CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagen bij Welstandnota.pdf

Dordtse Dinsdag – Beeld- en oordeelsvormende commissies 14 februari 2023, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Amenderen op Geactualiseerde Welstandsnota Dordrecht - Raadsvoorstel30.188 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Een aantal door de gemeente (mede) gefinancierde ontwikkelingen wordt wel gerealiseerd, zoals het Energiehuis. Dit betekent wel het vertrek uit de binnenstad van culturele functies als poppodium Bibelot, de muziekschool en culturele educatie voor volwassenen. Het muntcomplex en de Berckepoort komen leeg te staan. De crisis leidt ook tot

het vertrek van winkels en leegstand van winkelpanden. Sommige delen van winkelstraten krijgen daardoor een slechte uitstraling. De gemeente zoekt naarstig naar oplossingen, die echter in een tijd van recessie niet eenvoudig zijn. Waardering, beleid en ontwikkeling De bouw van Drievriendenhof heeft het zogenaamde vierde kwadrant van het moderne winkelhart ingevuld. Vanaf het begin is het echter een zoektocht gebleken om het winkelcentrum met de juiste winkelformules te vullen. Op dit moment, waarschijnlijk ook door de crisis maar ook door structurele landelijke ontwikkelingen (toenemend internetverkoop), staat er weer veel winkelruimte leeg. Dit geldt overigens ook voor de winkelruimte in de historische winkelstraten, zowel op de Voorstraat als in de Vriesestraat is regelmatig sprake van langdurige leegstand. Door het beperkte lokale draagvlak, de kleinschaligheid van het aanbod en gebrek aan opvolging stoppen kleine ondernemers er steeds vaker mee, tenzij ze een specialistisch, recreatief aanbod hebben en ook meerdere aankoopkanalen (internet) weten aan te spreken. Verwachting is dat door internet het ‘gewone’ winkelen verder zal afnemen, maar dat juist een historische binnenstad als die van Dordrecht kan inspelen op het recreatief winkelen.

Na een aanvankelijke toename van de culturele functies in de binnenstad neemt door de realisatie van het Energiehuis en waarschijnlijk ook door het aangepaste subsidiebeleid het aantal culturele organisaties in de binnenstad weer af. Positief eraan is dat het de overgebleven culturele organisaties brengt tot samenwerking rond thema’s en historische

gebeurtenissen. Belangrijk voor de levendigheid van de binnenstad is de uitbreiding van het Dordrechts Museum, dat naast een aantrekkelijk en divers tentoonstellingsbeleid, ook de rijke eigen collectie nu in volle glorie kan laten zien. Een belangrijke aanvulling van het aanbod is het filmhuis aan de Nieuwstraat. Eindelijk weer een bioscoop in Dordrecht. Met betrekking tot de aantrekkingskracht die Het Hof straks krijgt, als regionaal archief en historisch museum, zijn de verwachtingen hoog gespannen.

Sarisgang 2013

Het woningbestand breidt zich tot nu toe uit. Alhoewel de verkoop tegenwoordig wat langer duurt is er in de woningen geen structurele leegstand en trekt de binnenstad nog steeds als woongebied voor met name kleinere huishoudens en alleenstaanden. Belangrijke fysieke opgaven in de historische binnenstad zijn de aanpak van de Grote Markt en het Otto Dickeplein. De Grote Markt moet opnieuw een verbinding krijgen, zowel functioneel als qua verschijningsvorm, met de historische stadsstructuur. Daarbij dient ook de verdwenen Tolbrugstraat aandacht te krijgen.

Vestiging van the Movies in Nieuwstraat 60-62

Het Otto Dickeplein is de entree van de binnenstad voor iedereen die met de waterbus komt. Opgave is om ervoor te zorgen dat die beleving er ook komt als je hier uitstapt. Dat moet ook met het oog op de geplande verbinding met de Stadswerven. Ook een kleinere plek als de Visbrug verdient aandacht. Deze plek biedt de mogelijkheid om de verbinding tussen het centrum en het havengebied te versterken, bijvoorbeeld door hier een opstap en uitstap mogelijkheid voor een rondvaartbootje te maken.

Nieuwbouw op het RKZ-terrein

Bijlage Welstandsnota Dordrecht

29

Visstraat/ Visbrug is ook de laatste ontbrekende schakel in het hoofdwinkelcircuit die vraagt om opwaardering. Tot slot de bestrijding van de leegstand. Herbestemming in Dordrecht kent een lange traditie. Uiteindelijk is de binnenstad de enige locatie die zich in de afgelopen eeuwen door herbestemming en functieveranderingen heeft weten aan te passen aan veranderende marktomstandigheden. Herbestemming blijft echter een punt van aandacht en vraagt om goede samenwerking tussen overheid en private partijen en om creatieve oplossingen. Het ruimte geven aan herbestemmingen en functieverbreding kan het economisch functioneren van de binnenstad bevorderen en verpaupering tegengaan.

30

Bijlage Welstandsnota Dordrecht

Bijlage Welstandsnota Dordrecht

31

Wa n

tij

No

en

dij

k

Kr

om

ho

ut

Ou

de

Ma

as

ord

Spuibou

levard

a

Or

Have 32

nstra

at

Bijlage Welstandsnota Dordrecht

Burgem

eester d

lo

e Raad

u To tsingel

n

laa

e ns

n

aa

l nje

3.2 Schil 3.2.1 Achtergrond Van buitens naar stedelijke dichtheid en functiemenging De 19de-eeuwse schil dankt zijn naam aan de periode waarin het gebied verstedelijkte. In de 18e eeuw had het gebied nog een landelijk karakter met veel waterlopen en onverharde wegen. Er waren vooral tuinderijen en blekerijen. In de 19de eeuw werden er diverse buitens aangelegd, later gevolgd door herenhuizen, middenstands- en arbeiderswoningen, de laatste soms in de vorm van hofjes. In de noordoost- en westzijde van de schil vestigden zich bedrijven, die in eerste instantie waren gericht op houthandel en scheepvaart. In 1872 werd het station in gebruik genomen. Hierdoor kreeg de stad een verbinding met het zuiden van Nederland, kort daarop ook met Rotterdam. Ook andere bijzondere functies met een uitgebreidere ruimtebehoefte vestigden zich in de schil. Bijvoorbeeld de schouwburg, een exercitieterrein met kogelmagazijn, later een ziekenhuis en diverse scholen. Vooral in het laatste kwart van de 19de en het eerste kwart van de 20ste eeuw is de schil volgebouwd. Karakteristiek zijn de rechte straten – parallel lopend aan de ring – met een relatief hoge bebouwingsdichtheid en functiemenging. Arbeiderswoningen en villa’s wisselen elkaar af, net als parken en ruime tuinen, hofjes en straten met aaneengesloten bebouwing. Het gebied is rijk aan monumenten.Radiaalsgewijs waaieren routes uit.

Deze landwegen en dijken zijn in het verstedelijkingsproces meegegroeid en verbinden de stad met het achterland. Uiteindelijk is een gevarieerd geheel ontstaan met

vooral een woonfunctie, maar ook met kantoren, winkels, kerken en een park. De hoofdstructuur uit het einde van de 19de eeuw is nog vrijwel intact. De meeste buitenplaatsen en het landelijke karakter zijn echter verdwenen. Alleen het park Merwestein en omgeving herinnert hier nog aan. Grootschalige ingrepen De laatste decennia hebben verschillende saneringsoperaties plaatsgevonden in ‘de schil’. De meeste ingrepen vonden plaats in het westelijke deel van de schil, waar de sanering in de jaren zestig van de vorige eeuw begon. Omdat de historische binnenstad moest worden ontzien, maar tegelijk de vitaliteit ervan moest worden gestimuleerd, kreeg het westelijk deel van de schil de taak een bijdrage te leveren aan de versterking van de regionale functie van het stadscentrum. Dit betekende onder meer een extra inspanning op het gebied van verkeers- en parkeervoorzieningen en realisering van kantooroppervlak. Op basis van het Saneringsplan (1961) werd begonnen met de sanering van het gebied tussen de Spuihaven en Hellingen en de realisering van de Spuiboulevard met kantoorcomplexen. In het stationsgebied en langs de as Stationsstraat Johan de Wittstraat vonden eveneens grootschalige kantoorontwikkelingen plaats. Rond het gereconstrueerde Beverwijckplein is veel gesloopt, waaronder het oude gemeenteziekenhuis, het gymnasium en enkele blokjes arbeidershuizen.

Hiervoor zijn grootschalige kantoor- en nieuwe appartementencomplexen in de plaats gekomen. Rond 1990 vonden verkeersingrepen plaats in aansluiting op

De schil in 1858

De schil in 1939

Bijlage Welstandsnota Dordrecht

33

de nieuwe verkeersbrug over de Oude Maas, waardoor de oude Parallelweg en de Burgemeester de Raadtsingel veranderden in een drukke verkeersader. Diverse hofjeswoningen in het gebied rond het Geldeloze Pad zijn vervangen door nieuwbouw. In het oostelijk deel van de schil is het karakter van het 19de-eeuwse stedelijk weefsel het best bewaard gebleven. In de jaren negentig van de 20ste eeuw zijn hier enkele ‘binnenterreinen’, met name die tussen Kromhout en Singel, en tussen Singel, Noordendijk en Groenedijk, geherstructureerd. De 19de-eeuwse arbeiderswoningen en bedrijfsgebouwen zijn grotendeels vervangen door hedendaagse volkswoningbouw, waarbij het oorspronkelijke verloop van straten en hofjes voor een deel bewaard is gebleven.

3.2.2 Beschrijving Stedelijke ring De 19de-eeuwse Schil is het eerste stadsuitleggebied buiten de Spuihaven en heeft als zodanig in de ontwikkelingsreeks als eerste “jaarring” in de groei van Dordrecht een specifieke, cultuurhistorische betekenis. Door de ligging direct aan de binnenstad is de Schil van oudsher het stadsdeel dat als overloopgebied wordt gebruikt voor functies en voorzieningen waar qua maat of schaal in de binnenstad geen ruimte voor was. Het stadsdeel is gesitueerd direct aan de binnenstad van Dordrecht, het centrum van de regio Drechtsteden. Deze gunstige ligging genereert een unieke ontwikkelpotentie. Naast de ligging direct aan de binnenstad is de goede bereikbaarheid vanuit de regio via het spoor en de snelweg (A16) een sterke eigenschap van de schil. De grote diversiteit aan stijlen, bebouwingstypologieën en functies (wonen, werken en winkelen), het fragmentarische karakter als gevolg van grootschalige ingrepen, en de samenhang in stratenpatroon en rooilijnen geven de Schil zijn specifieke identiteit en maken het gebied uniek in de stad. Structuur De Schil kent een sterke hoofdstructuur met radiale verbindingswegen loodrecht op de binnenstad. In deze structuur vormt de Singel de ruggengraat, die alle radialen onderling verbindt.

In het gedeelte van de Schil ten oosten van de Blekersdijk/Dubbeldamseweg is het karakter van het oorspronkelijke 19e-eeuwse stadsweefsel grotendeels intact gebleven. Op basis van het Saneringsplan (1961) is in

34

Bijlage Welstandsnota Dordrecht

het westelijk deel van de Schil ten behoeve van nieuwe verkeerswegen veel oorspronkelijke bebouwing verdwenen. Daarvoor in de plaats zijn aan de randen van het gebied grootschalige kantoorpanden, appartementengebouwen en parkeergarages teruggebouwd. SchilWest heeft daardoor met name aan de randen een duidelijk afwijkend karakter gekregen ten opzichte van het kleinschalige stadsweefsel van de rest van de Schil en de binnenstad. Schaalcontrast In de schil zijn de resultaten van verschillende stadsvisies naast elkaar aanwezig. De kleinschaligheid van het 19de-eeuwse stadsweefsel is te vinden naast de grootschalige doorbraken en bijbehorende bebouwing uit het Saneringsplan. Het oorspronkelijke stadsweefsel langs de belangrijkste straten bestaat vaak uit halfopen en gesloten bouwblokken met riante herenhuizen. Op andere plekken bestaat het weefsel uit vrijstaande en geschakelde villa’s. De secundaire straten zijn gevuld met eenvoudige arbeiderswoningen of voorzieningen. De grootschalige kantoorgebouwen bevinden zich vooral aan de randen van Schil-West. Deze objecten staan vaak autonoom in de ruimte en trekken zich weinig aan van het oorspronkelijke stadsweefsel. Diversiteit in architectuur De Schil kent door zijn geleidelijke ontwikkeling een scala aan architectuurstijlen: van romantiek tot ver doorgevoerde zakelijkheid.

Met name in de kern van het gebied bestaat de bebouwing uit panden uit eind 19de eeuw/ begin 20ste eeuw, de periode dat de Schil verstedelijkte. Ook de ensembles Rozenhof en Beverwijcksplein zijn in

deze periode tot stand gekomen. Bouwstijlen: eclecticisme en romantiek. Langs de randen van het gebied (Spuiboulevard, Burgemeester de Raadtsingel, Wilgenbos) en de oostzijde van de Johan de Wittstraat/Stationsweg staat bebouwing uit de naoorlogse periode. De architectuur die bij deze bebouwing hoort, kan omschreven worden als zakelijk en sober. Randen, routes en dijken De Schil is in een halve maanvorm rond het centrum gebouwd en wordt begrensd door de historische havens (Kalkhaven, Spuihaven en Riedijkshaven), de spoorlijn, Toulonselaan, Oranjelaan en Noordendijk. De radialen tussen de zuidelijke stadsdelen en de binnenstad ( Spuiweg, Blekersdijk/ Dubbeldamseweg, Vrieseweg, Sint Jorisweg) vormen belangrijke routes in het gebied voor het langzaam verkeer. Vaak zijn deze routes herkenbaar door oriëntatiepunten, zoals de toren van de Grote Kerk. In functionele zin vormen de routes de aanloopstraten naar de binnenstad met kleinschalige bebouwing aan beide zijden van de straat met wonen boven een plint van winkels en voorzieningen. Vaak wordt op de begane grond ook gewoond. De westelijke (parkeer) route (Wilgenbos/Achterhakkers, Spuiboulevard, Johan de Wittstraat/Stationsweg, Burgemeester de Raadtsingel/Havenstraat/Korte Parallelweg) is van belang voor het autoverkeer richting de parkeergarages. De route Merwedestraat-Oranjelaan vormt de oostelijke invalsweg voor het autoverkeer.

De Noordendijk is volledig in het stedelijk weefsel opgenomen. Aan beide zijden is de bebouwing vrijwel volledig aaneengesloten; slechts op enkele plaatsen, voornamelijk bij kruisende wegen, is zicht mogelijk op het lager gelegen achtergebied. Naast de Noordendijk vormt ook de Hoge Bakstraat/Sluisweg een integraal onderdeel van de hoofdwaterkering op het eiland van Dordrecht.

Openbare ruimte en groen De Schil kent naast het hiërarchische stratenpatroon tevens een aantal waardevolle pleinvormige openbare ruimten. Het Beverwijcksplein heeft een klassieke Franse inrichting met als middelpunt de fraaie fontein (rijksmonument). Rondom de fontein staan grote platanen en blokhagen in een geometrische vorm. De openbare ruimte rondom de voormalige buitenplaats Rozenhof heeft door de wijze van beplanten een besloten intiem karakter gekregen. De tuin rondom de Schouwburg Kunstmin is een uitloper van het tegenoverliggende Park Merwestein. Deze tuin is van grote waarde door de aanwezigheid van de monumentale bomen. In de Schil is in vergelijking met de binnenstad veel groen aanwezig. Samen met de ruimtelijke structuur en het uiterlijk van de bebouwing spelen met name de bomen een essentiële rol in het stadsbeeld van de 19de-eeuwse schil. Dit geldt niet alleen voor het openbaar groen, maar ook voor het groen op privé terreinen. Het groene karakter verwijst naar het oorspronkelijke landschap uit de tijd dat de stad zich nog niet buiten de stadsmuren had uitgebreid. Behoud van groene structuren, plekken en waardevolle bomen staat voorop bij herstructurering en herinrichting. Monumenten en beschermd stadsgezicht In het gebied bevinden zich talrijke gemeentelijke monumenten, rijksmonumenten en een beschermd stadsgezicht .

Drie plekken in de Schil maken onderdeel uit van het beschermde stadsgezicht binnenstad: het Vrieseplein, het gebied Achterhakkers / Sluisweg en de Sint Jorisbrug. De bebouwing binnen het beschermd stadsgezicht van de 19de-eeuwse Schil bestaat voornamelijk uit stadsvilla’s in twee hoge lagen onder een kap; (half) vrijstaande woningen voor de betere middenstand en

uit (complexmatig) gebouwde (heren)huizen. Bijna alle historische bebouwing is uitgevoerd in twee (hoge) lagen onder een kapverdieping of de eenvoudigere bebouwing in één laag met kap. Belangrijke blikvangers zijn Schouwburg Kunstmin, de stellingmolen aan de Noordendijk en de ernaast gelegen voormalige elektriciteitscentrale. Enkele blokken complexmatig gebouwde arbeiderswoningen zijn typerend voor hun bouwperiode, al zijn de woningen vaak in detail gewijzigd. Markant is het complex De Vereniging, dat uit het midden van de 19de eeuw stamt. Binnen het beschermd stadsgezicht van de 19de-eeuwse Schil zijn verschillende panden en objecten als beeldbepalend aangeduid. Deze objecten vormen verbijzonderingen in het stratenpatroon en zijn door de situering en bijzondere architectuur veelal een oriëntatiepunt in de stad. Rozenhof (onderdeel beschermd stadsgezicht) De Rozenhof is een oude buitenplaats, waar in 18911892 een rijk gedecoreerde villa in neorenaissancestijl werd gebouwd. Kenmerkend zijn talrijke natuurstenen banden en geblokte pilasters en frontons. Het oorspronkelijke park is gebruikt voor woningbouw: herenhuizen, geplaatst in een rooilijn in hoefijzervorm, sluiten met hun gebogen gevelwanden, die duidelijk samenhang vertonen, de villa in, waardoor het resterende plantsoen een besloten karakter heeft gekregen.

Behalve de hoofdvorm zijn er eigenlijk geen herinneringen meer aan de landschapstuin rond de villa. Park Merwestein (gemeentelijk monument) en omgeving (onderdeel beschermd stadsgezicht) Centraal in het beschermd stadsgezicht ligt het in landschapsstijl ingerichte Park Merwestein, dat ooit deel uitmaakte van een landgoed. Eind 19de eeuw kocht de gemeente het landgoed aan en veranderde de tuin in een park voor welgestelde stedelingen, die er kwamen Bijlage Welstandsnota Dordrecht

35

flaneren. Rond het Park Merwestein zijn in het laatste kwart van de 19de eeuw en begin 20ste eeuw verscheidene vrijstaande villa’s gebouwd. In de jaren ’20 en ’30 volgden tussen het park en de Oranjelaan vrijstaande en dubbele woonhuizen.

pend verbouwd tot huis voor de podiumkunsten, met een grand café – bistro - bar.

Schouwburg Kunstmin, rijksmonument Op initiatief van de Dordtse Vereeniging “Kunstmin” gebouwde SCHOUWBURG uit 1889, naar ontwerp van architect J. Verheul Dzn.(1860-1948) in de stijl van de Neo-Hollandse Renaissance, in 1938-1940 inwendig gewijzigd en uitgebreid naar ontwerp van architect Sybold van Ravesteijn (1889-1964). Van Ravesteijn bouwde aan de oostgevel een nieuwe entreepartij, en richtte de voormalige ingangspartij en foyer tot feestzaal (kleine zaal) in. Het interieur werd naar zijn ideëen verbouwd in een Organische bouwstijl met invloeden van de Barok. In 1993 vond een uitgebreide verbouwing en restauratie plaats, waarbij er een filmhuis aan het gebouw is toegevoegd. In 2013/2014 vindt opnieuw een ingrjipende verbouwing plaats van de schouwburg waarbij het filmhuis weer is verwijderd, de fundering wordt hersteld en de toneeltoren vervangen.

Waardering: stedelijke ring De Schil is het eerste stadsuitleggebied buiten de stadswal en heeft als zodanig in de ontwikkelingsreeks – als eerste “jaarring” in de groei van Dordrecht – een specifieke, cultuurhistorische betekenis. Verschillende stadsvisies zijn herkenbaar: kleinschaligheid en oud naast grootschalige doorbraken en nieuwbouw. Dit maakt het gebied uniek in de stad.Door de ligging direct rond de binnenstad is de Schil vooral van betekenis als voorportaal en entree; veranderingen moeten in dit licht worden gezien. Met name de toegangsroutes verdienen aandacht. Het multifunctioneel karakter (wonen, werken, sociaal culturele voorzieningen en winkelen) plus de onmiddellijke nabijheid van de binnenstad en de veelheid aan openbaar vervoersvoorzieningen maakt de Schil tot een aantrekkelijk woon- en werkmilieu.

Energiehuis, gemeentelijk monument Gebouwcomplex ten behoeve van de energievoorziening. Voormalig elektriciteitsproductiebedrijf met kantoor. Gebouwd in drie fases. Het bouwblok ligt tussen de Noordendijk, Biesboschstraat en Lijnbaan. Gebouwcomplex op veelhoekig grondplan in deels drie bouwlagen. Het complex bestaat uit het voormalig elektriciteitsproductiebedrijf met administratiegebouw (1910) aan de zijde van de Biesboschstraat met aansluitend aan de noordoostzijde machine- en ketelhuis I (1910), machineen ketelhuis II (1915) en machine- en ketelhuis III (1928). Het Energiehuis is in 2012/2013 gerestaureerd en ingrij36

Bijlage Welstandsnota Dordrecht

3.2.3 Waardering, beleid en ontwikkeling

Ontwikkeling: stedelijke entree De Schil zal als gevolg van haar ligging nabij de binnenstad, station en spoorlijn voortdurend onderhevig zijn aan planologische ideevorming. Binnen de huidige karakteristiek, die duidelijk een menging is van ‘oud en nieuw’, zal ‘oud’ onder druk blijven staan. Door de beschermde monumenten en het beschermd stadsgezicht wordt het cultuurhistorisch belang geduid van zowel de stedenbouwkundige structuur als de historische bebouwing. De komende jaren vindt functionele versterking vooral plaats aan de oostzijde van het centrum. Het project Stadswerven zal de aantrekkingskracht van

de binnenstad vergroten. De uitvoering van dergelijke grote projecten zijn van invloed op de programmatische betekenis van de schil voor de stad en de regio. Ontwikkeling: visie De kantoren aan de randen van Schil-West zijn vaak grote gebouwen. Een deel van deze kantoren kent structurele leegstand. Door de omvang van de kavels en de bouwhoogte zijn langs de Spuiboulevard ruimtelijke condities aanwezig voor nieuwe stedelijke functies en wonen dichtbij de historische binnenstad. In dat geval is transformatie of sloop/nieuwbouw van de betreffende kantoorpanden noodzakelijk. Vestiging van nieuwe stedelijke functies is mogelijk, onder voorwaarde dat dit met respect gepaard gaat voor de kleinschalige bebouwing in de kern van het stadsdeel. Het respecteren van het historisch silhouet en waardevolle zichtlijnen op karakteristieke oriëntatiepunten heeft een hoge prioriteit, waarbij het zicht op de toren van de Grote Kerk topprioriteit heeft. Dit sluit omvangrijke bebouwing in een aantal zichtzones uit. Sinds in 2011 is de visie Schil-west van kracht. Waardering en ontwikkeling: cultuurhistorie In het plangebied bevinden zich veel beschermde rijks- en gemeentelijke monumenten, twee beschermd stadsgezichtgebieden (deel binnenstad en schil) en stedenbouwkundige structuurelementen, die van belang zijn omdat zij een onderdeel vormen van regionale en stedelijke hoofdstructuren.

Het beschermd stadsgezicht 19de-eeuwse Schil omvat onder andere de Rozenhof en Park Merwestein, beide met hun omgeving. Kortom: cultuurhistorisch gezien is het een zeer waardevol gebied, waar zorgvuldig mee omgegaan dient te worden.

Bijlage Welstandsnota Dordrecht

37

38

Bijlage Welstandsnota Dordrecht

...\luchtfoto.dgn 9-4-2014 12:05:58

Merw

ede

1e Merwedehaven

2e Merwedehaven

straa

t

N3 Wa nt

Baanho

ekweg

ij

Wantijdijk

Bijlage Welstandsnota Dordrecht

39

3.3 Staart 3.3.1 Achtergrond Industrieel schiereiland Rond 1880 worden twee opwassen in de Merwede samengevoegd tot de West-Merwedepolder of De Staart en gebruikt als hooi- en grasland. Al snel volgen andere functies, waarna het westelijk deel rond 1905 wordt opgehoogd om het als nijverheidszone te kunnen gebruiken. Als ontsluiting wordt een weg langs de oostzijde van de stad gelegd – de huidige Oranjelaan – die samen met een brug over het Wantij in 1910 in gebruik wordt genomen. Scheepswerven, een havenkom en andere, meest watergebonden, fabrieken volgen. Woningbouw Woningbouw vindt op een smalle strook langs het Wantij plaats. De strook is in de loop der jaren van west naar oost bebouwd. Als eerste, begin 20ste eeuw, met enkele woningcomplexen voor arbeiders. Het oostelijk deel komt na de Tweede Wereldoorlog tot stand en heeft een open karakter. De in de loop der tijd veranderende stedenbouwkundige en sociale opvattingen zijn duidelijk herkenbaar in de verschillende delen van de Staart. Zo verandert het straatbeeld van gesloten bouwblokken, waarbij de straatruimte gevormd wordt door de massa van de bouwblokken, naar een meer open verkaveling, waarbij straten nog wel herkenbaar zijn, maar de bouwblokken meer “in de ruimte” geplaatst zijn. Ook de renovatiegolf van de jaren ‘80 van woonblokken 40

Bijlage Welstandsnota Dordrecht

die na 1960 waren gebouwd, is niet aan de Staart voorbij gegaan: gevels zijn veranderd door toepassing van stucwerk.

3.3.2 Beschrijving Diversiteit De Staart ontleent zijn eigenheid aan het feit dat het een schiereiland is tussen de rivieren Merwede en Wantij. Het wonen vindt plaats langs de groene oever van het Wantij, de industrieën staan langs de rivier. Temidden van de industrie ligt de ruïne van het Huis te Merwede. In de bodem bevinden zich de archeologische resten van het vroegere kasteel. De ruïne met omliggend terrein is rijksmonument. De ruïne is in ere hersteld en geconsolideerd. De huizen kenmerken zich door een verscheidenheid aan stijlen, waaronder woningbouwcomplexen met een bijzondere cultuurhistorische waarde. woningbouwcomplexen; gebieden met bijzondere waarde Rond 1920 en in de jaren ’30 zijn enkele woningcomplexen gebouwd. Als eerste wordt rond 1910 een dubbele brugwachterswoning gebouwd. Het complex van rond 1920 (Noorderkwartier) heeft kenmerken van de Amsterdamse School en is gebouwd in opdracht van een maatschappij opgericht door Dordtse industriëlen, die hun arbeiders degelijk willen huisvesten. De straten vormen een rechthoekig patroon. Het complex heeft verspringende gevels en daklijsten en

decoratieve elementen die verwant zijn aan de stijl van de Amsterdamse School. De huizen zijn ontworpen door architect B. van Bilderbeek. In de jaren ‘30 volgen enkele korte blokken. Deze tweelaagse woningen met doorlopende zadeldaken zijn simpeler van opzet. De woningbouwcomplexen zijn typerende voorbeelden van sociale woningbouw uit het begin van de 20ste eeuw. Ze liggen dicht bij een grote scheepswerf en andere zware industrieën langs de Merwede. Ze laten de ontwikkeling van de arbeidershuisvesting en het stedenbouwkundig denken in die periode duidelijk zien. Westelijk deel In het westelijk deel is een duidelijke scheiding aanwezig in gebieden met een collectief karakter, de openbare ruimte of voorkant en gebieden met een individueel karakter, de privé-tuinen of achterkant. Aaneengesloten bebouwing in de rooilijn (rechthoekige gesloten blokverkaveling), bouwhoogtes van één à twee lagen met kap bepalen het karakter. Aan de rand van het Wantij staat enige middelhoogbouw. Oostelijk deel In het oostelijk deel is de bebouwing opener van karakter; ruimere straatprofielen, open bouwblokken en verspringingen in de rooilijn bepalen het beeld. Door het half open karakter liggen binnengebieden, zijtuinen en erfafscheidingen in het zicht.

De Staart is qua bebouwingsstructuur te verdelen in drie gedeelten: het meest westelijke deel, gekenmerkt door laagbouw uit de jaren ‘20 en ‘30 met voornamelijk

Bijlage Welstandsnota Dordrecht

41

eengezinswoningen. Het middendeel (tussen het meeste westelijke deel en de N3) gekenmerkt door een menging van flats met platte daken en (detailhandels)voorzieningen. Het deel oostelijk van de N3, waar afwisselend flats met twee en drie lagen met platte daken en eengezinshuizen, ook met plat dak, staan. De verspringend geplaatste bouwblokken leveren een beschut woonmilieu. Aan de randen staan enkele hoogbouwblokken en aan het Wantij een tot bijzonder woonhuis omgevormd pompgebouw. Op de grens van de woningbouw uit de jaren ‘30 en de meer open bebouwing uit de jaren ’60 staan woningen uit de jaren ‘70. Randen en verkeersstructuur De Staart is een langgerekt schiereiland dat in de lengterichting in tweeën is gedeeld: ten noorden van de Merwedestraat en de Baanhoekweg ligt industrie, ten zuiden ervan staan de huizen. Het woongebied op de Staart strekt zich in een lange strook uit langs het Wantij. In de lengterichting van het eiland loopt de hoofdontsluiting; deze is tegelijk de scheiding tussen industrie en wonen. Westelijk verbindt de Prins-Hendrikbrug de Staart met het centrum van Dordrecht. Halverwege doorsnijdt de Randweg (N3) de Staart in noord-zuidrichting.

42

Bijlage Welstandsnota Dordrecht

3.3.3 Waardering, beleid en ontwikkeling Waardering De bijzondere ligging op een eiland met industrie en de (groene) oever van het Wantij maken de Staart tot een bijzonder woongebied. Veranderen van de woning De bestemmingsplannen geven beperkingen en mogelijkheden. Zo moeten de hoogte-accenten in het Noorderkwartier behouden blijven en geldt voor de bebouwing uit de jaren ‘30 dat het karakter van de huizen met kappen met een hellingshoek van minimaal 30° moet worden gehandhaafd; de hoogte van de woningen mag worden vergroot door er een extra verdieping in de vorm van een dakopbouw op te zetten. Binnen het gebied ‘beschutte sfeer woningen’ tussen Markstraat en Dommelstraat is vergroting van de woningen mogelijk door middel van een kap met een hellingshoek van maximaal 45°. In het oostelijk deel van De Staart moeten de kapvormen (hellend en plat dak) zo blijven. Kop van de Staart; nadere eisen De kop van de staart is opgenomen in het Masterplan Stadswerven. De kop van de Staart is een goed herkenbaar eiland en onderdeel van de binnenstad van Dordrecht. De eigenschappen van dit gebied zijn het grote verschil tussen de Merwedezijde en de Wantijzijde. Een tweede eigenschap is de kenmerkende rangschikking van de stedelijke infrastructuur. Voor de Stadswerven is een apart hoofdstuk opgenomen met eigen criteria.

Me rw

ede

stra

at

Beneden Merwede

Bies

bosc

hstr

aat

Wantij

ord

aa jel an

dijk

n

en

Or

No

Bijlage Welstandsnota Dordrecht

43

3.4 Stadswerven 3.4.1 Achtergrond Stadswerven ligt in het hart van de regio, met ruime uitvalswegen over het water en snelle uitvalswegen over het land aan het Drierivierenpunt. Stadswerven is in Dordrecht en de omliggende Drechtsteden een uniek ontwikkelingsgebied. Uniek, omdat het tegen de binnenstad aan ligt en door water is omgeven. Uniek, omdat het buitendijks ligt, waar eb en vloed voor wisselende waterstanden zorgen in de rivieren. Stadswerven moet een nieuwe plek worden in de stad die attractief en onderscheidend is als kwalitatieve aanvulling op de binnenstad. Naast de woonfunctie moeten veel andere functies, zoals activiteiten op het water, cultuur, bedrijvigheid, werken, ontspanning, een plek in het gebied kunnen krijgen zodat een levendig, klein stedelijk woonmilieu ontstaat. Historie Voor de St. Elisabethsvloed in 1421 maakte het gebied deel uit van de Grote of Zuid-Hollandse Waard, een enorm veengebied dat zich uitstrekte tussen Maasdam (Hoeksche Waard) en Heusden. Het gebied werd door middel van ontginning ontwikkeld tot een uitgestrekt landbouwgebied. De St. Elisabethsvloed maakte aan dit alles een abrupt einde. Het gebied langs de Beneden Merwede kwam voor langere tijd onder water te staan, waarin door aanslibbing een gors is ontstaan, het huidige gebied de Staart.

Liggend buiten de oude binnenstad is het gebied pas in de 18e eeuw betrokken bij de stedelijke ontwikkeling. Voor die tijd was sprake van een buitengebied. Ten noorden van 44

Bijlage Welstandsnota Dordrecht

de Noordendijk vestigden zich eind van de 16e eeuw scheepswerven, houthandelaren, houtzagerijen en een touwslagerij. Verder verrezen er meerdere molens die onder andere werden gebruikt voor het verzagen van het over water aangevoerde hout. Hout was in die tijd een belangrijke bouwstof. De woningen die in het gebied in kleine bouwblokken langs de Noordendijk en de Lijnbaan werden gebouwd waren bestemd voor de bedrijfseigenaren en de arbeiders in die bedrijven. In de tweede helft van de 19e eeuw speelde zich in Dordrecht de overgang van handels- naar industriestad af. De scheepshandel stort in door de aanleg van de Nieuwe Waterweg (1866) en de opkomst van het stoomschip. Molens en houthandels verdwenen en op den duur ook de scheepswerven. De in het Lijnbaangebied gelegen houthaven werd eind 19e eeuw gedempt. In die periode verrezen nieuwe fabrieken waaronder in 1898 de Dordtse Meterfabriek aan de Lijnbaan en in 1910 het Elektriciteitsbedrijf aan de Noordendijk. Later moesten voor de bouw van de centrale en zijn latere uitbreidingen in de periode 1915-1928 woningen worden gesloopt. Gespaard bleef de 18e eeuwse molen Kijk over den Dijck. Langs de Oranjelaan bevinden zich enkele markante gebouwen, waaronder 3 schakelstations.

Verder bevinden zich op deze plaats overblijfselen van het hier gevestigde waterleidingbedrijf in de vorm van de tot hotel en restaurant verbouwde Watertoren en het pompgebouw (het huidige Villa Augustus). De Kop van de Staart kwam veel later tot ontwikkeling. Kaarten geven de bebouwingsgeschiedenis van het gebied goed weer. Hieruit blijkt dat midden 19e eeuw van bebouwing op de Kop van de Staart geen sprake

was. Een kaart uit 1894 geeft aan dat op deze plaats een schietbaan en een expeditieplaats van de pontonniers was gevestigd. In 1901 besloot de gemeenteraad het gebied op te hogen en in gebruik te geven als industriegebied, waarna de eerste bedrijven zich vestigden. De Prins Hendrikbrug, die de Staart verbindt met de stad, dateert uit 1910. Scheepsbouw voerde hier lange tijd de boventoon en bepaalde het karakteristieke beeld van scheepshellingen, kranen, staal en schepen. Scheepswerf De Biesbosch nam in het gebied de belangrijkste plaats in. De planontwikkeling voor het gebied De Stadswerven is in gang gezet toen begin 2000 de sluiting van 2 grote bedrijven werd aangekondigd. Stedenbouwkundige visie Het gebied Stadswerven is een bijzonder ontwikkelingsgebied in de stad door zijn buitendijkse ligging tegen de binnenstad, onderdeel van het gebied de Staart en volledig omgeven door rivieren. Het water is dan ook overal aanwezig in het gebied en vormt de drager van de bestaande landschappelijke en stedelijke structuur. De sierlijke natuurlijke bocht in het Wantij waarvan de oevers een belangrijke verblijfskwaliteit hebben en het grillige verloop van de oever aan de Beneden Merwede ontstaan door het uitgeven van kavels aan bedrijven zijn bepalend voor de stedenbouwkundige opzet.

Met nieuwe kades, een kadepark, een plein op de punt en bebouwing op het schiereiland aan de zuidelijke insteekhaven, wordt de kenmerkende bocht benadrukt. De noordelijke oever van de Staart is in kenmerkende stukken onderverdeeld en heeft de oever het ritme van

Bijlage Welstandsnota Dordrecht

45

de grootschalige bedrijfskavels meegekregen. Vrijwel nergens komen daardoor lange rechte lijnen langs de rivier voor. Centraal door het noordelijk deel loopt de Maasstraat als centrale route waaraan de verschillende buurten van de wijk gekoppeld zijn. Aan weerszijden van de Maasstraat worden dwarsstraten gemaakt ongeveer in het ritme van de ruimtes tussen de verdwenen werkgebouwen. De straten reiken telkens net tot aan de rivier en aan de zuidzijde tot aan het Wantij. Vanuit het stedenbouwkundig plan wordt op deze wijze als vanzelfsprekend verschillende deelgebieden gecreëerd die ieder hun eigen identiteit ontlenen aan hun bijzondere ligging. Deze indeling in deelgebieden maakt het mogelijk om naast de onderlinge samenhang ook subtiele verschillen aan te brengen. Elk van de deelgebieden brengt een eigen verschijningsvorm, een eigen stedelijke openbare ruimte, functiemenging en een eigen architectonische accenten voort.

3.4.2 Beschrijving Regionale betekenis Stadswerven moet een nieuw stedelijk gebied opleveren in aanvulling op de binnenstad van Dordrecht. Door de positionering van een aantal belangrijke voorzieningen als het Energiehuis, parkeergarage, bioscoop, Biesboschhal en Villa Augustus heeft het gebied ook een functie voor de regio en ver daarbuiten. Horecavoorzieningen op de punt van Stadswerven zal de verbinding met het stadscentrum versterken. Aan de Maastraat nabij de Merwedestraat is ruimte voor een supermarkt met aanvullende voorzieningen. De bijzondere positie en zichtbaarheid van het gebied 46

Bijlage Welstandsnota Dordrecht

in de regio vraagt ook om een zorgvuldige invulling. Niet alleen functioneel maar ook ruimtelijk. Het effect van bebouwing op Stadswerven op het silhouet van de stad vraagt grote aandacht. Dordrecht heeft een prachtig stadssilhouet dat op vele schilderijen is terug te vinden. Door de wisselingen in rooilijnen, een variatie in bouwhoogte, dakvormen en de aanwezigheid van bomen, torentjes, et cetera ontstaat een fascinerend beeld van schaduwvlakken, kleurschakeringen en coulissen en doorzichten. De bebouwing op Stadswerven mag om deze reden dan ook geen hoge muur van woningen gaan opleveren. Het afwisselen van bouwhoogten, rooilijnen en een rijkdom in de architectuur moet een bijdrage leveren aan het nieuwe stadsgezicht van Dordrecht. Randen en routes De belangrijkste randen van het gebied Stadswerven worden gevormd door de lange oeverlijnen langs Wantij en Merwede. Hier draagt de vormgeving van de gebouwen in belangrijke mate bij aan het Dordtse stadssilhouet. Nieuwe bebouwing, relatief laag met enkele accenten, past bij de schaal en maat van Dordrecht. Vanaf enkele punten (o.a. Prins Hendrikbrug, Riedijkshaven, Lijnbaan) dient rekening gehouden te worden met zichtlijnen op de watertoren, de molen ‘Kijck over den Dijck’ en de Nieuwkerk. De oevers zullen voor het overgrote deel voor voetgangers openbaar worden gemaakt.

Enkele grotere gebouwen staan eigenwijs met hun gevels in het water en zorgen voor onderlinge relaties over het Wantij. De Maasstraat vormt in het noordelijk deel de meest centrale route die de verschillende onderdelen van het plan met elkaar

verbindt. Langs de oever van de Merwede zal een tweede hoofdroute voor al het verkeer worden aangelegd. Met de komst van een nieuwe langzaam verkeersbrug tussen het Riedijkshavengebied en de Stadswerven zijn de voorzieningen in het centrum binnen enkele minuten bereikbaar en wordt Stadswerven daadwerkelijk aan de binnenstad gekoppeld. In het zuidelijk deel vormt de verlengde Lijnbaan voor een koppeling tussen het gebied rondom het Energiehuis en de Lijnbaan. Oud en nieuw Veel van de oorspronkelijke bebouwing is gesloopt en uit het gebied verdwenen. De structuur van het gebied heeft echter de inspiratie gegeven voor de nieuwe stedelijkheid. Centraal ligt de Maasstraat met aan het eind een openbare ruimte aan het water. Ten zuiden en noorden van de Maasstraat zijn woonbuurten gepland op de plots van de industriële kavels en waarbij de sprongen in de oever van de Merwede zijn gehandhaafd. In het zuidelijk deel is de insteekhaven ingepast in het stedenbouwkundig plan. Binnen deze hoofdstructuur zijn elementen als de Biesboschhal, de scheepshellingen in het toekomstige Wervenpark en de Kraanbaan ingepast waardoor in de wijk een verankering is te vinden met het rijke industriële verleden.

Structuur en typologie Het gebied Stadswerven is te verdelen in een drietal gebieden met ieder een eigen identiteit, StadswervenZuid gelegen tussen de Noordendijk en het Wantij, het “Watertorenterrein” gelegen tussen de Prins Hendrikbrug en het Vlij en Stadswerven-Noord gelegen rondom de Maasstraat.

Stadswerven-Noord is de zogenoemde ‘Kop van de Staart’, een schiereiland aan de zuidelijke oever van de Merwede, waar sinds jaar en dag scheepswerven hebben gelegen. Wat verdwenen is heeft de inspiratie en mogelijkheden geboden voor een eigentijdse herontwikkeling. Aan weerszijden van de centraal gelegen Maasstraat kunnen verschillende buurtjes worden ontwikkeld die samen weer één geheel vormen. De uitdaging is hoe een gevoel van intimiteit kan worden verenigd met de veel grotere schaal van de omliggende rivieren. In het gebied ligt een nadrukkelijk verschil tussen de Merwedezijde en Wantijzijde. De Merwedezijde draagt de sporen van het industriële gebruik en het grote rivierenlandschap, de grote kavels hebben de oever ingedeeld in een aantal segmenten waarin ook het Wervenpark is ondergebracht met zijn monumentale scheepshellingen. De Wantijoever kent een vloeiend verloop waarbij de oever zowel groen als stedelijk kan worden ingericht. Het Watertorenterrein is het uiterste puntje van de Dordwijkzone (recreatieve- ecologische zone centraal door de stad) en sluit voor wat betreft karakteristiek aan bij het naastgelegen Wantijbuurt. Het is een overwegend groen gebied waarin een aantal grote monumentale bouwvolumes zijn geplaatst.

Villa Augustus is na de verbouwing van de watertoren en het pompgebouw uitgegroeid tot een restaurant/hotel met een landelijke bekendheid en vormt een belangrijk herkenningspunt in het gebied. Belangrijke opgave voor dit gebied is de herbestemming van de grote trafogebouwen langs de Oranjelaan. Stadswerven-Zuid is gelegen rondom het Energiehuis en Regiokantoor. Het stedenbouwkundig plan maakt hier de

aansluiting met het Lijnbaangebied en de negentiende eeuwse schil. Met de positionering van de bioscoop en naastliggende garage ontstaat een belangrijke knoop met regionale voorzieningen gegroepeerd rondom een grote openbare ruimte. In het Energiehuis is inmiddels een bruisend cultureel klimaat ontstaan. Vanaf de Prins Hendikbrug heeft men een prachtig zicht op de molen ‘Kyck over den Dyck’. Naast deze voorzieningen kunnen in het gebied woningen aan het Wantij worden toegevoegd. De bebouwingsdichtheid kan relatief hoog zijn door de ruimtye van het water. Belangrijk is de ontwikkeling van een wandelpromenade langs het Wantij die de verbinding maakt met de historische binnenstad en tevens een belangrijk onderdeel vormt van het “rondje Wantij” door het gehele Stadswervengebied.

Stedenbouwkundig plan Stadswerven

Openbare ruimte en groen In het gebied Stadswerven-Noord liggen de verschillende buurten van het nieuwe gebied aan weerszijden van de Maasstraat gegroepeerd rondom bijzondere plekken en openbare ruimtes. De punt krijgt een belangrijk openbaar karakter door de invulling met vooral horecavoorzieningen. Het plein biedt een prachtig zicht op het Drierivierenpunt, het Wantij en de historische binnenstad. Door middel van een langzaam verkeersbrug over het Wantij wordt Stadswerven op een directe wijze verbonden met de binnenstad van Dordrecht. Rondom de Biesboschhal en de zuidelijke insteekhaven kan een veel intiemer en kleinschaliger milieu ontstaan. De beslotenheid van de haven maakt het mogelijk om functies in de haven te situeren en biedt daarnaast de gelegenheid om het gebied over water te bereiken. Langs de haven en het Wantij kunnen woningen met hun gevels direct in het water staan, in de Biesboschhal en langs de Maasstraat is ruimte voor afwijkende functies.

Bijlage Welstandsnota Dordrecht

47

Het Wervenpark vormt een bijzondere groene ruimte met de betonnen monumenten dat begint bij het water en reikt tot aan de Maasstraat. Oprijzend vanuit de Merwede wordt door middel van hoogteverschillen de getijdenwerking in het gebied goed zichtbaar gemaakt. Door de inpassing van de scheepshellingen is de historie van het gebied voelbaar. Daarnaast vormt het Wervenpark door zijn ligging en vorm letterlijk het vizier op de regio. Vanaf de Prins Hendrikbrug heeft men een goed zicht op de bebouwing van Papendrecht. Het Watertorenterrein krijgt een inrichting met verschillende grote tuinen, waarvan de tuin van Villa Augustus al is aangelegd. Rondom deze tuinen ligt een wandelroute langs het water. Aansluitend wordt een wandelpromenade voorgesteld langs het Wantij vanaf de Oranjelaan dat uiteindelijk de verbinding met het Riedijkshavengebied moet maken. Aan deze route ligt tot tegen de Noordendijk een grote stedelijke ruimte die verschillende functies mogelijk moet maken. Rondom deze ruimte liggen de grootschalige functies als Energiehuis ene bioscoop gevestigd. De openbare ruimte in het plangebied bestaat uit het wateroppervlak en uit het stelsel van straten en pleinen. Het Wantij vormt het centrale element binnen Stadswerven.

Een belangrijke opgave is het begaanbaar maken van de oevers, door een uitgekiende routing in relatie tot de hernieuwde verstedelijking moet het mogelijk worden om een rondje rondom het Wantij te lopen. Functies op het water en aan de oevers maken het mogelijk de bijzondere relatie met het water te versterken. Binnen het stedenbouwkundig plan is de openbare ruimte bewust fijnmazig gemaakt met 48

Bijlage Welstandsnota Dordrecht

de meest traditionele en herkenbare typologieën als basis: straten, een laan, de brink schuin tegenover de Biesboschhal, pleinen, binnenterreinen, een parkje, een promenade en de bijna eenvormige maar verspringende kades. De afwerking is hoogwaardig en tijdloos als in de historische binnenstad: hetzelfde straatmeubilair, grote bomen, gebakken klinkers en natuursteenkleurige banden.

gehele gebied. De regie op gebouwniveau richt zich daarom in een volgende fase op:

3.4.3 Waardering, beleid en ontwikkeling

• •

Beeldregieplan Voor Stadswerven is een beeldregieplan opgesteld waarin de kwaliteitsambitie van het te ontwikkelen gebied is vastgelegd en waarin de hoofdlijnen van het stedenbouwkundig plan zijn beschreven. Dit beeldregieplan is geen vastomlijnd kader, het benoemd de onderwerpen waar, binnen de context, gezocht moet worden naar de beste oplossingen. Het geeft de ambitie weer die aansluit bij de cultuurhistorie die deze bijzondere plek heeft doen ontstaan, op de grens van stad en water. Het doel is om alle betrokkenen te enthousiasmeren, inspireren en is gericht op het verder ontwikkelen van de aangereikte kwaliteiten. Een terugkerend thema is dat Stadswerven wordt gezien als een verlengstuk van de Dordtse binnenstad waarbij gebruik gemaakt wordt van de karakteristieke elementen als gesloten bouwblokken met een pandsgewijze opbouw, variatie in bouwhoogte, wisselende gevelbreedte, differentiatie in functie, verspringende plinten en verborgen groene binnengebieden. Het gaat om gebouwen die verschillend zijn, maar tegelijkertijd toch familie zijn van elkaar, om ‘hetzelfde’ steeds ‘anders’. Op Stadswerven komt het bijzondere voort uit het gewone. Het herhalen en handhaven van dezelfde thema’s is wezenlijk voor de karakteristiek van het

• • •

• • • • • •

De opbouw van de gevels, diversiteit en een verrijking voor het stadssilhouet De verhoudingen tussen horizontale en verticale delen De herkenbaarheid van afzonderlijke gebouwen in het bouwblok De publieke marge in de gevels: lobby’s, entrees De buitenruimtes in en aan de gevel: balkons en erkers in relatie tot het straatbeeld De straatzijde en binnenzijde, heldere scheiding tussen het openbare en het privé De kwaliteit van de binnengebieden Het dakenlandschap De hoogte Het materiaalgebruik. Gebouwen moeten mooi verouderen De erfafscheidingen (overgangen tussen openbaar en privé).

Want ij Wan tijd

ijk

ene

zoo

m

ht - Geld

ermalse

n

ord

g

Dordrec

dijk en

stee

Spoorlijn

Bilde r

Gro

No

...\luchtfoto.dgn 9-4-2014 12:15:00

N3

Bijlage Welstandsnota Dordrecht

49

3.5 Stadspolders 3.5.1 Achtergrond Van polder naar woonwijk Stadspolders is gebouwd tussen 1980 en 2000. Voor die tijd was het een buitendijks gelegen polder en had het een agrarische functie. Enkele elementen, zoals dijken en historische routes zijn meegenomen in de planontwikkeling (Noordendijk, Loswalweg, Middelweg, Bildersteeg, de Wantijdijk en ’t Vissertje). De wijk bestaat uit drie deelgebieden: Stadspolder, Vissershoek en Oudelandshoek, die globaal in deze volgorde zijn gebouwd. Alles bij elkaar staan er 7700 woningen en er is een daarop afgestemd voorzieningenniveau. De eerste huizen zijn vooral gebouwd in de categorie sociale woningbouw, later volgden veel eengezinswoningen in de goedkopere (premiekoop) en middeldure koopsector.

Dat heeft zijn neerslag gehad op het uiterlijk van de wijk. In de jaren ‘90 maken de uitgestrekte en grillige woonerven plaats voor woonstraten in een strakkere verkaveling, het “romantische” (baksteen en dakpannen) maakt plaats voor een abstractere vormgeving (platte daken, metselwerk en stuc). De veranderingen hebben zich min of meer geleidelijk voltrokken, met het project Groene Oever (Vissershoek) als omslagmoment.

3.5.2 Beschrijving Landschappelijk Omdat de wijk aan de rand van de stad ligt en aan alle zijden geplaatst is in een landschappelijke context, ervaren Dordtenaren wonen in Stadspolders als ‘buiten wonen’. Dit gevoel wordt versterkt doordat water en groen – in de vorm van de oorspronkelijke landschappelijke elementen – de wijk inkomen.

Ontwerpidee en tijd Twee begrippenparen stonden centraal bij het ontwerp van de wijk: samenhang en diversiteit. De verschillen zijn ontstaan door de wijk in clusters te verdelen met een thematische benadering, zoals ‘water’ en ‘groen’, terwijl de samenhang is nagestreefd in de verkeersstructuur – met name de lange lijnen van de langzaam-verkeerroutes – en door architectonische afspraken te maken over zaken als materiaal- en kleurkeuze, typologie en kapvorm.

Verkeersstructuur De hoofdwegenstructuur wordt gevormd door twee lussen (Stadspolderring en Chico Mendesring) met een onderlinge verbinding (Groene Zoom). De profielbreedte is ruim; de maat is bepaald door de verkeersintensiteit en de daaruit voortkomende geluidbelasting. Bomen begeleiden deze hoofdstructuur. Er zijn duidelijke verschillen tussen (hoofd-) ontsluitingswegen, woonstraten, woonerven en fietsroutes.

In de twintig jaar die de bouw van Stadspolders vergde, veranderden de stedenbouwkundige en architectonische opvattingen en ook de economische en marktsituatie.

Laagbouw en woontoren Laagbouw overheerst. Er staan veel eengezinswoningen – twee lagen met schuine kap of plat dak met eventueel een dakopbouw. Meerlaagse bouw komt op een beperkt

50

Bijlage Welstandsnota Dordrecht

aantal plekken voor, met name rond de voorzieningen. De 65 meter hoge woontoren Sequioa is een oriëntatiepunt voor Stadspolders én het gehele oostelijk deel van het Eiland van Dordrecht, inclusief de Biesbosch. De woontoren markeert ook het centrum van Stadspolders (de Bieshof) met winkels, en voorzieningen (kerk, multifunctioneel centrum, station). De ronde vorm van de woontoren met daarop liggend een schuin dak is een voorbeeld van opvallende architectuur met een rijke bekroning Het centrum van de wijk (de Bieshof) heeft een relatief levendig en publiek karakter. Drie aspecten spelen hierin een rol: de gemengde functies (het station, het multifunctioneel centrum, enkele kerken en de woontoren Sequioa. Daarnaast komen de belangrijke routes en straten er samen. Het laden en lossen ten behoeve van de winkels vindt grotendeels inpandig plaats en draagt daardoor bij aan de sfeer van een open uitstraling. Nabij het winkelcentrum zijn vermeldenswaard de kerk aan het Van Eesterenplein, het station en het multifunctionele centrum Palet, die allen opvallen door de zorgvuldige detaillering, het kleurgebruik en de materiaalkeuze. Als maatregel tegen te grote windhinder is op het cenrale winkelplein een kiosk met aangepaste dakvorm en aansluitende glazen luifel toegepast. Fietsroutes De wijk kent zorgvuldig ontworpen zeer directe fietsroutes, die naar winkels en scholen leiden. Langs

Bijlage Welstandsnota Dordrecht

51

het Flamingo-pad grenzen openbaar (een fietsroute) en privé (tuinen) direct aan elkaar; een collectieve haag schermt de begeleidende tuinenstrook af van het openbare gebied. Randen De noordelijk grens wordt gevormd door het Wantij. Het water, de hoofdwaterkering met zijn indrukwekkende profiel en de specifieke dijkwoningen (Groene Oever en Balsa) zijn karakteristieke elementen. De oostelijke begrenzing wordt gevormd door de Bildersteeg, onderdeel van de verstedelijkingscontour. De zuidelijke begrenzing bestaat voor het grootste deel uit de Noordendijk. Daarmee grenst Stadspolders aan de geledingszone Corridor. De westgrens wordt gevormd door de Randweg N3, waarlangs een gedeeltelijk transparant geluidsscherm staat. gemaal ’t Vissertje Het gemaal ’t Vissertje met het bijbehorende haventje is een in het oog springende en behoudenswaardige herinnering aan de ontwikkelingsgeschiedenis van het polderlandschap, in het bijzonder van de (Nieuwe) Stadspolder. Het complex is een potentieel monument. Dijken De recreatieve Wantijdijk is opgenomen in het stedelijk weefsel, met lokaal toegevoegde dijkbebouwing. De waterzijde kent een natuurlijk, ecologisch karakter, aan de binnenzijde zijn wisselend doorzichten op het achterland mogelijk. De Noordendijk aan de zuidrand van Stadspolders is opgenomen in het stedelijk weefsel, maar kent naast bebouwing nog veel landschappelijke 52

Bijlage Welstandsnota Dordrecht

elementen. De dijk heeft een half-open karakter; doorzichten zijn goed mogelijk door de regelmatig ruime onderlinge afstand tussen de bebouwing. Groene Oever Het project Groene Oever bestaat uit 484 woningen, waarbij nadrukkelijk meer aandacht is besteed aan de architectonische en stedenbouwkundige kwaliteitsaspecten. Er is gekozen voor een strakke opzet. Het plan bestaat uit een grote diversiteit aan woontypen, alle sterk op elkaar afgestemd met kenmerkende platte daken, stucwerk en kleurgebruik. De Wantijdijk is prominent in het plan opgenomen, wat ondermeer is terug te vinden in een bijzonder type dijkwoning.

3.5.3 Waardering, beleid en ontwikkeling Waardering: buiten wonen in de stad en herkenbaarheid Verschillende aspecten van Stadspolders worden zeer gewaardeerd. Dit betreft het gevoel van ‘buiten wonen’, veroorzaakt door de (landschappelijke) ligging, tegelijk dicht bij een historisch stadscentrum en de diversiteit aan deelgebieden en woonclusters. De waardering ligt relatief hoger bij de recentere nieuwbouw. Het toegenomen autobezit leidt bij veel erven tot parkeeroverlast. Het aanleggen van extra parkeerplaatsen gaat vaak ten koste van groen- en speelvoorzieningen. Bij herinrichting van de erven zal samen met de bewoners een juiste afweging met betrekking tot het ruimtegebruik gemaakt moeten worden

De wijk kent stedenbouwkundige en architectonische bijzonderheden, zoals het fietspadennet, de inpassing van de dijken, de bijzondere architectuur nabij het hoofdcentrum, de parkeeroplossingen, het integreren van woonwagenlocaties en het beleid voor dakopbouwen. De strook langs het Wantij is onderdeel van de ecologische hoofdstructuur. Door het relatief hoge percentage oppervlaktewater benadert Stadspolders de in het waterplan gestelde streefnormen.In Oudelandshoek is de aandacht voor duurzame stedenbouw en architectuur verscherpt en toegepast. Ontwikkeling: centrum, multi-functionele route en grens Het wijkwinkelcentrum de Bieshof ligt als eindpunt op een zogeheten multi-functionele route/stadsas van de binnenstad naar een buitenwijk. In de regionale detailhandelsvisie wordt de Bieshof benoemd als ‘lokaal bovenwijks verzorgend centrum’. In dit centrum dient vooral ingezet te worden op het behouden van het aanwezige detialhandelsaanbod en de multifunctionele componenten. Strategie: kwantitatief en kwalitatief consolideren. De oostelijke grens van Stadspolders, de Bildersteeg is onderdeel van de verstedelijkingscontour. Deze contour stelt de grens aan stedelijke expansie. Beleid: dakopbouwen Aan de hand van het onderwerp dakopbouwen is een nieuw evenwicht tussen individuele en collectieve belangen uitgewerkt. Slechts op een zeer beperkt

aantal locaties is geen uitbreiding in de vorm van een dakopbouw mogelijk. Het gaat daarbij vooral om randlocaties van een bovenwijks niveau en met zeer sterk collectieve uitstraling (bijvoorbeeld de bebouwing op de Wantijdijk).

Bijlage Welstandsnota Dordrecht

53

54

Bijlage Welstandsnota Dordrecht

N3 Spoorlijn

Dordrec

ht - Geld

ermalse

n

Groen

ezoom

No k

eg

dij

ijkw

en

asw

ord

Ha

jk

endi

Oud

Pro

vin

cia

le w

eg Bijlage Welstandsnota Dordrecht

55

3.6 Corridor 3.6.1 Achtergrond

3.6.2 Beschrijving

monumenten.

Het gebied tussen de Provincialeweg en de Noordendijk heeft de naam Corridor gekregen. Door Stadspolders ten noorden van de Noordendijk te lokaliseren ontstond een gebied dat in de loop der jaren is ingevuld met een diversiteit aan functies. Doordat de bebouwingsstructuur nadrukkelijk afwijkt van de omliggende wijken en het gebied deels nog een landschappelijke inrichting kent kreeg de Corridor de betekenis van geledingszone tussen Dubbeldam en Stadspolders.

Landschappelijk en groene kamers De Corridor laat zich omschrijven als een langgerekte, min of meer landschappelijke zone, waarbinnen zich een scala aan functies ophoudt. In vergelijking met de begrenzende wijken is het gebied relatief open van karakter en dat geeft een landschappelijke indruk. Naar het oosten neemt de openheid toe. Groene schermen zijn bedoeld als bindende factor en visuele afscherming van de bebouwing.

In de loop van de tijd hebben in de Corridor diverse ontwikkelingen plaatsgevonden met een variëteit aan functies: sportvelden, kassen, volkstuinen, benzinestations, kantoren, woningen, bedrijven, boomgaarden, detailhandel, recreatie, agrarische functies, wonen, een woonwagenlocatie en een evangelische hulpverleningsinstelling voor psychiatrische en verslavingsproblemen. De Vissersdijk, de Oudendijk en de spoordijk zijn duidelijke herkenbare landschappelijke elementen, die het gebied doorsnijden.

Diversiteit De Corridor kent een grote variëteit aan functionele uitstraling, bebouwings- en geveltypologieën, kleur- en materiaalkeuze. Enkele gebieden vallen op door hun sterkere, interne samenhang: de woonbebouwing langs de Vissersdijk (Nieuw-Dubbeldam), de Hoven en de twee recente bedrijfsterreinen.

Vissersdijk-Oost (Klein Dubbeldam) Binnen de visie Corridor is het woningbouwproject Vissersdijk-Oost ontwikkeld. Het project is in twee gebieden te verdelen. Omzoomd door een groene zone (haag/bomen) en een waterpartij ligt in het zuidelijk deel een compact bebouwd gebied met geschakelde twee onder één kapwoningen. De garages liggen daarbij ver achter de voorgevelrooilijn. De openbare ruimte heeft een hoge kwaliteit waarbij blokhagen en een bomenrij de overgang vormen tussen het openbare en het privé. Het noordelijk deel, wat meer in de invloedssfeer van de Noordendijk is gelegen, is ruimer van opzet en bestaat uit grote kavels met vrijstaande woningen. Alle woningen zijn ontwikkeld binnen één architectonisch beeld waarbij detaillering en materiaalgebruik sterk op elkaar zijn afgestemd. Kenmerkend is de beperkte bouwhoogte (twee lagen plus kap), het toepassen van grote dakoverstekken en het gebruik van diverse kleuren metselwerk. Buiten het groene scherm ligt een aantal sportvelden waarmee de openheid van de Corridor tot uitdrukking komt. De ontsluiting van zowel het woonals het sportgebied vindt plaats vanaf de Provincialeweg

De Haaswijkweg met in het verlengde de Reeweg, vormt de zuidelijke begrenzing en is van oudsher de verbinding tussen Dubbeldam en het centrum van Dordrecht. Ernaast is een op het autoverkeer toegesneden stedelijke verkeersader aangelegd, de Provincialeweg. De Corridor wordt in het noorden begrensd door de Noordendijk die door de ontsluiting naar Stadspolders op een tweetal plekken is doorsneden.

56

Bijlage Welstandsnota Dordrecht

Randen en doorsnijdingen In de lengterichting ligt de Corridor tussen de Provincialeweg en de Noordendijk. Oostelijk ligt de grens bij de Zuidendijk. Dijken, spoorlijn en wegen (N3, Hastingsweg en Recklinghausenweg, met de Provincialeweg als as) structureren het gebied nadrukkelijk. De Provincialeweg vormt de stedelijke hoofdontsluiting, waaraan toegangen naar Stadspolders en Dubbeldam zijn gekoppeld. Monumenten Langs de Vissersdijk staan panden met bijzondere cultuurhistorische waarde; het zijn gemeentelijke

Langs de Noordendijk ligt een grotere groene zone met enkele woningen passend binnen de dijkkarakteristiek (loskorrelig, ondergeschikte betekenis binnen landschappelijke inrichting). De westelijke begrenzing wordt gevormd door de achterzijden van de kavels onder aan de Visserdijk.

Bijlage Welstandsnota Dordrecht

57

De Hoven De Hoven is een woonwijk gelegen in de Corridor en is in één stijl ontworpen in een typerende ‘jaren 30-stijl’. Deze woonwijk bestaat hoofdzakelijk uit vrijstaande en twee onder één kap woningen op ruime kavels. De karakteristiek van de bebouwing wordt bepaald door de voorname baksteen architectuur, rijke detaillering en het toepassen van kappen met veelal een grote overstek. De woningen binnen de woonwijk de Hoven vormen daarmee een duidelijke ruimtelijke eenheid met een eigen karakteristiek. De ruime voortuinen, en de ruimte tussen de bebouwing draagt bij aan de gewenste groene uitstraling van de wijk. De tuinen zijn afgescheiden van het openbaar gebied door een groene (openbare) haag. Woningen op specifieke plekken (zoals bijvoorbeeld hoeken) zijn nadrukkelijk daarop ontworpen (kunnen meerdere “voorgevels” hebben). De openbare ruimte is van een hoge kwaliteit door o.a. het toepassen van gebakken klinkers. In de wijk zijn klassieke thema’s zoals de laan, een singel en woonstraten met een dubbele bomenrij toegepast. Aan het einde van de centrale laan ligt een appartementengebouw in de vorm van een modern landgoed met daar rondom een openbaar park als overgang naar het buitengebied. Afgescheiden door middel van een haag van de woonwijk liggen langs de Noordendijk en de Oudendijk een aantal vrije kavels met een eigen stijl en architectuur.

Beeldbepalend voor de woningen in de Hoven is de ruimtelijke samenhang, zorgvuldige compositie en detaillering. De gevels kennen een hoge mate van plasticiteit door het toepassen van erkers, balkons, serre’s, dakkapellen, kapvormen, kozijnen, situering entree en verbijzonderingen in het metselwerk. Kenmerken worden gevormd door het kleur- en materiaalgebruik, de rijke detaillering (o.a. 58

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/650/documents/22115