Bijlage 3 - Eindrapport Tussenevaluatie Agenda 2030 - Twynstra Gudde 18 apr 2025.pdf
Tekst van het document
4.3. Tussentijdse conclusie: Ruimte voor Banen Het programma Ruimte voor Banen zit op dit moment in de overgang van throughput (activiteiten en inspanningen) naar output (beoogde resultaten). Het is op dit moment nog te vroeg om iets te zeggen over de output en daarmee de langetermijneffecten. Wel zien we dat de uitvoering volgens plan verloopt en de gemeente grotendeels aan dezelfde knoppen draait als bij de start van het programma. Het is daarmee aannemelijk dat resultaten en de effecten zoals beoogd, met een enkele accentverschuiving, gaan worden gerealiseerd. De hiervoor genoemde accentverschuiving betreft het feit dat de oorspronkelijke MBC zich richtte op het aantrekken van werkgelegenheid voor een hoger opleidingsniveau. In de praktijk is de focus komen te liggen op ‘kwaliteit van banen’, ongeacht opleidingsniveau. Ook is het uitgangspunt van een revolverend fonds vervangen door ‘sturing via erfpacht”.
49 / 126
5. Programma 4 | Dordts Leerprogramma 5.1. Raadsbesluit en MBC 5.1.1. Raadsbesluit Beoogd resultaat In het raadsvoorstel van april 2021 is de raad gevraagd om middelen te reserveren voor het Dordts Leerprogramma (DLP). Om jongeren voor te bereiden op de toekomst wil de gemeente investeren in goed onderwijs. Uit de cijfers blijkt dat Dordrecht niet in de pas loopt met vergelijkbare steden. Dordtenaren zijn gemiddeld lager opgeleid en daarom wil de gemeente achterstanden in het onderwijs aanpakken en ervoor zorgen dat elk kind de kans krijgt om eruit te halen wat erin zit. Voor scholen met de grootste achterstanden komt er extra geld. Scholen gaan dat vooral inzetten op een betere beheersing van de Nederlandse taal door extra lesuren aan te bieden. Daardoor hebben leerlingen meer kansen in het vervolgonderwijs. Uiteindelijk moet dit leiden tot een verbetering van de gezondheid en een hogere welvaart. Het beoogde resultaat, beschreven in raadsvoorstel, is dat de uitstroomniveaus op de elf ‘doelgroepscholen’ op het Dordrechtse gemiddelde liggen, gerekend zonder deze doelgroepscholen. Daarnaast wordt ingezet op een stijging van de leergroei voor de geselecteerde leerlingen ten opzichte van het landelijke niveau op de ontwikkelingsgebieden taal, rekenen, welbevinden aan de hand van onafhankelijke toetsen (CITO).
Reservering door raad en cofinanciering De gemeenteraad stelt in april 2021 € 27,4 mln beschikbaar voor de deelreserve DLP. Daarbij zetten de scholen de recentelijk verkregen € 2,6 mln vanuit het Nationaal Programma Onderwijs (NPO) in op de betreffende elf scholen in de eerste twee schooljaren (drie begrotingsjaren). Als gemeentelijke cofinanciering op deze Rijksmiddelen wordt een bedrag van € 0,6 mln als budget in de exploitatiebegroting 2021 toegekend.
5.1.2. MBC Opzet MBC In de figuren 15 en 16 hebben we de hoofdpunten uit de MBC in een tabel uitgewerkt. We gaan in op de input/ throughput, output en outcome.
Figuur 15. Afbakening MBC Dordts Leerprogramma.
50 / 126
Figuur 16. Hoofdpunten MBC (uitgewerkt in input/throughput – output – outcome). Reflectie MBC Deze MBC maakt in onze ogen inzichtelijk welke verwachtingen de gemeente mag hebben van een dergelijke uitwerking. De gevraagde elementen, van input (middelen) via output (deelresultaten) naar outcome (beoogde effecten), maken deel uit van de MBC. Er is wel een aantal zaken dat ons opvalt en dat consequenties (kan) hebben voor de verdiencapaciteit van het programma. Ten eerste zien we dat het doelbereik van de MBC en het raadsvoorstel ten behoeve van de investeringsmiddelen verschillen. De MBC is gebaseerd op tien scholen maar in het raadsvoorstel (en latere verantwoording over het programma) wordt gesproken over elf scholen. Dit wordt verklaard door het verschil in schoolnummers en schoollocaties. Er zijn scholen met één schoolnummer maar met meerdere locaties. Daarnaast spelen er ook fusies tussen scholen. Aangegeven is dat de doelgroep van het DLP onveranderd is en blijft, maar dat deze anders verdeeld zijn over scholen en locaties. Ook is aan inputzijde (middelen) de investering van € 27,4 mln niet uitgewerkt in maatregelen of projecten. Zo wordt in de MBC niet duidelijk gemaakt op hoeveel uur onderwijstijdverlening de MBC gebaseerd is. Uit de werksessie komt naar voren dat de berekening van kosten gebaseerd is op 5 uur per groep deelnemers per week, inclusief ingroeimodel.
Ten aanzien van de output (resultaten) valt op dat er een slag om de arm wordt gehouden voor wat betreft de effecten die optreden. Deze variëren van een optreedeffect van 18% (scenario 1) tot 65% (scenario 2). Deze effecten verschillen sterk en vergen dat hier tijdig op wordt gemonitord om zo de resultaten van het programma inzichtelijk te (blijven) maken. Hier ligt een belangrijke rol voor de Dordtse onderwijsmonitor en de subsidieverantwoording. Aan de outcome-kant is er sprake van zeer lange termijn maatschappelijke effecten, bijvoorbeeld dat hogere uitstroomniveaus van basisscholen naar het voortgezet onderwijs (VO) uiteindelijk aan hogere lonen bijdragen en bijstands-, zorg- en criminaliteitskosten kunnen worden voorkomen. Hieronder liggen aannames die zich, uiteraard, niet gedurende de looptijd van de Agenda 2030 zullen effectueren. Dit betekent iets voor de verwachtingen rondom de beoogde verdiencapaciteit van de Agenda 2030 en de monitoring van deze langetermijneffecten.
51 / 126
5.2. Stand van zaken programma 5.2.1. Inhoudelijke voortgang In de jaarlijkse monitor over de Agenda 2030 is reeds over de start, uitvoering en voortgang van het DLP informatie verschaft. Dit is gekoppeld aan de schooljaren 2021-2022 tot en met 2024-2025. Hierna gaan we in op de inhoudelijke voortgang op basis van de documenten en gesprekken. DLP in voortgangsrapportages Agenda 2030 Schooljaar 2021-2022 In het schooljaar 2021-2022 start het DLP. De scholen starten (na uitstel) met hun eerste programma’s, tussen september 2021 en januari 2022. Circa tweederde van de programma’s wordt dit jaar gefinancierd door de scholen zelf, met middelen vanuit het NPO. Er is in deze fase nog minder inhoudelijke sturing door de gemeente mogelijk doordat interventies nog niet volledig voldoen aan de eisen van het DLP. Vrijwel alle scholen zetten in op bewegend leren (bewegen in combinatie met taalaanbod), op cultuureducatie met woordenschatontwikkeling. Of er worden vakken als bewegingsonderwijs, muziek, dans en techniek door een vakdocent gegeven, waardoor de reguliere leerkracht meer tijd heeft voor taal, rekenen en lezen. De meest ingezette interventies in het eerste jaar zijn: - Bewegend leren: 9 scholen. - Cultuureducatie- en taalontwikkeling: 8 scholen. - Muziek en taalontwikkeling: 8 scholen. - Ouderbetrokkenheid: 5 scholen. - Techniek met woorden: 4 scholen.
- Huiswerkbegeleiding: 3 scholen. Op 1 maart 2022 zijn alle aanvragen voor het eerste jaar vastgesteld. De verlengde leertijd varieert per groep en per school voor het huidige schooljaar. Nog niet alle groepen hebben verlengde leertijd met name ten gevolge van de beperkte beschikbaarheid van professionals en het goed opgezet krijgen van de programma’s. De groepen die wel verlengde onderwijstijd hebben, hebben dit op dit moment voor minimaal 2 uur (tot een maximum van 4 uur). Schooljaar 2022-2023 In het schooljaar 2022-2023 start het tweede jaar van het DLP. Alle aanvragen vanuit de deelnemende scholen (er zijn 14 DLP-scholen in 2022-2023) zijn ingediend voor 1 januari 2023 en vastgesteld door de gemeente voor 1 maart 2023. In de activiteitenplannen wordt meer ingezet op taal en rekenen dan in het jaar ervoor. Overige activiteiten richten zich op cultuureducatie met woordenschatontwikkeling of er worden vakken als bewegingsonderwijs, muziek, dans en techniek door een vakdocent gegeven. Hierdoor heeft de reguliere leerkracht meer tijd voor taal, rekenen en lezen. De gemiddelde verlengde leertijd van alle scholen bedraagt 2,7 uur per week in het tweede jaar. Dat ligt onder de ambitie van 3 uur per week. De meest gegeven reden is het ontbreken van voldoende kwalitatief goede professionals.
Voldoende capaciteit organiseren bleek bij de start van het programma (2021-2022) ook al een uitdaging. Schooljaar 2023/2024 en schooljaar 2024-2025 In september 2023 start het derde jaar van het DLP. De ambitie is dat de scholen minimaal 4 uur onderwijstijdverlenging realiseren. Deze ambitie ligt in het jaar nog op 3 uur. Voor deze aanvraag hadden de scholen geen middelen meer beschikbaar vanuit het NPO. De bekostiging vanaf schooljaar 2023-2024 (en verder) valt volledig onder het DLP. Voor schooljaar 2024-2025 is een zelfde ambitie geformuleerd: 4 uur onderwijstijdverlenging.
52 / 126
DLP in monitor Onderwijsvisie gemeente Dordrecht De gemeente Dordrecht neemt informatie over de voortgang en de resultaten van het DLP ook op in de jaarlijkse monitor van de Onderwijsvisie. Hierna schetsen we de overstijgende beelden over de voortgang van het DLP vanuit deze monitors. Aantal uren onderwijstijdverlenging DLP Schooljaar
<2
2-2,99
3-3.99
4-4,99
5>
2021-2022
1
5
4
1
3
2022-2023
1
7
5
1
0
2023-2024
1
2
1
3
6
Figuur 17. Aantal uren onderwijstijdverlenging DLP (bewerking TwynstraGudde o.b.v. meerdere onderwijsmonitors). Er is een stijging zichtbaar in de aangeboden hoeveelheid uren onderwijstijdverlenging. Gemiddeld organiseren de DLP-schoollocaties 2,6 uur per week in het schooljaar 2021-2022. Dit gemiddelde neemt toe naar 2,7 uur per week in 2022-2023. In schooljaar 2023-2024 krijgen leerlingen op DLP-scholen gemiddeld 4,3 uur extra onderwijstijd en bijna de helft van de scholen biedt minimaal 5 uur extra onderwijs tijd aan. Activiteiten op DLP scholen De activiteiten op de DLP-scholen in 2023-2024 zijn behoorlijk vergelijkbaar met vorige meting. Er is wel een duidelijke daling in het aanbod sport en beweging en schoolmaatschappelijk werk.
Wie Figuur geeft 18. onderwijs Activiteitenbinnen op DLP-scholen het DLP? (uit: Monitor Onderwijsvisie Dordrecht Schooljaar 2023-2024).
53 / 126
Figuur 19. Verdeling docenten binnen DLP (uit: Monitor Onderwijsvisie Dordrecht Schooljaar 2023-2024). Op meer scholen dan in voorgaande jaren zijn de eigen leerkrachten geheel verantwoordelijk geworden voor het geven van onderwijs binnen het DLP. Het vaakst gaat het om een combinatie met externe vakdocenten. Tevredenheid over inrichting en uitvoering DLP In het schooljaar 2023-2024 zijn 10 van de 14 scholen (zeer) tevreden over de inrichting en uitvoering van het DLP op de eigen school. Het jaar ervoor waren dit er slechts 4.
Figuur 20. Tevredenheid over DLP bij DLP-scholen (uit: Monitor Onderwijsvisie Dordrecht Schooljaar 2023-2024). De tevredenheid van de deelnemende scholen over het DLP is afgelopen schooljaar zichtbaar toegenomen. Met name de volgende sterke punten worden gezien: - Het integrale programma sluit aan op de behoeften van leerlingen. - Het DLP zorgt voor rust omdat het binnen de schoolcontext is. - Er is extra tijd om aan de basisvaardigheden te werken. - De eigen docenten of vakdocenten sluiten goed aan op het programma. De volgende aandachtspunten worden gesignaleerd: - De extra onderwijstijd voelt als verzwaring voor leerkrachten. - Het resulteert in lange dagen, vooral voor jongere kinderen. Het is de vraag volgens scholen hoe effectief dit is. - De organisatie van externen. - De praktische uitvoering van het aanbod. Prestaties taal en rekenen DLP-scholen In het basisonderwijs wordt er landelijk gewerkt met referentieniveaus. De referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen schrijven voor wat leerlingen moeten kennen en kunnen op het gebied van taal en rekenen. Het fundamentele niveau (1F-niveau) is de basis die zo veel mogelijk leerlingen moeten beheersen. Het streefniveau (1S-niveau) heeft iedereen nodig om in de maatschappij mee te kunnen doen.13
13
Referentieniveaus taal en rekenen | Taal en rekenen op school | Rijksoverheid.nl
54 / 126
Vakoverstijgend (figuur 21, laatste twee kolommen) is over de afgelopen drie schooljaren een toename te zien in behaalde referentieniveaus 1F op de DLP-scholen. Op niveau 1S/2F zien we over drie schooljaren een (lichte) daling van de behaalde referentieniveaus. De DLP-scholen hebben in het schooljaar 2023-2023 vooral hogere scores op Lezen 1F, terwijl de scores op Rekenen 1F en Taalverzorging 2F lager zijn geworden.
Figuur 21. Absolute referentieniveaus (niet gecorrigeerd voor schoolweging) DLP-scholen en totaal scholen in Dordrecht (uit: Monitor Onderwijsvisie Dordrecht Schooljaar 2023-2024). In de Onderwijsmonitor wordt (nog) niet verantwoord over het uitstroomniveau van de DLP-scholen. Betrokkenen geven aan dat dit een bewuste keuze is. De eerste twee jaar loopt het DLP nog, mede door cofinanciering vanuit het Nationaal Programma Onderwijs, waardoor hier minder eenvoudig (direct) op te sturen is. Daarnaast moeten de resultaten vanuit de onderwijstijdverlenging zich nog verder effectueren. Het uitstroomniveau bij DLP-scholen zal later wel worden meegenomen in de monitoring.
5.2.2. Financiële stand van zaken In de meest recente voortgangsrapportage over de Agenda 2030 (zomer 2024) is het volgende financiële beeld geschetst.
55 / 126
Figuur 22. Financieel overzicht DLP (zomer 2024). Deze informatie laat zien dat de gerealiseerde en geprognosticeerde uitgaven t/m 2025 neerkomen op circa € 10,12 mln. Dit betekent dat er vanaf 2026 tot en met 2030 nog ruim € 17 mln beschikbaar is voor de uitvoering. Betrokkenen geven aan dat de middelen voor het vervolg van het programma passend maar ook echt nog wel nodig zijn. De geprognosticeerde kosten per schooljaar voor het vervolg van het traject worden namelijk geraamd op circa € 3 mln. Deze geplande budgetten liggen hoger dan de in de eerste jaren gerealiseerde uitgaven doordat in de eerste twee schooljaren circa tweederde nog gedekt werd door de scholen zelf, vanuit het NPO. En doordat het de scholen in de eerste jaren nog niet lukte om de beoogde onderwijstijdverlenging te realiseren. Zoals eerder beschreven, is het schooljaar 2023-2024 het eerste jaar dat het lukt om het gewenste aantal uren aan te bieden. Het structureel borgen van de aanpak van het DLP, om zo op de langere termijn de vruchten van de aanpak te plukken, zien wij wel als aandachtspunt. Zo wordt ingeschat dat de aanpak in 2030 nog niet klaar is maar dat de incidentele middelen, gekoppeld aan de Agenda 2030, dan wel ophouden. Idealiter zou er, zo wordt vanuit het programma geschetst, een landelijke aanpak op onderwijstijdverlenging komen. Het is op dit moment wel de vraag hoe realistisch dit is.
Wel zien we dat de DLP-aanpak als vliegwiel dient voor de aanspraak op andere Rijksmiddelen en -aanpakken. Hier staan we in paragraaf 6.2.4. nader bij stil.
56 / 126
5.2.3. Plek in de ‘impactketen’ In deze paragraaf maken we inzichtelijk waar Dordrecht op dit moment staat voor dit programma, in de impactketen van input naar outcome. We constateren dat het DLP zich nu op het totaal van het programma in de fase van throughput (activiteiten en inspanningen) richting eerste output (beoogde resultaten) bevindt.
Figuur 23. Stand van zaken ‘impactketen’ Dordts Leerprogramma (januari 2025). In het kader van de input zijn de middelen gealloceerd aan de verdere uitvoering tot aan 2030. Het lukt de gemeente vanaf het schooljaar 2023-2024 ook om de beoogde activiteiten en inspanningen te ontplooien. Via de Onderwijsmonitor maakt de gemeente ook inzichtelijk tot welke eerste (tussen)resultaten dit leidt op de DLP-scholen als het gaat om referentieniveaus op taal en rekenen. In deze monitors wordt nog niet specifiek ingegaan op uitstroomniveaus en CITO-scores op de DLP-scholen. Deze slag gaat in het vervolg, zo is aangegeven, wel gemaakt worden. Het in beeld brengen van de outcome van het programma is een opgave voor de zeer lange termijn.
Casus | DLP-school De Albatros Om te kijken naar het mechanisme dat onder het programma ligt, is ingezoomd op één specifieke DLP-school. Gekozen is voor De Albatros omdat die binnen de populatie DLP-scholen een gemiddeld presterende DLP-school is. Specifiek staan we stil bij een aantal van de ingezette activiteiten (throughput) en de eerste resultaten die waarneembaar zijn (output) in de schooljaren 2021-2022 en 2022-2023. Deze informatie is gebaseerd op verantwoording over de DLP-subsidie. Schooljaar 2021-2022
Rekenonderwijs. Op woensdagmiddag zijn de lessen om 12.00 klaar. Dit vrije moment heeft De Albatros benut om via Leerkring extra rekenlessen in te zetten voor leerlingen die dat echt nodig hebben; op basis van behoefte dus. Door de school heen hebben drie groepen leerlingen tegelijkertijd les en ondersteuning in spelvorm. In de resultaten is terug te zien dat De Albatros op referentieniveau 1F met 0,2% is opgeklommen (nu 91%) en op niveau 1S/2F met 2,3% (nu 30,4%).
Begrijpend lezen. Door het inzetten van toptutor individuele bijlessen op het gebied van lezen en de inzet van tutor lezen (groep 8 leest met groep 4), zet De Albatros in op begrijpend lezen. De school ziet een verbetering in het 1F- en 2F-lezen. Beide zijn met ruim 5% gestegen waardoor de school op 1F niveau op het landelijk gemiddelde scoort en op 1S/2F niveau daarboven.
Geestelijk welbevinden. Door middel van de Spetteryoga lessen, yoga speciaal voor kinderen, zien we dat kinderen minder stress ervaren. Dit heeft een positieve invloed op de leerresultaten, terug te vinden in de BOSOS14 lijsten.
Ouderbetrokkenheid. Door middel van het organiseren van extra kennismakingsgesprekken en inloopmomenten probeert De Albatros meer ouders de school binnen te halen. Met behulp van vrijwilligers van DaVinci is ook geïnvesteerd in Nederlandse taalontwikkeling bij ouders. Dit zorgt voor betere communicatie.
14
BOSOS is een leerlingvolgsysteem.
57 / 126
Schooljaar 2022/2023
Rekenonderwijs en begrijpend lezen. De inzet op rekenonderwijs en begrijpend lezen is gecontinueerd met dezelfde samenwerkingspartners.
Muzieklessen. Een externe professional verzorgt muzieklessen voor de groepen 1 t/m 4. In de komende jaren groeit deze docent mee met de groepen tot alle groepen muziekles krijgen van haar.
Technieklessen. Een externe professional verzorgt technieklessen voor alle klassen.
De Albatros ziet na dit schooljaar een gemiddelde stijging van 1% over de laatste 3 jaar op 1F naar 93,7%. Dit was 90,8% in 20202021. Voor de referentiegebieden 1S/2F is de stijging significant hoger, bijna 2% per jaar. In 2022- 2023 behaalde 54,5% dit referentieniveau tegenover 47,1% in 202-2021. In het schoolplan van De Albatros zijn voor 2024 en 2025 verder de volgende ambities opgenomen.
Over de uitstroomniveaus vanuit De Albatros naar het VO wordt (nog) niet verantwoord.
5.2.4. Relevante ontwikkelingen De MBC (figuur 16) had een sterke focus op het verlengen van onderwijstijd specifiek op taal- en rekenonderwijs. Omdat taal en rekenen goede voorspellers zijn voor het uitstroomniveau, is hier ook vanuit het DLP aandacht voor. Tegelijkertijd blijkt dat diverse DLP-scholen hier al extra aanbod op organiseren én hier betere leerprestaties op realiseren. Hierop extra focussen vanuit het DLP zou ten koste gaan van andere ontwikkelingen die ook positief kunnen bijdragen aan de uitstroom en het benutten van het potentieel van leerlingen. Er is daarom ook meer ruimte geboden aan de bredere ontwikkeling van leerlingen via bijvoorbeeld ouderbetrokkenheid en meer culturele ontwikkeling. Dit bredere aanbod van onderwijstijdverlenging komt ook duidelijk naar voren in de casus De Albatros. Een belangrijke ontwikkeling die we zien is de manier waarop er vanuit het DLP een vliegwieleffect ontstaat. Het ‘stempel’ DLP-school zorgt er bijvoorbeeld voor dat de scholen die dit echt nodig hebben, meer aanspraak maken op middelen of aanpakken elders. Als voorbeeld wordt de Gezonde School-aanpak genoemd, waarvan schoolbesturen hebben aangeven dat het goed is dat in elk geval alle DLP-scholen hier aan mee doen. Hetzelfde geldt voor aanspraak op een Rijkssubsidie voor het aanbieden van schoolmaaltijden en de subsidieregeling Brugfunctionaris.
Ook komt naar voren dat circa de helft van de DLP-scholen in Dordrecht-West ligt. Dit stadsdeel krijgt extra aandacht vanuit het Nationaal Programma Dordt West 2023-2043. De gemeente Dordrecht ontvangt hiervoor middelen vanuit de SPUK-regeling kansrijke wijk. Deze brede aanpak resulteert in Dordrecht-West in een goede verbinding tussen actoren: inwoners, scholen, maatschappelijke organisaties, vrijwilligersorganisaties en bedrijven vinden elkaar gemakkelijker. Hierdoor lukt het beter om integrale afwegingen te maken over wat er nodig is in Dordt-West en specifiek op de DLP-scholen.
58 / 126
Een (blijvend) aandachtspunt is het kunnen organiseren van voldoende capaciteit. Zoals we eerder schetsten, lukte het mede hierdoor de eerste jaren nog niet om het beoogde aantal uren onderwijstijdverlenging te verlenen. Betrokkenen zien nu echter dat het vinden van voldoende gekwalificeerd personeel voor DLP-scholen (zeker in Dordt-West) minder een knelpunt is. Onderwijsprofessionals geloven in de DLP-aanpak en verbinden zich voor langere termijn aan deze scholen. Tegelijkertijd is de financiering hier een aandachtspunt. Het DLP-programma wordt gedekt uit incidentele middelen terwijl de inzet gebaat is bij structurele inzet. Het is, los van incidentele middelen die Dordrecht vanuit het vliegwieleffect bereiken, op dit moment de vraag hoe de aanpak financieel structureel kan worden geborgd.
5.2.5. Bijsturingsmogelijkheden Uit de gesprekken komt een aantal mogelijkheden tot bijsturing op het programma naar voren. We maken het onderscheid tussen bijsturingsmogelijkheden tot 2030 en daarna. Als eerste is er de mogelijkheid om meer of minder scholen mee te laten doen, afhankelijk van de prestaties die nu gerealiseerd worden onder de vlag van het DLP. Daarnaast ziet de gemeente op dit moment duidelijke verschillen in de prestaties op referentieniveaus tussen de DLPscholen. Het is daarom ook mogelijk om tussen scholen meer te differentiëren in het aantal uur aangeboden onderwijstijdverlenging. Ten slotte is er de mogelijkheid om de onderwijstijdverlenging bij heel jonge kinderen af te schalen. De gemeente en de DLP-scholen vragen zich op dit moment af of de verlengde leertijd voor de jongste kinderen op dit moment wel effectief is omdat de dagen voor deze kinderen wel erg lang worden. Voor wat betreft bijsturing na 2030 kunnen de mogelijkheden vanuit het Rijk, voor meer structurele dekking van deze activiteiten na 2030, nader onderzocht worden. Er ligt ook een mogelijkheid in het loslaten van de coördinatie door de gemeente (via subsidies) op het moment dat het programma staat en functioneert. Dit vergt wel financiële dekking elders.
In elk geval is vanuit het programma de ambitie uitgesproken om de aanpak door te zetten tot 2043, zijnde de looptijd van het programma Dordt-West. De vraag is vanuit welke middelen dit mogelijk is.
5.3. Tussentijdse conclusie: DLP Het programma DLP zit op dit moment in de overgang van throughput (activiteiten en inspanningen) naar output (beoogde resultaten). Het is nu nog te vroeg om iets te zeggen over de output vanuit het programma zelf, laat staan over de effecten op de zeer lange termijn. Wel zien we dat de uitvoering, na capaciteitsproblemen voor onderwijstijdverlenging in de eerste jaren, nu volgens plan verloopt. De gemeente draait aan de knoppen die beoogd zijn bij de start van het programma. Het bestaan van het programma leidt al duidelijk tot een vliegwieleffect voor het aanhaken op andere aanpakken en het aantrekken van middelen. Er is geen grote noodzaak tot (financiële) bijsturing op de inhoud van het programma. Eventuele bijsturingsmogelijkheden zijn er vooral voor het fijn slijpen van de aanpak, zoals het meer gedifferentieerd aanbieden van de onderwijstijdverlenging.
59 / 126
6. Programma 5 | Glansrijke Toekomst 6.1. Raadsbesluit en businesscase 6.1.1. Raadsbesluit Reservering en beoogd resultaat In het raadsvoorstel van april 2021 is de raad gevraagd om € 10,48 mln te reserveren voor het programma Toekomst Dordtse Jongeren. In tegenstelling tot de andere programma’s lag er aan deze reservering nog geen raadsvoorstel voor het programma zelf ten grondslag. In de onderliggende ‘infographic’ is wel het onderstaande opgenomen over de opzet van het programma. Jongeren in Dordrecht hebben vaak te maken met verschillende problemen. Dat kan leiden tot mindere prestaties op school, lagere scholing dan verwacht, minder kans op werk, verminderde gezondheid en een verhoogde kans op criminaliteit. Daarom wil de gemeente investeren in meer kansen op een Glansrijke Toekomst. In een wereld waarin banen onzeker zijn en veranderingen in de economie hoge eisen stellen aan werknemers, wil de gemeente de veerkracht van jongeren vergroten. Ook wil de gemeente dat er minder jongeren zijn met een afstand tot de arbeidsmarkt. Als meer jongeren onderwijs volgen of economisch zelfstandig zijn door een betaalde baan, dan stijgt de totale arbeidsparticipatie van jongeren. Dat is ook belangrijk voor de economie en het vestigingsklimaat.
Voor Dordtse werkgevers betekent een goede verbinding tussen onderwijs en arbeidsmarkt dat zij een beroep kunnen doen op goed opgeleid personeel. De gemeente wil jongeren in het voortgezet onderwijs beter voorbereiden op een maatschappij en arbeidsmarkt die blijven veranderen. Ook wil de gemeente dat jongvolwassenen niet tussen wal en schip raken. Als er goede begeleiding is, kunnen jongeren en jongvolwassenen het heft in eigen hand nemen. Feiten en cijfers Inzet coaches. Uitbreiding nazorg richting mbo-studenten. Een programma om jongeren voorbereiden op de veranderende arbeidsmarkt. Signaleren en monitoren van knelpunten. € 10,5 miljoen gereserveerd. Partners: Rijksoverheid, scholen, bedrijven, Europese Unie. Opzet businesscase In tegenstelling tot de andere programma’s (m.u.v. Binnenstad) lag er geen uitgewerkte MBC onder het raadsvoorstel van april 2021. De basis voor dit programma wordt gevormd door de werkgroep ‘Jongeren met afstand tot de arbeidsmarkt’ van het Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) uit 2019. Deze werkgroep heeft een aantal knelpunten en oplossingsrichtingen geformuleerd (figuur 24). De aanbevelingen vormen de basis voor een interne businesscase15 die de gemeente vervolgens zelf ambtelijk heeft opgesteld (figuur 25).
15
Er wordt in het document zelf gesproken over een businesscase en niet over een maatschappelijke businesscase. De datum van het document is niet
bekend.
60 / 126
Knelpunten 1. Het ontbreken van een goede ketenaanpak met een langetermijnvisie.
Oplossingsrichtingen 1. Integrale verantwoordelijkheid voor de begeleiding van jongeren (16-27 jaar) naar onderwijs of werk bij gemeente.
2. Jongeren met een afstand tot de arbeidsmarkt raken te vaak uit beeld.
2. Versterking van de monitorings- en signaleringsfunctie.
3. Integrale begeleiding over de domeinen heen ontbreekt of is ontoereikend.
3. Inzet van domeinoverstijgende life coaches en uitbreiding van nazorg voor mbo-studenten.
4. Regulier beleid overschat de zelfredzaamheid van (een deel van) de populatie van jongeren met een (risico op) afstand tot de arbeidsmarkt.
4. Het bieden van maatwerk.
Figuur 24. Knelpunten en oplossingsrichtingen IBO (2019) ‘Jongeren met afstand tot de arbeidsmarkt’.
Figuur 25. Hoofdpunten interne businesscase (uitgewerkt in input/throughput – output – outcome).
Reflectie businesscase De businesscase bouwt logisch voort op de knelpunten en oplossingsrichtingen van het IBO. De businesscase is uitgewerkt in vijf actielijnen waaraan middelen (input) en activiteiten (throughput) zijn gekoppeld. Aan de kant van de output is het doelbereik geformuleerd. De inschatting is dat circa 15% van de 17.000 jongeren in Dordrecht een afstand heeft tot de arbeidsmarkt. Deze inschatting is in de interne businesscase niet/beperkt onderbouwd. In tegenstelling tot de andere MBC’s, is er in deze businesscase geen sprake van een doorrekening van beoogde maatschappelijke effecten. Er wordt daarom in het interne document ook niet gesproken over een maatschappelijke businesscase. Het is daardoor aan de voorkant niet duidelijk gemaakt welke verdiencapaciteit en outcome-effecten de investeringen van € 16 mln moeten opleveren.
6.2. Stand van zaken programma 6.2.1. Inhoudelijke voortgang In de jaarlijkse monitor over de Agenda 2030 is over de start, uitvoering en voortgang van het programma Glansrijke Toekomst gerapporteerd. Ook in gesprekken met betrokkenen vanuit de gemeente is hierbij stilgestaan. Hierna gaan we in op de stappen die na 2021 zijn gezet. We constateren dat het programma tijd nodig had om op te starten. De gemeente was aan het begin zoekende om de benodigde partners mede-eigenaar te maken. Het proces om tot een gezamenlijk beeld van het programma onder alle stakeholders te komen, heeft tijd gekost. Een belangrijk resultaat van dit proces is het organisatieoverstijgende ‘kwaliteitskader’ Glansrijke Toekomst.
Figuur 26. Kwaliteitskader Glansrijke Toekomst.
Het kwaliteitskader is de wijze waarop de signalering, ondersteuning en monitoring van jongeren volgens professionals in het netwerk ideaaltypisch wordt uitgevoerd. Het kader biedt voor netwerkpartners en de gemeente als regisseur houvast bij het inrichten van de aanpak en bij het sturen op de kwaliteit en effectiviteit.
62 / 126
Deze aanpak is in 2023 verder uitgewerkt en geconcretiseerd. Op 26 oktober 2023 is er via een bestuurlijke bijeenkomst akkoord gegeven op het vervolg van het programma Glansrijke Toekomst aan de hand van een nieuw programmaplan. Het programma is daarmee onderdeel geworden van de brede opgave Menselijk kapitaal & arbeidsmarkt, die is ingezet om een van de prioriteiten uit het politiek akkoord 2022-2026 te realiseren, namelijk groei van de economie en een gezonde arbeidsmarkt. Per 1 november 2023 is een (nieuwe) programmaregisseur aangesteld om het programma aan te sturen. In het programmaplan is de organisatie van het programma geschetst en wordt aangegeven waar het programma zich tot aan 2030 op gaat richten. Onderdeel van het ‘nieuwe’ programma is ook een duidelijkere focus: waar gaat de gemeente zich op richten en welke oplossingsrichtingen kunnen, ook vanuit wettelijke verantwoordelijkheden, beter door anderen worden opgepakt? Het sturen op het geheel aan initiatieven gebeurt in de nieuw ingerichte ‘regiegroep’ waar alle partijen in samenwerken. In het programmaplan is opgenomen dat de gemeente zich concreet op de volgende vier projecten gaat richten (waarvan drie uitvoerend). 1. 50 jongeren helpen en volgen. Via dit project worden jongeren die dreigen uit te vallen minimaal een jaar geholpen (begeleiding) en gevolgd (monitoring).
Beoogd wordt om hiermee niet alleen een passendere ondersteuningsstructuur vorm te geven, maar ook de ketensamenwerking te versterken en effectiviteit te monitoren. Het doel is om een regiesysteem te ontwikkelen waarin organisaties die met kwetsbare jongeren werken, hun casuïstiek behandelen en vastleggen. Deze gegevens worden gedeeld met andere betrokken organisaties om de doelgroep volledig te kunnen monitoren. Daarnaast worden de ingezette interventies beoordeeld op effectiviteit door middel van een impactmeting onder de begeleide jongeren. Hiermee draagt het project bij aan de oplossingsrichtingen 1, 2 en 3 uit de businesscase. Naar voren komt dat dit project onlangs is gestart. Er zijn op het moment van schrijven circa 25 jongeren in beeld. Er is een impactmeting (nulmeting) gedaan en in maart 2025 volgt een eerste meting. Vanuit het programma wordt opgemerkt dat de samenwerking hierop tussen de betrokken partijen is verbeterd, lopende de uitvoering. 2. Van vmbo naar mbo. Naar aanleiding van een landelijk onderzoek is geconcludeerd dat de doorstroming van scholieren naar het mbo verbeterd kan worden. De kwaliteit van loopbaanoriëntatie kan verhoogd worden, met meer focus op kansrijke sectoren en een betere verbinding met werkgevers. Meer ondersteuning is vereist voor het maken van een weloverwogen studie- en beroepskeuze, evenals betrokkenheid van ouders.
Op lokaal en regionaal niveau is er duidelijk behoefte aan een warme overdracht van deze leerlingen in het voortraject. Hiermee draagt het project bij aan oplossingsrichtingen 3, 4 en 5. In oktober 2024 is het implementatieplan voor dit project vastgesteld. In het implementatieplan zijn de actielijnen uitgewerkt. Er gaat onder andere worden ingezet op duidelijke contactlijnen tussen betrokken partijen (gemeente en scholen), het aanstellen van een overstapcoach, het verder uitwerken van de ondersteuningsbehoefte op het mbo en het zorgen voor een zachte landing. De concrete uitvoering moet nog starten. 3. Jongeren met een risico op kwetsbaarheid vanwege psychische problemen (depressieve klachten, autisme, genderproblematieken, trauma's). Er wordt bekeken of bestaande hulp versterkt kan worden via een specialisme (bijvoorbeeld een gespecialiseerde coach of een coach die nauw samenwerkt met een gespecialiseerde instelling). Op deze wijze worden jongeren en jongvolwassenen via maatwerk ondersteund. Deze doelgroep kan wel een startkwalificatie hebben maar door de uitdagingen die zij ervaren, niet startbekwaam zijn. Dit project draagt bij aan oplossingsrichting 4. Het project moet nog verder worden uitgewerkt in een integrale aanpak. 4. Tegengaan van thuiszitters. In 2024 is gestart met het traject om te komen tot een gezamenlijke visie op het voortgezet onderwijs.
Het doel is langdurige afspraken met het onderwijs te maken om jongeren hoogwaardig onderwijs aan te kunnen blijven bieden. De gemeente Dordrecht ziet dat in de stad en de regio het aantal thuiszitters groeit. Dit is een voorspeller voor voortijdig schoolverlaters.
63 / 126
Dit project wordt uitgevoerd door Passend onderwijs PO en VO Dordrecht. Omdat in dit programma vrijwel dezelfde ketenpartners samenkomen, is het verzoek dit project te volgen via het programma Glansrijke Toekomst.
6.2.2. Financiële stand van zaken In de meest recente voortgangsrapportage over de Agenda 2030 (zomer 2024) is het volgende financiële beeld geschetst.
64 / 126
Figuur 27. Financieel overzicht Glansrijke Toekomst (zomer 2024).
Op basis van deze informatie zien we dat er tot en met maart 2024 circa € 0,4 mln aan uitgaven is gerealiseerd. Tot en met 2026 wordt er (inclusief deze € 0,4 mln) een totale uitgave gepland van circa € 2,25 mln. Tot 2024 waren de uitgaven beperkt doordat het programma nog moest worden opgestart. Ook komt naar voren dat er geen meerjarenbegroting tot en met 2030 is uitgewerkt. Wel bestaat het beeld dat de budgetten voor de benodigde uitgaven tot en met 2030 toereikend zijn. Het voorgaande overzicht maakt duidelijk dat de beoogde externe bijdragen achterblijven bij de in de businesscase opgenomen € 5,25 mln. De bijdrage (inclusief eigen cofinanciering van € 0,135 mln) vanuit het Europees Sociaal Fonds (ESF) bedroeg € 0,66 mln. Een tweede bijdrage vanuit dit fonds (van circa € 1 mln) is aangevraagd. De winst die wel geboekt is, zo wordt aangegeven, is het feit dat samenwerkingspartners de afgelopen periode beter zijn aangehaakt. Dit leidt ertoe dat zij a) zelf ‘in natura’ bijdragen aan projecten, wat kostenbesparend is voor de gemeente en b) zelf cofinanciering realiseren voor Rijksbijdragen.
6.2.3. Plek in de ‘impactketen’ In deze paragraaf maken we inzichtelijk waar Dordrecht op dit moment staat voor dit programma, in de impactketen van input naar outcome. We constateren dat Glansrijke Toekomst zich nu op het totaal van het programma in de fase van throughput (activiteiten en inspanningen) bevindt.
Figuur 28. Stand van zaken ‘impactketen’ Glansrijke Toekomst (januari 2025).
65 / 126
Als we terugpakken op paragraaf 7.2.1. (Inhoudelijke voortgang), dan zien we dat het programma opstarttijd nodig had. Met het in 2023 opgestelde programmaplan zijn de integrale aanpak en focus voor vier projecten vastgesteld. De focus ligt nu op het opstarten en in werking krijgen van de gekozen projecten. De samenwerking hierop is georganiseerd en de eerste activiteiten worden ingezet, en dat is misschien wel het belangrijkste resultaat tot nu toe. Het is te vroeg om te spreken van concrete resultaten (output) die volgen vanuit de inzet van projecten.
6.2.4. Relevante ontwikkelingen Zoals de MBC laat zien, lag de nadruk bij aanvang van de Agenda 2030 op het verkleinen van afstand tot arbeidsmarkt van 16- tot 27-jarigen. Het Dordts Leerprogramma richt zich op de leerlingen tot 12 jaar. Van oorsprong is de theorie van Glansrijke Toekomst gericht op de groep 16-27 jaar. Omdat er daardoor een kloof ontstaat tussen 12 tot 16 jaar, is ervoor gekozen deze verbinding te maken in het programma Glansrijke Toekomst. Deze verbinding heeft in 2024 de Dordtse visie Voortgezet onderwijs opgeleverd. Op dit moment spelen ook landelijk ontwikkelingen rondom de wetgeving ‘van school naar duurzaam werk’. Er is een wetsvoorstel gepubliceerd met als doel jongeren met een afstand tot de arbeidsmarkt de juiste begeleiding en ondersteuning te geven richting economische zelfstandigheid. Deze wet stimuleert de samenwerking tussen onderwijs, doorstroompunten en gemeenten op casusniveau en in een regionaal programma.16 Net zoals Glansrijke Toekomst, bouwt deze wet voort op het IBO-rapport uit 2019. Het doel van de wet sluit aan bij de weg die de gemeente Dordrecht zelf al is ingeslagen met het programma Glansrijke Toekomst. Er zijn mogelijkheden om deze wetswijziging en de ingeslagen weg aan elkaar te verbinden, inclusief middelen vanuit het Rijk. Net als bij het DLP zien we dat het programma een vliegwieleffect teweegbrengt.
Hoewel er nog geen sprake is van outputresultaten, volgend uit projecten, zijn de brede samenwerking en de organisatie die tot stand is gebracht een belangrijk resultaat op zichzelf. Partijen in het veld weten wie zich waar op richt en wat ze aan elkaar hebben. Een aandachtspunt dat nog wel wordt benoemd, is het aanhaken van werkgevers op het programma. Voor het project ‘van vmbo naar mbo’ is er bijvoorbeeld behoefte aan een duidelijk verhaal waarmee werkgevers gevonden kunnen worden in het kader van leerweg- en stageplekken. Tegelijkertijd zien we vanuit het licht van de huidige arbeidsmarktkrapte een kans om werkgevers hierop te verbinden.
6.2.5. Bijsturingsmogelijkheden Betrokkenen geven aan weinig ruimte te zien in het afslanken van het programma. Er gaat tijd overheen om een werkend construct te bouwen dat tot zichtbare resultaten leidt. Er is capaciteit (tijd en middelen) nodig om die samenwerking verder uit te bouwen. Tegelijkertijd ziet men dat er een beweging zichtbaar is waarbij partners zich meer eigenaar zijn gaan voelen van het programma en daarmee ook zelf meer ‘in natura’ of via cofinanciering zijn gaan bijdragen. Dit zou kunnen betekenen dat financiële dekking na 2030 ook meer verdeeld kan worden onder partners. Er worden vooral mogelijkheden gezien voor het verbinden van de aanpak aan andere initiatieven waarvoor middelen beschikbaar zijn alsook het breder aanhaken van werkgevers. Hierbij worden vooral de wet van school naar duurzaam werk en het Nationaal Programma Dordt West 2023-2043 als mogelijkheden beschouwd.
16
Wet van school naar duurzaam werk | Overheid.nl | Wetgevingskalender
66 / 126
6.3. Tussentijdse conclusie: Glansrijke Toekomst Het programma Glansrijke Toekomst is wat later op gang gekomen en bevindt zich daardoor momenteel in de overgang van input (mensen en middelen) naar throughput (activiteiten en inspanningen). Het is te vroeg om iets te zeggen over de output vanuit het programma zelf, laat staan over de effecten op de langere termijn. Wel zien we dat de uitvoering, na het herijken van het programmaplan, nu volgens plan verloopt. De gemeente draait aan de knoppen die beoogd zijn bij de start van het programma en heeft daar met drie eigen projecten meer focus in aangebracht. Er is geen grote noodzaak tot (financiële) bijsturing op de inhoud van het programma omdat de projecten pas onlangs zijn gestart.
67 / 126
7. Programma 6 | Duurzame Stad 7.1. Raadsbesluit en MBC 7.1.1. Raadsbesluit Beoogd resultaat In het raadsvoorstel van april 2021 is de raad gevraagd om middelen te reserveren voor het programma Duurzame Stad. Dordrecht werkt aan het verduurzamen van zijn energievoorziening en de zuinige omgang met energie. Door de investering in het programma Duurzame Stad zet de gemeente hier de volgende stappen in. Het programma bestaat uit twee onderdelen: 1. Zonne-offensief. Dit programma geeft invulling aan het beleid om duurzame energie - met name via zon op dak en binnen de verstedelijkingscontouren - te realiseren, om o.a. het buitengebied zo groen mogelijk te houden. We voeren daarvoor projecten uit langs de volgende lijnen: 1) zon op bedrijfs-/grote daken; 2) zon (grondgebonden) op restruimten binnen de verstedelijkingscontour en 3) zon op particuliere daken. Met een eenmalige storting in een fonds is de gemeente in staat de regie te pakken op de gewenste (en gerichte) groei van zon op daken en restruimten, met het hoogste lokale en maatschappelijke rendement als uitgangspunt. 2. Verduurzaming vastgoed. De circa 150 gebouwen in gemeentelijk eigendom worden verduurzaamd, waarbij in de eerste fase wordt ingezet op het realiseren van energielabel C bij gemeentelijke kantoorpanden in 2023 (wettelijke verplichting).
Hierna worden via een meerjarenprogramma verdere energiebesparende maatregelen en ook zonnepanelen op gemeentelijke daken gerealiseerd, zodat zowel de CO2-uitstoot als de energielasten zullen dalen. De investeringen lopen via een revolverend fonds, waarbij gerealiseerde energiebesparingen financieel worden ingezet om het fonds te vullen en nieuwe maatregelen te kunnen financieren. Een eenmalige storting in het fonds is noodzakelijk om dit "vliegwiel" op gang te brengen. Reservering door raad en cofinanciering De gemeenteraad besluit aan de hand van het raadsvoorstel € 14 mln te reserveren voor het programma. Voor lijn 1 (zonne-offensief) wordt € 5 mln gereserveerd waarvan € 4,5 mln voor investeringen in de buitenruimte en € 0,5 mln out-of-pocket kosten. Voor lijn 2 (verduurzaming vastgoed) wordt € 9 mln gereserveerd waarvan € 8,5 mln voor een inleg in een revolverende reserve. Daarmee kan naar verwachting uiteindelijk € 40 mln aan maatregelen worden bekostigd en € 0,5 mln aan formatie/opstartkosten.
7.1.2. MBC’s Opzet MBC’s Per programmalijn is één MBC opgesteld. In de figuren 29 en 30 hebben we de hoofdpunten uit de MBC’s uitgewerkt. We gaan in op de (beoogde) input/throughput, output en outcome.
68 / 126
Figuur 29. Hoofdpunten MBC zonne-offensief (uitgewerkt in input/throughput – output – outcome).
Figuur 30. Hoofdpunten MBC verduurzaming vastgoed (uitgewerkt in input/throughput – output – outcome).
69 / 126
Reflectie MBC’s De MBC’s gaan in op alle elementen die onderdeel zouden moeten zijn van een MBC. Aan de input-kant is aangegeven hoeveel middelen er nodig zijn en op welke actielijnen hiermee wordt ingezet. Aan de throughput-kant is de omvang van de opgave ook duidelijk uitgewerkt. Voor zonne-offensief geldt dat er zicht is op de kansrijke locaties en voor het maatschappelijk vastgoed is het doelbereik van 150 eigen panden c.q. 160.000 m2 gedefinieerd. Wat opvalt aan de output en de outcome, is het sterk financiële karakter van de businesscases. Ten aanzien van zonneoffensief worden de drie voorgestelde actielijnen uitgewerkt in een financieel rendement. En ten aanzien van maatschappelijk vastgoed is een belangrijke outputfactor dat er € 40 mln aan duurzaamheidsmaatregelen kan worden gerealiseerd waardoor er € 31,5 mln (realisatie minus investeringen) aan andere maatschappelijke resultaten kan worden besteed. Hier wordt gerekend met een terugverdientijd van de investeringen van 15 jaar. Er is op basis van duidelijke analyses al wel zicht op de beoogde resultaten op het vlak van duurzaamheidswinst. De inzet van middelen en activiteiten is gekoppeld aan een mogelijke CO2-reductie. Opvallend is dat de output ook een grote financiële component kent.
Voor beide MBC’s geldt dat er een sterke afhankelijkheid is van de investering van anderen (voor wat betreft zonne-offensief) en de eigen investeringen (voor wat betreft maatschappelijk vastgoed) in het kader van de beoogde revolverendheid. Aan de outcome-kant is er duidelijk aandacht voor mogelijke vliegwieleffecten die kunnen ontstaan op het moment dat de gemeente investeert op het vlak van duurzaamheid. Als Dordrecht het goede voorbeeld geeft, kan dit inwoners en partners in de stad motiveren om ook duurzamere keuzes te maken.
7.2. Stand van zaken programma 7.2.1. Inhoudelijke voortgang In deze paragraaf staan we stil bij de voortgang van het programma tot nu toe. We zoomen in op beide programmaonderdelen. 1. Zonne-offensief We zien dat er, na de vaststelling van de reserve door de raad, in 2021 is gestart met programmalijn 1. Tussen mei 2022 en juni 2024 was de raad hier ook (kaderstellend) bij betrokken. In mei 2022 stelt de raad € 0,2 mln beschikbaar voor de uitvoeringskosten in 2022 en 2023. De raad reserveert vervolgens in mei 2023 € 2,7 mln voor een doorstart met het programma Energietransitie 2023-2026. Dit is een vervolg op de opgave Duurzame Stad 2019-202217. In het bijbehorende raadsvoorstel wordt toegelicht dat vanuit de Agenda 2030 een reservering is gemaakt voor het zonne-offensief Dordrecht. Daarmee kan uitvoering gegeven worden aan de gewenste versnelling van opwek van hernieuwbare energie door zon op dak en grondgebonden kansen op restruimten of door dubbel ruimtegebruik. Samen met energie- en grondstoffenbedrijf HVC richt de gemeente de Energie Coöperatie Dordrecht (ECD) op. De ECD heeft inmiddels een projectleider aangesteld om het zonne-offensief verder uit te werken en aan de beoogde doelgroepaanpakken uitvoering te geven.
Ongeveer de helft van de gebouwen in Dordrecht wordt verondersteld ongeschikt te zijn voor plaatsing van zonnepanelen (redenen variëren van ‘constructief ongeschikt’ tot ‘ligging’). De verwachting wordt uitgesproken dat er in totaal in Dordrecht circa 105 MWp gerealiseerd kan worden op dakoppervlak dat zeer geschikt is voor het plaatsen van zonnepanelen en circa 70 MWp op dakoppervlak dat geschikt is. 17
Concept-Doorstartnotitie-programma-Energietransitie-Dordrecht-DEF-4.pdf
70 / 126
In december 2023 stelt de raad wederom € 0,2 mln beschikbaar voor uitvoeringskosten, ditmaal voor 2024 en 2025. Toegelicht wordt dat er vanuit ‘zon op dak’ vanaf eind 2022 meer dan 150 bedrijven actief zijn benaderd. Vanuit die gesprekken is het bij de helft van de bedrijven (72) tot een concrete offerte gekomen. Daarvan zijn inmiddels 4 installaties gerealiseerd, zijn er 7 in de bouwfase en 2 in de besluitvormingsfase. (…) In totaal is tot nu toe 172 kWp toegevoegd met ‘zon op dak’. De raad stelt in april 2024 de ‘Structuurvisie duurzame opwek wind en zon’ vast. De raad stemt in met het advies voor mogelijke zoekgebieden voor zon, te weten Grote Rug, Kildepot, oksel A16/N3, polder De Zuidpunt en de locaties die uit het programma Opwek Energie op Rijksgronden (OER) volgen. Over ‘zon op dak’ wordt in het raadsvoorstel aangegeven dat er voldoende potentie is om een groot deel van de opgave voor zon op te wekken op dak, maar dat dit niet voldoende is. In 2023 is 16% van het totale dakoppervlak voorzien van een zonne-installatie. Over ‘zon op land’ wordt aangegeven dat voor de zonne-energielocaties op land een maximale extra bijdrage van 0,028 TWh geldt. Voor 2030 gaat de gemeente uit van een realistisch scenario van een toename van 0,01 TWh aan zonne-energie. Aanvullend op de inzet op zonopwek wordt in de structuurvisie de inzet op windenergie geïntroduceerd.
In het raadsvoorstel is opgenomen dat een goede mix tussen zon- en windenergie belangrijk is voor een stabiel energiesysteem. Als alle zoeklocaties voor windenergie maximaal kunnen worden ontwikkeld, levert dat een bijdrage van 0,18 TWh. Voor 2030 gaat de gemeente uit van een realistisch scenario van een toename van 0,08 TWh aan windenergie. In juni 2024 stemt de gemeenteraad in met de ‘Routekaart Dordrecht Klimaatneutraal in 2040’. Zonne-energie, zoals gestart onder het programma Duurzame Stad, wordt gezien als een belangrijke component maar wel, voortbouwend op de structuurvisie, aangevuld met windenergie. Zonne-energie leidt tot een grote pieklevering wanneer de zon schijnt en een gebrek aan opwekking wanneer de zon niet schijnt. Windturbines leveren (doorgaans) meer energie wanneer de zon niet schijnt en andersom. Door zon en wind meer te combineren, kan worden gezorgd voor een gelijkmatiger aanbod van duurzame elektriciteit. 2. Maatschappelijk vastgoed We zien dat er, na de vaststelling van de reserve door de raad, in 2021 is gestart met programmalijn 2. Tussen maart 2023 en juni 2024 was de raad hierbij (kaderstellend) betrokken. In maart 2023 heeft de raad investeringskredieten ten behoeve van de eerste tranche van de verduurzaming van het maatschappelijk vastgoed beschikbaar gesteld.
In totaal investeert de gemeente € 4,1 mln ten behoeve van de duurzaamheidsmaatregelen voor de verduurzaming van zes gebouwen, te weten: Museum van Gijn, Sportboulevard, cultureel centrum Sterrenburg, Stadsbeheer, Sport Plus en Duurzaamheidscentrum Weizigt. Er wordt circa € 0,55 mln onttrokken uit het Meerjarenonderhoudsplan (MJOP) en er wordt een DUMAVA-subsidie met een omvang van circa € 0,95 mln verwacht. Er resteert daarmee een onttrekking van circa € 2,6 mln uit de reserve Verduurzaming Maatschappelijk Vastgoed voor de duurzaamheidsinvesteringen. De werkzaamheden voor de verduurzaming van een aantal van de gebouwen worden in 2024 uitgevoerd. In juni 2024 stemt de gemeenteraad in met de ‘Routekaart Dordrecht Klimaatneutraal in 2040’. Net zoals programmalijn 1 wordt ook de programmalijn maatschappelijk vastgoed onderdeel van deze routekaart en wordt voorgesteld om het doel te versnellen. Over ‘eigen vastgoed’ staat opgenomen: “Ons bestaande doel is klimaatneutraal vastgoed in 2050. Dit willen we versnellen naar 2040. Er wordt bekeken wat daarvoor nodig is. Op dit moment wordt er al gewerkt aan verduurzaming van het eigen vastgoed.”
71 / 126
In lijn met de versnellingsambitie in de routekaart wordt er in november 2024 een raadsvoorstel voor een tweede tranche voor verduurzaming van het eigen vastgoed behandeld in de commissie. In het voorstel wordt toegelicht dat er 50 gebouwen binnen de gebouwenportefeuille vallen voor de tweede tranche. Om tot een gewogen selectie van te verduurzamen gebouwen te komen, is het volgende keuzeproces doorlopen: Analyse per gebouw van de kosten van verduurzaming en de besparingen op energie en CO2. Ontwikkeling en invulling van een besluitvormingstool die op basis van stap 1 een indeling en prioritering maakt voor de besluitvorming en de effecten doorrekent voor de besparingen en het revolverend fonds. Selectie van gebouwen op basis van de besluitvormingstool in combinatie met subsidiekansen en externe ontwikkelingen. Uit dit onderzoek komt naar voren dat de volledige dekking uit het revolverend fonds om tranche 2 uit te voeren niet geheel mogelijk is vanwege marktontwikkelingen en de specifieke expertise die nodig is om het (gedeeltelijk) monumentale vastgoed te verduurzamen. Er zijn scenario’s opgesteld met de volgende variabelen: CO2-neutraal in 2040 (oorspronkelijke doel) of 2050 (routekaart), en de manier van financieren via het (aangevulde) revolverend fonds of via traditionele kredietfinanciering.
Dit heeft geleid tot het voorstel om het Stadsarchief en de gebouwen van het Dordrechts Museum te verduurzamen. Dit vergt een investeringsbedrag van circa € 6,27 mln. In de toelichtende presentatie in de commissievergadering van november 2024 wordt het beslispunt voor de investeringen als volgt gevisualiseerd.
De raad wordt voorgesteld om: € 6,27 mln investeringskredieten toe te kennen aan de verduurzamingsmaatregelen en € 0,29 mln subsidie als inkomsten te ramen. Het P-budget van de Servicegemeente Dordrecht met € 0,25 mln op te hogen voor de begeleiding. Ter dekking circa € 5,65 mln te onttrekken uit de reserve verduurzaming (Agenda 2030) en € 0,58 mln vanuit het MJOP. Hiervan wordt € 5,98 mln gestort in de reserve afschrijving kapitaallasten. € 0,36 mln jaarlijks te storten in de reserve verduurzaming (revolverendheid fonds). Een investeringskrediet van € 2,748 mln beschikbaar te stelen voor het collectief aanleggen van zonnepanelen. De jaarlijkse kapitaallasten hiervoor à € 0,15 mln te dekken uit te realiseren besparing op energiekosten uit energiebudgetten (€ 0,08 mln) en afspraken met huurders/gebruikers (€ 0,07 mln).
Figuur 31. Visualisatie beslispunt investeringen 2e tranche
72 / 126
Ondanks de toelichting, zijn er nog onduidelijkheden bij de raad. Er worden vragen gesteld over het afstoten van vastgoed, de selectiecriteria en de businesscase voor de tweede tranche, de terugverdientijd van investeringen en de verwachte CO2-besparing, investering in verduurzaming Stadsarchief vanwege jonge leeftijd van het gebouw, forse investering in het Dordrechts Museum, de verhouding omvang gebouw en opbrengst van zonnepanelen, de rol van de huurder bij keuzes voor verduurzaming, de toereikendheid van het revolverend fonds en planning voorstel voor aanvullende financiering. De commissie besluit bij meerderheid dat het stuk teruggaat naar het college om te worden herschreven, met name op het punt van financiën en de motivering van de keuzes. Dit voorstel wordt in januari 2025 herijkt en gaat daarna opnieuw naar de raad.
7.2.2. Financiële stand van zaken In de meest recente voortgangsrapportage (zomer 2024) is over Duurzame Stad het volgende opgenomen.
73 / 126
Figuur 31. Begroting en uitnutting Duurzame Stad (zomer 2024). Zoals figuur 32 laat zien, zijn 2022 en 2023 gebruikt om op te starten en zijn er vooral kosten gemaakt voor begeleiding en projectleiding. In 2024 zijn de verduurzamingskosten, volgend uit de eerste tranche van de verduurzaming van het maatschappelijk vastgoed, opgenomen. De kosten voor zonne-offensief zijn beperkt doordat veel bedrijven het zelf ook verstandig vonden om te investeren in zon. De gewenste extra uitgaven voor 2024 zijn gebaseerd op het raadsvoorstel dat in november 2024 in de commissie is behandeld. Dit voorstel, inclusief financiering, wordt herijkt. In de werksessie is uitgesproken dat er plannen zijn om het programma vanwege diverse ontwikkelingen op punten te herijken en hier ook de financiering op aan te passen. Dit betreft onder andere het revolverend fonds, gestegen kosten, marktenthousiasme op het vlak van zon, netcongestie en opslag, en de verschuiving van ambities. In paragraaf 7.2.4. lichten we deze ontwikkelingen nader toe.
7.2.3. Plek in de ‘impactketen’ Op basis van de voorgaande constateringen maken we inzichtelijk op welke plek Dordrecht nu staat in de impactketen van input naar outcome. We constateren dat de programmaonderdelen wisselend ver zijn in de ‘impactketen’. Voor zonne-offensief is al output (beoogde resultaten) zichtbaar terwijl maatschappelijk vastgoed zich vooral in de fase van throughput (activiteiten en inspanningen) bevindt.
2
1
Figuur 33. Stand van zaken ‘impactketen’ Stadspark (januari 2025).
74 / 126
Een externe partij werkt op dit moment aan de monitoring van de resultaten die behaald worden vanuit de ‘Routekaart Klimaatneutraal Dordrecht 2040’. Deze partij registreert de impact van maatregelen die de gemeente neemt en vertaalt dit in dashboards. Het in beeld brengen van de impact van maatregelen door zonne-energie maakt ook deel uit van deze monitoring.
Figuur 34. CO2-besparing door zon op bedrijfsdaken 2024-2030 (monitoring). Voor programmalijn 2 geldt dat de focus op dit moment vooral ligt op de uitvoering van de activiteiten die volgen uit de eerste tranche en het herijken van het raadsvoorstel voor de tweede tranche. Om wat meer gevoel te krijgen bij deze activiteiten, is op hoofdlijnen stilgestaan bij een specifieke casus: de verduurzaming van de Sportboulevard. Casus| Sportboulevard Uit: Raadsvoorstel Beschikbaar stellen van Investeringskredieten verduurzaming maatschappelijk vastgoed (december 2022). Dit pand valt in de eerste fase verduurzaming vanwege het grote energieverbruik en daarmee de grote besparingskansen die er liggen. Het gaat om investeringen in LED-verlichting (armaturen), zonnepanelen en aansluiting op het warmtenet. Een deel van de voorgestelde werkzaamheden uit het onderzoeksrapport zijn geheel te bekostigen uit het MJOP (onderhoudsreserve vastgoed) en buiten het voorstel gehouden. Het gaat hierbij om isolatiemaatregelen. Vanwege de theoretisch lange afschrijftermijn van de aansluiting op het Warmtenet is dit als apart punt benoemd. Dit omdat er in de Regionale Energiestrategie is vastgesteld dat er wordt gestreefd naar zoveel mogelijk aansluiten op het Warmtenet. Dit leidt uiteindelijk tot minder gasverbruik en daarmee tot CO--reductie. Momenteel heeft het pand energielabel C.
Met de voorgestelde maatregelen kan tenminste Energielabel A+ behaald worden en daarmee minder energieverbruik. In het verduurzamingsproces voor de Sportboulevard wordt samen opgetrokken met Optisport. De uitwerking en uitvoering van de maatregelen wordt in nader overleg met de huurders en gebruikers vormgegeven. Throughput Toegelicht is dat de zonnepanelen zijn gerealiseerd. De investeringen in de LED-verlichting zijn deels gerealiseerd en deze worden begin 2025 afgerond. De aansluiting op het warmtenet staat in het eerste kwartaal van 2025 op de planning. Aangegeven is dat zich tijdens dit proces ook nieuwe ontwikkelingen hebben voorgedaan en dat daarvan is geleerd voor het vervolg. Dit betreft bijvoorbeeld het maken van contractuele afspraken met huurders over de energiebesparingen. De huurinkomsten zijn verhoogd (met 80% van de berekende energiebesparing – minus het aandeel dat vanuit de onderhoudsvoorziening wordt bekostigd). Dit is vastgelegd middels een allonge. Deze hogere huurinkomsten worden begroot, én leiden tot een even grote storting in het duurzaamheidsfonds. Samen ontdekken wat hierin handig is om te doen, kost een eerste keer relatief veel tijd maar deze afspraken kunnen nu worden benut voor de volgende panden. Output Door de activiteiten uit te voeren lijkt het inderdaad mogelijk om het beoogde Energielabel A+ te behalen.
De monitoring op het vlak van CO2-besparing wordt nog opgestart. Er is een energiemanager aangesteld die zich onder andere zal richten op deze monitoring.
75 / 126
7.2.4. Relevante ontwikkelingen Onder de financiële paragraaf hebben we al een aantal relevante ontwikkelingen geschetst die van invloed zijn geweest op de opzet, uitvoering en toekomst van het programma. Deze lichten we hierna toe: De complexiteit van het uitgangspunt van het werken met een revolverend fonds. Dit revolverend fonds is gebaat bij snelheid van investeringen. Immers, hoe eerder de investeringen gedaan kunnen worden, hoe eerder deze zijn terugverdiend. Het uitgangspunt van 15 jaar terugverdientijd staat volgens betrokkenen nog steeds. Echter, er zijn tot nu toe minder investeringen gedaan dan vooraf beoogd. De ‘werking’ van de revolverendheid komt hiermee onder druk te staan. Er gaat meer afgewogen worden of er extra krediet nodig is voor het fonds en/of er meer traditionele kredietfinanciering nodig is. Verschuiving van ambities. In de routekaart zijn andere uitgangspunten opgenomen dan in de MBC’s voorzien. Er wordt gesproken over een gezonde energiemix tussen zon en wind en voor het vastgoed is een ambitie neergelegd voor het versneld verduurzamen van 2050 naar 2040. Deze laatste ambitie drukt ook op het uitgangspunt van het revolverend fonds. Gestegen bouwkosten en energieprijzen. De investeringen zijn duurder geworden door gestegen bouwkosten. Dit heeft impact op de middelen die gemoeid zijn met het programma.
Aan de andere kant stijgt het energiebesparingspotentieel door hogere energieprijzen. De vraag is echter hoe de gestegen bouwkosten en energieprijzen zich tot elkaar verhouden. Dit is nog niet volledig in beeld. Marktenthousiasme bij zonne-offensief. Veel particulieren zijn zelf, los van sturing hierop door de gemeente, actief aan de slag gegaan met investeringen in zonne-energie. Het element energieopslag is daarmee veel belangrijker geworden. Netcongestie, opslag en warmtenet. Bedrijven die zelf zonne-energie zijn gaan opwekken, kunnen hun opslag niet meer kwijt doordat ze geen netaansluiting meer kunnen vinden. De MBC voor zonne-offensief heeft sterk gefocust op opwek maar onderschat wat er buiten de gemeente om al aan marktenthousiasme zou ontstaan én wat dit betekent voor piekbelasting en netcongestie. De aansluiting op het warmtenet biedt kansen maar daarover is nu ook veel onzekerheid.