CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording technische vragen Begroting 2026 - 1e ronde.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 11 november 2025, gemeente DordrechtBij agendapunt: 20: Vaststelling Begroting 2026 - Raadsvoorstel13.453 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

College-algemeen

68

CU-SGP

We lezen dat de inzet van de toekomstmakelaars wordt uitgebreid naar de Staart en Oost. Gebeurt deze uitbreiding met de bestaande formatie of worden deze uren en teams uitgebreid?

48

De uitbreiding van de aanpak met toekomstmakelaars naar Centrum en Oost gebeurt op basis van de bestaande formatie.

Rik van der Linden

69

CU-SGP

Welke inzet levert de gemeente Dordrecht komend jaar om te onderzoeken welke leegstaande kantoorgebouwen in de toekomst kunnen worden gebruikt voor wonen?

58

Transformatie van kantoren gebeurt op initiatief van de markt, de gemeente treedt hooguit faciliterend op. In de jaren 2010-2022 is er 80.000 m2 getransformeerd (met name in ‘de Schil’).

Maarten Burggraaf

Wel monitoren we in het kader van de Omgevingsvisie of er voldoende kantoorruimte beschikbaar blijft. In opdracht van de provincie is een behoefteraming gedaan. Hieruit blijkt dat in de kantorenvoorraad in periode tot 2040 moet worden uitgebreid met 17.900 m2 (min.) – 21.100 m2 (max.). Het percentage van 2,1% bij het huurderdeel is een redactiefout. In de gehele begroting 2026 en in de Tanja de Jonge verordening is het juiste indexatiepercentage van 2,8% toegepast. De bedragen zijn correct berekend op basis van dit percentage.

70

CU-SGP

Bij de afvalstoffenheffing staat bij de indexering voor eigenaars een percentage van 2,8, bij huurders 2,1 terwijl de bedragen gelijk zijn. Is dat een foutje? Indien niet, graag een verklaring voor het verschil.

80

71

CU-SGP

De afvalstoffenheffing voor een gezin is ongeveer anderhalf maal de rioolheffing. Bij de kwijtschelding is de verhouding 3:1. Blijkbaar wordt afvalstoffenheffing vaker kwijtgescholden dan rioolheffing. Wat is daarvan de oorzaak?

86

72

CU-SGP

Welke voorzieningen/dienstverlening binnen het sociaal domein mogen wettelijk gezien inkomensafhankelijk zijn? Bij welk van deze onderdelen passen we dit al toe in Dordrecht?

93

Voor maatwerkvoorzieningen binnen de Wmo mag de gemeente nog geen inkomensafhankelijke eigen bijdrage vragen, omdat het huidige systeem nog werkt met het vaste abonnementstarief. Voor algemene voorzieningen geldt dit niet.

Chris van Benschop

73

CU-SGP

- 'Medewerkers, vrijwilligers en piketmedewerkers binden zich minder lang aan onze organisatie. De VRZHZ zet zich in op het blijven boeien en binden tegen de achtergrond dat doorgroei en wisselingen ook gezond zijn voor een organisatie. De financiële keerzijde is dat in de repressieve kant meer collega’s een korter dienstverband hebben en daardoor meer collega’s opgeleid moeten worden.' Dit is het tweede jaar op een rij dat dit risico genoemd wordt. Heeft VRZHZ het afgelopen jaar erop ingezet om dit risico te verkleinen? Zo ja, hoe?

VP VRZHZ

De VRZHZ heeft het afgelopen jaar actief ingezet op het vergroten van binding en behoud van medewerkers, vrijwilligers en piketmedewerkers. In de afgelopen periode zijn meerdere gerichte wervingscampagnes uitgevoerd en is een nieuwe arbeidsmarktcommunicatie campagne gelanceerd om onze identiteit als aantrekkelijke werkgever te versterken. Daarnaast wordt gewerkt aan een beleid voor duurzame inzetbaarheid en duurzame arbeidsvoorwaarden die inspelen op veranderende behoeften van medewerkers. Er gaan diverse pilots lopen om deze ideeën in de praktijk te toetsen en verder te ontwikkelen. Ook zijn er diverse vitaliteitsactiviteiten gestart welke een doorlopend karakter hebben, wordt er actief loopbaanbegeleiding geboden en is er volop ruimte voor ontwikkelgesprekken met onze medewerkers. Het lopende leiderschapsprogramma versterkt het verbindend leiderschap binnen de organisatie en draagt op die manier ook bij aan het behoud en de betrokkenheid van medewerkers.

Nanning Mol

74

CU-SGP

- Welke projecten vallen onder cofinanciering met provincie of Rijk en hoe wordt de ontvangst daarvan geborgd?

Projecten

a. Als uw vraag betrekking heeft op het projectenoverzicht ”Agenda Dordt 2030” op blz. 178 en 179 van de begroting dan is het antwoord dat voor de Spoorzone, Spuiboulevard, Regiodeal en Dordtse Mijl aan het project zelf gekoppelde subsidies en bijdragen van andere overheden zijn toegezegd en verstrekt. Naast bovenstaande worden ook ten behoeve van bredere beleidsdoelstelling subsidies en bijdragen verstrekt waar ook deze en andere projecten gebruik van maken. Binnen onze gemeente zijn diverse

College-algemeen

Kwijtschelding geldt met name voor het gebruikersdeel van de afvalstoffen- en rioolheffing. De tarieven voor 2026 bedragen respectievelijk € 374,28 en € 116,40, wat zowel voor de heffingen als de kwijtscheldingen overeenkomt met een verhouding van circa 3:1. Mogelijk is in de gestelde vraag ook het eigenarendeel van de rioolheffing meegerekend.

Tanja de Jonge en Rik van der Linden

projecten mede mogelijk gemaakt door subsidies die veelal gericht zijn op ruimtelijke ontwikkeling, duurzaamheid, mobiliteit, sociale innovatie en cultuur. Per oktober 2025 is er een kleine € 394 miljoen aan subsidies aan bijdragen beschikt en onderhanden. b. De gemeente beschikt over financiële systemen en een subsidie volg systeem (SVS) waarin per subsidie alle gegevens worden vastgelegd en bijgehouden. Jaarlijks vindt bij de jaarrekening de subsidieverantwoording aan het Rijk en Provincies plaats met het landelijk, door alle overheden gebruikte SiSa-systeem (Single Information, Single Audit). De accountantscontrole op de SiSa verantwoording maakt een belangrijk deel uit van de jaarrekeningcontrole. 75

BvD

In de begroting wordt een onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele baten en lasten. Kan het college per programma aangeven welke posten als incidenteel zijn aangemerkt en welke onderbouwing is gebruikt bij die kwalificatie, met name voor posten die in meerdere jaren voorkomen maar als incidenteel zijn verantwoord?

Structureel versus incidenteel

Vanaf pagina 163 van de begroting (pdf) is een overzicht per begrotingsprogramma opgenomen van de College-algemeen incidentele baten en lasten. Hierbij is gehandeld conform de uitgangspunten die de toezichthouder stelt aan het mogen opnemen van incidentele posten in de begroting. Voor de uitleg welke baten en lasten structureel en incidenteel zijn is het BBV leidend. De commissie BBV heeft daar nadere duiding aan gegeven in zijn notitie structurele en incidentele baten en lasten uit 2018. In het algemeen geldt dat een gemeente structurele taken uitvoert en daarvoor structurele baten en lasten raamt in de begroting. Structurele baten en lasten zijn dus de regel, incidentele baten en lasten zijn de uitzondering. Deze uitzonderingen moeten inzichtelijk gemaakt worden in het verplichte overzicht van incidentele baten en lasten. Voor structurele baten en lasten geldt in het algemeen, dat zij tot nadere besluitvorming voor onbepaalde tijd in de begroting staan. Met andere woorden, er is (nog) geen einddatum bekend. Dit noemt men ook wel structureel bestaand beleid. Incidentele baten en lasten betreffen die posten die het begrotingssaldo incidenteel beïnvloeden. Deze posten zijn tijdelijk c.q. hebben een eindig doel. Met andere woorden, er is een einddatum bekend.

Drie of vier jaar opnemen van een raming is daarbij geen harde scheidslijn meer bij het bepalen of een begrotingspost structureel of incidenteel is. Wanneer de einddatum vier of vijf jaar ligt na het voor het eerst opnemen van een post, kan deze post nog steeds aangemerkt worden als incidenteel. Hoe verder de einddatum ligt na (het hulpmiddel van) drie jaar, hoe minder aannemelijk gemaakt kan worden dat er sprake is van een reële einddatum. Van een begrotingspost waarvan de einddatum over tien jaar ligt kan moeilijk aannemelijk gemaakt worden dat deze post het begrotingssaldo incidenteel beïnvloedt. Waar de grens precies ligt is moeilijk aan te geven, aangezien het BBV geen scherpe definitie geeft wat structureel of incidenteel is. Het BBV laat ruimte aan de decentrale overheden omdat dit past bij de eigen beoordeling van de lokale omstandigheden (‘principle based’). De gehanteerde uitgangspunten dienen vooraf in beleidsnota’s (bijvoorbeeld de financiële verordening) te zijn vastgelegd.

76

BvD

Kan het college per investeringsproject met een looptijd langer dan 3 jaar aangeven hoe de actuele realisatiegraad zich verhoudt tot de oorspronkelijke planning en welke projecten structureel onderrealisatie vertonen waardoor kapitaallasten onnodig worden doorgeschoven?

Doorlooptijd investeringen

77

BvD

Kan het college specificeren welk aandeel van de totale personele lasten in 2026 bestaat uit externe inhuur, uitgesplitst per programma en per categorie (adviseurs, projectleiders, IT, communicatie, beleidsondersteuning)?

Externe inhuur per programma

78

BvD

Kan het college toelichten hoe de voorziening voor negatieve grondexploitaties is berekend, welke discontovoet daarbij is gehanteerd en hoe die zich verhoudt tot de parameters in de BBVrichtlijnen?

Voorziening negatieve grondexploitaties

Van deze vraag is het antwoord nog niet gereed. Wij leveren een zo volledig mogelijke lijst aan bij de beantwoording van de tweede ronde technische vragen. Gezien het aantal lopende investeringsprojecten lukt het ons niet om dit bij de eerste ronde op te leveren.

College - algemeen

College-algemeen

Alle grondexploitaties (zowel winstgevend als verlieslatend) worden gewaardeerd op eindwaarde. Dit is Tanja de Jonge het saldo van alle toekomstige geldstromen tot en met het einde van de looptijd van de exploitatie. Hierbij worden ook de kosten- en opbrengstenstijging (parameters) meegerekend. Bij een verlieslatende exploitatie, wordt ter hoogte van dit saldo een verliesvoorziening getroffen, zoals door uw raad besloten (1795780). Er wordt in deze berekening dus geen discontovoet gebruikt. Dit is conform BBV. Voorziening op contante waarde, waarbij wel sprake is van een discontovoet, is toegestaan volgens BBV, waarbij de voorziening jaarlijks moet worden aangevuld met dezelfde factor als de discontovoet (minimaal 2%).

79

BvD

Welke duurzaamheidsprojecten (zoals wijkgerichte Financiële dekking Bij de duurzaamheidsprojecten is steeds sprake van incidentele uitgaven: we verstrekken subsidies warmteplannen of isolatieaanpak) zijn in 2026 nog niet structureel duurzaamheidsprojecten aan inwoners of ontzorgen hen, evenals bedrijven en maatschappelijk vastgoed, met advies. Voor de gedekt binnen het programma duurzaamheid en hoe wordt isolatieaanpak is gedurende de hele looptijd financiering beschikbaar vanuit het Nationaal Isolatie voorkomen dat incidentele rijksbijdragen structurele verplichtingen Programma. De personeelskosten die hiervoor nodig zijn, zijn tot de afronding van het NIP in 2030 scheppen? gedekt vanuit het rijksbudget CDOKE. Voor de isolatiemiddelen uit het Volkshuisvestingsfonds geldt dat er nog incidentele dekking nodig is voor de cofinanciering van de wijk Krispijn; hiervoor wordt een raadsvoorstel opgesteld. Voor de wijkuitvoeringsplannen van de warmtetransitie wordt in deze periode samen met HVC gewerkt aan de eerste concrete wijkbusinesscase, namelijk voor Crabbehof. In de komende maanden wordt duidelijk welke incidentele middelen nodig zijn om tot een haalbaar en betaalbaar aanbod te komen, en of dit volledig gedekt kan worden vanuit beschikbare rijksmiddelen. Kortom: voor alle projecten die in uitvoering zijn of gaan in 2026 is er sprake van dekkende financiering.

We voorkomen dat incidentele rijksbijdragen structurele verplichtingen scheppen doordat de aard van de gemeentelijke aanpak zich alleen richt op incidentele gemeentelijke uitgaven.

Tanja de Jonge

80

BvD

Hoeveel van de meerjareninvesteringen in vastgoed (onderwijshuisvesting, sportaccommodaties, kantoren) is toe te rekenen aan energiebesparingsmaatregelen, en welke terugverdientijden hanteert het college daarbij in de kapitaallastenberekening?

Kosten energieneutraliteit gemeentelijk vastgoed

Energiebesparingsmaatregelen zijn onderdeel van de investeringskredieten, maar daarin niet apart te onderscheiden. In raadsvoorstellen voor specifieke investeringskredieten zal in veel gevallen een onderbouwing/toelichting zijn gegeven op de te nemen maatregelen. De terugverdientijden verschillen per maatregel; voor de afschrijftermijnen voor de investeringen wordt aangesloten bij de nota waarderen en afschrijven.

Tanja de Jonge

81

BvD

Op welke wijze borgt het college dat de prestatie-indicatoren in de begroting 2026 SMART zijn geformuleerd? Kan een overzicht worden gegeven van de indicatoren die niet meer meetbaar bleken in de jaarrekening 2024 en welke acties daarop zijn genomen?

Indicatoren en resultaatmeting

Met de Auditcommissie is in 2024 een intensief traject doorlopen om te komen tot nieuwe aanvullende indicatoren, naast de verplichte BBV-indicatoren. Een werkgroep van leden van deze Auditcommissie heeft samen met experts van het Onderzoekscentrum Drechtsteden (OCD) en de ambtelijke ondersteuning een set indicatoren geselecteerd die werkbaar zijn. Deze indicatoren zijn door uw raad vastgesteld bij de Begroting 2025 (dit was een beslispunt in het raadsvoorstel). De kaders die voor deze aanvullende indicatoren zijn gemaakt door de Auditcommissie hebben betrekking op: * Het informatieniveau moet geschikt zijn voor de raad (niet tot op detailniveau, ook niet te abstract); * Politiek onafhankelijk; * Te gebruiken voor een langere periode (bijvoorbeeld 6 jaar); * Een vergelijking van de data van de indicatoren te kunnen maken in de tijd, niet perse met andere gemeenten; * De indicatoren waar mogelijk elk jaar te meten; * Een beknopte set van indicatoren aan te houden (+/- 3 indicatoren per programma); * Integreren in de begroting 2025 (nulmeting) en verder. In 2024 is hiervoor een nulmeting uitgevoerd door het OCD, waarna deze gegevens waren opgenomen in de Begroting 2025. Dit jaar is tweede meting uitgevoerd, de uitkomsten van deze meting zijn opgenomen in deze begroting over 2026.

Conform met het traject dat de Auditcommissie gelopen heeft en de kaders voor deze aanvullende indicatoren, gaat het dus niet om prestatie-indicatoren gekoppeld aan collegebeleid, maar om (21) aanvullende indicatoren die trends volgen en langere tijd te gebruiken zijn. De aanvullende indicatoren zijn achtereenvolgens opgenomen in de Begroting 2025, de Jaarstukken 2024 (gepubliceerd q1/q2 2025), en de Begroting 2026.

Wim van der Kruijff

82

PvdD

Wat verklaart de dalende griffielasten in 2027 en verder?

18

De lasten zijn in 2026 incidenteel hoger omdat een budget beschikbaar is gesteld voor flankerend beleid gekoppeld aan de gemeenteraadsverkiezingen. Dit budget wordt periodiek iedere vier jaar opgevoerd en komt in 2030 weer terug op de begroting van de griffie voor de gemeenteraadsverkiezingen van 2030.

83

PvdD

21

84

PvdD

Wordt de raad bij het nieuwe IVP betrokken middels een uitgangspuntennotitie? Waarom gelden de ecologische principes alleen voor sommige delen van de stad? En op basis van welk vastgesteld beleid. Kan een kaart worden aangeboden met locaties waar ecologisch beheer wordt toegepast?

Ja. Prioriteiten en uitgangspunten worden met de raad besproken voordat het nieuwe IVP wordt Nanning Mol opgesteld. We hanteren van oudsher grofweg 2 soorten onderhoud: ecologisch en traditioneel. We hebben dat Tanja de Jonge vastgelegd in onze (KOR) handboeken. In de ecologische delen van de stad, zoals het Wittensteinpark, wordt onderhoud gepleegd op basis van ecologische principes. In de traditionele delen (vaak de directe woonomgeving) wordt vooral gestuurd op het (netheids)beeld. Dat betekent overigens niet dat binnen de ecologische delen het netheidsbeeld wordt losgelaten of dat binnen de traditioneel onderhouden delen van de stad de ecologie niet belangrijk is. Sterker nog: we sturen steeds vaker op beide principes. Een voorbeeld daarvan is dat er binnen de traditionele gebieden ook veel aandacht is voor ecologisch maaien.

85

PvdD

Wat verklaart de dalende binnenstadslasten in 2028 en verder?

26

De lasten dalen met € 75.000 door de ombuigingsmaatregel 2.2.5 Versobering Binnenstadsbedrijf, waarmee de gemeentelijke bijdrage gelijkgesteld wordt aan wat de andere partners ook bijdragen.

86

PvdD

Er wordt gesteld dat het college speciale aandacht heeft voor onze waardevolle bomen. Op welke manier?

27

In 2024 heeft de raad het bomenprogramma vastgesteld. Daarin is de visie en de ambitie op beheer en Marc Merx onderhoud van de bomen in de stad beschreven. De raad heeft daarbij een budget beschikbaar gesteld dat overeenkomt met scenario C (tot en met 2026). Dat scenario is vooral gericht op 'behouden wat er is'. Budget voor bijvoorbeeld standplaatsverbetering of de zorg voor oude en zieke bomen is er bijna niet. In de recente RIB over de bomen aan de Wolwevershaven geven we aan hoe we met waardevolle bomen in dergelijke projecten omgaan.

87

PvdD

Wat is het voorziene tijdpad voor het nieuwe kapbeleid?

27

Momenteel zijn we met onder andere de Bomenridders Dordrecht in gesprek om het kapbeleid verder vorm te geven. Naar verwachting zal de raad aan het einde van dit jaar middels een RIB op de hoogte worden gebracht van de voortgang.

Marc Merx

88

PvdD

Legt het college ook strengere eisen op aan emissies van handgereedschap bij aanbestedingen?

28

In 2023 heeft het college, bij de behandeling van de kadernota 2024, de motie 'Blaas de benzinebladblazer weg' (PvdD) toegezegd. Daarmee verzoekt de raad het college om bij nieuwe contracten de inzet van benzinebladblazers te vervangen door emissie loos handgereedschap. We nemen in de aanbestedingen daarnaast ook de wens op om alle werkzaamheden waar machines voor gebruikt worden voor 1 april 2029 volledig emissieloos te laten uitvoeren. Voor handgereedschap geldt daarbij dat dit direct bij aanvang van de overeenkomst emissie loos moet zijn. Daarmee brengen we sinds 2024 de toezegging op de motie in de praktijk.

Marc Merx

89

PvdD

Wanneer worden naar verwachting de eerste klimaatstresstesten voor sportparken gedaan? Wordt hier ook de negatieve impact van kunstgras op de omgevingstemperatuur in meegenomen?

29

De eerste klimaatstresstesten voor sportparken staan gepland voor 2026. De invloed van kunstgras op de omgevingstemperatuur wordt daarin meegenomen. Voor sportpark Krommedijk is in 2025 al een klimaatstresstest uitgevoerd, waarin dit aspect eveneens is meegenomen.

Marc Merx en Tanja de Jonge

27

College-algemeen

Marc Merx

90

PvdD

Kan het tijdpad worden geschetst van het onderzoek naar de verdiencapaciteit van de Biesbosch (inclusief de stappen die in afgelopen jaren zijn gezet)?

29

In de kadernota van 2024 is geld beschikbaar gesteld voor een onderzoek naar de exploitatie van het Biesboschcentrum, waarbij het belang werd onderstreept van een centrum met recreatieve, educatieve en natuurwaarde. Dit onderzoek 'Florerend Biesboschcentrum' heeft meer inzicht gegeven in de positionering en ontwikkeling van het centrum en het versterken van haar maatschappelijke meerwaarde. Daarnaast bood dit onderzoek aanknopingspunten om de financiële exploitatie te verbeteren. In 2024 en 2025 hebben we deze verbeterpunten doorgevoerd en hierdoor kan uiteindelijk 200K wordt verdiend/bezuinigd. De bestaande taakstelling Biesboschcentrum (€ 670 000) is hiermee deels ingevuld vanuit de exploitatie van het Biesboschcentrum. Er is tevens onderzoek gedaan naar de mogelijkheden om betaald parkeren in te voeren in het gebied rondom het Biesboschcentrum. Middels een raadsinformatiebrief wordt u hierover dit jaar nog geïnformeerd.

Tanja de Jonge

Echter de restanttaakstelling (€ 570.000 in 2025 aflopend naar € 470.000 vanaf 2027) wordt als bredere opgave gezien voor het héle gebied de Biesbosch. Het College blijft inzetten op het verkennen van oplossingsrichtingen die bijdragen aan een duurzame exploitatie van het gehele gebied, waarbij samenwerking met gebiedspartners, investeringen in voorzieningen en heroriëntatie van bestaande budgetten tot de mogelijkheden behoren. Hiervoor is er een bestuurlijke opdracht uitgezet waarbij we tevens de haalbaarheid van deze bredere opgave onderzoeken. Mogelijke oplossingsrichtingen, worden daarbij integraal verkend. Deze verkenning zal in 2026 plaatsvinden.

91

PvdD

Welke definitie van een 'passende energiemix' hanteert het college?

30

Wat het college verstaat onder een passende energiemix is onder andere opgenomen in het Tanja de Jonge raadsvoorstel over de mogelijke zoekgebieden voor zon- en windenergie en de daarbij behorende Notitie ‘Mogelijke zoeklocaties wind- en zonne-energie Dordrecht’. Het gaat erom de capaciteit van het netwerk zo efficiënt mogelijk te benutten. Het is van belang om de elektriciteitsopwekking zo te organiseren dat de toelevering van elektriciteit aan het net zo gelijkmatig mogelijk verloopt. De combinatie van wind- en zonne-energie kan zorgen voor een gelijkmatiger aanbod van elektriciteit en daarmee wordt het stroomnet efficiënter benut.

92

PvdD

Wat wordt met ‘verkennen’ bedoeld (fonds voor topsportevenementen)? Welk budget wordt hiervoor gereserveerd en waar komt dat budget vandaan?

40

De verkenning richt zich op een publiek-private samenwerking, waarbij structurele betrokkenheid vanuit het bedrijfsleven wordt nagestreefd. Het budget voor de verkenning komt uit de reguliere middelen van sport en evenementen.

Marc Merx

93

PvdD

Kan het verwachte tijdpad van de ontwikkeling van een lokale aanpak bodemdaling worden geschetst?

30

In 2026 wordt een plan van aanpak opgesteld voor de 'leeraanpak'. Daarna wordt naar verwachting in 2026/2027 gestart met de aanpak. Binnenkort kunt u een RIB verwachten met onze aanpak van de problematiek van niet onderheide woningen en openbare ruimte.

Tanja de Jonge en Rik van der Linden

94

PvdD

Hoe zit het met de voortgang van eventuele geluidsreducerende maatregelen van het Zeehavenbedrijf Dordrecht?

32

Zeehavenbedrijf Dordrecht heeft in 2024 een nieuwe milieuvergunning gekregen. Daarin zijn onder Maarten Burggraaf meer geluidvoorschriften opgenomen. Daar moet het bedrijf zich aan houden. Er is geen sprake van een lopend traject of onderzoek naar geluid reducerende maatregelen. In de aanloop naar de nieuwe vergunning is wel uitgebreid met het bedrijf gesproken over de benodigde geluidruimte en maatregelen om de geluidbelasting te verminderen. De uitkomsten daarvan zijn in de nieuwe milieuvergunning vastgelegd.

95

PvdD

Wat verklaart het dalende budget groen in 2027? Hoe past dit binnen het uitgangspunt dat structurele lasten vanuit structurele budgetten moeten worden betaald? Dalen in 2027 de structurele lasten op groen?

37

Het dalende budget voor groen in 2027 komt vooral door het vervallen van twee incidentele budgetten: € 872.000 voor vergroening binnenstad en € 650.000 voor tijdelijk boomonderhoud. Daarnaast is er een structurele ombuiging van € 50.000 op groenonderhoud voorzien en stijgen de kapitaallasten met € 87.000 door investeringen zoals het Stadspark.

Marc Merx

Het uitgangspunt dat structurele lasten uit structurele budgetten moeten worden gedekt, blijft leidend. De structurele ombuiging is beperkt van omvang en past binnen het bredere pakket aan ombuigingen dat vanaf 2027 wordt doorgevoerd om de begroting structureel sluitend te houden. De daling in het budget is vooral het gevolg van het vervallen van tijdelijke (incidentele) middelen.

96

PvdD

Waarom wordt, voor de uitwerking van het Mobiliteitsplan, gestart met de Oostelijke stadswijken en het centrum?

60

De volgorde van de uit te werken gebieden is bepaald op basis van twee criteria: complexiteit en Maarten Burggraaf urgentie. Op beide onderdelen scoorde het centrum hoog. We hebben er echter bewust voor gekozen om eerst te starten met de Oostelijke stadswijken, waar de complexiteit wat lager ligt. Dit geeft ons de ruimte om het nieuwe proces zorgvuldig te testen en eventuele kinderziektes op te lossen. Het centrum wordt vervolgens als tweede gebied uitgewerkt, zodat we de opgedane ervaring direct kunnen toepassen op het meest complexe gebied. In de voorbereiding van kademuurprojecten wordt rekening gehouden met de doelstelling om Rik van der Linden kademuren voor dieren uitklimbaar te maken. Bij projecten waar vervanging of levensduur verlengend onderhoud plaatsvindt en nog geen voorzieningen zoals watertrappen aanwezig zijn, worden faunatrappen aangebracht. De eerste toepassing hiervan is meegenomen in het kadeproject Achterhakkers.

97

PvdD

Op welke manier neemt het college de doelstelling om kademuren voor dieren uitklimbaar te maken mee bij de op pagina 108 genoemde instandhoudings- en levensduurverlengingsmaatregelen?

108

98

PvdD

Wat is er gebeurd met de bezuinigingsmaatregel over de Grote Kerktoren? Kan een volledig overzicht worden gegeven van bezuinigingsmaatregelen die niet in 2026 zijn toegepast, met per maatregel een toelichting waarom hiervoor is gekozen?

155

Deze maatregel gaat in per 2027 en is vanaf dat jaar in de begroting verwerkt. Verdere inhoudelijke Wim van der Kruijff uitwerking van deze maatregel zal in 2026 plaatsvinden. Het volledige overzicht van maatregelen dat in de begroting is verwerkt, is in bijlage 1 bij de Perspectiefnota 2026 opgenomen; voor de volledigheid is deze bijlage bij de beantwoording van deze technische vragen nogmaals opgenomen. In genoemde bijlage is ook zichtbaar vanaf welk jaar de desbetreffende maatregel opbrengsten oplevert. De maatregelen zijn conform deze bijlage bij de Perspectiefnota 2026 in de Begroting 2026 verwerkt. Daarnaast is door middel van een motie een ombuiging toegevoegd op de Rekenkamer van € 50.000 structureel vanaf 2026. Bij het tempo waarin maatregelen opbrengsten kunnen genereren is rekening gehouden met het feit dat maatregelen in de meeste gevallen een voorbereidingstijd nodig hebben. Daarnaast hebben we gekeken naar de noodzaak om maatregelen al in 2026 te laten ingaan. Het financieel tekort in de eerste jaren viel immers mee door tijdelijke compensatie vanuit het Rijk.

99

PvdD

Hoe kan er bij aanleg van kunstgrasvelden rekening gehouden worden met (potentieel) aanwezige flora en fauna als kunstgras het bodemleven vernietigt?

27

Bij de aanleg van een kunstgrasveld komt onvermijdelijk grond vrij en wordt de bodem deels verstoord. Marc Merx en Tanja de We houden hier rekening mee door de bestaande bodemstructuur zoveel mogelijk te behouden, Jonge vrijkomende grond waar mogelijk her te gebruiken en verdichting te beperken. De precieze effecten op het bodemleven zijn lastig vast te stellen, omdat deze sterk afhangen van lokale omstandigheden en niet eenduidig wetenschappelijk zijn vastgesteld. Wel is bekend dat kunstgras het oppervlakkige bodemleven verstoort, waardoor we bij aanleg en beheer streven naar een zo beperkt mogelijke impact.

100

PvdD

Hoe waarborgt het college de bescherming van ons waardevolle bomenbestand bij met onderhoudsniveau C?

27

Scenario C is vooral gericht op 'behouden wat er is'. Budget voor bijvoorbeeld standplaatsverbetering of Marc Merx de zorg voor oude en zieke bomen is er bijna niet. In de recente RIB over de bomen aan de Wolwevershaven geven we aan hoe we met waardevolle bomen in dergelijke projecten omgaan.

101

PvdD

Hoe waarborgt het college de biodiversiteit bij toepassen van kunstgrasvelden?

28

Bij de aanleg van kunstgrasvelden richten we sportparken steeds natuurvriendelijker in. Rondom de velden versterken we de biodiversiteit met bosschages en beplanting die voedsel en schuilgelegenheid bieden voor vogels, plaatsen we nestkastjes en insectenhotels en houden we bij verlichting rekening met vleermuizen. In tussenliggende groenstroken worden inheemse bloemperken en takkenrillen aangelegd om insecten en kleine fauna te ondersteunen. Ook in het beheer van natuurgrasvelden verkennen we met een pilot het gebruik van microklaver, als onderdeel van onze bredere inzet op een gezondere bodem en meer biodiversiteit binnen sportparken.

Marc Merx en Tanja de Jonge

102

PvdD

Kan per bezuinigingsmaatregel worden aangegeven of de bij de Perspectiefnota geraamde besparing ook daadwerkelijk wordt behaald? Kan bij maatregelen waar dit niet lukt worden aangegeven waarom niet?

155

Dat kan op dit moment nog niet. De meeste maatregelen worden momenteel nog verder inhoudelijk uitgewerkt. De maatregelen zijn financieel in de begroting verwerkt. Het komende jaar zullen we op diverse rapportagemomenten (bij de Jaarstukken 2025, de Bestuursrapportage 2026 en de Perspectiefnota 2027) evalueren in hoeverre de maatregelen daadwerkelijk kunnen worden gerealiseerd en of het financieel perspectief wordt behaald. Daartoe hebben we overigens ook een afzonderlijke paragraaf over Ombuigingen opgenomen.

Wim van der Kruijff

103

PvdD

Hoe denkt het college 2.500 tot 3.000 woningen t/m 2026 te realiseren met het huidige tempo en de stikstof-eisen?

57

In de periode 2022 t/m 2024 zijn circa 1.880 woningen gerealiseerd. We verwachten dat in 2025 - 2026 circa 830 woningen worden gerealiseerd in bouwplannen die reeds van start zijn gegaan of weldra starten. Met deze aantallen komen we uit binnen het bereik van 2.500 tot 3.000 woningen in de periode 2022 - 2026.

Maarten Burggraaf

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/929/documents/43767