CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 5 flora en fauna.pdf

Commissie Fysieke Leefomgeving Dordrecht 15 februari 2022, gemeente DordrechtBij agendapunt: 7: Vaststellen 8e herziening Krispijn, locatie Charlotte de Bourbonstraat noord - Rode Dorp - Raadsvoorstel12.166 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

De nestlocaties van de huismus zijn ook buiten het broedseizoen beschermd omdat deze nestlocaties jaarrond worden gebruikt en derhalve beschouwd worden als een vaste rust- en verblijfplaats. (Bronnen; Wikipedia, vogelbescherming.nl).

Adviesbureau Mertens

7

Renkum

Activiteitenplan ten behoeve van aanvraag ontheffing Wet natuurbescherming voor C. de Bourbonstraat te Dordrecht Eindrapport januari 2021

3 HUIDIGE SITUATIE

3.1. Het plangebied Zoals weergegeven is het plangebied gelegen rond de Charlotte de Bourbonstraat (zie figuur 4). Dit gebied bestaat uit woonbebouwing; het betreft rijwoningen met voor- en achtertuinen (zie figuur 5). Het totaal aantal woningen in het plangebied betreft 105 en zijn gelegen aan de Charlotte de Bourbonstraat, Johan Willem Frisostraat, Mariannestraat en de Anna Paulownastraat. De lente van het plangebied is ca. 150 meter en de breedte is ca. 105 meter. De woningen bezitten allemaal dakpannen en hebben schuurtjes in de achtertuinen (zie figuur 5).

N▲

Figuur 4. Beeld van het plangebied aan de Charlotte de Bourbonstraat te Dordrecht (rood).

Adviesbureau Mertens

8

Renkum

Activiteitenplan ten behoeve van aanvraag ontheffing Wet natuurbescherming voor C. de Bourbonstraat te Dordrecht Eindrapport januari 2021

Figuur 5. Foto-impressie van het plangebied van de Charlotte de Bourbonstraat te Dordrecht (google). 3.2 Verblijfplaatsen gewone dwergvleermuis Voorjaar / voorzomer Van gewone dwergvleermuis zijn drie verblijfplaatsen vastgesteld van één of enkele dieren (alle keren aansluiting schoorstenen; zie figuur 6). Het betreft:  Charlotte de Bourbonstraat nummer 1,  Charlotte de Bourbonstraat nummer 22,  Charlotte de Bourbonstraat nummer 25.

Zomer verblijfplaats

Figuur 6. Voorbeeld van een verblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis in 2020 (Adviesbureau Mertens, 2020) ter plaatse in het plangebied van de Charlotte de Bourbonstraat te Dordrecht. Adviesbureau Mertens

9

Renkum

Activiteitenplan ten behoeve van aanvraag ontheffing Wet natuurbescherming voor C. de Bourbonstraat te Dordrecht Eindrapport januari 2021

Figuur 7. Waarnemingen van vleermuizen in het voorjaar / de voorzomer van 2020 (Adviesbureau Mertens, 2020) ter plaatse van en direct rond het plangebied van de Charlotte de Bourbonstraat te Dordrecht. Voorherfst Van gewone dwergvleermuis zijn balts- en paarplaatsen vastgesteld. Paarplaatsen zijn aangetroffen aan de:  JW Frisostraat 22,  Charlotte de Bourbonstraat 25. Bij een baltsplaats vliegt een vleermuis rond en er zijn sociale geluiden te horen die wijzen op een paarplaats. Een paarplaats is echter niet vastgesteld. Sociale roep is gehoord rond het gebied van de schoorstenen. Baltsplaats zijn aangetroffen aan de:  Charlotte de Bourbontraat 20,  Charlotte de Bourbontraat 25.

Adviesbureau Mertens

10

Renkum

Activiteitenplan ten behoeve van aanvraag ontheffing Wet natuurbescherming voor C. de Bourbonstraat te Dordrecht Eindrapport januari 2021

Figuur 8. Waarnemingen van vleermuizen in de voorherfst van 2020 (Adviesbureau Mertens, 2020) ter plaatse van en direct rond het plangebied van de Charlotte de Bourbonstraat te Dordrecht. 3.3 Verblijfplaatsen huismus

Veldinventarisatie Rond het plantsoen van de Charlotte de Bourbonstraat is een groep huismussen aanwezig met 14 nesten in de aangrenzende bebouwong. De mussen nesten onder de onderste dakpannen van de woningen en foerageren in de tuinen en in de woningen. Er zijn verder geen nesten van huismussen of gierzwaluwen aangetroffen.

Adviesbureau Mertens

11

Renkum

Activiteitenplan ten behoeve van aanvraag ontheffing Wet natuurbescherming voor C. de Bourbonstraat te Dordrecht Eindrapport januari 2021

Figuur 9. Territoria / nesten van huismus in 2020 (Adviesbureau Mertens, 2020) ter plaatse van en direct rond het plangebied van de Charlotte de Bourbonstraat te Dordrecht.

Adviesbureau Mertens

12

Renkum

Activiteitenplan ten behoeve van aanvraag ontheffing Wet natuurbescherming voor C. de Bourbonstraat te Dordrecht Eindrapport januari 2021

4 BELANG

4.1 Voorwaarden ontheffing Conform artikel 3.3 lid 4 en artikel 3.8 lid 5 van de Wet natuurbescherming kan een ontheffing alleen worden verstrekt wanneer er is voldaan aan elk van de volgende voorwaarden:  er bestaat geen andere bevredigende oplossing; alternatieven;  de ingreep valt onder een in de wet genoemd belang;  de ingreep leidt niet tot verslechtering van de staat van instandhouding van de desbetreffende soorten. De alternatieven, belang en staat van instandhouding wordt achtereenvolgens in paragraaf 4.2, 4.3 en 4.4 nader uiteengezet. 4.2 Alternatieven Het project is locatie gebonden, waardoor alternatieven voor andere locaties ontbreken. De panden zijn energietechnisch niet meer energiezuinig te herontwikkelen (zie paragraaf 4.3) waardoor de werkzaamheden nodig nodig zijn om te verduurzamen en energiezuiniger te maken. Met de planning wordt rekening gehouden met de huismussen en vleermuizen (zie hoogdstuk 5). Het betreft één relatief klein project waardoor fasering geen optie is. De werkzaamheden worden in een aaneengesloten periode (met uitzondering van de zomer- en kerstperiode) uitgevoerd. Het faseren van de uitvoering geeft geen meerwaarde voor de (verblijfplaats van de) huismussen en de vleermuizen. Het is namelijk mogelijk om dirdct in de omgeving maatregelen te treffen voor de betreffende soorten.

Met betrekking tot een alternatieve werkwijze in de uitvoeringsfase en realisatie van een alternatieve toekomstige inrichting, wordt voldaan aan ‘het zorgvludig handelen’, zoals beschreven in hoofdstuk 5 van dit activiteitenplan.

4.3 Belang De Wet natuurbescherming noemt een aantal belangen waar een ingreep onder kan vallen. De gewone dwergvleermuis valt onder de Habitatrichtlijn. In de Habitatrichtlijn worden de volgende belangen genoemd:  In het belang van de bescherming van de wilde flora en fauna  In het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats  Ter voorkoming van ernstige schade aan gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden en wateren en andere vormen van eigendom  In het belang van de volksgezondheid en de openbare veiligheid. Of om andere dwingende redenen van groot openbaar belang. Hieronder vallen ook redenen van sociale of economische aard, en voor het milieu wezenlijke gunstige effecten  Voor onderzoek en onderwijskundige doelen  Voor repopulatie en herintroductie van soorten. Hierbij hoort ook de daartoe benodigde kweek, en kunstmatige vermeerdering van planten  Om kleine hoeveelheden van bepaalde soorten onder bepaalde omstandigheden te vangen, te plukken of in bezit te hebben.

Adviesbureau Mertens

13

Renkum

Activiteitenplan ten behoeve van aanvraag ontheffing Wet natuurbescherming voor C. de Bourbonstraat te Dordrecht Eindrapport januari 2021 De huismus valt onder de Vogelrichtlijn. In de Vogelrichtlijn worden de volgende belangen genoemd:  In het belang van de volksgezondheid en openbare veiligheid  In het belang van de veiligheid van het luchtverkeer  Ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen , vee , bossen , visserij en wateren  Ter bescherming van flora en fauna  Voor onderzoek en onderwijskundige doelen  Voor het uitzetten en herinvoeren van soorten en voor de met deze doelen samenhangende teelt  Om kleine hoeveelheden van bepaalde vogels onder bepaalde omstandigheden te vangen, te houden of te gebruiken De opstallen aan de Charlotte de Bourbonstraat te Dordrecht technisch verouderd. Wonen in de woningen is gelet op de volksgezondheid onverantwoord door de slechte woonsituatie. De woningen voldoen geheel niet meer aan de huidige eisen van deze tijd. De woningen staan daarnaast (gedeeltelijk) leeg met kans op brand e.d.. De momenteel door uitverhuizende reguliere huurders vrijkomende woningen worden beheert door een leegstandsbeheerder. In principe gaan ze de tijdelijke verhuur in, echter enkele zijn in dusdanige staat dat ze niet verhuurt kunnen worden. Dan blijven ze leeg en worden ze op een andere manier beheert.

Punt 4 van de Habitatrichtlijn is derhalve van toepassing, gelet op de volksgezondheid en openbare veiligheid. Ook op energetisch vlak voldoen de woningen niet meer aan de eisen van deze tijd. De woningen in het plangebied krijgen met deze ingreep een goede mogelijke stap naar dit klimaatakkoord. Het amoveren en vernieuwen van de woningen zal samen gaan met isolatie om de energiebehoefte van de woningen te verminderen. Met de renovatie van deze woningen wordt een aanzienlijke bijdrage geleverd aan de CO2 reductie, wat in algemene zin bijdraagt aan de openbare veiligheid. Klimaatverandering is een internationaal probleem met de daarbij horende redenen van groot openbaar belang. Ingrepen om klimaatverandering tegen te gaan zijn van sociale of economische aard (vermindering energieverbruik) en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten (minder snelle klimaatverandering). Punt 4 van de Habitatrichtlijn en punt 1 van de Vogelrichtlijn is derhalve van toepassing op het verduurzamen van de woningen aan de Charlotte de Bourbonstraat te Dordrecht. De klimaatverandering heeft gevolgen voor alle regio's in de wereld (milieu-centraal.nl). De ijskappen smelten en de zeespiegel stijgt. In sommige regio's komen extreme weersomstandigheden en overstromingen steeds vaker voor, terwijl andere vaker met extreme hitte en droogte te kampen hebben.

Doordat het warmer wordt, zal het in een groot deel van de wereld droger worden, terwijl het in andere gebieden juist natter wordt. Dat heeft allerlei gevolgen (milieu-centraal.nl):  Meer overstromingen doordat de zeespiegel stijgt. Vooral dichtbevolkte kustgebieden en rivierdelta’s in ontwikkelingslanden zullen hier mee te maken krijgen.  Voedseltekorten in gebieden waar het droger wordt, met als gevolg honger en ondervoeding.  Tekort aan drinkwater en water voor irrigatie in gebieden waar het droger wordt.  Afname van de biodiversiteit (het aantal verschillende soorten) doordat dieren- en plantensoorten uitsterven. Dat heeft bijvoorbeeld ook negatieve gevolgen voor de visserij.  De oceanen verzuren. Koraalriffen lopen daardoor risico om af te sterven. Koraal is een belangrijk leefgebied voor vissen en planten.  Er komen meer bosbranden en meer woestijnen.  Er is kans op meer en langere hittegolven. Dat is vooral een risico voor ouderen en andere kwetsbare groepen.  Vooral arme, tropische gebieden zullen last krijgen van de klimaatverandering. Daar ontstaan bijvoorbeeld problemen door watertekorten, overstromingen, ziekten en slechtere oogsten. Vooral dichtbevolkte kustgebieden en rivierdelta's in arme landen zijn kwetsbaar. Juist die landen hebben niet het geld en de technologie om zich aan de klimaatverandering aan te passen.

Adviesbureau Mertens

14

Renkum

Activiteitenplan ten behoeve van aanvraag ontheffing Wet natuurbescherming voor C. de Bourbonstraat te Dordrecht Eindrapport januari 2021 Ook in Nederland wordt het warmer en stijgt de zeespiegel. De belangrijkste gevolgen van de klimaatverandering voor Nederland (milieu-centraal.nl):  Het weer wordt extremer: meer zware buien, meer hittegolven.  Er is meer kans op overstromingen: de rivieren en riolering kunnen bij hevige regenval het water niet meer goed afvoeren.  De natuur in Nederland verandert: soorten die oorspronkelijk uit warmere gebieden komen, voelen zich steeds beter thuis in Nederland. Bekende voorbeelden zijn de eikenprocessierups, de kleine heremietkreeft, bepaalde tekensoorten en de ‘hooikoortsplant’ Ambrosia. Een ander effect is, dat het voorjaar eerder begint: planten bloeien eerder, bomen lopen eerder uit, insecten verschijnen eerder en vogels broeden vroeger in het jaar. Dit kan problemen geven, bijvoorbeeld voor trekvogels die bij aankomst in Nederland de insectenpiek hebben gemist en onvoldoende voedsel kunnen vinden. 4.4 Staat van instandhouding Gewone dwergvleermuis De gewone dwergvleermuis is een algemene vleermuissoort, zowel in Nederland en in Zuid-Holland (zie Figuur 8) als in de omgeving rond Dordrecht (zie Figuur 10). Bij deze laatste figuur is op te merken dat hier een duidelijk waarnemerseffect zichtbaar is.

De waarnemingen laten vooral zien waar onderzoek is uitgevoerd en niet (zondermeer) waar de gewone dwergvleermuis voorkomt. Op basis hiervan en van ervaringen tijdens verschillende onderzoeken in Zuid-Holland is het aannemelijk dat de gewone dwergvleermuis algemeen voorkomt in (de omgeving van) Dordrecht. De gewone dwergvleermuis staat dan ook niet op de Rode lijst van bedreigde diersoorten.

Figuur 10. Waarnemingen van de gewone dwergvleermuis in Nederland (verspreidingsatlas.nl) en omgeving Dordrecht op basis van Waarneming.nl in de periode 2010 t/m 2020. Populatietrend Van de gewone dwergvleermuis zijn geen betrouwbare landelijke of regionale trendgegevens beschikbaar. De eerste, nog onvoldoende betrouwbare, gegevens van auto-transecten laten vanaf 2013 een stabiele trend zien (Jansen et al, 2017). Leefgebied De gewone dwergvleermuis is een huisbewonende soort die in tal van terreinen, zoals tuinen, bomenrijen en bos, foerageert. Het na-isoleren van huizen kan ongunstig zijn voor deze soort. Dit vindt sinds de jaren Adviesbureau Mertens

15

Renkum

Activiteitenplan ten behoeve van aanvraag ontheffing Wet natuurbescherming voor C. de Bourbonstraat te Dordrecht Eindrapport januari 2021 1970 plaats. Dit kan het leefgebied van deze soort ongunstig hebben beïnvloed. Gelet op de resultaten van grootschalige inventarisaties komt deze soort echter nog algemeen voor in Nederland. Toekomst leefgebied Gelet op het op grote schaal na-isoleren van woningen is niet uit te sluiten dat het leefgebied van de gewone dwergvleermuis afneemt. De ontwikkeling van het leefgebied is daarom te omschrijven als matig ongunstig.

Adviesbureau Mertens

16

Renkum

Activiteitenplan ten behoeve van aanvraag ontheffing Wet natuurbescherming voor C. de Bourbonstraat te Dordrecht Eindrapport januari 2021 Conclusie Staat van instandhouding Op basis van voorgaande vier criteria is de staat van instandhouding van gewone dwergvleermuis te omschrijven als gunstig tot licht ongunstig. Elke verslechtering zal bijdragen aan een verdere afname aan de gewone dwergvleermuis. Huismus De huismus is een algemene vogelsoort, zowel in Nederland en in Zuid-Holland (zie figuur 9) als in de omgeving van Dordrecht (zie figuur 11). Bij het figuur is op te merken dat hier een duidelijk waarnemerseffect zichtbaar is. Van delen rond (de ruime omgeving van) Dordrecht zijn duidelijk meer en minder waarnemingen doorgegeven. Toch valt niet uit te sluiten dat in sommige kilometer-hokken ook gewoon minder huismussen voorkomen. De huismus staat echter dan op de Rode lijst van bedreigde diersoorten met het criterium gevoelig (zie onderstaand voor oorzaken).

Figuur 11. Waarnemingen van de huismus in Nederland en omgeving Dordrecht op basis van Waarneming.nl in de periode 2010 t/m 2020. Populatietrend De huismus is in de laatste twintig jaar sterk in aantal afgenomen. Begin jaren tachtig begon de afname, die begin jaren negentig versnelde. Dit heeft geresulteerd in een landelijke afname van meer dan 50% van het aantal broedparen. En deze trend lijkt zich nog steeds voort te zetten. Echter, er zijn aanwijzingen dat sinds 2000 het aantal broedparen van de huismus in Nederland stabiliseert. Leefgebied Door de vele groot onderhoud en nieuwbouw projecten van de afgelopen jaren wordt aangenomen dat het aantal “oorspronkelijke” nestgelegenheden achteruit gegaan is. Ondanks dat de oppervlakte stedelijk gebied en het aantal huizen groter geworden is in Nederland, is onbekend wat dit voor effect op de populatie heeft. Verder blijkt dat in een nieuwe stad als Almere, de situatie voor huismussen veel gunstiger is dan in een oude stad als Amsterdam, waar afnames van 90% plaats hebben gevonden (Wikepedia). Toekomst leefgebied De broedmogelijkheden in nieuwbouwwijken wordt beperkt door een veranderde bouwstijl. Door de toepassing van nieuwe ongeschikte dakconstructies bij groot onderhoud en nieuwbouw verdwijnen veel nestgelegenheden en komen er geen of beperkte nestgelegenheden terug.

Een belangrijke oorzaak ligt in het feit dat het Bouwbesluit aangeeft dat er geen openingen aanwezig mogen zijn waardoor dieren zoals muizen en ratten toegang tot de bebouwing krijgen. Gerichte maatregelen kunnen er wel aan bijdragen dat leefgebied blijft behouden of wordt gerecreëerd.

Adviesbureau Mertens

17

Renkum

Activiteitenplan ten behoeve van aanvraag ontheffing Wet natuurbescherming voor C. de Bourbonstraat te Dordrecht Eindrapport januari 2021 Conclusie Staat van instandhouding Op basis van voorgaande vier criteria is de staat van instandhouding van huismus te omschrijven als licht ongunstig. Elke verslechtering zal bijdragen aan een verdere afname aan de huismus.

Adviesbureau Mertens

18

Renkum

Activiteitenplan ten behoeve van aanvraag ontheffing Wet natuurbescherming voor C. de Bourbonstraat te Dordrecht Eindrapport januari 2021

5 MITIGERENDE EN COMPENSERENDE MAATREGELEN

5.1 Gewone dwergvleermuis De gewone dwergvleermuis heeft zeven verblijfplaatsen in het actieve seizoen van de vleermuizen. Het betreft: Zomerverblijfplaatsen:  Charlotte de Bourbonstraat nummer 1,  Charlotte de Bourbonstraat nummer 22,  Charlotte de Bourbonstraat nummer 25. Paarplaatsen:  JW Frisostraat 22,  Charlotte de Bourbonstraat 25. Baltsplaats:  Charlotte de Bourbontraat 20,  Charlotte de Bourbontraat 25. Mitigatie Ten behoeve van de mitigatie dienen minimaal drie duurzame vleermuiskasten geplaatst te worden per verloren gegane verblijfplaats (dus minimaal 21) op gevels in een straal rond de huidige verblijfplaats van maximaal 200 meter. De kasten dienen minimaal 3 meter hoog geplaatst te worden en opbouw verdiend de voorkeur.

Figuur 12. Beeld van de tijdelijke alternatieve vleermuiskasten (opbouw).

Adviesbureau Mertens

19

Renkum

Activiteitenplan ten behoeve van aanvraag ontheffing Wet natuurbescherming voor C. de Bourbonstraat te Dordrecht Eindrapport januari 2021 Om de vleermuizen te laten wennen aan de nieuwe (tijdelijke) verblijfplaatsen is een gewenningsperiode van zes maanden van belang. Een gewenningsperiode is de periode tussen gereed komen van de alternatieve verblijfplaatsen en het ongeschikt maken van de vastgestelde verblijfplaats. De tijdelijke alternatieve vleermuiskasten dienen op deze locaties behouden te blijven tot de permaente verblijfplaatsen gerealiseerd zijn en functioneel zijn (geen verstoring meer door bouwwerkzaamheden). Deze verwijdering dient plaats te vinden minimaal zes maanden nadat de permaente verblijfplaatsen gerealiseerd zijn en functioneel zijn. De kasten mogen daarnaast alleen verwijderd worden als er geen vleermuizen meer in de tijdelijke alternatieve vleermuiskasten aanwezig zijn. Om geen onnodige verstoring te hebben is het noodzakelijk om buiten de kritieke periode van de gewone dwergvleermuis te starten met werken ter plaatse van en direct rond (< 250 meter) de plaats waar de verblijfplaats van vleermuizen is vastgesteld. De kritieke periode is januari t/m half maart, mei t/m half oktober en november t/m december (zie figuur 13). Voor aanvang dienen de te amoveren woningen ongeschikt gemaakt te worden om doden en verwonden te voorkomen.

Ongeschikt maken van de woningen met de verblijfplaats van vleermuizen dient derhalve in de periode half maart t/m april of half oktober tot november zodat aanwezige vleermuizen kunnen wegvliegen. In het winter(slaap)seizoen van november tot half maart en het seizoen dat er jongen zijn / voortplanting is, van mei tot en half augustus zijn vleermuizen erg kwetsbaar.

Figuur 13. Kritieke periode van gewone dwergvleermuizen (rood) en minde kritieke periode van gewone dwergvleermuizen (groen). Compensatie Ten behoeve van de compensatie dienen minimaal 21 duurzame inbouw vleermuiskasten geplaatst te worden in de nieuwbouw aan de Charlotte de Bourbonstraat te Dordrecht. De isolatie achter de vleermuiskasten kan doorlopen waardoor er geen koudebrug ontstaat. Moet er toch isolatie weggesneden worden, dan kan de ruimte achter de kast worden opgevuld met harde isolatie. De defenieve alternatieve kasten dienen op minimaal 2,5 meter hoogte te worden ingebouwd met een vrije aanvliegroute. De plek van de aanvliegroute en invliegopening mogen niet (fel) belicht worden.

Figuur 15. Beeld van de defenieve alternatieve kasten (inbouw).

Adviesbureau Mertens

20

Renkum

Activiteitenplan ten behoeve van aanvraag ontheffing Wet natuurbescherming voor C. de Bourbonstraat te Dordrecht Eindrapport januari 2021

5.2 Huismus Onder de onderste rij dakpannen van de Charlotte de Bourbonstraat heeft huismus 14 nesten. Mitigatie Ten behoeve van de mitigatie dienen 14 nestkasten geplaatst te worden met minimaal drie nestplaatsen (per nestkast dus drie nestplaatsen) voor de huismus in een straal rond de huidige verblijfplaats van maximaal 200 meter. De kasten dienen minimaal 3 meter hoog geplaatst te worden. Daarnaast dienen twee mussentillen geplaatst te worden de directe omgeving van de Charlotte de Bourbonstraat.

Figuur 16. Voorbeeld van de tijdelijke alternatieve huismussenkasten in de omgeving.

Figuur 17. Voorbeeld van de tijdelijke huismussentillen in de omgeving van plangebied aan de Charlotte de Bourbonstraat.

Voor de nieuwe verblijfplaatsen van de huismus wordt een gewenningsperiode van zes maanden toegepast alvorens wordt gestart met het amoveren van de opstallen in het plangebied.

Adviesbureau Mertens

21

Renkum

Activiteitenplan ten behoeve van aanvraag ontheffing Wet natuurbescherming voor C. de Bourbonstraat te Dordrecht Eindrapport januari 2021 Mocht de start van de werkzaamheden onverhoopt in het broedseizoen (door)lopen, dan is het noodzakelijk dat de huidige nestplaats vooraf aan het broedseizoen wordt gedicht. Dichten dient plaats te vinden door gaas in de dakgoot te maken. Het dichten / verwijderen dient buiten de kritieke periode van de huismus plaats te vinden. Het broedseizoen is de kritieke periode van de huismus en loopt van maart t/m half augustus. Bij start van de werkzaamheden aan het dak worden de dakpannen voorzichtig gelicht.

Figuur 18. Kritieke periode van huismus (rood) en minde kritieke periode van huismus (groen).

De tijdelijke alternatieve huismuskasten dienen op deze locaties behouden te blijven tot de permaente verblijfplaatsen gerealiseerd zijn en functioneel zijn (geen verstoring meer door bouwwerkzaamheden). Deze verwijdering dient plaats te vinden minimaal zes maanden nadat de permaente verblijfplaatsen gerealiseerd zijn en functioneel zijn. De kasten mogen daarnaast alleen verwijderd buiten het broedseizoen(half augustus t/m februari).

Compensatie Ten behoeve van de compensatie dienen minimaal 14 duurzame huismuskasten geplaatst te worden van Schwegler in of op de nieuwbouw aan de Charlotte de Bourbonstraat te Dordrecht. Deze zijn voorzien aan de Nassauweg 6 te Dordrecht (zie figuur 20 en 21).

Figuur 19. Beeld van de defenieve alternatieve nestkasten.

Adviesbureau Mertens

22

Renkum

Activiteitenplan ten behoeve van aanvraag ontheffing Wet natuurbescherming voor C. de Bourbonstraat te Dordrecht Eindrapport januari 2021

Legenda Gewone dwergvleermuis = Tijdelijke kast = Inbouw kast Huismus = Huismussentil = Tijdelijke nestkast = Definietive nestkast Figuur 20. Locatie alternatieve en definietive verblijfplaatsen.

Adviesbureau Mertens

23

Renkum

Activiteitenplan ten behoeve van aanvraag ontheffing Wet natuurbescherming voor C. de Bourbonstraat te Dordrecht Eindrapport januari 2021

Figuur 21. Detailopname alternatieve verblijfplaatsen aan de Nassauweg 6 te Dordrecht

Adviesbureau Mertens

24

Renkum

Activiteitenplan ten behoeve van aanvraag ontheffing Wet natuurbescherming voor C. de Bourbonstraat te Dordrecht Eindrapport januari 2021

6 CONCLUSIE Er is het voornemen voor de herontwikkeling van de woningen rond de Charlotte de Bourbonstraat te Dordrecht. Op basis van een inventarisatie is bepaald dat de gewone dwergvleermuis en de huismus verblijfplaatsen hebben in te amoveren opstallen. De gewone dwergvleermuis en de huismus zijn diersoorten waarvan de nesten jaarrond zijn beschermd is via de Wet natuurbescherming. Op grond van bovenstaande dient ontheffing Wet natuurbescherming te worden aangevraagd en verkregen. In onderhavig plan wordt aangegeven hoe omgegaan wordt met de gewone dwergvleermuis en de huismus. De maatregelen bestaan uit het plaatsen van: - 21 vleermuiskasten in de omgeving (<200 meter) van het plangebied gedurende de aanlegfase en 21 duurzame inbouwkasten in de nieuwbouw. - 14 nestkasten geplaatst te worden met minimaal drie nestplaatsen per nestkast voor de huismus in een straal van 200 meter rond de huidige nestplaats gedurende de aanlegfase en 14 duurzame nestkasten geplaatst te worden met minimaal drie nestplaatsen in het plangebied gedurende de gebruiksfase. - 2 huismussentillen in het gemeenteplantsoen in het plangebied gedurende de aanlegfase. Om geen onnodige verstoring te hebben is het noodzakelijk om buiten de kritieke periode van de gewone dwergvleermuis te starten met werken. De kritieke periode is januari t/m half maart, mei t/m half oktober en november t/m december.

Voor aanvang dienen de te amoveren woningen ongeschikt gemaakt te worden om doden en verwonden te voorkomen. Mocht de start van de werkzaamheden onverhoopt in het broedseizoen (door)lopen, dan is het noodzakelijk dat de huidige nestplaats vooraf aan het broedseizoen wordt gedicht. Dichten dient plaats te vinden door gaas in de dakgoot te maken. Het dichten / verwijderen dient buiten de kritieke periode van de huismus plaats te vinden. Het broedseizoen is de kritieke periode van de huismus en loopt van maart t/m half augustus. Bij start van de werkzaamheden aan het dak worden de dakpannen voorzichtig gelicht. Om de vogels en vleermuizen te laten wennen aan de nieuwe (tijdelijke) verblijfplaatsen is een gewenningsperiode van zes maanden van belang. Een gewenningsperiode is de periode tussen gereed komen van de alternatieve verblijfplaatsen en het ongeschikt maken van de huidige verblijfplaats. De staat van instandhouding van de gewone dwergvleermuis is gunstig tot licht ongunstig. De staat van instandhouding van huismus is licht ongunstig. Door het treffen van bovenstaande gerichte mitigerende en compenserende maatregelen zal de staat van instandhouding niet verslechteren en het natuurlijk verspreidingsbeeld niet worden beïnvloedt.

Op basis van de zorgplicht van de Wet natuurbescherming wordt daarnaast aanbevolen om een deskundige te betrekken op het gebied van de gewone dwergvleermuis en de huismus om de detaillering van de verblijfplaatsen en maatregelen vorm te geven, vast te stellen wanneer de exacte kritieke periode is en om aan te geven of de verblijfplaatsen zijn verlaten, omdat dit mede afhankelijk is van de klimatologische omstandigheden. Monitoring kan de effectiviteit van de maatregelen aantonen. daarnaast enkele baltsplaatsen. Bij een baltsplaats vliegt een vleermuis rond en zendt ondertussen sociale geluiden uit. de en

Adviesbureau Mertens

25

Renkum

Activiteitenplan ten behoeve van aanvraag ontheffing Wet natuurbescherming voor C. de Bourbonstraat te Dordrecht Eindrapport januari 2021

GERAADPLEEGDE LITERATUUR

-

Adviesbureau Mertens, 2020. Vleermuizen en vogels Oudelandstraat en Charlotte de Bourbonstraat te Dordrecht. Wageningen, 1-19. Bekkering, G.H., & Ridder, R.M., 1971. Onderzoek aan een zomerkolonie van Pipistrellus pipistrellus (Schreber, 1774) in het seizoen 1970 en 1971. Doctoraalverslag 1-34. EEG, 1979. Richtlijn 79/43/EEG inzake het behoud van de Vogelstand. Publicatieblad Europese Gemeenschap, nummer L. 103. EEG, 1992. Richtlijn 92/43/EEG inzake de instandhouding van wilde flora en fauna. Publicatieblad van de Europese Gemeenschap, nummer L. 206/7. Glas, G.H., 1986. Atlas van de Nederlandse vleermuizen 1970-1984; alsmede een vergelijking met vroegere gegevens. Zoologische Bijdragen nr. 34, RMNH, Leieden (1-97). Grimmbeger, E., Bork, H., 1978. Untersuchungen zur Biologie, Okologie und Populationsdynamik der Zwergfledermaus, pipistrellus pipistrellus (Schreber, 1774), im einer groben Popuulation in norden der DDR. Teil 1 en Teil 2. Nyctalus (N.F.). 1: 55-73 (teil 1), Nyctalus (N.F.), 1:P 122-136. Kowalski, M., Lesinksi, 1990. The food of the tawny owl (Strix aluco) from near a bat cave in Poland. Bonner Zooologischeer Beitrage, 41 (1): 23-26. Kapteyn, K., 1995. Vleermuizen in het Landschap. Schuyt & o, Haarlem 1-216. Kapteyn, K., Martens, V., 1991. Vleermuizen in het herinrichtingsgebied “Enschede Zuid”LNV, Zwolle. Karg, J., Ryszkowski, L., 1985.

Influence of Agricultural landschape configuration on the density and stratification of insect fligt. Arch. Natuurschutz und Landschaftsforschung 25 (4): 247-255. Lewis, T., 1969. The diversity of the insect fauna in a hedgerow and neighbouring fields. Journal of Applied Ecology 6: 453-458. Limpens, h., Mostert, K., Bongers, W., 1997. Atlas van de Nederlandse Vleermuizen. KNNV Utrecht, 1234. Limpens, H.J.G.A., Kapteyn, K., 1991. Bats, behaviour and linear landschape elements. Myotis 29, 39-48). Maier, C., 1992. Activity patterns of pipistrelle bats (pipistrellus pipistrellus) in Oxfordshire. Journal of Zoology; 228, 69-80. Martens, V., Mostert, K., 1990. Vleermuizen in het herinrichtingsgebied stadsrand Zwolle in 1990. Directie Natuur Zwolle. Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit, 2009. Besluit Rode lijsten diverse soortgroepen. Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit, 1998. Wet van 25 mei 1998, houdende regels ter bescherming van in het wild levende planten en diersoorten (Flora en Faunawet). Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden 402, 1-37. Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit, Dienst Regelingen, 2009b. Uitleg aangepaste beoordeling ontheffing ruimtelijke ingrepen Wet natuurbescherming. Ministerie van LNV (Dienst Regelingen), Den Haag. Netwerk Groene Bureaus, 2009 / 2010.

Vleermuisinventarisatie-protocol; Introductie, toelichting en tabel. Odijk. Recey, P.A., Swift, S.M., 1985. Feeding ecology of Pipistrellus pipistrellusduring pregnancy and lactation. I: Foraging behaviour. Journal of Animal Ecology, 54: 205-215.

Adviesbureau Mertens

26

Renkum

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/403/documents/16024