Drieluik Gemeente Dordrecht 2021-def.pdf
Tekst van het document
Maakfabriek), bedrijfsleven (o.a. Deal, Economic Development Board en Innovation Quarter) en overheid (o.a. Regiodeal samenwerking met provincie en Rijksoverheid). Binnen de Drechtsteden moet dit plaatsvinden vanuit een herkenbare centrale locatie, het Leerpark.
•
Werkloosheid als gevolg van de coronacrisis zoveel mogelijk voorkomen en beperken met behulp van een Regionaal Mobiliteitsteam – Kickstart met behulp van de gedeelde kennis van onze partners, instrumentarium en interventie.
Er ook behoefte aan de verdere ontwikkeling van menselijk kapitaal. Het is nodig om hier samen met onze partners in te blijven zetten op de doelgroepen die van belang zijn om onze arbeidsmarkt vitaal en toekomstbestendig te maken en houden. Het Leerpark moet de centrale locatie vormen voor diverse ontwikkelingen: •
•
Investeren in jongeren van 12-27 jaar door achterstanden en kansengelijkheid aan te pakken en te zorgen voor een optimale verbinding tussen onderwijs en arbeidsmarkt. Dit vraagt om uitvoering van het programma Glansrijke toekomst voor de Dordtse jongeren van 12-27; Het opleiden van duurzaam inzetbare mbo-ers en hbo-ers, op basis van arbeidsmarktperspectief waarbij de aansluiting tussen het onderwijs en het bedrijfsleven wordt verbeterd. Een voorbeeld hiervan is het bemoedigen van technische opleiding om capaciteit op te bouwen om de energietransitie in goede banen te leiden;
Perspectief op de Stad, de Financiën en de Organisatie
Drieluik 2021
|
41
1.4 Een zorgzame stad 1.4.1 Trends en ontwikkelingen Met veel Nederlanders gaat het goed, zo constateert het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) ondanks corona.15 Maar zij ziet ook dat de sociale situatie juist bij kwetsbare burgers al jaren achterblijft. Dit komt mede doordat de achterstanden zich bij hen opstapelen binnen meerdere domeinen.16 Vooral op de arbeidsmarkt, in het onderwijs en de zorg is de kwetsbaarheid van bepaalde groepen toegenomen, bijvoorbeeld bij werkende armen en flexwerkers. De coronacrisis heeft de problemen bij deze bestaande kwetsbare groepen verergerd en heeft ook tot nieuwe kwetsbare groepen geleid. Ook signaleert het SCP grote verschillen in de Nederlandse samenleving als het gaat om de mate van zelfredzaamheid van burgers. Al voor de coronacrisis was er sprake van blijvende en toenemende ongelijkheden tussen groepen in de samenleving. Dat heeft niet alleen gevolgen voor de kwaliteit van leven van individuele burgers, hun kansen en perspectief in het leven, maar ook voor de samenleving als geheel, zoals het vertrouwen van Nederlanders in instituties17 en de toekomst van ons land. Belangrijke sociale ontwikkelingen op een rij:
42
|
Drieluik 2021
Perspectief op de Stad, de Financiën en de Organisatie
Verschillen tussen groepen nemen toe • Hardnekkige verschillen tussen groepen ontwikkelen zich op terreinen als de arbeidsmarkt, levensverwachting en vertrouwen in instituties tot scherpere scheidslijnen. De leefsituatie verschilt sterk tussen groepen en is beduidend minder onder mensen met minder opleiding, minder inkomen, een nietwesterse migratieachtergrond en/of gezondheidsbeperkingen. Verschillen in uitgangspositie worden groter. • Door de crisis treden ook nieuwe verschillen in uitgangspositie op (bv. door toegenomen stress en psychische druk bij jongeren en toegenomen eenzaamheid bij ouderen én juist ook jongeren door corona). Wat het blijvende effect daarvan is, moet nog blijken. De ernst van onderwijsachterstanden, armoede of langdurige gezondheidsproblemen blijkt pas in de periode na de crisis. De regionale verschillen worden groter, o.a. rond werk, mantelzorg en armoede. • De coronacrisis brengt nieuwe vragen over regionale investeringen met
Drieluik 2021
|
43
1.4.2 Vertaling naar Dordrecht Sinds 2015 zijn de gemeenten verantwoordelijk voor een groot aantal decentralisaties in het sociaal domein, die van het Rijk naar gemeenten zijn belegd. Dit heeft betrekking op mensen en groepen die terug moeten vallen op (tijdelijke) ondersteuning om het hoofd boven water te houden via de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), maar ook voor de participatie van mensen met afstand tot de arbeidsmarkt (de Participatiewet) én voor de Jeugdzorg. Gemeenten staan nu op het punt van transitie van deze decentralisaties naar transformatie. Het gaat daarbij om het verhogen van participatie, het inrichten van integraal en samenhangend beleid en uitvoering, en een verschuiving van de tweede- naar de eerstelijnszorg: het versterken van de eigen kracht en zelfredzaamheid en het normaliseren van de zorgvraag. Bij de transformaties is het perspectief van de burger leidend. De trend zal hierin verschuiven van aanbodsturing naar vraagsturing, van curatieve zorg naar preventief.
zich mee, bijvoorbeeld waar het nieuwe vormen van bedrijvigheid betreft, de omgang met leegstand en leefbaarheidsvraagstukken en de beschikbaarheid van zorg- en sociale voorzieningen. Maar ook op terreinen als onderwijsachterstanden, beschikbare stageplekken en armoede rijzen nieuwe vragen. De verschillen tussen regio’s worden hardnekkiger en kunnen tot scherpere ruimtelijke scheidslijnen leiden. Als we inzoomen op armoede zien we dat leven in armoede en/of met problematische schulden ingrijpende persoonlijke en maatschappelijke effecten heeft. Zo is stijgende armoede in een gezin een belangrijke voorspeller voor andere problemen bij kinderen, zoals lichamelijke en psychische klachten, sociale uitsluiting, voortijdig schoolverlaten en het ontstaan van jeugdwerkloosheid. En er is een directe relatie tussen gezondheid en armoede.
______ 15) SCP, Een jaar coronacrisis, 3 maart 2021 16) SCP, Koersen op de samenleving, 2021 17) WODC, Kwart Nederlanders heeft gebrek aan vertrouwen in instituties van de rechtstaat, 26 januari 2021
44
|
Drieluik 2021
Voor het gebruik van voorzieningen zien we aantal ontwikkelingen. In de afgelopen 5 jaar nam het aantal gebruikers van een Wmo voorziening met 41% toe. Er is onder andere is er een groter beroep gedaan op vervoer, huishoudelijke hulp, woonvoorzieningen en begeleiding. Vooral 75-84-jarigen en 85-plussers maken van Wmo-voorzieningen gebruik. De toename
Perspectief op de Stad, de Financiën en de Organisatie
hangt samen met de vergrijzing en verandering in eigen bijdrage. Het aantal gebruikers van de Participatiewet steeg tot 2019 bescheiden, maar is in 2020 sterker gestegen met 10% ten opzichte van 2016. 45-64-jarigen maken hier relatief veel gebruik van. Het gebruik van jeugdzorgvoorzieningen daalde tussen 2016 en 2017, en steeg vervolgens naar het huidige niveau met 3%. In vergelijking met 2016 stegen de kosten echter met 22%; er is onder meer een toename in AWBZ en gespecialiseerde GGZ.18
______ 18) OCD, data en duiding, 2021
Drieluik 2021
|
45
2016
2017
5.740
5.690
3.920
4.050
3.890
5.720
2018
2019
1.740
1.000
1.520
1.780
2.210
2.772
2.764
2.663
2.443
2.692
4.220
3.000
2.000
0
5.740
4.000
4.000
2.000
4.440
9.436
8.580
9.102
8.103
8.368
8.156
8.054
7.981
5.000
2.680
6.000
6.711
7.766
8.000
5.770
6.000
10.000
2020 0
Jeugdwet
P-wet
WMO
2017
2018
WW
2019
Bijstand
2020
Arbeidsongeschikt
Figuur 8: Gebruik voorzieningen | Bron: CBS
Figuur 9: Trend uitkeringen WW, bijstand, arbeidsongeschiktheid | Bron: CBS
Het aantal bijstandsuitkeringen is dalend (12% minder dan per 1-1-2017), maar door de Coronamaatregelen is er in 2021 sprake van een lichte stijging. Dat geldt ook voor de WW-uitkeringen. Vanaf 1-1-2017 t/m 1-1-2020 daalde dit. Door de Covid-epidemie is er sprake van een stijging, hoewel deze door allerlei landelijke steunpakketten tot nu toe nog meevalt. Kijk voor de recente cijfers in de Coronamonitor op de website www. onderzoekcentrumdrechtsteden.nl.
Het aantal huishoudens in Dordrecht met een minimum inkomen (lager dan 110% van het sociaal minimum) is 13% ten opzichte van 11% gemiddeld in Nederland. Er zijn echter grote verschillen tussen de wijken. Met name in Dordt-west is het aandeel huishoudens met minimum inkomen hoog. Het aandeel voortijdig schoolverlaters ligt daarnaast in Dordrecht op 2,5% ten opzichte van 2,2% gemiddeld. Het betreft het percentage voortijdig schoolverlaters van leerlingen van het voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs.
46
Perspectief op de Stad, de Financiën en de Organisatie
|
Drieluik 2021
3e 2020
Drieluik 2021
|
47
Unieke klanten 1000
800
600
400
200
0 2017
Figuur 10: Aandeel minima in Dordt t.o.v andere gemeenten | Bron: OCD, Drechtsteden in cijfers
2018
2019
2020
Figuur 11: Schuldhulpverlening | Bron: SDD
Tussen 2017 en 2019 groeit het aantal inwoners dat een aanvraag doet voor schuldhulpverlening. In 2017 waren dit er 638, in 2019 is dit met 23% gegroeid tot 786. In 2020 is dit aantal stevig gedaald wat verband houdt met (het verloop van) de coronacrisis. Corresponderend met de landelijke trend, ligt het aantal aanvragen voor minimavoorzieningen en schuldhulpverlening lager. Belangrijke redenen hiervoor zijn de mogelijkheden voor directe inkomensondersteuning (algemene bijstand en Tozo) en minder fysieke contacten met inwoners vanuit zowel de regionale als lokale dienstverlening. Verwacht wordt dat een deel van de mensen alsnog in 2021 een beroep zullen doen op schuldhulpverlening.
48
|
Drieluik 2021
Perspectief op de Stad, de Financiën en de Organisatie
Drieluik 2021
|
49
1.4.3 Bouwstenen voor beleid Voor de komende bestuursperiode zien wij de onderstaande mogelijke bouwstenen/ thema's. Stevig inzetten op ontmoeting, bestaanszekerheid, gezondheid en het tegengaan van kansenongelijkheid om meedoen voor iedereen mogelijk te maken. Dit zijn thema's die al zijn geïdentificeerd (o.a. via programma 'Samen tegen armoede', kadernotitie ontmoetingsplekken, vastgesteld gezondheidsbeleid en de voorgestelde reservering voor het Dordts leerprogramma in Agenda 2030). Het zijn ook thema's die recentelijk zijn benoemd in de propositie van de VNG/Divosa 'De winst van het Sociaal Domein'. Deze thema's zijn randvoorwaardelijk om mee te kunnen doen in de samenleving, terwijl juist een aantal specifieke groepen op deze thema's op achterstand staat. Zorgen omtrent je bestaanszekerheid belemmert je meedoen, gezondheid is cruciaal om überhaupt mee te kunnen doen en je moet (gelijke) kansen hebben (een deel van de bevolking staat al op achterstand vanaf de geboorte). In verlengde van het vorige punt: het sociaal domein zien als een investeringsmogelijkheid (in plaats van een kostenpost). Preventie als model om op langere termijn kosten te besparen. Financieel daarom stevig inzetten op het sociaal domein en preventie (en hierboven genoemde thema's). Dit voorkomt
50
|
Drieluik 2021
instroom in duurdere zorg (waarvoor de gemeente deels ook voor verantwoordelijk is) en instroom in bijstand. Onderzoek (zie onder andere 'De winst van het sociaal domein') toont aan dat die inzet een groter maatschappelijk effect heeft en financieel voordeliger is voor de samenleving. Nadeel is dat de opbrengst van die investering vaak neerslaat bij een ander dan degene die de investering doet en de kosten vaak voor de baten uitgaan. Koers derhalve zoveel mogelijk naar Shared Saving aanpak: meerdere 'probleemeigenaren' die gezamenlijk investeren.
Daarnaast wordt extra druk op deze al kwetsbare wijken gelegd door de gestage groei van het aantal EU-arbeidsmigranten naar Nederland, wanneer deze in slechte huisvesting en omstandigheden leven en daarmee niet in staat zijn om in de samenleving te integreren. Dit vraagt dus dat we ook in Dordrecht een goede integrale aanpak organiseren in wijken of buurten waar de samenloop van problemen zich voordoet.
Prioriteit geven aan de integrale aanpak van toenemende kansenongelijkheid door aanpak van armoede, schuldenproblematiek, ondermijning, inhalen van onderwijsachterstanden, voorkomen van vroegtijdig schoolverlaten, bevorderen van kansen op de arbeidsmarkt en schone, veilige en diverse wijken. Gemeenten hebben bij het Rijk aangedrongen op structurele financiering van deze aanpak als aandachtspunt voor het nieuwe kabinet. Samen met de inzet van maatschappelijke partners, woningcorporaties, bedrijfsleven en onderwijsinstellingen kunnen gemeenten een doorbraak forceren zodat de kwetsbaren in onze samenleving meer perspectief geboden kan worden. Het aantal kwetsbare wijken waar sociale tweedeling en een parallelsamenleving dreigt te ontstaan, neemt toe in Nederland.
Perspectief op de Stad, de Financiën en de Organisatie
Drieluik 2021
|
51
1.5 Een duurzame stad 1.5.1 Trends en ontwikkelingen De duurzaamheids- en klimaatopgaven voor Nederlandse steden en de daarmee samenhangende ingrijpende transities vragen om grote structurele aanpassingen. Want steeds meer werken we anders, consumeren we anders, verplaatsen we ons anders en gebruiken we andere energiebronnen. Maar ook steeds meer krijgen we te maken met weersextremen, zoals warme en droge zomers, wat uitmondt in hittestress in steden en juist wateroverlast bij hevige regenbuien. Zeker in steden die groeien en verdichten is het van belang dat zowel het energievraagstuk alsook het vraagstuk van klimaatadaptatie hierin een integrale plek krijgen. Zuiniger omgaan met energie én meer groene energie is nodig om de opwarming van de aarde te beperken naar de afspraken die hier (inter)nationaal over zijn gemaakt. Klimaatadaptieve maatregelen zijn daarnaast juist in Nederland -met een groot deel van het land onder zeeniveauvan belang om droge voeten te houden. Naast de nationale maatregelen die worden genomen om dijken te verstevigen en rivieren te verbreden, is het van belang om in steden meer groen en blauw toe te voegen. Zo kunnen extremen in
52
|
Drieluik 2021
temperatuur en neerslag beter worden opgevangen. Ook draagt het bij aan een betere luchtkwaliteit en gezondheid. Meer groen en blauw is de stad –het "natuurlijk kapitaal"- is daarmee een belangrijke pijler voor een gezonde leefomgeving.19 Dé grote opgave voor steden wordt met name de ruimtelijke inpassing van deze klimaatadaptieve maatregelen samen met de energie- en duurzaamheidstransitie. De Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli)20 verwacht dat vier duurzaamheidsopgaven op regionaal niveau steeds meer inhoudelijk met elkaar moeten gaan samenhangen, te weten: de energietransitie en klimaatadaptatie, maar ook de voedseltransitie en transitie naar een circulaire economie. Hoewel het grootste deel van de energie in Nederland nog altijd wordt opgewerkt door fossiele brandstoffen, is 48% van de Nederlandse bevolking van mening dat aardolie en gas minder verbruikt zouden moeten worden. Voor duurzame energiebronnen is juist veel enthousiasme, zo is 83% voorstander van zonne-energie en 72% van windenergie.21 Dit zijn belangrijke graadmeters ten aanzien van het draagvlak van de bevolking voor de
energietransitie. De recente uitspraak van de rechtbank naar het olieconcern Shell –waarbij zij het bedrijf oplegt om de CO2 uitstoot dit decennium met 45% te moeten doen verminderen ten opzichte van 2019- is in dit opzicht een belangrijk signaal en wordt historisch genoemd.22 Andere signalen m.b.t. de energietransitie blijken uit de mondiale productie van duurzame energie. Terwijl afgelopen jaar de mondiale energieconsumptie door de coronacrisis sterk daalde met 5%, steeg juist de productie uit duurzame energie met 7%.23 Dat is tevens een sterkere groei dan het Internationale Energie Agentschap (IEA) afgelopen voorjaar had verwacht. Aan de basis van de energietransitie staan voornamelijk maatregelen die genomen zijn door landen in de strijd tegen klimaatverandering, dit heeft tot gevolg gehad dat de prijs voor de technologie van energie van zon en wind de afgelopen vijf jaar is gedaald met liefst 70%. Ook zijn er soortgelijke prijsdalingen voor opslagtechnologie en elektrisch wegvervoer. Naar verwachting van het IEA stijgt het aandeel duurzame energie in de wereld de komende jaren exponentieel. Zo verwacht zij nu elke vijf jaar een verdubbeling van de elektriciteitsopwekking
Perspectief op de Stad, de Financiën en de Organisatie
uit wind en zon.24 Ten aanzien van de circulaire economie blijkt tevens dat bedrijven die serieus werk maken van de vermindering van CO2 uitstoot het afgelopen jaar hoger gewaardeerd werden op de beurs.25 Een grote meerderheid van de gemeenten verwacht daarnaast dat de coronacrisis de ontwikkeling van de circulaire economie versnelt. Onder meer omdat bedrijven meer lokaal gaan produceren om zo minder afhankelijk te zijn van mondiale productieketens. Gemeenten spelen daarbij zelf een belangrijke rol in het stimuleren van deze kansen, door de transitie te stimuleren met wet- en regelgeving en door geschikte locaties te bieden voor ondernemers.26 ______ 19) RIVM, Waarde van groen en water in de stad in beeld., 2018 20) Rli, De som der delen, 2019 21) CBS, Klimaatverandering en energietransitie: opvattingen en gedrag van Nederlanders in 2020, 2021 22) De Volkskrant: Historische uitspraak in klimaatzaak: Shell moet CO2-uitstoot drastisch verminderen, 2021 23) Provincie Zuid-Holland, Navigeren in de mist, 2021 24) IEA, Renewables 2020, 2020 25) Provincie Zuid-Holland, Navigeren in de mist, 2021 26) Stec Groep, 90% gemeenten verwacht impuls circulaire economie door coronacrisis, 2020
Drieluik 2021
|
53
1.5.2 Vertaling naar Dordrecht In Dordrecht wordt ingezet op een duurzame en betaalbare energievoorziening. Begin 2021 werd voor 46,6 Mega Watt aan duurzame energie opgewekt in Dordrecht, met name via zonne-energie op particuliere daken, kleine en grote bedrijven, zonneparken en windenergie (zie figuur 12). Dit zorgt voor een duurzame energie die vergelijkbaar is aan de benodigde energie voor 18.500 huishoudens. Daarnaast worden ook al woningen (en gebouwen, zoals de Penitentiaire Inrichting) voorzien van duurzame warmte. Het beleid is erop gericht om nieuwbouw aan te sluiten op het warmtenet om zodoende elektrificatie van woningen en gebouwen waar mogelijk te voorkomen en de vraag naar (duurzame) elektriciteit niet te vergroten.
Het afgelopen jaar is er door de coronacrisis en het toegenomen thuiswerken ook meer waardering gekomen voor de natuur, in het algemeen en in de stad. Dit heeft geleid tot toegenomen ledenaantallen van natuurbeschermingsorganisaties. Maar ook tot een groeiende aandacht voor gezamenlijke groeninrichting, tuinen stadslandbouw. Het belang van deze natuur en het behoud en herstel van de biodiversiteit wordt tevens benadrukt door De Nederlandse Bank (DNB).27 De biodiversiteit staat wereldwijd echter flink onder druk door intensieve landbouw, verstedelijking, vervuiling en overbevissing. In een rapportage van de Verenigde Naties (VN) uit 2019 blijkt dat door toedoen van de mens de aarde tot een miljoen planten en dieren dreigt te verliezen.28 Het belang van een rijke biodiversiteit is daarom groot voor het behoud van diersoorten en planten, maar in het verlengde van klimaatadaptatie ook voor een gezonde leefomgeving. Steden kunnen bijdragen aan het keren van de trend en het versterken van de biodiversiteit door meer natuurinclusief te bouwen, dus niet alleen na te denken over de bouw maar ook over de buitenruimte.
______ 27) Provincie Zuid-Holland, Navigeren in de mist, 2021 28) VNG, Ecologen pleiten voor sterkere biodiversiteit in de stad, 2019
54
|
Drieluik 2021
Als gemeente stimuleren we daarnaast huishoudens en bedrijven om maatregelen te nemen die leiden tot energiebesparing en meer duurzaam opgewekte energie. Het effect daarvan wordt zichtbaar in de energielabels. Het energielabel voor woningen geeft met de klassen A (groen, zeer zuinig) tot en met G (rood, weinig zuinig) aan hoe energiezuinig een woning is. Woningen met een energielabel A zijn geschikt voor een all-electric oplossing en warmte. Voor woningen met een energielabel D t/m G zijn isolatiemaatregelen noodzakelijk voordat deze van het gas af zouden kunnen. In figuur 13 is te zien dat het
Perspectief op de Stad, de Financiën en de Organisatie
aantal woningen met een energielabel A, B en C de afgelopen jaren is gestegen en het aandeel minder energiezuinige labels juist is gedaald. Inmiddels hebben bijna 29.500 woningen (53%) een definitief energielabel. Deze verandering van energielabels komt doordat het gas- en elektriciteitsverbruik van woningen al een aantal jaren daalt. Enerzijds komt dit door bijvoorbeeld de vervanging door energiezuinige verlichting en apparaten. Anderzijds door isolatiemaatregelen, energiebesparing en specifiek voor Dordrecht ook door de aansluiting van woningen op het warmtenet. In Dordrecht zijn anno 2021 6.087 woonequivalenten aangesloten op het warmtenet Dordrecht. De levering van warmte aan openbare gebouwen is hierin meegerekend. Er zijn in Dordrecht ongeveer 2500 woningen aangesloten op het warmtenet. Verder leveren de activiteiten op het gebied van energiebesparing, duurzame warmte én mobiliteit een belangrijke bijdrage aan het verbeteren van de luchtkwaliteit in de stad en aan natuurherstel door het verminderen van de stikstofbelasting op de Biesbosch.
Drieluik 2021
|
55
Figuur 13: Duurzame opwekking in Dordrecht | Bron: OCD, Monitor Groeiagenda en Klimaatmonitor
1.5.3 Bouwstenen voor beleid Voor de duurzaamheid en klimaat opgaven werken we met de recent opgeleverde Regionale Energiestrategie (RES) 1.0 aan een nadere invulling van de afspraken uit het Klimaatakkoord. De realisatie van het Klimaatakkoord komt echter langzaam op gang en we liggen momenteel niet op schema om de gewenste CO2-reductie te halen. Ook zal een nieuw kabinet besluiten of en hoe Nederland het doel van 49% minder CO2-uitstoot in 2030 bijstelt naar 55%. Het is dan ook waarschijnlijk dat er aanvullende stappen nodig zullen zijn om deze doelstellingen te behalen. Wanneer we het huidige beleid continueren behouden we een gedegen, maar beperkte inzet op de doelen voor 2030 waarbij het zo goed als zeker is dat we deze doelen niet volledig gaan behalen. Zeker als deze doelen landelijk (hoger) worden bijgesteld. De grootste uitdaging zien we daarbij op wijkniveau. Het betrekken en bewegen van inwoners en doelgroepen om daadwerkelijk aan de slag te (kunnen) gaan met de energietransitie vergt veel uitvoerende inzet, zowel gericht op communicatie als het nemen van regie per wijk/doelgroep. Ook het verband en onderlinge samenhang met andere domeinen zoals onder meer woningbouw en ruimtelijke inrichting, en samenwerking met maatschappelijke partners is van belang en vraagt van alle inzet om de energietransitie te doen slagen.
Extra inzet zal nodig zijn om tot resultaten te komen. Daarnaast zien we voor de komende bestuursperiode de onderstaande mogelijke bouwstenen/thema's.
56
Perspectief op de Stad, de Financiën en de Organisatie
Figuur 12: Duurzame opwekking in Dordrecht | Bron: Gemeente Dordrecht, 2021, Raadsinformatiebrief, Opgave Duurzame Stad
100%
4,5% 10,9%
5,6% 10,5%
80%
A t/m A++
7,5%
B
12,5% 17,1%
12,0%
E 15,6%
60%
26,0%
C D
14,2%
F G
26,5% 27,7% 26,5% 28,7%
40% 25,6%
19,5%
32,2%
30,6%
14,1%
14,4%
14,3%
14,0%
10,9%
8,4% 4,1%
8,5% 4,4%
8,1%
7,5%
15,5%
20%
8,5% 3,9%
0%
2016
|
Drieluik 2021
2017
2018
5,2%
2019
4,8%
2020
•
• • •
•
Herstructureringsopgave van woningen koppelen aan de bouwopgave; een deel van de woningvoorraad is energetisch (zowel koop als huur) slecht en de kosten zijn te hoog om deze aardgasvrij te maken (bouwsteen uit toekomstscenario RES: energiebesparing door herstructurering); Het stimuleren van energie-initiatieven (bouwsteen uit toekomstscenario RES); Het opschalen van (wijk)communicatie; Politiek/bestuurlijk: klimaatopgave nog meer als centrale rode draad benoemen; Onderwijs en arbeid: energietransitie/ warmtetransitie vraagt om technisch personeel. Het is van belang om jongeren enthousiast te krijgen en manieren te vinden om werklozen hierbij aan het werk te krijgen.
Waar het gaat om klimaatbestendigheid en het beschermen en stimuleren van biodiversiteit, is een groenblauw programma opgesteld als uitwerking van de doelstellingen uit de omgevingsvisie. Dit programma zal worden vertaald in het omgevingsplan. Vervolgens is een goede monitoring nodig.
Drieluik 2021
|
57
Voor de komende bestuursperiode zien wij de onderstaande mogelijke bouwstenen/ thema’s. •
•
•
58
Uitwerken hoe ook bij nieuwe ontwikkelingen en (onderhouds) projecten in de bestaande stad kan worden ingespeeld op klimaatadaptatie. Streven naar een gebalanceerde openbare ruimte, waarin zowel plaats is voor mens als dier en waarin economische groei samengaat met het stimuleren van biodiversiteit. Hiervoor is operationeel beleid nodig waarmee met groene investeringen de biodiversiteit wordt gestimuleerd. Tegelijk nemen we dan de oorzaken weg die druk leggen op de biodiversiteit. Met participatie kunnen we inwoners en ondernemers betrekken bij het bereiken van de biodiverse stad. Veel opgaven voor de stad komen samen in bestaande buurten, waar soms weinig ruimte is (fysiek en sociaal). Het gericht samen oppakken van de verschillende opgaves kan via een buurtaanpak. Als er meerdere programma’s bij elkaar komen in dezelfde periode, kan er met een buurtaanpak integraal gewerkt worden, om kansen te benutten.
|
Drieluik 2021
Eerste ervaringen zijn opgedaan in de Vogelbuurt, en de noodzaak van een procesmatige aanpak is hierin duidelijk gemaakt. De buurtaanpak wordt momenteel ontwikkeld en kan grote meerwaarde hebben. Tot slot is reeds eerder in dit rapport naar voren gekomen dat een duurzame en groene omgeving positief bijdraagt aan meer bewegen en een betere gezondheid. Om deze ontwikkeling verder te stimuleren kan extra aandacht en investeringen rond een multidisciplinair programma rond gezonde stad als bouwsteen bijdragen. Hierin kan door hechtere samenwerking tussen fysieke en sociale werkzaamheden vanuit de gemeente, partners en inwoners, programmatisch worden gewerkt aan een gezondere stad.
Perspectief op de Stad, de Financiën en de Organisatie
Drieluik 2021
|
59
1.6 Een betrokken stad 1.6.1 Trends en ontwikkelingen Landelijk is er veel aandacht voor het functioneren van uitvoeringsorganisaties van de overheid. De Toeslagenaffaire is hierbij het meest in het oog springende voorbeeld waarbij de overheid geen betrouwbare partner bleek voor haar inwoners. Het vertrouwen dat inwoners moeten hebben in de (Rijks)overheid heeft hiermee een deuk opgelopen en het is aan de overheid om dat de komende jaren te herstellen. Veel regelingen zijn ingewikkeld, ICT systemen blijken soms onvoldoende robuust en gebruiksvriendelijk en de samenwerking tussen de diverse overheidsorganisaties is nog onvoldoende. De systeemwereld van de overheid is daarbij vaak leidend en sluit nog onvoldoende aan bij de leefwereld van inwoners. Al met al een flinke opgave voor de overheidsdienstverlening. De nationale monitor ‘Staat van het bestuur 2020’29 laat zien dat in Nederland de steun en het draagvlak voor de (decentrale) democratie echter groot is, al staan inwoners kritischer ten opzichte van de meer politieke invulling ervan. Het vertrouwen in het systeem is gemiddeld genomen hoog. Een alarmistisch beeld
60
|
Drieluik 2021
van de stand en legitimiteit van de (decentrale) democratie zou, volgens de ‘Staat van het bestuur’, dan ook onterecht zijn. Dat neemt niet weg dat er wel degelijk punten van zorg zijn. Onder de mooie landelijke gemiddelden gaan flinke verschillen schuil. De verschillen in positie en tevredenheid van de bevolking werken door in democratie en bestuur. Ongelijkheden tussen groepen, wat betreft opleiding en leeftijd, en regio’s werken door in de houding en het handelen van inwoners in het democratisch bestel. Niet alleen hebben sommigen meer vertrouwen in het bestuur dan anderen, opkomst en participatie zijn ook niet evenredig verdeeld over alle groepen. Sommige groepen doen systematisch minder mee als kiezer, participant of politieke ambtsdrager dan andere, dat is een belangrijke ontwikkeling. Vooral mensen met een hogere opleiding en een hoger inkomen zijn daarin oververtegenwoordigd. Dat brengt het risico met zich mee dat hun visie en belangen sterker doorklinken in het bestuur. ______ 29) Ministerie van Binnenlandse Zaken, Staat van het bestuur 2020, 2021
In het advies 'Sturen of gestuurd worden?'30 wijst de Raad voor het Openbaar Bestuur volksvertegenwoordigers en bestuurders, maar ook de ambtenaren die hen ondersteunen, op de dringende noodzaak om de legitimiteit van sturen met data te waarborgen. Hoewel datasturing vele kansen biedt, kan dat volgens de Raad pas succesvol zijn als de sturing niet alleen effectief en efficiënt is, maar ook legitiem. Dat wil zeggen dat: •
• •
Partijen die sturen met data democratisch kunnen worden gecontroleerd; Machtsmisbruik en corruptie van deze partijen kan worden tegengegaan; Het leervermogen van het openbaar bestuur kan worden versterkt.
Om ervoor te zorgen dat volksvertegenwoordigers en bestuurders de juiste vragen weten te stellen tijdens publieke verantwoording over sturen met data en gezaghebbend kunnen optreden, heeft de Raad het ‘Data Debat Denkkader’ opgesteld.31 Daarnaast doet de Raad voor het Openbaar Bestuur negen aanbevelingen langs drie hoofdlijnen:
Perspectief op de Stad, de Financiën en de Organisatie
•
•
•
Versterk de kennispositie van bestuurders, volksvertegenwoordigers, ambtenaren en burgers; Vertaal publieke waarden naar een samenhangend beleid voor datatechnologie; Benut huidige verantwoordingsstructuren beter, pas deze zo nodig aan of creëer nieuwe structuren.
Het toenemende belang van digitalisering vraagt ook om specifieke kennis en vaardigheden van gemeenteraadsleden. In ‘Raad weten met digitalisering’32 gaat het Rathenau Instituut hier op in. Hoewel digitale technologie grote voordelen kan opleveren voor overheid, bedrijven en burgers, kan het, aldus het Rathenau Instituut, eveneens onwenselijke bijwerkingen hebben. Waar op lokaal niveau digitalisering raakt aan publieke belangen, is een belangrijke rol weggelegd voor de gemeenteraad. ______ 30) ROB, Sturen of gestuurd worden, 2021 31) ROB, Data debat Denkkader bij Sturen of gestuurd worden, 2021 32) Rathenau Instituut, Raad weten met digitalisering, 17 september 2020
Drieluik 2021
|
61
Steeds vaker ook treedt de term "slimme stad" op of haar Engelse equivalent "Smart City". Van Amsterdam tot Assen en van Eindhoven tot Almere, veel steden willen een slimme stad zijn. Dit houdt onder andere in dat digitale technologie wordt ingezet om data over energiezuinigheid, gezondheid, mobiliteit, veiligheid en duurzaamheid voor burgers in kaart te brengen. Dit biedt burgers, de gemeente en bedrijven de mogelijkheid om op een ‘slimme’ manier in de stad te leven. De slimme stad is, mede door technologische ontwikkelingen op het gebied van Internet of Things, kunstmatige intelligentie en 5G, op dit moment misschien wel het meest populaire stedelijke ideaal. De term slimme stad is relatief nieuw en staat niet voor een stad als geheel, maar eerder voor een relatief losse verzameling van digitaliseringsprojecten. Anders gezegd, de beloften van de slimme stad lijken
groot, maar de praktijk is weerbarstig.33 De vraag is, in de woorden van Prof. Dr. Maarten Hajer -hoogleraar Urban Futures en ex-directeur van het Planbureau voor de Leefomgeving-, in welke stad willen we leven? Het idee achter die vraag: niet de technologie en de bestaande infrastructuur, maar een maatschappelijk doel zoals een duurzame, 'energieke' samenleving dient het vertrekpunt te zijn. 'Slimme oplossingen' kunnen daar op onderdelen een bijdrage aan leveren.
______ 33) Karstens, et al., De slimme stad: grote beloften, weerbarstige praktijk, 2010
1.6.2 Vertaling naar Dordrecht De landelijke ontwikkeling op het gebied van een “slimme stad” zien we ook terug in Dordrecht. Dordrecht heeft in het recente verleden werk gemaakt van smart city projecten. Samen met verschillende partners is er een breed palet aan innovatieve producten en diensten gerealiseerd. Met name initiatieven van onderop waarbij de nadruk lag op de fysieke infrastructuur en het experimenteren met nieuwe technologie in de stad. Via deze projecten zijn er diverse inzichten en leerervaringen opgedaan, waardoor de gemeente in de toekomst gebruik wil (blijven) maken van slimme stedelijke toepassingen. Mede onder invloed van de landelijke ontwikkelingen zien we in Dordrecht de beweging van smart city naar smart society. Van enigszins losse initiatieven, naar meer focus. Dit gebeurt onder andere door inzicht en overzicht (dashboards) die de gemeente kan ondersteunen in beslissingen over de meest effectieve inzet. Door bijvoorbeeld het bieden van inzicht en overzicht in de vorm van een dashboard voor het sociaal domein. En door simulaties waarin de effecten van beleid en besluitvorming op basis van verschillende scenario’s (en gevoed met verschillende variabelen) eerst virtueel worden verkend alvorens in de praktijk worden gebracht.
grote voordelen met zich mee kan brengen voor overheid, bedrijven en burgers, is het gebruik ervan niet zonder risico. Het is dan ook van belang dat de gemeente over voldoende kennis beschikt om kansen te zien en te verzilveren, maar ook om de impact en de risico’s in te kunnen schatten en goede maatregelen te nemen. Een belangrijke opdracht voor de Dordtse gemeenteraad en Dordtse gemeentelijke organisatie. Het is dus belangrijk dat de lokale politiek zich actief bemoeit met de inzet van digitale technologie in de gemeente, zodat besluiten hierover democratisch gelegitimeerd zijn. In de gemeente Dordrecht is het belang van goede (digitale) dienstverlening al eerder onderkend. In de afgelopen jaren is daarom geïnvesteerd in betere en meer digitale dienstverlening, richten we diverse dienstverleningsprocessen in vanuit de behoeften van inwoners en besteden we aandacht aan begrijpelijke taal. Het is echter een verbeterproces van lange adem en zal ook de komende jaren veel aandacht vragen.
De inzet van digitale technologie leidt, zoals eerder gezegd, tot veranderingen in de samenleving. Hoewel digitalisering
62
|
Drieluik 2021
Perspectief op de Stad, de Financiën en de Organisatie
Drieluik 2021
|
63
Voor een goede samenwerking tussen bedrijven, inwoners en de gemeente is betrokkenheid en vertrouwen in het lokaal bestuur belangrijk. Uit peilingen van het OCD blijkt dat driekwart van de Dordtse inwoners betrokken wil worden bij beslissingen van de gemeente. Op vragen of de gemeente inwoners voldoende betrekt bij haar plannen, is de opinie echter verdeeld (zie figuur 14). Drie op de tien inwoners zijn positief over deze stellingen. Eveneens drie op de tien zijn het oneens met de stellingen. Het rapportcijfer voor de wijze waarop de gemeente burgers
betrekt bij de (uitvoering van) het beleid en de samenwerking zoekt, ligt op 6,1. Dat is iets hoger dan in 2017, toen was het 6,0. Dit is vergelijkbaar aan het gemiddelde van Nederland.
De gemeente betrekt inwoners voldoende bij plannen en activiteiten. 30%
42%
28%
Inwoners krijgen voldoende ruimte om ideeën en initiatieven te realiseren. 29%
42%
Een goed functioneren van het bestuur is belangrijk voor iedereen. Daarom volgt het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) elke twee jaar landelijk de feiten en ontwikkelingen in de Staat van het Bestuur. Hoewel inwoners redelijk tevreden zijn over hun lokaal bestuur en de prestaties van hun lokale overheid, is het beeld dat ze ervan hebben niet scherp. Behalve de burgemeester weten veel inwoners niet wie hun vertegenwoordigers en bestuurders zijn. Ook houden zij regelmatig het Rijk verantwoordelijk voor decentrale taken en beleid. Ten opzichte van deze landelijke trends valt op dat in Dordrecht het vertrouwen in het gemeentebestuur hoger ligt dan het vertrouwen in de regering.34 Daarnaast is de interesse in lokale politiek groter en wil –zoals gezegd- driekwart van de inwoners betrokken worden bij beslissingen. Tevens is een kleiner deel van de inwoners in Dordrecht ontevreden over het gemeentebestuur in vergelijking met het cijfer in gemiddelde gemeente.
29%
De gemeente luistert voldoende naar de mening van haar inwoners 27%
(zeer) mee eens
45%
28%
niet mee eens, niet mee oneens
(zeer) mee oneens
______ Figuur 14: Betrokkenheid bij de gemeente | Bron: OCD, Communicatie en Bestuur
34) Onderzoekscentrum Drechtsteden, 2021
64
Perspectief op de Stad, de Financiën en de Organisatie
|
Drieluik 2021
Drieluik 2021
|
65
Figuur 15: Inwoners en het openbaar bestuur | Bron: Ministerie BZK, Staat van het Bestuur
Ook met oog op de komst van de Omgevingswet die in 2022 ingaat, is de relatie tussen lokale overheid en inwoners belangrijk. In de uitwerking hiervan –de Omgevingsvisie- worden keuzes gemaakt die invloed hebben op de Dordtse fysieke leefomgeving. De Omgevingsvisie is daarom van en voor Dordtenaren. De Omgevingswet vraagt tevens een andere houding van de overheid: meer flexibiliteit en meer mét de Dordtse samenleving. Participeren, meedoen is belangrijk. Dat staat ook in de Omgevingswet. De wetgever vindt het belangrijk dat inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties invloed kunnen uitoefenen op de omgevingsvisie.
66
|
Drieluik 2021
Voor alles zijn gedeelde ambities en doelstellingen belangrijk om deze daadwerkelijk te kunnen laten slagen.
Perspectief op de Stad, de Financiën en de Organisatie
Drieluik 2021
|
67
1.6.3 Bouwstenen voor beleid De tevredenheid van inwoners over de Dordtse gemeentelijke dienstverlening wordt continue gemeten. De digitale dienstverlening wordt gewaardeerd met gemiddeld een 7. Onze ambitie is echter om dit naar minimaal gemiddeld een 8 te brengen (het verschil tussen nu ‘voldoende’ en straks ‘goed’). Het recente Rekenkameronderzoek ‘Digitaal dienstbaar’ onderkent dit en roept op om blijvend te investeren in de digitale dienstverlening. Ook op het vlak van informatieveiligheid en privacy is veel ontwikkeling en dit vraagt voortdurende investeringen om betrouwbare dienstverlening te blijven verlenen. Ook wordt onderkend dat een deel van de inwoners onvoldoende digitaal vaardig is of te maken heeft met complexe en meervoudige problematiek. Dit vraagt dat we verder kijken dan de vraag en onderzoeken hoe we inwoners echt verder kunnen helpen door onderlinge samenwerking, bieden van extra aandacht en leveren van maatwerk. Met goede samenwerking, adequate reactie en kennis van zaken zorgen we dat inwoners zich in één keer goed geholpen voelen. Dit bepaalt voor een belangrijk deel de klanttevredenheid. In 2020 gaven inwoners in 74,6% van de contacten aan dat hun vraag in één keer geregeld was en voor het geholpen voelen gaven ze een waardering van 4,3 (op de schaal van 1 tot 5).
Voor een verdere verbetering van de dienstverlening zien we voor de komende bestuursperiode de onderstaande mogelijke bouwstenen/ thema’s.
68
|
Drieluik 2021
•
•
Eén overheidsloket en/of verbeterde samenwerking tussen overheidsorganisaties in ketenprocessen en bieden van dienstverlening met veel nadruk op de ‘menselijke maat’ en waar nodig bieden van maatwerk. De komst van het nieuwe stadskantoor biedt de mogelijkheid om het loket ook fysiek goed vorm te geven. Vooruitlopend hierop zorgen we voor verbeterde samenwerking tussen de Stadswinkel, SDD en de bibliotheek en andere ketenpartners. De digitale dienstverlening is veilig, betrouwbaar en gebruiksvriendelijk. Dat betekent dat we aan de hand van klantbehoeften- en feedback de digitale dienstverlening ontwikkelen en verbeteren. Daarnaast zorgen we ervoor dat we voldoen aan de landelijke eisen die worden gesteld aan informatieveiligheid en privacy. Ook investeren we in belangrijke innovaties die bijdragen aan een verbeterde dienstverlening. Dordrecht behoort op enkele onderwerpen tot de koplopers in het land. Het slim gebruik van data en oplossingen met kunstmatige intelligentie zijn hierin veelbelovend. Een voorbeeld waarin we nu investeren is de virtuele assistent (GEM). Hiermee zorgen we ervoor dat we vragen van inwoners op diverse onderwerpen 24/7 kunnen beantwoorden. Om deze virtuele assistent, gebaseerd op kunstmatige
intelligentie, tot een volwaardig kanaal door te ontwikkelen, vraagt dit nog investeringen van jaren. Voor alle ontwikkelingen geldt dat daarbij ook aandacht is voor inclusiviteit: de overheidsdienstverlening moet toegankelijk zijn voor alle inwoners. Doorgaan met de beweging naar een smart society, dus van losse initiatieven naar meer focus. Dit kan door ontwikkeling van inzicht en overzicht (dashboards) dat de gemeente kan ondersteunen in beslissingen over de meest effectieve inzet. En door verder ontwikkelen van het instrument van simulaties waarin de effecten van beleid en besluitvorming op basis van verschillende scenario’s eerst virtueel worden verkend alvorens in de praktijk worden gebracht. De invoering van de Omgevingswet en de voortgaande digitalisering vragen ook om een nieuwe kijk op bewonersparticipatie. Naast de traditionele vormen van bewonersparticipatie via de huis-aanhuiskrant, bewonersbrieven en informatie avonden is er de wens om ook online instrumenten voor bewonersparticipatie in te zetten. De coronasituatie heeft laten zien dat dit kan en het de inzet van digitale middelen voor bewonersparticipatie versnelt. In Dordrecht zijn momenteel betrekkelijk veel platforms, websites en tools voor online participatie. Om te zorgen dat de gemeente herkenbaar, vindbaar en duidelijk is, is het belangrijk om
Perspectief op de Stad, de Financiën en de Organisatie
één kanaal voor participatie te kiezen; één platform voor alle participatieprojecten. Zo weten medewerkers en inwoners waar ze aan toe zijn. Het doel van online bewonersparticipatie is dan ook vooral om te komen tot een betere dienstverlening aan de burger en verbeterde samenwerking met de stad in de plannen voor de fysieke leefomgeving. Een betrokken stad; uitspraken van inwoners Om de mening van inwoners te weten over belangrijke thema’s van de stad, en in het kader van betrokkenheid, hebben we het OCD gevraagd om in het voorjaar van 2021 een online enquête te houden onder de leden van het Bewonerspanel Dordrecht. Aan hen zijn een aantal uitspraken voorgelegd m.b.t. het beeld dat inwoners hebben van de stad (zie figuur 16), thema’s die aandacht verdienen om te verbeteren (zie figuur 17) en de meest aansprekende thema’s voor inwoners uit de Agenda Dordrecht 2030 (zie figuur 18). De complete rapportage van het OCD is in een aparte bijlage opgenomen.
Drieluik 2021
|
69
Dordrecht is een prettige woonplaats. 91%
7%
2%
Dordrecht is goed bereikbaar via web en spoor. 79%
12%
9%
Dordrecht heeft een goed aanbod aan stedelijke voorzieningen. 74%
14%
12%
Dordrecht heeft een aantrekkelijke binnenstad.
Uitspraken over Dordrecht Negen op de tien inwoners vinden Dordrecht een prettige woonplaats; acht op de tien dat de stad goed te bereiken is per weg en spoor en driekwart dat Dordt een goed aanbod heeft aan stedelijke voorzieningen. Opvallend zijn de hoge neutrale scores bij de uitspraken dat Dordrecht een stad met veel banen is en dat Dordrecht een duurzame stad is. Toelichting: het percentage ‘weet niet’ is hier 31%.
69%
16%
15%
In Dordrecht is veel te beleven. 62%
27%
11%
Dordrecht heeft een goed onderwijsaanbod. 55%
23%
22%
Dordrecht is een veilige stad. 51%
35%
14%
Dordrecht is een stad met veel banen. 40%
48%
12%
Dordrecht is een duurzame stad. 30%
(zeer) mee eens
50%
niet mee eens, niet mee oneens
20%
(zeer) mee oneens
Figuur 16: Beeld van de stad; uitspraken over Dordrecht
70
|
Drieluik 2021
Perspectief op de Stad, de Financiën en de Organisatie
Drieluik 2021
|
71
Om te verbeteren De top 3 van belangrijkste thema’s voor verbetering van Dordrecht: • veiligheid (41%) • duurzaamheid (39%) • aantrekkelijke binnenstad (38%) Slechts een vijfde van de respondenten vindt veel banen en veel te beleven belangrijk.
Meest aanprekende thema Drie op de tien respondenten is bekend met de Agenda Dordrecht 2030, waarvan een kwart slechts een beetje. Gevraagd naar het meest aansprekende thema geeft de helft een voorkeur aan voor Duurzame stad en Toekomst voor jongeren. De Binnenstad staat met 45% op een derde plek.
Dordrecht is een veilige stad.
Duurzame stad 41%
51%
Dordrecht is een duurzame stad.
Toekomst voor jongeren 39%
49%
Dordrecht heeft een aantrekkelijke binnenstad.
Binnenstad
38%
45%
Toelichting: het percentage ‘weet niet’ is hier 31%.
Dordrecht heeft een goed aanbod aan stedelijke voorzieningen.
Spoorzone
32%
33%
Dordrecht is een prettige woonplaats.
Ruimte voor banen
32%
26%
Dordrecht is goed bereikbaar via weg en spoor.
Dordwijkzone
26%
26%
Dordrecht heeft een goed onderwijsaanbod.
Dordts leerprogramma
23%
23%
In Dordrecht is veel te beleven
Anders
21%
6%
Dordrecht is een stad met veel banen.
Geen van deze
19% 0%
20%
2% 40%
60%
80%
100%
0%
20%
40%
60%
Figuur 17: Belangrijkste thema’s om te verbeteren voor Dordrecht
Figuur 18: Meest aansprekende thema uit de Agenda Dordrecht 2030
72
Perspectief op de Stad, de Financiën en de Organisatie
|
Drieluik 2021
80%
100%
Drieluik 2021
|
73
LUIK 2
Perspectief op de Financiën 74
|
Drieluik 2021
Perspectief op de Stad, de Financiën en de Organisatie
Drieluik 2021
|
75
2.1 Financiële uitgangspositie In de Kadernota 2022 is de financiële uitgangspositie van de gemeente Dordrecht voor de periode 2022-2025 vastgelegd. Samen met de kort daarop verschenen meicirculaire 2021 geeft dat onderstaand beeld voor de exploitatiebegroting van 2022 en verder.
Begin juni is bekend geworden dat het demissionaire kabinet circa € 1,3 miljard aan extra middelen voor Jeugdzorg ter beschikking zal stellen aan gemeenten voor het jaar 2022. Voor Dordrecht is hiermee naar verwachting een bedrag gemoeid van rond de € 10 miljoen, die in de komende septembercirculaire financieel zal worden verwerkt. Hoewel hier deels ook stijgende kosten van Jeugdzorg tegenover staan, is de verwachting dat hiermee voor het jaar 2022 geen tekort meer zal bestaan.
Figuur 19: Exploitatiebegroting
In de Kadernota 2022 wordt ook een prognose gegeven van de vrije ruimte in het weerstandsvermogen in 2022. Naar verwachting is een bedrag van ongeveer € 15 - 20 miljoen beschikbaar om beleidswensen mogelijk te maken voor de periode 2023-2026. Hiermee kunnen huidige beleidswensen die financieel aflopen worden gecontinueerd, en/of nieuwe bestuurlijke beleidswensen van financiële dekking worden voorzien. Deze gunstige financiële uitgangspositie op het vermogen wordt verder zichtbaar en onderschreven door BDO accountants, zowel in hun rapport van bevindingen bij de jaarrekening 2020 als in hun jaarlijkse benchmark financiële posities
76
Perspectief op de Stad, de Financiën en de Organisatie
getallen x € 1.000
Omschrijving
2022
2023
2024
2025
Concept - kadernota 2022
- 4.016
- 2.808
- 6.039
- 5.492
879
2.307
2.476
2.932
Structurele saldo 2022
- 3.137
- 501
- 3.563
- 2.560
Mei - circulaire 2021
1.617
764
- 44
- 449
Concept - kadernota 2022 (incl. meicirculaire)
- 1.520
263
- 3.607
- 3.009
Correctie incidentele lasten en baten indicatief
|
Drieluik 2021
van gemeenten. Verder is door de recente verkoop van de Eneco-aandelen de huidige schuldpositie van de gemeente bijzonder laag, en is de omvang van het eigen vermogen (reserves) bijzonder hoog. Ook de financiële risico's op de huidige grondexploitaties zijn voor de gemeente Dordrecht zeer laag te noemen, mede als gevolg van de zeer krappe woningmarkt en de grote vraag naar bedrijventerreinen op het DistriParc. Een groot deel van de opbrengst van de Eneco-verkoop is belegd in bestemmingsreserves onder de vlag van Agenda Dordrecht 2030. Hiermee heeft Dordrecht de beschikking over een omvangrijke langjarige investeringsagenda, waarin de groei van het aantal inwoners centraal staat. Hoewel er uiteraard nog fors meer middelen van medeoverheden en partners benodigd zijn om de gehele Agenda te verwezenlijken, beschikken we hiermee over een belangrijk financieel vliegwiel om forse aantallen extra woningen te realiseren. Die extra woningen, maar vooral extra inwoners, zijn een belangrijke basis om op termijn de algemene uitkering van het Rijk (de belangrijkste inkomstenbron voor gemeenten) te laten stijgen.
Drieluik 2021
|
77
2.2 Toekomstige Ontwikkelingen Het hierboven geschetste beeld van een exploitatiebegroting die meerjarig ‘broos’ is, is herkenbaar bij nagenoeg alle gemeenten in het land. Het laat de grote behoefte zien aan een nieuw kabinet, die klare wijn schenkt over de rol en positie die zij lokale overheden toedicht in een investerings- en herstelagenda voor de samenleving. De coronacrisis heeft diepe sporen achtergelaten binnen bepaalde onderdelen van de samenleving, en heeft bestaande ongelijkheden op het gebied van met name wonen, werken en opleiden alleen maar versterkt. Gemeenten hebben grote behoefte aan een kabinet dat inzet op het investeren in en herstellen van vaak verloren gegane gezonde verhoudingen tussen overgedragen taken en bijbehorende middelen. Het is niet de verwachting dat er voor de zomer 2021 een nieuw regeerakkoord ligt. Het ligt inmiddels ook niet meer voor de hand dat een nieuw regeerakkoord met doorgerekende effecten voor gemeenten beschikbaar is, voordat de gemeentelijke begrotingen 2022 worden opgesteld. Het meest waarschijnlijk is dat gemeenten met ingang van hun begrotingen 2023 kunnen rekenen met de effecten van een nieuw regeerakkoord. 78
|
Drieluik 2021
Zonder volledig te kunnen zijn over alle onderwerpen die relevant (kunnen) zijn voor gemeenten, zijn de meest belangrijke onderwerpen waar een nieuw kabinet landelijke besluiten over moet nemen de volgende: •
Voorspelbaarheid Algemene Uitkering. Op dit moment is de hoogte van de Algemene Uitkering gekoppeld aan de hoogte van de Rijksbegroting. Op het moment dat het Rijk meer of minder uitgeeft dan begroot, ontvangen gemeenten dan ook meer of minder Algemene Uitkering. In de huidige systematiek actualiseert het Rijk het bedrag van de Algemene Uitkering voor een bepaald jaar ongeveer 6 keer, via verschillende circulaires. De laatste wijziging vindt zelfs plaats in december van het betreffende boekjaar. Deze grote onzekerheid en onvoorspelbaarheid van de grootste inkomstenbron voor gemeenten, is gemeenten al jaren een doorn in het oog. De Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) concludeerde ook dat gemeenten in grote mate financieel instabiel zijn en bracht op verzoek van de minister van Binnenlandse Zaken
een advies uit. Daarin pleit de ROB voor een stabiele en voorspelbare inkomstenstroom voor gemeenten voor meerjarige zekerheid. Mogelijk dat een nieuw kabinet de hoogte van de Algemene Uitkering voor een periode van enkele jaren tegelijk wil vastleggen. Dat zou de voorspelbaarheid en uitvoerbaarheid van gemeentelijke begrotingen ten goede komen. •
Opschalingskorting Algemene Uitkering. Al vanuit een eerdere kabinetsperiode was besloten dat meer gemeenten met elkaar samengevoegd moesten worden, en vooruitlopend op deze beweging is een landelijke korting op de algemene uitkering bij iedere gemeente ingevoerd. Deze korting loopt op tot een structureel bedrag van bijna 1 miljard vanaf 2025. Ondanks dat het kabinet die inhoudelijke ambitie al eerder heeft losgelaten, is de korting blijven bestaan. Vanuit de bijzondere corona-situatie is de korting voor de jaren 2020 en 2021 tijdelijk bevroren, maar een nieuw kabinet moet besluiten of de korting structureel blijft doorlopen. Voor Dordrecht betekent deze korting in volle omvang een
Perspectief op de Stad, de Financiën en de Organisatie
bedrag van ongeveer € 9 miljoen per jaar vanaf 2025. Deze korting is al in de cijfers van de Kadernota verwerkt. •
Herijking Algemene Uitkering. Al enkele jaren is het kabinet bezig met een nieuwe systematiek voor het verdelen van de algemene uitkering over alle gemeenten. Hoewel de totale omvang daarmee niet veranderd, zijn er bij een herverdeling altijd voordeel- en nadeelgemeenten. Op basis van een eerste concept verdeling lijkt Dordrecht een “lichte” nadeelgemeente. Wanneer het nieuwe kabinet besluit tot invoering van een definitieve nieuwe verdeling, zal het effect voor Dordrecht worden berekend en meegenomen in de meerjarenbegroting.
Drieluik 2021
|
79
•
•
80
Lokaal belasting gebied. Uit verschillende landelijke onderzoeken is gebleken dat de verhouding tussen gemeentelijke taken en beleidsvrijheden, financieel niet in verhouding staat met de relatief beperkte mogelijkheden die gemeenten hebben om belasting te heffen. Belastingen zoals rioolheffing en afvalstoffenheffing zijn gebonden aan de betreffende taken, en de belangrijkste vrij inzetbare lokale belasting (de OZB), is gebonden aan door het Rijk bepaalde maxima. Eerder heeft het Rijk ook besloten dat gemeenten geen precarioheffing op kabels en leidingen meer mogen heffen, waardoor de mogelijkheden tot het genereren van eigen inkomsten verder zijn verkleind. Wanneer een nieuw kabinet zou besluiten tot meer juridische mogelijkheden tot lokale belastingheffing (met een gelijktijdige verlaging van landelijke belasting zoals bijvoorbeeld loonheffing), nemen de stuur- en beïnvloedingsmogelijkheden van gemeenten op hun eigen de lokale gemeentelijke begroting uiteraard toe. Jeugdzorg. Het nieuwe kabinet moet een besluit nemen over de structurele component van de extra bijdragen die zij gemeenten hebben toegezegd voor 2022. Daarnaast is het aan de landelijke overheid om inhoudelijke besluiten te nemen die het stelsel in algemene zin meer betaalbaar houdt,
|
Drieluik 2021
zoals een scherpere afbakening van het begrip Jeugdzorg in de Jeugdwet, en/of het invoeren van een verplichte eigen bijdrage op bepaalde vormen van zorg. •
•
Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO). Het beroep op de WMO is de afgelopen jaren explosief gestegen. Niet alleen vanuit demografische ontwikkelingen zoals de vergrijzing, maar ook vanuit het kabinetsbeleid om mensen langer thuis te laten wonen (en het sluiten van verpleeghuizen), en bovendien vanuit het kabinetsbesluit om een vermogenstoets bij aanvragers af te schaffen en een eigen bijdrage te maximeren op een zeer beperkt maandbedrag, onafhankelijk van het inkomen. Het is aan het nieuwe kabinet om eerdere maatregelen te heroverwegen of gemeenten financieel voldoende te compenseren voor de toegenomen vraag en kosten. Energietransitie. Eén van de onderdelen van het door het Rijk ondertekende Klimaatakkoord van Parijs is de energietransitie. Hierbij moet het gebruik van vervuilende energiebronnen zoals olie en gas drastisch verminderd worden, en het gebruik van energie die schoner opgewekt kan worden fors toenemen. Met name het gebruik van elektriciteit moet de plaats van gas innemen. Hierdoor stijgen de investeringskosten
van de netwerkbeheerders fors, en door bestaande nationale regelgeving mogen zij die slechts deels en vertraagd doorberekenen aan eindgebruikers. In onze regio betekent het concreet dat Stedin een forse kapitaalbehoefte bij de huidige aandeelhouders (gemeenten en provincie) neerlegt, én aangeeft dat de dividendverwachting op reguliere bestaande aandelen zeer beperkt zal zijn. Met name dit laatste punt zorgt binnen Dordrecht voor enkele miljoenen verlies in de exploitatiebegroting. Het nieuwe kabinet zal met ingang van een aanstaande nieuwe reguleringsperiode opnieuw, wellicht andere, besluiten nemen die van invloed zijn op de financiële positie van gemeentelijke aandeelhouders. •
Omgevingswet. De invoering van de omgevingswet, ook wel dé decentralisatie op het fysiek domein genoemd, is al een aantal keer uitgesteld (nu naar 2022). Gemeenten verwachten (in ieder geval de eerste jaren na invoering) een flinke extra kostenpost, maar tot op heden heeft het Rijk geen (structurele) extra middelen voor gemeenten vrijgemaakt.
Overige ontwikkelingen zijn daarnaast: •
Rente. De rente is al enkele jaren historisch laag. Overheden betalen op dit moment geen tot nauwelijks rente
Perspectief op de Stad, de Financiën en de Organisatie
op aan te trekken leningen. Hoewel Dordrecht op korte termijn geen grote externe kapitaalbehoefte kent, en het ook niet de verwachting is dat de rente binnen afzienbare tijd flink gaat stijgen, bestaat op de lange termijn het risico van stijgende rentekosten. Zeker als onverhoopt de rente op termijn zou gaan stijgen naar 4-5%, zullen de extra rentekosten zwaar op de exploitatiebegroting gaan drukken. •
Transitie Gemeenschappelijke Regeling Drechtsteden (GRD). Ervan uitgaande dat de transitie van GRDdochters naar de gemeente Dordrecht als servicegemeente doorgaat, zal de jaarlijkse kostenbegroting van de gemeente Dordrecht vanaf 2022 met ongeveer € 60 miljoen toenemen. Dit is een budgetneutrale ontwikkeling: wat zowel de gemeente Dordrecht alsook anderen eerst aan de GRD betaalden, wordt nu aan Dordrecht betaald. Tegenover deze groeiende lasten staan, voor ruim de helft van dit bedrag, bijdragen van de andere zes Drechtsteden gemeenten en een aantal gemeenschappelijke regelingen. De afname van deze diensten (en bijbehorende bijdragen) worden voor minimaal vier jaar gegarandeerd. De afhankelijkheid van bijdragen van andere gemeentelijke en regionale overheden voor de exploitatiebegroting van Dordrecht neemt hierdoor uiteraard toe.
Drieluik 2021
|
81
LUIK 3
Perspectief op Sturing & Organisatie 82
|
Drieluik 2021
Perspectief op de Stad, de Financiën en de Organisatie
Drieluik 2021
|
83
3.1 Trends en ontwikkelingen Met de veranderende rol van de overheid verschuiven ook de instrumenten, van de traditionele trits ‘reguleren’, ‘subsidiëren’ en ‘stimuleren’, naar zelfs ‘loslaten’.
In overheidsland vindt een ontwikkeling plaats naar nieuwe sturingsparadigma’s van een ‘samenwerkende’ en ‘responsieve’ overheid. In het traditionele sturingswijze van een ‘rechtmatige overheid’ staat de overheid boven de andere partijen en stuurt hen paternalistisch in de politiek gewenste richting. Daarnaast kwam de ‘presterende overheid’ begin deze eeuw op en introduceerde aanpakken uit in het bedrijfsleven (resultaten, prestatiecontracten). Bij de ‘samenwerkende overheid’ staat echter netwerksturing centraal. De overheid werkt met andere partijen samen om de
84
|
Drieluik 2021
maatschappelijke opgaven te realiseren. Dit gebeurt door middel van contracten, Publiek Private Samenwerkingen (PPSconstructies), samenwerkingsafspraken, Triple Helix samenwerkingen en convenanten. De ‘responsieve overheid’ daarnaast is geïnspireerd op ideeën van de Big Society en burgerparticipatie. Het gaat uit van een actieve samenleving waarin burgers en andere partijen allerlei initiatieven ontplooien. De overheid speelt daarop in en stuurt door uit te nodigen tot initiatief, door publieke randvoorwaarden te definiëren en door initiatieven binnen kaders te faciliteren en te stimuleren.35
In 2018 kozen 56 gemeenteraden er voor om met andere type akkoorden zoals een raadsprogramma te werken in plaats met een coalitieakkoord. Dat deden ze om diverse redenen, de meest genoemde reden is de wens om de tegenstelling tussen coalitie en oppositie weg te nemen. Naast het coalitieakkoord zagen we de voorbije periode onder andere Bestuursakkoorden (o.a. Deventer, Tilburg), een Procesakkoord (Enschede) en dichter bij huis een Samenlevings-agenda (Alblasserdam). De verwachting is dat er, wellicht mede naar analogie van landelijke ontwikkelingen, meer raadsakkoorden gesloten zullen worden. Het sluiten van een ‘breed’ akkoord op hoofdlijnen lijkt gemeengoed te worden. De verwachting is dat we in het Nederlandse lokaal bestuur ook na de komende verkiezingen verschillende typen akkoorden zullen zien. De (grote) stad werd en wordt gezien als de motor van de (kennis)economie. In het verlengde hiervan zien we een
Perspectief op de Stad, de Financiën en de Organisatie
toenemende aandacht voor de positie van middelgrote steden.36 Middelgrote steden in Nederland moeten zich opnieuw zien te verhouden tot de snel groeiende Metropoolregio’s (de G5). Verschillen tussen regio’s, steden en gemeenten in Nederland worden steeds groter. De bevolkingsontwikkeling is sterk verschillend in het land (groei versus krimp), de woon- en leefmilieus vertonen een steeds grotere variatie en ook de economische ontwikkeling verschilt per regio. Deze toenemende verschillen dwingen, volgens Platform31, tot verschillen in strategie en manieren van organiseren en sturen. In de stad wordt het meeste geld verdiend, daar zijn de meeste banen te vinden, daar trekken de meeste mensen naartoe. Driekwart van de Nederlandse bevolking woont in een stedelijke omgeving en dit zal de komende decennia naar verwachting nog verder toenemen. Verstedelijking kent echter ook een keerzijde; de sociale en fysieke leefbaarheid staat in de steden stevig onder druk. Het is dan ook zaak de economische potenties van de verstedelijking zo goed mogelijk te benutten en de nadelen waar mogelijk te ondervangen. Met het landelijke traject ‘Agenda Stad’, tracht
Drieluik 2021
|
85
het Rijk daarom samen met de steden en stakeholdersgroepen zowel meer synergie te bereiken in de inhoudelijke agenda’s van de steden als in de netwerken daaromheen. Hiermee ontwikkelen we als land in het geheel meer internationale concurrentiekracht en leren we van elkaars oplossingen voor sociale en fysieke leefbaarheidsproblematiek. Als instrument voor netwerksturing hanteert men in deze aanpak het instrument van de City Deal. In City Deals maken steden, het Rijk, bedrijven en maatschappelijke organisaties concrete samenwerkingsafspraken om innovatieve oplossingen te zoeken voor complexe vraagstukken die worden geadresseerd in de Agenda Stad. Dit zijn bijvoorbeeld onderwerpen zoals klimaatadaptatie, binnenstedelijk bouwen en stedelijke bereikbaarheid. De studiegroep ‘Interbestuurlijke en Financiële verhoudingen’ borduurt voort op het idee dat aan de Deals ten grondslag ligt, de zogeheten multi-level-governance ofwel meerschalige bestuurs-arrangement gedachte.37 Zij bepleit in haar eindadvies ‘Eén Overheid’ de totstandkoming van interbestuurlijke ambtelijke themagroepen en bestuurlijke arrangementen voor aanpak van een aantal thema’s rond complexe maatschappelijke problematiek. Rond drie thema’s heeft de studiegroep de voorgestane arrangementen