CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Antwoorden technische vragen voor raadsconsultatie 18 feb 2025 - versie def.pdf

Dordtse Dinsdag – Beeld- en oordeelsvormende commissies 24 juni 2025, gemeente DordrechtBij agendapunt: 4: Dossier Perspectiefnota - Beantwoording Technische vragen18.628 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

De gemeente is contractueel aansprakelijk wanneer korting op subsidie zorgt voor een verlaagde exploitatie bij de Sportboulevard. Dit dient dan (deels) gecompenseerd te worden door de gemeente. 24. 4.2.14: Hoe verhoudt deze bezuiniging zich met de recente toekenning van extra middelen voor

topsport vanuit de sportvisie? Antwoord: Het past noch bij de recente toekenning van extra middelen voor topsport vanuit de sportvisie noch bij de motie "Haal internationaal (top)sportevenement naar Dordrecht”. Het resultaat is daarnaast het niet meer binnen kunnen halen van grote topsportevenementen, maar het ook niet meer kunnen ondersteunen van de kleinere topsportevenementen die in de Sportboulevard plaatsvinden en het niet meer kunnen organiseren van side-events bij deze topsportevenementen t.b.v. de sportstimulering van de breedtesporters. Daarnaast kan hierdoor niet meer worden voldaan aan de exploitatieovereenkomst met Optisport (minimaal 4 topsportevenementen per jaar in de Sportboulevard). Dit zal ook impact hebben op de exploitatie van de Sportboulevard. De gemeente is contractueel aansprakelijk wanneer korting op subsidie zorgt voor een verlaagde exploitatie bij de Sportboulevard. Dit dient dan (deels) gecompenseerd te worden door de gemeente. 24

Het niet meer organiseren van topsportevenementen zorgt ervoor dat de extra positieve effecten voor de stad ook wegvallen zoals citymarketing en economische spinoff. Daarnaast valt het jaarlijkse eren van de sporttalenten en topsporters van de stad, de Sportuitblinkers weg. De ambitie "Topsport inspireert en maakt schapetrots" uit de sportvisie valt in zijn geheel weg. 25. 4.2.15 Wat betekent deze maatregel voor het communicatieplan dat nu wordt uitgewerkt naar

aanleiding van het rekenkamer rapport? Antwoord: Een communicatieplan heeft weinig nut als er geen platform (website) is om mee te kunnen communiceren. Er vallen mensen weg die de communicatie met de sportaanbieders en inwoners voeren, maar er zal ook geen website meer zijn waarop sportaanbieders zichzelf en hun aanbod kunnen presenteren. 26. 4.2.19 Kan het college meer duiden wat onder het niet wettelijk aanbod valt, waarmee gestopt

wordt? Antwoord: Op dit moment kunnen we nog geen duidelijke lijst presenteren van niet-wettelijk aanbod. In regionaal verband, samen met de 9 andere gemeenten in Zuid-Holland Zuid, de Serviceorganisatie Jeugd en juristen, nemen we het huidige dienstenaanbod onder de loep dat regionaal is ingekocht. We maken hierbij gebruik van de basis: de diensten die in 2015 van de AWBZ overgeheveld zijn naar de Jeugdwet. Deze diensten moeten minimaal aangeboden worden. Daarnaast kijken we ook naar aanpalende wetten, zoals de Wet Passend Onderwijs, Zorgverzekeringswet, Wet maatschappelijke ondersteuning en Wet langdurige zorg. Met de vraag hoe we beter kunnen afbakenen: wat valt wettelijk niet onder de jeugdwet maar onder een andere wet? We verwachten de lijst van niet-wettelijk aanbod na het meireces aan de gemeenteraad te kunnen aanbieden. 27. 6.2.6. Is er een onderbouwing van deze redenering?

Antwoord: Bij een verruiming van de regels voor het splitsen ontstaat de mogelijkheid om bestaande grote woningen op te delen in kleinere zelfstandige woonruimtes. Hierdoor kunnen in Dordrecht naar schatting 100 extra woningen worden gecreëerd. Dit is gebaseerd op een analyse van de huidige woningvoorraad en de potentie van panden die in aanmerking komen voor splitsing. Uit ervaringen in andere gemeenten blijkt dat een deel van deze woningen wordt betrokken door nieuwe inwoners, terwijl een ander deel wordt ingevuld door inwoners uit de betreffende gemeente, via doorstroming of herhuisvesting. Op basis van vergelijkbare situaties is de verwachting dat in circa 50% van de gevallen nieuwe bewoners zich in Dordrecht zullen vestigen. Door een toename van het aantal woonruimten en inwoners neemt de Rijksbijdrage aan de gemeente toe.

25

28. 7.2.4. Hoe wordt de kostendekkende doorbelast? Gaat dit tot meer kosten leiden bij

gemeentelijke instelling, sportinstellingen en andere maatschappelijke organisatie? Antwoord: Dit wordt verwerkt in huurprijzen (extern) of interne doorbelasting (intern). Dit kan effect hebben op alle huurders/gebruikers. 29. 7.2.5: De gemeenteraad heeft in 2016 en opvolgend in 2020 besloten om De Dubbel te renoveren

en daarmee te behouden met de expliciete onderbouwing dat de afweging over langer behoud van het zwembad voor tenminste 15 jaar vastgelegd wordt. 1. Waarom staat dit nu opgenomen in een lijst met ombuigingen t/m jaarschijf 2029? Antwoord: Geen technische vraag. 30. 2. Welke afspraken zijn hier indertijd met het bestuur van De Dubbel over gemaakt?

Antwoord: Er is bij de oplevering in 2021 een bruikleenovereenkomst afgesloten tussen de gemeente en de Dubbel. 31. 3. Welk aandeel van de weergegeven besparing bij sluiting van De Dubbel betreft kapitaallasten?

Antwoord: Het aandeel kapitaallasten is jaarlijks €200.000 32. 7.2.6. Betekent deze ombuiging dat de taken en toegevoegde waarde van het Stadsherstel fonds

blijft bestaan en overgenomen wordt door meer beleggers? Of betekent dit een inperking van het Stadsherstelfonds? Antwoord: Het gaat om het initiatief om te komen tot een nieuw stadsherstelfonds, geïnitieerd vanuit de bij de stad betrokken beleggers, waar monumentale panden die thans in eigendom zijn van de gemeente (evenals monumentale panden die niet eigendom zijn van de gemeente) in onder gebracht kunnen worden. Het gaat dus om een nieuw initiatief. Overigens, en dat klopt, Dordrecht kent al langer het fenomeen van stadsherstelfondsen. De laatste Dordtse N.V. Stadsherstelfonds met toen nog deelname van de regionale woningbouwcorporaties is in 2016/2017 met de inwerkingtreding van de nieuwe Woningwet (en de voor de corporaties opgelegd restricties rond investeringen corporaties in commercieel vastgoed) beëindigd.

Algemeen: 33. Opmerkingen vooraf: Klopt het dat de ombuiging op personeelskosten en inhuurkosten niet meegenomen zijn in de totaal telling naar € 25 mln. Zo ja, wanneer is deze optelling te verwachten om mee te nemen in de totale besluitvorming?

26

Antwoord: Dit klopt niet. De ombuigingen op personeel zijn wel in de telling meegenomen. In de algemene inleiding is hierop een toelichting opgenomen. 34. Komt het college richting de VJN ook met een nieuwe inventarisatie welke niet gebruikte

reserves/ voorzieningen kunnen vervallen? Antwoord: Ja, het herijken van reserves en voorzieningen vindt jaarlijks plaats binnen de P&C-cyclus. Herijken van voorzieningen is onderdeel van het jaarrekeningproces. Herijken van reserves gebeurt zowel bij jaarrekening en perspectiefnota. 35. Wat is het huidig beleid op Reclamebelasting? Wordt dit nu geind En zo ja voor hoeveel? Wat zijn

de uitgangspunten/ % en is het mogelijk om dit te verhogen? Antwoord: Met de oprichting van het ondernemersfonds in 2024 is de verordening reclamebelasting binnenstad ingetrokken, nadat deze in de jaren hiervoor op 0 was gezet. Verhoging is dan ook niet aan de orde. 36. Wordt de meicirculaire meegenomen in het pakket voor de Perspectiefnota?

Antwoord: De meicirculaire verschijnt te laat in de tijd (over het algemeen eind mei/begin juni) om nog mee te kunnen nemen in het pakket van de perspectiefnota. Wel zullen wij snel nadat de Meicirculaire is gepubliceerd een eerste financiële vertaling maken en de uitkomst hiervan met uw raad delen. Zodat dit nog betrokken kan worden bij het bestuurlijk besluitvormingsproces. Aanlevering van de Perspectiefnota 2026 is gepland op 6 juni 2025. Afgelopen jaren verscheen de circulaire eind mei of begin juni. Het in de perspectiefnota opnemen van de Meicirculaire is daarmee niet mogelijk. Zodra een reële indicatie mogelijk is wordt deze met uw raad gedeeld. 37. Wat zou het opleveren qua bezuiniging als er 5% op het totale opleidingsbudget gekort wordt?

Antwoord: Op basis van het studie en opleidingskosten budget: Budget 2025: € 1.888.759,00 daar 5% = € 94.437,95 Budget 2026: € 1.888.756,00 daar 5 % = € 94.437,80 De jaren 2027 en verder kom je op circa hetzelfde bedrag uit. 38. Wat levert het op als we stoppen met de stadsdichter?

Antwoord: Het huidige budget voor de stadsdichter is jaarlijks €7.000, waarvan €5000 honorarium en €2000 voor projecten/initiatieven binnen het stadsdichterschap. Dit is geen onderdeel van de culturele basisinfrastructuur. 27

39. Wat als we stoppen met het Duurzaamheidscentrum en de kinderboerderij behouden?

Antwoord: Deze ombuigingsmogelijkheid is niet opgenomen, omdat dit verregaand ingrijpt in de uitvoering van beleid op diverse vlakken, waaronder op het gebied van onderwijs, duurzaamheid, natuuren milieu, vergroening, schoon/afval, klimaatadaptatie, en aanpalende beleidsvelden zoals sport, vitaliteit, gezondheid en voeding. Weizigt vertegenwoordigt hierin een belangrijke publiek maatschappelijke functie. Met haar activiteiten en lesprogramma’s inspireert, activeert en leert Weizigt. Zo brengt zij inwoners van Dordrecht en hun leefomgeving en gemeentelijke doelstellingen dichter bij elkaar. Dit doet zij op haar terrein, een groene oase in het centrum van Dordrecht, waarbij zij een publieke functie vervuld voor de verschillende beleidsvelden. Maar ook met activiteiten in de verschillende wijken (bijvoorbeeld via de Wijksafari), in de natuur of op school. Het terrein van Weizigt is ook een thuis voor cliënten van dagbestedingsorganisatie Gemiva, die ieder naar eigen vermogen een bijdrage leveren aan deze mooie plek. Het jaarverslag laat zien hoe Weizigt zich in het afgelopen jaar als uitvoerings- en publiekslocatie van gemeente Dordrecht heeft ingezet voor haar inwoners, vanuit verschillende thema's: Lees hier een samenvatting van ons Jaarverslag 2024. Lees hier het complete Jaarverslag 2024. 40. Is er gekeken verminderen regeldruk bij bijv.

Subsidies, vergunningsaanvragen en welstand? Zo ja

wat waren de uitkomsten? Antwoord: Hier is op dit moment niet specifiek naar gekeken. We zijn echter wel bezig om de Asv te herzien. In de huidige versie zijn we al uitgegaan van minimale administratieve druk voor de aanvragers. In de nieuwe versie willen we de grensbedragen verhogen zodat meer subsidie ontvangers in een lager verantwoordingsregime vallen en hierdoor nog minder administratieve lasten hebben, zonder dat er afbreuk wordt gedaan aan de noodzakelijke controle door de gemeente. 41. Is er vanuit vastgoed gekeken of alle gebouwen noodzakelijk zijn voor de gemeente? En moeten

we ze allemaal in eigen beheer en eigen kosten houden? Antwoord: Ja daar is naar gekeken. De gemeente hanteert voor het vastgoed een kernportefeuille en een dispositieportefeuille. De kernportefeuille bestaat uit panden die de gemeentelijke beleidsdoelen ondersteunen. Panden die dat niet doen vallen in de dispositieportefeuille en worden afgestoten (vaak verkocht). 42. Kunnen de ombuigingen voor het in rekening brengen van no-shows ook bij andere gemeentelijke

dienstverlening in werking stellen? 43. Antwoord:

Dit zou overwogen kunnen worden maar dan is het wel nodig om te kijken of dit ook echt kan en waar.

28

CDA 1.

Pagina 3, Agenda 2030: Zowel de toekomstige beheerkosten als ook de evaluatie van de Agenda 2030 zijn nog niet meegenomen in de begroting. Kan er meer duiding gegeven worden over welke bandbreedte het hier gaat? Antwoord: Zoals aangegeven in de inventarisatie en de Raadsinformatiebrief van 24 juni 2014 is er (vooruitlopend op de evaluatie van de Agenda 2030) een eerste inschatting gemaakt van de beheerkosten die samenhangen met de investeringen (zie ook vraag 3 van Groen Links). Op dit moment is nog geen andere bandbreedte te geven dan eerder met de raad gedeeld. Naarmate plannen en projecten concreter worden kunnen ook toekomstige lasten beter worden geduid.

2.

Pagina 3, Agenda 2030: Waarom levert versoberen van de initiële investeringen geen structurele voordelen op? Antwoord: De initiële investeringen worden gedekt vanuit reserves. Versoberen van de initiële investeringen levert dus eenmalig een voordeel op door de vrijval van reserves.

3.

Pagina 3, Boetes naar de stadskas: Waarom is niet eerder overmorgen om boetes in de stadskas te laten vallen en niet in de staatskas. Boetes op overtredingen van lokale regelgeving vallen toch per definitie in de stadskas? Antwoord: Op dit moment geven wij bestuurlijke boetes bij bepaalde overtredingen van de alcoholwet. Dit is opgenomen in het handhavingsbeleid t.a.v. de horeca en vastgelegd in het alcoholbesluit. Onze planning is om vanaf Q2 bestuurlijke boetes uit te geven voor afval. Dit moet per verordening worden vastgelegd. In deze verordening moet ook de hoogte worden vastgelegd. Op dit moment is hiervoor nog geen juridische grond. Ook voor andere overlast gevende zaken wordt overwogen om bestuurlijke boetes te heffen. Ook hiervoor moet in ieder geval een juridische grond worden gevonden. Hier kan daarom nog geen zekerheid over worden gegeven.

4.

Pagina 4, GR (0.2.1): Gemeenschappelijke regelingen: hoe verhoudt de bijdrage aan de gemeenschappelijke regelingen zich tot andere gemeenten die ook ombuigingen gaan maken? Kan daar een negatief effect zijn voor Dordt als centrumgemeente, doordat bijv de buurgemeente besluiten op de GR te gaan bezuinigen? Antwoord: Gemeenten in de regio hebben bijna allemaal te maken met ombuigingen. Besluitvorming over de begroting en taakuitvoering van de gemeenschappelijke regelingen verloopt in de gezamenlijkheid van het Algemeen Bestuur. Het kan daarbij voorkomen dat keuzes van gemeenten invloed gaan hebben op andere gemeenten.

5.

Pagina 7, Leges (0.2.2): Er wordt gesproken over het kostendekkend maken van de leges. Wat zijn op dit moment de concrete leges voor de marktgelden? En welke tarief geldt er voor de 29

lijkbezorging? Is het mogelijk een tabelletje te ontvangen met daarin ook de leges van omliggende en/of vergelijkbare plaatsen? Antwoord: Marktgelden: De leges voor marktgelden in Dordrecht zijn als volgt: Marktgeld Dag Maand Kwartaal Per ingenomen m2 €1,55 €15,55 oppervlakte verkoopruimte Per ingenomen m2 €0,50 €4,00 oppervlakte voor overkappingen, opslag of het stallen van een voertuig. Ter vergelijking hieronder Breda: Marktgeld Dag Per ingenomen m2 oppervlakte verkoopruimte

Maand €14,38

Ter vergelijking hieronder Zwijndrecht: Marktgeld Dag Maand Per ingenomen m2 oppervlakte verkoopruimte t.a.v. markt Winkelcentrum Oudeland Per ingenomen m2 oppervlakte verkoopruimte t.a.v. markt Winkelcentrum Walburg 6.

Kwartaal

Kwartaal €14,38

€16,05

Pagina 8, Personeelskosten (0.2.5): Kan strakke sturing zorgen voor (op langere termijn) externe inhuur van personeel? Antwoord: Nee, de kern van deze mogelijke maatregel is dat we kosten van ambtelijke inzet preciezer toerekenen aan de taken die worden uitgevoerd. Daarmee zal op overige budgetten bij de desbetreffende programma's en taken kosten-bewuster moeten worden omgegaan.

7.

Pagina 8, Lobby (0.2.6.): Als er actie(f/ver) wordt ingezet op de lobby, is het dan mogelijk dat dit juist in de eerste jaren extra kosten met zich meebrengt?

30

Antwoord: Bij lobby gaat de kost altijd voor de baat uit. We investeren nu in de opbouw van public affairs en verwachten dat die investering gaat leiden tot het genereren van externe middelen voor de lobbyprioriteiten. Een analyse van de miljoenennota biedt op hoofdlijnen inzicht in relevante Rijksbudgetten. Samen met de inhoudelijk verantwoordelijke programmamanagers, projectleiders en met medewerking van het subsidiebureau wordt in het verlengde van public affairs ingezet op het genereren van subsidies. 8.

Pagina 10, Dienstverlening (1.2.1): Bij de derde bullet wordt de optie gegeven om op vrijdagmiddag niet meer bereikbaar te zijn. Is de vrijdagmiddag een willekeurig genoemd dagdeel of zijn andere dagdelen echt niet mogelijk? Antwoord: In principe zou ieder dagdeel mogelijk zijn. Wel heeft vrijdagmiddag de minste impact op de dienstverlening. Het is ook het dagdeel waarop de minste collega's beschikbaar zijn voor doorverbinden. Er is een zoekopdracht van €90.000 van BMC. Om tot de €90.000 komen is dit 1 van de mogelijke maatregelen

9.

Pagina 13, Afvalstoffenheffing (2.2.3): Kosten handhaving afval in afvalstoffenheffing is de tegenhanger van het ’vervuiler betaald-principe’. Hoe verhoudt zich dit tot de invoering van de tariefprikkel? Wordt de prikkel niet ongedaan gemaakt door deze maatregel? Antwoord: Nee het wordt niet ongedaan gemaakt. De tariefprikkel zorgt nog steeds voor de gedragsverandering die nodig is. Het is wel zo dat de lastenverlichting voor de burger die door de tariefprikkel mogelijk wordt lager zal zijn omdat hij gedekt moet worden uit de afvalstoffenheffing. De besparing zoals die nu begroot is halveert. Als de tariefprikkel niet wordt ingevoerd zal de heffing moeten stijgen.

10. Pagina 13, Groei toeristisch bezoek (2.2.4): Welke investering staat hier tegenover? Hoort dit idee

in een separaat raadsvoorstel om zo de investeringen en de opbrengsten tegen elkaar af te kunnen wegen? Antwoord: Het aantal aankomsten van riviercruiseschepen kan groeien als we investeren in aanlegvoorzieningen en de directe omgeving daarvan voor een goede inpassing. Daar doen we nu verder onderzoek naar, waarbij wij ook de markt betrekken. De markt is bereid hierin mee te investeren. De raad zal hierover later nog nader over geïnformeerd worden. 11. Pagina 14, Verkleinen budgetten evenementen (2.2.6/2.2.7): Welke evenementen horen bij 2.2.6?

Welke bij 2.2.7? Is het mogelijk dat de Adviescommissie alsnog de keus maakt om de kaasschaaf toe te passen? Antwoord: Bij 2.2.6 horen de evenementen die aan aanvraag doen voor subsidie via de Subsidieregeling Amateurkunst, Evenementen, Culturele Initiatieven en Producties gemeente Dordrecht. Deze regeling is toegankelijk voor alle evenementenorganisatoren, de aanvragen worden beoordeeld

31

door de externe adviescommissie. Via het register is te zien welke evenementen de afgelopen jaren via deze regeling subsidie hebben ontvangen. Bij 2.2.7 horen de evenementen met een begrotingssubsidie: Dordt in Stoom, Wantijpop, Big Rivers, Dordtse Decemberdagen, Open Monumentendagen en Oranje Comité. De uitgangspunten en criteria voor de heroverweging van de begrotingssubsidies moet nog worden opgesteld. De kaasschaafmethode kan inderdaad onderdeel zijn van de heroverweging door de externe adviescommissie. 12. Pagina 15, Culturele sector (2.2.9): De uitkomsten van het onderzoek van DMO zijn van belang

voor de afwegingen die gemaakt moeten worden. Kan ‘in de loop van 2025’ wat nader geduid worden? Antwoord: Zoals het er nu naar uitziet zullen we de duiding in de zomer kunnen geven. 13. Pagina 15, Culturele sector (2.2.9): Is overwogen om verzelfstandiging van het Dordrechts

Museum als optie mee te nemen in de stukken? Dit gebeurt in veel andere steden ook. Wat zouden hiervan de financiële effecten zijn? Antwoord: Dat is niet meegenomen, dus we kunnen ook nog niets zeggen over de financiële effecten. 14. Pagina 18, Verledden (3.2.4): Leidt het versneld verledden tot een investering op korte termijn? In

welk opzicht leidt dit tot lagere kosten op korte termijn? Antwoord: Ja, het versneld verledden vraagt een investering op korte termijn. Nee, dit leidt niet tot lagere kosten op korte termijn. Wel op de langere termijn: door de eerste 4 jaar (vanaf 2025) te investeren zal vanaf 2027 € 40.000 oplopend tot € 315.000 in 2034, aan bezuiniging gerealiseerd gaan worden. Voorgaande is in lijn met het raadsbesluit van 24 september 2024 rondom de vaststelling van het beleidsplan openbare verlichting (nr. 2024-0068527). 15. Pagina 19, Kwijtscheldingsbeleid (3.2.9): Kan er worden toegelicht waarom destijds (2021) de

stelselwijziging budgetneutraal was voor zowel de gemeente als voor de Dordtse huishoudens? Kan er ook worden toegelicht wat de oorzaken zijn dat het nu niet meer budgetneutraal is? Is er sprake van een toename van het aantal en van de hoogte van kwijtscheldingen? Kan er worden toegelicht waarom er door deze voorgestelde stelselwijziging ‘ruimte’ ontstaat om de opbrengsten uit andere heffingen te verhogen? Antwoord: Kan er worden toegelicht waarom destijds (2021) de stelselwijziging budgetneutraal was voor zowel de gemeente als voor de Dordtse huishoudens? Antwoord: We hebben destijds de kwijtscheldingen voor afvalstoffen- en rioolheffing verschoven van begrotingsproduct Afvalinzameling en verwerking c.q. begrotingsproduct Riolering naar een nieuw begrotingsproduct Kwijtscheldingsbeleid.

32

Deze herschikking leidde toen (in het jaar van implementatie) niet tot een wijziging van de omvang van de heffingen en leidde ook niet tot een resultaat voor de gemeente Dordrecht. Ergo: budgetneutraal. Kan er ook worden toegelicht wat de oorzaken zijn dat het nu niet meer budgetneutraal is? Antwoord: Voor de stelselwijziging werden verschillen tussen begrote en werkelijke kwijtscheldingen verrekend met de bestemmingsreserve Afval c.q. bestemmingsreserve Riolering. Na de stelselwijziging worden deze verschillen -via het rekeningresultaat- verrekend met de Algemene Reserve. Is er sprake van een toename van het aantal en van de hoogte van kwijtscheldingen? Antwoord: Het bedrag aan kwijtscheldingen is toegenomen door de jaarlijkse indexatie van de heffingen. Realisatie Kwijtschelding rioolheffing Kwijtschelding afvalstofheffing

2021 470.000 1.489.000 1.959.000

2024 491.000 1.547.000 2.038.000

Kan er worden toegelicht waarom er door deze voorgestelde stelselwijziging ‘ruimte’ ontstaat om de opbrengsten uit andere heffingen te verhogen? Antwoord: Door de beoogde ombuiging kunnen we de opbrengsten uit de afvalstoffen- c.q. rioolheffing verhogen. Een voorbeeld ter illustratie. Stel, dat de kosten voor afvalinzameling en -verwerking (exclusief kwijtschelding) € 20 mln zijn. De inkomsten uit afvalstoffenheffing mogen dan -op begrotingsbasis- maximaal € 20 mln zijn. We mogen nl. niet meer heffen dan de kosten. Stel, dat de kwijtscheldingen voor afvalstoffenheffing € 1,5 mln zijn. En we betrekken deze kosten weer bij de berekening van de afvalstoffenheffing, dan mogen we -op begrotingsbasismaximaal € 21,5 mln (= € 20 mln + € 1,5 mln) heffen. We genereren dan € 1,5 mln aan extra inkomsten voor de gemeente Dordrecht door de beoogde ombuiging. 16. Pagina 21, Essenhof (4.2.3): Betekent ‘veel aanvragen’ dat er veel aanvragen zijn voor

begrafenissen en/of bijzettingen? En gaat dit ook over het gebruik van de zaaltjes en de kapel? Antwoord: Op dit moment komt het met regelmaat voor dat we onvoldoende personele capaciteit hebben om overledenen hier te cremeren en moeten we doorverwijzen naar andere crematoria in de omgeving. Door de vergrijzing zal het sterftecijfer alleen maar toenemen, deze gegevens zijn terug te vinden in de Uitvaart Branche Monitor. Omdat we zowel begraven als cremeren zal dit dus in aantallen positief uit pakken voor Essenhof. Het gebruik van de accommodatie zal ook beter kunnen als we alles open kunnen stellen maar ook dit is afhankelijk van de personele bezetting.

33

17. Effecten: Kan er berekend worden wat de effecten zijn op langere termijn als er gekort wordt op

preventieve maatregelen? Antwoord: Deze vraag is ons niet duidelijk. Pagina 28, Lichte algemene begeleiding naar algemene voorziening (4.2.24): Kan er worden toegelicht: waarom dit de zorg ‘laagdrempeliger’ maak; waarom er een ‘betere koppeling gelegd kan worden met voorliggende veld; waarom dit een ‘efficiëntere inzet van onze middelen’ is? 18. Kan er worden toegelicht: waarom dit de zorg ‘laagdrempeliger’ maakt Antwoord: De zorg wordt laagdrempeliger, omdat deze zonder indicatieproces of beschikking wordt aangeboden. Daarnaast is een algemene voorziening per definitie voor iedereen beschikbaar. 19. Kan er worden toegelicht: waarom er een ‘betere koppeling gelegd kan worden met voorliggende

veld’ Antwoord: Vaak sluiten algemene voorzieningen beter aan op de behoeften van inwoners in buurten en wijken, omdat de organisaties van deze algemene voorzieningen in deze wijken aanwezig zijn. Zij zijn onderdeel van een breder (in)formeel netwerk van inwoners en andere lokale partners. 20. Kan er worden toegelicht: waarom dit een ‘efficiëntere inzet van onze middelen’ is?

Antwoord: Algemene voorzieningen bieden de mogelijkheid om hulpvragen van inwoners collectief op te pakken. Daarmee zijn er minder kosten voor hulpverleners of welzijn medewerkers. Verder zit hier ook een sociaal component aan vast - in de zin dat inwoners elkaar ontmoeten en elkaar kunnen helpen. 21. Pagina 33, Laadpalen (6.2.1.): Hoe lopen de lijnen nu? En hoe worden deze lijnen korter? Is het

met kortere lijnen mogelijk om nog rekening te houden met wensen uit de wijk? Zo nee, waarom niet? Is het de gemeente toegestaan om een commerciële aanbieder van laadpalen te worden? Antwoord: Hoe lopen de lijnen nu? Een bewoner vraagt een openbare laadpaal aan via laadpaalnodig.nl (verwezen via dordrecht.nl): https://cms.dordrecht.nl/Inwoners/Overzicht_Inwoners/Natuur_en_milieu/Duurzaam/Laadpale n_op_verzoek_van_inwoners_en_ondernemers). Daarbij is er keus uit meerdere aanbieders. De aanbieder handelt het verzoek af met de gemeente. De gemeente neemt een verkeersbesluit. Iedere aanvraag wordt beoordeeld en de laadpalen worden zoveel mogelijk gespreid. Met de plankaart als basis. https://drechtsteden.enlmcs.nl/portal/apps/webappviewer/index.html?id=d58248f228654ec88cf95af2a98bfd6a 22. En hoe worden deze lijnen korter?

34

Antwoord Er zit dan geen commerciële aanbieder meer tussen. Nu zijn er meerdere partijen die laadpalen aanbieden. Een bewoner vraagt dan rechtstreeks aan bij de gemeente, niet bij een aanbieder die dan de gemeente raadpleegt. 23. Is het met kortere lijnen mogelijk om nog rekening te houden met wensen uit de wijk? Zo nee,

waarom niet? Antwoord Dat wijzigt niet. Want de aanbieders vragen plekken aan die al vooraf door de gemeente zijn aangewezen. Via de plankaartkaart wordt op basis van prognoses rekening gehouden met de spreiding en de verwachte vraag vanuit de wijk. Deze plankaart is de basis voor de exacte locaties. Daarbij is rekening gehouden met het openbare karakter van de laadpalen en met zo min mogelijk overlast (bij voorkeur bij blinde gevels etc.) Plankaart: https://drechtsteden.enlmcs.nl/portal/apps/webappviewer/index.html?id=d58248f228654ec88cf95af2a98bfd6a 24. Is het de gemeente toegestaan om een commerciële aanbieder van laadpalen te worden?

Antwoord: Het zelf exploiteren van laadpalen kan juridisch wel, met de volgende kanttekeningen: • Er zijn ons geen gemeenten bekend die zelf laadpalen exploiteren • Het wordt niet als een kerntaak van de gemeente gezien • Al je het doet, is de wet markt en overheid van toepassing die vele eisen stelt aan deze exploitatie • Er voldoende marktwerking in Nederland is door het groot aantal aanbieders. 25. Pagina 33, Advisering erfgoed (6.2.3): Om hoeveel adviseringen op jaarbasis gaat het hier? Wat

zijn gangbare tarieven voor dit soort advisering? Antwoord: Erfgoed voert zelf archeologisch onderzoek uit (opgravingsbevoegheid), afgelopen jaar 10 maal, dit wordt bij particulieren/ontwikkelaars in rekening gebracht marktconform uurtarief € 100/uur. Het archeologisch onderzoek in projecten van de gemeente worden intern niet in rekening gebracht. 80% van deze werkzaamheden betreffen gemeentelijke projecten (bijv vervanging riolering en IPM projecten). In het ombuigvoorstel wordt voorgesteld dit onderzoek vanaf 2026 te laten vervallen waardoor dit altijd door derden moet worden gedaan, hiermee vervalt de certificering en wordt op uren erfgoed bespaard. Gemiddeld uurtarief € 100/uur voor alle disciplines. 26. Pagina 36, Anders exploiteren Grote Kerk (7.2.2.): Kunnen er enkele voorbeelden genoemd

worden waarop de kerktoren op een andere manier geëxploiteerd zou kunnen worden? Antwoord: Zie antwoord op vraag 19 Groen Links.

35

Alle opties liggen nog open. Het verhogen van de prijs is één van de opties. Op dit moment wordt ook al een toegangsprijs gevraagd voor de beklimming van de toren. Een combinatieticket voor de kerk (eigendom kerkbestuur) en de toren (eigendom gemeente) is € 5. 27. Dordrecht Marketing: Wordt Dordrecht alsnog meegenomen in het overzicht met mogelijkheden?

Antwoord: Vooralsnog niet. Dordrecht Marketing heeft vorig jaar een korting van circa € 150.000 gehad. 28. Incidenteel begroot: Kan er een overzicht worden gegeven van de lopende incidentele

investeringen, inclusief bijbehorende grootte van de investering? Antwoord: Wij nemen aan dat u vraagt om een overzicht van investeringen 2025 - 2028. Dit overzicht is onderdeel van onze begroting (https://dordrecht.begroting2025.nl/p29045/investeringskredieten). Volledigheidshalve is het overzicht ook bijgevoegd.

36

29. Woonwagenlocaties: Kan er uitleg gegeven worden hoe het kan dat het onderbrengen bij een

externe partij (wij nemen aan met winstoogmerk) een besparing voor de gemeente zou opleveren? Waarom kan de gemeente niet kostendekkende huur /servicekosten vragen? Antwoord: Het verhuren van woonwagens is geen kerntaak van de gemeente. Een professionele partij kan dat mogelijk efficiënter. Als gevolg van het rijksbeleid (wet betaalbare huur) kan niet altijd een kostendekkende huur gevraagd worden. 30. Kosten dekkend gemeentelijk vastgoed (7.2.4): Kan er inzicht gegeven worden op welke

organisaties hier last van hebben? Antwoord: Op dit moment is dat inzicht er nog niet.

37

Fractie: Op ons eiland Hebben de mogelijke ombuigingen effect op doelgroepenvervoer (een slag om de arm)? Zo ja, is dit ook gecommuniceerd richting de gegunde partij? En niet te vergeten de gebruikers daarvan? Antwoord: De stijgende kosten van het doelgroepenvervoer worden als ontwikkeling meegenomen in de perspectiefnota 2026. Om deze stijgende kosten het hoofd te kunnen bieden, zijn mogelijkheden tot ombuigingen voor het jeugdhulp- en WMO- vervoer geïnventariseerd. Het leerlingenvervoer was met de perspectiefnota 2025 al afgeraamd (voor 2025 -50k en vanaf 2026 -100k structureel). Omdat deze in de perspectiefnota 2025 reeds is afgeraamd, is deze niet opnieuw meegenomen in de ombuigingsvoorstellen. Het college is voornemens om de stijging van de kosten in verband met de heraanbesteding op te vangen met besparende (beleids)maatregelen. Hier wordt u op een later tijdstip nog over geïnformeerd. We zijn regelmatig in gesprek met onze partners over het doelgroepenvervoer (Stroomlijn, SOJ, jeugdprofessionals, onderwijs etc.). Gebruikers zijn in deze fase nog niet geïnformeerd. De nieuwe vervoerder DVG is zich ervan bewust dat aanpassingen in het beleid effect kan hebben in het gebruik van het doelgroepenvervoer. Voor leerlingen- en jeugdhulpvervoer zijn de factoren die invloed hebben op het volume, waaronder beleidskeuzes, in de overeenkomst benoemd.

Wijzigingen kunnen zonder contractuele consequenties worden doorgevoerd. Voor vraagafhankelijke WMO-vervoer is in de overeenkomst een marge afgesproken van 15% op het inkoopvolume waarin beleidswijzigingen zonder consequenties doorgevoerd mogen worden. Bij een hogere volumewijziging moet de DVG een periode van 6 maanden de tijd krijgen om zich aan te passen aan eventueel nieuwe beleid. Indien de volumewijziging hoger is dan 15% en dit binnen 6 maanden geïmplementeerd moet worden, dan treden we in overleg met DVG over passende maatregelen om alsnog een redelijke termijn, dan wel een passende financiële compensatie overeen te komen. De hiervoor beschreven marge in het volume van de vervoersstromen geeft ruimte voor keuzes om dit vervoer op een passende manier beleidsmatig en/of operationeel te versoberen om de stijgende kosten het hoofd te bieden.

38

Fractie Van Waardhuizen 1.

Agenda 2030 VRAAG – Is er bij de taakstelling al rekening gehouden met de eventuele kapitaallasten die voortvloeien uit de investeringen uit de Agenda 2030 worden gedaan in de Meerjarenbegroting 2026 – 2030? Zo niet, hoe denkt het college die te gaan dekken in de exploitatie? Antwoord: Nee, er is geen rekening gehouden met kapitaallasten bij vervanging in de toekomst. De kapitaallasten van de initiële investering worden gedekt uit de reserve.

2. OZB vrije belastingruimte VRAAG – wat wij echter wel uitgezocht zouden willen zien is; wat is in Dordrecht met een vrij laag inkomensniveau t.o.v. andere steden van onze grote zoals wij dit vertalen naar het ‘break even point’. Kortom, als je in 4 jaar tijd de belastingen met 24% verhoogd is dan aan te geven wanneer meer mensen gebruik zullen gaan maken van een verzoek tot kwijtschelding waardoor in feite de wal het schip keert? Antwoord: OZB vrije belastingruimte gaat over de volledige OZB-opbrengsten; dus zowel woningen als niet woningen. OZB-woningen wordt uitsluitend geheven van eigenaren van woningen. Kwijtschelding is slechts heel indirect afhankelijk van de hoogte van de belasting. Er wordt gekeken naar de hoogte van het inkomen en het vermogen van de eigenaar van de woning. Bij een kwijtscheldingsverzoek wordt een berekening gemaakt van de betalingscapaciteit van de betreffende inwoner en dit wordt vergeleken met een normbedrag. Dit normbedrag wordt tweemaal per jaar door het Ministerie van Financiën vastgesteld. In die gevallen waarin de gemeentelijke belastingen harder stijgen dan de norm zou dit tot een stijging van het aantal kwijtscheldingsverzoeken kunnen leiden. Echter de toename van het aantal en bedrag toe te kennen kwijtscheldingen zal naar verwachting minimaal zijn.

Woningeigenaren krijgen namelijk zelden kwijtschelding van OZB omdat er bijna altijd sprake is van een vermogensbestanddeel in de vorm van overwaarde in de eigen woning (het verschil tussen de WOZ-waarde en de hypotheekschuld). Als er een overwaarde is dan komt men niet in aanmerking voor kwijtschelding. Momenteel zijn er slechts enkele inwoners die wel kwijtschelding van OZB ontvangen. In die situaties is er sprake van een krediethypotheek in relatie tot een bijstandsuitkering. Het zou wel kunnen dat het aantal mensen wat niet in staat is om te betalen stijgt wat tot uitdrukking komt in oninbare vorderingen. Het kan leiden tot meer invorderingskosten, loonbeslagen en inzet van deurwaarders. Wij hebben hiervoor geen vergelijkingscijfers van andere gemeenten beschikbaar. 3. Vervangingsinvesteringen VRAAG – Is in een aantal gevallen het vormen van een lagere onderhoudsvoorziening realistischer dan een hoge vervangingsinvestering zoals bv bij de Sportboulevard?

39

Antwoord: Deze vraag is ons niet duidelijk. 4. Aanpassen leges VRAAG – levert dit voorstel een structureel vast voordeel op of is dit een jaarlijkse variërende grootheid? En dus lastig om te begroten als vaste structurele inkomstenpost? Antwoord: Wanneer leges nu niet kostendekkend zijn, dan levert het kostendekkend maken ervan een structureel voordeel op. 5. SPUK VRAAG – SPUK uitkeringen kennen veelal een ‘einddatum’ waarbij de uitkering kan stoppen. Is het dan realistisch om te stellen dat er onderzocht wordt of een deel van de betrokken personeelskosten onder worden gebracht in deze uitkeringen? Dit betreft dan toch geen structurele dekking voor structurele kosten? Antwoord: SPUK uitkeringen gaan op termijn op in het gemeentefonds. We krijgen daarmee structureel vergoeding voor extra taken. Programma 2 6. Kosten handhaving afval. VRAAG – wij zouden dan toch doorberekend willen zien als de20 euro wordt afgeschaft hoeveel dit kost en als we afvalcontainers in een aantal wijken plaatsen? Antwoord: Grofvuil ophalen zonder € 20 bijdrage bewoners De ophaalkosten voor een grofvuil afspraak worden nu gedeeltelijk betaalt door de aanvrager.

De gerealiseerde effecten hiervan zijn: - er wordt meer afval gescheiden naar het afvalbrengstation gebracht, met lagere verwerkingskosten; - er zijn minder ophaal afspraken, met daardoor lagere inzamelkosten; - het tonnage bijgeplaatst afval is stabiel gebleven, nauwelijks toename van inzet crashteam voor extra plekken; - er is een bijdrage van de aanvragers voor de inzamelkosten, wat inkomsten oplevert. Dit heeft per saldo een structurele besparing van circa € 250.000 per jaar opgeleverd. Om een ophaal afspraak weer gratis te maken, zal deze besparing teniet worden gedaan. Tevens zal het hergebruik van grofvuil materialen minder worden. Grofvuil container in de wijk De kosten van een vaste grofvuilcontainer in de wijk zijn mede afhankelijk van aantal containers, aantal wisselingen en toezicht. Richtbedrag per container is € 2.000 per wisseling en € 300 per dag inclusief toezicht. Deze containers worden nu specifiek ingezet bij renovatieprojecten voor grofvuil van uitverhuizers, waarbij de woningcorporatie een deel van de kosten en het toezicht betaalt.

40

Om deze containers structureel in te zetten, zal een plan met een businesscase moeten worden opgesteld. Op grond van de kosten voor de renovatiecontainers is een indicatie € 150.000 per jaar per container in de wijk. Kanttekening is dat de grofvuilcontainer voor een belangrijk deel gevuld zal worden met afval dat anders naar de milieustraat wordt gebracht. Doordat het afval ongescheiden is, werkt dit kostenverhogend en wordt het hergebruik minder. 7. Riviercruises VRAAG – wat is hier de rol van Havenbedrijf Rotterdam? Daarbij is het lastig structureel inkomsten te ramen. In het verleden zijn hier al problemen door ontstaan toen Dordrecht nog zelfstandig een havenbedrijf had. Wordt dit dn ook aangemerkt als een structurele mogelijkheid? Antwoord: De binnenhavengelden, inclusief de havengelden voor cruiseschepen, worden sinds 2015 op verzoek van Dordrecht, Zwijndrecht en Papendrecht geïnd door het Havenbedrijf Rotterdam (HbR). Met HbR zijn we in gesprek om de havengelden voor cruiseschepen weer vanuit de regie van Dordrecht te kunnen gaan innen. We onderzoeken of we vervolgens Stichting Werelderfgoed Kinderdijk, waarmee we op het vlak van de riviercruise markt samenwerken, de inning kan gaan verzorgen. Doordat de regie weer bij Dordrecht komt te liggen, krijgen we meer sturing op de tarieven bijvoorbeeld om deze te kunnen harmoniseren met de hogere tarieven van Kinderdijk.

Programma 3 8. Hondenbelasting VRAAG – Is het mogelijk om een algemene belasting voor huisdieren te maken waar ook katten onder vallen? Antwoord: In de Gemeentewet is geregeld welke belastingen een gemeente mag heffen. In artikel 226 is geregeld dat een gemeente hondenbelasting mag heffen. Ander huisdieren zoals katten worden niet genoemd. 9. Kwijtschelding VRAAG – Kunnen de kwijtscheldingregels worden aangescherpt waardoor er minder aanspraak kan worden gedaan? Bij OZB ook al deze opmerking gemaakt omdat verhogingen van belastingen meer mensen in de problemen brengt. Kunnen bv de kwijtscheldingskosten van asielzoekers een bepaalde periode uit rijksmiddelen voor opvang worden betaald? De afgelopen jaren hebben we hier een behoorlijke reserve voor opgebouwd. Antwoord Kwijtschelding speelt met name bij afvalstoffenheffing en rioolheffing. Beide zijn heffingen van de gebruiker van een woning. Kwijtscheldingsregels kunnen op meerdere manieren worden aangescherpt (strenger/nadeliger voor de burger). De gemeente kan besluiten: a. geen kwijtschelding meer te verlenen; b. kwijtschelding verlenen voor een gedeelte van de aanslag; c. de kosten van bestaan op een lager bedrag vast te stellen.

41

Dordrecht hanteert op dit moment voor de aanvrager/burger de meest soepele regeling, soepeler mag wettelijk niet, strenger wel. Hierbij is het nog van belang te vermelden dat een gevolg van deze regeling is dat de mogelijkheid bestaat om geautomatiseerd het recht op kwijtschelding te toetsen. Bij aanpassing van de inkomstennormen naar minder dan 100% van de bijstandsnorm betekent dit dat AOWen bijstandsgerechtigden niet meer geautomatiseerd kunnen worden getoetst voor het recht op kwijtschelding en jaarlijks opnieuw een verzoek moeten indienen en bewijsstukken zullen moeten overleggen. Vervolgens dient handmatige toetsing plaats te vinden. Een asielzoeker verblijft in een AZC. Dat is geen zelfstandig huishouden en dus krijgt deze ook geen aanslag. Een statushouder krijgt een zelfstandige woning. Deze krijgt gewoon een aanslag voor de gemeentelijke belastingen. Er is in de belastingadministratie echter niet bijgehouden wie statushouders zijn. Hierdoor hebben wij geen zicht op de eventuele kosten die verband houden met aanvragen voor kwijtschelding door statushouders.

42

Vragen uit consultatie 18 februari Inhoudelijke vragen 1.2.4 • •

Terugbrengen regionaal-economische taken Regio Drechtsteden Welke inkomsten levert de Regio op? Waar zit het (meeste) rendement

Antwoord: Het antwoord hierop is tweeledig: 1.

Directe inkomsten uit omvangrijke subsidies

De regionale ruimtelijk- economische programmering biedt ons toegang tot omvangrijke financiering, die concreet ten goede komen van de lokale opgaven die tevens een regionale betekenis hebben. Voor de beeldvorming, de beide toegekende regiodeals vanuit hebben tezamen ongeveer € 50 miljoen aan rijksmiddelen gegenereerd (respectievelijk € 22,5 en € 25 miljoen), waarvan een aanzienlijk deel ook ten goede komen van opgaven die onderdeel vormen van de lokale economische opgaven. Zo is er vanuit de in 2021 aan de regio toegekende regiodeal, ruim € 1 miljoen gealloceerd voor de herontwikkeling Merwedehavens, € 1 miljoen Maakfabriek als onderdeel campusontwikkeling Leerpark en enkele miljoenen voor de ontwikkeling hoger onderwijs op het Leerpark. Alles bij elkaar optellend komen we daarmee alleen al vanuit de eerste regiodeal al gauw uit op ongeveer € 7 miljoen aan publieke investeringen die uiteindelijk in de Dordtse opgaven zijn geland dan wel zullen landen en een hefboom vormen voor ook andere bijdragen vanuit de markt en het onderwijs.

Voor de recente Regiodeal geldt min of meer het zelfde, met dien verstande dat daarbij is gekozen voor een meer themagerichte opgave aanpak (armoede-aanpak, verduurzaming en innovatie, bijdrage regionaal werkcentrum) waarbij de impact zich meer uitstrekt over de regio, maar waarbij we ook als Dordrecht er het maximale voor de eigen opgaven uit halen. Datzelfde geldt ook voor toegang tot succesvolle aanvragen vanuit het Nationaal Groeifonds. Ook hiervoor geldt de eis dat de aanvragen ingebed moeten zijn in een brede regionale aanpak. Een goed voorbeeld in dat kader is de toekenning vanuit dit Nationaal Groeifonds aan de Smart Campus Leerpark onder de projectnaam PPS Scale waarbij € 9 miljoen beschikbaar is gesteld voor de opgave energietransitie in de bebouwde omgeving. Hierbij worden gelden vanuit het groeifonds ingezet voor innovatietrajecten bedrijfsleven die ten allen tijde gekoppeld aan lokale beroepsopleidingen die op hun beurt vooral vanuit het Leerpark worden aangebonden en de Duurzaamheidsfabriek een belangrijke rol vervult. Tot slot worden frequent op meer projectbasis inkomsten gegeneerd die in regioverband dienen te worden aangevraagd en uitgevoerd. Het gaat weliswaar dan om kleinere bedragen - bv subsidie MKB dienstverlening (€ 150 K) en een MKB-deal voor business development (€ 200K) – maar alles bij elkaar toch optellen tot een aardig bedrag aan investering. 2.

Inverdieneffect op capaciteit

Naast directe financiële impact is er ook sprake inverdieneffect op capaciteit en overhead. De aansturing- en uitvoeringscapaciteit in regionaal verband, bijvoorbeeld op thema's innovatiestimulering, lobby, ondersteuning bij de opzet van energie coöperaties (in nauwe samenwerking met de Werkgevers Drechtsteden) maakt dat we in Dordtse projecten daar geen specifieke, of in ieder geval in veel mindere mate, middelen vanuit de eigen begroting voor 43

hoeven vrij te maken. We liften als gemeente daarin mee op de inzet die daar regionaal collectief op wordt georganiseerd en gefinancierd vanuit de gemeenschappelijke SDD begroting. Valt dat weg, dan moet alsnog specifiek voor Dordrecht worden georganiseerd. 2.2.1 RTV Dordrecht naar streekomroep •

Is het mogelijk de besparing op RTV Dordrecht naar voren te trekken?

Antwoord: Ja, het is technisch mogelijk. Het naar voren halen van de besparing zal wel impact hebben op de nieuwsvoorziening en de ontwikkeling van de streekomroep, waarvoor de raad in motie 7 aangenomen d.d. 26/11/24 juist heeft aangegeven in 2025 en 2026 een extra subsidie van €50.000 te willen verlenen aan RTV Dordrecht. 2.2.4 Groei toeristisch (riviercruise) bezoek •

Welke investering ligt er onder het voorstel Groei toeristisch (riviercruise) bezoek?

Antwoord: Wij verwachten dat deze netto inkomsten gerealiseerd kunnen worden bij het aanzienlijk vergroten van de aanmeercapaciteit, maar dat is ook sterk afhankelijk van welk deel de sector zelf bereid is mee te investeren. Het vraagt om investeringen in de uitbreiding van aanmeercapaciteiten (steigers e.d.) en de inpassingsmaatregelen (aantrekkingskracht, vergroening en verblijf etc.) daaromheen. Dit is momenteel onderwerp van verkenning met de sector.

2.2.5 Binnenstadbedrijf zelfvoorzienend •

Is een zelfvoorzienend binnenstadbedrijf überhaupt mogelijk? Kan hier meer toelichting op gegeven worden?

Antwoord: De stichting Binnenstadsbedrijf Dordrecht is bij het oprichtingsbesluit (zie ook raadsvoorstel juni 2023) met het vertrekpunt van het gelijkwaardigheidsbeginsel tussen de 'gouden driehoek' van gemeente, eigenaren en ondernemers in de binnenstad opgericht. Op basis van die geljkwaardigheid levert elke partner in het binnenstadsbedrijf een gelijkwaardige financiele bijdrage van zo'n 200.000 euro per jaar. Een zelfvoorzienend Binnenstadsbedrijf Dordrecht (BBD) is dus niet mogelijk. Als de gemeente zich terugtrekt dan wordt niet meer voldaan aan het principe van gelijkwaardigheid en zullen de andere partners (POBD en VVE3311) zich ook terugtrekken. Dan houdt het Binnenstadbedrijf Dordrecht op te bestaan op basis van de huidige statuten.

2.2.6 Verkleinen budget begrotingssubsidies evenementen 2.2.7 Verkleinen budget subsidieregeling evenementen 2.2.8 Verkleinen beschikbare budget culturele basisinfrastructuur

44

•

Waarom bij cultuur 10% eraf en bij evenementen 25%? Hoe komen jullie tot deze percentages?

Antwoord: De opdracht was te kijken naar mogelijkheden voor substantiële bezuinigingen en daarbij is meer gekeken naar absolute bedragen. Het ombuigvoorstel tot verkleinen van het budget voor de basisinfrastructuur met 10% (excl. Onderwijsmuseum en Dordrechts Museum) komt neer op €690.000; bij evenementen betekenen de voorstellen om 25% op begrotingssubsidies en 25% op subsidieregeling evenementen een bezuiniging van €310.000. Tegelijkertijd moeten we ook constateren dat diverse andere maatregelen binnen de ombuigingenlijst hier bovenop ook nog 'evenementen' raakt. Zoals bijvoorbeeld verhogen van legeskosten en het in rekening brengen van tijdelijke verkeersmaatregelen. 2.2.9 Culturele sector •

Er is meer inzicht nodig in wat de effecten zijn van deze bezuiniging op Dordrechts Museum. Hoe hangen de drie punten in deze maatregel met elkaar samen? En wat zijn de gevolgen van efficiëntieslag (punt 1) op punten 2 en 3 in deze maatregel?

Antwoord: De drie genoemde maatregelen zijn kansrijke denkrichtingen die we intern hebben verkend. Goed om te weten is ook dat de maatregel niet enkel een bezuiniging op het Dordrechts Museum betreft. De bezuinigingsmaatregel richt zich op de gehele Dordrechtse Museum Organisatie. Daaronder valt niet alleen het Dordrechts Museum, maar ook het Huis van Gijn, Het Hof van Nederland, het Regionaal Archief en het Stadsdepot. Momenteel wordt nader onderzoek uitgevoerd hoe deze ombuiging concreet kan worden ingevuld. Ook wordt in kaart gebracht óf er nog naast de in de maatregel genoemde punten andere bezuinigingsopties denkbaar zijn én of de eigen inkomsten kunnen worden verhoogd. De Dordrechtse Museum Organisatie wenst het bezoek aan alle drie museumlocaties + het regionaal archief zo aantrekkelijk mogelijk voor bezoekers te houden met als doel om de eigen inkomsten minimaal op peil te houden maar idealiter de komende jaren te zien groeien. 2.2.10 Opkoopbescherming en inspecties huisvesting •

Wat is de praktijk op dit moment? Wat is het effect van de huidige regeling en hoe vaak is handhaving nodig?

Antwoord: We zetten ons in voor een evenwichtige verdeling van betaalbare woonruimte door middel van vergunningverlening (het reguleren van beschikbare woonruimte) en handhaving bij overtredingen of klachten, zowel bij vergunde als onvergunde huisvesting. Handhaving draagt bij aan het aanpakken van klachten over overlast, geeft omwonenden het gevoel dat zij serieus worden genomen, bevordert een gelijk speelveld en pakt verhuurders aan die niet volgens de regels opereren. Dit omvat diverse instrumenten, variërend van laagdrempelig contact via e-mail of telefoon tot het opleggen van dwangsommen wanneer nodig. Omdat sommige partijen blijven zoeken naar manieren om regels te omzeilen om winst te maken, blijft handhaving een doorlopend proces. 45

De invoering van opkoopbescherming en strikte controle hierop heeft de instroom van nieuwe, ongereguleerde kamerverhuur enigszins verminderd. 3.2.1 Rioolheffing grootverbruik • Kan wat gedetailleerder worden toegelicht hoe dit tot een bezuiniging leidt? Klopt het dat dit ruimte zou kunnen scheppen in andere heffingen? Antwoord: Doordat we meer opbrengsten realiseren in de rioolheffing bij de grootverbruikers, kan de heffing bij andere gebruikers omlaag. Het product rioolheffing mag immers niet meer dan kostendekkend zijn. Hierdoor ontstaat inderdaad ruimte om andere heffingen te verhogen zonder dat de totale woonlasten toenemen.

3.2.2. Versoberen kwaliteit groenonderhoud • Welke kapitaalgoederen heeft de gemeente nog meer in haar beheer? Kan voor die kapitaalgoederen ook toegelicht worden (1) wat het onderhoudsniveau is , (2) of het mogelijk is hierop te versoberen en (3) wat de implicaties hier dan van zijn? Antwoord: In aanloop naar het ombuigingentraject zijn door de ambtelijke organisatie al mogelijke bezuinigingsmaatregelen op het gebied van beheer en onderhoud geïnventariseerd. Dit heeft geresulteerd in een aantal concrete ombuigingsmogelijkheden op het gebied van openbare verlichting, speelvoorzieningen en wegbeheer. Of het mogelijk is om aanvullend te versoberen, en welke implicaties dat zou hebben, is een vraag die nader onderzoek vergt en niet binnen het tijdsbestek van deze beantwoording past. Het maakt daarbij ook groot verschil of er op beeldkwaliteit wordt onderhouden (zoals bij groen), op basis van wettelijke normen of bijvoorbeeld risico-gestuurd. Voor meer (financieel) inzicht in de verschillende kapitaalgoederen verwijzen we naar de paragraaf kapitaalgoederen van de begroting en/of de jaarrekening. Daarin wordt op het beheer en onderhoud van die goederen ingegaan, uitgesplitst naar Gemeentelijk vastgoed, Wegen, Groen en water, Havens en Riolering.

Zie hier bijvoorbeeld de paragraaf kapitaalgoederen in de begroting van dit lopende jaar: Onderhoud kapitaalgoederen | Begroting 2025 3.2.4 Openbare verlichting verledden • Kan de relatie tussen de benodigde investering en de structurele opbrengst (in geld en energie) duidelijker gemaakt worden? Antwoord: Door versnelde toepassing van ledverlichting is er versneld minder energieverbruik: ten opzichte van 2024 oplopend van 450.000 Kwh in 2025 tot 1.900.000 Kwh (49%) eind 2028. In combinatie met het toepassen van extra verlichting bij toegangswegen sportparken, zal over de komende periode een kostenbesparing van € 40.000 in 2027, oplopend tot € 315.000 in 2034 gerealiseerd worden (prijspeil energiekosten 2025). Zie ook raadsbesluit Nr. 2024-0068527 van 24 september 2024 inzake Vaststellen Beleidsplan Openbare Verlichting 2025-2034. Om deze kostenbesparing te bereiken is het volgende nodig:

46

1. De jaarlijkse routine-investeringen in de eerste jaren (2025 t/m 2028) worden verhoogd. De hieruit voortkomende extra kapitaallasten vanaf 2027 worden gedekt door de exploitatie uit het voordeel van energie- en onderhoudskosten. 2. Een eenmalige onttrekking van € 97.000 uit de reserve Groepsgewijze lampvervanging (wordt in de Perspectiefnota 2026 verwerkt). 3. Een eenmalige investering voor de toegangswegen sportterreinen van € 35.000 in 2025. De hieruit voortkomende extra kapitaallasten van € 3.900 per jaar, kunnen vanaf 2027 worden gedekt uit het voordeel van energie- en onderhoudskosten. Dit alles leidt tot het volgende overzicht (afkomstig uit het onderliggende ombuigingsformat):

Extra toelichting Op basis van deze tabel zou de indruk kunnen ontstaan dat heel veel geïnvesteerd moet worden voor maar een beperkt voordeel. Echter: het verhogen van de routine investeringen in de jaren 2025 t/m 2028 betreft voor het grootste deel het naar voren halen van investeringen (van 2029 t/m 2032) om de armaturen versneld te kunnen vervangen. Het betreft voor een deel ook extra investeringen, dit zijn de volgende: -

€ 70.000 om het werk voor te bereiden en te coördineren (wordt betaald uit de exploitatie)

-

€ 400.000 (totaal in de jaren 2025 t/m 2028) voor Controllers (om de slimme verlichting langs de doorgaande wegen te realiseren)

-

€ 35.000 in 2025 om slimme verlichting langs de toegangswegen sportparken te realiseren

-

Kapitaalsvernietiging (€ 143.000 in 2026, € 75.000 in 2027, € 50.000 in 2029)

3.2.5 Hondenbelasting verhogen • Waarom kan deze pas in 2027 verhoogd worden? Kan dit niet al in 2026 ingevoerd worden? Antwoord: Onderdeel van het Politiek Akkoord is dat de hondenbelasting tot en met 2026 op 0 gesteld is. Hiervan zijn we in de ambtelijke inventarisatie als gegeven uitgegaan. 3.7.7 Sluiten Sterrenwacht • Kan worden toegelicht wat de (maatschappelijke) effecten van de sluiting van de Sterrenwacht zijn? Antwoord: De Stichting zelf is de enige die, die vraag kan beantwoorden maar wij schatten de volgende 4 effecten in: o

De vernieuwing en modernisering die in voorbereiding is stopt. We verliezen een unieke bestemming in de regio dia o.a. samenwerkt met het Biesboschcentrum.

47

o

Een (regionaal) educatieve functie gaat waarschijnlijk verloren (7000 bezoekers voornamelijk schoolklassen)

o

De betaalde medewerkers zullen hun baan verliezen. Vrijwilligers verliezen ook hun bezigheden.

o

Het gebouw is gemeentelijk eigendom en moet een nieuwe bestemming krijgen. Door de zeer specifieke inrichting van het pand (met o.a. draaiende koepel) verwachten we dat het lastig zal zijn een alternatieve uitbater te vinden. Renovatie, leegstandsbeheer en sloop nieuwbouw zouden allen met flinke kosten gepaard gaan.

3.2.8 Afkoop onderhoud nieuwe openbare ruimte • Kan gedetailleerder worden toegelicht wat deze maatregel precies inhoudt? Antwoord: Projectontwikkelaars ontwikkelen gebieden/ woningen in Dordrecht. In de huidige situatie zorgen zij (financieel) voor de aanleg van de openbare ruimte. Aan het beheer en onderhoud van de openbare ruimte na het opleveren van de woningen dragen zij niet bij. Daarin zijn we als Dordrecht niet uniek maar er zijn ook gemeenten die van projectontwikkelaars een bijdrage vragen voor het huidige en toekomstige beheer en onderhoud van de openbare ruimte. Denk hierbij aan groen-, weg-, riool-, water - en speelplaatsen onderhoud etc. Dit kan op 2 manieren. Via een "parkmanagementachtige" constructie waarbij ontwikkelaars dit beheer en onderhoud gedurende x jaar organiseren of via een afkoopsom voor x jaar. 6.2.1 Laadpalen geven energie • Wat is de impact van deze mogelijkheid op de autogebruiker? Antwoord: De gebruiker vraagt een openbare laadpaal direct aan bij de gemeente, zonder commerciële tussenpartij(en). Dat kan tijdwinst opleveren tussen aanvragen en plaatsen op straat. De impact op de laadtarieven is niet in te schatten. •

Is er samengewerkt met de brandweer voor laadpalen in parkeergarages?

Antwoord: Nee, er heeft voor dit voorstel nog geen afstemming plaatsgevonden met de brandweer. Per ontwikkeling zal overleg plaatsvinden met de brandweer. 6.2.2 Leges tijdelijke verkeersmaatregelen • In welke sectoren zijn deze leges aan de orde? Antwoord: Evenementenbranche, Gebiedsontwikkelingen, Projecten van nutsvoorzieningen en onze eigen ontwikkelprojecten en meerjaren onderhoudsprojecten Kortom bij alle activiteiten waarbij wegafzettingen en omleidingen nodig zijn. •

Zijn de leges bekeken in samenhang met andere culturele bezuinigingen?

Antwoord: 48

Nee dat zijn ze niet. 6.2.6 Bestaande woningen splitsen • Hoe kan het splitsen van woningen geld besparen? Antwoord: De Rijksoverheid kijkt bij de verdeling van het gemeentefonds naar allerlei kenmerken waaronder het aantal woonruimten. Door het splitsen van woningen neemt het aantal woonruimten en daarmee de bijdrage uit het gemeentefonds toe. 6.2.7 Ombuiging Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst Zuid-Holland-Zuid • •

Hoe kunnen we als gemeente bezuinigingen op een gemeenschappelijke regeling? Moet dat in niet samenwerking met andere gemeenten? Is de totstandkoming van deze maatregel in samenwerking met de omgevingsdienst gedaan?

Antwoord: • Bezuinigen op een gemeenschappelijke regeling kan en gebeurt op verschillende manieren. • OZHZ heeft zelf via een bestuurlijke opdracht van de regiogemeenten ZHZ aan de verbonden partijen bezuinigingsvoorstellen gedaan en via het algemeen bestuur in gang gezet. • Voor veel van de wettelijke taken die de OZHZ voor ons uitvoert is een regionaal uitvoeringsniveau vastgesteld. Je kunt als individuele deelnemer daar niet zomaar aan tornen. Tegelijkertijd proberen wij wel scherp te zijn op deze afspraken. Waar wij mogelijkheden zien om te besparen zullen we dat regionaal aankaarten. Indien dringend gewenst zullen wij nagaan of we als individuele gemeente een afwijkende lijn kunnen volgen. Dit is overigens op dit moment niet aan de orde en ook niet in beeld. Wel is OZHZ doorlopend actief om interne processen tegen het licht te houden en waar mogelijk te verbeteren op effectiviteit en efficiëntie. Dat kan bijvoorbeeld gaan over klachten en meldingen milieu of over het proces rondom vergunningen bouw. OZHZ betrekt vaak de deelnemers daarbij. • Als gemeente, en zeker ook als raad, stellen we zelf regels vast en legestarieven. Daarmee kunnen we sturen op de regellast en kostendekkendheid van de legesgebonden taken. De meeste van de zoekrichtingen die in het format zijn opgenomen vallen in deze categorie. Daar zijn we als gemeente zelf van.

Als voorbeeld hanteren we in Dordrecht heel lage tarieven voor APV-producten, bijvoorbeeld vergunningen voor evenementen, horeca en terrassen. De kosten van de taken die OZHZ hiervoor uitvoert zijn veel hoger dan de legesinkomsten die hierop binnenkomen. Het is aan de raad om daar een afweging of heroverweging in te maken. Als tweede voorbeeld zouden college en raad ervoor kunnen kiezen om meer dan nu het geval is kleine bouwwerken vergunningvrij te maken, of meer bouwwerken of gebieden welstandsvrij. Dat leidt dan tot minder regellast en tot minder werk bij OZHZ. Een derde voorbeeld is dat we bij nieuw beleid en/of nieuwe regels ook de uitvoeringskosten daarvan aan de voorkant in beeld willen brengen. De afgelopen jaren gingen we er te makkelijk vanuit dat meer werk vanuit deze voorstellen voor OZHZ wel binnen het bestaande jaarprogramma en budget voor OZHZ kon worden opgevangen. 49

•

De zoekrichtingen in dit format zijn dus zo gekozen dat we er zelf als gemeente wat over te zeggen hebben en niet afhankelijk zijn van de medewerking van de andere deelnemers in de gemeenschappelijke regeling.

7.2.6 Stadsherstelfonds: •

Wordt ook Hendrick de Keyser Monumenten betrokken?

Antwoord: Hendrik de Keyser is een landelijk fonds (vereniging) dat zich richt op de instandhouding van cultureel erfgoed voor Nederland, enigszins vergelijkbaar met een stadsherstelfonds lokaal. Enig verschil is dus dat Hendrik de Keyser vooral opereert vanuit een landelijke doelstelling (en niet rechtstreeks participeert in lokale fondsen, met een lokale doelstelling) en dus ook met een landelijke afweging. Lokale fondsen opereren daarentegen vanuit de lokale betrokkenheid, netwerk en doelstelling. Kijkend naar andere steden die beschikken over een lokale fondsen, vullen ze elkaar ook prima aan. •

Klopt de € 150 in het laatste jaar?

Antwoord: De € 150 in het laatste jaar klopt. De jaren ervoor moeten neerwaarts worden bijgesteld van € 250 naar € 150. Financieel technisch •

Is er gekeken naar de afschijvingstermijnen van vastgoed? Kun je die oprekken of kun je activa binnen de regels juist versneld afschrijven?

Antwoord: Ja, er is gekeken naar mogelijkheden met afschrijvingen. Deze zoekrichting levert echter weinig mogelijkheden op. Bij eerdere ombuigingen is al overgestapt op annuïtair afschrijven en oprekken van de levensduur van activa. Hierdoor zijn afschrijvingen lager geworden en meer naar de toekomst verschoven. Ook hebben we al redelijk hoge restwaardes op vastgoed ingevoerd waarop niet wordt afgeschreven. We kijken wel nog naar afschrijving koppelen aan huuropbrengsten, waardoor jaarlijkse lasten en baten beter in evenwicht komen. Het versneld afschrijven of afboeken gaat ten koste van eigen vermogen (dat ook onder druk staat) en haalt juist lasten naar voren, dus raden we af. Tot slot zijn veel afschrijvingen gedekt uit de reserve afschrijving of gesloten exploitaties zoals riolen en dan leveren verschuivingen in de jaarlast geen effect op het begrotingssaldo op. •

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/935/documents/40785