CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 5 flora en fauna.pdf

Commissie Fysieke Leefomgeving Dordrecht 15 februari 2022, gemeente DordrechtBij agendapunt: 7: Vaststellen 8e herziening Krispijn, locatie Charlotte de Bourbonstraat noord - Rode Dorp - Raadsvoorstel12.166 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

VLEERMUIZEN EN VOGELS OUDELANDSTRAAT EN CHARLOTTE DE BOURBONTRAAT TE DORDRECHT

Eindrapport

VLEERMUIZEN EN VOGELS OUDELANDSTRAAT EN CHARLOTTE DE BOURBONTRAAT TE DORDRECHT

rapportnummer 2020.3588 september 2020 In opdracht van: Gebroeders St Nicolaas Sloopwerken B.V. Bunsenstraat 61 3316 GC Dordrecht

Adviesbureau Mertens B.V.

Bureau voor natuur, ruimtelijke ordening en natuurwetgeving Utrechtseweg 120, 6871 DV Renkum 06-29458456 info@adviesbureau-mertens.nl www.adviesbureau-mertens.nl

© Adviesbureau Mertens BV, Renkum, 2020. Deze rapportage mag zonder schriftelijke toestemming vrij worden vermenigvuldigd. De verzamelde data zijn alleen te gebruiken voor het hier geschetste onderzoek en mogen niet voor andere doeleinden worden gebruikt.

Vleermuizen en vogels Oudelandstraat en Charlotte de Bourbontraat te Dordrecht. Eindrapport september 2020

INHOUDSOPGAVE

1. INLEIDING .......................................................................................................................................................... 2 1.1 INLEIDING ................................................................................................................................................. 2 1.2 HET PLANGEBIED ...................................................................................................................................... 2 1.3 DE PLANNEN ............................................................................................................................................. 3 1.4 VRAAGSTELLINGEN VAN HET ONDERZOEK .................................................................................................. 3 1.5 OPBOUW VAN DIT RAPPORT ....................................................................................................................... 3 2. ECOLOGIE.......................................................................................................................................................... 4 2.1 VLEERMUIZEN ...........................................................................................................................................

4 2.2 BROEDVOGELS ......................................................................................................................................... 5 3. METHODE........................................................................................................................................................... 6 3.1 KADER ..................................................................................................................................................... 6 3.2 VELDONDERZOEK OUDELANDSTRAAT ........................................................................................................ 7 3.3 VELDONDERZOEK C. DE BOURBONTSTRAAT............................................................................................... 8 3.4 VERANTWOORDING ................................................................................................................................... 9 3.5 OVERIGE .................................................................................................................................................. 9 4. RESULTATEN OUDELANDSTRAAT............................................................................................................... 10 4.1 VLEERMUIZEN .........................................................................................................................................

10 4.2 BROEDVOGELS ....................................................................................................................................... 12 5. RESULTATEN C. DE BOURBONSTRAAT ...................................................................................................... 13 5.1 VLEERMUIZEN ......................................................................................................................................... 13 5.2 BROEDVOGELS ....................................................................................................................................... 15 6. CONCLUSIES ................................................................................................................................................... 17 GERAADPLEEGDE LITERATUUR ...................................................................................................................... 19 BIJLAGEN ............................................................................................................................................................ 20 1 BEGRIPPEN ............................................................................................................................................ 21 2 VOORWAARDEN ....................................................................................................................................

23 3 ONDERZOEKS OMSTANDIGHEDEN .................................................................................................... 24

Adviesbureau Mertens

1

Renkum

Vleermuizen en vogels Oudelandstraat en Charlotte de Bourbontraat te Dordrecht. Eindrapport september 2020

1. INLEIDING

1.1 Inleiding Er is het voornemen voor de sloop van woningen in een tweetal deelgebieden in de wijk Land van Valk (Oudelandstraat) en Nieuw Krispijn (Charlotte de Bourbonstraat) te Dordrecht (zie figuur 1 voor de globale ligging). In deze gebieden komen mogelijk beschermde vleermuizen en broedvogels met vaste rust- en verblijfplaatsen (huismus, gierzwaluw) voor. Dit blijkt uit landschapsecologische kenmerken. De sloop zou van negatieve invloed kunnen zijn op de vleermuizen en vogels met vaste rust- en verblijfplaatsen. Op grond hiervan is aan Adviesbureau Mertens BV te Wageningen gevraagd om een veldonderzoek uit te voeren naar de aanwezigheid van vleermuizen en vogels met vaste rust- en verblijfplaatsen en om bij het eventueel voorkomen hiervan, aan te geven hoe hiermee dient te worden omgegaan. In dit rapport worden de resultaten van dit onderzoek gepresenteerd.

N▲

Oudelandstraat C. de Bourbontraat

Figuur 1. Globale ligging van het plangebied aan de Oudelandstraat en C. de Bourbontraat te Dordrecht. 1.2 Het plangebied De plangebieden zijn gelegen aan de Oudelandstraat en C. de Bourbontraat te Dordrecht. In beide deelgebieden staan rijwoningen met dakpannen met aan de achterzijde tuinen. In sommige gevallen zijn er ook aan de voorzijde tuinen. In het deelgebied aan de C. de Bourbontraat is central in het gebied een plantsoen gelegen.

Adviesbureau Mertens

2

Renkum

Vleermuizen en vogels Oudelandstraat en Charlotte de Bourbontraat te Dordrecht. Eindrapport september 2020

1.3 De plannen De plannen bestaan uit de sloop van de woningen met ruimen van bijbehorende tuinen met opstallen. Na afronding van deze werkzaamheden zullen de gronden braak komen te liggen.

1.4 Vraagstellingen van het onderzoek Vleermuizen en vogels met vaste rust- en verblijfplaatsen (huismus, gierzwaluw) kunnen in potentie kunnen voorkomen. Gelet op de opdracht genoemd in de inleiding van dit hoofdstuk worden de volgende vraagstellingen onderzocht: 1. Welke soorten vleermuizen en vogels met vaste rust- en verblijfplaatsen (huismus, gierzwaluw) komen voor in of in nabijheid het onderzoeksgebied aan de Oudelandstraat en C. de Bourbontraat te Dordrecht? 2. Wat is de verspreiding en het terreingebruik van de vleermuizen en vogels met vaste rust- en verblijfplaatsen (huismus, gierzwaluw) in of nabij het onderzoeksgebied aan de Oudelandstraat en C. de Bourbontraat te Dordrecht?

1.5 Opbouw van dit rapport Na een korte uitleg over vleermuizen en vogels met vaste rust- en verblijfplaatsen wordt in hoofdstuk 3 de werkwijze van het onderzoek weergegeven. In hoofdstuk 4 en 5 wordt achtereenvolgens voor de Oudelandstraat en de C. de Bourbontraat de aanwezigheid en de verspreiding van vleermuizen en vogels met vaste rust- en verblijfplaatsen weergegeven. In hoofdstuk 6 worden conclusies gegeven en worden aanbevelingen gedaan. In bijlage 1 wordt een overzicht gegeven van de gebruikte definities en afkortingen. In bijlage 2 worden de voorwaarden van het onderzoek weergegeven.

Adviesbureau Mertens

3

Renkum

Vleermuizen en vogels Oudelandstraat en Charlotte de Bourbontraat te Dordrecht. Eindrapport september 2020

2. ECOLOGIE

2.1 Vleermuizen Vleermuizen zijn vliegende zoogdieren die zich voeden met insecten. Per nacht wordt een grote hoeveelheid voedsel gegeten. Vleermuizen zijn aangewezen op een grote diversiteit aan ecotypen, die een groot en constant voedselaanbod opleveren. Daarnaast zijn vleermuizen afhankelijk van landschapselementen. Aan de hand van landschapselementen (bomenlanen, huizenrijen, houtwallen e.d.) kunnen vleermuizen zich oriënteren door middel van het uitzenden van geluiden. Open landbouwgebieden zijn daarom bijvoorbeeld onaantrekkelijk voor vleermuizen. Vleermuizen verblijven overdag, gedurende het zomerseizoen, in kleine ruimten als spouwmuren of gaten in bomen. Afhankelijk van de soort, bewonen vleermuizen bomen of gebouwen. Alleen de grootoorvleermuis maakt gebruik van zowel bomen als gebouwen. Vooral vrouwtjes zitten veel bij elkaar, in een kolonie. Hier worden de jongen in groot gebracht. Als de schemering valt vliegen de vleermuizen uit en gaan via vaste routen, de vliegrouten, naar de foerageerplaatsen. Soms liggen foerageerplaatsen en kolonies wel meer dan 10 km uit elkaar. Op de foerageerplaatsen wordt gedurende de gehele nacht gefoerageerd. Bij het aanbreken van de dag vliegen de vleermuizen via de vliegrouten weer terug naar de kolonie. Tegen de herfst breekt het paarseizoen aan. De jongen worden in het daarop volgende voorjaar geboren.

De vleermuizen leven in de herfst nagenoeg niet meer in kolonies, maar solitair. Voor de paring worden paarplaatsen gebruikt die vaak afwijken van de kolonieplaatsen. Vaak worden in de herfst ook andere soorten en aantallen vleermuizen aangetroffen. Een voorbeeld hiervan is de ruige dwergvleermuis. Daarnaast worden in de herfst vaak andere foerageerplaatsen gebruikt, de vleermuizen zijn immers niet meer gebonden aan de kolonieplaats. Kort na het paarseizoen tot enkele maanden later, als de winter aanbreekt, trekken de vleermuizen naar ruimten met een stabiel microklimaat als (ijs)kelders, grotten, bunkers of dikke bomen om daar door middel van de winterslaap de winter door te brengen. Vleermuizen gebruiken in de winter dus eveneens verblijfplaatsen, wanneer zij hun winterslaap houden. Slechts zeer sporadisch komen de winterverblijfplaatsen overeen met de zomerverblijfplaatsen. Doordat vleermuizen voor hun oriëntatie gebruik maken van echolocatie zijn vleermuizen gevoelig voor ingrepen in het landschap. Oriëntatie vindt plaats aan de hand van opgaande elementen als bijvoorbeeld bomenlanen en houtwallen. Verlies daarvan resulteert in verminderde oriëntatiemogelijkheden. Oriëntatie is noodzakelijk om van kolonieplaats naar foerageergebied te vliegen en om voedsel te vinden.

Bij de afweging van de effecten van ruimtelijke ingrepen in natuur en landschap spelen derhalve opgaande elementen een belangrijke rol. Vleermuizen worden meer en meer betrokken bij de besluitvorming rond ingrepen in het landelijk en stedelijk gebied. Dit is ook verplicht: alle soorten zijn nationaal en internationaal wettelijk beschermd via de Wet natuurbescherming en de Habitatrichtlijn.

Adviesbureau Mertens

4

Renkum

Vleermuizen en vogels Oudelandstraat en Charlotte de Bourbontraat te Dordrecht. Eindrapport september 2020

2.2 Broedvogels Vogels komen doorgaans overal in Nederland voor waar enige beschutting is en waar mogelijkheden zijn om te nestelen. Er zijn vogels die ieder jaar een nest bouwen om daarin te broeden. Er zijn daarnaast vogels die jaarrond een zelfde nest gebruiken om in te slapen en te broeden (bijvoorbeeld huismussen) en er zijn vogels die jaarlijks terugkeren naar hun nestplaats om het nest opnieuw te gebruiken om daarin te broeden (bijvoorbeeld gierzwaluwen). De huismus is een standvogel die jaarrond in een gebied verblijft. Mussen zijn sociale vogels en leven dan ook in groepen. De hele dag onderhouden ze sociale contacten door voortdurend te tjilpen. In de directe nabijheid van de nestplaats zoeken huismussen hun voedsel, dat voornamelijk uit bessen en zaden bestaat, op de grond. Daarbij hippen ze op een karakteristieke manier, als een stuiterende pingpongbal, in het rond. Huismussen stellen prijs op een rommelige menselijke omgeving, met struikgewas, schuren, weilanden met vee, gemorst graan en zo verder. Het nest wordt gemaakt in holten van bomen, in nestkasten, onder dakpannen en in gaten en kieren van gebouwen. Het slordige nest bestaat uit takjes, stro, veertjes en (honden- en katten)haren. De stand van de huismus is in de afgelopen twintig jaar meer dan gehalveerd. Ook in omliggende landen gaat het aantal huismussen achteruit.

Op grond hiervan is de soort geplaatst op de Rode lijst van bedreigde diersoorten (LNV, 2009, 2017). De oorzaken zijn waarschijnlijk divers. Vermoedelijk speelt de afname van met kruiden begroeide overhoekjes en braaklandjes een rol. Daarin komen insecten voor die de mussen voor hun jongen nodig hebben. Vooral in binnensteden is er nog weinig braakland over en de afstand van de binnensteden tot zulke terreinen aan de rand van steden wordt steeds groter door groeiende steden. Misschien speelt ook de renovatie van oude steden een rol doordat het moeilijker wordt om nesten te maken in de nieuwe daken. Daarnaast worden de predatie door huiskatten en sperwers als oorzaken van de achteruitgang genoemd. De gierzwaluw is van ca. mei tot september in Nederland. Vaak trekken gierzwaluwen in juli / begin augustus weg naar het zuiden. De gierzwaluw broedt dan in mei en juni, heeft dan één legsel met 2-3 eieren. Eerstejaarsvogels broeden niet, maar houden zich wel in en om de kolonie op. Zo kunnen zij de bezette en/of geschikte nestholtes inspecteren die zij zullen overnemen zodra (een van de) broedvogels in de lente niet meer komen opdagen. Zij kunnen zo soms 3 tot 4 jaar ongepaard door het leven gaan. Ze hebben hun nest in gebouwen, onder dakgoot, achter regenpijp, dakkapel, dakpan, of in een gat in de muur en ook wel in neststenen. Broeddduur 18-22 dagen.

De jongen trekken na het uitvliegen meestal snel weg. Het vermoeden bestaat dat de stand van de gierzwaluw de laatste decennia is afgenomen, door sloop en renovatie van oude stadswijken, en door betere isolatie. Speciaal voor gierzwaluwen ontworpen nestkasten, dakpannen en gevelstenen kunnen hier wellicht soelaas bieden. Het aantal broedparen in Nederland werd in 1979 geschat op 50.000 – 85.000. Wikipedia.nl, vogelbescherming.nl, gierzwaluw.com.

Adviesbureau Mertens

5

Renkum

Vleermuizen en vogels Oudelandstraat en Charlotte de Bourbontraat te Dordrecht. Eindrapport september 2020

3. METHODE 3.1 Kader Conform het verkennend onderzoek (Adviesbureau Mertens, 2020) is onderzoek uitgevoerd naar vliegroutes en verblijfplaatsen van vleermuizen en broedvogels met vaste rust- en verblijfplaatsen. Het vleermuisinventarisatie-protocol van het Netwerk Groene Bureaus (2017) stelt dat: Vleermuizen  Voor (kraam)verblijven en vliegroutes van vleermuizen dient onderzoek te worden uitgevoerd:  in de periode 15 mei – 15 juli,  2 x 2 uur (i.v.m. laatvlieger 2 x ’s avonds en i.v.m. dwergvleermuis 1 x ‘s ochtends),  periode tussen veldbezoeken tenminste (10) 20 dagen,  bij geschikte omstandigheden,  als meer dan een kwart van het onderzoeksgebied niet valt te (over)zien of te beluisteren, moet een extra waarnemer ingeschakeld worden.  Voor zwermplaatsen in het kader van winterverblijfplaatsen van vleermuizen dient onderzoek te worden uitgevoerd:  in de periode 1 aug - 10 sep.,  2 x 2 uur,  tussen 0:00 - 2:00,  periode tussen veldbezoeken tenminste (5) 10 dagen,  bij geschikte omstandigheden,  als meer dan een kwart van het onderzoeksgebied niet valt te (over)zien of te beluisteren, moet een extra waarnemer ingeschakeld worden.  Voor paarverblijf- & zwermplaatsen van vleermuizen dient onderzoek te worden uitgevoerd:  in de periode (15 jul) 15 aug - 1 okt (1 nov),  2 x 2 uur (i.v.m.

laatvlieger minimaal 1x ’s avonds),  (0 min) 60 min na (zo mogelijk later, rond middernacht),  periode tussen veldbezoeken tenminste (10) 20 dagen,  bij geschikte omstandigheden,  als meer dan een kwart van het onderzoeksgebied niet valt te (over)zien of te beluisteren, moet een extra waarnemer ingeschakeld worden. Huismus Het Kennisdocument huismus (Bij 12, 2017a) stelt dat voor de aanwezigheid of afwezigheid van de huismus:  twee gerichte veldbezoeken in de periode 1 april tot en met 15 mei te worden uitgevoerd of,  vier gerichte veldbezoeken in de periode 10 maart tot en met 20 juni. Daarbij moet het onderzoek worden uitgevoerd bij:  goede omstandigheden (b.v. geen regen, harde wind en/of kou),  op geluidsluwe momenten (bijvoorbeeld de zondagmorgen in stedelijk gebied),  op geschikte momenten op de dag (tussen 1 à 2 uur na zonsopkomst en 1 à 2 uur voor zonsondergang is de meeste activiteit waar te nemen, met een piek in de ochtend),  met een tussenperiode van minimaal 10 dagen.

Adviesbureau Mertens

6

Renkum

Vleermuizen en vogels Oudelandstraat en Charlotte de Bourbontraat te Dordrecht. Eindrapport september 2020 Gierzwaluw Het Kennisdocument gierzwaluw (Bij 12, 2017b) stelt dat voor de aanwezigheid of afwezigheid van de gierzwaluw:  drie gerichte veldbezoeken in de periode 15 mei in de periode tot 15 juli te worden uitgevoerd of,  waarvan minimaal 1 inventarisatie tussen 20 juni en 7 juli (jongen aanwezig) Daarbij moet het onderzoek worden uitgevoerd bij:  goede omstandigheden (b.v. geen regen, harde wind en/of kou),  tussen 2 uur voor zonsondergang tot zonsondergang,  met een tussenperiode van minimaal 10 dagen.

3.2 Veldonderzoek Oudelandstraat Omvang Gelet op de aard en omvang van het deelgebied Oudelandstraat zijn negen onderzoeksronden uitgevoerd op 13 maart, 3 april, 19 mei, 9, 20 juni, 4 juli, 21 augustus, 5 en 17 september 2020 met een totale onderzoeksomvang van ongeveer 28 uur. In onderstaande paragrafen wordt per soortgroep de inventarisatiemethode weergegeven. In tabel 1 wordt een overzicht gegeven van de methode per soortgroep, de inventarisatieduur en de bezoekdata. In bijlage 3 worden de omstandigheden weergegeven. Tabel 1. Overzicht inventarisatieronden naar de aanwezigheid van vleermuizen en broedvogels met vaste rust- en verblijfplaatsen ter plaatse van en direct rond de Oudelandstraat te Dordrecht. Datum

Vleermuizen

Vogels

Voorjaar/voorzomer (foerageer-, kolonieplaatsen en vliegroutes) - 13 maart 2020 - 3 april 2020 - 19 mei 2020 Kolonies, vliegroutes en foerageerplaatsen - 9 juni 2020 Kolonies, vliegroutes en foerageerplaatsen - 20 juni 2020 Kolonies, vliegroutes en foerageerplaatsen - 4 juli 2020 Kolonies, vliegroutes en foerageerplaatsen Voorherfst (foerageerplaatsen, balts- en paarplaatsen) - 21 augustus 2020 Balts-, paar-, foerageer- en overwinteringsplaatsen - 5 september 2020 Balts-, paar-, foerageer- en overwinteringsplaatsen - 17 september 2020 Balts-, paar-, foerageerplaatsen

Nestlocaties (huismus) Nestlocaties (huismus) Nestlocaties (huism, gierzw) Nestlocaties (huism, gierzw) Nestlocaties (gierzwaluw) -

Vleermuizen Vleermuizen zijn geïnventariseerd door middel van batdetector-onderzoek (Petterson D-240). Met de batdetector worden de, voor mensen onhoorbare, ultrasone geluiden van vleermuizen omgezet naar de voor het menselijk oor hoorbare geluiden. Soorten kunnen door de geluiden (frequentie, ritme en klank) en zichtbeelden worden onderscheiden. Door interpretatie hiervan kan tevens het gedrag afgeleid worden en kunnen onder andere verblijfplaatsen en vliegroutes van vleermuizen worden opgespoord. Op 19 mei, 9, 20 juni en 4 juli 2020 werd geïnventariseerd naar de aanwezigheid van kolonies, vliegroutes en foerageerplaatsen van vleermuizen. De onderzoeksronden op 21 augustus, 5 en 17 september 2020 waren gericht op de inventarisatie van

Adviesbureau Mertens

7

Renkum

Vleermuizen en vogels Oudelandstraat en Charlotte de Bourbontraat te Dordrecht. Eindrapport september 2020 balts-, paar- en foerageerplaatsen. Omdat de onderzoeksronden op 21 augustus en 5 september 2020 doorliepen tot na middernacht was het mogelijk om ook onderzoek te doen naar gedrag dat wijst op eventuele overwinterende vleermuizen (zwermen). Vogels met vaste rust- en verblijfplaatsen Vogels met vaste rust- en verblijfplaatsen zijn gedurende vijf inventarisatiemomenten in het voorjaar / de voorzomer geïnventariseerd (14 maart, 4 april, 20 mei, 21 juni en 5 juli 2020). Alle bezoeken werden uitgevoerd in de avond- of ochtendschemering. Het is van belang om rond de schemering waarnemingen te doen, omdat vogels dan het meest actief zijn. Het gebied geïnventariseerd op nesten, sporen en territoriaal gedrag van vogels met vaste nestplaatsen (huismus, gierzwaluw).

3.3 Veldonderzoek C. de Bourbontstraat Omvang Gelet op de aard en omvang van het deelgebied Bourbontraat zijn negen onderzoeksronden uitgevoerd op 14 maart, 4 april, 20 mei, 10, 21 juni, 5 juli, 22 augustus, 6 en 18 september 2020 met een totale onderzoeksomvang van ongeveer 28 uur. In onderstaande paragrafen wordt per soortgroep de inventarisatiemethode weergegeven. In tabel 1 wordt een overzicht gegeven van de methode per soortgroep, de inventarisatieduur en de bezoekdata. In bijlage 3 worden de omstandigheden weergegeven. Tabel 1. Overzicht inventarisatieronden naar de aanwezigheid van vleermuizen en broedvogels met vaste rust- en verblijfplaatsen ter plaatse van en direct rond de Oudelandstraat te Dordrecht. Datum

Vleermuizen

Vogels

Voorjaar/voorzomer (foerageer-, kolonieplaatsen en vliegroutes) - 14 maart 2020 - 4 april 2020 - 20 mei 2020 Kolonies, vliegroutes en foerageerplaatsen - 10 juni 2020 Kolonies, vliegroutes en foerageerplaatsen - 21 juni 2020 Kolonies, vliegroutes en foerageerplaatsen - 5 juli 2020 Kolonies, vliegroutes en foerageerplaatsen Voorherfst (foerageerplaatsen, balts- en paarplaatsen) - 22 augustus 2020 Balts-, paar-, foerageer- en overwinteringsplaatsen - 6 september 2020 Balts-, paar-, foerageer- en overwinteringsplaatsen - 18 september 2020 Balts-, paar-, foerageerplaatsen

Nestlocaties (huismus) Nestlocaties (huismus) Nestlocaties (huism, gierzw) Nestlocaties (huism, gierzw) Nestlocaties (gierzwaluw) -

Vleermuizen Vleermuizen zijn geïnventariseerd door middel van batdetector-onderzoek (Petterson D-240). Met de batdetector worden de, voor mensen onhoorbare, ultrasone geluiden van vleermuizen omgezet naar de voor het menselijk oor hoorbare geluiden. Soorten kunnen door de geluiden (frequentie, ritme en klank) en zichtbeelden worden onderscheiden. Door interpretatie hiervan kan tevens het gedrag afgeleid worden en kunnen onder andere verblijfplaatsen en vliegroutes van vleermuizen worden opgespoord. Op 20 mei, 10, 21 juni, 5 juli 2020 werd geïnventariseerd naar de aanwezigheid van kolonies, vliegroutes en foerageerplaatsen van vleermuizen. De onderzoeksronden op 22 augustus, 6 en 18 september 2020 waren gericht op de inventarisatie van

Adviesbureau Mertens

8

Renkum

Vleermuizen en vogels Oudelandstraat en Charlotte de Bourbontraat te Dordrecht. Eindrapport september 2020 balts-, paar- en foerageerplaatsen. Omdat de onderzoeksronden op 22 augustus en 6 september 2020 doorliepen tot na middernacht was het mogelijk om ook onderzoek te doen naar gedrag dat wijst op eventuele overwinterende vleermuizen (zwermen). Vogels met vaste rust- en verblijfplaatsen Vogels met vaste rust- en verblijfplaatsen zijn gedurende vijf inventarisatiemomenten in het voorjaar / de voorzomer geïnventariseerd (14 maart, 4 april, 20 mei, 21 juni en 5 juli 2020). Alle bezoeken werden uitgevoerd in de avond- of ochtendschemering. Het is van belang om rond de schemering waarnemingen te doen, omdat vogels dan het meest actief zijn. Het gebied geïnventariseerd op nesten, sporen en territoriaal gedrag van vogels met vaste nestplaatsen (huismus, gierzwaluw).

3.4 Verantwoording De methode voor het inventariseren van vleermuizen voldoet aan het Inventarisatie Protocol van het Netwerk Groene Bureaus (Netwerk Groene Bureaus, 2017) en de kennisdocumenten van gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis (Bij 12, 2017a,b). Van laatvlieger is geen kennisdocument beschikbaar. De onderzoeken vonden plaats bij geschikte omstandigheden. Omdat het onderzoek is uitgevoerd bij geschikte omstandigheden in een geschikte periode is het onderzoek goed uitgevoerd en geeft een goed beeld. Het vogel- onderzoek is uitgevoerd conform de kennisdocumenten van huismus en gierzwaluw (Bij 12, 2017c, d).

3.5 Overige Naast huismus en gierzwaluw zijn er vogels waarvan het wenselijk om deze te inventariseren. In het stedelijk gebied betreft dit bijvoorbeeld de huiszwaluw, spreeuw en zwarte roodstaart. Dergelijke soorten staan op de lijst 5 van de van de “Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten ontheffing Flora- en faunawet ruimtelijke ingreep” (Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, Dienst Regelingen, 2009a. Conform de uitleg van lijst 5 waarop de dergelijke vogels staan wordt gesteld dat “nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het hele jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen” (Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, Dienst Regelingen, 2009b). In de uitleg wordt verder aangegeven dat categorie 5-soorten extra onderzoek vragen, ook al zijn hun nesten niet jaarrond beschermd. In de uitleg wordt daarnaast aangegeven dat categorie 5-soorten wel jaarrond beschermd zijn als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. Gedurende de verschillende onderzoeksronden is derhalve direct geïnventariseerd op dergelijke soorten.

Adviesbureau Mertens

9

Renkum

Vleermuizen en vogels Oudelandstraat en Charlotte de Bourbontraat te Dordrecht. Eindrapport september 2020

4. RESULTATEN OUDELANDSTRAAT 4.1 Vleermuizen Voorjaar/voorzomer (foerageerplaatsen, kolonieplaatsen en vliegroutes) In het voorjaar / de voorzomer zijn gewone dwergvleermuis en laatvlieger waargenomen. De gewone dwergvleermuis is enkel (in lage dichtheid) foeragerend aangetroffen. Van laatvlieger zijn enkele dieren foeragerend aangetroffen. Van gewone dwergvleermuis zijn twee kolonies vastgesteld aan de Oudelandstraat 4 (nok) en 27 (rand dakpannen) met respectievelijk 4 en 5 dieren. Er zijn geen vliegroutes vastgesteld. Er zijn gedurende onderhavig onderzoek geen aanwijzingen van de aanwezigheid van verblijfplaatsen van de laatvlieger. Omdat de laatvlieger relatief laat in het plangebied arriveerden, is een verblijfplaats buiten het plangebied gelegen. In figuur 2 zijn de waarnemingen weergegeven.

N▲

Legenda Foera- Koloniegerend plaats = Laatvlieger = Gewone dwergvleermuis Figuur 2. Waarnemingen van vleermuizen in het voorjaar / de voorzomer van 2020 in het gebied van de Oudelandstraat te Dordrecht. Adviesbureau Mertens

10

Renkum

Vleermuizen en vogels Oudelandstraat en Charlotte de Bourbontraat te Dordrecht. Eindrapport september 2020 Overwinteringsplaats Doordat de opstallen aan de Oudelandstraat te Dordrecht relatief droog zijn (door het gebruik als woonbebouwing), in hoge mate worden beïnvloed door weersinvloeden en er zowel in de het voorjaar/ de voorzomers als in de voorherfst relatief weinig vleermuizen werden vastgesteld (ook niet zwermend in de zwermperiode voorafgaand aan overwintering), kan het voorkomen van overwinterende vleermuizen in en direct rond het plangebied worden uitgesloten. Voorherfst (foerageer-, balts- en paarplaatsen) Er zijn in de voorherfst gewone en ruige dwergvleermuizen foeragerend aangetroffen. Er zijn van deze soorten tevens balts- of paarplaatsen vastgesteld en een paarplaats van gewone dwergvleermuis (Oudelandstraat 27 (rand dakpannen)). In figuur 3 worden de waarnemingen weergegeven.

N▲

Legenda Foera- balts- Paargerend plaats plaats = Ruige dwergvleermuis = Gewone dwergvleermuis Figuur 3. Waarnemingen van vleermuizen in de voorherfst van 2020 in het gebied van de Oudelandstraat te Dordrecht.

Adviesbureau Mertens

11

Renkum

Vleermuizen en vogels Oudelandstraat en Charlotte de Bourbontraat te Dordrecht. Eindrapport september 2020

Belang foerageergebied Gelet op de aantallen en dichtheid van de foeragerende vleermuizen dient het gebied en directe omgeving aan de Oudelandstraat niet gezien te worden als belangrijk (primair) foerageergebied.

4.2 Broedvogels Vogels met vaste rust- en verblijfplaatsen Er zijn geen territoria / nesten aangetroffen van huismus of gierzwaluw. Er zijn ook geen aanwijzingen gevonden voor het voorkomen van vogels met vaste rust- en verblijfplaatsen zoals laagvliegende gierzwaluwen. In de (directe) omgeving zijn ook geen huismussen of gierzwaluwen vastgesteld. Hoog vliegend zijn wel gierzwaluwen aangetroffen maar deze zijn niet gerelateerd aan het plangebied of directe omgeving. Overige vermeldenswaardige vogels Overige vermeldenswaardige vogels zoals huiszwaluw, spreeuw en zwarte roodstaart zijn niet vastgesteld gedurende onderhavig onderzoek.

Adviesbureau Mertens

12

Renkum

Vleermuizen en vogels Oudelandstraat en Charlotte de Bourbontraat te Dordrecht. Eindrapport september 2020

5. RESULTATEN C. DE BOURBONSTRAAT 5.1 Vleermuizen Voorjaar/voorzomer (foerageerplaatsen, kolonieplaatsen en vliegroutes) In het voorjaar / de voorzomer zijn gewone dwergvleermuis en laatvlieger waargenomen. De gewone dwergvleermuis is enkel (in lage dichtheid) foeragerend aangetroffen. Van laatvlieger zijn enkele dieren foeragerend aangetroffen. Er zijn geen kolonies of vliegroutes vastgesteld. Van gewone dwergvleermuis is zijn drie verblijfplaatsen vastgesteld van één of enkele dieren (alle keren aansluiting schoorstenen) . Er zijn gedurende onderhavig onderzoek geen aanwijzingen van de aanwezigheid van verblijfplaatsen van de laatvlieger. Omdat de laatvlieger relatief laat in het plangebied arriveerde, is een verblijfplaats buiten het plangebied gelegen. In figuur 4 zijn de waarnemingen weergegeven.

N▲

Legenda Foera- Verblijfgerend plaats = Laatvlieger = Gewone dwergvleermuis Figuur 4. Waarnemingen van vleermuizen in het voorjaar / de voorzomer van 2020 in het gebied van de C. de Bourbontraat te Dordrecht. Adviesbureau Mertens

13

Renkum

Vleermuizen en vogels Oudelandstraat en Charlotte de Bourbontraat te Dordrecht. Eindrapport september 2020 Overwinteringsplaats Doordat de opstallen aan de C. de Bourbontraat te Dordrecht relatief droog zijn of in hoge mate worden beïnvloed door weersinvloeden en er zowel in de het voorjaar/ de voorzomers als in de voorherfst relatief weinig vleermuizen werden vastgesteld (ook niet zwermend in de zwermperiode voorafgaand aan overwintering), kan het voorkomen van overwinterende vleermuizen in en direct rond het plangebied worden uitgesloten. Voorherfst (foerageer-, balts- en paarplaatsen) Er zijn in de voorherfst gewone en ruige dwergvleermuizen foeragerend aangetroffen. Van gewone dwergvleermuis zijn balts- en paarplaatsen vastgesteld. Paarplaatsen zijn aangetroffen aan de JW Frisostraat 22 en C. de Bourbontraat 25. Er zijn geen aanwijzingen van het voorkomen van paarplaatsen van ruige dwergvleermuis zoals baltsplaatsen. In figuur 3 worden de waarnemingen weergegeven.

Legenda Foera- balts- Paargerend plaats plaats = Ruige dwergvleermuis = Gewone dwergvleermuis Figuur 5. Waarnemingen van vleermuizen in de voorherfst van 2020 in het gebied van de C. de Bourbontraat te Dordrecht.

Adviesbureau Mertens

14

Renkum

Vleermuizen en vogels Oudelandstraat en Charlotte de Bourbontraat te Dordrecht. Eindrapport september 2020 Belang foerageergebied Gelet op de aantallen en dichtheid van de foeragerende vleermuizen dient het plangebied en directe omgeving van de Charlotte de Bourbontraat te Dordrecht niet gezien te worden als belangrijk (primair) foerageergebied. 5.2 Broedvogels Vogels met vaste rust- en verblijfplaatsen Er zijn geen territoria / nesten aangetroffen van gierzwaluw. Rond het plantsoen is een groep huismussen aanwezig met 14 nesten in de aangrenzende bebouwong. Er zijn ook geen aanwijzingen gevonden voor het voorkomen van territoria / nesten van gierzwaluwen zoals laagvliegende (gierende) dieren. Hoog vliegend zijn wel gierzwaluwen aangetroffen maar deze zijn niet gerelateerd aan het plangebied of directe omgeving.

Legenda Territoria / nest = Huismus Figuur 6. Territoria / nesten van vogels met vaste rust- en verblijfplaatsen in 2020 in het gebied van de C. de Bourbontraat te Dordrecht. Adviesbureau Mertens

15

Renkum

Vleermuizen en vogels Oudelandstraat en Charlotte de Bourbontraat te Dordrecht. Eindrapport september 2020 De huismus is een standvogel die jaarrond verblijft in het deelgebied van de C. de Bourbontraat. Huismus heeft een beperkte actieradius. Doordat het plantsoen en de tuinen rond het plantsoen worden geruimd verdwijnt het essentiële foerageergebied van de huismus.

Overige vermeldenswaardige vogels Overige vermeldenswaardige vogels zoals huiszwaluw, spreeuw en zwarte roodstaart zijn niet vastgesteld gedurende onderhavig onderzoek.

Adviesbureau Mertens

16

Renkum

Vleermuizen en vogels Oudelandstraat en Charlotte de Bourbontraat te Dordrecht. Eindrapport september 2020

6. CONCLUSIES

Er is het voornemen voor de sloop van woningen in een tweetal deelgebieden in de wijk Land van Valk (Oudelandstraat) en Nieuw Krispijn (Charlotte de Bourbonstraat) te Dordrecht. Op grond hiervan is een gericht veldonderzoek uitgevoerd naar het gebruik van vleermuizen en vogels met vaste rust- en verblijfplaatsen in en direct rond deze deelgebieden. Uit de resultaten van het onderzoek komt naar voren dat in en direct rond de deelgebieden laatvlieger, gewone en ruige dwergvleermuis en foerageren en vliegen in lage dichtheid. Laatvlieger komt zeer beperkt voor in beide deelgebieden. Gedurende en na realisatie van de plannen kunnen de vleermuizen er blijven foerageren en vliegen. Het plangebied is geen essentieel foerageergebied en door / direct rond het plangebied lopen geen vliegroutes. In de omgeving zijn ook voldoende alternatieve foerageergebieden aanwezig. De gewone dwergvleermuis is daarnaast beperkt verstoringsgevoelig. Verblijfplaatsen gierzwaluw en andere vermeldenswaardige vogels zijn niet vastgesteld in de deelgebieden Charlotte de Bourbonstraat en Oudelandstraat. Negatieve effecten op gierzwaluw en andere vermeldenswaardige vogels worden derhalve uitgesloten.

Daarnaast gaan met de werkzaamheden vaste rust- en verblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis verloren in het deelgebied Oudelandstraat en vaste rust- en verblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis en huismus gaan verloren in het deelgebied C. de Bourbontraat (zie tabel 2 en 3 voor respectievelijk de Oudelandstraate en de C. de Bourbonstraat). Op grond hiervan is een ontheffing Wet natuurbescherming vereist voor de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en huismus voor aanvang van de werkzaamheden.. De zorgplicht blijft onverkort van kracht. Deze zorgplicht houdt in dat iedereen voldoende zorg in acht moet nemen voor alle in het wild levende dieren, inclusief hun leefomgeving en voor alle planten en hun groeiplaats. Dit artikel is derhalve ook gericht op het voorkomen van doden en verwonden van algemene soorten. Voor- en gedurende de uitvoering dient hiermee rekening gehouden te worden.

Tabel 2. Overzicht resultaten onderzoek ter plaatse van en direct rond de Oudelandstraat te Dordrecht.

Adviesbureau Mertens

17

Renkum

Vleermuizen en vogels Oudelandstraat en Charlotte de Bourbontraat te Dordrecht. Eindrapport september 2020 Tabel 3. Overzicht resultaten onderzoek ter plaatse van en direct rond de C. de Bourbontraat te Dordrecht.

Adviesbureau Mertens

18

Renkum

Vleermuizen en vogels Oudelandstraat en Charlotte de Bourbontraat te Dordrecht. Eindrapport september 2020

GERAADPLEEGDE LITERATUUR

Bij 12, 2017. Kennisdocument gewone dwergvleermuis, Utrecht. Bij 12, 2017. Kennisdocument ruige dwergvleermuis, Utrecht. Bij 12, 2017. Kennisdocument huismus, Utrecht. Bij 12, 2017. Kennisdocument gierzwaluw, Utrecht. EEG, 1979. Richtlijn 79/43/EEG inzake het behoud van de Vogelstand. Publicatieblad Europese Gemeenschap, nummer L. 103. EEG, 1992. Richtlijn 92/43/EEG inzake de instandhouding van wilde flora en fauna. Publicatieblad van de Europese Gemeenschap, nummer L. 206/7. Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, 2009. Rode lijsten diverse soortgroepen. Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit, 2017. Rode lijsten diverse soortgroepen. Ministerie Economische zaken, 2016. Wet van 16 december 2015, houdende regels ter bescherming van de natuur (Wet natuurbescherming). Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden 2016, 1-34. Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit, Dienst Regelingen, 2009a. Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten ontheffing Flora- en faunawet ruimtelijke ingreep. Ministerie van LNV (Dienst Regelingen), Den Haag. Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit, Dienst Regelingen, 2009b. Uitleg aangepaste beoordeling ontheffing ruimtelijke ingrepen Flora- en faunawet. Ministerie van LNV (Dienst Regelingen), Den Haag. Netwerk Groene Bureaus, 2017.

Vleermuisinventarisatie-protocol; Introductie, toelichting en tabel. Odijk.

Adviesbureau Mertens

19

Renkum

BIJLAGEN

1 BEGRIPPEN

Baltsplaats

Plaats waar een vleermuis al roepend rondvliegt in de herfst en die doorgaans wordt verdedigd tegen andere mannetjes.

Foerageergebied

Een gebied waar een vleermuis of een groep van vleermuizen foerageert. Dat gebied wordt regelmatig bezocht door vleermuizen om in te foerageren en dat doorgaans meerdere foerageerplaatsen kent die langere tijd worden gebruikt.

Foerageerplaats

Plek (jachtplek) waar wordt gejaagd door vleermuizen. De plek kan in de directe omgeving van de kolonieplaats liggen maar ook kilometers verderop.

Kolonie

Groep vleermuizen (kleine groep mannetjes of meestal grotere groep vrouwtjes, soms gemengd (soorten, geslacht)) die in het voorjaar tot de herfst bijeen blijven. De groep kan zich vestigen in gebouwen (in spouwmuren of onder daklijsten e.d.) of bomen (spechtengaten, scheuren). Een groep vrouwelijke vleermuizen wordt ook wel aangeduid als een kraamkolonie. In zo'n groep worden jongen geboren en grootgebracht. Een kolonie maakt vaak gebruik van meerdere verblijfplaatsen die soms gelijktijdig worden gebruikt.

Migratieroute

Een vaste route van zomerverblijfplaats naar winterverblijfplaats en visa versa (zie ook vliegroute) of een route in een andere tijd; bijvoorbeeld tussen foerageerplaatsen.

Paarplaats

Territorium van territoriale mannetjes. Voor de ruige dwergvleermuis en de rosse vleermuis is dit doorgaans te vinden in boomholten. Voor de laatvlieger en de dwergvleermuis is dit te vinden in gebouwen. Voor de watervleermuis is dit te vinden in bomen en later, tegen de winter, zijn ze te vinden in overwinteringverblijven. Het mannetje vormt een harem met meerdere vrouwtjes. De paartijd valt in de herfst (uitgezonderd de grootoorvleermuis waarbij het in april valt (vroege voorjaar). De hier geschetste situatie van de paring wordt in dit rapport omschreven als “herfst situatie”.

Verblijfplaats

Een object (huis, boom, bunker, grot, kast en dergelijke) waarin een of meerdere vleermuizen verblijven (overdag of ’s winters permanent).

Vliegroute

Route die door vleermuizen elke avond wordt gebruikt om van de kolonieplaats naar foerageergebied te vliegen en visa vers (zie ook migratieroute). Vrouwtjes met jongen keren soms midden in de nacht terug om de jongen te zogen en gebruiken dan de route. Vliegroutes liggen over het algemeen langs lijnvormige (landschaps)elementen als bomenlanen, huizenrijen e.d. De functies zijn beschutting bij winderig en koud weer, oriëntatie in verband met de echolokatie-geluiden en het vinden van voedsel.

Voorbijvliegend

Vleermuizen die voorbijvliegen, niet via een vaste route. Het betreft meestal zwervers of trekkers.

Zwermen

Direct na het uitvliegen, naar vooral voor het invliegen bij een kolonie zwermt een deel van de kolonie rond de kolonieplaats. Zwermgedrag is derhalve een indicatie voor een eventuele kolonieplaats.

Winterverblijfplaats Een verblijfplaats waar in de winter een of meerdere vleermuizen in winterslaap (hybernation) gaan. Deze ruimte is doorgaans donker, heeft een hoge luchtvochtigheid en

temperatuurwisselingen zijn nihil. Zomerverblijfplaats Een verblijfplaats die gebruikt wordt door vleermuizen die niet in winterslaap zijn waarvan niet aangetoond is dat het een kraamverblijfplaats dan wel een paarverblijfplaats is. In sommige gevallen vormen bijvoorbeeld mannetjes kleine groepjes.

2 VOORWAARDEN

Adviesbureau Mertens BV (ingeschreven in het handelsregister onder nummer 09110429) richt zich op de inventarisatie van natuur- en landschapswaarden en de eventuele effecten van plannen of projecten op deze waarden. Vaak wordt daarom getoetst aan de geldende wet- en regelgeving. Dieren en planten kunnen zich vestigen na onderzoek en ook is er een mogelijkheid, dat ondanks onderzoek dieren zich verborgen houden of dat planten niet zijn opgekomen in een bepaald jaar doordat het bijvoorbeeld een droog of koud voorjaar is. Ook komt het zeer soms voor dat wilde dieren zich anders gedragen in bepaalde situaties zoals op plaatsen waar veel mensen komen, waar veel geluid is of veel lichtverstrooiing. Daarom heeft Adviesbureau Mertens BV een inspanningsverlichting en geen resultaatverplichting bij inventarisaties. Adviesbureau Mertens BV is niet aansprakelijk voor het zich verborgen houden, nadien vestigen of verplaatsen van soorten. Zoals bovenstaand weergegeven wordt getoetst aan de geldende wet- en regelgeving. Een plan of project wordt met de grootste zorg getoetst door Adviesbureau Mertens BV. De geldende interpretatie van de wet- en regelgeving is aan verandering onderheving en sinds de decentralisatie van bevoegde gezagen treden er ook regionale verschillen op. Adviesbureau Mertens BV is niet verantwoordelijk voor veranderde interpretatie van de wet- en regelgeving.

Na verrichtte werkzaamheden worden projecten soms overgedragen of wordt er op een andere manier invulling gegeven aan de uitvoering. Adviesbureau Mertens BV is niet aansprakelijk voor gevolgschade, of schade welke voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van de werkzaamheden of andere gegevens afkomstig van Adviesbureau Mertens BV. De opdrachtgever vrijwaart Adviesbureau Mertens BV voor aansprakelijkheid van derden als gevolg van deze toepassingen. Omdat dieren en planten zich verplaatsen, zich kunnen vestigen na onderzoek en de geldende interpretatie van wet- en regelgeving aan verandering onderhevig is, is een onderzoek twee jaar geldig. Na twee jaar dient een onderzoek en/of advies geactualiseerd te worden. De opdrachtgever is hiervoor zelf verantwoordelijk. De interpretatie van wet- en regelging kan zijn gewijzigd na advies, de situatie kan veranderd zijn en daarnaast dient voldaan te worden aan de Zorgplicht van bijvoorbeeld de Wet natuurbescherming. Tijdig maar in ieder geval voorafgaand van start van eventueel fysieke werkzaamheden dient de initiatiefnemer / uitvoerder zich daarom opnieuw op de hoogte te stellen van eventueel aanwezige natuur- en landschapswaarden in en rond een plangebied en hoe hiermee moet worden omgegaan.

Voor uitvoer dienen natuur- en landschapswaarden en eventueel gewijzigde situaties in kaart gebracht te worden en dient nagegaan te worden hoe hiermee moet worden omgegaan. Adviesbureau Mertens BV is niet aansprakelijk voor indirecte en/of gevolgschade, waaronder mede wordt verstaan gederfde winst en schade als gevolg van bedrijfstagnatie. Inzake schadevergoeding geldt bij een toerekenbare tekortkoming van Adviesbureau Mertens BV een aansprakelijkheidsbedrag van maximaal drie maal de opdrachtwaarde.

3 ONDERZOEKS OMSTANDIGHEDEN Oudelandstraat te Dordrecht Datum (2020)

Tijd (uur)

- 13 maart 2020 - 3 april 2020 - 19 mei 2020 - 9 juni 2020 - 20 juni 2020

Neerslag (mm)

Wind (bft)

Duur (uur)

Temperatuur (OC)

08.00-10.00 08.00-10.00 20.00-00.00 03.00-05.00 20.30-00.30

2 2 4 2 4

10 10 18 15 20

Geen* Geen Geen Geen Geen

2 2 2 2 2

- 4 juli 2020

20.30-00.30

4

18

Geen*

2

- 21 augustus 2020

22.00-02.00

4

22

Geen

2

- 5 september 2020

22.00-02.00

4

20

Geen*

2

- 17 september 2020 22.00-24.00 * Niet gedurende onderzoek

2

18

Geen

2

Duur (uur)

Temperatuur (OC)

C. de Bourbontraat te Dordrecht Neerslag (mm)

Wind (bft)

Datum (2020)

Tijd (uur)

- 14 maart 2020 - 4 april 2020 - 20 mei 2020 - 10 juni 2020 - 21 juni 2020

08.00-10.00 08.00-10.00 20.00-00.00 03.00-05.00 20.30-00.30

2 2 4 2 4

18 10 18 15 20

Geen Geen Geen Geen Geen

2 2 2 2 2

- 5 juli 2020

20.30-00.30

4

21

Geen

2

- 22 augustus 2020

22.00-02.00

4

22

Geen

2

- 6 september 2020

22.00-02.00

4

19

Geen

2

- 18 september 2020 22.00-24.00 * Niet gedurende onderzoek

2

18

Geen

2

ACTIVITEITENPLAN TEN BEHOEVE VAN AANVRAAG ONTHEFFING WET NATUURBESCHERMING VOOR CHARLOTTE DE BOURBONSTRAAT TE DORDRECHT

Eindrapport

ACTIVITEITENPLAN TEN BEHOEVE VAN AANVRAAG ONTHEFFING WET NATUURBESCHERMING VOOR CHARLOTTE DE BOURBONSTRAAT TE DORDRECHT

rapportnummer 2020.3761a januari 2021 In opdracht van: Gebroeders St Nicolaas Sloopwerken B.V. Bunsenstraat 61 3316 GC Dordrecht Adviesbureau Mertens B.V. Bureau voor natuur, ruimtelijke ordening en natuurwetgeving Utrechtseweg 120, 6871 DV Renkum 06-29458456 info@adviesbureau-mertens.nl www.adviesbureau-mertens.nl

© Adviesbureau Mertens BV, Renkum, 2021. Deze rapportage mag zonder schriftelijke toestemming vrij worden vermenigvuldigd. De verzamelde data zijn alleen te gebruiken voor het hier geschetste onderzoek en mogen niet voor andere doeleinden worden gebruikt.

Activiteitenplan ten behoeve van aanvraag ontheffing Wet natuurbescherming voor C. de Bourbonstraat te Dordrecht Eindrapport januari 2021

INHOUDSOPGAVE

1 INLEIDING .......................................................................................................................................................... 2 1.1 INLEIDING .............................................................................................................................................. 2 1.2 AANLEIDING .......................................................................................................................................... 2 1.3 DOEL ...................................................................................................................................................... 3 1.4 DE PLANNEN EN PLANNING................................................................................................................ 3 1.5 OPBOUW ACTIVITEITENPLAN ............................................................................................................. 3

2. ECOLOGIE.......................................................................................................................................................... 5 2.1 GEWONE DWERGVLEERMUIS ............................................................................................................ 5 2.2 HUISMUS ............................................................................................................................................... 6

3 HUIDIGE SITUATIE ............................................................................................................................................. 8 3.1. HET PLANGEBIED ................................................................................................................................ 8 3.2 VERBLIJFPLAATSEN GEWONE DWERGVLEERMUIS........................................................................ 9 3.3 VERBLIJFPLAATSEN HUISMUS ......................................................................................................... 11

4 BELANG ............................................................................................................................................................ 13 4.1 VOORWAARDEN ONTHEFFING......................................................................................................... 13 4.2 ALTERNATIEVEN ................................................................................................................................ 13 4.3 BELANG ............................................................................................................................................... 13 4.4 STAAT VAN INSTANDHOUDING ........................................................................................................ 15

5 MITIGERENDE EN COMPENSERENDE MAATREGELEN .............................................................................. 19 5.1 GEWONE DWERGVLEERMUIS .......................................................................................................... 19 5.2 HUISMUS ............................................................................................................................................. 21

6 CONCLUSIE ...................................................................................................................................................... 25

GERAADPLEEGDE LITERATUUR ...................................................................................................................... 26

Adviesbureau Mertens

1

Renkum

Activiteitenplan ten behoeve van aanvraag ontheffing Wet natuurbescherming voor C. de Bourbonstraat te Dordrecht Eindrapport januari 2021

1 INLEIDING 1.1 Inleiding Er is het voornemen voor de herontwikkeling van de woningen rond de Charlotte de Bourbonstraat te Dordrecht. Op basis van een inventarisatie is bepaald dat de gewone dwergvleermuis en de huismus verblijfplaatsen hebben in de te amoveren opstallen (Adviesbureau Mertens, 2020). De gewone dwergvleermuis en de huismus zijn diersoorten waarvan de verblijfplaatsen jaarrond zijn beschermd is via de Wet natuurbescherming. In het kader van het voorkomen van overtreding van verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming moeten bij de geplande ingreep voor de gewone dwergvleermuis en de huismus mitigerende maatregelen worden getroffen. Dat zijn maatregelen die erop gericht zijn negatieve effecten op de gewone dwergvleermuis en de huismus zoveel mogelijk te voorkomen dan wel te verzachten. Op grond hiervan is aan Adviesbureau Mertens BV te Wageningen gevraagd om een plan op te stellen hoe verder omgegaan dient te worden met het de aanwezigheid van de gewone dwergvleermuis en de huismus. In onderhavig rapport wordt verslag gedaan van dit zogenaamde activiteitenplan.

N▲

Charlotte de Bourbonstraat

Figuur 1. Globale ligging van het plangebied aan de Charlotte de Bourbonstraat te Dordrecht. 1.2 Aanleiding Het plangebied is gelegen aan de Charlotte de Bourbonstraat te Dordrecht. Dit gebied bestaat uit rijbebouwing met voor- en achtertuinen. Het plan behelst de realisatie van een nieuwbouwproject bestaande uit nieuwbouwwoningen. Om dit te kunnen realiseren moeten de huidige opstallen worden gesloopt en het plangebied bouwrijp gemaakt worden. Stijgende energieprijzen en een steeds groter klimaatprobleem maken dat er hard aan de slag moet gegaan worden met het verduurzamen van de woningen. Zo’n 95% van alle woningeigenaren in Nederland heeft een onnodig hoge energierekening. Amoveren en duurzame nieuwbouw heeft hierbij de voorkeur. Daarbij komt dat de maatschappelijke eisen die gesteld worden aan woonbebouwing in het stedelijk gebied onderstrepen het amoveren van de opstallen om nieuwbouw te realiseren.

Adviesbureau Mertens

2

Renkum

Activiteitenplan ten behoeve van aanvraag ontheffing Wet natuurbescherming voor C. de Bourbonstraat te Dordrecht Eindrapport januari 2021

1.3 Doel De voorliggende rapportage beschrijft de handelingen die moeten worden uitgevoerd om negatieve effecten op de gewone dwergvleermuis en de huismus zoveel mogelijk te voorkomen dan wel te verzachten. Het rapport beantwoordt de volgende vragen: • In welke periode dient de ingreep te worden uitgevoerd om negatieve effecten op de gewone dwergvleermuis en de huismus zoveel mogelijk te voorkomen? • Welke aanpassingen in de werkwijze tijdens de ingreep kunnen negatieve effecten op de gewone dwergvleermuis en de huismus zoveel mogelijk voorkomen? • Welke voorwaarden moeten aan de ingreep gesteld worden om de functionaliteit van het leefgebied voor de gewone dwergvleermuis en de huismus te behouden?

1.4 De plannen en planning De plannen voorzien in het amoveren van alle opstallen in het plangebied. Hierna zal het gebied bouwrijp worden gemaakt en worden voorzien van de appartementen met bijbehorende voorzieningen zoals parkeren. Hierbij wordt de volgende planning aangehouden: Februari-juli 2021 Ontheffingsaanvraag Februari 2021 Realiseren alternatieven Tot oktober 2021 Verhuizing bewoners Oktober – december 2021 Start / amoveren Januari 2023

Oplevering

Deze planning is afhankelijk van het feit of er nog een bezwaar wordt gemaakt op de afgegeven omgevingsvergunning / Wet natuurbescherming. Derhalve is gesteld om de aanvraag door te laten lopen tot december 2024.

1.5 Opbouw activiteitenplan In hoofdstuk 2 wordt de ecologie van huismus en gewone dwergvleermuis beschreven en in hoofdstuk 3 wordt een korte samenvatting gegeven over de huidige situatie ten aanzien van de gewone dwergvleermuis en de huismus. Vervolgens wordt in hoofdstuk 4 de ingreep en het belang besproken. In hoofdstuk 5 worden mitigerende en compenserende maatregelen weergegeven. Tot slot wordt in hoofdstuk 6 een conclusie weergegeven.

Adviesbureau Mertens

3

Renkum

Activiteitenplan ten behoeve van aanvraag ontheffing Wet natuurbescherming voor C. de Bourbonstraat te Dordrecht Eindrapport januari 2021

Figuur 2. Plansituatie van de Charlotte de Bourbonstraat te Dordrecht.

Adviesbureau Mertens

4

Renkum

Activiteitenplan ten behoeve van aanvraag ontheffing Wet natuurbescherming voor C. de Bourbonstraat te Dordrecht Eindrapport januari 2021

2. ECOLOGIE

2.1 Gewone dwergvleermuis Uiterlijk en gedrag De gewone dwergvleermuis (pipistrellus pipistrellus) is de “dwerg” onder de vleermuizen; hij is zo klein dat hij in een luciferdoosje past. Het gewicht is 3,5 tot 9 gram en heeft een spanwijdte van ongeveer 20 centimeter. De gewone dwergvleermuis is de talrijkste soort van Nederland en wordt overal aangetroffen met een opgaande structuur als bebouwing en bomen. Hierbij is bebouwing een vereiste omdat de gewone dwergvleermuis uitsluitend verblijft in gebouwen (Glas, 1986, Limpens, e.a1997). Zowel in de winter als in de zomer verblijft een gewone dwergvleermuis derhalve in gebouwen. Soms verblijven gewone dwergvleermuizen zelfs jaarrond in een zelfde verblijf (Maier, 1992). In ieder geval ligt de afstand tussen zomer en wintergebied niet ver uit elkaar; voor 95% van de gewone dwergvleermuis ligt zowel het zomer- als winterverblijf binnen een gebied met een straal van 15 kilometer (Grimbergen & Bork, 1978). In Nederland zijn echter maar weinig overwinteringsplaatsen van gewone dwergvleermuis bekend (Limpens, e.a. 1997). Mogelijk komt dit doordat een deel van de populatie verspreidt overwinterd. Kraamkolonies van gewone dwergvleermuizen bestaan doorgaans uit enkele tientallen dieren. Kolonies van gewone dwergvleermuis verblijven overdag, gedurende het zomerseizoen, in kleine ruimten als spouwmuren of onder daklijsten.

In mei worden de kolonies van gewone dwergvleermuis gevormd om rond eind juli weer geleidelijk uiteen te vallen (Bekkering & Ridder, 1971, Maier, 1992). Zodra de jongen volgroeid zijn, verdwijnen de volwassen vrouwtjes uit de kolonie om de kolonies van mannetjes op te zoeken om te paren. De paring vindt in de herfst plaats, in tegenstelling tot de meeste andere zoogdieren. Deze mannetjes leven solitair of in kleine groepjes, meestal in de buurt van kraamkolonies. Met name in augustus en september zijn de mannetjes van gewone dwergvleermuis dan solitair. In de periode tussen winter- en zomerverblijfplaatsen bezoeken gewone dwergvleermuizen zogenaamde “tussenkwartieren”. Grote groepen dieren veroorzaken dan een invasie in een gebouw (Limpens e.a, 1987, Kapteyn, 1995).

Foerageergedrag en voedselkeuze Gewone dwergvleermuizen zijn vliegende zoogdieren die zich voeden met insecten. Per nacht wordt een grote hoeveelheid voedsel gegeten. Dit ligt aanzienlijk hoog doordat het lichaamsgewicht vrij laag ligt ten opzichte van het lichaamsoppervlak en de activiteit. De dwergvleermuis jaagt op kleine insecten, voornamelijk mugjes en schietmotten, maar ook motten en gaasvliegen. Ze vangen geregeld meer dan driehonderd insecten per nacht. Dwergvleermuizen jagen in de beschutting van bebouwde omgeving en bijvoorbeeld langs straatlantaarns. Dwergvleermuizen worden eveneens veelal aangetroffen in of direct nabij groene gebieden als parken, bossen en lanen e.d.. De voorkeur voor hoge begroeiing blijkt vooral in het cultuurlandschap. Zo jagen ze vooral bij lijnvormige elementen zoals bomenrijen, houtwallen, holle wegen, en dijken met boombeplanting, maar ook bij erfbeplantingen en windsingels rondom boerderijen of bosjes rondom bebouwingskernen (Limpens e.a., 1997). Water is hierbij een mede belangrijke factor in de kwaliteit van het foerageergebied.

Adviesbureau Mertens

5

Renkum

Activiteitenplan ten behoeve van aanvraag ontheffing Wet natuurbescherming voor C. de Bourbonstraat te Dordrecht Eindrapport januari 2021

Figuur 3. Beeld van het foerageergedrag van gewone dwergvleermuis (naar: Limpens e.a., 1997).

Verblijfplaatsen Als de schemering valt verlaten gewone dwergvleermuizen de kolonieplaatsen en gaan via vaste routen, de vliegrouten, naar de foerageerplaatsen. Gewone dwergvleermuizen foerageren gemiddeld binnen een straal van 1,5 tot 2 kilometer (tot maximaal 5 kilometer) van de kolonie (Recey & Swift, 1985). Gedurende de nacht jagen ze op verschillende plaatsen en tussen deze plaatsen op de vliegroutes; daarom zijn lijnvormige landschapselementen voor de gewone dwergvleermuis een favoriete plaats om te foerageren (Kowalsk & Lesinksi, 1990, Limpens & Kapteyn, 1991). Daarbij komt dat kleine insecten langs opgaande begroeiing veel meer voorkomen dan in open agrarische gebieden (Karg & Ryszkowski, 1985, Lewis, 1969). Opgaande lijnvormige landschapselementen voor de gewone dwergvleermuis zijn derhalve van wezenlijke waarde. In Zwolle en in Enschede maken bijvoorbeeld gewone dwergvleermuizen gebruik van Parkachtige structuren als foerageerroute naar het buitengebied langs de stadsrand (Kapteyn & Martens, 1991, Martens, & Mostert, 1990).

2.2 Huismus De huismus is een standvogel die jaarrond in een gebied verblijft. Mussen zijn sociale vogels en leven dan ook in groepen. De hele dag onderhouden ze sociale contacten door voortdurend te tjilpen. In de directe nabijheid van de nestplaats zoeken huismussen hun voedsel, dat voornamelijk uit bessen en zaden bestaat, op de grond. Daarbij hippen ze op een karakteristieke manier, als een stuiterende pingpongbal, in het rond. Huismussen stellen prijs op een rommelige menselijke omgeving, met struikgewas, schuren, weilanden met vee, gemorst graan en zo verder. Het nest wordt gemaakt in holten van bomen, in nestkasten, onder dakpannen en in gaten en kieren van gebouwen. Het slordige nest Adviesbureau Mertens

6

Renkum

Activiteitenplan ten behoeve van aanvraag ontheffing Wet natuurbescherming voor C. de Bourbonstraat te Dordrecht Eindrapport januari 2021 bestaat uit takjes, stro, veertjes en (honden- en katten)haren. Broedt van eind maart tot in augustus. De huismus heeft 2 tot 3 legsels per broedseizoen met elk 4-6 eieren. De stand van de huismus is in de afgelopen twintig jaar meer dan gehalveerd. Ook in omliggende landen gaat het aantal huismussen achteruit. Op grond hiervan is de soort geplaatst op de Rode lijst van bedreigde diersoorten (LNV, 2009, EZ, 2017). De oorzaken zijn waarschijnlijk divers. Vermoedelijk speelt de afname van met kruiden begroeide overhoekjes en braaklandjes een rol. Daarin komen insecten voor die de mussen voor hun jongen nodig hebben. Vooral in binnensteden is er nog weinig braakland over en de afstand van de binnensteden tot zulke terreinen aan de rand van steden wordt steeds groter door groeiende steden. Misschien speelt ook de groot onderhoud van oude steden een rol doordat het moeilijker wordt om nesten te maken in de nieuwe daken. Daarnaast worden de predatie door huiskatten en sperwers als oorzaken van de achteruitgang genoemd. De verspreiding van de huismus is echter stabiel. De huismus komt nagenoeg over heel Nederland voor. Overal waar enige bebouwing is, wordt de soort aangetroffen. Ook rond Breda leeft de soort nog in ruime mate.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/403/documents/16024