Dordrecht een kleurrijke stad.pdf
Tekst van het document
30
Rekenkamercommissie
Om deze ambities te concretiseren zeggen Regenboogsteden toe dat zij deze ambities zullen vertalen naar lokaal beleid voor de periode 2019-2022 en dit beleid bovendien in samenspraak met betrokkenen op te stellen. Daarnaast moet het regenboogbeleid (nog) effectiever worden gemaakt door samenwerking tussen betrokken partijen te versterken. Verder zeggen Regenboogsteden toe dat zij resultaten en effecten van het beleid monitoren en evalueren. Ook is het de bedoeling om het regenboogbeleid te normaliseren in die zin dat het de norm is om regenboogbeleid te voeren en ieder individu uit de lhbti-gemeenschap daadwerkelijk als gelijkwaardig wordt beschouwd. Daartoe geven Regenboogsteden het thema een vaste plaats in hun beleid bijvoorbeeld door het thema te verbinden met gemeentelijk beleid op het gebied van onderwijs, sport, veiligheid, preventieve jeugd- en gezondheidszorg en de arbeidsmarkt. Ook stellen zij er budget en personeel voor beschikbaar (equivalent aan het OCW budget). Tot slot informeren Regenboogsteden kleinere gemeenten in de regio over hun beleid en geven ze kleinere gemeenten die daar behoefte aan hebben advies en informatie voor hun lhbti-emancipatiebeleid. Goede voorbeelden uit de praktijk worden beschikbaar gesteld aan de minister en aan MOVISIE.
Vanuit het ministerie van OCW wordt €20.000 per jaar beschikbaar gesteld aan de Regenboogsteden (€50.000 voor de steden Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht). Daarnaast zorgt de minister voor ondersteuning en advies bij het regenboogbeleid door kenniscentrum Movisie en voor een jaarlijkse landelijke bijeenkomst om ervaringen en opbrengsten van de regenboogsteden uit te wisselen. Ook laat de minister het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) volgen hoe de acceptatie van lhbti-personen zich ontwikkelt. Norm
Bron
De gemeente vertaalt de ambities uit de intentieverklaring naar lokaal beleid
Intentieverklaring 'Lokaal Emancipatiebeleid 20192022 lesbiennes, homoseksuelen, biseksuelen en transgender- en intersekse personen'
De gemeente monitort en evalueert resultaten en effecten van het regenboogbeleid
Intentieverklaring 'Lokaal Emancipatiebeleid 20192022 lesbiennes, homoseksuelen, biseksuelen en transgender- en intersekse personen'
De gemeente stelt budget en personeel beschikbaar voor het regenboogbeleid, equivalent aan de bijdrage van OCW.
Intentieverklaring 'Lokaal Emancipatiebeleid 20192022 lesbiennes, homoseksuelen, biseksuelen en transgender- en intersekse personen'
Als regenboogstad informeert de gemeente kleinere gemeenten in de regio over hun beleid en geven ze kleinere gemeenten die daar behoefte aan hebben advies en informatie voor hun lhbti-emancipatiebeleid.
Intentieverklaring 'Lokaal Emancipatiebeleid 20192022 lesbiennes, homoseksuelen, biseksuelen en transgender- en intersekse personen'
De gemeente deelt goede voorbeelden uit de praktijk met de minister en Movisie
Intentieverklaring 'Lokaal Emancipatiebeleid 20192022 lesbiennes, homoseksuelen, biseksuelen en transgender- en intersekse personen'
Tabel 6: Normen vanuit intentieverklaring
DORDRECHT EEN KLEURRIJKE STAD | REKENKAMERCOMMISSIE DORDRECHT
31
Rekenkamercommissie
3.2
…naar lokale invulling
Als Regenboogstad geeft de gemeente Dordrecht lokaal uitvoering aan de ambities zoals die zijn vastgelegd in de intentieverklaring. Hiertoe is er op meerdere beleidsniveaus aandacht voor de regenbooggemeenschap. Coalitieakkoorden Gemeente Dordrecht Dit gebeurt allereerst in de verschillende coalitieakkoorden. Zo positioneert het college zich in het akkoord van 2018-2022 nogmaals als één van de regenbooggemeenten van Nederland: “Dordrecht is ook Regenboogstad; we vinden dat iedereen zich veilig, welkom en geaccepteerd moet voelen”. Een verdere uitwerking hiervan ontbreekt in het akkoord. In het akkoord 2022-2026 staat daarnaast dat Dordrecht “een stad [wil] zijn waar iedereen zich thuis kan voelen en kan meedoen. Een stad waar je elkaar begroet op straat. We accepteren geen uitsluiting en discriminatie. Wat je achtergrond ook is en met welke mensen je je ook verbonden voelt: er is plek voor jou in Dordrecht.”
Uitvoeringsplan Dordrecht Regenboogstad In het uitvoeringsplan Dordrecht Regenboogstad 2019-2022 geeft de gemeente Dordrecht wel nader invulling aan deze ambitie uit het coalitieakkoord en de ambities uit de intentieverklaring. Uit het uitvoeringsplan komt naar voren dat Dordrecht zich richt op bewustwording, signalering en preventie. De rol van de gemeente is daarbij stimulerend richting de stad, het onderwijs en maatschappelijke partners. Een speciale focus ligt op jongeren, ouderen, acceptatie op de werkvloer, culturen en religies. De plannen moeten aansluiten bij inclusief beleid. Daarnaast is er aandacht voor de manier waarop activiteiten rondom de acceptatie van de regenbooggemeenschap zijn/worden geborgd binnen de gemeentelijke organisatie. Er wordt hiertoe aangesloten bij of verbonden met bestaande activiteiten of ontwikkelingen van organisaties. Het uitvoeringsplan zet ingezette acties van de periode 2016-2018 voort en is opgesteld door de werkgroep ‘Regenboogprogramma 2019-2022’, waarin medewerkers van de gemeente Dordrecht, maatschappelijke partners en vertegenwoordigers van Wijdekerk en Platform Dordtse Kerken deelnemen. Andere belangrijke stakeholders die worden genoemd zijn Scholen, Jongerenwerk en sportverenigingen.
Voor het bespreekbaar maken van acceptatie bij de diverse thema’s is het bovendien de bedoeling om ervaringsdeskundigen te betrekken als ambassadeurs. Concreet valt het uitvoeringsplan uiteen in zeven thema’s: Jeugd en Onderwijs, Maatschappelijke meer organisaties LHBTI proof maken, Culturen en religies, Werk en Werkgeverschap, Sport, Incidentele activiteiten, Onderzoek. De doelen voor het thema Jeugd en Onderwijs zijn a.) het vergroten van de acceptatie van de LHBTI gemeenschap onder kinderen en jongeren, en b) het versterken van de bewustwording, signalering en doorverwijsmogelijkheden van LHBTI-gerelateerde jeugdproblematiek. Om hier uitvoering aan te geven is de gemeente van plan om met scholen, verenigingen, OK-coaches, jeugdartsen en jongerenwerk in gesprek te gaan over de manier waarop de komende jaren kan worden ingezet op het attenderen van PO, VO en MBO scholen op de wetgeving Sociale Veiligheid waarin diversiteit een cruciaal onderwerp is. Daarnaast wil de gemeente graag dat alle professionals (Ib-ers, zorg coördinatoren, pest coördinatoren, directieleden, OK-coaches, leerkrachten) getraind worden in kennis/bewustwording, signaleren en herkennen van problematiek rondom de LHBTI-gemeenschap.
Verder wil de gemeente dat seksuele diversiteit structureel aandacht krijgt in het onderwijs (PO, VO, MBO), met als doel de negatieve houding DORDRECHT EEN KLEURRIJKE STAD | REKENKAMERCOMMISSIE DORDRECHT
32
Rekenkamercommissie
van jongeren ten opzichte van de LHBTI gemeenschap te doen afnemen. Scholen worden hiertoe vanaf 2019 geënthousiasmeerd om meer aandacht te besteden aan de bewustwording door gastlessen te verzorgen. Ook moet er worden geïnventariseerd of er behoefte is aan een pool van ervaringsdeskundigen van kinderen van regenboogouders. Het thema Maatschappelijke organisaties meer LHBTI proof maken heeft als doel dat LHBTI personen, waaronder ouderen, zich gesteund weten en zich veiliger en weerbaarder voelen binnen het sociaal domein. Als gevolg neemt de sociale acceptatie van LHBTI personen toe. Om hier uitvoering aan te geven wordt ingezet op voorlichting en bewustwording, bijvoorbeeld door het organiseren van themabijeenkomsten en workshops voor maatschappelijke organisaties en zorginstellingen. Daarnaast wordt gewerkt aan het opzetten en versterken van een Regenboog Netwerk met een regionale sociale kaart. Voor het thema Culturen en religies heeft de gemeente zich ten doel gesteld om de verbinding te leggen tussen de landelijke organisatie Wijdekerk, Dordtse kerkgenootschappen, festivals en bijeenkomsten om de positie van LHBTI’ers in de kerk weer te geven en te verbeteren. Om uitvoering aan dit doel te geven zet de gemeente in op het bespreekbaar maken van de acceptatie van LHBTI’ers bij confessionele groepen door het organiseren van gespreksavonden.
Dordtse kerken worden uitgenodigd om zichzelf op de Wijdekerk kaart te zetten waarmee ze aan kunnen geven hoe zij zich inzetten voor de acceptatie van LHBTI’ers binnen hun kerk. Ook moet worden onderzocht of de Roze Zaterdag in Dordrecht gehouden kan worden en moet een regenboogviering worden gekoppeld aan de Roze Zaterdag. Als het gaat om Werk en Werkgeverschap, heeft de gemeente Dordrecht als doel een werkgever te zijn waar elke medewerker, ongeacht ras, sekse, religie, leeftijd en arbeidsvermogen, zich thuis voelt. De gemeente wil daarmee bovendien een voorbeeld zijn voor andere werkgevers in de stad. Om hier uitvoering aan te geven heeft de gemeente Dordrecht in 2018 De verklaring van Dordrecht ondertekend, waarmee de gemeente een transgendervriendelijk personeelsbeleid nastreeft. In 2019 wordt bovendien het Charter Diversiteit ondertekend. Door het ondertekenen van het Charter committeert Dordrecht zich aan zelf opgestelde doelen om diversiteit en inclusie op de werkvloer te bevorderen. Daarbij wil de gemeente in het kader van het Charter in kaart brengen hoe divers het personeelsbeleid van de gemeente daadwerkelijk is. Ook heeft de gemeente de intentie opgenomen om een via een E-learning tool een cursus ‘transgendervriendelijk handelen’ aan te bieden aan medewerkers in een publieksfunctie.
Tot slot staat in het uitvoeringsplan vermeld dat ContourdeTwern moet onderzoeken of het haalbaar is om de Roze Loper te kunnen bepalen. Na ondertekening van het Charter Diversiteit blijkt er in eerste instantie geen plan van aanpak te zijn opgesteld. Inmiddels is recent een plan van aanpak gedeeld met de SER. Deze is voorzien van feedback en retour gekomen aan de gemeente. Momenteel wordt deze ontvangen feedback verwerkt. Naast het Charter Diversiteit ondertekende de gemeente ook De verklaring van Dordrecht van het TNN. Met het ondertekenen van De verklaring van Dordrecht geeft de gemeente aan bij te willen dragen aan een transgendervriendelijke arbeidsmarkt. Daartoe zal de gemeente onder andere werken aan het creëren van beleid en structuren binnen de eigen organisatie die bijdragen aan de verbetering van de arbeidsomstandigheden voor transgender personen. Ook zal de gemeente periodiek rapporteren over de voortgang hiervan. In het kader van het thema Sport is het doel om de acceptatie van LHBTI’ers binnen de sport te vergroten. Om hier uitvoering aan te geven wil de gemeente tijdens de begeleiding van verenigingen bij het opzetten of versterken van een pedagogisch klimaat aandacht besteden aan de acceptatie van LHBTI’ers.
Daarnaast wil de gemeente tijdens de Nationale Sportweek in september 2019 het initiatief nemen om met sportverenigingen een Regenboog sportdag te organiseren dat bij succes jaarlijks moet worden herhaald. DORDRECHT EEN KLEURRIJKE STAD | REKENKAMERCOMMISSIE DORDRECHT
33
Rekenkamercommissie
Onder de noemer Incidentele activiteiten stelt de gemeente zich ten doel om de zichtbaarheid van Dordrecht als Regenboogstad te vergroten. Hiertoe zullen rondom Coming Out Dag verschillende activiteiten worden georganiseerd, zoals het hijsen van de regenboogvlag. Verder worden er bijeenkomsten georganiseerd door partners als ContourdeTwern, Spectrum en Humanitas met als doel om de sociale acceptatie van LHBTI’ers te versterken. Ook zou op 28 maart 2019 de Dordtse conferentie Regenboogstad worden georganiseerd als startmoment voor de nieuwe periode Dordrecht Regenboogstad 20192022. Binnen het thema Onderzoek stelt de gemeente Dordrecht zich ten slotte ten doel om te voldoen aan de in de intentieverklaring opgenomen opgave ontwikkelingen rondom de acceptatie en veiligheid van de regenbooggemeenschap te monitoren. Dit doet de gemeente door in ieder geval eenmaal via een peiling te meten hoe het gesteld is met de sociale acceptatie van de regenbooggemeenschap. Dit doet de gemeente door gebruik te maken van RADAR, dat jaarlijks rapporteert over klachten en meldingen over discriminatie. De discriminatiegrond ‘seksuele gerichtheid’ maakt onderdeel uit van deze rapportage. Daarnaast wordt gebruik gemaakt van de Monitor Sociaal (Onderzoekscentrum Drechtsteden (OCD), waarin vragen opgenomen worden om de sociale acceptatie van LHBTI’ers te meten onder de Dordtse bevolking.
Hierbij is de inzet om dit onderzoek in 2021 uit te voeren. Tot slot wordt in de Veiligheidsmonitor gevraagd naar veiligheidsgevoelens in de buurt. Bij achtergrondkenmerken van de respondenten wordt onder anderen gevraagd naar seksuele geaardheid. De Veiligheidsmonitor is in 20192020 in Dordrecht afgenomen. Communicatie rondom de uitvoering van de plannen moet gebeuren via publiciteitsacties rondom verschillende themadagen en –weken en activiteiten. Om de communicatie over Dordrecht Regenboogstad structureel onder de aandacht te brengen moet gebruik worden gemaakt van Gemeente nieuws en sociale media, daarnaast zal de gemeentelijke website worden ingezet. De afdeling communicatie stelt per jaar een communicatieplan op. Voor de kosten en dekking van de plannen ontvangt de gemeente Dordrecht van het ministerie van OCW een financiële bijdrage van €20.000 per jaar. Dit wordt aangevuld met €20.000 aan ambtelijke capaciteit vanuit de gemeente. In het uitvoeringsplan Dordrecht Regenboogstad 2023 worden de doelstellingen bijgesteld voor het jaar 2023. Later in 2023 zal de gemeente Dordrecht een plan indienen voor de periode 2024-2026, zodat dit in lijn zal zijn met de opgave Inclusieve Stad. Hierover zijn afspraken gemaakt met het Ministerie van OCW. Aangezien de focus vooralsnog ligt op het terugkijken, zijn de bijgestelde doelen hier (nog) niet uitgebreid opgenomen.
In het kort zijn er een aantal accentverschillen te onderscheiden. Zo wordt er specifieker ingezet op de herintroductie van het COC in Dordrecht, danwel in de Drechtsteden, om de acceptatie van LHBTQIA+’ers te vergroten. Ook wordt ingezet op een uitbreiding van Dordrecht Pride. Verder wordt explicieter de samenwerking met lokale buurt- en welzijnsorganisaties opgezocht.
Plan van aanpak Charter Diversiteit Momenteel werkt de gemeente Dordrecht het plan van aanpak in het kader van het Charter Diversiteit uit. De SER hanteert voor dit plan van aanpak een vast format, dat door iedere aangesloten organisatie kan worden ingevuld. In het concept geeft de gemeente Dordrecht aan te kiezen voor de accenten arbeidsbeperking en/of chronische ziekte, etnisch-culture achtergrond en seksuele gerichtheid/LHBTI+. Hiermee wil de gemeente aansluiten bij ander, bestaand gemeentelijk beleid.
DORDRECHT EEN KLEURRIJKE STAD | REKENKAMERCOMMISSIE DORDRECHT
34
Rekenkamercommissie
In het plan van aanpak geeft de gemeente aan van mening te zijn dat de samenstelling van het personeelsbestand een afspiegeling moet zijn van de samenleving. Daarnaast ziet de gemeente diversiteit als een kwestie van maatschappelijk verantwoord ondernemen. Ook wil de gemeente door uitvoering te geven aan het Charter voldoen aan wettelijk gestelde quota zoals het aandeel vrouwen in een leidinggevende functie. De gemeente vindt het belangrijk om zelf het goede voorbeeld te geven als het gaat om diversiteit en inclusie. Ook schrijft de gemeente het belang hiervan in stadsgesprekken terug te hebben gekregen van inwoners. Als het gaat om seksuele gerichtheid/LHBTQIA+ zet de gemeente via het concept plan van aanpak in op een verhoogde instroom van medewerkers binnen deze categorie. Voor seksuele gerichtheid is, anders dan een verhoging van de instroom, geen specifieke streefwaarde vastgelegd. De in het plan van aanpak vastgelegde doelstellingen moeten worden gehaald door: •
Workshops of lezingen over onbewuste vooroordelen en/of diversiteit en inclusie voor de categorie ‘overige personeel‘
•
Het aanstellen van ambassadeurs en/of rolmodellen
•
Het onderwerp diversiteit en inclusie moet worden verwerkt in bestaande initiatieven zoals het persoonlijk educatie platform.
•
Het aanpassen van vacatureteksten
•
Aanboren van nieuwe wervingskanalen
•
Aanpassen van sollicitatie- en selectieprocedure
•
In de kantine wordt rekening gehouden met verschillende doelgroepen qua voedsel
•
Er wordt rekening gehouden met gebedsruimten in het nieuwe ontwerp van het Dordthuis.
Volgens het plan van aanpak is er op dit moment geen sprake van dat de top van de gemeentelijke organisatie intern het belang van diversiteit uitdraagt. Extern gebeurt dit wel, zo zou de wethouder dit belang openlijk benoemen in de stad. De voortgang van het plan van aanpak moet worden gemonitord door middel van het bestaande medewerkerstevredenheidsonderzoek met specifieke vragen over diversiteit en inclusie. Aangezien het plan van aanpak een conceptueel stuk betreft waar de eerste commentaren van de SER nog in verwerkt moeten worden, zijn er in het kader van dit onderzoek geen normen ontleend aan het stuk.
Overige aandacht voor de regenbooggemeenschap Ook in een aantal andere beleidsdocumenten wordt de regenbooggemeenschap genoemd. In het Uitvoeringsplan Veilige steden 2020-2022 (en tevens 2023-2026) wordt de LHBTI+-gemeenschap als specifieke doelgroep genoemd. In de factsheet opgave veilige stad komt daarnaast een vraag over geweld m.b.t. geaardheid of (gender-)identiteit voor. De Veiligheidsmonitor bevat een vraag over seksuele orientatie en transgender zijn (als reden voor discriminatie). Ook in de nieuwe Sportvisie is er aandacht
DORDRECHT EEN KLEURRIJKE STAD | REKENKAMERCOMMISSIE DORDRECHT
35
Rekenkamercommissie
voor een inclusief sportklimaat. Hoewel de regenbooggemeenschap niet specifiek wordt genoemd, houdt een inclusief sportklimaat in dat iedereen fijn moet kunnen sporten. Norm
Bron
De gemeente werkt aan het vergroten van de acceptatie van lhbti onder kinderen en jongeren.
Uitvoeringsplan Dordrecht Regenboogstad 2019-2022
De gemeente werkt aan het versterken van de bewustwording, signalering en doorverwijsmogelijkheden van LHBTI-gerelateerde jeugdproblematiek
Uitvoeringsplan Dordrecht Regenboogstad 2019-2022
Lhbti personen, waaronder ouderen weten zich gesteund en voelen zich veilig(er) en weerbaar(der) in het sociale domein.
Uitvoeringsplan Dordrecht Regenboogstad 2019-2022
De sociale acceptatie van lhbti personen neemt toe
Uitvoeringsplan Dordrecht Regenboogstad 2019-2022
De gemeente legt de verbinding tussen de landelijke organisatie Wijdekerk, Dordtse kerkgenootschappen, festivals en bijeenkomsten om de positie van LHBTI in de kerk weer te geven en te verbeteren.
Uitvoeringsplan Dordrecht Regenboogstad 2019-2022
Gemeente Dordrecht is een werkgever waar elke medewerker, ongeacht ras, sekse, religie, leeftijd en/of arbeidsvermogen, zich thuis voelt. De gemeente wil hiermee een voorbeeld zijn voor andere werkgevers in de stad.
Uitvoeringsplan Dordrecht Regenboogstad 2019-2022
De gemeente werkt aan het vergroten van de acceptatie van lhbti binnen de sport
Uitvoeringsplan Dordrecht Regenboogstad 2019-2022
De gemeente vergroot de zichtbaarheid van Dordrecht Regenboogstad
Uitvoeringsplan Dordrecht Regenboogstad 2019-2022
Om ontwikkelingen te kunnen monitoren spannen de Regenboogsteden zich ervoor in om de sociale acceptatie onder de lokale bevolking te volgen en zo mogelijk ook het (on)veiligheidsgevoel onder bevolkingsgroepen, waaronder Ihbti’ers. In deze periode wordt de sociale acceptatie daarom in elk geval eenmaal via een peiling gemeten.
Uitvoeringsplan Dordrecht Regenboogstad 2019-2022
Tabel 7: Normen vanuit uitvoeringsplannen
DORDRECHT EEN KLEURRIJKE STAD | REKENKAMERCOMMISSIE DORDRECHT
36
Rekenkamercommissie
4. Uitvoering 4.1
Invulling aan het regenboogbeleid
Regenboogbeleid De verantwoordelijke beleidsmedewerkers geven aan dat er bewust voor is gekozen om geen dik pak aan beleidsdocumenten te schrijven rondom het regenboogbeleid. De overkoepelende doelstellingen zijn immers duidelijk, aldus de beleidsmedewerkers. Dit maakt dat er op gemeentelijk niveau geen doelstellingen zijn geformuleerd naast hetgeen is vastgesteld in het Uitvoeringsprogramma Dordrecht Regenboogstad (zie Paragraaf 3.2). Een beleidsmedewerker voegt daaraan toe dat de gemeente zich committeert aan de speerpunten van de Regenbooggemeenten en deze als bovenliggende doelstellingen beschouwd kunnen worden.
Wat betreft de uitvoering van het opgestelde beleid, geven de beleidsmedewerkers aan dat zij zo veel mogelijk trachten aan te sluiten bij daar waar de energie zit. Dat houdt in dat er vooral wordt ingezet op ondersteunen van bestaande initiatieven in bijvoorbeeld de sport, cultuur en het onderwijs vanuit belangenorganisaties en inwoners. Daarbij wordt genoemd dat het belangrijk is om constant in dialoog te gaan over het thema. Door de dialoog kan namelijk bepaald worden waarop moet worden ingezet om de doelstellingen te bereiken. Voorheen gebeurde dit vanuit de zogenaamde koplopersgroep, waarin vertegenwoordigers van kerken, mensen vanuit de regenbooggemeenschap en gemeenteraadsleden. Nadat deze koplopersgroep ophield is verder gegaan met een regenboogwerkgroep, waarin maatschappelijke organisaties, belangengroepen, kerken en de gemeente vanuit verschillende beleidsdomeinen, zoals sport, cultuur, veiligheid, jeugd, onderwijs en Wmo deelnamen. Door de Coronaperiode is dit grotendeels stil komen te vallen. Daarom is er voor de opgave Inclusieve Stad begonnen met een nieuwe gespreksronde. De rol van de gemeente zien de gesproken adviseurs vooral als ambassadeurswerk en agenderen. Je kunt door het goede voorbeeld te geven weliswaar invloed uitoefenen, maar je kunt organisaties niet dwingen om inclusief te zijn.
De gemeente heeft immers geen directe invloed op zaken als onderwijsprogramma’s of beleid van externe organisaties. Wel is het zo dat er door de gemeente voorwaarden aan subsidies kunnen worden gesteld. Het is daarom bijvoorbeeld ook een harde eis dat organisaties die een gemeentelijke subsidie ontvangen zich inzetten voor diversiteit en inclusie. Soms is het zo dat activiteiten leiden tot ophef. Dit is weliswaar vervelend, maar kan juist ook leiden tot nieuwe mogelijkheden om deze dialoog aan te gaan. Het opent op die manier soms ook deuren. Tot voor de coronacrisis werd periodiek bijgehouden en teruggekoppeld welke onderdelen van het uitvoeringsprogramma werden gehaald en welke niet. Ook was er daarbij aandacht voor de kosten van de verschillende activiteiten. De terugkoppeling van deze voortgang ging veelal via een Memo en mondeling naar de gemeenteraad. De laatste keer dat in de vorm van een Memo is teruggekoppeld welke onderdelen van het uitvoeringsplan Regenboogsteden werden gerealiseerd, betreft de Memo over het 2e en 3e kwartaal van 2019. Recentere (schriftelijke) terugkoppeling heeft als het bestaat de onderzoekers niet bereikt.
DORDRECHT EEN KLEURRIJKE STAD | REKENKAMERCOMMISSIE DORDRECHT
37
Rekenkamercommissie
Een van de beleidsadviseurs geeft aan dat er in het jaarverslag een paragraaf aan wordt gewijd. In het financieel jaarverslag 2021 van de gemeente Dordrecht staat opgenomen dat het aantal projecten in het kader van het LHBTI-beleid beperkt is gebleven als gevolg van corona. Ook is er een sectie over het zijn van een inclusieve organisatie, waarbij wordt verwezen naar het Charter Diversiteit. De beleidsadviseurs geven aan dat zij bij de uitwerking van de opgave Inclusieve Stad voornemens zijn om de monitoring beter te stutten. Vooralsnog is onduidelijk hoe dat precies vorm moet krijgen.
Overige beleidsterreinen Naast het directe inclusiebeleid voortkomend uit Inclusieve Stad, raakt het thema inclusie tevens aan andere beleidsterreinen en thema’s zoals zorg, evenementen, horeca, werk en inkomen, onderwijs en sport. Het regenboogvraagstuk wordt integraal aangepakt en dat is ook belangrijk, aldus de gesproken beleidsadviseur sport. Met elkaar heb je namelijk beter zicht op de situatie en mogelijkheden. Wat werkt waar en wat zijn de behoeften? De integrale aanpak zorgt ervoor dat diversiteitsdoelstellingen ook landen in andere beleidsdocumenten. Zo maakt diversiteit en inclusie inmiddels ook een deel uit van de recente sportvisie Niemand Buiten Spel in Dordrecht. Vanuit de Campagne Sportlief wordt op dit moment gewerkt aan een programma aanpak waarbij aandacht wordt besteed aan basiseisen veilige sport. Vanaf 2025 wordt het voor alle sportclubs verplicht om aandacht te besteden aan een inclusief klimaat indien zij subsidie wensen te ontvangen. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om het opstellen van een gedragscode en een vertrouwenspersoon. De gemeente Dordrecht is wat dit betreft koploper, aldus de beleidsmedewerker sport. Ook binnen de afdeling handhaving is er specifiek aandacht voor de regenbooggemeenschap, zo geeft de gesproken teamcoördinator aan.
Hij ziet een verschuiving optreden waarbij de gemeente steeds vaker acceptatie en veiligheid van de regenbooggemeenschap benoemt, bespreekt en zichtbaar maakt. Daarin ligt ook een rol voor de handhavers, aldus de coördinator. Ter illustratie worden de negatieve reacties van enkel inwoners op de fototentoonstelling ‘Legale Liefde’ genoemd. Inwoners weten handhavers te vinden met vragen of uitingen van ongenoegen. Handhavers gaan in een dergelijk geval het gesprek aan en geven toelichting met als doel te normaliseren.
Borging en monitoring Wat betreft de borging van het regenboogbeleid geven de beleidsmedewerkers Inclusieve Stad aan dat dit momenteel neerkomt op het toekennen van verantwoordelijkheden aan personen binnen de organisatie. Van monitoringsstructuren en structurele inbedding is geen sprake. Hoewel het belangrijk is dat er iemand is die het thema een warm hart toedraagt, is structureren en borgen eveneens belangrijk, zo geeft een HR-adviseur aan. Het risico van de afhankelijkheid van inzet van individuen, is dat onderwerpen ondersneeuwen: “er is geen onwil, maar op de een of andere manier verdwijnen de onderwerpen weer”, zo geeft zij aan. Een van de doelen van de opgave Inclusieve Stad is om beleid te bestendigen en te borgen, zodat de uitvoering van het beleid minder afhankelijk is van individuen. Een manier waarop dit inmiddels uitvoering krijgt is een breder overleg tussen de (beleids)medewerkers van de Opgave Inclusieve Stad en HR-adviseur(s). Dergelijke (brede) overleggen tussen domeinen kunnen voor meer borging van de opdracht zorgen. In gesprekken over het regenboogbeleid in de sport en in HR komt naar voren dat men het gevoel heeft dat er binnen de gemeente lange tijd geen bestuurlijke prioriteit is toegekend aan het onderwerp DORDRECHT EEN KLEURRIJKE STAD | REKENKAMERCOMMISSIE DORDRECHT
38
Rekenkamercommissie
diversiteit en inclusie. Dit zou een mogelijke verklaring zijn voor het veelal uitblijven van terugkoppeling over het gevoerde beleid of het bewerkstelligen van opvolging aan gemaakte afspraken. Zo is er na ondertekening van het Charter Diversiteit in 2019 in eerste instantie geen plan van aanpak opgesteld en gedeeld met de SER. Pas na verzoek van de SER is dit opgesteld en gedeeld met de raad. Ook wordt duidelijk dat TNN recent bij de gemeente navraag heeft gedaan over de voortgang op het gebied van de Verklaring van Dordrecht. Ook op dit vlak blijkt dat er geen sprake is van een rapportage van de voortgang of een terugkoppeling (intern of naar de gemeenteraad). Gesproken adviseurs geven aan dat zij het gevoel hebben dat deze bestuurlijke prioriteit in de huidige periode wél aanwezig is. De monitoring die plaatsvindt gebeurt hoofdzakelijk op basis van de monitor Drechtsteden en de veiligheidsmonitor (uitgebracht door het Ministerie Justitie en Veiligheid). Ook worden er vragen toegevoegd aan de Monitor Sociaal. Momenteel wordt onderzocht of de gegevens uit de landelijke LHBTI-monitor op lokaal niveau beschikbaar gesteld kunnen worden. De huidige monitoring levert onvoldoende zicht op de voortgang, zo geven beleidsmedewerkers aan. Vanuit het beleidsterrein sport is er daarnaast sprake van een periodieke verenigingsmonitor die eens in de anderhalf jaar wordt uitgevoerd.
In deze monitor is onder andere aandacht voor een veilig sportklimaat. De resultaten vormen input voor gesprekken met de sportclubs. In het gesprek met een beleidsadviseur Sport komt naar voren dat de voortgang van doelstellingen ten aanzien van inclusiviteit binnen het domein sport jaarlijks aan de hand van een jaarplanning wordt geëvalueerd. Aan de hand van deze planning worden gesprekken over de voortgang gevoerd en volgt een evaluatie. Ook de verenigingsmonitor wordt hierin meegenomen. De gemeenteraad wordt hierover middels een raadsinformatiebrief geïnformeerd. Het meetbaar maken van inclusie is echter lastig. De beleidsadviseur geeft aan dat er breder gekeken wordt dan de regenbooggemeenschap alleen. Het gaat om brede inclusie. Er is ook wel geprobeerd om specifiek op de regenbooggemeenschap in te zetten, maar daarbij was er niet de ervaring dat dit werkt.
Bestuurlijke betrokkenheid De wethouder beaamt dat inclusie en acceptatie niet altijd een thema zijn geweest dat in de belangstelling stond in Dordrecht. Het heeft daardoor lange tijd niet de prioriteit gehad die het nu heeft. Daarom zouden er andere gemeenten zijn waarin men al verder is op dit vlak. Het is volgens de wethouder niet zo dat het doel dat iedereen in Dordrecht mee moet kunnen doen nieuw is, maar wel nieuw is dat er niet gefocust wordt op een visie, maar dat er direct naar de uitvoering wordt toegewerkt. Dat inclusie belangrijk is, is inmiddels ingedaald. Nu is het tijd om echt actie te ondernemen op het thema. Volgens de wethouder zou de gemeente de zichtbaarheid van diversiteit en inclusie meer moeten stimuleren in plaats van faciliteren. Het is belangrijk dat inclusie in elk beleidsterrein landt. Ook de burgemeester zet zich actief in voor de acceptatie van de regenbooggemeenschap in Dordrecht. Zo geeft de burgemeester in een gesprek aan tijdens toespraken herhaaldelijk aandacht te hebben gevraagd voor een tolerant en inclusief Dordrecht. Ook zijn er voorbeelden waarbij de burgemeester actief het gesprek aan ging met bijvoorbeeld de politiechef en slachtoffers in het geval van incidenten. Wel geeft de burgemeester aan het gevoel te hebben dat er veel onder de radar blijft als het gaat om incidenten.
Doordat incidenten lang niet altijd worden gemeld is het een lastig te grijpen onderwerp, zo zegt de burgemeester. De burgemeester benoemt Dordrecht Pride, dat nu sinds een aantal jaren wordt georganiseerd, als een positieve ontwikkeling. Zo valt op dat Dordrecht Pride breed positief wordt ontvangen en bijdraagt aan
DORDRECHT EEN KLEURRIJKE STAD | REKENKAMERCOMMISSIE DORDRECHT
39
Rekenkamercommissie
een verbroederende sfeer. Wel zijn er recente incidenten te noemen, zoals het bekladden van de fototentoonstelling Legale Liefde, die de gemoederen doen oplopen. Het liefst komen dergelijke incidenten natuurlijk niet voor, maar tegelijkertijd bieden ze wel de mogelijkheid om vanuit de gemeente kaderstellend op te treden. Vanuit belangenorganisaties komt naar voren dat zij vinden dat er binnen de gemeente sprake zou moeten zijn van breder eigenaarschap als regenbooggemeente. Het moet breder zijn dan een beleidsmedewerker en een wethouder die zich bezighouden met het thema, maar zou in plaats daarvan breder in de organisatie ingebed moeten zijn.
4.2
Het betrekken van belangenorganisaties, stakeholders en ketenpartners
Verschillende samenwerkingspartners worden door de gemeente actief betrokken bij het vormgeven van het regenboogbeleid. Zo is er een aantal jaren lang een regenboogwerkgroep geweest waarin verschillende maatschappelijke organisaties betrokken waren, zoals kerken, scholen, zorgorganisaties, belangenverenigingen en gemeenteraadsleden. Jaarlijks werd er vanuit de werkgroep een plan opgesteld hoe de partijen zich in gaan zetten voor de regenbooggemeenschap. Momenteel is de gemeente bovendien druk bezig met het vormgeven van de Visie Inclusieve Stad. Hieronder vallen de Opgave Inclusieve Stad en het uitvoeringsprogramma Inclusieve Stad. Onderdeel van dit project is een intensief traject van “stadsgesprekken”, waarbij iedere inwoner is uitgenodigd om mee te denken. Daarnaast is er nog intensiever contact met een aantal partners en belangenorganisaties. Gesproken belangenorganisaties geven aan inderdaad betrokken te worden bij het opstellen van de Visie Inclusieve Stad en inmiddels een conceptueel stuk hiervan te hebben ontvangen. Zij geven aan het erg prettig te vinden nu te kunnen meedenken in de totstandkoming van beleid. Dit staat in contrast met de situatie in het verleden, zo deelt een belangenorganisatie. Voorheen werden maatschappelijke organisaties niet betrokken of betrokken omdat het moest in de procesgang.
Daarbij plaatsen belangenorganisaties wel de kanttekening dat informatie soms laat met hen gedeeld wordt of zij laat om informatie worden gevraagd. Hoewel de conceptnotitie van Inclusieve Stad heeft geholpen, wordt geconstateerd dat specifieke beleidsdoelstellingen en een concreet stappenplan op dit moment ontbreken. Diverse belangenorganisaties geven aan dat de gemeente een belangrijke rol heeft in het ‘creëren van een fundament’ voor sociale acceptatie van de regenbooggemeenschap. Voor veel organisaties geldt dat de gemeente een voorbeeldfunctie heeft. Door als gemeente acceptatie van de regenbooggemeenschap zichtbaar te maken en uit te dragen, geef je een voorbeeld aan organisaties binnen de gemeente. Verder zou de gemeente met name faciliterend moeten zijn aan de belangenorganisaties, zoals het COC of de Pride. Daarbij wordt opgemerkt dat faciliterend twee kanten op werkt. Belangenorganisaties en ketenpartners kunnen de gemeente ook faciliteren in het vergroten van de zichtbaarheid van de regenbooggemeenschap, bijvoorbeeld door het ophangen van vlaggen. Een stuk eigenaarschap van de gemeente is daarin belangrijk, zo wordt genoemd. Dat vraagt bijvoorbeeld dat de gemeente aan het begin van het jaar in de planning rekening houdt met het ophangen van de vlaggen rondom bepaalde evenementen.
DORDRECHT EEN KLEURRIJKE STAD | REKENKAMERCOMMISSIE DORDRECHT
40
Rekenkamercommissie
4.3
Kosten
Voor de uitvoering van het regenboogbeleid is jaarlijks €40.000 beschikbaar. De helft hiervan (€20.000) betreft een subsidie vanuit het Ministerie van OCW voor de deelname aan het programma regenboogsteden. De overige €20.000 betreft een eigen bijdrage van de gemeente Dordrecht die wordt ingezet in de vorm van ambtelijke capaciteit. Hoe het beschikbare budget jaarlijks wordt kan verschillen. In het uitvoeringsplan regenboogsteden 2019-2022 is de besteding dan ook enkel voor het jaar 2019 geconcretiseerd. Zo is er dat jaar €5.000 beschikbaar voor het ‘LHBTI-proof maken’ van maatschappelijke organisaties, onder meer door voorlichting en bewustwording. Voor het thema Culturen en Religies is €2.000 beschikbaar. Voor Jeugd en Onderwijs is dat €2.000. €700 is beschikbaar voor het thema Sport. Voor het doen van onderzoek is €2.000 gereserveerd. De overige €8.300 is beschikbaar voor incidentele activiteiten. Het is niet duidelijk of deze verdeling anders was over de jaren 2020, 2021 en 2022. Voor het jaar 2023 is een nieuw overzicht beschikbaar, waarin €5.000 gereserveerd staat voor het COC Drechtsteden, specifiek zodat het COC ‘Jong&Out’ kan opzetten in Dordrecht. Daarnaast is het eventueel mogelijk dat het COC van deze kosten een praatgroep voor transpersonen overneemt (van welke organisatie staat niet genoemd).
Ook kan het COC met dit bedrag wensen en behoeften in Dordrecht inventariseren van wensen en behoeften in Dordrecht. Voor het organiseren van de jaarlijkse Dordrecht Pride in samenwerking met lokale partners is €10.000 gereserveerd. Ook is een post van €2.500 opgenomen voor communicatie rondom dagen als Coming out Day en Dordrecht Pride, zodat de gemeente de regenboogvlag uit kan hangen. Tot slot is er €2.500 gereserveerd voor incidentele activiteiten zoals de huur van fototentoonstelling ‘Oud Roze’. In de jaarrekening 2021 staat vermeld dat het aantal projecten in het kader van het LHBTI-beleid beperkt is gebleven als gevolg van corona tot een kostenpost van €60.000. Opvallend is dat dit bedrag hoger is dan het bedrag genoemd in het uitvoeringsprogramma Regenboogsteden. Naast geld dat direct gereserveerd is voor het regenboogbeleid via de uitvoeringsplannen, krijgt diversiteit ook een plek in andere beleidsstukken. Zo besteed de gemeente in de sportvisie bijvoorbeeld aandacht aan een inclusief sportklimaat en is er in het uitvoeringsplan Veilige Steden bijvoorbeeld aandacht voor de ervaren (sociale) veiligheid van onder anderen LHBTQIA+’ers terug. Hoewel het thema hier wel aandacht krijgt, laat het zich minder makkelijk koppelen aan concrete bedragen, daar de aandacht voor LHBTQIA+’ers niet op zichzelf staat in deze programma’s.
In het conceptuele plan van aanpak voor het Charter Diversiteit (versie december 2022) staat vermeld dat er in totaal €100.000 per jaar beschikbaar is voor de opgave diversiteit en inclusie. Dat bedrag wordt verdeeld over meerdere actielijnen, waarvan de interne organisatie er één is. In de begroting 2023 staat vermeld dat er een bedrag van 300.000 wordt aangewezen als bestemmingsreserve voor de PA 2022-2026 Diversiteit en Inclusiviteit. Ten aanzien van de financiële relatie tussen belangenorganisaties en gemeente, geven meerdere belangenorganisaties aan dat subsidieverstrekking door de gemeente noodzakelijk is. Daarbij is het altijd een spanningsveld dat het budget voor dit thema beperkt is. Zo wordt in het gesprek met belangenorganisaties genoemd dat er gevraagd werd om regenboogvlaggen langs de toegangswegen naar de stad te plaatsen. De gemeente heeft echter aangegeven daar geen budget voor te hebben. Vanuit de gemeente past hierbij de nuancering dat het wel degelijk mogelijk was om hier budget voor te gebruiken, maar dat de verdeling van het budget bij de organisaties zelf ligt.
DORDRECHT EEN KLEURRIJKE STAD | REKENKAMERCOMMISSIE DORDRECHT
41
Rekenkamercommissie
5. Resultaten Beleidsmedewerkers Inclusieve Stad geven aan dat het lastig is om te peilen hoe het gesteld is met de acceptatie van de regenbooggemeenschap in Dordrecht. Zij geven aan dat er recent een aantal incidenten hebben plaatsgevonden, zoals de bekladding van de fototentoonstelling Legale Liefde. Dit maakt dat het soms lijkt alsof er een negatieve trend is ontstaan. Daarbij merken zij echter op dat er vanuit veel organisaties in de stad een motivatie is om met het thema diversiteit bezig te gaan. Volgens de beleidsmedewerkers zijn er geen duidelijke verschillen aan te wijzen tussen de stand van zaken in Dordrecht en elders in het land. Terugkijkend op de afgelopen tien jaren, constateert een beleidsmedewerker, is er wel degelijk een ontwikkeling te zien op gebied van acceptatie van de regenbooggemeenschap. Toen men begon met het opstellen van regenboogbeleid was er eigenlijk nauwelijks sprake van signalen uit de stad dat beleid nodig was. Dat komt volgens de beleidsadviseur vooral omdat de regenbooggemeenschap zijn best deed om onzichtbaar te blijven. Wanneer er ondersteuning of hulp nodig was ging men daarvoor vooral naar Rotterdam. Het kostte in die periode nog veel moeite om het onderwerp bespreekbaar te maken bij partners en maatschappelijke organisaties.
Over de breedte genomen is de zichtbaarheid in de afgelopen tien jaar weliswaar vergroot, maar of het ook echt beter is geworden weet de gesproken beleidsmedewerker niet. Beleidsmedewerkers signaleren dat het aantal meldingen van discriminatie in de coronaperiode tijdelijk omhoog is gegaan. Mogelijk is dit te verklaren door het feit dat men in die periode meer rust ervaarde om over te gaan tot het doen van een melding. Inmiddels is het aantal meldingen weer dalende. De meldingsbereidheid na incidenten wordt hierbij specifiek genoemd als punt van aandacht. Overigens dient te worden opgemerkt dat het totale aantal meldingen hoe dan ook laag is, waardoor enige terughoudendheid in acht genomen dient te worden wanneer het gaat om harde uitspraken op basis van deze cijfers. Gedurende en in de nasleep van de coronacrisis lijkt ook de mate van polarisatie in de samenleving versterkt te zijn, noemen beleidsmedewerkers. Ook heeft de Coronacrisis ervoor gezorgd dat de uitvoering van veel gemeentelijke programma’s stopte en bemoeilijkte de Coronacrisis de samenwerking met andere organisaties. Vanuit het domein Sport wordt genoemd dat sportclubs vaak denken dat zij inclusief zijn, maar toch blijkt uit onderzoek dat de regenbooggemeenschap wel degelijk drempels ervaart als het aankomt op sporten.
De burgemeester signaleert dat er een landelijke ontwikkeling op het gebied van verdraagzaamheid en respect zichtbaar is die niet per se positief te noemen is. Er is namelijk sprake van een verharding en dat baart zorgen. In Dordrecht is de situatie in die zin niet anders dan in andere delen van het land.
Belangenorganisaties en ketenpartners Belangenorganisaties noemen dat de acceptatie en veiligheid van de regenbooggemeenschap in Dordrecht niet anders is dan de rest van het land. Dordrecht is een eiland, zo constateren meerdere organisaties. Dat komt tot uiting in de snelheid waarop nieuws zich verspreidt, maar ook in de mentaliteit. Het motto is: ‘doe maar normaal dan doe je al gek genoeg’. Ten aanzien van de regenbooggemeenschap betekent dat, dat het niet ‘te zichtbaar’ moet zijn, aldus één van de belangenorganisaties.
DORDRECHT EEN KLEURRIJKE STAD | REKENKAMERCOMMISSIE DORDRECHT
42
Rekenkamercommissie
Ondanks dat de organisaties constateren dat de gemeente stappen maakt in het realiseren van meer acceptatie en veiligheid voor de regenbooggemeenschap, constateren zij dat er nog veel ruimte voor verbetering is in de huidige situatie. Zo zou er bijvoorbeeld regelmatig sprake zijn van negatieve acties richting de regenbooggemeenschap, met als resultaat dat sommigen niet over straat durven of dat roze ouderen in zorginstellingen nog vaak het gevoel hebben terug in de kast te moeten uit angst voor pestgedrag of reacties.
5.1
Beschikbare resultaatinformatie
Op landelijk niveau zijn een aantal documenten beschikbaar, denk aan de veiligheidsmonitor (2021), de LHBT-monitor (2022), die weliswaar specifiek resultaatinformatie tonen aangaande de regenbooggemeenschap, maar op lokaal niveau geen waardevolle inzichten bieden. Tegelijkertijd zijn er diverse documenten die weliswaar lokale inzichten geven, maar niet specifiek ingaan op de regenbooggemeenschap, denk aan de factsheet straatintimidatie of de notitie veiligheidsprioriteiten inwoners Dordrecht. Tot slot zijn er documenten die specifiek betrekking hebben op de regenbooggemeenschap en op lokaal niveau inzichten bieden, maar deze zijn niet recent van aard, bijvoorbeeld de notitie ‘Veiligheid in Dordrecht’ op basis van de monitor naar de veiligheidsbeleving uit 2017. In deze paragraaf wordt enkel gekeken naar documenten met lokale resultaatinformatie aangaande de regenbooggemeenschap uit 2020 of van latere datum. In de Nederlandse InclusiviteitsMonitor Dordrecht (2021) wordt een beleidsscan inclusiviteit gemaakt. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in vier dimensies: instroom, inclusie, doorstroom en uitstroom. Op de dimensie instroom, het wervings- en selectieproces van de gemeente, scoort de gemeentelijke organisatie het beste (43/100 punten). Dit is met name toe te schrijven aan de visie en doelen van de gemeente.
Op de overige dimensies scoort de gemeente tezamen 5 van de mogelijke 300 punten. Op het onderdeel meten scoort de gemeente 0 punten. Uit de opgenomen medewerkersscan van de monitor blijkt dat zowel de meerderheidsgroep als de minderheidsgroep binnen de gemeentelijke organisatie de inclusiviteit niet significant afwijkt van de Nederlandse beroepsbevolking. Uit een analyse van de rapportage discriminatiecijfers 2021 van RADAR en de politie laat een toename in het aantal meldingen zien van 34 in 2016 tot 63 in 2021 bij RADAR en een stijging van 32 in 2017 naar 67 in 2021 bij de politie. Of dit daadwerkelijk een toename in het aantal incidenten is niet vaststellen. Een verklaring van de stijging kan ook liggen in de bekendheid van de meldpunten of een vergrootte meldingsbereidheid. Van het totaal aantal meldingen in 2021 hadden 23 meldingen betrekking op seksuele gerichtheid. Daarbij kan het gaan om het uitschelden van agenten tot nadrukkelijk bespotten, bedreigen en mishandelen van mensen nadrukkelijk vanwege hun seksuele gerichtheid.
5.2
Bevindingen vragenlijstonderzoek
In de vragenlijst hebben respondenten vragen beantwoord over de ervaren acceptatie en zichtbaarheid van de gemeente Dordrecht op het gebied van diversiteit. Ook zijn zij bevraagd over de rol van de gemeente hierin. In totaal hebben 679 inwoners meegedaan aan de vragenlijst. Vragen in de vragenlijst waren niet verplicht om in te vullen. Daarom kan het totale aantal antwoorden per vraag afwijken. De vragenlijst die aan de respondenten is voorgelegd, is toegevoegd in Bijlage 1. Een grafische weergave
DORDRECHT EEN KLEURRIJKE STAD | REKENKAMERCOMMISSIE DORDRECHT
43
Rekenkamercommissie
van de resultaten per vraag, uitgesplitst naar regenbooggemeenschap en niet-regenbooggemeenschap zijn opgenomen in Bijlage 2. Bij het bespreken van de resultaten maken we allereerst onderscheid tussen inwoners behorende tot de regenbooggemeenschap enerzijds. Hieronder verstaan we die respondenten die hebben aangegeven zichzelf te identificeren als aseksueel, biseksueel, intersekse, lesbisch, homoseksueel, queer of transgender. Daarnaast zijn in deze groep de respondenten meegenomen die (nog) niet weten hoe zij zich identificeren, die zich identificeren als anders of die liever niet willen zeggen hoe zij zich identificeren. Deze respondenten hoeven zichzelf niet noodzakelijkerwijs als onderdeel van de regenbooggemeenschap te scharen. Anderzijds identificeren we de groep respondenten die in de vragenlijst hebben aangegeven dat zij zich identificeren als heteroseksueel. Bovendien komt het geslacht waarmee zij zich identificeren overeen met het geslacht dat hen bij geboorte is toegewezen. Deze groep heeft het label cisgender heteroseksueel gekregen. Verder is gekeken naar eventuele verschillen tussen verschillende leeftijdsgroepen, waarbij een vergelijking is gemaakt tussen respondenten ouder dan 65 jaar en respondenten jonger dan 65 jaar. Ook is gekeken naar verschillen tussen de verschillende wijken.
Achtergrondkenmerken respondenten De respondenten zijn, zoals van het stadspanel werd verwacht, relatief oud. Zo is ongeveer de helft van de respondenten tussen de 41 en 65 jaar oud. Nog eens een derde van hen is tussen de 66 en 80 jaar oud. Daartegenover staat dat slechts 2 respondenten (0%) jonger dan 20 jaar zijn. 7% van de respondenten zijn tussen 20 en 40 jaar. Iets meer dan de helft (54%) van de respondenten kreeg bij de geboorte het mannelijk geslacht toegewezen. 44% kreeg het vrouwelijk geslacht toegewezen. De overige respondenten geven aan deze vraag liever niet te beantwoorden. Een ruime meerderheid van de respondenten identificeert zich als heteroseksueel (86%). 3% van de respondenten identificeert zich als aseksueel. Nog eens 3% identificeert zich als biseksueel. Ook 3% van de respondenten identificeert zich als lesbisch/homoseksueel. Ook geeft 3% van de respondenten aan deze vraag liever niet te beantwoorden. Een kleine groep respondenten (2%) geeft aan dat zij zich anders identificeren dan de geboden antwoordopties. Minder dan 1% van de respondenten geeft aan zich te identificeren als queer. Hetzelfde geld voor de groep respondenten die zich identificeert als transgender. Allen
Cisgender heteroseksueel
LHBTQIA+
Jonger dan 20 jaar
2
0
2
20 tot en met 40 jaar
45
34
11
41 tot en met 65 jaar
351
297
54
66 tot en met 80 jaar
247
218
29
81 jaar of ouder
20
15
5
Man
360
318
42
Vrouw
293
246
47
Non-binair
1
0
1
Weet ik (nog) niet
1
0
1
Zeg ik liever niet
8
0
8
Leeftijd
Geslacht (identiteit)
DORDRECHT EEN KLEURRIJKE STAD | REKENKAMERCOMMISSIE DORDRECHT
44
Rekenkamercommissie
Anders
3
1
2
Geslacht (toegewezen) Man Vrouw Zeg ik liever niet
Identiteit en seksuele gerichtheid Aseksueel
17
0
17
Biseksueel
17
0
17
Heteroseksueel
565
565
0
Intersekse
0
0
0
Lesbisch/homoseksueel
18
0
18
Queer
3
0
3
Transgender
1
0
1
Zeg ik liever niet
19
0
19
Weet ik (nog) niet
3
0
3
Anders
14
0
14
Binnenstad
143
122
21
Noordflank/Stadswerven
41
33
8
Oud-Krispijn
36
30
6
Nieuw-Krispijn
19
14
5
Reeland
94
79
15
Staart
24
23
1
Wielwijk/Dordtse Hout
18
14
4
Crabbehof/Zuidhoven
23
19
4
Sterrenburg/Wilgenwende
106
93
13
Dubbeldam/De Hoven
62
49
13
Stadspolder(s)/Oudelandshoek/ Vissershoek
85
79
6
Industriegebied West
3
2
1
Verspreide Bebouwing
4
3
1
Anders
7
4
3
Wijk
Tabel 8: Achtergrondkenmerken respondenten in absolute aantallen
Veiligheid en inclusiviteit Meer dan driekwart van de respondenten voelt zich veilig in Dordrecht, van de respondenten uit de regenbooggemeenschap voelt 79% zich veilig tegenover 83% van de cisgender heteroseksuele respondenten. Ruim de helft van de respondenten ziet Dordrecht als een inclusieve stad. Van de niet-regenboog gemeenschap geeft 85% dat zij volledig zichzelf kunnen zijn en van de regenbooggemeenschap heeft 71% het gevoel dat zij volledig zichzelf kunnen zijn. Met de stelling ‘In Dordrecht kunnen
DORDRECHT EEN KLEURRIJKE STAD | REKENKAMERCOMMISSIE DORDRECHT
45
Rekenkamercommissie
LHBTQIA+ personen volledig zichzelf zijn’ is van beide groepen 36% het (helemaal) eens, van de regenbooggemeenschap antwoord 30% niet mee eens of mee oneens tegenover 47% van de niet-regenbooggemeenschap. Van de regenbooggemeenschap is ruim een derde van de respondenten het (helemaal) oneens met de stelling dat LHBTQIA+ personen volledig zichzelf kunnen zijn, 17% van de niet-regenbooggemeenschap is het (helemaal) oneens met deze stelling. Hierbij valt telkens op dat de LHBTQIA+ respondenten steeds zowel positiever, als ook negatiever antwoorden dan cisgender heteroseksuele respondenten. Antwoorden binnen de groep LHBTQIA+’ers laten daarmee een grotere variatie zien.
Allen
Cisgender heteroseksueel
LHBTQIA+
Helemaal mee eens
19%
18%
21%
Mee eens
63%
65%
56%
Niet mee eens of mee oneens
13%
14%
13%
Mee oneens
3%
2%
5%
Helemaal mee oneens
1%
0%
3%
Weet niet/Geen mening
1%
1%
1%
Helemaal mee eens
6%
5%
10%
Mee eens
40%
41%
37%
Niet mee eens of mee oneens
29%
29%
27%
Mee oneens
6%
6%
7%
Helemaal mee oneens
1%
0%
2%
Weet niet/Geen mening
18%
18%
17%
Helemaal mee eens
19%
19%
22%
Mee eens
62%
65%
48%
Niet mee eens of mee oneens
12%
11%
20%
Mee oneens
3%
3%
4%
Helemaal mee oneens
1%
0%
3%
Weet niet/Geen mening
3%
3%
3%
In Dordrecht voel ik mij veilig
Dordrecht is een inclusieve stad
In Dordrecht kan ik volledig mezelf zijn
Tabel 9: Veiligheid en inclusiviteit in Dordrecht
Verscheidene respondenten geven aan dat zij niet hand in hand over straat durven gaan met hun partner van hetzelfde geslacht. Zo zegt een respondent: “In Dordrecht kan ik niet hand in hand lopen met mijn partner, omdat ik mij dan niet veilig voel”
DORDRECHT EEN KLEURRIJKE STAD | REKENKAMERCOMMISSIE DORDRECHT
46
Rekenkamercommissie
Ook vanuit de cisgender heteroseksuele groep wordt veelvuldig gebruik gemaakt van de mogelijkheid om antwoorden toe te lichten. Zo zegt een respondent bijvoorbeeld: “Niet overal is het veilig om hand in hand te lopen als je van hetzelfde geslacht bent” Verreweg de meeste respondenten geven aan dat zij het prima zouden vinden als een familielid of vriend openlijk uit de kast zou komen als lesbisch, homo of biseksueel. Daarnaast staat een ruime meerderheid van de respondenten positief tegenover homoseksualiteit, biseksualiteit, transgender personen, interseksualiteit en non-binariteit. Relatief het minst positief is men over non-binariteit en interseksualiteit. Respondenten vinden het prima als mensen affectie tonen in het openbaar, ook als het gaat om het tonen van affectie door mensen van hetzelfde geslacht. Echter, op de stelling ‘In Dordrecht kunnen mensen van hetzelfde geslacht veilig hand in hand over straat lopen’ antwoord de meerderheid van de respondenten niet positief. Van de cisgender heteroseksuele respondenten is 40% het (helemaal) eens met deze stelling, 43% is het niet eens of oneens met de stelling en 17% is het er (helemaal) mee oneens. Van de regenbooggemeenschap geeft 43% dat mensen van hetzelfde geslacht veilig hand in hand over straat kunnen, 23% is het niet eens of oneens met de stelling en 35% is het hier (helemaal) mee oneens.
Allen
Cisgender heteroseksueel
LHBTQIA+
Helemaal mee eens
45%
45%
47%
Mee eens
38%
38%
34%
Niet mee eens of mee oneens
12%
12%
12%
Mee oneens
3%
2%
4%
Helemaal mee oneens
1%
1%
1%
Weet niet/Geen mening
2%
2%
1%
Helemaal mee eens
44%
44%
47%
Mee eens
37%
37%
35%
Niet mee eens of mee oneens
12%
12%
12%
Mee oneens
3%
2%
4%
Helemaal mee oneens
2%
2%
1%
Weet niet/Geen mening
2%
2%
1%
Helemaal mee eens
38%
38%
43%
Mee eens
34%
34%
31%
Niet mee eens of mee oneens
17%
17%
16%
Mee oneens
5%
4%
7%
Helemaal mee oneens
3%
3%
2%
Weet niet/Geen mening
3%
3%
1%
38%
38%
42%
Ik sta positief tegenover homoseksualiteit
Ik sta positief tegenover biseksualiteit
Ik sta positief tegenover transseksualiteit
Ik sta positief tegenover interseksualiteit Helemaal mee eens
DORDRECHT EEN KLEURRIJKE STAD | REKENKAMERCOMMISSIE DORDRECHT
47
Rekenkamercommissie
Mee eens
30%
30%
31%
Niet mee eens of mee oneens
18%
18%
15%
Mee oneens
4%
3%
4%
Helemaal mee oneens
3%
3%
2%
Weet niet/Geen mening
7%
7%
5%
Helemaal mee eens
36%
36%
40%
Mee eens
28%
28%
30%
Niet mee eens of mee oneens
20%
20%
15%
Mee oneens
5%
4%
5%
Helemaal mee oneens
3%
3%
3%
Weet niet/Geen mening
8%
8%
5%
Ik sta positief tegenover non-binariteit
Tabel 10: Houding seksuele en genderdiversiteit Ook de vragen over acceptatie van verschillende seksuele- en genderidentiteiten maken veel reacties los. Ook hier geldt dat de grootste groep respondenten accepterend tegenover de regenbooggemeenschap staat. Dit is echter niet voor iedereen het geval. Zo zegt een respondent bijvoorbeeld: “Naar mijn idee zijn veel van deze afwijkingen van het normale voor velen niet meer dan een modeverschijnsel, interessant doen” Ook verwijzen meerdere respondenten naar de Bijbelse norm die leidend zou zijn wanneer het gaat om vraagstukken rondom seksualiteit en genderidentiteit: “Als persoon respecteer ik alle mensen, vanuit geloofsovertuigingen kan ik er echter niet ‘positief’ tegenover staan. Hooguit neutraal” Ten slotte is in dit onderdeel van de vragenlijst gevraagd of respondenten in de afgelopen 12 maanden getuige waren of slachtoffer waren van discriminatie of intimidatie op basis van genderidentiteit of seksuele voorkeur. Hieruit komt naar voren dat 9% van de cisgender heteroseksuele respondenten en 13% van de LHBTQIA+ respondenten in de afgelopen 12 maanden getuige is geweest van een dergelijk incident. Van hen maakte echter slechts respectievelijk 13% en 18% een melding van het incident. Van de LHBTQIA+ gemeenschap geeft 9% aan dat zij in de afgelopen 12 maanden zelf slachtoffer waren van een dergelijk incident.
Slechts 12% deed daar ook daadwerkelijk een melding van. Hieruit komt duidelijk naar voren dat de meldingsbereidheid van dergelijke incidenten laag is, wat zorgt voor een fragmentarisch beeld van het aantal en de aard van incidenten. Samenvattend zien we dat beide groepen in zijn algemeenheid overwegend aangeven positief tegenover seksuele- en genderdiversiteit te staan. Dit aandeel is groter bij de regenbooggemeenschap dan bij cisgender heteroseksuelen. Vooral op het gebied van veiligheid en zichtbaarheid zien we dat de twee doelgroepen van elkaar verschillen, waarbij de regenbooggemeenschap somberder is over de situatie dan de groep respondenten die heeft aangegeven zich te identificeren als heteroseksueel.
DORDRECHT EEN KLEURRIJKE STAD | REKENKAMERCOMMISSIE DORDRECHT
48
Rekenkamercommissie
Aandacht voor inclusiviteit De meeste respondenten vinden het belangrijk dat de gemeente zich actief inzet voor het zijn van een LHBTQIA+ vriendelijke stad. De meerderheid van de respondenten is het er bovendien over eens dat er ruimte is voor verbetering in de hoeveelheid aandacht die besteed wordt aan de zichtbaarheid van de regenbooggemeenschap door de gemeente. Een derde van de regenbooggemeenschap en een kwart van de niet-regenbooggemeenschap is bekend met Regenboogsteden. Een derde van beide groepen geeft aan dat zij wel eens van de term Regenboogstad hebben gehoord maar dat zij niet precies weten wat dit inhoudt. 43% van de niet-regenbooggemeenschap is niet bekend met regenboogsteden tegenover 35% van de regenbooggemeenschap. De meeste respondenten weten bovendien niet dat Dordrecht een regenboogstand is. Een derde van de regenbooggemeenschap en een kwart van de niet-regenbooggemeenschap wist wel dat Dordrecht een Regenboogstad is. De meeste respondenten weten dit door publiciteitsacties, gemeente nieuws en sociale media.
Figuur 3: Bekendheid met Dordrecht als Regenboogstad
Daarnaast geeft ongeveer de helft van de respondenten aan dat zij niet weten of Dordrecht voldoende doet op het gebied van het zijn van een LHBTQIA+ vriendelijke stad. Een inwoner zegt daarover het volgende: “In Dordrecht wordt veel gesproken hierover maar helemaal geen moer aan gedaan” Een andere respondent zegt hierover: “Dordrecht doet zijn best om een inclusieve stad te zijn. Maar dat wil niet zeggen dat je dan ook alle inwoners zo kan laten denken” De meest bekende uitingen van de gemeente Dordrecht op het gebied van diversiteit en inclusie zijn op de eerste plek het Gaybrapad, gevolgd door Dordrecht Pride en het hijsen van de regenboogvlag. Als het gaat om het uiten van het zijn van een regenboogstad zegt een respondent: “Laat Dordrecht dit, voor wat mij betreft dan, maar heel duidelijk uitstralen, misschien d.m.v. een regenboog wimpel boven de stadsvlag. Hoofdzakelijk om diegenen die niet zo inclusief zijn de mond te snoeren.”
DORDRECHT EEN KLEURRIJKE STAD | REKENKAMERCOMMISSIE DORDRECHT
49
Rekenkamercommissie
Hiertegenover staan wederom respondenten die het hier niet mee eens zijn. Zo noemt een andere respondent: “Overdreven aandacht werkt slechts averechts” Samenvattend geldt ook wat betreft de aandacht voor inclusiviteit dat leden van de regenbooggemeenschap gemiddeld genomen meer belang hechten aan een gemeente die aandacht besteed aan een inclusief beleid. Ook valt te zien dat deze groep beter op de hoogte is van de manier waarop de gemeente zich inzet voor het zijn van een inclusieve stad.
Identificatie met de Regenbooggemeenschap Aan respondenten die in de vragenlijst hebben aangegeven dat zij zich niet identificeren als heteroseksueel, is gevraagd of zij zichzelf zien als onderdeel van de regenbooggemeenschap. Een opvallende uitkomst is dat bijna twee derde van hen aangeeft zich niet te identificeren als onderdeel van de regenbooggemeenschap. Hiervoor worden verschillende redenen genoemd. Zo geeft een respondent bijvoorbeeld aan dat de regenbooggemeenschap geassocieerd wordt met te uitbundige uitingen van diversiteit, waar men zich niet comfortabel mee voelt. Ook wordt genoemd dat de manier waarop de regenbooggemeenschap om acceptatie vraagt juist zou leiden tot minder acceptatie. Weer een ander noemt dat het niet veilig zou zijn om je openlijk met de regenbooggemeenschap te identificeren.
Figuur 4: Identificatie met Regenbooggemeenschap
Verschillen tussen leeftijdsgroepen 14% van oudere leden van de regenbooggemeenschap denkt dat LHBTQIA+ personen volledig zichzelf kunnen zijn in Dordrecht, tegenover 35% van de groep jonger dan 65 jaar. Bovendien denkt 34% van de oudere leden van de regenbooggemeenschap dat er in Dordrecht ruimte is voor personen om zichtbaar zichzelf te zijn in Dordrecht, ook als zij niet stereotype mannelijk of vrouwelijk zijn, terwijl van de groep onder de 65 dit bijna de helft is. Leden van de regenbooggemeenschap in de categorie 65+
DORDRECHT EEN KLEURRIJKE STAD | REKENKAMERCOMMISSIE DORDRECHT
50
Rekenkamercommissie
zijn daarmee minder positief dan de groep onder de 65. Ook voelen oudere leden van de regenbooggemeenschap zich minder veilig in Dordrecht (64%) dan zij onder de 65 (83%). De regenbooggemeenschap boven de 65 jaar vindt het over het algemeen minder belangrijk dat de gemeente zich actief inzet voor het zijn van een inclusieve (LHBTQIA+) vriendelijke stad dan de groep onder de 65 (62% tegenover 70%). Tegelijkertijd denkt een kleiner aandeel van deze groep dat de gemeente zich actief bezig houdt met het zijn van een inclusieve stad (27% tegenover 45%). Ook geven 65+’ers minder vaak aan dat zij vinden dat de gemeente voldoende doet op het zijn van een inclusieve stad dan de respondenten onder de 65 jaar (17% tegenover 35%).