CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 9b - Antwoord RWS verdiepende vragen.pdf

Dordtse Dinsdag – Beeld- en oordeelsvormende commissies 8 oktober 2024, gemeente DordrechtBij agendapunt: 5: Instemmen met Uitgangspunten zienswijzeprocedure projectbesluit Hel- en Zuilespolder - Raadsvoorstel10.462 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Beantwoording vragen over PFAS in de Helen Zuilespolder Veranderingen als gevolg van herinrichting

datum projectnummer

11 juli 2024 240983

Rapport

Aveco de Bondt BV Holten - Amstelveen - Breda - Eindhoven - Nieuwegein Postbus 64, 7450 AB Holten T +31 88 004 82 12 info@avecodebondt.nl avecodebondt.nl

Beantwoording vragen over PFAS in de Hel- en Zuilespolder project projectnummer projectleider

opdrachtgever

advies verontreinigingen Hel- en Zuilespolder Dordrecht 240983 Leonard Osté Rijkswaterstaat West Nederland Zuid - Capelle aan den IJssel

postadres

contactpersoon

auteur

Leonard Osté, Jeroen Helder, Wouter de Vries, Damaris Scheper

paraaf gecontroleerd

drs. Jeroen Helder, dr.ir. Leonard Osté

datum referentie

11 juli 2024 240983_AdB_RAP_0001_v0.4

Inhoudsopgave Samenvatting

6

1 1.1 1.2 1.3 1.4

Inleiding Gebied Beschrijving projectgebied en deelgebieden Projectscope en afbakening Proces

7 7 7 8 9

2 2.1 2.2 2.3 2.3.1 2.3.2 2.3.3 2.3.4 2.3.5

Wat gebeurt er met verontreinigingen na herinrichting HZP? Wat verandert er? Contact met rivierwater De kwaliteit van de (water)bodem als gevolg van de werkzaamheden PFOS kwaliteit voor en na herinrichting PFOA kwaliteit voor en na herinrichting Gedrag PFOA-verontreiniging van landbodem naar getijdegebied Overige PFAS Andere verontreinigingen

10 10 10 11 13 13 14 14 15

3 Vragen en antwoorden 16 3.1 Levert het inlaten van (vervuild) rivierwater risico’s op voor de HZP en de zwemplas. 16 3.1.1 Welke risico's leveren de PFAS gehalten en andere verontreinigingen in het rivierwater op voor de flora en fauna die hoort bij de nieuwe getijdennatuur in de HZP? 16 3.1.2 Welke risico's leveren de PFAS gehalten en andere verontreinigingen in het rivierwater op voor de zwemplas? 17 3.2 Vergroot grondverzet de risico’s? 19 3.2.1 Hoe gaat RWS het grondverzet uitvoeren rekening houdend met de aanwezige verontreinigingen in de HZP? 19 3.2.2 Welke risico's leveren de PFAS-gehalten in de bodem op voor de fauna die hoort bij getijdennatuur? 20 3.2.3 Risico’s door verspreiding van PFAS houdende grond en bagger naar Beneden-Merwede en Wantij? 21 3.2.4 Zorgt het herinrichten van de HZP voor infiltratie van PFAS naar het diepere grondwater? En wat zijn hierbij de risico's? 21 3.2.5 Welke risico's levert recreëren op de PFAS houdende grond op? 23 3.3 Effect van de HZP op de Stort van Troost.

24 3.3.1 Wat is de wijziging in waterdynamiek ter plaatse van de stort van Troost? 24 3.3.2 Zorgt deze waterdynamiek ter plaatse van de Stort van Troost voor verspreiding van vervuilde grond en bagger uit dit gebied? 24 3.3.3 Hoe borgt RWS dat geen verspreiding van deze vervuiling plaatsvindt? 24 3.3.4 Wat zijn hierbij de risico's? 24 3.4 Herinrichting van de HZP en de waterkwaliteit van de zwemplas. 24 3.4.1 Wat is de impact van de toekomstige inrichting op de waterkwaliteit van de zwemplas? 24 4

Literatuur

Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2

Door RWS beschikbaar gestelde informatie Kwaliteit bodem, grondwater en oppervlaktewater

datum referentie

11 juli 2024 240983_AdB_RAP_0001_v0.4

25

Bijlage 3 Bijlage 4

Informatie over aanslibbing (RWS-WNZ). Deelgebieden in het (water)bodem- en grondwateronderzoek

datum referentie

11 juli 2024 240983_AdB_RAP_0001_v0.4

Samenvatting Het realiseren van getijdenatuur in de Hel- en Zuilespolder (HZP) in Dordrecht zorgt voor veranderingen in het gebied. Het leidt tot een andere inrichting, nieuwe natuur en een bijdrage aan het behalen van de KRW doelstellingen voor het KRW lichaam Boven- en Beneden-Merwede . De gemeente heeft zorgen over de impact van de KRW-maatregelen op de aanwezige PFAS-verontreinigingen in de polder (de twee belangrijkste PFAS-verbindingen zijn PFOS en PFOA) en de effecten daarvan op milieu en gezondheid. De vragen richten zich op - de risico’s van het inlaten van rivierwater op de HZP en omgekeerd: de risico’s van verontreiniging uit de HZP voor de Beneden-Merwede, - de risico’s van grondverzet, - het effect van de HZP op getijslag in de Beneden-Merwede en via getijslag op de stort van Troost - risico’s van de herinrichting op de zwemplas. De bestaande verontreiniging in de HZP kenmerkt zich door hoge PFOA-gehalten in de toplaag. Deze zullen bij omzetting naar getijdenatuur geleidelijk uitspoelen (vooral naar de Beneden-Merwede) omdat PFOA in natte omstandigheden mobieler is dan in de landbodem. Een indicatieve berekening geeft aan dat dit geen grote effecten heeft op de concentraties in de Beneden-Merwede. Als gevolg van het uitspoelen zullen de PFOAgehalten in de toplaag op termijn omlaag gaan.

Voor PFOS zijn de concentraties in waterbodem van de HZP juist iets lager dan in het rivierslib. Er zal een lichte verhoging plaatsvinden in de toplaag van de bodem, omdat rivierslib op de bodem van de HZP achterblijft. De verwachting is dat het vele decennia duurt voordat er voldoende materiaal is aangeslibd voordat de toplaagkwaliteit vergelijkbaar is met waterbodemkwaliteit van getijdegebieden in het rivierengebied. De huidige en toekomstige concentraties in water en bodem zijn veilig om te recreëren in het gebied en veilig voor honden. Voor PFOS kan in de natte gebieden niet helemaal worden uitgesloten dat er doorvergiftigingsrisico’s zijn voor hogere organismen (m.n. viseters zoals roofvogels en otters), maar dit geldt voor het hele rivierengebied. Het grondverzet leidt na oplevering tot een verbeterde toplaag. Behalve dat de werkzaamheden worden uitgevoerd binnen de kaders van de wet- en regelgeving zijn er nog enkele maatregelen die leiden tot een betere bodemkwaliteit naar herinrichting. De geulen die worden uitgegraven hebben na verdieping een schone bodem en de toplaag van de eilanden en hoge gorzen moet vanwege de wens voor lage nutriëntengehaltes afkomstig zijn uit de ondergrond (dieper dan 0,5 meter). Dit geeft meteen een positief effect op de algehele bodemkwaliteit, omdat het ondergrondmateriaal schoner is dan de toplaag.

De herinrichting van de HZP heeft geen effect op de getijslag van de Beneden-Merwede en daarmee ook niet op de Stort van Troost. De hogere waterstanden in de nieuwe getijdenatuur (dus in de huidige polder) zorgen wel voor een hogere kweldruk naar de polders die polder blijven, maar de dikke kleirijke deklaag zorgt er voor dat dit effect relatief klein is. De concentraties in de zwemplas zijn voor PFOS ongeveer gelijk aan rivierwater. Voor PFOA zijn de concentraties in het rivierwater (Beneden-Merwede en Wantij) veel lager dan in de wateren nabij de zwemplas. Daarmee vormt de realisatie van getijdenatuur in de HZP zeker geen gevaar voor de waterkwaliteit van de zwemplas.

datum referentie

11 juli 2024 240983_AdB_RAP_0001_v0.4

1

Inleiding

1.1 Gebied Sinds 2000 is de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) van kracht. De algemene doelstelling van de KRW is om aquatische ecosystemen en terrestrische ecosystemen die afhankelijk zijn van water, te beschermen tegen verdere achteruitgang en om deze ecosystemen in kwaliteit te verbeteren. Het gebied Boven en Beneden Merwede (Figuur 1-1) is aangewezen als KRW-Waterlichaam. Zonder aanvullende maatregelen zal het oppervlaktewaterlichaam Boven- en Beneden-Merwede de KRW-doelen niet halen in 2027 (Royal HaskoningDHV &Waardenburg Ecology, in voorbereiding).

Figuur 1-1: Blauw gearceerd het KRW-waterlichaam Boven- en Beneden-Merwede.

1.2 Beschrijving projectgebied en deelgebieden Het project wordt aangeduid met de naam Sliedrechtse Biesbosch, maar betreft feitelijk het KRWwaterlichaam Boven- en Beneden Merwede (NL94_3). Binnen dit waterlichaam wordt de opgave om zoetwatergetijdennatuur op zand/klei (R8) te ontwikkelen ingevuld. In de eerste fase van het project is het hele waterlichaam beschouwd. Op basis van objectieve zoekcriteria (zoals minimale omvang, buiten beschermde natuurgebieden, bestaand landgebruik) zijn 15 zoekgebieden in het waterlichaam geïdentificeerd. De zoekgebieden zijn in potentie geschikte locaties voor het nemen van KRW-maatregelen. Per zoekgebied is bekeken welke maatregelen er mogelijk zijn, dit levert de zogenaamde bouwstenen. Deze bouwstenen zijn beoordeeld op effectiviteit: de bijdrage aan de KRW, impact op N2000, Natuur Netwerk Nederland (NNN), beschermde Flora en Fauna, veiligheid, ruimtelijke kwaliteit, grondposities, draagvlak van de omgeving, duurzaamheid en kosten. Onderzoeken en diverse stakeholdergesprekken zijn uitgevoerd om de bouwstenen te beoordelen op deze aspecten. Op basis van de onderzoeken en gesprekken zijn vier deelgebieden als beste locaties geselecteerd:  Het Wantij in Dordrecht;  Hel- en Zuilespolder in Dordrecht;  Gors en de Aanwas nabij Sleeuwijk;  Avelingen ter hoogte van Schelluinen. Deze vier deelgebieden zijn weergegeven in Figuur 1-2.

datum referentie

11 juli 2024 240983_AdB_RAP_0001_v0.4

Figuur 1-2: Overzicht van de KRW-projecten in de Boven- en Beneden-Merwede.

1.3 Projectscope en afbakening Deze uitvraag gaat specifiek om het gebied Hel- en Zuilespolder (HZP) in de gemeente Dordrecht. De bestaande polder wordt in de toekomstige situatie verbonden met de Beneden Merwede, het Moldiep en het Wantij. Daarmee ontstaat een open verbinding met de rivier en komt het gebied onder invloed van het getij te staan. In Figuur 1-3 is het referentieontwerp te zien. Deze notitie gaat niet in op de keuze welke natuur wenselijk is (er verdwijnt namelijk ‘droge natuur’ en er verschijnt ‘getijdenatuur’). De notitie gaat wel in op de risico’s van PFAS voor de huidige droge natuur en de nieuwe getijdenatuur.

Figuur 1-3: Het referentie-ontwerp voor het ontstaan voor getijdenatuur in de Hel- en Zuilespolder.

datum referentie

11 juli 2024 240983_AdB_RAP_0001_v0.4

1.4 Proces In november 2023 heeft de Minister van Infrastructuur en Waterstaat besloten om een projectbesluit voor te bereiden ten behoeve van de KRW-maatregelen Sliedrechtse Biesbosch. Met deze maatregelen - die zo worden genoemd omdat zij voortkomen uit de Europese Kaderichtlijn Water (KRW) - kunnen doelen die uit deze richtlijn voortvloeien en zien op het verbeteren van de ecologische waterkwaliteit worden gehaald. De gemeente heeft zorgen over de impact van de KRW-maatregelen op de aanwezige PFAS-verontreinigingen in de polder en de effecten daarvan op milieu en gezondheid. De gemeente heeft haar zorgen vertaald in 12 verdiepende vragen, gebundeld in vier categorieën. Deze vragen zijn door de gemeente en de Omgevingsdienst Zuid-Holland zuid (OZHZ) toegelicht aan Rijkswaterstaat en Aveco de Bondt op 9 april 2024. Aveco de Bondt heeft vervolgens haar expertise op het gebied van PFAS in bodem, sediment en oppervlaktewater en de kennis op het gebied van geohydrologie ingezet om deze vragen zo volledig mogelijk te beantwoorden. Daarbij heeft RWS de documenten genoemd in Bijlage 1 beschikbaar gesteld. Voordat de vragen in hoofdstuk 3 worden beantwoord, wordt in hoofdstuk 2 eerst een algemene beschrijving gegeven van het effect van herinrichting van de HZP op verontreinigingen.

Dat hoofdstuk gaat zowel in op aanwezige verontreinigingen als op verontreinigingen die in de toekomst in het gebied terecht kunnen komen. In hoofdstuk 3 wordt elke vraag eerst beantwoord in ongeveer 5 regels. Daarna volgt een nadere toelichting.

datum referentie

11 juli 2024 240983_AdB_RAP_0001_v0.4

2

Wat gebeurt er met verontreinigingen na herinrichting HZP?

2.1 Wat verandert er? De huidige HZP is een graslandpolder die nu extensief wordt beheerd. Het veranderen van een polder in een getijdegebied (uiterwaard) heeft effect op de bodem- en waterkwaliteit van dat gebied. Waar de Hel- en Zuilespolder nu geen contact heeft met rivierwater, is er in de toekomst direct contact met rivierwater uit de Beneden-Merwede. Daarmee zal ook sedimentatie van rivierslib plaatsvinden op de huidige bodem. Een bijzonder aspect van de HZP is dat deze in het verleden verontreinigd is met PFOA door depositie. Aangezien PFOA zich in droge bodems anders gedraagt dan in waterbodems, zal daar in de volgende paragrafen specifiek aandacht aan worden besteed. 2.2 Contact met rivierwater Momenteel wordt netto water uit de polder gepompt naar de rijkswateren en indien wenselijk water ingelaten. In de nieuwe situatie komt in het grootste deel van het projectgebied rivierwater te staan. Alleen eilanden en hoge gorzen blijven permanent droog, alsmede een klein deel dat polder blijft. Dat betekent dat de waterkwaliteit, meer dan nu, door de rivierwaterkwaliteit wordt beïnvloed. Figuur 2-1 toont de mediane concentraties voor PFOA en PFOS voor relevante metingen in het rivierwater (toekomstige kwaliteit) en nabij de HZP (huidige kwaliteit)1. Bijlage 2 geeft alle achterliggende waarden en de 95-percentielen voor het rivierwater en het water nabij de HZP weer.

Er zijn geen data beschikbaar van het (sloot)water in de HZP zelf.

Figuur 2-1: Mediane waarden voor de verschillende meetpunten in de rivier en nabij de Helsloot. *locatie H05M van Data RWShandhavingsonderzoek Chemours, **Data RWS (bovenstrooms HZP) en ***Data WS Hollandse Delta (zie Figuur 2-2)

Voor PFOS is geen verschil in waargenomen concentratie tussen rivierwater en de wateren nabij de HZP. Dat is anders voor PFOA: locatie DWOP1310 (inlaat uit de Helsloot) is vergelijkbaar met de rivierwaterkwaliteit, maar meetpunten in en bij de plas (3 metingen in DWOP1309 en 15 metingen in DWOP1301) tonen hele grillige

1 De mediaan is de middelste waarde van de beschikbare metingen als je ze van laag naar hoog rangschikt. De mediaan wordt ook

wel 50-percentiel of P50 genoemd. Vergelijkbaar met een 50-percentiel kun je ook een 95-percentiel kiezen. Stel dat je 100 waarnemingen hebt die je op volgorde zet, dan is het 95e getal de 95-percentiel of P95.

datum referentie

11 juli 2024 240983_AdB_RAP_0001_v0.4

concentraties variërend van 0,011 tot 0,34 µg/L. Meer informatie over de waterkwaliteit van de zwemplas wordt gegeven in 3.1.2).

Figuur 2-2: meetpunten van WS Hollandse Delta in de zwemplas en het aanvoerwater.

2.3 De kwaliteit van de (water)bodem als gevolg van de werkzaamheden De HZP zal door aanslibbing en uitwisseling van sedimentdeeltjes uiteindelijk een vergelijkbare kwaliteit krijgen als de rest van het riviersysteem. Hoewel de laatste decennia grote verbeteringen in de water- en slibkwaliteit zijn bereikt, is het benedenrivierengebied niet schoon. Dat komt deels door huidige verontreinigingsbronnen (industrie, rioolwaterzuiveringen, gewasbeschermingsmiddelen, buitenlandse aanvoer) en deels door historische belasting met niet afbreekbare stoffen die nog jaren in het systeem (vooral in de waterbodem en het slib) aanwezig blijven. Van de waterbeheerder wordt een permanente inspanning gevraagd om de verontreinigingsbronnen te reduceren, waardoor de slibkwaliteit naar verwachting zal verbeteren. De belangrijkste reden voor de herinrichting van de HZP is dat deze maatregel bijdraagt aan het halen van de KRW-doelen, namelijk het creëren van meer getijdenatuur. De snelheid waarmee de eindsituatie wordt bereikt hangt af van de sedimentatiesnelheid. RWS geeft aan dat de hoeveelheid nieuw rivierslib zeer beperkt zal zijn (Bijlage 3). In de Brabantse Biesbosch wordt uitgegaan van gemiddeld 8-12 mm aanslibbing per jaar. De meeste aanslibbing komt door interne redistributie van sediment en niet door sediment van buiten de Biesbosch.

Conclusie is dat het waarschijnlijk lange tijd (vele decennia) zal duren voordat de Hel- en Zuilespolder hetzelfde karakter zal hebben als de huidige uiterwaarden. In die periode mag worden verwacht dat het PFOS-gehalte in zwevend stof dat van bovenstrooms wordt aangevoerd in de Beneden-Merwede langzaam zal dalen. Omdat de tussenfase lang gaat duren onderscheiden we in deze notitie voor het binnendijkse gebied 3 situaties: 1. Huidige situatie: HZP is een droog gebied met relatief stagnante watergangen 2. Tussenfase (situatie na opleveren) met daarin: a. Geulen (14% van het oppervlak2) b. Gebieden zonder vergraving (worden getijdegebied) (73% van het oppervlak) c. Gebieden die worden opgehoogd (13% van het oppervlak)

2 Percentages zijn gegeven door Witteveen+Bos (e-mail 24-6-2024)

datum referentie

11 juli 2024 240983_AdB_RAP_0001_v0.4

3.

Situatie na vele decennia: er wordt aangenomen dat PFOA in het plas-drasgebied is uitgespoeld vanwege de vernatting en door aanslibbing de toplaag de kwaliteit van het huidige rivierslib heeft. Daarbij wordt niet meegenomen dat het slib waarschijnlijk in de toekomst schoner is.

De gegevens over de bodemkwaliteit zijn verzameld door Witteveen+Bos (2023a en 2023b). De bodemgegevens zijn vooral verzameld om te bepalen wat er met de grond mag gebeuren (grondverzet) en zijn voor dit document door Aveco de Bondt nader geïnterpreteerd om een beeld te krijgen van de bodemkwaliteit van de polder. Bijna de hele HZP wordt afgedekt door de monsters in gebied F2A+B in Figuur 2-3. In bijlage 2.2 zijn de PFOS- en PFOA-gehalten in de verschillende bodemlagen en gebieden vermeld en toegelicht. Op basis van deze gehalten wordt een beeld geschetst van de HZP in de huidige situatie en is een schatting gemaakt van de gehalten in de tussenfase en in de situatie na vele decennia. Voor de beoordeling van (water)bodemkwaliteit van de HZP worden de volgende delen onderscheiden: - HZP binnendijks toplaag: het binnendijkse gebied dat getijdegebied wordt (niet gearceerd gebied in Figuur 2-3 - HZP binnendijks opgehoogd: de eilanden en hoge gorzen die permanent droog zullen blijven. (roze gearceerd in Figuur 2-3) - HZP geulen: alle geulen vanaf de rivier tot de gecreëerde geulen in de HZP die permanent onder water staan (groen gekleurde delen in Figuur 2-3) - HZP buitendijks: het huidige buitendijkse gebied dat deels verdiept wordt (ligt ten noorden van de kaart in Figuur 2-3 in de Beneden-Merwede).

Figuur 2-3: Schematisch overzicht van binnendijkse gebieden die verdiept worden (groen gearceerd), gebieden die opgehoogd worden (roze gearceerd) en gebieden waar de toplaag niet verandert.

datum referentie

11 juli 2024 240983_AdB_RAP_0001_v0.4

2.3.1 PFOS kwaliteit voor en na herinrichting Binnendijks PFOS komt in de huidige toplaag van binnendijkse HZP in lage concentraties voor: de mediaan is 0,85 µg/kg (zie Tabel 2.1). Bij de realisatie van de nieuwe geulen (groen gearceerd in Figuur 2-3) wordt de verontreinigde laag volledig weggegraven. De geulen zijn dus na oplevering schoon met verontreinigde oevers (<0,1 µg/kg). De ophogingen (roze gearceerd in Figuur 2-3) krijgen ook een betere bodemkwaliteit, omdat het vanuit de ecologische ontwikkeling gewenst is dat de grond van de ophogingen lage nutriëntengehaltes bevat. Richting de aannemer zal de eis worden gesteld dat de ophogingen voorzien moeten zijn van een toplaag waarvan de grond van minimaal 0,5 m beneden maaiveld afkomstig is3. Deze eis geldt ook voor de aangevoerde grond uit Gors en de Aanwas (naast de algemene eis dat hergebruiksgrond aan de kwaliteitseisen van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) moet voldoen. Dat betekent dat de toplaag in de ophogingen zo goed als schoon zal zijn m.b.t. PFAS. Wat overblijft is de huidige toplaag in de niet gearceerde gebieden. Omdat die het grootste deel van de nieuwe HZP uitmaakt (73%), daalt de gemiddelde PFOS-concentratie (slechts) met ca. 0,1 µg/kg.

Aangezien het rivierslib dat wordt aangevoerd door de Beneden-Merwede ongeveer 1,5 µg/kg PFOS bevat (bijlage 2.2 zullen de toplagen in de geulen – waarschijnlijk na een aantal jaren – en in de getijdegebieden – na vele decennia – een PFOS-gehalte van ongeveer 1,5 µg/kg krijgen. Buitendijks Waar PFOS binnendijks in lage concentraties voorkomt, is dat buitendijks heel anders. De hoogste concentraties worden gevonden in de waterbodem van het Helkanaal bij de ingang van de HZP vanaf de Beneden-Merwede (25-30 µg/kg op 1 tot 2 meter diep). Dat moeten oude sterk verontreinigde lagen zijn. Hoewel niet bemonsterd, is de verwachting dat de toplaag schoner zal zijn (3 – 10 µg/kg). De waterbodem in de geul door het gebied bevat ca. 6 µg/kg in de monsters genomen tussen 0,5 en 1 meter diepte (in de toplaag zijn geen monsters genomen). De lagen dieper dan 1 meter zijn relatief schoon (0,5 µg/kg; zie bijlage 2.2 ). De hogere delen van het buitendijkse gebied bevatten ca. 12 µg/kg PFOS. Dit duidt erop dat het ouder materiaal is uit het rivierengebied. Het recente slib is schoner; de mediaan ligt op 1,5 µg/kg. 2.3.2 PFOA kwaliteit voor en na herinrichting Binnendijks Tabel 2.1 toont de gehalten in de bovengenoemde gebieden. De binnendijkse HZP is sterk verontreinigd met PFOA als gevolg van depositie. De landelijke achtergrondconcentratie in bodems is 1,9 µg/kg.

Net als voor PFOS wordt in de nieuwe geulen (groen gearceerd in Figuur 2-3) de verontreinigde laag volledig weggegraven en worden ophogingen gerealiseerd met een toplaag van grond met een herkomst van minimaal 0,5 m beneden maaiveld. Daardoor daalt de gemiddelde PFOA-concentratie in de bodem van de HZP met ca. 4 µg/kg (Tabel 2.1). Buitendijks In de buitendijkse gebieden (ook de hogere gebieden) worden lage PFOA gehalten aangetroffen. Dat duidt erop dat PFOA al is uitgespoeld, of dat het gebied is ontstaan nadat de depositie van Chemours was gereduceerd.

3 E-mail communicatie Witteveen+Bos, 25 juni 2024.

datum referentie

11 juli 2024 240983_AdB_RAP_0001_v0.4

Tabel 2.1: Vergelijking van de mediane PFOA en PFOS-gehalten ( µg/kg) in de toplaag van de (water)bodem in de HZP in de verschillende situaties: huidige situatie, tussenfase na herinrichting en situatie na vele decennia. De waarden in deze tabel zijn gebaseerd op de tabel in bijlage 2.2 .

Locatie

PFOA huidig

PFOS

tussenfase Na decennia

huidig

tussenfase

Na decennia

HZP binnendijks toplaag

26,5

22,6

0,2-2

0,85

0,7

1,5

HZP binnendijks geulen

Nvt

<0,1

0,2

Nvt

<0,1

3*

HZP buitendijks toplaag

1,6

1,6

0,2-2

12,2

12,2

Ca. 10

0,2-2

Nvt

0,3*4

3*

HZP buitendijks Nvt 0,1 nieuwe geulen *betreft PFOS + precursors (EtFOSAA/MeFOSAA)

2.3.3 Gedrag PFOA-verontreiniging van landbodem naar getijdegebied PFOA en PFOS zijn oppervlakte-actieve stoffen, wat betekent dat ze zich ophopen op grensvlakken. Dat kunnen bodem-watergrensvlakken zijn, maar ook bodem-lucht en water-lucht grensvlakken. Dat laatste speelt bijvoorbeeld bij seaspray. Dat maakt dat dergelijke stoffen zich in onverzadigde landbodems (waar ook lucht in de poriën zit) anders gedragen dan in waterverzadigde bodems (Negash, 2021). In verzadigde bodems spoelen PFOS, maar vooral PFOA (een mobielere stof dan PFOS), relatief snel uit. Daarom zijn de PFOA-concentraties in de waterbodem laag (mediaan is 0,2 µg/kg) en zien we PFOA vaak terug in grondwater (RIVM, 2021). Het vernatten van de HZP zal daarom voor PFOA leiden tot een versnelde uitspoeling. De vracht PFOA in de huidige landbodem zal gaan mobiliseren. Dat is voor de HZP gunstig, want op termijn zal de PFOAverontreiniging sterk afnemen. Het effect is dat de uitgespoelde PFOA-vracht zal eindigen in zee. Het tempo waarmee dit gebeurt is moeilijk in te schatten. Om een gevoel te krijgen wat voor effect dat zou kunnen hebben op de waterkwaliteit in de HZP en in de Beneden-Merwede zijn enkele scenario’s doorgerekend: de totale PFOA voorraad in de landbodem is eenvoudig te schatten.

Op basis van een verontreinigde laag van 0,5 m met een gehalte van 11 µg PFOA/kg en een oppervlak van 30 ha, is de totale PFOA voorraad 2,5 kg. Stel dat deze voorraad in 10 jaar uitspoelt (10 jaar is arbitrair maar het rekenvoorbeeld geeft een indicatie), dan resulteert dat in de volgende concentraties: - In het water in de HZP (in/uitspoelend debiet o.b.v. 0,7 m waterstandsverschil is 6,7 m3/s): 1,5 ng/L - In de Beneden-Merwede (gemiddeld debiet 450 m3/s; Wikipedia): 0,017 ng/L. 2.3.4 Overige PFAS Behalve PFOS en PFOA zijn in de HZP ook PFBA PFPA, PFHxA, PFHpA, , PFOSA, PFNA regelmatig boven de rapportagegrens aangetroffen. Alleen PFBA (perfluorbutaanzuur) en PFHpA (perfluorheptaanzuur) hadden met respectievelijk 0,5 en 0,2 µg/kg een mediaan die boven de rapportagegrens lag. De conclusie is dat de overige gemeten PFAS in de landbodem geen rol van betekenis spelen in de huidige toplaag van de HZP. In de (onder)waterbodem wordt naast PFOS en PFOA alleen EtFOSAA aangetroffen. Dit is een zogenaamde precursor van PFOS. Dat houdt in dat EtFOSAA enkele extra groepen bevat die in de loop van de tijd afbreken,

4 In het buitendijkse gebied is het niet helemaal uit te sluiten dat na verdieping van de geulen niet al het verontreinigd materiaal is

weggegraven. Dit zou nader beoordeeld moeten worden. Voor de vragen in deze memo is dit niet essentieel.

datum referentie

11 juli 2024 240983_AdB_RAP_0001_v0.4

waardoor PFOS overblijft. Daarom is voor natte waterbodem voor de bepaling van totaal PFOS gewerkt met de som van PFOS (lineair en vertakte moleculen), EtFOSAA en MeFOSAA, maar die laatste is niet aangetroffen. 2.3.5 Andere verontreinigingen Ten aanzien van andere diffuse bodemverontreinigingen (bijv. metalen, gewasbeschermingsmiddelen en industriële stoffen) zijn voor de meeste metalen, de PCB’s, PAK en minerale olie lichte overschrijdingen van de Achtergrondwaarde (in de omgevingswet: kwaliteitseis Landbouw/Natuur) geconstateerd, maar de gehalten liggen allemaal ruim onder het herverontreinigingsniveau van de Rijntakken (gelijk aan de maximale waarde klasse A; laatste kolom Tabel 2.2). Dit zijn allemaal stoffen uit het standaard(water)bodempakket waaronder vooral historische verontreinigingen; er is geen pakket (actuele) gewasbeschermingsmiddelen geanalyseerd. Tabel 2.2: 95-percentielwaarden van verschillende verontreinigingen (alles in mg/kg) in de huidige toplaag (Witteveen+Bos, 2023b, 2023) en in het rivierslib bij Lobith (max. waarde klasse A5).

Stoffen

P95 HZP 0-30

P95 HZP 0-50

P95 HZP diep

Max.waarde klasse A

Arseen

n.b.

n.b.

n.b.

29

Cadmium

1,4

1,2

0,1

4

Koper

44

40

6,9

96

Kwik

0,64

0,51

<0,05

1,2

Zink

292

268

29

563

Som10PAK

0,81

0,54

0,38

9

Som7PCB

0,015

0,011

0,005

0,139

Minerale olie

48

<35

<35

1250

Net als voor PFAS zijn de gehalten voor verontreinigingen in diepere lagen (>50 cm diepte) zeer laag. Dat betekent dat de bodemkwaliteit in de geulen en in de ophogingen na oplevering zal verbeteren, maar dat na een aantal decennia het slib op de lagere delen voor een kwaliteitsverslechtering zal zorgen. Het verwachte verontreinigingsniveau zal overigens niet gelijk zijn aan de maximale waarde klasse A, omdat die waarde gebaseerd is op een 95-percentiel van de metingen (niet op gemiddelde kwaliteit) en omdat verwacht wordt dat het slib op de lange termijn nog in kwaliteit zal verbeteren. Het gaat dus waarschijnlijk om een minimale toename. Om die reden richt deze rapportage zich op de beantwoording van de vragen voor PFAS.

5 De maximale waarde klasse A is voor de meeste stoffen gelijk aan het 95-percentiel van de slibkwaliteit bij Lobith (waar de Rijn

Nederland binnenkomt).

datum referentie

11 juli 2024 240983_AdB_RAP_0001_v0.4

3

Vragen en antwoorden

3.1

Levert het inlaten van (vervuild) rivierwater risico’s op voor de HZP en de zwemplas.

3.1.1

Welke risico's leveren de PFAS gehalten en andere verontreinigingen in het rivierwater op voor de flora en fauna die hoort bij de nieuwe getijdennatuur in de HZP?

Het korte antwoord: de generieke normen voor PFAS zijn gebaseerd op bescherming voor de mens, maar er zijn ook risicogrenswaarden afgeleid voor andere risicosporen (lagere organismen, hogere organismen). De huidige PFOA-concentraties in rivierwater (0,002 µg/L) overschrijden niet de specifieke risicogrenswaarden voor flora en fauna (0,99 µg/L). Voor PFOS liggen de concentraties in rivierwater (0,003 µg/L) net boven de risicogrenswaarde voor doorvergiftiging in hogere organismen (0,002 µg/L). Flora en lagere organismen zijn wel voldoende beschermd. De overschrijding van de PFOS-risicogrenswaarde geldt voor het hele rivierengebied. In hoofdstuk 2 is beschreven welke concentraties in het water verwacht mogen worden na realisatie van getijdennatuur in de HZP (Figuur 2-1 voor water Tabel 2.1 voor bodem). Om de mogelijke effecten te bepalen worden deze concentraties vergeleken met de risicogrenswaarden (RGW). Normen voor bescherming van water- en bodemkwaliteit worden bepaald op basis van verschillende risicosporen: 1. risico’s voor lagere organismen (planten, watervlooien, pissebedden, etc.), 2. risico’s voor hogere organismen (vogels, zoogdieren), 3. risico’s voor mensen en 4. risico’s voor (de bereiding van) drinkwater. De strengste van deze vier risicogrenswaarden geldt als algemene norm. Voor PFAS is doorgaans de RGW voor mensen het strengst.

De vraag of flora en fauna last heeft van de PFAS vraagt dus een nadere analyse van de RGW’s voor verschillende risicosporen. Deze zijn alleen voor PFOS en PFOA goed bekend. De RGW in Tabel 3.1 tonen een vaste volgorde: RGW directe risico’s > RGW doorvergiftiging > RGW humaan via visconsumptie. In het algemeen geldt dat flora en fauna minder gevoelig zijn dan mensen en dat de ‘hogere fauna’ (bijv. roofvogels en zoogdieren) eerder last ondervinden van PFAS dan ‘lagere fauna’ en planten. Tabel 3.1: Risicogrenswaarden (RGW’s) voor PFOA en PFOS in (oppervlakte)water. De tabel is primair bedoeld om de verschillen tussen de risicosporen te tonen. Er zijn inmiddels ontwikkelingen die tot getalsmatige wijzigingen van de RGW’s hebben geleid, maar die zijn vooral gericht op het doorvertalen van de gezondheidskundige waarden (humane risicospoor).

stof

PFOS (µg/L) PFOA (µg/L)

directe ecologische risico's

0,23a

30b

doorvergiftiging

0,002 a

0,99 b

visconsumptie (humaan)

0,00065a

0,048 b

drinkwater

0,52 a

a Risico’s teruggerekend naar maximaal aanvaardbare gehalten in water (PFOS EQS dossier 2011) b Risico’s teruggerekend naar maximaal aanvaardbare gehalten in water (RIVM-rapport 2017-0044) De gemeten waarden (concentratie in rivierwater is ca. 0,002 µg/L en in de recreatieplas 0,1 µg/L) liggen ruim onder de PFOA risicogrenswaarde voor doorvergiftiging (0,99 µg/L). Voor PFOS liggen de gemeten concentraties (0,003 µg/L) net boven de RGW en kunnen risico’s op doorvergiftiging (viseters) niet worden uitgesloten. Voor de PFOS-concentraties geldt echter dat het rivierwater een vergelijkbare kwaliteit heeft met

datum referentie

11 juli 2024 240983_AdB_RAP_0001_v0.4

de wateren nabij de HZP. In de HZP zelf zijn geen metingen. Het zou kunnen dat de metingen in de sloten in de HZP lager zijn, omdat de concentraties in de bodem van de HZP lager zijn dan in sediment. Aan de andere kant wordt er ook in de huidige situatie rivierwater ingelaten in de HZP. Samenvattend kan gesteld worden dat PFOS-concentraties iets boven de risicogrens liggen, maar dat de verschillen tussen de huidige situatie en de situatie na herinrichting waarschijnlijk klein zijn. Honden Honden horen weliswaar niet tot de fauna van de nieuwe getijdenatuur, maar ze komen er wel regelmatig. Net als mensen, kunnen honden ook PFAS binnenkrijgen als ze zwemmen in oppervlaktewater. De risico’s voor honden als gevolg van zwemmen zijn niet eerder door het RIVM beoordeeld, wel is gekeken naar het drinken van oppervlaktewater. In dat kader is een ad hoc risicogrens voor PFOS in zoogdieren afgeleid van 3,3 µg/kg lichaamsgewicht/dag (RIVM, 2023). De P95-concentraties PFOS en PFOA in de zwemplas (veel hogere concentraties dan in de HZP) komen opgeteld op 0,355 µg/L. Om deze waarde te overschrijden zou een hond dagelijks 9,3 liter water per kg lichaamsgewicht per dag moeten drinken. Dat is onmogelijk. 3.1.2

Welke risico's leveren de PFAS gehalten en andere verontreinigingen in het rivierwater op voor de zwemplas? Het korte antwoord: de concentraties in de zwemplas zijn voor PFOS ongeveer gelijk aan rivierwater. Voor PFOA zijn de concentraties in het rivierwater veel lager dan in de zwemplas. Water uit de Hel- en Zuilespolder naar de zwemplas stroomt (via kwel of inlaat) zal tot waterkwaliteitsverbetering van de zwemplas leiden. Beoordeling van zwemwater vindt plaats op basis van het mengsel van PFAS-verbindingen in water. De verschillende PFAS-verbindingen worden niet zomaar bij elkaar opgeteld, maar op basis van de toxiciteit van een bepaalde PFAS ten opzichte van PFOA. Op die manier wordt het PFAS-mengsel uitgedrukt in PFOAequivalenten (ΣPEQ). De advieswaarde van RIVM is dat de concentratie in zwemwater onder de 280 ng ΣPEQ/L moet blijven. Tabel 3.2 toont de berekende ΣPEQ voor locaties om de HZP op basis van een P50. Er is een tweedeling zichtbaar in Tabel 3.2: de zwemplas en de inlaat aan de ene kant met concentraties rond of boven de 100 ng ΣPEQ/L (RIVM rapporteert 56-67 ng PEQ/L op basis van de metingen in de zwemplas van alleen 2021) en rivierwater aan de andere kant met concentraties rond de 10 ng ΣPEQ/L.

Tabel 3.2: Lower boundary (LB)6 en upper boundary (UB) P50-concentraties PFAS in PFOA-equivalenten (ΣPEQ) voor een zevental locaties in en om de zwemplas en in het rivierwater. Aantal meetdata

meetperiode

LB - ΣPEQ (ng PEQ/L)

UB - ΣPEQ (ng PEQ/L)

Zwemplas (DWOP1301)

15

2021 en 2023

80,1

93,1

Inlaat zwemplas (DWOP1309)

3

2023

166,5

167,2

Helsloot (DWOP1310)

3

2023

15,8

16,5

Zwemwaterlocatie de Mosterpot bij Woudrichem (DEMTPCPBSD)

2

2024

11,4

12,5

Locatie H05M – handhaving Chemours

12

2020-2023

8,2

n.b.*

MWTL Lobith

59

2017-2022

9,0

9,0

MWTL Vuren

12

2022

8,5

8,5

Locatie

* De metingen in deze dataset hadden een rapportagegrens van 1 µg/L. Dat is erg hoog waardoor de upper boundary concentratie onrealistisch is. 6 Voor lower boundary concentratie zijn alle meetwaarden <rapportagegrens op 0 gezet. Voor de upper boundary is de

rapportagegrens zelf als waarde genomen om de ΣPEQ te berekenen.

datum referentie

11 juli 2024 240983_AdB_RAP_0001_v0.4

De zwemplas is het meest intensief bemonsterd en de metingen laten een zeer grote spreiding zien van 11 tot 370 ng ΣPEQ/L (Figuur 3-1). Het gaat niet om een seizoenspatroon: in 2021 waren de concentraties in de winter zeer hoog, terwijl in 2023 de hoogste concentraties in juli en augustus werden gemeten en wederom een piek in december 2023. De herkomst van deze extreem hoge concentraties is onbekend, maar Figuur 3-1 laat zien dat de hoge concentraties totaal PFAS grotendeels worden bepaald door PFOA. Het zou uit het grondwater kunnen komen. In het freatisch grondwater in de HZP (noordzijde gebied F2-E in Bijlage 4) worden namelijk concentraties tot 770 ng/L gemeten. De concentraties in het grondwater van gebied F2A+B variëren van <0,02 tot 340 ng/L (Figuur 3-2). In het grondwatermeetpunt van WS Hollandse Delta aan de noordkant van de plas wordt 2400 ng/L gemeten. Deze concentraties in het grondwater zijn echter niet meer dan een indicatie dat grondwater in het gebied hoge concentraties PFOA kan bevatten. In elk geval kan gesteld worden dat het rivierwater uit de HZP lagere concentraties verontreinigingen bevat dan het huidige water in de zwemplas.

Figuur 3-1: gemeten concentraties totaal PFAS (ΣPEQ) en de bijdrage van PFOA aan het totaal in zwemplas Merwelanden in 2021 en 2023 in ng ΣPEQ/L. Ook dit jaar wordt weer bemonsterd: in januari 2024 werd 520 ng PFOA/L gemeten; metingen daarna zijn niet bekend.

Het water uit de zwemplas met verhoogde concentraties PFOA wordt in de huidige situatie afgevoerd naar het gemaal bij de Helsloot (oostkant HZP; Figuur 3-3). In de nieuwe situatie komt het gemaal aan de westkant (Figuur 1-3) en wordt het PFOA-houdende water uit de westelijke polder, waar de zwemplas ligt, naar de HZP gepompt. Via de HZP wordt het afgevoerd naar de Beneden-Merwede. Dat zou kunnen leiden tot verhoogde concentraties in de HZP, maar de totale vracht zal gelijk blijven als de hoeveelheid water die wordt afgevoerd gelijk blijft. Als er meer wordt doorgespoeld, is het verstandig om nader naar het effect te kijken op de PFOAconcentraties die naar de HZP worden gepompt.

datum referentie

11 juli 2024 240983_AdB_RAP_0001_v0.4

Figuur 3-2: Gemeten concentraties in het freatisch grondwater in het grote oppervlak van de HZP (gebied F2-A+B in Bijlage 4). Elke code is een andere peilbuis. Overigens worden in het noordelijk deel van de HZP (gebied F2-E in Bijlage 4) concentraties tot 770 ng/L gemeten.

3.2

Vergroot grondverzet de risico’s?

3.2.1

Hoe gaat RWS het grondverzet uitvoeren rekening houdend met de aanwezige verontreinigingen in de HZP? Het korte antwoord: de geulen hebben na oplevering een zo goed als schone bodem en de ophogingen worden gerealiseerd van ondergrond uit de HZP en Gors en de Aanwas (vanwege nutriënten mogen toplagen niet worden gebruikt voor de hoge gorzen en eilanden die gecreëerd worden). Daardoor bevatten de opgehoogde gebieden ook weinig verontreiniging. Het overige gebied (73%) blijft onaangeroerd. De wijze van verspreiding van aanwezige verontreiniging is uitgewerkt in het grondstromenplan van Witteveen + Bos (2023c). Daaruit blijkt dat in de HZP 11.600 m3 niet toepasbare grond (toplaag) naar het depot wordt afgevoerd. Het andere deel van de afgegraven grond (22.800 m3) wordt hergebruikt. Daarnaast wordt 110.900 m3 vanuit Gors en de Aanwas hergebruikt in de HZP. Zoals in hoofdstuk 2 is opgemerkt wordt in de toplaag van de opgehoogde delen alleen ondergrondmateriaal geaccepteerd i.v.m. de wens om nutriëntenarme grond toe te passen. Het ondergrondmateriaal is in de HZP zo goed als schoon(ook in de toplaag meestal <1 µg/kg). In Gors en de Aanwas geldt voor PFAS ook dat de ondergrond schoon is, maar komt het regelmatig voor dat er voor andere verontreinigingen sprake is van klasse B tot grotere diepten (3 m-mv), vermoedelijk door de ligging van een voormalige stortplaats in het gebied.

Dit vraagt nadere aandacht bij de uitvoering van het grondverzet.

datum referentie

11 juli 2024 240983_AdB_RAP_0001_v0.4

3.2.2

Welke risico's leveren de PFAS-gehalten in de bodem op voor de fauna die hoort bij getijdennatuur? Het korte antwoord: de huidige PFOA-gehalten in de bodem van de HZP voldoen niet aan de risicogrenswaarden voor doorvergiftiging naar hogere organismen; lagere organismen en planten zijn wel voldoende beschermd. In de toekomst zullen ze wel gaan voldoen, omdat PFOA zal uitspoelen. Als wordt gekeken naar risicogrenswaarden voor natte natuur overschrijdt PFOS de RGW voor doorvergiftiging zowel in de huidige situatie als in de toekomst. De overschrijding zal iets toenemen omdat de PFOS concentraties in de bodem op de lange termijn iets zullen toenemen naar het achtergrondniveau in het rivierengebied (van 0,9 naar ca. 1,5 µg/kg).Daarmee worden de PFOS-concentraties gelijk aan andere buitendijkse gebieden in het rivierengebied. De RGW in Tabel 3.3 tonen een vaste volgorde: RGW directe risico’s > RGW doorvergiftiging > RGW humaan. Dit geldt in alle compartimenten. In het algemeen kunnen we dus zeggen dat flora en fauna minder gevoelig zijn dan mensen en dat de ‘hogere fauna’ (bijv. roofvogels en zoogdieren) eerder last zal ondervinden van PFAS dan ‘lagere fauna’ en planten. Tabel 3.3: Risicogrenswaarden voor PFOA en PFOS in de bodem. De tabel is primair bedoeld om de verschillen tussen de verschillende risicosporen te tonen.

PFOA

stof compartiment-->

PFOS bodem

bodem

eenheid -->

µg/kg

µg/kg

directe ecologische risico's

c

16

500d

doorvergiftiging

3c

7d 0,6 d

drinkwater c d

Risico’s teruggerekend naar maximaal aanvaardbare gehalten in de bodem (RIVM-rapport 2020-0085) Risico’s teruggerekend naar maximaal aanvaardbare gehalten in de bodem (RIVM-rapport 2018-0060)

In 2.3 (Tabel 2.1) is in drie stappen (huidige situatie, situatie na herinrichting en eindsituatie over decennia) beschreven dat op de lange termijn een sterke verbetering te verwachten is voor PFOA (van 26,5 naar uiteindelijk ca. 1 µg/kg). Dit wordt veroorzaakt door het verwijderen van toplagen voor het graven van geulen en kreken, het begraven van de bestaande toplaag voor hoge gorzen en eilanden en door de verwachting dat PFOA in getijdegebied sneller zal uitspoelen in de nieuwe situatie. Hoe snel dit gaat is onbekend. Voor PFOS is op lange termijn een verslechtering van 0,9 naar 1,5 µg/kg te verwachten, waarmee de concentratie vergelijkbaar wordt met de rest van het rivierengebied. Als de waarden worden vergeleken met risicogrenswaarden voor de bodem wordt geconcludeerd dat de concentratie PFOA in de bodem van de HZP (HZP binnendijks) in de huidige situatie de RGW-doorvergiftiging van 7 µg/kg overschrijdt, maar zal dalen naar een concentratie onder de RGW (en waarschijnlijk ook onder de Achtergrondwaarde van 1,9). Voor PFOS liggen de gehalten momenteel onder de risicogrenswaarde van 3 µg/kg en zal naar verwachting ook blijven. Wel kan het PFOS-gehalte op termijn net boven de Achtergrondwaarde landbodem van 1,4 µg/kg komen. Dat is echter ruim onder het herverontreinigingsniveau van 3,7 µg/kg, dat wordt gehanteerd voor hergebruiksgrond.

De RGW voor doorvergiftiging in watersystemen/waterbodem is strenger dan voor droge bodem, omdat de blootstelling via visconsumptie een belangrijke rol speelt. De risicogrenswaarden in water zijn echter nooit officieel omgerekend naar sediment, maar als de RGW-PFOS voor doorvergiftiging (0,002 µg/L; Tabel 3.1)

datum referentie

11 juli 2024 240983_AdB_RAP_0001_v0.4

wordt omgerekend via evenwichtspartitie (met een evenwichtsconstante van 100) naar sediment, komt die uit op: 0,2 µg/kg. Daar voldoet de huidige kwaliteit in de HZP ook niet aan. 3.2.3

Risico’s door verspreiding van PFAS houdende grond en bagger naar Beneden-Merwede en Wantij? Het korte antwoord: Vooral PFOA is verhoogd in de HZP en kan dus verspreiden naar de rivier. PFOA zal op termijn uitspoelen uit de bovenlaag van de HZP, niet gebonden aan grond, maar als opgeloste stof. Met de waterbodemimmissietoets is eerder berekend dat de stijging van de PFOA-concentratie in de Boven- en Beneden-Merwede ca 0,14 ng/L zal zijn. Deze voldoet aan de criteria van waterbodemimmissietoets. Een indicatieve vrachtberekening in dit onderzoek suggereert dat de toename van PFOA op de Beneden-Merwede ca. 0,02 ng/L is, hetgeen lager is dan de eerdere (acceptabele) bijdrage die berekend was met waterbodemimmissietoets. Er is geen open verbinding met het Wantij in de nieuwe situatie, wel een inlaat, maar het inlaatvolume zal relatief klein zijn vergeleken met de open verbinding met de Beneden-Merwede. Om het effect van de nieuw gecreëerde waterbodem op het KRW-waterlichaam Boven- en Beneden-Merwede te toetsen gebruikt Rijkswaterstaat de waterbodemimmissietoets. Met dat instrument wordt verondersteld dat een deel van de bodem interactie heeft met het oppervlaktewater (opwerveling en het vrijkomen van stoffen in de waterfase). Deze is reeds uitgevoerd door Witteveen + Bos (2021).

De berekende stijging van de PFOA-concentratie in het waterlichaam Boven- en Beneden-Merwede was 0,14 ng/L. Dat voldoet ruimschoots aan de 0,048 µg/L (48 ng/L) die formeel nog steeds geldt als norm voor PFOA, maar inmiddels adviseert het RIVM een risicogrenswaarde van 0,3 ng ΣPEQ/L voor oppervlaktewater (humane risico’s via visconsumptie). Dat is voor PFOA (RPF=1) gelijk aan 0,3 ng/L. Ook daar blijft 0,14 ng/L onder. Specifiek voor het mobiliseren van PFOA bij vernatting van de HZP is een schatting gemaakt wat de bijdrage kan zijn als gehele PFOA-vracht in 10 jaar uitspoelt (zie 2.3.3). Dat levert ongeveer 0,02 ng PFOA/L bijdrage aan de Beneden-Merwede. Dat ligt nog aanzienlijk onder de 0,14 ng/L van de waterbodemimmissietoets. De bijdrage van de herinrichting aan verspreiding van PFOA is beperkt en volgens de kaders aanvaardbaar. 3.2.4

Zorgt het herinrichten van de HZP voor infiltratie van PFAS naar het diepere grondwater? En wat zijn hierbij de risico's? Het korte antwoord: De realisatie van getijdennatuur in de HZP leidt tot een omslag in dit gebied van kwel naar neutraal tot inzijging. De verhoging van de freatische grondwaterstand werkt in beperkte mate door in het watervoerende pakket. Dit komt vooral door de aanwezigheid van een slecht doorlatende kleilaag aan maaiveld en doordat de rivier al in directe verbinding staat met het watervoerende pakket. De route van water dat via de bodem infiltreert wordt met name bepaald door aanwezige peilverschillen in de directe omgeving. Dit leidt tot korte stroombanen naar overblijvende polder, het grondwater, met daarin de mobiele PFAS, uit de nieuwe getijdengebieden zal daardoor vooral als kwel in het omliggende polderwater terecht komen. De waterkwaliteit van het freatisch grondwater is beter dan de huidige concentraties in het gebied rond de zwemplas. De invloed van de ontpoldering op de waterkwaliteit in de polder is daardoor positief, Het risico voor verspreiding van PFAS naar diepere lagen is zeer klein. Huidig functioneren HZP De omvorming van de Hel- en Zuilespolder tot een getijdegebied zonder peilbeheer heeft effect op de geohydrologische situatie.

Om de verandering van de grondwaterstroming en PFAS-verspreiding als gevolg van de KRW-maatregel en getijdendynamiek te begrijpen, is het nodig inzicht te verkrijgen in het huidige watersysteem.

datum referentie

11 juli 2024 240983_AdB_RAP_0001_v0.4

De Hel- en Zuilespolder wordt vrijwel geheel omgeven door oppervlaktewater van de rivieren. In de huidige situatie vindt de voeding van het polderwatersysteem plaats via een inlaat ter hoogte van de Zuileshoeve (Figuur 3-3). Hier wordt water vanuit de Moldiep/Kikvorschkil/Helsloot dat in verbinding staat met het zuidelijker gelegen Wantij, de Zuilespolder ingelaten. De inlaat is handbediend en ligt onder vrij verval, en is zodoende mede afhankelijk van het getijdeverschil in het Wantij. Ingelaten water wordt door de Zuilespolder richting de recreatieplas gestuurd om vervolgens oostwaarts onderlangs de Helpolder richting de Helsluis te stromen (blauwe pijlen in Figuur 3-3). Daar wordt het water door een gemaal het polderstelsel uitgepompt. Tevens kan water de Helpolder worden in- en uitgestuurd.

Zuileshoeve

Figuur 3-3: topografische kaart van de Hel- en Zuilespolder.

De Hel- en Zuilespolder behoort tot de jonge zeekleipolders. Er is voor de HZP geen peil vastgesteld door het waterschap. Op welk waterpeil momenteel wordt gestuurd is onbekend, maar het is lager dan de waterstand van de Beneden-Merwede. De toplaag van de ondergrond bestaat uit klei. Kleilagen hebben een slechte doorlatendheid en hoge bodemweerstand. De horizontale en verticale stroming van grondwater is daardoor beperkt. Er is dus weinig stroming van het freatisch pakket naar de diepere ondergrond. Grondwaterstroming vindt met name plaats in de zandige watervoerende pakketten. In de Zuilespolder ligt het maaiveld op ca NAP +0,5m. De holocene deklaag heeft een dikte van ca 12m tot ca NAP -11,5m. Het eerste watervoerende pakket onder de Hel- en Zuilenspolders (Pleistoceen) ligt tussen NAP 11,5m en NAP -27,5 m. In de Helpolder zijn in de holocene deklaag tussenzandlagen (oeverwal afzettingen van de Merwede) aanwezig tussen NAP -3,5 en NAP -11 m. De Beneden-Merwede heeft een diepte tot ca. NAP -7 m en staat via de zandige geulafzettingen in de rivierbodem in directe verbinding met het eerste watervoerende pakket van de Helpolder. Er is hier zodoende stroming mogelijk tussen de Beneden-Merwede en de Helpolder. De Moldiep/Kikvorschkil/Helsloot hebben een diepte tussen ca. NAP -2 m en NAP -4 m en reiken tot in de kleiige deklaag van de Zuilespolder.

Grondwaterstroming vanuit deze wateren naar de Zuilespolder wordt daarmee bemoeilijkt.

datum referentie

11 juli 2024 240983_AdB_RAP_0001_v0.4

Het freatische grondwaterniveau staat onder directe invloed van het oppervlaktewaterniveau. Ter hoogte van de Helpolder is in de huidige situatie het grondwater met een GHG van NAP -0,15 m lager dan bij de Zuilespolder, waar de GHG NAP +0,08 m is. De freatische grondwaterstand verschilt dus circa 23 cm. De gemeten stijghoogten in de diepere watervoerende pakketten (+0,5m NAP in het pleistocene zand aan de noordzijde bij de Helpolder, +0,15m NAP bij de zuidkant van de Zuilenspolder) zijn hoger dan de freatische grondwaterstand, wat duidt op kwel. Kwel kan voorkomen door verhoogde stijghoogte onder invloed van rivierwater. De invloed van kwel in de Hel- en Zuilespolder is afhankelijk van de diepte van de rivieren en de aanwezigheid van watervoerende pakketten. Dit is zichtbaar in de kweldruk, die hoger is in de Helpolder. Door de dikte van de slecht doorlatende deklaag zal de hoeveelheid kwel aan het oppervlak beperkt zijn. Toekomstig functioneren HZP De te treffen KRW-maatregelen zullen een aantal effecten op de (grond)waterhuishouding hebben:  De kweldruk (met name de kwel door de waterkering) in de overblijvende (kleine) polder rondom de Zuileshoeve zal toenemen, aangezien de polder geheel door getijdegebied wordt omringd. Aangezien de kade op een slecht doorlatende laag komt zal de hoeveelheid gering zijn.

Met een kwelsloot aan de binnenzijde van de kade en het nieuw te plaatsen gemaaltje zal de kwel die met name tijdens vloed en hoog water optreedt worden uitgemalen.  De interactie tussen freatisch grondwater en oppervlaktewater neemt toe. Dit is het gevolg van het uitgraven van bestaande watergangen en de aanleg van het krekenstelsel, wat zal leiden tot een lokale verlaging van de bodemweerstand. Vanwege de dikte van de deklaag blijft het effect hiervan beperkt.  De grondwaterstand in de Zuilespolder zal vertraagd gaan meebewegen met de getijde van de BenedenMerwede. De freatische grondwaterstand zal stijgen, door het loslaten van het polderpeil. Door de slecht doorlatende deklaag is effect van de grondwaterstand- en fluctuatie op de naastgelegen polders gering.  Er zal een toename van kwel zijn naar de naastgelegen polders. In deze polders blijft het polderpeil gehandhaafd en zal de grondwaterstand naar verwachting niet stijgen, waar dat in de Zuilespolder wel zo is. Door het verschil in de grondwaterstand zal er meer stroming van grondwater vanuit de Zuilespolder richting de naastgelegen polders optreden.  Op basis van de concentraties in rivierwater en grondwater kan gesteld worden dat concentraties PFOA in de Zuilespolder veel lager zijn dan de polder waarin de zwemplas ligt.

3.2.5 Welke risico's levert recreëren op de PFAS houdende grond op? Het korte antwoord: op basis van C-SOIL berekeningen waarin gerekend wordt met levenslange blootstelling mogen kinderen ca. 2 gram grond per dag innemen en volwassenen 1 g grond per dag. Dat is een factor 20 meer dan wordt aangenomen in het scenario voor spelende kinderen. Honden mogen ruim 100 g grond/kg lichaamsgewicht/dag binnen krijgen voordat het acceptabele blootstellingsniveau wordt overschreden. De huidige gehalten en de verwachte toekomstige gehalten na de ingreep worden onderzocht. Met recreëren wordt bedoeld dat mensen door het gebied struinen als de bodem halfnat is. Blootstelling vindt plaats via modderige schoenen, kleding (hand-mondgedrag). De blootstelling vindt plaats via ingestie. Met het bodeminstrumentarium (C-Soil) en de hoogste waarden uit Tabel 2.1 voor zowel huidige als toekomstige bodemkwaliteit (PFOS: 12,2 µg/kg en PFOA: 27 µg/kg) is berekend hoeveel grond kan worden ingenomen voordat risicogrenswaarden worden overschreden. Voor beide stoffen is dat ongeveer 2 g grond per dag voor kinderen en 1 g grond voor volwassenen op basis van levenslange blootstelling. Dat ligt een factor 20 hoger dan het standaardscenario voor spelende kinderen in C-SOIL (innamen kinderen is 0,1 g/dag en voor volwassenen 0,05 g/dag).

Struinen kan in de huidige polder en ook na herinrichting zonder noemenswaardige risico’s plaatsvinden.

datum referentie

11 juli 2024 240983_AdB_RAP_0001_v0.4

Voor honden is in paragraaf 3.1.1 aangegeven dat een maximale inname van 3,3 µg/kg lichaamsgewicht/dag acceptabel is. Als dat via grondingestie gaat, mag een hond (uitgaande van 27 µg/kg PFAS in de bodem) maximaal ruim 100 gram grond/kg lichaamsgewicht/dag binnen krijgen. Dit is onwaarschijnlijk. 3.3 Effect van de HZP op de Stort van Troost. De zorg bestaat dat de gewijzigde waterdynamiek zorgt voor verspreiding van de vervuiling van de Stort van Troost naar Beneden-Merwede. 3.3.1 Wat is de wijziging in waterdynamiek ter plaatse van de stort van Troost? Het korte antwoord: de gewijzigde waterdynamiek als gevolg van herinrichting van de HZP heeft geen gevolgen voor de Beneden-Merwede en daarmee ook niet voor de Stort van Troost. De gemeente Dordrecht heeft in 2023 advies gevraagd van HKV (2023) over de getijslag ten gevolge van de KRW-maatregel. Daarin is het volgende opgemerkt: “De getijslag op de Beneden-Merwede verandert niet, de getijdestromen op de Beneden-Merwede zijn vele malen groter dan de stromingen die door de Hel- en Zuilespolder kunnen optreden, de KRW-maatregel heeft hier dus vrijwel geen invloed op”. Aangezien de Stort van Troost die direct aan de Beneden-Merwede zal het project Hel- en Zuilespolder geen effect hebben op de waterdynamiek van de Stort van Troost. 3.3.2

Zorgt deze waterdynamiek ter plaatse van de Stort van Troost voor verspreiding van vervuilde grond en bagger uit dit gebied? Aangezien er geen effect is op het getij wordt verwacht, zal er ook geen effect op verspreiding van vervuilde grond of bagger plaatsvinden. 3.3.3 Hoe borgt RWS dat geen verspreiding van deze vervuiling plaatsvindt? Aangezien geen effect is op het getij wordt verwacht, zijn geen maatregelen nodig. 3.3.4 Geen. 3.4

Wat zijn hierbij de risico's?

Herinrichting van de HZP en de waterkwaliteit van de zwemplas.

3.4.1 Wat is de impact van de toekomstige inrichting op de waterkwaliteit van de zwemplas? In principe zijn de veranderingen na realisatie van getijdenatuur in de HZP beperkt: de stroomrichting zoals getoond in Figuur 3-3 (blauwe pijlen) blijft hetzelfde. In de huidige situatie wordt water vanuit het Moldiep nabij de Zuileshoeve de HZP in gelaten en stroomt het richting de zwemplas. En in de toekomst zal water vanuit de HZP via een inlaat op de westelijke kade (rode pijl aan de westkant in Figuur 1-3) in de brede watergang terecht komen. Dat water komt vooral vanuit de Beneden-Merwede. De waterkwaliteit van het Wantij en de Beneden-Merwede zijn ongeveer gelijk. In elk geval is de waterkwaliteit in de HZP na herinrichting veel beter dan de waterkwaliteit in de recreatieplas.

datum referentie

11 juli 2024 240983_AdB_RAP_0001_v0.4

4

Literatuur

Deltares, 2021. Onderzoek naar opties voor kwaliteitseisen voor toepassing PFAS-houdende grond en baggerspecie in zoet oppervlaktewater. Rapportnr 11205535-004-ZWS-0002, 23 augustus 2021. HKV, Memo Getijslag Hel- en Zuilespolder d.d. 24 mei 2023. Negash, N. 2021. Fate and Transport of Per- and Polyfluoroalkyl Substances in the Unsaturated Zone. MSc Thesis University of Utrecht. https://www.rivm.nl/sites/default/files/202112/bijlage%20literatuurstudie%20fate%20en%20transport%20PFAS.pdf RIVM, 2021. Landsdekkend beeld van PFAS in Nederlands grondwater. RIVM rapport 2021-0205. https://rivm.openrepository.com/handle/10029/625413. RIVM, 2023. Duiding van PFOS in HH Delfland, locatie Tedingerbroekpolder. https://www.rivm.nl/documenten/rivm-advies-pfoshh-delfland-dd-21-juli-2023 RIVM, 2024. Kennisnotitie Handreiking beoordeling PFAS in zwemwater. Kenmerk KN-2024-0017. Royal HaskoningDHV &Waardenburg Ecology, in voorbereiding. Analyse KRW-doelbereik Rijkswateren. Rapport Royal HaskoningDHV & Waardenburg Ecology. Witteveen+Bos, 2021 Notitie waterbodemimmissietoets; locatie Hel- en Zuilespolder d.d. 22 november 2021. Witteveen+Bos, 2023a. Rapportage milieuhygiënisch waterbodemonderzoek fase 1a d.d. 24 november 2023. Witteveen+Bos, 2023b. Rapportage milieuhygiënisch (water)bodemonderzoek fase 2 d.d. 24 november 2023. Witteveen+Bos, 2023c. Notitie grondstromenplan referentieontwerp d.d.

15 december 2023. Witteveen+Bos, 2023d. Deelrapport Geohydrologie d.d. 3 november 2023.

datum referentie

11 juli 2024 240983_AdB_RAP_0001_v0.4

Bijlage 1 Door RWS beschikbaar gestelde informatie 1. 2.

Oriënterend bodemonderzoek PFAS – Sliedrechtse Biesbosch d.d. 22 juli 2021 (Grondslag) Vooronderzoek diverse gebieden binnen plangebied Sliedrechtse Biesbosch te Dordrecht e.o. d.d. 23 september 2021 (Grondslag) Notitie waterbodem Immissie Toets – locatie Hel- en Zuilespolder d.d. 22 november 2021 (Witteveen + Bos / BWZ) Rapportage milieuhygiënisch waterbodemonderzoek fase 1a d.d. 24 november 2023 (Witteveen + Bos) Rapportage milieuhygiënisch (water)bodemonderzoek fase 2 d.d. 24 november 2023 (Witteveen + Bos) Notitie grondstromenplan referentieontwerp d.d. 15 december 2023 (Witteveen + Bos) Deelrapport Geohydrologie d.d. 3 november 2023 (Witteveen + Bos) Deelrapport rivierkunde d.d. 28 april 2023 (Witteveen + Bos) Inschatting verspreiding lozing Chemours Hel- en Zuilespolder concept d.d. 2 juni 2023 (Witteveen + Bos) Memo Getijslag Hel- en Zuilespolder d.d. 24 mei 2023 (HKV) Metingen PFAS uitlaat NO recreatieterrein periode van 2021 en 2023 spreadsheet (WSHD) Water Wantij meting RWS 15 mei 2023 - analyse 25 juli 2023 (WSHD) Steekmonster afvalwater 15/05/2023 ivm Evides grondwaterwinning genomen midden Rivier (RWS Beproevingsrapport 2023023679) (WSHD) Tabel met van 18-11-22 t/m 09/03/23 effluent en influent bemonsteren RWZI Dordrecht (Stand van zaken PFAS rwzi Dordrecht april 23) (WSHD) Data RWS handhaving (Excel) 15.1.

Kaart met monsterpunten bij spreadsheet rivieronderzoek RWS Dupont 2020-2023: 15.1.1. Relevant monsterpunten 1,2,3,4 gelegen benedenstrooms van HZP in Beneden Merwede 15.1.2. Relevant monsterpunt 5 gelegen bovenstrooms van HZP in Beneden Merwede 15.1.3. Relevant monsterpunt 19 Wantij 15.1.4. Relevant monsterpunt 18 Wantij/Nieuwe Merwede RIVM-rapport; PFAS verontreinigingen: een overzicht van beschikbare risicobeoordelingsinstrumenten voor gebruiksfuncties van oppervlaktewater RIVM- Handreiking beoordeling PFAS in oppervlaktewater: consumptie van vis en andere waterdieren RIVM- Handreiking beoordeling PFAS in zwemwater

3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12. 13. 14. 15.

16. 17. 18.

datum referentie

11 juli 2024 240983_AdB_RAP_0001_v0.4

Bijlage 2 Kwaliteit bodem, grondwater en oppervlaktewater 2.1

50 en 95-percentielwaarden van PFOS en PFOA (µg/L) in- oppervlaktewater.

Locatie

PFOA P50 PFOS P50 PFOA P95

Rivierwater Beneden-Merwede*

0,0022

0,0026

0,0029

PFOS P95 0,0043

Rivierwater Lobith**

0,0020

0,0034

0,0026

0,0048

Rivierwater Vuren**

0,0020

0,0032

0,0026

0,0077

Helsloot bij inlaat***

0,0033

0,0037

n.b.

n.b.

Inlaatwater oostkant plas Merwelanden***

0,150

0,0029

n.b.

n.b.

Recreatieplas Merwelanden*** 0,068 0,0040 0,349 0,0053 * Dataset Chemours 2020-2024 (locatie H05M; n=12). Dit is het monitoringspunt dat net bovenstrooms van de HZP ligt, maar in het algemeen was er weinig verschil tussen de meetpunten in de Chemours-dataset. ** Dataset RWS voor meetpunten Lobith (n=59; 2019-2022) en Vuren (n=12; alleen 2022) *** Dataset Merwelanden voor meetpunten Helsloot, inlaatwater (beide n=3), recreatieplas (n=15). Bij 3 metingen is de P95 niet bepaald. 2.2

50 en 95-percentielwaarden van PFOS en PFOA (µg/kg) in de huidige toplaag van de HZP (binnen- en buitendijks). De HZP binnendijkse monsters zijn gebaseerd op de 22 mengmonsters F2A+B (dit zijn de monsters die het grote oppervlak van de HZP weergeven; Witteveen+Bos, 2023). Deze monsters hebben verschillende dieptes: 0-30 cm, 0-50 cm en dieper dan 50 cm. Die laatste categorie bevat nauwelijks verontreiniging. Er is voor veel stoffen wel verschil tussen 0-30 en 0-50 cm. Dit indiceert een profiel waarin de concentraties aan het oppervlak het hoogst zijn (waarschijnlijk hoger dan de gemiddelde waarden in de laat 0-30) en onderin het laagst. Daarom zijn de monsters 0-30 gebruikt voor het bepalen van de toplaagkwaliteit. Daarnaast zijn 50 en 95-percentielwaarden van in het rivierslib bij Lobith weergeven (Deltares, 2019, paragraaf 3.4). Om een vergelijking te kunnen maken met de Achtergrondwaarden landbodem en het Herverontreinigingsniveau waterbodem zijn deze ook weergegeven. Locatie

P50 PFOA

P50 PFOS

P95 PFOA

P95 PFOS

µg/kg

µg/kg

µg/kg

µg/kg

HZP binnendijks 0-30 cm

26,5

0,85

30,3

1,65

HZP binnendijks 0-50 cm

11,0

<0,1

18,4

1,06

HZP binnendijks diep

<0,1

<0,1

<0,1

<0,1

HZP buitendijks 0-50 cm

1,4

13

5,3

20

HZP buitendijks 50-100 cm

0,3

2,2

1,8

12

HZP buitendijks diep

<0.1

0,5

<0,2

0,5

HZP buitendijks waterbodem 1-2 m

0,1

0,1

2,7

10,0

HZP buitendijks waterbodem diep

<0,1

<0,1

0,16

3,7

Slib Lobith 2019

0,2

1,5

0,6

3,7

AW

1,9

1,4

HVN

0,8

3,7

7

7 Dit betreft voor waterbodems PFOS + precursors EtFOSAA & MeFOSAA. In de landbodem komen EtFOSAA en MeFOSAA niet

voor.

datum referentie

11 juli 2024 240983_AdB_RAP_0001_v0.4

2.3

95-percentielwaarden voor overige verontreinigingen in de HZP in verschillende lagen.

Tabel 4.1: 95-percentielwaarden van verschillende verontreinigingen (alles in mg/kg) in de huidige toplaag (Witteveen+Bos, 2023b, 2023) en in het rivierslib bij Lobith (max. waarde klasse A8).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/784/documents/35206