CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Contouren van een nieuwe GR Sociaal.pdf

Commissie Sociale Leefomgeving Dordrecht 13 april 2021, gemeente DordrechtBij agendapunt: 18: Raadsinformatiebrief Hoofdlijnennotitie Gemeenschappelijke Regeling Sociaal Drechtsteden. - Raadsinformatiebrief14.468 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

2021

De contouren van een vernieuwde samenwerking in het Sociaal Domein Drechtsteden HOOFDLIJNENNOTITIE GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING SOCIAAL DRECHTSTEDEN

DE CONTOUREN VAN EEN VERNIEUWDE SA MENWERKING IN HET SOCIAAL DOMEIN DRECHTSTEDEN 1. BESTUURLIJKE SAMENVATTING 1.1 AANLEIDING HET SPEELVELD VAN HET SOCIAAL DOMEIN IS IN BEWEGING Het speelveld van het Sociaal Domein is in beweging. Niet alleen in de Drechtsteden en Zuid-Holland Zuid, maar ook landelijk wordt nagedacht over stappen die gezet moeten worden om duurzaam grip te krijgen op de explosief stijgende zorgvraag en daarmee gepaard gaande kosten. Gemeenten denken na over de toekomst van het Sociaal Domein en over (regionale) samenwerking. De gemeenten in de Drechtsteden hebben de taken in het Sociaal Domein op verschillende schaalniveaus georganiseerd: lokaal, met een paar gemeenten samen en in de Drechtsteden en Zuid-Holland Zuid via Gemeenschappelijke Regelingen (verbonden partijen). Voor de taken die bij de gemeenschappelijke regelingen zijn belegd vindt nu getrapte besluitvorming plaats en daardoor zijn integrale kaders voor raden moeilijk te stellen. Dit leidt er toe dat alle gemeenten (klein, groot, arm, rijk) spanning ervaren met het beoogde doel van de 3D's (nabije sturing). Colleges en gemeenteraden ervaren daarbij dat zij onvoldoende kunnen sturen en positie kunnen nemen op de beoogde doelen in het Sociaal Domein (integrale aanpak binnen de gedecentraliseerde wetten: Jeugdhulp, Wet Maatschappelijke Ondersteuning, Participatiewet).

NAAST INWONERS STAAN Maar de behoefte aan meer grip en sturing zijn niet de enige aanleiding om na te denken over de toekomst van het Sociaal Domein. We willen inwoners echt centraal te stellen in onze (lokale en regionale) aanpak en dienstverlening en we willen naast hen staan. Daarvoor is het noodzakelijk dat het primaat van het sociaal domein weer lokaal komt te liggen (We zijn ervan) en dat we de kracht van onze samenwerking versterken waar het onze inwoners ten goede komt (We doen het samen). Met het primaat lokaal bedoelen we dat de lokale raden gaan over het stellen van de financiële en beleidsmatige kaders van verschillende regelingen. Iedere individuele gemeente draagt daarbij de verantwoordelijkheid voor het verlenen van integrale hulp aan inwoners vanuit het principe 1 huishouden, 1 plan. NIEUW STURINGSMODEL Vanuit gezamenlijk eigenaarschap hebben de zeven colleges van burgemeesters en wethouders eind oktober 2020 tijdens de derde collegeconferentie een principebesluit geformuleerd dat richtinggevend is voor de uitwerking van een nieuw sturingsmodel: De huidige Gemeenschappelijke Regeling Drechtsteden voor het onderdeel Sociale Dienst Drechtsteden wordt omgevormd naar een Klassieke Gemeenschappelijke Regeling (GR) met een algemeen en dagelijks bestuur. Hierbij zijn de volgende uitgangspunten benoemd (geciteerd uit het principebesluit):    

Robuust pakket van gezamenlijke diensten. Maatwerk meer dan nu mogelijk; eventuele meerkosten hiervan wel altijd voor de afnemer, ook voor wat betreft investering in lokale ambtelijke capaciteit. Beleid hieromtrent wordt in de GR opgesteld en uitgevoerd, waarbij het lokaal primaat het startpunt is. Bij besluiten streven naar consensus, maar indien er toch wordt gestemd moet er rekening worden gehouden enerzijds met belangen langs de lijnen van inwonersaantal/ financiële bijdrage en anderzijds moet voorkomen worden dat er volledige overheersing is door ‘stedelijk gebied’ of ‘poldergebied’.

Een klassieke gemeenschappelijke regeling met algemeen en dagelijks bestuur voldoet goed aan de uitgangspunten die hierboven zijn benoemd en aan de behoefte om de beleidsmatige en financiële kaders weer lokaal stellen.

1

DE CONTOUREN VAN EEN VERNIEUWDE SA MENWERKING IN HET SOCIAAL DOMEIN DRECHTSTEDEN OPDRACHT OMVORMING NAAR EEN NIEUWE GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING De lokale colleges en raden hebben eind 2020/ begin 2021 het belang van deze volgende stap in de samenwerking onderschreven door een principebesluit te nemen over de omvorming van de GR Drechtsteden (SDD) naar een klassieke GR op basis van de eerdergenoemde uitgangspunten. Het ONS-D (overleg netwerksecretarissen Drechtsteden) heeft vervolgens de opdracht gekregen om alle noodzakelijke voorbereidingen te treffen voor de totstandkoming van deze nieuwe (klassieke) “Gemeenschappelijke Regeling Sociaal Drechtsteden”. Er loopt parallel aan dit proces ook een proces rondom de doorontwikkeling van de jeugdhulp in ZHZ. Deze doorontwikkeling is in gang gezet met een regionale werkagenda (opvolging advies AEF, implementatie van de Governance) en gericht op meer lokale sturing, betere samenwerking, afbakening van jeugdhulp, betere sturingsinformatie en beheersing van de kosten. De opdracht van het ONS-D is in eerste instantie alleen gericht op taken in het kader van de huidige GR SDD (o.a. Wet Maatschappelijke ondersteuning, schuldhulpverlening en de Participatiewet).

HOOFDLIJNENNOTITIE Op basis van de randvoorwaarden en uitgangspunten die door de lokale colleges en raden zijn meegegeven is in ambtelijke en bestuurlijke dialoogsessies verkend hoe de nieuwe gemeenschappelijke regeling er uit zou kunnen zien. De opbrengsten van de dialoogsessies zijn verwerkt in deze hoofdlijnennotitie. De nieuwe gemeenschappelijke regeling geeft in ieder geval een antwoord op de volgende vraagstukken:   

Hoe komen de lokale gemeenteraden weer in de positie om de financiële en beleidsmatige kaders in het Sociaal Domein vast te stellen en de integrale afweging te maken over de schaarste en aanpak; Hoe komen we tot een integrale aanpak voor iedereen die dat nodig heeft; Hoe zorgen we dat we naast inwoners staan vanuit het principe dat een inwoner maar 1 overheid kent en niet meerdere. Het behouden van een solide basis aan regionale dienstverlening, waarmee we antwoord geven op de gewenste robuuste samenwerking en kostenefficiënte indeling voor het sociaal domein.

1.2 GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING SOCIAAL DRECHTSTEDEN De nieuwe gemeenschappelijke regeling heeft alleen bevoegdheden van de colleges van burgemeester en wethouders, dus er worden geen raadsbevoegdheden overgedragen. Lokale raden gaan daarmee weer over de raadsbevoegdheden in het sociaal domein. Dat betekent dat de raad de verordeningen vaststelt evenals de kaderstellende plannen. Voorbeelden hiervan zijn het beleidsplan schuldhulpverlening, de verordening werk en inkomen, de verordening persoonlijk minimabudget en het beleidsplan en verordening Wmo. Essentieel hierbij is dat er een zekere mate van harmonisatie van beleid wordt bereikt om de uitvoering ervan regionaal effectief en efficiënt te houden (robuust) en schaalvoordelen te behouden. Er is geen discussie over wie de kaders vaststelt (gemeenteraad) of wie de taken uitvoert (Gemeenschappelijke Regeling) en het proces van beleidsontwikkeling is er één in co-creatie. De gemeenteraden beslissen of zij de GR willen wijzigen en willen kiezen voor een collegeregeling. Het is daarna aan het college om te bepalen hoe zij omgaan met hun bevoegdheden en verantwoordelijkheden. Daarbij zijn er 3 keuzes: 1. Wil je de bevoegdheid aan het bestuur van de gemeenschappelijke regeling toekennen (AD/DB) maar zelf de verantwoordelijkheid houden (mandaat); 2.

Wil je de bevoegdheid en de verantwoordelijkheid aan het bestuur van de gemeenschappelijke regeling toekennen (delegatie). 3. Wil je de taak in het geheel niet mandateren of delegeren en volledig lokaal organiseren?

2

DE CONTOUREN VAN EEN VERNIEUWDE SA MENWERKING IN HET SOCIAAL DOMEIN DRECHTSTEDEN VOORSTEL VERDELING BEVOEGDHEDEN EN VERANTWOORDELIJKHEDEN De keuzes die benoemd zijn, zijn op verschillende punten te maken. Op grond van de vastgestelde uitgangspunten, de opbrengsten van de dialoogsessies en de inrichtingsprincipes van een klassieke GR wordt op hoofdlijnen onderstaande verdeling van bevoegdheden en verantwoordelijkheden tussen de gemeenschappelijke regeling en de lokale gemeenten voorgesteld. Hierin ziet u een gebalanceerde mix terug van onderwerpen waarvoor de verantwoordelijkheid lokaal blijft en waar die bij de gemeenschappelijke regeling komt te liggen. Een gedetailleerde uitwerking treft u in de bijlage bij deze notitie aan. Er is een splitsing tussen bestaande en nieuwe taken gemaakt. Onderwerp, bestaande taken

Voorstel

Participatiewet

 

IOAW en IOAZ Maatwerkvoorzieningen Wmo Wet kinderopvang, voor zover betrekking op de tegemoetkoming. 1 Wet gemeentelijke schuldhulpverlening

Wet op de lijkbezorging

Het doen van een verzoek tot instellen, verlengen of opheffen schuldenbewind WSW: het in samenhang met de Participatiewet (doen) uitvoeren van de WSW, aangepaste arbeid en daarmee verband houdende vraagstukken op specifiek benoemde terreinen. Verstrekken subsidies

1

Kaderstelling lokaal Voor aanvullende inkomensondersteuning, paragraaf 4.1 van de wet (bijzondere bijstand, inkomenstoeslag (= PMB) en studietoeslag): nadere regels lokaal, delegatie op uitvoering  Participatieplekken: Alblasserdam en Dordrecht geven de voorkeur aan een lokale invulling, de andere gemeenten willen eerst de financiële consequenties van een keuze uitgewerkt zien. Er wordt momenteel een inhoudelijk voorstel voorbereid op dit punt.  Delegatie op overige nadere regels en uitvoering (inclusief eventuele beleidsregels)  Kaderstelling lokaal  Delegatie op nadere regels en uitvoering  Kaderstelling lokaal  Nadere regels lokaal  Delegatie op uitvoering (inclusief eventueel beleidsregels)  Kaderstelling lokaal  Delegatie op nadere regels en uitvoering (inclusief eventueel beleidsregels)  Kaderstelling lokaal  Nadere regels lokaal  Mandaat voor uitvoering taken vroegsignalering, preventie, nazorg, zodat zowel gemeenten als GR bevoegd zijn bij deze taken  Delegatie op overige uitvoering inclusief beleidsregels (o.a.

curatieve trajecten)  Kaderstelling lokaal  Nadere regels lokaal  Uitvoering in mandaat  Dit punt bevat geen kaderstelling of nadere regels  Uitvoering in mandaat (zowel GR als gemeenten kunnen taak uitvoeren)  Kaderstelling lokaal  Delegatie op nadere regels en uitvoering (inclusief eventuele beleidsregels) De gemeente Hardinxveld-Giessendam heeft vrijstelling van de genoemde taken bij de WSW.  

Kaderstelling lokaal Delegatie op nadere regels en uitvoering (inclusief eventuele beleidsregels)

De overige taken, waaronder sociaal medische indicaties zijn nu al lokaal belegd.

3

DE CONTOUREN VAN EEN VERNIEUWDE SA MENWERKING IN HET SOCIAAL DOMEIN DRECHTSTEDEN Naast de uitwerking van de bestaande taken, geven we hieronder ook een uitwerking van nieuwe taken aan. Onderwerp, nieuwe taken Wet inburgering (nieuw)

Voorstel Voor vier gemeenten (Dordrecht, Hendrik Ido Ambacht, Papendrecht, Zwijndrecht):  Kaderstelling lokaal  Nadere regels lokaal  Beleidsregels en uitvoering in mandaat De overige 3 gemeenten (Alblasserdam, Hardinxveld Giessendam en Sliedrecht) geven er de voorkeur aan om voor inburgering met de GR SDD via dienstverleningsovereenkomst(en) maatwerkafspraken te maken.

1.3 FINANCIËLE CONTOUREN EN VASTSTELLING KADERS VAN DE NIEUWE GR De financiële consequenties van deze nieuwe verdeling van bevoegdheden en verantwoordelijkheden zijn logischerwijs nog niet vertaald. Voor gemeenten is de verdeling van kosten over deelnemende organisaties in de GR een belangrijk aandachtspunt. Een transparante en faire verdeling wekt vertrouwen en voorkomt “scheve gezichten” tussen deelnemers. Kostenverdeling is primair een bestuurlijk vraagstuk. Als vervolg op de ontwikkeling van een nieuw financieel kader GRD/SDD is voorzien om de huidige verdeelsleutels tegen het licht het houden. In 2021 loopt er een apart project op dit onderwerp in de regio met de opdracht om te komen tot “een nieuwe set aan verdeelsleutels voor de gemeentelijke bijdragen aan GRD/SDD die gebaseerd is op eenduidige principes en die breed draagvlak heeft bij de betrokken gemeenten". Het traject loopt bewust los van de transitie GR, zodat structuur en principiële inhoud niet vermengen. De uitkomst van dit traject zal in elk geval zijn weerslag krijgen in de begrotingscyclus 2023 van de nieuwe GR die start in november 2021. Bij de transitie van de GR Sociaal Drechtsteden is een van de financiële vraagstukken wat de sturingsprincipes (lokaal aan de knoppen draaien) voor effect hebben op de lokale begrotingen van de gemeenten.

Met andere woorden: wat gebeurt er wanneer een gemeenteraad ervoor kiest om bijvoorbeeld het persoonlijk minimabudget te verlagen? De financiële effecten hiervan moeten landen in de lokale begroting (inverdieneffect). Wat hiervoor verder nodig is, hoe dit werkt met de vernieuwde samenwerking en wat dit verder in detail betekent, wetende dat het 2 aparte sporen zijn, werken we de komende periode verder uit. Met ingang van 2022 is er ook sprake van een nieuwe gemeenschappelijke regeling waarvan de kaders eind 2021 door de lokale raden worden vastgesteld. Het is niet mogelijk om dit dan nog te vertalen in de begroting voor 2022. Wel kan er met een begrotingswijziging in 2022 gewerkt worden. Het proces van wijzigen van de verordeningen en nadere regels kan bovendien pas starten als duidelijk is hoe er met bevoegdheden in de toekomst wordt omgegaan en duidelijk is waar gemeenten (raden én colleges) en het bestuur van de GR straks over gaan. De meest uitvoerbare manier om de overgang te maken naar de nieuwe GR is om het huidige beleidskader dat is vastgesteld door de Drechtraad dan lokaal opnieuw te bekrachtigen binnen het huidige financiële kader. Vanaf 2022 kan dan met elkaar inhoudelijk wijzigingen doorgevoerd gaan worden. Hiertoe wordt een gezamenlijke planning en proces ontwikkeld. 1.4 CONCLUSIES EN VERVOLG Samenvattend komen we tot de volgende conclusies:    

Het sociaal domein is in beweging, de vorming van de vernieuwde samenwerking speelt daar op in Nog meer dan voorheen gaan we naast inwoners staan Het nieuwe sturingsmodel biedt meer mogelijkheden tot echte lokale betrokkenheid, maar brengt ook verplichtingen met zich mee inzake goed opdrachtgeverschap Er ligt een voorstel voor een gedegen, weloverwogen mix van lokale verantwoordelijkheden en bevoegdheden en regionaal belegde taken, die tegelijkertijd voor alle direct betrokken organisaties impact zal hebben 4

DE CONTOUREN VAN EEN VERNIEUWDE SA MENWERKING IN HET SOCIAAL DOMEIN DRECHTSTEDEN 

Uitgangspunt moet ook zijn dat de transitie en vernieuwde indeling betaalbaar blijft voor gemeenten en uitvoerbaar is voor de GR.

De komende weken wordt, terwijl deze notitie in route is, doorgewerkt aan de zaken die nog nadere uitwerking vragen, zoals de inrichting van het AB, DB en de uitwerking van de stemverhoudingen. Ook wordt de eerste concepttekst van de gemeenschappelijke regeling voorbereid, werken we het proces van maatwerk verder uit en zullen de financiële consequenties duidelijker worden, als steeds meer contouren scherper worden en de ontvlechting meer vorm krijgt. Gelijktijdig vinden er diverse communicatiemomenten plaats, van individuele raadssessies over het proces, tot technische vragenrondes voor alle raadsleden en inspirerende stand ups met diverse workshops en nadere informatie.

1.5 INHOUDSOPGAVE De notitie is als volgt opgebouwd: onderdeel 2 gaat in om het waarom van de vernieuwde samenwerking in de Drechtsteden (blz 6-8), daarna komen de contouren aan bod van de nieuwe gemeenschappelijke regeling sociaal (het wat en het hoe) (blz 8-17), afgesloten wordt met informatie over het vervolgproces en de planning (blz 17). Tevens zijn er 3 bijlagen toegevoegd (het principebesluit en de moties, de uitwerking van een raadscommissie in de WGR en de nadere toelichting op de tabel in 1.2 en 3.5.

5

DE CONTOUREN VAN EEN VERNIEUWDE SA MENWERKING IN HET SOCIAAL DOMEIN DRECHTSTEDEN 2. WAAROM EEN VERNIEUWDE SAMENWERKING IN DE DRECHTSTEDEN (HET WAAROM) 2.1 GEMEENTERADEN WEER IN POSITIE OM KADERS TE STELLEN Het speelveld van het Sociaal Domein is en blijft in beweging. De maatschappelijke opgaven waar we voor staan vragen om een sterke lokale sociale infrastructuur en beleidsruimte en om een krachtige regionale samenwerking waarin maatwerk mogelijk is. Die lokale infrastructuur en regionale samenwerking moeten goed op elkaar aansluiten. De manier waarop de gemeenten in de Drechtsteden het Sociaal Domein hebben georganiseerd is complex en zorgt er enerzijds voor dat gemeenteraden onvoldoende in positie zijn om lokaal de inhoudelijke en financiële kaders te stellen en anderzijds krijgen inwoners daardoor niet altijd de zorg en ondersteuning die zij nodig hebben vanuit een integrale aanpak. Die complexiteit leidde tot een roep om optimalisatie van maatwerk of anders geformuleerd naadloze aansluiting tussen de lokale en regionale dienstverlening aan inwoners. Zij kennen immers maar één overheid, niet meerdere. Zeker wanneer inwoners (of het huishouden waarvan zij onderdeel uitmaken) ondersteuningsbehoeften hebben op meerdere levensdomeinen is het van belang dat zij op één plek, dichtbij huis en op basis van een integrale aanpak worden ondersteund door de overheid.

WE ZIJN ERVAN EN DOEN HET SAMEN Om die reden hebben in 2020 drie bestuurlijke conferenties plaatsvonden waarin deze vraagstukken zijn verkend. Leidend tijdens deze conferenties was de vraag “Hoe kunnen we bouwen aan een flexibele en effectieve regionale samenwerking die past bij onze opgaven en deze tijdgeest.” Deze hoofdlijnennotitie draagt hierom bewust de titel “Contouren van een vernieuwde samenwerking in het Sociaal Domein Drechtsteden”. Want bij het toewerken naar een vernieuwde vorm van samenwerken behouden we wat goed gaat. We intensiveren en verbeteren de samenwerking en zorgen we ervoor dat deze toekomstbestendig is en blijft. Tot slot zorgen we ervoor dat de samenwerking mooier wordt: “We zijn ervan en doen het samen!”. De omvorming naar een nieuwe samenwerkingsvorm is daarmee veel meer dan een herijking van de huidige afspraken. Het is meer dan het weer lokaal beleggen van de financiële en beleidsmatige kaders en de bijbehorende verordeningen. Een vernieuwde regionale samenwerking biedt ons kansen en voordelen voor de toekomst. 2.2 INTEGRALE AANPAK VOOR IEDEREEN DIE DAT NODIG HEEFT “Iedereen een zelfstandig en volwaardig bestaan, waarbij alle inwoners van de Drechtsteden zelfstandig en volwaardig kunnen leven, werken, wonen en meedoen.

Waar dat niet lukt, helpen we die mogelijkheden vergroten.” Op basis van deze visie werken we sinds 2019 binnen het Sociaal Domein in de Drechtsteden samen aan drie maatschappelijke opgaven die de basis vormen voor ons handelen: Opgave 1. Bestaanszekerheid versterken: we bieden perspectief, rust en mentale ruimte. Vanuit onze rol zetten we maximaal in op het voorkomen en doorbreken van inkomensonzekerheid, armoede en schulden. Opgave 2. Ontwikkelen naar werk: we bieden toekomstperspectief door ons in te zetten voor betaald werk voor iedereen die kan werken. Opgave 3. Zorgen voor ondersteuning: we organiseren (toegang tot) maatwerkvoorzieningen en bieden andere vormen van ondersteuning. Zo dragen we eraan bij dat mensen passend wonen en actief meedoen in de samenleving. Deze visie en opgaven blijven onverminderd van kracht in de nieuwe gemeenschappelijke regeling Sociaal. Wel is er een wens om deze gezamenlijke visie verder uit te werken en uit te diepen. Onderwerpen als een integrale aanpak (en weging) voor inwoners die dat nodig hebben en de ontschotting die daarvoor nodig is, aansluiting tussen lokale en regionale dienstverlening (en lokale inkleuring), de samenwerking met (lokale) maatschappelijke partners en maatwerk geven we daarin een plek. 6

DE CONTOUREN VAN EEN VERNIEUWDE SA MENWERKING IN HET SOCIAAL DOMEIN DRECHTSTEDEN Ook de verbinding tussen Sociaal, Wonen, de Groeiagenda en Economie nemen we hierin mee. Zo werken we samen aan een mensgericht, doelmatig en effectief sociaal beleid dat voor inwoners het meeste effect heeft en past bij de lokale behoeften. 2.3 PRINCIPE VAN ÉÉN OVERHEID We hebben een sterke behoefte aan duidelijkheid en eenheid tussen het regionale en lokale sociaal domein. Zowel voor inwoners als voor maatschappelijke instanties. Om inwoners zo goed mogelijk te helpen en ieders verantwoordelijkheden optimaal uit te voeren, bouwen we de samenwerking op vanuit de inwoner, hij/zij staat centraal in onze keuzes en ons handelen. Goed vindbare ondersteuning en informatie, zonder schotten en met een integrale denk- en werkwijze. Toegang afgestemd op de vraag en behoefte van de inwoner, dichtbij huis, is in deze verbinding een belangrijke eis. Daarbij zijn integraliteit, laagdrempeligheid, aansluiting op behoeften van de inwoners en goede samenwerking de randvoorwaarden. Als er meerdere problemen zijn rond een persoon, gezin of huishouden spelen, is samenwerking met en tussen partijen essentieel. Daarbij staat het gezamenlijk doel centraal. Met partijen bedoelen we in dit geval niet alleen gemeenten en SDD.

Ook de jeugdteams, SOJ, DG&J, Drechtwerk en allerlei (lokale) maatschappelijke partners zijn onderdeel van die samenwerking. We creëren daarmee met elkaar een keten aan voorzieningen die hard nodig is om onze inwoners elke dag te kunnen ondersteunen en daarmee de publieke waarde voor onze inwoners, onze gemeente en onze regio te creëren. Op- en afschalen zijn onlosmakelijk onderdeel van dit netwerk en het simpel switchen tussen voorzieningen moet makkelijker mogelijk zijn. De nieuwe manier van samenwerken maakt dit beter mogelijk, waarbij dit per gemeente kan verschillen, doordat invulling hiervan per gemeente anders is. Principes als “no wrong door” en “one-stopshop” geven we daarin een vaste plek. De inwoner moet enerzijds geen last hebben van verschillende loketten, instanties of opdrachten en anderzijds maar één keer hun verhaal doen en één keer gegevens aanleveren.

7

DE CONTOUREN VAN EEN VERNIEUWDE SA MENWERKING IN HET SOCIAAL DOMEIN DRECHTSTEDEN 3. CONTOUREN VAN DE NIEUWE GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING SOCIAAL (HET WAT EN HET HOE) 3.1 INLEIDING In dit hoofdstuk worden de contouren geschetst voor de nieuwe gemeenschappelijke regeling op basis van de vastgestelde uitgangspunten (principebesluit), de opbrengsten van de dialoogsessies (randvoorwaarden) en de inrichtingsprincipes van een klassieke GR. Deze worden vertaald in een nieuwe verdeling van bevoegdheden en verantwoordelijkheden tussen de gemeenschappelijke regeling en de lokale gemeenten. Het hoofdstuk wordt afgesloten met de financiële contouren van de nieuwe GR. 3.2 UITGANGSPUNTEN PRINCIPEBESLUIT Eind 2020/ begin 2021 hebben de zeven gemeenteraden het principebesluit genomen rond de toekomstige samenwerking Drechtsteden Gemeenten. Daarbij zijn ook enkele moties aangenomen in diverse gemeenten. De belangrijkste punten uit het principebesluit voor de transitie sociaal zijn (citaat):   

De GRD wordt getransformeerd. Huidige tekst GRD wordt vervangen door een nieuwe GR tekst. Zowel in de nieuwe GR als in de nieuwe service-gemeente helderheid over toe- en uittreding/deelname. Uitnodigend naar omliggende gemeenten. In het kader van gedeeld eigenaarschap wordt de huidige GR omgebouwd naar een klassieke GR voor de sociale dienst, met daarin de volgende uitgangspunten: o Beleid hieromtrent wordt in de GR opgesteld en uitgevoerd, waarbij het lokaal primaat het startpunt is; o Robuust pakket van gezamenlijke diensten; o Maatwerk meer dan nu mogelijk; eventuele meerkosten hiervan wel altijd voor de afnemer, ook voor wat betreft investering in lokale ambtelijke capaciteit; o Bij besluiten streven naar consensus, maar indien er toch wordt gestemd moet er rekening worden gehouden enerzijds met belangen langs de lijnen van inwonersaantal/ financiële bijdrage en anderzijds voorkomen dat er volledige overheersing is door “stedelijk gebied” of “poldergebied”.

De integrale tekst en de aangenomen moties zijn opgenomen in bijlage 1 bij deze notitie. 3.3 RANDVOORWAARDEN Vanuit de gemeenten zijn de volgende behoeften uitgesproken ten aanzien van een vernieuwde samenwerking en de omvorming naar een nieuwe gemeenschappelijke regeling:  

 

Flexibiliteit en maatwerk: Er is behoefte aan meer lokale beleidsruimte ten aanzien van de taken die we regionaal gezamenlijk willen uitvoeren. Aandacht voor de “couleur locale”: Er is behoefte aan meer lokale inkleuring en lokale aansluiting van de regionale dienstverlening. Hierin moet de eigenheid van gemeenten (bijvoorbeeld saamhorigheid, Dorps karakter, samenhang met lokale initiatieven en organisaties) terugkomen. Lokale sturing en democratische (bestuurlijke) legitimatie: Er is behoefte om lokaal te kunnen sturen en de integrale inhoudelijke en financiële afwegingen te kunnen maken (herstel van de bestuurlijke legitimatie). Inhoudelijke sturing en verantwoording door de portefeuillehouders sociaal: Er is een specifieke behoefte om de portefeuillehouders sociaal beter in positie te brengen inhoudelijk te sturen en verantwoorden.

Deze behoeften zijn vertaald in een aantal randvoorwaarden waaraan de nieuwe GR moet voldoen.

8

DE CONTOUREN VAN EEN VERNIEUWDE SA MENWERKING IN HET SOCIAAL DOMEIN DRECHTSTEDEN ROBUUST PAKKET AAN REGIONALE DIENSTVERLENING Voorop staat dat de taken die we regionaal samen willen uitvoeren om te werken aan onze maatschappelijke opgaven effectief en efficiënt moeten worden georganiseerd en uitgevoerd. Dat vraagt om een robuust pakket aan regionale diensten voor het sociaal domein. Het vraagt ook om een kwalitatieve en kwantitatieve intensivering van de samenwerking en het gezamenlijk blijven opereren op onderwerpen in het sociaal domein, ook met het primaat lokaal. Met een robuuste basis als uitgangspunt gaat de vernieuwde samenwerking ruimte bieden voor lokale verschillen en verschillende samenwerkingscoalities op inhoudelijke onderwerpen: van een maximale variant met zeven gemeenten samen met de SDD in de gemeenschappelijke regeling tot kleinere coalities van 1 of meerdere gemeenten al dan niet met de gemeenschappelijke regeling op specifieke onderwerpen. Die ruimte mag en moet er zijn en wordt gecreëerd met de nieuwe manier van samenwerken. Waar we bij de concretisering van de samenwerking rekening mee zullen houden is het feit dat specifieke behoeften vanuit gemeenten om taken lokaal te organiseren en uit te voeren effect kunnen hebben op andere gemeenten en organisaties (oplopende kosten, effect op bedrijfsvoering en uitvoering van taken).

Dat betekent dat er een balans zal moeten worden gezocht tussen samenwerking, robuustheid en lokale wensen. De manier waarop we de samenwerking organiseren (hoe) is altijd ondersteunend aan de inhoudelijke koers die we gezamenlijk willen varen (de structuur volgt de inhoud, de inhoud is leidend). Sterker nog, de structuur (governance) mag de inhoud en samenwerking niet belemmeren. Uit de ambtelijke en bestuurlijke dialoogsessies komt naar voren dat het “wat” (taakuitvoering) nauwelijks ter discussie staat maar dat het gesprek vooral gaat over de sturing (het “hoe”). De meerderheid van de taken wordt naar tevredenheid regionaal uitgevoerd. Dit moet zo blijven in het kader van betaalbaarheid en uitvoerbaarheid. Daarmee houden we een solide basis aan regionale dienstverlening, waarmee innovatie, slagkracht en efficiency behouden blijven. Tegelijkertijd komt er in de vernieuwde samenwerking meer ruimte voor maatwerk. Dat vraagt ook om scherpte op de te maken afspraken. Zaken als kennis, expertise, slagkracht, innovatiekracht en efficiency in het sociaal domein moeten behouden blijven, zo niet sterker worden, voor inwoners. We doen het immers voor hen.

Door de regionale dienstverlening robuust en stevig te houden zorgen we er ook voor dat de landelijke ontwikkelingen goed in beeld blijven, geduid kunnen worden en vertaald blijven worden naar onze regio en belangrijker nog naar onze lokale behoeften en plannen. FLEXIBILITEIT OM MAATWERK TE KUNNEN BIEDEN Door onze behoefte aan maatwerk, zal de samenwerking zo ingericht moeten zijn dat dit maatwerk makkelijker mogelijk is in de toekomst. Daarbij is er onderscheid te maken in 3 soorten maatwerk:  Maatwerk op individueel klantniveau: dit gaat vooral over gemeenschappelijke toegang en triage en moet vooral vorm krijgen door samen op locatie of in teams te werken. En zo tijdig contact met elkaar op uitvoeringsniveau te hebben en daar af te stemmen.  Maatwerk in de gezamenlijke afspraken op beleid en uitvoering met of zonder consequenties op de bedrijfsvoering. Een voorbeeld zonder consequenties is dat elke gemeente een ander bedrag aan persoonlijk minimabudget wil verstrekken, maar voor iedereen zijn de voorwaarden en uitvoering verder gelijk (financieel gezien ontstaan er wel verschillen tussen gemeenten). Een voorbeeld met consequenties is dat elke gemeente een compleet andere regeling voor het persoonlijk minimabudget wil (voorwaarden, eisen, bedrag, beoordelingscriteria), waardoor dit in de uitvoering meer tijd vraagt.

 Maatwerk in de vorm van aanvullende afspraken boven op de gezamenlijke afspraken met consequenties op de bedrijfsvoering. Dit maatwerk zal in een dienstverleningsovereenkomst verwerkt moeten worden (bv een extra project voor gemeente X voor een bepaalde groep inwoners als tijdelijke intensivering op de gezamenlijke afspraken). Voor de laatste 2 zal een gestructureerd, maar ander, proces doorlopen moeten worden. Het proces voor optie 2 loopt grotendeels mee in de gezamenlijke beleidsvoorbereiding en het periodiek beleidsoverleg en wordt de komende periode verder uitgewerkt door gemeenten en SDD. Voor optie 3 geldt dat hier concrete afspraken voor moeten worden gemaakt, die eveneens de komende periode verder uitgewerkt zullen worden. 9

DE CONTOUREN VAN EEN VERNIEUWDE SA MENWERKING IN HET SOCIAAL DOMEIN DRECHTSTEDEN

Het bieden van maatwerk vraagt enerzijds om flexibiliteit in verband met toekomstige keuzes en anderzijds een goed proces van samenwerking in zowel de beleidsontwikkeling als uitvoering. Voorkomen moet worden dat er een vorm van cherry-picking ontstaat. We dragen uiteindelijk met elkaar de lusten én lasten van de regionale samenwerking. In het proces tot vorming van regionaal beleid zal in elk geval duidelijk gemaakt moeten worden waar ruimte is voor lokaal maatwerk of lokaal andere invullingen. Naast maatwerk zoeken we met elkaar ook naar meer experimenteerruimte en innovatiekracht. Enerzijds om het voor de inwoners consequent beter te maken en anderzijds om het sociaal domein in de toekomst betaalbaar te kunnen houden. Met experimenten kunnen we ontdekken wat wel en niet werkt. Experimenten kunnen wellicht gepositioneerd worden als de optie maatwerk via een DVO, maar daarmee zijn we er niet. De kunst is om met elkaar de middelen te vinden voor deze experimenten én tegelijkertijd het inverdieneffect van het experiment (als dit er uiteraard is) te laten terugvloeien naar de deelnemers ervan. Een idee is om met gemeenten en de GR (en wellicht ook nog andere partijen in het sociaal domein) een apart innovatiebudget te creëren met specifieke afspraken over de besteding, de voorwaarden, de verantwoording, evaluatie en terugverdienmodel bij gebleken effect.

DUIDELIJK OPDRACHTGEVERSCHAP EN OPDRACHTNEMERSCHAP Houd de rol van eigenaar en opdrachtgever gescheiden! De eigenaar heeft een wezenlijk andere rol dan de opdrachtgever. De zeven gemeenten zijn de eigenaar van de gemeenschappelijke regeling (GR). De leden van het algemeen bestuur (AB) handelen als opdrachtgever namens hun gemeente en brengen het gemeenteperspectief in het AB in, het dagelijks bestuur (DB) handelt als eigenaar in het belang van de GR. Zij hebben oog voor de lange termijn, zoals de continuïteit van de organisatie. De leden van het AB zijn , zoals gezegd, direct opdrachtgevers namens hun gemeenten. In die hoedanigheid letten ze meer op de afgesproken resultaten. De rol van eigenaar en opdrachtgever is vaak verenigd in één persoon, een wethouder die namens de gemeente naar het AB is afgevaardigd. Goed opdrachtgeverschap is van groot belang om regie op de samenwerking te kunnen voeren. De volgende opdrachtgever-/opdrachtnemer relaties zijn aan de orde:  de gemeenteraad is opdrachtgever van het college (opdrachtnemer);  het college is opdrachtgever van het AB van de GR (opdrachtnemer);  het AB van de GR is opdrachtgever van het (DB) van de GR (opdrachtnemer);  het DB van de GR is opdrachtgever van de directeur van de GR (opdrachtnemer), en  de directeur is opdrachtgever van de ambtelijke organisatie (opdrachtnemer).

De opdrachtgever én de opdrachtnemer willen zicht houden, bij voorkeur vanuit een basishouding van vertrouwen, op de voortgang van de opdracht en de kwaliteit van de dienstverlening. Dat vereist een goede voortgangsrapportage en regelmatig contact en ook relatiebeheer. Bijvoorbeeld door binnen de gemeente en de GR accounthouders aan te wijzen. Wanneer de accounthouders onderling contact houden, kan tijdig gesignaleerd worden of er vraagstukken, andere behoeften of issues zijn. LERENDE ORGANISATIE OM IN TE SPELEN OP VERANDERING De inwoners, professionals, organisaties, beleidsmakers en bestuurders in de Drechtsteden barsten van de kennis en deskundigheid. Maar deze kunnen we onderling een stuk beter beschikbaar stellen en actief delen. Regionaal wordt de rol van kennispartner beter vormgegeven in de vernieuwde samenwerking en zorgen we ervoor dat kennis en dialoog gemeengoed zijn en structureel in het samenwerkingsproces ingebed zijn, zowel in beleidsontwikkeling als uitvoering. Het gaat hier ook om de gesprekken met afzonderlijke gemeenteraden en de GR SDD. Dit zien we als echte kans om periodiek met elkaar van gedachten te wisselen over de koers en de ontwikkelingen in het sociaal domein, een goed gesprek per gemeente op reguliere basis. Zodat op die manier doordachte keuzes gemaakt kunnen worden.

Tot slot dragen we tevens met elkaar de verantwoordelijkheid om te zorgen dat professionals van de SDD en medewerkers van de lokale teams de hele keten kunnen overzien en het lokale/regionale veld goed kennen. 10

DE CONTOUREN VAN EEN VERNIEUWDE SA MENWERKING IN HET SOCIAAL DOMEIN DRECHTSTEDEN 3.4 INRICHTING VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING: ALGEMEEN EN DAGELIJKS BESTUUR Het bestuur van de GR bestaat straks uit een algemeen bestuur (AB), een dagelijks bestuur (DB) en een voorzitter. Het algemeen bestuur staat aan het hoofd van het openbaar lichaam. De voorzitter is voorzitter van het AB én het DB. Het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam bestaat uit de voorzitter en twee of meer andere leden, door en uit het algemeen bestuur aan te wijzen, met inachtneming van het daaromtrent in de regeling bepaalde. Leden van het DB worden daarmee gekozen uit en door het AB en blijven deel uitmaken van het AB. De aangewezen leden van het dagelijks bestuur mogen niet allen afkomstig zijn uit dezelfde gemeente. De leden van het dagelijks bestuur mogen nimmer de meerderheid van het algemeen bestuur uitmaken, als voorbeeld als het AB uit 7 leden bestaat, bestaat het DB maximaal uit 3 leden. Een AB-lid dat ook DB-lid is, heeft in feite twee petten op. Als AB-lid behartigt hij/zij de belangen van de eigen gemeenteraad (opdrachtgeverschap) en als DB-lid vertegenwoordigt hij/zij het AB en wordt hij/zij geacht de belangen van de GR te dienen (eigenaarschap). Van belang is dat de deelnemers zich realiseren dat het DB een collegiaal bestuursorgaan is.

Besluitvorming vindt in de regel plaats met meerderheid van stemmen, en als een DB-besluit is genomen dan betekent dit dat ieder individueel lid zich moet committeren aan dit besluit en voor dit besluit verantwoordelijk is. Omdat sprake is van een collegeregeling worden de AB-leden gekozen door de colleges van de deelnemers, uit hun midden. Zij vertegenwoordigen het bestuursorgaan in het AB en worden geacht het eigen belang van de deelnemer te behartigen. Bij een collegeregeling geldt verder dat de leden van het AB van de GR inlichtingen verschaffen en verantwoording afleggen aan het college dat hen heeft aangewezen2. Het AB en DB hebben beiden ook een inlichtingenplicht aan alle raden van de deelnemende gemeenten. Bovendien zijn de leden van het AB inlichtingen en verantwoording verschuldigd aan (de leden van) de raad in de gemeente waaruit zij afkomstig zijn3. Het DB van een GR legt slechts aan het AB verantwoording af. Het wetsontwerp herziening Wgr voert, zodra deze in werking treed, een actieve informatieplicht van het DB aan het AB in. Deze informatie is openbaar en ook voor gemeenteraden opvraagbaar. De raad kan bovendien met de vertegenwoordiger in het AB afspreken dat deze informatie, indien relevant, ook beschikbaar komt voor de raad.

Al met al bestaat er dus een directe informatie- en verantwoordingsplicht van leden van het AB van een collegeregeling ten aanzien van gemeenteraadsleden (op grond van de Wgr). Daarnaast is er een indirecte informatie- en verantwoordingsplicht via de colleges waarvan de leden van het AB deel uitmaken (op grond van de Gemeentewet). 3.5 VOORSTEL VERDELING VAN BEVOEGDHEDEN EN VERANTWOORDELIJKHEDEN Op dit moment is de verdeling als volgt in het sociaal domein waarbij geen onderscheid is gemaakt tussen kaderstellend beleid, beleidsontwikkeling, beleidsvaststelling en uitvoering. Als er sprake is van delegatiein de huidige regeling, gaat dit over alles. Delegatie van taken op het gebied van:  Participatiewet, IOAW/ IOAZ  Maatwerkvoorzieningen Wmo  De Wet Kinderopvang, voor zover betrekking op de tegemoetkoming van de gemeente in de kosten van kinderopvang  Wet gemeentelijke schuldhulpverlening  WSW: het in samenhang met de Participatiewet (doen) uitvoeren van de Wsw, aangepaste arbeid en daarmee verband houdende vraagstukken op specifiek benoemde terreinen Mandatering van taken op het gebied van:  Wet op lijkbezorging  Het doen van een verzoek tot instellen, verlengen of opheffen schuldenbewind

2

Artikel 18 jo. artikel 16, eerste, tweede en vierde lid, Wgr. Dit geldt tevens voor de leden van het bestuur van een bedrijfsvoeringsorganisatie of van een gemeenschappelijk orgaan. 3 Artikel 19 jo. artikel 16, eerste en tweede lid, Wgr.

11

DE CONTOUREN VAN EEN VERNIEUWDE SA MENWERKING IN HET SOCIAAL DOMEIN DRECHTSTEDEN UITGANGSPUNTEN VOOR EEN NIEUWE VERDELING VAN BEVOEGDHEDEN EN VERANTWOORDELIJKHEDEN De volgende leidende principes zijn gebruikt bij de verdeling van bovenstaande taken. Ze komen voort uit het principebesluit en de ambtelijke en bestuurlijke gesprekken. De keuze waar bevoegdheden en verantwoordelijkheden te beleggen moet voldoen aan de uitgangspunten in het principebesluit enerzijds en de input uit de inhoudelijke sessie en uitvoerbaarheid anderzijds. De belangrijkste principes zijn:  Eenduidig robuust pakket van gezamenlijke diensten zodat regionale slag- en executiekracht, wendbaarheid en professionele handelingsruimte behouden blijven.  Beleid hieromtrent wordt in de GR opgesteld4 en uitgevoerd, waarbij het lokaal primaat het startpunt is;  Maatwerk meer dan nu mogelijk; eventuele meerkosten hiervan wel altijd voor de afnemer, ook voor wat betreft investering in lokale ambtelijke capaciteit.  Rekening houden met de landelijke ontwikkelingen waar noodzakelijk in de verdeling van taken. Voor de verdeling van taken wordt onderscheid gemaakt in beleidsontwikkeling (kaderstellend beleid, nadere regels én beleidsregels), beleidsvaststelling en uitvoering:  Bij de beleidsontwikkeling5 wordt zo vroeg mogelijk in de voorbereiding verbinding en samenwerking met lokaal gezocht.

Het gaat uit van een proces van co-creatie. Dit gebeurt o.a. door inhoudelijk periodiek ambtelijk overleg te organiseren tussen de GR en zeven gemeenten op beleidsniveau. Dit proces wordt de komende periode nader uitgewerkt. Een mogelijk andere of extra optie hierin is om tevens gebruik te maken van een voorbereidende (adviserend, niet besluitvormend) raadscommissie. Dit komt ook terug uit de motie bij de gemeente Papendrecht. Meer informatie hierover in bijlage 1 en 2.  Bij afwezigheid van de Drechtraad gaan de zeven gemeenteraden straks formeel over de vaststelling van de geldende verordeningen en de overige kaders. Hierbij wordt opgemerkt dat het voor een samenwerkingsverband essentieel is dat er een zekere mate van harmonisatie van kaderstellend beleid wordt bereikt. Zonder die harmonisatie wordt de uitvoering zeer complex en kunnen schaalvoordelen verloren gaan.  Onder uitvoering wordt verstaan: “het uitvoeren van de regionaal belegde taken en daarmee het nemen van allerlei besluiten (en beschikkingen) op klantniveau inclusief verwerking/vastlegging in de juiste systemen, het afhandelen van klachten, het afhandelen van bezwaar, beroep en hoger beroepszaken, archivering en inkoop /contractmanagement”. Inkoop vraagt specifieke aandacht om de voorwaarden, beleid en keuzes aan de voorkant goed af te stemmen met de zeven gemeenten.

Kaders hiertoe komen uit het kaderstellend beleid dat lokaal wordt vastgesteld. Afhankelijk van de te maken keuzes in delegatie en mandaat op de nadere regels en de uitvoering kan de verantwoordelijkheid (op onderdelen) lokaal en/of regionaal liggen. De termen delegatie en mandaat worden nader toegelicht in bijlage 3. Bij delegatie is formele sturing op casusniveau uitgesloten, bij mandaat kan dit wel én kan het college zelf de bevoegdheid uitoefenen. Opgemerkt wordt verder dat het kaderstellend beleid, door de keuze voor een collegeregeling, altijd lokaal belegd is, nadere regels kunnen enkel gedelegeerd worden en niet gemandateerd. Bovendien zijn daarin verschillen per bevoegdheid, per wet en per taak én vervolgens ook per gemeente mogelijk. Een extreme variant van mengpanelen is vervolgens het effect, waar alle schuiven anders staan. Dat is niet werkbaar voor een GR die robuustheid in zich moet hebben en slagvaardig en daadkrachtig moet kunnen blijven opereren wil het effectief en efficiënt blijven. Daarom wordt geadviseerd om enerzijds de ruimte te zoeken per wet / taak voor wat betreft de keuzes voor het beleggen van bevoegdheden en verantwoordelijkheden. Anderzijds wordt geadviseerd keuzes gelijk te trekken voor alle gemeenten. De situatie wordt anders te onoverzichtelijk, ook binnen het bestuur van de GR.

De situatie kan dan namelijk ontstaan dat enkele gemeenten de bevoegdheid niet overgedragen hebben, maar wel kunnen mee beslissen in het bestuur.

4

In co-creatie met de gemeenten

5 Conform het principebesluit wordt regionaal beleid hieromtrent in de GR opgesteld en uitgevoerd

12

DE CONTOUREN VAN EEN VERNIEUWDE SA MENWERKING IN HET SOCIAAL DOMEIN DRECHTSTEDEN VERDELING BEVOEGDHEDEN EN VERANTWOORDELIJKHEDEN (GEMEENTEN – GR) Op grond van de vastgestelde uitgangspunten, de opbrengsten van de dialoogsessies en de inrichtingsprincipes van een klassieke GR wordt op hoofdlijnen onderstaande verdeling van bevoegdheden en verantwoordelijkheden tussen de gemeenschappelijke regeling en de lokale gemeenten voorgesteld. Hierin ziet u een gebalanceerde mix terug van onderwerpen waarvoor de verantwoordelijkheid lokaal blijft en waar die bij de gemeenschappelijke regeling komt te liggen. Een gedetailleerde uitwerking van dit voorstel treft u in bijlage 3 bij deze notitie aan. Er is een splitsing tussen bestaande en nieuwe taken gemaakt. Onderwerp, bestaande taken

Voorstel

Participatiewet

 

IOAW en IOAZ Maatwerkvoorzieningen Wmo Wet kinderopvang, voor zover betrekking op de tegemoetkoming6. Wet gemeentelijke schuldhulpverlening

Wet op de lijkbezorging

Het doen van een verzoek tot instellen, verlengen of opheffen schuldenbewind WSW: het in samenhang met de Participatiewet (doen) uitvoeren van de WSW, aangepaste arbeid en daarmee verband houdende vraagstukken op specifiek benoemde terreinen. Verstrekken subsidies

6

Kaderstelling lokaal Voor aanvullende inkomensondersteuning, paragraaf 4.1 van de wet (bijzondere bijstand, inkomenstoeslag (= PMB) en studietoeslag): nadere regels lokaal, delegatie op uitvoering  Participatieplekken: Alblasserdam en Dordrecht geven de voorkeur aan een lokale invulling, de andere gemeenten willen eerst de financiële consequenties van een keuze uitgewerkt zien. Er wordt momenteel een inhoudelijk voorstel voorbereid op dit punt.  Delegatie op overige nadere regels en uitvoering (inclusief eventuele beleidsregels)  Kaderstelling lokaal  Delegatie op nadere regels en uitvoering  Kaderstelling lokaal  Nadere regels lokaal  Delegatie op uitvoering (inclusief eventueel beleidsregels)  Kaderstelling lokaal  Delegatie op nadere regels en uitvoering (inclusief eventueel beleidsregels)  Kaderstelling lokaal  Nadere regels lokaal  Mandaat voor uitvoering taken vroegsignalering, preventie, nazorg, zodat zowel gemeenten als GR bevoegd zijn bij deze taken  Delegatie op overige uitvoering inclusief beleidsregels (o.a.

curatieve trajecten)  Kaderstelling lokaal  Nadere regels lokaal  Uitvoering in mandaat  Dit punt bevat geen kaderstelling of nadere regels  Uitvoering in mandaat (zowel GR als gemeenten kunnen taak uitvoeren)  Kaderstelling lokaal  Delegatie op nadere regels en uitvoering (inclusief eventuele beleidsregels) De gemeente Hardinxveld-Giessendam heeft vrijstelling van de genoemde taken bij de WSW.  

Kaderstelling lokaal Delegatie op nadere regels en uitvoering (inclusief eventuele beleidsregels)

De overige taken, waaronder sociaal medische indicaties zijn nu al lokaal belegd.

13

DE CONTOUREN VAN EEN VERNIEUWDE SA MENWERKING IN HET SOCIAAL DOMEIN DRECHTSTEDEN Naast de uitwerking van de bestaande taken, geven we hieronder ook een uitwerking van nieuwe taken aan. Onderwerp, nieuwe taken Wet inburgering (nieuw)

Voorstel Voor vier gemeenten (Dordrecht, Hendrik Ido Ambacht, Papendrecht, Zwijndrecht):  Kaderstelling lokaal  Nadere regels lokaal  Beleidsregels en uitvoering in mandaat De overige 3 gemeenten (Alblasserdam, Hardinxveld Giessendam en Sliedrecht) geven er de voorkeur aan om voor inburgering met de GR SDD via dienstverleningsovereenkomst(en) maatwerkafspraken te maken.

In dit jaar zullen naast de mijlpalen (deze hoofdlijnennotitie, concepttekst en alle definitieve stukken) ook alle beleidsdocumenten aangepast moeten worden, zodat deze tijdig de route in kunnen naar de lokale raden, colleges of het nieuwe bestuur van de GR. Zodat in december 2021 elke gemeenteraad de kaders per 1 januari 2022 heeft vastgesteld en de GR rechtsgeldig besluiten kan blijven nemen. Vaak zijn er ook nog technische wijzigingen noodzakelijk (vanwege landelijke ontwikkelingen in wetgeving of indexering e.d.) waardoor er de noodzaak is om dit tijdig te organiseren. De meest uitvoerbare manier voor de inhoud om de overgang te maken naar de nieuwe GR is om het huidige beleidskader dat is vastgesteld door de Drechtraad dan lokaal opnieuw te bekrachtigen binnen het huidige financiële kader. Bovendien komen er verkiezingen aan in 2022. Voorstel is daarom om inhoudelijke wijzigingen vanaf 2022 met elkaar door te voeren. Hiertoe wordt een gezamenlijke planning en proces ontwikkeld. 3.6 FINANCIËLE CONTOUREN EN ADVISERING AB / DB VERDELING VAN DE KOSTEN Voor gemeenten is de verdeling van kosten over deelnemende organisaties in de GR een belangrijk aandachtspunt. Een transparante en faire verdeling wekt vertrouwen en voorkomt “scheve gezichten” tussen deelnemers.

Met name bij de behandeling van de jaarlijkse begroting is het van belang dat er breed draagvlak is voor de wijze waarop de kosten van de gemeenschappelijke regeling (GR) aan de deelnemers wordt toebedeeld. Het helpt bestuurders om met een regionale blik naar de organisatie en haar dienstverlening te kijken in plaats van te focussen op lokale effecten. Kostenverdeling is primair een bestuurlijk vraagstuk. Als vervolg op de ontwikkeling van een nieuw financieel kader GRD/SDD is voorzien om de huidige verdeelsleutels tegen het licht het houden. In 2021 loopt er een apart project op dit onderwerp in de regio met de opdracht om te komen tot “een nieuwe set aan verdeelsleutels voor de gemeentelijke bijdragen aan GRD/SDD die gebaseerd is op eenduidige principes en die breed draagvlak heeft bij de betrokken gemeenten". Het traject loopt bewust los van de transitie GR, zodat structuur en principiële inhoud niet vermengen. De GR start straks met een begroting 2022 die in 2021 is vastgesteld en gebaseerd is op staand beleid. Door het proces voor het vaststellen van een nieuwe set verdeelsleutels, met draagvlak bij de betrokken gemeenten, te scheiden van reguliere begrotingsproces wordt dit proces niet verstoord door discussie over de effecten. Een wijziging van kostenverdeling staat bovendien volledig los van de te kiezen (of te behouden) rechtsvorm.

Afhankelijk van de mate van herverdeeleffecten zal dan ook een besluit worden voorgelegd hoe en in welk tempo de financiële herverdeling in de respectievelijke begrotingen wordt opgenomen. De uitkomst van dit traject zal in elk geval zijn weerslag krijgen in de begrotingscyclus 2023 van de nieuwe GR die start in november 2021. In het proces is verder rekening gehouden met ambtelijke en bestuurlijke afstemming van dit proces met de transitie GR Sociaal.

14

DE CONTOUREN VAN EEN VERNIEUWDE SA MENWERKING IN HET SOCIAAL DOMEIN DRECHTSTEDEN

Bij de transitie van de GR Sociaal Drechtsteden is een van de vraagstukken wat de sturingsprincipes (lokaal aan de knoppen draaien) voor effect hebben op de lokale begrotingen van de gemeenten. Met andere woorden: wat gebeurt er wanneer een gemeenteraad ervoor kiest om bijvoorbeeld het persoonlijk minimabudget te verlagen? De financiële effecten hiervan moeten landen in de lokale begroting (inverdieneffect). In praktijk moet dit betekenen dat er minder geld naar de gemeenschappelijke regeling gaat en dat er lokaal een keuze wordt gemaakt of en hoe dit ‘vrijgekomen’ geld anders ingezet wordt. Belangrijk daarbij zijn realistische prognoses vanuit de gemeenten, zodat de GR hier op kan anticiperen. Dit heeft ook alles te maken met goed opdrachtgeverschap richting de GR. Wat hiervoor verder nodig is, hoe dit werkt met de vernieuwde samenwerking en wat dit verder in detail betekent, wetende dat het 2 aparte sporen zijn, werken we de komende periode verder uit. Daarbij benutten we dat wat al uitgewerkt is in het eerder gezamenlijk opgestelde financieel kader. P&C CYCLUS Voorgaande periode is door gemeenten en de SDD veel inzet gepleegd op het aanpassen van de P&C cyclus van de SDD. Met name is de aandacht gericht op onderdelen als reëel ramen, het ontschotten en inzichtelijk maken van de kostenverdeling.

Het doel hierbij is om meer inzicht te krijgen op de (meerjarige) baten en lasten, doelstellingen en de te leveren prestaties. Met de vorming van de GR sociaal wordt de ingezette weg op de genoemde onderdelen onverminderd doorgezet. De onderdelen worden ook opgenomen in de nog op te stellen nota Planning & Control vast te stellen door het AB vanaf 2022. Ook zaken als het controleprotocol, financiële statuten, nota activeren en afschrijven, nota risicomanagement en weerstandsvermogen zijn momenteel in voorbereiding (gezamenlijke werkgroep gemeenten en GR), zodat deze tijdig door het AB/DB vastgesteld kunnen worden. Daarbij worden de huidige GR documenten als basis gebruikt. ADVISERING DB / AB VAN DE GR Net als nu zal er advisering nodig zijn richting het AB en DB van de GR. De dynamiek en ontwikkelingen in het sociaal domein in de komende jaren maakt dit van wezenlijk belang. Een deel van de advisering zal zich richten op de inhoudelijke voorstellen (beleid en financiën) en een ander deel op de eigenaarsrol (begroting en jaarrekening). Daarnaast kan overwogen worden om een adviescommissie met gemeenteraadsleden in te stellen. De inrichting van het AB en DB zal de komende weken nog een punt van verdere uitwerking zijn. Daarin wordt ook het punt van advisering, commissies etc. meegenomen.

OVERIGE P&C PRODUCTEN (BEGROTING – BURAP – JAARREKENING) Anders dan in het huidige construct heeft de SDD voor de toekomst haar P&C producten direct, zonder consolidatie GRD, bij het bestuur van de GR aan te bieden. Deze wijziging heeft voor de SDD ook gevolgen voor de control functie. De onafhankelijke control rol ligt nu bij de GRD, maar zal in de toekomst bij de SDD moeten worden georganiseerd. Ten opzichte van de huidige situatie moet het bestuurlijke besluitvormingsproces voor de P&C producten aangepast worden: P&C product Gremia Periode Uitgangspuntennotitie DB/AB Januari (jaar t-1) Begroting SDD DB/AB April (jaar t-1) BURAP 1 DB/AB Mei (jaar t) BURAP 2 DB/AB Oktober (jaar t) Jaarrekening DB/AB April/juni (jaar t+1) TE VERWACHTEN FINANCIËLE CONSEQUENTIES TRANSITIE GR Het feit dat de huidige GR omgevormd wordt voor de sociale dienst naar een klassieke GR vraagt aandacht voor de capaciteit bij gemeenten én GR in het kader van het beleidsontwikkelings- en vaststellingsproces. Het kan een 15

DE CONTOUREN VAN EEN VERNIEUWDE SA MENWERKING IN HET SOCIAAL DOMEIN DRECHTSTEDEN verhoging of verschuiving van taken betekenen. Denk hierbij aan taken als ambtelijke afstemming, coördinatie, bestuurlijke afstemming, beantwoorden vragen. De uitdaging is om te komen tot complexiteitsreductie. Niet alleen wendbaarheid speelt een rol, het gaat tevens om werkbaarheid voor alle organisaties die betrokken zijn.

Punten van aandacht zijn: 1. De klassieke GR betekent dat de 7 gemeenten lokaal het kaderstellend beleid vaststellen. Voor de gemeenten betekent dit dat de stukken lokaal de route in gaan en niet langer naar een Drechtraad. Voor de GR betekent dit dat stukken niet naar een gremium de route in gaan (Drechtraad), maar naar zeven. Dit raakt het proces van beleidsontwikkeling, afstemming (van o.a. planning e.d.) en besluitvorming (o.a. technische vragen c.q. aanwezigheid bij de zeven raden). 2. Er speelt mee dat afhankelijk van de keuze die gemaakt wordt qua bevoegdheden en verantwoordelijkheden voor nadere regels, die keuze kan betekenen dat stukken lokaal de route in gaan en daarmee niet naar een gremium (AB of DB) gaan, maar naar de zeven colleges. Ook dit raakt het proces van beleidsontwikkeling, afstemming (van o.a. planning e.d.) en besluitvorming. 3. Bovenstaande kan ook gelden voor uitvoeringskwesties, opnieuw afhankelijk van de keuzes die gemaakt worden in de taakverdeling en verdeling van bevoegdheden én verantwoordelijkheden. De keuzes die gemaakt zijn met het principebesluit en de punten die uitgewerkt zijn in deze notitie hebben impact op alle organisaties (gemeenten en GR). Ook de ontvlechting van de GR SDD met de andere dochters, kan verdere impact hebben op de organisaties.

We raden elke organisatie dan ook aan om een toets te doen op effecten en uitvoerbaarheid, zodat hier scherpte op komt. Naarmate de contouren en besluiten scherper worden kan dit opnieuw nodig zijn, vanwege een wijziging in die impact.

16

DE CONTOUREN VAN EEN VERNIEUWDE SA MENWERKING IN HET SOCIAAL DOMEIN DRECHTSTEDEN 4. VERVOLGPROCES EN PLANNING 4.1 AANDACHTSPUNTEN VOOR HET VERVOLG De planning van het transitiejaar is zeer ambitieus. Het vraagt een zekere mate van tijd en een strakke planning, zodat er genoeg ruimte is voor het gesprek en de besluitvorming enerzijds. Anderzijds vraagt het om flexibiliteit wanneer dit nodig is, zodat deadlines niet in gevaar komen. De detailplanning voor komende periode is in 4.2 weergegeven. De komende weken wordt, terwijl deze notitie in route is, doorgewerkt aan de zaken die nog nadere uitwerking vragen, zoals de inrichting van het AB, DB en de uitwerking van de stemverhoudingen. Ook wordt de eerste concepttekst van de gemeenschappelijke regeling voorbereid. In de concepttekst zal ook nadrukkelijk aandacht besteed worden aan het toekomstige perspectief van uitbreiding en toetreding andere gemeenten of onderdelen. Gelijktijdig vinden er diverse communicatiemomenten plaats, van individuele raadssessies over het proces, tot technische vragenrondes voor alle raadsleden en inspirerende stand ups met diverse workshops en nadere informatie. De komende weken zullen ook financiële consequenties duidelijker worden, als steeds meer contouren scherper worden en de ontvlechting meer vorm krijgt.

Tot slot vragen we aandacht voor een aantal punten:  Het nu al bestaande maatwerk dat al tussen diverse gemeenten en de GR bestaat: dit moet in de uiteindelijke tekst en afspraken een goede plek behouden en daarmee niet vergeten worden.  De verbonden partijen aan de GR, zoals stroomlijn en BB Deta. Op dit moment is de GRD eigenaar en de SDD opdrachtgever. Omdat de GRD als rechtspersoon blijft bestaan met als enige partij de GR Sociaal blijft het eigenaarschap bij de GR. Daarin wijzigt zogezegd niets. Een aandachtspunt hierbij is het goed regelen hiervan in de toekomstige governance en rolverdeling van portefeuillehouders. Wellicht dat de statuten van de BV’s eveneens moeten worden aangepast. 4.2 VERVOLGPLANNING

17

DE CONTOUREN VAN EEN VERNIEUWDE SA MENWERKING IN HET SOCIAAL DOMEIN DRECHTSTEDEN BIJLAGE 1 PRINCIPEBESLUIT De Raad voor te stellen in te stemmen met de koers en uitwerkingsrichting voor de toekomstige Drechtsteden samenwerking verwoord in het geformuleerde principebesluit door de colleges van de Drechtstedengemeenten op 27 oktober:  De GRD wordt getransformeerd. Huidige tekst GRD wordt vervangen door een nieuwe GRtekst.  Zowel in de nieuwe GR als in de nieuwe service-gemeente helderheid over toe- en uittreding/deelname. Uitnodigend naar omliggende gemeenten.  In het kader van gedeeld eigenaarschap wordt de huidige GR omgebouwd naar een klassieke GR voor de sociale dienst, met daarin de volgende uitgangspunten: o Beleid hieromtrent wordt in de GR opgesteld en uitgevoerd, waarbij het lokaal primaat het startpunt is; o Robuust pakket van gezamenlijke diensten; o Maatwerk meer dan nu mogelijk; eventuele meerkosten hiervan wel altijd voor de afnemer, ook voor wat betreft investering in lokale ambtelijke capaciteit; o Bij besluiten streven naar consensus, maar indien er toch wordt gestemd moet er rekening worden gehouden enerzijds met belangen langs de lijnen van inwonersaantal / financiële bijdrage en anderzijds voorkomen dat er volledige overheersing is door “stedelijk gebied” of “poldergebied”.

 Voor de overige dochters van de GRD wordt in principe gekozen voor een service-gemeente vanuit Dordrecht met zakelijke dienstverleningsovereenkomsten. Hierbij hanteren we verschillende service-levels met een transparant kostenplaatje. Geen gedwongen winkelnering en commitment voor een aantal jaar voor een bepaald level.  Zowel de service-gemeente inzake bedrijfsvoering als de nieuwe GR op sociaal behoeft nadere uitwerking en inkleuring. Dordrecht komt voor Kerstmis als penvoerder met een voorstel daartoe en doet dat in samenspraak met de 7 gemeentesecretarissen. Voor wat betreft de GR “sociaal” wordt tevens een bestuurlijke klankbordgroep met portefeuillehouders gevormd inzake de inhoudelijke input.  We vragen zo spoedig mogelijk commitment aan de 7 gemeenteraden op dit principebesluit. Dordrecht zal een eenduidig besluit voorbereiden dat via de colleges aan de 7 gemeenteraden kan worden voorgelegd.  Definitieve besluitvorming wordt voorgelegd in de vorm van een aangepaste GR-tekst en aanvullende besluiten in Q1 van 2021  Communicatie (zowel richting raden als organisatie(s)) geschiedt eenduidig, voorbereid door penvoerder Dordrecht in samenspraak met de 7 gemeentesecretarissen.

 Er worden in het nieuwe model inspirerende kwartaalbijeenkomsten geïntroduceerd waar politiek, bedrijfsleven en kennisinstellingen elkaar ontmoeten, bestaande uit plenair deel, workshops en ruimte voor ontmoeting/lunch/borrel.  Het jaar 2021 wordt benut voor de implementatie.  Zowel inzake voortgang, communicatie en implementatie wordt in hoge mate het belang van de huidige organisatie en de medewerkers in acht genomen en betrokken.  1 januari 2022 moet e.e.a. doorgevoerd zijn, zodat de nieuwe raads- en collegeperiode goed kan starten.

18

DE CONTOUREN VAN EEN VERNIEUWDE SA MENWERKING IN HET SOCIAAL DOMEIN DRECHTSTEDEN

BIJLAGE 1 AANGENOMEN MOTIE GEMEENTE PAPENDRECHT

Motie Regio Drechtsteden democratisch en uitnodigend De raad van de gemeente Papendrecht, in vergadering bijeen op 21 januari 2021, Constaterende dat:  In de Drechtsteden alle gemeenten veel waarde hechten aan een goede regionale samenwerking,  In de regio een transformatie op gang is gekomen die voorziet in een andere structuur voor de samenwerking op het gebied van gemeentelijke bedrijfsvoering en de sociale dienst,  Er zorgen zijn over het democratisch tekort, vooral op het belangrijke en beleidsrijke beleidsterreinen van de sociale dienst,  Er nu een algemeen uitgangspunt van een uitnodigende houding naar omliggende gemeenten is opgenomen in de voorstellen, dat echter nog niet concreet is ingevuld,  Op nationaal niveau in het kader van de nieuwe wetgeving voor regionale samenwerking (nieuwe WGR) mogelijkheden worden geboden om het democratisch tekort in de regio te verkleinen, Overwegende dat:  Versterking van de samenwerking vooral een vraagstuk is van cultuur en minder van structuur,  Er breed frustraties leven bij raden over late betrokkenheid bij belangrijke besluiten van gemeenschappelijke regelingen,  De adviescommissie door de wetgever expliciet bedoeld is om raden eerder en effectiever te betrekken bij belangrijke voorgenomen besluiten van gemeenschappelijke regelingen en bovendien de mogelijkheid biedt om ongevraagd advies te geven,  De gemeenten

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/269/documents/8669