CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2. Procesbeschrijving Aanpak Overlast Openbare Ruimte (2).pdf

Gemeenteraad Dordrecht 27 mei 2025, gemeente DordrechtBij agendapunt: 46: Raadsinformatiebrief over Aanpak overlast - Raadsinformatiebrief13.121 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Aanpak overlast in de openbare ruimte December 2022 Gemeente Dordrecht

Inhoudsopgave

De procesbeschrijving van de aanpak van Gemeente Dordrecht ten aanzien van overlast in de openbare ruimte door personen

2

Aanpak overlast in de openbare ruimte

Inhoudsopgave

3

Samenvatting

5

1.

Inleiding

6

2.

Meldingen en het delen van zorgen

7

2.1

Overleggen gerelateerd aan overlast op stedelijk- en wijkniveau

7

2.2

Financiën

8

3.

De piramide en overlast in de openbare ruimte

9

3.1

Hinder

9

3.2

Overlast

12

3.2.1

Stap 1. Achterhalen of sprake is van overlast en welke vormen van overlast

3.2.2

13

Stap 2. Overlastgevers in kaart brengen: Onderzoeken wat al is gedaan qua interventies en maatregelen om te beoordelen wat nog meer mogelijk is.

3.2.3

14

Stap 3. Het maken van afspraken wanneer welke interventies worden ingezet en het monitoren van deze interventies.

15

3.3

Ernstige overlast

16

3.3.1

De Kerngroep

17

3.3.2

Opschalen naar het Interventieteam

18

3.3.3

Het Interventieteam

19

3.3.4

De aanpak van het Interventieteam

20

4.

Afschalen

21

5.

Evalueren

21

Bijlagen

22

Bijlage 1– Format vragen voor de bevordering van het casusoverleg

23

Bijlage 2 – De Kerngroep en het Interventieteam

24

Het aanmelden bij de Kerngroep

25

De individuele analyse

25

De groepsanalyse

26

Analyse op omgeving

26

De leefgebiedenmatrix

27

De Kerngroep

28

Het Interventieteam

29

Plan van aanpak

30

Interventies

31

Bijlage 3 – Partners en hun instrumenten

32

Bijlage 4 – Brief vanuit de Kerngroep jonger dan 18 jaar

37

Bijlage 5 – Brief vanuit de Kerngroep ouder dan 18 jaar

38

Bijlage 6 – Brief van de burgemeester inzet Interventieteam

39

Bijlage 7 – stappenplan

40

www.dordrecht.nl

3

Samenvatting De aanpak overlast in de openbare ruimte heeft een helder doel: het verbeteren van de leefbaarheid van de stad. De overkoepelende strategie realiseert dat het stappenplan van het proces voor iedere wijk gelijk is, maar laat tegelijkertijd ruimte over om dit proces per casus invulling te geven om de meest effectieve aanpak te realiseren. In deze beschrijving is per niveau (hinder, overlast of ernstige overlast) weergegeven wat de stappen zijn die partners ondernemen en wat de rol is van de Gemeente als regievoerder. Naarmate de ernst van de overlast toeneemt wordt het palet van interventies uitgebreider. Daarnaast kunnen- en mogen de partners indien de ernst toeneemt informatie met elkaar delen. Wel is van belang dat partners goed op de hoogte zijn wanneer dit wel of niet mag. Daarnaast is voor ieder niveau belangrijk dat goed wordt afgewogen waarom een casus wordt opgeschaald of afgeschaald en dus de regie verschuift, welke interventies al zijn ingezet en welke partners betrokken zijn. De aanpak start bij vormen van overlast die worden gecategoriseerd als ‘hinder’. De partner waar de melding binnenkomt is hier regievoerder en kan zelf, zonder tussenkomst van de gemeente, actie ondernemen. Indien vaker meldingen binnen komen en partners het eens zijn dat een integrale aanpak wenselijk is, wordt de wijkmanager op de hoogte gebracht van de situatie.

Hij of zij is vanaf dit moment regievoerder en zal een overleg inplannen om de betreffende situatie te bespreken. Hier zijn de partners aanwezig die op dat moment al een rol vervullen in de aanpak of waarvan wordt verwacht dat zij van toegevoegde waarde zijn, bijvoorbeeld doordat zij bepaalde interventies kunnen inzetten of hulp aanbieden. Tevens kan worden gezocht naar mogelijkheden bij nietconvenant partijen zoals scholen. In deze fase is het van belang dat partners, al dan niet in samenwerking met niet-convenantpartijen, alle mogelijke interventies en maatregelen inzetten om de overlast terug te dringen. Om deze reden hebben wij gevraagd of alle partners een korte beschrijving willen geven van hun organisatie met een aantal (niet voor de hand liggende) interventievoorbeelden die zij eventueel kunnen inzetten. Hopelijk kunnen partners elkaar hierdoor al vanaf de eerste fase gemakkelijker inschakelen en om hulp vragen. Op het moment dat de integrale aanpak onder regie van de wijkmanager geen- of weinig effect heeft en er sprake is van ernstige overlast kan er nog een keer worden opgeschaald. In deze fase kan de Kerngroep worden ingezet en in de meest ernstige gevallen gaat het Interventieteam een rol spelen. De wijkmanager heeft nog steeds de regie over de gehele overlastaanpak tenzij (bijna) de hele groep wordt doorgezet.

De regie verschuift dan naar de voorzitter van de Kerngroep. In zowel de Kerngroep als het Interventieteam zijn verschillende partners structureel aanwezig en kunnen daarnaast, afhankelijk van de casus, andere partners worden uitgenodigd indien zij een relevante bijdrage kunnen leveren. Uit praktijkvoorbeelden en gesprekken blijkt dat er al goede samenwerkingsverbanden zijn. Dit is niet enkel waardevol voor het beleid ten aanzien van overlast, maar kan tevens relevant zijn voor andere beleidsterreinen. Voorbeelden zijn onderwijs (kunnen hier stappen worden ondernomen om de overlast te verminderen of te voorkomen?) en onderhoud van de openbare ruimte (bijvoorbeeld wanneer een fysieke ingreep moet worden gedaan). Door middel van deze procesbeschrijving verwachten we de samenwerking te kunnen versterken om de overlast zo snel mogelijk in te dammen en te voorkomen.

4

Aanpak overlast in de openbare ruimte

www.dordrecht.nl

5

1. Inleiding

2. Meldingen en het delen van zorgen

Gemeente Dordrecht heeft al langere tijd aandacht voor overlastproblematiek, waaronder overlast in de open-

Het proces start met een melding van overlast. Veruit de meeste meldingen worden gedaan bij de politie.

bare ruimte. Een gevolg hiervan is de herontwikkeling van de aanpak ‘overlast openbare ruimte’ in 2016. Destijds

Dit is tevens het advies aan iedereen die hinder of overlast ervaart: meldt dit bij de politie. Zij kunnen vervolgens

is een convenant opgesteld wat in 2017 door de partners is ondertekend. Hierin spreken zij af om (persoons)

constateren of inderdaad sprake is van overlast. Daarnaast is het mogelijk dat een melding binnenkomt bij of via

gegevens van individuen die overlast veroorzaken in de openbare ruimte met elkaar te delen. In 2022 is op basis

een andere partner zoals jongerenwerk, een woningcorporatie of een hulpverlener.

van deze procesbeschrijving een Data Protection Impact Assessment (DPIA) en een nieuw convenant opgesteld

Naast een overlastmelding kan ook een zorgmelding worden gedaan. Dit kan door zowel bewoners als partners.

ten aanzien van de aanpak overlast in de openbare ruimte. Daarnaast is in 2021 het uitvoeringsplan Woonover-

Een organisatie kan bijvoorbeeld ten gevolge van een incident een melding doen bij een hulpverleningsinstantie

last vastgesteld. Voor zowel de aanpak woonoverlast als de aanpak overlast openbare ruimte is de doelstelling

wanneer geen sprake is van een strafbaar feit, maar medewerkers wel een zorgsignaal willen afgeven omdat zij

het voorkomen, terugdringen en waar mogelijk, oplossen van de overlast voor een leefbare wijk. Het is van be-

een zorgwekkende situatie zijn tegengekomen (o.a. vervuilde woning of drugs gebruik). In andere woorden:

lang dat alle partners de doelstelling willen nastreven door middel van goede samenwerkingsverbanden en dat

het is belangrijk dat partners elkaar inschakelen wanneer zij een rol kunnen vervullen in de overlast aanpak.

daarnaast maatwerk wordt geleverd zodat de meest effectieve aanpak tot stand komt. Partijen moeten daarom

Hier kunnen het Meldpunt Zorg & Overlast en het Zorg- en Veiligheidshuis eventueel een rol spelen vanuit hun

helder voor ogen hebben wat hun taken zijn, wanneer zij moeten doorschakelen naar andere partners, welke

expertise. Daarnaast kunnen zorgpartners altijd contact opnemen met de gemeente t.a.v. zorgelijke situaties,

informatie zij met elkaar mogen delen en hoe zij zo snel mogelijk tot een gewenste oplossing kunnen komen

mede om te voorkomen dat deze zich later in de openbare ruimte gaan manifesteren.

voor een probleem. We verwachten dat dit document hierbij gaat helpen.

2.1 Overleggen gerelateerd aan overlast op stedelijk- en wijkniveau De aanpak ten aanzien van overlast in de openbare ruimte zal hieronder verder worden beschreven. De aanpak is

Meldingen van hinder, overlast of ernstige overlast kunnen direct worden gemeld aan de wijkmanager

opgedeeld in drie in elkaar overlopende niveaus van overlast. Binnen deze niveaus worden de stappen weerge-

(hier volgt later meer informatie over) of via één van de overlegstructuren ter sprake komen.

geven die partijen zetten om de overlast terug te dringen. Daarnaast is aandacht voor het al dan niet delen van

• Allereerst het leefbaarheidsoverleg waarin een partner dit onder de aandacht brengt.

persoonsinformatie tussen partners over de overlastgevende individuen. Deze niveaus zijn voor twee vormen

Het leefbaarheidsoverleg vindt in iedere wijk één keer in de zes weken plaats. De wijkmanager heeft de regie.

van overlast, woonoverlast en overlast in de openbare ruimte, samenvattend weergegeven in de onderstaande

- Partijen die hier aanwezig zijn, zijn de politie, handhaving, buurtwerk, jongerenwerk, SWT en

afbeelding. In dit document wordt enkel de aanpak ten aanzien van overlast in de openbare ruimte beschreven. Voor woonoverlast is een aparte procesbeschrijving, DPIA en convenant opgesteld. De piramide geeft weer dat een toename in de ernst van de overlast resulteert in een toename van de gemiddelde tijdsinvestering per casus.

woningcorporaties. - Bepaalde gebieden of straten van een wijk worden hier genoemd op basis van de meldingen die zijn gedaan en ervaringen van betrokken partijen in dit gebied. In hoofdlijnen wordt besproken wat er precies speelt in de wijk.

Woonoverlast

Overlast openbare ruimte

- Indien partijen vinden dat een gezamenlijk overleg nodig is om tot een aanpak te komen, wordt door de wijkmanager een casusoverleg georganiseerd. Indien de situatie zo snel mogelijk besproken moet worden

Wijkmanager in regie 10 cases per jaar

Ernstige woonoverlast Kernteam: - bestuurlijke maatregelen - gedragsaanwijzing - druk via huurcontract

Woonoverlast overleg • Sociaal per wijk: wijkteam • Woco’s • Meldpunt • Wijkagent zorg en • wijkmanager ondersteuning • Handhaving • OZHZ • buurtwerk

Kerngroep: • Politie • Handhaving • Jongerenwerk • SWT • Leerplicht • Werkshop

kan de wijkmanager ook beslissen om er meteen een agendapunt van te maken, maar gedurende het leefInterventieteam: • Politie • Handhaving • Sociale Dienst Drechtsteden

15 cases per jaar

baarheidsoverleg worden nog geen persoonsgegevens gedeeld. ➜ Op basis van de casus worden vervolgens interventies besproken die partners kunnen inzetten.

Ernstige overlast Persoonlijke en/of groepsaanpak kerngroep en/of interventieteam

Wijkmanager in regie 20-39 cases per jaar

Complexe woonverlast Multidisciplinaire aanpak met analyse. Inzet middelen escalatieladder. Opschalen als nodig (ernstige woonoverlast)

100 cases per jaar

Eenvoudige woonoverlast Enkelvoudige aanpak/bewoner en/of partner doet het zelf

Woonoverlast overleg per wijk: • Woco’s • Wijkagent • Wijkmanager • Handhaving

Casusoverleg overlast o.a.: • Politie • Woco’s • jongerenwerk Overleg Jeugdoverlast • Politie en JPT • Halt • Leerplicht • jongerenwerk

cases: diverse plekken in de stad

Overlast Integrale aanpak o.l.v. wijkmanager: casusoverleg om situaties te analyseren en plan van aanpak op te stellen.

Partners in regie • Politie/wijkagent • Handhaving • Woco’s

• Jongerenwerk • Buurtwerk • Politie/wijkagent • Handhaving • Woco’s

Hinder Goed netwerk van belang, partners ondernemen zelf actie

De Basis: Een vitale, leefbare wijk

6

Aanpak overlast in de openbare ruimte

www.dordrecht.nl

7

3. De piramide en overlast in de openbare ruimte • Ten tweede het overleg jeugdoverlast (OJA-overleg), wat zich richt op overlastproblematiek door jeugd

Zoals weergegeven in de piramide kan overlast in de openbare ruimte verschillende vormen aannemen. De

(groepen) over de gehele stad. De aanwezige partijen zijn het Jeugd Preventie Team, bureau Halt, Politie en

mate van overlast heeft verschillende niveaus van ‘hinder’ (onderste laag van de piramide) tot ‘ernstige overlast’

Jongerenwerk. De gemeente heeft de regie.

(bovenste laag van de piramide). De aanpak is overkoepelend weergegeven zodat een structuur ontstaat die voor

- Op basis van cijfers van de Politie, signalen van de aanwezige partners en maatschappelijke

iedere wijk gelijk is en gebruikt kan worden, maar tegelijkertijd laat de aanpak ruimte over om maatwerk te leve-

ontwikkelingen (bijvoorbeeld manieren waarop- en waarvoor sociale media wordt gebruikt) worden

ren. Per casus kan namelijk op basis van het stappenplan, verkort weergegeven in bijlage 7, worden beoordeeld

trends gesignaleerd. Soms worden casussen (inhoudelijk) besproken, maar er worden geen

welke interventies op dat moment effectief en proportioneel zijn. Ten gevolge hiervan kan de leefbaarheid van de

persoonsgegevens gedeeld.

wijk zo snel mogelijk verbeteren doordat de overlast wordt teruggedrongen. In dit hoofdstuk wordt op basis van

- Indien blijkt dat het verstandig is om stappen te ondernemen kan de casus worden doorgezet naar de betreffende wijkmanager indien hij of zij nog niet op de hoogte was.

de drie niveaus uit de piramide de aanpak weergegeven, welke partijen betrokken (kunnen) zijn en wat de rol is van de Kerngroep en het Interventieteam.

• Daarnaast het woonoverlast overleg. Het doel is het bespreken van meldingen en lopende casussen betreffende woonoverlast en hier gezamenlijk een aanpak voor creëren.

De rode draad in de aanpak is: Samenwerken en integraliteit. Dat betekent voor alle professionals:

- Woonoverlast en overlast in de openbare ruimte kunnen in verband staan met elkaar wanneer

Informeer elkaar op tijd, maak gebruik van,- en heb vertrouwen in elkaars expertise, stem informatie

woonoverlast escaleert naar de openbare ruimte.

en interventies met elkaar af.

- Gedurende deze overleggen is het belangrijk om oog te houden voor het onderscheid tussen woonoverlast en overlast in de openbare ruimte, omdat (onder andere) verschillende wetgeving van toepassing is.

Als gemeente sturen wij op dit gehele proces en dragen wij zorg voor tijdige afstemming en op,- en afschalen met o.a. DG&J en ZVH.

Tenslotte zijn twee vaste overlegstructuren binnen de aanpak overlast openbare ruimte van belang, namelijk het Kerngroep overleg en het Interventieteam overleg. Deze worden later nader besproken.

2.2 Financiën

3.1 Hinder Hinder vormt de onderste laag van de piramide. De meeste meldingen vallen onder deze categorie en kunnen

Om deze aanpak te realiseren worden op verschillende manieren kosten gemaakt, zowel vast- als variabel.

zowel door individuen-, als groepen worden veroorzaakt. Zoals de piramide weergeeft hebben de partners de

Voorbeelden zijn de inzet van professionals en het uitvoeren van interventies.

regie en interveniëren zij zonder tussenkomst van de gemeente. Het proces begint altijd bij een melding. Dit wordt meestal gedaan door bewoners van de wijk, maar ook professionals kunnen een melding maken indien zij signalen van hinder waarnemen. Deze melding kan bij alle partners terecht komen, maar in de praktijk krijgen politie en handhaving de meeste meldingen binnen.

Hinder

8

Aanpak overlast in de openbare ruimte

www.dordrecht.nl

9

Voor het bepalen of sprake is van hinder, overlast of ernstige overlast worden de volgende punten in overweging genomen: • Het aantal meldingen; • Het aantal personen dat een melding heeft gedaan, welke personen een melding doen en hoe vaak deze personen een melding doen; • De tijdspanne waarin de meldingen zijn gedaan; • Het tijdstip van de meldingen; • De regelmaat van de meldingen (Iedere dag, week, maand?); • De ernst van de meldingen (Het gaat hier om het type

Indien een partij niet meteen zelf optreedt worden de volgende stappen ondernomen: • De betrokken partij maakt een schets van de situatie om te achterhalen wat er precies aan de hand is en deelt dit met (op dat moment relevante) partners. • Indien gezamenlijk wordt besloten dat sprake is van hinder kunnen partijen tot een interventie overgaan die zij geschikt vinden voor deze casus en daarnaast proportioneel is. • Partners informeren elkaar over de uitvoering van de afgesproken acties en monitoren of deze effect hebben. Bij voldoende effect worden de interventies gestopt, maar houden partners wel vinger aan de pols. • In deze fase is er geen standaard regievoerder, omdat dit het snelle handelen van één of enkele partijen waarschijnlijk zal beïnvloeden. In de praktijk blijkt dit de partij te zijn waar de melding binnenkomt. • De partij waarbij de melding binnenkomt is dus niet vanzelfsprekend de partij die overgaat tot een interventie.

overlast); • Het aantal verschillende typen/ categorieën overlast (Gaat het om één vorm van overlast (geluid) of meerdere vormen (geluid, intimidatie, zwerfafval); • Waar bestaat de overlast uit? Is er inmiddels sprake van andere vormen van overlast en/of andere groepen die de overlast veroorzaken?; • De ervaringen en waarnemingen van de partners en wijkmanager, bijvoorbeeld zwerfafval, vernielingen of veel personen

Een aantal voorbeelden van interventies ten aanzien van hinder zijn: • Het aanspreken van de overlastgevers door jongerenwerk. • Een keer extra zwerfafval opruimen. • Het versturen van een brief naar omwonenden wat zij kunnen doen om de overlast tegen te gaan. Hierdoor worden bewoners zelf medeverantwoordelijk voor de leefbaarheid in hun wijk. • Indien het minderjarige thuiswonenden betreft worden ouders of verzorgers op de hoogte gesteld. Partners (zoals politie, Halt, SWT etc.) kunnen de ouders/ verzorgers helpen bij het zoeken naar oplossingen om het gedrag te voorkomen of hen doorverwijzen naar een andere partner.

op straat. Rekening houdende met onder andere meldingsmoeheid zijn de ervaringen van partners zeer belangrijk; • Op welke locatie bevindt de overlast zich en hoe ziet deze locatie eruit? Op een plein waar veel winkels aanwezig zijn is het begrijpelijk dat hier meer mensen lopen waardoor omwonenden meer geluid ervaren.

Ondanks dat de gemeente tot dusver niet (actief) betrokken is, kan het in sommige situaties, denk bijvoorbeeld aan te verwachten media aandacht en/of politiek bestuurlijke gevoeligheid, wel van belang zijn dat de wijkmanager geïnformeerd wordt zodat hij/zij weet wat er speelt. Bijvoorbeeld wanneer: • Meerdere partijen meldingen hebben ontvangen. • Op een bepaalde plek vaker overlast is geweest. • Indien bij de partners het vermoeden bestaat dat er meer aan de hand is. Bij twijfel neemt de partner contact op met de wijkmanager.

Nadat de melding is gedaan worden de volgende stappen ondernomen: • De partij waar de melding is gedaan onderzoekt of sprake is van hinder. Daarnaast wordt per casus afgewogen of partijen informatie met elkaar gaan delen. Dit beoordelen partijen per casus op basis van het werkproces- en protocol van de organisatie en de punten in het onderstaande kader. • Er is sprake van hinder indien het een situatie betreft waar personen onder normale omstandigheden geen last van zouden moeten hebben. Een voorbeeld is voetballende jeugd om 15.00 of 3.00. Dezelfde gedraging valt om 3.00 onder hinder. Partners overleggen met elkaar indien zij twijfelen. • Indien een zorgmelding (gerelateerd aan overlast) is ontvangen bij een zorgpartner onderzoekt deze partij zelf de situatie en zal beoordelen of- en met welke partner vervolgstappen nodig zijn. • Daarnaast zullen partijen wanneer duidelijk sprake is van hinder meteen handelen zonder tussenkomst van de gemeente of andere partners (indien dit mogelijk is). • Tenslotte kan ook geconstateerd worden dat het om een incident gaat of nauwelijks sprake is van hinder. Een partij kiest er dan voor om vooralsnog geen actie te ondernemen en hooguit vinger aan de pols te houden.

10

Aanpak overlast in de openbare ruimte

Bovenstaande illustreert dat goede relaties (korte lijntjes) tussen partijen van belang zijn, omdat het wenselijk is dat zij zelf snel tot actie overgaan om problemen die zich laag in de piramide bevinden zo snel mogelijk in te dammen om escalatie of verspreiding te voorkomen. Daarnaast zorgen korte lijntjes ervoor dat partijen goed op de hoogte zijn van elkaars kennis waardoor zij elkaar kunnen aanvullen en versterken. De ervaring leert dat dit regelmatig doeltreffend wordt gedaan. • Echter, indien blijkt dat interventies niet het gewenste effect hebben en inmiddels sprake is van overlast worden vervolgstappen ondernomen. Waar de wijkmanager nog niet op de hoogte is, wordt hij/zij op de hoogte gesteld om een integrale aanpak te realiseren. • Indien partners elkaar proberen in te schakelen maar dit niet lukt, of wanneer de casus complex is en partners er gezamenlijk niet uit komen zetten zij de casus door naar de wijkmanager. • Daarnaast is het mogelijk dat partners aan de wijkmanager hebben doorgegeven dat er iets speelt, maar op dit moment geen integrale aanpak nodig is, omdat zij zelf een oplossing hebben gevonden en willen afwachten of dit effectief is. • Het is aan de wijkmanager om een update te vragen over wat er speelt in de wijk.

www.dordrecht.nl

11

3.2.1 Stap 1. Achterhalen of sprake is van overlast en welke vormen van overlast Overlast

Indien hinder uit de hand loopt of wanneer meteen sprake is van ernstigere vormen van hinder, betreft het ‘overlast’. Partners komen samen, op basis van de onderstaande criteria, tot de conclusie dat een integrale aanpak nodig is om deze overlast te bestrijden. De wijkmanager heeft hier de regie. Zoals hierboven beschreven kan een casus direct aan de wijkmanager worden doorgegeven of via één van de overlegstructuren ter sprake komen. Het is belangrijk dat partners niet wachten met het inbrengen van een casus. Indien zij van mening zijn dat de wijkmanager op de hoogte moet zijn en/of een casusoverleg moet organiseren, moeten zij dit meteen doorgeven om te voorkomen dat een casus blijft liggen of escaleert in de tussentijd. Het is dus belangrijk dat partners elkaar blijven informeren over ontwikkelingen in de wijk. Kortom, bespreek als professionals met elkaar of er (nog) sprake is van hinder of (ernstige) overlast.

ernstige overlast worden de volgende punten in overweging genomen: • Het aantal meldingen;

• Partijen moeten goed voorbereid aan

• Het aantal personen dat een melding heeft gedaan,

het overleg deelnemen om tot een zo

welke personen een melding doen en hoe vaak deze

concreet mogelijke analyse te komen.

personen een melding doen;

Daarom verzamelen zij voor het over-

• De tijdspanne waarin de meldingen zijn gedaan;

leg informatie en blijven zij dit doen

• Het tijdstip van de meldingen;

zolang de aanpak loopt.

• De regelmaat van de meldingen;

• Factoren die voor iedere analyse van

3.2 Overlast

Voor het bepalen of sprake is van hinder, overlast of

belang zijn, zijn hiernaast (nog een keer) weergegeven:

• De ernst van de meldingen (Het gaat hier om het type overlast); • Het aantal verschillende typen/ categorieën overlast; • Waar bestaat de overlast uit? Is er inmiddels sprake van andere vormen van overlast en/of andere groepen die de overlast veroorzaken?; • De ervaringen en waarnemingen van de partners en wijkmanager. Rekening houdende met meldingsmoeheid zijn de ervaringen van partners zeer belangrijk; • Op welke locatie bevindt de overlast zich en hoe ziet deze locatie eruit?

Politie mag op basis van de WPG enkel gegevens vertrekken aan de gemeente. Zij zullen dus de betreffende wijkmanager informeren over een casus indien dit nodig is. Zij leveren informatie aan die op dat moment relevant is en delen dit niet met andere partijen. Er vindt dus eerst een overleg plaats tussen de Politie en de Gemeente voordat een casusoverleg wordt georganiseerd. De vervolgstap is het organiseren van een casusoverleg, de start van de integrale aanpak. De politie sluit aan bij het casusoverleg, maar mogen geen nieuwe gegevens delen. De verkregen politiegegevens deelt de wijkmanager met de aanwezige partners. Idealiter moeten partners zo snel mogelijk samen aan tafel zitten, maar dit is afhankelijk van de urgentie. • Het is afhankelijk van de casus welke partners worden uitgenodigd voor het overleg. Dit betreffen enkel de partners die een relevante rol (kunnen) vervullen. • Bij partners die (nog) niet aansluiten bij het overleg kan vooraf informatie en advies gevraagd worden. • Waar de casus eerder globaal werd besproken, wordt de situatie hier nader geanalyseerd. Het doel is het creëren van een concreet en duidelijk beeld van de overlast en overlastgevers. • Indien relevant kan de wijkmanager extra partners uitnodigen, bijvoorbeeld om de situatie van verschillende kanten te belichten.

Daarnaast kunnen alle partners aan de wijkmanager verzoeken om andere partners te betrekken.

12

Aanpak overlast in de openbare ruimte

www.dordrecht.nl

13

3.2.2 Stap 2. Overlastgevers in kaart brengen: Onderzoeken welke interventies en maatregelen al zijn ingezet en beoordelen welke mogelijkheden er nog zijn. • Wanneer de feitelijke overlast is vastgesteld wordt vervolgens gekeken naar de overlastgevers. Ter bevordering van dit deel van de analyse wordt voor het overleg door de aanwezige partners een format met vragen ingevuld. Deze is weergegeven in bijlage 1.

3.2.3 Stap 3. Het maken van afspraken wanneer welke interventies worden ingezet en het monitoren van deze interventies. • Op basis van alle informatie besluiten de partners gezamenlijk welke interventie(s) ingezet worden. Ze overwegen hier niet alleen de eigen interventies, maar onderzoeken ook of mogelijkheden liggen bij partners. • Tenslotte maken partijen afspraken wie wanneer welke interventie(s) inzet en/of hulp aanbiedt en geven elkaar een terugkoppeling na het uitvoeren hiervan zodat alle partijen op de hoogte zijn van het verloop van de aanpak.

- Het is niet noodzakelijk dat partners deze ingevuld mailen naar de wijkmanager, enkel het nadenken over

• Gedurende het uitvoeren van een interventie kan ook samenwerking plaatsvinden. Bijvoorbeeld wanneer een huis-

een casus kan de analyse al bevorderen. De informatie wordt gedurende het overleg met elkaar gedeeld.

bezoek wordt afgelegd door de politie kan het relevant zijn om Halt, reclassering of de Werkshop uit te nodigen.

- Het is afhankelijk van de casus welke gegevens precies worden gedeeld. Er zijn geen doorslaggevende

• Het is afhankelijk van de casus wanneer verbetering van het gedrag moet optreden. De aanwezige partners

factoren of elementen die hier een rol spelen. In de praktijk blijkt dit maatwerk te zijn en casusafhankelijk

maken afspraken wanneer gedragsveranderingen zichtbaar moeten zijn voordat zij opnieuw bij elkaar komen

waarbij de factoren die zijn weergegeven in het kader op de vorige pagina, tevens een rol spelen.

en andere interventies overwegen. Na een eerste overleg zal daarom worden besloten om meteen een tweede

• In deze fase besluiten partners gezamenlijk wat de beste manier is om een casus aan te pakken. Hierbij wordt rekening gehouden met elkaars verantwoordelijkheden (ten aanzien van betrokkenen maar ook de omgeving of buurtbewoners) en bevoegdheden. • Gedurende het casusoverleg kunnen partners elkaar (kritische) vragen stellen om tot een concrete analyse te komen. Voorbeelden zijn:

in te plannen om dit te beoordelen. De partners monitoren zelf wat het effect van hun ingezette interventie is. • Bovenstaande is belangrijk, omdat partijen alle mogelijkheden benut moeten hebben voordat opschaling naar de Kerngroep en het Interventieteam mogelijk is. • Alle bovenstaande informatie en terugkoppelingen worden door de wijkmanager in het beveiligde systeem weergegeven.

- Wat is de relatie tussen het individu en de groep? - Wat zijn de diverse rollen per individu in het groepsgedrag (Bijvoorbeeld leider of meeloper)?

Samenvattend wordt hier geanalyseerd wat er precies speelt, welke samenwerkingsmogelijkheden er liggen en

- Wat zijn de bewegingen van de groep (Wijk, gemeente, regio, landelijk)?

hoe- en welke interventies het beste (opnieuw) kunnen worden ingezet en uitgevoerd. Voorbeelden zijn:

- Wat zijn mogelijke inbreekpunten in het groepsproces?/Wat zijn mogelijke inbreekpunten bij deze

• Het aanbieden van- of intensiveren van de begeleiding/ zorg;

persoon?

• Het bieden van begeleiding bij het vinden van werk;

- Wat heeft de groep en/of het individu nodig en wat is er al gedaan t.a.v. deze problematiek?

• Het aanbieden van hulp om een studie te kunnen voltooien;

- Wat was het effect van deze interventies?

• Een fysieke ingreep in de openbare ruimte zoals het verwijderen van groen om de sociale controle te bevorderen;

- Hoe zit de wijk en/of buurt in elkaar en welke rol speelt de wijk voor het (versterken van het) gedrag

• Een interventie ten aanzien van de gehele groep, zoals het organiseren van sportactiviteiten;

van de betreffende persoon/personen? • Partners kunnen binnen hun eigen organisatie zoeken naar mogelijkheden door input van collega’s of andere afdelingen te vragen. Zo kan bijvoorbeeld de politie JPT benaderen met de vraag of een individu al is doorverwezen. • Gedurende de analyse wordt gekeken wat de betreffende groep en/of individu nodig heeft en het beste bij hem of haar past zoals begeleiding, hulp bij school of aan de slag gaan via de Werkshop. Indien kansen liggen bij een nog niet betrokken partner zal de wijkmanager deze partner informeren en/of om advies vragen.

• Het voeren van een gesprek met de ouders door de wijkagent; • Toezicht en handhaven; • In overleg met Team Veiligheid zoeken naar bestuurlijke maatregelen t.a.v. individuen die een groot deel van de overlast veroorzaken. Voorbeelden zijn weergegeven in bijlage 2. - Per casus wordt door een beleidsadviseur van Team Veiligheid beoordeeld of ten eerste sprake is van verstoring van de openbare orde en daarnaast of het proportioneel is om een bestuurlijke bevoegdheid in te zetten. • Met de bovenstaande stappen en interventievoorbeelden wordt beoogd alle mogelijkheden die partners zelf

• Daarnaast kan eventueel een niet-convenantpartij worden verzocht om een bijdrage te leveren. Er mogen

hebben eerst uit te putten voordat een individu wordt opgeschaald. Echter, indien blijkt dat deze niet het ge-

geen persoonsgegevens worden gedeeld, maar zij kunnen wel worden verzocht om een interventie uit te

wenste effect hebben kan als zwaarste interventie binnen deze fase worden opgeschaald naar de Kerngroep.

voeren of een partner hierbij te ondersteunen.

- Op dit niveau gaat het voornamelijk om groepen waarvan de meeste gedragingen als ‘overlast’ worden

• Alle informatie die hier wordt besproken wordt door de wijkmanager in een beveiligd systeem genoteerd.

ervaren, maar er binnen deze groep één individu- of een aantal individuen zijn die een groot deel van deze overlast veroorzaken. Deze uitzonderingen worden doorgezet naar de Kerngroep. - Daarnaast kan het zijn dat de groep steeds groter wordt met (veel) jonge aanwas wat voor de nodige bezorgdheid zorgt. Indien blijkt dat specifieke personen deze mensen aantrekt kan dit tevens een indicatie zijn om de Kerngroep in te schakelen. - Meer informatie over de Kerngroep volgt in het volgende hoofdstuk. De problematiek kan worden opgeschaald indien (bijna) de gehele situatie/ groep ernstige overlast veroorzaakt. Partijen moeten dit gezamenlijk afwegen. Wanneer sprake is van twijfel kan advies worden opgevraagd bij de voorzitter van de Kerngroep.

14

Aanpak overlast in de openbare ruimte

www.dordrecht.nl

15

Ernstige overlast

3.3.1 De Kerngroep • In de Kerngroep bevinden zich de partners die een rol spelen bij het analyseren van de problematiek. Dit zijn Politie, Jongerenwerk, Handhaving, woningcorporaties, Leerplicht, Werkshop en het Sociaal Wijkteam. Dit is de eerste schil van de Kerngroep. - Daarnaast kunnen afhankelijk van de casus andere partijen deelnemen, zoals reclassering. Dit is de

3.3 Ernstige overlast Bij ernstige overlast is het mogelijk de aanpak op te schalen naar de Kerngroep en/of het Interventieteam. Daarnaast kan ook hier in overleg met Team Veiligheid worden gezocht naar bestuurlijke maatregelen zoals een gebiedsverbod of cameratoezicht. Het gaat hier nadrukkelijk om de meest ernstige casussen, waarbij individuen vaak- en veel overlast veroorzaken, veelal met een grote impact op de omgeving en meestal gerelateerd aan- of als onderdeel van een groep. In deze fase vindt altijd afstemming met het Meldpunt en ZVH plaats. We willen voorkomen dat personen besproken worden op meerdere tafels zonder dat van elkaar te weten. Daarnaast wordt een beroep gedaan op elkaars expertise. In de praktijk blijkt dat dit de meest tijdrovende casussen zijn waardoor het belangrijk is dat alle partijen, voor zover dit mogelijk is, andere werkzaamheden laten vallen om zo snel mogelijk tot een aanpak te komen. Hoe snel dit is, is afhankelijk van de urgentie van de casus. Indien sprake is van hoge urgentie wordt van alle partners verwacht dat zij snel beschikbaar zijn om te voorkomen dat de overlast zal verspreiden. De wijkmanager is de regievoerder ten aanzien van de gehele overlast aanpak. Dit blijft zo, ondanks dat één of een aantal individuen worden doorgezet naar de Kerngroep.

Enkel wanneer de uitzonderlijke situatie zich voordoet dat het aantal individuen wat wordt doorgezet zeer groot is en (bijna) de gehele groep beslaat kan de regie worden overgedragen naar de voorzitter van de Kerngroep. De wijkmanager heeft de casusregie, de voorzitter de procesregie. Hier is wel van belang om te realiseren dat de overall regie bij de wijkmanager blijft. Op individueel niveau zit deze regie bij de voorzitter van de Kerngroep of het Interventieteam. Het opschalen naar de Kerngroep kan om twee redenen: • Alle mogelijkheden binnen de vorige fases zijn benut maar hebben geen- of niet genoeg effect en de betrokkene is in de afgelopen 6 maanden 2 keer in contact (mutaties gerelateerd aan (ernstige) overlast) geweest met de politie, of; • Wanneer in relatief korte tijd een situatie ontstaat waarbij meteen sprake is van ernstige overlast. Hier is de verwachting dat interventies vanuit partners geen effect hebben en is het op basis van het gedrag van het individu proportioneel om meteen op te schalen. Normaliter worden de personen eerst besproken in de Kerngroep voordat zij worden opgeschaald naar het Interventieteam. De wijkmanager meldt de personen aan bij de voorzitter. Dit gaat telefonisch of via een beveiligde mail. De voorzitter van de Kerngroep heeft toegang tot het beveiligde systeem en kan hier alle informatie vinden.

De wijkmanager kan één of enkele individuen opschalen, of kan in de meest ernstige gevallen ervoor kiezen om de gehele groep op te schalen. Meer informatie over het aanmelden is weergegeven in de bijlage.

16

Aanpak overlast in de openbare ruimte

flexibele schil van de Kerngroep. - Het Kerngroep overleg vindt minimaal één keer per maand plaats, maar kan vaker worden ingepland afhankelijk van het aantal ingebrachte casussen. • De voorzitter van de Kerngroep zal voor het overleg aan de hand van het voorgaande proces en de daarbij ingezette interventies beoordelen of de aangedragen personen ‘geschikt’ zijn en of het noodzakelijk is om hen in de Kerngroep te bespreken. - Dit is de oriënterende fase waarin de voorzitter nagaat wat al is gedaan. Het voortraject wordt indien nodig op alle leefdomeinen in kaart gebracht. - Indien de voorzitter van mening is dat er nog kansen liggen in het voortraject wordt dit besproken met de wijkmanager en zal hij of zij, eventueel samen met de voorzitter, zoeken naar interventiemogelijkheden. - Afstemming vindt ook plaats met het Meldpunt en ZVH. • Voor iedere aanwezige partij binnen het Kerngroep overleg geldt dat één persoon vanuit de organisatie aanwezig is. Hij of zij heeft de taak om vanuit de betreffende organisatie informatie op te halen en deze met de aanwezige partners te delen. - Dit zal in de praktijk de medewerker zijn die het dichts bij de betreffende persoon staat. Het is dus afhankelijk van de casus wie er vanuit een organisatie zal deelnemen. - Hierdoor kan het gedurende één Kerngroep overleg voorkomen dat verschillende wijkagenten of jongerenwerkers aanwezig zijn.

Zij zullen elkaar afwisselen zodat zij enkel aanwezig zijn bij de casussen waar zij zich mee bezig houden. - Het is niet noodzakelijk dat de wijkmanager aanwezig is gedurende dit overleg, aangezien hij of zij alle informatie al heeft doorgegeven aan de voorzitter. • Alle relevante informatie wordt gedurende het overleg besproken om vervolgens gezamenlijk te bepalen wat zij de persoon in kwestie gaan aanbieden, het sociaal aanbod. De eerder ingezette interventies worden gedurende deze periode waar nodig gecontinueerd. - Het sociaal aanbod is een strategie van de partners die zij onderling met elkaar hebben afgestemd en goedkeurig voor hebben gegeven. Hier worden kansen geboden die passen bij het individu en de situatie. Daarnaast kunnen ook personen uit het netwerk een aanbod krijgen. Voorbeelden zijn weergegeven in bijlage 2. - Daarnaast bepalen partners of bemiddeling nodig is naar hulpverlening, scholing of werk. De Kerngroep bekijkt ook of de hulpverlening die overlastgevers al eerder aangeboden hebben gekregen uitgebreid of verfijnd dient te worden. Het sociaal aanbod is vrijwillig, maar niet vrijblijvend. Het is (indien nodig) integraal op alle leefgebieden. Daarom doen de partijen die betrokken zijn het aanbod gezamenlijk. Om dit te realiseren, maken ze samenwerkingsafspraken. - In andere woorden: De partners gaan gezamenlijk maatwerk leveren.

www.dordrecht.nl

17

• De wijkmanager weet dat de Kerngroep met casussen uit zijn of haar wijk bezig is en ontvangt een algemene terugkoppeling na afloop van het overleg, maar zal geen informatie ontvangen wat-, wanneer- en door wie wordt

3.3.3 Het Interventieteam • De partners binnen het Interventieteam treden repressief op.

gedaan. Dit om te voorkomen dat veel specifieke en casusafhankelijke informatie heen en weer wordt gemaild.

De partijen binnen dit team (die aanwezig zijn gedurende het overleg)

Daarnaast kan hij/zij in het beveiligde systeem zien welke maatregelen en interventies ingezet gaan worden.

zijn Gemeente Dordrecht, Handhaving, Politie en Sociale Dienst

• Vanuit de gemeente wordt na het overleg een brief gestuurd naar de betrokkene om hierin aan te geven dat

Drechtsteden (SDD). Daarnaast kunnen op basis van de casus(sen)

hij of zij onder de aandacht is en wordt besproken in de Kerngroep. Indien de persoon minderjarig is ontvangen de ouders of verzorgers een brief dat hun kind wordt besproken. Vanaf 16 jaar ontvangt de persoon ook zelf een brief. Voorbeelden zijn weergegeven in bijlage 5 en 6.

andere partijen aansluiten, zoals jongerenwerk. • Hoe vaak het Interventieteam overleg plaatsvindt is afhankelijk van het aantal casussen die worden ingebracht.

• Nadat interventies zijn ingezet koppelen de betreffende partijen dit terug naar de voorzitter. De voorzitter

• Het sociaal aanbod vanuit de Kerngroep en alle andere interventies

monitort de effecten van de interventies en zal dit in het beveiligde systeem noteren. Op basis van het plan

worden vanaf hier stopgezet om duidelijk te maken dat dit echt zijn

van aanpak kan indien nodig de persoon nog een keer besproken worden in de Kerngroep.

of haar laatste kans is.

• Wanneer personen het aanbod afslaan zal vanuit de Kerngroep worden gekeken naar andere mogelijkheden

• Daarnaast gaat het Interventieteam zich niet enkel richten op de

om het gedrag van de betrokkene te veranderen. Hier kan drang en dwang worden ingezet om de persoon

overlastgever zelf, maar ook op het netwerk. Het gaat hier om

alsnog te bereiken. De partners bekijken per casus wat als ‘stok achter de deur’ kan worden ingezet om de

personen die het gedrag van de overlastgever faciliteren, een slechte

gedragsverandering te bevorderen.

invloed hebben op de overlastgever, het gedrag van hem of haar niet

• Meer informatie over de Kerngroep is weergegeven in bijlage 2.

corrigeren of waarbij de verwachting bestaat dat zij kunnen meehel-

• Indien het gedrag dusdanig uit de hand loopt zal de casus worden opgeschaald naar het Interventieteam.

pen om het overlastgevende gedrag te stoppen. Dit betreft het directe netwerk van de persoon zoals het gezin, waar hij of zij veel contact

3.3.2 Opschalen naar het Interventieteam • Indien blijkt dat de interventies vanuit de Kerngroep niet het gewenste effect hebben bereikt, kan worden besloten bepaalde personen door te zetten naar het interventieteam. • In deze fase vindt er weer afstemming plaats met het ZVH. Indien nodig wordt een persoon of meerdere personen opgeschaald naar ZVH. • Er bestaat een uitzondering op de regel dat individuen via de Kerngroep worden opgeschaald naar het interventieteam: Wanneer partners weten dat een sociaal aanbod of andere interventies geen effect zullen hebben

mee heeft. • Tenslotte wordt gekeken of er voldoende inbreekpunten zijn. Dit betreffen zaken die het Interventieteam als handvatten kan gebruiken gedurende de aanpak. • Gedurende het Interventieteam overleg wordt de verzamelde informatie ten aanzien van de overlastgever en zijn of haar netwerk besproken, de zogeheten ‘analyse’. Indien blijkt dat er nog kansen liggen bij de Kerngroep kunnen zij ook hier de casus weer afschalen.

op iemand kan het Interventieteam meteen worden ingezet. Dit moet vanuit zowel een handhavende/ controlerende partij, als een hulpverlenings-/zorgpartij worden aangegeven om te voorkomen dat individuen onnodig worden opgeschaald. - Het gaat dan bijvoorbeeld om personen die opnieuw in beeld zijn bij de politie waarbij interventies geen effect hadden in het verleden en zich daarnaast bezig houden met activiteiten die een zeer negatieve impact hebben op de leefbaarheid van een wijk. - De regisseur van het Interventieteam zal altijd aan de partners vragen wat zij al hebben gedaan om te beoordelen of het proportioneel is om het interventieteam in te zetten. - Indien wordt besloten dat er nog mogelijkheden liggen op het gebied van het sociaal aanbod, zal de casus worden besproken met de Kerngroep.

18

Aanpak overlast in de openbare ruimte

www.dordrecht.nl

19

3.3.4 De aanpak van het Interventieteam • Indien de inzet proportioneel wordt geacht kunnen zij een huisbezoek afleggen bij de betrokkene en, indien dit relevant lijkt, bij personen uit het netwerk. Dit wordt overwogen wanneer er minimaal twee overlast meldingen zijn geweest in de afgelopen zes maanden.

4. Afschalen

• Voordat het team op pad gaat moet de wijkmanager op de hoogte zijn wanneer het Interventieteam in de wijk te werk gaat zodat hij/zij niet voor verrassingen komt te staan indien bijvoorbeeld een vraag wordt

Indien blijkt dat ingezette interventies effectief zijn wordt gezamenlijk besloten dat de intensiviteit en/of

gesteld. Daarnaast kan het relevant zijn om vooraf af te stemmen met de woningcorporatie, zij kunnen

zwaarte van de interventies worden afgeschaald. Er zijn geen vaste richtlijnen voor het afschalen, maar factoren

bijvoorbeeld extra informatie verstrekken over de woning.

waar wijkmanagers onder andere naar kijken zijn het aantal meldingen van overlast en de leefbaarheid van de

• Het team wat op pad gaat bestaat uit ongeveer 8 personen. De regisseur van het Interventieteam, de team-

wijk. Het op- en afschalen wordt gezamenlijk bepaald, bijvoorbeeld doordat er geen opgemaakte proces-

leider van het Interventieteam, één persoon van Sociale Dienst Drechtsteden en een aantal agenten en/ of

verbalen meer zijn van de overlastgever in het afgelopen jaar. Wanneer blijkt dat de meldingen omlaag gaan

handhavers voor de beveiliging. Vaak zal de betreffende wijkagent meegaan, maar indien dit niet het geval is

houden partijen wel vinger aan de pols om te voorkomen dat situaties opnieuw escaleren. Dit wordt bijvoorbeeld

zal hij of zij de juiste en meest recente informatie verstrekken aan de regisseur van het Interventieteam.

gedaan door handhaving te verzoeken om iets vaker langs een plek te surveilleren waar in het verleden de

• Het team bevindt zich in gehuurde busjes en de noodzakelijke voertuigen van de politie. Zij rijden gezamenlijk

overlast is ervaren.

naar het adres van de betrokkene en zijn of haar netwerk. Hier wordt vervolgens aangebeld en gevraagd of zij binnen mogen komen om de overlast te bespreken. De persoon wordt vanuit de gemeente Dordrecht benaderd en aangesproken op zijn of haar gedrag. • Het team heeft geen toetredingsbevoegdheid en stelt daarom de vraag of zij binnen mogen komen om de overlastgevende situatie te bespreken. - Bij binnenkomst wordt voor de veiligheid gevraagd of er nog meer personen aanwezig zijn in de woning en of de politie ter controle samen met één van de bewoners de woning mag doorlopen. - Daarnaast wordt door de teamleider om identificatie gevraagd van de aanwezige personen. De gegevens worden genoteerd door de teamleider. • Vervolgens wordt een brief van de burgemeester voorgelezen waarin staat dat de gemeente klaar is met het

5. Evalueren

overlastgevende gedrag. Het doel is om duidelijk te maken dat de overlast moet stoppen. Een voorbeeld is weergegeven in bijlage 5. • Het team is een repressief middel en alle interventies zijn inmiddels stopgezet, maar indien uit het gesprek

Om ervoor te zorgen dat de aanpak effectief en ‘up to date’ blijft is het belangrijk om te evalueren of de huidige procesbeschrijving de juiste manier is om met overlastproblematiek om te gaan. Gedurende een aanpak ten

met de betrokkene blijkt dat hij of zij interesse heeft in een sociaal aanbod wordt dit doorgezet naar de

aanzien van een plek, groep of individu wordt tussentijds al gekeken of de interventies effectief (genoeg) zijn of

Kerngroep. Hier wordt vervolgens gezamenlijk afspraken gemaakt met de betrokkene en deze worden op

dat er gezocht moet worden naar andere mogelijkheden. Om het gehele proces te evalueren wordt 6 maanden

papier gezet.

nadat de procesbeschrijving definitief is voor het eerst geëvalueerd. Vanaf dan zal ieder jaar een evaluatie

• Wanneer iemand weigerde om het Interventieteam binnen te laten en/of zijn of haar gedrag niet verbeterd

plaatsvinden.

op korte termijn, kan het Interventieteam besluiten om de week daarna weer langs te komen. Daarnaast kan, wanneer de huisbezoeken bij de persoon in kwestie niet effectief zijn, het Interventieteam besluiten om

Gedurende de evaluaties zijn alle partners vertegenwoordigd. Zij bereiden zich voor en laten weten waar

personen uit het netwerk te benaderen.

zij gedurende het proces tegenaan lopen, wat goed gaat en wat er beter kan. Daarnaast kunnen een aantal

• Na afloop wordt van ieder bezocht adres een verslag gemaakt door de regisseur. Dit wordt weergegeven in het beveiligde systeem. • Meer informatie over het Interventieteam en de bijbehorende werkwijze is weergegeven in bijlage 2.

casussen als voorbeeld worden aangedragen, bijvoorbeeld uit iedere wijk één (afhankelijk van het aantal casussen per wijk). Hierdoor wordt ten eerste gerealiseerd dat er een overkoepelende aanpak blijft bestaan, maar is er daarnaast ruimte voor innoveren en leren van elkaars ideeën en visies. Echter, indien al eerder suggesties naar voren komen om het proces te verbeteren heeft het de voorkeur om niet te wachten tot de officiële

Voor zowel de Kerngroep als het Interventieteam is van belang dat de voorzitter en regisseur de conclusie(s) van

evaluatie momenten, maar dit meteen door te geven aan de programmamanager aanpak overlast.

de analyse en de interventies t.a.v. de betrokkene terugkoppelen aan de wijkmanager. Zij doen dit door een verslag weer te geven in het beveiligde systeem zodat de wijkmanager dit eventueel kan teruglezen.

20

Aanpak overlast in de openbare ruimte

www.dordrecht.nl

21

Bijlage 1– Format vragen voor de bevordering van het casusoverleg

Algemeen Overlastgebied Doelgroepen classificatie

A = Hinderlijk B = Overlastgevend C = Crimineel

Classificatie per doelgroep Ingevuld op Netwerkpartners

Analyse van de groep/persoon: classificatie: A/B/C Doelgroep

Bijlagen

Soort overlast Kenmerken Omstandigheden Voorgestelde aanpak

Kenmerken groep/persoon Naam van de doelgroep Groepsgrootte Wonen ze in de wijk? Hanglocatie(s) Leeftijd Culturele achtergrond Tijdstippen van overlast Soort overlast Contact met politie Sfeer in de groep Wie hebben voornamelijk last van de groep?

22

Aanpak overlast in de openbare ruimte

www.dordrecht.nl

23

Bijlage 2 – De Kerngroep en het Interventieteam Het aanmelden bij de Kerngroep

Oranje staat voor de individuen waarvan zorg- en overlastsignalen van meerdere partners bekend zijn en waar sociaal aanbod nodig is om in verbinding met het individu te komen. Over het individu wordt de volgende informatie verzameld: • Wat is het groepsgedrag?

Zoals hierboven beschreven worden individuen door de wijkmanager aangemeld voor de Kerngroep. De voorzitter zal voor het overleg bepalen welke individuen wel of niet worden besproken. Vervolgens maakt de aanpak maakt gebruik van een categorisering van het individu binnen de groep (de individuele analyse). Het gaat hierbij niet om wie de meeste antecedenten op naam heeft staan, maar wie de meeste invloed heeft in het groepsdynamische proces. Het besluit van de kleurcodering per individu, wordt door de betrokken partners in de Kerngroep gezamenlijk bepaald om zo het risico van vooringenomenheid, discriminatie en etnisch profilering te voorkomen. Er wordt een schatting gemaakt van een indicering van het individu naar groen, oranje en rood. Hierdoor kan worden gemeten en gemonitord of de aanpak rond een individu de goede kant op gaat. Het dossier van een individu bestaat uit het volgende: • Persoonsgegevens van de betrokkende, waaronder de volledige naam, (huidige) opleiding en/of

• Zijn er risicosignalen? • Vormt de persoon een risico voor het gezin? Ook hier wordt zo veel mogelijk geantwoord met ja of nee. Wel wordt er aangegeven op welk domein de risicosignalen zich bevinden. De basisinformatie die geregistreerd wordt is: naam, adres, woonplaats, geboortedatum en BSN. Deze informatie wordt bij de partners opgehaald: • Leerplicht/RMC: schooluitval en inschrijving ( ja/nee) • Sociaal Wijkteam: in actieve begeleiding ( ja/nee) • Woningcorporatie: overlastsignalen ( ja/nee) • BRP: adresgegevens ( ja/nee) • Jeugdbescherming/politie/OM: risicosignalen ( ja/nee)

werkzaamheden, sociale media accounts, etc. • Een persoonsdossier met informatie van zowel sociale- en veiligheidspartners. Voor het vullen van dit dossier wordt gebruik gemaakt van de leefgebiedenmatrix. • Een netwerkanalyse van de kring rondom de betrokkene en de rol van het gezin. • Strafrechtelijke en/of bestuursrechtelijke geschiedenis zoals boetes en aanhoudingen. • Indien het betrokkenen betreft binnen dezelfde groep krijgen zij allen een eigen dossier waarin de onderlinge

De basisinformatie die geregistreerd wordt van de gezinsleden zijn: naam en geboortedatum. Dit in het kader van vroeg signalering zodat risicofactoren in kaart kunnen worden gebracht. Er wordt specifieke informatie opgevraagd over de volgende onderwerpen: • Vormt de persoon een risico voor het gezin? • Zijn er risicosignalen?

relaties tussen deze individuen worden weergegeven, maar ook de positie van het individu binnen de groep. • Vervolgens een plan van aanpak per betrokkene met interventies per leefgebied.

Rood staat voor de individuen waarvan hulpverlening en Politie aangeven dat de huidige hulpverlening onvoldoende heeft gewerkt en dat problematisch gedrag continueert. Van dit individu wordt een ‘Nee-dossier’

De individuele analyse

opgebouwd (dossier met geweigerde hulpverlening). Het kan soms voorkomen dat de jongere ook in het Veiligheidshuis besproken wordt. Indien dit het geval is, wordt er altijd met de procesregisseur van het Veiligheidshuis

Groen staat voor de individuen die weinig probleemgedrag vertonen en waar jongerenwerk of sociale partners in de aanpak verbinding mee kunnen maken. Hier wordt informatie opgehaald over twee onderwerpen: • Wat is het groepsgedrag? • Zijn er risicosignalen? Het groepsgedrag wordt mondeling gedeeld in de Kerngroep. De partners hoeven niets te documenteren. De informatie over risicosignalen die bij de andere partners wordt opgehaald, wordt alleen met ja of nee beantwoord. Specifieke informatie is niet noodzakelijk. De basisinformatie die geregistreerd wordt zijn naam en geboortedatum. Deze informatie wordt bij de partners opgehaald:

afstemming gezocht. Individuen voldoen aan de volgende aanvullende criteria: • Er zijn meerdere politiecontacten in het afgelopen jaar gerelateerd aan overlast, criminaliteit en/of ondermijnend gedrag. • Het individu maakt onderdeel uit van een netwerk met overlast en criminaliteit en heeft impact op de wijk. • Het individu en/of zijn gezinssysteem heeft een sociaal aanbod geweigerd of onvoldoende meegewerkt, of; • Het individu heeft een sociaal aanbod geaccepteerd, maar continueert zijn overlastgevend-, of crimineel gedrag.

• Leerplicht/RMC: schooluitval en inschrijving ( ja/nee) • Wijkteam: in actieve begeleiding ( ja/nee) Dit betreffen individuen die niet worden besproken in de Kerngroep, maar wel relevant zijn omdat zij bijvoorbeeld meelopen met betrokkenen die wel een oranje of rode indicatie hebben gekregen. Dit is van belang om het groepsgedrag in kaart te kunnen brengen.

Individuen met de voorlopige code ‘rood’, zullen eerst een laatste kans gesprek krijgen. Wanneer het gedrag n.a.v. dit gesprek niet veranderd, worden zij opgeschaald naar een repressieve aanpak. Hiervoor is het noodzakelijk om specifieke informatie te verzamelen. Dit wordt gedaan over de volgende onderwerpen: • Wat is het groepsgedrag? • Zijn er risicosignalen?

24

Aanpak overlast in de openbare ruimte

www.dordrecht.nl

25

De basinformatie die geregistreerd wordt zijn: naam, adres, woonplaats, geboortedatum en BSN. Deze informa-

De leefgebiedenmatrix

tie wordt bij de partners opgehaald: • Leerplicht/RMC: schooluitval en inschrijving ( ja/nee)

Scholing

• Wijkteam: in actieve begeleiding ( ja/nee)

• Er wordt in kaart gebracht of de overlastgever naar school gaat en of er al sprake is van een startkwalificatie.

• Woningcorporatie: overlastsignalen, huurachterstand, overige bijzonderheden.

Een jongerenwerker kan bijvoorbeeld samen met een jongere de mogelijkheden bekijken voor het volgen van

• BRP: adresgegevens, informatie over rijbewijs en reisdocumenten

een opleiding of het maken van een beroepskeuzetest.

• Jeugdbescherming/politie/OM: risicosignalen ( ja/nee)

• Aanbieden van ondersteuning.

• CJIB: overzicht opvragen

• In contact brengen met rolmodellen als stimulans voor het volgen van een opleiding of opleidingskeuze.

• RIEC: bekend ( ja/nee)

• Het, in samenwerking met scholen, organiseren van een informatieavond over opleiding en studiekeuze.

De basisinformatie die geregistreerd wordt van de gezinsleden zijn: naam en geboortedatum. Ook hier het kader

Arbeid

van vroeg signalering zodat risicofactoren in kaart kunnen worden gebracht. Er wordt specifieke informatie opge-

• Er wordt in kaart gebracht of de overlastgever of andere gezinsleden al werken (bijbaan of fulltime) of op zoek

vraagd over de volgende onderwerpen:

is naar werk.

• Vormt de persoon een risico voor het gezin?

• Helpen bij het bepalen van baankeuze of baanswitch d.m.v. een beroepskeuzetest.

• Zijn er risicosignalen?

• Aanbieden van ondersteuning. • Ondersteunen opstellen cv en sollicitatiebrief.

De groepsanalyse

• Vacatures zoeken zowel online, via het netwerk van de overlastgever/ gezinslid als het netwerk van werkgevers/werkmakelaar van de gemeente.

Parallel aan de individuele benadering is een groepsbenadering in de kleurcodering. Zaak is om individuen in de rode categorie steeds verder te isoleren van individuen die wel (zij het met enige pressie) ontvankelijk zijn om in

Financiën

verbinding met professionals ander gedrag te gaan vertonen. Partijen gaan dus trechteren welke namen worden

• Er wordt in kaart gebracht wat de inkomsten zijn van de overlastgever/gezinslid en/of hij/zij schulden heeft.

doorgezet naar de Kerngroep of het Interventieteam om te voorkomen dat veel namen (onnodig) worden door-

• Aanbieden van ondersteuning waaronder schuldhulpverlening en/ of het meegaan naar samenwerkingspart-

gezet. In de kerngroep komen de signalen binnen, waarna er gezamenlijk (door de regisseur en de voorzitter) wordt besloten om een analyse-dag te houden om een groep en/of individu te bespreken. Om tot een of integrale aanpak te komen is deze analyse noodzakelijk. De kern van het groepen pellen, de zogeheten spinnenwebanalyse, bestaat uit informatie verzamelen en analyseren door op basis van die informatie te

ners op het gebied van financiën of juridische ondersteuning. • Ondersteuning m.b.t. regelingen en ondersteuning bij het aanvragen van fondsen (b.v. jeugdsportfonds, stichting leergeld, huiswerkbegeleiding en minimaregelingen). • Workshop of training aanbieden op het gebied van financiën zoals budgetteren.

komen tot een uitvoeringsplan. Het verzamelen van de informatie vindt plaats aan de hand van acht leefgebieden (leefgebiedenmatrix). De mate van extra informatieverzameling, naast de al verzamelde gegevens, wordt

Gezondheid

gedaan op basis van de grove inschaling en codering die heeft plaatsgevonden.

• Er wordt in kaart gebracht wat de geestelijke en lichamelijke gezondheid is van de overlastgever/gezinsleden

De analyse op groepsniveau wordt gedaan aan de hand van de volgende informatie:

(middelengebruik, lichamelijke beperkingen en hulpverleningsverleden).

• Wat is de relatie van het individu in relatie tot de groep?

• Melding in de VIR (Verwijsindex Registratie) bij zorgsignalen.

• Wat zijn de diverse rollen per individu in het groepsgedrag?

• Aanbieden van hulpverlening zoals Intensief Casemanagement, opvoedondersteuning, schuldhulpverlening etc.).

• Wat zijn de bewegingen van de groep (wijk, gemeente, regio, landelijk, internationaal)?

• Workshop of training aanbieden op het gebied van seksualiteit, middelengebruik, depressie, gezonde voeding

• Wat zijn mogelijke inbreekpunten in het groepsproces?

en eenzaamheid.

Dit is ook al gedaan in de vorige stadia en kan mogelijk voor een groot deel uit C3 worden gehaald. Wonen Analyse op omgeving

• Er wordt in kaart gebracht wat de woonsituatie is van de overlastgever/gezin (moeilijke situatie thuis, thuiswonend, zelfstandig of dakloos).

Naast de analyse op persoonsniveau en op groepsniveau wordt informatie verzamelt over de fysieke omgeving.

• Helpen met postadres aanvragen bij dak- of thuislozen.

Alle data samen zijn waardevol voor de groepsanalyse en voor aanbevelingen rondom de (groepsgerichte) maat-

• Meegaan naar samenwerkingspartners op het gebied van wonen.

regelen. Ook kan de informatie nuttig zijn om eventuele fysieke ingrepen in de omgeving in kaart te brengen. Voor de analyse op de omgeving wordt de volgende informatie opgehaald: • Wat is de impact van het individu en de groep op de wijk? • Een wijkscan met sterke en zwakke punten in de fysieke en sociale wijkinfrastructuur (geografische plotkaart)

26

Aanpak overlast in de openbare ruimte

www.dordrecht.nl

27

Sociaal netwerk • Er wordt in kaart gebracht wat het sociaal netwerk is van de overlastgever/gezin. Visueel in kaart brengen van het sociaal netwerk (familie, vrienden, kennissen) door middel van een sociogram. • Signaleren van contacten offline en online in een verkeerd sociaal netwerk (criminaliteit, middelengebruik). Wanneer hier zorgen over zijn wordt dit opgepakt door de Kerngroep leden.

Veiligheidspartners en sociale partners werken nauw samen, onder regie van de voorzitter. In de Kerngroep gaan partners op uitvoerend niveau integraal met elkaar aan de slag in de aanpak van een problematische groep. De Kerngroep doorloopt daarin op grote lijnen de volgende stappen: • Richt zich op het samenstellen en inzetten van een sociaal aanbod voor aangedragen personen in de verwachting dat dit aanbod voor die situatie de overlast, hinder, fraude en/of criminaliteit zal voorkomen en/of

Vrije tijd • Er wordt in kaart gebracht wat de vrijetijdsbesteding is van de overlastgever/gezinsleden. • In kaart brengen van vrijetijdsbesteding (sport, hobby’s en interesses). • In contact brengen met sportverenigingen. • Stimuleren voor het aanvragen van bewonersinitiatieven.

tegengaan. • Het aanbod kenmerkt zich door individueel maatwerk, passend bij de aangedragen situatie, met een positieve insteek (er worden kansen geboden). • Indien, naar oordeel van de Kerngroep, het sociaal aanbod in voorkomende situaties niet aanslaat (niet-willers) dan kan de betreffende situatie worden doorgeleid naar het Interventieteam. • Gedurende het Kerngroep overleg wordt van iedere casus een plan van aanpak opgesteld waarin staat welke

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/891/documents/39506