CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Natuurtoets strandje de Elzen.pdf

Commissie Fysieke Leefomgeving Dordrecht 23 november 2021, gemeente DordrechtBij agendapunt: 1: Gesprek met Staatsbosbeheer en Waterschap Hollandse Delta over de Viersprong10.020 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Natuurtoets Strandje De Elzen te Dordrecht | 2 | 20210293

23 van 28

-

De ijsvogel komt met 1 exemplaar per keer (N=13) voor in de nabije omgeving (200 meter) van de projectlocaties. De projectlocaties zelf zijn in de huidige situatie niet tot nauwelijks geschikt als foerageergebied door de hoge mate van verstoring en het ontbreken van beschutte oevers. De oevers op enige afstand van de projectlocaties, maar binnen 200 meter zijn geschikt als foerageergebied voor ijsvogels. Met een positieve trend en een aantal van 45 broedparen ten opzichte van de aangewezen 20 broedparen is enige verstoring van een enkel exemplaar op deze locatie toelaatbaar. Hiermee zijn negatieve effecten op de IHD van ijsvogel als gevolg van verstoring door geluid, licht en optische verstoring uitgesloten.

-

De bruine kiekendief foerageert boven rietlanden, oevers en graslanden, met name in open gebied, op zoek naar prooien. Uit de literatuur blijkt dat aanwezigheid van recreatie kan leiden tot vermindering van prooien wat kan doorwerken in het nestsucces (krijgsveld, Smits, & Winden, 2008). In de laatste 5 jaar is echter nog nooit een bruine kiekendief waargenomen binnen de projectlocaties en in de nabije omgeving hiervan (bron: NDFF). Door de ligging in het bos en hiermee besloten karakter van het gebied en het ontbreken van hoge dichtheden prooidieren (bijvoorbeeld grote aantallen ganzenkuikens) is uitgesloten dat binnen de projectlocaties en nabije omgeving sprake is van essentieel foerageergebied. Negatieve effecten op de IHD van bruine kiekendief als gevolg van verstoring door licht, geluid en optische verstoring zijn uitgesloten.

Niet-broedvogels Directe verstoring door licht, geluid en optische verstoring op rustende en foeragerende niet-broedvogels binnen de begrenzing van het Natura 2000-gebied is uitgesloten door de afstand van de werkzaamheden (600 meter) tot het Natura 2000-gebied en tussenliggend bos en hoge dijk waardoor (het beperkt aanwezige) geluid en optische verstoring het Natura 2000-gebied niet bereiken of sterk afgenomen zijn tot toelaatbare waardes. Daarnaast liggen open wateren, als zijnde belangrijkste rust- en foerageerlocaties, op meer dan 1200 meter van het planvoornemen. Slaapplaatsen zoals eendenkooien of verstoringsvrije waterplassen van aangewezen niet-broedvogels die de Biesbosch gebruiken als foerageerplaats (grote zilverreiger, aalscholver, smient etc.), zijn niet aanwezig binnen de projectlocaties of binnen de invloedssfeer van 200 meter vanaf de projectlocaties. Belangrijke foerageerplaatsen van niet-broedvogels die de Biesbosch gebruiken als slaapplaats (grauwe gans, brandgans, kolgans, toendrarietgans en kleine zwaan), zoals graslanden, zijn niet aanwezig binnen de projectlocatie en de invloedsfeer van het planvoornemen.

Van soorten zoals aalscholver en grote zilverreiger zijn maximaal één exemplaar binnen het gebied waargenomen, buiten dit zeer marginale aantal valt het voorkomen van deze soorten (oktober-maart) ook buiten het zwem/recreatieseizoen (april-september), waardoor eventuele negatieve effecten als gevolg van optische verstoring in de gebruiksfase op voorhand uitgesloten zijn. Wanneer onverhoopt verstoring optreedt van deze exemplaren (bijvoorbeeld in de aanlegfase) blijft in de omgeving voldoende alternatief foerageergebied over en zijn effecten op de IHD van deze soorten uitgesloten. Negatieve (externe) effecten als gevolg van verstoring door licht, geluid en optische verstoring op de IHD van niet-broedvogels is uitgesloten. 6.1.4 VERVOLGONDERZOEK

Om mogelijk negatieve effecten als gevolg van verzuring en vermesting door N-depositie in kaart te brengen, dient een stikstofberekening uitgevoerd te worden.

Natuurtoets Strandje De Elzen te Dordrecht | 2 | 20210293

24 van 28

PLANOLOGISCHE GEBIEDENBESCHERMING De projectlocatie ligt op ca. 60 meter afstand van het NNN (zie figuur 6-2) en buiten beschermd weidevogelgebied. De projectlocatie ligt niet in het NNN (zie figuur 6-2) en valt ook niet onder gebieden die zijn aangewezen als belangrijk weidevogelgebied. Externe werking hoeft in de provincie Zuid-Holland niet getoetst te worden. Omdat er geen bestemmingsplanwijziging nodig is van een gebied dat ligt in het NNN, is nadere toetsing niet nodig. Overigens is het niet de verwachting dat aanleg- en gebruiksfase leiden tot aantasting van kernwaarden van het nabijgelegen NNN, omdat geen versnippering plaatsvindt, geen oppervlakteverlies, en de recreatiedruk in dit soort terreinen al vrij hoog is. Geschikt zwemweer komt bovendien niet het hele zomerseizoen op alle dagen voor. Het plangebied ligt in de doelgebieden ‘open akkerland’ en ‘waterland’. Deze gebieden vallen formeel niet onder het NNN, maar in deze gebieden kunnen subsidies worden verkregen voor agrarisch natuurbeheer. Het open akkerland richt zich op typische soorten van akkerland, zoals gele kwikstaart en patrijs. Het plangebied is niet geschikt voor dergelijke soorten. Leefgebied water heeft als doelsoorten o.a. bittervoorn en kleine modderkruiper, soorten die wel kunnen voorkomen in het te dempen water.

Omdat ‘leefgebied water’ een subsidiekader is en geen toetsingskader voor ruimtelijke ontwikkelingen, is dit echter niet relevant voor het voorgenomen plan. Op basis van bovenstaande is toetsing aan de planologische gebiedenbescherming van het NNN en weidevogelgebieden niet van toepassing.

Figuur 5. Ligging projectlocaties (rood omlijnd) ten opzichte van het NNN (groen gearceerd) en/of belangrijke weidevogelgebieden (niet binnen bereik van deze kaart). Bron: https://pzh.maps.arcgis.com/apps/webappviewer/index.html?id=698b578f8bf34f5ab624e1f2ae687199&extent=33428.9852%2C415026.1883%2C131473.1813%2C477053.1124%2C28992

Natuurtoets Strandje De Elzen te Dordrecht | 2 | 20210293

25 van 28

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN SOORTENBESCHERMING Op basis van de uitgevoerde quickscan kunnen de onderzoeksvragen t.a.v. soortenbescherming worden beantwoord: S1. Welke Wnb-beschermde soorten maken (mogelijk) gebruik van de planlocatie? Boomvalk (foerageergebied), broedvogels met niet-jaarrond beschermde nesten, algemene broedvogels, vleermuizen (foerageergebied en vliegroute), waterspitsmuis, bever, grote vos en sierlijke witsnuitlibel. S2. Wat zijn de effecten van de voorgenomen werkzaamheden op deze beschermde soorten? Verstoring van foeragerende boomvalken, verstoring van vleermuizen, verstoring en/of vernieling van nesten, vernietiging leefgebied, verstoring en doding exemplaren waterspitsmuis, bever, grote vos en/of sierlijke witsnuitlibel. S3. Is aanvullend ecologisch onderzoek naar één of meerdere soorten noodzakelijk? Ja, onderzoek naar het foerageergebied van boomvalk, het leefgebied van waterspitsmuis en sierlijke witsnuitlibel./ S4. Welke voorzorgsmaatregelen dienen te worden uitgevoerd om negatieve effecten op beschermde soorten te voorkomen? In onderstaande tabel zijn de benodigde voorzorgsmaatregelen opgenomen. Voor de volledigheid is aan deze tabel tevens de eventuele noodzaak van aanvullend ecologisch onderzoek opgenomen. Overzicht benodigde voorzorgsmaatregelen.

(Mogelijk) aanwezige soort(groep)en

Broedvogels

Vleermuizen

Grondgebonden zoogdieren

Benodigde voorzorgsmaatregelen t.a.v. soorten met aanvullend beschermingsregime (art. 3.1, 3.5 en 3.10) - Werken buiten het broedseizoen (half maart t/m half augustus) - Indien de werkzaamheden in het broedseizoen uitgevoerd dienen te worden: o voorafgaand aan de werkzaamheden en buiten het broedseizoen de struiken rooien. Voorafgaand aan het rooien dient men contact op te nemen met een ecoloog; o als de struiken en bomen niet kunnen worden gerooid buiten het broedseizoen: voorafgaande aan het werk een broedvogelcontrole uitvoeren. Werkzaamheden in de periode 1 maart – 1 november alleen uitvoeren tussen zonsopkomst en zonsondergang; Geen verlichting toepassen bij werkketen en opslag materieel. Zoveel mogelijk begroeiing in de oeverzone sparen; Geen verlichting toepassen in de gebruiksfase van het aan te leggen strand; Wanneer verlichting in de gebruiksfase toegepast wordt, dient een nader onderzoek naar een vliegroute en foerageergebied uitgevoerd te worden. Vooralsnog is een nader onderzoek naar vleermuizen niet van toepassing. Bever De werkzaamheden worden jaarrond tussen zonsopkomst en zonsondergang uitgevoerd. Voorafgaand aan het verwijderen van vegetatie in de waterkolom wordt eerst een ronde gelopen, om eventuele bevers binnen de invloed van de werkzaamheden de kans te geven om te vluchten.

Natuurtoets Strandje De Elzen te Dordrecht | 2 | 20210293

26 van 28

Vlinders, libellen en overige ongewervelden

Waterspitsmuis: Nader onderzoek uitvoeren Grote vos: In periode september - februari struiken verwijderen. Sierlijke witsnuitlibel Nader onderzoek naar deze soort van toepassing.

Aanvullende voorzorgsmaatregelen (t.a.v. zorgplicht) • • • • • •

Aanwezige beplanting binnen de projectlocatie (met name bomen en struiken) zoveel mogelijk behouden; Werken van één kant af om fauna de kans te geven zelfstandig te vluchten; Dempen van de watergang vanaf de oever naar het open water toewerken; Enkel bij daglicht werken om verstoring van nacht-actieve soorten (zoals vleermuizen en bever) te voorkomen; Watervegetatie op een langzaam tempo verwijderen; Zoveel mogelijk gebruik maken van bestaande sporen, wegen en paden.

S5. Is het noodzakelijk om voor de voorgenomen werkzaamheden een ontheffing van de Wnb aan te vragen? Dit is afhankelijk van de resultaten van het nader onderzoek.

GEBIEDENBESCHERMING Op basis van de uitgevoerde quickscan kunnen de onderzoeksvragen t.a.v. gebiedenbescherming worden beantwoord: G1. Ligt de projectlocatie in of nabij een Natura 2000-gebied, binnen het NNN of binnen een belangrijk weidevogelgebied? Ja, nabij het Natura 2000-gebied Biesbosch. Nee, niet binnen het NNN of beschermd weidevogelgebied. G2. Kunnen negatieve effecten op beschermde gebieden bij voorbaat worden uitgesloten? Grotendeels. Uit de voortoets is gebleken dat het planvoornemen geen negatieve effecten veroorzaakt op de instandhoudingsdoelstellingen van het nabijgelegen Natura 2000-gebied Biesbosch. Een uitzondering hierop vormt de eventuele vermesting en verzuring als gevolg van een toename in de stikstofdepositie. Negatieve effecten op NNN of weidevogelgrasland zijn bij voorbaat uitgesloten. G3. Is een aanvullende toetsing aan de gebiedenbescherming noodzakelijk? Ja. Er is een stikstofdepositieberekening (AERIUS-berekening) noodzakelijk. Afhankelijk van de uitkomsten hiervan zijn mogelijk verdere toetsingen nodig.

Natuurtoets Strandje De Elzen te Dordrecht | 2 | 20210293

27 van 28

BIBLIOGRAFIE Krijgsveld, K., Smits, R., & Winden, J. V. (2008). Verstoringsgevoeligheid van vogels. Update literatuurstudie naar de reacties van vogels op recreatie. Culemborg: Bureau Waardenburg. NDFF, geraadpleegd in periode maart-april 2021, https://www.ndff-ecogrid.nl/uitvoerportaal/ Verspreidingsatlas.nl, geraadpleegd in periode maart-april 2021, www.verspreidingsatlas.nl Sovon.nl, geraadpleegd op 21 april 2021, www.sovon.nl/gebieden

Natuurtoets Strandje De Elzen te Dordrecht | 2 | 20210293

28 van 28

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/388/documents/13824