Concept Jaarstukken 2023 Dordrecht.pdf
Tekst van het document
Rekening houdend ook met sloop en verkoop van woningen, betekent dit dat volgens de huidige planning in 2026 het huidige tekort aan sociale huurwoningen ingelopen zal zijn. We zien wel dat er zo nu en dan vertraging ontstaan, waardoor projecten worden doorgeschoven naar de jaren/jaar daarop. We maken woningbouw mogelijk door gronduitgifte, gebiedsontwikkeling, bestemmingsplannen en begeleiding van initiatieven. Begroting 2023 Naast verdere realisatie op Stadswerven, Wilgenwende, Leerpark (2F) en Amstelwijck (Refaja) begeleiden we in 2022 veel initiatieven. In 2023 start de bouw van woningen in de gebiedsontwikkelingen Gezondheidspark (Middenzone), Amstelwijck (Midden) en Spuiboulevard. Dit alles moet leiden tot een jaarlijkse realisatie van gemiddeld 1.000 woningen. Activiteitsverantwoording: toelichting op activiteitsrealisatie of afwijking Er zijn in 2023 1.227 woningen in aanbouw, waaronder in Amstelwijck, Stadswerven en vele kleinere projecten. Voor 2023 komen we volgens de voorlopige cijfers uit op 788 opgeleverde woningen volgens het CBS. De 1.000 woningen halen we niet, maar de bouw is wel op gang gebleven. Zo is Wilgenwende afgerond, zijn er woningen opgeleverd in Amstelwijck en is Leerpark 2F gerealiseerd. Landelijk is er in de bouw vertraging ontstaan. Slechts 53% van de 100.000 te bouwen woningen is gebouwd in 2023.
De bouw op Stadswerven is in lijn met de landelijk ontwikkeling, waardoor ook hier vertraging is ontstaan. De ontwikkelingen op het gezondheidspark zijn ook vertraagd, echter liggen hier juridische problemen aan ten grondslag. Op de Spuiboulevard is de bouw gestart. Dit geldt ook voor kleinere projecten verspreid over de stad. We ontwikkelen het gebied aan de zuidzijde rondom Station Dordrecht. Begroting 2023 In 2023 starten we met het verbeteren van de zuidelijke entree van het station Dordrecht centrum en de bouw van de fietsenstalling aan de parkzijde van station Dordrecht. De herinrichting van het Weizigtpark is dan reeds in gang gezet en wordt in 2023 verder uitgevoerd. Ook start de ontwikkelaar met de hernieuwbouw van de Thureborghlocatie. Dit betekent een uitbreiding van zo'n 300 sociale huurwoningen. Activiteitsverantwoording: toelichting op activiteitsrealisatie of afwijking De herinrichting van het Weizigtpark is bijna afgerond. De hernieuwbouw van Thureborgh is omwille van financiële redenen vertraagd. De ontwikkelaar wil het project faseren zodat het financieel haalbaar wordt. Er worden 451 woningen voor studenten en jongeren gerealiseerd in drie fases. Het project zou een combinatie zijn van transformatie en nieuwbouw.
Concept Jaarstukken 2023 Dordrecht
69
We geven invulling aan het onderwerp Wonen en Zorg. Begroting 2023 Begin 2022 is het 'Ambitiedocument Wonen en Zorg voor Senioren, van zilver naar goud' aan de raad aangeboden. Daarin staat een aantal mogelijke scenario's om invulling te geven aan dit beleidsthema in de nieuwe bestuursperiode. Vanuit het ministerie van Binnenlandse Zaken is inmiddels de ambitie uitgesproken om dit thema te verbreden naar andere, relevante doelgroepen. We kijken wat deze ontwikkeling betekent voor de invulling van het onderwerp Wonen en Zorg. En bij de voorbereiding van het voorstel voor een samenhangende aanpak voor wonen, zorg, welzijn en arbeidsmarkt voor senioren. (zie activiteit 2 bij Doelstelling 1 van de Programmakaart Gezond, Sociaal en Zorgzaam). Activiteitsverantwoording: toelichting op activiteitsrealisatie of afwijking Er is in 2023 aandacht geweest voor het opvangen van vergrijzing. Dit is echter op afzonderlijke onderdelen gebeurd en in verschillende programma's. Met de komst van de integrale visie Sociaal Domein, kunnen we in 2024 de focus gaan leggen op een samenhangende aanpak. We zorgen voor differentiatie in het woningaanbod in Dordt West. Begroting 2023 In 2023 blijven we inzetten op differentiatie in het woningaanbod in Dordt West. Trivire gaat verder met de bouw van de Charlotte de Bourbon.
Sloop en realisatie van het aangrenzende Witte Dorp van Woonbron volgt een jaar later. Woonbron gaat verder met de bouw van de Van Kinsbergenstraat en de Vliegenstraat. Al deze projecten zorgen voor een kwaliteitsslag in sociale huurwoningen en een vergroting van het aanbod particuliere woningen. In 2023 werken we aan de speeltuinvereniging, de volkstuinenlocatie, de Karel Doormanweg, het Admiraalsplein, de Bouwhuijslocatie, de Van der Goesstraat en de Colijnstraat. Ook vindt er onderzoek plaats naar de locaties Troelstraweg West en Protestantse Zorggroep Crabbehoff (PZC). Activiteitsverantwoording: toelichting op activiteitsrealisatie of afwijking De door Trivire te bouwen woningen aan de Charlotte de Bourbon zijn gerealiseerd en opgeleverd. De sloop van de Woonbron woningen in het Witte Dorp is eind vorig jaar gestart. De van Kinsbergenstraat is eveneens opgeleverd en de realisatie van de Vliegen- en de van der Goesstraat verloopt volgens planning. De speeltuinlocatie is recentelijk aan een ontwikkelaar gegund. Voor de Karel Doormanweg is de omgevingsvergunning voor de school aangevraagd en de bestemmingsplanprocedure voor de woningen gestart. De planvorming van de Bouwhuijslocatie is verder uitgewerkt. In 2024 wordt voor dit laatste project de omgevingsvergunning aangevraagd.
Ook is verder gewerkt aan het Admiraalsplein, de onderzoeken voor de Troelstraweg West (Crabbehof-west) en de Protestantse Zorggroep Crabbehof waarvoor een intentieovereenkomst getekend is. Daarmee is de kwaliteitsslag ingezet en voor ten dele reeds gerealiseerd. De Colijnstraat blijft enigszins achter vanwege verschil in inzicht met betrekking tot het te realiseren programma. Deze ontwikkelingen zorgen voor meer differentiatie, door naast sociale huurwoningen ook in andere, met name koopsegmenten woningen toe te voegen.
Doelstelling 2: Het ontwikkelen van planvorming voor het toevoegen van harde planvoorraad. Als gemeente kunnen wij ervoor zorgen dat plannen mogelijk worden door hiervoor de kaders te stellen. Is het mogelijk om te bouwen, dan noemen we dat 'harde planvoorraad'. Om de doelstelling voor deze raadsperiode en daarna te halen moeten we ons richten op het vormen van harde planvoorraad. Tot 2026 zijn er harde bestemmingsplannen voor ruim 4.000 woningen, waarvan een deel reeds in uitvoering is. Voor de gehele periode tot en met 2031 zijn er harde en zachte plannen voor ruim 9.000 woningen. De focus ligt op grotere verdichtingslocaties. Zoals het Gezondheidspark, de Spuiboulevard, het Maasterras, Stadswerven, Amstelwijck, Dordwijkzone en Staart.
Concept Jaarstukken 2023 Dordrecht
70
Voor de ontwikkelingsgebieden van de Spoorzone werken we concrete planvorming uit. Begroting 2023 De Dordtse Spoorzone draagt met de bouw van circa 6.000 woningen en verschillende infrastructurele investeringen voor een belangrijk deel bij aan de bouw- en bereikbaarheidsambities in het Politiek Akkoord 2022-2026 en de visie Dordt 2030. De Dordtse Spoorzone is onderverdeeld in verschillende ontwikkelgebieden, die ieder in hun eigen tempo worden ontwikkeld. Voor ontwikkelgebied Maasterras werken we in 2023 aan de Omgevingseffectrapportage, het stedenbouwkundig masterplan en de stedenbouwkundige uitwerking voor de eerste fase. Hiertoe wordt een omgevingsplan en een grondexploitatie opgesteld, die we ter besluitvorming zullen voorleggen. Voor het ontwikkelgebied Knoop LeerparkGezondheidspark werken we in 2023 een ontwikkelstrategie uit. In het ontwikkelgebied rondom Station Dordrecht starten we in 2023 met de eerste deelprojecten. Ook vindt er een verdere verkenning plaats naar welke mogelijkheden dit gebied nog meer heeft voor stedelijke verdichting. Activiteitsverantwoording: toelichting op activiteitsrealisatie of afwijking In 2023 is voor de gebiedsontwikkeling Maasterras Fase 1 (2.200 woningen) en Fase 2 (1.300 woningen) de OmgevingsEffectRapportage (Antea) en het StedenbouwkundigMasterplan (Mecanoo) opgesteld.
Het daarop gestoelde Ontwerp Bestemmingsplan Maasterras Fase 1 is door het college op 12 december 2023 vrijgegeven voor inspraak. In 2023 is gewerkt aan de ontwikkelstrategie voor het ontwikkelgebied Knoop Leerpark-Gezondheidspark, mede in relatie tot de beoogde realisatie van Station Leerpark. Station Leerpark is onderdeel van de eind 2022 gestarte MIRT-verkenning Oude Lijn. In 2024 wordt daarvan de Nota Kansrijke Oplossingen verwacht. In het gebied rondom station Dordrecht is de strategische verwerving van het Van Baerleplantsoen 26 van Woonbron voorbereid. Deze gronden zijn in de toekomst benodigd voor de eventuele uitbreiding van de sporenlay-out en de realisatie van het Metropolitane Fietspad (F16) van Rotterdam naar Dordrecht. Bureau De Zwarte Hond heeft onderzoek gedaan naar mogelijkheden van binnenstedelijke verdichting. Voor het zuidelijk stationsgebied komen daar geen concrete mogelijkheden uit voort. We werken de visie voor de Dordwijkzone uit. Begroting 2023 Voor de Dordwijkzone is een uitvoeringsagenda opgesteld waarin de verschillende activiteiten staan benoemd. In 2023 werken we aan verschillende deelprojecten uit deze agenda. Voor deelgebied Stevensweg-Schenkeldijk werken we aan een omgevingsplan. Tevens realiseren we in 2023 deelgebied Reewegpark.
Activiteitsverantwoording: toelichting op activiteitsrealisatie of afwijking Voor de Dordwijkzone is er gewerkt aan een omgevingsplan voor het deel stevenswegSchenkeldijk. Voor de woningbouwlocaties worden massa studies en rekenmodellen opgevoerd om te onderzoeken wat de mogelijkheden zijn. Voor het Reewegpark is het eerste deel klaar. Er wordt nog gewacht op het juiste seizoen voor het planten van bomen. We voegen koopwoningen aan de planvoorraad toe met een waarde tot aan de NHG norm. Begroting 2023 Onderdeel van het woonprogramma is om koopwoningen onder de NHG norm te bouwen. Dit is een landelijke norm voor een 'betaalbare' woning. We streven ernaar om 1.500 betaalbare koopwoningen toe te voegen aan de harde planvoorraad. Activiteitsverantwoording: toelichting op activiteitsrealisatie of afwijking Doel is om 1.500 betaalbare koopwoningen aan de planvoorraad toe te voegen. Op dit moment zitten er 1.877 betaalbare koopwoningen (prijspeil 2023 kleiner € 355.00) in de programmering. De koppeling tussen de NHG-grens en de betaalbaarheidsgrens is losgelaten, Dordrecht volgt de definitie van het Rijk wat de betaalbaarheidsgrens betreft.
Concept Jaarstukken 2023 Dordrecht
71
Doelstelling 3: Het ontwikkelen van een ruimtelijke ordening die ruimte biedt aan duurzame ontwikkelingen, transformatie en een divers woonaanbod. Dordrecht bevindt zich midden in een dynamische periode, waarin de grote behoefte aan woningen, de bereikbaarheid, duurzaamheid, economische functies en de claim van vele functies op de openbare ruimte uitdagingen vormen. In lijn met de Woonvisie, respectievelijk het woonprogramma, zorgen we voor meer bouwplannen voor de toekomst. Via het Schone LuchtAkkoord (SLA) leveren we een bijdrage aan de noodzakelijke reductie van de stikstofemissies en voor het behoud van de natuurwaarden in de Biesbosch. Wij willen als stad graag aantrekkelijk, levendig en veelzijdig blijven. Een divers woningaanbod met bijbehorende voorzieningen zijn in dat kader belangrijk. Ook de binnenstad vervult daarbij een bijzondere rol. Daarom willen wij het voorzieningenniveau er op peil houden en de leegstand verminderen. Om onze doelen te bereiken werken we samen met externe partners, zoals binnen de Verstedelijkingsalliantie Leiden tot en met Dordrecht (acht gemeenten, de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) en de provincie Zuid-Holland. En samen met het Rijk in de Woondeal en het Verstedelijkingsakkoord Zuidelijke Randstad en de Regiodeal. We werken aan een actualisering van de Omgevingsvisie Dordrecht.
Begroting 2023 De doelen in de vast te stellen Omgevingsvisie 2.0 fungeren als randvoorwaarden om te komen tot groei. Nieuwe ontwikkelingen, zoals de Regionale EnergieStrategie, aangepast beleid en een nieuw Politiek Akkoord, vragen om aanscherping en waar nodig aanvulling van de Omgevingsvisie. De leefomgeving staat onder druk, er zijn veel ontwikkelingen die een claim leggen op de beschikbare ruimte. Denk aan woningbouw, klimaatadaptatie, energietransitie en de relatie met het buitengebied. We brengen demografische ontwikkelingen en het daarbij behorende niveau van voorzieningen in beeld via referentienormen. We voegen met 'de Staart' een nieuw gebied toe aan de omgevingsvisie. We hebben geleerd van de totstandkoming van de eerste versie en passen deze lessen toe bij de actualisering. Ook hebben we inmiddels enige ervaring met de doorwerking van de Omgevingsvisie in de overige beleidsinstrumenten. Daardoor kunnen we beter inspelen op bijvoorbeeld de op te stellen Programma's. De 7 geformuleerde doelen blijven het uitgangspunt. Activiteitsverantwoording: toelichting op activiteitsrealisatie of afwijking De actualisering van de Omgevingsvisie Dordrecht heeft in 2023 een periode stilgelegen vanwege beperkte capaciteit binnen de ambtelijke organisatie. In september 2023 is een projectleider aangetrokken die het verdere proces van actualisering gaat begeleiden.
In 2023 zijn voor een aantal deelgebieden uit de omgevingsvisie de kansen en confrontaties verkend. Dit is nog niet voor alle deelgebieden gedaan. Aan de hand van de kansen en confrontaties proberen we de te maken ruimtelijke keuzes op het abstractieniveau van een omgevingsvisie inzichtelijk te krijgen. Door hier keuzes op te maken, wordt de geactualiseerde omgevingsvisie beleidsrijker en daarmee richtinggevender. We maken inzichtelijk wat we in Dordrecht doen ter stimulering van de sociale veiligheid in relatie tot ruimtelijke kwaliteit. Begroting 2023 De raad heeft een amendement aangenomen bij de vaststelling van de Omgevingsvisie Dordrecht 1.0. Deze is gericht op het stimuleren van een veilig woon- en leefklimaat in relatie tot de ruimtelijke kwaliteit van de gebouwde omgeving. De ruimtelijke kwaliteit heeft invloed op de sociale veiligheid. Met een raadsinformatiebrief geven we de raad inzicht in wat we in Dordrecht allemaal doen in het kader van deze ruimtelijke kwaliteit en sociale veiligheid. Daarnaast onderzoeken we in hoeverre hier hiaten zijn en op welke manier we hier invulling aan gaan geven.
Concept Jaarstukken 2023 Dordrecht
72
Activiteitsverantwoording: toelichting op activiteitsrealisatie of afwijking De sociale veiligheid in de gebouwde omgeving wordt in Dordrecht via diverse kanalen geborgd. Er zal aan dit onderwerp extra aandacht worden besteed in het handboek Kwaliteit Openbare Ruimte en het zal in de gebiedsprogramma's worden opgenomen die op dit moment worden opgesteld. Een apart programma is dan ook niet de juiste weg om hier verder invulling aan te geven. We bereiden ons voor op de Omgevingswet. Begroting 2023 We bereiden ons voor om op 1 januari 2023 als gemeente te kunnen werken volgens de eisen van de Omgevingswet en zorgen dat we ook in geval van uitstel van de invoering goed gesteld staan voor soepele ruimtelijke procedures. Voor de tussenliggende periode betekent dit vooral: • Werken volgens de nieuwe beleidscyclus (omgevingsvisie, programma, omgevingsplan en monitoring). • starten met het opstellen van het omgevingsplan. • Het digitale stelsel op orde hebben, zodat men omgevingsvergunningen kan indienen en deze volgens nieuwe procedures kunnen worden afgegeven. Tegelijkertijd kunnen we als gemeente starten met het aanpassen van de dienstverlening. • Nieuwe bevoegdheden van raad en college vastleggen. Activiteitsverantwoording: toelichting op activiteitsrealisatie of afwijking De Omgevingswet is op 1 januari 2024 in werking getreden.
Deze datum markeert de overgang van werken in de geest van de nieuwe wet naar werken en verbeteren onder het regime van de Omgevingswet. We hebben voorbereiding en inwerkingtreding georganiseerd in een doorlopend programma. De nieuwe beleidscyclus is verder ingevuld met onder andere de ontwikkeling Maasterras en de uitvoering van de ontwikkeling in Amstelwijck. De eerste stappen voor het nieuwe omgevingsplan zijn gezet. Veel aandacht is gegeven aan de voorwaarden voor een goed omgevingsplan. Samen met de collega gemeenten in de Drechtsteden is een structuur vastgesteld en zijn afspraken gemaakt over uitwisseling van onderdelen en de organisatie van beheer. Eind december is de eerste wijziging van het Omgevingsplan gemeente Dordrecht gepubliceerd, het voorbereidingsbesluit Bodem dat geldt vanaf 1 januari 2024.
Doelstelling 4: Het realiseren van de bereikbaarheidsopgave in een verdichtende stad, waarbij we inzetten op het versterken van het OV-systeem en het gebruik van de fiets. Om de bereikbaarheidsopgave in een verdichtende en groeiende stad te realiseren willen we inzetten op het beleidsmatig verankeren van het zogeheten STOMP principe en de conceptuele en verkeerskundige uitvoering ervan. STOMP staat voor: Stappen, Trappen, OV, MaaS en Privé-auto - in deze volgorde van afnemende prioriteit. Hiermee geven we de meeste prioriteit aan de vervoerswijze die zowel het minste ruimtebeslag heeft als de grootste groep mensen kan faciliteren. Functiemenging en compactheid resulteren in gebieden waar lopen een aantrekkelijke optie is. We stellen een mobiliteitsprogramma 2040 met daarin het STOMP principe vastgelegd. Begroting 2023 De doelen voor de bereikbare stad uit de omgevingsvisie werken we uit in een mobiliteitsprogramma 2040, zodat de transities - die passen bij een groeiende stad die klimaatneutraal en groen wil zijn - inzichtelijk en verankerd zijn. In het programma zullen we de ambities voor lopen, fietsen, deelmobiliteit, OV en autogebruik stadsbreed formuleren. En aangeven wat we in de periode 2022-2026 realiseren in het kader van de ambities voor 2040.
Activiteitsverantwoording: toelichting op activiteitsrealisatie of afwijking Als aanzet tot het mobiliteitsplan 2040 is in maart de startnotitie programma mobiliteit 2040 vastgesteld door de raad. In november zijn de 14 uitgangspunten voor het mobiliteitsplan 2040 vastgesteld. In september is gestart met opstellen van het mobiliteitsplan: in oktober is hiervoor een stadsbrede enquête uitgezet die veelvuldig is ingevuld (respons van 1600). In december heeft
Concept Jaarstukken 2023 Dordrecht
73
een drukbezochte participatieavond plaatsgevonden. Medio januari 2024 is de gemeenteraad bijgepraat over de stand van zaken. Het mobiliteitsplan wordt inclusief uitvoeringsprogramma en monitoring & evaluatieplan in Q2 2024 ter besluitvorming aangeboden aan de gemeenteraad. We werken aan de MIRT-Verkenning Oude Lijn Leiden – Dordrecht. Begroting 2023 Bij positieve besluitvorming door het Rijk op de startbeslissing in november dit jaar bij het BO MIRT (Bestuurlijke Overleggen, Meerjarenprogramma Infrastructuur Ruimte en Transport), werken we in 2023 samen met het Rijk, ProRail, NS en de provincie Zuid-Holland een verkenning uit om de invoering van het citysprinter concept te realiseren. Het citysprinter concept maakt een schaalsprong mogelijk in de binnenstedelijke ontwikkelingsopgave langs de lijn Leiden-Dordrecht. Voor knooppunt Dordrecht draait dit om de vernieuwing van station Dordrecht, het verplaatsen van het rangeerterrein, de realisatie van het nieuwe station Leerpark en de invoering van de hoog frequente citysprinters - allen onderdeel van de Dordtse Spoorzone. Deze MIRT verkenning duurt een aantal jaar. Tijdens deze periode worden de plannen voor deze verschillende onderdelen verder uitgewerkt. In 2023 zetten we in op het verkrijgen van definitieve besluitvorming rondom het nieuwe station Leerpark.
Activiteitsverantwoording: toelichting op activiteitsrealisatie of afwijking In 2023 is voor het landsdeel zuid gestart met de uitvoering van de Verkenning Oude Lijn. Voor Dordrecht zijn dit twee werksporen te weten: (1) City sprinter en knooppunt Leerpark en (2) knooppunt station Dordrecht. In nauwe samenwerking met ProRail, Provincie en Rijk zijn voor beide werksporen de samenwerkingsorganisatie verder neergezet. Verder zijn de eerste analyses uitgevoerd. Dit heeft geresulteerd in de eerste inzichten in haalbare denkrichtingen. Eind 2023 is voor beide knooppunten een extern ontwerpconsortium geworven. In 2024 worden gewerkt aan het verder uitwerken van de eerste analyses. Dit moeten eind 2024 de Nota Kansrijke Oplossingen (NKO) opleveren. Dit is een eerste inkadering van alle varianten richting de uitvoering. We realiseren nieuwe fietsvoorzieningen en verbeteren looproutes. Begroting 2023 We starten in 2023 met de uitvoering van het nieuwe uitvoeringsprogramma Fiets 2023-2026. De vaststelling ervan staat gepland voor eind 2022 en het bevat onder andere het fiets-parkeren in de binnenstad. De fietsenstalling aan de zuidzijde van het centraal station komt er. We maken plannen voor het verbeteren van de looproutes tussen het station en de binnenstad, Energiehuis en binnenstad, Weeskinderendijk en de Spuiboulevard.
En we zetten stimuleringscampagnes op ter bevordering van lopen en fietsen. Activiteitsverantwoording: toelichting op activiteitsrealisatie of afwijking Het uitvoeringsprogramma Fiets 2023-2026 is vastgesteld en de uitvoering is gestart. Voor de uitvoering kijken we naar de verschillende onderhoudsprojecten om zoveel mogelijk waar het kan werk met werk te maken, zowel voor fietsvoorzieningen als voor het verbeteren van looproutes. Vanuit de onderhoudsbudgetten was onvoldoende budget om betere fietsvoorzieningen aan te leggen voor enkele voorgestelde projecten. Daarom dragen we vanuit het fietsuitvoeringsprogramma 2020 – 2022 bij aan de aanpassing aan Reeweg Oost, Planetenlaan en de aansluiting Noorderhoofd. De vele werkzaamheden aan bruggen en tunnels vormen de basis voor promotiecampagnes die we met partners verder ontwikkelen en uitvoeren. We treffen voorbereidingen voor het realiseren van stadsrandhubs en zetten een pilot buurthubs op waarbij we ook het gebruik van gezonde deelmobiliteit stimuleren. Begroting 2023 Vooruitlopend op de plannen voor Maasterras, Leerpark en omgeving Energiehuis starten we met het aantrekkelijker maken van de parkeerlocaties Weeskinderendijk, Energiehuis en Leerpark, zodat ze gaan dienen als stadsrandhub.
Dit doen we door het aanbod van gezonde deelmobiliteit te verhogen, andere vervoersmogelijkheden te verbeteren en parkeren makkelijker te maken. Daarnaast starten we gesprekken met bewoners over buurthubs op, om te komen tot een of enkele
Concept Jaarstukken 2023 Dordrecht
74
buurthub pilots. Naast hubs worden kleinere aanbiedlocaties van deelvoertuigen goed ingericht en komen er stimuleringscampagnes voor het gebruik van deelvervoer. Activiteitsverantwoording: toelichting op activiteitsrealisatie of afwijking Naar aanleiding van locatieonderzoeken zijn er voorbereidingen gestart om op de locatie J.P Heijeplein, Parkeerplaats Steegoversloot en in Nieuw-Krispijn buurthubs te realiseren. Voor de locaties Weeskinderendijk en Energiehuis zijn er plannen in ontwikkeling om de locaties in te richten als stadsrandhub. Voor de locatie Leerpark is een advies geschreven voor het project rondom Leerpark welke voorzieningen er toegevoegd moeten worden in de toekomst. Realisatie van de buurthubs zal medio 2024 plaatsvinden. De aanbiedlocaties voor deelvoertuigen zijn juridisch vastgelegd en er zijn ontwerpen gemaakt om de locaties in te richten. Dit zal vanaf april 2024 gebeuren. We zetten in op de doorontwikkeling van waterbushaltes. Begroting 2023 We maken plannen voor het aantrekkelijker maken van de waterbushaltes. In het bijzonder de Merwekade halte. Activiteitsverantwoording: toelichting op activiteitsrealisatie of afwijking De Merwekade staat nu nog vol auto's. In 2023 is er gestart met een parkeeronderzoek. Zo is onderzocht of parkeergarage Riedijkshaven omgebouwd kan worden naar een mechanische parkeergarage en wat dat aan capaciteit oplevert.
Maar ook of het technisch mogelijk is om onder het Otto Dickeplein een garage te realiseren. Dit om ruimte te creëren voor het realiseren van een aantrekkelijke route vanaf de halte naar het kernwinkelgebied, maar ook om bijvoorbeeld te kunnen vergroenen. De herinrichting van de Merwekade is op het participatieplatform geplaatst en er zijn borden op de Merwekade geplaatst met een verwijzing naar het platform om mee te denken over de herinrichting. Via het platform kan men zich aanmelden voor de klankbordgroep. We gaan het parkeren, vooral in de binnenstad en Schil, anders organiseren. Begroting 2023 We starten het participatietraject in de binnenstad en Schil op, om het parkeren anders te organiseren: minder op straat, meer in parkeergarages. Omdat de Veemarktgarage is gesloten wachten we met de vernieuwing van de parkeergarage Spuihaven tot de parkeergarage van Huis van Stad en Regio gereed is. De parkeergarage Spuihaven vangt een deel van de abonnementhouders van de Veemarktgarage op en heeft een functie voor de bereikbaarheid van de binnenstad. Activiteitsverantwoording: toelichting op activiteitsrealisatie of afwijking Aan de hand van een meerjarige parkeerbalans wordt een en ander gemonitord.
Om meer inzicht te krijgen in hoe we bezoekers van de binnenstad kunnen bewegen meer in parkeergarages te parkeren hebben we in 2023 onderzocht hoe we parkeergedrag kunnen beïnvloeden. Daarnaast zijn we met het bewegend bos in de binnenstad gesprekken gestart met bewoners en ondernemers op deze locaties over parkeren in garages in plaats van op straat. Dit is input geweest voor het participatietraject voor het maken van het mobiliteitsplan 2040. Bij het vaststellen van de uitgangspunten voor het mobiliteitsplan 2040 is het slim parkeren conform het politiek akkoord, in 2023 door de raad als een van de uitgangspunten (D. Slimmer organiseren van auto parkeren maakt ruimte vrij in de stad; met een sterker sturend parkeerbeleid zetten we in op minder blik op straat nummer 12, 13 en 14) vastgesteld en wordt integraal verder meegenomen in het te maken mobiliteitsplan 2040 en het hieraan te koppelen uitvoeringsprogramma.
2.2.6.3 Wat zijn de indicatoren? De basis: BBV-indicatoren De onderstaande BBV-indicatoren zijn onderdeel van de vaste set verplichte beleidsindicatoren gehanteerd door het Rijk om de vergelijkbaarheid tussen gemeenten te bevorderen. Omdat deze indicatoren een logische link vormen met het programma Bouwend en Bereikbaar Dordrecht zijn zij hier opgenomen. Voor BBV-indicatoren geldt dat hier geen streefwaarden aan verbonden zijn, de indicatoren kennen immers geen specifieke relatie met de Dordtse doelstellingen. Wel is een vergelijking opgenomen met het gemiddelde van de G40 gemeenten, daarnaast kunt u via de
Concept Jaarstukken 2023 Dordrecht
75
website www.waarstaatjegemeente.nl de BBV-indicatoren van Dordrecht per thema vergelijken met een selectie naar keuze (o.a. Nederland, Provincie niveau of Regionaal niveau). BBV-indicatoren Nieuwbouw - per 1.000 woningen
Begroting Jaarstukken Begroting Jaarstukken G40 2023 2022 2024 2023 9,1 (2021) 2,8 (2022) 2,8 (2022) 12,2 (2023) 8,7 (2022)
2.2.6.4 Wat heeft het gekost?
Hieronder wordt het programmaoverzicht weergeven onderverdeeld naar lasten en baten inclusief toevoegingen en onttrekkingen uit reserves. In deze jaarstukken is een verschillenanalyse per programma opgenomen. Hierin geven we de belangrijkste oorzaken aan van de hieronder genoemde verschillen ten opzichte van de actuele begroting. Bedragen x € 1.000
Bouwend en Bereikbaar Dordrecht
Begroting 2023
Werkelijk 2023
Lasten
79.625
87.065
Baten
77.151
72.667
Saldo
2.473
14.398
Toevoeging reserves
15.774
14.290
Onttrekking reserves
14.329
25.118
Totaal programma
3.918
3.570
Met de programmarekening is een totaaloverzicht opgenomen van de gerealiseerde baten en lasten op productniveau. Hieronder wordt het programmaoverzicht weergeven onderverdeeld naar lasten en baten van de verschillende producten en mutaties met de reserves. Bouwend en Bereikbaar Dordrecht
Bedragen x € 1.000
Lasten
Baten
Begroot Werkelijk Verschil Verkeersveiligheid
Begroot Werkelijk
Verschil
650
527
123
430
387
-43
Vergunningen
9.427
9.215
212
5.239
4.226
-1.013
Vergunningen
315
163
152
Funderingen
8
21
-13
Monumenten
555
573
-18
1
3
2
Beheer en ontwikkeling van wijken Planologisch juridisch instrumentarium
688
635
53
207
99
-108
Bouwgronden wonen zonder exploitatie
35.386
44.668
-9.282
34.862
31.811
-3.051
Exploitatie gemeentelijke eigendommen
1.934
2.086
-152
5.345
5.730
385
570
377
193
Bedrijventerreinen
11.720
11.390
330
17.496
15.414
-2.082
Hoofdinfrastructuur (auto, fiets, water en OV)
9.470
8.094
1.376
2.234
2.839
605
6.367
6.774
-407
10.852
11.487
635
Grondbeleid en ontwikkeling
Parkeren Parkeren Woningbouw
2.536
2.542
-6
485
669
184
Totaal
79.626
87.065
-7.439
77.151
72.665
-4.486
Verschil tov actuele begroting excl. mutaties reserves (a)
Concept Jaarstukken 2023 Dordrecht
-11.925
76
Stortingen in reserves Reserves Verkeersveiligheid
Onttrekkingen uit reserves
Begroot Werkelijk Verschil 71
71
Begroot Werkelijk 71
Verschil -71
Vergunningen Vergunningen Funderingen Monumenten
54
54
104
80
-24
3.553
2.224
1.329
3.157
13.723
10.566
Bedrijventerreinen
5.985
6.273
-288
194
2.387
2.193
Hoofdinfrastructuur (auto, fiets, water en OV)
4.194
4.231
-37
7.762
6.962
-800
1.916
1.509
407
826
191
-635
2.214
1.776
-438
14.328
25.119
10.791
Beheer en ontwikkeling van wijken Planologisch juridisch instrumentarium Bouwgronden wonen zonder exploitatie Exploitatie gemeentelijke eigendommen Grondbeleid en ontwikkeling
Parkeren Parkeren Woningbouw Mutaties in de reserves
15.773
14.291
1.482
Mutaties reserves (b) Totale verschil t.o.v. actuele begroting
12.273 95.399
101.356
-5.957
Totale verschil t.o.v. actuele begroting (a+b)
91.479
97.784
6.305 348
3 Financiën van Dordrecht 3.1 Algemene Dekkingsmiddelen In de zes begrotingsprogramma's is beschreven wat we concreet hebben bereikt, wat we daarvoor gedaan hebben en wat het heeft gekost. Het onderdeel Algemene Dekkingsmiddelen is relatief beleidsarm en wijkt, evenals de overige onderdelen onder de Financiën van Dordrecht, in opzet en inhoud af van die structuur. Om de begroting structureel en reëel in evenwicht te houden, moet tegenover kosten ook een dekking staan. Voor een groot deel zijn dat de algemene dekkingsmiddelen: inkomsten van de gemeente die vrij besteed zijn. Het resultaat werd naast macro-economische ontwikkelingen zoals inflatie, de stijging van de rente en de krapte op de arbeidsmarkt vooral beïnvloed door een aantal incidentele meevallers. We zien overigens dat net als in voorgaande jaren behoorlijke fluctuaties in de Algemene Uitkering uit het gemeentefonds en daartegenover steeds meer specifieke uitkeringen. Dat maakt het steeds moeilijker een betrouwbaar en voorspelbaar meerjarenbeeld te krijgen. Door diverse oorzaken daalt de Algemene Uitkering vanaf 2026 aanzienlijk en kunnen we met recht spreken van de problematiek van een 'financieel ravijn' als het gat van € 3 miljard niet wordt gedicht.
Financiële uitgangspunten Om onze financiële huishouding gezond te houden en ook in de toekomst gesteld te staan, hanteerden we de volgende uitgangspunten in 2023: • Het structureel sluitend houden van de begroting is een grote uitdaging. We hebben ons echter kunnen houden aan de afspraken voor een sluitende meerjarenbegroting. Deze afspraak geldt voor in ieder geval de periode 2023-2025, waarbinnen de ambities van het Politiek Akkoord 2022-2026 waargemaakt moeten worden. De Begroting 2024 en 2025 sluiten op dit moment nog voordelig. Uit de inventarisatie van de financiële knelpunten voor de Perspectiefnota 2025 blijkt dat de uitdaging om de begroting vanaf 2025 sluitend te krijgen groot is.
Concept Jaarstukken 2023 Dordrecht
77
•
• •
•
We zijn zorgvuldig omgegaan met het belastinggeld van de inwoners. We staan voor een ten opzichte van andere gemeenten bescheiden en in relatie tot onze voorzieningen en financiële uitdagingen, reëel gemeentelijk lastenniveau. We hebben ons gehouden aan de bestaande norm voor de weerstandsratio van minimaal 1,0 om in staat te zijn risico's op te kunnen vangen. We hebben zoveel mogelijk gebruik gemaakt van bestaande en nieuwe externe middelen (fondsen vanuit Europa, het Rijk, provincie en andere partners), waarbij gemeentelijke middelen worden ingezet als cofinanciering, vliegwiel en soms voorfinanciering. We hebben gewerkt met gemeenschapsgeld, waarbij we hechten aan een transparante verantwoording. We optimaliseren de P&C-producten via de lijn van de Nota Kiezen, Sturen en Verantwoorden 2022-2026. Daarnaast actualiseerden we, zoals afgesproken, in 2023 de financiële spelregels middels aanpassing van de Financiële Verordening teneinde de financiële sturing en verantwoording beter in te bedden.
3.1.1 Wat heeft het gekost?
Hieronder wordt het programmaoverzicht weergeven onderverdeeld naar lasten en baten inclusief toevoegingen en onttrekkingen uit reserves. In deze jaarstukken is een verschillenanalyse per programma opgenomen. Hierin geven we de belangrijkste oorzaken aan van de hieronder genoemde verschillen ten opzichte van de actuele begroting. Bedragen x € 1.000
Algemene Dekkingsmiddelen
Begroting 2023
Werkelijk 2023
Lasten
14.132
15.533
Baten
404.781
412.790
Saldo
-390.649
-397.257
Toevoeging reserves
2.677
2.844
Onttrekking reserves
5.690
5.916
Totaal programma
-393.662
-400.329
Met de programmarekening is een totaaloverzicht opgenomen van de gerealiseerde baten en lasten op productniveau. Hieronder wordt het programmaoverzicht weergeven onderverdeeld naar lasten en baten van de verschillende producten en mutaties met de reserves. Algemene Dekkingsmiddelen
Bedragen x € 1.000
Lasten
Baten
Begroot Werkelijk Verschil Algemene uitkering Belastingheffing
649
Begroot Werkelijk
Verschil
360.165
359.335
-830
32.697
34.751
2.054
961
376
-585
2.983
3.121
138
9.050
8.401
Geldleningen
5
5
Beleggingen
1.004
794
Resultaatsrekening
2.788
Vastgoed niet in eigen gebruik
10.723
11.352
-629
4.076
4.610
534
Treasury
-9.438
-5.020
-4.418
3.900
10.597
6.697
Totaal
14.132
15.532
-1.400
404.782
412.790
8.008
210 2.788
Verschil tov actuele begroting excl. mutaties reserves (a) Stortingen in reserves Reserves
Begroot Werkelijk Verschil
6.608 Onttrekkingen uit reserves Begroot Werkelijk
Verschil
Algemene uitkering Belastingheffing
75
75
Geldleningen
Concept Jaarstukken 2023 Dordrecht
78
Beleggingen
1.381
1.381
Resultaatsrekening
-150
Vastgoed niet in eigen gebruik
1.446
1.463
-150 -17
5.615
5.841
226
2.677
2.844
-167
5.690
5.916
226
Treasury Mutaties in de reserves Mutaties reserves (b) Totale verschil t.o.v. actuele begroting
59 16.809
18.376
-1.567
410.472
418.706
Totale verschil t.o.v. actuele begroting (a+b)
6.667
3.2 Overhead 3.2.1 Overheadkosten
In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) is gedefinieerd welke lasten en baten onderdeel uitmaken van de paragraaf overhead. Met als doel om het inzicht in de overhead te verbeteren en de onderlinge vergelijkbaarheid tussen gemeenten te bevorderen. De Dordtse overhead heeft voor een gedeelte betrekking op de Servicegemeente Dordrecht die de meeste van de PIJOFACH-taken voor de gemeente Dordrecht uitvoert. Daarnaast draagt de gemeente zelf de directe kosten van huisvesting en facilitaire zaken. Tot slot zijn een groot deel van de eigen personeelskosten en de daaraan verbonden algemene kosten overheadkosten. Hiertoe behoren bijvoorbeeld de directie, secretariaat, planning en control en organisatieadvies. Bedragen x € 1.000 Overheadkosten per onderdeel
Begroot 2023
Werkelijk 2023
Afwijking
Personeelskosten overhead
21.630.730
22.748.484
-1.117.754
Personeelskosten overhead SGD
42.405.964
34.959.055
7.446.909
Algemene en personeelsgebonden kosten
9.308.383
10.784.226
-1.475.843
Algemene en personeelsgebonden kosten SGD
-18.864.701
-13.113.052
-5.751.649
Huisvesting & Facilitaire Zaken
3.583.058
2.721.766
861.292
Huisvesting & Facilitaire Zaken SGD
2.215.313
2.305.305
-89.992
60.278.747
60.405.784
-127.037
subtotaal overheadkosten Overhead naar grondexploitaties Totaal overheadkosten
-2.654.277
-3.142.748
488.471
57.624.470
57.263.036
361.434
De werkelijke overheaduitgaven zijn € 0,4 miljoen lager dan begroot. Dit is grotendeels het gevolg omdat er sprake is geweest van een hogere capaciteitsinzet bij de grondexploitaties en het ingenieursbureau. Zodoende is er meer doorbelast. Verder is sprake van diverse plussen en minnen en kostenverschuivingen binnen de overheadkosten. De afwijkingen op de overhead zijn ook opgenomen in de toelichting op het onderdeel overhead.
3.2.2 Wat zijn de indicatoren?
De basis: BBV-indicatoren De onderstaande BBV-indicatoren zijn onderdeel van de vaste set verplichte beleidsindicatoren gehanteerd door het Rijk om de vergelijkbaarheid tussen gemeenten te bevorderen. Omdat deze indicatoren een logische link vormen met het programma Financiën van Dordrecht - Overhead zijn zij hier opgenomen. Voor BBV-indicatoren geldt dat hier geen streefwaarden aan verbonden zijn, de indicatoren kennen immers geen specifieke relatie met de Dordtse doelstellingen. Wel is een vergelijking opgenomen met het gemiddelde van de G40 gemeenten, daarnaast kunt u via de website www.waarstaatjegemeente.nl de BBV-indicatoren van Dordrecht per thema vergelijken met een selectie naar keuze (o.a. Nederland, Provincie niveau of Regionaal niveau). Een totaal overzicht van de BBV-indicatoren treft u aan onder de bijlage van deze Begroting 2023, daarnaast
Concept Jaarstukken 2023 Dordrecht
79
leest u in de leeswijzer meer over de werking en het verschil tussen BBV-indicatoren en Dordtse aanvullende indicatoren. BBV-indicatoren
Begroting Jaarstukken Begroting Jaarstukken 2023 2022 2024 2023 Formatie - FTE's per 1.000 inwoners (FTE) 11,09 (2023) 10,46 (2022) 10,82 (2024) 10,96 (2023)
G40
Bezetting - FTE's per 1.000 inwoners (FTE) 10,76 (2023) 9,94 (2022) 10,75 (2024) 11,33 (2023)
n.b.
Apparaatskosten - kosten per inwoner (€)
1.123,38 1.000,91 931,32 805,20 (2023) (2022) (2024) (2023) 8,19 (2023) 28,72 (2022) 8,08 (2024)¹ 24,55 (2023)
n.b.
11,10 (2023) 7,23 (2022) 12,51 (2024) 7,94 (2023)
n.b.
Externe inhuur - kosten als % van totale loonsom + totale kosten inhuur externen Overhead - % van de totale lasten (%)
n.b.
n.b.
¹ Uitgangspunt is een begrote formatie met eigen personeel. Doordat we in de afgelopen jaren vacatures steeds moeilijker kunnen invullen, is het inhuurpercentage steeds hoger.
3.2.3 Wat heeft het gekost?
Hieronder wordt het programmaoverzicht weergeven onderverdeeld naar lasten en baten inclusief toevoegingen en onttrekkingen uit reserves. In deze jaarstukken is een verschillenanalyse per programma opgenomen. Hierin geven we de belangrijkste oorzaken aan van de hieronder genoemde verschillen ten opzichte van de actuele begroting. Bedragen x € 1.000
Overhead
Begroting 2023
Werkelijk 2023
Lasten
96.814
97.057
Baten
39.190
39.790
Saldo
57.624
57.267
Toevoeging reserves
1.404
2.396
Onttrekking reserves
3.408
1.612
Totaal programma
55.621
58.051
Met de programmarekening is een totaaloverzicht opgenomen van de gerealiseerde baten en lasten op productniveau. Hieronder wordt het programmaoverzicht weergeven onderverdeeld naar lasten en baten van de verschillende producten en mutaties met de reserves. Overhead
Bedragen x € 1.000
Lasten
Baten
Begroot Werkelijk Verschil
Begroot Werkelijk
Verschil
Overhead
39.950
41.942
-1.992
2.819
3.205
Overhead SGD
56.865
55.115
1.750
36.371
36.585
214
Totaal
96.815
97.057
-242
39.190
39.790
600
Verschil tov actuele begroting excl. mutaties reserves (a)
358
Stortingen in reserves Reserves
Overhead
386
Begroot Werkelijk Verschil
Onttrekkingen uit reserves Begroot Werkelijk
Verschil
1.404
2.396
-992
3.408
1.612
-1.796
1.404
2.396
-992
3.408
1.612
-1.796
Overhead SGD Mutaties in de reserves Mutaties reserves (b) Totale verschil t.o.v. actuele begroting Totale verschil t.o.v. actuele begroting (a+b)
Concept Jaarstukken 2023 Dordrecht
-2.788 98.219
99.453
-1.234
42.598
41.402
-1.196 -2.430
80
3.3 Vennootschapsbelasting 3.3.1 Wat heeft het gekost?
Hieronder wordt het programmaoverzicht weergeven onderverdeeld naar lasten en baten inclusief toevoegingen en onttrekkingen uit reserves. In deze jaarstukken is een verschillenanalyse per programma opgenomen. Hierin geven we de belangrijkste oorzaken aan van de hieronder genoemde verschillen ten opzichte van de actuele begroting. Bedragen x € 1.000
Vennootschapsbelasting
Begroting 2023
Werkelijk 2023
Lasten
106
50
Baten
0
0
Saldo
106
50
106
50
Toevoeging reserves Onttrekking reserves Totaal programma
Met de programmarekening is een totaaloverzicht opgenomen van de gerealiseerde baten en lasten op productniveau. Hieronder wordt het programmaoverzicht weergeven onderverdeeld naar lasten en baten van de verschillende producten en mutaties met de reserves. Vennootschapsbelasting
Bedragen x € 1.000
Lasten
Baten
Begroot Werkelijk Verschil Vennootschapsbelasting
106
50
56
Totaal
106
50
56
Begroot Werkelijk
Verschil
Verschil tov actuele begroting excl. mutaties reserves (a)
56
Stortingen in reserves Reserves
Onttrekkingen uit reserves
Begroot Werkelijk Verschil
Begroot Werkelijk
Verschil
Vennootschapsbelasting Mutaties in de reserves Mutaties reserves (b) Totale verschil t.o.v. actuele begroting
106
Totale verschil t.o.v. actuele begroting (a+b)
50
56 56
3.4 Onvoorzien 3.4.1 Wat heeft het gekost?
Hieronder wordt het programmaoverzicht weergeven onderverdeeld naar lasten en baten inclusief toevoegingen en onttrekkingen uit reserves. In deze jaarstukken is een verschillenanalyse per programma opgenomen. Hierin geven we de belangrijkste oorzaken aan van de hieronder genoemde verschillen ten opzichte van de actuele begroting.
Concept Jaarstukken 2023 Dordrecht
81
Bedragen x € 1.000
Onvoorzien
Begroting 2023
Werkelijk 2023
Lasten
2
6
Baten
0
0
Saldo
2
6
2
6
Toevoeging reserves Onttrekking reserves Totaal programma
Met de programmarekening is een totaaloverzicht opgenomen van de gerealiseerde baten en lasten op productniveau. Hieronder wordt het programmaoverzicht weergeven onderverdeeld naar lasten en baten van de verschillende producten en mutaties met de reserves. Onvoorzien
Bedragen x € 1.000
Lasten
Baten
Begroot Werkelijk Verschil Onvoorzien
2
6
-4
Totaal
2
6
-4
Begroot Werkelijk
Verschil
Verschil tov actuele begroting excl. mutaties reserves (a) Stortingen in reserves Reserves
Onttrekkingen uit reserves
Begroot Werkelijk Verschil
Begroot Werkelijk
Verschil
Mutaties in de reserves Mutaties reserves (b) Totale verschil t.o.v. actuele begroting
2
6
-4
Totale verschil t.o.v. actuele begroting (a+b)
-4
Concept Jaarstukken 2023 Dordrecht
82
4 Paragrafen 4.1 Lokale heffingen Het gemeentelijk kader om de lokale heffingen vorm te geven en uit te voeren bestaat uit de Nota Lokale Heffingen, de diverse planning en control documenten (kadernota, begroting, bestuursrapportage en jaarstukken) en de verschillende belasting- of tariefsverordeningen. Daar waar de Nota richtinggevend en meerjarig is van karakter, betreffen de P&C-documenten en de tariefsverordeningen in beginsel altijd een jaarschijf.
4.1.1 Ontwikkelingen en rijksbeleid Indexering lokale heffingen Voor 2023, het jaar na de bestuurswisseling, is de indexatie op de lokale heffingen voort gekomen uit het Politiek Akkoord 2022-2026 in plaats van uit de kaderbrief/kadernota. Het college heeft in de raadsinformatiebrief Kaderbrief 2023 (RIB) van 6 april 2022 een bespiegeling gegeven ten aanzien van de indexeringen op de inkomsten voor 2023. Dit ter kennisname aan de raad en als voorbereiding op de raadsbehandeling van de Begroting 2023 in november 2022. Met het collegebesluit van 27 juni 2022 is door het college besloten de lokale heffingen te indexeren met 6,3% om in balans te blijven met de inflatie. Herziening (gemeentelijk) belastinggebied Mede in verband met het demissionaire kabinet zijn er op het gebied van herziening van het lokale belastinggebied geen nieuwe ontwikkelingen te noemen en verwijzen we naar de paragraaf lokale heffingen in de Jaarstukken 2022 voor de laatste stand van zaken. Instellen Ondernemersfonds De raad heeft op 19 december 2023 ingestemd met het voorstel inzake het instellen van een in het Politiek Akkoord 2022-2026 (pagina 15) opgenomen op te richten ondernemersfonds per 1 januari 2024.
Dit heeft tevens geleidt tot aanpassing van de Verordening onroerende zaakbelastingen 2024 teneinde het fonds te voeden en tot intrekking van de Verordening op de heffing en invordering van reclamebelasting voor het Kernwinkelgebied van de gemeente Dordrecht omdat zowel de reclamebelasting als de heffing van de bijdrage bedrijveninvesteringszones in het fonds op zijn gegaan. De financiële effecten hiervan worden middels de Perspectiefnota 2024-2028 verwerkt. Hondenbelasting In het Politiek Akkoord 2022-2026 (pagina 24) is vastgelegd dat het tarief van de hondenbelasting voor deze bestuursperiode terug naar nul wordt gebracht. Dat betekent dat hondenbezitters de komende jaren geen aanslag voor de hondenbelasting ontvangen. Hierdoor vervallen ook de jaarlijkse inkomsten van de hondenbelasting. Dit is indertijd meegenomen in het totale, meerjarige, financiële perspectief bij de Begroting 2023.
4.1.2 Gemeentelijke belastingopbrengsten In 2023 is 12% van alle inkomsten afkomstig uit lokale heffingen, waarvan 38% ongebonden inkomsten zijn. Lokale heffingen zijn een belangrijke inkomstenbron voor de gemeente. Wij merken op dat de verschillen tussen 2022 en 2023 geen indicatie geven van de stijging of daling van de tarieven, maar slechts van de totale opbrengst. Factoren zoals ontwikkelingen in de WOZwaarde en areaaluitbreiding spelen hierbij een rol.
Concept Jaarstukken 2023 Dordrecht
83
Bedragen x € 1.000
Heffingsoort
Rekening 2022
Begroting 2023 na wijziging
Rekening 2023
Resultaat 2023
Algemene dekkingsmiddelen (ongebonden heffingen) OZB eigenaren niet-woningen
8.001
8.766
9.626
860
OZB gebruikers niet-woningen
5.492
6.097
7.089
992
OZB eigenaren woningen
13.731
14.603
15.058
455
Subtotaal OZB
27.224
29.466
31.773
2.307
Hondenbelasting¹
345
nvt
nvt
nvt
Precariobelasting²
395
199
168
-31
Reclamebelasting
0
0
0
0
589
690
735
45
28.553
30.355
32.676
2.321
Afvalstoffenheffing
16.522
17.623
17.701
78
Rioolheffing
13.394
14.150
14.408
258
109
150
130
-20
Lijkbezorgingsrechten
2.272
2.541
2.512
-29
Leges omgevingsvergunning
5.178
5.039
4.167
-872
Leges KCC
1.701
1.386
1.700
314
81
184
57
-127
10.212
10.800
11.398
598
281
293
281
-12
0
0
0
0
Subtotaal gebonden heffingen
49.750
52.166
52.354
188
TOTAAL
78.303
82.521
85.030
2.509
Logiesheffing Subtotaal ongebonden heffingen Gebonden heffingen
Reinigingsrecht
Leges APV en overige leges Parkeerbelastingen³ Marktgeld Bedrijveninvesteringszones
¹ Geen heffing hondenbelasting (2023-2026) in de bestuursperiode 2022-2026, zie het Politiek Akkoord 2022-2026 (pagina 24). ² Vanaf 2022 mogen gemeenten wettelijk geen precariobelasting op kabels en leidingen van nutsbedrijven meer heffen. ³ Deze categorie bestaat zowel uit de publiekrechtelijke parkeerbelastingen als de privaatrechtelijke parkeergelden.
Concept Jaarstukken 2023 Dordrecht
84
4.1.3 Woonlasten (lokale lasten)
Tot de woonlasten worden de OZB, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing gerekend. De woonlasten vormen het grootste deel van de opbrengst uit de gemeentelijke heffingen en daarmee grotendeels de lokale lastendruk. De OZB is berekend op basis van de geactualiseerde gemiddelde WOZ-waarde van woningen voor het desbetreffende jaar. Deze waarde is berekend naar de peildatum 1 januari van het voorgaande jaar. De WOZ-waarde 2023 is dus berekend naar de waardepeildatum 1 januari 2022. Door de gewijzigde berekeningsmethode van de gemiddelde WOZ-waarde zoals in het COELOrapport 2022 is toegelicht hebben we, evenals in de Begroting 2023 twee tabellen opgenomen voor de eigenaren-bewoners. Tot en met 2021 publiceerde het CBS alleen de gezamenlijke gemiddelde WOZ-waarde voor zowel koop- als huurwoningen. Sinds december 2021 publiceert het CBS ook de afzonderlijke gemiddelde WOZ-waarde van koop-en huurwoningen. Omdat de gemiddelde WOZwaarde van koopwoningen een beter beeld geeft van de gemiddeld betaalde OZB door huishoudens met een koopwoning gaat het COELO voortaan uit van deze waarde en wij sluiten ons hierbij aan. De waarde van koopwoningen is over het algemeen hoger dan die van huurwoningen. In onderstaande tabellen wordt de ontwikkeling van de gemiddelde WOZ-waarde - van alle woningen samen en die van koopwoningen - en de woonlasten voor meerpersoonshuishoudens weergegeven.
Hierbij moeten we in ogenschouw nemen dat er in 2023 een eenmalige tegemoetkoming in de gestegen kosten van levensonderhoud van € 75 is verstrekt (zie Begroting 2023) waardoor de werkelijke ontwikkeling van de lastendruk ten opzichte van 2022 aanzienlijk lager was dan de € 813 en € 875 gepresenteerd in onderstaande tabellen, namelijk € 738 en € 800.
Concept Jaarstukken 2023 Dordrecht
85
Eigenaren-bewoners met woning met een gemiddelde WOZ-waarde
Bedragen x € 1
2020
2021
2022
Toegepaste indexering 2023
Gem. WOZ-waarde
206.000
227.000
248.000
16,3%
296.000
OZB-eigenaar
224,33
231,54
241,55
6,3%
263,44
Afvalstoffenheffing¹
286,32
301,20
312,60
6,3%
332,28
Rioolheffing eigenaar
102,81
106,92
108,31
6,3%
115,13
Rioolheffing gebruiker¹
91,56
95,16
96,36
6,3%
102,36
Ontwikkeling lastendruk
705
735
759
813 ²
Stijging
2,4%
4,2%
3,3%
7,2% ²
Eigenaren-bewoners met woning met gemiddelde WOZ-waarde voor koopwoningen
2023 ²
Bedragen x € 1
2020
2021
2022
2023 ²
Gem. WOZ-waarde
257.000
283.000
308.000
16,3%
365.000
OZB-eigenaar
279,87
288,66
299,99
6,3%
324,85
Afvalstoffenheffing¹
286,32
301,20
312,60
6,3%
332,28
Rioolheffing eigenaar
102,81
106,92
108,31
6,3%
115,13
Rioolheffing gebruiker¹
91,56
95,16
96,36
6,3%
102,36
Ontwikkeling lastendruk
761
792
817
875 ²
Stijging
2,4%
4,1%
3,2%
7,0% ²
De woonlasten voor meerpersoonshuishoudens die huren, ziet er as volgt uit. Huurders betalen geen OZB en rioolheffing eigenaar. Ook bij de tabel voor huurders dienen we mee te nemen dat er in 2023 een tegemoetkoming in de gestegen kosten van levensonderhoud van € 75 is verstrekt (zie Begroting 2023) waardoor de werkelijke ontwikkeling van de lastendruk ten opzichte van 2022 aanzienlijk lager was dan de € 435 gepresenteerd in onderstaande tabel, namelijk € 360. Huurders
Bedragen x € 1
2020
2021
2022
Toegepaste indexering 2023
2023
Afvalstoffenheffing¹
286,32
301,20
312,60
6,3%
332,28
Rioolheffing gebruiker¹
91,56
95,16
96,36
6,3%
102,36
Ontwikkeling lastendruk
378
396
409
435
Stijging
1,9%
4,9%
3,2%
6,3%
¹ Voor een uitvoerbare inning dienen de tarieven deelbaar te zijn door 12. ² In 2023 is een tegemoetkoming in de gestegen kosten van levensonderhoud verstrekt waardoor de werkelijke lastendruk lager was dan in de tabellen is opgenomen. Door deze € 75 te betrekken in de opstelling was er sprake van een daling van de woonlasten in 2023 ten opzichte van 2022. Voor eigenaren-bewoners met een gemiddelde WOZ-waarde betrof dat in werkelijkheid -2,7%, voor eigenaren-bewoners met een gemiddelde WOZ-waarde voor koopwoningen -2,2 en voor huurders was dat -12,6%.
Concept Jaarstukken 2023 Dordrecht
86
4.1.3.1 OZB Basis voor de ontwikkeling van de percentages (in casu: tarieven) zijn de begrote OZB opbrengsten van het voorgaande jaar, de inflatiecorrectie, de verwachte waardeontwikkeling van woningen en niet-woningen en de verwachte leegstand bij gebruik niet-woningen. De heffingsgrondslag is de waarde van de onroerende zaak. Deze wordt vastgesteld volgens de regels van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ). Voor 2023 gelden de WOZ-waarden met als waardepeildatum 1 januari 2022. Sinds 2009 is de verschuldigde OZB een percentage van de waarde van de onroerende zaak.
Tariefsaanpassing 2023 (zie ook de Kaderbrief 2023 en de Begroting 2023) Tot en met 2019 gold als enige restrictie voor de opbrengst OZB de macronorm. Deze is in 2020 vervangen door de benchmark lokale lasten. Zie voor meer toelichting en de resultaten van de benchmark 2023 Zuid-Holland het onderdeel Benchmark lokale lasten in de paragraaf Lokale heffingen van de Begroting 2024. Basis voor de ontwikkeling van de percentages (in casu: tarieven) zijn de begrote OZB opbrengsten van het voorgaande jaar, de inflatiecorrectie, de verwachte waardeontwikkeling van woningen en niet-woningen en de verwachte leegstand bij gebruik niet-woningen. De heffingsgrondslag is de waarde van de onroerende zaak. Deze wordt vastgesteld volgens de regels van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ). Voor 2023 golden de WOZ-waarden met als waardepeildatum 1 januari 2022. Sinds 2009 is de verschuldigde OZB een percentage van de waarde van de onroerende zaak. Huurders betalen geen OZB en rioolheffing eigenaar. De gemiddelde WOZ waarde 2023 per koopwoning bedroeg € 365.000. De werkelijke OZB opbrengst niet-woningen is en blijft van veel factoren afhankelijk. We noemen hieronder er een aantal: • De vastgoedmarkt en bouwtempo. Omdat nieuwbouw of wijziging (bv.
sloop of leegstand) van grote fiscale objecten een grotere impact kunnen hebben op de belastingopbrengsten en gedurende drie jaar voor een bepaald belastingjaar aanslagen kunnen worden verzonden is het mogelijk dat de jaarlijkse opbrengsten OZB niet-woningen (sterk) afwijken van de ramingen.
Concept Jaarstukken 2023 Dordrecht
87
•
•
De uitgifte en bebouwing van bedrijfsgronden op onder andere Dordtse Kil III en IV heeft geleid tot een toename van het areaal waarop OZB wordt geheven. Daarop is zo goed mogelijk bij de begroting 2023 geanticipeerd. Echter objecten waarvan geen eerdere waarde bekend is worden niet meegenomen bij het prognosticeren van balansposten voor nog op te leggen aanslagen, omdat dit een probleem vormt voor de accountantscontrole. De uitgifte van specifiek DistriPark betreft objecten met een aanzienlijk fiscaal belang waarvan de waardering pas in 2023 is afgerond (o.a. DHL Parcel). In 2023 heeft ook afronding plaatsgevonden van de waardering van incourante objecten met een bijzondere woonfunctie; zoals een verzorgingstehuis.
4.1.3.2 Afvalstoffenheffing
De afvalstoffenheffing is met 6,3% bijgesteld om in balans te blijven met de inflatie, zoals besloten door het college op 27 juni 2022.
4.1.3.3 Rioolheffing
De rioolheffing is met 6,3% bijgesteld om in balans te blijven met de inflatie, conform collegebesluit van 27 juni 2022.
4.1.4 Vergelijking woonlasten 2023
Om tegemoet te komen aan de maatschappelijke behoefte aan informatie over woonlasten presenteert het COELO jaarlijks een overzicht van de Kerngegevens belastingen grote gemeenten. Met € 809 neemt Dordrecht in 2023, in vergelijking met de 39 onderzochte, grote gemeenten, de vijfde plek in bij de eigenaren-bewoners, waarbij we drie plekken stijgen ten opzichte van 2022. In 34 van de grote gemeenten liggen de lokale lasten dus hoger dan in Dordrecht. In de Drechtsteden zijn de woonlasten het laagst in Dordrecht. Van de vijf referentiegemeenten Breda, Haarlem, Delft, Leiden en Alkmaar laten we, evenals in voorgaande jaren, de eerste vier achter ons. Dit houdt in dat de woonlasten er hoger zijn dan in Dordrecht. Voor wat betreft huurders neemt Dordrecht in 2023 met € 360 een 11e plaats in, in 2022 was dat nog plek 24. Dit betekent dat in 28 van de grote gemeenten de lokale woonlasten voor huurders hoger zijn. Van de zeven Drechtsteden zijn de woonlasten voor een huurder het laagst in Dordrecht, waar we in 2022 Alblasserdam nog voor ons hadden met lagere woonlasten. Van de vijf referentiegemeenten gaat, evenals bij de eigenaren-bewoners, ook enkel Alkmaar ons voor met minder woonlasten voor huurders. Dit was ook het geval in 2021 en 2022. Voor een uitgebreide vergelijking van de woonlasten 2023 met grote gemeenten verwijzen we naar de paragraaf Lokale Heffingen in de Begroting 2024.
Voor de benchmark lokale lasten 2023 verwijzen we naar de Begroting 2024.
4.1.4.1 Vergelijking referentiegemeente en Drechtsteden
Onderstaande tabellen geven een overzicht van woonlasten voor een meerpersoonshuishouden voor zowel eigenaren-bewoners als huurders weer. Deze gegevens zijn gebaseerd op gegevens van de Digitale Atlas van de lokale lasten 2023 van COELO.
Concept Jaarstukken 2023 Dordrecht
88
Eigenaren-bewoners
Bedragen x € 1
Gem. WOZwaarde
Tarief OZB
Dordrecht
368.000
0,0890
328
217
332
Sliedrecht
364.000
0,0712
260
277
Hardinxveld-Giessendam
389.000
0,1048
407
Hendrik-Ido-Ambacht
442.000
0,0918
Zwijndrecht
375.000
Alblasserdam Papendrecht
Gemeente
Rangnr. OZB Riool Afval Tegemoetmeerp. eigenaar eig./gebr. stoffen koming Totaal huish.¹
Drechtsteden -75
802
35
351
888
112
204
332
943
174
406
202
404
-63
949
180
0,0862
323
322
347
-35
957
191
387.000
0,1004
388
159
418
965
201
385.000
0,1158
446
165
432
1.043
281
749
12
802
35
Referentiegemeenten Alkmaar
413.000
0,0588
242
165
342
Dordrecht
368.000
0,0890
328
217
332
Breda
486.000
0,0579
281
190
362
833
58
Haarlem
597.000
0,0707
422
156
426
1.004
253
Delft
457.000
0,0949
343
248
401
1.083
307
Leiden
519.000
0,1066
554
223
449
1.226
339
Landelijk gemiddelde
474.000
0,0890
402
213
329
944
-75
Huurders betalen geen OZB en rioolheffing eigenaar. Huurders
Bedragen x € 1
Rangnr. meerp. Totaal huish.¹
Rioolheffing gebruiker
Afvalstoffenheffing
Tegemoetkoming
Dordrecht
102
332
-75
359
96
Hendrik-Ido-Ambacht
64
404
-63
405
143
Alblasserdam
0
418
418
155
Papendrecht
0
432
432
169
Sliedrecht
94
351
445
180
Hardinxveld-Giessendam
204
332
536
272
Zwijndrecht
322
347
634
337
Alkmaar
0
342
342
73
Dordrecht
102
332
359
96
Haarlem
0
426
426
165
Delft
54
401
455
187
Breda
190
362
552
285
Leiden
223
449
672
344
Landelijk gemiddelde
107
329
436
Gemeente Drechtsteden
-35
Referentiegemeenten
-75
¹ Voor de indicatie in de laatste kolom geldt: hoe lager het nummer, hoe lager de woonlasten.
Concept Jaarstukken 2023 Dordrecht
89
4.1.4.2 Belastingcapaciteit Onderstaande tabel geeft de belastingcapaciteit van de gemeente weer. De tabel betreft één van de zogenaamde kengetallen die het gemakkelijker moet maken inzicht te verkrijgen in de financiële positie van de gemeente. Voor een beschouwing van alle kengetallen samen verwijzen we naar het onderdeel financiële positie. De belastingcapaciteit geeft inzicht in de verhouding van de lokale lastendruk in de gemeente ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Deze wordt berekend door de totale woonlasten meerpersoonshuishouden te vergelijken met het landelijk gemiddelde, uitgedrukt in een percentage. Alle cijfers zijn overgenomen uit de Atlas van de lokale lasten van het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) van het overeenkomstige jaar. Dit in tegenstelling tot dit overzicht bij de begroting waarbij het cijfer OZB (A) een prognose betreft. Door de nieuwe berekeningsmethode van het COELO, gebaseerd op het met ingang van 2022 publiceren van de afzonderlijke gemiddelde WOZ-waarde voor zowel koop- als huurwoningen door het CBS waar deze eerst enkel als gezamenlijk gemeld werden, zijn oudere opstellingen (in eerdere P&C-producten) van de belastingcapaciteit waarin het jaar 2021 wordt weergegeven niet langer onderling vergelijkbaar. Zie voor meer uitleg hierover de belastingcapaciteit in de Begroting 2023.
Hoewel de herberekening wel resulteert in een andere financiële opstelling voor 2022, blijft het percentage belastingcapaciteit hetzelfde met 93%. In 2023 is er sprake van een flinke daling naar 89% door de verstrekking van een eenmalige tegemoetkoming in de gestegen kosten van levensonderhoud. Per 2024 komt de belastingcapaciteit uit op 99%. Dit houdt in dat Dordrecht in 2024 qua woonlasten ongeveer 1% procent onder het landelijk gemiddelde van € 944 zit. Bedragen x € 1 2022
2023
2024
A OZB-lasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde
299
328
346
B Rioolheffing voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde
205
217
234
C Afvalstoffenheffing voor een gezin
313
332
357
0
-75
0
E Totale woonlasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde (A+B+C-D)
817
802
937
Woonlasten landelijke gemiddelde voor gezin in laatst bekende begrotingsjaar F (dus 2021, 2022 en 2023)
877
904
944
Woonlasten t.o.v. landelijke gemiddelde jaar er voor (E/F) x 100%
93%
89%
99%
D Eventuele heffingskorting
4.1.5 Kwijtschelden van gemeentelijke belastingen
Als een belastingplichtige als gevolg van financiële omstandigheden niet in staat is een belastingaanslag geheel of gedeeltelijk te betalen, kan gehele of gedeeltelijke kwijtschelding worden verleend. Onze gemeente hanteert de zogeheten 100%-norm, wat betekent dat inwoners met een inkomen op bijstandsniveau in beginsel voor kwijtschelding in aanmerking komen. Naast een inkomenstoets vindt ook een vermogenstoets plaats. Vanaf 2010 wordt gebruik gemaakt van de voortoets via het Landelijk Inlichtingenbureau voor het verlenen van geautomatiseerde kwijtschelding met als doel verlaging van de administratieve lasten voor de burgers. De regels voor het toekennen, worden bepaald door de Rijksoverheid, gemeenten mogen zelf bepalen voor welke belastingen kwijtschelding wordt verleend. In Dordrecht kan kwijtschelding worden gevraagd voor: onroerendezaakbelastingen, afvalstoffenheffing, rioolheffing en leges urgentieverklaring. Er zijn in 2023 ongeveer 2.594 kwijtscheldingsverzoeken binnengekomen. Via 3.700 geautomatiseerde kwijtscheldingen is in 2023 ongeveer € 1,5 miljoen kwijtgescholden, circa 2,5% meer dan in 2022. Het aantal op geautomatiseerde wijze verleende kwijtscheldingen is ongeveer 3,5% gedaald ten opzichte van 2022.