningen. Ruimte voor groen en activiteiten zorgt voor levendigheid.

Figuur 1. Zeven programma’s Agenda Dordrecht 2030. Op basis van onderzoek identificeert de gemeente factoren die bijdragen aan een sterke stad. De gemeente definieert vijf ‘tandwielen’: ondernemerschap, mensen, opleidingen, leefklimaat en verbindingen. De investeringsprogramma’s hebben elk invloed op deze tandwielen, die samen een overkoepelend tandwiel vormen. Het tandwiel licht de factoren en variabelen uit waaraan Dordrecht prioriteit geeft en waar de Agenda 2030 met de zeven programma’s aan moet bijdragen.

8 / 126

Figuur 2. Overkoepelend tandwiel Agenda Dordrecht 2030.2

Onderzoeksvragen en leeswijzer bestuurlijke nota In het onderzoek staat de volgende hoofdvraag centraal. In hoeverre neemt de verdiencapaciteit van de stad toe door uitvoering van de zeven investeringsprogramma's? Om deze basisvraag te kunnen beantwoorden, zijn vier deelvragen geformuleerd: 1. Waar staat elk programma, in zowel realisatie als kostenontwikkeling? 2. Gaan de doelstellingen met betrekking tot input, throughput, output en outcome bereikt worden? 3. Welke relevante ontwikkelingen (landelijk, regionaal lokaal) hebben zich in de tussentijd voorgedaan en zijn de eerder gedane aannames dan nog valide? 4. Waar en hoe is het logisch en verstandig om zo nodig bij te sturen? (in lijn met motie M15B: wat zijn kansen en/of risico’s bij het stoppen met of afslanken van de investeringsprogramma’s?) In deze bestuurlijke nota laten we het overstijgende beeld zien van de programma’s, geven we aan wat dit betekent voor de beantwoording van de hoofdvraag en wat er op het totale tandwiel van de agenda te zien is. In de hoofdstukken 2 t/m 8 worden de deelvragen individueel, per programma behandeld.

2

Ibid.

9 / 126

Deze bestuurlijke nota is als volgt opgebouwd: - Conclusies: o De programma’s, waarin we inzichtelijk maken waar de programma’s qua uitvoering staan, wat hierbij overstijgend opvalt en wat dit betekent voor de bijdrage aan de verdiencapaciteit van de stad. o Het tandwiel, waarin we bij de belangrijkste bevindingen en ontwikkelingen van de ‘raderen’ van het tandwiel stiltaan. o Bijsturingsmogelijkheden binnen de programma’s, waarin we een overzicht geven van de (mogelijke) bijsturingsmogelijkheden met daarop onze onafhankelijke reflectie. o Ontwikkelrichtingen op de strategie van de Agenda 2030, waarmee meer fundamenteel en strategisch, op hoofdlijnen wordt bijgestuurd op de agenda en de daarin opgenomen ambities. Dit gebeurt kwalitatief. Een financiële duiding van de ontwikkelrichtingen wordt door de ambtelijke organisatie opgepakt. Aanbevelingen: o Op basis van de inzichten uit de conclusies en op basis de bijsturingsmogelijkheden en de ontwikkelrichtingen formuleren we aanbevelingen.

Conclusies De programma’s De onderstaande figuur en de toelichting laten zien waar de verschillende programma’s staan. Dit overstijgende beeld is gebaseerd op de verdiepende analyses die zijn te vinden in de hiernavolgende hoofdstukken.

1. Stadsas Programma Stadsas bevindt zich op het totaal van het programma momenteel in de (beginnende) fase van activiteiten en inspanningen (throughput). Aan de kant van de input (mensen en middelen) zijn er aandachtspunten. Bij de start van het programma wist de gemeente al dat, om de hele business case uit te voeren, er onvoldoende middelen waren. De gereserveerde middelen werden daarmee ook beschouwd als inbreng voor cofinanciering van derden (provincie en Rijk). Deze cofinanciering komt van de grond maar nog niet zodanig dat volledige dekking is geborgd. De oorspronkelijke budgetten zijn ook niet geïndexeerd. Er wordt gewerkt aan een programmaherijking, inclusief financiering. 2. Stadspark Programma Stadspark is qua aanpak wat later op gang gekomen en bevindt zich op het totaal van het programma momenteel in de beginnende fase van throughput. Aan de kant van de input (mensen en middelen) zijn er aandachtspunten. Er is op dit moment nog geen volledig zicht op benodigde cofinanciering voor de verdere uitvoering. Ook zijn budgetten niet geïndexeerd. Er wordt daarom gewerkt aan een programmaherijking, inclusief financiering. 3. Ruimte voor banen Programma Ruimte voor Banen bevindt zich op het totaal van het programma in de overgangsfase van throughput naar output (beoogde resultaten).

Er heeft een kleine focuswijziging plaatsgevonden in het programma naar kwaliteit van banen (o.a. voor de eigen beroepsbevolking) in plaats van het sec aantrekken van werkgelegenheid voor hoger opgeleiden.

10 / 126

4. Dordts leerprogramma (DLP) Programma DLP loopt en bevindt zich op het totaal van het programma in de fase van activiteiten en inspanningen. De stand van zaken is nu vooral af te lezen aan de jaarlijks geleverde extra onderwijstijdverlenging (throughput). Het programma maakt zich gereed voor het in beeld brengen van de eerste output (uitstroomniveaus bij DLP-scholen). 5. Glansrijke toekomst Programma Glansrijke Toekomst is qua aanpak wat later op gang gekomen en bevindt zich op het totaal van het programma momenteel in de beginnende fase van throughput. Er is een focus op drie eigen projecten aangebracht die de komende tijd verder worden uitgevoerd. 6. 1 2 Duurzame Stad Programmalijn 1. Zonne-offensief bevindt zich op het totaal van het programma in de fase van (eerste) output. Mede door het ‘marktenthousiasme’ voor zonne-energie, heeft de gemeente zelf minder actief hoeven sturen op het realiseren van output. Programmalijn 2. Maatschappelijk vastgoed bevindt zich op het totaal van het programma in de fase van throughput. Er zijn plannen voor een herijking van het hele programma die aansluit bij nieuwe ontwikkelingen, inzichten en behoeften voor integrale, lokale energiesystemen en klimaatneutraliteit om daarmee te blijven bijdragen aan de doelen van de Agenda 2030. 7.

Binnenstad Binnenstad bevindt zich momenteel op het totaal van het programma in de beginnende fase van throughput. Het beschikbare budget blijft achter bij de geprognosticeerde kosten van de projecten en maatregelen. Er wordt gewerkt aan een programmaherijking, inclusief financiering.

Figuur 3. Voortgang ‘impactketen’ zeven programma’s Agenda 2030. Zoals figuur 3 laat zien, bevindt het merendeel van de programma’s - op de totale reikwijdte en omvang van het programma - zich in de fase van activiteiten en inspanningen. De programma’s zijn daarom nog niet zo ver dat er iets kan worden gezegd over de daadwerkelijke uiteindelijke bijdrage van de Agenda 2030 aan de verdiencapaciteit van de stad. Wel is op de onderliggende maatschappelijke business cases gereflecteerd in het licht van de actuele stand van zaken van de programma’s. Daaruit blijkt dat alle programma’s inderdaad op dezelfde aspecten inzetten zoals oorspronkelijk beoogd. Dit betekent dat daarmee aan dezelfde knoppen wordt gedraaid die volgens de maatschappelijke business cases moeten zorgen voor de beoogde maatschappelijke outcome. Door ontwikkelingen die sinds de vaststelling van de Agenda 2030 hebben plaatsgevonden, zijn de programma’s herijkt of vinden er de komende tijd herijkingen plaats. Van invloed zijn bijvoorbeeld: - De stijging van kosten, zonder dat het budget is geïndexeerd. - Veranderingen in de (maatschappelijke) context, zoals de toename van duurzame opwek door inwoners en bedrijven.

- Accentverschuivingen ten aanzien van ambities en doelen, bijvoorbeeld het (mogelijk) versnellen van de verduurzaming van het eigen maatschappelijke vastgoed of de focus op de kwaliteit van banen boven werkgelegenheid voor een hoger opleidingsniveau. - Het verder uitwerken van plannen waardoor de financiële haalbaarheid lopende de uitvoering scherper in beeld komt. Deze herijking geldt (alleen) niet voor het Dordts Leerprogramma.

11 / 126

De herijkingen gaan impact hebben op de mate waarin de oorspronkelijk beoogde outcome wordt gerealiseerd. Bijstellingen op bijvoorbeeld infrastructurele maatregelen, verbindingen tussen gebieden, kwaliteitsniveaus in de realisatie en (woningbouw)programmering kunnen en zullen veelal leiden tot een andere of – beter gezegd – mindere outcome. Anderzijds wordt ook herijkt om beter aan te sluiten op de actualiteit waarmee ervoor wordt gezorgd dat de beoogde output en outcome worden gerealiseerd. Hoe de herijkingen de outcome beïnvloeden, moet blijken uit een volgende evaluatie en moet worden geëxpliciteerd binnen lopende herijkingen. Hiermee hangt samen dat veel projecten langer zullen duren en hun werking zullen hebben (ver) na 2030. Dit is niet vreemd, gelet op de aard van de programma’s. Gebiedsontwikkelingen en economische structuurversterkingen vergen veel tijd en het effect van investeringen in jongeren en onderwijs laat zich pas in de toekomst zien. Het sterker maken van de stad, vergt een aanpak voor de lange termijn én het in het vervolg versterken van de integraliteit tussen de programma’s. Vanuit de verschillende programma’s is het beeld ontstaan dat deze samenhang nog niet altijd optimaal is georganiseerd.

Onderliggende gedachte bij de Agenda 2030 was tevens dat met de programma’s de verdiencapaciteit van de gemeente zelf in financiële zin zou toenemen, bijvoorbeeld door een hogere bijdrage vanuit het Gemeentefonds en meer inkomsten uit onder andere de OZB. Deze impact kan nu nog niet zichtbaar zijn. Woningbouw moet bijvoorbeeld nog worden gerealiseerd. Wel is te zien dat, met het beschikbaar hebben van eigen investeringsgelden, andere overheden worden overtuigd om ook bij te dragen aan en te investeren in Dordrecht. Dit is te zien bij bijvoorbeeld Glansrijke Toekomst waar samenwerkingspartners ook instappen en zorgen voor cofinanciering. Wat dat betreft is een eerste resultaat van de Agenda 2030 dat binnen domeinen als onderwijs de samenwerking is verstevigd en dat er een vliegwieleffect op gang komt. Zo maken scholen doordát zij meedoen aan het Dordts Leerprogramma, ook aanspraak op bijdragen vanuit andere middelen en aanpakken vanuit het Rijk. Ten aanzien van het versterken van de financiële slagkracht van de gemeente zelf, zijn de volgende kanttekeningen te plaatsen. In de eerste plaats moet de notie worden gemaakt dat bij de start van de Agenda 2030 het al duidelijk was dat de reserveringen voor Stadsas, Stadspark en Binnenstad niet afdoende waren om de volledige doelstellingen uit de onderliggende MBC’s te kunnen realiseren.

De middelen zijn ook, zoals eerder aangegeven, bedoeld als inbreng voor cofinanciering van derden (provincie en Rijk). Daarnaast komt naar voren dat investeringsbudgetten niet zijn geïndexeerd en dat de structurele kosten die voortvloeien uit programma’s, niet volledig in beeld zijn. Het gaat bijvoorbeeld om kosten voor beheer en onderhoud die niet waren meegenomen bij de start van de Agenda. Deze kosten zijn ook niet doorberekend in meerjarenbegrotingen tot en met 2030 (de looptijd van de agenda). Een andere kanttekening is het dekken van de investeringen met incidentele middelen. Dit brengt met zich dat eventuele toekomstige vervangingsinvesteringen nog niet zijn gedekt. In de derde plaats is het de vraag of de toename van kosten daadwerkelijk in gelijke mate wordt opgevangen met extra inkomsten. De verdeling vanuit het Gemeentefonds is relatief. Als andere gemeenten bijvoorbeeld meer groeien of andere ontwikkelingen kennen, dan kan dat tot verschuivingen leiden die negatief of - op zijn minst - niet positief uitpakken voor Dordrecht. Ten slotte moet nog blijken of bijvoorbeeld de toename van het aantal woningen, mede in het licht van het woningbouwprogramma, leidt tot een zodanige groei in de OZB-opbrengsten dat de kosten worden opgevangen. Hierbij speelt dat eventuele extra toekomstige OZB-opbrengsten wellicht nodig zijn voor de financiering van de programma’s.

12 / 126

Het tandwiel In de bestuurlijke stukken over de Agenda 2030 is als centraal doel opgenomen: “Centraal staat het doel om het aantal inwoners in de stad te laten groeien.” Figuur 4 laat zien dat het aantal inwoners de afgelopen jaren is toegenomen. Tussen 2021 (start Agenda 2030) en 2024 is er een toename zichtbaar van 2,48%.

Figuur 4. Aantal inwoners in Dordrecht periode 2021-2024 (bron: CBS). Wetend dat de impact vanuit de programma’s nog niet zichtbaar kan zijn, hebben we onderzocht hoe Dordrecht zich heeft ontwikkeld op het tandwiel. In hoofdstuk 9 van het onderzoeksrapport zijn alle inzichten op de tandwielen en de bijbehorende variabelen opgenomen. Het merendeel van de variabelen monitort de gemeente al zelf. De overige variabelen zijn op basis van andere databronnen aangevuld. Hierna worden de meest in het oog springende ontwikkelingen uitgelicht. Ondernemerschap Er is een positieve ontwikkeling op het vlak van ondernemerschap zichtbaar. Er is een verbeterde waardering van ondernemers. In de ranglijst van MKB-vriendelijkste gemeenten steeg Dordrecht van plaats 44 in 2018-2019 naar plaats 35 in Nederland, en binnen Zuid-Holland van plaats 23 naar plaats 9. Ook nam het aantal banen in de Drechtsteden toe tussen 2019 en 2023. Hoewel sommige sectoren, zoals leisure en detailhandel, een tijdelijke dip kenden tijdens de coronapandemie, is er over het algemeen een stijgende trend zichtbaar in het aantal banen. Tussen 2019 en 2023 is ook het aantal start-ups in Dordrecht met circa 20% toegenomen. Menselijk kapitaal Dordrecht vertoont positieve ontwikkelingen op het gebied van werkgelegenheid en de levensverwachting van inwoners.

Sinds 2018 daalde de werkloosheid in Dordrecht met ongeveer 25%, wat overeenkomt met de landelijke trend. Het aantal werkzame personen nam in Dordrecht tussen 2018 en 2023 toe met meer dan 7.000, een stijging van 12,5%. Wel blijft het aandeel hoogopgeleiden in de werkzame beroepsbevolking achter bij het nationale gemiddelde. Kennisinfrastructuur Er is vooruitgang geboekt op verschillende variabelen, zoals verbeterde rekenvaardigheden in het basisonderwijs en stijgende investeringen in onderzoek en ontwikkeling door het bedrijfsleven. Wel is er een dalende trend te zien in het aantal studentenaantallen in het hbo, terwijl er landelijk een stijging zichtbaar is. Ook blijft de gemiddelde Cito-score in Dordrecht in 2023 achter bij het landelijk gemiddelde en daalt het aantal mbo-studenten sterker dan het landelijk gemiddelde.

13 / 126

Fysieke infrastructuur De bereikbaarheid van voorzieningen in Dordrecht wordt als positief ervaren. Inwoners hebben gemiddeld slechts 200 meter afstand tot het dichtstbijzijnde openbaar vervoer. Dat is gunstiger dan het landelijke gemiddelde van 400 meter. Het aantal Dordtenaren dat binnen de eigen gemeente werkt, steeg van 20.000 eind 2017 naar 25.800 eind 2022, wat wijst op een versterkte lokale arbeidsmarkt. Een aandachtspunt is de verkeersdrukte op bepaalde trajecten rondom Dordrecht. Leefklimaat De sociaaleconomische positie van Dordrecht verbeterde de afgelopen jaren. Het aandeel huishoudens met een inkomen, lager dan 110% van het sociaal minimum daalde naar 11,4%. Dat is hoger dan het landelijke gemiddelde van 9,6%. Daarnaast ontwikkelde de sociaaleconomische status (SES-WOA score) van de gemeente zich tussen 2018 en 2022 dichter naar het landelijk gemiddelde toe (ook dichter dan andere gemeenten met 100.000-300.000 inwoners). Het woningaanbod in Dordrecht nam de afgelopen jaren toe. Tussen 2019 en 2023 steeg het aantal woningen met 4%. De gemiddelde WOZ-waarde van woningen nam in deze periode toe met 64,4%, een sterkere stijging dan landelijk (51,6%). Het aantal vernielingen en seksuele misdrijven in Dordrecht nam tussen 2019 en 2023 af. Het aantal overlastmeldingen steeg met 29,1%, in tegenstelling tot een landelijke daling.

De luchtkwaliteit in Dordrecht voldoet aan de richtwaarden van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). Overstijgend beeld Dordrecht laat op onderdelen van het tandwiel een positieve ontwikkeling zien. Op sommige onderdelen, zoals het aandeel hoogopgeleiden, CITO en studentenaantallen, blijft de ontwikkeling achter bij de landelijke gemiddelden. Zoals de conclusies laten zien, sluiten de programma’s van de Agenda (nog steeds) aan op het tandwiel. Daarbij mag verwacht worden dat de verdere uitvoering van de programma’s bijdraagt aan de ontwikkeling van Dordrecht op het tandwiel. De uitkomsten van de herijkingen en eventuele bijsturingen zullen bepalen in welke mate bijgedragen gaat worden.

Bijsturingsmogelijkheden binnen de programma’s Onderdeel van het onderzoek is ook de vraag vanuit de motie M15B van de raad: wat zijn kansen en/of risico’s bij het stoppen met of afslanken van de investeringsprogramma’s? In dit onderzoek zijn met betrokkenen verschillende bijsturingsmogelijkheden en bijbehorende kansen en risico’s3 verkend die passen binnen de kaders van de Agenda. In de volgende tabel geven we hiervan een overzicht met daarna - per programma - een reflectie op de bijsturingsmogelijkheden.

3

De kansen en risico’s zijn geformuleerd op het niveau van zowel de Agenda 2030 (tandwiel) als de individuele programma’s.

14 / 126

1. Stadsas

Bijsturingsmogelijkheid

Kansen

Risico’s

1. Afslanken van/stoppen met

1. Vrijkomen van incidentele

1. Negatieve invloed op outcome: de groei van de

plannen (Maasterras).

middelen/beperken tekort

omvang stad en alle raderen van het tandwiel. Woningbouw in de Stadsas is van groot belang om de groei van de stad mogelijk te maken.

2. Publiek-private samenwerking

2. Lastenverlichting in de

2. Minder invloed in de gebiedsontwikkeling vanuit de

in de gebiedsontwikkeling.

gebiedsontwikkeling.

gemeente; kan van invloed zijn op programmering en gewenste richting groei van de stad.

3. Genereren derdengelden/

3. Benodigde investeringen vanuit

3. Afhankelijkheid van externe financiering en mogelijke

subsidies.

derden om (delen van) de

vertraging in de realisatie van de groei van de stad. Het

gebiedsontwikkeling te kunnen

is nu al niet eenvoudig om externe financiering te

financieren en daarmee de beoogde

realiseren en door verdere prijsstijgingen kunnen

groei van de stad te realiseren.

financiële tekorten toenemen.

4. Financial engineering: benutten

4. Inkomsten uit toename

4. Middelen komen pas binnen als (extra) woningen zijn

groei van de stad als

woningarsenaal (ozb) inzetten als

gerealiseerd. Het is op dit moment nog onbekend in

inkomstenbron.

toekomstige dekkingsbron heeft een

welke mate deze opbrengsten tekorten kunnen

positief effect op de verdiencapaciteit

opvangen.

van de gemeente zelf. 5. Schrappen specifieke rand-

5. Mogelijk om kosten te verlagen

5. Ontwikkelingen zijn in strijd met vigerende ruimte-

voorwaarden vanuit de gemeente

en/of woningbouwprocedures te

lijke kaders (bestemmings-/Omgevingsplan). Mogelijke

bij woningbouwprojecten.

versnellen, om daarmee beoogde

impact op specifieke raderen van het tandwiel.

groei van de stad te realiseren. 6. Verhogen aandeel

6. Meer werkgelegenheid; positief

6. Mogelijk negatieve invloed op (omvang)

economische/bedrijfsfuncties in

effect op rader ‘ondernemerschap’;

woningbouw en daarmee de groei van de stad.

programmering binnenstad-

hogere OZB-opbrengsten (door

ontwikkeling.

eigenarenbelasting en gebruikersbelasting.

2. Stads-

1. Verder afslanken (duurdere)

1. Directe besparing c.q.

1. Verbinding tussen groenstructuren wordt niet

park

infrastructurele maatregelen.

lastenverlichting.

gerealiseerd. Er ontstaat niet één Stadspark. Er wordt niet de hoeveelheid groen gerealiseerd die met de Agenda werd beoogd (rader: leefklimaat).

2. Temporiseren in de realisatie:

3. Externe bijdragen bieden

3. Cofinanciering komt niet los; uitstel wordt afstel.

uitstel uitvoering tot benodigde

mogelijkheid om programma

Hierdoor wordt er niet één Stadspark gerealiseerd. Er

cofinanciering is gerealiseerd.

(grotendeels) uit te voeren.

wordt niet de hoeveelheid groen gerealiseerd die met

3. Benutten onderdelen Stadspark

4. Inkomsten worden vergroot. Positief

4. Mogelijke impact op natuur, omgevingsoverlast en

voor horeca/evenementen.

effect op ‘lokale economie’ (MBC) en

beleving van het park (rader: leefklimaat).

de Agenda werd beoogd (rader: leefklimaat).

het rader ‘ondernemerschap’. 4. Verdichting met woningbouw

5. Bijdrage aan woningbouw-

5. Intensievere bebouwing met mogelijke impact op

langs aangewezen randen

programmering en hogere WOZ-

leefbaarheid en ‘verstening’.

Stadspark.

waarden en OZB-opbrengsten. Bijdrage aan groei stad en toevoegingen nieuwbouw (rader: leefklimaat)

15 / 126

Bijsturingsmogelijkheid

Kansen

Risico’s

3. Ruimte

1. Vergroten aandeel economisch

1. Meer werkgelegenheid, hogere

1. Mogelijk disbalans met woningbouwontwikkeling

voor

programma bij de verdere ontwik-

OZB-opbrengsten. Kan positief

binnen het plangebied; kan effect hebben op beoogde

Banen

keling van de Oude Lijn.

bijdragen aan rader

groei van de stad.

‘ondernemerschap’. 2. Aantrekken middelen Rijk voor

2. Externe financiering zorgt voor

2. Dordrecht komt niet in aanmerking voor de

maritieme innovatieprojecten.

verlichting eigen bijdrage.

middelen. Kan een negatieve impact hebben op rader

3. Vergroten externe acquisitie op

3. Aantrekken van type bedrijvigheid

3. Dit kan ten koste gaan van bedrijven die reeds in

bedrijventerreinen.

dat nu nog niet in Dordrecht is

Dordrecht zijn gevestigd (rader: ‘ondernemerschap’).

‘ondernemerschap’.

gevestigd (rader: ondernemerschap) 4. Dordts

1. Scholen die goed/beter

1. Directe besparing c.q.

1. Terugval bij scholen als investeringen teruglopen en

Leer-

presteren niet meer, of minder,

lastenverlichting.

risico dat vliegwieleffect bij deze scholen afneemt.

programma

mee laten doen.

Mogelijk negatief effect op raderen ‘Kennisinfra-

(DLP)

structuur’ en ‘1.1. Menselijk kapitaal’. 2. Uren herverdelen tussen

2. Aandacht gaat naar die scholen die

2. Terugval bij scholen als investeringen in specifieke

scholen.

het (extra) nodig hebben. Mogelijk

school teruglopen. Mogelijk negatief effect op raderen

positief effect op rader

‘Kennisinfrastructuur’ en ‘Menselijk kapitaal’.

‘Kennisinfrastructuur’ 3. Minder uren voor de jongste

3. Besparing c.q. lastenverlichting en

3. Mogelijke achterstand bij leerlingen als investeringen

kinderen.

minder druk op jonge kinderen.

in onderwijstijdverlenging bij specifiek jonge kinderen afnemen. Mogelijk negatief effect op raderen ‘Kennisinfrastructuur’ en ‘Menselijk kapitaal’

4. Het programma na 2030 door

4. Minder (structurele) lasten voor de

4. Er zijn geen/onvoldoende middelen vanuit het Rijk of

laten lopen, inclusief financiële

gemeente; borging programma na

scholen om het programma structureel te borgen.

herverdeling.

afloop van de agenda 2030.

Mogelijk negatief effect op raderen ‘Kennisinfrastructuur’ en ‘Menselijk kapitaal’

5. Glansrijke

1. Het programma na 2030 door

1. Partners in de samenwerking gaan

1. Er zijn geen/onvoldoende middelen vanuit partners

Toekomst

laten lopen, inclusief financiële

meer bijdragen; borging van het

om het programma structureel te borgen. Mogelijk

herverdeling.

programma na afloop van 2030.

negatief effect op ‘Menselijk kapitaal’.

2. Koppeling programma aan de

2. Programma kan worden verbonden

2. Wet wordt niet aangenomen of dusdanig aangepast

‘Wet van school naar duurzaam

aan Rijkswetgeving, inclusief

dat deze niet meer in lijn is met het programma.

werk’.

Rijksmiddelen.

6. Duurzame

1. Herijking breedte scope

1. Bredere scope doet recht aan

1. Onzekerheden rondom netcongestie kunnen het

Stad

programma.

ontwikkelingen t.a.v. duurzaamheid

tempo waarin ambities worden gerealiseerd,

(o.a. meer focus op goede energiemix,

beïnvloeden.

opslag i.p.v. sec opwek en uitdagingen netcongestie). 2. Maatschappelijk vastgoed:

2. Mogelijkheid om investeringen te

2. Recentelijk vastgestelde beleidsambities zijn kort na

oorspronkelijke ambitie van 2050

spreiden en meer revenuen vanuit

vaststelling niet meer actueel; het is sterk de vraag of

aanhouden i.p.v. 2040.

revolverend fonds te benutten.

financiële tekorten hiermee worden opgelost.

3. Maatschappelijk vastgoed:

3. Besparing door verkleinen eigen

3. Afwenteling stadsbrede opgaven op derden; loslaten

afstoten eigen vastgoed.

duurzaamheidsopgave; verduurzaming

voorbeeldfunctie.

op te pakken door nieuwe eigenaren. 7. Binnen-

1. Afslanken programma, bijv.

1. Directe besparing c.q.

1. Negatief effect op outcome (o.a. rader: leefklimaat).

stad

door herinrichting Grote Markt

lastenverlichting.

Door demping investeringsniveau kan Dordrecht achter

niet te doen.

(gaan) lopen op concurrerende steden.

16 / 126

Bijsturingsmogelijkheid

Kansen

Risico’s

2. Business case parkeren in

2. Een deel van de lasten wordt

2. Parkeerexploitatie moet lasten kunnen dragen,

samenhang met het programma.

gedragen door de parkeerexploitatie.

mogelijk in combinatie met mobiliteitsmaatregelen.

3. Strategischer aanhaken op

3. Realiseren programmadoelen

3. Vergt flexibiliteit in de aanpak en de

ontwikkelingen in de binnenstad.

zonder budgetten vanuit het

programmaorganisatie.

programma zelf hiervoor aan te hoeven wenden.

Figuur 5. Overzicht bijsturingsmogelijkheden per programma. Hierna geven we per programma een reflectie op de bijsturingsmogelijkheden. Stadsas Het programma Stadsas raakt de kern van het belang van de Agenda 2030: de groei van de stad. De verdiencapaciteit van de stad is gekoppeld aan deze groei van de stad. Met name in dit programma zit een grotere woningbouwopgave. Dat is een cruciale randvoorwaarde om de groei en ontwikkeling van de stad mogelijk te maken. Als er aan de kern van het programma wordt gesleuteld, dan wordt er gesleuteld aan de kern van het ‘tandwiel’. Uiteraard kan hier politiekbestuurlijke heroverweging op plaatsvinden, maar dan wordt er wel afscheid genomen van de intentie van de agenda. Belangrijke bijsturingsmogelijkheden zitten in het verder genereren van cofinanciering voor de langetermijnuitvoering. Door nu te stoppen of verder af te slanken, worden die mogelijkheden beperkter. Tegelijkertijd kent het programma een grote verdichtingsopgave; dat is ruimtelijk complex. Het is mogelijk om politiek-bestuurlijk te heroverwegen hoe je als stad wilt groeien en wat dat betekent voor je woningbouwopgave. Verkend kan worden of er ook andere locaties binnen de gemeentegrenzen geschikt(er) zijn voor het (sneller) gerealiseerd krijgen van woningbouw.

Stadspark Het grootste risico van afslanken/bijsturen is dat de samenhang van de groenstructuren afneemt en er geen samenhangend Stadspark XL ontstaat. Er vindt op dit moment een herijking plaats. Bij deze herijking is het verstandig om af te wegen of Dordrecht wil vasthouden aan het idee van een Stadspark als samenhangend geheel óf dat de opgave wordt verdeeld in onderdelen, in segmenten waarbij je de uitvoering faseert en laat afhangen van middelen die je echt hebt om te ontwikkelen, onderhouden en vervangen. Een andere bijsturingsmogelijkheid zien we in het meer aansluiten op aanpalende ontwikkelingen, zoals verdichting aan de randen van de groenstructuren. Ruimte voor Banen Het programma is al verder in uitvoering en (geplande) besteding. We zien hier weinig noodzaak en mogelijkheden tot bijsturing anders dan het verbreden en leren van de inzet binnen het programma. De aanpak en de instrumentaria die binnen het programma worden ontwikkeld kunnen breder ingezet worden in andere programma’s en ontwikkelingen, zoals de Oude Lijn, Binnenstad en ter versterking van de economische structuur. Dordts Leerprogramma Het programma is al verder in uitvoering en (geplande) besteding. Bijsturing is mogelijk maar dit raakt direct de inzet op de kern op het programma. Tot 2030 kunnen de mogelijkheden worden bekeken om de financiering te herverdelen tussen scholen.

Een belangrijke bijsturingsmogelijkheid zien we in het borgen van de aanpak na 2030. Het programma wordt tot die tijd gefinancierd vanuit een tijdelijke impuls. Als je deze aanpak door wilt zetten, vraagt dat om structurele middelen en een perspectief op hoe je daar als gemeente mee om wilt gaan.

17 / 126

Glansrijke Toekomst Dit programma is pas kort begonnen in de uitvoering. Een belangrijke ontwikkeling is de (mogelijke) komst van de Wet van school naar duurzaam werk, waaraan ook Rijksmiddelen verbonden zijn. We zien in het kader van bijsturing de mogelijkheid om het programma te koppelen aan de implementatie en uitvoering van de wet, en te bekijken wat dit betekent voor de benodigde middelen vanuit het programma. Duurzame Stad Het programmaonderdeel zonopwek is al verder in de uitvoering en vanuit het programma is er behoefte aan een inhoudelijke scopewijziging: van sec opwek naar integrale energiesystemen. In de beleidsontwikkeling is duidelijk gemaakt dat er - naast investeringen in zonne-energie - investeringen nodig zijn in windenergie, energieopslag en warmtenet in deze nieuwe fase van de energietransitie. Een bijsturingsmogelijkheid is het vergroten van de samenhang tussen dit programma(onderdeel) en de staande uitvoering (en middelen) voor de energietransitie vanuit het programma Klimaatneutraal 2040. Dit vergt een afweging ten aanzien van het tempo (2040 of 2050) en de middelen die worden ingezet. Binnenstad Een belangrijke bijsturingsmogelijkheid is het onderbrengen van investeringen bij exploitaties, specifiek de parkeerexploitatie. Deze ontwikkeling wordt al ingezet door de herijking van het programma.

Op deze manier hoeven niet alle investeringen vanuit (de budgetten van) het programma te worden gedaan. We zien ook nog een inhoudelijke bijsturingsmogelijkheid in het voldoende organiseren van ‘reuring’ in de binnenstad. Gelet op ontwikkelingen in de retail, en een toenemende internetverkoop, zien we ook de mogelijkheid om de mix met woningbouw te versterken, o.a. door het transformeren van bestaande functies in de binnenstad naar woningen.

Ontwikkelrichtingen op de strategie van de Agenda 2030 In deze paragraaf wordt geadviseerd over ontwikkelrichtingen waarbij meer fundamenteel en strategisch, op hoofdlijnen kan worden bijgestuurd op de Agenda en de daarin opgenomen ambities voor het geval binnen de Agenda financiële ruimte moet worden gecreëerd. Dit is een fundamentelere vorm van bijsturen omdat hiermee bijgestuurd wordt op de ambities van en de samenhang in de Agenda. De ontwikkelrichtingen bieden de mogelijkheid om binnen de Agenda te prioriteren en financiële ruimte te creëren. De ontwikkelrichtingen worden kwalitatief geduid. Een financiële duiding van de ontwikkelrichtingen wordt door de ambtelijke organisatie opgepakt. Wij adviseren de volgende ontwikkelrichtingen: 1. Primaire focus op centraal doel: Centraal staat het doel om het aantal inwoners in de stad te laten groeien zodat de draagkracht voor voorzieningen toeneemt en deze behouden kunnen blijven. Wij adviseren te focussen op wat als centraal doel is geformuleerd, namelijk het aantal inwoners laten groeien zodat de draagkracht voor voorzieningen toeneemt en deze behouden kunnen blijven. Dan gaat het over draagkracht in de zin van inwoners die gebruikmaken van voorzieningen, maar ook over draagkracht van de stad omdat groei bijdraagt aan een meer solide financiële basis van de stad.

Dit betekent dat: - Die onderdelen die direct en concreet bijdragen aan de groei van het aantal inwoners prioriteit hebben. - Andere onderdelen worden heroverwogen en/of getemporiseerd. - Waarbij afwegingsfactoren zijn: de mate waarin de bijdrage aan het tandwiel is onderbouwd, cofinanciering is georganiseerd, realisatie op korte termijn is voorzien/realistisch is en overige (structurele) financiële consequenties zijn gedekt. In de agenda is niet nader gepreciseerd met welke inwoners Dordrecht wil groeien, hoe die groei er uit moet zien. Het ligt voor de hand specifiek aandacht te hebben voor ‘groene’ groei, in de zin van jongvolwassenen. Dat kunnen

18 / 126

jongeren zijn die in Dordrecht zijn opgegroeid en een woning in Dordrecht zoeken (of anders Dordrecht verlaten) en die van buiten Dordrecht komen en graag willen wonen in stedelijk gebied nabij OV-knooppunten. 2. Middelen agenda additioneel inzetten voor verbeteringen in de structuur van de stad De middelen, verkregen uit de opbrengst van de verkoop van de Eneco-aandelen, zijn unieke incidentele middelen. Wij adviseren deze middelen in te zetten voor het voor de lange termijn verbeteren van de stad. Niet in de plaats van middelen die regulier vanuit bestaande budgetten gefinancierd zouden worden of ter vervanging van wat reeds (kan worden) verkregen Rijksmiddelen of overige (eigen) middelen. Dit betekent dat: - Gefocust wordt op die interventies die de fysieke of sociaalmaatschappelijke structuur van de stad verbeteren. - Wat normaal vanuit Rijksmiddelen of overige middelen (inclusief eigen middelen) wordt gefinancierd, niet (meer) vanuit de middelen van de Agenda wordt gefinancierd. - De middelen niet worden ingezet om tekorten in de gemeentebegroting te dichten (investeringsmiddelen niet inzetten om structurele tekorten op te vangen). 3. Verdiencapaciteit vergroten Wij adviseren de verdiencapaciteit in de Agenda te vergroten. Dat houdt in dat versterkt moet worden ingezet op het genereren van meer baten binnen de Agenda.

Daarmee wordt de financiële haalbaarheid van de programma’s versterkt, bij voorkeur op die onderdelen die bijdragen aan het realiseren van het centrale doel. Dit betekent dat: - De programmering binnen programma’s wordt aangepast, met het oog op het vergroten van de baten. - Onderdelen worden toegevoegd aan de Agenda (faciliterend aan de Agenda) die de verdiencapaciteit vergroten, zeker als die bijdragen aan de (versnelde) inwonersgroep. - Prioriteit wordt gegeven aan die onderdelen waarvoor cofinanciering wordt verworven en/of partners mee investeren. We hebben voor de Agenda en de programma’s verkend wat deze ontwikkelrichtingen kunnen betekenen. Hierna lopen we programma’s langs. Stadsas In de Stadsas vindt in de grootste mate de beoogde woningbouw plaats. Het vervult een cruciale rol in de realisatie van het centrale doel en verdient daarmee prioriteit. Tegelijkertijd zijn binnen dit programma de grootste tekorten zichtbaar. Dit leidt tot de politiek-bestuurlijke vraag hoeveel Dordrecht overheeft voor de Stadas. Te beginnen bij het Maasterras waarvoor op dit moment de ruimtelijke besluitvormingsprocedure in voorbereiding is. Daarbij moet de financiële haalbaarheid van de gebiedsontwikkeling worden onderbouwd. Dat proces loopt en komt dit voorjaar tot een raadsvoorstel.

Voor de zomer 2025 wordt duidelijk in welke mate het Rijk middelen ter beschikking stelt ten behoeve van de Zwijndrechtse brug. Voortvloeiend uit de ontwikkelrichtingen zien wij de volgende bijsturingsmogelijkheden ten aanzien van de Stadsas die bijdragen aan het optimaal realiseren van het centrale doel: - Herdefinieer het programma Stadsas. Herijk de ambities waarbij gefocust wordt op inwonersgroei. Prioriteer in de planning waarbij er drie onderdelen te onderscheiden zijn: Maasterras, stationsgebonden verstedelijking en Amstelwijck. Houd middelen beschikbaar voor de cofinanciering MIRT. Weeg op het moment dat het Rijk duidelijkheid geeft over de brug af of de benodigde investering proportioneel is ten opzichte van de structuurverbetering die die investering met zich meebrengt en de noodzakelijkheid van die investering voor het realiseren van de inwonersgroei. - De financiële haalbaarheid van het programma kan worden versterkt door aan de volgende knoppen te draaien: o Programma: meer woningbouw, invulling economisch programma, minder betaalbare woningbouw, bijstelling kwaliteitsniveaus. o Meer cofinanciering. o Bijstelling op het infrastructurele onderdelen.

19 / 126

-

-

-

Parkeren onderdeel laten zijn van een stadsbrede parkeerexploitatie. Regulier worden parkeervoorzieningen, inclusief de initiële investeringen, gedekt vanuit de parkeerinkomsten. Dit wordt ondergebracht in een stadsbrede parkeerexploitatie. Als uiterste redmiddel wordt een onrendabele top gedekt vanuit de gebiedsontwikkeling. Verbreed de scope voor woningbouw door (meer) woningbouw mogelijk te maken: o In de spoorzone. o Overig binnenstedelijk (zie ook programma binnenstad). o In en aan de grenzen van het beoogde stadspark. o Aan de grenzen van de stad. Dit zijn zoekrichtingen, aangezien het nadere ruimtelijke afweging vergt en mogelijk ook afstemming met de provincie. Indien wordt vastgehouden aan het realiseren van het Stadspark, dan biedt dat de basis om de Stadsas versterkt stedelijk in te vullen (verkennen verdere intensivering bebouwing, inclusief hoogbouw) (zie programma Stadspark). Voordeel van deze bijsturing is dat zo optimaal mogelijk wordt ingezet op het binnenhalen van cofinanciering in combinatie met een focus op het centrale doel. Nadeel is dat de middelen beperkt zijn en ervoor gewaakt moet worden dat het een open-eindefinanciering wordt. Daarom is het raadzaam een maximum te stellen aan wat Dordrecht bijdraagt aan de gebiedsontwikkeling (met als sturingsmiddel de eerdergenoemde knoppen) in combinatie met een te hanteren minimum kwaliteitsniveau.

Zo nodig moet verder worden gefaseerd. Financiële bijsturing zal vooral de kwaliteit van de leefomgeving (leefklimaat) en de infrastructuur raken.

Ten aanzien van het Stadspark zien we de volgende mogelijkheden: - Kiezen voor: o Een stedelijke groenvoorziening in combinatie met het verder verstedelijken van bijvoorbeeld de Stadsas en bestaande stad óf o Loslaten Stadspark en middelen inzetten op vergroening gebiedsontwikkelingen (zoals Stadsas en in binnenstad) en bestaande stad. - Het voordeel van de eerste optie is dat de bijdrage aan de groenstructuur robuuster is en waar mogelijk op andere plekken intensiever wordt gebouwd (grotere groei). Het nadeel is dat met de huidige ontwikkelingen de realisatie van een integraal park al onder druk staat en de belangrijke infrastructurele verbindingen uit het programma zijn/worden gehaald. Het voordeel van de tweede optie is dat deze bijdraagt aan de haalbaarheid van andere programma’s en groen dichter bij wonen wordt gerealiseerd. Het nadeel is dat bijvoorbeeld klimaatadaptieve maatregelen alsnog een plek moeten krijgen in de stad en vergroening niet altijd binnen bestaande gebied(sontwikkeling)en mogelijk is. - Indien voor de eerste optie wordt gekozen, achten wij het aanvullend mogelijk: o Om minder in te zetten op sportvoorzieningen, gelet op de beperktere aansluiting op het centrale doel. o Om in/aan de randen van het park woningbouw toe te staan. - Deze ontwikkelrichting, en vooral de eerste optie, zal vooral de kwaliteit van groen in de leefomgeving (leefklimaat) raken.

Ten aanzien van Ruimte voor Banen zien we de volgende mogelijkheden: - De reeds aangegane business cases uitvoeren in combinatie met het versterken van Stadsas en Binnenstad. - Daarbij focussen op het acquireren van stedelijke banen, zoals dienstverlening, en kansen in de maritieme sector. Met een fysieke focus op de Stadsas en de Binnenstad. Sommige bedrijven zitten het liefst zo dicht mogelijk bij een OV-knooppunt. Andere bedrijven zitten juist graag in een binnenstedelijke omgeving. - Met deze aanpak wordt versterkt aangesloten op de reeds ingeslagen weg van dit programma. Nadeel is dat investeringen in werklocaties op andere plekken in de stad vanuit andere middelen moeten worden gefinancierd. - Deze ontwikkelrichting zal vooral het ondernemerschap raken.

20 / 126

Ten aanzien van Dordts Leerprogramma zien we de volgende mogelijkheden: - Dit programma ziet vooral op de versterking van kinderen en minder direct op inwonersgroei. Hierop inzetten zorgt er wel voor dat de (toekomstige) inwoners van de stad sterker zijn en beoogd meer draagkracht. - Echter, hiervoor zijn structurele activiteiten nodig. Het alleen voor een beperkt aantal jaren inzetten op onderwijstijdverlenging, zet voor de lange termijn weinig zoden aan de dijk. De komende periode moet uit de resultaten blijken of de huidige inzet effectief is. Als deze effectief blijkt, moet de onderwijstijdverlening structureel worden ingebed in het regulier onderwijsbeleid. - Hierbij moet worden aangesloten op (de financiering vanuit) het Nationaal Programma Dordt West (en (heel) eventueel aanvullende Rijksmiddelen). Een mogelijke inhoudelijke aanscherping = blijven vasthouden aan de focus op taal en rekenen. - Dit betekent dat de bestemde middelen vanuit de Agenda tot 2030 worden ingezet waarbij in de komende jaren de structurele financiering, bij aangetoonde effectiviteit, wordt geregeld. - Voordeel is dat op deze manier de onderwijstijdverlenging structureel van aard wordt. Als deze financiering echter niet wordt gevonden, houdt deze inzet op waardoor je inboet op menselijke kapitaal en kennisinfrastructuur.

In deze richting ligt ook de fundamentele keuze besloten dat de gemeente onderwijs tot haar verantwoordelijkheid rekent. Met het oog op de Agenda heeft Dordrecht daarvoor gekozen. Als daarvan wordt afgeweken, kan er ook meer fundamenteel voor worden gekozen geheel te stoppen met onderwijstijdverlenging; het is aan het Rijk om dit te doen of anders niet. - Deze ontwikkelrichting zal vooral het menselijk kapitaal raken. Ten aanzien van Glansrijke Toekomst zien we de volgende mogelijkheden: Voor Glansrijke Toekomst geldt ook dat het gaat om structurele activiteiten gericht op het sterker maken van jongeren. Daarbij moet worden opgemerkt dat dit programma is ontwikkeld naar een netwerk- en procesaanpak. De inhoud van het programma sluit goed aan op het Wetsvoorstel van school naar duurzaam werk (en breder het sociaal domein). Zet dit programma om naar de voorbereidingen op, implementatie en uitvoering van deze wet en zet daartoe alleen de middelen in die daarvoor vanuit het Rijk komen. De middelen vanuit de Agenda kunnen de komende periode worden ingezet om het opgebouwde netwerk en proces in stand te houden en te versterken en de implementatie voor te bereiden. Voordeel is dat hierdoor een structurele inzet structureel gefinancierd gaat worden. Nadeel is de afhankelijkheid van de voortgang van de behandeling van het wetsvoorstel en de Rijksmiddelen.

De uiteindelijke inzet zal moeten worden af- en bijgesteld op de te ontvangen Rijksmiddelen en eventuele middelen vanuit het sociaal domein. Wetende dat binnen het sociaal domein veelal reeds sprake is van kostenstijgingen. Deze ontwikkelrichting zal vooral het menselijk kapitaal raken. Ten aanzien van Duurzame Stad zien we de volgende mogelijkheden: Herdefinieer de ambities van het programma en wel: gericht op duurzaam energiesystemen en verduurzaming vastgoed. Dit programma heeft de potentie om faciliterend te zijn aan de beoogde groei. Daarvoor is het raadzaam de inzet van dit programma gericht faciliterend in te zetten voor bijvoorbeeld de ontwikkeling van de Stadsas. Gemeenten hebben van het Rijk middelen ontvangen ten behoeve van de energietransitie. Er kan voor worden gekozen om deze eerst en primair in te zetten ten behoeve van duurzame energiesystemen. Oftewel: dit onderdeel van de Agenda inbedden in het reguliere programma Energietransitie. Ten aanzien van investeringen in het verduurzamen van het vastgoed, ligt het voor de hand om uit te gaan van een kostendekkende huur. Dan is geen of beperkte inzet vanuit de agendamiddelen nodig; mogelijk alleen daar waar onrendabele toppen te groot zijn en/of een overgangsregeling moet worden afgesproken. Gelet op de uitvoerbaarheid en spreiding van de lasten, kan worden gekozen voor 2050 als horizon in plaats van 2040.

Nog los van de eigen benodigde capaciteit is het - kijkend naar de capaciteitsproblemen op de markt - de vraag of 2040 sowieso haalbaar is.

21 / 126

-

-

Voordeel is dat hiermee, wat betreft de inhoudelijke focus, wordt aangesloten op het lopende traject van de herijking van dit programma en dat direct wordt bijgedragen aan het centrale doel van de Agenda. Nadeel is dat afspraken met gebruikers van vastgoed mogelijk moeten worden aangepast; dat kan leiden tot discussies en verzet. Deze ontwikkelrichting zal vooral leefklimaat in de zin van duurzaamheid raken.

Ten aanzien van Binnenstad zien we de volgende mogelijkheden: Herdefinieer de ambities van het programma en wel: gericht op structuurversterking, levendigheid (aanbod) en aantrekkelijkheid (groen/openbare ruimte). Ent het programma op het dekken van onrendabele toppen. Zet in op structuurversterking, prioritair daar waar wonen deel van de ontwikkeling uitmaakt. Dat betekent wonen systematisch en organisatorisch deel laten uitmaken van alle ontwikkelingen in de binnenstad. Dit maakt het ook mogelijk om (her)ontwikkelingen in te zetten waarbij retail, horeca, wonen en werken worden gecombineerd op die plekken die bijdragen aan een rendabele parkeerexploitatie. Daarmee aansluitend op de ontwikkelrichting bij Stadsas om breder te kijken naar mogelijkheden om meer woningbouw op andere plekken te realiseren, in dit geval in en aan de randen van de binnenstad. Parkeren onderdeel laten zijn van een stadsbrede parkeerexploitatie. Regulier worden parkeervoorzieningen, inclusief de initiële investeringen, gedekt vanuit de parkeerinkomsten. Dit wordt ondergebracht in een stadsbrede parkeerexploitatie. Als uiterste redmiddel wordt een onrendabele top gedekt vanuit de gebiedsontwikkeling. Levendigheid vergt een structurele inzet.

Deze wordt in andere binnensteden veelal gefinancierd door bijdragen vanuit bijvoorbeeld (het een-op-een doorzetten van) reclamebelasting of door middelen die reeds via het Ondernemersfonds worden verworven. Voordeel is dat versterkt wordt ingezet op het centrale doel alsook op levendigheid in de binnenstad; dat helpt voor de aantrekkelijkheid van wonen in Dordrecht. Deze ontwikkelrichting zal vooral ondernemerschap en leefklimaat raken.

Aanbevelingen Op basis van de conclusies en het advies ten aanzien van de ontwikkelrichtingen komen we tot de volgende aanbevelingen binnen de kaders van de agenda: 1. Met de programma’s wordt aan de knoppen gedraaid die in lijn met de maatschappelijke business cases de verdiencapaciteit van de stad doen toenemen. Zet daarom de programma’s door en neem de beschreven bijsturingsmogelijkheden in overweging. Maak de impact van de herijkingen op de beoogde maatschappelijke outcome en het totaal van het tandwiel inzichtelijk. 2. Indien binnen de Agenda 2030 financiële ruimte moet worden gecreëerd, werk dan de beschreven ontwikkelrichtingen uit en implementeer deze. 3. Bepaal of de horizon van de Agenda in 2030 ligt. Het ligt voor de hand deze te herijken, gelet op de doorlooptijd van de programma’s en de maatschappelijke outcome die zich veelal op de langere termijn laat zien. 4. Stel bij alle programma’s een meerjarenbegroting tot en met 2030 op. Breng in beeld hoe structurele kosten, voortvloeiend uit de programma’s, en eventuele toekomstige vervangingsinvesteringen worden gedekt. 5. Versterk de samenhang tussen de programma’s.

Investeer als programmamanagement, directie, college en raad in het volgen van de programma’s, wat maatschappelijke ontwikkelingen en (aanpassingen en uitvoering van) de programma’s betekenen voor de Agenda en het tandwiel in zijn geheel alsook het vieren van tussentijdse resultaten. 6. Versterk daartoe de agendabrede sturing. Bovenop de programmasturing moet de sturing op het geheel van de Agenda en de samenhang tussen de programma’s worden geïntensiveerd. Hiervoor is een rol weggelegd voor de directie of een in te stellen ambtelijke stuurgroep alsook het college of een in te stellen bestuurlijke stuurgroep.

22 / 126

7. Vul de monitoring van de Agenda 2030 aan met de databronnen die in het kader van deze tussenevaluatie op de variabelen zijn toegevoegd. Benut de aangevulde monitoring om te reflecteren op en te leren binnen en tussen de programma’s.

23 / 126

Onderzoeksrapport

24 / 126

1. Onderzoeksverantwoording 1.1. Onderzoeksvragen De hoofdvraag van dit onderzoek luidt als volgt. In hoeverre neemt de verdiencapaciteit van de stad toe door uitvoering van de zeven investeringsprogramma's? Om deze basisvraag te kunnen beantwoorden, zijn vier deelvragen geformuleerd: 1. Waar staat elk programma, in zowel realisatie als kostenontwikkeling? 2. Gaan de doelstellingen met betrekking tot input, throughput, output en outcome bereikt worden? 3. Welke relevante ontwikkelingen (landelijk, regionaal lokaal) hebben zich in de tussentijd voorgedaan en zijn de eerste gedane aannames dan nog valide? 4. Waar en hoe is het logisch en verstandig om zo nodig bij te sturen? (in lijn met motie M15B: wat zijn kansen en/of risico’s bij het stoppen of afslanken van de investeringsprogramma’s?) De vier deelvragen vormen de structuur van de volgende hoofdstukken waarin elk programma afzonderlijk wordt langsgelopen. De hoofdvraag is aan bod gekomen in de bestuurlijke nota.

1.2. Aanpak Dit onderzoek is uitgevoerd via de volgende stappen: - Start. In een startgesprek met de concerndirectie, de ambtelijk begeleiding van de tussenevaluatie en de bij de programma’s betrokken programmamanagers is de aanpak van het onderzoek vastgesteld. Er zijn werkafspraken gemaakt over het aanleveren van documenten en over het uitnodigen van ambtelijk betrokkenen voor de oriënterende gesprekken en de werksessies. Deze aanpak is vervolgens in een startgesprek met het college van B&W besproken en vastgesteld. - Documentenstudie en oriënterende gesprekken. Het inhoudelijke onderzoek is gestart met het bestuderen van documenten. De focus lag hierbij op het raadsvoorstel, informatie over de programma’s en de onderliggende maatschappelijke business cases (MBC’s), en voortgangsrapportages over de uitvoering van de programma’s tot nu toe. Aan de hand van de inzichten uit de documentenstudie is een oriënterend gesprek gevoerd met enkele direct betrokkenen bij de programma’s. In deze gesprekken is stilgestaan bij de uitgangspunten (MBC’s) bij het programma, de opzet en de uitvoering, en relevante ontwikkelingen die hiervan op invloed zijn (geweest). - Werksessies per programma (inclusief casus) en bestuurlijke ronde. Vervolgens vond per programma een verdiepende werksessie plaats waarvoor een nog bredere vertegenwoordiging per programma is uitgenodigd.

Hier is verdiepend stilgestaan bij de MBC’s, de financiële en inhoudelijke stand van zaken, relevante ontwikkelingen en (eventuele) bijsturingsmogelijkheden. Voor de programma’s Stadsas, Ruimte voor Banen, Dordts Leerprogramma, Duurzame Stad en Binnenstad is ook ingezoomd op een concrete casus om meer gevoel te krijgen bij en duiding te geven aan de mechanismen onder het programma. Per programma zijn ook de beelden opgehaald van de verantwoordelijk portefeuillehouder vanuit het college. Over het geheel van de Agenda 2030 zijn ook de burgemeester, de gemeentesecretaris en de stadscontroller geïnterviewd. - Rapportage. Het geheel aan opgedane inzichten is verwerkt tot het voorliggende conceptrapport.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/907/documents/40650